Procedure : 2012/2512(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0019/2012

Ingediende teksten :

B7-0019/2012

Debatten :

OJ 01/02/2012 - 59

Stemmingen :

PV 02/02/2012 - 12.8
CRE 02/02/2012 - 12.8
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0024

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 120kWORD 66k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0017/2012
25.1.2012
PE479.457v01-00
 
B7-0019/2012

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over Iran en zijn nucleaire programma (2012/2512(RSP))


María Muñiz De Urquiza, Ana Gomes, Pino Arlacchi namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Iran en zijn nucleaire programma (2012/2512(RSP))  
B7‑0019/2012

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over Iran,

–   gezien artikel 110 van zijn Reglement,

A. overwegende dat de EU-ministers van Buitenlandse Zaken hebben besloten tot extra restrictieve maatregelen tegen Iran in de energiesector, inclusief een gefaseerd embargo op de invoer van Iraanse ruwe olie in de EU, in de financiële sector, onder meer tegen de Centrale Bank van Iran, en in de vervoerssector, alsook tot verdere uitvoerbeperkingen, met name wat betreft goud en gevoelige goederen en technologie voor tweeërlei gebruik, en tot toevoeging van verdere personen en entiteiten op de EU-lijst, waaronder verscheidene die onder zeggenschap van het Korps van de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) staan;

B.  overwegende dat de aangenomen restrictieve maatregelen een afspiegeling zijn van de ernstige en toenemende bezorgdheid over de "mogelijke militaire dimensies van het nucleaire programma van Iran", zoals in het laatste IAEA-rapport tot uiting komt; overwegende dat de recente aanvang van de werkzaamheden in verband met uraniumverrijking tot 20% in de faciliteit in Fordow nabij Qom de bezorgdheid over mogelijke militaire doeleinden van Iran's nucleaire programma nog groter maakt; overwegende dat het IAEA evenwel niet ondubbelzinnig heeft vastgesteld dat Iran het maken van kernwapens nastreeft;

C. overwegende dat de Raad nogmaals heeft bevestigd zich in te zetten voor een diplomatieke oplossing van het Iraanse nucleaire probleem overeenkomstig de tweesporenaanpak;

D. overwegende dat de Raad opnieuw heeft bevestigd dat de EU blijft streven naar een alomvattende regeling op lange termijn die internationaal vertrouwen wekt in het uitsluitend vreedzame karakter van het nucleaire programma van Iran en tegelijk het legitieme recht van Iran op vreedzaam gebruik van kernenergie overeenkomstig het NPV eerbiedigt;

E.  overwegende dat door het ontbreken van een daadwerkelijke dialoog tussen het Westen en Iran de spanningen in de Perzische Golfregio zijn geëscaleerd en de leiders in Teheran zelfs hebben gedreigd de Straat van Hormuz te sluiten, wanneer de olie-export van het land wordt geblokkeerd;

1.  onderschrijft de extra door de Raad aangenomen restrictieve maatregelen tegen Iran in zowel de energie- als de financiële sector alsook de extra sancties tegen personen en entiteiten, waaronder verscheidene die onder zeggenschap van het Korps van de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) staan;

2.  verzoekt de Raad en de Commissie alle in Europa opererende particuliere en openbare entiteiten duidelijk te waarschuwen voor de juridische gevolgen waarmee zij te maken zullen krijgen, wanneer zij op enigerlei wijze de tegen Iran genomen restrictieve maatregelen trachten te omzeilen dan wel met voeten te treden;

3.  geeft uiting aan zijn grote bezorgdheid over de toenemende internationale spanningen en de dreigementen over en weer in verband met Iran's nucleaire programma;

4.  betreurt ten zeerste de opvoering van de uraniumverrijkingsactiviteiten van Iran in weerwil van zes resoluties van de VN-Veiligheidsraad en elf resoluties van de Raad van het IAEA, hetgeen blijkt uit de onlangs begonnen werkzaamheden in verband met uraniumverrijking tot 20% in de ondergrondse faciliteit in Fordow nabij Qom;

5.  herinnert eraan dat Iran partij is bij het NPV en in die hoedanigheid inspecties van zijn erkende nucleaire installaties door het IAEA moet toestaan; dringt er bij Iran op aan zijn volledige medewerking te verlenen aan het IAEA, ook in het kader van het geplande bezoek van zijn adjunct-directeur-generaal voor veiligheidscontrole;.

