Procedure : 2008/2050(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0310/2008

Ingediende teksten :

A6-0310/2008

Debatten :

PV 22/09/2008 - 24
CRE 22/09/2008 - 24

Stemmingen :

PV 23/09/2008 - 5.7
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0420

VERSLAG     
PDF 204kDOC 124k
4 augustus 2008
PE 406.024v03-00 A6-0310/2008

over het vervolg op de Internationale Conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering, gehouden in Monterrey in 2002

(2008/2050(INI))

Commissie ontwikkelingssamenwerking

Rapporteur: Thijs Berman

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het vervolg op de Internationale Conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering, gehouden in Monterrey in 2002

(2008/2050(INI))

Het Europees Parlement,

 gezien de consensus van Monterrey, die is aangenomen door de Internationale Conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering van 18 tot 22 maart 2002 in Monterrey (Mexico),

 gezien de toezeggingen die door de lidstaten zijn gedaan tijdens de Europese Raad in Barcelona op 14 maart 2002 (toezeggingen van Barcelona),

 onder verwijzing naar zijn resolutie van 25 april 2002 over de financiering van ontwikkelingshulp(1),

 onder verwijzing naar zijn resolutie van 7 februari 2002 over de financiering van ontwikkelingshulp(2),

 gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad, het Europees Parlement en de Commissie betreffende het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie: De Europese consensus(3), ondertekend op 20 december 2005,

 gezien de mededeling van de Commissie van 9 april 2008 inzake de versnelde verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (COM(2008)0177);

 gezien de mededeling van de Commissie van 4 april 2007 getiteld: "Ontwikkelings-financiering: Europa komt zijn beloften na" (COM(2007)0164);

 gezien de mededeling van de Commissie van 2 maart 2006 getiteld "Ontwikkelingsfinanciering en effectiviteit van de hulp - Uitbreiding van de EU-hulp 2006-2010" (COM(2006)0085),

 gezien de mededeling van de Commissie van 12 april 2005 getiteld "Sneller vorderingen boeken om de ontwikkelingsdoelstellingen van het millennium te bereiken - Financiering met het oog op de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp" (COM(2005)0133),

 gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2004 getiteld "Omzetting van de Consensus van Monterrey in de praktijk: bijdrage van de Europese Unie" (COM(2004)0150),

 gezien de conclusies van de Raad van 14 maart 2002 over de Conferentie van de Verenigde Naties in Monterrey inzake ontwikkelingsfinanciering,

 gezien de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, aangenomen tijdens de Millenniumtop van de Verenigde Naties in New York op 6-8 september 2000 en herbevestigd tijdens daaropvolgende VN-conferenties, met naam de Conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering in Monterrey,

 gezien de toezeggingen die zijn gedaan tijdens de Europese Raad van 15-16 juni 2001 in Göteborg, dat lidstaten de doelstelling van de VN zouden realiseren om 0,7% van hun bruto nationaal inkomen (BNI) te besteden aan officiële ontwikkelingshulp (Official Development Assistance - ODA),

 gezien de mededeling van de Commissie van 2 maart 2006 getiteld "EU-bijstand: meer, beter en sneller helpen" (COM(2006)0087),

 onder verwijzing naar zijn resolutie van 22 mei 2008 over het vervolg op de Verklaring van Parijs van 2005 over de doeltreffendheid van de hulp(4),

 gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

 gezien het verslag van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en het advies van de Begrotingscommissie (A6-0310/2008),

A.  overwegende dat de Verenigde Naties voor de tweede keer in de geschiedenis een internationale conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering organiseren, die gericht is op het samenbrengen van staatshoofden en regeringsleiders en ministers van ontwikkelingssamenwerking en financiën met vertegenwoordigers van internationale financiële organisaties, het particuliere bankwezen, het bedrijfsleven en maatschappelijke groeperingen, om na te gaan welke vooruitgang is geboekt sinds de eerste Wereldtop inzake ontwikkelingsfinanciering, in 2002 gehouden in Monterrey,

B.   overwegende dat een aanzienlijke verruiming van de financiering noodzakelijk is om de millenniumdoelstellingen te kunnen realiseren,

C.  overwegende dat ontwikkelingsfinanciering moet worden gedefinieerd als de meest kostenbesparende wijze van reageren op mondiale ontwikkelingsbehoeften en mondiale onzekerheden,

D.  overwegende dat de behoefte aan toereikende, voorspelbare en duurzame financiële middelen urgenter is dan ooit, vooral wanneer rekening wordt gehouden met de uitdaging van de klimaatverandering en de consequenties daarvan, met inbegrip van natuurrampen, en de bijzondere kwetsbaarheid van ontwikkelingslanden,

E.   overwegende dat de Europese Unie 's werelds grootste donor van hulpgelden, belangrijk aandeelhouder in internationale financiële instellingen en de belangrijkste handelspartner voor ontwikkelingslanden is,

F.   overwegende dat de Europese Unie zich heeft gecommitteerd aan een helder en verplichtend tijdschema voor het bereiken van de doelstelling van 0,56% van het BNI in 2010 en van 0,7% van het BNI in 2015,

G.  overwegende dat, indien de huidige trend ten aanzien van de officiële ontwikkelingshulp van de lidstaten zich voortzet, sommige lidstaten de gezamenlijke doelstelling waaraan zij zich gecommitteerd hebben, van respectievelijk 0,51% (voor de vijftien lidstaten die al deel uitmaakten van de Europese Unie vóór de uitbreiding van 2004) en 0,17% (voor de twaalf lidstaten die tot de Europese Unie zijn toegetreden op 1 mei 2004 en 1 januari 2007) van het BNI in 2010, niet zullen bereiken,

