Procedure : 2011/2175(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0430/2011

Ingediende teksten :

A7-0430/2011

Debatten :

PV 19/01/2012 - 5
CRE 19/01/2012 - 5

Stemmingen :

PV 19/01/2012 - 10.13
CRE 19/01/2012 - 10.13
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


VERSLAG     
PDF 242kWORD 140k
30 november 2011
PE 467.138v03-00 A7-0430/2011

over het voorkomen van voedselverspilling: strategieën voor een doelmatiger voedselvoorzieningsketen in de EU

(2011/2175(INI))

Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

Rapporteur: Salvatore Caronna

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorkomen van voedselverspilling: strategieën voor een doelmatiger voedselvoorzieningsketen in de EU

(2011/2175(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien de artikelen 191 en 192 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot het behoud, de bescherming en de verbetering van de kwaliteit van de gezondheid van de mens en van het milieu,

–   gezien Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen(1),

–   gezien zijn resolutie van 6 juli 2010 over het Groenboek van de Commissie over het beheer van bioafval in de Europese Unie(2),

–   gezien zijn resolutie van 7 september 2010 over billijke inkomens voor de boeren: een beter werkende voedselvoorzieningsketen in Europa(3),

–   gezien zijn resolutie van 18 januari 2011 over de erkenning van de landbouw als sector die van strategisch belang is voor de voedselzekerheid(4),

–   gezien zijn resolutie van 23 juni 2011 over het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten(5),

–   gezien zijn resolutie van 5 juli 2011 over een efficiëntere en eerlijkere handels- en distributiemarkt(6),

–   gezien het voorbereidende onderzoek over voedselverspilling in de EU 27 – DG Milieu van de Commissie (2010),

–   gezien het onderzoek van de FAO (2011) over voedselverlies en voedselverspilling wereldwijd,

–   gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de adviezen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A7-0430/2011),

A. overwegende dat in Europa elk jaar een groeiende hoeveelheid gezond en eetbaar voedsel (volgens sommige schattingen tot 50%) ergens in de voedselvoorzieningsketen - in sommige gevallen zelfs bij de consument - verloren gaat en afval wordt;

B.  overwegende dat in een door de Commissie gepubliceerde studie de jaarlijks voortgebrachte hoeveelheid voedselafval in de 27 lidstaten op ongeveer 89 miljoen ton wordt geschat, ofwel 179 kilo per hoofd van de bevolking, met grote afwijkingen tussen de afzonderlijke landen en sectoren, waarbij de verspilling in de landbouw en in zee teruggeworpen vis nog buiten beschouwing is gelaten; overwegende dat de totale voedselverspilling tegen 2020 tot circa 126 miljoen ton (een toename van 40%) zal stijgen als er geen aanvullende preventieve acties of maatregelen worden genomen;

C. overwegende dat binnen de Europese Unie nog 79 miljoen mensen onder de armoedegrens leven, wat betekent dat meer dan 15% van de EU-burgers minder dan 60% verdient van het gemiddelde inkomen in het land van vestiging; overwegende dat van die 79 miljoen mensen 16 miljoen mensen voedselhulp hebben gekregen via liefdadigheidsinstellingen;

D. overwegende dat de door de FAO vrijgegeven alarmerende cijfers volgens welke er op dit moment voor 925 miljoen mensen op de wereld ondervoeding dreigt, het verwezenlijken van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen, gericht op het halveren van de armoede en de honger vóór het jaar 2015, steeds moeilijker maken;

E.  overwegende dat op basis van studies van de FAO de voorziene toename van de wereldbevolking van 7 tot 9 miljard een uitbreiding van de voedselvoorziening vergt van ten minste 70% vóór het jaar 2050;

F.  overwegende dat de mondiale graanproductie is gestegen van 824 miljoen ton in 1960 tot circa 2,2 miljard ton in 2010 en dat de productie elk jaar met 27 miljoen ton toeneemt; overwegende dat, als deze trend in de wereldwijde landbouwproductie aanhoudt, de toename van de graanproductie tot 2050 ten opzichte van die van vandaag zou volstaan om de wereldbevolking te voeden; wijst erop dat, aangezien er na het oogsten zo'n 14% van de productie verloren gaat, en nog eens 15% bij de distributie en in huishoudens, drie vijfde van de totale productietoename die voor 2050 nodig is gerealiseerd zou kunnen worden als er een einde werd gemaakt aan de verspilling;

G. overwegende dat het terugdringen van voedselverspilling een belangrijke eerste stap vormt in de bestrijding van de honger in de wereld, als reactie op de door de FAO voorspelde groei van de vraag naar voedsel en ter verbetering van de voedingsstandaard van de wereldbevolking;

H. overwegende dat minder verspilling van levensmiddelen een efficiënter bodemgebruik en beter waterbeheer zou betekenen, positieve gevolgen zou hebben voor de hele landbouwsector wereldwijd en in belangrijke mate zou bijdragen aan de strijd tegen ondervoeding in ontwikkelingsgebieden;

I.   overwegende dat voedselverspilling niet alleen ethische, economische, sociale en voedingsgerelateerde implicaties heeft maar ook gevolgen heeft op gezondheids- en milieuvlak, aangezien een enorme hoeveelheid niet-gebruikt voedsel in belangrijke mate bijdraagt tot de opwarming van de aarde en door voedselverspilling methaan wordt geproduceerd, dat als broeikasgas 21 maal krachtiger is dan kooldioxide;

J.   overwegende dat de voedselverspilling door consumenten in ontwikkelingslanden minimaal is; overwegende dat voedselverspilling in die landen hoofdzakelijk te wijten is aan financiële en technische beperkingen in de hele voedselproductieketen;

K. overwegende dat de afgelopen decennia, toen de voedselproductie overvloedig was, de bestrijding van voedselverspilling in Europa en Noord-Amerika geen beleidsprioriteit was, wat heeft geleid tot een algemene toename van de voedselverspilling in de gehele voedselvoorzieningsketen; overwegende dat er in Europa en Noord-Amerika vooral sprake is van voedselverspilling bij de detailhandel en de consumptie, in tegenstelling tot de ontwikkelingslanden waar verliezen bij de productie, de oogst, de verwerking en het transport het omvangrijkst zijn;

L.  overwegende dat uit recente studies blijkt dat er voor de productie van een kilo levensmiddelen gemiddeld 4,5 kilo CO2 wordt uitgestoten; overwegende dat de circa 89 Mt voedsel die in Europa verspild worden 170 Mt CO2 eq/jaar opleveren, waarvan 59 Mt in de levensmiddelenindustrie, 78 Mt in de huishoudelijke consumptie en 33 Mt elders; overwegende dat voor de productie van 30% voedsel dat niet geconsumeerd wordt 50% meer water voor irrigatie wordt gebruikt en dat er voor de productie van 1 kg rundvlees tussen 5 en 10 ton water nodig is;

M. overwegende dat niet alleen de voedselzekerheid, maar ook andere problemen zoals obesitas, hart- en vaatziekten en tumoren die het gevolg zijn van de overconsumptie van vetten en eiwitten, de rijkste economieën bedreigen, met als gevolg dat er in de wereld evenveel mensen aan overvoeding lijden als aan ondervoeding;

N. overwegende dat de recente vermindering van de productiefactoren haaks staat op de noodzaak van verhoging van de voedselvoorziening in de Europese Unie;

O. overwegende dat steun ter verbetering van de doelmatigheid van de voedselvoorzieningsketens in ontwikkelingslanden niet slechts direct ten goede komt aan de lokale economie en de duurzame groei in deze landen, maar indirect ook bijdraagt aan een evenwichtige wereldhandel voor landbouwproducten en de herverdeling van natuurlijke hulpbronnen;

