Procedure : 2007/2115(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0105/2008

Ingediende teksten :

A6-0105/2008

Debatten :

PV 08/05/2008 - 3
CRE 08/05/2008 - 3

Stemmingen :

PV 08/05/2008 - 5.11
CRE 08/05/2008 - 5.11
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0197

VERSLAG     
PDF 276kWORD 171k
2 april 2008
PE 396.734v04-00 A6-0105/2008

over de ontwikkeling van het kader voor de activiteiten van belangenvertegenwoordigers (lobbyisten) in de Europese instellingen

(2007/2115(INI))

Commissie constitutionele zaken

Rapporteur: Alexander Stubb

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie begrotingscontrole
 ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 RESULTAAT VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de ontwikkeling van het kader voor de activiteiten van belangenvertegenwoordigers (lobbyisten) in de Europese instellingen

(2007/2115(INI))

Het Europees Parlement,

–   gelet op artikel 9, lid 4 van zijn Reglement,

–   gezien het Groenboek 'Europees transparantie-iniatief', ingediend door de Commissie (COM(2006)0194),

–   gezien de mededeling van de Commissie 'Follow-up van het Groenboek - Europees transparantie-iniatief' (COM(2007)0127),

–   gezien de ontwerpgedragscode voor belangenvertegenwoordigers van de Commissie die op 10 december 2007 is gepresenteerd,

–   onder verwijzing naar zijn besluit van 17 juli 1996 over de wijziging van zijn Reglement (lobbyen in het Parlement)(1),

–   onder verwijzing naar zijn besluit van 13 mei 1997 over de wijziging van zijn Reglement (gedragscode voor lobbyisten)(2),

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken en de adviezen van de Commissie begrotingscontrole, de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie juridische zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0105/2008),

A. overwegende dat het lobbyen in het Europees Parlement aanzienlijk is toegenomen naarmate de bevoegdheden van het Parlement zijn uitgebreid,

B.  overwegende dat het lobbyen niet uitsluitend is gericht op het beïnvloeden van beleid en wetgevingsbesluiten, maar ook op de toewijzing van Gemeenschapsgelden en het controleren en handhaven van wetgeving,

C. overwegende dat de bevoegdheden van het Europees Parlement na de verwachte ratificatie van het verdrag van Lissabon zullen worden uitgebreid, zodat het medewetgever wordt bij vrijwel de gehele normale wetgevingsprocedures, waardoor de interesse van nog meer lobbygroepen wordt gewekt,

D. overwegende dat belangenvertegenwoordigers een belangrijke rol spelen in de open en pluralistische dialoog waarop een democratisch systeem is gebaseerd, en een belangrijke informatiebron zijn voor zijn leden bij het uitvoeren van hun mandaat,

E.  overwegende dat lobbygroepen niet alleen lobbyen bij zijn leden maar de besluiten van het Parlement ook proberen te beïnvloeden via ambtenaren die werken bij het secretariaat van de parlementaire commissies, fractiemedewerkers en assistenten van parlementsleden,

F.  overwegende dat er naar schatting in Brussel ongeveer 15 000 lobbyisten en 2 500 lobbyorganisaties zijn,

G. overwegende dat de Commissie heeft voorgesteld dat er een gemeenschappelijk register wordt ingesteld voor belangenvertegenwoordigers in de EU-instellingen, als onderdeel van het Europees transparantie-iniatief,

H. overwegende dat het Parlement al vanaf 1996 een eigen register voor lobbyisten(3) heeft, evenals een gedragscode(4), die voor geregistreerde lobbyisten de verplichting bevat om volgens hoge ethische normen te handelen,

I.   overwegende dat er thans ongeveer 5 000 geregistreerde lobbyisten zijn in het Parlement,

J.   overwegende dat lobbygroepen lokale en nationale organisaties omvatten, en dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de regulering van de activiteiten daarvan,

De transparantie van het Parlement verbeteren

1.  erkent de invloed van lobbygroepen bij de EU-besluitvorming en vindt het daarom essentieel dat parlementsleden de identiteit moeten kennen van de organisaties die worden vertegenwoordigd door lobbygroepen; benadrukt dat een transparante en gelijke toegang tot alle EU-instellingen een absolute voorwaarde is voor de legitimiteit van de Unie en het vertrouwen van haar burgers; benadrukt dat transparantie tweerichtingsverkeer is dat zowel nodig is in het werk van de instellingen zelf als onder de lobbyisten; benadrukt dat gelijke toegang tot de EU-instellingen voor lobbygroepen de beschikbare kennis voor het leiden van de Unie uitbreidt; acht het van essentieel belang dat vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld toegang hebben tot de EU-instellingen en dan met name tot het Parlement;

2.  beschouwt het als de eigen verantwoordelijkheid van zijn leden zich op een evenwichtige manier te laten informeren; onderstreept dat zijn leden in staat moeten worden geacht om onafhankelijk van lobbyisten politieke beslissingen te nemen;

3.  erkent dat een rapporteur, indien hij dit juist acht, (op vrijwillige basis) een 'wetgevende voetafdruk' kan gebruiken, d.w.z. een indicatieve lijst (gevoegd bij de verslagen van het Parlement) van geregistreerde belangenvertegenwoordigers die zijn geraadpleegd en een significante inbreng hebben gehad tijdens de totstandkoming van het verslag; acht het met name wenselijk dat dergelijke lijsten in wetgevingsverslagen worden opgenomen; benadrukt niettemin dat het nog belangrijker is dat de Commissie een dergelijke 'wetgevende voetafdruk' bij haar wetgevingsinitiatieven voegt;

4.  houdt staande dat het Parlement geheel onafhankelijk moet bepalen in hoeverre het rekening houdt met opvattingen afkomstig uit het maatschappelijk middenveld;

5.  neemt kennis van de huidige regels volgens welke zijn leden verplicht zijn hun financiële belangen op te geven; nodigt haar Bureau uit om, op basis van een voorstel van de quaestoren, een plan op te stellen om te komen tot een verbetering van de uitvoering van en het toezicht op Parlementsregels op grond waarvan een lid elke steun die hij of zij ontvangt, van financiële aard of in de vorm van personeel of materiaal(5), moet opgeven;

6.  neemt kennis van de huidige regels voor interfractiewerkgroepen waarin opgave van financiering wordt vereist; roept op tot verdere duidelijkheid met betrekking tot interfractiewerkgroepen, dat wil zeggen een lijst van alle bestaande, geregistreerde en niet geregistreerde, interfractiewerkgroepen op de website van het Parlement, met inbegrip van volledige informatie over externe steun voor de activiteiten van de interfractiewerkgroepen en een verklaring omtrent de algemene doelstellingen van de interfractiewerkgroep; beklemtoont echter dat interfractiewerkgroepen op geen enkele manier geacht mogen worden organen van het Parlement te zijn;

7.  roept het Bureau op om, op basis van een voorstel van de quaestoren, onderzoek te doen naar eventuele manieren om de ongeautoriseerde toegang tot de etages van de EP-gebouwen waar de kantoren van de zijn leden zich bevinden, te beperken, terwijl de toegang van het publiek tot de ruimtes van de commissies slechts in uitzonderlijke gevallen zou moeten worden beperkt;

Voorstel van de Commissie

8.  verwelkomt het voorstel van de Commissie voor een meer gestructureerd kader voor de activiteiten van belangenvertegenwoordigers als onderdeel van het Europees transparantie-initiatief;

9.  is het eens met de definitie van lobbyen die volgens de Commissie als volgt luidt: "activiteiten die erop gericht zijn de beleidsvorming en de besluitvorming van de Europese Instellingen te beïnvloeden"; acht deze definitie in overeenstemming met artikel 9, lid 4 van zijn Reglement;

