Procedure : 2016/2727(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0623/2016

Ingediende teksten :

B8-0623/2016

Debatten :

PV 25/05/2016 - 18
CRE 25/05/2016 - 18

Stemmingen :

PV 26/05/2016 - 6.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0233

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 282kWORD 85k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0623/2016
19.5.2016
PE582.644v01-00
 
B8-0623/2016

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over trans-Atlantische gegevensstromen (2016/2727(RSP))


Axel Voss, Monika Hohlmeier, Michał Boni, Roberta Metsola, Esteban González Pons, Anna Maria Corazza Bildt namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over trans-Atlantische gegevensstromen (2016/2727(RSP))  
B8-0623/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de artikelen 6, 7, 8, 11, 16, 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (hierna "richtlijn gegevensbescherming")(1),

–  gezien Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken(2),

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene richtlijn gegevensbescherming) en gezien Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad(3),

–  gezien Besluit 2000/520/EG van de Commissie van 26 juli 2000 (het veiligehavenbesluit),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2013 over het herstel van vertrouwen in de gegevensstromen tussen de EU en de VS (COM(2013)0846),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2013 betreffende de werking van de veiligehavenregeling ("Safe Harbour") uit het oogpunt van EU-burgers en in de EU gevestigde ondernemingen (de veiligehavenmededeling) (COM(2013)0847),

–  gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 6 oktober 2015 in zaak C-362/14, Maximillian Schrems tegen Data Protection Commissioner (EU:C:2015:650),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2015 over de doorgifte van persoonsgegevens van de EU naar de Verenigde Staten van Amerika krachtens Richtlijn 95/46/EG, naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-362/14 (Schrems) (COM(2015)0566),

–  gezien de verklaring van de Groep artikel 29 van 3 februari 2016 over de gevolgen van het arrest-Schrems,

–  gezien de Judicial Redress Act van 2015, die op 24 februari 2016 door president Obama werd bekrachtigd (H.R.1428),

–  gezien de USA Freedom Act van 2015(4),

–  gezien de hervormde inlichtingen uit berichtenverkeer in de VS, zoals bepaald in presidentiële richtlijn 28 (PPD-28)(5),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van maandag 29 februari 2016 getiteld "Trans-Atlantische gegevensstromen: herstel van vertrouwen door solide waarborgen" (COM(2016)0117),

–  gezien Advies 01/2016 van de Groep artikel 29 van 13 april 2016 over het adequaatheidsbesluit met betrekking tot het Europees-Amerikaanse privacyschild,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de bescherming van persoonlijke gegevens, de eerbiediging van het privéleven en communicatie, het recht op veiligheid, het recht om informatie te ontvangen en te verspreiden en het recht op ondernemerschap allemaal grondrechten zijn die binnen en door de EU gewaarborgd en met elkaar verzoend moeten worden in het kader van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

B.  overwegende dat aan deze grondrechten slechts beperkingen mogen worden gesteld indien dit noodzakelijk is en daadwerkelijk beantwoordt aan door de EU erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen tot bescherming van de rechten en vrijheden van anderen; overwegende dat het EU-kader voor de bescherming van grondrechten en het behalen van doelstellingen van algemeen belang voortdurend evolueert;

C.  overwegende dat de economieën van de VS en de EU goed zijn voor meer dan 50 % van het mondiale bbp, 25 % van de mondiale export en meer dan 30 % van de mondiale import; overwegende dat de hoogst gewaardeerde economische relatie wereldwijd die tussen de VS en de EU is, met in 2014 een totale trans-Atlantische handel die 1,09 biljoen USD beliep, ten opzichte van 741 miljard USD en 646 miljard USD voor de handel van de VS met respectievelijk Canada en China;

D.  overwegende dat ook de trans-Atlantische investeringsrelatie de grootste ter wereld is, met een totale waarde van de middelen die de VS en Europa in elkaar hebben geïnvesteerd van ongeveer 4 biljoen USD;

