Procedure : 2017/2849(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0653/2017

Ingediende teksten :

B8-0653/2017

Debatten :

PV 29/11/2017 - 22
CRE 29/11/2017 - 22

Stemmingen :

PV 30/11/2017 - 8.22
CRE 30/11/2017 - 8.22

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0473

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 284kWORD 58k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0649/2017
22.11.2017
PE614.265v01-00
 
B8-0653/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Jemen (2017/2849(RSP))


Ángela Vallina, Javier Couso Permuy, Paloma López Bermejo, Patrick Le Hyaric, Merja Kyllönen, Sabine Lösing, Neoklis Sylikiotis, Takis Hadjigeorgiou, Sofia Sakorafa, Marina Albiol Guzmán, Jiří Maštálka, Kateřina Konečná, Dimitrios Papadimoulis, Maria Lidia Senra Rodríguez, João Pimenta Lopes namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Jemen (2017/2849(RSP))  
B8‑0653/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien de verklaringen over Jemen en de humanitaire situatie in het land van de woordvoerder van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de speciale gezant van de secretaris-generaal van de VN voor Jemen, Ismail Ould Cheikh Ahmed, en de VN-coördinator voor noodhulp, Mark Lowcock,

–  gezien de conclusies van de Raad van 16 november 2015 en 3 april 2017 over Jemen, en de conclusies van de Raad van 17 juli 2017 over de aanpak van dreigende hongersnood;

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over Jemen, en die van de commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing, Christos Stylianides, van 11 november 2017 over de humanitaire situatie in Jemen,

–  gezien het geïntegreerd noodplan: cholera-uitbraak in Jemen van het VN-Bureau voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA), dat op 23 mei 2017 is geactualiseerd, en het OCHA-noodplan voor humanitaire hulp aan Jemen voor de periode januari-december 2017,

–  gezien de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, met name die van 14 april 2015 (S/RES/2216), 24 februari 2016 (S/RES/2266) en 23 februari 2017 (S/RES/2342),

–  gezien zijn eerdere resoluties over Jemen, met name die van 9 juli 2015(1), 25 februari 2016(2) en 15 juni 2017(3),

–  gezien zijn resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones(4),

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties en de beginselen van het internationaal humanitair recht,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de aanslepende confrontatie tussen de Houthi's en de Jemenitische regering al meer dan tweeënhalf jaar aan de gang is en dat het land hierdoor in een humanitaire crisis is beland die momenteel de ergste ter wereld is; overwegende dat er grootschalige hongersnood heerst en dat er op zeer grote schaal zich snel verspreidende cholera is uitgebroken, waarbij meer dan 925 000 vermoedelijke gevallen van de ziekte zijn geteld en meer dan 2 200 mensen zijn overleden;

B.  overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide en door de Verenigde Staten gesteunde coalitie, bestaande uit de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Koeweit, Jordanië, Marokko en Sudan, verantwoordelijk is voor de meeste doden onder Jemenitische burgers sinds op 26 maart 2015 een campagne van luchtaanvallen van start is gegaan die tot doel heeft president Abdrabbuh Mansour Hadi opnieuw aan de macht te brengen; overwegende dat deze coalitie grove schendingen heeft begaan, waaronder aanvallen op huizen, markten, ziekenhuizen en scholen, met vele duizenden burgerdoden als gevolg, vooral vrouwen en kinderen;

C.  overwegende dat Saudi-Arabië op 6 november 2017 opnieuw een vrijwel totale blokkade heeft ingesteld door de land-, zee- en luchtgrenzen van Jemen te sluiten, onder het voorwendsel dat de Houthi's een ballistische raket zouden hebben afgevuurd die onderweg naar Riyad door Saudi-Arabië werd onderschept; overwegende dat de recente heropening van de haven van Aden duidelijk niet volstaat; overwegende dat het brandstofembargo van de coalitie en de gerichte aanvallen op civiele infrastructuur in strijd zijn met het internationaal humanitair recht;

D.  overwegende dat Saudi-Arabië en de Amerikaanse president allebei Iran ervan hebben beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor het afvuren van de ballistische raket; overwegende dat Iran deze beschuldiging heeft verworpen en dat de Houthi's beweren dat zij de raket zelf in Jemen hebben gebouwd;

