Procedure : 2004/2221(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0067/2004

Ingediende teksten :

A6-0067/2004

Debatten :

PV 14/12/2004 - 17

Stemmingen :

PV 15/12/2004 - 4.6

Aangenomen teksten :

P6_TA(2004)0101

VERSLAG     
PDF 187kWORD 75k
7 december 2004
PE 347.270v03-00 A6-0067/2004

over de ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende de Europese strategie inzake drugsbestrijding (2005-2012)

(2004/2221(INI))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Giusto Catania

PR_INI_art114,3

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPAANBEVELING VAN HET EUROPEES PARLEMENT AAN DE RAAD

ONTWERPAANBEVELING VAN HET EUROPEES PARLEMENT AAN DE RAAD

betreffende de Europese strategie inzake drugsbestrijding (2005-2012)

(2004/2221(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien de ontwerpaanbeveling aan de Raad, ingediend door Rosa Díez González namens de PSE-Fractie, over de ontwerpstrategie voor de drugsbestrijding in de EU (2005-2012)

(B6-0070/2004),

–  gezien Titel V van het EU-Verdrag,

–   gezien Titel VI van het EU-Verdrag, met name artikel 31, lid 1, letter a) en artikel 34, lid 2, letter b) ervan,

–   gezien het EG-Verdrag, met name artikel 252 ervan,

–   gezien het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, met name de artikelen I-16, I-17, I-40, II-94, II-95, III-271, III-278, III-305 e.a. ervan,

–   gelet op de internationale, Europese en nationale instrumenten in verband met de bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden en met name van het recht op leven en gezondheid,

–   gezien de opneming van het Schengen-acquis in respectievelijk het EU-Verdrag en het EG-Verdrag,

–   gezien de VN-Verdragen van 30 maart 1961 inzake verdovende middelen, gewijzigd door het Protocol van Genève van 25 maart 1972, van 21 februari 1971 inzake psychotrope stoffen, en van 19 december 1988 tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen,

–   gelet op verordening (EEG) nr. 302/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving(1),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over een Actieplan van de Europese Unie inzake drugsbestrijding 1995-1999 (COM(94)0234),

–   gezien de politieke verklaring inzake drugs en de resoluties die zijn aangenomen op de buitengewone bijeenkomst van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 8 en 10 juni 1998,

–   gelet op besluit nr. 102/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 tot vaststelling van een communautair actieprogramma inzake de preventie van drugsverslaving binnen het actiekader op het gebied van de volksgezondheid (1996-2000)(2),

–   gezien gemeenschappelijk optreden 96/750/JBZ van de Raad van 17 december 1996 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen en praktijken van de lidstaten van de Europese Unie ter bestrijding van drugsverslaving en ter voorkoming en bestrijding van de illegale drugshandel(3),

–   gezien gemeenschappelijk optreden 97/396/JBZ van de Raad van 16 juni 1997 betreffende de uitwisseling van informatie, de risicobeoordeling en de controle inzake nieuwe synthetische drugs(4),

–   gelet op verordening (EG) nr. 2046/97 van de Raad van 13 oktober 1997 betreffende de Noord-Zuidsamenwerking op het gebied van de bestrijding van drugs en drugsverslaving(5),

–   gelet op de jaarverslagen van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving;

–   gezien het door de Europese Raad van Wenen van december 1998 goedgekeurde Actieplan van de Raad en de Commissie over hoe de bepalingen van het Verdrag van Amsterdam inzake de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid het best kunnen worden uitgevoerd(6), met name de punten 13, 14, 44, 47 en 51 ervan,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999, met name de punten 43, 48, 50, 59, 60, 61 en 62 ervan,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van Helsinki van 10 en 11 december 1999, met name conclusie 51, waarin nota wordt genomen van de Europese strategie inzake drugsbestrijding (2000-2004),

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van Santa Maria da Feira van 19 en 20 juni 2000, met name punt 51, waarin het Actieplan van de Europese Unie inzake drugsbestrijding (2000-2004) wordt onderschreven,

