Procedure : 2005/0127(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0073/2007

Ingediende teksten :

A6-0073/2007

Debatten :

PV 23/04/2007 - 18
CRE 23/04/2007 - 18

Stemmingen :

PV 25/04/2007 - 11.2
CRE 25/04/2007 - 11.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0145

VERSLAG     ***I
PDF 355kWORD 318k
23 maart 2007
PE 378.855v02-00 A6-0073/2007

over het gewijzigde voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen

(COM(2006)0168 – C6-0233/2005 – 2005/0127(COD))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Nicola Zingaretti

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen

(COM(2006)0168 – C6-0233/2005 – 2005/0127(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2006)0168)(1),

–   gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 95 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0233/2005),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0073/2007),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 5

(5) Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten voorziet in civiel en administratiefrechtelijke maatregelen, procedures en vergoedingen. Het instrumentarium van die richtlijn moet worden aangevuld met voldoende afschrikkende strafrechtelijke bepalingen die op het hele grondgebied van de Gemeenschap van toepassing zijn. De onderlinge aanpassing van een aantal strafrechtelijke bepalingen is nodig om namaak en piraterij binnen de interne markt doeltreffend te bestrijden. De Gemeenschapswetgever is bevoegd om strafrechtelijke maatregelen te nemen die nodig zijn om de volledige doeltreffendheid van de door hem vastgestelde normen inzake de bescherming van intellectuele eigendom te verzekeren.

(5) Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten voorziet in civiel en administratiefrechtelijke maatregelen, procedures en vergoedingen. Het instrumentarium van die richtlijn moet worden aangevuld met voldoende afschrikkende strafrechtelijke bepalingen die op het hele grondgebied van de Gemeenschap van toepassing zijn. De onderlinge aanpassing van een aantal strafrechtelijke bepalingen is nodig om namaak en piraterij binnen de interne markt doeltreffend te bestrijden. De Gemeenschapswetgever is bevoegd om strafrechtelijke maatregelen te nemen die nodig zijn om de volledige doeltreffendheid van de door hem vastgestelde normen inzake de bescherming van intellectuele eigendom, als omschreven in deze richtlijn en in ieder geval met uitsluiting van octrooien, te verzekeren.

Motivering

Dit amendement moet zorgen voor coherentie met de volgende amendementen en heeft als doel de werkingssfeer van de richtlijn van meet af aan af te bakenen.

Amendement 2

Overweging 6 bis (nieuw)

 

(6 bis) Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie van 7 september 2006 over de namaak van medicijnen de mening te kennen gegeven dat de Europese Gemeenschap zich dringend de middelen moet verschaffen om met succes de strijd aan te binden tegen illegale praktijken op het gebied van piraterij en namaak van medicijnen.

Motivering

Uit de meest recente douanestatistieken over 2005 inzake het beslag op nagemaakte goederen aan de grenzen van de Europese Unie blijkt dat in 2005 beslag is gelegd op twee maal zoveel nagemaakte geneesmiddelen als in 2004.

Amendement 3

Overweging 8

(8) Er moet worden voorzien in maatregelen om strafrechtelijke onderzoeken te vergemakkelijken. De lidstaten dienen te bepalen dat de betrokken houders van de intellectuele eigendomsrechten of hun vertegenwoordigers, alsmede deskundigen hun medewerking kunnen verlenen aan de onderzoeken die door gemeenschappelijke onderzoeksteams worden uitgevoerd.

(8) Er moet worden voorzien in maatregelen om strafrechtelijke onderzoeken te vergemakkelijken. De lidstaten dienen te bepalen dat de betrokken houders van de intellectuele eigendomsrechten of hun vertegenwoordigers, alsmede deskundigen hun medewerking kunnen verlenen aan de onderzoeken die door gemeenschappelijke onderzoeksteams worden uitgevoerd. De medewerking van de houders van intellectuele-eigendomsrechten in kwestie bestaat uit een ondersteunende functie, die de neutraliteit van het onderzoek door de overheid onverlet laat.

Motivering

Duidelijk dient te worden gesteld dat betrokkenheid van de slachtoffers bij het onderzoek van politie of openbaar ministerie de neutraliteit van deze onderzoeksinstanties van de overheid niet in gevaar mag brengen. Het waarborgen van objectiviteit en neutraliteit is een van de beginselen van de rechtsstaat.

Amendement 4

Overweging 9 bis (nieuw)

 

(9 bis) De in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie vastgelegde rechten moeten ten volle worden geëerbiedigd bij de definiëring van strafbare feiten en boetes, gedurende onderzoeken en in de loop van rechterlijke procedures.

Amendement 5

Overweging 10

(10) Deze richtlijn laat de bij de artikelen 12 tot en met 15 van Richtlijn 2000/31/EG over de elektronische handel ingestelde aansprakelijkheidsregelingen voor internetserviceproviders onverlet.

(10) Deze richtlijn laat de bij Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt1 ingestelde aansprakelijkheidsregelingen voor internetserviceproviders onverlet..

________
1 PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.

Amendement 6

Overweging 10 bis (nieuw)

 

(10 bis) Deze richtlijn laat de bij Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij1 ingestelde specifieke aansprakelijkheidsregelingen onverlet.

 

__________
1 PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10.

Amendement 7

Overweging 12 bis (nieuw)

 

(12 bis) Er moet worden gezorgd voor een adequate bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten in de audiovisuele sector, zoals aangegeven in Richtlijn 98/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 1998 betreffende de rechtsbescherming van diensten gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang¹.

 

___________
1 PB L 320 van 28.11.1998, blz. 54.

Motivering

Richtlijn 98/84/EG is momenteel het enige rechtsinstrument dat op Europees niveau de audiovisuele rechten beschermt tegen het groeiend aantal gevallen van piraterij en namaak. Dit geschiedt hoofdzakelijk door middel van de voorwaardelijke toegang, een technische oplossing die het mogelijk maakt het gebruik van gecodificeerde audiovisuele inhouden te controleren en te verzekeren. Door de inbreuken op de regels betreffende de voorwaardelijke toegang op te nemen in deze richtlijn, door middel van een verwijzing naar Richtlijn 98/84/EG, kan een krachtig afschrikkend signaal uitgaan naar criminele organisaties die de audiovisuele rechten met voeten treden en erop rekenen dat ze ongestraft hun weg kunnen gaan omdat de wetgevingen van de lidstaten niet homogeen zijn.

Amendement 8

Artikel 1, alinea 1

Bij deze richtlijn worden de strafrechtelijke maatregelen vastgesteld die noodzakelijk zijn om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen.

Bij deze richtlijn worden de strafrechtelijke maatregelen vastgesteld die noodzakelijk zijn om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, zoals hierna gedefinieerd, te waarborgen in samenhang met namaak en piraterij.

Motivering

De doelen van de voorstellen worden het best verwezenlijkt als de aandacht in de richtlijn uitdrukkelijk wordt gericht op namaak en piraterij. Door de huidige formulering zouden geschillen over intellectuele-eigendomsrechten, die in wezen civielrechtelijk van aard zijn en die ontstaan tussen legale commerciële ondernemingen, zelfs in de strafrechtelijke sfeer worden getrokken. Doel van het amendement is de werkingssfeer van de richtlijn duidelijk af te bakenen en te refereren aan de definities die zijn vervat in het volgende amendement.

Amendement 9

Artikel 1, alinea 2

Deze maatregelen hebben betrekking op de intellectuele-eigendomsrechten die zijn neergelegd in de Gemeenschapswetgeving en/of in de nationale wetgevingen van de lidstaten.

Deze maatregelen hebben betrekking op de intellectuele-eigendomsrechten die zijn neergelegd in de Gemeenschapswetgeving met uitzondering van octrooien.

Motivering

De bedoeling van dit amendement is het toepassingsgebied van de richtlijn van meet af aan te beperken.

Amendement 10

Artikel 1, alinea 2 bis (nieuw)

 

Het in deze richtlijn bepaalde geldt niet voor industriële-eigendomsrechten die voortvloeien uit octrooien.

Motivering

Het feitelijke toepassingsgebied van deze richtlijn moet exact worden geformuleerd om de nagestreefde betere, meer doorzichtige en begrijpelijker wetgeving te kunnen verwezenlijken.

Door de ingewikkelde aard van de meeste onderzoekprojecten lopen uitvinders tijdens hun werk voortdurend het gevaar octrooirechten te overtreden. Als overtreding van octrooirechten in de strafrechtelijke sfeer worden getrokken worden uitvinders en academici wellicht afgehouden van de ontwikkeling van innovaties.

Amendement 11

Artikel 1, alinea 2 ter (nieuw)

 

Met name heeft deze richtlijn niet betrekking op inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten die verband houden met:

- octrooien, gebruiksmodellen en aanvullende beschermingscertificaten;

- parallelimport van originele goederen die op de markt worden gebracht met toestemming van de rechthebbende in een derde land.

Motivering

Het toepassingsgebied van deze richtlijn moet worden beperkt.

Amendement 12

Artikel 2, titel

Definities

Definities

Motivering

Het begrip namaak is van centraal belang in de toepassing van het huidige voorstel voor een richtlijn, en moet derhalve worden gedefinieerd. De toepassing van sancties is slechts mogelijk wanneer er een duidelijke definitie van het begrip namaak bestaat, die alle vormen van inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten dekt, met inbegrip van het in bezit hebben van namaakgoederen.

Amendement 13

Artikel 2

Voor deze richtlijn wordt onder "rechtspersoon" verstaan, elke juridische entiteit die uit hoofde van het toepasselijke nationale recht deze rechtstoestand heeft, behalve staten of andere openbare instellingen die in het kader van de uitoefening van hun publiekrechtelijke prerogatieven optreden, alsmede internationale publiekrechtelijke organisaties.