E.  overwegende dat in de loop van het conflict meer dan 50 000 burgers zijn omgekomen, gewond zijn geraakt of verminkingen hebben opgelopen; overwegende dat de VN de autoriteiten en de verschillende groeperingen er dringend toe oproept blijvend toegang te verlenen tot de belegerde steden, opdat er hulp kan worden verleend aan hulpbehoevenden, aangezien de oorlog in Jemen is ingedeeld in de hoogste categorie van humanitaire crises; overwegende dat duizenden vluchtelingen buurlanden hebben weten te bereiken;

F.  overwegende dat zich in Jemen momenteel de grootste voedselzekerheidscrisis ter wereld voltrekt, met ongeveer 80 % van de Jemenitische bevolking – goed voor circa 21 miljoen mensen – die zo spoedig mogelijk humanitaire hulp in een of andere vorm nodig heeft om tegemoet te komen aan de dringende behoefte aan voedsel, geneesmiddelen en brandstof;

G.  overwegende dat er een verband bestaat tussen ondervoeding en cholera; overwegende dat 17 miljoen mensen in Jemen voedselonzekerheid kennen, van wie 7 miljoen zich op de rand van de hongersnood bevinden, 3,3 miljoen acuut ondervoed zijn en 462 000 kinderen zijn in de greep van ernstige, acute ondervoeding;

H.  overwegende dat er melding wordt gemaakt van schendingen op grote schaal, waaronder het gebruik van landmijnen, door de gewapende groepering Ansar Allah; overwegende dat er tevens gevallen bekend zijn van buitengerechtelijke executies door de strijdkrachten van president Hadi en zijn bondgenoten en geallieerde gewapende groeperingen; overwegende dat Jemenitische partijen bij het conflict verantwoordelijk zijn voor lukrake beschietingen van burgers en civiele voorzieningen, de weigering van humanitaire toegang, willekeurige gevangenneming, gedwongen verdwijningen en foltering;

I.  overwegende dat het land wordt geconfronteerd met een humanitaire ramp, met onder meer een risico van hongersnood, die nog wordt verergerd door de cholera-uitbraak; overwegende dat Jemenitische gezinnen zich nog steeds genoodzaakt zien hun huizen te verlaten als gevolg van luchtaanvallen, beschietingen en geweld, met miljoenen intern ontheemden als gevolg; overwegende dat meer dan 8 miljoen mensen niet langer beschikken over een betrouwbare en veilige toegang tot drinkwater, omdat het netwerk van waterleidingen grotendeels is vernield door gevechten; overwegende dat de meeste Jemenieten onvoldoende toegang hebben tot zorgverlening;

J.  overwegende dat volgens Save the Children in Jemen elke dag 130 kinderen sterven; overwegende dat maar liefst 1,8 miljoen kinderen de school moesten verlaten, naast de 1,6 miljoen die al niet naar school gingen vóór het conflict begon;

K.  overwegende dat vrouwen in Jemen van oudsher uiterst kwetsbaar zijn voor misbruik als kindhuwelijken en geweld, aangezien er in het land geen wettelijke minimumleeftijd inzake huwelijkstoestemming is ingesteld; overwegende dat vrouwen minder dan mannen toegang hebben tot medische zorg, grondeigendom, onderwijs en opleiding; overwegende dat hun situatie door het conflict nog is verergerd en dat naar schatting 2,6 miljoen vrouwen en meisjes het slachtoffer dreigen te worden van gendergerelateerd geweld; overwegende dat het aantal kindhuwelijken de voorbije twee jaar aanzienlijk is toegenomen; overwegende dat ongeveer 30 % van de ontheemde huishoudens een vrouw als gezinshoofd heeft; overwegende dat er niet langer geneesmiddelen beschikbaar zijn voor tal van chronische ziekten en dat de cijfers voor moedersterfte in Jemen bij de hoogste ter wereld behoren; overwegende dat ondervoeding bij zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven het risico vergroot om cholera op te lopen en bloedingen te krijgen, waardoor vrouwen nog veel meer geconfronteerd dreigen te worden met complicaties en overlijden tijdens de bevalling;

