Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 4 juli 2006 - Straatsburg Uitgave PB

4. 70 jaar na de staatsgreep van generaal Franco in Spanje - (verklaringen van de Voorzitter en van de fractievoorzitters)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. (ES) Als eerste punt van onze agenda zal ik een verklaring voorlezen over zeventig jaar na de staatsgreep van generaal Franco in Spanje, op 18 juli 1936.

Zoals u weet, hebben tweehonderd afgevaardigden hun handtekening gezet onder een verzoek om een mondelinge vraag te stellen aan de Commissie en de Raad, waarin expliciet wordt vermeld dat er een debat moet worden gehouden over een veroordeling van het bewind van Franco op de zeventigste verjaardag van de staatsgreep.

De Conferentie van voorzitters heeft dit verzoek niet gehonoreerd en heeft het verstandiger geacht om de Voorzitter een verklaring te laten voorlezen, waarna de verschillende fracties een standpunt kunnen innemen over het belang van deze datum; daarmee zijn we nu bezig.

Het is een datum die al ver in het verleden ligt: zeventig jaar scheiden ons inmiddels van 18 juli 1936. Dat is bijna evenveel als de levensverwachting van onze generatie Spanjaarden, die een hoofdrol heeft gespeeld in de overgang naar de democratie, een overgang die als exemplarisch wordt beschouwd, maar die wel een selectief vergeten of uitstellen van het herinneren vergde, en dat komt nu allemaal weer naar boven in een proces waarin die herinneringen worden teruggehaald, een proces dat de boekhandels vult met die herinneringen en dat zelfs tot uiting komt in de vorm van wetten.

Zoals ik twee jaar geleden tegen u gezegd heb, behoor ik tot die generatie – zoals veel van de Spaanse afgevaardigden die hier aanwezig zijn – en is het onvermijdelijk dat mijn persoonlijke relatie met het verleden bepalend is voor mijn herinneringen. Maar dit is een institutionele verklaring, van de Voorzitter van dit Parlement, en wat ik vandaag zeg moet een politieke daad zijn die het persoonlijke overstijgt. Want het naar het heden vertalen van het verleden is een daad van de vrije wil die in de eerste plaats te maken heeft met een toekomst die we willen opbouwen, en dat willen we niet doen op de fragiele en vergankelijke herinneringen van ieder van ons afzonderlijk, maar op de Geschiedenis, die we ons niet herinneren, maar die we leren en daarom ook kunnen delen.

En de Geschiedenis zegt ons dat op die dag een deel van het leger – een deel, niet het hele leger – in opstand kwam tegen de regering van de Tweede Republiek, die de Spanjaarden in 1931 democratisch hadden gekozen. Hierdoor werd de hoop van veel Spanjaarden de bodem ingeslagen, want die republiek was er gekomen met het idee om de democratie te bevorderen en eindelijk een aantal diepgaande hervormingen door te voeren: de landbouwhervorming, de hervorming van het leger, de scheiding tussen kerk en staat, het invoeren van een systeem van sociale zekerheid, de autonomiestatuten voor de regio’s, en rechten als vrouwenkiesrecht of het recht om te scheiden, in een door en door patriarchale samenleving.

Die hervormingen werden een voorbeeld voor veel Europese landen. Ze werden een referentiepunt voor de democratie in Europa, de nieuwe grens van de democratie in Europa, een democratie die in die periode moeilijke tijden doormaakte, want zij was ten onder gegaan in Italië, in Griekenland, in Polen, in Hongarije en in Duitsland. Daarom leidde de staatsgreep niet alleen tot een lange en wrede oorlog in Spanje, maar maakte hij ook een einde aan die hoop van Europa waarover André Malraux gesproken had.

De Spaanse burgeroorlog was niet alleen een oorlog en was niet louter Spaans. Deze oorlog was een botsing tussen twee grote wereldbeelden. Ja, de twee Spanjes van Larra en Machado waren weer terug, en bij iedere Spanjaard deed een van de twee Spanjes hem of haar de rillingen over de rug lopen. Maar een oorlog tussen alleen Spanjaarden zou niet zo lang geduurd hebben, simpelweg omdat onze eigen krachten dat niet toegestaan hadden.

De oorlog was een beslissend moment in de wereldgeschiedenis. Hij was internationaal gezien van enorme betekenis. Vanaf 1936 begonnen de partijen die in de Tweede Wereldoorlog tegenover elkaar zouden komen te staan, elkaar direct of indirect te bestrijden in de Spaanse burgeroorlog. Spanje was de eerste grote veldslag van de Tweede Wereldoorlog, een proeftuin voor een toekomstige oorlog die Europa zou vernietigen. Voor het eerst in de geschiedenis werd de burgerbevolking gebombardeerd. Guernica staat in ieders geheugen gegrift, maar er waren vele Guernica’s in Spanje.

