Procedure : 2013/2996(RSO)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0001/2014

Ingediende teksten :

B7-0001/2014

Debatten :

Stemmingen :

OJ 15/01/2014 - 184

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0018

ONTWERPBESLUIT
PDF 188kWORD 99k
6.1.2014
PE525.645v01-00
 
B7-0001/2014

ingediend overeenkomstig artikel 183 van het Reglement


over de bevoegdheden van de parlementaire commissies (2013/2996(RSO))


Conferentie van voorzitters

Besluit van het Europees Parlement over de bevoegdheden van de parlementaire commissies (2013/2996(RSO))  
B7‑0001/2014

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Conferentie van voorzitters,

–   gezien artikel 183 van zijn Reglement,

1.  besluit bijlage VII van zijn Reglement te vervangen door de volgende tekst:

"Bijlage VII – Bevoegdheden van de parlementaire commissies

I.     Commissie buitenlandse zaken

Deze commissie is bevoegd voor de bevordering, tenuitvoerlegging en controle van het buitenlands beleid van de Unie ten aanzien van:

1.  het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB). Hierbij wordt de commissie bijgestaan door een Subcommissie veiligheid en defensie;

2.  de betrekkingen met andere EU-instellingen en ‑organen, de VN en andere internationale organisaties en interparlementaire vergaderingen voor aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen;

3.  het toezicht op de Europese Dienst voor extern optreden binnen de bevoegdheden van de commissie;

4.  de intensivering van de politieke betrekkingen met derde landen door middel van veelomvattende samenwerkings- en hulpverleningsprogramma's of internationale overeenkomsten, zoals associatie- en partnerschapsovereenkomsten;

5.  de opening, follow-up en sluiting van onderhandelingen over toetreding van Europese staten tot de Unie;

6.  het toezicht op en de follow-up van, onder andere, het Europees nabuurschapsbeleid (ENB), met name met betrekking tot de jaarlijkse ENB‑voortgangsverslagen;

7.  kwesties betreffende de democratie, de rechtsstaat, de rechten van de mens, met inbegrip van de rechten van minderheden, in derde landen en de beginselen van het internationale recht; Hierbij wordt de commissie bijgestaan door een Subcommissie mensenrechten, die moet zorgen voor de samenhang tussen alle externe beleidsmaatregelen van de Unie en haar beleid inzake de mensenrechten. Onverminderd de relevante bepalingen, kunnen de vergaderingen van de subcommissie worden bijgewoond door leden van andere commissies en organen met bevoegdheden op dit terrein;

8.  de betrokkenheid van het Parlement bij missies voor verkiezingswaarneming, zo nodig in samenwerking met andere relevante commissies en delegaties.

De commissie draagt zorg voor het beleidstoezicht en de coördinatie van de werkzaamheden van de gemengde parlementaire commissies en parlementaire samenwerkingscommissies, alsmede van de werkzaamheden van de interparlementaire delegaties, delegaties ad hoc en missies voor verkiezingswaarneming die onder haar bevoegdheid vallen.

II.   Commissie ontwikkelingssamenwerking

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de bevordering en tenuitvoerlegging van en het toezicht op het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de Unie, met name

a)  de politieke dialoog met de ontwikkelingslanden, zowel bilateraal als in relevante internationale organisaties en interparlementaire fora,

b)  hulpverlening aan en samenwerkingsovereenkomsten met de ontwikkelingslanden, met name het toezicht op doeltreffende steunverlening en de evaluatie van de resultaten, mede ten aanzien van de uitroeiing van de armoede,

c)  toezicht op het verband tussen de beleidsmaatregelen van de lidstaten en die welke op het niveau van de Unie ten uitvoer worden gelegd,

d)  bevordering van democratische waarden, goed bestuur en mensenrechten in de ontwikkelingslanden,

e)  tenuitvoerlegging, controle en bevordering van de samenhang van de maatregelen van het ontwikkelingsbeleid;

2.  volledige wetgeving, planning en nauwkeurig onderzoek van de maatregelen in het kader van het Instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI), het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) en het Instrument voor humanitaire hulp, alsmede alle kwesties in verband met humanitaire hulp in ontwikkelingslanden en het beleid dat daaraan ten gronde ligt;

3.  kwesties betreffende de ACS-EU-Partnerschapsovereenkomst en de betrekkingen met relevante organen;

4.  de betrokkenheid van het Parlement bij missies voor verkiezingswaarneming, zo nodig in samenwerking met andere relevante commissies en delegaties.

