Procedure : 2008/2530(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0279/2008

Ingediende teksten :

B6-0279/2008

Debatten :

PV 04/06/2008 - 20
CRE 04/06/2008 - 20

Stemmingen :

PV 05/06/2008 - 6.16
CRE 05/06/2008 - 6.16

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0256

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 133kWORD 66k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0277/2008
28 mei 2008
PE407.478v01-00
 
B6‑0279/2008
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Pierre Jonckheer, Cem Özdemir, Angelika Beer en Kathalijne Maria Buitenweg
namens de Verts/ALE-Fractie
over de Top EU-VS

Resolutie van het Europees Parlement over de Top EU-VS 
B6‑0279/2008

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over transatlantische betrekkingen, in het bijzonder zijn resolutie van 25 april 2007(1),

–  onder verwijzing naar zijn resoluties over klimaatverandering, in het bijzonder die van 16 november 2005(2), 26 oktober 2006(3) en 14 februari 2007(4),

–  gezien de komende Europees-Amerikaanse Top van 10 juni 2008 in het Sloveense Brdo,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat vrede, democratie, mensenrechten en eerbiediging van de regels van de rechtsstaat, het internationaal recht, duurzame economieën en een duurzame ontwikkeling gemeenschappelijke waarden zijn die de basis vormen van het transatlantische partnerschap, dat tevens een hoeksteen is van het buitenlandse beleid van de EU,

B.  overwegende dat de transatlantische partners op grond van hun overheersende economische rol in de wereld een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor de staat van de mondiale economische governance en voor oplossingen voor de mondiale economische uitdagingen, met name in verband met de huidige crises op de belangrijkste financiële markten, groeiende onevenwichtigheden op het vlak van valuta-aanpassingen en handelsbetrekkingen, de huidige of weer de kop opstekende schuldencrisis in enkele van de armste landen, en steeds zorgwekkender welvaartsverschillen tussen en in landen,

C.  overwegende dat een sterk en functionerend partnerschap tussen de EU en de VS een essentieel instrument is om de mondiale ontwikkeling gestalte te geven, in het belang van gemeenschappelijke waarden en op basis van een effectief multilateralisme en het internationale recht,

D.  overwegende dat beleidscoördinatie op de gebieden vredesopbouw, conflictpreventie, non-proliferatie en ontwapening de kern van een vernieuwd Europees-Amerikaans partnerschap zou moeten uitmaken,

E.  overwegende dat ondanks de significante vooruitgang die recentelijk is geboekt de partners zich nieuwe inspanningen moeten getroosten om de sfeer van onderling vertrouwen te verbeteren,

F.  overwegende dat hernieuwde, sterkere en goed op elkaar afgestemde pogingen in het werk moeten worden gesteld om te reageren op de crises die zich in de wereld voordoen, met name in het licht van de nieuwe kans op een alomvattende oplissing van het conflict in het Midden-Oosten, die geboden wordt door 'Annapolis',

G.  overwegende dat het in de strijd tegen het internationale terrorisme noodzakelijk is te onderstrepen hoe belangrijk het is dat het internationaal recht en verdragen inzake de mensenrechten en de fundamentele vrijheden volledig worden geëerbiedigd, hetgeen inhoudt dat wetgeving tegen het terrorisme te allen tijde aan parlementaire controle en rechterlijke toetsing moet worden onderworpen,

H.  overwegende dat in het kader van het Amerikaanse geheimedetentieprogramma nog altijd honderden gevangenen, hoofdzakelijk Afghanen, worden vastgehouden in verschillende gevangenissen, zoals de militaire basis Bagram en Guantánamo, in overtreding van de internationale humanitaire en mensenrechtenwetgeving,

I.  overwegende dat het Europees Parlement herhaaldelijk heeft aangedrongen op een transatlantische partnerschapsovereenkomst, ter vervanging van de Nieuwe transatlantische agenda van 1995,

J.  overwegende dat het zelfzuchtige handelsbeleid van de EU en de VS in beslissende mate heeft bijgedragen aan de dreigende mislukking van de ronde van Doha van WTO-handelsonderhandelingen en zo de steun in de wereld voor multilateralisme bij de vaststelling van billijke en rechtvaardige handelsregelingen heeft verzwakt,