P.  overwegende dat de uitwisseling van goede praktijken op Europees en internationaal niveau, alsook de bijstand aan ontwikkelingslanden, van groot belang is bij de bestrijding van de wereldwijde voedselverspilling;

Q. overwegende dat een groeiend aantal lidstaten bezig is met initiatieven om de publieke opinie bewust te maken van de oorzaken en de gevolgen van voedselverspilling en van de manieren om deze verspilling tegen te gaan en dat wordt gestreefd naar het bevorderen van een op kennis en beschaving gebaseerde cultuur die de beginselen van duurzaamheid en solidariteit als uitgangspunt heeft;

R.  overwegende dat voedselverspilling in de hele keten optreedt, van de landbouwproductiefase tot de opslag-, de verwerkings-, de distributie-, de beheer- en de consumptiefase;

S.  overwegende dat de primaire verantwoordelijkheid voor voedselzekerheid en voor het tegengaan van voedselverspilling overal waar die vermeden kan worden ligt bij hen die een actieve rol spelen in de voedselvoorzieningsketen;

T.  overwegende dat sommige lidstaten het verkopen van levensmiddelen onder de kostprijs verbieden, waarmee ze de winkeliers de mogelijkheid ontnemen om onverkochte verse levensmiddelen tegen het einde van de dag tegen een lagere prijs te verkopen en bijdragen tot nog meer verspilling in de voedselketen;

U. wijst erop dat in de onlangs goedgekeurde verordening betreffende levensmiddeleninformatie wordt bepaald dat levensmiddelen met een uiterste datum voor gebruik beschouwd moeten worden als gevaarlijk indien zij na die datum worden geconsumeerd;

V. overwegende dat het Forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen en de Europese Rondetafelconferentie over duurzame voedselconsumptie en -productie werken aan een efficiëntere en duurzamere voedselvoorzieningsketen;

1.  is van mening dat voedselzekerheid voor de mens een grondrecht is, een recht dat vorm krijgt middels een beschikbare, toegankelijke, bruikbare en regelmatige aanvoer van voedsel dat voldoende voedingswaarde heeft, gezond is, toereikend is en in overeenstemming is met de behoefte; wijst erop dat de mondiale voedselproductie bedreigd wordt door een aantal factoren zoals de schaarse natuurlijke hulpbronnen in verhouding tot de groeiende wereldbevolking en de gebrekkige toegang tot voedsel voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen;

2.  verzoekt de Raad, de Commissie, de lidstaten en de actoren in de voedselvoorzieningsketen om met spoed het hoofd te bieden aan het probleem van de voedselverspilling die plaatsvindt over de hele lengte van de toevoer- en consumptieketen en richtsnoeren uit te vaardigen voor en steun te geven aan de verbetering, sector per sector, van de efficiëntie in de toevoerketen, en spoort hen aan dit met voorrang op de Europese beleidsagenda te zetten; verzoekt de Commissie in dit verband meer bekendheid te geven aan de werkzaamheden die zowel in het Forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen als bij de Europese Rondetafelconferentie over duurzame voedselconsumptie en -productie gaande zijn, onder meer met betrekking tot aanbevelingen voor het aanpakken van de voedselverspilling;

3.  is bezorgd over het feit dat dagelijks een aanzienlijke hoeveelheid nog uitstekend eetbaar voedsel wordt behandeld als afval, en dat voedselverspilling ecologische en ethische vragen oproept en bovendien economische en sociale kosten met zich meebrengt die voor zowel ondernemingen als consumenten op de interne markt uitdagingen vormen; verzoekt de Commissie daarom de oorzaken en de gevolgen te onderzoeken van het jaarlijks weggooien, verspillen en laten bederven van ongeveer 50% van de voedselproductie, onder meer door een nauwkeurige raming te maken van de verspillingen en een inschatting te maken van zowel de sociale en economische gevolgen als de gevolgen voor voeding en milieu; verzoekt de Commissie daarnaast om concrete maatregelen uit te werken die zijn gericht op het halveren van de voedselverspilling vóór 2025 en tegelijkertijd op het tegengaan van het voortbrengen van voedselafval;

4   wijst erop dat voedselverspilling diverse oorzaken heeft: overproductie, verkeerde doelgroepkeuze (onaangepaste omvang of vorm), aantasting van de kwaliteit van het product of de verpakking ervan, marketingregels (presentatieproblemen of defecte verpakkingen), slecht beheer van voorraden of slechte marketingstrategieën;

5.  verzoekt de Commissie te onderzoeken welke gevolgen een dwingend beleid zou hebben voor het verspillen van levensmiddelen; wenst dat er voor alle schakels in de levensmiddelenketen een dwingend afvalverwerkingsbeleid wordt vastgesteld overeenkomstig het beginsel "de vervuiler betaalt";

6.  acht het voor een maximale vermindering van de voedselverspilling noodzakelijk dat alle deelnemers aan de voedselvoorzieningsketen meewerken en dat de diverse oorzaken van voedselverspilling sector per sector worden aangepakt; verzoekt de Commissie derhalve een analyse van de gehele voedselketen te verrichten om na te gaan in welke voedselsectoren er sprake is van het meeste voedselafval en voor welke oplossingen kan worden gekozen om voedselafval te voorkomen;

7.  dringt erop aan dat de Commissie in samenwerking met de Wereldvoedselorganisatie gezamenlijke streefdoelen vaststelt voor het terugdringen van de voedselverspilling op wereldvlak;

8.  wijst erop dat het thema voedselafval moet worden behandeld in het kader van een efficiënt gebruik van hulpbronnen en verzoekt de Commissie in het kader van het vlaggenschipinitiatief "Efficiënt gebruik van hulpbronnen" specifieke initiatieven voor te stellen die gericht zijn op het terugdringen van voedselafval, om ervoor te zorgen dat de kwestie van voedselefficiëntie even veel aandacht en bewustmaking krijgt als de kwestie van energie-efficiëntie, aangezien beide even belangrijk zijn voor het milieu en onze toekomst;

9.  verzoekt de Commissie in het kader van de afvalvoorkomingsdoelstellingen tegen 2014 voor de lidstaten specifieke doelstellingen ter voorkoming van voedselafval vast te stellen, zoals aanbevolen in de kaderrichtlijn voor afval van 2008;

10. acht het dringend noodzakelijk de voedselverspilling over de hele lengte van de toevoerketen terug te dringen, van het veld tot het bord; benadrukt de noodzaak van een gecoördineerde strategie gevolgd door concrete maatregelen, waaronder de uitwisseling van optimale werkwijzen, op Europees en nationaal niveau, die zijn gericht op de verbetering van de coördinatie tussen de lidstaten met het oog op het vermijden van voedselverspilling en het efficiënter maken van de voedselvoorzieningsketens; is van mening dat dit kan worden bereikt door rechtstreekse contacten tussen producenten en consumenten te bevorderen en door de toevoerketen te verkorten, alsmede door alle belanghebbenden op te roepen meer gezamenlijke verantwoordelijkheid op zich te nemen en hen aan te moedigen de coördinatie te vergroten teneinde de logistiek, het vervoer, het voorraadbeheer en de wijze waarop levensmiddelen worden verpakt te verbeteren;

11. verzoekt de Commissie, de lidstaten en de belanghebbenden hun beste praktijken uit te wisselen en daarbij gebruik te maken van de kennis van diverse fora en platforms, zoals het detailhandelsforum inzake duurzaamheid, de European Food Sustainable Consumption and Production Round Table (Europese ronde tafel voor duurzame voedselconsumptie en -productie), het forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen, het informele netwerk van lidstaten "Friends of Sustainable Food", het forum consumentengoederen, enz.;

