Procedure : 2012/0011(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0402/2013

Ingediende teksten :

A7-0402/2013

Debatten :

PV 11/03/2014 - 13
CRE 11/03/2014 - 13
PV 13/04/2016 - 15
CRE 13/04/2016 - 15

Stemmingen :

PV 12/03/2014 - 8.5
CRE 12/03/2014 - 8.5

Aangenomen teksten :


VERSLAG     ***I
PDF 3563kWORD 4748k
22 november 2013
PE 501.927v05-00 A7-0402/2013

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming)

(COM(2012)0011 – C7-0025/2012 – 2012/0011(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Jan Philipp Albrecht

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming)

(COM(2012)0011 – C7-0025/2012 – 2012/0011(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2012)0011),

–   gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 16, lid 2, en 114, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0025/2012),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Duitse Bondsraad, de Franse Senaat, de Italiaanse Kamer van Afgevaardigden en de Zweedse Rijksdag, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

–   na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–   gezien het advies van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming van 7 maart 2012,

–   gezien het advies van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten van 1 oktober 2012,

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie juridische zaken (A7-0402/2013),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) Deze verordening is niet van toepassing op vraagstukken met betrekking tot de bescherming van grondrechten en fundamentele vrijheden of het vrije verkeer van gegevens in verband met niet onder het EU-recht vallende activiteiten en betreft noch de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie, die onder Verordening (EG) nr. 45/200144 vallen, noch de gegevensverwerking die de lidstaten verrichten bij activiteiten in verband met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie.

(14) Deze verordening is niet van toepassing op vraagstukken met betrekking tot de bescherming van grondrechten en fundamentele vrijheden of het vrije verkeer van gegevens in verband met niet onder het EU-recht vallende activiteiten. Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad1 dient in overeenstemming te worden gebracht met deze verordening en in overeenstemming met deze verordening te worden toegepast.

____________

______________

44 PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

1 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Deze verordening dient niet van toepassing te zijn op de verwerking van persoonsgegevens van louter persoonlijke of huishoudelijke aard, zoals correspondentie of adressenbestanden, door een natuurlijke persoon, wanneer deze verwerking zonder commercieel belang wordt verricht en dus geen enkel verband houdt met een beroeps- of handelsactiviteit. De uitzondering dient evenmin te gelden voor de voor de verwerking verantwoordelijken en de verwerkers die de middelen verschaffen voor de verwerking van persoonsgegevens voor dergelijke persoonlijke of huishoudelijke activiteiten.

(15) Deze verordening dient niet van toepassing te zijn op de verwerking van persoonsgegevens van louter persoonlijke, familiegerelateerde of huishoudelijke aard, zoals correspondentie of adressenbestanden of een particuliere verkoop, door een natuurlijke persoon, wanneer deze verwerking geen enkel verband houdt met een beroeps- of handelsactiviteit. Deze verordening dient evenwel te gelden voor de voor de verwerking verantwoordelijken of de verwerkers die de middelen verschaffen voor de verwerking van persoonsgegevens voor dergelijke persoonlijke of huishoudelijke activiteiten.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Deze verordening biedt de mogelijkheid om bij de toepassing van de daarin vastgelegde voorschriften rekening te houden met het beginsel van het recht van toegang van het publiek tot officiële documenten.

(18) Deze verordening biedt de mogelijkheid om bij de toepassing van de daarin vastgelegde voorschriften rekening te houden met het beginsel van het recht van toegang van het publiek tot officiële documenten. Persoonsgegevens in documenten die worden bijgehouden door een overheidsinstantie of –orgaan mogen door die instantie of dat orgaan worden bekendgemaakt in overeenstemming met de EU-wetgeving of de wetgeving van de lidstaat betreffende het recht van toegang van het publiek tot officiële documenten, waardoor het recht van gegevensbescherming wordt verzoend met het recht van toegang van het publiek tot officiële documenten en er wordt gezorgd voor een billijk evenwicht van de uiteenlopende betrokken belangen.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Om te waarborgen dat personen niet worden uitgesloten van de bescherming waarop zij krachtens deze verordening recht hebben, dient op de verwerking van persoonsgegevens van in de Unie wonende betrokkenen door een niet in de Unie gevestigde verwerker deze verordening van toepassing te zijn wanneer de verwerking verband houdt met het aanbieden van goederen of diensten aan dergelijke betrokkenen of met het observeren van hun gedrag.

(20) Om te waarborgen dat personen niet worden uitgesloten van de bescherming waarop zij krachtens deze verordening recht hebben, dient op de verwerking van persoonsgegevens van in de Unie wonende betrokkenen door een niet in de Unie gevestigde verwerker deze verordening van toepassing te zijn wanneer de verwerking verband houdt met het aanbieden van goederen of diensten, ongeacht of deze verband houden met een betaling of niet, aan dergelijke betrokkenen of met het observeren van die betrokkenen. Om te bepalen of een dergelijke voor de verwerking verantwoordelijke goederen of diensten aan dergelijke betrokkenen in de Unie aanbiedt, moet worden nagegaan of de voor de verwerking verantwoordelijke klaarblijkelijk voornemens is diensten aan te bieden aan betrokkenen die in één of meer lidstaten in de Unie wonen.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Om uit te maken of een verwerking kan worden beschouwd als “observeren/volgen van gedrag van betrokkenen, dient te worden vastgesteld of natuurlijke personen op het internet worden gevolgd met gegevensverwerkingstechnieken waarbij een “profiel” op een natuurlijke persoon wordt toegepast, in het bijzonder om besluiten over hem te nemen of om zijn persoonlijke voorkeuren, gedragingen en attitudes te analyseren of te voorspellen.

(21) Om uit te maken of een verwerking kan worden beschouwd als "observeren" van betrokkenen, dient te worden vastgesteld of natuurlijke personen worden gevolgd, ongeacht de oorsprong van de gegevens, dan wel of andere gegevens over hen worden verzameld, met inbegrip van gegevens uit openbare registers en aankondigingen in de Unie die toegankelijk zijn buiten de Unie, met de bedoeling om meteen, of eventueel achteraf gegevensverwerkingstechnieken te gebruiken waarbij een "profiel" op een natuurlijke persoon wordt toegepast, in het bijzonder om besluiten over hem te nemen of om zijn persoonlijke voorkeuren, gedragingen en attitudes te analyseren of te voorspellen.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) De beschermingsbeginselen moeten voor elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare persoon gelden. Om te bepalen of een persoon identificeerbaar is, dienen alle middelen in aanmerking te worden genomen waarvan redelijkerwijs te verwachten valt dat zij door de voor de verwerking verantwoordelijke, of door ieder ander worden gebruikt om de persoon te identificeren. De beschermingsbeginselen dienen niet van toepassing te zijn op gegevens die zodanig anoniem zijn gemaakt dat de persoon op wie die gegevens betrekking hebben, niet meer identificeerbaar is.

(23) De beginselen van gegevensbescherming moeten voor elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon gelden. Om te bepalen of een persoon identificeerbaar is, dienen alle middelen in aanmerking te worden genomen waarvan redelijkerwijs te verwachten valt dat zij door de voor de verwerking verantwoordelijke, of door ieder ander worden gebruikt om de persoon direct of indirect te identificeren of uit te kiezen. Om uit te maken of van middelen redelijkerwijs te verwachten valt dat zij zullen worden gebruikt om de persoon te identificeren, dienen alle objectieve factoren, zoals de kosten van en de tijd benodigd voor identificatie, in aanmerking te worden genomen, rekening houdend met de beschikbare technologie op het tijdstip van verwerking en de technologische ontwikkeling. De beschermingsbeginselen dienen bijgevolg niet van toepassing te zijn op anonieme gegevens, aangezien het in dit geval niet gaat om gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Deze verordening heeft derhalve geen betrekking op de verwerking van dergelijke anonieme gegevens, onder meer voor statistische en onderzoeksdoeleinden.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) Bij het gebruik van onlinediensten kunnen natuurlijke personen worden gekoppeld aan online-identificatiemiddelen via hun apparatuur, applicaties, instrumenten en protocollen, zoals internetprotocol (IP)-adressen en identificatiecookies. Dit kan sporen achterlaten die, in combinatie met unieke identificatoren en andere door de servers ontvangen informatie, kunnen worden gebruikt om profielen op te stellen van personen en personen te herkennen. Identificatienummers, locatiegegevens, online-identificatiemiddelen en andere specifieke factoren hoeven dus niet onder alle omstandigheden als persoonsgegevens te worden beschouwd.

(24) Deze verordening dient van toepassing te zijn op verwerking waarbij identificatiemiddelen betrokken zijn via apparatuur, applicaties, instrumenten en protocollen, zoals internetprotocol (IP)-adressen en identificatiecookies en radiofrequentie-identificatietags, tenzij deze identificatiemiddelen geen betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25) Toestemming dient uitdrukkelijk te worden gegeven op elke passende wijze die de gebruiker in staat stelt door middel van hetzij een verklaring, hetzij een ondubbelzinnige, actieve handeling vrijelijk een specifieke en geïnformeerde indicatie te geven omtrent zijn wensen, teneinde te waarborgen dat personen er zich bewust van zijn dat zij toestemming geven voor de verwerking van persoonsgegevens, bijvoorbeeld door bij een bezoek aan een internetwebsite op een vakje te klikken, of door een andere verklaring of een andere handeling waaruit in dit verband duidelijk blijkt dat de betrokkene instemt met de voorgestelde verwerking van zijn persoonsgegevens. Stilte of inactiviteit dient derhalve niet als toestemming te gelden. De toestemming dient te gelden voor alle verwerkingsactiviteiten die hetzelfde doel of dezelfde doelen dienen. Indien de betrokkene zijn toestemming moet geven na een elektronisch verzoek, dient dat verzoek duidelijk en beknopt te zijn en niet onnodig storend voor het gebruik van de betrokken dienst.

(25) Toestemming dient uitdrukkelijk te worden gegeven op elke passende wijze die de gebruiker in staat stelt door middel van hetzij een verklaring, hetzij een ondubbelzinnige, actieve handeling op basis van een keuze vrijelijk een specifieke en geïnformeerde indicatie te geven omtrent zijn wensen, teneinde te waarborgen dat personen er zich bewust van zijn dat zij toestemming geven voor de verwerking van persoonsgegevens. Ondubbelzinnige, actieve handelingen omvatten het bij een bezoek aan een internetwebsite op een vakje klikken, of een andere verklaring of een andere handeling waaruit in dit verband duidelijk blijkt dat de betrokkene instemt met de voorgestelde verwerking van zijn persoonsgegevens. Stilte, het louter gebruiken van een dienst of inactiviteit dient derhalve niet als toestemming te gelden. De toestemming dient te gelden voor alle verwerkingsactiviteiten die hetzelfde doel of dezelfde doelen dienen. Indien de betrokkene zijn toestemming moet geven na een elektronisch verzoek, dient dat verzoek duidelijk en beknopt te zijn en niet onnodig storend voor het gebruik van de betrokken dienst.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29) Kinderen verdienen met betrekking tot hun persoonsgegevens extra bescherming, aangezien zij zich allicht minder bewust zijn van de risico’s, gevolgen, beschermingsmaatregelen en rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens. Voor de vaststelling of een persoon een kind is, dient in deze verordening de in het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind vervatte definitie te worden overgenomen.

(29) Kinderen verdienen met betrekking tot hun persoonsgegevens extra bescherming, aangezien zij zich allicht minder bewust zijn van de risico's, gevolgen, beschermingsmaatregelen en rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens. Wanneer de verwerking plaatsvindt op grond van toestemming van de betrokkene in verband met het rechtstreeks aanbieden van goederen of diensten aan kinderen, dient toestemming te worden gegeven of machtiging tot toestemming te worden verleend door de ouder of voogd van het kind wanneer het kind jonger dan 13 jaar is. Wanneer kinderen de doelgroep zijn, dient op de leeftijd afgestemde taal te worden gebruikt. Andere grondslagen voor rechtmatige verwerking zoals redenen van algemeen belang moeten van toepassing blijven, bijvoorbeeld voor verwerking in de context van preventieve of adviseringsdiensten die rechtstreeks aan het kind worden aangeboden.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31) Voor rechtmatige verwerking van persoonsgegevens is toestemming van de betrokkene vereist of een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet, hetzij in deze verordening, hetzij in andere wetgeving van de Unie of van de lidstaten als bedoeld in deze verordening.

(31) Voor rechtmatige verwerking van persoonsgegevens is toestemming van de betrokkene vereist of een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet, hetzij in deze verordening, hetzij in andere wetgeving van de Unie of van de lidstaten als bedoeld in deze verordening. Indien een kind of een persoon niet handelingsbekwaam is, dient in de wetgeving van de Unie of de lidstaten te zijn vastgesteld onder welke voorwaarden de betreffende persoon zijn toestemming geeft of machtiging tot toestemming verleent.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32) Wanneer de verwerking plaatsvindt op grond van toestemming van de betrokkene, dient het bewijs dat de betrokkene toestemming heeft gegeven voor de verwerking te worden geleverd door de voor de verwerking verantwoordelijke. Met name in de context van een schriftelijke verklaring over een andere zaak dient te worden gewaarborgd dat de betrokkene zich ervan bewust is dat hij toestemming geeft en hoever deze toestemming reikt.

(32) Wanneer de verwerking plaatsvindt op grond van toestemming van de betrokkene, dient het bewijs dat de betrokkene toestemming heeft gegeven voor de verwerking te worden geleverd door de voor de verwerking verantwoordelijke. Met name in de context van een schriftelijke verklaring over een andere zaak dient te worden gewaarborgd dat de betrokkene zich ervan bewust is dat hij toestemming geeft en hoever deze toestemming reikt. Om te voldoen aan het beginsel van gegevensminimalisering mag de bewijslevering niet worden geïnterpreteerd als het verstrekken van de positieve identificatie van betrokkenen, tenzij dit noodzakelijk is. Net als bij regelingen in het burgerlijk recht (bijvoorbeeld Richtlijn 93/13/EEG1) moet het beleid inzake gegevensbescherming zo duidelijk en transparant mogelijk zijn. Het mag geen verborgen of nadelige bepalingen bevatten. Er kan geen toestemming worden gegeven voor de verwerking van persoonsgegevens van derden.

 

1 Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95 van 21.4.1993, blz. 29).

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33) Om te waarborgen dat het om vrije toestemming gaat, dient duidelijk te worden gemaakt dat toestemming geen geldige rechtsgrondslag is wanneer de betrokkene geen echte vrije keuze heeft en zijn toestemming derhalve niet kan weigeren of intrekken zonder nadelige gevolgen.