Veel Europeanen aan beide zijden lieten het leven en hun namen zijn te vinden op de begraafplaatsen van Madrid, van Jarama, van Belchite, van Guadalajara, van Teruel, van de Ebro…, mythische namen, waar menig Europeaan zijn laatste rustplaats heeft gevonden en die later in de gedachten van de soldaten meereden in de tanks op weg naar de bevrijding van Europa. Die oorlog was voor sommigen de laatste grote zaak waarvoor gevochten moest worden, voor anderen was hij een kruistocht.

Ik herinner me de kruistocht, de bisschoppen die de fascistische groet brachten, in het gezelschap van generaals bij de ingang van de kerken. Ook herinner ik me de kerkhoven vol met gefusilleerden van beide kanten. Het was de meest hartstochtelijke oorlog, waarin de ideologieën van de twintigste eeuw voor het eerst tegenover elkaar kwamen te staan: de democratie, het fascisme en het communisme. Het was een religieuze oorlog, en tegelijkertijd een klassenstrijd, een revolutie tegenover een reactie.

Het was een conflict dat zich zou voortzetten in Europa en ook in Spanje, toen de oorlog eenmaal afgelopen was, want er was niet alleen een oorlogsperiode, maar er was ook een naoorlogse periode, die lang duurde en hard was, en waarin niet meer geprobeerd werd om van de vijand te winnen, omdat de oorlog al gewonnen was, maar om de vijand uit te roeien, om een systeem in stand te houden dat gedurende lange tijd heeft bestaan en dat Spanje buiten het democratiseringsproces heeft gehouden en ook buiten de wederopbouw van Europa met behulp van het Marshallplan.

Veel collega’s uit de Oost-Europese landen herinneren zich het isolement waarin zij terechtkwamen na de akkoorden van Jalta en het IJzeren Gordijn dat ze van het vrije, democratische en welvarende Europa scheidde, en zo was het. Maar minder mensen herinneren zich dat in er het zuiden van Europa landen waren – Spanje en Portugal – die ook geïsoleerd waren van die beweging en die lange tijd hebben gezucht onder militaire dictaturen.

Ik herinner me dat een Amerikaans congreslid me ooit het verwijt maakte dat wij Europeanen niet dankbaar waren voor de moeite die de Amerikanen hadden gedaan om Europa te bevrijden. Ik moest hem eraan herinneren dat, wat Spanje betreft, wij nooit iets van die moeite gemerkt hebben, want omdat het militaire regime van nut kon zijn in de koude oorlog, waren ze vergeten om ons ook te bevrijden.

Vandaag zou ik de woorden van Salvador de Madariaga, wiens naam op een van onze gebouwen prijkt, tot de mijne willen maken. “Voor 1936 – zo zei hij – leefden alle Spanjaarden in Spanje en in vrijheid. Vandaag – zei hij in 1954 – leven enkele honderdduizenden Spanjaarden in vrijheid maar afgesneden van Spanje, en de rest leeft in Spanje maar afgesneden van de vrijheid”.

De vrijheid keerde terug in 1975. We begonnen de fundamenten te leggen voor een samenleving gebaseerd op democratie, op vrijheid en op het perspectief van toetreding tot Europa. Nieuwe generaties hebben nieuwe politieke eisen gesteld met betrekking tot de toekomst en met betrekking tot het verleden. Ze werden geconfronteerd met een oorlog en een dictatuur waarop een taboe rustte, en wanneer nu in Spanje gesproken wordt over moreel eerherstel voor de slachtoffers, is het onze bedoeling om een debat aan te zwengelen over de levende geschiedenis van ons land, van onze samenleving, om het volledige gewicht van ons verleden op ons te nemen, om alle gestorvenen eer te bewijzen, om niet dat deel van het geheugen te vergeten dat ongemakkelijk aanvoelt, om ons niet in leugens op te sluiten die troost bieden, en om de waarheid, die ons verlicht, onder ogen te zien. Het gaat om pijnlijke wonden die in Europa zijn beginnen te helen, maar die in de herinnering van veel mensen zijn blijven bestaan, want destijds konden deze demonen niet worden uitgedreven.