Deze commissie draagt zorg voor de coördinatie van de werkzaamheden van de interparlementaire delegaties en delegaties ad hoc die onder haar bevoegdheid vallen.

III.  Commissie internationale handel

Deze commissie is bevoegd voor aangelegenheden in verband met de vaststelling en tenuitvoerlegging van en het toezicht op het gemeenschappelijk handelsbeleid en in verband met de externe economische betrekkingen van de Unie, met name:

1.  financiële, economische en handelsbetrekkingen met derde landen en regionale organisaties;

2.  het gemeenschappelijk buitentarief en de handelsfacilitatie, alsmede de externe aspecten van de douanevoorschriften en het douanebeheer;

3.  het aangaan, toezien op, sluiten en volgen van bilaterale, multilaterale en plurilaterale handelsovereenkomsten waarin de economische en handelsbetrekkingen met derde landen en regionale organisaties geregeld zijn;

4.  technische harmonisatie- of normalisatiemaatregelen op gebieden die bij internationale rechtsinstrumenten zijn geregeld;

5.  betrekkingen met relevante internationale organisaties en internationale fora over met handel verband houdende zaken, en met organisaties ter bevordering van de regionale, economische en commerciële integratie buiten de Unie;

6.  de betrekkingen met de Wereldhandelsorganisatie, met inbegrip van de parlementaire dimensie ervan.

Deze commissie onderhoudt contacten met de relevante interparlementaire delegaties en delegaties ad hoc voor zover het gaat om de economische en commerciële aspecten van de betrekkingen met derde landen.

IV.  Begrotingscommissie

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  het meerjarig financieel kader voor de ontvangsten en uitgaven van de Unie en voor het stelsel van eigen middelen van de Unie;

2.  de begrotingsbevoegdheden van het Parlement ten aanzien van de begroting van de Unie en het voeren van onderhandelingen over en het ten uitvoer leggen van interinstitutionele akkoorden op dit gebied;

3.  de raming van het Parlement overeenkomstig de in het Reglement vastgestelde procedure;

4.  de begrotingen van de gedecentraliseerde organen;

5.  de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank;

6.  de budgettering van het Europees Ontwikkelingsfonds, onverminderd de bevoegdheden van de voor de ACS-EU-Partnerschapsovereenkomst bevoegde commissie;

7.  de financiële gevolgen van alle besluiten van de Unie en de verenigbaarheid daarvan met het meerjarig financieel kader, onverminderd de bevoegdheden van de relevante commissies;

8.  de follow‑up en evaluatie van de tenuitvoerlegging van de lopende begroting onverminderd artikel 78, lid 1, van het Reglement, kredietoverschrijvingen, procedures voor personeelsformaties, huishoudelijke kredieten en adviezen inzake vastgoedprojecten met aanzienlijke financiële gevolgen;

9.  het Financieel Reglement, met uitzondering van vraagstukken betreffende begrotingsuitvoering, ‑beheer en ‑controle.