(33) Om te waarborgen dat het om vrije toestemming gaat, dient duidelijk te worden gemaakt dat toestemming geen geldige rechtsgrondslag is wanneer de betrokkene geen echte vrije keuze heeft en zijn toestemming derhalve niet kan weigeren of intrekken zonder nadelige gevolgen. Dit is met name het geval indien de voor de verwerking verantwoordelijke een overheidsinstantie is die krachtens haar overheidsbevoegdheden een verplichting kan opleggen en de toestemming niet kan worden beschouwd als uit vrije wil gegeven. Het gebruik van standaardkeuzes die de betrokkene dient te wijzigen om bezwaar te maken tegen de verwerking, zoals het gebruik van reeds aangekruiste vakjes, is geen uiting van vrije toestemming. Toestemming voor de verwerking van aanvullende persoonsgegevens die niet noodzakelijk zijn voor het verlenen van een dienst mag niet vereist zijn voor het gebruiken van de dienst. Wanneer de toestemming wordt ingetrokken, mag dit de beëindiging of niet-uitvoering van een dienst die afhankelijk is van de gegevens mogelijk maken. Als niet duidelijk kan worden vastgesteld wanneer het voorgenomen doel is verwezenlijkt, moet de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene regelmatig informatie verstrekken over de verwerking en verzoeken zijn toestemming opnieuw te bevestigen.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34) Toestemming kan geen rechtsgrondslag voor verwerking zijn wanneer er sprake is van een duidelijke onevenwichtigheid tussen de betrokkene en de voor de verwerking verantwoordelijke. Dit is met name het geval wanneer de betrokkene zich in een situatie van afhankelijkheid jegens de voor de verwerking verantwoordelijke bevindt, bijvoorbeeld als zijn persoonsgegevens worden verwerkt door zijn werkgever. Wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke een overheidsinstantie is, zou er alleen sprake zijn van een onevenwichtigheid bij specifieke gegevensverwerkingsoperaties als deze overheidsinstantie krachtens haar overheidsbevoegdheden een verplichting kan opleggen en de toestemming niet kan worden beschouwd als uit vrije wil gegeven, gelet op het belang van de betrokkene.

Schrappen

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36) Wanneer de verwerking wordt verricht omdat de voor de verwerking verantwoordelijke hiertoe wettelijk is verplicht of wanneer de verwerking nodig is voor de vervulling van een taak van algemeen belang dan wel voor een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag, dient de verwerking een rechtsgrondslag te hebben in de EU-wetgeving of in een wet van de lidstaat die voldoet aan de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie vervatte vereisten voor beperkingen van de rechten en vrijheden. Ook dient in de wetgeving van de Unie of de lidstaten te worden vastgesteld of de voor de verwerking verantwoordelijke die belast is met een taak van algemeen belang dan wel met een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag een overheidsdienst of een andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon, zoals een beroepsvereniging, moet zijn.

(36) Wanneer de verwerking wordt verricht omdat de voor de verwerking verantwoordelijke hiertoe wettelijk is verplicht of wanneer de verwerking nodig is voor de vervulling van een taak van algemeen belang dan wel voor een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag, dient de verwerking een rechtsgrondslag te hebben in de EU-wetgeving of in een wet van de lidstaat die voldoet aan de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie vervatte vereisten voor beperkingen van de rechten en vrijheden. Dit moet collectieve overeenkomsten omvatten die in het nationaal recht kunnen worden erkend als algemeen geldend. Ook dient in de wetgeving van de Unie of de lidstaten te worden vastgesteld of de voor de verwerking verantwoordelijke die belast is met een taak van algemeen belang dan wel met een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag een overheidsdienst of een andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon, zoals een beroepsvereniging, moet zijn.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38) Het gerechtvaardigde belang van een voor de verwerking verantwoordelijke kan een rechtsgrondslag voor verwerking bieden, mits het belang of de rechten en vrijheden van de betrokkene niet prevaleren. Hierbij is een zorgvuldige beoordeling geboden, met name wanneer de betrokkene een kind is, aangezien kinderen specifieke bescherming verdienen. De betrokkene dient het recht te hebben kosteloos bezwaar te maken tegen de verwerking op gronden die verband houden met zijn bijzondere situatie. Om transparantie te waarborgen dient de voor de verwerking verantwoordelijke te worden verplicht de betrokkene uitdrukkelijk over de gerechtvaardigde belangen die worden nagestreefd en het recht van bezwaar te informeren, en ook te worden verplicht deze gerechtvaardigde belangen te staven. Aangezien het aan de wetgever is om de rechtsgrondslag te creëren voor gegevensverwerking door overheidsinstanties, dient deze rechtsgrond niet van toepassing te zijn op de verwerking door overheidsinstanties in het kader van de uitvoering van hun taken.

(38) Het gerechtvaardigde belang van de voor de verwerking verantwoordelijke of, in geval van verstrekking, van de derden waaraan de gegevens worden verstrekt, kan een rechtsgrondslag voor verwerking bieden, mits wordt voldaan aan de redelijke verwachtingen van de betrokkene op basis van zijn of haar verhouding met de voor de verwerking verantwoordelijke en mits het belang of de rechten en vrijheden van de betrokkene niet prevaleren. Hierbij is een zorgvuldige beoordeling geboden, met name wanneer de betrokkene een kind is, aangezien kinderen specifieke bescherming verdienen. Mits het belang of de rechten en vrijheden van de betrokkene niet prevaleren, dient verwerking die beperkt is tot pseudonieme gegevens te worden geacht te voldoen aan de redelijke verwachtingen van de betrokkene op basis van zijn of haar verhouding met de voor de verwerking verantwoordelijke. De betrokkene dient het recht te hebben kosteloos bezwaar te maken tegen de verwerking. Om transparantie te waarborgen dient de voor de verwerking verantwoordelijke te worden verplicht de betrokkene uitdrukkelijk over de gerechtvaardigde belangen die worden nagestreefd en het recht van bezwaar te informeren, en ook te worden verplicht deze gerechtvaardigde belangen te staven. De belangen en grondrechten van de betrokkene wegen met name zwaarder dan het belang van de voor de verwerking verantwoordelijke wanneer persoonsgegevens worden verwerkt in omstandigheden waarin de betrokkenen redelijkerwijs geen verdere verwerking verwachten. Aangezien het aan de wetgever is om de rechtsgrondslag te creëren voor gegevensverwerking door overheidsinstanties, dient deze rechtsgrond niet van toepassing te zijn op de verwerking door overheidsinstanties in het kader van de uitvoering van hun taken.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39) De verwerking van verkeersgegevens voor zover die strikt noodzakelijk is met het oog op netwerk- en informatieveiligheid, d.w.z. dat een netwerk of informatiesysteem op een bepaald vertrouwelijkheidsniveau bestand is tegen incidentele gebeurtenissen of onwettige of kwaadaardige acties die de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid van opgeslagen of doorgegeven gegevens in het gedrang brengen, en de beveiliging van de desbetreffende diensten die door deze netwerken en systemen worden geboden of via deze toegankelijk zijn, door overheidsinstanties, responsteams voor computernoodgevallen (Computer Emergency Response Teams, CERTs), computercalamiteitenteams (Computer Security Incident Response Teams, CSIRTs) aanbieders van elektronische communicatienetwerken of –diensten en aanbieders van beveiligingstechnologie en -diensten, is een gerechtvaardigd belang van de voor de verwerking verantwoordelijke. Zo kan er bijvoorbeeld sprake zijn van het verhinderen van onbevoegde toegang tot elektronischecommunicatienetwerken en van verspreiding van kwaadaardige codes, alsook van het stoppen van „denial of service”- aanvallen en van schade aan computers en elektronischecommunicatiesystemen.

(39) De verwerking van verkeersgegevens voor zover die strikt noodzakelijk en evenredig is met het oog op netwerk- en informatieveiligheid, d.w.z. dat een netwerk of informatiesysteem bestand is tegen incidentele gebeurtenissen of onwettige of kwaadaardige acties die de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid van opgeslagen of doorgegeven gegevens in het gedrang brengen, en de beveiliging van de desbetreffende diensten die door deze netwerken en systemen worden geboden of via deze toegankelijk zijn, door overheidsinstanties, responsteams voor computernoodgevallen (Computer Emergency Response Teams, CERT's), computercalamiteitenteams (Computer Security Incident Response Teams, CSIRT's) aanbieders van elektronische communicatienetwerken of –diensten en aanbieders van beveiligingstechnologie en -diensten, is een gerechtvaardigd belang van de voor de verwerking verantwoordelijke. Zo kan er bijvoorbeeld sprake zijn van het verhinderen van onbevoegde toegang tot elektronischecommunicatienetwerken en van verspreiding van kwaadaardige codes, alsook van het stoppen van „denial of service”- aanvallen en van schade aan computers en elektronischecommunicatiesystemen. Dit beginsel is eveneens van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens om onbevoegde toegang tot en misbruik van algemeen beschikbare netwerk- of informatiesystemen te beperken, zoals het op een zwarte lijst plaatsen van elektronische identificatiemiddelen.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Overweging 39 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 bis) Mits het belang of de rechten en vrijheden van de betrokkene niet prevaleren, moet de preventie of beperking van vorderingen aan de zijde van de voor de verwerking verantwoordelijke worden geacht te worden uitgevoerd in het gerechtvaardigde belang van de voor de verwerking verantwoordelijke of, in geval van verstrekking, van de derden waaraan de gegevens worden verstrekt, en te voldoen aan de redelijke verwachtingen van de betrokkene op basis van zijn of haar verhouding met de voor de verwerking verantwoordelijke. Hetzelfde beginsel geldt ook voor de toepassing van rechtsvorderingen tegen een betrokkene, zoals de inning van schulden of vorderingen tot schadevergoeding en andere vormen van genoegdoening.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Overweging 39 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 ter) Mits het belang of de rechten en vrijheden van de betrokkene niet prevaleren, moet de verwerking van persoonsgegevens voor direct marketing-doeleinden voor eigen en soortgelijke producten en diensten of ten behoeve van direct marketing per post worden geacht te worden uitgevoerd in het gerechtvaardigde belang van de voor de verwerking verantwoordelijke of, in geval van verstrekking, van de derden waaraan de gegevens worden verstrekt, en te voldoen aan de redelijke verwachtingen van de betrokkene op basis van zijn of haar verhouding met de voor de verwerking verantwoordelijke, indien uiterst zichtbare informatie over het recht op bezwaar en over de bron van de gegevens wordt verstrekt. De verwerking van zakelijke contactgegevens moet algemeen worden geacht te worden uitgevoerd in het gerechtvaardigde belang van de voor de verwerking verantwoordelijke of, in geval van verstrekking, van de derden waaraan de gegevens worden verstrekt, en te voldoen aan de redelijke verwachtingen van de betrokkene op basis van zijn of haar verhouding met de voor de verwerking verantwoordelijke. Hetzelfde moet gelden voor de verwerking van persoonsgegevens die duidelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40) De verwerking van persoonsgegevens voor andere doeleinden dient alleen te worden toegestaan als de verwerking verenigbaar is met de doeleinden waarvoor de gegevens in eerste instantie zijn verzameld, met name wanneer de verwerking nodig is voor historisch, statistisch of wetenschappelijk onderzoek. Wanneer het andere doeleinde niet verenigbaar is met het doeleinde waarvoor de gegevens aanvankelijk zijn verzameld, dient de voor de verwerking verantwoordelijke toestemming van de betrokkene te verkrijgen voor de verwerking voor dit andere doeleinde of de verwerking op een andere rechtsgrondslag te baseren, in het bijzonder wanneer hierin wordt voorzien door de wetgeving van de Unie of door de wetgeving van de lidstaat waaraan de voor de verwerking verantwoordelijke onderworpen is. Er dient in ieder geval voor te worden gezorgd dat de in deze verordening vervatte beginselen worden toegepast en dat de betrokkene wordt geïnformeerd over dergelijke andere doeleinden.

Schrappen

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41) Persoonsgegevens die door hun aard bijzonder gevoelig en kwetsbaar zijn wat betreft de grondrechten of de persoonlijke levenssfeer, verdienen specifieke bescherming. Dergelijke gegevens dienen niet te worden verwerkt, tenzij de betrokkene hier uitdrukkelijk toestemming voor geeft. Niettemin dient uitdrukkelijk in uitzonderingen op dit verbod te worden voorzien met het oog op specifieke behoeften, met name wanneer de verwerking wordt verricht in het kader van wettige activiteiten door bepaalde verenigingen of stichtingen die ernaar streven de uitoefening van de fundamentele vrijheden mogelijk te maken.

Schrappen

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(42) Er dient ook van het verbod op de verwerking van categorieën gevoelige gegevens te kunnen worden afgeweken, indien de wet hierin voorziet en er passende waarborgen worden geboden ter bescherming van persoonsgegevens en andere grondrechten, op grond van een zwaarwegend algemeen belang en in het bijzonder voor gezondheidsdoeleinden, zoals volksgezondheid en sociale bescherming en het beheer van gezondheidsdiensten, met name om de kwaliteit en kostenefficiëntie te waarborgen van de procedures voor de afwikkeling van aanvragen voor uitkeringen en diensten in het kader van de ziektekostenverzekering of voor historisch, statistisch en wetenschappelijk onderzoek.

(42) Er dient ook van het verbod op de verwerking van categorieën gevoelige gegevens te kunnen worden afgeweken, indien de wet hierin voorziet en er passende waarborgen worden geboden ter bescherming van persoonsgegevens en andere grondrechten, op grond van een zwaarwegend algemeen belang en in het bijzonder voor gezondheidsdoeleinden, zoals volksgezondheid en sociale bescherming en het beheer van gezondheidsdiensten, met name om de kwaliteit en kostenefficiëntie te waarborgen van de procedures voor de afwikkeling van aanvragen voor uitkeringen en diensten in het kader van de ziektekostenverzekering, voor historisch, statistisch en wetenschappelijk onderzoek, of voor archiefdiensten.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Overweging 45

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(45) Wanneer de door de voor de verwerking verantwoordelijke in de door hem verwerkte gegevens geen natuurlijk persoon kan identificeren, hoeft hij niet te worden verplicht om, uitsluitend om aan een bepaling van deze verordening te voldoen, aanvullende informatie te verkrijgen ter identificatie van de betrokkene. Bij een verzoek om toegang moet de voor de verwerking verantwoordelijke bevoegd zijn de betrokkene aanvullende informatie te vragen om de gezochte persoonsgegevens te kunnen vinden.

(45) Wanneer de door de voor de verwerking verantwoordelijke in de door hem verwerkte gegevens geen natuurlijk persoon kan identificeren, hoeft hij niet te worden verplicht om, uitsluitend om aan een bepaling van deze verordening te voldoen, aanvullende informatie te verkrijgen ter identificatie van de betrokkene. Bij een verzoek om toegang moet de voor de verwerking verantwoordelijke bevoegd zijn de betrokkene aanvullende informatie te vragen om de gezochte persoonsgegevens te kunnen vinden. Als de betrokkene deze gegevens kan verstrekken, mogen de voor de verwerking verantwoordelijken niet over de mogelijkheid beschikken om een gebrek aan informatie in te roepen als reden om een verzoek om toegang te weigeren.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47) Er dienen procedures te worden vastgesteld om de betrokkene in staat te stellen zijn rechten uit hoofde van deze verordening uit te oefenen, zoals mechanismen om kosteloos te verzoeken om, met name, toegang tot gegevens, rectificatie, uitwissing en uitoefening van het recht van bezwaar. De voor de verwerking verantwoordelijke dient verplicht te zijn binnen een gestelde termijn te reageren op een verzoek van de betrokkene en een eventuele weigering om gehoor te geven aan het verzoek van de betrokkene te motiveren.