L.  overwegende dat Jemen ongeveer 280 000 vluchtelingen herbergt, voornamelijk uit Somalië, aangezien het als enige land op het Arabisch Schiereiland het Vluchtelingenverdrag met het bijbehorende protocol heeft ondertekend; overwegende dat deze vluchtelingen, als gevolg van de verergering van het conflict, ook behoefte hebben aan bescherming; overwegende dat er naar verluidt al zo'n 30 600 Somaliërs zijn teruggekeerd naar Somalië en dat het UNHCR terugkeerloketten heeft opgericht;

M.  overwegende dat het conflict en het daardoor veroorzaakte veiligheidsvacuüm hebben geleid tot een gevaarlijke wildgroei van extremistische groeperingen in het land; overwegende dat Al Qaida op het Arabische Schiereiland zijn aanwezigheid heeft bestendigd en dat Da'esh zijn campagne van aanslagen en moorden heeft voortgezet;

N.  overwegende dat de gesprekken onder auspiciën van de VN bevroren zijn en dat een politieke oplossing van het conflict nog lang niet in de maak lijkt;

O.  overwegende dat Jemen een van de armste landen ter wereld is; overwegende dat reeds vóór het begin van de oorlog al de helft van de Jemenieten onder de armoedegrens leefde, twee derde van de jongeren werkloos was en sociale basisvoorzieningen op instorten stonden;

P.  overwegende dat het conflict is afgeschilderd als een probleem tussen sjiieten en soennieten in een poging de werkelijke achterliggende geopolitieke redenen ervan te verhullen; overwegende dat Saudi-Arabië de Houthi's ervan beschuldigt gesteund te worden door Iran en hen beschouwt als een bedreiging voor de Saudische veiligheid; overwegende dat het ingewikkelde conflict in Jemen in sommige opzichten een oorlog op afstand is; overwegende dat dit blijkt uit de sterke aanwezigheid van Al Qaida, afscheidingsbewegingen en zaiditisch-sjiitische rebellen in het noorden en gevechten tussen Houthi's en gewapende groeperingen in het zuiden; overwegende dat het conflict de uitbreiding van met Da'esh gelieerde groeperingen in het land in de hand heeft gewerkt;

Q.  overwegende dat de EU en de VN een wapenembargo tegen Jemen hebben ingesteld en dat de EU gerichte sancties tegen Houthi-leiders heeft opgelegd; overwegende dat 17 EU-landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Frankrijk, Italië en Duitsland, tegelijkertijd wapens blijven verkopen aan Saudi-Arabië; overwegende dat met name het VK, Frankrijk en Spanje hun wapenleveringen aan actoren die betrokken zijn bij het conflict, aanzienlijk hebben opgeschroefd;

R.  overwegende dat de VS de militaire luchtmachtbasis Al Anad in de nabijheid van de Zuid-Jemenitische stad Al Houta in handen hebben, van waaruit zij droneaanvallen uitvoeren op mensen die ervan verdacht worden lid te zijn van de plaatselijke tak van Al Qaida; overwegende dat de Amerikaanse droneaanvallen en de buitengerechtelijke executies in Jemen sinds 2002 er mee de oorzaak van zijn dat de situatie in Jemen gedestabiliseerd is geraakt; overwegende dat in verslagen over Jemen van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN (OHCHR) te lezen staat dat bij droneaanvallen meer burgers dan vermeende terroristen of leden van Al Qaida om het leven zijn gekomen;

S.  overwegende dat het aantal dodelijke droneaanvallen in Jemen drastisch is toegenomen sinds de regering-Trump aan de macht is gekomen, met een massale toename met 231 procent sinds 2016 en ten minste 115 bevestigde aanvallen dit jaar, waaronder twee grondaanvallen; overwegende dat er bewijzen zijn dat EU-lidstaten als het VK, Italië en Duitsland directe of indirecte steun verlenen aan dergelijke dodelijke acties door inlichtingen en andere operationele ondersteuning te verstrekken;

T.  overwegende dat de ligging van Jemen aan de toegang tot de Rode Zee, die leidt naar het Suezkanaal en uitmondt in de Golf van Aden, van strategisch belang is in verband met belangrijke zeeroutes en energievoorraden;