E.  overwegende dat de gegevensstromen tussen de VS en de EU wereldwijd veruit de grootste zijn, met ongeveer 15 terabits per seconde – ongeveer 55 % groter dan de gegevensstromen tussen de VS en Azië en 40 % groter dan de gegevensstromen tussen de VS en Latijns-Amerika;

F.  overwegende dat de mogelijkheid om gegevens over grenzen heen te raadplegen, te verzamelen en door te geven verband houdt met de globalisering van het internet, en overwegende dat het volume van trans-Atlantische gegevensstromen de internetpenetratie in de VS en de EU weerspiegelt, namelijk ongeveer 85 % in de VS en 90 % in de EU, evenals het belang van gegevens voor het onderbouwen en bevorderen van de bilaterale economische betrekkingen;

G.  overwegende dat de kosteloze grensoverschrijdende gegevensstromen tussen de VS en de EU van cruciaal belang zijn voor de Amerikaanse en Europese handel en investeringen, aangezien consumenten aan beide zijden van de oceaan steeds meer gebruik maken van het internet om goederen en diensten aan te kopen op elkaars marktplaatsen, trans-Atlantische transacties en diensten tussen bedrijven realiteit zijn geworden, bedrijven dagelijks gebruik maken van kosteloze gegevensstromen voor interne doeleinden, en investeringen in gegevenscentra die toegang tot de cloud verlenen in de VS en de EU afhankelijk zijn van grensoverschrijdende gegevensstromen;

H.  overwegende dat trans-Atlantische gegevensstromen ook mogelijkheden creëren voor de VS en de EU om de handel met en investeringen in ontwikkelingslanden uit te breiden naarmate wereldwijd steeds meer mensen toegang tot het internet krijgen, wat onderstreept dat de internationale onlinehandel nog groeimogelijkheden heeft en dat kosteloze gegevensstromen noodzakelijk zijn;

I.  overwegende dat kmo's de belangrijkste drijfkracht zijn van zowel de Europese als de Amerikaanse economie, en een stuwende kracht achter werkgelegenheid, en overwegende dat kosteloze gegevensstromen hebben geleid tot nieuwe internationale handelsmogelijkheden voor kmo's evenals een verbeterde toegang tot nieuwe markten in andere werelddelen;

J.  overwegende dat door de digitalisering van de economie in de VS en de EU de grensoverschrijdende overdracht van gegevens een bepalende factor is voor het concurrentievermogen van bedrijven in binnen- en buitenland, in het bijzonder bedrijven die zich bezighouden met e-commerce, en overwegende dat de VS en de EU wereldwijd de twee grootste uitvoerders van digitale diensten zijn;

K.  overwegende dat de EU in 2012 digitale diensten ter waarde van 465 miljard USD heeft uitgevoerd en ter waarde van slechts 297 miljard USD heeft ingevoerd, met een handelsoverschot van 168 miljard USD tot gevolg; overwegende dat de Amerikaanse invoer van digitale diensten uit de EU in 2014 goed was voor 54 % van alle bilaterale invoer van diensten;

L.  overwegende dat digitale diensten de groei van de interneteconomie in Europa hebben gestimuleerd, met meer dan 400 000 Europeanen die mobiele apps ontwikkelen, en een bredere app-economie die in 2013 goed was voor 1,8 miljoen banen in de EU en die 17,5 miljard EUR bijdroeg aan de Europese economie; overwegende dat de markt voor apps een mondiale digitale markt is;

M.  overwegende dat de in 1995 aangenomen EU-richtlijn gegevensbescherming, die persoonsgegevensbescherming in de EU regelt, in de nabije toekomst vervangen zal worden door de algemene verordening gegevensbescherming; overwegende dat de algemene verordening gegevensbescherming bepaalt dat de overdracht van persoonsgegevens van de EU naar een derde land slechts onder bepaalde voorwaarden toegelaten is, bijvoorbeeld na vaststelling van gepastheid, wat een belangrijk mechanisme is op grond waarvan de overdracht van persoonsgegevens aan een derde land toegestaan is als de Commissie oordeelt dat het land voorziet in een passend niveau van bescherming van de privacy;