Voor deze richtlijn wordt verstaan onder:

a) "intellectuele-eigendomsrechten", een van de volgende rechten:

- auteursrechten,

- naburige rechten van het auteursrecht,

- het recht sui generis van de maker van een databank,

- de rechten van de maker van topografieën van halfgeleiderproducten,

 

- merkenrechten, voorzover uitbreiding hiervan tot de bescherming van de strafwetgeving niet strijdig is met regels inzake de vrije markt en onderzoekwerkzaamheden,

 

-rechten op tekeningen of modellen,

 

- geografische aanduidingen,

 

- handelsnamen, voorzover deze in het betrokken nationale recht als uitsluitende eigendomsrechten worden beschermd,

 

- en in elk geval de rechten, voor zover daarin voorzien wordt op communautair niveau, betreffende goederen als bedoeld in artikel 2, lid 1, letters a) en b) van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 met betrekking tot het optreden van de douaneautoriteiten met betrekking tot goederen waarbij het vermoeden van inbreuk op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten bestaat en de maatregelen die genomen moeten worden ten aanzien van goederen die inbreuk maken op die rechten1, en in ieder geval met uitsluiting van octrooien;

 

b)"inbreuk op commerciële schaal": elke schending van een intellectuele-eigendomsrecht die gepleegd wordt om commerciële voordelen te verkrijgen; hieronder vallen in beginsel niet de handelingen die door particuliere gebruikers voor persoonlijke doeleinden en zonder winstoogmerk worden verricht;

 

c) "opzettelijke inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht": een opzettelijke en bewuste inbreuk op dat recht, gepleegd om economisch voordeel op commerciële schaal te verkrijgen;

 

d) "rechtspersoon": elke juridische entiteit die uit hoofde van het toepasselijke nationale recht deze rechtstoestand heeft, behalve staten of andere openbare instellingen die in het kader van de uitoefening van hun publiekrechtelijke prerogatieven optreden, alsmede internationale publiekrechtelijke organisaties.

 

_________
1 PB L 196 van 2.8.2003, blz. 7.

Amendement 14

Artikel 3

De lidstaten zorgen ervoor dat elke op commerciële schaal gepleegde opzettelijke inbreuk op een intellectueel-eigendomsrecht, alsmede de poging tot, de medeplichtigheid aan en het aanzetten tot een dergelijke inbreuk als strafbaar feit wordt gekwalificeerd.

De lidstaten zorgen ervoor dat elke op commerciële schaal gepleegde opzettelijke inbreuk op een intellectueel-eigendomsrecht, alsmede de medeplichtigheid aan en het aanzetten tot de feitelijke inbreuk als strafbaar feit wordt gekwalificeerd.

Amendement 15

Artikel 3, alinea 1 bis (nieuw)

 

Strafrechtelijke sancties worden niet opgelegd in het geval van parallelimport van oorspronkelijke goederen die in een land buiten de Europese Unie in de handel zijn gebracht met toestemming van de houder van het recht.

Motivering

Bij parallelimport van oorspronkelijke goederen die met toestemming van de rechthebbende op de markt zijn gebracht in een niet-EU-land is geen sprake van piraterij.

Amendement 16

Artikel 3, alinea 1 ter (nieuw)

 

De lidstaten zorgen ervoor dat het eerlijke gebruik van een beschermd werk, zoals het maken van kopieën op papier, geluidsdragers of andere middelen voor doeleinden als kritiek, commentaar, nieuwsverschaffing, onderwijs (met inbegrip van veelvoudige kopieën voor het gebruik in de klas), wetenschap of onderzoek, geen strafbaar feit vormt.

Motivering

De vrijheid van pers vereist vrijwaring van strafrechtelijke maatregelen. Beroepsbeoefenaars als journalisten, wetenschappers en docenten zijn geen criminelen. Kranten, onderzoeksinstellingen en scholen zijn geen misdaadorganisaties. Dat betekent niet dat bepaalde rechten niet beschermd worden, want civielrechtelijke schadevergoedingsprocedures zijn altijd mogelijk.

Amendement 17

Artikel 4, lid 2, letter a)

a) vernietiging van de goederen die inbreuk maken op een intellectueel-eigendomsrecht;

a) vernietiging van de goederen die inbreuk maken op een intellectueel-eigendomsrecht, met inbegrip van materialen en werktuigen die bij de schepping of vervaardiging van deze goederen zijn gebruikt;

Motivering

Met dit amendement wordt artikel 4, lid 2, letter a) in overeenstemming gebracht met artikel 10 van de Handhavingsrichtlijn.

Amendement 18

Artikel 4, lid 2, letter b)

b) gehele of gedeeltelijke, definitieve of tijdelijke sluiting van de vestiging die voornamelijk voor het plegen van de desbetreffende inbreuk is gebruikt;

b) gehele of gedeeltelijke, definitieve of tijdelijke sluiting van de vestiging die voor het plegen van de desbetreffende inbreuk is gebruikt;

Motivering

Voor alle vestigingen die bij het strafbare feit betrokken zijn, moeten dezelfde sancties gelden.

Amendement 19

Artikel 4, lid 2, letter g bis) (nieuw)

 

g bis) de verplichting dat de overtreder de kosten voor de opslag van in beslag genomen goederen betaalt.

Motivering

Als aanvullende sanctie kan de namaker worden veroordeeld tot betaling van de kosten van de bewaking van de goederen die worden bewaard ten behoeve van het onderzoek, wanneer het om hoge kosten gaat als de bewaarde producten zelfs in kleine hoeveelheid omvangrijk zijn, en het onderzoek langdurig.

Amendement 20

Artikel 5, lid 1

1. De lidstaten doen het nodige opdat natuurlijke personen die zich schuldig hebben gemaakt aan de in artikel 3 bedoelde strafbare feiten, worden gestraft met een maximumstraf van minstens vier jaar gevangenisstraf wanneer deze feiten in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit […] ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit zijn gepleegd of een risico voor de gezondheid of de veiligheid van personen inhouden.

1. De lidstaten doen het nodige opdat natuurlijke personen die zich schuldig hebben gemaakt aan de in artikel 3 bedoelde strafbare feiten, worden gestraft met een maximumstraf van minstens vier jaar gevangenisstraf wanneer het gaat om ernstige strafbare feiten in de zin van artikel 3, punt 5 van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme1 of wanneer deze feiten in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit […] ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit zijn gepleegd of een risico voor de gezondheid of de veiligheid van personen inhouden.

 

__________
1 PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.

Motivering

Dit amendement is noodzakelijk omdat vele nationale wetgevingen reeds vrij rigoureuze maatregelen ter bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten kennen waarin niet gesteld wordt dat het strafbare feit gepleegd moet zijn in het kader van een criminele organisatie. Bepalen dat dit element aanleiding geeft tot strengere straffen zou de correcte toepassing van de nationale beschermingsmaatregelen in het gedrang kunnen brengen.

Amendement 21

Artikel 5, lid 2, letter a)

a) met een maximum van minstens 100 000 euro voor de andere dan de zwaarste gevallen;

a) met een maximum van minstens 100 000 euro voor de andere dan de gevallen bedoeld in lid 1;

Motivering

Dit amendement heeft tot doel de tekst te verduidelijken zonder de oorspronkelijke betekenis te veranderen.

Amendement 22

Artikel 5, lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis. De lidstaten doen het nodige opdat bij de vaststelling, overeenkomstig de leden 1 en 2, van de hoogte van de sancties die aan natuurlijke of rechtspersonen worden opgelegd wegens strafbare feiten als bedoeld in artikel 3, rekening wordt gehouden met eerdere strafbare feiten die deze natuurlijke of rechtspersonen in een andere lidstaat hebben gepleegd.

Motivering

Om ervoor te zorgen dat de strafrechtelijke sancties effectiever, evenrediger en afschrikwekkender worden, moeten de nationale rechtbanken bij de vaststelling van de strafmaat rekening houden met inbreuken die in andere lidstaten op de intellectuele-eigendomsrechten zijn begaan.

Amendement 23

Artikel 6

De lidstaten doen het nodige opdat de bezittingen van een veroordeelde natuurlijke persoon of rechtspersoon overeenkomstig artikel 3 van Kaderbesluit 2005/212/JBZ van 24 februari 2005 inzake de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, alsmede van de daarbij gebruikte hulpmiddelen en de door middel daarvan verkregen voorwerpen, verbeurd kunnen worden verklaard, in elk geval wanneer de feiten in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit […] ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit zijn gepleegd of een risico voor de gezondheid of de veiligheid van personen inhouden.

De lidstaten doen het nodige opdat de bezittingen van een veroordeelde natuurlijke persoon of rechtspersoon overeenkomstig artikel 3 van Kaderbesluit 2005/212/JBZ van 24 februari 2005 inzake de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, alsmede van de daarbij gebruikte hulpmiddelen en de door middel daarvan verkregen voorwerpen, verbeurd kunnen worden verklaard, in elk geval wanneer het gaat om ernstige strafbare feiten in de zin van artikel 3, punt 5 van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme1 of wanneer de feiten in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit […] ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit zijn gepleegd of een risico voor de gezondheid of de veiligheid van personen inhouden.

 

__________
1 PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.

Motivering

Dit amendement is noodzakelijk omdat vele nationale wetgevingen reeds vrij rigoureuze maatregelen ter bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten kennen waarin niet gesteld wordt dat het strafbare feit gepleegd moet zijn in het kader van een criminele organisatie. Bepalen dat dit element aanleiding geeft tot strengere straffen zou de correcte toepassing van de nationale beschermingsmaatregelen in het gedrang kunnen brengen.

Amendement 24

Artikel 6 bis (nieuw)

 

Artikel 6 bis

De lidstaten zien erop toe dat misbruik van dreiging met strafrechtelijke sancties door middel van strafrechtelijke, civielrechtelijke en proceduremaatregelen verboden en bestraft kan worden.

De lidstaten verbieden misbruik van procedures, in het bijzonder wanneer strafrechtelijke maatregelen worden ingezet voor de handhaving van civielrechtelijke bepalingen.