V.    Commissie begrotingscontrole

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de controle op de uitvoering van de begroting van de Unie en van het Europees Ontwikkelingsfonds, alsook de door het Parlement te nemen besluiten inzake de verlening van kwijting, met inbegrip van de interne kwijtingsprocedure, alsmede alle begeleidende maatregelen bij deze besluiten of ter uitvoering daarvan;

2.  de afsluiting, verslaglegging en controle betreffende de rekeningen en balansen van de Unie, haar instellingen alsmede alle lichamen die door de Unie worden gefinancierd, met inbegrip van de vaststelling van de over te dragen kredieten en de bepaling van de saldi;

3.  de controle op de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank;

4.  het toezicht op de kosteneffectiviteit van de diverse vormen van communautaire financiering bij de tenuitvoerlegging van beleid van de Unie, met medewerking van de gespecialiseerde commissies en in samenwerking met de gespecialiseerde commissies bij de behandeling van de speciale verslagen van de Rekenkamer;

5.  betrekkingen met het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), de behandeling van gevallen van fraude en onregelmatigheden bij de uitvoering van de begroting van de Unie, maatregelen ter voorkoming van en tot instelling van vervolging wegens dergelijke gevallen, alsmede de rigoureuze bescherming van de financiële belangen van de Unie en het desbetreffende optreden van de Europees openbaar aanklager op dit gebied;

6.  de betrekkingen met de Rekenkamer, de benoeming van haar leden en de behandeling van haar verslagen;

7.  het Financieel Reglement voor zover het om begrotingsuitvoering, ‑beheer en ‑controle gaat.

VI.  Commissie economische en monetaire zaken

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  het economisch en monetair beleid van de Unie, de werking van de Economische en Monetaire Unie en het Europees monetair en financieel stelsel (met inbegrip van de betrekkingen met relevante instellingen of organisaties);

2.  het vrij verkeer van kapitaal en betalingen (grensoverschrijdende betalingen, één enkele betalingsruimte, betalingsbalans, kapitaalverkeer en het beleid ten aanzien van het aangaan en verstrekken van leningen, controle op kapitaalbewegingen uit derde landen, maatregelen ter bevordering van de uitvoer van kapitaal van de Unie);

3.  het internationaal monetair en financieel stelsel (met inbegrip van de betrekkingen met financiële en monetaire instellingen of organisaties);

4.  regels inzake mededinging en staats- en overheidssteun;

5.  belastingen;

6.  de regeling van en het toezicht op financiële diensten, instellingen en markten, met inbegrip van financiële verslaglegging, controle, regels inzake financiële administratie, bedrijfsbestuur en andere vennootschapsrechtsaspecten die specifiek betrekking hebben op financiële diensten.

VII. Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  het werkgelegenheidsbeleid en alle aspecten van het sociaal beleid, zoals arbeidsomstandigheden, sociale zekerheid en sociale bescherming;

2.  gezondheids- en veiligheidsmaatregelen op het werk;

3.  het Europees Sociaal Fonds;

4.  het beroepsopleidingsbeleid, met inbegrip van beroepskwalificaties;

5.  het vrije verkeer van werknemers en gepensioneerden;

6.  de dialoog tussen de sociale partners;

7.  alle vormen van discriminatie op het werk en op de arbeidsmarkt, met uitzondering van discriminatie op grond van geslacht;

8.  de betrekkingen met

–   het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop),

–   de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden,

–   de Europese Stichting voor opleiding,

–   het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk;

alsook betrekkingen met andere relevante organen van de Unie en internationale organisaties.

VIII. Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  milieubeleid en maatregelen ter bescherming van het milieu, met name met betrekking tot

a)  klimaatverandering,

b)  lucht-, bodem- en waterverontreiniging, afvalbeheer en recycling, gevaarlijke stoffen en preparaten, geluidsniveaus en de bescherming van de biodiversiteit,

c)  duurzame ontwikkeling,

d)  maatregelen en overeenkomsten op internationaal en regionaal niveau ter bescherming van het milieu,

e)  herstel van milieuschade,

f)   civiele bescherming,

g)  het Europees Milieuagentschap,

h)  het Europees Agentschap voor chemische stoffen;

2.  volksgezondheid, met name

a)  programma's en specifieke acties op het gebied van de volksgezondheid,

b)  farmaceutische en cosmetische producten,

c)  gezondheidsaspecten van bioterrorisme,

d)  het Europees Geneesmiddelenbureau en het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding;

3.  aangelegenheden betreffende voedselveiligheid, met name

a)  etikettering en veiligheid van voedingsmiddelen,

b)  veterinaire wetgeving betreffende de bescherming tegen risico's voor de gezondheid van de mens, gezondheidscontrole op voedingsproducten en voedselproductiestelsels,

c)  de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en het Europees Voedsel- en Veterinair Bureau.

