Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/0054(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0515/2007

Ingediende teksten :

A6-0515/2007

Debatten :

PV 15/01/2008 - 6
CRE 15/01/2008 - 6

Stemmingen :

PV 15/01/2008 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0006

Debatten
Dinsdag 15 januari 2008 - Straatsburg Uitgave PB

6. Toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter .(EL) Aan de orde is het door Csaba Őry namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken opgestelde verslag betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (COM(2007)0159 – C6-0104/2007 – 2007/0054(COD)) (A6-0515/2007).

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. (EL) Mevrouw de Voorzitter, geachte leden van het Europees Parlement, het document dat u vandaag is voorgelegd is de nieuwste verordening tot wijziging van Verordening 1408/71. Het gaat hierbij om de bekende verordening over de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. Al meer dan dertig jaar lang vormt deze verordening de basis voor de coördinatie van de nationale socialezekerheidsstelsels. In de afgelopen jaren zijn inspanningen ondernomen om deze verordening en de bijbehorende uitvoeringsverordening te actualiseren en te vereenvoudigen. Het Parlement heeft de nieuwe Verordening (EG) nr. 883/2004 al goedgekeurd, terwijl reeds een start is gemaakt met het onderhandelingsproces over de overige instrumenten die voor de uitvoering nodig zijn, namelijk de uitvoeringsverordening en de tekst van de bijlagen. In afwachting van de inwerkingtreding van deze nieuwe wetgevingsinstrumenten is het noodzakelijk om de geldigheidsduur van Verordening 1408/71 te verlengen. Derhalve wordt u deze nieuwe technische actualisering voorgelegd. Deze actualisering heeft alleen betrekking op de tekst van de bijlagen bij de verordening en beoogt rekening te houden met wijzigingen in de wetgeving van de lidstaten.

Het is belangrijk dat deze tekst onverwijld wordt goedgekeurd zodat Verordening 1408/71 kan worden geactualiseerd, om zo de rechtszekerheid en de inachtneming van de rechten van de burgers te waarborgen.

Ik wil met name de rapporteur, de heer Csaba Őry, bedanken voor de samenwerking tussen onze beide instellingen. Zoals hij in zijn verslag duidelijk heeft vermeld zou het door een stemming over dit voorstel in eerste lezing mogelijk zijn het onverwijld goed te keuren. De amendementen zijn met dit oogmerk geformuleerd, evenals de technische wijzigingen door de Raad. Aan de andere kant heeft de rapporteur in deze fase afgezien van discussies die beter in verband met de behandeling van de uitvoeringsverordening kunnen worden gevoerd, waarbij mevrouw Lambert de rapporteur is, of in verband met de behandeling van de bijlagen, met name bijlage 11, waarbij mevrouw Bozkurt de rapporteur is.

Sommigen zouden graag de gelegenheid willen aangrijpen om in verband met dit verslag bredere kwesties aan de orde te stellen, bijvoorbeeld grensoverschrijdende gezondheidsdiensten. Ondanks de bezorgdheid omtrent dergelijke kwesties lijkt het mij niet raadzaam deze in het kader van de onderhavige technische actualisering te behandelen. De rechten van de burgers zijn meer gebaat bij een beperkte, pragmatische benadering met betrekking tot de technische actualisering. In dit verband wil ik met name mijn dank uitspreken aan de heer Őry.

De Commissie gaat akkoord met de amendementen 1 tot en met 6, 9 en 11, die de oorspronkelijke tekst in overeenstemming brengen met de algemene lijn van de Raad, en stemt in met de amendementen 7 en 8, waarin een regeling wordt geformuleerd voor een bijzonder probleem dat zich onlangs in een lidstaat, namelijk in Nederland, heeft voorgedaan sinds de hervorming van de ziektekostenverzekering. Aan de andere kant is de Commissie geen voorstander van amendement 10. De onnauwkeurige formulering van dit amendement laat het niet toe de specifieke situaties waar het op is gericht naar behoren te regelen. Het amendement druist in tegen de prioriteitsregels met betrekking tot gezinsbijslagen. Een dergelijk amendement zou verstrekkende wettelijke en economische gevolgen hebben die niet beperkt blijven tot de lidstaat in kwestie.