10. benadrukt dat alle actoren, met inbegrip van vertegenwoordigers van zowel openbare als particuliere belangen, buiten de EE-instellingen die onder deze definitie vallen en de instellingen regelmatig beïnvloeden, moeten worden beschouwd als lobbyisten en op dezelfde manier moeten worden behandeld: professionele lobbyisten, 'in-house' lobbyisten van bedrijven, NGO's, studiecentra, beroepsverenigingen, vakbonden en werkgeversorganisaties, organisaties met en zonder winstoogmerk en advocaten wanneer hun doel veeleer het beïnvloeden van beleid is dan van rechtspraak; benadrukt echter eveneens dat de regio's en gemeenten van lidstaten, evenals de politieke partijen op nationaal en Europees niveau en organen die overeenkomstig de Verdragen een wettelijke status hebben niet onder deze regels vallen wanneer zij in overeenstemming met hun rol handelen en de taken van dergelijke organen als voorzien in de Verdragen ten uitvoer leggen;

11. verwelkomt in principe het voorstel van de Commissie voor een 'one-stop-shop', waarbij lobbyisten zich kunnen registreren bij zowel de Commissie als het Parlement en vraagt om een interinstitutioneel akkoord over een verplicht gemeenschappelijk register dat gemeenschappelijk wordt gevoerd door de Raad, de Commissie en het Parlement en dat van toepassing zou moeten zijn in alle instellingen en volledige financiële informatie, een gemeenschappelijk mechanisme voor uitsluiting uit het register en een gemeenschappelijke ethische gedragscode zou moeten omvatten; herinnert echter aan de essentiële verschillen tussen de Raad, de Commissie en het Parlement als instellingen; behoudt zich daarom het recht voor om het voorstel van de Commissie te beoordelen wanneer dit is afgerond, en om pas op dat moment te bepalen of het voorstel moet worden gesteund;

12. herinnert er verder aan dat het aantal lobbyisten dat toegang heeft tot het Europees Parlement, redelijk moet blijven; stelt daarom voor een systeem in te voeren waarin lobbyisten zich slechts één keer moeten registreren bij alle instellingen en elke instelling zelf kan beslissen of zij toegang tot haar gebouwen verleent, zodat het Parlement het aantal badges dat aan elke organisatie of bedrijf wordt verstrekt, nog steeds kan beperken tot vier;

13. roept op tot wederzijdse erkenning door de Raad, de Commissie en het Parlement van gescheiden registers wanneer niet tot een gemeenschappelijk register kan worden gekomen; stelt voor dat, wanneer er door de instellingen geen regelingen worden getroffen voor een gemeenschappelijk register, hun individuele webregisters links bevatten naar de registers van de andere instellingen teneinde gegevens betreffende lobbyisten onderling te kunnen vergelijken; verzoekt de secretaris-generaal de lijst van vertegenwoordigers van geaccrediteerde belangengroepen van het Parlement te verplaatsen naar een meer toegankelijke plaats op de website van het Parlement;

14. stelt voor dat er zo spoedig mogelijk een door de Conferentie van voorzitters te benoemen gezamenlijke werkgroep van vertegenwoordigers van de Raad, leden van de Commissie en leden van het Europees Parlement wordt ingesteld, met als doel voor het eind van 2008 de gevolgen te beoordelen van een gemeenschappelijk register voor alle lobbyisten die toegang willen hebben tot de Raad, de Commissie of het Parlement, alsmede de uitwerking van een gemeenschappelijke gedragscode; instrueert zijn secretaris-generaal om de juiste stappen te nemen;

15. dringt er bij de Raad op aan om zich te laten vertegenwoordigen in een mogelijk gemeenschappelijk register; is van mening dat de activiteiten van lobbyisten ten opzichte van het secretariaat van de Raad in verband met medebeslissingszaken zorgvuldig overwogen moet worden;

16. neemt kennis van het besluit van de Commissie om met een op vrijwilligheid gebaseerd register te beginnen en dit systeem na één jaar te evalueren, maar is bezorgd over het feit dat het in een puur vrijwillig systeem voor minder verantwoordelijke lobbyisten mogelijk is om naleving te ontwijken; verzoekt de drie instellingen de regels inzake de activiteiten van lobbyisten maximaal drie jaar nadat deze van kracht zijn geworden, te herzien, om zo te kunnen beoordelen of de veranderingen in het systeem hebben geleid tot de noodzakelijke transparantie in de activiteiten van de lobbyisten; neemt kennis van het feit dat de juridische basis voor een verplicht register wordt geleverd door het Verdrag van Lissabon; besluit in de tussentijd samen te werken met de instellingen door middel van een interinstitutioneel akkoord op basis van de bestaande registers; is van mening dat verplichte registratie een vereiste zou moeten zijn voor lobbyisten die regelmatig toegang tot de instellingen willen hebben, zoals de facto al het geval is bij het Parlement;

17. is van mening dat, daar lobbypraktijken zich in de loop van de tijd verder zullen blijven ontwikkelen, de regels voor dergelijke praktijken flexibel genoeg moeten zijn om snel te kunnen worden aangepast aan veranderingen;

18. neemt kennis van de ontwerpgedragscode voor belangenvertegenwoordigers van de Commissie; herinnert de Commissie eraan dat het Parlement al meer dan tien jaar over een dergelijke gedragscode beschikt en verzoekt de Commissie om met het Parlement te onderhandelen over het vaststellen van gemeenschappelijke regels; vindt dat elke code zou moeten zorgen voor een strenge controle met betrekking tot het gedrag van lobbyisten; benadrukt dat sancties zouden moeten gelden voor lobbyisten die de gedragscode hebben overtreden; benadrukt dat er voldoende middelen (personeel en financiën) moeten worden vrijgemaakt voor de verificatie van gegevens in het register; is van mening dat, voor zover het het register van de Commissie betreft, tot de sancties ook het opschorten van registratie zou kunnen behoren en in ernstigere gevallen ook verwijdering uit het register; vindt dat vanaf het moment dat er een gemeenschappelijk register is ingesteld, elk wangedrag door een lobbyist dient te leiden tot sancties betreffende de toegang tot alle instellingen waarop het register betrekking heeft;

19. benadrukt het feit dat het register gebruikersvriendelijk en gemakkelijk toegankelijk op het internet moet zijn; het publiek moet het register gemakkelijk kunnen vinden en erin kunnen zoeken en het moet niet alleen de namen van lobbyende organisaties bevatten, maar ook de namen van de lobbyisten zelf;

20. benadrukt dat het register afzonderlijke categorieën moet bevatten waarin lobbyisten worden geregistreerd overeenkomstig het soort belangen dat ze vertegenwoordigen (bijvoorbeeld beroepsorganisaties, vertegenwoordigers van bedrijven, vakbonden, werkgeversorganisaties, advocatenkantoren, NGO's, enzovoort);

21. verwelkomt het besluit van de Commissie om erop aan te dringen dat de vereiste betreffende financiële openbaarmaking door belangenvertegenwoordigers die zich inschrijven in het register, van toepassing is op het volgende:

–    de omzet van professionele consultancybureaus en advocatenkantoren die verband houdt met het lobbyen bij EU-instellingen evenals het relatieve gewicht van de belangrijkste cliënten;

–    een schatting van de kosten die verband houden met het rechtstreeks lobbyen bij de EU-instellingen door 'in-house' lobbyisten en beroepsverenigingen;

–    de algemene begroting en de verdeling over de belangrijkste financieringsbronnen van NGO's en studiecentra;

22. benadrukt dat de vereiste betreffende financiële openbaarmaking in gelijke mate moet gelden voor alle geregistreerde belangenvertegenwoordigers;

23. verzoekt de werkgroep specifieke criteria voor te stellen met betrekking tot de vereiste betreffende financiële openbaarmaking, bij voorbeeld een indicatie betreffende de uitgaven voor lobbyactiviteiten in het kader van informatieve parameters (exacte bedragen niet nodig);

24. verzoekt de bevoegde commissie om eventuele noodzakelijke wijzigingen van het Reglement van het Parlement voor te bereiden;

25. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB C 261 van 9.9.96, blz. 75.

(2)

PB C 167 van 2.6.97, blz. 22.

(3)

Artikel 9, lid 4 van het Reglement

(4)

Bijlage IX, artikel 3 van het Reglement.

(5)

Bijlage I, artikel 2 van het Reglement.