Motivering

De mogelijkheden waarover de houder van een recht beschikt om eventuele inbreukmakers (d.w.z. concurrenten) af te schrikken nemen aanzienlijk toe wanneer hij met strafrechtelijke sancties kan dreigen. Zowel de internationale als de Europese wetgeving vereisen dat misbruik van intellectuele-eigendomsrechten voorkomen wordt. Misbruik verstoort de vrije concurrentie, en dat is in strijd met de artikelen 28 e.v. en 81 e.v. van het EGV.

Amendement 25

Artikel 6 ter (nieuw)

 

Artikel 6 ter

De lidstaten zien erop toe dat de rechten van de verweerder naar behoren worden beschermd en gewaarborgd.

Amendement 26

Artikel 7

Gemeenschappelijke onderzoeksteams

Samenwerking met gemeenschappelijke onderzoeksteams

De lidstaten zien erop toe dat de betrokken houders van de intellectuele-eigendomsrechten of hun vertegenwoordigers, alsmede deskundigen hun medewerking kunnen verlenen aan de onderzoeken die door gemeenschappelijke onderzoeksteams worden uitgevoerd met betrekking tot de in artikel 3 van bedoelde strafbare feiten.

De lidstaten zien erop toe dat de houders van de intellectuele-eigendomsrechten met de gemeenschappelijke onderzoeksteams samenwerken overeenkomtig de regelingen waartoe is bepaald in Kaderbesluit 2002/465/JHA van 13 juni 2002 inzake gemeenschappelijke onderzoeksteams1..

 

________
1 PB L 162 van 20.6.2002, blz. 1.

Amendement 27

Artikel 7, alinea 1 bis (nieuw)

 

De lidstaten zorgen voor passende waarborgen dat deze medewerking niet leidt tot bijvoorbeeld aantasting van de zorgvuldigheid, de integriteit of de onpartijdige bewijsvoering en daardoor ten koste gaat van de rechten van de verweerder.

Motivering

Wanneer houders van intellectuele-eigendomsrechten meewerken met gemeenschappelijke onderzoeksteams levert dat risico's op voor de onpartijdigheid van het onderzoek, het verstrekte bewijs en de bescherming van de rechten van de verweerder. De lidstaten moeten erop toezien dat de rechten van de verweerder naar behoren worden beschermd en dat de vereiste standaards inzake bewijsvoering in strafzaken worden nageleefd.

Amendement 28

Artikel 7, alinea 1 ter (nieuw)

 

Artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie betreffende de bescherming van de persoonlijke gegevens en Richtlijn 95/46/EG1 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens moeten in de loop van het onderzoek en de procesgang volledig worden nageleefd.

 

________
1
PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

Motivering

In artikel 8 van het Handvest wordt verklaard dat "een ieder het recht heeft op bescherming van zijn persoonsgegevens" en "deze gegevens moeten eerlijk worden verwerkt, voor bepaalde doeleinden en met toestemming van de betrokkene op basis van een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet. Een ieder heeft recht van inzage in de over hem verzamelde gegevens en op rectificatie daarvan". De richtlijn is bedoeld voor de bescherming van de rechten en vrijheden van personen met betrekking tot de verwerking van persoonlijke gegevens door richtsnoeren neer te leggen waarin wordt bepaald wanneer deze verwerking rechtmatig is.

Amendement 29

Artikel 7 bis (nieuw)

 

Artikel 7 bis

Recht op het ontvangen van informatie van rechtshandhavingsinstanties

 

De lidstaten zorgen ervoor dat rechtshandhavingsinstanties die inbreukmakende artikelen in beslag nemen of ander bewijs van inbreuk verkrijgen, dit bewijsmateriaal beschikbaar stellen voor gebruik in hangende of voorgenomen civielrechtelijke procedures tegen de vermeende inbreukmaker tegen wie de houder van het recht een klacht heeft ingediend bij een rechtbank in de Europese Unie, alsook dat deze instanties, waar mogelijk, de betrokken rechthebbende of diens vertegenwoordiger in kennis stellen van deze inbeslagname of van dit bewijs. De lidstaten kunnen eisen dat ten aanzien van de inkennisstelling van de houder van het recht van het bestaan van dergelijk bewijsmateriaal, redelijke toegangs-, veiligheids- of andere vereisten in acht worden genomen, ten einde de integriteit van het bewijs te waarborgen en te vermijden dat daardoor andere strafzaken worden geschaad.

Motivering

Samenwerking op EU-niveau tussen de openbare en privé-sector moet worden aangemoedigd. Openbare instanties, waaronder rechtshandhavingsinstanties, zouden informatie en bewijsmateriaal moeten kunnen uitwisselen met de privé-sector opdat zowel civiel- als strafrechtelijke procedures doeltreffend kunnen worden behandeld en naar behoren kunnen stoelen op goed bewijsmateriaal tegen namakers en piraten. Dit spoort volledig met de wetgeving inzake gegevensbescherming, i.e. Richtlijn 95/46/EG.

(1)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


TOELICHTING

I.         Inleiding: de voorstellen van 12 juli 2005

1. Op 12 juli 2005 deed de Commissie het Europees Parlement en de Raad een voorstel toekomen voor een richtlijn inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te waarborgen (2005/0127(COD)); tegelijkertijd ontving de Raad een voorstel voor een kaderbesluit tot versterking van het strafrechtelijk kader om schendingen van de intellectuele eigendom te bestrijden (2005/0128(CNS)).

2. Overeenkomstig het voorstel voor een richtlijn zouden lidstaten verplicht zijn om elke opzettelijke schending van intellectuele-eigendomsrechten als strafbaar feit aan te merken wanneer de betrokken handelingen op commerciële schaal worden verricht, met inbegrip van poging tot, medeplichtigheid aan en aanzetten tot dergelijke handelingen. In de tekst werd een aantal sancties genoemd, waaronder confiscatie van nagemaakte goederen en gevangenisstraffen voor de pleger van de inbreuk. Ook werd in diverse bijkomende sancties voorzien, zoals sluiting van de vestiging of de winkel die voornamelijk voor het plegen van de inbreuk is gebruikt, en openbaarmaking van rechterlijke uitspraken. Het voorstel beperkte zich echter tot de verplichting voor de lidstaten tot strafbaarstelling en bestraffing van bepaalde handelingen, zonder zich nader uit te spreken over de strafmaat(1).

3. Het voorstel voor een kaderbesluit had tot doel de strafrechtelijke maatregelen te versterken door middel van de harmonisering van de nationale wetgevingen inzake schending van intellectuele eigendom en via de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van het optreden tegen dergelijke strafbare feiten. Ter aanvulling op het letterlijk overgenomen voorstel voor een richtlijn werden in dit voorstel voor een kaderbesluit de minimumstraffen vastgesteld voor de plegers van inbreuken: tenminste 4 jaar gevangenisstraf wanneer de feiten in het kader van een criminele organisatie in de zin van het toekomstige Kaderbesluit (2005/0003(CNS)) ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit zijn gepleegd of een risico voor de gezondheid of de veiligheid van personen, alsook een boete van 300 000 euro voor dezelfde feiten.

II. Het arrest van het Hof van Justitie van 13 september 2005 en het standpunt van de Commissie

1. Terwijl de procedure rond de goedkeuring van bovengenoemde voorstellen liep, sprak het Hof van Justitie in zijn arrest van 13 september 2005 (zaak C-176/03, Commissie/Raad) uit dat de Europese Gemeenschap weliswaar in het algemeen geen bevoegdheid heeft op strafrechtelijk gebied, maar dat dit de "gemeenschapswetgever evenwel niet [kan] beletten om, wanneer het gebruik van doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen door de bevoegde nationale instanties een onontbeerlijke maatregel is in de strijd tegen ernstige aantastingen van het milieu, maatregelen te nemen die verband houden met het strafrecht van de lidstaten en die hij noodzakelijk acht om de volledige doeltreffendheid van de door hem inzake milieubescherming vastgestelde normen te verzekeren" (punt 48).

2. Het Hof is van mening dat voor een correcte vaststelling van de rechtsgrondslag van een communautaire wetstekst moet worden gekeken naar het doel en de inhoud van die tekst. In die zin had het kaderbesluit, dat bij die gelegenheid werd aangevochten(2), omdat het de bescherming van het milieu tot hoofddoel had, gebaseerd moeten zijn op artikel 175 EGV (eerste pijler) en niet op Titel VI van het VEU (derde pijler) (punt 51).

3. De Commissie keurde vervolgens een mededeling goed(3) waarin zij de uiterste consequenties trok uit de redenering van het Hof van Justitie en waarin ongelimiteerd strafrechtelijk optreden in het kader van de eerste pijler en van elk potentieel daarmee samenhangend, onder communautair bevoegdheid vallend beleidsterrein aanvaardbaar werd geacht.

4. Volgens de Commissie moeten de bevoegdheden als volgt tussen de eerste en de derde pijler worden verdeeld: de voor de doeltreffende toepassing van het Gemeenschapsrecht noodzakelijke strafrechtelijke bepalingen vallen onder het EGV, terwijl de "horizontale" strafrechtelijke bepalingen (justitiële en politiële samenwerking, maatregelen betreffende de harmonisatie van het strafrecht in het kader van de totstandbrenging van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht) tot de derde pijler behoren.

5. In dit verband heeft de Commissie onder meer toegezegd dat zij, indien er nog een wetgevingsinitiatief hangende is bij de wetgever, voor de noodzakelijke wijzigingen zal zorgen.

III. Het voorstel van 26 april 2006

1. Naar aanleiding van het debat dat dit thema teweeg heeft gebracht, en vooral ook van het eerder genoemde arrest van het Hof van Justitie, heeft de Commissie het nodig geacht het voorstel voor een richtlijn te wijzigen en het voorstel voor een kaderbesluit in te trekken(4).