–   gelet op richtlijn 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2001 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld(7),

–   gezien de mededelingen van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende de tenuitvoerlegging van het EU-actieplan inzake drugs (2000-2004) (COM(2001)0301 en COM(2002)0599),

–   gezien het voorstel voor een verordening van de Raad tot herschikking van verordening (EEG) nr. 302/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (COM(2003)0808 - 5085/04 CORDROGUE 7 SAN 3),

–   gelet op verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren(8),

–   gelet op de goedkeuring door de Raad van het kaderbesluit illegale drugshandel,

–   gelet op artikel 114, lid 3, en artikel 94, lid 1 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0067/2004),

A. overwegende dat het drugsgebruik en de drugshandel in alle lidstaten zeer hoge niveaus bereiken en dat de lidstaten dit probleem niet individueel kunnen oplossen; dat het dan ook onontbeerlijk is dat de Europese Unie op het gebied van drugsbestrijding een echt Europees beleid ontwikkelt dat op een geïntegreerde en globale wijze ten uitvoer wordt gelegd, waarbij gebruik wordt gemaakt van alle middelen die noodzakelijk zijn om de gezondheidsproblemen in verband met drugs en het probleem van de sociale uitsluiting van drugsgebruikers te voorkomen en op te lossen, en om de schade te herstellen die de aan de drugshandel gelieerde georganiseerde misdaad aan onze samenleving berokkent,

B.  overwegende dat ondanks het tot dusver op internationaal, Europees en nationaal niveau gevolgde beleid, de productie, het gebruik en de handel in verboden, in de drie VN-verdragen genoemde stoffen in alle lidstaten zeer hoge niveaus bereiken en dat het gezien de mislukking van dit beleid dan ook onontbeerlijk is dat de Europese Unie haar algemene strategie op het gebied van verdovende middelen herziet,

C. overwegende dat de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op zijn bijeenkomst van 8 juni 2004 besloten heeft dat een nieuwe strategie van de EU inzake drugsbestrijding dient te worden bepaald voor de periode 2005-2012, op grond waarvan twee actieplannen van de EU inzake drugsbestrijding van elk drie jaar (2005-2007 en 2009-2011), telkens gevolgd door een evaluatieperiode van een jaar (2008 en 2012), ten uitvoer zullen worden gelegd, en dat deze strategie dient te worden goedgekeurd op de bijeenkomst van de Europese Raad in december 2004,

D. overwegende dat het Nederlandse voorzitterschap van de Raad op 6 juli 2004 aan de horizontale groep van drugsdeskundigen een voorstel voor een Europese strategie inzake drugsbestrijding (2005-2012) (CORDROGUE 53) heeft voorgelegd, waarin rekening is gehouden met de conclusies van de op 10 en 11 mei 2004 in Dublin gehouden conferentie over een "Strategie van de EU inzake drugs" (CORDROGUE 36); dat dit voorstel vervolgens werd behandeld op de vergaderingen van 7/8 september en 30 september/1 oktober 2004,

E.  overwegende dat noch het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) noch de Commissie tot op heden hun technische en politieke evaluatieverslagen hebben ingediend op grond waarvan moet worden beoordeeld in hoeverre de elf algemene doelstellingen en de zes hoofddoelstellingen van de strategie van de EU inzake drugsbestrijding (2000-2004) zijn verwezenlijkt,

F.  overwegende dat de Raad binnen de horizontale groep van drugsdeskundigen en het CAT (comité zoals bedoeld in artikel 36 van het EU-Verdrag) aan het onderhandelen is over de inhoud van het voorstel voor een strategie inzake drugsbestrijding van de Europese Unie (2005-2012), zonder kennis te hebben van de door het EWDD en de Commissie te verrichten evaluaties van de strategie inzake drugsbestrijding van de Europese Unie (2000-2005) en de tenuitvoerlegging van het EU-actieplan inzake drugs (2000-2005), waarvan de resultaten naar verwachting in november 2004 bekend zullen worden gemaakt, en overwegende dat de vergaderingen van de nationale EU-coördinatoren erop moeten toezien of in de horizontale groep van drugsdeskundigen vooruitgang wordt geboekt,