Ik dank u voor uw aandacht en ik wil de rapporteur nogmaals feliciteren met zijn bijdrage en zijn uitstekende medewerking.

 
  
MPphoto
 
 

  Csaba Őry, rapporteur. – (HU) mevrouw de Voorzitter, commissaris, staat u mij toe enige woorden te wijden aan de voor ons liggende wetgeving en het belang ervan, voordat ik mij tot de kleinere kwesties rond de nota’s van wijziging wend.

Zoals de commissaris al heeft gezegd, is het inderdaad waar, dat het hier om zeer oude wetgeving gaat. Zij is in 1971 tot stand gekomen en speelde sindsdien traditioneel een belangrijke rol binnen de EU als secundair regulerend instrument voor het fundamentele recht op de vrije keuze van werkgelegenheid. Het valt niet te ontkennen dat het in het Verdrag opgenomen recht op het vrije verkeer van werknemers weinig waard zou zijn, als burgers die in andere lidstaten werk zoeken, geen toegang zouden hebben tot de socialezekerheidsstelsels, of als de meeneembaarheid van hun rechten niet kan worden gegarandeerd.

Met betrekking tot beweging binnen de Unie mogen burgers die aanzienlijke risico’s nemen, geen nadeel ondervinden wat betreft hun sociale zekerheid en fundamentele sociale rechten. Alleen dan kan het vrije verkeer van werknemers een belangrijke rol spelen bij het egaliseren van de arbeidsmarkten binnen de Unie, wat voor de economie van de Unie nodig heeft.

Aan de andere kant dienen wij ook in te zien en op te merken dat Verordening nr. 1408, waarover we nu debatteren, haar functie alleen kan vervullen als zij constant met de nationale wetgeving wordt geharmoniseerd. Immers, de kwesties rondom sociaal beleid, werkgelegenheid en vrij verkeer van werknemers behoren tot en zijn van invloed op de nationale bevoegdheid van de lidstaten. Derhalve was en is het noodzakelijk de wetgeving van jaar tot jaar aan te passen en uit te breiden.

Deze wetgeving is van cruciaal belang, ook al lijkt het alsof wij slechts om bewoordingen discussiëren, in werkelijkheid heeft deze echter betrekking op mensen, op hun toekomstige leven en hun dagelijkse problemen. Wij hebben derhalve nog steeds een wetgevende taak, ook al weten we dat deze tekst maar voor een zeer korte tijd in werking zal treden, omdat, zoals de commissaris al heeft gezegd, de nieuwe verordening en richtlijn al tot stand zijn gekomen.

Zolang de nieuwe verordening nog niet is geïmplementeerd, is het omwille van de rechtszekerheid van belang voortdurend de bewoording aan te passen aan wijzigingen in de nationale wetgevingen. Een goed voorbeeld hiervan is het eerste voorgestelde amendement, waarbij de term “naast familielid” binnen de Hongaarse wetgeving werd aangepast in het Burgerlijk Wetboek, en het voor ons nu mogelijk is geworden ook de Europese bewoording hiervan aan te passen.

Dit had echter ook te maken met amendementen die op Nederland betrekking hadden, waarbij eveneens zeer duidelijk het lot van bepaalde groepen mensen werd geraakt. In dit geval blijkt het niet zeker of familieleden van soldaten die dienst doen in het buitenland, recht hebben op bepaalde sociale uitkeringen. Dit is duidelijk onacceptabel en dient aan de tekst te worden toegevoegd.