12. verzoekt de Commissie bij het uitwerken van het ontwikkelingsbeleid steun te geven aan maatregelen die zijn gericht op het terugdringen van verspilling over de hele lengte van de voedselvoorzieningsketen in ontwikkelingslanden waar de productietechnieken, het beheer van de naoogst, de infrastructuur, de verwerkingsprocessen en de verpakking ontoereikend en inadequaat zijn; beveelt aan dat de modernisering van deze landbouwapparatuur en -infrastructuur wordt aangemoedigd om de naoogstverliezen te verkleinen en de houdbaarheidsperiode van voedsel te verlengen; is bovendien van mening dat een doeltreffender voedselvoorzieningsketen er ook toe kan bijdragen dat deze landen autonoom worden op het gebied van de voedselvoorziening;

13. verzoekt om bijsturing van de maatregelen inzake de verdeling van voedselproducten onder de minst bedeelden, de communautaire steun voor de verstrekking van melk en zuivelproducten aan schoolkinderen en het programma ter stimulering van fruitconsumptie op scholen, ten einde voedselverspilling te voorkomen;

14. neemt nota van het feit dat er onduidelijkheid bestaat over de definitie van de termen "voedselverspilling" en "voedselafval"; is van mening dat de gangbare opvatting is dat het bij "voedselverspilling" gaat om het geheel van ergens in de voedselvoorzieningsketen om economische of uiterlijke redenen weggegooide voedingsproducten of voedingsproducten die worden weggegooid vanwege overschrijding van de uiterste houdbaarheidsdatum, ofschoon de producten nog uitstekend eetbaar zijn en geschikt voor consumptie door de mens en, bij gebrek aan een alternatieve bestemming, worden vernietigd en weggegooid, met nadelige gevolgen vanuit het oogpunt van het milieu, de economische kosten en de inkomstenderving voor ondernemingen;

15. neemt nota van het feit dat er in Europa geen geharmoniseerde definitie bestaat van voedselverspilling; verzoekt de Commissie daarom met een wetgevingsvoorstel te komen waarin een typering wordt gegeven van "voedselverspilling" en in dit verband ook een aparte definitie te formuleren voor voedselafval dat voor biobrandstof of bioafval wordt gebruikt, omdat dat onder een andere categorie valt dan gewoon voedselafval, daar het wordt hergebruikt voor energiedoeleinden;

16. is van mening dat alle lidstaten de detailhandel moeten toestaan om de prijs van vers voedsel sterk te verlagen, tot onder de productiekosten, wanneer een product zijn uiterste verkoopdatum nadert, om zo de hoeveelheid onverkocht en weggegooid voedsel te verkleinen en minder koopkrachtige consumenten de kans te bieden om tegen lagere prijzen hoogwaardig voedsel te kopen;

17. benadrukt dat de landbouw vanwege zijn specifieke kenmerken hulpbronnenefficiënt is en een cruciale rol en een voortrekkersrol kan spelen in de strijd tegen voedselverspilling; dringt er daarom bij de Commissie op aan om in komende wetgevingsvoorstellen op het gebied van landbouw, handel en distributie van voedingsproducten ambitieuze maatregelen op te nemen in deze richting; hoopt op gezamenlijke actie waar het gaat om investeringen in onderzoek, wetenschap, technologie, scholing, verspreiding en innovatie op het gebied van landbouw teneinde de voedselverspilling terug te dringen en de consumenten voor te lichten over en aan te zetten tot een meer verantwoordelijke houding en bewust gedrag om de verspilling van voedsel te voorkomen;

18. is van mening dat eisen betreffende de externe kwaliteit ingevolge Europese of nationale regelgeving of interne bedrijfsregels, die de grootte en de vorm van met name vers fruit en verse groenten vastleggen, aan de basis liggen van het feit dat veel voedsel onnodig wordt weggegooid, waardoor de voedselverspilling alleen maar toeneemt; verzoekt alle belanghebbenden zich bewust te worden van de voedingswaarde van landbouwproducten met afwijkende vorm of grootte en informatie daarover te verspreiden om de hoeveelheid producten die wordt weggegooid te verminderen;

19. verzoekt de Commissie om richtsnoeren op te stellen voor de tenuitvoerlegging van artikel 5 van de kaderrichtlijn voor afval (2008/98/EG) waarin bijproducten worden gedefinieerd, aangezien het gebrek aan juridische duidelijkheid inzake het onderscheid tussen afvalstoffen en niet-afvalstoffen een efficiënt gebruik van bijproducten zou kunnen verhinderen;

20. verzoekt de Commissie, de lidstaten, de verwerkende industrie en de detailhandel richtsnoeren op te stellen voor het aanpakken van vermijdbare voedselverspilling en meer hulpbronnenefficiënt te handelen in hun schakel in de voedselvoorzieningsketen, en voortdurend te streven naar betere verwerkings-, verpakkings- en vervoerspraktijken om onnodige voedselverspilling terug te dringen;

21. roept de Commissie en de lidstaten op de uitwisseling van optimale werkwijzen aan te moedigen en bewustmakingscampagnes te steunen voor de bewustmaking van het publiek over de waarde van voedsel en landbouwproducten, de oorzaken en gevolgen van voedselverspilling en manieren om voedselverspilling terug te dringen, om zo een op kennis en beschaving gebaseerde cultuur te stimuleren die de beginselen van duurzaamheid en solidariteit als uitgangspunt heeft; verzoekt de lidstaten de introductie aan te moedigen van onderwijstrajecten inzake voeding op alle onderwijsniveaus, met inbegrip van het middelbaar onderwijs, met uitleg over het bewaren, koken en verwijderen van levensmiddelen, om zo een beter gedrag te stimuleren; benadrukt de belangrijke rol van het lokale bestuur en gemeentelijke instanties, alsmede van de detailhandel en de media, bij het geven van informatie en steun aan burgers op het gebied van preventie en het terugdringen van voedselverspilling;

22. is verheugd over de initiatieven in verschillende lidstaten die gericht zijn op de inzameling op lokaal niveau van onverkochte of afgedankte producten in de hele toeleveringsketen om deze te herverdelen onder niet-koopkrachtige inwoners die minder dan een minimuminkomen verdienen; benadrukt in dit verband het belang van de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten, alsook van initiatieven op plaatselijk niveau; benadrukt in dit verband de waardevolle bijdrage van zowel vrijwilligers bij de verspreiding en verdeling van de producten, als professionele organisaties die systemen en activiteiten ontwikkelen om verspilling tegen te gaan;

23. verzoekt de detailhandel mee te werken aan programma's voor het uitdelen van voedsel aan onvoldoende koopkrachtige burgers en maatregelen uit te voeren op grond waarvan het is toegestaan producten die de uiterste verkoopdatum naderen tegen lagere prijzen te verkopen;

24. is ingenomen met het werk van verenigingen en partnerschappen van beroepsbeoefenaars in de publieke, particuliere, universitaire en gemeentelijke sfeer, die op Europese schaal gecoördineerde actieplannen voor de bestrijding van voedselverspilling opzetten en uitvoeren;