1.  maakt zich grote zorgen over de escalatie van het conflict in Jemen, die tot de huidige humanitaire crisis heeft geleid, waarbij de situatie nog dramatischer is geworden door de herinvoering van de volledige blokkade door Saudi-Arabië;

2.   veroordeelt het gebruik van geweld tegen burgers door gelijk welke partij in het conflict of door terroristen of andere gewapende groeperingen, aangezien deze daden het land in een ernstige humanitaire crisis hebben gestort en duizenden doden en gewonden onder de burgerbevolking en miljoenen ontheemden hebben veroorzaakt; betuigt zijn diepste medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers;

3.   veroordeelt de willekeurige militaire aanvallen die de coalitie onder leiding van Saudi-Arabië in Jemen uitvoert en die de belangrijkste oorzaak van doden onder de burgerbevolking blijven; veroordeelt voorts de blokkade die Saudi-Arabië opnieuw tegen Jemen heeft ingesteld, en dringt erop aan dat ze volledig wordt opgeheven; verzoekt Saudi-Arabië en zijn coalitie ervoor te zorgen dat alle havens en routes over land open blijven om humanitaire noodhulp voor de Jemenitische bevolking mogelijk te maken;

4.   betuigt nogmaals zijn volledige steun voor de inspanningen van de VN en de speciale gezant van de secretaris-generaal voor Jemen; is ervan overtuigd dat alleen een politieke oplossing een eind kan maken aan het conflict in Jemen; dringt er daarom bij alle partijen in Jemen op aan dringend een overeenkomst te bereiken over het staken van de vijandelijkheden, onder toezicht van de VN, als een eerste stap in de richting van het hervatten van de vredesbesprekingen, die tot door Jemenieten geleide inclusieve politieke onderhandelingen moeten leiden om de vrede in het land te herstellen;

5.   herinnert alle partijen en met name Saudi-Arabië en zijn coalitie eraan dat zij een verantwoordelijkheid dragen voor de naleving van het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechtenwetgeving, hetgeen inhoudt dat zij burgers moeten beschermen, zich moeten onthouden van gerichte aanvallen op civiele infrastructuur en veilige en onbelemmerde toegang tot het land moeten bieden aan humanitaire organisaties;

6.   is ervan overtuigd dat Saudi-Arabië er met zijn interventie naar streeft zijn controle in de regio te versterken en dat dit alleen maar zal leiden tot nog meer leed onder de Jemenitische bevolking en tot nog diepere verdeeldheid tussen de volkeren in het Midden-Oosten; maakt zich zorgen over de toenemende spanning in de regio, die nog wordt versterkt door de unilaterale maatregelen die Saudi-Arabië heeft getroffen tegen andere leden van de Samenwerkingsraad van de Golf, zoals Qatar;

7.   roept de partijen bij het conflict op al het nodige te doen om alle vormen van geweld ten aanzien van de burgerbevolking, met inbegrip van seksueel en gendergerelateerd geweld, te voorkomen en ertegen op te treden; veroordeelt met klem de schendingen van de rechten van het kind; toont zich uiterst bezorgd over meldingen van het gebruik van kindsoldaten door Houthi-, Ansar al-sharia- en regeringsstrijdkrachten en over de beperkte toegang die kinderen hebben tot medische basiszorgen en onderwijs; dringt erop aan dat degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van het recht inzake de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht ter verantwoording worden geroepen voor hun daden;

8.   levert felle kritiek op de intensieve wapenhandel die lidstaten, zoals het VK, Spanje, Frankrijk en Duitsland, bedrijven met diverse landen in de regio; dringt aan op de onmiddellijke stopzetting van wapenleveringen en militaire steun aan Saudi-Arabië en zijn coalitiepartners; roept de Raad nogmaals op een EU-embargo op de uitvoer van wapens naar Saudi-Arabië in te stellen, gezien de ernstige beschuldigingen van schendingen van het internationaal humanitair recht door Saudi-Arabië in Jemen, en gezien het feit dat het blijven verlenen van vergunningen voor wapenverkoop aan Saudi-Arabië dus in strijd is met Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008(5);