TOELICHTING

Transparantie van politieke instellingen is een voorwaarde voor legitimiteit. Het zou gemakkelijk moeten zijn om gedetailleerd te onderzoeken hoe besluiten tot stand zijn gekomen, wat de besluiten heeft beïnvloed, en tot slot hoe middelen, d.w.z. het geld van de belastingbetaler, is aangewend. Daarom zijn regels voor lobbyen uiteindelijk een kwestie van legitimiteit.

Op dit moment zijn er in Brussel naar schatting ongeveer 15 000 lobbyisten en 2 500 lobby-organisaties. Wanneer de badges van permanente bezoekers en 'express'-badges worden meegeteld, zijn er ongeveer 5 000 lobbyisten actief in het Europees Parlement.

De Commissie heeft de gedachtewisseling over het lobbyen gestart door middel van haar Europees transparantie-initiatief (ETI). Het belangrijkste idee achter dit voorstel is om de actoren en invloedskanalen die actief zijn wanneer er wetten worden voorbereid en aangenomen door EU-instellingen, meer openbaar te maken. De Commissie stelt een vrijwillig register en een gedragscode voor lobbyisten voor. Het Parlement heeft al een de facto verplicht register en een gedragscode, bepaald in artikel 9, lid 4 van het Reglement van het Europees Parlement.

Dit verslag is een reactie op het ETI van de Commissie. Van het Europees Parlement wordt als medewetgever verwacht dat het een krachtig standpunt inneemt ten opzichte van belangenvertegenwoordiging in de EU.

Historie van lobbyregels in het Europees Parlement

Lobbyen is al lang een controversiële kwestie in de parlementaire debatten. De standpunten lopen ver uiteen en de tradities in de 27 lidstaten zijn zeer verschillend. De meerderheid van de lidstaten heeft helemaal geen bepalingen voor het omgaan met deze groepen op parlementair of regeringsniveau. In de Verenigde Staten daarentegen moet een lobbyist zich door een handleiding van bijna 600 pagina's lezen om alles volgens de regels te doen. Hoe dan ook, vandaag de dag is men het grotendeels met elkaar eens dat belangengroeperingen over expertise beschikken die waardevol is voor wetgevende organen binnen de EU.

Het Parlement was de eerste Europese instelling die aandacht schonk aan het fenomeen van een steeds groter wordend aantal belangengroeperingen op Europees niveau, en dan met name aan de gevolgen van die ontwikkeling voor het wetgevingsproces. In 1989 werd een eerste schriftelijke vraag gesteld met betrekking tot het opzetten van een mogelijke regulering van lobbyen. In 1991 schreef de Commissie reglement, onderzoek geloofsbrieven en immuniteiten een verslag met daarin voorstellen voor een gedragscode en een register van lobbyisten. Echter, na zeer moeilijke commissiedebatten werden de voorstellen niet voorgelegd aan de plenaire vergadering.

Na de Europese verkiezingen van 1994 werd het debat over de regulering van lobbies hervat. Een ander verslag van dezelfde commissie vermeed terminologische conflicten en vertrouwde op een vrijwillige eigen definitie van belangengroeperingen. Reguleringsvoorstellen waren minder dwingend en meer openstaand voor lobbyen dan de voorstellen uit het verslag van 1993. Het idee van een register, waarin belangenvertegenwoordigers hun activiteiten en belangen moesten openbaren, was geboren. Belangenvertegenwoordigers werden geacht te betalen voor hun registratie, een gedragscode te respecteren en het register te ondertekenen. Als tegenprestatie kregen ze een pasje en toegang tot gedeelten van het Europees Parlement en zijn documenten. In januari 1996 werd het verslag sterk aangepast in de plenaire vergadering en daarna teruggestuurd naar de Commissie.

In juli 1996 werd een compromis bereikt. Met betrekking tot de financiële belangen is ieder lid van het Europees Parlement nu verplicht om een gedetailleerde opgave te doen van zijn professionele activiteiten. Leden van het Europees Parlement mogen geen giften aannemen of profiteren bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Ook geregistreerde assistenten moeten eventuele andere betaalde activiteiten opgeven. Deze regels werden toegevoegd aan het Reglement van het Parlement (artikel 9 en bijlagen I en IX). Later werden verdere praktische stappen ondernomen met betrekking tot de publicatie van enkele van deze gegevens op de website van het Parlement. Op dit moment zijn er lijsten van geregistreerde lobbyisten, van de opgaven van financiële belangen van leden van het Europees Parlement en van geregistreerde assistenten beschikbaar.

Voorstellen door de rapporteur

Ter voorbereiding op dit verslag heeft de Commissie constitutionele zaken op 8 oktober 2007 een workshop over lobbyen in de Europese Unie georganiseerd om de huidige situatie van belangenvertegenwoordiging te onderzoeken en om reacties van belanghebbenden te krijgen over het ETI van de Commissie. Tijdens dit proces heeft de rapporteur de volgende essentiële vragen vastgesteld die in het verslag moeten worden behandeld:

1. Hoe moet een lobbyist worden gedefinieerd?

De Commissie definieert lobbyen als "activiteiten die erop gericht zijn de beleidsvorming en de besluitvorming van de Europese Instellingen te beïnvloeden". Dit is overeenkomstig artikel 9, lid 4 van het Reglement van het Europees Parlement, dat lobbyisten definieert als "personen die ten behoeve van zichzelf of van derden frequent toegang tot de gebouwen van het Parlement wensen met het oog op de informatieverstrekking aan de leden in het kader van hun parlementair mandaat".

De rapporteur is van mening dat er geen wezenlijke verschillen mogen worden gemaakt tussen industriëlen of milieubewegingen bij de benadering van het Parlement, dat het niets mag uitmaken of er belangen van producenten dan wel consumenten worden vertegenwoordigd, en of er particuliere of openbare actoren in gesprek zijn met leden van het Europees Parlement. Bovendien moeten advocatenkantoren worden beschouwd als lobbyisten wanneer ze toekomstige wetgeving proberen te beïnvloeden, in plaats van wanneer ze handelen in het kader van een rechtszaak.

2. In hoeverre moet er een financiële openbaarmaking zijn?

Volgens de Commissie is financiële informatie kenmerkend voor de invloed van belangengroeperingen. De Commissie is tot de conclusie gekomen dat het noodzakelijk en evenredig is om van de registranten te eisen dat zij relevante budgettaire cijfergegevens en de verdeling over belangrijke cliënten en/of financieringsbronnen aangeven. Het belangrijkste doel van deze informatie is te garanderen dat beleidsbepalers en het publiek kunnen vaststellen en beoordelen hoe sterk de belangrijkste drijvende krachten achter bepaalde lobbies zijn. De Commissie eist het volgende:

–  voor professionele consultancybureaus en advocatenkantoren moet de omzet die met het lobbyen bij EU-instellingen verband houdt, alsook het relatieve gewicht van de cliënten in deze omzet, worden aangegeven;

–  voor 'in-house' lobbyisten en beroepsverenigingen moet een schatting worden gemaakt van de kosten die verband houden met het rechtstreeks lobbyen bij de EU-instellingen;

–  voor NGO’s en studiecentra moet de algemene begroting en de verdeling over de belangrijkste financieringsbronnen worden aangegeven.

De details moeten nog nader worden verklaard wanneer de Commissie een bètaversie presenteert van de database-interface, evenals meer expliciete informatie over de vereiste gegevens. Verder is financiële informatie niet altijd de beste manier om informatie te verstrekken over de schaal van lobbyen.

De vragen die nog duidelijk moeten worden beantwoord zijn welke informatie nuttig is voor het bepalen van externe beïnvloeding van het wetgevingsproces, en hoe deze informatie kan worden verkregen zonder de legitieme vertrouwelijkheidsregels te schenden of zonder overdreven zware administratieve procedures.

3. Moet het Europees Parlement een gemeenschappelijk register hebben met de Commissie?

De Commissie wil een gemeenschappelijk register van Commissie en Parlement. De rapporteur vindt dat de instellingen vanuit de opvatting van het publiek als één worden gezien. Ook alle belanghebbenden willen een 'one-stop-shop'. Hoewel de instellingen op essentiële punten van elkaar verschillen, en er uiteindelijk verschillende vereisten voor lobbyisten kunnen zijn, bijvoorbeeld op het punt van financiële openbaarmaking, moet de vraag als administratief worden beschouwd. Daarom stelt de rapporteur een gezamenlijke werkgroep voor om de gevolgen van een gemeenschappelijk register te bestuderen.