N.  overwegende dat momenteel het niveau van gegevensbescherming in de landen/gebieden: Andorra, Argentinië, de Faeröer, Guernsey, het eiland Man, Jersey, Uruguay, Israël, Zwitserland en Nieuw-Zeeland als passend werd erkend, en dat het niveau met betrekking tot de overdracht van persoonsgegevens van passagiers als passend werd erkend in de VS, Canada en Australië;

O.  overwegende dat de Commissie op 26 juli 2000 heeft erkend dat de veiligehavenbeginselen en de door het ministerie van Handel uitgegeven vaak gestelde vragen voldoende bescherming bieden voor de overdracht van persoonlijke gegevens vanuit de EU, en overwegende dat op grond van dit veiligehavenbesluit is toegestaan dat persoonlijke gegevens worden overgedragen vanuit de EU naar bedrijven in de VS die de veiligehavenbeginselen hebben ondertekend;

P.  overwegende dat de VS en de EU sinds 2014, naar aanleiding van de lekken en onthullingen van Edward Snowden, de beschuldigingen van grootschalig elektronisch toezicht op EU-burgers door het surveillanceprogramma van de NSA en het gebruik van door Amerikaanse privébedrijven verzamelde gegevens, opnieuw onderhandelen over het veiligehavenkader met de bedoeling het vertrouwen van de EU te herstellen met betrekking tot de bescherming van de privacy van persoonlijke gegevens die aan de VS worden overgedragen;

Q.  overwegende dat het Europees Hof van Justitie in zaak C-362/14, Maximillian Schrems tegen Data Protection Commissioner, heeft geconcludeerd dat de vaststelling van de Commissie in het kader van de veiligehavenregeling, namelijk dat de VS een passend niveau van bescherming van persoonlijke gegevens uit de EU verzekeren, ongeldig is, zodat de onderhandelingen over het privacyschild tussen de EU en de VS dringend afgerond moeten worden om rechtszekerheid te bieden over de manier waarop persoonsgegevens van de EU naar de VS moeten worden overgedragen;

R.  overwegende dat de Commissie na de uitspraak in de zaak-Schrems opnieuw gestart is met de onderhandelingen met de VS met het oog op een hernieuwd kader, om de elementen waarover het Hof van Justitie zijn bezorgdheid had geformuleerd, aan te pakken, en overwegende dat de Commissie en de VS op 2 februari 2016 overeenstemming hebben bereikt over een nieuw kader voor trans-Atlantische gegevensstromen, het Europees-Amerikaanse privacyschild;

S.  overwegende dat de Groep artikel 29 in Advies 01/2016 met instemming kennis nam van de verbeteringen in het privacyschild, ten opzichte van het veiligehavenbesluit, en overwegende dat de Groep met name de invoering van belangrijke definities, de opzet van mechanismen om het overzicht over de privacyschildlijst te bewaren, en de verplichting tot externe en interne nalevingscontroles toejuichte als stappen in de goede richting; overwegende dat de Groep ook ernstige bezwaren heeft geuit tegen zowel de commerciële aspecten als het verlenen van toegang aan overheidsdiensten tot in het kader van het privacyschild overgedragen gegevens;

T.  overwegende dat in de procedure voor aanname van een besluit over gepastheid niet voorzien is in een formele en behoorlijke raadplegingsprocedure met de toepasselijke betrokken partijen, en in het bijzonder met bedrijven en kmo's waarvoor de impact groot zal zijn;