K.  overwegende dat decennia van exportsubsidies en voedselhulp, met name van de VS en de EU, verantwoordelijk zijn geweest voor de vernietiging van de zelfvoorzieningslandbouw en de kleinschalige landbouw in ontwikkelingslanden, en miljoenen families hun land heeft ontnomen, zonder een toereikende toegang tot voedsel,

L.  overwegende dat de EU en de VS, als twee van de belangrijkste donoren in de wereld van ontwikkelingshulp en als belangrijke handelspartners binnen bilaterale en multilaterale onderhandelingen, gewicht in de schaal leggen en op verantwoordelijke wijze moeten optreden, onder meer door het ontwikkelen en gebruiken van instrumenten die sociaal rechtvaardige en milieuvriendelijke handelsregels begunstigen, zoals het concept van gekwalificeerde markttoegang, als voorgesteld door het Europees Parlement,

1.  is van oordeel dat de Europees-Amerikaanse betrekkingen verder moeten worden verbeterd, mits dit gebeurt op basis van gelijkheid en de EU erin slaagt eensgezind op te treden; gelooft dat goede transatlantische betrekkingen kunnen bijdragen tot het aanpakken van een breed scala aan uitdagingen waarover beide partijen zich zorgen maken, met name in de gemeenschappelijke aanpak van crisisgebieden als de westelijke Balkan, de zuidelijke Kaukasus, het Midden-Oosten, Afghanistan, bestrijding van terrorisme, de huidige voedselcrisis, energiebevoorradingszekerheid en klimaatverandering, economische recessie en handelsonevenwichtigheden, en transparantie en regulering van de financiële markten;

2.  neemt nota van het initiatief voor een Nieuw transatlantische economisch partnerschap, ter vervanging van de Nieuwe transatlantische agenda; herhaalt dat dit economische initiatief moet worden overwelfd met een nieuwe kaderovereenkomst die een passende institutionele en politieke basis biedt om gemeenschappelijke politieke en economische doelen na te streven en om gezamenlijk de uitdagingen van de 21-ste eeuw het hoofd te bieden;

3.  spreekt zich uit voor deelname van het Amerikaanse congres en het Europees Parlement aan dit proces; roept de Europees-Amerikaanse Top op steun te geven aan de parlementaire dimensie van het partnerschap en de wetgevers nauwer te betrekken bij zowel de dialoog tussen de uitvoerende macht in de EU en de VS, alsook het maatschappelijk middenveld aan beide zijden van de Atlantische Oceaan;

Handelsvraagstukken en de voedselcrisis

4.  onderstreept dat de nagestreefde invoering van uniforme normen voor handel, waarover op de vergadering van de TEC in november 2007 met betrekking tot een routekaart voor wederzijdse erkenning in 2009 van handelspartnerschapsovereenkomsten tussen de EU en de VS van gedachten is gewisseld, niet mag leiden tot een harmonisatie van de sociale, milieu- en gezondheidsnormen op een lager niveau, beveelt aan de transatlantische milieudialoog nieuw leven in te blazen en op te nemen in de TEC om de transatlantische samenwerking op regelgevingsgebied bekend te maken met optimale praktijken ter bevordering van de gezondheid van de consument., de veiligheid en milieubescherming, en zo een duurzamere transatlantische markt in de hand te werken;

5.  is van oordeel dat de overeenkomst die de TEC - met de inbreng van Brazilië - in 2008 probeert te bereiken over gemeenschappelijke normen voor agrobrandstoffen inadequaat zal blijven zolang de hoogste normen met betrekking tot de duurzaamheid voor het milieu van de teelt van gewassen voor agrobrandstoffen daar geen onderdeel van uitmaken; dringt er bij de transatlantische partners op aan een moratorium voor de teelt van gewassen voor agrobrandstoffen te steunen, tenzij de gevolgen daarvan voor de mondiale voedselzekerheid grondig zijn onderzocht;

6.  dringt erop aan fundamentele openbare diensten en met name onderwijs, gezondheid, hygiëne, water- en energievoorziening, en audiovisuele en culturele diensten, categorisch vrij te stellen van liberalisering in de bilaterale transatlantische betrekkingen en in het multilaterale kader van de WTO;

7.  beschouwt het relatieve handelsvoordeel voor de VS als gevolg van de weigering tot ondertekening van het Protocol van Kyoto als een vorm van ecologische dumping die de EU moet opvangen door middel van corrigerende maatregelen, zoals belastingaanpassingen aan de grens;