25. is van mening dat investeren in methoden voor het verminderen van de voedselverspilling zou kunnen leiden tot verkleining van de huidige verliezen in de agrolevensmiddelensector en dus tot verlaging van de voedselprijzen, waardoor de minder bedeelde bevolkingsgroepen betere toegang tot voedsel kunnen krijgen; dringt er bij de Commissie op aan instrumenten en acties aan te geven die kunnen worden ingezet ter stimulering van een grotere betrokkenheid van landbouwondernemingen, groothandels, winkels, distributieketens, publieke en private eetgelegenheden, restaurants, overheidsinstanties en ngo's bij acties die gericht zijn tegen de verspilling van voedsel; suggereert hiertoe gebruik te maken van internet en nieuwe technologieën; wijst in dit kader op het belang van het oprichten van een Knowledge and Innovation Community (KIC) voor voedsel die zich onder meer richt op het voorkomen van voedselverspilling; verzoekt de Commissie de agrolevensmiddelensector en andere belanghebbenden ertoe aan te zetten hun deel van de verantwoordelijkheid voor de voedselverspilling op zich te nemen, met name door verschillende grootten van levensmiddelenverpakkingen aan te bieden en op die manier de voordelen te evalueren van het aanbieden van meer bulkproducten en meer rekening te houden met eenpersoonshuishoudens om voedselverspilling en bijgevolg de CO2-voetafdruk van de consumenten te beperken;

26. dringt er bij de lidstaten op aan economische stimuli vast te stellen met als doel voedselverspilling te beperken;

27. benadrukt dat de uitstoot van broeikasgassen in verband met de productie, de verpakking en het transport van voedsel dat wordt weggegooid zinloze bijkomende uitstoot is; wijst erop dat het verbeteren van de efficiëntie van de voedselvoorzieningsketen om voedselafval te voorkomen en het weggooien van eetbaar voedsel uit te bannen, een cruciale stap is om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen;

28. verzoekt de Commissie een eventuele wijziging van de publieke aanbestedingsregelgeving voor restaurant- en gastendiensten te overwegen waarbij een voorkeursbehandeling zou kunnen worden gegeven aan ondernemingen die, wanneer alle andere omstandigheden gelijk blijven, garanderen dat de niet gebruikte (onverkochte) producten gratis worden verdeeld onder niet-koopkrachtige burgers en die concrete maatregelen bevorderen om de verspilling terug te dringen, bijvoorbeeld door de voorkeur te laten uitgaan naar landbouwproducten en agrolevensmiddelen die het dichtst bij de plaats van consumptie zijn geproduceerd;

29. verzoekt de Commissie het goede voorbeeld te geven en zich te buigen over de voedselverspilling binnen de instellingen van de EU, en met spoed de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om de zeer grote hoeveelheden voedsel die dagelijks in de kantines van de verschillende Europese instellingen worden weggegooid, te verminderen;

30. verzoekt de Commissie maatregelen te overwegen en te stimuleren die zijn gericht op het bij de bron aanpakken van voedselverspilling, bijvoorbeeld een etikettering met twee houdbaarheidsdatums (ten minste houdbaar tot/te gebruiken tot) en de korting bij verkoop van artikelen die over de houdbaarheidsdatum heen zijn of die zijn beschadigd; merkt op dat een optimaal en efficiënt gebruik van verpakkingen van levensmiddelen een belangrijke rol kan spelen bij het voorkomen van voedselverspilling en tegelijkertijd bij het verkleinen van de totale milieu-impact van een product, niet in de laatste plaats dankzij een ecologisch verantwoord industrieel ontwerp, wat maatregelen kan omvatten als het variëren van de verpakkingshoeveelheden, om de klant te helpen de juiste hoeveelheden te kopen en overconsumptie van hulpbronnen tegen te gaan, het verstrekken van advies over de wijze van bewaring en gebruik van de producten, en het zodanig ontwerpen van de verpakking dat de producten langer kunnen worden bewaard en vers blijven, en altijd te waarborgen dat er geschikte materialen voor het verpakken en bewaren van levensmiddelen worden gebruikt die niet schadelijk zijn voor de gezondheid of voor de houdbaarheid van de producten;

31. verzoekt de Commissie in samenwerking met de lidstaten aanbevelingen te doen met betrekking tot koeltemperaturen, uitgaande van het gegeven dat een niet-optimale en onjuiste koelkasttemperatuur levensmiddelen vroegtijdig ongeschikt voor consumptie maakt en leidt tot onnodige verspilling; onderstreept dat harmonisatie van de koeltemperaturen gedurende de gehele voedselvoorzieningsketen de bewaring van levensmiddelen kan verbeteren en de voedselverspilling kan verminderen voor producten die grensoverschrijdend worden vervoerd en verkocht;

32. verwijst naar de bevindingen van de enquête van de Commissie (Consumer Empowerment in the EU - SEC(2011)469) volgens welke 18% van de ondervraagde Europese burgers de vermelding "ten minste houdbaar tot" niet begrijpt; verzoekt daarom de Commissie en de lidstaten meer duidelijkheid te creëren omtrent de betekenis van de data op de etiketten ("ten minste houdbaar tot", "houdbaarheidsdatum" en "te gebruiken tot") enerzijds om de onzekerheid van de consument over de geschiktheid voor consumptie van levensmiddelen uit de weg te ruimen en anderzijds om het publiek te voorzien van nauwkeurige informatie, in casu over het feit dat de minimale houdbaarheidsdatum "ten minste houdbaar tot" verband houdt met de kwaliteit terwijl "te gebruiken tot" slaat op de voedselveiligheid, om op die manier de consumenten te helpen om met kennis van zaken een keuze te maken; dringt er bij de Commissie op aan een gebruikersvriendelijke handleiding op te stellen over het gebruik van levensmiddelen waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum bijna is verstreken, waardoor de veiligheid van gedoneerde of voor diervoeding bestemde levensmiddelen kan worden gewaarborgd, en daarbij voort te bouwen op de beste praktijken onder de actoren binnen de voedselvoorzieningsketen, bijvoorbeeld om vraag en aanbod sneller en effectiever op elkaar te kunnen afstemmen;

33. verzoekt de lidstaten initiatieven te bevorderen en te ondersteunen die zijn gericht op het versterken van een duurzame productie op kleine en middelgrote schaal die verbonden is met lokaal en regionaal verbruik en lokale en regionale markten; erkent dat lokale markten duurzaam zijn op milieugebied en bijdragen aan de stabiliteit van de primaire sector; verlangt dat het toekomstig gemeenschappelijk landbouwbeleid de financiering waarborgt van activiteiten die zijn gericht op de bevordering van de stabiliteit van de primaire sector, bijvoorbeeld via directe verkoop en lokale markten en alle vormen van stimulering van de kortste lijnen, ofwel de directe verkoop;

34. verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat kleine plaatselijke producenten en plaatselijke producentengroeperingen kunnen deelnemen aan aanbestedingen voor de uitvoering van specifieke programma's die met name de consumptie van fruit en zuivelproducten in scholen bevorderen;

35. dringt er bij de Raad en de Commissie op aan om 2013 uit te roepen tot het Europese jaar tegen de voedselverspilling als belangrijk instrument voor voorlichting en promotie, teneinde de Europese burgers bewust te maken en de aandacht van nationale regeringen te vestigen op dit belangrijke thema, opdat afdoende middelen beschikbaar worden gesteld om de uitdagingen van de nabije toekomst het hoofd te bieden;

36. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0264.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0302.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0006.

(5)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0297.

(6)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0307.


TOELICHTING

De verspilling van voedingsmiddelen heeft een dermate grote omvang aangenomen dat het als een wereldomvattend probleem moet worden beschouwd dat zich manifesteert in de gehele voedselvoorzieningsketen, van het veld tot op het bord van de consument.

Volgens bepaalde gegevens over de periode van 1974 tot nu wordt geschat dat de verspilling van voedsel op wereldschaal is toegenomen met 50%.

Voedselverspilling vindt plaats op de landbouwgronden, in de verwerkende industrie, bij distributiebedrijven en bij de consument. Voedselverspilling vindt zowel plaats in geïndustrialiseerde landen als in ontwikkelingslanden. Voedselverspilling vormt een keten die parallel loopt aan de voedselproductieketen en die oorzaak is van een groot aantal nadelige gevolgen.