4. Moet het register van belangengroeperingen vrijwillig of verplicht zijn?

De Juridische Dienst van het Parlement beschouwt het huidige register van het Parlement de facto als verplicht, omdat registratie verbonden is aan de fysieke toegang tot de gebouwen van het Parlement. De rapporteur is het eens met deze analyse. Voor het regelmatig lobbyen in het Parlement is een badge nodig. Om een badge te krijgen, moet men zich registreren. Daarom dringt de Commissie aan op een gemeenschappelijk register. De badge is een sterke stimulans voor registratie.

De Commissie stelt financiële openbaarmaking voor, en een meer systematische controle van de informatie die in het register wordt opgenomen. Deze innovaties zijn prioriteiten en moeten te zijner tijd worden vastgesteld. Een wetgevingsbesluit over lobbyen is een langdurig proces en moet daarom op dit moment niet worden nagestreefd. Dit komt overeen met de brede consensus over een gemeenschappelijk register, een 'one-stop-shop' samen met de Commissie.

Het succes van het register van de Commissie wordt na één jaar geëvalueerd. Het Verdrag van Lissabon, mits geratificeerd, zal een duidelijkere basis bieden voor een wetgevingsbesluit over lobbyen, indien die noodzakelijk wordt geacht.

5. Moeten er sancties zijn voor het niet naleven van de gedragscode?

In het huidige systeem van het Parlement is de zwaarst mogelijke sanctie uitsluiting van het register. Voor boetes en andere vergelijkbare sancties is wetgeving nodig. Vanuit het oogpunt van de geloofwaardigheid van lobbyisten is dit absoluut geen betekenisloze sanctie. Echter, het toezicht op de manier waarop regels worden gerespecteerd, kan worden versterkt.

6. De transparantie van het Parlement verbeteren

De rapporteur beschouwt transparantie als tweerichtingsverkeer. Dat wil zeggen dat wanneer lobbyisten transparanter moeten zijn, ook van het Parlement zelf moet worden gevraagd om transparanter te werken. Daarom vraagt de rapporteur om duidelijkheid met betrekking tot geregistreerde en niet geregistreerde interfractiegroepen die vaak worden gefinancierd door belangengroepen.

Verder erkent de rapporteur dat een lid de mogelijkheid heeft om een 'wetgevende voetafdruk' te gebruiken, d.w.z. een indicatieve lijst, gevoegd bij parlementaire verslagen, van belangenvertegenwoordigers die zijn geraadpleegd tijdens de totstandkoming van het verslag. Het idee hierachter is om een beeld te krijgen van de verschillende belangen die worden gemobiliseerd bij een wetgevingsproces, en dus om hiermee het publiek, de media, andere leden en iedere geïnteresseerde te helpen om het parlementswerk nauwkeurig te kunnen volgen. Aan de andere kant wordt de relevante informatie vaak vertrouwelijk verkregen en moet de onafhankelijkheid van de leden van het Europees Parlement worden verdedigd. Daarom moet het gebruik van dergelijke 'voetafdrukken' worden gebaseerd op het eigen inzicht van afzonderlijke leden van het Europees Parlement. De rapporteur benadrukt eveneens dat het nog belangrijker is dat de Commissie een wetgevingsvoetafdruk bij haar eigen wetgevingsinitiatieven voegt.

Tijdens de totstandkoming van dit verslag bijvoorbeeld zijn in ieder geval voor 6 februari 2008 de volgende organisaties geraadpleegd. Sommige anderen hebben e-mailberichten gestuurd en informeel snel informatie verstrekt.

1) Business Europe,

2) European Public Affairs Consultancies’ Association (EPACA),

3) The Alliance for Lobbying Transparency and Ethics Regulation (ALTER-EU) (Friends of the Earth Europe, European Federation of Journalists),

4) Europese Raad van de Chemische Nijverheid (Cefic),

5) Society of European Affairs Professionals (SEAP),

6) Franse Kamer van Koophandel,

 

7) Raad van de balies van de Europese Unie (CCBE)

8) International Public Relations Association (IPRA)

9) UKLawSociety

10) White&Case

11) Amerikaanse Kamer van Koophandel,

12) Toyota Motor Europe

13) Exxcon Mobile

14) European Centre for Public Affairs

15) De Commissie

Daarnaast werden de volgende organisaties vertegenwoordigd als belanghebbenden in de workshop over lobbyen in de EU, die op 8 oktober werd georganiseerd door de Commissie constitutionele zaken. Anderen hebben hun mening kenbaar gemaakt in de rondetafelbespreking.

1) Business Europe,

2) Het Europees Bureau van Consumentenverenigingen (BEUC)

3) SEAP

4) EPACA

5) Corporate Europe Observatory (CEO)

6) ALTER-EU

7) Daimler ('in-house' lobbyist)

8) CCBE

Conclusie

Samenvattend bespreekt de rapporteur het belang van transparantie, vraagt hij om gelijke behandeling van belangenvertegenwoordigers, stelt hij een afwachtende benadering van de Commissie voor ten opzichte van de concrete voorstellen (d.w.z. het register en de details) en geeft hij voorbeelden voor de manier waarop het Parlement zijn eigen transparantie kan verbeteren.


ADVIES van de Commissie begrotingscontrole (22.1.2008)

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake de ontwikkeling van het kader voor de activiteiten van belangenvertegenwoordigers (lobbyisten) in de Europese instellingen

(2007/2115(INI))

Rapporteur voor advies: José Javier Pomés Ruiz

SUGGESTIES

De Commissie begrotingscontrole verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

Algehele aanpak van de Commissie

1.  merkt op dat de Commissie lobbyen omschrijft als "activiteiten die erop gericht zijn de beleidsbepaling en de besluitvorming van de Europese instellingen te beïnvloeden";

2.  herinnert eraan dat de instellingen van de Europese Unie niet alleen besluiten nemen over wetgeving, maar ook over:

 overeenkomsten;

 subsidies;

 inbreuken;

 boetes; en

 terugvordering en waivers;

     en dat de belangenvertegenwoordigers desgewenst over die zaken hun standpunten kenbaar kunnen maken of invloed kunnen uitoefenen; is van mening dat eventuele toekomstige bepalingen of een toekomstige gedragscode op een zodanige manier moeten worden opgesteld dat deze betrekking hebben op alle activiteitenterreinen van de EU-instellingen waarop externe organisaties of personen mogelijk trachten invloed uit te oefenen;

3.  merkt op dat volgens het voorstel van de Commissie consultancybureaus inzake openbare aangelegenheden, bedrijfslobbies ("in-house representatives"), NGO's, studiecentra, beroepsverenigingen en advocatenkantoren zullen worden aangemoedigd om zich in het register te laten opnemen en de gelegenheid krijgen om aan te geven tot welke categorie zij behoren;

4.  merkt op dat de lijst in paragraaf 3 geen andere categorieën belangengroepen omvat met een beduidende presentie in Brussel zoals a) regionale, provinciale of plaatselijke autoriteiten die lobbyen voor zichzelf of voor bedrijven of andere entiteiten die op hun grondgebied zijn gevestigd, b) accountantsbedrijven die een volledig scala van zakelijke diensten aanbieden, met inbegrip van lobbyingactiviteiten, of c) vakbonden;

5.  concludeert uit de lijst van categorieën van lobbyisten waarop de Commissie zich richt, dat haar benadering voornamelijk is gebaseerd op het reguleren van lobbyingactiviteiten van de particuliere sector, zonder dat enige klaarblijkelijke poging wordt gedaan om gelijkwaardige transparantie toe te passen op lobbyingactiviteiten van vertegenwoordigers van de publieke sector, zoals regionale autoriteiten, diplomaten, ministers en leden van nationale parlementen;