2. Vervolgens diende zij op 26 april 2006 een nieuw voorstel in voor een richtlijn inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen; in dit nieuwe voorstel zijn de twee voorgaande initiatieven verwerkt, geactualiseerd en gefundeerd.

3. Met name de voorschriften met betrekking tot de strafmaat en de ruime confiscatiemogelijkheden die in het voorstel voor een kaderbesluit waren voorzien, zijn in het nieuwe voorstel overgenomen (zie in het bijzonder de artikelen 5 t/m 8). Daarmee lijkt dit het eerste geval te zijn waarin de Commissie haar nieuwe doctrine op strafrechtelijk gebied heeft toegepast.

4. Kort samengevat: in artikel 1 worden het doel en het toepassingsgebied van de richtlijn bepaald; in artikel 2 wordt het begrip "rechtspersoon" gedefinieerd; artikel 3 bevat de verplichting van de lidstaten om bepaalde handelingen strafbaar te stellen; de artikelen 4 en 5 verduidelijken de natuur respectievelijk de maat van de sancties, die ook van strafrechtelijke aard kunnen zijn; artikel 6 regelt de confiscatiebevoegdheden; artikel 7 voorziet in gemeenschappelijke onderzoekteams voor de bestrijding van namaak; artikel 8 houdt de verplichting in om de in de richtlijn genoemde strafbare feiten automatisch te vervolgen; de artikelen 9 en 10 hebben betrekking op de omzetting respectievelijk de datum van inwerkingtreding van de richtlijn.

5. Wanneer het nieuwe voorstel naast de voorgaande voorstellen wordt gelegd, blijkt dat alleen de voorschriften van het kaderbesluit die betrekking hadden op de bevoegdheid en de coördinatie van de rechtsprocedures niet in het nieuwe voorstel zijn overgenomen. De Commissie wil op dit gebied naar een horizontale aanpak in het kader van haar groenboek van 23 december 2005 over jurisdictiegeschillen en het ne bis in idem-beginsel in strafprocedures(5). In dat verband acht zij het niet absoluut noodzakelijk om een specifiek stelsel voor de bescherming van intellectuele eigendom te voorzien.

VI. Probleempunten en standpunt van de rapporteur

1. Dat initiatieven op strafrechtelijk gebied worden gebaseerd op de eerste pijler spoort volledig met de brede interpretatie die de Commissie aan het arrest van het Hof van 13 september 2005 heeft willen geven. Voor wie die brede interpretatie deelt, valt op deze aanpak niets aan te merken. Er blijven echter nog enkele probleempunten over die in het gewijzigde voorstel blijkbaar niet opgelost konden worden.

2. Dat geldt met name voor het toepassingsgebied van de richtlijn. In de toelichting staat te lezen dat de regelgeving van toepassing is op elke inbreuk op het intellectuele-eigendomsrecht die in het Gemeenschaprecht en/of in het nationale recht van de lidstaten, bijvoorbeeld in Richtlijn 2004/48/EG betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, wordt genoemd.

3. In Verklaring 2005/295/EG van de Commissie betreffende artikel 2 van Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten wordt een aantal rechten gedefinieerd om het toepassingsgebied van de richtlijn duidelijker te bepalen. Tot deze rechten behoren met name "octrooirechten, met inbegrip van de rechten afgeleid van aanvullende beschermingscertificaten".

4. Dat ook op het gebied van het octrooirecht op communautair niveau vastgestelde strafrechtelijke sancties van toepassing zouden worden, lijkt niet erg overtuigend en evenmin in overeenstemming met de lijn die de gemeenschapswetgever de afgelopen jaren heeft gevolgd.

5. Op zich lijkt het niet strikt noodzakelijk om strafrechtelijk in te grijpen, aangezien voor de bescherming van octrooien in talrijke lidstaten al sancties van strafrechtelijke aard (boetes en gevangenisstraffen) voorzien zijn. Dat geldt onder meer voor Duitsland(6), Oostenrijk(7), Denemarken(8), Spanje(9), Frankrijk(10), Hongarije(11), Italië(12), Nederland(13) en Portugal(14). Hoewel rechtsbescherming in andere rechtsbestellen (zoals het Engelse, het Belgische en het Griekse) ontbreekt, zou de invoering van een dergelijke regelgeving op communautair niveau eerder leiden tot overlappingen in en verzwaring van het rechtskader; tenzij men ervan uit wil gaan dat de communautaire wetgeving ter zake via een expliciet voorschrift in de richtlijn (door middel van amendering) of via de impliciete toepasselijkheid van het zogenoemde primaat van het Gemeenschapsrecht(15), volledig in de plaats treedt van de nationale wetgeving.

6. In de tweede plaats lijkt het willen toepassen van strafrechtelijke sancties op octrooigebied haaks te staan op het standpunt dat het Europees Parlement op de plenaire vergadering van 6 juli 2005 heeft ingenomen toen het het voorstel van de Commissie betreffende de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen (2005/0047(COD)) verwierp: als het Parlement het destijds met een zeer grote meerderheid(16) regelgeving op dit terrein niet opportuun heeft geacht om regels voor deze materie uit te vaardigen, dan zou het vaststellen van strafrechtelijke bepalingen ter bescherming van octrooien (waarvoor inderdaad geen regelgeving bestaat) een gevaarlijk, gefragmenteerd vooruitlopen betekenen op een materie die, gezien haar complexiteit, juist zo veel mogelijk organiek en algemeen aanvaard moet zijn.

7. Gezien het bovenstaande dient de rapporteur de amendementen 1 en 2 op het voorstel voor een richtlijn in ten einde het toepassingsgebied af te bakenen en de nodige definities te geven. Concreet gesteld worden octrooien uitgesloten van de werkingssfeer van de richtlijn door te bepalen dat, in afwachting van een meer algemene regeling ter zake op communautair niveau (middels een toekomstige richtlijn) de voorschriften van de richtlijn geen betrekking zullen hebben op octrooien. Zo kan worden vermeden dat de (ook strafrechtelijke) inhoud van de toekomstige voorschriften inzake octrooien in een bepaalde richting worden geduwd. Bovendien wordt het toepassingsgebied van de richtlijn beperkt tot de intellectuele-eigendomsrechten waarvoor reeds communautaire regelgeving bestaat.

8. Tenslotte worden omwille van de coherentie van de tekst kleine wijzigingen voorgesteld in overweging 5 en artikel 2, alsook duidelijkere en rationelere formuleringen van de artikelen 5, 6 en 7.

VI. Toekomstige ontwikkelingen

De rapporteur is van mening dat de gemeenschapswetgever bij het uitstippelen van de toekomstige strategieën ter bestrijding van piraterij en namaak en bij het in gang zetten van verdergaande harmonisatie van de materie moet bezien of het zinvol is om middelen te vinden om ook het kopen van goederen van onwettige oorsprong strafbaar te stellen.

(1)

Het Hof van Justitie (zie arrest van 21 september 1989 in zaak C-68/88 Commissie/ Helleense Republiek) staat normaliter slechts de zogenoemde assimilatietechniek toe: de communautaire regelgeving kan bepalen dat de interne strafrechtelijke bepalingen ter bescherming van bepaalde nationale belangen ook worden toegepast ter bescherming van overeenkomstige communautaire belangen, waardoor de twee voorschriften in een nieuwe strafbaarstellingsregel worden gecombineerd. Dit betekent dat in het Gemeenschapsrecht kan worden bepaald dat bepaalde gedragingen strafrechtelijk worden vervolgd, maar dat aan de lidstaten ruimte moet worden gelaten voor wat betreft de vaststelling en toepassing van de sancties.

(2)

Kaderbesluit 2003/80/JBZ van de Raad van 27 januari 2003 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht.

(3)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de gevolgen van het arrest van het Hof van 13 september 2005, COM(2005(0583).

(4)

Cfr. artikel 250, lid 2 EGV: "Zolang de Raad geen besluit heeft genomen kan de Commissie te allen tijde gedurende de procedures die tot aanneming van een communautair besluit leiden haar voorstel wijzigen". Er wordt van uitgegaan dat de bevoegdheid tot wijziging ook de bevoegdheid tot intrekking inhoudt - zie in dit verband het advies van de Commissie juridische zaken van 22 maart 2006 inzake het resultaat van de screening van de wetgevingsvoorstellen die bij de gemeenschapswetgever hangende zijn (2005/2214(INI)).

(5)

COM(2005)0696.

(6)

Cfr. § 142 van de Bekanntmachung der Neufassung des Patentgesetzes (PatG) van 16 december 1980.

(7)

Cfr. artikelen 147 en 149 van de Patentgesetz 1970, als gewijzigd bij Bondswet n. I 143.

(8)

Cfr. afdeling 57 van de Danish Patents Act, n. 479 van 20 december 1967.

(9)

Cfr. art. 273 van de Código penal, als gewijzigd bij organieke wet n. 10/1995 van 23 november 1995.

(10)

Cfr. art. L. 615-14 van de Code de la propriété intellectuelle van 26 januari 1990 en successieve wijzigingen.

(11)

Cfr. art. 329/D van het wetboek van strafrecht.

(12)

Cfr. artikelen 473 en 474 van het wetboek van strafrecht die "namaak, verandering of gebruik van intellectuele werken of industriële producten" en"het binnenbrengen in de Staat van producten met vervalste merktekens" verbieden, alsook artikel 475 dat als bijkomende straf de bekendmaking van de rechterlijke uitspraak voorziet

(13)

Cfr. art. 45 van de Rijksoctrooiwet van 1910 en artikel 79, num. 1, van de Rijksoctrooiwet van 1995.

(14)

Cfr. artikelen . 261 en 262 van de Código da Propiedade Industrial (wetsbesluit n. 16/95 van 24 januari 1995 en successieve wijzigingen).

