Procedure : 2011/2866(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0572/2011

Ingediende teksten :

B7-0572/2011

Debatten :

PV 16/11/2011 - 12
CRE 16/11/2011 - 12

Stemmingen :

OJ 17/11/2011 - 86
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0511

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 129kWORD 76k
7.11.2011
PE472.777v01-00
 
B7-0572/2011

naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7‑0641/2011

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement


over het open internet en netneutraliteit in Europa


Herbert Reul namens de Commissie industrie, onderzoek en energie

Resolutie van het Europees Parlement over het open internet en netneutraliteit in Europa  
B7‑0572/2011

Het Europees Parlement,

–   gezien de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's COM (20110222 def. van 19 april 2011 over het open internet en netneutraliteit in Europa,

–   gezien de vraag van xx xx xxxx aan de Raad over de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Het open internet en netneutraliteit in Europa (O-xxxx/xxxx - B7 0000/2011),

–   gezien de verklaring van de Commissie over netneutraliteit (2009/C 308/02) van 18 december 2009,

–   gezien artikel 1, lid 8, onder g), van Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronischecommunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten,

–   gezien de artikelen 20, lid 1, onder b), 21, lid 3, onder c) en d), en 22, lid 3, van Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie, en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming,

–   gezien Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau,

–   gezien zijn resolutie van 6 juli 2011 getiteld Breedband in Europa: investeren in digitale groei,

–   gezien Mededeling COM(2010)0245 def. van de Commissie van 19 mei 2010 over de Digitale Agenda voor Europa,

–   gezien de conclusies van de Raad van 31 mei 2010 over de "Digitale Agenda voor Europa",

–   gezien Mededeling COM(2011)206 def. van de Commissie van 13 april 2011 getiteld "Akte voor de interne markt: Twaalf hefbomen voor het stimuleren van de groei en het versterken van het vertrouwen "Samen werk maken van een nieuwe groei"",

–   gezien de top over "Open internet en netneutraliteit in Europa", die het Europees Parlement en de Commissie op 11 november 2010 samen in Brussel hebben georganiseerd,

–   gezien de in mei 2011 in opdracht van de IMCO-commissie gepubliceerde studie met als titel "Network Neutrality: Challenges and responses in the EU and in the US" (IP/A/IMCO/ST/2011-02),

–   gezien het advies van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming van 7 oktober 2011 over netneutraliteit, 'traffic management' en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens,

–   gezien artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van het Reglement,

A. overwegende dat de Raad van plan is tijdens de zitting van de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie op 13 december 2011 conclusies aan te nemen met betrekking tot het open internet en netneutraliteit in Europa;

B.  overwegende dat de EU-lidstaten tegen 25 mei 2011 hadden moeten voldoen aan het nieuwe EU-telecompakket 2009 en dat de Commissie al de nodige maatregelen heeft getroffen om ervoor te zorgen dat de beginselen van het EU-Verdrag en van het "acquis communautaire" in acht worden genomen;

C. overwegende dat het Europees Parlement de Commissie ertoe heeft opgeroepen de neutraliteit en het open karakter van het internet te beschermen en eindgebruikers beter in staat te stellen om informatie op te vragen en te verspreiden, en gebruik te maken van de applicaties en diensten van hun keuze;

D. overwegende dat de Commissie het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) heeft verzocht een onderzoek in te stellen naar de belemmeringen om van exploitant te wisselen, naar de mogelijkheden om internetverkeer te blokkeren of af te knijpen, en naar de transparantie en kwaliteit van de dienstverlening in de lidstaten;

E.  overwegende dat het open karakter van het internet een essentiële aanjager is geweest voor concurrentievermogen, economische groei en innovatie, die heeft geleid tot spectaculaire ontwikkelingen op het vlak van online toepassingen, inhoud en diensten, en dus ook van de groei in het aanbod van en de vraag naar inhoud en diensten; tevens heeft het gefungeerd als een cruciale versneller in het vrije verkeer van kennis, ideeën en informatie, ook in landen waar de toegang tot onafhankelijke media beperkt is;

F.  overwegende dat er derde landen zijn die mobiele breedbandaanbieders hebben belet legale websites en VoIP- of videotelefonietoepassingen te blokkeren die concurreerden met hun eigen spraak- of videotelefoniediensten;

G. overwegende dat internetdiensten op grensoverschrijdende schaal worden aangeboden en dat het internet het zenuwcentrum is van de mondiale economie;

H. overwegende dat breedband en internet, zoals ook wordt onderstreept in de digitale agenda voor Europa, met name belangrijke aanjagers zijn voor de economische groei, nieuwe banen en de versterking van het concurrentievermogen van Europa op mondiaal niveau;

I.   overwegende dat Europa alleen door het stimuleren van een goed functionerende interne digitale markt in staat zal zijn de mogelijkheden van de digitale economie volledig te benutten;