Dat is de reden voor een plechtigheid als die van vandaag, hier in het Europees Parlement: om een onvoltooid verleden van een deel van ons continent onder ogen te zien, om de fouten van gisteren niet te herhalen, om de verantwoordelijken te veroordelen, om eer te bewijzen aan hun slachtoffers, om onze erkentelijkheid uit te spreken aan allen die voor de democratie hebben gestreden, die onder vervolging hebben geleden en die hebben gewerkt aan de terugkeer van Spanje in de schoot van Europa, als ons gemeenschappelijke erfgoed.

(Langdurig applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jaime Mayor Oreja, namens de PPE-DE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik neem namens de fractie van de Europese Volkspartij en Europese Democraten het woord na deze verklaring over de recente geschiedenis van Spanje. Ik wil onderstrepen dat ons standpunt in essentie gebaseerd is op de volledige aanvaarding van en steun voor de waarden van verzoening en verwerking van een tragisch verleden, waarden die de drijvende kracht vormden achter de overgang naar de democratie en die uitmondden in de Grondwet van 1978.

Op een dag als morgen, 5 juli dertig jaar geleden, trad Adolfo Suárez in functie als minister-president van Spanje en nam hij de verantwoordelijkheid op zich om onze overgang naar de democratie vorm te geven.

Voor mensen als ik, die de eer en de kans hebben gehad om dat project te dienen, om deel uit te maken van die partij, de Unie van het Democratisch Centrum, die vanuit de regering de verantwoordelijkheid droeg voor de materiële uitvoering van die overgang, in samenwerking met andere politieke formaties en met de ondubbelzinnige steun van de Spaanse samenleving en Zijne Majesteit de Koning, komen de waarden van de Grondwet van 1978, te weten vrijheid en verzoening, en de oproep om een einde te maken aan die twee onverzoenbare Spanjes voort uit onze diepste overtuigingen. Want de vergissing, de waanzin, de tragedie in de geschiedenis van Spanje van de afgelopen eeuw was het gemak waarmee de twee Spanjes weer tot leven werden gewekt, de overdrijving die bij ons altijd op de loer ligt, het gemak waarmee die twee Spanjes ervan overtuigd raakten dat een vreedzaam en democratisch samenleven niet mogelijk was.

Wij allen weten waarom de Europese Unie is opgericht en kennen de bestaansreden van de Europese Unie, die gebouwd is op dezelfde morele kracht als die Spaanse Grondwet, de morele kracht van degenen die zich verenigen, de morele kracht van de eendracht, opdat ons recente verleden zich nooit meer herhaalt, opdat er nooit meer een wereldoorlog wordt gestart op Europees grondgebied, opdat er geen oorlog meer komt, geen dictaturen, en ook geen communistische regimes, of burgeroorlogen zoals die waaronder wij in Spanje geleden hebben.

De nieuwe Europese naties mogen fouten maken bij het oplossen van de problemen van het heden en de toekomst, maar er is één fout die we niet mogen maken, omdat we het recht niet hebben die te maken: de fouten uit het verleden herhalen, niet leren van de fouten die zijn gemaakt in onze geschiedenis.

Om al deze redenen mogen we nooit genoeg krijgen van verzoening en eendracht. We mogen onze houding niet veranderen, en daarom vinden veel Spanjaarden het een historische fout dat er nu geprobeerd wordt een tweede overgang in gang te zetten, alsof de eerste oud en achterhaald is; het is een historische fout om eenzijdig te breken met de essentie van onze Grondwet van de eendracht; het is historisch gezien waanzin om in Spanje een debat te openen over het recht op autonomie, om in Spanje nieuwe naties te creëren die nooit hebben bestaan; het is een historische fout omdat het ons wegleidt van de eendracht.

Staat u mij daarom toe, mijnheer de Voorzitter, om op deze dertigste verjaardag van de overgang van Spanje naar de democratie, die begon op 5 juli 1976, namens de Europese Volkspartij en Europese Democraten te eindigen met een hoera voor de verzoening, een hoera voor de vrijheid en een hoera voor de Spaanse Grondwet van 1978.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Schulz, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, aansluitend op uw betoog wil ik een vraag stellen: welke mentaliteit zat er achter Franco en zijn regime? Wij allen kennen deze mentaliteit: de mentaliteit van intolerantie, van de verachting van mensen, van de vernietiging van democratische instanties, de haat jegens alles wat niet zo is als men zou wensen. Achter Franco en zijn regime zaten de verachting van mensen en de fatale bereidheid om geweld te gebruiken. De onvoorwaardelijke onderwerping aan de eigen ideologie of de dood – dat was de boodschap van het Franco-regime. Dit was echter geen Spaanse boodschap: toen Franco zeventig jaar geleden de macht greep, leed mijn eigen land al drie jaar onder de dictatuur van Hitler, en regeerde Mussolini al veertien jaar in Italië. De fascistische beweging waarvan Franco – met name in militaristisch opzicht – deel uitmaakte, kwam toentertijd al in heel Europa voor.