6.  merkt op dat lobbyisten die in het kader van het voorstel vrijwillig bepaalde hen betreffende informatie laten registreren, de mogelijkheid krijgen om specifieke belangstellingsgebieden op te geven en in ruil daarvoor worden geïnformeerd wanneer op die gebieden raadplegingen worden georganiseerd;

7.  wijst erop dat in een aanzienlijk aantal van de door de Commissie naar aanleiding van haar Groenboek over transparantie ontvangen bijdragen, met name van NGO's, werd gepleit voor een bindende (veeleer dan een op vrijwilligheid gebaseerde) aanpak als enige middel om te zorgen voor volledige transparantie;

Financiële informatie

8.  steunt het voorstel van de Commissie dat geregistreerde lobbyisten er zou toe verplichten de volgende informatie te verstrekken:

 voor professionele consultancybureaus en advocatenkantoren die betrokken zijn bij lobbyen bij de EU-instellingen, de omzet die met het lobbyen bij EU-instellingen verband houdt alsook het relatieve gewicht van de cliënten in deze omzet;

 voor "in-house" lobbyisten en beroepsverenigingen die bij lobbyingactiviteiten zijn betrokken, een schatting van de kosten die verband houden met het rechtstreeks lobbyen bij de EU-instellingen;

 voor NGO's en studiecentra, de algemene begroting en de verdeling over de belangrijkste financieringsbronnen (bedragen en bronnen van overheidsfinanciering, schenkingen, lidmaatschapsbijdragen, enz.);

9.  is van mening dat het van wezenlijk belang is dat de leden van het Europees Parlement, en ook anderen, weten voor wie lobbyisten werken, wat de bron is van eventueel verstrekte of door lobbyisten ondersteunde informatie en wat de identiteit is van de belangen die zij vertegenwoordigen;

10. stelt voor dat lobbyisten in een eventuele toekomstige gedragscode de verplichting opgelegd krijgen om aan het begin van ongeacht welke vergadering of elk gesprek dat voor lobbyingdoeleinden wordt georganiseerd duidelijk aan te geven namens welke klant, organisatie, beweging of campagne zij handelen en of zij al dan niet-geregistreerde lobbyisten zijn;

11. verzoekt de Commissie nader aan te geven wat de gevolgen zouden zijn van niet-opneming in het vrijwillige register of een weigering om daarin ingeschreven te worden, en met name:

 of niet-inschrijving of weigering om ingeschreven te worden op een in het oog springende manier in een deel van het register wordt vermeld;

 of de betrokken organisatie daarna wordt uitgesloten van lobbyingactiviteiten bij de Commissie;

12. is van mening dat het register over een eenvoudig systeem zou moeten beschikken om inschrijvingen te verwijderen en de redenen voor die verwijdering mee te delen aan de betrokken persoon of instantie;

Gedragscode

13. steunt het standpunt van de Commissie dat zelfregulering van lobbyisten niet volstaat; neemt nota van haar voornemen om de huidige in 1992 goedgekeurde bepalingen te herzien en aan te passen; is het ermee eens dat het onderschrijven van de code een voorwaarde wordt voor opneming van lobbyisten in het nieuwe register, naar analogie van het voorbeeld dat is gegeven door het Parlement;

14. acht het noodzakelijk, opdat een gedragscode doeltreffend zou zijn en de Europese burgers vertrouwen zouden hebben in het systeem, dat inbreuken op de gedragscode worden opgespoord en op overtuigende wijze bestraft; merkt op dat het belangrijk is dat het toezicht wordt uitgeoefend door geheel onafhankelijke actoren;

Huidige lobbyingbepalingen van het Parlement

15. merkt op dat het Parlement reeds een gedragscode betreffende lobbying heeft (artikel 3 van Bijlage IX bij het Reglement);

16. merkt op dat het College van quaestoren wat betreft de definitie van lobbyisten krachtens artikel 9, lid 4 van het Reglement gerechtigd is om laissez-passers af te geven aan personen die ten behoeve van zichzelf of van derden frequent toegang tot de gebouwen van het Parlement wensen met het oog op de informatieverstrekking aan de leden in het kader van hun parlementair mandaat;

17. herinnert eraan dat op de website van het Parlement staat te lezen dat lobbyisten particuliere, publieke of niet-gouvernementele organisaties kunnen vertegenwoordigen; zij kunnen het Parlement kennis en specifieke expertise verschaffen ten aanzien van talloze economische, sociale, milieu- en wetenschappelijke onderwerpen;

18. verzoekt de secretaris-generaal de lijst van vertegenwoordigers van geaccrediteerde belangengroepen van het Parlement die zich momenteel bevindt op http://www.europarl.europa.eu/parliament/expert/staticDisplay.do?id=65&language te verplaatsen naar een meer toegankelijke plaats op de website van het Parlement;

Interinstitutionele samenwerking

19. merkt op dat de wens van de Commissie dat er in de toekomst een register en een gedragscode komen tenminste ook door het Parlement wordt gedeeld en neemt nota van haar standpunt dat "one-stop-shop"-registratie voor belanghebbenden een extra stimulans zou bieden om zich te laten registreren;

20. onderkent dat, indien de verschillende instellingen elk een afzonderlijk registratiesysteem voor lobbyisten hebben, het gevaar bestaat dat er sprake is van inconsistentie van de informatie die lobbyisten verstrekken over hun eigen organisaties, de klanten voor wie zij actief zijn en de omvang van de financiering die beschikbaar is voor een bepaald lobbyinginitiatief; erkent derhalve dat er wellicht goede argumenten zijn voor het te zijner tijd instellen van een geharmoniseerd registratiesysteem;

21. benadrukt dat het Parlement autonoom moet blijven beslissen over de eventuele aanvaarding van dergelijke belangengroepen en lobbyisten in overeenstemming met wat het als relevant beschouwt in het kader van zijn politieke rol als vertegenwoordiger van de EU-burgers;

22. stelt voor dat, wanneer er door de instellingen geen regelingen worden getroffen voor een gemeenschappelijk register van lobbyisten, hun individuele webregisters links bevatten naar de registers van de andere instellingen teneinde gegevens betreffende lobbyisten onderling te kunnen vergelijken;

23. brengt in herinnering dat het de bedoeling is de Europese burgers meer transparantie te bieden en dringt er daarom op aan dat het lobbyistenregister - of dit nu gemeenschappelijk is of eigen aan de afzonderlijke instellingen - gestandaardiseerd moet zijn, gemakkelijk te raadplegen via het internet en eenvoudig te begrijpen en te vergelijken.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.1.2008

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean-Pierre Audy, Herbert Bösch, Paul van Buitenen, Paulo Casaca, Jorgo Chatzimarkakis, Antonio De Blasio, Christofer Fjellner, Ingeborg Gräßle, Dan Jørgensen, Carl Lang, Marusya Ivanova Lyubcheva, Hans-Peter Martin, Jan Mulder, Francesco Musotto, Bill Newton Dunn, Borut Pahor, Bart Staes, Alexander Stubb, Kyösti Virrankoski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

Carlo Casini, Valdis Dombrovskis, Edit Herczog, Cătălin-Ioan Nechifor, Pierre Pribetich, Petya Stavreva

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 


ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (28.2.2008)

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake de ontwikkeling van het kader voor de werkzaamheden van belangenbehartigers (lobbyisten) bij de instellingen van de Europese Unie

(2007/2115(INI))

Rapporteur voor advies: Pervenche Berès

SUGGESTIES

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat 75% van de economische en sociale beleidsmaatregelen die de Europese burgers aanbelangen in Brussel wordt voorbereid,

B.  overwegende dat raadpleging, inspraak en transparantie sleutelelementen zijn om het publiek meer te betrekken bij de uitstippeling van het EU-beleid,

C. overwegende dat de werkzaamheden van belangenbehartigers snel groeien, zowel op het vlak van het aantal spelers als op het vlak van de gebruikte technieken, en overwegende dat deze werkzaamheden verschillende soorten structuren en spelers met zeer uiteenlopende belangen omvatten,

D.  overwegende dat in artikel 9, lid 4, paragrafen 1 t/m 3 van het Reglement van het Europees Parlement het volgende is bepaald:

"De Quaestoren zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van een op naam gesteld laissez-passer, dat maximaal één jaar geldig is, aan personen die ten behoeve van zichzelf of van derden frequent toegang tot de gebouwen van het Parlement wensen met het oog op de informatieverstrekking aan de leden in het kader van hun parlementair mandaat.