IX.  Commissie industrie, onderzoek en energie

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  het industriebeleid van de Unie en aanverwante maatregelen, en de toepassing van nieuwe technologieën, met inbegrip van maatregelen betreffende kleine en middelgrote ondernemingen;

2.  het onderzoeks- en innovatiebeleid van de Unie, met inbegrip van wetenschap en technologie, alsmede de verspreiding en benutting van onderzoeksresultaten;

3.  het Europees ruimtevaartbeleid

4.  de activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek, de Europese Onderzoeksraad, het Europees Instituut voor innovatie en technologie, het Instituut voor referentiematerialen en ‑metingen, JET, ITER en andere projecten op dit gebied;

5.  maatregelen van de Unie betreffende het energiebeleid in het algemeen en in het kader van de totstandbrenging en werking van de interne energiemarkt, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot:

a)  de gegarandeerde energievoorziening in de Unie,

b)  het bevorderen van de energie-efficiëntie, energiebesparing en de ontwikkeling van nieuwe en hernieuwbare vormen van energie,

c)  het bevorderen van de koppeling van energienetwerken en energie-efficiëntie, met inbegrip van de totstandbrenging en ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van de energie-infrastructuur;

6.   het Euratom-Verdrag en het Voorzieningsagentschap van Euratom, nucleaire veiligheid, sluiting van nucleaire installaties en verwijdering van nucleair afval;

7.   de informatiemaatschappij, informatietechnologie en communicatienetwerken en ‑diensten, met inbegrip van technologieën en veiligheidsaspecten en de totstandbrenging en ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van de telecommunicatie-infrastructuur, alsmede de activiteiten van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa).

X. Commissie interne markt en consumentenbescherming

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de coördinatie op het niveau van de Unie van de nationale regelgevingen op het gebied van de interne markt en van de Douane-unie, met name

a)  het vrije verkeer van goederen, met inbegrip van de harmonisatie van technische normen,

b)  het recht van vestiging,

c)  het vrij verrichten van diensten, met uitzondering van financiële en postdiensten;

2.  de werking van de interne markt, met inbegrip van maatregelen ter vaststelling en afschaffing van potentiële belemmeringen voor de totstandbrenging van de interne markt, met inbegrip van de digitale interne markt;

3.  de bevordering en bescherming van de economische belangen van consumenten - met uitzondering van vraagstukken in verband met volksgezondheid en voedselveiligheid;

4.  beleid en wetgeving inzake de versterking van de interne markt en de consumentenrechten.

XI.  Commissie vervoer en toerisme

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de ontwikkeling van een gemeenschappelijk beleid voor het vervoer per spoor, over de weg, over binnenwateren, over zee en door de lucht, met name

a)  gemeenschappelijke regels voor het vervoer binnen de Europese Unie,

b)  de totstandbrenging en ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van de vervoersinfrastructuur,

c)  de verlening van vervoersdiensten en de betrekkingen op vervoersgebied met derde landen,

d)  veiligheid van het vervoer,

e)  betrekkingen met internationale vervoersorganisaties;

f)   het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, het Europees Spoorwegbureau, het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart en de Gemeenschappelijke Onderneming SESAR;

2.  postdiensten;

3.  toerisme.