G. overwegende dat de VN-Commissie voor verdovende middelen aan het voorbereidingsproces moet beginnen voor de bijeenkomst van de Algemene Vergadering van de VN over verdovende middelen in 2008, tien jaar na de Bijzondere Zitting "over drugs" van 1998,

H. overwegende dat er dringend behoefte is aan de ontwikkeling van precieze, kwantificeerbare en operationele objectieven, om na te gaan of en in welke mate de doelstellingen en maatregelen zoals geformuleerd in de vorige strategie, tot resultaten hebben geleid,

I.   van oordeel dat, om een te beperkt beeld van de talrijke met het drugsgebruik verbonden problemen te vermijden, de risico's die het druggebruik inhoudt onder meer moeten worden onderzocht vanuit wetenschappelijk, sociologisch en cultureel oogpunt, niet enkel uitgaande van een diepgaande analyse van objectieve en vergelijkbare gegevens, maar ook door aandachtig te letten op andere implicaties en nadelen voor de ontwikkeling van de maatschappij en erop aan te dringen dat die analyses en beoordelingen zullen worden gepubliceerd,

J.   overwegende dat het nationale drugsbeleid dient te worden gestoeld op wetenschappelijke kennis betreffende elk type drugs en niet op een emotionele impuls, aangezien elk drugsgerelateerd probleem een specifieke aanpak vereist; het generaliseren van de aanpak ondermijnt de geloofwaardigheid van alle deelaspecten van dat beleid,

K. overwegende dat het eveneens essentieel is dat aan de hand van die beoordelingen en analyses een herziening van het drugsbeleid op gang komt waardoor dit doelmatiger en efficiënter wordt in het licht van de na te streven doelstellingen, met bijzondere aandacht voor alternatieve beleidsmaatregelen waarmee in vele lidstaten thans reeds betere resultaten worden bereikt, waar het bijvoorbeeld gaat om vermindering van het aantal drugsdoden, de bescherming van de gezondheid en de sociale en economische reïntegratie van verslaafden,

1.  beveelt de Europese Raad en de Raad het volgende aan met betrekking tot de vaststelling van de toekomstige Europese strategie inzake drugsbestrijding (2005-2012) en het drugsbeleid van de EU in het algemeen:

    a) het Europees beleid inzake verdovende middelen te herdefiniëren, gericht op de aanpak van grensoverschrijdende en grootschalige drugssmokkel, waarbij het probleem in al zijn aspecten wordt benaderd, gebaseerd op een wetenschappelijke aanpak, eerbiediging van de burgerrechten en de politieke rechten en bescherming van de levens en gezondheid van personen;

    b) klare, precieze en kwantificeerbare doelstellingen en prioriteiten te bepalen, die vertaald kunnen worden in operationele indicatoren en acties in de toekomstige actieplannen, waarbij verantwoordelijkheden en deadlines voor hun implementatie heel duidelijk dienen gedefinieerd te worden, rekening houdend met het subsidiariteitsbeginsel. Teneinde te komen tot een vlotte uitvoering is er nood aan een multidisciplinaire aanpak op Europees niveau rond deze duidelijk afgebakende doelstellingen (coördinatie, informatie, evaluatie en internationale samenwerking);

    c) er rekening mee te houden dat de evaluaties van de verwezenlijking van de zes hoofddoelstellingen van de strategie inzake drugsbestrijding van de Europese Unie (2000-2004) die tot nu toe zijn verricht, voor geen enkele van deze doelstellingen positieve resultaten te zien geven, en daaruit dus voor het beleid en de wetgeving de consequenties trekken bij het opstellen van de Europese strategie voor de drugsbestrijding 2005-2012 en de daarmee verbonden actieplannen;

    d) rekening te houden met de evaluaties van de verwezenlijking van de zes hoofddoelstellingen van de antidrugsstrategie van de Europese Unie;

    e) de nieuwe strategie meer te baseren op wetenschappelijk onderzoek en een diepgaand en structureel overleg met de actoren op het terrein in de lidstaten;