Als tegenprestatie dienen deze personen:

–  de in een bijlage bij het Reglement opgenomen gedragscode na te leven;

–  zich in te schrijven in een register dat door de quaestoren wordt bijgehouden.

Dit register wordt op verzoek ter beschikking van het publiek gesteld in alle vergaderplaatsen van het Parlement en - in de door de Quaestoren vastgestelde vorm - bij zijn voorlichtingsbureaus in de lidstaten",

E.   overwegende dat mededeling 53/05 van de Quaestoren regels vastlegt voor de toegangspasjes voor personen die behoren tot de entourage van de leden,

1.   is van oordeel dat de huidige bepalingen voor het verkrijgen van een accreditatie als vertegenwoordiger van een belangengroep zoals vermeld in artikel 9, lid 4 van het Reglement van het Europees Parlement voldoende en adequaat zijn; ziet dat het nodig is om, met betrekking tot de transparantie van de activiteiten van vertegenwoordigers van belangengroepen, enkele aanvullende maatregelen te nemen die verder gaan dan hetgeen in genoemd artikel van het Reglement is voorgeschreven; neemt in het bijzonder kennis van de voorstellen in het ontwerpverslag van de Commissie constitutionele zaken.

RESULTAAT VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.2.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Uitslag eindstemming Gabriele Albertini, Mariela Velichkova Baeva, Pervenche Berès, Slavi Binev, Sebastian Valentin Bodu, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Manuel António dos Santos, Christian Ehler, Elisa Ferreira, Jean-Paul Gauzès, Robert Goebbels, Donata Gottardi, Dariusz Maciej Grabowski, Gunnar Hökmark, Karsten Friedrich Hoppenstedt, Sophia in ‘t Veld, Piia-Noora Kauppi, Wolf Klinz, Christoph Konrad, Guntars Krasts, Kurt Joachim Lauk, Astrid Lulling, Gay Mitchell, Cristobal Montoro Romero, Lapo Pistelli, John Purvis, Alexander Radwan, Bernhard Rapkay, Dariusz Rosati, Heide Rühle, Eoin Ryan, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Peter Skinner, Margarita Starkevičiūtė, Ieke van den Burg, Cornelis Visser, Sahra Wagenknecht

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Thomas Mann, Gianni Pittella, Bilyana Ilieva Raeva


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (29.11.2007)

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake de ontwikkeling van een kader voor de activiteiten van belangenvertegenwoordigers (lobbyisten) in de Europese instellingen

(2007/2115(INI))

Rapporteur voor advies: Claude Turmes

TOELICHTING

Het creëren van transparantie omtrent het doen en laten van lobby's die bij de Europese instellingen actief zijn en het bieden van de nodige garanties dat de Commissie daadwerkelijk en uitsluitend het algemeen belang van de Gemeenschap dient zijn essentiële voorwaarden om het vertrouwen van de burgers in de EU-instellingen terug te winnen.

Transparantie omtrent lobbyactiviteiten

De in Brussel opererende professionele lobbysector - wiens doel erin bestaat de beleidsvorming van de EU te beïnvloeden - ontwikkelt zich constant en in een snel tempo. Daarom moeten er ter wille van de transparantie op dit gebied duidelijke regels worden vastgesteld om te bepalen welke belangen de respectieve lobbyisten precies vertegenwoordigen en om eventuele onethische praktijken zoveel mogelijk tegen te gaan.

De centrale component van het Europees transparantie-initiatief bestaat erin een lobbyistenregister in te stellen met de verplichting financieel openheid van zaken te geven, terwijl de Commissie daarentegen juist een vrijwillige aanpak voorstaat.

De Milieucommissie is als een van de intensiefst door lobby's bewerkte commissies van het Parlement echter van mening dat een dergelijke opzet gedoemd is om te mislukken. Zij dringt dan ook aan op een verplicht registratie- en rapportagesysteem, zodat niemand buiten het systeem kan blijven of zich aan de regels kan onttrekken, en alle lobbyisten aan dezelfde voorwaarden worden onderworpen. Financiële openheid biedt bovendien het voordeel van goed vergelijkbare en gemakkelijk toegankelijke informatie voor besluitvormers en publiek omtrent de vraag wie welke bedragen heeft betaald en bij wie voor welk doel moet worden gelobbyd.

De Europese Commissie

Aangezien de Commissie het alleenrecht heeft om wetgeving te initiëren en zij verplicht is het algemene belang van de Gemeenschap op een volstrekt onafhankelijke manier te dienen, moet zij zelf transparanter gaan functioneren. Om te beginnen moet zij zich krachtiger inspannen om belangenconflicten bij haar personeel en haar advies- en uitvoeringsinstanties te voorkomen en te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van alle sectoren van de samenleving.

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  onderkent de belangrijke invloed van lobbyactiviteiten op de besluitvorming van de EU en derhalve de noodzaak van duidelijke regels; is van mening dat een geloofwaardig en doelmatig registratie- en rapportagesysteem, dat ook publicatie van financiële gegevens inhoudt alsmede bekendmaking van alle aan de leden van de instellingen toegezonden documenten, voor alle lobbyisten verplicht moet worden gesteld en moet worden gekoppeld aan een gemeenschappelijke gedragscode; tevens zou dit systeem een onafhankelijk uitvoerings- en sanctiemechanisme moeten omvatten; dringt erop aan documenten met betrekking tot lobbyactiviteiten, met name de gemeenschappelijke gedragscode, de belangenverklaringen en alle andere van lobbyisten afkomstige documenten via een elektronisch register voor het publiek toegankelijk te maken;

2.  is van oordeel dat het verplichte registratie- en rapportagesysteem ten minste de volgende gegevens dient te bevatten(1):

     - de naam of namen van lobbyist(en);

     - hun contactgegevens;

     - de belangen en/of organen die zij vertegenwoordigen;

3.  dringt aan op een gemeenschappelijke gedragscode voor alle lobbyisten, waarover overeenstemming moet worden bereikt door de Commissie, het Europees Parlement en de Raad;

4.  beschouwt het als de eigen verantwoordelijkheid van de leden van het Europees Parlement zich op een evenwichtige manier te laten informeren; onderstreept dat de leden van het Europees Parlement in staat moeten worden geacht om onafhankelijk van lobbyisten politieke beslissingen te nemen;

5.  dringt er bij de Commissie op aan duidelijkheid te scheppen omtrent de rol en de achtergrond van haar speciale adviseurs, hun curriculum vitae openbaar te maken en helder te definiëren wanneer er sprake is van belangenverstrengeling of van een belangenconflict; is van mening dat speciale adviseurs met een belangenconflict niet in dienst van de Europese instellingen horen te staan; roept de Commissie ertoe op duidelijkheid te scheppen omtrent de precieze doeleinden van haar groepen op hoog niveau en deskundigengroepen en richtsnoeren vast te stellen met het oog op een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende sectoren van de samenleving en van de diverse nationaliteiten; onderstreept dat deskundigen die zich in een belangenconflictsituatie bevinden geen lid mogen zijn van een comité van deskundigen; dringt er bij de Commissie op aan op haar websites een register met zoekfunctie te publiceren met de namen van de leden van alle groepen, inclusief de comitologiecomités, alsmede hun vergaderagenda's en -documenten en te zorgen voor transparantie bij de oprichting van dergelijke groepen;

6.  verzoekt de Commissie een gecentraliseerde databank met zoekfunctie op te zetten met alle relevante informatie omtrent onder gedeeld beheer vallende gelden en de begunstigden daarvan;

7.  verzoekt de Commissie verslag uit te brengen over alle ambtenaren die de diensten van de Commissie definitief of voor een tijdelijk sabbatsverlof hebben verlaten en binnen twee jaar na het verlaten van de dienst een nieuwe baan aanvaarden die in verband staat met hun vroegere werkterrein, in het bijzonder de functie van adviseur, consultant of assistent bij lobbybedrijven, alsmede over alle voorwaarden of verbodsbepalingen die zij heeft ingesteld uit hoofde van artikel 16 van het Statuut van de ambtenaren;