(15)

Zoals bekend houdt dit primaat in dat de nationale rechter verplicht is zorg te dragen voor de volle werking van het Gemeenschapsrecht, daarbij zo nodig elke strijdige bepaling van de - zelfs latere - nationale wetgeving buiten toepassing latende (Cfr. onder meer arrest van het Hof van Justitie van 9 maart 1978, zaak 106/77, Simmenthal, Jurisprudentie 1978, blz. 629, punt 24).

(16)

648 stemmen tegen, 14 voor bij 18 onthoudingen.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (29.11.2006)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te waarborgen
(COM(2006)0168 – C6-0233/2005 – 2005/0127(COD))

Rapporteur voor advies: David Hammerstein Mintz

BEKNOPTE MOTIVERING

Naar aanleiding van een recent arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-176/03, stelt de Commissie thans een richtlijn voor over strafrechtelijke maatregelen en intellectuele eigendomsrechten (IPR's) krachtens artikel 95 van het Verdrag.

Onverminderd de bevoegdheid van de Commissie juridische zaken moet erop worden gewezen dat er ernstige bezwaren zijn tegen de ruime interpretatie van het vonnis door de Europese Commissie, zoals geschetst in Mededeling COM(2005)0583, en bijgevolg tegen de rechtsgrondslag van het voorstel.

Voor wat betreft de kwesties die onder de bevoegdheid van de Commissie industrie, onderzoek en energie vallen, moet vooral op de volgende elementen worden gelet:

(a) reikwijdte van de richtlijn;

(b) definitie van "commerciële schaal";

(c) definitie van "opzettelijke inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht";

(d) strafbaar stellen van "medeplichtigheid aan en aanzetten tot een dergelijke inbreuk";

(e) gemeenschappelijke onderzoeksteams;

(f) grondrechten.

Reikwijdte

De reikwijdte van deze wet moet ervoor zorgen dat namaak en piraterij, met name in de muzieksector en de sectoren luxe goederen, kledingindustrie en aanverwante sectoren worden aangepakt. Toch zijn er ernstige bezwaren met betrekking tot de mogelijke gevolgen van deze richtlijn wanneer maatregelen ter bestrijding van namaak en piraterij in zijn algemeenheid van toepassing worden verklaard op alle vormen van intellectuele eigendomsrechten (IPR's). Er moet op worden gewezen dat inbreuken op bepaalde IPR's in aard en wijze kunnen verschillen, hetgeen betekent dat maatregelen ter bestrijding van inbreuken op deze IPR's verschillend moeten zijn. Er is een verschil tussen inbreuken op octrooien in het normale verloop van commerciële activiteiten, zoals de legitieme ontwikkeling van producten, en namaak en piraterij met frauduleuze en opzettelijke bedoelingen. Er bestaan civiele middelen voor inbreuken op octrooien en vermeende octrooischenders moeten niet worden gelijkgesteld aan misdadigers zoals personen die zich bezondigen aan piraterij en namaak. Een onderneming kan in bepaalde gevallen een octrooi met opzet schenden om aan te tonen dat het desbetreffende octrooi in dit geval niet geldig is, en dit draagt bij aan innovatie. In dit verband moet de overtreding een civiele zaak blijven zoals thans het geval is, tenzij de inbreuk een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid of de veiligheid vormt.

Commerciële schaal

De verwijzing naar een commerciële schaal is ingevoerd maar niet gedefinieerd door de TRIPS-overeenkomst. De woordkeus van de TRIPS-overeenkomst, het gebruik van deze term in de hele overeenkomst en de context is echter nuttig voor de interpretatie van het concept. Zij verwijst alleen maar naar een inbreuk met winstoogmerk die leidt tot significante onmiddellijke verliezen voor de houder van een IPR; de uitwisseling van legaal verkregen inhouden tussen individuele personen zonder winstoogmerk moet worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Omdat met het wetgevingsvoorstel beoogd wordt alleen een inbreuk op commerciële schaal te bestraffen is het van essentieel belang om dit duidelijk te definiëren om rechtsonzekerheid te voorkomen. We kunnen niet vertrouwen op de praktijk van lidstaten op dat gebied omdat die van lidstaat tot lidstaat verschilt.

Opzettelijke inbreuk op IPR's

Alleen op bewezen opzettelijke inbreuken kunnen strafrechtelijke sancties staan. Dus alleen in die gevallen waarin de overtreder weet dat hij IPR's schendt en dat met opzet en met kwaadwillende gedachten doet. Er moet een onderscheid worden gemaakt omdat een inbreuk niet mag worden beschouwd als opzettelijk met als enige reden dat deze deel uitmaakt van een opzettelijke activiteit zoals het luisteren naar muziek of het kijken naar films.

Medeplichtigheid aan en het aanzetten tot inbreuken

Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen schendingen van octrooien in het normale verloop van commerciële activiteiten (legitieme ontwikkeling van producten) en namaak en piraterij met frauduleuze en opzettelijke bedoelingen, waaraan criminele organisaties zich vaak bezondigen. Strafrechtelijke sancties voor medeplichtigheid aan en het aanzetten tot criminele handelingen moeten voorbehouden blijven aan de meest ernstige misdrijven; het bestraffen van medeplichtigheid aan en het aanzetten tot inbreuken is onevenredig wanneer het gaat om een inbreuk op intellectuele eigendomsrechten. Het Handvest van de grondrechten moet volledig worden nageleefd, met name lid 3 van artikel 49 waarin wordt verklaard dat "de zwaarte van de straf niet onevenredig mag zijn aan het strafbare feit".

Gemeenschappelijke onderzoeksteams

In artikel 7 van het voorstel wordt deskundigen en vertegenwoordigers van de betrokken houders van de intellectuele eigendomsrechten toegestaan hun medewerking te verlenen aan de onderzoeken. Hoewel het de houder van de intellectuele eigendomrechten is die zijn goederen en producten glashelder kan identificeren, moet op dit punt voorzichtigheid worden betracht.

Ten eerste, omdat het aan de houder van IPR's is om het gebruik van zijn intellectuele product toe te staan of te verbieden, kunnen alleen vertegenwoordigers met een passende bevoegdheid en mandaat het onderzoeksteam ter zijde staan. Ten tweede, hulp die wordt gegeven door hetzij de houder van IPR's of zijn vertegenwoordiger, moet worden beperkt om "privatisering" van de strafprocedure te voorkomen; een uitgebreidere of actievere betrokkenheid van de houders van de IPR's zou een eerlijk en onpartijdig onderzoek en strafproces in gevaar kunnen brengen.

Grondrechten

Het Handvest van de grondrechten moet volledig worden nageleefd wanneer strafbare feiten en sancties worden gedefinieerd, zowel in de loop van het onderzoek als tijdens de procesvoering. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de volgende artikelen van het Handvest: artikel 8 over de bescherming van gegevens; artikel 47 over een eerlijk proces en artikel 49 over het legaliteitsbeginsel en evenredigheidsbeginsel inzake delicten en straffen.

AMENDEMENTEN

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst(1)  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 9

(9) Ter vergemakkelijking van strafonderzoeken of vervolgingen moet het mogelijk worden gemaakt strafonderzoeken of vervolgingen ter zake van inbreuken op de intellectuele-eigendomsrechten in te stellen zonder dat een slachtoffer van de inbreuk een klacht indient of aangifte doet.

schrappen

Motivering

Instanties voor strafrechtelijk onderzoek moeten niet de mogelijkheid krijgen op eigen initiatief van start te gaan voordat een klacht is ingediend door een houder van rechten. Aangezien licentiebepalingen niet worden gepubliceerd heeft de houder van de rechten het grondrecht naar eigen goeddunken over zijn rechten te beschikken.

Amendement 2

Overweging 9 bis (nieuw)

(9 bis.) De rechten in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moeten volledig worden nageleefd bij de definiëring van delicten en sancties, tijdens onderzoeken en in de loop van strafprocessen.

Amendement 3

Artikel 1, alinea 1

Bij deze richtlijn worden de strafrechtelijke maatregelen vastgesteld die noodzakelijk zijn om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te waarborgen.

Bij deze richtlijn worden de strafrechtelijke maatregelen vastgesteld die noodzakelijk zijn om de opzettelijke schending van intellectuele eigendomsrechten op commerciële schaal te bestrijden en te ontmoedigen.

Motivering

Dit amendement herstelt het taalgebruik in de TRIPS-overeenkomst (artikel 61) waarop dit voorstel is gebaseerd.

Amendement 4

Artikel 1, alinea 2

Deze maatregelen hebben betrekking op de intellectuele eigendomsrechten die zijn neergelegd in de Gemeenschapswetgeving en/of in de nationale wetgevingen van de lidstaten.

De richtlijn harmoniseert deze strafrechtelijke maatregelen op EU-niveau wanneer dat noodzakelijk is ter bestrijding van een opzettelijke inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, die wordt begaan onder de vleugels van een criminele organisatie, of wanneer deze een gezondheids- of veiligheidsrisico vormt.

Motivering

Dit amendement herstelt het taalgebruik in de TRIPS-overeenkomst (artikel 61), waarop dit voorstel is gebaseerd.

Amendement 5

Artikel 1, alinea 2 bis (nieuw)

 

Onverminderd maatregelen die reeds in lidstaten bestaan, zijn de maatregelen in de onderhavige richtlijn uitsluitend van toepassing op een opzettelijke schending van een handelsmerk, waaronder namaak en copyrightpiraterij.

Motivering

Er is een verschil tussen octrooischendingen in het normale verloop van commerciële activiteiten, zoals de legitieme ontwikkeling van producten, en namaak en piraterij met frauduleuze en opzettelijke bedoelingen. Er bestaan civiele middelen voor octrooischendingen en vermeende schenders van een octrooi mogen niet worden gelijkgesteld aan criminelen zoals personen die zich bezondigen aan piraterij en namaak. In het geval van octrooischendingen zou dit in strijd zijn met de burgerlijke wetstelsels van de lidstaten.

Amendement 6

Artikel 1, alinea 2 ter (nieuw)

 

De uitwisseling zonder winstoogmerk tussen individuele personen van legaal verworven inhouden wordt uitgesloten van de reikwijdte van deze richtlijn.