    f)  de nieuwe strategie inzake drugsbestrijding van de Europese Unie te doen steunen op juridische, institutionele en financiële grondslagen die voortvloeien uit de doelmatigheid van de tot dusver gevoerde acties en de aanwijzing van de beste praktijken;

    g) het sociaal en wetenschappelijk onderzoek naar illegale stoffen voor relevante medische en sociale doeleinden te intensiveren;

    h) een alternatief uit te werken voor de huidige financiële fragmentering door de creatie van een nieuwe begrotingslijn, die nauw aansluit bij alle maatregelen waarin zal moeten worden voorzien in de toekomstige door de commissie goed te keuren actieplannen, omdat de doelstellingen van de antidrugsstrategie anders niet zullen kunnen worden verwezenlijkt;

    i)  een specifieke begrotingslijn te creëren voor een continu raadplegingsproces met betrokken maatschappelijke organisaties en onafhankelijke professionele deskundigen over het effect van drugsbeleid op het niveau van de burgers;

    j)  een gedetailleerde evaluatie te verrichten naar de doelmatigheid van de tenuitvoerlegging van de eerdere strategie, met bijzondere aandacht voor:

· preventie van gebruik en verslaving,

· vermindering in het aanbod van en de vraag naar verboden drugs,

· beperking van de sociale schade (marginalisering),

· beperking van de schade aan de gezondheid,

· terugdringing van drugsgerelateerde kleine criminaliteit en georganiseerde misdaad en geen nieuwe Europese strategie inzake drugsbestrijding (2005-2012) te bepalen zonder eerst de concrete resultaten van de vorige strategie te kennen, op basis van de relevante technische, wetenschappelijke, juridische en beleidsmatige beleidsevaluaties;

    k) conform de beginselen van democratische legitimiteit, doorzichtigheid en loyale samenwerking tussen de instellingen, het Europees Parlement regelmatig te informeren over de stand van de onderhandelingen in de Raad over de Europese strategie inzake drugsbestrijding (2005-2012),

    l)  het Europees Parlement tijdig te raadplegen voordat de Europese strategie inzake drugsbestrijding (2005-2012) wordt aangenomen, teneinde rekening te kunnen houden met zijn advies;

    m) te zoeken naar totaal andere oplossingen dan de inadequate middelen die zijn voorgesteld voor de verwezenlijking van de algemene doelstelling van het voorstel voor een strategie inzake drugsbestrijding van de Unie, waarbij prioriteit moet toekomen aan de bescherming van leven en gezondheid van gebruikers van illegale verdovende middelen, en aan verbetering van hun welzijn en bescherming, uitgaande van een evenwichtige en geïntegreerde probleemstelling;

    n) de Europese coördinatiemechanismen te versterken, nu de grenzen van de EU van 25 dichter zijn komen te liggen bij de landen vanwaar de drugs afkomstig zijn, teneinde de smokkel van verdovende middelen naar de Unie tegen te gaan en het Europees coördinatiemechanisme op het gebied van het drugsbeleid duidelijk te definiëren en uit te breiden, bijvoorbeeld via het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, met het oog op een geïntegreerde, multidisciplinaire en evenwichtige aanpak van het drugsprobleem, hetgeen sinds de toetreding van 10 nieuwe lidstaten meer dan ooit noodzakelijk is;

    o) minimumnormen vast te stellen om de beschikbaarheid en de doelmatigheid van de interventies te verbeteren, alsmede minimumnormen voor maatregelen inzake reïntegratie op basis van de beste praktijken in de lidstaten, teneinde de sociale gevolgen van drugsgebruik te beperken;

    p) voldoende rekening te houden met de nieuwe situatie, ontstaan na de toetreding van tien nieuwe lidstaten tot de Unie waardoor een intensieve samenwerking met de nieuwe grensstaten noodzakelijk is;

    q) te zorgen voor grotere beschikbaarheid voor druggebruikers van schadebeperkende programma's (vooral tegen de verspreiding van HIV en andere via bloed overdraagbare ziekten);