De voedselverspillingskwestie staat tegenover het fundamentele probleem van de voedselvoorziening die serieus wordt bedreigd door een reeks factoren, waaronder de beperkte aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen in relatie tot de groeiende wereldbevolking en de schaarse toegang tot voedsel voor het armste deel van de bevolking.

Vandaar dat een reeks analyses en overwegingen is verschenen over onze omgang met het beschikbare voedsel.

Een recente, in opdracht van de FAO uitgevoerde studie brengt alarmerende cijfers aan het licht, in het bijzonder wat betreft de geïndustrialiseerde wereld: Europeanen en Noord-Amerikanen verspillen per hoofd van de bevolking tussen 95 en 115 kilo voedsel per jaar, bewoners van Afrika onder de Sahara verspillen daarentegen tussen 6 en 11 kilo.

De oorzaken van de verspilling zijn niet altijd dezelfde: de oorzaken verschillen afhankelijk van de positie in de voedselvoorzieningsketen, het soort product en de plaats waar de voedselverspilling zich voordoet. Als we de keten onderverdelen in vijf verschillende sectoren (agrarische productie, verwerking en opslag, behandeling, distributie en consumptie), valt op hoe verschillende activiteiten op elk van deze vijf niveaus leiden tot verspilling van voedsel dat nog uitstekend geschikt is voor consumptie: Van verlies bij de oogst en bij de opslag, via transport onder slecht gegarandeerde omstandigheden en fouten bij de verpakking, tot aan slechte gewoonten van de eindconsument bij de aanschaf en het gebruik van voedingsmiddelen.

Wat betreft de geïndustrialiseerde landen concentreert het merendeel van de verspilling zich in de laatste fase, ofwel de fase van de distributie en de consumptie. Dit is voornamelijk het gevolg van een te grote voedselproductie, terwijl in ontwikkelingslanden de verspilling zich concentreert in de eerste fasen als gevolg van een gebrek aan geavanceerde landbouwtechnieken, een gebrek aan systemen en infrastructuren, een gebrek aan efficiënt transport (bijvoorbeeld de koudeketen) en gebrek aan goede opslagmogelijkheden.

Deze gegevens brengen aan het licht hoezeer de hoeveelheid voedsel die tegenwoordig geproduceerd wordt nog kan worden hergebruikt voor voedingsdoeleinden in plaats van te worden weggegooid als elk ander afval, met aanzienlijke gevolgen vanuit economisch en milieuoogpunt en bovendien met ethische implicaties.

De productie van overtollig voedsel dat niet geconsumeerd wordt, heeft een prijs die is uit te drukken in gevolgen voor het milieu, energieverbruik en natuurlijke hulpbronnen (vooral water). Daarnaast is er de uitstoot van gassen in de atmosfeer. Geschat wordt dat de 89 miljoen ton die aan voedsel wordt weggegooid in Europa zorgt voor de uitstoot van 170 miljoen ton CO2-equivalent per jaar. Afgezien van de schade aan het milieu die veroorzaakt wordt door de productie van voedsel dat niet wordt gebruikt, moet rekening worden gehouden met de kosten van de verwerking en verwijdering van het afval en de inkomstenderving voor de producerende ondernemingen.

De strijd tegen de voedselverspilling moet een prioriteit worden van de Europese beleidsagenda. Van de Commissie, de Raad en de lidstaten worden concrete strategieën en maatregelen gevraagd die zijn gericht op het halveren van de voedselverspilling in alle schakels van de toevoerketen vóór 2025, het verbeteren van de doelmatigheid van de keten en het ontvankelijk maken van de publieke opinie voor een thema dat nog op vele punten wordt genegeerd.

Het is noodzakelijk dat de burgers worden geïnformeerd, niet alleen over de oorzaken en de gevolgen van voedselverspilling maar ook over manieren waarop de verspilling kan worden verminderd. Er moet een cultuur worden bevorderd die is gebaseerd op kennis en beschaving en die de principes van duurzaamheid en solidariteit als uitgangspunt heeft, waarbij het geven van het goede voorbeeld wordt gestimuleerd.

De praktijk leert ons dat spontane initiatieven van verenigingen van vrijwilligers of van professionals die zijn gericht op het concretiseren en in de samenleving introduceren van een antiverspillingscultuur, zeer succesvol zijn geweest.

Tegen deze achtergrond wordt het verzoek gedaan om 2013 uit te roepen tot Europees jaar tegen de voedselverspilling als belangrijk instrument voor informatieverschaffing en bewustmaking rond dit belangrijke onderwerp.


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (22.11.2011)

aan de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

inzake het voorkomen van voedselverspilling: strategieën voor een doelmatiger voedselvoorzieningsketen in de EU

(2011/2175(INI))

Rapporteur voor advies: Anna Rosbach

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat in de EU het voedselverlies bij de productie, de oogst en de verwerking en de voedselverspilling bij de kleinhandel en het verbruik 179 kg per jaar per persoon(1) bedragen;

B.  overwegende dat 60% van het voedselafval van Europese huishoudens kan worden vermeden, en dat 20% van het voedsel wordt weggegooid als gevolg van verwarring over de datums op de etiketten van de producten(2);

C. overwegende dat de bestrijding van voedselverspilling in Europa en Noord-Amerika de afgelopen decennia, toen de voedselproductie overvloedig was, geen beleidsprioriteit was, wat heeft geleid tot een algemene toename van de voedselverspilling in de gehele voedselvoorzieningsketen; overwegende dat er in Europa en Noord-Amerika vooral sprake is van voedselverspilling bij de kleinhandel en het verbruik, in tegenstelling tot de ontwikkelingslanden waar verliezen bij de productie, de oogst, de verwerking en het transport de meeste problemen opleveren;

D. overwegende dat, waar een positieve ingesteldheid van de consumenten om minder voedsel te verspillen een ingrijpende mentaliteitswijziging vergt, er in de voedselketen van de EU reeds verbeteringen kunnen worden aangebracht in het beheer van de opslag, het vervoer en de distributie;

E.  overwegende dat voedselverspilling niet alleen economische kosten veroorzaakt, maar ook uit ethisch en ecologisch oogpunt onaanvaardbaar is;

F.  overwegende dat voedselproductie gepaard gaat met een grote CO2-uitstoot en het gebruik van veel hulpbronnen (met inbegrip van grond en water);

G. overwegende dat de verliezen na de oogst in Europa alleen jaarlijks op 4 miljard EUR worden geraamd;

1.  is ervan overtuigd dat het voorkomen van voedselverlies de allereerste prioriteit moet zijn omdat voedsel een kostbaar en schaars goed is en vele miljoenen mensen honger lijden;

2.  dringt aan op maatregelen ter vermindering van het afval van voedingsproducten in de voedselindustrie, de handel, openbare restaurants, zorginstellingen, scholen en andere instellingen, aangezien veel soorten bioafval het gevolg zijn van consumptie van voedsel in collectieve instellingen;

3.  merkt op dat er geen geharmoniseerde definitie van voedselverspilling bestaat, wat leidt tot ernstige discrepanties in de verzameling van statistische gegevens en een doeltreffend optreden op nationaal en EU-niveau bemoeilijkt;

4.  is van mening dat het EU-bioafvalbeleid moet worden herzien en aangepast, zowel uit ethisch als uit ecologisch oogpunt;