H.  overwegende dat de programmeerbare hulp aan Afrika toeneemt ondanks de algehele daling van de officiële ontwikkelingshulp in 2007,

I.    overwegende dat er onlangs aanzienlijke nieuwe ontwikkelingsproblemen zijn ontstaan, waaronder de klimaatverandering, structurele veranderingen in goederenmarkten, en voornamelijk in de markten voor voedingsmiddelen en olie, en belangrijke nieuwe trends in de Zuid-Zuid-samenwerking, zoals de Chinese steun voor infrastructuur in Afrika en de leningen die door de Braziliaanse ontwikkelingsbank BNDES worden verstrekt in Latijns-Amerika,

J.    overwegende dat de financiële diensten in veel ontwikkelingslanden onderontwikkeld zijn door een aantal factoren zoals beperkingen op dienstverlening, gebrekkige rechtszekerheid en eigendomsrechten,

1.   herbevestigt zijn verbondenheid met het streven naar armoedebestrijding, duurzame ontwikkeling en het bereiken van de millenniumdoelstellingen als enige manier om sociale rechtvaardigheid en een betere levenskwaliteit te bewerkstelligen voor de ongeveer één miljard mensen op de wereld die in extreme armoede leven, dat wil zeggen van een inkomen van minder dan 1 USD per dag,

2.   roept de lidstaten op een heldere scheidslijn te trekken tussen ontwikkelingsuitgaven en uitgaven ten behoeve van belangen in het buitenlands beleid; in dit verband zou de officiële ontwikkelingshulp in overeenstemming moeten zijn met de criteria voor officiële ontwikkelingshulp van de Commissie van ontwikkelingsbijstand van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO/DAC) en met de aanbevelingen van de OESO/DAC over de ontbinding van de officiële ontwikkelingshulp;

3.   onderstreept de absolute noodzaak voor de EU om te streven naar de hoogste mate van coördinatie, teneinde samenhang met andere communautaire beleidsonderdelen (milieu, migratie, mensenrechten, landbouw, enz.) tot stand te brengen en om dubbel werk en inconsistentie in activiteiten te voorkomen;

4.   herinnert eraan dat de onmiddellijke en noodzakelijke maatregelen die door de EU moeten worden genomen om de dramatische gevolgen van de enorme stijging van de voedselprijzen in de ontwikkelingslanden aan te pakken, niet moeten worden gezien en uitgevoerd in het kader van de financiële inspanningen uit hoofde van de consensus van Monterrey; ziet daarom uit naar een concreet voorstel van de Commissie over het gebruik van noodfondsen;

5.   benadrukt dat de buitensporige en onevenredige administratieve lasten in enkele van de partnerlanden afbreuk doen aan de doelmatigheid van de ontwikkelingshulp; vreest dat hierdoor de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling in gevaar dreigt te worden gebracht;

6.   constateert dat de EU nog steeds de juiste balans moet vinden tussen twee tegenstrijdige benaderingen van ontwikkelingshulp: enerzijds de partnerlanden vertrouwen dat zij de financiële middelen op adequate wijze toewijzen en hun regeringen helpen om de juiste instrumenten voor de implementatie van de fondsen te ontwikkelen; anderzijds de financiële steun oormerken om misbruik of ondoelmatige toewijzing van de steun te voorkomen;

Omvang van de officiële ontwikkelingshulp

7.   wijst erop dat de EU goed is voor bijna 60% van de officiële mondiale ontwikkelingshulp en daarmee de belangrijkste ODA-donor in de wereld is, en verwelkomt het feit dat het aandeel van de EU in de mondiale ODA door de jaren heen is toegenomen; verzoekt de Commissie niettemin om duidelijke en transparante gegevens te verstrekken over het voor ontwikkelingshulp op de EU-begroting uitgetrokken bedrag om het gegeven gevolg aan de consensus van Monterrey door alle Europese donoren te beoordelen; betreurt het dat de omvang van de communautaire financiële bijdragen aan ontwikkelingslanden te weinig zichtbaar is en verzoekt de Commissie om adequate en gerichte communicatie- en informatie-instrumenten te ontwikkelen om de zichtbaarheid van de ontwikkelingshulp van de EU te vergroten;

8.   verwelkomt het feit dat de Europese Unie haar bindende doelstelling voor de officiële ontwikkelingshulp, een Gemeenschapsgemiddelde van 0,39% van het BNI in 2006, heeft gehaald, maar neemt nota van de alarmerende daling van de ontwikkelingshulp van 47,7 miljard EUR in 2006 (0,41% van het collectieve BNI van de EU) naar EUR 46,1 miljard in 2007 (0,38% van het collectieve BNI van de EU) en roept de lidstaten op de officiële ontwikkelingshulp te verhogen om de toegezegde doelstelling van 0,56% van het BNI in 2010 te halen;

9.   stelt met klem dat verlagingen van de door lidstaten gerapporteerde officiële ontwikkelingshulp niet meer mogen plaatsvinden; wijst erop dat, indien de huidige trend zich doorzet, de EU 75 miljard euro minder zal hebben gegeven dan was beloofd voor de periode 2005-2010;

10. spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het feit dat een meerderheid van de lidstaten (18 van de 27, met name Letland, Italië, Portugal, Griekenland en de Tsjechische Republiek) er niet in slaagde om hun ODA-niveau tussen 2006 en 2007 op te trekken en dat in een aantal landen, zoals België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, zelfs een spectaculaire daling van meer dan 10% werd genoteerd; roept de lidstaten op hun beloften ten aanzien van de hoeveelheid officiële ontwikkelingshulp na te komen; bemerkt tot zijn tevredenheid dat sommige lidstaten (Denemarken, Ierland, Luxemburg, Spanje, Zweden en Nederland) zeker de doelstellingen voor de officiële ontwikkelingshulp in 2010 gaan halen en vertrouwt erop dat deze lidstaten hun officiële ontwikkelingshulp op een hoog niveau zullen handhaven;

11. is verheugd over het vastberaden standpunt dat de Commissie heeft ingenomen om de inspanningen te concentreren op zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de ontwikkelingshulp van de lidstaten, en is het volkomen eens met haar waarschuwing voor de mogelijk zeer negatieve gevolgen van het niet nakomen van de financiële verplichtingen door de lidstaten; verzoekt de Commissie om haar deskundigheid en gezag aan te wenden om andere openbare en particuliere donoren te overtuigen om hun financiële toezeggingen te eerbiedigen;

12. is uiterst bezorgd over het feit dat sommige lidstaten verhogingen van hun officiële ontwikkelingshulp uitstellen, hetgeen tot een nettoverlies voor ontwikkelingslanden van meer dan EUR 17 miljard leidt;

13. verwelkomt het beleid van sommige lidstaten om bindende meerjarenschema's op te stellen voor de verhoging van hun officiële ontwikkelingshulp tot de VN-doelstelling van 0,7% in 2015; verzoekt de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan om zo snel mogelijk hun meerjarenschema's bekend te maken; benadrukt dat de lidstaten deze schema's moeten goedkeuren vóór de komende Internationale Conferentie over ontwikkelingsfinanciering en aan hun verplichtingen moeten voldoen;

14. merkt op dat de verlaging van de gerapporteerde hulpniveaus in 2007 in sommige gevallen het gevolg is van de kunstmatige opdrijving van de cijfers in 2006 door schuldenverlichting; roept de lidstaten op de officiële ontwikkelingshulp op duurzame wijze te verhogen door zich te concentreren op cijfers waaruit de schuldenverlichtingscomponent is weggelaten;

15. beschouwt de discrepantie tussen de regelmatige toezeggingen van hogere financiële steun en de aanzienlijk lagere sommen die feitelijk worden uitgekeerd als volslagen onaanvaardbaar, en vreest dat sommige lidstaten steunverlening moe zijn;

16. benadrukt het feit dat overleg met partnerregeringen, nationale parlementen en maatschappelijke organisaties belangrijk is om te beslissen over hoogte en begunstigden van de officiële ontwikkelingshulp;

Snelheid, flexibiliteit, voorspelbaarheid en duurzaamheid van geldstromen

17. benadrukt dat hulp tijdig moet worden verleend en spreekt zijn ontevredenheid uit omdat de hulpverleningsprocessen vaak te lijden hebben onder buitensporige vertragingen;

18. benadrukt de noodzaak om flexibiliteit bij de betaling van samenwerkingsgelden – om te kunnen inspelen op veranderende omstandigheden, zoals stijgende voedselprijzen – af te stemmen op de eis dat de financiering voorspelbaar is, zodat partnerlanden plannen kunnen maken voor duurzame ontwikkeling en de aanpassing aan en het opvangen van de gevolgen van de klimaatverandering;

19. verzoekt dringend om de beginselen van verantwoord lenen en financieren goed in acht te nemen, om leen- en financieringsoperaties duurzaam te maken in termen van economische en ecologische ontwikkeling naast en in overeenstemming met de equatorbeginselen; roept de Commissie op deel te nemen aan de vastlegging van zulke beginselen en in internationale fora aan te dringen op bindende maatregelen om deze op zodanige wijze in praktijk te brengen dat hun werkingssfeer zich uitstrekt tot nieuwe ontwikkelingsspelers uit de publieke en de private sector;

Schuld en kapitaalvlucht

20. onderschrijft volledig de inspanningen van ontwikkelingslanden om de houdbaarheid van hun schuldpositie op lange termijn veilig te stellen en het HIPC-schuldeninitiatief (voor arme landen met zeer hoge schulden) uit te voeren, dat van essentieel belang is voor het bereiken van de millenniumdoelstellingen; betreurt echter dat de plannen voor schuldenverlichting een groot aantal landen uitsluiten die door hun schulden worden gehinderd in de uitvoering van de millenniumdoelstellingen; wenst dat er op korte termijn een internationaal debat plaatsvindt over uitbreiding van de internationale optreden tot een aantal landen die nu buiten het HIPC-initiatief vallen;

21. verzoekt de Commissie een oplossing te zoeken voor de "verfoeilijke" en onrechtmatige schulden, d.w.z. de schulden die ontstaan zijn uit onverantwoorde, egoïstische, roekeloze of oneerlijke leningen, en voor de beginselen van verantwoord financieren tijdens bilaterale en multilaterale onderhandelingen over schuldenverlichting; verwelkomt de oproep van de Commissie om bij gerechtelijke procedures op te treden om het recht op terugbetaling van commerciële schuldeisers en hebzuchtige fondsen te beperken;