Motivering

In het voorstel wordt alleen sanctionering van een inbreuk op commerciële schaal beoogd (artikel 3).

Amendement 7

Artikel 2, titel

Definities

Definities

Motivering

Het begrip namaak is van centraal belang in de toepassing van het huidige voorstel voor een richtlijn, en moet derhalve worden gedefinieerd. De toepassing van sancties is slechts mogelijk wanneer er een duidelijke definitie van het begrip namaak bestaat, die alle vormen van inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten dekt, met inbegrip van het in bezit hebben van namaakgoederen.

Amendement 8

Artikel 2, alinea 1 bis (nieuw)

 

Voor deze richtlijn wordt onder "inbreuk op en commerciële schaal" verstaan een inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht met winstoogmerk waardoor een significant rechtstreeks verlies voor de houder van dat recht wordt veroorzaakt.

Motivering

Hoewel met het voorstel uitsluitend sanctionering van een schending op commerciële schaal wordt beoogd (artikel 3), is dit niet gedefinieerd; een duidelijke definitie moet worden vastgesteld om rechtsonzekerheid te voorkomen. Hoewel in de TRIPS-overeenkomst niet wordt omschreven wat bedoeld wordt met "commerciële schaal", maken de context van TRIPS, het gebruik van deze uitdrukking in de hele tekst en de analyse van het onderhandelingsproces van TRIPS de definitie duidelijk.

Amendement 9

Artikel 2, alinea 1 ter (nieuw)

 

Voor deze richtlijn wordt onder "opzettelijke inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht" verstaan een opzettelijke en bewuste schending van dat recht.

Amendement 10

Artikel 2, alinea 1 quater (nieuw)

 

In deze richtlijn wordt verstaan onder "namaak":

 

a) zonder wettig motief goederen van een nagemaakt merk in bezit hebben, onder een douaneregeling importeren of exporteren;

 

b) goederen van een nagemaakt merk te koop aanbieden of verkopen;

 

c) een merk, collectief merk of collectief garantiemerk reproduceren, imiteren, gebruiken, aanbrengen, vernietigen of wijzigen, en daarmee de rechten die krachtens de registratie ervan zijn toegekend en verboden die daaruit voortvloeien schenden;

 

d) bewust product leveren of een dienst verlenen met een ander geregistreerd merk dan dat van het gevraagde product of de gevraagde dienst..

Motivering

Het begrip namaak is van centraal belang in de toepassing van het huidige voorstel voor een richtlijn, en moet derhalve worden gedefinieerd. De toepassing van sancties is slechts mogelijk wanneer er een duidelijke definitie van het begrip namaak bestaat, die alle vormen van inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten dekt, met inbegrip van het in bezit hebben van namaakgoederen.

Amendement 11

Artikel 3

De lidstaten zorgen ervoor dat elke op commerciële schaal gepleegde opzettelijke inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht, alsmede de poging tot, de medeplichtigheid aan en het aanzetten tot een dergelijke inbreuk als strafbaar feit wordt gekwalificeerd.

De lidstaten zorgen ervoor dat de op commerciële schaal gepleegde opzettelijke inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht als strafbaar feit wordt gekwalificeerd.

Motivering

Strafrechtelijke sancties voor medeplichtigheid aan en het aanzetten tot een delict moeten voorbehouden blijven aan de ernstigste misdrijven. Het bestraffen van een poging tot, de medeplichtigheid aan en het aanzetten tot een delict zou onevenredig kunnen zijn in het geval van een schending van intellectuele eigendomsrechten.

Amendement 12

Artikel 3, alinea 1 bis (nieuw)

 

Voorts zorgen de lidstaten ervoor dat de poging tot, de medeplichtigheid aan en het aanzetten tot dergelijke inbreuken worden behandeld als strafbare feiten wanneer de poging tot, de medeplichtigheid aan of het aanzetten tot:

(a) geschiedt ten behoeve van de georganiseerde misdaad, of

(b) een ernstige bedreiging voor de gezondheid of de veiligheid vormt.

Motivering

Het is belangrijk dat een onderscheid wordt gemaakt tussen octrooi-inbreuken in de gewone gang van zaken van een commerciële activiteit (legitieme ontwikkeling van producten) die kunnen leiden tot opheffing van een ongeldig octrooi en namaak en piraterij met een frauduleuze en opzettelijke bedoeling, waaraan criminele organisaties zich vaak bezondigen. Strafrechtelijke sancties wegens medeplichtigheid aan en het aanzetten tot een delict moeten voorbehouden blijven aan de meest ernstige misdrijven. Het bestraffen van medeplichtigheid en het aanzetten tot een strafbaar feit kan onevenredig zijn in het geval van een schending van intellectuele eigendomsrechten.

Amendement 13

Artikel 3, alinea 1 ter (nieuw)

 

Strafrechtelijke sancties worden niet opgelegd in het geval van een parallelle invoer in een derde land van originele goederen die in de handel zijn gebracht met de toestemming van de houder van het recht.

Amendement 14

Artikel 4, lid 2, inleidende formule

2. De lidstaten bepalen dat de volgende sancties in passende gevallen ook van toepassing zijn op de in artikel 3 bedoelde inbreuken:

2. De lidstaten bepalen dat de volgende sancties in passende gevallen ook van toepassing zijn op de in artikel 3 bedoelde inbreuken, voor zover het openbaar belang dit vereist:

Motivering

Het gaat om belangrijke schendingen van de grondrechten; derhalve is het wenselijk dat sancties gerechtvaardigd worden door het algemeen belang.

Amendement 15

Artikel 4, lid 2, letter a)

a) vernietiging van de goederen die inbreuk maken op een intellectueel-eigendomsrecht;

a) snelle, totale vernietiging van alle goederen die inbreuk maken op een intellectueel-eigendomsrecht, met bewaring - zonder borg - van monsters die als bewijsstuk worden gebruikt;

Motivering

Voor de zekerheid wordt voorgesteld goederen die inbreuk maken op een intellectueel-eigendomsrecht snel en volledig te vernietigen, met uitzondering van elementen die bewaard moeten worden voor het onderzoek. Met deze dergelijke maatregel worden tevens grote kosten voor bewaking vermeden. Een zichtbaar bewijs van de voorraad kan verzekerd worden door foto's te maken op het moment van ontdekking. Eventueel kan de vernietiging van de voorraad worden onderworpen aan de instemming of verklaring van geen bezwaar van de betrokkene, zonder dat het om een erkenning van schuld gaat.

Amendement 16

Artikel 4, lid 2, letter g bis) (nieuw)

 

g bis) de verplichting dat de overtreder de kosten voor de opslag van in beslag genomen goederen betaalt.

Motivering

Als aanvullende sanctie kan de namaker worden veroordeeld tot betaling van de kosten van de bewaking van de goederen die worden bewaard ten behoeve van het onderzoek, wanneer het om hoge kosten gaat als de bewaarde producten zelfs in kleine hoeveelheid omvangrijk zijn, en het onderzoek langdurig.

Amendement 17

Artikel 5, lid 2, letters a) en b)

a) met een maximum van minstens 100 000 euro voor de andere dan de zwaarste gevallen;

b) met een maximum van minstens 300 000 euro voor de in lid 1 vermelde gevallen.

In geval van geldboetes bepaalt de rechter van elke lidstaat het bedrag van de opgelegde boete op grond van de veroorzaakte schade en de waarde van de objecten van het misdrijf of de daaruit voortvloeiende winst, waarbij het belangrijkste element is de economische situatie van de overtreder, vastgesteld op basis van zijn bezit, zijn inkomsten, zijn gezinsverplichtingen, de personen te zijnen laste en andere persoonlijke omstandigheden.

Motivering

De vaststelling van vaste bedragen voor de boetes die kunnen worden opgelegd voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten, zoals bepaald in dit artikel, lijkt veel te rigide en staat waarschijnlijk haaks op het subsidiariteitsbeginsel. Het amendement houdt rekening met dit beginsel zonder evenwel afbreuk te doen aan het door het voorstel beoogde doel van harmonisatie.

Amendement 18

Artikel 6

De lidstaten doen het nodige opdat de bezittingen van een veroordeelde natuurlijke persoon of rechtspersoon overeenkomstig artikel 3 van Kaderbesluit 2005/212/JBZ van 24 februari 2005 inzake de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, alsmede van de daarbij gebruikte hulpmiddelen en de door middel daarvan verkregen voorwerpen, verbeurd kunnen worden verklaard, in elk geval wanneer de feiten in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit […] ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit zijn gepleegd of een risico voor de gezondheid of de veiligheid van personen inhouden.

De lidstaten doen zonder inbreuk te maken op van de grondrechten, het nodige opdat de bezittingen van een veroordeelde natuurlijke persoon of rechtspersoon overeenkomstig artikel 3 van Kaderbesluit 2005/212/JBZ van 24 februari 2005 inzake de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, alsmede van de daarbij gebruikte hulpmiddelen en de door middel daarvan verkregen voorwerpen, verbeurd kunnen worden verklaard, in elk geval wanneer de feiten een ernstig misdrijf zijn of een risico voor de gezondheid of de veiligheid van personen inhouden.

Motivering

Het is zorgwekkend als artikel 6 beperkt wordt tot strafbare feiten gepleegd in de context van georganiseerde criminaliteit. Dit artikel is slechts nuttig als het van toepassing is op alle strafbare feiten die ernstige commerciële schade veroorzaken voor houders van rechten, ongeacht of deze inbreuken gepleegd zijn in het kader van de georganiseerde criminaliteit. Artikel 6 van het voorstel voor de richtlijn moet daarom de verwijzing naar "georganiseerde criminaliteit" vervangen door de term "ernstig misdrijf".

