Procedure : 2012/2881(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0498/2012

Ingediende teksten :

RC-B7-0498/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 22/11/2012 - 13.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0451

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 121kWORD 55k
20.11.2012
PE493.693v01-00}
PE493.694v01-00} RC1
 
B7-0498/2012}
B7-0499/2012} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 110, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

PPE, S&D (B7‑0498/2012)

ALDE, Verts/ALE (B7‑0499/2012)


over de komende wereldconferentie over internationale telecommunicatie (WCIT-12) van de Internationale Telecommunicatie-unie en de mogelijke uitbreiding van het toepassingsgebied van internationale telecommunicatieregelgeving (2012/2881(RSP))


Sabine Verheyen namens de PPE-Fractie
Ivailo Kalfin, Catherine Trautmann, Petra Kammerevert namens de S&D-Fractie
Marietje Schaake namens de ALDE-Fractie
Amelia Andersdotter, Judith Sargentini namens de Verts/ALE-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de komende wereldconferentie over internationale telecommunicatie (WCIT-12) van de Internationale Telecommunicatie-unie en de mogelijke uitbreiding van het toepassingsgebied van internationale telecommunicatieregelgeving (2012/2881(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronischecommunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten(1),

–   gezien Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming(2),

–   gezien Richtlijn 2002/77/EG van de Commissie van 16 september 2002 betreffende de mededinging op de markten voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten(3),

–   gezien zijn resolutie van 17 november 2011 over het open internet en netneutraliteit in Europa(4),

–   gezien zijn resolutie van 15 juni 2010 over internetgovernance: de volgende stappen(5),

 gezien resolutie A/HRC/20/L13 van de VN-Mensenrechtenraad,

–   gezien het voorstel van de Commissie voor een besluit van de Raad inzake de vaststelling van het standpunt van de EU over de herziening van het Internationale Telecommunicatiereglement in het kader van de Wereldconferentie over internationale telecommunicatie of de voorbereidende instanties daarvan (COM(2012)0430),

–   gezien artikel 110, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het Internationale Telecommunicatiereglement (ITR) in 1988 in Melbourne op de Administratieve Wereldconferentie voor Telefonie en Telegrafie is vastgesteld en sindsdien niet meer is herzien;

B.  overwegende dat de 27 lidstaten van de Europese Unie dit ITR hebben ondertekend;

C. overwegende dat de Internationale Telecommunicatie-Unie (ITU) van 3 t/m 14 december 2012 in Dubai een vergadering van de zogenoemde Wereldconferentie over internationale telecommunicatie (WCIT) heeft belegd, waar een nieuwe tekst voor het ITR ter goedkeuring zal worden overgelegd;

1.  verzoekt de Raad en de Commissie ervoor te zorgen dat veranderingen in de internationale telecommunicatiereglementen steeds verenigbaar zijn met het EU-acquis en bevorderlijk zijn voor het streven en het belang van de Unie om van het internet een werkelijk openbaar forum te maken waar de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting en vergadering, worden geëerbiedigd en waar de inachtneming van de vrijemarktbeginselen, netneutraliteit en ondernemerschap worden gegarandeerd;

2.  betreurt het gebrek aan transparantie en het ontbreken van een participatieve opzet rond de onderhandelingen in het kader van de WCIT-12, omdat de resultaten van deze vergadering in grote mate van invloed kunnen zijn op het algemeen belang;

3.  is van mening dat de ITU, of enige andere gecentraliseerde internationale instelling, niet het geschikte orgaan is om regelgevend gezag uit te oefenen op het gebied van internetgovernance of internetverkeer;

4.  wijst erop dat een aantal voorstellen voor hervorming van het ITR negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor internet en voor de architectuur, de werking, de inhoud en de veiligheid van internet, alsmede voor online zakelijke betrekkingen, internetgovernance en het vrij verkeer van gegevens online;

5.  is van mening dat sommige van de ingediende voorstellen tot gevolg zouden kunnen hebben dat de ITU zelf de baas wordt over bepaalde aspecten van internet, waarmee er een einde zou komen aan het huidige bottom-upmodel waarin voor verschillende belanghebbenden een rol is weggelegd; is bezorgd dat goedkeuring van deze voorstellen ernstige gevolgen zal hebben voor de ontwikkeling van en de toegang tot online-diensten voor eindgebruikers en voor de digitale economie in haar geheel; stelt zich op het standpunt dat internetgovernance en daarmee samenhangende regelgevingskwesties onverminderd gedefinieerd moeten worden door een breed forum van verschillende belanghebbenden;

6.  is bezorgd over het feit dat de hervormingsvoorstellen van de ITU onder meer betrekking hebben op de vaststelling van nieuwe winstmechanismen, die een ernstige bedreiging kunnen betekenen voor de open en competitieve aard van internet, de prijzen kunnen opdrijven en innovatie en toegang kunnen belemmeren; herinnert eraan dat internet vrij en open moet blijven;

7.  staat achter alle voorstellen die zich richten op handhaving van het huidige toepassingsgebied van het ITR en het huidige mandaat van de ITU; verzet zich tegen alle voorstellen om het toepassingsgebied uit te breiden tot gebieden als internet, waaronder domeinnamen, de toewijzing van IP-adressen, routering van internetverkeer of inhoudsgerelateerde kwesties;

8.  roept de lidstaten op zich te verzetten tegen veranderingen in het ITR die schadelijk kunnen zijn voor het open karakter van internet, netneutraliteit, het "end-to-end"-beginsel, de verplichting tot universele dienstverlening, en participatief bestuur door verschillende actoren zoals regeringen, supranationale instellingen, niet-gouvernementele organisaties, grote en kleine ondernemingen, de technologische gemeenschap en internetgebruikers en consumenten in het algemeen;

9.  verzoekt de Raad de onderhandelingen over de herziening van het ITR namens de Europese Unie te coördineren op basis van op inclusieve wijze verzamelde input van verschillende belanghebbende partijen, en daarbij een strategie te hanteren die gericht is op het garanderen en behouden van het open karakter van internet en op de bescherming van de rechten en vrijheden van internetgebruikers;

10. wijst nogmaals op het belang van de instandhouding van een solide "best-effort"-internet, het stimuleren van innovatie en vrijheid van meningsuiting, het waarborgen van mededinging en het vermijden van een nieuwe digitale kloof;

11.  benadrukt dat in het ITR moet worden vastgelegd dat de aanbevelingen van de ITU niet-bindende documenten zijn die slechts beste praktijken bevorderen;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

PB L 337 van 18.12.2009, blz. 37.

(2)

PB L 337 van 18.12.2009, blz. 11.

(3)

PB L 249 van 17.9.2002, blz. 21.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0511.

(5)

PB C 236E van 12.8.2011, blz. 33.

Laatst bijgewerkt op: 21 november 2012Juridische mededeling