(47) Er dienen procedures te worden vastgesteld om de betrokkene in staat te stellen zijn rechten uit hoofde van deze verordening uit te oefenen, zoals mechanismen om kosteloos toegang tot gegevens, rectificatie, uitwissing en uitoefening van het recht van bezwaar te krijgen. De voor de verwerking verantwoordelijke dient verplicht te zijn binnen een redelijke termijn te reageren op een verzoek van de betrokkene en een eventuele weigering om gehoor te geven aan het verzoek van de betrokkene te motiveren.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48) Overeenkomstig de beginselen van eerlijke en transparante verwerking dient de betrokkene met name te worden ingelicht over het feit dat er verwerking plaatsvindt en waartoe, en te worden gewezen op de bewaringstermijn van de gegevens, het recht van toegang, rectificatie of uitwissing, en het recht een klacht in te dienen. Indien de gegevens van de betrokkene moeten worden verkregen, dient hem te worden medegedeeld of hij verplicht is de gegevens te verstrekken en wat de gevolgen zijn van niet-verstrekking van de gegevens.

(48) Overeenkomstig de beginselen van eerlijke en transparante verwerking dient de betrokkene met name te worden ingelicht over het feit dat er verwerking plaatsvindt en waartoe, over hoe lang de gegevens waarschijnlijk zullen worden bewaard voor elk doeleinde, over de vraag of de gegevens worden doorgegeven aan derden of derde landen, over het bestaan van mogelijkheden om bezwaar aan te tekenen en over het recht van toegang, rectificatie of uitwissing, en het recht een klacht in te dienen. Indien de gegevens van de betrokkene moeten worden verkregen, dient hem te worden medegedeeld of hij verplicht is de gegevens te verstrekken en wat de gevolgen zijn van niet-verstrekking van de gegevens. Deze informatie dient te worden verstrekt, wat eveneens kan betekenen dat ze ruim beschikbaar moet worden gesteld, aan de betrokkene na de verstrekking van vereenvoudigde informatie in de vorm van gestandaardiseerde icoontjes. Dit betekent eveneens dat persoonsgegevens dusdanig moeten worden verwerkt dat de betrokkene in staat is zijn rechten daadwerkelijk uit te oefenen.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Overweging 50

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(50) Deze verplichting is echter overbodig wanneer de betrokkene al over deze informatie beschikt, of wanneer de vastlegging of mededeling van de gegevens uitdrukkelijk bij wet is voorgeschreven of de verstrekking van informatie aan de betrokkene onmogelijk blijkt of onevenredig veel moeite zou kosten. Dit laatste zou met name het geval kunnen zijn wanneer verwerking nodig is voor historisch, statistisch of wetenschappelijk onderzoek; hierbij mag in aanmerking worden genomen om hoeveel betrokkenen het gaat, hoe oud de gegevens zijn en welke compenserende maatregelen kunnen worden getroffen.

(50) Deze verplichting is echter overbodig wanneer de betrokkene al op de hoogte is van deze informatie, of wanneer de vastlegging of mededeling van de gegevens uitdrukkelijk bij wet is voorgeschreven of de verstrekking van informatie aan de betrokkene onmogelijk blijkt of onevenredig veel moeite zou kosten.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Overweging 51

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(51) Eenieder dient over het recht te beschikken om toegang te verkrijgen tot de gegevens die betreffende hem zijn verzameld en dit recht eenvoudig te kunnen uitoefenen, zodat hij zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en zich van de rechtmatigheid ervan kan vergewissen. Elke betrokkene dient er dan ook recht op te hebben, te weten en te worden meegedeeld voor welke doeleinden de gegevens worden verwerkt, hoe lang zij worden bewaard, welke ontvangers de gegevens ontvangen, welke logica er ten grondslag ligt aan de verwerking van de gegevens en, ten minste wanneer de verwerking op profilering is gebaseerd, wat de gevolgen zouden kunnen zijn van een dergelijke verwerking. Dit recht dient geen afbreuk te doen aan de rechten en vrijheden van anderen, met inbegrip van het zakengeheim of de intellectuele eigendom en met name aan het auteursrecht dat de software beschermt. Deze overwegingen mogen er echter niet toe leiden dat de betrokkene alle informatie wordt onthouden.

(51) Eenieder dient over het recht te beschikken om toegang te verkrijgen tot de gegevens die betreffende hem zijn verzameld en dit recht eenvoudig te kunnen uitoefenen, zodat hij zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en zich van de rechtmatigheid ervan kan vergewissen. Elke betrokkene dient er dan ook recht op te hebben, te weten en te worden meegedeeld voor welke doeleinden de gegevens worden verwerkt, hoe lang zij naar schatting worden bewaard, welke ontvangers de gegevens ontvangen, welke algemene logica er ten grondslag ligt aan de verwerking van de gegevens en wat de gevolgen zouden kunnen zijn van een dergelijke verwerking. Dit recht dient geen afbreuk te doen aan de rechten en vrijheden van anderen, met inbegrip van het zakengeheim of de intellectuele eigendom, bijvoorbeeld met betrekking tot het auteursrecht dat de software beschermt. Deze overwegingen mogen er echter niet toe leiden dat de betrokkene alle informatie wordt onthouden.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Overweging 53

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(53) Eenieder dient het recht te hebben persoonsgegevens over zichzelf te laten rectificeren en het “recht om te worden vergeten, als het bewaren van dergelijke gegevens niet in overeenstemming is met deze verordening. Betrokkenen dienen met name het recht te hebben dat hun persoonsgegevens worden uitgewist en niet verder worden verwerkt als de gegevens niet langer nodig zijn voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of anderszins verwerkt, als de betrokkenen hun toestemming voor de verwerking hebben ingetrokken of bezwaar maken tegen de verwerking van hun persoonsgegevens, of als de verwerking van hun persoonsgegevens op een ander punt niet met deze verordening in overeenstemming is. Dit recht is uitermate relevant wanneer de betrokkene toestemming heeft gegeven als kind, toen hij zich nog niet volledig bewust was van de risico’s van verwerking, en dergelijke persoonsgegevens later wil verwijderen, met name van het internet. Gegevens dienen echter langer te kunnen worden bewaard als dit nodig is voor historisch, statistisch en wetenschappelijk onderzoek, om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid, voor de uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting, wanneer de wet dit voorschrijft of wanneer er een reden is om de verwerking van gegevens te beperken in plaats van de gegevens te wissen.

(53) Eenieder dient het recht te hebben persoonsgegevens over zichzelf te laten rectificeren en het "recht om te wissen" als het bewaren van dergelijke gegevens niet in overeenstemming is met deze verordening. Betrokkenen dienen met name het recht te hebben dat hun persoonsgegevens worden uitgewist en niet verder worden verwerkt als de gegevens niet langer nodig zijn voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of anderszins verwerkt, als de betrokkenen hun toestemming voor de verwerking hebben ingetrokken of bezwaar maken tegen de verwerking van hun persoonsgegevens, of als de verwerking van hun persoonsgegevens op een ander punt niet met deze verordening in overeenstemming is. Gegevens dienen echter langer te kunnen worden bewaard als dit nodig is voor historisch, statistisch en wetenschappelijk onderzoek, om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid, voor de uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting, wanneer de wet dit voorschrijft of wanneer er een reden is om de verwerking van gegevens te beperken in plaats van de gegevens te wissen. Het recht om gegevens te laten wissen moet ook niet van toepassing zijn indien het bewaren van persoonsgegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van een contract met de betrokkene, of indien er een wettelijke verplichting bestaat om deze gegevens te bewaren.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Overweging 54

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(54) Ter versterking van het “recht om te worden vergeten” door onlinetoepassingen, dient het recht op uitwissing van gegevens zodanig te worden uitgebreid, dat de voor de verwerking verantwoordelijke die de persoonsgegevens openbaar heeft gemaakt, verplicht is derden die dergelijke gegevens verwerken, ervan op de hoogte te stellen dat de betrokkene hun verzoekt iedere koppeling met, of kopie of reproductie van die persoonsgegevens uit te wissen. De voor de verwerking verantwoordelijke dient alle redelijke maatregelen te nemen, waaronder technische maatregelen, om te waarborgen dat voor gegevens waarvan de openbaarmaking zijn verantwoordelijkheid is, deze derden daadwerkelijk worden geïnformeerd. Ten aanzien van openbaarmaking van persoonsgegevens door een derde dient de voor de verwerking verantwoordelijke te worden beschouwd als verantwoordelijk voor de openbaarmaking als hij de derde toestemming heeft verleend voor de openbaarmaking.

(54) Ter versterking van het "recht om gegevens te laten wissen" door onlinetoepassingen, dient het recht op uitwissing van gegevens zodanig te worden uitgebreid dat de voor de verwerking verantwoordelijke die de persoonsgegevens zonder wettelijke rechtvaardiging openbaar heeft gemaakt, verplicht is alle nodige stappen te ondernemen om de gegevens te laten wissen, eveneens door derden, onverminderd het recht van de betrokkene om schadevergoeding te eisen.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Overweging 54 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(54 bis) Gegevens waarvan de betrokkene de juistheid betwist en waarvan niet kan worden vastgesteld of zij juist dan wel onjuist zijn, worden afgeschermd tot wanneer de kwestie opgehelderd is.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Overweging 55

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(55) Om de controle over hun eigen gegevens en hun recht van toegang verder te versterken, dienen, wanneer persoonsgegevens elektronisch en in een gestructureerd en algemeen gebruikt formaat worden verwerkt, betrokkenen het recht te hebben om van de gegevens over hen ook een kopie in een elektronisch en algemeen gebruikt formaat te ontvangen. De betrokkenen dienen deze door hen verstrekte gegevens ook van de ene geautomatiseerde toepassing, zoals een sociaal netwerk, naar de andere te kunnen doorgeven. Dit dient van toepassing te zijn wanneer de betrokkenen de gegevens aan het geautomatiseerde verwerkingssysteem heeft verstrekt, door toestemming te geven dan wel een overeenkomst uit te voeren.

(55) Om de controle over hun eigen gegevens en hun recht van toegang verder te versterken, dienen, wanneer persoonsgegevens elektronisch en in een gestructureerd en algemeen gebruikt formaat worden verwerkt, betrokkenen het recht te hebben om van de gegevens over hen ook een kopie in een elektronisch en algemeen gebruikt formaat te ontvangen. De betrokkenen dienen deze door hen verstrekte gegevens ook van de ene geautomatiseerde toepassing, zoals een sociaal netwerk, naar de andere te kunnen doorgeven. Voor de verwerking verantwoordelijken dienen te worden aangemoedigd om interoperabele formaten te ontwikkelen die de meeneembaarheid van gegevens mogelijk maakt. Dit dient van toepassing te zijn wanneer de betrokkenen de gegevens aan het geautomatiseerde verwerkingssysteem heeft verstrekt, door toestemming te geven dan wel een overeenkomst uit te voeren. Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij mogen de doorgifte van die gegevens voor de verlening van hun diensten niet verplicht stellen.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Overweging 56

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(56) Wanneer persoonsgegevens rechtmatig kunnen worden verwerkt ter vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene, of op grond van een algemeen belang, overheidsgezag of een wettig belang van een voor de verwerking verantwoordelijke, dient een betrokkene niettemin bezwaar te kunnen maken tegen de verwerking van gegevens die op hem betrekking heeft. Het dient aan de voor de verwerking verantwoordelijke te zijn om te bewijzen dat zijn gerechtvaardigde belangen wellicht zwaarder wegen dan de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene.

(56) Wanneer persoonsgegevens rechtmatig kunnen worden verwerkt ter vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene, of op grond van een algemeen belang, overheidsgezag of een wettig belang van een voor de verwerking verantwoordelijke, dient een betrokkene niettemin op eenvoudige en doeltreffende wijze kosteloos bezwaar te kunnen maken tegen de verwerking van gegevens die op hem betrekking heeft. Het dient aan de voor de verwerking verantwoordelijke te zijn om te bewijzen dat zijn gerechtvaardigde belangen wellicht zwaarder wegen dan de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene.

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Overweging 57

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(57) Wanneer persoonsgegevens worden verwerkt ten behoeve van direct marketing, dient de betrokkene het recht te hebben om hier op eenvoudige en doeltreffende wijze kosteloos bezwaar tegen te maken.

(57) Wanneer de betrokkene het recht heeft bezwaar te maken tegen de verwerking, dient de voor de verwerking verantwoordelijke dit expliciet aan de betrokkene aan te bieden op een begrijpelijke manier, in begrijpelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal, en hij dient te zorgen voor een duidelijk onderscheid met andere informatie.

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Overweging 58

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(58) Iedere natuurlijke persoon dient het recht te hebben niet te worden onderworpen aan een maatregel die is gebaseerd op profilering door middel van geautomatiseerde verwerking. Een dergelijke maatregel dient echter wel mogelijk te zijn wanneer deze uitdrukkelijk is toegestaan bij de wet of wordt genomen in het kader van het sluiten of uitvoeren van een overeenkomst of wanneer de betrokkene zijn toestemming heeft gegeven. Op een dergelijke verwerking dienen passende waarborgen van toepassing te zijn, waaronder specifieke informering van de betrokkene, het recht op menselijke tussenkomst en de bepaling dat een dergelijke maatregel geen betrekking mag hebben op kinderen.

(58) Onverminderd de rechtmatigheid van de gegevensverwerking moet iedere natuurlijke persoon het recht hebben om bezwaar te maken tegen profilering. Profilering leidend tot maatregelen waaraan voor de betrokkene rechtsgevolgen zijn verbonden of die de belangen, rechten of vrijheden van de betrokkene in aanzienlijke mate treffen, dient enkel toegelaten te zijn wanneer dit uitdrukkelijk is toegestaan bij de wet, wordt uitgevoerd in het kader van het sluiten of uitvoeren van een overeenkomst of wanneer de betrokkene zijn toestemming heeft gegeven. Op een dergelijke verwerking dienen passende waarborgen van toepassing te zijn, waaronder specifieke informering van de betrokkene, het recht op menselijke beoordeling en de bepaling dat een dergelijke maatregel geen betrekking mag hebben op kinderen. Dergelijke maatregelen mogen niet leiden tot discriminatie van individuen op grond van ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, godsdienst of overtuiging, het lidmaatschap van een vakbond, seksuele gerichtheid of genderidentiteit.

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Overweging 58 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(58 bis) Er moet van worden uitgegaan dat profilering die enkel gebaseerd is op de verwerking van pseudonieme gegevens de belangen, rechten of vrijheden van de betrokkene niet in aanzienlijke mate treft. Indien profilering, gebaseerd op een enkele bron van pseudonieme gegevens of op de samenvoeging van pseudonieme gegevens afkomstig van verschillende bronnen, de voor de verwerking verantwoordelijke in staat stelt om pseudonieme gegevens te koppelen aan een specifieke betrokkene, mogen de verwerkte gegevens niet langer als pseudoniem worden beschouwd.