XII. Commissie regionale ontwikkeling

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de werking en ontwikkeling van het beleid van de Unie inzake regionale ontwikkeling en cohesie, zoals vastgelegd in de Verdragen;

2.  het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds en de overige instrumenten in het kader van het regionaal beleid van de Unie;

3.  de evaluatie van de gevolgen van andere beleidsvormen van de Unie inzake economische en sociale samenhang;

4.  coördinatie van de structuurinstrumenten van de Unie;

5.  de stedelijke dimensie van het cohesiebeleid;

6.  ultraperifere regio's en eilanden alsmede de grensoverschrijdende en interregionale samenwerking;

7.  de betrekkingen met het Comité van de Regio's, de interregionale samenwerkingsorganisaties en de plaatselijke en regionale autoriteiten.

XIII. Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de werking en ontwikkeling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

2.  plattelandsontwikkeling, met inbegrip van de activiteiten van de relevante financiële instrumenten;

3.  wetgeving

a)  op veterinair en fytosanitair gebied en inzake diervoeding, voorzover deze maatregelen niet bedoeld zijn om de gezondheid van de mens tegen risico's te beschermen,

b)  inzake dierhouderij en het welzijn van dieren;

4.  verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten;

5.  voorziening van basislandbouwproducten;

6.  het Communautair Bureau voor plantenrassen;

7.  bosbouw en boslandbouw.

XIV.  Commissie visserij

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de werking en ontwikkeling van het gemeenschappelijk visserijbeleid en het beheer daarvan;

2.  instandhouding van de visbestanden, beheer van de visserijtakken en vloten die deze rijkdommen exploiteren, en marien en toegepast visserijonderzoek;

3.  de gemeenschappelijke ordening van de markt in de sector visserij- en aquacultuurproducten en de verwerking en het op de markt brengen ervan;

4.  het structuurbeleid in de sector visserij en aquacultuur, met inbegrip van de financieringsinstrumenten en middelen voor de oriëntatie van de visserij om deze sectoren te steunen;

5.  het geïntegreerd maritiem beleid ten aanzien van de visserijactiviteiten;

6.  duurzame partnerschapsovereenkomsten inzake visserij, regionale visserijorganisaties en het nakomen van internationale verplichtingen op het gebied van visserij.

XV. Commissie cultuur en onderwijs

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de culturele aspecten van de Europese Unie, met name

a)  de verbetering van de kennis en verbreiding van cultuur,

b)  de bescherming en bevordering van culturele en taaldiversiteit,

c)  de instandhouding en bescherming van het cultureel erfgoed, culturele uitwisselingen en scheppend werk op artistiek gebied;

2.  het onderwijsbeleid van de Unie, waaronder het hoger onderwijs in Europa, en bevordering van het stelsel van Europese scholen en levenslang leren;

3.  audiovisueel beleid en de culturele en onderwijsaspecten van de informatiemaatschappij;

4.  jeugdbeleid;

5.  de ontwikkeling van een sport- en vrijetijdsbeleid;

6.  voorlichtings- en mediabeleid;

7.  samenwerking met derde landen op het gebied van cultuur en onderwijs, en betrekkingen met relevante internationale organisaties en instellingen.

XVI.  Commissie juridische zaken

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de interpretatie, toepassing en controle van het recht van de Unie, de conformiteit van uniale besluiten met het primaire recht, met name de keuze van rechtsgronden en de naleving van het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel;

2.  de interpretatie en toepassing van het internationaal recht, voor zover dit de Europese Unie betreft;

3.  betere regelgeving en de vereenvoudiging van het recht van de Unie;

4.  de rechtsbescherming van de rechten en prerogatieven van het Parlement, met inbegrip van interventies van het Parlement in voor het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangige zaken;

5.  besluiten van de Unie die de rechtsorde van de lidstaten aangaan, met name op het gebied van

a)  civiel recht en handelsrecht,

b)  vennootschapsrecht,

c)  recht inzake intellectuele eigendom,

d)  procesrecht;

6.  maatregelen betreffende justitiële en bestuurlijke samenwerking in civiele zaken;

7.  aansprakelijkheid voor milieuschade en sancties wegens milieudelicten;

8.  ethische vraagstukken in verband met nieuwe technologieën, met toepassing van de procedure met medeverantwoordelijke commissies met de relevante commissies;

9.  het Statuut van de leden en het Statuut van het personeel van de Europese Unie;

10. voorrechten en immuniteiten, en onderzoek van de geloofsbrieven van de leden;

11. de organisatie en het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie;

12. het Harmonisatiebureau voor de interne markt.