 

1.  is verheugd over de mededeling van de Commissie en deelt haar analyse, in het bijzonder wat betreft de noodzaak van het handhaven van het open en neutrale karakter van het internet als een belangrijke drijfveer van innovatie en consumentenvraag, en het feit dat moet worden gewaarborgd dat het internet kwalitatief hoogwaardige diensten kan blijven aanbieden, binnen een kader dat de grondrechten bevordert en eerbiedigt;

2.  merkt op dat er volgens de analyse van de Commissie in dit stadium geen duidelijke behoefte is aan bijkomende regulering op het gebied van netneutraliteit op Europees niveau;

3.  wijst evenwel op het potentieel van anticoncurrerend en discriminerend gedrag bij 'traffic management', met name van de kant van verticaal geïntegreerde ondernemingen; is verheugd over het voornemen van de Commissie om de resultaten van de onderzoeken van BEREC naar praktijken die mogelijkerwijs de netneutraliteit in de lidstaten negatief beïnvloeden, openbaar te maken;

4.  verzoekt de Commissie de consistente toepassing en handhaving van het bestaande EU-regelgevingskader voor de telecommunicatiesector te garanderen, en binnen zes maanden na de bekendmaking van de resultaten van de onderzoeken van BEREC te bekijken of aanvullende regelgeving nodig is voor het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van toegang tot informatie, de vrijheid van keuze van consumenten en mediapluralisme, om daadwerkelijke concurrentie en innovatie tot stand te brengen, en om burgers, het bedrijfsleven en overheidsdiensten zo breed mogelijk in het genot te stellen van de voordelen van het gebruik van het internet, en onderstreept dat elk Europees voorstel voor regelgeving op het gebied van netneutraliteit altijd het onderwerp van een effectbeoordeling moet zijn;

5.  staat positief tegenover de activiteiten van het BEREC op dit terrein en roept de lidstaten, en met name de NRI's, ertoe op nauw samen te werken met het BEREC;

6.  verzoekt de Commissie om samen met BEREC en de lidstaten de ontwikkeling van praktijken op het gebied van 'traffic management' en interconnectie-overeenkomsten, met name het blokkeren of afknijpen of bovenmatig duur maken van VoIP en file sharing, alsook concurrerentiebelemmerende gedragingen en bovenmatige kwaliteitsvermindering, nauw in de gaten te houden, zoals vereist door het EU-regelgevingskader voor de telecommunicatiesector, en verzoekt de Commissie er derhalve op toe te zien dat aanbieders van internetdiensten de mogelijkheid voor personen om een dienst te gebruiken teneinde inhoud, toepassingen of diensten van hun keuze, ongeacht bron of doel, te gebruiken, te verzenden, te plaatsen, te ontvangen of aan te bieden, niet blokkeren, belemmeren of reduceren, en die personen niet discrimineren;

7.  verzoekt de Commissie het Parlement te informeren over bestaande praktijken op het gebied van 'traffic management', de interconnetiemarkt en netwerkcongestie, alsook over het verband met achterblijvende investeringen; verzoekt de Commissie het onderwerp 'apparatuurneutraliteit' verder te onderzoeken;

8.  dringt bij de Commissie, de lidstaten en het BEREC aan op een consistent beleid op het gebied van netneutraliteit en op de effectieve tenuitvoerlegging van het nieuwe EU-telecompakket;

9.  onderstreept dat oplossingen voor de kwestie netneutraliteit alleen effectief kunnen zijn wanneer sprake is van een consistente Europese benadering; verzoekt de Commissie in dit verband de goedkeuring van nationale regels inzake netneutraliteit nauwlettend in de gaten te houden, en daarbij met name te bekijken wat de gevolgen daarvan zijn voor de respectieve nationale markten en de interne markt; is van oordeel dat door de Commissie geformuleerde, voor de hele EU geldende richtsnoeren, waaronder met betrekking tot de mobiele markt, die tot doel hebben ervoor te zorgen dat de bepalingen van het telecompakket inzake netneutraliteit correct en op consistente wijze worden toegepast en gehandhaafd, voor alle betrokken partijen goed zouden zijn;

10. wijst met nadruk op het belang van samenwerking en coördinatie tussen de lidstaten en met name tussen de NRI's, alsook met de Commissie, zodat de EU ten volle van het potentieel van het internet kan profiteren;

11. vestigt de aandacht op de ernstige problemen die kunnen optreden wanneer afbreuk wordt gedaan aan het netneutraliteitsbeginsel, en die bijvoorbeeld de vorm kunnen aannemen van concurrentiebelemmerend gedrag, innovatieobstakels, beperking van de vrijheid van meningsuiting en pluralisme in de media, verzwakking van het consumentenbewustzijn en inbreuken op de privacy, die nadelig zullen uitvallen voor zowel bedrijven en consumenten als voor de democratische samenleving in haar geheel, en herinnert aan het advies van de Europese toezichthouders voor gegevensbescherming over de invloed van praktijken op het vlak van 'traffic management' op de vertrouwelijkheid van communicaties;