5.  erkent dat minder voedselafval aanzienlijke voordelen voor het milieu heeft, niet alleen omdat de negatieve gevolgen van afvalverwerking worden voorkomen, maar ook omdat dit gepaard gaat met minder uitstoot en minder energie-, water- en grondgebruik tijdens het productieproces en omdat de negatieve gevolgen van eventuele niet-duurzame landbouwproductiepraktijken worden voorkomen, zoals waterverontreiniging en biodiversiteitsverlies;

6.  is van mening dat veel voedselafval kan worden voorkomen als de voedselvoorzieningsketen kort wordt gehouden, met een efficiënte lokale productie en distributie, wat bijdraagt aan het terugdringen van voedselafval;

7.  is bezorgd over het feit dat de milieukosten voor de productie niet naar behoren verrekend zijn in de consumptieprijzen;

8.  verzoekt de Commissie in de context van de kaderrichtlijn voor afval duidelijke doelstellingen ter vermindering van voedselafval voor te stellen; verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan voedselafval bij de beoordeling overeenkomstig de kaderrichtlijn voor afval van de programma's, doelstellingen en indicatoren van de lidstaten ter voorkoming van afval; dringt erop aan dat de gevolgen voor de productie van voedselafval deel uitmaken van de impactbeoordeling van elk voedselgerelateerd wetgevingsvoorstel;

9.  verzoekt de lidstaten in hun afvalpreventieprogramma's bijzondere aandacht te besteden aan voedselafval en wetgeving te maken die voedselafval in de gehele productieketen voorkomt, ook op het niveau van de klein- en groothandel; wijst erop dat dit behelst dat ook doelstellingen voor de voorkoming, scheiding en herverdeling van afval worden vastgesteld;

10. dringt erop aan dat de afvalhiërarchie die is vastgesteld in de kaderrichtlijn voor afval ook strikt wordt toegepast op voedselafval, d.w.z.:

 voorkomen als eerste prioriteit, waarbij de uitstoot van broeikasgassen en het waterverbruik worden teruggedrongen,

 hergebruik en recycling (bijvoorbeeld composteren) als volgende opties,

 gebruik voor de productie van biogas als volgende stap in de hiërarchie, en

 verbranden of storten uitsluitend als laatste toevlucht;

11. benadrukt dat er behoefte is aan meer biorecyclage-installaties en aan meer inzameling door de huishoudens van onvermijdelijk voedselafval zoals ongewenste componenten van levensmiddelen; steunt maatregelen zoals thuiscompostering en biorecyclage in de landbouw;

12. is van mening dat met het oog op de bescherming van de volksgezondheid het voorzorgsbeginsel op de allereerste plaats moet komen bij de verwerking en het gebruik van bioafval, met name gezien zijn mogelijke indirecte terugkeer in voedsel/de voedselketen en zijn gebruik in ingevoerde voedingsmiddelen en diervoeders;

13. is van mening dat de verpakking geoptimaliseerd en gereduceerd moet worden, en dat onderzoek en innovatie op het gebied van intelligente verpakking moeten worden bevorderd om goede oplossingen te zoeken voor het huidige feitelijke gebruik voor afzonderlijke producten;

14. is ervan overtuigd dat de consumenten moeten worden gewezen op een milieubewustzijn in termen van beoordeling en behoud van ecologische hulpbronnen zodat ze beseffen dat elke consumptie ook gevolgen heeft voor het milieu;

15. benadrukt dat de uitstoot van broeikasgassen in verband met de productie, de verpakking en het transport van voedsel dat wordt weggeworpen, zinloze bijkomende uitstoot is; wijst erop dat het verbeteren van de efficiëntie van de voedselvoorzieningsketen om voedselafval te voorkomen en eetbaar voedselafval te verwijderen, een cruciale maatregel is om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen;

16. is van mening dat verkoop in bulk en in aangepaste porties in supermarkten moet worden aangemoedigd om ervoor te zorgen dat de klanten minder overtollig voedsel kopen;

17. dringt aan op onderzoek naar het feit of eerdere regelgeving onnodige bepalingen invoert die supermarkten en voedingszaken dwingen voedsel weg te gooien dat nog in perfecte staat is;

18. erkent dat verwarring bij de consument, onwetendheid en een verkeerde interpretatie van de houdbaarheidsdatums op voedseletiketten enkele van de redenen zijn waarom voedsel wordt weggegooid; herinnert eraan dat de regelgeving inzake voedselinformatie voor de consument bepaalt dat een "te gebruiken tot" of "best vóór" datum moet worden vermeld, evenals aanwijzingen voor bijzondere bewaarvoorschriften en/of gebruiksvoorwaarden; dringt er bij de lidstaten en de levensmiddelensector op aan voorlichtingscampagnes te organiseren die de consument in staat stellen de vermeldingen te begrijpen en de minimale houdbaarheidsdatum correct te interpreteren, waardoor wordt voorkomen dat consumenten worden misleid; is zich er evenwel van bewust dat voedselproducenten vanwege de rechtszekerheid zeer voorzichtig zijn bij het vaststellen van een minimale houdbaarheidsdatum;

19. wijst in dit kader op het belang van het oprichten van een Knowledge and Innovation Community (KIC) voor voedsel die zich onder meer richt op het voorkomen van voedselverspilling;

20. is zich ervan bewust dat er in Europa, waar het grootste voedselverlies plaatsvindt bij de kleinhandel en het verbruik, de inspanningen op het gebied van afvalvermindering hoofdzakelijk gericht moeten zijn op de uitwisseling van goede praktijken, betere voedselverwerkingsroutines en een gedragswijziging bij bedrijven en individuen in de gehele voedselketen, van het begin tot het einde, om voedselafval duidelijk te kunnen terugdringen, waarbij enkel gecoördineerde maatregelen tussen de nationale en EU-regelgevers, het bedrijfsleven en consumentenorganisaties tot concrete resultaten kunnen leiden; verzoekt de Commissie en de lidstaten bijgevolg hun steun te verlenen aan bewustmakingscampagnes en campagnes die deze doelstellingen nastreven, met name campagnes die erop wijzen dat er een verband bestaat tussen consumptie en productie, kosten, afval, gezondheid en milieu, alsook voorlichtingscampagnes voor jongeren, die reeds op zeer jonge leeftijd beginnen, over hoe moet worden omgegaan met voedsel, het weggooien ervan en restjes;

21. verzoekt de Commissie en de lidstaten in het wetgevingspakket voor de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid maatregelen op te nemen ter voorkoming van voedselafval bij de productie, de oogst, de verwerking en het transport, en concrete acties voor te stellen om het bewustzijn en de verantwoordelijkheid van de consument bij de aankoop en de consumptie van voedsel te vergroten;

22. verzoekt de Commissie een analyse van de gehele voedselketen te verrichten om na te gaan in welke voedselsectoren er sprake is van het meeste voedselafval en voor welke oplossingen kan worden gekozen om voedselafval te voorkomen;

23. verzoekt de Commissie tevens te onderzoeken welk gedeelte van de totale voedselverspilling reeds bij de oogst plaatsvindt; is van mening dat, indien dit gedeelte aanzienlijk is, de Commissie een aanpak en maatregelen moet voorstellen waardoor de boeren dit gemakkelijker kunnen voorkomen;

24. is van mening dat eisen betreffende de externe kwaliteit ingevolge EU- of nationale regelgeving of interne bedrijfsregels, die de grootte en de vorm van met name vers fruit en verse groenten vastleggen, aan de basis liggen van het feit dat veel voedsel onnodig wordt weggegooid, waardoor de voedselverspilling alleen maar toeneemt;

25. Moedigt overheidsinstellingen, de zorgsector, scholen, ziekenhuizen en voedselbanken aan ongebruikt voedsel dat nog geschikt is voor menselijke consumptie in te zamelen en te herverdelen aan hulpbehoevenden, en dit ter aanvulling maar niet ter vervanging van de bestaande sociale stelsels;