8.  roept de Commissie ertoe op een uitvoerige lijst te overleggen van alle personeelsleden of deskundigen die bij de Commissie en in de kabinetten van de commissarissen werken en een salaris ontvangen uit de particuliere, de nationale overheids- of niet-gouvernementele sector, met vermelding van de uitbetalende instanties, de periodes gedurende welke zij daarbij in dienst zijn geweest en het soort contract waaronder zij stonden, de diensten waarvoor zij werken en de dossiers die zij te behandelen krijgen en te behandelen hebben gekregen sinds zij bij de Commissie in dienst zijn getreden, met als doel informatie te verschaffen over de activiteiten op Europees niveau van personeel dat wordt gedetacheerd door nationale regeringen en andere deskundigen;

9.  dringt er bij het Parlement op aan, op zijn website een uitvoerige en volledige lijst te publiceren van de bestaande interfractiewerkgroepen, hun leden, vergaderagenda's en -documenten;

10. is van oordeel dat het Europees Parlement het voortouw moet nemen door een beleid van beste praktijken te voeren met betrekking tot de registratieregels voor belangen van EP-leden; roept het Bureau van het Parlement ertoe op een studie te laten verrichten naar het beleid van elk van de parlementen van de lidstaten en aan de hand daarvan aanbevelingen te doen voor eventueel in zijn eigen procedures aan te brengen verbeteringen;

11. roept het Parlement op een vragenlijst voor de leden op te stellen waarin zij opgave kunnen doen van hun belangen, met duidelijke criteria omtrent de manier waarop deze moet worden ingevuld, zodat kan worden gegarandeerd dat de regels inzake belangenconflicten op een consistente en vergelijkbare manier worden toegepast.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.11.2007

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

41

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Liam Aylward, Pilar Ayuso, Johannes Blokland, Frieda Brepoels, Dorette Corbey, Chris Davies, Avril Doyle, Mojca Drčar Murko, Edite Estrela, Jill Evans, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Cristina Gutiérrez-Cortines, Satu Hassi, Marie Anne Isler Béguin, Caroline Jackson, Dan Jørgensen, Eija-Riitta Korhola, Marie-Noëlle Lienemann, Alexandru-Ioan Morțun, Roberto Musacchio, Riitta Myller, Miroslav Ouzký, Frédérique Ries, Guido Sacconi, Karin Scheele, Carl Schlyter, Richard Seeber, Bogusław Sonik, Antonios Trakatellis, Thomas Ulmer, Anja Weisgerber, Glenis Willmott

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

Alfonso Andria, Kathalijne Maria Buitenweg, Bairbre de Brún, Duarte Freitas, Milan Gaľa, Alojz Peterle, Andres Tarand, Claude Turmes

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

(1)

Deze informatie dient eenmaal per jaar te worden geactualiseerd.


ADVIES van de Commissie juridische zaken (20.12.2007)

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake de ontwikkeling van een kader voor de activiteiten van belangenvertegenwoordigers (lobbyisten) bij de Europese instellingen

(2007/2115(INI))

Rapporteur voor advies: Diana Wallis

SUGGESTIES

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is van mening dat lobbyen een belangrijke en legitieme functie heeft in het beleidsproces;

2.  acht het van essentieel belang dat vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld toegang hebben tot de Europese instellingen, in de eerste plaats tot het Europees Parlement;

3.  wijst erop dat het Europees Parlement sinds 1996 regels hanteert voor de toegang van lobbyisten en hun opneming in een openbaar register; is echter van mening dat een beter gestructureerd en strenger kader voor de activiteiten van belangenvertegenwoordigers van fundamenteel belang is, niet alleen voor het functioneren van een open en democratische Unie maar ook voor de beeldvorming van haar werkzaamheden bij burgers en andere partijen; is van mening dat, daar lobbypraktijken zich in de loop van de tijd verder zullen blijven ontwikkelen, de regels voor dergelijke praktijken flexibel genoeg moeten zijn om snel te kunnen worden aangepast aan veranderingen;

4.  is van opvatting dat de regels ten aanzien van lobbyen bij het Europees Parlement ook moeten gelden voor lobbyactiviteiten gericht op commissiesecretariaten, fractiemedewerkers en adviseurs en assistenten van leden van het Parlement;

5.  betwijfelt of het door de Commissie voorgestelde, op vrijwilligheid gebaseerde systeem eerlijk en effectief is; merkt op dat zij het functioneren van het register een jaar nadat het van kracht geworden is, zal beoordelen;

6.  is van mening dat, als het registratiesysteem verplicht wordt gesteld, alle lobbyisten gelijk behandeld dienen te worden en dat de definitie van lobbyist niet alleen professionele lobbybureaus en hun pr-adviseurs dient te omvatten, maar ook interne medewerkers van bedrijfssectoren, overkoepelende branche-organisaties, denktanks, vertegenwoordigers van NGO's, nationale/regionale autoriteiten en als lobbyist werkzame advocaten; is van opvatting dat lobbyen moet worden opgevat in de breedste zin van het woord, met inbegrip van, onder andere, het beïnvloeden van de politieke besluitvorming zonder te streven naar verkiezing en met of zonder rechtstreeks economisch voordeel, hetgeen inhoudt dat ook vrijwillige lobbyisten geregistreerd dienen te worden in het verplichte systeem;

7.  is van oordeel dat het in het gemeenschappelijk belang van de instellingen is om meer duidelijkheid te verschaffen over lobbyen; is derhalve van opvatting dat de werkzaamheden van beide instellingen op dit gebied op doeltreffende wijze met elkaar in verband dienen te worden gebracht;

8.  is van mening dat er bij zaken die onder de medebeslissingsprocedure vallen zorgvuldig moet worden toegezien op de activiteiten van lobbyisten en belangengroepen bij leden van de Raad;

9.  is van opvatting dat het Parlement te allen tijde zijn autonomie moet behouden tegenover ander instellingen als het gaat om betrekkingen met belangenvertegenwoordigers, ook ten aanzien van de regels betreffende de transparantie van zijn activiteiten;

10. acht het van essentieel belang dat advocaten die als lobbyist optreden niet van dit initiatief en de registratieregels worden vrijgesteld; moedigt de Commissie ertoe aan een formule vast te stellen die juristen en hun cliënten de gerechtvaardigde bescherming biedt die voortvloeit uit hun beroeps- en gedragsregels wanneer zij uitsluitend als advocaat optreden, met inbegrip van met name alle activiteiten die een advocaat uitvoert in verband met de vertegenwoordiging van een cliënt in rechterlijke, semi-rechterlijke, administratieve, disciplinaire en andere procedures, bijvoorbeeld wanneer zij juridisch advies geven over personeelskwesties, anti-dumpingprocedures of mededingingszaken, met inbegrip van fusies, staatssteun en juridisch advies over de werking van de politieke en besluitvormingsprocedures van de Europese instellingen;

11. is van mening dat, hoewel enige vorm van financiële openbaarmaking noodzakelijk is en helder en niet-discriminerend dient te zijn, dergelijke informatie slechts een onderdeel dient te zijn van een algemeen beeld; is van oordeel dat andere dan financiële-steunkwesties even belangrijk kunnen zijn; is er derhalve van overtuigd dat transparantie ten aanzien van de identiteit van lobbyisten en hun cliënten de belangrijkste factor is; houdt echter staande dat de beroepsregels die in de lidstaten van toepassing zijn en volgens welke bepaalde categorieën lobbyisten verplicht zijn bepaalde geheimhoudingsverplichtingen met betrekking tot hun klanten en cliënten in acht te nemen, zonder uitzondering moeten worden nageleefd;

12. is van mening dat bij de financiële openbaarmaking rekening moet worden gehouden met relevante bedrijfs- en mededingingskwesties en dat de regels hiervoor niet te prescriptief mogen zijn; is van opvatting dat het voldoende zou moeten zijn om de totale omvang van de lobbyactiviteiten en de lijst met cliënten openbaar te maken zonder de individuele vergoedingen of bedragen per cliënt te vermelden;