U.  overwegende dat de Amerikaanse Judicial Redress Act, waarmee Europese burgers en burgers van bondgenoten van de VS het recht wordt verleend onjuiste informatie over hen waarover de federale agentschappen van de VS op grond van de Amerikaanse privacywet beschikken, te wijzigen en te corrigeren, door de tweede kamer van het Congres is goedgekeurd op 20 oktober 2015, door de Commissie juridische zaken van de Senaat is gegaan op 28 januari 2016 en ondertekend is door de Amerikaanse president, Barack Obama, op 24 februari 2016;

V.  overwegende dat de aanname van de Judicial Redress Act de belangrijkste voorwaarde was die het Europees Parlement stelde voor het verlenen van toestemming voor de overkoepelende overeenkomst EU-VS, en een belangrijk aspect was in de onderhandelingen over het Europees-Amerikaanse privacyschild;

W.  overwegende dat kmo's 60 % uitmaken van de bedrijven die vielen onder het veiligehavenakkoord, dat hen de voordelen liet genieten van de gestroomlijnde en kostenefficiënte nalevingsprocedures, zodat zij geen gebruik hoefden te maken van bindende bedrijfsregels of van standaardcontracten, die een gelijkwaardig beschermingsniveau verzekeren maar waarvoor meer investeringen nodig zouden zijn op het vlak van administratieve middelen; overwegende dat kmo's het meest baat kunnen hebben bij het nieuwe privacyschild;

X.  overwegende dat privacy en gegevensbescherming in de VS ingebed zijn in een alomvattend systeem dat privacy van gegevens reguleert en beschermt, in het bijzonder met betrekking tot de meest gevoelige categorieën persoonsgegevens, zoals gegevens over gezondheid, financiën, digitale communicatie en minderjarigen;

Y.  overwegende dat de nationale surveillancewetgeving in de EU-lidstaten sterk uiteenloopt, maar gekenmerkt wordt door een grote voorzichtigheid wanneer het gaat om de behoefte aan toezicht en de ingebouwde waarborgen om interferentie met fundamentele rechten en vrijheden te beperken;

1.  is tevreden met de afsluiting van de onderhandelingen tussen de EU en de VS over het privacyschild, na onderhandelingen van meer dan twee jaar tussen de Commissie en de het Amerikaanse ministerie van Handel;

2.  verneemt met instemming dat het Congres in de VS de Judicial Redress Act heeft goedgekeurd, en wijst erop dat het reeds lang een dergelijke wet eiste als voorwaarde voor de voltooiing van de overkoepelende overeenkomst tussen de EU en de VS en voor de afsluiting van de onderhandelingen over het privacyschild;

3.  erkent dat het privacyschild substantieel verschilt van het veiligehavenkader, doordat erin is voorzien in aanzienlijk meer gedetailleerde documentatie, die meer specifieke verplichtingen oplegt aan bedrijven die zich bij het kader willen aansluiten, inclusief nieuwe controlemechanismen om ervoor te zorgen dat de rechten van Europese betrokkenen kunnen worden uitgeoefend, wanneer hun gegevens worden verwerkt in de VS;

4.  verneemt met instemming dat de Groep artikel 29 erkent dat het privacyschild aanzienlijke verbeteringen inhoudt in vergelijking met het veiligehavenkader;

5.  neemt kennis van de elementen waarover de Groep artikel 29 zijn bezorgdheid uitspreekt en met de constructieve aanpak van de Groep en benadrukt voorts het feit dat het principe van beperking van de bewaartermijn van gegevens, waarnaar wordt verwezen in het advies, eerst verduidelijkt moet worden in de Europese Unie, aangezien de situatie en de normen in de EU nog onduidelijk zijn, als gevolg van de uitspraak van het Hof van Justitie van 2014;

6.  neemt kennis van de verklaring van de voorzitter van de Groep artikel 29, volgens dewelke de essentiële waarborgen die door de Groep geïdentificeerd zijn ook toegepast moeten worden in de EU-lidstaten;