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Overweging 59

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(59) In de wetgeving van de Unie of de wetgeving van de lidstaten kunnen beperkingen worden gesteld aan de specifieke beginselen en de rechten van informatie, toegang, rectificatie, uitwissing, gegevensoverdraagbaarheid en bezwaar, alsook aan maatregelen gebaseerd op profilering, aan de melding aan de betrokkene van een inbreuk op persoonsgegevens en aan bepaalde daarmee verband houdende verplichtingen van de voor de verwerking verantwoordelijken, wanneer dat in een democratische samenleving noodzakelijk en proportioneel is voor het beschermen van de openbare veiligheid, waaronder de bescherming van het menselijk leven – met name bij natuurlijke of door de mens veroorzaakte rampen–, voor het voorkomen, onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten of van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen, voor het beschermen van andere algemene belangen van de Unie of een lidstaat, met name een gewichtig economisch of financieel belang van de Unie of een lidstaat, of voor het beschermen van de betrokkene of de rechten en vrijheden van anderen. Deze beperkingen moeten in overeenstemming zijn met de vereisten van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

(59) In de wetgeving van de Unie of de wetgeving van de lidstaten kunnen beperkingen worden gesteld aan de specifieke beginselen en de rechten van informatie, rectificatie en wissen of het recht op toegang en gegevensverkrijging, het recht op bezwaar, profilering, de melding aan de betrokkene van een inbreuk op persoonsgegevens en aan bepaalde daarmee verband houdende verplichtingen van de voor de verwerking verantwoordelijken, wanneer dat in een democratische samenleving noodzakelijk en proportioneel is voor het beschermen van de openbare veiligheid, waaronder de bescherming van het menselijk leven – met name bij natuurlijke of door de mens veroorzaakte rampen–, voor het voorkomen, onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten of van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen, voor het beschermen van andere specifieke en welbepaalde algemene belangen van de Unie of een lidstaat, met name een gewichtig economisch of financieel belang van de Unie of een lidstaat, of voor het beschermen van de betrokkene of de rechten en vrijheden van anderen. Deze beperkingen moeten in overeenstemming zijn met de vereisten van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Overweging 60

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(60) Er dient te worden voorzien in alomvattende verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de voor de verwerking verantwoordelijke voor elke verwerking van persoonsgegevens door of namens de voor de verwerking verantwoordelijke. Met name dient de voor de verwerking verantwoordelijke erop toe te zien en te worden verplicht aan te tonen dat elke verwerking overeenkomstig deze verordening geschiedt.

(60) Er dient te worden voorzien in alomvattende verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de voor de verwerking verantwoordelijke voor elke verwerking van persoonsgegevens door of namens de voor de verwerking verantwoordelijke, met name met betrekking tot documentatie, gegevensbeveiliging, effectbeoordelingen, de functionaris voor gegevensbescherming en toezicht door gegevensbeschermingsautoriteiten. Met name dient de voor de verwerking verantwoordelijke erop toe te zien en in staat te zijn aan te tonen dat elke verwerking overeenkomstig deze verordening geschiedt. Dit moet worden getoetst door onafhankelijke interne of externe controleurs.

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Overweging 61

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(61) Ter bescherming van de rechten en vrijheden van de betrokkenen in verband met de verwerking van persoonsgegevens zijn zowel bij het ontwerpen als bij de uitvoering van de verwerking passende technische en organisatorische maatregelen nodig, om te waarborgen dat aan de bepalingen van deze verordening wordt voldaan. Teneinde overeenstemming met deze verordening te waarborgen en aan te tonen, dient de voor de verwerking verantwoordelijke intern beleid vast te stellen en passende maatregelen te treffen, die in het bijzonder voldoen aan de beginselen inzake privacy by design en by default.

(61) Ter bescherming van de rechten en vrijheden van de betrokkenen in verband met de verwerking van persoonsgegevens zijn zowel bij het ontwerpen als bij de uitvoering van de verwerking passende technische en organisatorische maatregelen nodig, om te waarborgen dat aan de bepalingen van deze verordening wordt voldaan. Teneinde overeenstemming met deze verordening te waarborgen en aan te tonen, dient de voor de verwerking verantwoordelijke intern beleid vast te stellen en passende maatregelen te treffen, die in het bijzonder voldoen aan de beginselen inzake privacy by design en by default. Het beginsel van gegevensbescherming by design vereist dat gegevensbescherming wordt ingebouwd gedurende de gehele levenscyclus van de technologie, van het allereerste ontwerpstadium tot aan de feitelijke uitrol, het gebruik en de uiteindelijke vernietiging ervan. Dit dient eveneens de verantwoordelijkheid te omvatten voor de producten en diensten die worden gebruikt door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker. Het beginsel van gegevensbescherming by default vereist dat privacyinstellingen op diensten en producten standaard voldoen aan de algemene beginselen van gegevensbescherming, zoals gegevensminimalisering en beperking van doeleinden.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Overweging 62

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(62) Het is voor de bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen en de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers noodzakelijk, onder meer wat het toezicht door en de maatregelen van de toezichthoudende autoriteiten betreft, dat de bij deze verordening vastgestelde verantwoordelijkheden op duidelijke wijze worden toegekend, ook wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke de doeleinden, voorwaarden en middelen voor de verwerking samen met andere voor de verwerking verantwoordelijken vaststelt, of wanneer een verwerking wordt uitgevoerd namens een voor de verwerking verantwoordelijke.

(62) Het is voor de bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen en de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers noodzakelijk, onder meer wat het toezicht door en de maatregelen van de toezichthoudende autoriteiten betreft, dat de bij deze verordening vastgestelde verantwoordelijkheden op duidelijke wijze worden toegekend, ook wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke de doeleinden voor de verwerking samen met andere voor de verwerking verantwoordelijken vaststelt, of wanneer een verwerking wordt uitgevoerd namens een voor de verwerking verantwoordelijke. De regeling tussen de gemeenschappelijk voor de verwerking verantwoordelijken moet naar behoren weergeven welke effectieve rollen de gezamenlijk voor de verwerking verantwoordelijken vervullen en wat hun onderlinge verhouding is. De verwerking van persoonsgegevens op grond van deze verordening moet de toestemming voor een voor de verwerking verantwoordelijke omvatten om de gegevens door te geven aan een gezamenlijk voor de verwerking verantwoordelijke of aan een verwerker voor de verwerking van de gegevens namens hen.

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Overweging 63

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(63) Wanneer de verwerking van persoonsgegevens van in de Unie wonende betrokkenen door een niet in de Unie gevestigde verwerker verband houdt met het aanbieden van goederen of diensten aan dergelijke betrokkenen of met het observeren van hun gedrag, dient de voor de verwerking verantwoordelijke een vertegenwoordiger aan te wijzen, tenzij de voor de verwerking verantwoordelijke is gevestigd in een derde land dat een passend beschermingsniveau waarborgt, de voor de voor de verwerking verantwoordelijke een kleine of middelgrote onderneming of een overheidsinstantie of –lichaam is, of de voor de verwerking verantwoordelijke dergelijke betrokkenen slechts incidenteel goederen of diensten aanbiedt. De vertegenwoordiger dient namens de voor de verwerking verantwoordelijke op te treden en kan door iedere toezichthoudende autoriteit worden benaderd.

(63) Wanneer de verwerking van persoonsgegevens van betrokkenen in de Unie gebeurt door een niet in de Unie gevestigde verwerker, dient de voor de verwerking verantwoordelijke een vertegenwoordiger aan te wijzen, tenzij de voor de verwerking verantwoordelijke is gevestigd in een derde land dat een passend beschermingsniveau waarborgt, de verwerking betrekking heeft op minder dan 5 000 betrokkenen in een achtereenvolgende periode van 12 maanden en er geen speciale categorieën persoonsgegevens worden verwerkt, de voor de voor de verwerking verantwoordelijke een overheidsinstantie of –lichaam is, of de voor de verwerking verantwoordelijke dergelijke betrokkenen slechts incidenteel goederen of diensten aanbiedt. De vertegenwoordiger dient namens de voor de verwerking verantwoordelijke op te treden en kan door iedere toezichthoudende autoriteit worden benaderd.

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Overweging 64

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(64) Om uit te maken of een voor de verwerking verantwoordelijke slechts incidenteel goederen en diensten aanbiedt aan betrokkenen die in de Unie wonen, dient te worden vastgesteld of uit de algemene activiteiten van de voor de verwerking verantwoordelijke duidelijk blijkt dat het aanbieden van goederen en diensten aan dergelijke betrokkenen slechts een nevenactiviteit is.

(64) Om uit te maken of een voor de verwerking verantwoordelijke slechts incidenteel goederen en diensten aanbiedt aan betrokkenen in de Unie, dient te worden vastgesteld of uit de algemene activiteiten van de voor de verwerking verantwoordelijke duidelijk blijkt dat het aanbieden van goederen en diensten aan dergelijke betrokkenen slechts een nevenactiviteit is.

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Overweging 65

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(65) Voor het aantonen van overeenstemming met deze verordening dient de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker elke verwerking te documenteren. Elke voor de verwerking verantwoordelijke en elke verwerker dient ertoe te worden verplicht medewerking te verlenen aan de toezichthoudende autoriteit en deze documentatie op verzoek te verstrekken met het oog op het gebruik daarvan voor het toezicht op verwerkingsactiviteiten.

(65) Om in staat te zijn om overeenstemming met deze verordening aan te tonen, moet de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker de nodige documentatie bijhouden om te voldoen aan de eisen die in deze verordening zijn vastgesteld. Elke voor de verwerking verantwoordelijke en elke verwerker dient ertoe te worden verplicht medewerking te verlenen aan de toezichthoudende autoriteit en deze documentatie op verzoek te verstrekken met het oog op het gebruik daarvan om de naleving van de verordening te beoordelen. Goede praktijken en naleving zijn echter van even groot belang en dienen evenveel aandacht te krijgen als de documenten als zodanig.

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Overweging 66

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(66) Teneinde de veiligheid te waarborgen en te voorkomen dat verwerking plaatsvindt die strijdig is met deze verordening, dienen de voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker de risico’s die de verwerking meebrengt te beoordelen en maatregelen te treffen om deze risico’s te beperken. Deze maatregelen dienen een passend niveau van veiligheid te waarborgen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging enerzijds en de risico’s die de verwerking en de aard van de te beschermen gegevens meebrengen anderzijds. Bij het vaststellen van technische normen en organisatorische maatregelen voor de veiligheid van de verwerking dient de Commissie technologische neutraliteit, interoperabiliteit en innovatie te bevorderen en zo nodig samen te werken met derde landen.

(66) Teneinde de veiligheid te waarborgen en te voorkomen dat verwerking plaatsvindt die strijdig is met deze verordening, dienen de voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker de risico’s die de verwerking meebrengt te beoordelen en maatregelen te treffen om deze risico’s te beperken. Deze maatregelen dienen een passend niveau van veiligheid te waarborgen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging enerzijds en de risico’s die de verwerking en de aard van de te beschermen gegevens meebrengen anderzijds. Bij het vaststellen van technische normen en organisatorische maatregelen voor de veiligheid van de verwerking dient technologische neutraliteit, interoperabiliteit en innovatie te worden bevorderd en dient samenwerking met derde landen zo nodig te worden aangemoedigd.

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Overweging 67

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(67) Een inbreuk op de persoonlijke gegevens kan, wanneer dit probleem niet tijdig en op toereikende wijze wordt aangepakt, voor de betrokkene aanzienlijk economisch verlies en maatschappelijke schade, inclusief identiteitsfraude, tot gevolg hebben. Zodra een voor de verwerking verantwoordelijke weet dat een dergelijke inbreuk heeft plaatsgevonden, dient hij de toezichthoudende autoriteit daarvan dan ook onverwijld, en waar mogelijk binnen 24 uur, op de hoogte te stellen. Wanneer dit niet binnen 24 uur kan worden gerealiseerd, dient de kennisgeving vergezeld te gaan van een verklaring voor de vertraging. Wanneer de inbreuk negatieve gevolgen kan hebben voor de persoonsgegevens, dienen de betrokkenen daarvan zonder onnodig uitstel in kennis te worden gesteld, zodat zij de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen treffen. Een inbreuk moet worden geacht negatieve gevolgen te hebben voor de persoonsgegevens of de persoonlijke levenssfeer van een betrokkene, wanneer die inbreuk kan leiden tot bijvoorbeeld identiteitsdiefstal of -fraude, lichamelijke schade, ernstige vernedering of aantasting van de reputatie. De kennisgeving dient zowel de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens te vermelden als aanbevelingen over hoe de betrokkene mogelijke negatieve gevolgen kan beperken. De betrokkenen dienen zo snel als redelijkerwijs mogelijk is, in nauwe samenwerking met de toezichthoudende autoriteit en met inachtneming van de door haarzelf of andere relevante autoriteiten (zoals rechtshandhavingsautoriteiten) aangereikte richtsnoeren, in kennis te worden gesteld. Zo zouden betrokkenen bijvoorbeeld onverwijld in kennis moeten worden gesteld om hun de gelegenheid te bieden een onmiddellijke bedreiging te beperken, terwijl een langere termijn gerechtvaardigd kan zijn als er passende maatregelen moeten worden genomen tegen aanhoudende of soortgelijke inbreuken.

(67) Een inbreuk op de persoonlijke gegevens kan, wanneer dit probleem niet tijdig en op toereikende wijze wordt aangepakt, voor de betrokkene aanzienlijk economisch verlies en maatschappelijke schade, inclusief identiteitsfraude, tot gevolg hebben. De voor de verwerking verantwoordelijke dient de toezichthoudende autoriteit daarvan dan ook onverwijld, dit wil zeggen binnen de 72 uur, op de hoogte te stellen. In voorkomend geval dient de kennisgeving vergezeld te gaan van een verklaring voor de vertraging Wanneer de inbreuk negatieve gevolgen kan hebben voor de persoonsgegevens, dienen de betrokkenen daarvan zonder onnodig uitstel in kennis te worden gesteld, zodat zij de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen treffen. Een inbreuk moet worden geacht negatieve gevolgen te hebben voor de persoonsgegevens of de persoonlijke levenssfeer van een betrokkene, wanneer die inbreuk kan leiden tot bijvoorbeeld identiteitsdiefstal of -fraude, lichamelijke schade, ernstige vernedering of aantasting van de reputatie. De kennisgeving dient zowel de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens te vermelden als aanbevelingen over hoe de betrokkene mogelijke negatieve gevolgen kan beperken. De betrokkenen dienen zo snel als redelijkerwijs mogelijk is, in nauwe samenwerking met de toezichthoudende autoriteit en met inachtneming van de door haarzelf of andere relevante autoriteiten (zoals rechtshandhavingsautoriteiten) aangereikte richtsnoeren, in kennis te worden gesteld. Zo zouden betrokkenen bijvoorbeeld onverwijld in kennis moeten worden gesteld om hun de gelegenheid te bieden een onmiddellijke bedreiging te beperken, terwijl een langere termijn gerechtvaardigd kan zijn als er passende maatregelen moeten worden genomen tegen aanhoudende of soortgelijke inbreuken.