Wij hebben niettemin een oplossing voor dit probleem gevonden tijdens de werkzaamheden van de Commissie door het mondelinge voorstel van de Raad te aanvaarden en in de tekst op te nemen. Er is hier derhalve geen sprake van een probleem, aangezien ik van mening ben dat in het tiende voorgestelde amendement een geruststellende oplossing wordt aangedragen, omdat de Nederlandse regering middels een verduidelijkende circulaire de betrokken burgers op de hoogte heeft gebracht, en derhalve het niet meer nodig is voor het Parlement om dit amendement goed te keuren.

Er was niettemin de behoefte om samen te werken, en hiervoor wil ik graag alle deelnemers bedanken, zowel de parlementsleden die de amendementen hebben ingediend, als de collega’s in de Raad en de Commissie. Hartelijk dank voor de spreektijd, mijnheer de Voorzitter.

 
  
  

VOORZITTER: MARIO MAURO
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Ria Oomen-Ruijten, namens de PPE-DE-Fractie. (NL) Voorzitter, mobiliteit op de arbeidsmarkt is van het allergrootste belang. Collega Őry heeft dat net al gezegd. De coördinatieverordening, die wij vandaag bespreken, brengt in feite elk jaar de aanpassingen van de wetgevingen van de nationale lidstaten in lijn.

De lidstaten zouden eigenlijk – want dan zouden zich veel probleem niet voordoen – iedere wetgeving of iedere wijziging van sociale of fiscale wetgeving moeten testen om na te gaan of deze ook Europa-proof is. Als het resultaat dan duidelijk zou zijn, dan zou men later niet tot aanpassingen hoeven te komen.

Voorzitter, met collega Őry heb ik een aantal amendementen ingediend, en ik vind eigenlijk dat iedere collega in zijn eigen lidstaat moet kijken, als de jaarlijkse aanpassing eraan komt, of al datgene wat men voordraagt in het administratieve overleg wel is afgestemd op de werkelijkheid van Europa.

Voorzitter, we hebben twee of drie amendementen voorgesteld. De eerste twee, 7 en 8, hebben betrekking op de ziektekostenverzekering van gezinsleden van militairen die in België of Duitsland wonen. De Nederlandse militairen vallen niet onder de zorgverzekeringswet, waardoor ook de gezinsleden zich niet konden verzekeren en zij zich dus moesten aansluiten bij een alsmaar duurder wordend fonds. De Nederlandse regering heeft een brief aan de Kamer geschreven, waarin ze het Europees Parlement vraagt de amendementen aan te nemen, omdat dat de snelste oplossing is.

Het derde amendement – amendement nr. 10 – betreft de Nederlandse wet op de kinderopvang. Een gezin dat woonde in Nederland en werkte aan de andere kant van de grens had geen recht op kinderopvangvergoeding. Dat is nu via een wetswijziging ook geregeld.

Dat betekent dus dat we voor heel veel mensen, dankzij ons volharden, een aantal dingen hebben bereikt. Ik dank ook alle collega’s die zich niet hebben laten afschrikken door alle argumenten van de tweede lezing, maar ons gevolgd hebben, waardoor we heel wat hebben kunnen bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Joel Hasse Ferreira, namens de PSE-Fractie. (PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, beste collega’s, in de eerste plaats wil ik rapporteur Csaba Őry feliciteren met zijn evenwichtige verslag. In de tweede plaats wil ik onderstrepen hoe belangrijk het is om de verschillende veiligheidssystemen die in de Europese Unie van kracht zijn te coördineren en te verbeteren, waarbij deze systemen waar nodig is, aangepast moeten worden. Het is volstrekt duidelijk dat een aantal amendementen die wij onmisbaar achten fundamentele discussie mogelijk maken en het daarom gemakkelijk is om het verslag van Csaba Őry in eerste lezing goed te keuren.

Het is duidelijk dat de kwesties met betrekking tot de sociale zekerheid in Europa veel verder gaan dan de problematiek die wij met dit rapport en de hiermee samenhangende regelgevingpraktijken beogen op te lossen. Maar het gaat er hier om dat de wijziging van de wetgeving inzake sociale zekerheid met een moderniserings- en aanpassingsdoel in staten zoals Ierland, Hongarije, Polen, Nederland en Oostenrijk in acht worden genomen.