22. roept alle lidstaten op tot naleving van de schuldhoudbaarheidregeling en roept hen op de regeling verder uit te werken zodat rekening kan worden gehouden met de interne schulden en de financiële behoeftes van een land; nodigt alle lidstaten uit te erkennen dat de geldschieters niet alleen verantwoordelijk zijn voor de naleving van de houdbaarheid, maar dat zij ook

- rekening moeten houden met het feit dat de landen die lenen kwetsbaar zijn voor externe schokken, en in dit geval in de mogelijkheid moeten voorzien om de terugbetalingen op te schorten of te verlichten,

- transparantievereisten voor beide partijen in de leenovereenkomst moeten opnemen,

- er nauwlettender op moeten toezien dat hun leningen niet bijdragen tot de schending van mensenrechten of de toename van corruptie;

23. verzoekt de EU dringend zich in te zetten voor internationale inspanningen gericht op de invoering van een zekere vorm van internationale insolventieprocedure of eerlijke en transparante arbitrageprocedure om toekomstige schuldencrises efficiënt en billijk op te lossen;

24. betreurt dat de Commissie niet méér de nadruk legt op de mobilisatie van interne hulpmiddelen om de ontwikkeling te financieren, wat de ontwikkelingslanden meer autonomie zou geven; moedigt de lidstaten aan om het initiatief voor transparantie in de extractie-industrieën te steunen en te zorgen voor de versterking ervan; vraagt de Commissie om de International Accounting Standards Board (IASB) te verzoeken om in de internationale boekhoudkundige normen de verplichting op te nemen om per land verslag uit te brengen over de activiteiten van multinationals in alle sectoren;

25. betreurt het dat in het mededelingenpakket van de Commissie over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp(5) geen melding wordt gemaakt van kapitaalvlucht als risicofactor voor de economieën van ontwikkelingslanden; wijst erop dat kapitaalvlucht de ontwikkeling van duurzame economische stelsels in ontwikkelingslanden ernstig schaadt en dat kapitaalvlucht de ontwikkelingslanden jaarlijks meer kost dan dat zij aan officiële ontwikkelingshulp ontvangen; roept de Commissie op in haar beleid maatregelen ter voorkoming van kapitaalvlucht op te nemen, zoals de Consensus van Monterrey voorschrijft, en ook een eerlijke analyse van de oorzaken van kapitaalvlucht om te kunnen afrekenen met belastingparadijzen, waarvan sommige in de EU zijn gevestigd of nauw samenwerken met lidstaten;

26. merkt in het bijzonder op dat het illegale gedeelte van deze kapitaalvlucht volgens de Wereldbank jaarlijks 1000 tot 1600 miljard USD bedraagt, en dat de helft daarvan afkomstig is uit ontwikkelingslanden; steunt de internationale inspanningen om gestolen middelen te bevriezen en terug te geven en nodigt de staten die het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie nog niet hebben ondertekend, uit dit zo snel mogelijk te doen; betreurt het feit dat deze inspanningen niet worden geleverd voor de bestrijding van belastingontduiking en nodigt de Commissie en de lidstaten uit om de automatische uitwisseling van belastinginformatie op wereldniveau te bevorderen, om ervoor te zorgen dat de gedragscode inzake belastingontduiking die momenteel door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC) wordt opgesteld, wordt toegevoegd aan de verklaring van Doha, en om de belastingscommissie van de Verenigde Naties te hervormen tot een echte intergouvernementele instelling met sterkere middelen die, naast de OESO, kan instaan voor de internationale bestrijding van belastingontduiking;

Innovatieve financieringsmechanismen

27. verwelkomt de door de lidstaten gepresenteerde voorstellen voor innovatieve financieringsmechanismen en roept de Commissie op deze te beoordelen op de criteria praktische uitvoerbaarheid, duurzaamheid, additionaliteit, transactiekosten en doeltreffendheid; pleit voor financieringsmechanismen en -instrumenten die nieuwe fondsen opleveren en toekomstige geldstromen niet in gevaar brengen;

28. pleit voor financieringsmechanismen en -instrumenten die manieren opleveren om particulier geld als hefboom te gebruiken, zoals beschreven in de Consensus van Monterrey, en gebruik te maken van kredietgaranties;

29. roept de Commissie op om veel meer middelen beschikbaar te stellen voor maatregelen in ontwikkelingslanden, met name die van de Wereldalliantie tegen klimaatverandering, met het oog op aanpassing aan en matiging van de klimaatverandering; benadrukt dat er dringend behoefte is aan gelden in aanvulling op de huidige ODA-stromen, omdat met de officiële ontwikkelingshulp alleen de maatregelen met het oog op aanpassing aan en matiging van de klimaatverandering in de ontwikkelingslanden niet adequaat te financieren zijn; benadrukt dat hiertoe dringend innovatieve financieringsmechanismen moeten worden ontwikkeld, zoals heffingen in de luchtvaart en de oliehandel en het reserveren van veilingopbrengsten van de EU-regeling voor de emissiehandel;

30. juicht het voorstel van de Commissie toe om een mondiaal financieringsmechanisme tegen de klimaatverandering in te voeren dat gebaseerd is op het beginsel van frontloading van steun om de matigings- en aanpassingsmaatregelen in ontwikkelingslanden te financieren; verzoekt de lidstaten en de Commissie om substantiële financiële toezeggingen, zodat het voorstel met spoed kan worden uitgevoerd;

31. verzoekt de Commissie en de lidstaten om minstens 25% van de toekomstige veilingopbrengsten uit de Gemeenschapsregeling voor de emissiehandel te gebruiken om in ontwikkelingslanden maatregelen met het oog op de aanpassing aan en de matiging van de klimaatverandering te financieren;