8.  verzoekt de regering van de VS zich te onthouden van verdere betwisting van EU-wetgeving en EU-praktijken ten aanzien van vergunningen voor de invoer, etikettering en traceerbaarheid van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders;

9.  dringt er bij de regeringen van Canada en de VS op aan hun vergeldingsmaatregelen voor EU-importen, als reactie op het verbod op de invoer van met hormonen behandeld rundvlees in de EU, in te trekken en te aanvaarden dat er steeds meer wetenschappelijk bewijs is waaruit blijkt dat hormonen die voor de productie van rundvlees worden gebruikt - zoals Oestradiol -17 beta - kankerverwekkend en genotoxisch zijn en bijgevolg onaanvaardbare risico's vormen; dringt er bij de Commissie op aan beroep aan te tekenen tegen het besluit van de WTO in deze zaak van 30 maart 2008, krachtens welk de VS en Canada de afzet van met hormonen behandeld rundvlees in Europa mogen afdwingen;

10.  maakt zich zorgen over de belofte van commissaris Verheugen tijdens de laatste TEC-bijeenkomst op 13 mei 2008 om het verbod op de invoer in de EU van gevogelte uit de VS dat tegen ziekteverwekkers is behandeld op te heffen, terwijl er geen nieuwe wetenschappelijke adviezen voorliggen die zijn beweringen aangaande de veiligheid van dat gevogelte staven;

11.  zet vraagtekens bij de gezamenlijke Europees- Amerikaanse open investeringsovereenkomst die op 13 mei 2008 door de TEC werd overeengekomen ter bevordering van onbeperkte investeringsvrijheid in een tijd van dreigende financiële storingen en ernstige bezorgdheid over het gebrek aan transparantie en verantwoordingsplicht van een aantal financiële en investeringsproducten, en blijft van mening dat over investeringen door staatsfondsen politiek overleg moet worden gevoerd;

12.  spoort de Europese leden van de G7 aan het probleem van de 'leveraged' financiële speculatie (met schuldfinanciering), met name op de levensmiddelen- en grondstoffenmarkten, op de agenda van de volgende G7-bijeenkomst te plaatsen; is van oordeel dat de regelgeving die de Amerikaanse financiële toezichthouders in reactie op de crisis met de subprime leningen hebben vastgesteld niet volstaat om het vertrouwen in de financiële markten te herstellen; waarschuwt voor het aanhoudende gevaar van ongecontroleerde risicodekkingsfondsen en risicokapitaalfondsen voor de wereldeconomie, nationale economieën en afzonderlijke bedrijven, en dringt aan op stevige maatregelen om ze aan banden te leggen; herinnert eraan dat twee derde van alle risicodekkingsfondsen en risicokapitaalfondsen vanuit een offshorelocatie opereren, en hamert er daarom op dat oplossingen stevige maatregelen tegen belastingparadijzen moeten omvatten;

13.  vindt dat de Commissie en de Amerikaanse regering zich op het niveau van de WTO meer en op gecoördineerdere wijze moeten inspannen om met name de armere ontwikkelingslanden in de gelegenheid te stellen hun plaatselijke voedselproductie te beschermen, en deze landen in onderhandelingen over akkoorden niet onder druk moeten zetten exportbelastingen of kwantiteitscontroles bij de export op te geven indien deze met het oog op de handhaving van de nationale voedselbevoorradingszekerheid gerechtvaardigd zijn;

14.  roept de EU, de VS, alsmede internationale financiële instellingen op de ontwikkelingslanden niet te dwingen economische basissectoren en overheidsdiensten die van wezenlijk belang zijn voor de bevolking te liberaliseren of te privatiseren;

15.  verwelkomt het initiatief van de regering van de VS om de voedselhulp te ontkoppelen en beschouwt dit initiatief als eerste belangrijke stap naar de hervorming van het gehele voedselhulpprogramma, met als doel om volledig rekening te houden met de noodzaak van proactieve ondersteuning van een verbeterde regionale en lokale voedselveiligheid, die in het verleden vaak werd ondermijnd door gekoppelde voedselhulp van de VS;

16.  roept de Commissie op te praten over de noodzaak om een groot deel van het Europese en Amerikaanse budget voor ontwikkelingshulp te reserveren voor landbouwonderzoek en -training en de uitwisseling van goede praktijken voor landbouwers, teneinde de op de regionale en de lokale markt gerichte productie te stimuleren en doeltreffende en duurzame teeltmethodes, zoals vruchtwisseling en gemengde teelt, verder te ontwikkelen, alsmede participerende, aan de lokale omstandigheden aangepaste niet-GGO-teelt van planten en dieren, teneinde te zorgen voor stabiliteit in de lokale voedselvoorziening en deugdelijke landbouwstelsels met op lange termijn lage energiebehoeftes;

