Procedure : 2016/2667(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0611/2016

Ingediende teksten :

B8-0611/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/05/2016 - 9.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0223

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 326kWORD 60k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0607/2016
10.5.2016
PE582.629v01-00
 
B8-0611/2016

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de markteconomiestatus van China  (2016/2667(RSP))


Emma McClarkin, Roberts Zīle namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de markteconomiestatus van China  (2016/2667(RSP))  
B8-0611/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de antidumpingwetgeving van de EU (Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap)(1),

–  gezien het protocol van toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en met name sectie 15 daarvan,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie en China twee van de grootste handelsblokken ter wereld zijn, dat China de op één na belangrijkste handelspartner van de EU is en de EU de allerbelangrijkste handelspartner van China, met een dagelijks handelsverkeer van ruim een miljard euro;

B.  overwegende dat elk besluit over maatregelen om rekening te houden met het verstrijken van sectie 15, onder a) ii), van het protocol van toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie en over de aanpak van illegale dumping en gesubsidieerde invoer uit China na december 2016 moet beantwoorden aan het leidende beginsel dat het EU-recht in overeenstemming moet zijn met de WTO-regelgeving;

C.  overwegende dat de precieze wettelijke gevolgen van het verstrijken van sectie 15, onder a) ii), van het toetredingsprotocol met betrekking tot de gebruikte methode voor het vaststellen van de normale waarde met het oog op antidumpingmaatregelen ten aanzien van China moeten worden onderzocht en geanalyseerd, inclusief de wettelijke gevolgen voor de resterende bepalingen van sectie 15;

1.  wijst nogmaals op het belang van het strategisch partnerschap van de EU met China, waarin handel en investeringen een centrale rol spelen;

2.  herinnert eraan dat sectie 15, onder a) ii), van het toetredingsprotocol op 11 december 2016 afloopt; verzoekt de Commissie na te gaan welke wijzigingen in het EU-recht nodig zijn om met het verstrijken van de genoemde bepalingen rekening te houden;

3.  vraagt met klem dat elk voorstel van de Commissie om rekening te houden met het verstrijken van bepaalde delen van het toetredingsprotocol gegrondvest zou zijn op de volgende vier essentiële beginselen;

•  het EU-recht moet volledig in overeenstemming blijven met de verplichtingen van de Unie in het kader van de WTO-regelgeving en -afspraken, alsook de wettelijke gevolgen van de wijziging van bepaalde delen van sectie 15 van het toetredingsprotocol;

•  er moet niet alleen rekening worden gehouden met de specifieke wettelijke gevolgen van het verstrijken van sectie 15, onder a) ii), maar ook de rechtswaarde van de secties van het toetredingsprotocol die na 11 december 2016 van kracht blijven moet ten volle worden gerespecteerd;

•  het is van vitaal en essentieel belang dat de EU het volle vermogen behoudt om tijdige, noodzakelijke en doeltreffende maatregelen te nemen om concurrentieverstorende marktpraktijken van handelspartners van de EU die nadelig zijn voor de Europese industrie aan te pakken en te waarborgen dat EU-bedrijven op een in mondiaal opzicht gelijk speelveld kunnen blijven opereren;

•  elk wetgevingsvoorstel moet gebaseerd zijn op een degelijke en zorgvuldige beoordeling, niet alleen van de wettelijke aspecten van de voorgestelde wijzigingen, maar ook van de mogelijke economische, sociale, industriële, ecologische en strategische impact die deze wijzigingen op de middellange en lange termijn kunnen hebben;

4.  meent dat deze reflectie het proces van de meer algemene hervorming van de handelsbeschermingsinstrumenten van de EU niet in het gedrag mag brengen en verzoekt de Commissie geen voorstellen in te dienen tijdens het parlementaire reces;

5.  verzoekt de Commissie te overwegen om een duidelijke en doeltreffende strategie te ontwikkelen voor het toekennen van de status van markteconomie aan derde landen, niet alleen om een gelijk speelveld voor Europese bedrijven te behouden, maar ook om de strijd tegen elke vorm van concurrentiebeperkende marktpraktijken en marktverstoring voort te zetten;

6.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

Laatst bijgewerkt op: 11 mei 2016Juridische mededeling