12. wijst er nog eens op dat het EU-telecompakket gericht is op bevordering van de vrijheid van meningsuiting, niet-discriminerende toegang tot inhoud, toepassingen en diensten, en effectieve concurrentie, en dat derhalve alle maatregelen in de sfeer van netneutraliteit – los van de bestaande concurrentiewetgeving – gericht moeten zijn op het aanpakken van eventuele concurrentievervalsende praktijken, en moeten resulteren in investeringen en de toepassing van nieuwe innovatiegerichte businessmodellen voor de online economie moeten faciliteren;

13. beschouwt het netneutraliteitsbeginsel als een belangrijke voorwaarde om een innovatiegericht internetecosysteem tot stand te kunnen brengen en om ten behoeve van de Europese burgers en ondernemers een gelijk speelveld te kunnen waarborgen;

14. is van mening dat effectieve concurrentie in de sector elektronische communicatiediensten, transparantie met betrekking tot 'traffic management' en kwaliteit van de dienstverlening, in combinatie met het gemakkelijk kunnen veranderen van provider, noodzakelijke minimumvoorwaarden zijn om netneutraliteit te kunnen garanderen, zodat de vrije keuze en gebruiksmogelijkheden van de eindgebruiker verzekerd zijn;

15. erkent dat er behoefte is aan een doordacht systeem voor 'traffic management' om te waarborgen dat de connectiviteit van de eindgebruiker niet wordt verstoord door congestieproblemen; in dit verband kunnen providers, onder toezicht van nationale regelgevende instanties, procedures voor het meten en vormgeven van internetverkeer gebruiken, teneinde de functionale capaciteit en stabiliteit van het netwerk te handhaven en aan vereisten op het gebied van de kwaliteit van de diensten te voldoen; verzoekt de bevoegde nationale autoriteiten met klem alles te doen wat zij krachtens de richtlijn universele diensten kunnen om minimumnormen voor de kwaliteit van diensten op te leggen en is van oordeel dat het waarborgen van kwaliteit bij de doorgifte van urgente diensten geen argument mag zijn om concessies te doen op het punt van de te leveren inspanningsverplichting;

16. verzoekt de bevoegde nationale autoriteiten met klem ervoor te zorgen dat interventies op het gebied van 'traffic management' niet leiden tot concurentiebelemmerende praktijken of schadelijke discriminatie; is van mening dat gespecialiseerde (of beheerde) diensten niet mogen leiden tot aantasting van het beginsel van een robuuste toegang tot het internet op basis van een inspanningsverplichting, waarmee innovatie en de vrijheid van meningsuiting worden bevorderd, voor concurrentie wordt gezorgd en voorkomen wordt dat er een nieuwe digitale kloof ontstaat;

Consumentenbescherming

17. dringt aan op transparantie bij 'traffic management', met inbegrip van een betere informatieverschaffing aan eindgebruikers, en onderstreept dat consumenten in staat moeten worden gesteld gefundeerde keuzes te maken en over te stappen op een andere provider die het best aansluit bij hun behoeften en voorkeuren, waaronder op het gebied van downloadsnelheid en -volume en -diensten, en herinnert er in dit verband aan dat het belangrijk is consumenten duidelijke, effectieve, betekenisvolle en vergelijkbare informatie te geven over alle relevante commerciële praktijken met een vergelijkbaar effect, in het bijzonder voor mobiel internet;

18. verzoekt de Commissie aanvullende richtsnoeren op te stellen met betrekking tot het recht om van provider te veranderen, teneinde te voldoen aan de transparantievereisten en een situatie van gelijke rechten van consumenten in de hele Europese Unie dichterbij te brengen;

19. wijst erop dat er van consumentenzijde vragen zijn gerezen omtrent de discrepantie tussen geadverteerde en feitelijk geleverde snelheden voor internetverbindingen; roept de lidstaten er in dit verband toe op het verbod op misleidende reclame op een consistente manier te handhaven;

20. erkent dat er manieren moeten worden gevonden om het vertrouwen van de burger in de onlineomgeving te versterken; dringt er derhalve bij de Commissie en de lidstaten op aan door te gaan met de ontwikkeling van educatieve programma's ter verbetering van de ICT-vaardigheden van de consument en om digitale uitsluiting tegen te gaan;

21. verzoekt de Commissie om consumentenvertegenwoordigers en maatschappelijke organisaties uit te nodigen actief en op voet van gelijkheid met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven deel te nemen aan de discussies over de toekomst van het internet in de EU;

22. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

Laatst bijgewerkt op: 11 november 2011Juridische mededeling