9.   betreurt dat er geen onafhankelijk internationaal onderzoek is ingesteld naar de luchtaanval van de coalitie op een druk bijgewoonde begrafenisplechtigheid in Sanaa op 8 oktober 2016, waarbij volgens het rapport van het VN-panel van Jemendeskundigen van 27 januari 2017 132 doden en 695 gewonden vielen;

10.   is bezorgd dat Al Qaida op het Arabische Schiereiland en Da'esh kunnen profiteren van de verslechtering van de politieke en de veiligheidssituatie in Jemen; wijst erop dat alle daden van terrorisme misdadig en niet te rechtvaardigen zijn, ongeacht de beweegredenen ervoor of waar, wanneer en door wie zij worden begaan;

11.   is ervan overtuigd dat elke langetermijnoplossing gericht moet zijn op de onderliggende oorzaken van armoede en instabiliteit in het land en moet voldoen aan de legitieme eisen en verlangens van de Jemenitische bevolking; spreekt nogmaals zijn steun uit voor alle vreedzame politieke inspanningen ter bescherming van de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Jemen;

12.   betreurt ten zeerste dat de internationale gemeenschap en de massamedia in de voorbije tweeënhalf jaar zo weinig aandacht hebben geschonken aan het conflict dat aan de basis ligt van de huidige humanitaire ramp in Jemen;

13.   verwerpt elk buitenlands militair ingrijpen in het land, ongeacht of dat Saudisch, Iraans, Arabisch of westers is; maakt zich grote zorgen over de toenemende spanningen in de regio, die nog zijn opgelopen door verklaringen van president Trump over de betrokkenheid van Iran; benadrukt dat de oorlog in Jemen niet louter een conflict tussen sjiieten en soennieten is; hekelt de instrumentalisering van religieuze verschillen, met name door Saudi-Arabië, met het oog op het aanstoken tot politieke crises en sektarisch geweld;

14.   veroordeelt de stilzwijgende medewerking en medeplichtigheid van de EU aan dictatoriale regimes in de regio; staat uiterst kritisch tegenover de rol die de diverse westerse interventies de afgelopen jaren hebben gespeeld bij het aanwakkeren van conflicten in het gebied; benadrukt dat de conflicten in deze regio niet met militaire middelen kunnen worden opgelost; verzet zich tegen het gebruik van het concept "verantwoordelijkheid tot bescherming" dat door diverse partijen tevens wordt gehanteerd als voorwendsel voor het conflict in Jemen, aangezien dit concept in strijd is met het internationaal recht en geen geschikte rechtsgrond vormt om het unilateraal gebruik van geweld te rechtvaardigen;

15.   doet een oproep aan de internationale gemeenschap, en met name aan lidstaten als het VK, Frankrijk, Spanje en Duitsland, om wapenleveringen aan alle oorlogvoerende partijen in het land stop te zetten en om daarom alle nodige maatregelen te treffen ter voorkoming van de rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht van wapens aan of ten voordele van specifieke personen en entiteiten en al wie namens hen of op hun aanwijzing handelt in Jemen, overeenkomstig het VN-wapenembargo tegen Jemen, als bepaald in punt 14 van Resolutie 2216 (2015) van de VN-Veiligheidsraad;

16.   veroordeelt het toegenomen gebruik van drones bij extraterritoriale operaties door de VS onder de regering-Obama en de verdere toename onder de regering-Trump; is sterk gekant tegen het gebruik van drones voor buitengerechtelijk en extraterritoriaal doden; eist een verbod op het gebruik van drones voor deze doeleinden, overeenkomstig zijn eerder genoemde resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones, waarin het Parlement zich in paragraaf 2, onder a) en b), richt tot de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de lidstaten en de Raad om "zich te verzetten tegen en een verbod uit te vaardigen op de praktijk van buitengerechtelijk doelgericht doden" en om "ervoor te zorgen dat de lidstaten, overeenkomstig hun wettelijke verplichtingen, zich niet bezondigen aan onwettig doelgericht doden of het andere landen gemakkelijk maken dit te doen";

17.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering van Jemen, alsmede aan de leden van de Samenwerkingsraad van de Golf en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0270.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0066.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0273.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0172.

(5)

PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99.

Laatst bijgewerkt op: 27 november 2017Juridische mededeling