De burgeroorlog was niet uitsluitend een Spaanse aangelegenheid. Hij vond voornamelijk plaats op Spaans grondgebied en had het Spaanse volk als slachtoffer, maar hij hield het Spaanse volk ook gegijzeld in de aanloop naar een grotere oorlog. Guernica en het Legioen Condor zijn en blijven schandvlekken in de geschiedenis van mijn land.

De jongeren die in de jaren dertig naar Spanje gingen om vrijwillig de democratie te verdedigen, vormen een roemrijke bladzijde in de geschiedenis van Europa en de wereld. Ernest Hemingway heeft een onvergetelijk literair monument voor deze generatie geschapen. De beroemde Amerikaanse schrijver Arthur Miller heeft ooit gezegd: "In de jaren dertig was het woord Spanje een explosie. Het doel was het klerikale feodalisme te overwinnen en de destructieve geest van de intolerantie het hoofd te bieden door middel van de geest van vrijheid en tolerantie."

Als we vandaag de dag aan Spanje denken, denken we als progressieven in Europa aan de ontelbare slachtoffers uit onze gelederen – maar ook daarbuiten – die in deze burgeroorlog waren te betreuren. Ook christen-democraten, liberalen en republikeinen hebben zich tegen deze intolerantie gekeerd. De hele wereldwijde gemeenschap van intellectuelen en volkeren keerde zich tegen Franco's eis tot onderwerping en verzette zich tegen hem. Franco heeft verloren.

Als we zeventig jaar later hier in dit Parlement de balans opmaken, wil ik eraan herinneren dat we sinds de invoering van directe verkiezingen voor de Voorzitter van het Europees Parlement drie Spaanse Voorzitters hebben gehad: een conservatieve Christen-democraat en twee Sociaal-democraten. Als een Spaanse Voorzitter van Catalaanse afkomst namens de afgevaardigden van 25 volkeren in Europa er nu, zeventig jaar later, aan kan herinneren dat de Europese integratie een overwinning op intolerantie en onvrijheid betekent, dan mogen we zeventig jaar later wel concluderen dat de vrijheid heeft gezegevierd en Franco heeft verloren. Iets beters kon Europa niet overkomen!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Bronisław Geremek, namens de ALDE-Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, Europa kan bogen op een rijke geschiedenis en ook al is het zo dat het Europese Parlement niet mag proberen zichzelf op te werpen als de enige instantie die de waarheid over het verleden in pacht heeft, het is voor de toekomst van de Europese integratie wel degelijk van belang dat het Parlement zich verantwoordelijk voelt voor Europa's collectieve geheugen. Dat is immers de belangrijkste factor voor de totstandbrenging van Europese eenheid.

Het is nu 2006. We denken nu terug aan de opstand van de arbeiders in Poznań in juni 1956 en de Hongaarse Opstand in oktober van datzelfde jaar – stuk voor stuk dramatische gebeurtenissen in de strijd om brood en vrijheid. Het is 2006: zeventig jaar geleden stichtte generaal Franco een dictatoriaal regime dat vrijheid, democratie en de rechtsstaat afwees. Spanje, dat eigenlijk één van de grondleggers van de Europese Unie had moeten zijn, werd tegen de wil van het Spaanse volk een halve eeuw lang van de rest van Europa gescheiden.

Bij het nadenken over deze gebeurtenissen gaat het er niet om een inventaris te maken van alle gevallen van onrechtvaardigheid, haat, strijd en leed die zich tijdens de burgeroorlog en de dictatuur hebben voorgedaan. Waar het om gaat is dat we beseffen dat wat er in Spanje gebeurd is ook in de rest van Europa is gebeurd, en dat het een van de ervaringen is geweest die de aanleiding hebben gevormd voor de oprichting en opbouw van de Europese Unie – opdat zulke dingen nooit meer gebeuren.

Europa doet er verstandig aan te beseffen dat Spanje erin is geslaagd dit dramatische hoofdstuk van zijn geschiedenis via overleg en dialoog op een vreedzame wijze af te sluiten. Laat ons de Spanjaarden prijzen voor hun moed en wijsheid.