    r) minimumnormen vast te stellen voor reïntegratiemaatregelen op basis van de beste praktijken in de lidstaten, in plaats van een te sterke focus op nabehandeling met drugsvervangende middelen; te dien einde dienen bijzondere inspanningen tot resocialisatie te worden genomen;

    s) zich veel meer te concentreren op schadebeperking, informatie, preventie, zorg en aandacht voor de bescherming van het leven en de gezondheid van personen met problemen als gevolg van het gebruik van verdovende middelen, en maatregelen te bedenken waardoor marginalisering kan worden vermeden, eerder dan repressieve strategieën te volgen die nagenoeg neerkomen op schending van grondrechten en ook regelmatig geleid hebben tot schendingen van de grondrechten;

    t)  voor wetsovertreders/gebruikers als alternatief voor gevangenisstraf te voorzien in therapeutische programma's, waarvan de doelmatigheid positief is beoordeeld in de landen waar zij worden toegepast,

    u) de voorlichtingsmaatregelen op het gebied van verboden middelen en drugspreventie, vooral op scholen, zoals voorzien in het actieplan 2000-2004, te versterken en te zorgen voor voldoende financiering ervan, en de negatieve aspecten van druggebruik tegen te gaan alsmede de bijbehorende risico's;

    v) het accent te leggen op de versterking van de voorlichtingsmaatregelen, die dienen te worden gebaseerd op wetenschappelijke kennis, betreffende de gevolgen van verschillende soorten drugs (vooral synthetische), teneinde iedereen op een duidelijke doch doortastende manier te kunnen waarschuwen;

    w) de deelneming en betrokkenheid van verslaafden en gebruikers van verboden stoffen, van maatschappelijke organisaties, NGO's en van het vrijwilligerswezen, alsmede de publieke opinie bij de oplossing van drugsgerelateerde problemen te definiëren en exponentieel te versterken, meer in het bijzonder door een sterkere betrokkenheid van de organisaties die actief zijn op dit terrein bij de werkzaamheden van de HDG en door het organiseren van een jaarlijks Europees preventie-initiatief, en door op experimentele basis laagdrempelige plaatsen in te richten voor een schadebeperkende en anti-prohibitionistische aanpak;

    x) een specifieke begrotingslijn te creëren voor een continu raadplegingsproces met betrokken maatschappelijke organisaties en onafhankelijke professionele deskundigen over het effect van drugsbeleid op het niveau van de burgers;

    y) evaluaties te laten verrichten die het mogelijk maken afwijkingen van de doelstellingen van de strategie inzake drugsbestrijding van de Europese Unie nauwkeurig in kaart te brengen en te verhelpen, en waarmee zich geschiktere methoden en middelen voor het bereiken van die doelstellingen laten aanwijzen,

    z) er te voor zorgen dat de opbrengsten van de drugshandel niet kunnen dienen ter financiering van het internationale terrorisme, en de bestaande wetgeving betreffende de inbeslagname van goederen en de strijd tegen het witwassen van geld toepassen,

    aa)in alle internationale overeenkomsten, met name de nieuwe samenwerkingsovereenkomsten met derde landen, een specifieke clausule "antidrugssamenwerking" op te nemen, waaraan de status van essentiële clausule dient te worden gegeven,

    ab)de ontwikkelingssteun aan drugsproducerende landen aanzienlijk te verhogen via programma's ter financiering van alternatieve, duurzame teelten en een drastische beperking van de armoede, waarbij ook de mogelijkheden moeten worden bestudeerd om de productie voor medische en wetenschappelijke doeleinden te stimuleren en te beschermen, zoals van opiaten die door de drie VN-Verdragen inzake psychotrope en verdovende stoffen zijn toegestaan, alsmede de mogelijkheid van pilot-projecten voor industriële vervaardiging van toegelaten producten van de in het verdrag van 1961 genoemde planten, zoals bijvoorbeeld Indische hennep en cocablad;