XVII. Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de bescherming, op het grondgebied van de Unie, van de rechten van de burger, mensenrechten en grondrechten, met inbegrip van de bescherming van minderheden, als verankerd in de Verdragen en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

2.  maatregelen ter bestrijding van alle vormen van discriminatie, behalve van discriminatie op grond van geslacht, op het werk en op de arbeidsmarkt;

3.  wetgeving inzake transparantie en de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;

4.  de totstandbrenging en ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, met name

a)  maatregelen betreffende de binnenkomst en het verkeer van personen, asiel en migratie,

b)  maatregelen betreffende een geïntegreerd gemeenschappelijk beheer van de buitengrenzen,

c)  maatregelen betreffende politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, met inbegrip van terrorisme, en materieelrechtelijke en procesrechtelijke maatregelen in verband met het uitwerken van een coherentere aanpak door de Unie van het strafrecht;

5.  het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Europol, Eurojust, Cepol, het Europees openbaar ministerie en andere organen en agentschappen op dit gebied;

6.  de constatering van een duidelijk gevaar van ernstige schending, door een lidstaat, van de beginselen welke de lidstaten gemeen hebben.

XVIII. Commissie constitutionele zaken

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de institutionele aspecten van het Europese integratieproces, met name in het kader van de voorbereiding en het verloop van conventies en intergouvernementele conferenties;

2.  de tenuitvoerlegging van de Verdragen en de evaluatie van de werking ervan;

3.  de institutionele gevolgen van de uitbreidingsonderhandelingen of van terugtrekking uit de Unie;

4.  interinstitutionele betrekkingen, met inbegrip van de beoordeling van interinstitutionele akkoorden als bedoeld in artikel 127, lid 2, van het Reglement, met het oog op goedkeuring ervan door het Parlement;

5.  eenvormige verkiezingsprocedure;

6.  Europese politieke partijen en politieke stichtingen, onverminderd de bevoegdheden van het Bureau;

7.  de constatering van een ernstige en voortdurende schending, door een lidstaat, van de beginselen welke de lidstaten gemeen hebben;

8.  de interpretatie en toepassing van het Reglement en voorstellen tot wijziging daarvan.

XIX.  Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  de definiëring, bevordering en bescherming van de rechten van de vrouw in de Unie en daarmee samenhangende maatregelen van de Unie;

2.  bevordering van de rechten van de vrouw in derde landen;

3.  beleid gericht ter bewerkstelliging van gelijke kansen, waaronder het bevorderen van de gelijkheid van mannen en vrouwen wat hun kansen op de arbeidsmarkt en de behandeling op het werk betreft;

4.  de afschaffing van alle vormen van geweld en discriminatie op grond van geslacht;

5.  de toepassing en verdere bevordering van genderevenwicht in alle beleidssectoren;

6.  de follow-up en uitvoering van internationale overeenkomsten en verdragen die voor de rechten van de vrouw van belang zijn;

7.  bevordering van de bewustwording van de rechten van de vrouw.

XX. Commissie verzoekschriften

Deze commissie is bevoegd voor:

1.  verzoekschriften;

2.  het organiseren van openbare hoorzittingen naar aanleiding van een burgerinitiatief uit hoofde van artikel 197 bis;

3.  betrekkingen met de Europese Ombudsman."

2.  besluit dat dit besluit in werking zal treden op de eerste dag van de eerste vergaderperiode van de achtste zittingsperiode;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie

 

Laatst bijgewerkt op: 10 januari 2014Juridische mededeling