32. roept de Commissie op de toegang tot financiering voor kleine ondernemers en boeren te vergroten als middel om de voedselproductie te verhogen en een duurzame oplossing van de voedselcrisis te bewerkstelligen;

33. verzoekt de Europese Investeringsbank (EIB) om na te gaan wat de mogelijkheden zijn om zo spoedig mogelijk een garantiefonds op te richten ter ondersteuning van de regelingen voor microkredieten en risk-hedging dat nauw aansluit bij de behoeften van de lokale voedingsproducenten in de armere ontwikkelingslanden;

34. juicht het door de VN gelanceerde voorstel toe om een multidonorenfonds voor de genderproblematiek op te richten dat door het Ontwikkelingsfonds van de Verenigde Naties voor vrouwen (UNIFEM) zal worden beheerd met als doelstelling het beleid inzake gendergelijkheid in ontwikkelingslanden te promoten en te financieren; verzoekt de Raad en de Commissie dit internationaal initiatief te onderzoeken en te steunen;

35. verzoekt de inspanningen te verdubbelen om de ontwikkeling van de financiële diensten aan te moedigen, gezien het feit dat de banksector kan zorgen voor lokale financiering voor de ontwikkeling en dat een stabiele financiële dienstensector de beste manier is om kapitaalvlucht te bestrijden;

36. verzoekt alle belanghebbenden om het enorme potentieel van inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen volledig te erkennen; is daarom van mening dat het belangrijk is dat extractie-industrieën transparant zijn; is van mening dat , hoewel het globale initiatief voor transparantie van extractiebedrijven (EITI) en het Kimberley-proces positief aan het evolueren zijn, veel meer moet worden gedaan om een transparant beheer van extractie-industrieën en hun inkomsten aan te moedigen;

Hervorming van internationale stelsels

37. roept de Raad en de Commissie op het Europees Ontwikkelingsfonds bij de tussentijdse beoordeling in 2008/2009 op te nemen in de EU-begroting om zo de democratische legitimering van een belangrijk onderdeel van het EU-ontwikkelingsbeleid en de bijbehorende begroting te versterken;

38. stelt vast dat in april 2008 de eerste stappen zijn gedaan met het oog op een betere vertegenwoordiging van de ontwikkelingslanden binnen het IMF; betreurt het dat de verdeling van de stemrechten bij het IMF nog steeds berust op een weging op basis van welvaart; verzoekt de Commissie en de lidstaten hun interesse te tonen in een besluitvorming met dubbele meerderheid (aandeelhouderes/staten) binnen de instelling die verantwoordelijk is voor de internationale financiële stabiliteit, het IMF;

39. roept de Commissie en de lidstaten op de bovengenoemde Internationale Vervolgconferentie inzake ontwikkelingsfinanciering, die van 29 november tot 2 december 2008 wordt gehouden in Doha, als mogelijkheid te benutten om een gemeenschappelijk Europees ontwikkelingsstandpunt te presenteren dat is gericht op het realiseren van de millenniumdoelstellingen door een duurzame benadering;

40. nodigt de lidstaten uit om de Wereldbank snel en ambitieus te hervormen, zodat de eerste begunstigden van haar programma's beter zijn vertegenwoordigd;

41. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de secretaris-generaal van de VN en de hoofden van de Wereldhandelsorganisatie, het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbankgroep en de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.

(1)

PB C 131 E van 5.6.2003, blz. 164.

(2)

PB C 284 E van 21.11.2002, blz. 315.

(3)

PB C 46 van 24.2.2006, blz. 1.

(4)

Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0237.

(5)

 COM(2008)0177 "De EU als wereldpartner in het ontwikkelingsproces - Versnelde verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling" van 9.4.2008.


TOELICHTING

Onopgelost punt op de internationale ontwikkelingsagenda: ontwikkelingfinanciering

Op de Internationale Conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering, gehouden in Monterrey in maart 2002, kwam de internationale gemeenschap de Consensus van Monterrey overeen, die zich concentreerde op de volgende hoofdpunten:

· Mobilisering van binnenlandse financiële ontwikkelingsmiddelen,

· Mobilisering van internationale ontwikkelingsmiddelen (directe buitenlandse investeringen en andere private geldstromen),

· Internationale handel als motor voor ontwikkeling,

· Bevordering van internationale financiële en technische ontwikkelingssamenwerking,

· Externe schulden,

· Systeemkwesties: stimulering van de samenhang en consistentie van de internationale monetaire, financiële en handelssystemen ter ondersteuning van ontwikkeling.

De eerste Vervolgconferentie inzake ontwikkelingsfinanciering zal van 29 november tot 2 december 2008 worden gehouden in Doha (Qatar). Op deze top kan worden geïnventariseerd welke vooruitgang is geboekt sinds de Consensus van Monterrey werd aangenomen.

De Europese Unie is nog altijd toonaangevend in de internationale ontwikkelingsfinanciering als grootste internationale donor, verantwoordelijk voor meer dan 50% van de officiële ontwikkelingshulp ter wereld.

Het verslag van de Commissie over de vooruitgang van de Europese Unie in het kader van de Consensus van Monterrey is verschenen in maart 2008(1). De conclusies van de Raad over ontwikkelingsfinanciering zijn verschenen op 25 mei 2008.