    ac)de toegankelijkheid van vervangingsprogramma's te regelen en te waarborgen, met bijzondere aandacht voor het gevangenismilieu, onder gelijktijdig stimuleren van de toepassing van alternatieve maatregelen in plaats van opsluiting voor gebruikers van verboden stoffen of voor daarmee verband houdende lichte en "niet-gewelddadige" delicten;

    ad)de research naar gebruik van planten die thans illegaal zijn of in een schemergebied verkeren, zoals cannabis, opium of cocabladen, voor medische doeleinden, of voor voedselveiligheid, duurzame landbouw, opwekking van alternatieve energie, vervanging voor producten op hout- of oliebasis en andere nuttige doeleinden uit te breiden;

    ae)het kaderbesluit inzake de illegale handel in drugs te herzien in het licht van de door het Europees Parlement uitgebrachte standpunten, met inachtneming van de in de Verdragen neergelegde beginselen van subsidiariteit en evenredigheid;

af)een wetenschappelijke studie verrichten naar de kosten en baten van het huidige drugsbeleid, die met name moet omvatten: een analyse van cannabis en de verschillende daarvan afgeleide legale en illegale stoffen, mede ter inventarisatie van de effecten daarvan, de mogelijke therapeutische werking, en de resultaten van het criminaliserende beleid en de mogelijke alternatieven; een analyse van de doelmatigheid van de programma's voor heroïneverstrekking onder medisch toezicht voor therapeutische doeleinden, bezien in het licht van de daarmee beoogde vermindering van het aantal drugsdoden, een analyse van de economische, juridische, sociale en ecologische kosten van het prohibitionistische beleid in termen van voor de wetshandhaving ingezette personele en financiële middelen; een analyse van het effect op derde landen van het huidige beleid zoals dat uit de Europese strategie en het wereldwijde systeem van "drugsbeheersing" voortvloeit,

    ag)de regeringen en nationale parlementen aansporen tot effectievere maatregelen om te verhinderen dat verdovende middelen de gevangenissen binnenkomen,

2.  verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad en de Europese Raad en, ter informatie, aan de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, de Raad van Europa, de Verenigde Naties en de gespecialiseerde VN-agentschappen.

TOELICHTING

De strategie inzake drugsbestrijding van de Europese Unie mag geen ideologische grondslag hebben, maar moet uitsluitend gebaseerd zijn op wetenschappelijke evaluaties als uitgangspunt voor een serieus beleid ter bestrijding van de verbreiding van drugs en de hiermee verband houdende illegale activiteiten. Onder Europese burgers neemt het gebruik van verdovende middelen toe hetgeen overduidelijk maakt dat het door de lidstaten van de Unie gevoerde repressieve verbodsbeleid niets vermag tegen de drugshandel, die nog steeds een van de belangrijkste bronnen van inkomsten van de georganiseerde misdaad en van terroristische organisaties vormt.

Volgens een door Eurobarometer in opdracht van de Europese Commissie verrichte enquête onder 7.600 jongeren in de leeftijd tussen de 15 en 24 jaar (april-mei 2004) blijkt dat het in alle landen van Europa uiterst gemakkelijk is om aan drugs te komen en dat nieuwsgierigheid en de lol van het overtreden van regels de belangrijkste redenen zijn om deze middelen te nemen. Volgens de gegevens in het jaarverslag over 2003 van het Waarnemingscentrum van Lissabon "blijft cannabis de meest gebruikte drug in de Europese Unie waarbij in vele landen iets meer dan 20% van de totale bevolking vooral dit middel gebruikt. Volgens een voorzichtige schatting heeft ten minste één op de vijf volwassenen in de EU wel eens met een verdovend middel geëxperimenteerd. Uit de indicatoren blijkt dat het gebruik van cannabis in de EU aan het stijgen is. Deze stijging lijkt overigens in een aantal landen tot stilstand te zijn gekomen hoewel zij op een niveau is blijven steken dat, historisch gezien, als vrij hoog kan worden beschouwd. Derhalve is het bij voorkeur zaak drugs te classificeren en hierbij veralgemeningen te vermijden, aangezien de uitwerkingen van verdovende middelen niet altijd hetzelfde en onduidelijk zijn, terwijl uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een aantal substanties, met name de zogenaamde soft drugs, niet verslavend zijn.