Beste collega’s, naar wij weten zit er daarnaast schot in de discussie over de uitvoering van het nieuwe regelgevingsysteem en voornamelijk de onderhandelingen van de respectievelijke uitvoeringsverordeningen. Ook in dit geval juichen wij het standpunt van de rapporteur toe en zijn wij het met hem eens om slechts een beperkt aantal onmisbare amendementen te steunen. De amendementen gaan in de richting van het waarborgen van de nodige rechtszekerheid, opdat de nieuwe regelgeving zo doeltreffend mogelijk in werking kan treden. Ik was echter op de hoogte van de verwijdering van de aanpassing waar Csaba Őry naar heeft verwezen en van de reden die hij heeft uitgelegd.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, commissaris, collega’s, het allerbelangrijkste is om ook op het gebied van de sociale zekerheid bij te dragen aan de adequate toepassing van het recht op mobiliteit van werknemers binnen de Europese Unie. Dit is nog eens bevestigd op de top van Lissabon en gedurende 2006, het Europees Jaar van de mobiliteit. Zonder deze arbeidsmobiliteit en zonder een adequate coördinatie van het sociale zekerheidssysteem zijn de Europese werknemers in hun bewegingsmogelijkheden op de arbeidsmarkt beperkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ona Juknevičienė, namens de ALDE-Fractie. – (LT) De Universele Verklaring van de rechten van de mens waarborgt het recht van vrij verkeer en verblijf van de burgers. Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie waarborgt de vrijheid van beroep en het recht om te werken. In de praktijk is er echter nog vaak sprake van belemmeringen die de burgers ervan weerhouden om in de Unie ten volle gebruik te maken van deze rechten. Sinds 1971 wordt de verordening waar we het hier over hebben beschouwd als waarborg van de sociale zekerheid van burgers die van de ene naar de andere lidstaat verhuizen. Zoals gezegd is deze verordening sinds dertig jaar van kracht, en haar bepalingen worden tamelijk vaak gewijzigd met het oog op de nationale wetgeving. In deze verordening is echter het algemene beginsel verankerd dat alle nationale regeringen, socialezekerheidsinstellingen en zelfs rechtbanken aan de communautaire bepalingen moeten voldoen wanneer zij nationale wetten toepassen. Op deze manier wordt gewaarborgd dat personen die van hun recht gebruik maken om naar een ander land binnen de Unie te verhuizen, geen nadelen ondervinden wanneer een andere nationale wetgeving wordt toegepast.

Socialezekerheidsstelsel verschillen sterk van land tot land, en hoewel de verordening regelmatig wordt gewijzigd, is zij er niet op gericht de nationale stelsels te harmoniseren, maar algemene standaards in te voeren. Daarom is het verheugend dat het aldus mogelijk is om de meest kwetsbare burgers van de Unie, zoals vrouwen, gepensioneerden en gehandicapten en hun gezinsleden te beschermen. Ik ben ervan overtuigd dat dit document ertoe bij zal dragen niet alleen de EU-lidstaten, maar ook de burgers te verenigen. Derhalve wil ik u, dames en heren, dringend verzoeken voor dit document te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Wiesław Stefan Kuc, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, de mogelijkheid om vrij binnen de Europese Unie te leven, te werken en te reizen is een van de voornaamste verworvenheden van onze burgers. In deze context is hun sociale verzekering een van de belangrijkste kwesties die we moeten behandelen, vooral nu onze Europese burgers zich op een in Europa nooit geziene schaal verplaatsen, een vorm van migratie die overigens door alle Europese instellingen sterk wordt aangemoedigd.

Ik begrijp dat we, rekening houdend met de tenuitvoerlegging van de gewijzigde verordening betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen (op dit moment is de verordening van 1971 nog steeds van kracht) proberen om alleen dat wat strikt noodzakelijk is te wijzigen en aan te passen aan de veranderingen die in sommige lidstaten zijn doorgevoerd.