Tijdgebonden doelstellingen voor officiële ontwikkelingshulp in 2010 en 2015

In 2006 bereikte de Europese Unie haar overeengekomen eigen doelstelling om (in de EU15) 0,39% van haar collectieve BNI te besteden aan officiële ontwikkelingshulp. De volgende grote doelstelling voor de officiële ontwikkelingshulp is 0,56% van het collectieve BNI van de EU in 2010.(2) Een ernstig probleem is echter dat in 2007 de hoeveelheid officiële ontwikkelingshulp van verschillende lidstaten drastisch is verlaagd – in lijn met de huidige mondiale trend in de ontwikkelingsfinanciering, ook gevolgd door Japan en de Verenigde Staten. Bovendien hebben sommige lidstaten gekort op hun financiële inspanningen om de doelstellingen voor 2010 en 2015 te halen en het tempo verlaagd waarin zij hun officiële ontwikkelingshulp verhogen.

Hoewel de algehele daling van de officiële ontwikkelingshulp hopelijk eenmalig is – en uw rapporteur vindt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat dit inderdaad zo is – zal de vertraagde verhoging tot een vermindering leiden van de totale hoeveelheid officiële ontwikkelingshulp die de komende jaren aan ontwikkelingslanden ter beschikking wordt gesteld. Finland en Frankrijk hadden voorheen bijvoorbeeld een nationaal beleid en bijbehorende toezeggingen die ambitieuzer waren dan die van de Europese Unie, maar in 2007 hebben zij hun doelstellingen verlaagd om ze op één lijn te brengen met de agenda van de Europese Unie. Dit zal onvermijdelijk ten koste gaan van de collectieve doelstelling van de Europese Unie. Geschat wordt dat in de periode 2006-2010 meer dan 17 miljard EUR aan officiële ontwikkelingshulp volledig verloren zal gaan. De collectieve doelstellingen van de Europese Unie zullen alleen worden gehaald als enkele van de grotere lidstaten hun officiële ontwikkelingshulp op een niveau brengen dat boven de doelstelling ligt. Uw rapporteur is ernstig bezorgd dat de recente ontwikkelingen het moeilijk zullen maken om de toezeggingen na te komen.

Er zal een significante en oprechte koersverandering moeten plaatsvinden om te bewijzen dat alle lidstaten zich committeren aan de realisering van de toegezegde doelstellingen voor officiële ontwikkelingshulp en daarmee aan de verbetering van de kansen om de millenniumdoelstellingen te bereiken. Uw rapporteur doet een beroep op de lidstaten die dat nog niet gedaan hebben om een strak tijdschema voor hun financiële doelstellingen vast te stellen voordat de conferentie van Doha plaatsvindt.

Externe schulden en kapitaalvlucht

Opname van schuldenverlichting in de cijfers van de officiële ontwikkelingshulp was een van de belangrijkste oorzaken van de verlaging van de officiële ontwikkelingshulp in de Europese Unie in 2007. Daarom doet uw rapporteur een beroep op de lidstaten om zich te concentreren op de cijfers van officiële ontwikkelingshulp zonder de schuldenverlichtingscomponent. Even belangrijk zijn echter de kwesties van schuldhoudbaarheid op lange termijn en verantwoorde leenbeginselen.

Onverantwoordelijk lenen en financieren is een groot gevaar voor de economische stabiliteit van ontwikkelingslanden en zeer contraproductief voor de totstandbrenging van schuldhoudbaarheid op lange termijn. Voorbeelden van zulke praktijken zijn agressief procederen door commerciële schuldeisers en noodlijdende beleggingsfondsen in schuldenvorderingen die een zware wissel trekken op de begrotingen van de betrokken ontwikkelingslanden. Verantwoord lenen en financieren kan een manier zijn om schuldhoudbaarheid te waarborgen en kan ook gebruikt worden om duurzame, milieuvriendelijke ontwikkeling en goede werkgelegenheid in ontwikkelingslanden te bevorderen.

Kapitaalvlucht en belastingparadijzen zijn andere belangrijke punten op de agenda van de ontwikkelingsfinanciering, die vaak ernstige gevolgen hebben voor de externe schuld. Tot de middelen waarmee kapitaalvlucht kan worden voorkomen behoren de installatie van doeltreffender controlesystemen (vooral in de belastingstelsels) in ontwikkelingslanden, het bewustmaken van de rijke inwoners van ontwikkelingslanden van hun plichten en het aanmoedigen van eigendom en waarborgen dat geld niet wordt weggesluisd naar belastingparadijzen (waaronder begrepen die in de Europese Unie). Intussen is de meest doeltreffende methode om kapitaalvlucht uit ontwikkelingslanden te voorkomen het kweken van een stabiele, vredige en democratische omgeving waar de rechtsstaat eerbiediging van handelsovereenkomsten, bankrekeningen en eigendomsrechten voor alle burgers waarborgt.

Nieuwe uitdagingen

Klimaatverandering is een van de meer recente uitdagingen waarmee de ontwikkelingshulp wordt geconfronteerd. Het hoofddoel van ontwikkelingsbeleid is de uitroeiing van armoede. De klimaatverandering is, te midden van andere mondiale onzekerheden, een probleem dat belangrijke consequenties heeft voor minder ontwikkelde landen die bijzonder kwetsbaar zijn voor externe calamiteiten (zoals natuurrampen en pandemieën)(3). Het ter beschikking stellen van gelden om de gevolgen van de klimaatverandering te verminderen kan echter nog het beste worden beschouwd als een manier waarop industrielanden schade helpen repareren die zij zelf in ontwikkelingslanden hebben aangericht. Die gelden moeten daarom niet in mindering worden gebracht op de bestaande toezeggingen voor officiële ontwikkelingshulp maar dienen additioneel te zijn. In dit opzicht deelt uw rapporteur de visie van Eurocommissaris Louis Michel voor Ontwikkeling en humanitaire hulp, dat bestaande ontwikkelingsfondsen niet mogen worden gebruikt om de strijd tegen de klimaatverandering in de minst ontwikkelde landen te financieren. Er vindt momenteel overleg plaats tussen de Europese Unie en de Wereldbank over de mogelijkheid om een grote langlopende lening te financieren om de armste landen te helpen essentiële maatregelen tegen de klimaatverandering te treffen(4). Uw rapporteur verwacht van de Europese Unie dat zij het voortouw neemt in deze discussie.