In dit jaar van jubilea dienen het Parlement en Europa als geheel zich te verheugen over de vrijheid waarop zij zijn gegrondvest. Europa moet zich ondanks alle politieke meningsverschillen vereend voelen. We moeten ons realiseren dat we nu weten waarom Europa bestaat. Als we dat doen, bewijzen we ook eer aan de tragische ervaring die we nu met triestheid gedenken. Ik dank u.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Marc Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het Spanje van 1936 is voor ons, Europeanen, een les – of liever: vier lessen. De eerste les heeft te maken met de moed, zelfopoffering en het uitzonderlijke voorstellingsvermogen van een volk – het Spaanse volk – bij zijn streven naar vrijheid en democratie. De door het vrije Catalonië geïntroduceerde sociale vernieuwingen staan toch in ons geheugen gegrift? Is het mogelijk te vergeten wat de Spanjaarden tijdens deze opmerkelijke periode hebben proberen te verwezenlijken?

De tweede les heeft te maken met de barbaarsheid van het fascisme. Een van de symbolen van die barbaarsheid is – zoals zojuist gezegd – Guernica. Guernica staat symbool voor moord, vernietiging en vrijheidberoving. Het staat ook symbool voor een internationaal fascistisch project. Het Spaanse fascisme had zonder de steun van het nationaal-socialisme immers nooit kunnen overwinnen. In 1936 was reeds duidelijk dat de fascisten plannen hadden voor de overheersing van Europa.

De derde les is wat moeilijker te accepteren, omdat het de les der lafheid is: de lafheid van de Europeanen, de lafheid van de Fransen – ook al bevond Léon Blum zich in een moeilijke positie –, de lafheid van de Britten, de lafheid van al degenen die dachten dat als het Spaanse volk de klappen zouden opvangen, zij geen klappen zouden krijgen. Zoals in 1938 in München zou blijken, was die houding één van de ernstigste vergissingen van die periode – wij kunnen daar veel van leren. De geschiedenis heeft wel duidelijk gemaakt dat iedereen die denkt dat men zich kan verschuilen terwijl elders de storm raast zich vaak lelijk vergist. Dat is een belangrijke les, en één die voor veel Europeanen heel lang niet gemakkelijk te aanvaarden is geweest. Pacifisme heeft soms gruwelijke gevolgen. Het kan ook een teken van moed zijn. Het is altijd moeilijk om te besluiten wat het beste is – een pacifistische aanpak of juist het tegenovergestelde. Als men het over lafheid heeft, moet men ook de moed noemen die sommige mensen getoond hebben. Bijvoorbeeld de moed van Pierre Cot, een minister in het kabinet-Blum, die als minister wapens naar Spanje liet sturen. Laat ons dus Pierre Cot en zijn moedig optreden in moeilijke tijden gedenken. Hij is de vader van één van onze collega's, Jean-Pierre Cot, die ik bij dezen bedank voor het feit dat hij me over zijn vaders daden heeft verteld.

De vierde les, tot slot, heeft te maken met de verschrikkelijke intolerantie van het totalitaire communisme. We mogen niet vergeten dat de Spaanse burgeroorlog twee gezichten heeft. Om te beginnen dat van de internationale brigades die het Spaanse volk wilden helpen. Daartegenover staan de intolerante communistische brigades, die Trotskisten van de POUM en anarchisten hebben vermoord omdat deze niet dezelfde politieke ideeën hadden. Ook dat is een les die we uit de Spaanse burgeroorlog kunnen trekken. We kunnen hier zien dat bevrijding niet betekent dat men de mening van anderen naast zich neer kan leggen. Integendeel: bevrijding betekent het aanvaarden van diversiteit en democratie.

Dames en heren, de Europese Unie moet uit deze vier lessen de nodige conclusies trekken. Wij moeten daaraan denken als er in Bosnië gruwelen worden begaan of als wij verplicht zijn solidariteit te tonen met onderdrukte volkeren. Als we deze lessen goed leren, geloof ik dat onze toekomst er iets zonniger kan uitzien.

 
  
MPphoto
 
 

  Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie.(FR) Het Parlement heeft er heel goed aan gedaan deze politieke daad te stellen door te gedenken dat het nu zeventig jaar geleden is dat Franco de Spaanse burgeroorlog ontketende.

De vernietiging van de jonge Spaanse republiek is in meer dan één opzicht relevant voor Europa als geheel. Om te beginnen is het zo dat de plegers van de staatsgreep van 1936 het Volksfront alleen konden overwinnen met de steun van fascistisch Italië en nazi-Duitsland. Dat laatste land heeft in Spanje kunnen experimenteren met de blitzkrieg die het later tegen Frankrijk zou voeren. En in Guernica is voor het eerst in de wereldgeschiedenis met zware bombardementen een massale slachting onder de burgerbevolking aangericht. Dat zou een verschrikkelijk model blijken voor wat er gedurende de Tweede Wereldoorlog zou plaatsvinden.