Ik ben echter van mening dat we niet voldoende gebruik hebben gemaakt van deze gelegenheid die zich spontaan heeft voorgedaan en dat we de verordening niet overeenkomstig de in de nieuwe tekst voorgestelde richting hebben gewijzigd. Hoewel er inmiddels al vier jaar is verstreken sinds de goedkeuring van de nieuwe verordening, is het document nog steeds niet van kracht. De oude verordening bestaat al meer dan 37 jaar. Misschien doen we er beter aan om grondige verbeteringen aan te brengen in de bestaande tekst dan te wachten op de nieuwe verordening. De tijd staat niet stil en onze burgers worden stilaan ongeduldig.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Lambert, namens de Verts/ALE-Fractie. (EN) Voorzitter, ik dank eveneens de rapporteur voor zijn inspanningen. Ik besef dat dit vaak een zeer technische opdracht lijkt, maar deze snelle jaarlijkse aanpassingen zijn belangrijk omdat ze de burgers duidelijk maken waar ze recht op hebben. Bovendien kunnen bepaalde individuele gevallen op deze manier sneller worden behandeld.

Ik herhaal nog eens wat anderen al hebben benadrukt: dit is een coördinatie, geen harmonisatie. Dat betekent dat er veel zaken zullen zijn die erg redelijk lijken en die toch niet opgenomen worden in het erg beperkte werkterrein van deze coördinatie. We moeten ook duidelijk zijn over het feit dat deze coördinatie niet als doel heeft de nationale systemen te ondermijnen en hen te onderwerpen aan de marktkrachten, − wat we steeds vaker zien, en dan momenteel vooral op het vlak van gezondheid.

Zoals anderen al hebben aangehaald wordt er gewerkt aan de regelgeving voor de uitvoering van deze aanpassingen, maar we weten nu al dat er bepaalde kwesties niet in aan bod zullen komen. Ik vind dan ook dat we een oplossing moeten vinden voor de gevallen die buiten de reikwijdte van deze coördinatie vallen en ik vraag de Commissie met aandrang om zich daarover te ontfermen. Een voorbeeld daarvan is de situatie waarbij belastinginkomsten worden gebruikt om het socialezekerheidsstelsel ter versterken. Personen die in het buitenland werken, komen dan soms tot de vaststelling dat hun belastinggeld wordt gebruikt voor een systeem waar ze zelf geen gebruik meer van kunnen maken.

Ik dring er dan ook op aan − zoals het Parlement dat een tijdje geleden ook al heeft gedaan − om de nationale praktijken af te stemmen op de geest van de reglementering zodat we niet, zoals dat momenteel in Frankrijk gebeurt, vaststellen dat bepaalde personen, omwille van veranderingen in de nationale regelgeving, geen toegang meer hebben tot systemen waar ze zelf aan meebetaald hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE) . – (CS) Mijnheer de commissaris, het staat buiten kijf dat het nodig is om de voorgestelde technische wijzigingen in de bijlagen bij deze verordening goed te keuren. Daarmee brengen we de verordening op één lijn met de nieuwe terminologie die in sommige lidstaten wordt gebruikt. Ik zou er evenwel nogmaals op willen wijzen dat bepaalde Europese wetgeving reeds sinds enkele jaren in strijd is met de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie inzake nauwkeurigere specificaties van regels met betrekking tot verzoeken van patiënten om vergoeding van de kosten voor in het buitenland genoten gezondheidszorg. De afwijkingen van de rechtspraak zijn het duidelijkst wanneer het gaat om ziekenhuiszorg en betreffen alle uitspraken van het Hof: ik zou willen benadrukken dat zij op alle uitspraken betrekking hebben, en niet slechts op de gevallen waarover de Raad reeds een consensus heeft bereikt. Weliswaar worden patiënten in het gelijk gesteld wanneer zij zich tot het Europees Hof van Justitie wenden, maar dit is een onhoudbare juridische situatie.

