Persbericht
 

EP neemt eindverslag CIA-commissie aan

Justitie en binnenlandse zaken - 14-02-2007 - 15:20
Plenaire Vergaderingen
Delen
Giovanni Claudio Fava, member of the Temporary Committee on the alleged use of European countries by the CIA for the transport and illegal detention of prisoners

Giovanni Claudio Fava, Rapporteur

Tussen 2001 en 2005 hebben meer dan 1200 CIA-vluchten gebruik gemaakt van het Europese luchtruim en zijn er mogelijk geheime gevangenissen op militaire bases van de VS in Europa geweest. Het Parlement laakt de passieve opstelling van sommige EU-lidstaten ten aanzien van illegale operaties door de CIA. Het verslag wordt aangenomen met 382 stemmen voor, 256 tegen, bij 74 onthoudingen.

De leden hebben de toon van het verslag en de kritiek erin enigszins afgezwakt na druk van de EVP-ED en UEN-fracties, alsmede enkele nationale sociaal-democratische delegaties. Desalniettemin stemt de EVP-ED tegen het verslag.
 
Het EP is verontrust over "de omissies in de verklaringen" van de Raad en zijn secretaris-generaal, Javier Solana, tegenover de tijdelijke commissie Verondersteld Gebruik door de CIA van Europese Landen voor het Vervoer en Illegaal Vasthouden van Gevangenen met betrekking tot het overleg in de Raad en hetgeen de Raad afwist van de door de VS in de strijd tegen het terrorisme gehanteerde methoden. Het Parlement betreurt dat de Raad geen aanvulling kon geven op het bewijsmateriaal waarover de tijdelijke commissie reeds beschikte. Het EP verzoekt de Raad alle feiten en al het overleg over kwesties die binnen de bevoegdheid van de tijdelijke commissie vallen, bekend te maken. De Raad wordt nadrukkelijk verzocht een Europees buitenlands beleid en een internationale antiterrorismestrategie te bevorderen die de mensenrechten en de fundamentele vrijheden eerbiedigen.
 
Naast kritiek op Solana heeft het EP zijn twijfels over de reële inhoud van de functie van de Europese coördinator voor terrorismebestrijding, Gijs DE VRIES, aangezien deze geen bevredigend antwoord kon geven op de vragen van de tijdelijke commissie. Volgens het Parlement moeten de bevoegdheden van de coördinator binnen afzienbare tijd opnieuw worden bezien en dienen zijn werkzaamheden aan toezicht van het Europees Parlement onderworpen te worden.
 
CIA-vluchten
 
Het Parlement beklemtoont dat in de periode van eind 2001 tot eind 2005 ten minste 1245 CIA-vluchten via het Europese luchtruim zijn verlopen of op Europese luchthavens een tussenlanding hebben gemaakt, waaraan een onbekend aantal militaire vluchten met hetzelfde doel moet worden toegevoegd. Het EP merkt op dat er wellicht meer CIA-vluchten zijn geweest dan die waarvan het bestaan door het onderzoek van de tijdelijke commissie is bevestigd, maar dat niet al deze vluchten voor buitengewone overdrachten van gevangenen zijn gebruikt. Het Parlement betreurt dat Europese landen de zeggenschap over hun luchtruim en luchthavens hebben opgegeven door CIA-vluchten toe te laten of door de vingers te zien die in sommige gevallen gebruikt werden voor buitengewone overdrachten of onwettig vervoer van gevangenen. Het EP herinnert deze landen aan de verplichtingen die voor de lidstaten van de Raad van Europa voortvloeien uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.
 
Illegale overdrachten van vermeende terroristen
 
Het EP wijst erop dat "buitengewone overdrachten" (extraordinary renditions) een buitengerechtelijke gang van zaken vormen die in strijd is met internationale mensenrechtennormen. Bij een buitengewone overdracht wordt een persoon die verdacht wordt van betrokkenheid bij terrorisme onrechtmatig ontvoerd, gearresteerd, aan Amerikaanse functionarissen overgedragen en/of naar een ander land gebracht voor ondervraging. Daarbij is in de meeste gevallen sprake van incommunicado-detentie en foltering. Het Parlement veroordeelt buitengewone overdrachten als een onwettig instrument dat de VS gebruiken in het kader van terrorismebestrijding. De EP-leden veroordelen ook het feit dat de geheime diensten en regeringsautoriteiten van bepaalde lidstaten deze gang van zaken meermalen geaccepteerd en verborgen gehouden hebben.
 