De donkere jaren 1936-1939 vragen ook om andere redenen om aandacht van Europa: de manier waarop de Republikeinen door hun democratische buurlanden zijn verraden. Door niet in te grijpen werd de weg bereid voor München 1938, en dat heeft weer geleid tot de ramp die in 1939 ons hele continent zou treffen. We mogen ook niet vergeten dat het Westen en de Europese leiders zich na de oorlog nogal onverschillig hebben getoond ten aanzien van Franco, zodra deze zich in het conflict met het Rijk van het Kwaad bij de Goeden had aangesloten.

Tot slot is er nog één reden waarom de Spaanse tragedie een Europese dimensie heeft, en dat is de enorme solidariteit die de burgeroorlog heeft opgeroepen – bij de arbeiders, bij de gewone bevolking en bij de bekendste Europese intellectuelen. Die solidariteit kreeg treffende uitdrukking in de Internationale Brigades, samengesteld uit 40 000 vrijwilligers uit ongeveer vijftig landen.

Een aantal Spaanse republikeinen heeft zich later bij het Franse verzet aangesloten. Sommigen van hen hebben deelgenomen aan de Parijse opstand van 1944, onder de leiding van mijn helaas overleden kameraad Henri Rol-Tanguy. Anderen hebben onder leiding van generaal Leclerc meegewerkt aan de bevrijding van Straatsburg in november van datzelfde jaar.

Het lijdt geen twijfel dat het Europees bewustzijn er zonder het verschrikkelijke lijden van de slachtoffers van Franco, zonder de stoutmoedigheid van al die Spanjaarden die verzet hebben geboden, en zonder de golf van solidariteit die de jonge Republiek wist op te wekken, anders zou hebben uitgezien. Laat onze herdenking van vandaag daarom voor al de betrokken mannen en vrouwen het eerbewijs zijn dat zij verdienen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley, namens de UEN-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik weet niet precies wat ik vandaag moet zeggen omdat ik, in tegenstelling tot veel van mijn collega’s, tot een generatie behoor die geen duidelijke herinnering heeft aan de tragedie die aan de oprichting van de Europese Unie ten grondslag heeft gelegen.

Ik lees echter geschiedenisboeken en weet en begrijp wel iets van die gebeurtenis. Wij hebben het over het feit dat vandaag zeventig jaar geleden door generaal Franco een staatsgreep is gepleegd. Aan gruweldaden en tragedies op het Europese continent wordt al ruim 227 jaar elke dag weer aandacht besteed via de geschiedenisboeken.

Waar wij ons naar mijn idee nu op zouden moeten richten, is de rode draad die loopt door de fascistische, communistische, imperialistische en totalitaire regimes die wij op ons continent hebben meegemaakt: een gebrek aan respect voor de verscheidenheid van mensen en voor andere ideeën, en een intolerante houding ten opzichte van degenen die een andere koers willen volgen. Het maakt niet uit of het over Potsdam, Hongarije, Gdánsk, Siberië, Spanje, Portugal of Ierland gaat: degenen die getracht hebben om anderen hun wil op te leggen, zijn daar uiteindelijk nooit in geslaagd, omdat de kern van het mens-zijn de wil is om vrij te zijn om te waarborgen dat wij met anderen kunnen samenleven en communiceren.

Daarom is het zo belangrijk dat wij niet alleen lering trekken uit de fouten uit het verleden, maar dat wij er ook voor zorgen dat die fouten nooit meer worden gemaakt. In plaats van kritiek te leveren of met een beschuldigende vinger te wijzen en te zeggen dat deze tragedie dramatischer, schadelijker of van grotere invloed op de Europese politiek is geweest dan andere tragedies, moeten wij concluderen dat die staatsgreep nu eenmaal heeft plaatsgevonden en ons afvragen wat wij hieruit kunnen leren. In het Europa van vandaag hebben wij geleerd om verschillen te respecteren; wij hebben een forum en een manier gevonden waardoor mensen uit verschillende landen, met verschillende ideologieën en achtergronden en uiteenlopende interpretaties van dezelfde geschiedenis, samenleven, overeenkomsten ontdekken en voor een gemeenschappelijke zaak strijden.