26. is van mening dat nieuwe technologische ontwikkelingen zoals slimme koelkasten en verpakkingen met nanotechnologie een aanzienlijke rol kunnen spelen bij het terugdringen van voedselafval; dringt er bij de Commissie op aan in haar onderzoeksprogramma's bijzondere aandacht te besteden aan het terugdringen van voedselafval;

27. dringt er bij de kleinhandel op aan zijn verantwoordelijkheid op te nemen om voedselafval ernstig terug te dringen, bijvoorbeeld door de eisen om een product op de markt te brengen te verlagen; verzoekt de Commissie de beleidsvormen inzake goede praktijken ter voorkoming van voedselafval in de kleinhandelssector in de EU te inventariseren en te publiceren, en hetzelfde te doen op het gebied van praktische oplossingen voor de verwerking of verdeling van levensmiddelen die niet meer via de gewone kanalen kunnen worden verkocht;

28. wijst erop dat het thema voedselafval moet worden behandeld in het kader van een efficiënt gebruik van hulpbronnen en verzoekt de Commissie in het kader van het vlaggenschipinitiatief "Efficiënt gebruik van hulpbronnen" specifieke initiatieven voor te stellen die gericht zijn op het terugdringen van voedselafval;

29. is in dit opzicht van mening dat de kennis van de bevolking in de EU over levensmiddelen en voeding over het algemeen moet worden verbeterd;

30. verwijst naar zijn resolutie van 6 juli 2010 over het Groenboek van de Commissie over het beheer van bioafval in de Europese Unie(3), met name de paragrafen 1 t/m 4, waarin het Parlement er bij de Commissie op aandringt een specifiek wetgevingsvoorstel in te dienen voor de verwerking van bioafval, waarvan voedselverspilling slechts één onderdeel is;

31. wijst erop dat echt voedselafval een belangrijke en duurzame bron voor biomassa kan zijn en kan worden gebruikt ter vervanging van bio-energie die wordt opgewekt met niet-duurzaam ingevoerd hout;

32. is van mening dat de recyclage van bioafval via compostering of als grondstof voor biogasinstallaties veruit te verkiezen is boven de verbranding ervan, die moet worden vermeden en enkel aanvaardbaar is nadat een hiërarchie is geëerbiedigd en het afval tegen zijn hoogste waarde is gebruikt;

33. benadrukt dat het potentieel van voedselafval voor energierecuperatiedoeleinden geen belemmering of vertraging mag inhouden van maatregelen om het voedselafvalprobleem op zich aan te pakken;

34. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de kwestie van voedselefficiëntie even veel aandacht en bewustmaking krijgt als de kwestie van energie-efficiëntie, aangezien beide even belangrijk zijn voor het milieu en onze toekomst;

35. verzoekt de Commissie voor de lidstaten eisen inzake de rapportering over voedselafval vast te stellen en de methoden voor de berekening van de hoeveelheid voedselafval op lidstaatniveau te harmoniseren om ervoor te zorgen dat de gegevens kunnen worden vergeleken;

36. verzoekt de Commissie in het kader van de afvalvoorkomingsdoelstellingen tegen 2014 voor de lidstaten specifieke doelstellingen ter voorkoming van voedselafval vast te stellen, zoals aanbevolen in de kaderrichtlijn voor afval van 2008;

37. benadrukt dat er afzonderlijke inzamelingssystemen voor biologisch afval moeten komen zodat dit soort afval kan worden gerecycleerd en optimaal kan worden aangewend, en verzoekt de Commissie een beoordeling te verrichten van eventuele aanbevelingen aan de lidstaten voor de afzonderlijke inzameling van voedselafval van huishoudens en/of van de dienstensector, alsook van subsidies voor de ontwikkeling van afzonderlijke inzameling en verwerkingsinfrastructuur.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.11.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

0

15

Bij de eindstemming aanwezige leden

János Áder, Elena Oana Antonescu, Pilar Ayuso, Paolo Bartolozzi, Martin Callanan, Chris Davies, Esther de Lange, Anne Delvaux, Edite Estrela, Jill Evans, Karl-Heinz Florenz, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Julie Girling, Françoise Grossetête, Cristina Gutiérrez-Cortines, Satu Hassi, Jolanta Emilia Hibner, Dan Jørgensen, Karin Kadenbach, Holger Krahmer, Jo Leinen, Corinne Lepage, Peter Liese, Kartika Tamara Liotard, Linda McAvan, Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė, Miroslav Ouzký, Antonyia Parvanova, Mario Pirillo, Pavel Poc, Vittorio Prodi, Frédérique Ries, Anna Rosbach, Oreste Rossi, Dagmar Roth-Behrendt, Carl Schlyter, Richard Seeber, Theodoros Skylakakis, Bogusław Sonik, Salvatore Tatarella, Anja Weisgerber, Åsa Westlund, Glenis Willmott, Marina Yannakoudakis

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Miroslav Mikolášik, Alojz Peterle, Birgit Schnieber-Jastram, Renate Sommer, Bart Staes, Csaba Sándor Tabajdi, Michail Tremopoulos, Andrea Zanoni

(1)

Preparatory Study on Food Waste across the EU 27, Europese Commissie, Parijs 2010, blz. 11.

(2)

"Environment for Europeans" magazine, gepubliceerd door het directoraat-generaal Milieu van de Europese Commissie, Luxemburg 2011, blz. 8.

(3)

Aangenomen teksten P7_TA(2010)0264.


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (18.10.2011)

aan de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

inzake het voorkomen van voedselverspilling: strategieën voor een doelmatiger voedselvoorzieningsketen in de EU

(2011/2175(INI))

Rapporteur voor advies: Anna Maria Corazza Bildt

SUGGESTIES

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  benadrukt dat voedselverspilling ecologische en ethische vragen oproept en bovendien economische en sociale kosten met zich meebrengt die voor zowel ondernemingen als consumenten op de interne markt uitdagingen vormen;

2.  onderstreept dat politieke wil nodig is om het probleem van de voedselverspilling op te lossen; dringt erop aan dat de Commissie in de Europese politieke agenda prioriteit verleent aan alle onderwerpen die verband houden met de voedselverspilling; verzoekt de Commissie in overleg met de lidstaten streefdoelen vast te stellen voor het terugdringen van de voedselverspilling, en verzoekt de lidstaten en alle belanghebbenden praktische maatregelen te nemen om deze streefdoelen te bereiken;

3.  dringt erop aan dat de Commissie in samenwerking met de Wereldvoedselorganisatie gezamenlijke streefdoelen vaststelt voor het terugdringen van de voedselverspilling op wereldvlak;

4.  verwijst naar de bevindingen van de enquête van de Commissie (Consumer Empowerment in the EU - SEC(2011)0469) volgens welke 18% van de ondervraagde Europese burgers de vermelding "ten minste houdbaar tot" niet begrijpt; verzoekt daarom de Commissie en de lidstaten meer duidelijkheid te creëren omtrent de betekenis van de data op de etiketten ("ten minste houdbaar tot", "houdbaarheidsdatum" en "te gebruiken tot") enerzijds om de onzekerheid van de consument over de geschiktheid voor consumptie van levensmiddelen uit de weg te ruimen en anderzijds om het publiek te voorzien van nauwkeurige informatie, in casu over het feit dat de minimale houdbaarheidsdatum "ten minste houdbaar tot" verband houdt met de kwaliteit terwijl "te gebruiken tot" slaat op de voedselveiligheid, om op die manier de consumenten te helpen een oordeelkundige keuze te maken;