Naast de stijging van het drugsgebruik moeten in de strategie van de Europese Unie de sterfgevallen worden aangepakt die verband houden met drugsgebruik. De met AIDS verband houdende sterfgevallen dalen, terwijl de sterfte door overdoses stabiel blijft of nog verder stijgt. Ook uit dit statistische gegeven blijkt nog eens op niet mis te verstane wijze dat met de huidige strategie niet de doelstelling wordt bereikt het individu te beschermen en het welzijn van de samenleving te verbeteren.

De maffia en de criminele en terroristische organisaties zijn niet onder de indruk van de huidige strategie inzake drugsbestrijding. De jaaromzet uit drugs neemt immers toe en volgens Europol blijkt uit de overzichtsstatistieken dat de beslagleggingen van drugs zich in een klein aantal landen concentreren waar ongeveer 75% van alle beslagleggingen in de wereld plaatsvindt voor alle soorten drugs. Volgens het rapport van Europol over de georganiseerde misdaad blijven de productie en handel in drugs de voornaamste activiteit van criminele organisaties in de EU. Geen enkele andere vorm van georganiseerde misdaad levert zulke hoge opbrengsten op. Tot de met drugs verband houdende misdaad kunnen niet alleen inbreuken op de wetgeving inzake verdovende middelen worden gerekend, maar tevens misdrijven die onder invloed van drugs worden begaan, misdrijven die door drugsverslaafden worden begaan om aan drugs te komen (vooral inbraken en dealen), naast de misdaden die inherent zijn aan de werking van de illegale markt (het verdedigen van het eigen territorium, omkoping van ambtenaren, enz.).

Derhalve is het zaak een communautair project voor alternatieve vormen van hechtenis te lanceren om te voorkomen dat de repressie van drugs uitsluitend geschiedt via opsluiting in een gevangenis. De strategie inzake drugsbestrijding moet worden beschouwd als een wijze van sociaal optreden waarbij aandacht wordt besteed aan de oorzaken van het sociale onbehagen ter voorkoming van drugsgebruik door de strategie van repressie die uitsluitend is gericht op het bestraffen van de gebruikers, te wijzigen.

Bijgevolg moet de strategie ter beperking van de schade als een prioriteit worden beschouwd. De maatregelen om de schade aan de gezondheid ten gevolge van drugs tot een minimum te beperken, de sterfgevallen te verminderen en elke vorm van openbare-ordeverstoring te temperen zijn deel gaan uitmaken van vele nationale strategieën inzake drugs en in de meeste landen een beleidsprioriteit geworden. Het ontplooien van activiteiten ter beperking van de schade wordt vanuit nationale bronnen beschreven als "zeer belangrijk", "van groot belang", "fundamenteel", "een prioriteit" of zelfs "een essentieel onderdeel van onze nationale strategie inzake drugs". 29.9.2004

ONTWERPAANBEVELING (B6-0070/2004)

ingediend overeenkomstig artikel 114, lid 1 van het Reglement
door Rosa Díez González namens de PSE-Fractie

over de ontwerpstrategie voor de drugsbestrijding in de EU (2005-2012)

Het Europees Parlement,

–   gezien de op 2 en 3 december 2004 te houden bijeenkomst van de JBZ-Raad, waarop een ontwerpstrategie voor de drugsbestrijding in de EU voor de periode 2005-2012 zal worden besproken,

–   gezien de op 17 december 2004 te houden bijeenkomst van de Europese Raad, waarop de ontwerpstrategie voor de drugsbestrijding in de EU voor de periode 2005-2012 zal worden aangenomen,

–   gelet op artikel 114, lid 1, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het kader en de prioriteiten die in de nieuwe antidrugsstrategie van de EU zijn vastgelegd, de grondslag zullen vormen van twee opeenvolgende driejarige actieplannen voor de drugsbestrijding in de EU (2005-2007 en 2009-2011), elk gevolgd door een evaluatieperiode van een jaar (2008 en 2012),