Het beste wat wij vandaag in dit Europees Parlement kunnen doen, is minister-president Zapatero steunen bij zijn pogingen om bevolkingsgroepen die voorheen onverzoenbaar waren, nader tot elkaar te brengen teneinde een gemeenschappelijke oplossing te vinden voor de Baskische regio. Dat wil niet zeggen dat wij de gruweldaden die begaan zijn, moeten vergeven of dat wij moeten zeggen dat die fouten niet plaats hebben gevonden; waar het om draait, is dat wij duidelijk maken dat men niet in het verleden kan blijven leven, dat men niet verbitterd kan blijven. Zodra zich een kans op vrede voordoet, moeten wij die onmiddellijk grijpen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jens-Peter Bonde, namens de IND/DEM-Fractie. (DA) Mijnheer de Voorzitter, “Ze moeten worden gestopt!” Dat riep de grote jonge dichter van mijn jeugd, Gustaf Munch-Petersen, uit, toen hij als vrijwillig soldaat in de Spaanse burgeroorlog aan het front achterbleef, terwijl zijn kameraden zich terugtrokken voor de overmacht. Gustaf liet zijn vrouw, kinderen en familie achter in Denemarken. Zijn optreden was niet te verdedigen en onverantwoord en kon de pest van het fascisme niet buiten Europa houden. Zijn eenzame protest was irrationeel, maar stelt u zich eens voor dat alle burgers met dezelfde moed hadden gehandeld. Onbevreesd te sterven was zijn laatste poëtische offer.

De meeste mensen bleven passief toen de democratie werd bedreigd en op vele plaatsen werd verdrongen, totdat andere moedige personen het nazisme en het fascisme tot staan brachten.

Voor velen hier in de zaal veranderde de bevrijding in een nieuwe bezetting met het IJzeren Gordijn en de goelag. Laten wij vandaag de velen – moedig of niet – herdenken, die zijn gestorven. Laten we degenen prijzen die verzet boden als vrijwilligers in de Spaanse burgeroorlog en deelnamen aan de verdediging van de democratie en die moed en roekeloosheid betoonden in ondergrondse legers die vochten tegen het toegeeflijke beleid van de regeringen tegenover de vijanden van de democratie. Veel actieve verzetslieden hebben de weg naar de politieke partijen gevonden en ook naar de bewegingen die ik hier in dit Parlement al 27 jaar vertegenwoordig. Ze zijn bijna allemaal overleden. Mijn moedige buurman, de smid Hans, sprak op zijn doodsbed onsamenhangend over het feit dat de bommen van de Britten op de Franse school waren gevallen in plaats van op het hoofdkwartier van de Gestapo. Hij had als Brits agent de illegale tekeningen geleverd. Het was niet zijn fout, maar de gedachte aan de omgekomen leerlingen achtervolgde hem tot het einde van zijn leven.

Ik wil hier ook een jonge academicus gedenken, die het land rondreisde om de eerste Deense verzetsbeweging op te zetten, terwijl de regering samenwerkte met de Duitse bezettingsmacht. Frode Jakobsen werd vervolgens leider van de succesvolle ondergrondse regering, de Deense Vrijheidsraad. Na de oorlog werd hij minister en nam hij deel aan het grote congres van de Europese Beweging in Den Haag in 1948, dat leidde tot de oprichting van de Raad van Europa en waar een begin werd gemaakt met de Europese integratie. Hij was jarenlang voorzitter van de Europese Beweging en sociaal-democratisch Deens parlementslid. Toch stemde hij bij alle stemmingen over EG- en EU-Verdragen tegen, en leverde hij al in 1972 kritiek op de EG op democratische gronden.

Wij hebben een prijs naar hem vernoemd. Die wordt elk jaar uitgereikt aan personen die buitengewone politieke moed hebben betoond en die iets hebben gedaan voor anderen dan zichzelf op een moment dat dat niet opportuun of lucratief was of goed voor hun carrière. Het heeft ons nooit moeite gekost om kandidaten te vinden. Er zijn altijd mensen die buitengewone politieke moed betonen. En sommigen van hen hebben zich laten inspireren door het halve miljoen vrijwilligers en wereldburgers die naar Spanje reisden om te zeggen: “No pasarán”. Mijn dank aan degenen die persoonlijke moed hebben betoond en die zijn gestorven voor onze vrijheid. “El pueblo unido jamás será vencido.”