De huidige explosieve stijging van de voedselprijzen op de internationale markt is een extra probleem dat om een oplossing vraagt. Plattelandsontwikkeling, vooral agrarische ontwikkeling, wordt al steeds belangrijker en zal de komende jaren onvermijdelijk een nog hogere prioriteit op de internationale ontwikkelingsagenda krijgen. Belemmeringen voor de agrarische ontwikkeling in ontwikkelingslanden moeten worden aangepakt. Met name de lokale landbouw moet worden ondersteund. Kleine boeren moeten snel toegang krijgen tot leningen waarmee zij hun bedrijfsvoering kunnen verbeteren en hun productie kunnen verhogen.

Een andere nieuwe uitdaging vormt de komst van nieuwe spelers op het toneel van de internationale ontwikkelingsfinanciering, met name China, Brazilië en Saoedi-Arabië, alsmede een aantal private donoren.(5) Er bestaan zorgen over het beleid dat sommige nieuwe donoren hanteren in de samenwerkingspraktijk.

Mobilisering van private ontwikkelingsfinanciering

De private kapitaalstromen naar ontwikkelingslanden nemen toe. Zij worden geschat op ongeveer zes maal de totale hoeveelheid gerapporteerde officiële ontwikkelingshulp (zelfs zonder correctie voor schuldenverlichting) en zouden daarmee neerkomen op circa 600 miljard USD.

Private geldstromen vertegenwoordigen ongeveer 80% van de totale geldstroom naar Afrika: in 2007 waren de directe buitenlandse investering in Afrika met ongeveer 200% gestegen ten opzichte van 2004.

Het zou duidelijk gunstig zijn als een deel van de private financiering zou kunnen worden ingezet voor ontwikkelingsdoeleinden; uw rapporteur oppert dat dit zou kunnen worden bereikt door middel van innovatieve publiek-private partnerschappen. De Europese Unie zal actieve steun moeten geven aan de equatorbeginselen, waarmee een groot aantal banken op de hele wereld pleit voor eerbiediging van duurzaamheidscriteria in het investeringsbeleid.

Doeltreffendheid van de hulp

Het ontrafelen van hulp, lagere transactiekosten, meer flexibiliteit en snelheid in bureaucratische procedures blijven de belangrijkste problemen waar het gaat om de doeltreffendheid van de hulpverlening. Uw rapporteur heeft er echter voor gekozen deze zaken slechts minimaal in zijn verslag aan bod te laten komen om overlapping met het verslag over doeltreffendheid van de hulp van collega Johan van Hecke te vermijden.

Systeemkwesties

De stem van de ontwikkelingslanden in de besluitvormingsprocessen van internationale financiële en economische instellingen moet worden versterkt.

De functies van president van de Wereldbank en directeur van het IMF staan nog niet open voor alle landen. Veertien lidstaten van de Europese Unie hebben zich uitgesproken voor hervormingen die deze functies bereikbaar maken voor alle nationaliteiten.

Een bijzonder probleem in het bestuur van de Wereldbank is dat de 46 Afrikaanse landen bezuiden de Sahara zeer gebrekkig zijn vertegenwoordigd. Terwijl andere regio’s met minder landen over ten minste drie zetels beschikken, zijn de ontwikkelingslanden van deze regio slechts met twee zetels vertegenwoordigd. Uw rapporteur meent dat deze situatie onaanvaardbaar is en stelt voor haar te wijzigen.

(1)

COM(2008)177/3 en SEC (2008)432/2.

(2)

 Doelstelling EU15 in 2010: 0,51% van het BNI aan officiële ontwikkelingshulp (2015: 0,7%); doelstelling EU12 in 2010: 0,17% van het BNI aan officiële ontwikkelingshulp (2015: 0,33%).

(3)

 Er doet zich een trend voor waarbij samenwerking niet meer wordt gedefinieerd in termen van solidariteit maar als de goedkoopste manier om wereldproblemen zoals pandemieën (b.v. SARS), migratie en veiligheidskwesties op te lossen.

(4)

 Er wordt onder meer gesproken over het idee om industrielanden geld te laten lenen op de internationale kapitaalmarkt en te laten voorschieten aan ontwikkelingslanden die daarmee de reductie van broeikasgasemissies in eigen land kunnen ondersteunen en zich kunnen beschermen tegen milieuschade.

(5)

            “De steun van China voor infrastructuurprojecten in Afrika is nu groter dan die van de Wereldbank, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en alle westerse bilaterale steun bij elkaar" en "in Latijns-Amerika heeft de Braziliaanse ontwikkelingsbank BNDES nu meer leningen uitstaan dan de Wereldbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank samen". Verslag van de rondetafelconferentie ‘Banking on Development’ van de OESO, februari 2008.