Ik wil u nog eens herinneren aan de gemiste kans om de vergoedingsregeling voor verzekerden via een gepaste methode te wijzigen bij de opstelling van de nieuwe, vereenvoudigde Verordening (EG) nr. 883/2004. Twee jaar later werd ook de kans gemist om de door het Europees Hof van Justitie uitgestippelde beginselen op te nemen in de dienstenrichtlijn. Nu is er weer een nieuw jaar aangebroken, waarin slechts technische, en geen conceptuele wijzigingen worden uitgevoerd. De nieuwe uitvoeringsverordening zou uitkomst kunnen bieden, maar het ziet er niet naar uit dat zij alle problemen zal oplossen, aangezien de Raad het niet over alle kwesties eens is geworden. Bovendien wordt de situatie wellicht nog ingewikkelder nu DG SANCO met een voorstel komt voor een nieuwe richtlijn over patiëntenmobiliteit. De Raad kan zich daarom alvast voorbereiden op controversiële discussies. Eén controversieel onderwerp is de discussie over subsidies. Tevens valt te verwachten dat de wettelijke verankering van het recht van de burgers op vergoeding van ziekenhuiszorg verder zal worden vertraagd. Er bestaan meningsverschillen over het niveau van dergelijke vergoedingen en over de voorwaarden voor de toestemming daarvoor door een ziektekostenverzekeraar in eigen land.

Mijns inziens is dit uit het oogpunt van de zekerheid en toegankelijkheid van het recht en de begrijpelijkheid van het recht voor de burger een zeer onwenselijke situatie. Sommige landen lossen het probleem op door de burgers niet voor te lichten over de eisen die het Hof van Justitie heeft toegewezen. Ik ben ervan overtuigd dat dit probleem zo spoedig mogelijk moet worden opgelost door een wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004. We kunnen er niet op vertrouwen dat de controversiële nieuwe richtlijn van DG SANCO over patiëntenmobiliteit onverwijld voor overeenstemming met de rechtspraak van het Hof zorgt.

 
  
MPphoto
 
 

  Emine Bozkurt (PSE) . (NL) Voorzitter, ik dank de heer Őry voor zijn uitstekende werk. Ik wil graag in de korte tijd die ik kan spreken één ding onderstrepen. Niet alles wat schort aan de coördinatie van socialezekerheidssystemen is te wijten aan regelgeving. Veel van de problemen die zich voordoen, komen voort uit de implementatie van die regels, iets waarvoor de lidstaten zelf verantwoordelijk zijn.

Bij het werk aan het verslag-Őry zijn een aantal van deze praktische problemen boven water gekomen. Dat is precies waar het om gaat bij coördinatie; niet alleen de regelgeving moet in orde zijn, ook de praktische toepassing ervan moet hierop aansluiten. Daarom ben ik blij dat de Raadsvoorzitters van tijd tot tijd met het Parlement overleggen, onder meer over de bijlagen XI en VI bij Verordening 883, waarvoor ikzelf rapporteur ben.

Het is wel van het grootste belang dat het werk van de Raad aan deze verordening en de bijlagen binnen dit mandaat van het Parlement wordt afgerond. Ik wens de komende Raadsvoorzitters daarbij veel succes.

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Wojciechowski (UEN) . (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou het verslag van de heer Őry willen steunen. Het is een goede zaak dat de Europese Unie de socialezekerheidsregelingen coördineert, aangezien er in de uitgebreide Unie miljoenen mensen buiten de grenzen van hun eigen land werken. Mijn landgenoten, Polen, van wie er vandaag meer dan twee miljoen in verschillende EU-lidstaten aan het werk zijn, vormen daarbij de grootste groep.

Enerzijds zijn we uiteraard ingenomen met het feit dat werknemers zich vrij kunnen verplaatsen, maar anderzijds maken we ons zorgen over het voortdurend toenemende aantal gevallen van mishandeling van buitenlandse werknemers. In een aantal landen zijn gevallen aan het licht gekomen van de criminele behandeling van Poolse arbeiders die tot slavenarbeid gedwongen werden. Poolse arbeiders worden eveneens het slachtoffer van racistisch geïnspireerde aanvallen. Dat gebeurde in het Verenigd Koninkrijk en onlangs nog in Duitsland. In de Poolse media was te lezen hoe enkele Polen op brutale wijze werden aangevallen in de Duitse stad Löknitz in Mecklenburg.