Visavraagstukken en bestrijding van terrorisme

17.  herhaalt dat alle onderdanen van de EU het recht moeten hebben onder dezelfde voorwaarden naar de VS te reizen; verwelkomt in dit verband de resultaten van de JBZ-Raad van 18 april 2008, waarin de Commissie een duidelijk mandaat wordt gegeven om met de VS te onderhandelen over het visumontheffingsprogramma en met name over het Electronic System of Travel Authorisation (ESTA) en over de uitwisseling van gegevens;

18.  stelt dat deze onderhandelingen transparant moeten zijn, op het beginsel van wederkerigheid moeten stoelen en de Europese gegevensbeschermingsregels in acht moeten nemen; is derhalve verheugd over de twaalf overeengekomen gegevensbeschermingsbeginselen, maar voegt er direct aan toe dat dit niet volstaat en dat er te veel uitzonderingen op de beginselen zijn afgesproken;

19.  vindt dat er een gemeenschappelijke, Europees-Amerikaanse autoriteit voor gegevensbescherming moet worden opgericht en dat in alle Europees-Amerikaanse overeenkomsten een gegevensbeschermingshoofdstuk moet worden opgenomen; verzoekt de EU en de VS hierover inhoudelijke onderhandelingen te starten; is op basis van het finaliteitsbeginsel fel gekant tegen de Amerikaanse eis om toegang te krijgen tot Europese gegevensbestanden zoals SIS en VIS;

20.  is van oordeel dat met de VS een gemeenschappelijk kader moet worden overeengekomen met garanties voor het bijzondere Europees-Amerikaanse partnerschap op het gebied van de bestrijding van terrorisme, inclusief een beter afgebakende definitie van terrorisme;

21.  dringt erop aan dat de Raad in een duidelijke, krachtige verklaring een beroep doet op de regering van de VS een einde te maken aan de praktijk van niet-reguliere arrestaties en overbrenging van personen en dat de regering van de VS om opheldering wordt gevraagd over het bestaan van geheime gevangenissen buiten het grondgebied van de VS;

22.  dringt er in dit verband bij de Amerikaanse regering op aan een eind te maken aan zijn geheimedetentieprogramma, de faciliteiten daarvoor te sluiten en de nog overgebleven gevangenen te berechten of anders vrij te laten, overeenkomstig de internationale wetgeving en normen;

23.  is van oordeel dat de personen van wie vaststaat dat ze zich in het kader van het geheimedetentieprogramma aan foltering, moord en gedwongen verdwijningen hebben schuldig gemaakt ter verantwoording moeten worden geroepen, en roept de Amerikaanse regering op een schadeloosstelling toe te kennen aan de slachtoffers van de misdaden, alsmede aan alle personen die illegaal zijn vastgehouden voor de duur van hun detentie;

24.  verzoekt de regeringen van de lidstaten van de EU en van de VS om in VN-kader een initiatief te starten voor het hervormen van de bestaande praktijk van de lijsten van sancties, met inbegrip van de vaststelling van procedures voor een billijke behandeling, de opsomming van de redenen, efficiënte juridische bescherming en verhaalsmogelijkheden;

Veiligheidsvraagstukken

25.  hoopt dat de Amerikaanse regering op deze Top bereid zal zijn met de EU een gemeenschappelijke strategie overeen te komen om vooruitgang te boeken bij het reduceren van zowel massavernietigingswapens, als conventionele wapens, en daarmee een breuk tot stand te brengen met de huidige Amerikaanse handelswijze van vermenigvuldiging van de militaire uitgaven en ongebreidelde versterking van zijn militaire technologische potentieel in de wereld en vermogen om een grootschalige oorlog te voeren;