Naming and shaming: het Verenigd Koninkrijk
 
Het Parlement neemt kennis van de getuigenverklaring van Craig Murray, voormalig Brits ambassadeur in Oezbekistan, over de uitwisseling van met foltering verkregen inlichtingen, en het juridisch advies van Michael Wood, voormalig juridisch adviseur van het Britse ministerie van Buitenlandse en Gemenebestzaken. Het EP is bezorgd over het juridisch advies van Michael Wood waarin wordt gesteld dat het ontvangen of bezitten van informatie die met foltering verkregen is, als zodanig niet verboden is door het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, voorzover er geen sprake is van rechtstreekse deelname aan de foltering. Het Parlement veroordeelt elke poging om informatie te verkrijgen door middel van foltering, ongeacht wie daarbij betrokken is.
 
De leden nemen kennis van de verklaringen van mevrouw Margaret Beckett, staatssecretaris van Buitenlandse en Gemenebestzaken van het VK, in een geschreven reactie op een parlementaire vraag, waarin zij toegeeft dat de Britse regering op de hoogte was van een geheim gevangenissennetwerk van de CIA voordat president Bush in september 2006 het bestaan ervan erkende. De leden verzoeken de Britse regering mee te delen of zij deze kwestie bij de Amerikaanse autoriteiten heeft aangekaart en of zij andere Europese regeringen van de kwestie in kennis heeft gesteld of daarover met hen heeft gesproken.
 
Duitsland
 
Het EP bedankt de Duitse parlementaire onderzoekscommissie voor het onderzoeken van het geval van Khaled El-Masri. Het EP neemt er kennis van dat het onderzoek van de commissie tot dusverre heeft aangetoond dat de Duitse autoriteiten niet betrokken waren bij de onwettige ontvoering.
 
Het EP wijst er vervolgens op dat volgens informatie die is verstrekt door de advocaat van Murat Kurnaz en informatie die door de Duitse overheid is verstrekt, er een mogelijkheid was voor vrijlating van Murat Kurnaz uit Guantánamo in 2002, maar dat dit werd afgeslagen door de Duitse overheid. Ook wijst het Parlement erop dat Kurnaz' advocaat sinds 2002 meermalen van de Duitse regering te horen kreeg dat niet met de VS over vrijlating kon worden onderhandeld omdat Murat Kurnaz Turks staatsburger was. Reeds eind oktober 2002 was gebleken dat van Murat Kurnaz geen terreurdreiging uitging. De parlementsleden betreuren dat Murat Kurnaz tijdens zijn detentie in Guantánamo twee keer, in 2002 en 2004, door Duitse functionarissen is ondervraagd zonder dat er van een formele tenlastelegging of een formeel proces sprake was en zonder dat hij rechtsbijstand kreeg. Duitse functionarissen ontzegden hem alle rechtsbijstand en waren alleen in ondervraging geïnteresseerd.
 
België
 
Het Parlement verzoekt de Belgische regering de resultaten van alle uitgevoerde onderzoeken naar het gebruik van Belgische luchthavens en het Belgische luchtruim door vliegtuigen die betrokken waren bij het programma van buitengewone overdrachten of het vervoer van gevangenen, bekend te maken. Het Parlement wijst op de verklaringen van de voorzitter van de Belgische Senaat, Anne-Marie LIZIN, alsook op de conclusies van het verslag van de Senaat waarin het gebrek aan medewerking van de Belgische inlichtingendiensten en de Belgische autoriteiten aan het begin van het onderzoek wordt betreurd. Wel verwijst het EP naar de eindconclusies van het verslag van de Belgische Senaat waaruit de bereidheid van België spreekt om de ondervonden problemen op te lossen.
 