ADVIES van de Begrotingscommissie (18.6.2008)

aan de Commissie ontwikkelingssamenwerking

inzake het gegeven gevolg aan de Conferentie van Monterrey van 2002 over ontwikkelingsfinanciering

(2008/2050(INI))

Rapporteur voor advies: Anne E. Jensen

SUGGESTIES

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie ontwikkelingssamenwerking onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

Het Europees Parlement,

- gezien de consensus van Monterrey, die werd goedgekeurd door de Internationale Conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering in maart 2002,

- gezien de Europese consensus, goedgekeurd door de Raad, de vertegenwoordigers van de lidstaten binnen de Raad, het Europees Parlement en de Commissie in december 2005,

- gezien de mededeling van de Commissie inzake de versnelde verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (COM(2008)0177 van 9 april 2008),

1. wijst erop dat de EU goed is voor bijna 60% van de officiële mondiale ontwikkelingshulp en daarmee de belangrijkste donor van ontwikkelingshulp in de wereld is, en verwelkomt het feit dat het aandeel van de Europese Commissie door de jaren heen toeneemt; verzoekt de Commissie niettemin om duidelijke en transparante gegevens te verstrekken over het voor ontwikkelingshulp op de communautaire begroting uitgetrokken bedrag om het gegeven gevolg aan de consensus van Monterrey door alle Europese donoren te beoordelen; betreurt het dat de omvang van de communautaire financiële bijdragen aan ontwikkelingslanden te weinig zichtbaar is en verzoekt de Commissie om adequate en gerichte communicatie- en informatie-instrumenten te ontwikkelen om de zichtbaarheid van de ontwikkelingshulp van de EU te vergroten;

2. is echter ten zeerste verontrust over de negatieve tendens zowel in absolute cijfers als in het relatief aandeel van het BNI (een vermindering van 1.589 mln EUR, hetgeen een daling betekent van 3,33%, in totaal 0,38% van het communautaire BNI in 2007 vergeleken met 0,41% in 2006) in de ontwikkelingshulp van de EU voor het eerste jaar; wijst erop dat in de Europese consensus van 2005, die door alle lidstaten en EU-instellingen is overeengekomen, de doelstelling van 0,56% van het BNI in 2010 en 0,70% in 2015 voor ontwikkelingshulp van de EU werd bevestigd;

3. is verheugd over het vastberaden standpunt dat de Commissie heeft ingenomen om de inspanningen te concentreren op zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de ontwikkelingshulp van de lidstaten, en is het volkomen eens met haar waarschuwing voor de mogelijk zeer negatieve gevolgen van het niet nakomen van de financiële verplichtingen door de lidstaten; verzoekt de Commissie om haar deskundigheid en gezag aan te wenden om andere openbare en particuliere donoren te overtuigen om hun financiële toezeggingen te eerbiedigen;

4. onderstreept de absolute noodzaak voor de EU om te streven naar de hoogste mate van coördinatie, teneinde samenhang met andere communautaire beleidsonderdelen (milieu, migratie, mensenrechten, landbouw, enz.) tot stand te brengen en om dubbel werk en inconsistentie in activiteiten te voorkomen;

5. herinnert eraan dat de onmiddellijke en noodzakelijke maatregelen die door de EU moeten worden genomen om de dramatische gevolgen van de enorme stijging van de voedselprijzen in de ontwikkelingslanden aan te pakken, niet moeten worden gezien en uitgevoerd in het kader van de financiële inspanningen uit hoofde van de consensus van Monterrey; ziet daarom uit naar een concreet voorstel van de Commissie over het gebruik van noodfondsen;

6. benadrukt dat de buitensporige en onevenredige administratieve lasten in enkele van de partnerlanden afbreuk doen aan de doelmatigheid van de ontwikkelingshulp; vreest dat hierdoor de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling in gevaar wordt gebracht;

7. constateert dat de Europese Unie nog steeds de juiste balans moet vinden tussen twee tegenstrijdige benaderingen van ontwikkelingshulp: enerzijds de partnerlanden vertrouwen dat zij de financiële middelen op adequate wijze toewijzen en hun regeringen helpen om de juiste instrumenten voor de implementatie van de fondsen te ontwikkelen; anderzijds de financiële steun oormerken om misbruik of ondoelmatige toewijzing van de steun te voorkomen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

16.6.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

15

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Reimer Böge, Salvador Garriga Polledo, Ingeborg Gräßle, László Surján, Herbert Bösch, Costas Botopoulos, Brigitte Douay, Vicente Miguel Garcés Ramón, Louis Grech, Catherine Guy-Quint, Jutta Haug, Cătălin-Ioan Nechifor, Kyösti Virrankoski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Thijs Berman, Bárbara Dührkop Dührkop

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.6.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Thijs Berman, Danutė Budreikaitė, Marie-Arlette Carlotti, Thierry Cornillet, Corina Creţu, Nirj Deva, Beniamino Donnici, Fernando Fernández Martín, Juan Fraile Cantón, Alain Hutchinson, Romana Jordan Cizelj, Filip Kaczmarek, Glenys Kinnock, Maria Martens, Gay Mitchell, Luisa Morgantini, Horst Posdorf, José Ribeiro e Castro, Pierre Schapira, Frithjof Schmidt, Jürgen Schröder, Feleknas Uca, Johan Van Hecke, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

John Bowis, Françoise Castex, Ana Maria Gomes, Miguel Angel Martínez Martínez, Mihaela Popa

Laatst bijgewerkt op: 20 augustus 2008Juridische mededeling