26.  verzoekt de Raad met de Amerikanen te bespreken op welke wijze de toekomstige NPV-prepcoms positief kunnen worden benaderd als een eerste kans om de mondiale non-proliferatieregeling te versterken in de aanloop naar de NPV-toetsingsconferentie in 2010; onderstreept in dit verband dat tijdens de Top gesproken moet worden over een aantal initiatieven voor nucleaire ontwapening op basis van de tijdens de NPV-toetsingsconferentie in 2000 unaniem overeengekomen '13 praktische stappen'; herhaalt dat dergelijke stappen de impasse kunnen doorbreken bij de goedkeuring van een controleerbaar verdrag inzake het verbod op de vervaardiging van splijtbare materialen voor kernwapens (Fissile Material Cut Off Treaty) en de inwerkingtreding van het Verdrag over een algeheel verbod op kernproeven dichterbij kunnen brengen; wijst erop dat de VS, Frankrijk en het VK in dit verband ook van modernisering van hun kernwapenarsenalen zouden moeten afzien, en dat de VS zijn kernkoppen uit Europa zou moeten terugtrekken; verzoekt de Raad het voortouw te nemen om onderhandelingen te beginnen over het zogenaamde 'kernwapenverdrag' om alle kernwapens in de hele wereld uit te bannen;

27.  herhaalt zijn opvatting dat het tijd is dat de transatlantische partners - inclusief de VS - mondiaal de leiding nemen bij de tenuitvoerlegging, verbetering en totstandbrenging van meerdere internationale verdragen die hoog op de onderhandelingsagenda van de VN zijn gezet betreffende het toezicht op het verbod op specifieke soorten conventionele wapens; wijst erop dat dergelijke verdragen onfder andere betrekking hebben op de volledige uitvoering van het VN-Actieprogramma inzake handvuurwapens en lichte wapens, en het Mondiale verdrag inzake de overbrenging van wapens; het Noorse, door een aantal landen gesteunde initiatief voor een verbod op cluster-submunitie en het Wereldwijde verdrag voor de uitbanning van landmijnen (waaronder de uitbreiding van het toepassingsgebied van dit verdrag tot alle soorten mijnen, zowel AP- als AT-types); herhaalt zijn standpunt dat de uitbanning van het gebruik van witte fosfor en verarmd uranium integraal deel moet gaan uitmaken van het verdrag inzake de zogenoemde conventionele wapens;

28.  is er volstrekt niet van overtuigd dat Europa in de nabije toekomst behoefte heeft aan een raketsysteem ter bescherming van zijn grondgebied tegen langeafstandsraketten met MVW-koppen die worden gelanceerd door schurkenstaten of actoren die niet door een staat worden gesteund; is ervan overtuigd dat om nieuwe wapenwedlopen (waaronder in de ruimte), terreurdreiging en andere dreigingen voor de Europese en de mondiale veiligheid op de lange termijn, zoals de klimaatverandering, te voorkomen grote investeringen moeten worden gedaan in conflictpreventie en ontwapeningsinitiatieven;

Klimaatverandering en vervoersbeleid

29.  dringt er bij beide partners met nadruk op aan het eens te worden over een gezamenlijke benadering om de klimaatverandering te beperken tot een maximum temperatuursstijging van 2 graden Celsius in vergelijking met de niveaus van voor de industrialisering door eerlijke bijdragen aan de inspanningen ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door de ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen overeenkomstig hun verschillende verantwoordelijkheden en respectieve capaciteiten;

30.  wijst in dit verband met klem op de specifieke verantwoordelijkheid van de ontwikkelde landen om de leiding te nemen bij de beperking van de emissies; dringt er bij de VS op aan om krachtige binnenlandse maatregelen te nemen die tot absolute emissiebeperkingen leiden, en een actieve rol op zich te nemen in de komende internationale onderhandelingen teneinde deel te nemen aan de toekomstige kimaatveranderingsregeling;

31.  is verheugd over de beloften van de belangrijkste presidentskandidaten om de broeikasgasemissies in de VS aan te pakken en te streven naar een internationaal akkoord in uiterlijk 2009 om een gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen; stemt in met de recente ontwikkelingen in de VS, bijvoorbeeld regionale 'cap-and-trade'-initiatieven en activiteiten op federaal, plaatselijk en bedrijfsniveau gericht op een reductie van de broeikasgasemissies;

32.  herinnert eraan dat, om een redelijke kans te hebben de opwarming tot 2 graden Celsius te beperken, vóór 2020 een totale vermindering van 30% ten opzichte van de niveaus van 1990 nodig is voor alle industrielanden, met een verdere vermindering in de orde van grootte van 80% vóór 2050; is van oordeel dat er tijdelijke handelsaanpassingsmaatregelen aan de grenzen nodig zijn om een compensatie te bieden voor eventuele concurrentieverstoringen of het gevaar van koolstoflekkage, totdat er een alomvattende internationale klimaatovereenkomst is;