Amendement 19

Artikel 7

De lidstaten zien erop toe dat de betrokken houders van de intellectuele eigendomsrechten of hun vertegenwoordigers, alsmede deskundigen hun medewerking kunnen verlenen aan de onderzoeken die door gemeenschappelijke onderzoeksteams worden uitgevoerd met betrekking tot de in artikel 3 van bedoelde strafbare feiten.

De lidstaten zien erop toe dat de betrokken houders van de intellectuele eigendomsrechten of hun vertegenwoordigers die een passend mandaat hebben, informatie verstrekken aan de gemeenschappelijke onderzoeksteams die onderzoek doen naar de in artikel 3 bedoelde strafbare feiten.

Motivering

De formulering van dit artikel is te vaag: het is legitiem dat het Hof elk van de partijen toestaat om hun deskundigen te hebben. Toch moet rechtstreekse betrokkenheid van de vertegenwoordigers van de houder van de IPR's in het onderzoek worden beperkt; anders zouden de houders van het recht de strafprocedures kunnen schaden door een onpartijdig en eerlijk onderzoek in gevaar te brengen. De door de Commissie voorgestelde tekst is onevenredig omdat het aan de gerechtelijke instanties moet worden overgelaten deze te interpreteren.

Amendement 20

Artikel 7, alinea 1 bis (nieuw)

 

Artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie betreffende de bescherming van de persoonlijke gegevens en Richtlijn 95/46/EG1 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens moeten in de loop van het onderzoek en de procesgang volledig worden nageleefd.

_____________
1
PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

Motivering

In artikel 8 van het Handvest wordt verklaard dat "een ieder het recht heeft op bescherming van zijn persoonsgegevens" en "deze gegevens moeten eerlijk worden verwerkt, voor bepaalde doeleinden en met toestemming van de betrokkene op basis van een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet. Een ieder heeft recht van inzage in de over hem verzamelde gegevens en op rectificatie daarvan". De richtlijn is bedoeld voor de bescherming van de rechten en vrijheden van personen met betrekking tot de verwerking van persoonlijke gegevens door richtsnoeren neer te leggen waarin wordt bepaald wanneer deze verwerking rechtmatig is.

Amendement 21

Artikel 8

De lidstaten zorgen ervoor dat ten aanzien van de in artikel 3 bedoelde strafbare feiten ook een strafonderzoek of -vervolging kan worden ingesteld zonder dat een slachtoffer van die feiten een klacht indient of aangifte doet, in ieder geval indien de feiten op het grondgebied van de lidstaat zijn begaan.

De lidstaten zorgen ervoor dat ten aanzien van de in artikel 3 bedoelde strafbare feiten een strafonderzoek of -vervolging kan worden ingesteld, ook zonder dat een slachtoffer van die feiten een klacht indient of aangifte doet, in ieder geval indien de feiten op het grondgebied van de lidstaat zijn begaan.

Motivering

Dit amendement laat de flexibiliteit van de voorgestelde bepaling intact, terwijl tevens de voorwaarden voor het initiëren van strafrechtelijke vervolging worden verhelderd. Vooral als de volksgezondheid op het spel staat en onduidelijk is wie de houder van de rechten is, is het van groot belang dat er stappen kunnen worden genomen zonder een verklaring van het slachtoffer van de inbreuk.

PROCEDURE

Titel

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te waarborgen

Document- en procedurenummers

COM(2006)0168 – C6-0233/2005 – 2005/0127(COD)

Commissie ten principale

JURI

Advies uitgebracht door
  Datum bekendmaking

ITRE
6.9.2005

Nauwere samenwerking – datum bekendmaking

 

Rapporteur voor advies
  Datum benoeming

David Hammerstein Mintz
5.10.2005

Vervangen rapporteur voor advies

 

Behandeling in de commissie

11.9.2006

10.10.2006

23.11.2006

28.11.2006

 

Datum goedkeuring

28.11.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

31

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Březina, Jerzy Buzek, Pilar del Castillo Vera, Giles Chichester, Den Dover, Adam Gierek, Norbert Glante, Umberto Guidoni, Fiona Hall, David Hammerstein Mintz, Rebecca Harms, Erna Hennicot-Schoepges, Romana Jordan Cizelj, Werner Langen, Vincenzo Lavarra, Nils Lundgren, Eugenijus Maldeikis, Reino Paasilinna, Miloslav Ransdorf, Vladimír Remek, Teresa Riera Madurell, Mechtild Rothe, Paul Rübig, Andres Tarand, Catherine Trautmann, Claude Turmes, Nikolaos Vakalis, Alejo Vidal-Quadras, Dominique Vlasto

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Pilar Ayuso, Zdzisław Kazimierz Chmielewski, Edit Herczog, Gunnar Hökmark, Lambert van Nistelrooij, Francisca Pleguezuelos Aguilar

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...

(1)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (12.12.2006)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen
(COM(2006)0168 – C6-0233/2005 – 2005/0127(COD))

Rapporteur voor advies: Rainer Wieland

BEKNOPTE MOTIVERING

In aansluiting op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 13 september 2005 (Zaak C 176/03, Commissie vs. Raad) heeft de Commissie haar voorstel voor een richtlijn inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen aangepast.

De bescherming van intellectuele-eigendomsrechten is een bijzonder belangrijke aangelegenheid voor Europese bedrijven, die moeten zorgen dat hun investeringen rendabel zijn. Zonder die bescherming bestaat het risico dat het investerings-, en dus ook het innovatietempo, in Europa zou afzwakken.

Op Europees niveau moeten een aantal gemeenschappelijke uitgangspunten worden gedefinieerd om effectiever de strijd te kunnen aanbinden met namaak en piraterij; derhalve zijn in dit voorstel een reeks gemeenschappelijke definities en sanctieniveaus vastgelegd. Tevens heeft het voorstel ten doel strafrechtelijke onderzoeken naar inbreuken op de intellectuele-eigendomsrechten te vergemakkelijken.

De rapporteur voor advies steunt het richtlijnvoorstel, maar wil daarnaast tevens de aandacht vestigen op het feit dat belangrijke begrippen in de richtlijn nauwkeurig moeten worden gedefinieerd, vooral wanneer het termen betreft die een essentieel onderdeel vormen van de definitie van het strafbaar te stellen feit.

AMENDEMENTEN

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst(1)  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 8

(8) Er moet worden voorzien in maatregelen om strafrechtelijke onderzoeken te vergemakkelijken. De lidstaten dienen te bepalen dat de betrokken houders van de intellectuele eigendomsrechten of hun vertegenwoordigers, alsmede deskundigen hun medewerking kunnen verlenen aan de onderzoeken die door gemeenschappelijke onderzoeksteams worden uitgevoerd.

schrappen

Motivering

De bestaande formulering wekt de indruk dat het gaat om de privatisering van de strafvervolging ten gunste van individuele belanghebbenden, wat verworpen moet worden om redenen van algemeen juridisch beleid. In democratische maatschappijen die een rechtsstaat vormen heeft de overheid een rechtsmonopolie op het gebruik van geweld. Particulieren hebben niet het recht om zelf tot strafvervolging over te gaan om door medeburgers begane overtredingen van de wet te bestrijden.

Amendement 2

Overweging 9 bis (nieuw)

 

(9 bis) De in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie vastgelegde rechten moeten ten volle worden geëerbiedigd bij de definiëring van strafbare feiten en boetes, gedurende onderzoeken en in de loop van rechterlijke procedures.

Amendement 3

Artikel 1, alinea 2

Deze maatregelen hebben betrekking op de intellectuele eigendomsrechten die zijn neergelegd in de Gemeenschapswetgeving en/of in de nationale wetgevingen van de lidstaten.

Onder deze richtlijn vallen ten minste de volgende intellectuele eigendomsrechten:

a) auteursrechten;
b) naburige rechten;

c) sui generis rechten van aanleggers van gegevensbestanden

d) rechten van ontwerpers van topografieën voor halfgeleiderproducten;

e) merkenrechten;

f) rechten op wettelijk beschermde modellen;

g) rechten op gebruiksmodellen;

Motivering

Het concrete toepassingsgebied van de richtlijn moet duidelijker worden geformuleerd om te zorgen voor betere, transparanter en begrijpelijker wetgeving.

Het kan niet de taak van de Commissie zijn om „opvattingen“ over de uitleg van richtlijnen te verkondigen die grotendeels voorbijgaan aan de bevoegdheden van de wetgever.

De uit artikel 2 van Richtlijn 2004/48/EG overgenomen opsomming maakt het voor de bevoegde commissie gemakkelijker om aparte onderwerpen door stemming uit het toepassingsgebied te lichten, wanneer zij dat nuttig acht.

Amendement 4

Artikel 1, alinea 2 bis (nieuw)

 

Met name heeft deze richtlijn niet betrekking op inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten die verband houden met:

- octrooien, gebruiksmodellen en aanvullende beschermingscertificaten;

- parallelimport van originele goederen die op de markt worden gebracht met toestemming van de rechthebbende in een derde land.

Motivering

Het toepassingsgebied van deze richtlijn moet worden beperkt.

Amendement 5

Artikel 2, alinea 1 bis (nieuw)

 

De term "op commerciële schaal" betekent handelingen die worden verricht met de bedoeling daarmee een direct economisch of commercieel voordeel te behalen, of handelingen die op zo grote schaal worden verricht dat zij de houder van het recht aanzienlijke directe schade kunnen toebrengen.

Motivering

De term “op commerciële schaal” is van centraal belang voor de definitie van strafbaar feit en moet dan ook duidelijk worden gedefinieerd. De term moet niet alleen betrekking hebben op handelingen met een economisch of commercieel oogmerk, maar ook op ernstige gevallen van grootschalige piraterij, als het dus om meer gaat dan individueel of persoonlijk gebruik, dat de overtreder misschien geen economisch voordeel oplevert, maar wel aanzienlijke schade kan toebrengen aan de houder van de rechten.