Dit zijn ernstige voorvallen. We verwachten derhalve van alle lidstaten dat ze extra inspanningen leveren om buitenlandse werknemers tegen uitbuiting en vervolging te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gyula Hegyi (PSE) . (HU) Na het wegvallen van de Europese grenzen en veranderingen in de manier van leven zijn er een paar miljoen Europese burgers die in het ene land zijn geboren, in een of meer andere landen hebben gewerkt, en in weer een ander land met pensioen zouden willen gaan. Zij betalen hun sociale premies in een ander land, dan waar zij er later gebruik van willen maken.

Een van de voorwaarden voor gelijkwaardige concurrentie is, dat de sociale diensten worden geharmoniseerd. Het is derhalve op de langere termijn onvermijdelijk dat er een gestandaardiseerd Europees socialezekerheidsstelsel zal komen, inclusief pensioenstelsel, ziektekostenverzekering en sociale uitkeringen.

Een werkgroep van de Hongaarse Socialistische partij heeft aanbevolen, dat deze visie wordt opgenomen in het langetermijnprogramma van de Partij van Europese Sociaaldemocraten. De harmonisatie neemt natuurlijk tijd in beslag en zal de nodige debatten opleveren, maar ik ben er zeker van, dat in het Europa van de toekomst een grote rol is weggelegd voor een gestandaardiseerd socialezekerheidsstelsel.

 
  
MPphoto
 
 

  Petya Stavreva (PPE-DE) . (BG) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s. Voor een verenigd Europa zijn harmonisatie van de sociale wetgeving en coördinatie tussen de lidstaten inzake socialezekerheidsstelsels van doorslaggevend belang, aangezien de vrijheid van verkeer een van onze centrale waarden is.

Eenieder die in een EU-land wil werken, moet zijn rechten en plichten kennen; evenzo dienen de lidstaten de sociale rechten van hun burgers te beschermen en voor zo goed mogelijke werk- en levensomstandigheden zorgen. De sociale zekerheid van werknemers in de EU-landen is van directe invloed op de welvaart van de Gemeenschap en haar economische prestaties.

In een nieuwe lidstaat als Bulgarije is sociale zekerheid een bijzonder actueel onderwerp. Ik ben ervan overtuigd dat de harmonisatie van de socialezekerheidsstelsels op Europees niveau voor duidelijkere en eenvoudigere regels voor de burgers zal zorgen. Ik steun het verslag van de heer Őry en verzoek u dringend voor dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. (EL) Mijnheer de Voorzitter, het is belangrijk dit document snel goed te keuren teneinde de rechtszekerheid voor de burgers te versterken.

Zoals u weet is het besluitvormingsproces over de verordeningen inzake modernisering en vereenvoudiging reeds op gang gekomen, zodat het onderhavige voorstel weinig zin heeft indien de goedkeuring wordt vertraagd.

Wat betreft de noodzaak om de recente uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen op te nemen in onze wetgeving zou ik willen zeggen dat het hier om een technische kwestie gaat waarover in het kader van de onderhandelingen over de uit te voeren verordening dient te worden gediscussieerd.

De Commissie heeft in haar voorstel inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg reeds uitvoerig rekening gehouden met de recente rechtspraak van het Hof. Dit voorstel zal binnenkort in het college van commissarissen worden behandeld.

Indien het Europees Parlement voor dit document stemt zal de Commissie in het vervolg in staat zijn haar inspanningen te concentreren op het actualiseren en het vereenvoudigen van de teksten. We hebben nog veel werk voor de boeg voordat de nieuwe wetsvoorschriften uitgevoerd gaan worden. Door deze inspanningen zal het voor burgers die zich binnen de Europese Unie verplaatsen makkelijker worden gemaakt om hun rechten uit te oefenen, zodat dit fundamentele doel van de Europese eenwording concrete vorm zal aannemen.