B.  overwegende dat de verbetering van de samenwerking tussen de instellingen van de EU een fundamenteel onderdeel van het antidrugsbeleid van de EU is,

C. overwegende dat deze gelegenheid moet worden aangegrepen om doeltreffende en globale beleidsmaatregelen op het gebied van de drugsbestrijding te bevorderen en uit te werken,

1.  beveelt de Raad het volgende aan:

      a) invoering van een concreet Europees beleid voor de drugsbestrijding dat gericht is op terugdringing van vraag en aanbod, alsmede op voorlichting en evaluatie;

      b) bevordering en uitstippeling van beleid ter beperking van de schade in de lidstaten, zonder de lidstaten te verbieden maatregelen te nemen en experimenten uit te voeren op dit gebied;

      c) nauwgezet toezicht op de naleving van de antidrugsclausule in de internationale overeenkomsten, waarbij verlangd moet worden dat deze clausule als "essentieel" wordt aangemerkt,

      d) ervoor zorgen dat de ontwerpactieplannen voor de drugsbestrijding (2005-2007 en 2009-2011) door de Commissie zullen worden uitgewerkt in overleg met het Europees Parlement, het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving en Europol, en met raadpleging van de betrokken organisaties van het maatschappelijk middenveld;

2.  verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad en - ter informatie - aan de Europese Raad en de Commissie.

PROCEDURE

Titel

Ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende de Europese strategie inzake drugsbestrijding (2005-2012)

Procedurenummer

2004/2221(INI)

Reglementsartikelen

art. 114, lid 3

Commissie ten principale
  Datum bekendmaking

LIBE
28.10.2004

Medeadviserende commissie(s)
  Datum bekendmaking

ENVI
8.10.2004

 

 

Geen advies
  Datum besluit

ENVI
20.9.2004

 

 

 

 

Nauwere samenwerking
Datum bekendmaking

 

 

 

 

 

Ontwerpresolutie(s) op te nemen in het ontwerpverslag

B6-0070/2004

 

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Giusto Catania
13.9.2004

 

 

 

Vervangen (rapporteur(s)

 

 

 

 

 

Behandeling in de commissie

22.09.2004

2.12.2004

 

 

Datum goedkeuring

2.12.2004

Uitslag eindstemming

voor:

tegen:

onthoudingen:

20

19

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alexander Nuno Alvaro, Edit Bauer, Johannes Blokland, Mario Borghezio, Mihael Brejc, Kathalijne Maria Buitenweg, Maria Carlshamre, Michael Cashman, Giusto Catania, Charlotte Cederschiöld, António Costa, Carlos Coelho, Rosa Díez González, Patrick Gaubert, Adeline Hazan, Timothy Kirkhope, Barbara Kudrycka, Stavros Lambrinidis, Henrik Lax, Edith Mastenbroek, Jaime Mayor Oreja, Claude Moraes, Bogdan Pęk, Martine Roure, Michele Santoro, Luciana Sbarbati, Inger Segelström, Ioannis Varvitsiotis, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Frederika Brepoels, Panayiotis Demetriou, Cristina Gutiérrez-Cortines, Sophia in 't Veld, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Javier Moreno Sánchez, Béatrice Patrie, Gitte Seeberg, Antonio Tajani, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 178, lid  2)

 

Datum indiening – A6

7.12.2004

A6-0067/2004

Opmerkingen

...

(1)

PB L 36 van 12.2.1993, blz. 1.

(2)

PB L 19 van 22.1.1997, blz. 25.

(3)

PB L 342 van 31.12.1996, blz. 6.

(4)

PB L 167 van 25.6.1997, blz. 1.

(5)

PB L 287 van 21.10.1997, blz. 1.

(6)

PB C 19 van 23.1.1999, blz. 1.

(7)

PB L 344 van 28.12.2001, blz. 76.

(8)

PB L 47 van 18.2.2004, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 10 augustus 2006Juridische mededeling