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

Overweging 71 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(71 bis) Privacyeffectbeoordelingen zijn de essentiële spil van elk duurzaam gegevensbeschermingskader en zorgen ervoor dat ondernemingen zich vanaf het allereerste begin bewust zijn van alle mogelijke gevolgen van hun gegevensverwerkingen. Indien privacyeffectbeoordelingen grondig worden uitgevoerd, kan de kans op gegevensinbreuk en inbreuk op de privacy verregaand worden beperkt. Effectbeoordelingen op het gebied van gegevensverwerking moeten dientengevolge consequent betrekking hebben op het beheer van de gehele levenscyclus van persoonsgegevens, vanaf verzameling tot aan verwerking tot aan verwijdering, waarbij de voorgenomen verwerkingen nauwkeurig worden beschreven, alsmede de risico's voor de rechten en vrijheden van betrokkenen, de voorgenomen maatregelen ter beteugeling van de risico's, de waarborgen, de veiligheidsmaatregelen en de mechanismen ter naleving van de verordening.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Overweging 71 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(71 ter) Voor de verwerking verantwoordelijken dienen zich gedurende de hele levenscyclus van persoonsgegevens - van de vergaring via de verwerking tot de verwijdering ervan - te richten op de bescherming daarvan door vanaf het allereerste begin te investeren in een duurzaam kader voor gegevensbeheer en dit middels een uitgebreid nalevingsmechanisme ten uitvoer te leggen.

Amendement  46

Voorstel voor een verordening

Overweging 73

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(73) Privacyeffectbeoordelingen dienen te worden verricht door een overheidsinstantie of –lichaam, indien een dergelijke beoordeling niet al is uitgevoerd in het kader van de aanneming van de nationale wet waarop de vervulling van de taken van de overheidsinstantie of het overheidslichaam is gebaseerd en waarin de specifieke verwerking of reeks verwerkingen wordt geregeld.

Schrappen

Amendement  47

Voorstel voor een verordening

Overweging 74

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(74) Wanneer een privacyeffectbeoordeling uitwijst dat verwerking bijvoorbeeld door het gebruik van specifieke nieuwe technologieën gepaard gaat met grote specifieke risicos voor de rechten en vrijheden van betrokkenen, zoals het uitsluiten van personen van hun recht, dienen voor het begin van de verwerkingen de toezichthoudende autoriteiten te worden geraadpleegd over gevoelige activiteiten die mogelijk niet in overeenstemming zijn met deze verordening, en zijn voorstellen geboden om de situatie te verbeteren. Een dergelijke raadpleging dient ook te worden uitgevoerd in het kader van de voorbereiding van een door het nationale parlement aan te nemen maatregel of op basis van een dergelijke wettelijke maatregel, waarin de aard van de verwerking is omschreven en passende waarborgen zijn opgenomen.

(74) Wanneer een privacyeffectbeoordeling uitwijst dat verwerking bijvoorbeeld door het gebruik van specifieke nieuwe technologieën gepaard gaat met grote specifieke risico's voor de rechten en vrijheden van betrokkenen, zoals het uitsluiten van personen van hun recht, dienen voor het begin van de verwerkingen de functionaris voor gegevensbescherming of de toezichthoudende autoriteiten te worden geraadpleegd over gevoelige activiteiten die mogelijk niet in overeenstemming zijn met deze verordening, en zijn voorstellen geboden om de situatie te verbeteren. Een raadpleging van de toezichthoudende autoriteit dient ook te worden uitgevoerd in het kader van de voorbereiding van een door het nationale parlement aan te nemen maatregel of op basis van een dergelijke wettelijke maatregel, waarin de aard van de verwerking is omschreven en passende waarborgen zijn opgenomen.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening

Overweging 74 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(74 bis) Effectbeoordelingen kunnen alleen van nut zijn indien voor de verwerking verantwoordelijken ervoor zorgen dat zij de oorspronkelijk erin vervatte beloften naleven. Voor de verwerking verantwoordelijken moeten daarom periodieke evaluaties inzake gegevensbescherming uitvoeren waaruit blijkt dat de ingestelde mechanismen voor gegevensverwerking in overeenstemming zijn met de in de effectbeoordeling inzake gegevensbescherming gedane toezeggingen. Verder moet blijken dat de voor de verwerking verantwoordelijke in staat is de onafhankelijke keuzes van de betrokkenen te eerbiedigen. Indien er inconsistenties uit de evaluatie blijken, dienen deze bovendien in de evaluatie te worden uitgelicht en moeten er aanbevelingen worden gedaan voor het bewerkstelligen van volledige naleving.

Amendement  49

Voorstel voor een verordening

Overweging 75

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(75) Wanneer de verwerking wordt uitgevoerd in de overheidssector of wanneer de verwerking in de particuliere sector wordt uitgevoerd door een grote onderneming, of wanneer de kernactiviteiten, ongeacht de grootte van de onderneming, verwerkingen omvatten die regelmatig en stelselmatig toezicht vereisen, dient iemand de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker bij te staan bij het toezicht op de interne naleving van deze verordening. Dergelijke functionarissen voor gegevensbescherming dienen in staat te zijn hun taken en verplichtingen onafhankelijk te vervullen, of zij nu in dienst van de voor de verwerking verantwoordelijke zijn of niet.

(75) Wanneer de verwerking wordt uitgevoerd in de overheidssector of wanneer de verwerking in de particuliere sector betrekking heeft op meer dan 5 000 betrokkenen binnen een periode van 12 maanden, of wanneer de kernactiviteiten, ongeacht de grootte van de onderneming, verwerkingen omvatten van gevoelige gegevens, of verwerkingen die regelmatig en stelselmatig toezicht vereisen, dient iemand de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker bij te staan bij het toezicht op de interne naleving van deze verordening. Wanneer wordt nagegaan of gegevens over een groot aantal betrokkenen worden verwerkt, moet geen rekening worden gehouden met gearchiveerde gegevens die dusdanig beperkt zijn dat ze niet vallen onder de normale toegangs- en verwerkingsactiviteiten van de voor de verwerking verantwoordelijke en niet langer kunnen worden gewijzigd. Dergelijke functionarissen voor gegevensbescherming dienen in staat te zijn hun taken en verplichtingen onafhankelijk te vervullen, of zij nu in dienst van de voor de verwerking verantwoordelijke zijn of niet en of zij deze opdracht nu voltijds uitvoeren of niet, en ze dienen te genieten van speciale bescherming tegen ontslag. De uiteindelijke verantwoordelijkheid moet bij de leiding van een organisatie blijven berusten. De functionaris voor gegevensbescherming moet met name worden geraadpleegd voordat systemen voor de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens worden ontworpen, aangekocht, ontwikkeld en opgezet, om de beginselen van privacy by design en privacy by default te kunnen naleven.

Amendement  50

Voorstel voor een verordening

Overweging 75 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(75 bis) De functionaris voor gegevensbescherming dient ten minste over de volgende kwalificaties te beschikken: brede kennis van de inhoud en toepassing van de wet inzake gegevensbescherming, met inbegrip van technische en organisatorische maatregelen en procedures; deskundig betreffende de technische vereisten voor privacy by design, privacy by default en gegevensbeveiliging; sectorspecifieke kennis in overeenstemming met de grootte van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker en de gevoeligheid van de te verwerken gegevens; het vermogen om inspecties en raadplegingen te verrichten, om documentatie te verzamelen en logbestanden te analyseren; en het vermogen om met werknemersvertegenwoordigers te werken. De voor de verwerking verantwoordelijke moet de functionaris voor gegevensbescherming de kans bieden deel te nemen aan voortgezette opleiding om de gespecialiseerde kennis te onderhouden die hij of zij nodig heeft bij de uitvoering van zijn of haar taken. Om tot functionaris voor gegevensbescherming aangewezen te worden is het niet absoluut noodzakelijk dat de respectieve functionaris zich voltijds van zijn taken kwijt.

Amendement  51

Voorstel voor een verordening

Overweging 76

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(76) Verenigingen en andere organen die categorieën van voor de verwerking verantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen, dienen te worden aangemoedigd om gedragscodes op te stellen, binnen de grenzen van deze verordening, teneinde de doeltreffende uitvoering van deze verordening in de praktijk te bevorderen, rekening houdend met het specifieke karakter van de verwerkingen in sommige sectoren.

(76) Verenigingen en andere organen die categorieën van voor de verwerking verantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen, dienen te worden aangemoedigd om, na raadpleging van de vertegenwoordigers van de werknemers, gedragscodes op te stellen, binnen de grenzen van deze verordening, teneinde de doeltreffende uitvoering van deze verordening in de praktijk te bevorderen, rekening houdend met het specifieke karakter van de verwerkingen in sommige sectoren. Zulke codes moeten het voor de sector eenvoudiger maken om deze verordening na te leven.

Amendement  52

Voorstel voor een verordening

Overweging 77

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(77) Teneinde de transparantie en naleving van deze verordening te versterken, dient het instellen van certificeringsmechanismen en gegevensbeschermingszegels en -merktekens te worden bevorderd, zodat betrokkenen snel het beschermingsniveau van relevante producten en diensten kunnen beoordelen.

(77) Teneinde de transparantie en naleving van deze verordening te versterken, dient het instellen van certificeringsmechanismen, gegevensbeschermingszegels en gestandaardiseerde merktekens te worden bevorderd, zodat betrokkenen snel, betrouwbaar en controleerbaar het beschermingsniveau van relevante producten en diensten kunnen beoordelen. Een "Europese Gegevensbeschermingszegel" dient op Europees niveau te worden ingevoerd om vertrouwen te scheppen bij betrokkenen, alsmede rechtszekerheid te bieden aan de voor de verwerking verantwoordelijken en tegelijkertijd Europese gegevensbeschermingsnormen te exporteren zodat niet-Europese bedrijven dankzij hun certificering makkelijker toe kunnen treden tot Europese markten.

Amendement  53

Voorstel voor een verordening

Overweging 79

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(79) Deze verordening doet geen afbreuk aan internationale overeenkomsten die de Unie en derde landen hebben gesloten om de doorgifte van persoonsgegevens te regelen en waarin passende waarborgen voor de betrokkenen zijn opgenomen.

(79) Deze verordening doet geen afbreuk aan internationale overeenkomsten die de Unie en derde landen hebben gesloten om de doorgifte van persoonsgegevens te regelen en waarin passende waarborgen voor de betrokkenen zijn opgenomen die zorgen voor een passende mate van bescherming van de grondrechten van burgers.

Amendement  54

Voorstel voor een verordening

Overweging 80

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(80) De Commissie kan besluiten, met rechtskracht voor de gehele Unie, dat bepaalde derde landen, of een gebied of een verwerkingssector in een derde land, of een internationale organisatie een passend niveau van bescherming van persoonsgegevens bieden, en daarmee in de gehele Unie rechtszekerheid en eenvormigheid verschaffen ten aanzien van derde landen of internationale organisaties die geacht worden een dergelijk beschermingsniveau te bieden. In zulke gevallen mogen persoonsgegevens naar de betrokken landen worden doorgegeven zonder dat verdere toestemming noodzakelijk is.

(80) De Commissie kan besluiten, met rechtskracht voor de gehele Unie, dat bepaalde derde landen, of een gebied of een verwerkingssector in een derde land, of een internationale organisatie een passend niveau van bescherming van persoonsgegevens bieden, en daarmee in de gehele Unie rechtszekerheid en eenvormigheid verschaffen ten aanzien van derde landen of internationale organisaties die geacht worden een dergelijk beschermingsniveau te bieden. De Commissie kan eveneens besluiten om, nadat zij het derde land daarvan in kennis heeft gesteld en haar beweegredenen volledig heeft toegelicht, een dergelijk besluit in te trekken.

Amendement  55

Voorstel voor een verordening

Overweging 82

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(82) De Commissie kan tevens besluiten dat een derde land, een gebied of een verwerkingssector in een derde land, of een internationale organisatie geen passend beschermingsniveau waarborgt. De doorgifte van persoonsgegevens naar dat derde land dient dan te worden verboden. Er dient te worden geregeld dat er in die gevallen overleg plaatsvindt tussen de Commissie en de betrokken derde landen en internationale organisaties.

(82) De Commissie kan tevens besluiten dat een derde land, een gebied of een verwerkingssector in een derde land, of een internationale organisatie geen passend beschermingsniveau waarborgt. Alle wetgeving die voorziet in extraterritoriale toegang tot in de Unie verwerkte persoonsgegevens zonder toestemming krachtens de wetgeving van de Unie of van de lidstaten, dient te worden beschouwd als een teken van een gebrekkig beschermingsniveau. De doorgifte van persoonsgegevens naar dat derde land dient dan te worden verboden. Er dient te worden geregeld dat er in die gevallen overleg plaatsvindt tussen de Commissie en de betrokken derde landen en internationale organisaties.

Amendement  56

Voorstel voor een verordening

Overweging 83

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(83) Indien er geen besluit is genomen waarbij een beschermingsniveau passend wordt verklaard, dient de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker maatregelen te nemen om het ontoereikende niveau van gegevensbescherming in een derde land te verhelpen door middel van passende waarborgen voor de betrokkenen. Dergelijke passende maatregelen kunnen erin bestaan gebruik te maken van bindende bedrijfsvoorschriften, modelbepalingen inzake gegevensbescherming die zijn vastgesteld door de Commissie, modelbepalingen inzake gegevensbescherming die zijn vastgesteld door een toezichthoudende autoriteit of contractbepalingen die zijn goedgekeurd door een toezichthoudende autoriteit, of andere geschikte en evenredige maatregelen die gerechtvaardigd zijn in het licht van alle omstandigheden van een gegevensbewerking of een reeks van gegevensbewerkingen en die zijn goedgekeurd door een toezichthoudende autoriteit.

(83) Indien er geen besluit is genomen waarbij een beschermingsniveau passend wordt verklaard, dient de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker maatregelen te nemen om het ontoereikende niveau van gegevensbescherming in een derde land te verhelpen door middel van passende waarborgen voor de betrokkenen. Dergelijke passende maatregelen kunnen erin bestaan gebruik te maken van bindende bedrijfsvoorschriften, modelbepalingen inzake gegevensbescherming die zijn vastgesteld door de Commissie, modelbepalingen inzake gegevensbescherming die zijn vastgesteld door een toezichthoudende autoriteit of contractbepalingen die zijn goedgekeurd door een toezichthoudende autoriteit. Deze passende waarborgen moeten de eerbiediging van de rechten van betrokkenen handhaven op een manier die passend is voor verwerkingen binnen de EU, in het bijzonder met betrekking tot doelbinding, recht tot toegang, rectificatie, uitwissing en schadevergoeding. Deze waarborgen moeten met name zorgen voor de naleving van de beginselen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, de rechten van de betrokkene waarborgen, zorgen voor effectieve vorderingsmechanismen, zorgen voor de naleving van de beginselen inzake privacy by design en by default en het bestaan van een functionaris voor gegevensbescherming verzekeren.