6.  onderstreept dat een militaire confrontatie moet worden vermeden en dat alles in het werk moet worden gesteld voor een diplomatieke oplossing van de nucleaire crisis;

7.  herinnert eraan dat de sancties geen doel op zich zijn; herinnert eraan dat Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, en de Raad zich inzetten voor een tweesporenaanpak; dringt er krachtig bij de E3+3 en Iran op aan naar de onderhandelingstafel terug te keren en verzoekt de onderhandelaars een voor alle partijen aanvaardbaar compromis uit te werken in het kader waarvan het laagverrijkt uranium van Iran wordt ingezet als brandstof voor een medische onderzoeksreactor;

8.  onderstreept dat de humanitaire gevolgen van de extra sancties grondig moeten worden geëvalueerd en op de voet moeten worden gevolgd; is bezorgd over de mogelijke negatieve gevolgen ervan voor de gehele Iraanse bevolking, waardoor de opportunistische propagandacampagne van de Iraanse regering verder zal worden aangewakkerd;

9.  betuigt zijn volledige solidariteit met alle Iraanse burgers die de grove schendingen van de mensenrechten door de Iraanse autoriteiten dapper weerstaan en verzoekt de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger en de Raad naar nieuwe intelligente wegen te zoeken om alle activisten voor mensenrechten en democratie in Iran concreet te ondersteunen;

10. is bezorgd over de arrestaties op grote schaal van Iraanse journalisten en bloggers , met name de gevallen van Parastoo Dokouhaki en Marzieh Rasouli, die volgens berichten in isoleercellen in de Evin-gevangenis in Teheran gevangenzitten; beschouwt dit optreden als een duidelijke poging van de Iraanse regering om op alle mogelijke wijzen vrije uitwisseling van informatie in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van maart 2012 te verhinderen;

11. veroordeelt alle daden van agressie, moord en provocatie, zoals de blijkbaar afgesproken moorden op Iraanse kernwetenschappers, getuige de onlangs gepleegde aanslag op Mostafa Hamadi Roshan, alsook de detentie van en de doodvonnissen jegens buitenlandse burgers door de Iraanse veiligheidsdiensten ten einde de politieke druk op te voeren, zoals onlangs in het geval van de Amerikaanse burger Amir Mirzaei Hekmati;

12. dringt er bij de regering en het parlement van Iran op aan het Aanvullend Protocol te ratificeren en ten uitvoer te leggen en de bepalingen van de Comprehensive Safeguard Agreement volledig te implementeren;

13. is van oordeel dat de betrekkingen met Iran niet uitsluitend tot het nucleaire vraagstuk moeten worden beperkt, wil men tot een vermindering van de spanningen met dit land komen; dringt er bijgevolg bij de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger en de Raad op aan zich permanent en consequent in te zetten voor een bredere agenda die ook andere onderwerpen omvat, zoals de situatie in Irak en Afghanistan, regionale veiligheid en mensenrechten en die tot meer samenwerking zou kunnen leiden, zodra het nucleaire conflict naar tevredenheid is bijgelegd;

14. onderstreept dat in landen waartegen de EU restrictieve maatregelen heeft uitgevaardigd, een aanwezigheid van de EU ter plaatse uitermate belangrijk is om ervoor te zorgen dat de lidstaten en de hoofden van EU-delegaties nauw worden betrokken bij het proces van het afbakenen, toepassen, controleren en evalueren van restrictieve maatregelen en de gevolgen ervan ten einde deze voor de Iraanse bevolking tot een minimum te beperken; dringt bijgevolg aan op een EU-delegatie in Teheran;

15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de EU, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de VN-Veiligheidsraad, de directeur-generaal van het IAEA, de regeringen en parlementen van de Masjraklanden, de Samenwerkingsraad van de Golf, Israël, Palestina, Irak, Turkije en de regering en het parlement van de Islamitische Republiek Iran.

Laatst bijgewerkt op: 27 januari 2012Juridische mededeling