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Maciej Marian Giertych (NI). (PL) Mijnheer de Voorzitter, dat we heden ten dage in Midden-en West-Europa democratie, burgerlijke vrijheden, particulier eigendom en tolerantie hebben is het gevolg van het feit dat het communisme ons continent niet in zijn greep heeft gekregen. En dat had kunnen gebeuren. In Oost-Europa heeft de oorlogsoverwinning van Polen op de bolsjewieken in 1920 alsmede de vastbesloten weerstand van het katholieke Polen tegen de opgelegde sovjetoverheersing een dam opgeworpen tegen het communisme

Dat het communisme het Westen niet in zijn greep heeft gekregen danken we in grote mate aan de overwinning in de burgeroorlog van het traditionele Spanje op communistische regeringen. De linkse partijen in Spanje gedroegen zich, hoewel ze democratisch aan de macht waren gekomen, net als in bolsjewistisch Rusland. Zij richten hun pijlen vooral op de kerk. Bijna zevenduizend geestelijken werden vermoord. Kerken werden ontheiligd, er werd op kruizen en heiligenbeelden langs de weg geschoten. Deze aanval op katholiek Spanje leidde tot een onmiddellijke reactie van de traditionele krachten.

De internationale brigades, georganiseerd door bolsjewistisch Rusland, schoten communistisch Spanje te hulp. Volgens communistisch gebruik werden deze, net als het hele republikeinse regime volledig door cellen van de communistische partij en haar geheime diensten beheerst. Dankzij de rechtse Spaanse partijen, dankzij het Spaanse leger en zijn leiders, en in het bijzonder dankzij generaal Francisco Franco werd de communistische aanval op katholiek Spanje verijdeld. Hierdoor werden ook pogingen tegengehouden om het communistische virus naar andere landen te verspreiden.

De aanwezigheid van persoonlijkheden als Franco, Salazar of De Valera in de Europese politiek garandeerden dat Europa bleef vasthouden aan traditionele waarden. Tegenwoordig missen we dergelijke staatslieden. Vol verdriet nemen we momenteel een historisch revisionisme waar, dat erop neerkomt dat alles wat traditioneel en katholiek is in een negatief daglicht wordt geplaatst en dat alles wat werelds en socialistisch is als positief wordt voorgesteld. Laten we niet vergeten dat het nazisme in Duitsland en het fascisme in Italië ook socialistische en atheïstische wortels hadden.

De kracht van het socialistische en antikatholieke blok in dit Parlement geeft aanleiding tot ernstige ongerustheid. Duidelijke voorbeelden hiervan zagen we vorige maand tijdens de stemmingen over tolerantie en over het zevende kaderprogramma. Christelijk Europa verliest de strijd van socialistisch en atheïstisch Europa. Dat moet veranderen.

(Protest)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Schulz (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik maak gebruik van de mogelijkheid om tot besluit van het debat het woord te vragen voor een persoonlijk feit. Ik weet niet meer precies om welk artikel van het Reglement het gaat, maar ik zou toch graag een persoonlijke opmerking willen plaatsen. Ik heb aandachtig naar het betoog van mijn voorganger geluisterd. Ik wil niet gedetailleerd ingaan op de inhoud van dat betoog, maar wil wel mede namens mijn fractie het volgende zeggen: datgene wat we net hebben gehoord is de geest van de heer Franco. Het was een fascistisch betoog dat in het Europees Parlement niets te zoeken heeft!

(Levendig applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Zaleski (PPE-DE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, net als de heer Schulz wil ik gebruik maken van mijn recht om als afgevaardigde kort iets te zeggen.

Ik betreur het dat u en de Conferentie van voorzitters besloten hebben tot een dergelijk lang debat gewijd aan Francisco Franco, terwijl er niet werd toegestaan een minuut te wijden aan de vreselijke slachting die plaatsvond in Katyń. Ik had daarom verzocht uit naam van de Polen en allen die daar omkwamen. Ik ben erg teleurgesteld over het besluit mijn verzoek niet te honoreren.

 
  
MPphoto
 
 

  Hans-Gert Poettering (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, als katholiek wil ik opmerken dat we opkomen voor de menselijke waardigheid, mensenrechten, de rechtsstaat, democratie en vrijheid. Wij zijn van mening dat dictators en aanhangers van een totalitair regime – zij het fascisme, nationaal-socialisme of communisme – niet in staat zijn onze idealen te verdedigen. Wij komen met onze eigen overtuigingen voor onze idealen op.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Ik wil iedereen bedanken die aan dit debat heeft deelgenomen en ik bedank ook de collega’s die het debat hebben bijgewoond, met name de niet-Spanjaarden, voor de belangstelling die zij hebben getoond voor deze historische gebeurtenis, die zonder twijfel een tragedie was. Voorts zou ik u erop attent willen maken dat het debat op de publieke tribune gevolgd is door mensen die zich de gebeurtenissen van destijds persoonlijk nog kunnen herinneren.

(Applaus)

 
Laatst bijgewerkt op: 31 augustus 2006Juridische mededeling