Amendement  57

Voorstel voor een verordening

Overweging 84

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(84) Dat de voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker kan gebruikmaken van modelbepalingen inzake gegevensbescherming die zijn vastgesteld door de Commissie of een toezichthoudende autoriteit, dient niet in te houden dat hij de modelbepalingen inzake gegevensbescherming niet in een bredere overeenkomst mag opnemen of geen andere bepalingen mag toevoegen, mits deze niet direct of indirect in tegenspraak zijn met de door de Commissie of een toezichthoudende autoriteit vastgestelde standaardcontractbepalingen en geen afbreuk doen aan de grondrechten of fundamentele vrijheden van de betrokkenen.

(84) Dat de voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker kan gebruikmaken van modelbepalingen inzake gegevensbescherming die zijn vastgesteld door de Commissie of een toezichthoudende autoriteit, dient niet in te houden dat hij de modelbepalingen inzake gegevensbescherming niet in een bredere overeenkomst mag opnemen of geen andere bepalingen of bijkomende waarborgen mag toevoegen, mits deze niet direct of indirect in tegenspraak zijn met de door een toezichthoudende autoriteit vastgestelde standaardcontractbepalingen en geen afbreuk doen aan de grondrechten of fundamentele vrijheden van de betrokkenen. De door de Commissie vastgestelde modelbepalingen inzake gegevensbescherming kunnen betrekking hebben op verschillende situaties, met name op overdrachten van voor de verwerking verantwoordelijken die in de Europese Unie gevestigd zijn naar voor de verwerking verantwoordelijken die buiten de Unie gevestigd zijn en van voor de verwerking verantwoordelijken die in de Europese Unie gevestigd zijn naar verwerkers, met inbegrip van subverwerkers, die buiten de Unie gevestigd zijn. Voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers moeten worden aangemoedigd om nog striktere waarborgen te bieden via bijkomende contractuele verplichtingen die de standaardclausules inzake gegevensbescherming aanvullen.

Amendement  58

Voorstel voor een verordening

Overweging 85

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(85) Een bedrijfsconcern dient voor zijn internationale doorgiften uit de Unie naar organisaties binnen hetzelfde bedrijfsconcern te kunnen gebruikmaken van goedgekeurde bindende bedrijfsregels, mits daarin bepaalde essentiële beginselen en afdwingbare rechten zijn vastgelegd die passende waarborgen bieden ten aanzien van de doorgifte of categorieën van doorgiften van persoonsgegevens.

(85) Een bedrijfsconcern dient voor zijn internationale doorgiften uit de Unie naar organisaties binnen hetzelfde bedrijfsconcern te kunnen gebruikmaken van goedgekeurde bindende bedrijfsregels, mits daarin alle essentiële beginselen en afdwingbare rechten zijn vastgelegd die passende waarborgen bieden ten aanzien van de doorgifte of categorieën van doorgiften van persoonsgegevens.

Amendement  59

Voorstel voor een verordening

Overweging 86

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(86) Doorgifte dient mogelijk te zijn in bepaalde gevallen waarin de betrokkene daartoe toestemming heeft gegeven, wanneer de doorgifte nodig is in het kader van een overeenkomst of van een rechtsvordering, wanneer in de wetgeving van de Unie of van de lidstaat vastgelegde gewichtige redenen van algemeen belang zulks vereisen, of wanneer het gaat om een doorgifte uit een bij de wet ingesteld register dat bedoeld is voor raadpleging door het publiek of personen met een gerechtvaardigd belang. In het laatste geval dient bij een dergelijke doorgifte niet de totaliteit van de in dit register opgenomen gegevens of categorieën gegevens te worden verstrekt en wanneer een register bedoeld is voor raadpleging door personen met een gerechtvaardigd belang, dient de doorgifte slechts plaats te vinden op verzoek van deze personen of wanneer de gegevens voor hen zijn bestemd.

(86) Doorgifte dient mogelijk te zijn in bepaalde gevallen waarin de betrokkene daartoe toestemming heeft gegeven, wanneer de doorgifte nodig is in het kader van een overeenkomst of van een rechtsvordering, wanneer in de wetgeving van de Unie of van de lidstaat vastgelegde gewichtige redenen van algemeen belang zulks vereisen, of wanneer het gaat om een doorgifte uit een bij de wet ingesteld register dat bedoeld is voor raadpleging door het publiek of personen met een gerechtvaardigd belang. In het laatste geval dient bij een dergelijke doorgifte niet de totaliteit van de in dit register opgenomen gegevens of categorieën gegevens te worden verstrekt en wanneer een register bedoeld is voor raadpleging door personen met een gerechtvaardigd belang, dient de doorgifte slechts plaats te vinden op verzoek van deze personen of wanneer de gegevens voor hen zijn bestemd, waarbij ten volle rekening wordt gehouden met de belangen en de grondrechten van de betrokkene.

Amendement  60

Voorstel voor een verordening

Overweging 87

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(87) Deze afwijkingen dienen met name te gelden voor gegevensdoorgiften die nodig zijn op grond van gewichtige redenen van algemeen belang, zoals internationale gegevensuitwisselingen tussen mededingingsautoriteiten, belasting- of douanediensten, financiële toezichthoudende autoriteiten, diensten met bevoegdheid op het gebied van de sociale zekerheid of de autoriteiten belast met de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten.

(87) Deze afwijkingen dienen met name te gelden voor gegevensdoorgiften die nodig zijn op grond van gewichtige redenen van algemeen belang, zoals internationale gegevensuitwisselingen tussen mededingingsautoriteiten, belasting- of douanediensten, financiële toezichthoudende autoriteiten, diensten met bevoegdheid op het gebied van de sociale zekerheid of de volksgezondheid, of de overheidsinstellingen belast met de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten, waaronder de voorkoming van witwassen en de bestrijding van terrorismefinanciering. Doorgifte van persoonsgegevens dient ook als rechtmatig te worden beschouwd wanneer deze nodig is voor de bescherming van een belang dat essentieel is voor het leven van de betrokkene of dat van een andere persoon, indien de betrokkene niet in staat is zijn toestemming te geven. Het doorgeven van persoonsgegevens voor zulke belangrijke doeleinden van algemeen belang mag enkel gebeuren voor occasionele doorgiften. Alle omstandigheden van de doorgifte moeten in elk afzonderlijk geval grondig worden overwogen.

Amendement  61

Voorstel voor een verordening

Overweging 88

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(88) Doorgiften die niet als frequent of massaal kunnen worden aangemerkt, dienen ook mogelijk te zijn voor gerechtvaardigde belangen van door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker, indien hij alle omstandigheden in verband met de gegevensdoorgifte heeft beoordeeld. Met betrekking tot de verwerking voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden dient rekening te worden gehouden met de gewettigde verwachting van de maatschappij dat er wordt gestreefd naar vermeerdering van kennis.

(88) Met betrekking tot de verwerking voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden dient rekening te worden gehouden met de gewettigde verwachting van de maatschappij dat er wordt gestreefd naar vermeerdering van kennis.

Amendement  62

Voorstel voor een verordening

Overweging 89

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(89) Wanneer de Commissie niet heeft besloten of het niveau van gegevensbescherming in een derde land passend is, dient de voor de verwerking verantwoordelijke in elk geval gebruik te maken van oplossingen die de betrokkenen ook na de doorgifte van hun gegevens verzekeren van de rechten en waarborgen die in de Unie gelden voor gegevensverwerking.

(89) Wanneer de Commissie niet heeft besloten of het niveau van gegevensbescherming in een derde land passend is, dient de voor de verwerking verantwoordelijke in elk geval gebruik te maken van oplossingen die de betrokkenen ook na de doorgifte van hun gegevens op een juridisch bindende manier verzekeren van de rechten en waarborgen die in de Unie gelden voor gegevensverwerking, voor zover de verwerking niet massaal, steeds terugkerend en structureel is. Die verzekering dient financiële schadeloosstelling te omvatten bij verlies, onbevoegde toegang of verwerking van de gegevens en een verplichting, ongeacht de nationale wetgeving, om volledige informatie te verstrekken betreffende elke toegang tot de gegevens door overheidsinstanties in het derde land.

Amendement  63

Voorstel voor een verordening

Overweging 90

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(90) Sommige derde landen stellen wetten, bestuursrechtelijke bepalingen en andere rechtsvoorschriften vast waarmee wordt beoogd de gegevensverwerkingsactiviteiten van natuurlijke en rechtspersonen die onder de jurisdictie van de lidstaten vallen, rechtstreeks te regelen. De extraterritoriale toepassing van deze wetten, bestuursrechtelijke bepalingen en andere rechtsvoorschriften kan in strijd zijn met het internationaal recht en een belemmering vormen voor de bij deze verordening gegarandeerde bescherming van personen in de Unie. . Doorgiften dienen alleen te kunnen plaatsvinden wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld aan doorgifte naar derde landen. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer verstrekking nodig is voor een algemeen belang dat erkend is in het Unierecht of in het recht van de lidstaat waarvan de voor de verwerking verantwoordelijke onderdaan is. Het is aan de Commissie om door middel van een gedelegeerde handeling vast te stellen wanneer er sprake is van zwaarwegende algemene belangen.

(90) Sommige derde landen stellen wetten, bestuursrechtelijke bepalingen en andere rechtsvoorschriften vast waarmee wordt beoogd de gegevensverwerkingsactiviteiten van natuurlijke en rechtspersonen die onder de jurisdictie van de lidstaten vallen, rechtstreeks te regelen. De extraterritoriale toepassing van deze wetten, bestuursrechtelijke bepalingen en andere rechtsvoorschriften kan in strijd zijn met het internationaal recht en een belemmering vormen voor de bij deze verordening gegarandeerde bescherming van personen in de Unie. Doorgiften dienen alleen te kunnen plaatsvinden wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld aan doorgifte naar derde landen. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer verstrekking nodig is voor een algemeen belang dat erkend is in het Unierecht of in het recht van de lidstaat waarvan de voor de verwerking verantwoordelijke onderdaan is. Het is aan de Commissie om door middel van een gedelegeerde handeling vast te stellen wanneer er sprake is van zwaarwegende algemene belangen. Wanneer voor de verwerking verantwoordelijken of verwerkers worden geconfronteerd met tegenstrijdige nalevingseisen tussen de jurisdictie van de Unie enerzijds en die van een derde land anderzijds, moet de Commissie ervoor zorgen dat het recht van de Unie te allen tijde prevaleert. De Commissie moet de voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker richtsnoeren bieden en bijstand verlenen en het conflict omtrent de rechtsbevoegdheid met het derde land in kwestie proberen op te lossen.

Amendement  64

Voorstel voor een verordening

Overweging 92

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(92) Het is voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens van wezenlijk belang dat in elke lidstaat een toezichthoudende autoriteit wordt ingesteld die haar taken volstrekt onafhankelijk uitvoert. De lidstaten hebben de mogelijkheid om in overeenstemming met hun constitutionele, organisatorische en bestuurlijke structuur meer dan één toezichthoudende autoriteit in te stellen.

(92) Het is voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens van wezenlijk belang dat in elke lidstaat een toezichthoudende autoriteit wordt ingesteld die haar taken volstrekt onafhankelijk uitvoert. De lidstaten hebben de mogelijkheid om in overeenstemming met hun constitutionele, organisatorische en bestuurlijke structuur meer dan één toezichthoudende autoriteit in te stellen. Een autoriteit dient te beschikken over passende financiële en personele middelen om haar opdracht volledig te vervullen, rekening houdend met de omvang van de bevolking en het volume van de verwerking van persoonsgegevens.

Amendement  65

Voorstel voor een verordening

Overweging 94

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(94) Iedere toezichthoudende autoriteit dient te beschikken over passende financiële en personele middelen en de huisvesting en infrastructuur die noodzakelijk zijn om haar taken, waaronder die in het kader van wederzijdse bijstand en samenwerking met andere toezichthoudende autoriteiten in de Unie, effectief uit te voeren.

(94) Iedere toezichthoudende autoriteit dient te beschikken over passende financiële en personele middelen, met bijzondere aandacht voor de passende technische en juridische vaardigheden van het personeel, en de huisvesting en infrastructuur die noodzakelijk zijn om haar taken, waaronder die in het kader van wederzijdse bijstand en samenwerking met andere toezichthoudende autoriteiten in de Unie, effectief uit te voeren.

Amendement  66

Voorstel voor een verordening

Overweging 95

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(95) De algemene voorwaarden voor de leden van de toezichthoudende autoriteit dienen in elke lidstaat bij wet te worden vastgesteld en dienen met name te bepalen dat de leden hetzij door het parlement, hetzij door de regering van de lidstaat worden benoemd, en voorschriften te bevatten inzake de persoonlijke kwalificaties van de leden en de positie van de leden.

(95) De algemene voorwaarden voor de leden van de toezichthoudende autoriteit dienen in elke lidstaat bij wet te worden vastgesteld en dienen met name te bepalen dat de leden door het parlement of door de regering van de lidstaat worden benoemd, waarbij de mogelijkheid van politieke inmenging tot een minimum moet worden beperkt, en voorschriften te bevatten inzake de persoonlijke kwalificaties van de leden, het voorkomen van belangenvermenging en de positie van de leden.

Amendement  67

Voorstel voor een verordening

Overweging 97

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(97) Wanneer de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de activiteiten van een vestiging van een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker in Unie in meer dan één lidstaat plaatsvindt, dient één enkele toezichthoudende autoriteit bevoegd te zijn voor de uitoefening van het toezicht op de activiteiten van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker in de hele Unie en de daarmee samenhangende besluiten te nemen, teneinde de consequente toepassing van de richtlijn te bevorderen, rechtszekerheid te bieden en de administratieve belasting voor dergelijke voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers te verminderen.

(97) Wanneer de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de activiteiten van een vestiging van een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker in de Unie in meer dan één lidstaat plaatsvindt, dient één enkele toezichthoudende autoriteit op te treden als enig contactpunt voor en als de autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker in de hele Unie en de daarmee samenhangende besluiten te nemen, teneinde de consequente toepassing van de richtlijn te bevorderen, rechtszekerheid te bieden en de administratieve belasting voor dergelijke voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers te verminderen.

Amendement  68

Voorstel voor een verordening

Overweging 98

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(98) De bevoegde autoriteit die een dergelijk éénloketsysteem aanbiedt, dient de toezichthoudende autoriteit te zijn van de lidstaat waar de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker zijn belangrijkste vestiging heeft.