13. acht het noodzakelijk om dezelfde mate van financiële openheid te hanteren voor de vrijwillige lobbyactiviteiten die vaak wordt ondernomen door NGO's; verlangt dat het publiek meer informatie krijgt over de financiën van not-for-profit-organisaties en de financiering van hun lobbycampagnes en -materiaal;

14. steunt het idee om rapporteurs van het Parlement een "juridische vingerafdruk" van hun activiteiten te laten overleggen die een transparant beeld geeft van de omvang van de lobbyactiviteiten die zijn uitgevoerd en de adviezen en input die zij hebben ontvangen in de tijd dat zij rapporteur waren;

15. houdt staande dat het Parlement geheel onafhankelijk moet bepalen in hoeverre het rekening wil houden met opvattingen afkomstig uit het maatschappelijk middenveld;

16. is van oordeel dat de aanbevelingen in dit advies en in het door de bevoegde commissie opgestelde verslag nopen tot herziening en actie van het Parlement ten aanzien van de eigen regels en gedragscode, alsook ten aanzien van zijn samenwerking met de Commissie en de Raad; beveelt derhalve aan uiterlijk in het eerste kwartaal van 2008 een interne werkgroep van leden van het Parlement in te stellen die op dit terrein samenwerkt met de Commissie en de Raad.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

19.12.2007

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

17

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Carlo Casini, Titus Corlățean, Bert Doorn, Giuseppe Gargani, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Klaus-Heiner Lehne, Katalin Lévai, Antonio Masip Hidalgo, Manuel Medina Ortega, Aloyzas Sakalas, Francesco Enrico Speroni, Diana Wallis, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

Sharon Bowles, Vicente Miguel Garcés Ramón, Eva Lichtenberger, Marie Panayotopoulos-Cassiotou, Michel Rocard

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (8.1.2008)

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake de ontwikkeling van het kader voor de werkzaamheden van belangenbehartigers (lobbyisten) bij de instellingen van de Europese Unie

(2007/2115(INI))

Rapporteur voor advies: Søren Bo Søndergaard

SUGGESTIES

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  realiseert zich dat lobbyactiviteiten en de vakinhoudelijke kennis van lobbyisten en NGO’s van groot belang zijn voor de besluitvorming van de EU en hier ook een aanzienlijke invloed op uitoefenen; onderkent derhalve de noodzaak van regelgeving;

2.  is van mening dat alleen een gemeenschappelijk, verplicht registratiesysteem voor alle EU-instellingen, dat van alle lobby’s en lobbyisten bepaalde financiële gegevens bevat – met inachtneming van de beginselen van transparantie en vertrouwelijkheideen efficiënt hulpmiddel zal zijn bij het vaststellen en beoordelen van de belangrijkste drijvende krachten achter een bepaalde lobbyactiviteit; dit systeem dient te worden gekoppeld aan een gemeenschappelijke gedragscode voor alle EU-instellingen;

3.  meent dat er een eerste stap in de richting van een gemeenschappelijk registratiesysteem voor alle EU-instellingen kan worden gezet indien het Europees Parlement eist dat lobbyisten alleen toegang kunnen krijgen tot de gebouwen van het Europees Parlement als ze zowel bij het Parlement als bij de Commissie geregistreerd zijn; verzoekt de Commissie bijgevolg tevens te eisen dat lobbyisten bij beide instellingen geregistreerd zijn om toegang te krijgen tot de gebouwen van de Commissie;

4.  beschouwt de door de Commissie gekozen benadering, waarbij wordt uitgegaan van inkomsten, als een verplicht minimumcriterium; is van mening dat lobbyisten bovendien moeten worden verplicht hun lobbyuitgaven bekend te maken, onder andere door dezelfde informatie te verstrekken over lobbyuitgaven aan EP-leden als EP-leden moeten opnemen in hun financiële verklaringen;

5.  verzoekt het Bureau van het Parlement of de quaestoren onderzoek te doen naar eventuele manieren om de ongeautoriseerde toegang tot de etages van de EP-gebouwen waar de kantoren van de EP-leden zich bevinden, te beperken, terwijl de toegang van het publiek tot de ruimtes van de commissies slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden beperkt;

6.  roept ertoe op een openbare, online databank met zoek- en download-mogelijkheden op te zetten met alle relevante informatie en kruisverwijzingen naar andere databanken van de EU-instellingen, totdat er een gemeenschappelijke databank is;

7.  roept ertoe op een controlemechanisme in te stellen (bijv. een commissie van EP-leden die geen andere belangrijke functie vervullen in het Parlement) om de juistheid van de informatie in het registratiesysteem te verifiëren en te waarborgen; hecht er belang aan dat er voldoende middelen (personeel en kredieten) worden toegewezen aan dit doel;

8.  is van oordeel dat er sancties moeten worden opgelegd aan lobbyisten die opzettelijk ontoereikende of onjuiste informatie hebben verstrekt; is van mening dat schorsing van de inschrijving en, voor de ergste gevallen, schrapping uit het register evenredige en voldoende ontradende sancties vormen in het kader van een verplicht registratiesysteem;

9.  verzoekt de Conferentie van voorzitters een lijst op haar website te plaatsen van alle bestaande interfractiewerkgroepen (met inbegrip van leden, vergaderagenda's en documenten) alsmede van de lobby's en NGO's die deze groepen steunen, met een nadere beschrijving van het soort steun dat wordt gegeven, uitgedrukt in personele, materiële of financiële middelen;

10. verzoekt het Bureau de regels inzake de activiteiten van lobbyisten maximaal drie jaar nadat deze van kracht zijn geworden, te herzien, om zo te kunnen beoordelen of de veranderingen in het systeem hebben geleid tot de noodzakelijke transparantie in de activiteiten van de lobbyisten; verzoekt de Commissie iedere toekomstige maatregel inzake lobbyactiviteiten in de EU te baseren op de rechtsgrondslag van de verdragen inzake transparantie en openheid.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

18.12.2007

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

52

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alexander Alvaro, Roberta Angelilli, Alfredo Antoniozzi, Mihael Brejc, Kathalijne Maria Buitenweg, Michael Cashman, Giuseppe Castiglione, Giusto Catania, Carlos Coelho, Panayiotis Demetriou, Gérard Deprez, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Bárbara Dührkop Dührkop, Claudio Fava, Armando França, Urszula Gacek, Kinga Gál, Patrick Gaubert, Roland Gewalt, Lilli Gruber, Jeanine Hennis-Plasschaert, Lívia Járóka, Ewa Klamt, Stavros Lambrinidis, Esther De Lange, Henrik Lax, Sarah Ludford, Claude Moraes, Javier Moreno Sánchez, Rares-Lucian Niculescu, Bogusław Rogalski, Martine Roure, Luciana Sbarbati, Inger Segelström, Csaba Sógor, Søren Bo Søndergaard, Vladimir Urutchev, Ioannis Varvitsiotis, Manfred Weber, Renate Weber, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

Edit Bauer, Simon Busuttil, Genowefa Grabowska, Ignasi Guardans Cambó, Sophia in 't Veld, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Jean Lambert, Jörg Leichtfried, Antonio Masip Hidalgo, Bill Newton Dunn, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Manuel Medina Ortega


RESULTAAT VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.4.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

1

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Enrique Barón Crespo, Bastiaan Belder, Richard Corbett, Jean-Luc Dehaene, Andrew Duff, Ingo Friedrich, Anneli Jäätteenmäki, Jo Leinen, Íñigo Méndez de Vigo, Rihards Pīks, Riccardo Ventre, Johannes Voggenhuber, Dushana Zdravkova

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Graham Booth, Costas Botopoulos, Carlos Carnero González, Monica Frassoni, Gérard Onesta, Georgios Papastamkos, Reinhard Rack, Kathy Sinnott, Mauro Zani

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Willi Piecyk, Søren Bo Søndergaard

Laatst bijgewerkt op: 17 april 2008Juridische mededeling