Italië
 
De afgevaardigden huldigen de openbare aanklager Spataro voor het efficiënte en onafhankelijke onderzoek dat hij heeft ingesteld om helderheid te verschaffen in de buitengewone overdracht van Abu Omar. De afgevaardigden steunen bovendien het besluit van de Giudice dell'Udienza Preliminare om 26 Amerikaanse staatsburgers, CIA-agenten, zeven hoge SISMI-ambtenaren, een medewerker van de speciale carabinieri-eenheid ROS en de adjunct-hoofdredacteur van het dagblad Libero voor de rechter te brengen.
 
Polen
 
Het EP stelt vast dat er, in overeenstemming met de verklaringen van president George Bush van 6 september 2006, een lijst werd gepubliceerd met de namen van veertien gevangenen die van een geheime detentievoorziening naar Guantánamo waren overgebracht. Zeven van de veertien namen kwamen voor in een bericht van ABC News dat negen maanden daarvoor, op 5 december 2005, gepubliceerd was maar kort daarna weer van de website van ABC was verwijderd. In dat bericht werden de namen genoemd van twaalf vermoedelijke leiders van Al Qaeda die in Polen vastzaten.
 
Het Parlement neemt kennis van de verklaringen van de hoogste vertegenwoordigers van de Poolse autoriteiten dat er zich in Polen geen geheime detentiecentra bevonden. De Assemblee is, gelet op het hierboven weergegeven indirecte bewijsmateriaal, evenwel van oordeel dat kan worden bevestigd noch ontkend dat zich in Polen geheime detentiecentra bevonden.
 
Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
 
De Vergadering wijst erop dat het begrip "geheime detentievoorziening" niet alleen gevangenissen omvat, maar ook elke andere gelegenheid waar iemand in incommunicado-detentie wordt gehouden, zoals particuliere woningen, politiebureaus en hotelkamers, zoals in het geval van Khaled El-Masri in Skopje. Het EP is zeer verontrust dat geheime detentievoorzieningen zich in sommige gevallen wellicht bevonden op Amerikaanse militaire bases in Europese landen.
 
Roemenië
 
Het Parlement acht de verklaringen van de Roemeense autoriteiten tegenover een delegatie van de tijdelijke commissie tijdens een werkbezoek aan Roemenië onvoldoende om uit te sluiten dat Amerikaanse geheime diensten in Roemenië op clandestiene basis hebben geopereerd. Het EP wijst erop dat er geen afdoende bewijsmateriaal is verstrekt om de beschuldigingen aangaande het bestaan van een geheime detentievoorziening op Roemeens grondgebied te ontkrachten.
 
Aanbevelingen
 
Het EP verzoekt de Europese landen ervoor te zorgen dat onschuldige burgers die het slachtoffer zijn geworden van een buitengewone overdracht, compensatie krijgen in de vorm van daadwerkelijke en snelle schadevergoeding, revalidatie, de garantie dat een en ander niet opnieuw zal gebeuren, en een adequate financiële schadeloosstelling. Het EP heeft namelijk geconstateerd dat er in elk geval 21 goed gedocumenteerde gevallen zijn van buitengewone overdrachten waarbij de slachtoffers via een EU-lidstaat werden vervoerd of ingezetenen van een lidstaat waren.
 
Het EP herinnert aan de beginselen en waarden waarop de Europese Unie gegrondvest is en die vermeld staan in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Het Parlement verzoekt de EU-instellingen vanuit hun verantwoordelijkheid krachtens artikel 7 van het EU-Verdrag alle relevante maatregelen te nemen naar aanleiding van de conclusies die uit het werk van de tijdelijke commissie kunnen worden getrokken en de feiten die zij aan het licht heeft gebracht. In concreto verwacht het EP dat de Raad op alle betrokken regeringen druk uitoefent om de Raad en de Commissie volledige en grondige informatie te verstrekken. Indien nodig moet de Raad hoorzittingen houden en opdracht geven tot een onafhankelijk onderzoek.
 
Procedure: Initiatief / Debat: 14 februari 2007 / Stemming: 14 februari 2007 / Verslag aangenomen (382-256-74)
REF.: 20070209IPR02947