(98) De leidende autoriteit die een dergelijk éénloketsysteem aanbiedt, dient de toezichthoudende autoriteit te zijn van de lidstaat waar de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker zijn belangrijkste vestiging heeft of zijn vertegenwoordiger. Het Europees Comité voor gegevensbescherming kan via de conformiteitstoetsing in bepaalde gevallen op vraag van een bevoegde autoriteit de hoofdautoriteit aanwijzen.

Amendement  69

Voorstel voor een verordening

Overweging 98 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(98 bis) Betrokkenen van wie persoonsgegevens worden verwerkt door een voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker in een andere lidstaat, moeten de mogelijkheid hebben zich tot de toezichthoudende autoriteit van hun keuze te richten. De hoofdautoriteit voor de gegevensbescherming moet haar activiteiten met die van de andere betrokken autoriteiten coördineren.

Amendement  70

Voorstel voor een verordening

Overweging 101

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(101) Iedere toezichthoudende autoriteit dient kennis te nemen van klachten die door een betrokkene zijn ingediend en de zaak te onderzoeken. Het onderzoek dat naar aanleiding van een klacht wordt uitgevoerd, heeft een voor het specifieke geval passende reikwijdte en kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing. De toezichthoudende autoriteit dient de betrokkene binnen een redelijke termijn in kennis te stellen van de voortgang en het resultaat van de klacht. Indien de zaak verder onderzoek of coördinatie met een andere toezichthoudende autoriteit vereist, dient de betrokkene tussentijdse informatie te worden verstrekt.

(101) Iedere toezichthoudende autoriteit dient kennis te nemen van klachten die door een betrokkene of een vereniging die optreedt in het algemeen belang zijn ingediend en de zaak te onderzoeken. Het onderzoek dat naar aanleiding van een klacht wordt uitgevoerd, heeft een voor het specifieke geval passende reikwijdte en kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing. De toezichthoudende autoriteit dient de betrokkene of de vereniging binnen een redelijke termijn in kennis te stellen van de voortgang en het resultaat van de klacht. Indien de zaak verder onderzoek of coördinatie met een andere toezichthoudende autoriteit vereist, dient de betrokkene tussentijdse informatie te worden verstrekt.

Amendement  71

Voorstel voor een verordening

Overweging 105

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(105) Om te verzekeren dat deze verordening in de gehele Unie consequent wordt toegepast, dient een conformiteitstoetsing te worden vastgesteld voor samenwerking tussen de toezichthoudende autoriteiten en met de Commissie. Deze toetsing dient met name te worden toegepast wanneer een toezichthoudende autoriteit voornemens is een maatregel te nemen inzake verwerkingen die betrekking hebben op het aanbieden van goederen of diensten aan betrokkenen in meerdere lidstaten of op het toezicht op dergelijke betrokkenen, of die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor het vrije verkeer van persoonsgegevens. Het dient ook van toepassing te zijn wanneer een toezichthoudende autoriteit of de Commissie verzoekt om de aangelegenheid aan de conformiteitstoetsing te onderwerpen. Deze toetsing dient geen afbreuk te doen aan maatregelen die de Commissie kan nemen in de uitoefening van de bevoegdheden die haar bij de Verdragen zijn toegekend.

(105) Om te verzekeren dat deze verordening in de gehele Unie consequent wordt toegepast, dient een conformiteitstoetsing te worden vastgesteld voor samenwerking tussen de toezichthoudende autoriteiten en met de Commissie. Deze toetsing dient met name te worden toegepast wanneer een toezichthoudende autoriteit voornemens is een maatregel te nemen inzake verwerkingen die betrekking hebben op het aanbieden van goederen of diensten aan betrokkenen in meerdere lidstaten of op het toezicht op dergelijke betrokkenen, of die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor het vrije verkeer van persoonsgegevens. Het dient ook van toepassing te zijn wanneer een toezichthoudende autoriteit of de Commissie verzoekt om de aangelegenheid aan de conformiteitstoetsing te onderwerpen. Bovendien dienen de betrokkenen het recht te hebben een consequente toepassing te eisen indien zij van oordeel zijn dat een door een gegevensbeschermingsautoriteit van een lidstaat genomen maatregel niet aan het criterium van een consequente toepassing voldoet. Deze toetsing dient geen afbreuk te doen aan maatregelen die de Commissie kan nemen in de uitoefening van de bevoegdheden die haar bij de Verdragen zijn toegekend.

Amendement  72

Voorstel voor een verordening

Overweging 106 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(106 bis) Om ervoor te zorgen dat deze verordening consistent wordt toegepast, kan het Europees Comité voor gegevensbescherming in afzonderlijke gevallen een besluit vaststellen dat bindend is voor de bevoegde toezichthoudende autoriteiten.

Amendement  73

Voorstel voor een verordening

Overweging 107

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(107) Teneinde ervoor te zorgen dat de bepalingen van deze verordening worden nageleefd, kan de Commissie hierover een advies uitbrengen of een besluit vaststellen waarbij de toezichthoudende autoriteit wordt verplicht haar ontwerpmaatregel in te trekken.

Schrappen

Amendement  74

Voorstel voor een verordening

Overweging 110

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(110) Op het niveau van de Unie dient een Europees Comité voor gegevensbescherming te worden ingesteld. Dit comité dient de bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG opgerichte Groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens te vervangen. Het dient te bestaan uit de hoofden van de toezichthoudende autoriteit van iedere lidstaat en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. De Commissie dient deel te nemen aan zijn activiteiten. Het Europees Comité voor gegevensbescherming dient bij te dragen tot de consistente toepassing van deze richtlijn in de Unie, onder meer door de Commissie advies te verlenen en de samenwerking tussen de toezichthoudende autoriteiten in de Unie te bevorderen. Het Europees Comité voor gegevensbescherming dient bij de uitvoering van zijn taken onafhankelijk op te treden.

(110) Op het niveau van de Unie dient een Europees Comité voor gegevensbescherming te worden ingesteld. Dit comité dient de bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG opgerichte Groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens te vervangen. Het dient te bestaan uit de hoofden van de toezichthoudende autoriteit van iedere lidstaat en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Het Europees Comité voor gegevensbescherming dient bij te dragen tot de consistente toepassing van deze richtlijn in de Unie, onder meer door de instellingen van de Unie advies te verlenen en de samenwerking tussen de toezichthoudende autoriteiten in de Unie, met inbegrip van de coördinatie van gezamenlijke operaties, te bevorderen. Het Europees Comité voor gegevensbescherming dient bij de uitvoering van zijn taken onafhankelijk op te treden. Het Europees Comité voor gegevensbescherming dient de dialoog met de betrokken belanghebbenden, zoals verenigingen van betrokkenen, consumentenorganisaties, voor de verwerking verantwoordelijken en andere relevante belanghebbenden en deskundigen, te versterken.

Amendement  75

Voorstel voor een verordening

Overweging 111

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(111) Iedere betrokkene dient het recht te hebben om een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit in een lidstaat en een beroep in rechte in te stellen, indien hij meent dat inbreuk is gemaakt op zijn rechten uit hoofde van deze verordening of indien de toezichthoudende autoriteit niet optreedt naar aanleiding van een klacht of indien deze niet optreedt wanneer zulk optreden noodzakelijk is ter bescherming van de rechten van de betrokkene.

(111) Betrokkenen dienen het recht te hebben om een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit in een lidstaat en een effectief beroep in rechte in te stellen overeenkomstig artikel 47 van het Handvest van de grondrechten, indien zij menen dat inbreuk is gemaakt op hun rechten uit hoofde van deze verordening of indien de toezichthoudende autoriteit niet optreedt naar aanleiding van een klacht of indien deze niet optreedt wanneer zulk optreden noodzakelijk is ter bescherming van de rechten van de betrokkene.

Amendement  76

Voorstel voor een verordening

Overweging 112

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(112) Alle organen, organisaties of verenigingen die de bescherming van de rechten en belangen van betrokkenen in verband met de bescherming van hun persoonsgegevens tot doel hebben en die volgens het recht van een lidstaat zijn opgericht, dienen het recht te hebben om een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit of namens betrokkenen door wie zij naar behoren zijn gemachtigd het recht op beroep in rechte uit te oefenen, en om onafhankelijk van een klacht van een betrokkene zelf een klacht in te dienen indien zij menen dat zich een inbreuk op persoonsgegevens heeft voorgedaan.

(112) Alle organen, organisaties of verenigingen die handelen in het algemeen belang en die volgens het recht van een lidstaat zijn opgericht, dienen het recht te hebben om een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit namens betrokkenen, met hun toestemming, of het recht op beroep in rechte uit te oefenen indien ze hiervoor gemachtigd zijn door de betrokkene, of om onafhankelijk van een klacht van een betrokkene zelf een klacht in te dienen indien zij menen dat zich een inbreuk op deze verordening heeft voorgedaan.

Amendement            77

Voorstel voor een verordening

Overweging 114

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(114) Teneinde de juridische bescherming van de betrokkene te beschermen wanneer de bevoegde toezichthoudende autoriteit is gevestigd in een andere lidstaat dan die waar de betrokkene woont, kan de betrokkene alle organen, organisaties of verenigingen die de bescherming van de rechten en belangen van betrokkenen in verband met de bescherming van hun persoonsgegevens tot doel hebben, vragen om namens hem in de andere lidstaat tegen de bevoegde toezichthoudende autoriteit een vordering in te stellen.

(114) Teneinde de juridische bescherming van de betrokkene te beschermen wanneer de bevoegde toezichthoudende autoriteit is gevestigd in een andere lidstaat dan die waar de betrokkene woont, kan de betrokkene alle organen, organisaties of verenigingen die handelen in het algemeen belang, machtigen om in de andere lidstaat tegen de bevoegde toezichthoudende autoriteit een vordering in te stellen.

Amendement  78

Voorstel voor een verordening

Overweging 115

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(115) Wanneer de bevoegde toezichthoudende autoriteit in een andere lidstaat is gevestigd en niet optreedt of onvoldoende maatregelen heeft getroffen naar aanleiding van een klacht, kan de betrokkene de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waar hij gewoonlijk verblijft, verzoeken om tegen die bevoegde toezichthoudende autoriteit een vordering in te stellen bij de bevoegde gerechtelijke instantie in de andere lidstaat. De beslissing of het passend is om gevolg te geven aan het verzoek, is aan de aangezochte toezichthoudende autoriteit en kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing.

(115) Wanneer de bevoegde toezichthoudende autoriteit in een andere lidstaat is gevestigd en niet optreedt of onvoldoende maatregelen heeft getroffen naar aanleiding van een klacht, kan de betrokkene de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waar hij gewoonlijk verblijft, verzoeken om tegen die bevoegde toezichthoudende autoriteit een vordering in te stellen bij de bevoegde gerechtelijke instantie in de andere lidstaat. Dit is niet van toepassing op personen die niet in de EU verblijven. De beslissing of het passend is om gevolg te geven aan het verzoek, is aan de aangezochte toezichthoudende autoriteit en kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing.

Amendement            79

Voorstel voor een verordening

Overweging 116

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(116) Voor procedures tegen een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker dient de verzoeker te kunnen kiezen om de zaak aanhangig te maken bij een rechter in de lidstaat waar de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker een vestiging heeft, of dit te doen in de lidstaat waar de betrokkene woont, tenzij de voor de verwerking verantwoordelijke een overheidsinstantie is die krachtens overheidsbevoegdheid handelt.

(116) Voor procedures tegen een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker dient de verzoeker te kunnen kiezen om de zaak aanhangig te maken bij een rechter in de lidstaat waar de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker een vestiging heeft of, in ingeval van verblijf in de Unie, dit te doen in de lidstaat waar de betrokkene woont, tenzij de voor de verwerking verantwoordelijke een overheidsinstantie van de Unie of van een lidstaat is die krachtens overheidsbevoegdheid handelt.

Amendement  80

Voorstel voor een verordening

Overweging 118

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(118) De schade die betrokkenen ten gevolge van een onrechtmatige verwerking kunnen lijden, moet worden vergoed door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker, die van zijn aansprakelijkheid kan worden vrijgesteld indien hij bewijst dat het schade veroorzakende feit hem niet kan worden toegerekend, met name wanneer hij aantoont dat er sprake is van een fout van de betrokkene of van overmacht.

(118) De al dan niet geldelijke schade die betrokkenen ten gevolge van een onrechtmatige verwerking kunnen lijden, moet worden vergoed door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker, die alleen van zijn aansprakelijkheid kan worden vrijgesteld indien hij bewijst dat het schade veroorzakende feit hem niet kan worden toegerekend, wat met name het geval is wanneer hij aantoont dat er sprake is van een fout van de betrokkene of van overmacht.

Amendement  81

Voorstel voor een verordening

Overweging 119

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(119) Er moet worden voorzien in sancties jegens iedere persoon, ongeacht of deze onder het publiekrecht dan wel onder het privaatrecht valt, die deze verordening niet naleeft. De lidstaten dienen erop toe te zien dat de sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en alle maatregelen te nemen om de sancties ten uitvoer te leggen.

(119) Er moet worden voorzien in sancties jegens iedere persoon, ongeacht of deze onder het publiekrecht dan wel onder het privaatrecht valt, die deze verordening niet naleeft. De lidstaten dienen erop toe te zien dat de sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en alle maatregelen te nemen om de sancties ten uitvoer te leggen. Voor de regels inzake sancties dienen passende procedurele waarborgen te gelden overeenkomstig de algemene beginselen van de wetgeving van de Unie en het Handvest van de grondrechten, met inbegrip van de beginselen met betrekking tot het recht op een effectief beroep in rechte, een eerlijke rechtsbedeling en het beginsel "ne bis in idem".

Amendement  82

Voorstel voor een verordening

Overweging 119 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(119 bis) De lidstaten dienen bij het opleggen van sancties de passende procedurele waarborgen volledig te eerbiedigen, met inbegrip van het recht op een effectief beroep in rechte, een eerlijke rechtsbedeling en het beginsel "ne bis in idem".

Amendement  83

Voorstel voor een verordening

Overweging 121

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(121) Voor de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden of voor artistieke en literaire doeleinden dient te worden voorzien in uitzonderingen op een aantal bepalingen van deze verordening teneinde het recht op bescherming van persoonsgegevens te verzoenen met de regels betreffende de vrijheid van meningsuiting, inzonderheid het recht om inlichtingen te ontvangen of te verstrekken, zoals dat met name bij artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wordt gewaarborgd. Dit dient met name voor de verwerking van persoonsgegevens voor audiovisuele doeleinden en in nieuws- en persarchieven te gelden. Derhalve dienen de lidstaten wettelijke maatregelen te treffen om de uitzonderingen en beperkingen vast te stellen die nodig zijn voor een juiste balans tussen deze grondrechten. De lidstaten dienen dergelijke uitzonderingen en afwijkingen vast te stellen met betrekking tot de algemene beginselen, de rechten van betrokkenen, de voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker, de doorgifte van gegevens naar derde landen of internationale organisaties, de onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten en samenwerking en conformiteit. Zulks mag de lidstaten er evenwel niet toe bewegen te voorzien in uitzonderingen op de andere bepalingen van deze verordening. Gelet op het belang van het recht van vrijheid van meningsuiting in elke democratische samenleving, dienen begrippen die betrekking hebben op die vrijheid, zoals journalistiek, ruim te worden uitgelegd. Voor de in het kader van deze verordening vast te stellen uitzonderingen en afwijkingen dienen de lidstaten activiteiten derhalve als “journalistiek” aan te merken, indien deze activiteiten de bekendmaking aan het publiek van informatie, meningen of ideeën tot doel hebben, ongeacht het voor de doorgifte gebruikte medium. Het hoeft niet noodzakelijkerwijs om activiteiten van mediaondernemingen te gaan en zij kunnen met of zonder winstoogmerk worden uitgevoerd.