7.  betreurt het dat in de procedure voor aanname van een besluit over gepastheid niet voorzien is in een formele raadplegingsprocedure met de relevante betrokken partijen, zoals bedrijven, en in het bijzonder organisaties die kmo's vertegenwoordigen;

8.  merkt op dat, terwijl in het veiligehavenkader niet werd verwezen naar specifieke beperkingen van de toegang van de Amerikaanse overheid tot naar de VS overgedragen gegevens, de documentatie in het kader van het nieuwe privacyschild bindende toezeggingen omvat van de Amerikaanse regering in de vorm van brieven van de directeur van de nationale inlichtingen, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken en het Amerikaanse ministerie van Justitie;

9.  benadrukt het feit dat het Amerikaanse Congres en de Amerikaanse regering sinds 2013 ruim twintig hervormingen hebben uitgevoerd van toezichtswetten en -programma's, inclusief de USA Freedom Act, met zijn verbod op massale gegevensverzameling, presidentiële richtlijn 28, waarmee de bescherming van de privacyrechten en de burgerlijke vrijheden van individuen buiten de VS tot een integrerend onderdeel van het Amerikaanse toezichtbeleid wordt gemaakt, de wijzigingen in de US Foreign Intelligence Act, en de Judicial Redress Act, waarmee de maatregelen op het gebied van gegevensbescherming worden uitgebreid naar burgers van de EU; is van mening dat deze hervormingen cruciaal zijn bij de beoordeling van het interferentie-effect op de grondrechten van privacy en gegevensbescherming, zoals bepaald in artikel 7 en 8 van het EU-Handvest van de grondrechten;

10.  erkent en verwelkomt de recente initiatieven van de Amerikaanse regering en het Amerikaanse Congres, bijvoorbeeld de Email Privacy Bill, die unaniem is goedgekeurd door de tweede kamer in april 2016 en waarmee wijzigingen zijn aangebracht in de Electronic Communications Privacy Act van 1986, en de goedkeuring door de tweede kamer in januari 2016 en door de Senaat in maart 2016 van de Freedom of Information Improvement Act, en pleit er uitdrukkelijk voor om de wet te ondertekenen, omdat daardoor aangetoond wordt dat de VS aanzienlijke politieke inspanningen hebben geleverd om de privacybescherming voor allen te verbeteren;

11.  is tevreden met de creatie van het ombudsmanmechanisme binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat onafhankelijk zal zijn van de nationale veiligheidsdiensten en zal helpen om te zorgen voor individueel beroep en onafhankelijk toezicht;

12.  stelt met voldoening vast dat betrokkenen uit de EU in het kader van het privacyschild op verschillende manieren beroep kunnen aantekenen in de VS: ten eerste kan een klacht ingediend worden, ofwel rechtstreeks bij het bedrijf, ofwel via het ministerie van Handel na een verwijzing door de autoriteit voor gegevensbescherming, ofwel via een onafhankelijk orgaan voor geschilbeslechting; ten tweede kan een civielrechtelijke procedure aangespannen worden bij een Amerikaanse rechtbank als het gaat om schending van de grondrechten omwille van de nationale veiligheid; dergelijke klachten kunnen ook behandeld worden door de nieuwe onafhankelijke dienst van de ombudsman; tot slot kunnen klachten over schending van de grondrechten omwille van wetshandhaving en algemeen belang ook het onderwerp vormen van een dagvaardingsprocedure; pleit voor verdere begeleiding door de Commissie en de autoriteiten voor gegevensbescherming om al deze beroepsmogelijkheden meer toegankelijk en beter beschikbaar te maken;

13.  verneemt met instemming dat de autoriteiten voor gegevensbescherming in de lidstaten in het kader van het privacyschild een prominente rol krijgen in het onderzoek naar klachten in verband met de bescherming van het recht op privacy en gezinsleven in het kader van het EU-Handvest van de grondrechten en bij de opschorting van gegevensstromen, en dat het Amerikaanse ministerie van Handel verplicht wordt om deze klachten op te lossen;