33.  betreurt de negatieve benadering door de huidige Amerikaanse regering van het EU-beleid inzake bestrijding van de klimaatverandering ten gevolg van luchtvaartactiviteiten, die ook haaks staat op 'cap-and-trade'-wetgeving waarover in het congres is gedebatteerd en die ook gericht is op het reduceren van de emissies van de luchtvaartsector;

Buitenlandse zaken

34.  leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland, de P5+1, om Iran een nieuw pakket stimulerende maatregelen aan te bieden in een poging dat land zover te brengen dat het afziet van zijn programma voor uraniumverrijking; roept de VS met het oog op het bereiken van een oplossing op volmondig 'ja' te zeggen tegen onderhandelingen met Iran, met inachtneming van de regels en verplichtingen van het NPV;

35.  betreurt het feit dat de optimistische toon van de verklaringen die vorig jaar bij de herstart van het vredesproces in Annapolis zijn afgelegd niet aansluit bij de verwachtingen en de vooruitzichten in de praktijk in het gebied; spreekt zijn grote bezorgdheid uit over het gebrek daadwerkelijke vooruitgang in de onderhandelingen tussen de betrokken partijen; spoort de EU en de VS aan binnen het Kwartet een nieuw initiatief te ontwikkelen om de huidige humanitaire crisis in de Gazastrook het hoofd te bieden en de belangrijkste kwesties in de onderhandelingen aan te pakken, teneinde vóór het eind van dit jaar een alomvattende twee-statenoplossing te bereiken, zoals voorzien in Annapolis;

36.  vraagt de regering van de VS een duidelijk plan voor zijn toekomstige betrokkenheid met Irak te presenteren, inclusief doelstellingen, een exitstrategie en een tijdspad voor de terugtrekking van zijn troepen;

37.  vraagt de regering van de VS om een aanzienlijke verhoging van zijn financiële steun voor Iraakse vluchtelingen en van het aantal inreisvisa voor verdreven Irakezen die naar de VS willen;

38.  benadrukt dat de VS, de EU en de NAVO op zo kort mogelijke termijn samen met de VN moeten analyseren welke strategische en conceptuele misrekeningen tot de huidige instabiliteit in Afghanistan hebben geleid; is van oordeel dat de nadruk op militaire oplossingen moet worden vervangen door grotere civiele wederopbouwinspanningen en meer steun voor plaatselijke veiligheids- en justitiële structuren; vraagt de regering van de VS operatie "Enduring Freedom" in Afghanistan te beëindigen en steun te geven aan een initiatief voor een door de VN-missie in Afghanistan geleide internationale raad, bestaande uit de belangrijkste donoren, partners in de militaire alliantie en VN-organisaties, om de diverse wederopbouwinspanningen in Afghanistan te bundelen in één gezamenlijk concept en besluitvormingsstructuur;

39.  is van mening dat de lessen van de inval in Irak geïntegreerd moeten worden in het beginsel 'verantwoordelijkheid om te beschermen' zoals bekrachtigd door de VN-Wereldtop van 2005, en met name in de 'preventie- en wederopbouwverantwoordelijkheid';

40.  verzoekt de Raad opnieuw met de VS te praten over het Internationaal Strafhof als een fundamentele pijler van het internationale recht; verwacht van de toekomstige Amerikaanse regering een constructievere opstelling ten aanzien van de ratificatie van de statuten van het Internationaal Strafhof en dat ze zich actief inzet voor een akkoord over de nog altijd niet vastgelegde definitie van agressie, zoals voorzien in artikel 5.2 van de statuten van Rome, in de aanloop naar de toetsingsconferentie van het Internationaal Strafhof in 2009;

41.  beklemtoont zich te zullen blijven inzetten voor de versterking en de stabiliteit van het transatlantisch partnerschap door middel van zijn deelname aan de transatlantische wetgeversdialoog; ondersteunt de inspanningen voor het opzetten van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing op wetgevingsgebied tussen het Europees Parlement en het Amerikaanse congres;

42.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen van de lidstaten en aan de president en het Congres van de Verenigde Staten van Amerika.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0155.
(2) Aangenomen teksten, P6_TA(2005)0433.
(3) Aangenomen teksten, P6_TA(2005)0460.
(4) Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0038.

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2008Juridische mededeling