5.  wijst erop dat in de onlangs goedgekeurde verordening betreffende levensmiddeleninformatie ondubbelzinnig wordt bepaald dat levensmiddelen die verondersteld zijn gebruikt te worden voor een bepaalde datum beschouwd moeten worden als gevaarlijk indien zij na die datum worden geconsumeerd;

6.  dringt er bij de Commissie, de lidstaten en de belanghebbenden op aan steun te verlenen aan pedagogische en informatiemaatregelen - in eerste instantie gericht op schoolkinderen - die het voorkomen van voedselverspilling op het oog hebben en de consumenten helpen een bewuster gedrag te ontwikkelen en verantwoorde keuzes te maken, en die hun perceptie van de waarde van voedsel en van het belang van het zicht, de reuk en de smaak om te oordelen over de geschiktheid van bepaalde levensmiddelen voor consumptie versterken; steunt eveneens de uitvoering van praktische maatregelen in kantines van scholen, openbare besturen, publieke en private ondernemingen en Europese instellingen om voedselverspilling te voorkomen;

7.  verzoekt de Commissie een eventuele wijziging van de regels inzake openbare aanbestedingen te overwegen, in het bijzonder op het gebied van de cateringdiensten, teneinde het probleem van voedselverspilling beter onder controle te krijgen;

8.  roept alle belanghebbenden op meer gezamenlijke verantwoordelijkheid op zich te nemen; moedigt hen aan de coördinatie tussen de verschillende schakels in de voedselvoorzieningsketen te vergroten en de logistiek, het voorraadbeheer en de wijze waarop levensmiddelen worden verpakt te verbeteren, opdat in de hele keten voedselverkwisting kan worden voorkomen; verzoekt eveneens alle belanghebbenden zich bewust te worden van de voedingswaarde van landbouwproducten met afwijkende vorm of grootte en informatie daarover te verspreiden om de hoeveelheid producten die wordt weggegooid te verminderen;

9.  acht het van groot belang om te blijven investeren in innoverende productietechnologieën, zoals efficiënte technologieën voor verpakking en bewaring van levensmiddelen;

10. verzoekt de levensmiddelenindustrie en de andere belanghebbenden verschillende grootten van levensmiddelenverpakkingen voor te stellen, de voordelen te evalueren van het aanbieden van meer bulkproducten en meer rekening te houden met eenpersoonsgezinnen om voedselverspilling en bijgevolg de CO2-voetafdruk van de consumenten te beperken;

11. dringt er bij de detailhandel en de plaatselijke overheden op aan om de dagelijkse contacten met consumenten te benutten om hen voor te lichten over de manier waarop levensmiddelen het best kunnen worden bewaard en gebruikt en hen ertoe aan te moedigen hun voedselaankopen te plannen, bijvoorbeeld door bewustmakingscampagnes op te zetten; is van oordeel dat door middel van aanbiedingen vaker overtollige voorraden en levensmiddelen waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum bijna is verstreken maar nog steeds veilig geconsumeerd kunnen worden aan de man zouden kunnen worden gebracht, bijvoorbeeld door binnen 24 uur voor de uiterste houdbaarheidsdatum de prijs met de helft te verlagen;

12. verzoekt de Commissie in samenwerking met de lidstaten aanbevelingen te doen met betrekking tot koeltemperaturen, uitgaande van het gegeven dat een niet-optimale en onjuiste koelkasttemperatuur levensmiddelen vroegtijdig ongeschikt voor consumptie maakt en leidt tot onnodige verspilling; onderstreept dat harmonisatie van de koeltemperaturen gedurende de gehele voedselvoorzieningsketen de bewaring van levensmiddelen kan verbeteren en de voedselverspilling kan verminderen voor producten die grensoverschrijdend worden vervoerd en verkocht;

13. dringt er bij de Commissie op aan een gebruikersvriendelijke handleiding op te stellen over het gebruik van levensmiddelen waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum bijna is verstreken, waardoor de veiligheid van gedoneerde of voor diervoeding bestemde levensmiddelen kan worden gewaarborgd, en daarbij voort te bouwen op de beste praktijken onder de actoren binnen de voedselvoorzieningsketen, bijvoorbeeld om vraag en aanbod sneller en effectiever op elkaar te kunnen afstellen;

14. wijst erop dat het composteren van biologisch afbreekbare levensmiddelen een belangrijk alternatief is voor het vernietigen ervan; is ingenomen met bepaalde initiatieven van de lidstaten waarbij collectieve ruimten daarvoor aan het publiek worden aangeboden; verzoekt de Commissie deze aanpak aan te moedigen door uitwisseling van ervaringen en beste praktijken op Europese schaal te bevorderen;

15. dringt erop aan dat de lidstaten economische stimuli vaststelt met als doel voedselverspilling te beperken;

16. wijst erop dat de lidstaten hun afvalbeheer kunnen verbeteren en op die manier ertoe bijdragen de voedselketen efficiënter te maken; verzoekt de Commissie onderzoek te doen naar het verband tussen de kwaliteit van het afvalbeheer en de voedselverkwisting en na te denken over maatregelen die kunnen worden genomen op het vlak van afvalbeheer om het verloren gaan van levensmiddelen te beperken;

17. acht het mogelijk voedselverspilling te verminderen door het samenspel tussen consumenten, producenten, fabrikanten, kleinhandelaars, publieke cateraars, restaurants, overheidsinstanties en ngo's; suggereert hiertoe gebruik te maken van het internet en de nieuwe technologieën;

18. verzoekt de Commissie, de lidstaten en de belanghebbenden hun beste praktijken onderling uit te wisselen en daarbij gebruik te maken van de kennis van diverse fora en platforms, zoals het detailhandelsforum inzake duurzaamheid, de European Food Sustainable Consumption and Production Round Table (Europese ronde tafel voor duurzame voedselconsumptie en -productie), het forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen, het informele netwerk van lidstaten "Friends of Sustainable Food", het forum consumentengoederen, enz.;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

17.10.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Cristian Silviu Buşoi, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, António Fernando Correia De Campos, Jürgen Creutzmann, Cornelis de Jong, Christian Engström, Evelyne Gebhardt, Malcolm Harbour, Iliana Ivanova, Sandra Kalniete, Hans-Peter Mayer, Gianni Pittella, Mitro Repo, Robert Rochefort, Heide Rühle, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Ashley Fox, Anna Hedh, María Irigoyen Pérez, Othmar Karas, Constance Le Grip, Emma McClarkin, Antonyia Parvanova, Konstantinos Poupakis, Olga Sehnalová, Kyriacos Triantaphyllides, Anja Weisgerber


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.11.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Liam Aylward, José Bové, Luis Manuel Capoulas Santos, Michel Dantin, Paolo De Castro, Albert Deß, Herbert Dorfmann, Robert Dušek, Iratxe García Pérez, Sergio Gutiérrez Prieto, Martin Häusling, Esther Herranz García, Peter Jahr, Elisabeth Jeggle, Jarosław Kalinowski, Elisabeth Köstinger, George Lyon, Gabriel Mato Adrover, Mairead McGuinness, James Nicholson, Rareş-Lucian Niculescu, Georgios Papastamkos, Marit Paulsen, Britta Reimers, Ulrike Rodust, Czesław Adam Siekierski, Sergio Paolo Francesco Silvestris, Alyn Smith, Marc Tarabella, Janusz Wojciechowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Luís Paulo Alves, Salvatore Caronna, Spyros Danellis, Giovanni La Via, Astrid Lulling, Hans-Peter Mayer, Maria do Céu Patrão Neves, Valdemar Tomaševski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Anna Maria Corazza Bildt

Laatst bijgewerkt op: 6 december 2011Juridische mededeling