Amendement 6

Artikel 3, alinea 2 (nieuw)

 

De lidstaten zorgen ervoor dat elke op commerciële schaal gepleegde opzettelijke inbreuk op handelsmerken als strafbaar feit wordt gekwalificeerd, als gebruik wordt gemaakt van een teken dat identiek is met het handelsmerk voor waren of diensten die identiek zijn met die voor welke het handelsmerk is geregistreerd.

Motivering

Het is zinvol aparte definities te geven voor inbreuk op auteursrechten en op handelsmerken.

Amendement 7

Artikel 4, lid 2

2. De lidstaten bepalen dat de volgende sancties in passende gevallen ook van toepassing zijn op de in artikel 3 bedoelde inbreuken:

a) vernietiging van de goederen die inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht;

b) gehele of gedeeltelijke, definitieve of tijdelijke sluiting van de vestiging die voornamelijk voor het plegen van de desbetreffende inbreuk is gebruikt;

c) een permanent of tijdelijk verbod op de uitoefening van commerciële activiteiten;

d) plaatsing onder gerechtelijk toezicht;

e) gerechtelijke ontbinding;

f) een verbod op toegang tot bijstand en subsidies van de overheid;

g) openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

2. De lidstaten treffen in passende gevallen ten aanzien van de in artikel 3 bedoelde inbreuken bovendien de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aan aansprakelijke natuurlijke of rechtspersonen doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen kunnen worden opgelegd, zoals:

a) uitsluiting van uitkeringen of steun van de overheid,

b) tijdelijk of permanent verbod op het uitoefenen van een handelsactiviteit of bedrijf,

c) plaatsing onder gerechtelijk toezicht,

d) een rechterlijk bevel tot ontbinding,

e) tijdelijke of definitieve sluiting van voorzieningen die voor het begaan van het strafbaar feit zijn gebruikt,

f) openbaarmaking van rechterlijke vonnissen, en

g) vernietiging van de voorwerpen die inbreuk maken op het recht.

Motivering

Zie de motivering van amendement 21. Bovendien zij erop gewezen dat het pakket sancties niet voor elke wetstekst inhoudelijk en formeel opnieuw "uitgevonden" hoeft te worden. De voorgestelde sancties a t/m e zijn daarom overgenomen uit het reeds genoemde voorstel voor een kaderbesluit van de Raad ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit (2005/003 (CNS) 8496/1/06), aangevuld met de specifieke voorstellen van het onderhavige voorstel voor een richtlijn.

Amendement 8

Artikel 4, lid 2, letter a)

a) vernietiging van de goederen die inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht;

a) vernietiging van de goederen die inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht en in voorkomend geval inbeslagname of vernietiging van het materiaal of de onderdelen die hoofdzakelijk gebruikt werden om die goederen te creëren of te vervaardigen;

Motivering

Verduidelijking.

Amendement 9

Artikel 6

De lidstaten doen het nodige opdat de bezittingen van een veroordeelde natuurlijke persoon of rechtspersoon overeenkomstig artikel 3 van Kaderbesluit 2005/212/JBZ van 24 februari 2005 inzake de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, alsmede van de daarbij gebruikte hulpmiddelen en de door middel daarvan verkregen voorwerpen, verbeurd kunnen worden verklaard, in elk geval wanneer de feiten in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit […] ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit zijn gepleegd of een risico voor de gezondheid of de veiligheid van personen inhouden.

In de in artikel 5 van deze richtlijn bedoelde gevallen doen de lidstaten het nodige opdat de bezittingen van een veroordeelde natuurlijke persoon of rechtspersoon overeenkomstig artikel 3 van Kaderbesluit 2005/212/JBZ van 24 februari 2005 inzake de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, alsmede van de daarbij gebruikte hulpmiddelen en de door middel daarvan verkregen voorwerpen, verbeurd kunnen worden verklaard.

Motivering

Deze verruimde confiscatiebevoegdheden moeten gelden voor de strafbare feiten en inbreuken waarop de richtlijn van toepassing is.

Amendement 10

Artikel 6 bis (nieuw)

 

Artikel 6 bis

Machtsmisbruik

De lidstaten zorgen er met straf-, civiel- en bestuursrechtelijke maatregelen voor dat misbruik van dreiging met strafrechtelijke sancties verboden en bestraft kan worden.

De lidstaten verbieden misbruik van procedures, met name als strafrechtelijke maatregelen worden aangewend om civielrechtelijke eisen af te dwingen.

Motivering

De mogelijkheden die een houder van een recht heeft om potentiële overtreders (bijvoorbeeld concurrenten) af te schrikken nemen aanzienlijk toe als hij kan dreigen met strafrechtelijke sancties. Zowel het internationale als het Europese recht bepalen dat misbruik van intellectuele-eigendomsrechten voorkomen moet worden. Misbruik verstoort de vrije mededinging, wat in strijd is met de artikelen 28 e.v. en 81 e.v. van het EG-Verdrag.

Amendement 11

Artikel 6 ter (nieuw)

 

Artikel 6 ter

Rechten van verdachten

De lidstaten zorgen ervoor dat de rechten van verdachten terdege worden beschermd en gewaarborgd.

Amendement 12

Artikel 7

Artikel 7

Gemeenschappelijke onderzoeksteams

De lidstaten zien erop toe dat de betrokken houders van de intellectuele eigendomsrechten of hun vertegenwoordigers, alsmede deskundigen hun medewerking kunnen verlenen aan de onderzoeken die door gemeenschappelijke onderzoeksteams worden uitgevoerd met betrekking tot de in artikel 3 van bedoelde strafbare feiten.

schrappen

Motivering

De privatisering van de strafvervolging ten gunste van individuele belanghebbenden moet verworpen worden om redenen van het algemeen juridisch beleid. In democratische maatschappijen die een rechtsstaat vormen heeft de overheid een rechtsmonopolie op het gebruik van geweld. Particulieren hebben niet het recht om zelf tot strafvervolging over te gaan om door medeburgers begane overtredingen van de wet te bestrijden.

Amendement 13

Artikel 8 bis (nieuw)

 

Artikel 8 bis

Bescherming van persoonsgegevens

Artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie betreffende de bescherming van persoonsgegevens en Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens1 worden bij onderzoeken en strafprocedures ten volle nageleefd.

_________

PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

Motivering

Artikel 8 van het Handvest luidt "Eenieder heeft recht op bescherming van de hem betreffende persoonsgegevens" en "Deze gegevens moeten eerlijk worden verwerkt, voor bepaalde doeleinden en met toestemming van de betrokkene of op basis van een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet. Eenieder heeft recht op toegang tot de over hem verzamelde gegevens en op rectificatie daarvan." De richtlijn heeft ten doel de rechten en vrijheden van personen bij de verwerking van persoonsgegevens te beschermen door richtsnoeren te geven op basis waarvan bepaald kan worden of deze verwerking wettig is.

PROCEDURE

Titel

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te waarborgen

Document- en procedurenummers

COM(2006)0168 – C6-0233/2005 – 2005/0127(COD)

Commissie ten principale

JURI

Advies uitgebracht door
  Datum bekendmaking

LIBE

6.9.2005

Nauwere samenwerking – datum bekendmaking

 

Rapporteur voor advies
  Datum benoeming

Rainer Wieland

13.10.2005

Vervangen rapporteur voor advies

 

Behandeling in de commissie

6.11.2006

11.12.2006

 

 

 

Datum goedkeuring

11.12.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

23

17

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Edit Bauer, Johannes Blokland, Mihael Brejc, Kathalijne Maria Buitenweg, Giusto Catania, Carlos Coelho, Fausto Correia, Kinga Gál, Patrick Gaubert, Elly de Groen-Kouwenhoven, Adeline Hazan, Ewa Klamt, Wolfgang Kreissl-Dörfler, Barbara Kudrycka, Stavros Lambrinidis, Henrik Lax, Sarah Ludford, Edith Mastenbroek, Hartmut Nassauer, Martine Roure, Luciana Sbarbati, Inger Segelström, Ioannis Varvitsiotis, Donato Tommaso Veraldi, Manfred Weber, Stefano Zappalà, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Richard Corbett, Panayiotis Demetriou, Camiel Eurlings, Ignasi Guardans Cambó, Jeanine Hennis-Plasschaert, Sophia in 't Veld, Javier Moreno Sánchez, Bill Newton Dunn, Hubert Pirker, Marie-Line Reynaud, Kyriacos Triantaphyllides, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Kartika Tamara Liotard

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...

(1)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


PROCEDURE

Titel

Strafrechtelijke maatregelen ter waarborging van de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten

Document- en procedurenummers

COM(2006)0168 - COM(2005)0276 - C6-0233/2005 - 2005/0127(COD)

Datum indiening bij EP

26.4.2006

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

JURI

6.9.2005

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ITRE

6.9.2005

IMCO

6.9.2005

LIBE

6.9.2005

 

Geen advies

       Datum besluit

IMCO

21.11.2005

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Nicola Zingaretti

15.9.2005

 

 

Behandeling in de commissie

28.11.2005

12.9.2006

20.11.2006

27.2.2007

 

20.3.2007

 

 

 

Datum goedkeuring

20.3.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

3

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Carlo Casini, Marek Aleksander Czarnecki, Cristian Dumitrescu, Monica Frassoni, Giuseppe Gargani, Klaus-Heiner Lehne, Katalin Lévai, Antonio López-Istúriz White, Antonio Masip Hidalgo, Hans-Peter Mayer, Manuel Medina Ortega, Aloyzas Sakalas, Francesco Enrico Speroni, Rainer Wieland, Jaroslav Zvěřina, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Mogens N.J. Camre, Janelly Fourtou, Jean-Paul Gauzès, Eva Lichtenberger, Arlene McCarthy, Michel Rocard, Gabriele Stauner, József Szájer, Jacques Toubon, Nicola Zingaretti

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Toine Manders, Umberto Guidoni

Datum indiening

23.3.2007

Laatst bijgewerkt op: 13 april 2007Juridische mededeling