Staat u mij toe nogmaals dank uit te spreken aan het adres van de rapporteur voor het uitstekende werk dat hij heeft verricht.

 
  
MPphoto
 
 

  Csaba Őry, rapporteur. (HU) Hartelijk dank voor de spreektijd, mijnheer de Voorzitter. Ter afsluiting is het wellicht waardevol een kwestie samen te vatten die zich op de achtergrond van dit debat schuil houdt, en die is aangehaald door een aantal mensen, waaronder mevrouw Lambert en mevrouw Bozkurt.

Toen ik trouwens dit verslag aan het voorbereiden was, waren er nooit discussies over inhoudelijke kwesties, omdat we het hier altijd over eens waren. Waar wij wel over discussieerden was, waar de bevoegdheid van de Europese wetgevers en waar die van de nationale wetgevers lag. Ik zou u graag willen verzekeren, dat wij in dit geval een zeer gevoelig evenwicht hebben bereikt.

Wij hebben daarom met de Commissie en de Raad gesproken over alle voorgestelde amendementen. Soms kwam er uiteindelijk een debat op gang, en soms kwam dit dikwijls voor, maar we hebben de oplossing gevonden. Laat dit er dus een gelukkig of goed voorbeeld van zijn dat wij ook af en toe kunnen samenwerken, als hiervoor de noodzaak bestaat. Het is voor ons evident dat deze noodzaak bestaat, maar ik denk dat niet valt te betwijfelen dat de Europese burger dit ook nodig heeft.

Van mijn kant heb ik niet getracht in het verslag verregaande wijzigingen in de tekst voor te stellen, juist omdat we nog op de verslagen over Verordening nr. 2003 van mevrouw Bozkurt en mevrouw Lambert wachten. Ik denk daarom, dat de wetgeving vooralsnog van kracht zal blijven – wellicht hebben we haar enigszins verbeterd –, maar we zullen het debat hierover bij de implementatie van de verordening voortzetten, en dit vind ik de juiste gang van zaken.

Nogmaals dank aan de Raad, de Commissie en de leden van het Parlement voor de samenwerking.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter . Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag om 11.30 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Maria Iacob-Ridzi (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) De verordening die wij hier behandelen (nr. 1408/71) speelt een belangrijke rol voor de verwezenlijking van een van de vier fundamentele vrijheden van de Europese Unie, te weten de vrijheid van verkeer. Het vrij verkeer van werknemers binnen de Europese Unie mag niet aan banden worden gelegd, noch op rechtstreekse wijze, door een beperking van de beroepsgroepen die openstaan voor onderdanen van andere lidstaten, noch indirect, door de sociale voorzieningen waarop buitenlandse werknemers aanspraak kunnen maken uit te kleden.

Om deze reden geeft de door de Commissie voorgestelde en door het Parlement aangevulde verordening duidelijk aan wanneer burgers in aanmerking komen voor de speciale voorzieningen in hun lidstaat, onder welke omstandigheden de aanspraak daarop kan worden meegenomen naar andere lidstaten en of andere sociale regelingen van toepassing zijn, om zo een eerlijke behandeling van buitenlanders te waarborgen. Wanneer we de categorieën van in Europa toepasbare arbeidsovereenkomsten willen uitbreiden, moeten we bovendien tot een gemeenschappelijke definitie van eenmanszaken en zelfstandig werk komen.

Ten slotte ben ik van mening dat dit verslag er niet in de laatste plaats toe bijdraagt de sociale rechten te garanderen van burgers die in een andere lidstaat werken. Het wegnemen van belemmeringen voor de erkenning van sociale rechten zal resulteren in een grotere mobiliteit en meer werkgelegenheid in de Unie.

 
Laatst bijgewerkt op: 7 oktober 2008Juridische mededeling