14.  brengt in herinnering dat de EU op dit gebied onder andere de fundamentele doelstelling moet hebben dat persoonlijke informatie bij de doorgifte naar haar belangrijkste internationale handelspartner beschermd wordt, en wijst erop dat het privacyschild ertoe zal bijdragen dat de fundamentele rechten van betrokkenen uit de EU bij gegevensoverdracht beschermd zijn;

15.  brengt eveneens in herinnering dat rechtszekerheid, in het bijzonder duidelijke en uniforme voorschriften, van cruciaal belang zijn voor de ontwikkeling en groei van bedrijven, vooral kmo's, en waarschuwt daarom tegen pogingen om de voltooiing van het privacyschild in gevaar te brengen, omdat dit zou leiden tot grote onzekerheid voor duizenden bedrijven in allerlei vormen en grootten, zowel in de Europese Unie als in de Verenigde Staten, met name op juridisch vlak, hetgeen nefast zou zijn voor hun werking en hun mogelijkheden om zaken te doen aan beide zijden van de oceaan;

16.  benadrukt dat kmo's 60 % uitmaken van de bedrijven die vielen onder het veiligehavenakkoord, en dat kmo's het meest baat hebben bij het nieuwe privacyschild; roept de Commissie op om in nauwe samenwerking met de autoriteiten voor gegevensbescherming te zorgen voor meer duidelijkheid en precisie en een verbeterde toegankelijkheid in de toepassing en werking van het privacyschild voor deze bedrijven;

17.  is van mening dat het privacyschild cruciaal is om de kloof tussen de Europese en Amerikaanse benadering van privacy te dichten, en dat het bijgevolg essentieel is om het trans-Atlantische vertrouwen te herstellen; heeft er vertrouwen in dat het privacyschild, wanneer het als nalevingskader vastgesteld wordt, nauwgezet gemonitord zal worden door de regelgevende instanties en de Commissie via het mechanisme voor jaarlijkse gezamenlijke toetsing, waardoor de robuustheid en de rechtsgeldigheid ervan verzekerd zullen zijn;

18.  roept de Commissie op om ten volle haar verantwoordelijkheid in het kader van het privacyschild te implementeren en op gezette tijden haar bevindingen over gepastheid en de juridische rechtvaardiging daarvoor te evalueren, teneinde te waarborgen dat persoonlijke gegevens passend beschermd zijn en dat het kader efficiënt functioneert zonder dat de grondrechten, zoals het recht op privacy en veiligheid, het recht om informatie te ontvangen en te verspreiden en het recht op ondernemerschap, nodeloos in het gedrang komen, en om jaarlijks aan het Parlement te rapporteren over haar nauwkeurige bevindingen en eventuele oplossingen;

19.  erkent dat het privacyschild deel uitmaakt van een ruimere dialoog tussen de EU en derde landen, met inbegrip van de Verenigde Staten, over gegevensbescherming, handel, veiligheid en daarmee samenhangende rechten en doelstellingen van gemeenschappelijk belang; verzoekt alle partijen daarom om samen te werken aan de opzet en de duurzame verbetering van werkbare, geharmoniseerde internationale kaders en binnenlandse wetgeving om deze doelstellingen te bereiken;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de regeringen en de parlementen van de lidstaten en het Congres en de regering van de VS.

(1)

PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(2)

PB L 350 van 30.12.2008, blz. 60.

(3)

PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.

(4)

https://www.congress.gov/114/plaws/publ23/PLAW-114publ23.pdf

(5)

https://www.whitehouse.gov/the-press-office/2014/01/17/presidential-policy-directive-signals-intelligence-activities

Laatst bijgewerkt op: 25 mei 2016Juridische mededeling