(121) Telkens als dat nodig is, dienen voor de verwerking van persoonsgegevens uitzonderingen op of afwijkingen van een aantal bepalingen van deze verordening te gelden teneinde het recht op bescherming van persoonsgegevens te verzoenen met de regels betreffende de vrijheid van meningsuiting, inzonderheid het recht om inlichtingen te ontvangen of te verstrekken, zoals dat met name bij artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wordt gewaarborgd. Derhalve dienen de lidstaten wettelijke maatregelen te treffen om de uitzonderingen en beperkingen vast te stellen die nodig zijn voor een juiste balans tussen deze grondrechten. De lidstaten dienen dergelijke uitzonderingen en afwijkingen vast te stellen met betrekking tot de algemene beginselen, de rechten van betrokkenen, de voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker, de doorgifte van gegevens naar derde landen of internationale organisaties, de onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten en samenwerking en conformiteit, en betreffende specifieke situaties op het gebied van gegevensverwerking. Zulks mag de lidstaten er evenwel niet toe bewegen te voorzien in uitzonderingen op de andere bepalingen van deze verordening. Gelet op het belang van het recht van vrijheid van meningsuiting in elke democratische samenleving, dienen begrippen die betrekking hebben op die vrijheid ruim te interpreteren zodat ze alle activiteiten omvatten die gericht zijn op de bekendmaking aan het publiek van informatie, meningen of ideeën, ongeacht het voor de doorgifte gebruikte medium, eveneens rekening houdend met de technologische ontwikkeling. Het hoeft niet noodzakelijkerwijs om activiteiten van mediaondernemingen te gaan en zij kunnen met of zonder winstoogmerk worden uitgevoerd.

Amendement  84

Voorstel voor een verordening

Overweging 122 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(122 bis) Een gezondheidswerker die persoonsgegevens betreffende de gezondheid verwerkt, dient waar mogelijk geanonimiseerde gegevens of gegevens onder pseudoniem te ontvangen, zodat de identiteit van de betrokkene alleen voor de huisarts of de specialist bekend is die om verwerking van die gegevens heeft verzocht.

Amendement  85

Voorstel voor een verordening

Overweging 123

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(123) Het kan om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid nodig zijn om persoonsgegevens over gezondheid zonder toestemming van de betrokkene te verwerken. In dat verband dient “volksgezondheid” overeenkomstig de definitie van Verordening (EG) nr. 1338/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende communautaire statistieken over de volksgezondheid en de gezondheid en veiligheid op het werk te worden uitgelegd als alle elementen in verband met de gezondheid, namelijk gezondheidstoestand, inclusief morbiditeit en beperkingen, de determinanten die een effect hebben op die gezondheidstoestand, de behoeften aan gezondheidszorg, middelen ten behoeve van de gezondheidszorg, de verstrekking van en de universele toegang tot gezondheidszorg, alsmede de uitgaven voor en de financiering van de gezondheidszorg, en de doodsoorzaken. Dergelijke verwerking van persoonsgegevens over gezondheid om redenen van algemeen belang mag er niet toe te leiden dat persoonsgegevens door derden zoals werkgevers, verzekeringsmaatschappijen en banken voor andere doeleinden worden verwerkt.

(123) Het kan om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid nodig zijn om persoonsgegevens over gezondheid zonder toestemming van de betrokkene te verwerken. In dat verband dient "volksgezondheid" overeenkomstig de definitie van Verordening (EG) nr. 1338/2008 van het Europees Parlement en de Raad1 te worden uitgelegd als alle elementen in verband met de gezondheid, namelijk gezondheidstoestand, inclusief morbiditeit en beperkingen, de determinanten die een effect hebben op die gezondheidstoestand, de behoeften aan gezondheidszorg, middelen ten behoeve van de gezondheidszorg, de verstrekking van en de universele toegang tot gezondheidszorg, alsmede de uitgaven voor en de financiering van de gezondheidszorg, en de doodsoorzaken.

 

1 Verordening (EG) nr. 1338/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende communautaire statistieken over de volksgezondheid en de gezondheid en veiligheid op het werk (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 70).

Amendement  86

Voorstel voor een verordening

Overweging 123 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(123 bis) De verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid, als een bijzondere categorie gegevens, kan noodzakelijk zijn voor historisch, statistisch of wetenschappelijk onderzoek. Daarom is in deze verordening een uitzondering opgenomen op de eis van toestemming in gevallen van onderzoek van gewichtig algemeen belang.

Amendement  87

Voorstel voor een verordening

Overweging 124

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(124) De algemene beginselen inzake de bescherming van personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens dienen ook van toepassing te zijn op de arbeidsverhouding. Teneinde de verwerking van de persoonsgegevens van werknemers in het kader van de arbeidsverhouding te reglementeren, dienen de lidstaten de mogelijkheid hebben om, binnen de grenzen van deze verordening, specifieke voorschriften vast te stellen voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de arbeidsverhouding.

(124) De algemene beginselen inzake de bescherming van personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens dienen ook van toepassing te zijn op de arbeidsverhouding en de sociale zekerheid. De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben de verwerking van de persoonsgegevens van werknemers in het kader van de arbeidsverhouding en de verwerking van persoonsgegevens voor socialezekerheidsdoeleinden te reglementeren overeenkomstig de voorschriften en minimumnormen die in deze verordening zijn vastgesteld. Indien de regeling van aangelegenheden betreffende de arbeidsverhouding door een overeenkomst tussen de werknemersvertegenwoordigers en de leiding van de onderneming of van de onderneming die zeggenschap uitoefent binnen een concern is voorzien in het kader van de wetgeving van de betrokken lidstaat (collectieve overeenkomst) of in overeenstemming met Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad1, mag de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de arbeidsverhouding ook door dergelijke overeenkomst geregeld worden.

 

1 Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28).

Amendement  88

Voorstel voor een verordening

Overweging 125 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(125 bis) Persoonsgegevens mogen eveneens later worden verwerkt door archiefdiensten voor wie het verzamelen, bewaren, verstrekken van informatie over, exploiteren en verspreiden van archiefstukken in het algemeen belang de hoofdtaak of een wettelijke verplichting is. Het recht op bescherming van persoonsgegevens dient in de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming te worden gebracht met de regels inzake archieven en de toegang van burgers tot administratieve informatie. De lidstaten moeten aansporen tot de uitwerking, in het bijzonder door de Europese Archiefgroep, van regels ter waarborging van de vertrouwelijkheid van gegevens ten opzichte van derden en de authenticiteit, de integriteit en de goede opslag van de gegevens.

Amendement            89

Voorstel voor een verordening

Overweging 126

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(126) Voor de toepassing van deze verordening dient wetenschappelijk onderzoek fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek en uit particuliere middelen gefinancierd onderzoek te omvatten en dient bovendien de doelstelling van de Unie uit hoofde van artikel 179, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, te weten de totstandbrenging van een Europese onderzoeksruimte, in acht te worden genomen.

(126) Voor de toepassing van deze verordening dient wetenschappelijk onderzoek fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek en uit particuliere middelen gefinancierd onderzoek te omvatten en dient bovendien de doelstelling van de Unie uit hoofde van artikel 179, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, te weten de totstandbrenging van een Europese onderzoeksruimte, in acht te worden genomen. De verwerking van persoonsgegevens voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden mag er niet toe leiden dat persoonsgegevens voor andere doeleinden worden verwerkt, tenzij de betrokkene hier toestemming voor geeft of op basis van EU-wetgeving of nationale wetgeving.

Amendement  90

Voorstel voor een verordening

Overweging 128

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(128) Overeenkomstig artikel 17 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie eerbiedigt deze verordening de status die kerken en religieuze verenigingen en gemeenschappen volgens het nationaal recht in de lidstaten hebben, en doet daaraan geen afbreuk. Wanneer een kerk in een lidstaat op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening uitgebreide voorschriften betreffende de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens toepast, dienen deze bestaande voorschriften derhalve van toepassing te blijven, wanneer zij met deze verordening in overeenstemming worden gebracht. Dergelijke kerken en religieuze verenigingen dienen verplicht te worden om voor de instelling van een volledig onafhankelijke toezichthoudende autoriteit te zorgen.

(128) Overeenkomstig artikel 17 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie eerbiedigt deze verordening de status die kerken en religieuze verenigingen en gemeenschappen volgens het nationaal recht in de lidstaten hebben, en doet daaraan geen afbreuk. Wanneer een kerk in een lidstaat op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening passende voorschriften betreffende de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens toepast, dienen deze bestaande voorschriften derhalve van toepassing te blijven, wanneer zij met deze verordening in overeenstemming worden gebracht en als dusdanig worden erkend.

Amendement  91

Voorstel voor een verordening

Overweging 129

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(129) Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, namelijk het beschermen van de grondrechten en de fundamentele vrijheden van natuurlijke personen, in het bijzonder hun recht op de bescherming van persoonsgegevens, en het waarborgen van het vrije verkeer van persoonsgegevens in de Unie, dient aan de Commissie de bevoegdheid te worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen. Met name dienen gedelegeerde handelingen te worden vastgesteld met betrekking tot de rechtmatigheid van verwerkingen; het vaststellen van de criteria en voorwaarden inzake de toestemming van kinderen; de verwerking van bijzondere categorieën van gegevens; de vaststelling van de criteria en voorwaarden voor de beoordeling of verzoeken en vergoedingen in verband met de uitoefening van de rechten van de betrokkene duidelijk buitensporig zijn; de criteria en vereisten voor het informeren van de betrokkene en met betrekking tot het recht van toegang; het recht om te worden vergeten en om gegevens te laten wissen; maatregelen op basis van profilering; criteria en vereisten met betrekking tot de verantwoordelijkheden van de voor de verwerking verantwoordelijke en met betrekking tot privacy by design en by default; verwerkers; criteria en vereisten voor de documentatie en de beveiliging van verwerkingen; criteria en vereisten voor de vaststelling van inbreuken in verband met persoonsgegevens en voor de melding daarvan aan de toezichthoudende autoriteit, en inzake de omstandigheden waarin een inbreuk in verband met persoonsgegevens waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de betrokkene heeft; de criteria en voorwaarden voor verwerkingen waarvoor een privacyeffectbeoordeling is vereist; de criteria en vereisten voor de vaststelling van grote specifieke risico’s die voorafgaande raadpleging vereisen; de aanwijzing en de taken van de functionaris voor gegevensbescherming; gedragscodes; criteria en vereisten voor certificeringsmechanismen; criteria en vereisten voor doorgiften op grond van bindende bedrijfsvoorschriften; uitzonderingen inzake doorgifte; administratieve sancties; verwerking voor gezondheidsdoeleinden; verwerking in het kader van de arbeidsverhouding en verwerking voor historisch, statistisch en wetenschappelijk onderzoek. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden toereikende raadplegingen verricht, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

(129) Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, namelijk het beschermen van de grondrechten en de fundamentele vrijheden van natuurlijke personen, in het bijzonder hun recht op de bescherming van persoonsgegevens, en het waarborgen van het vrije verkeer van persoonsgegevens in de Unie, dient aan de Commissie de bevoegdheid te worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen. Met name dienen gedelegeerde handelingen te worden vastgesteld met betrekking tot de vaststelling van de voorwaarden van op pictogrammen gebaseerde informatieverstrekking; het recht om gegevens te laten wissen; de verklaring dat gedragscodes conform de verordening zijn; criteria en vereisten voor certificeringsmechanismen; het passende beveiligingsniveau dat door een derde land of een internationale organisatie wordt verschaft; criteria en vereisten voor doorgiften op grond van bindende bedrijfsvoorschriften; administratieve sancties; verwerking voor gezondheidsdoeleinden en verwerking in het kader van de arbeidsverhouding. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passend overleg pleegt, ook op deskundigenniveau en in het bijzonder met het Europees Comité voor gegevensbescherming. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

Amendement  92

Voorstel voor een verordening

Overweging 130

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(130) Om te zorgen voor uniforme voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend voor: het vaststellen van modelformulieren inzake de verwerking van persoonsgegevens van kinderen; standaardprocedures en modelformulieren voor de uitoefening van de rechten van betrokkenen; modelformulieren voor het verstrekken van informatie aan de betrokkene, modelformulieren en standaardprocedures inzake het recht van toegang; het recht van gegevensoverdraagbaarheid; modelformulieren inzake de verantwoordelijkheid van de voor de verwerking verantwoordelijke voor privacy by design en by default en voor de documentatie; specifieke vereisten voor de beveiliging van de verwerking; het standaardformaat en de standaardprocedures voor de melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit en de mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene; normen en procedures voor een privacyeffectbeoordeling; formulieren en procedures voor voorafgaande toestemming en voorafgaande raadpleging; technische normen en mechanismen voor certificering; het door een derde land, een gebied of een verwerkingssector binnen dat derde land of een internationale organisatie geboden passende beschermingsniveau; niet bij EU-wetgeving toegestane verstrekkingen; wederzijdse bijstand; gezamenlijk optreden; besluiten in het kader van de conformiteitstoetsing. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. In deze context dient de Commissie specifieke maatregelen voor micro- en kleine en middelgrote ondernemingen in overweging te nemen.

(130) Om te zorgen voor uniforme voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend voor: het vaststellen van modelformulieren voor specifieke methoden ter verkrijging van verifieerbare toestemming met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens van kinderen; modelformulieren voor de mededeling aan de betrokkenen betreffende de uitoefening van hun rechten; modelformulieren voor het verstrekken van informatie aan de betrokkene; modelformulieren in verband met het recht op toegang, onder meer voor het meedelen van de persoonsgegevens aan de betrokkene; modelformulieren inzake de documentatie die door de voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker moet worden bijgehouden; het modelformulier voor de melding van inbreuken in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit en voor het documenteren van een inbreuk in verband met persoonsgegevens; en formulieren voor voorafgaande raadpleging en informatieverstrekking aan de toezichthoudende autoriteit. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad1. In deze context dient de Commissie specifieke maatregelen voor micro- en kleine en middelgrote ondernemingen in overweging te nemen.

 

1 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. In deze context dient de Commissie specifieke maatregelen voor micro- en kleine en middelgrote ondernemingen in overweging te nemen.

Amendement  93

Voorstel voor een verordening

Overweging 131

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(131) De onderzoeksprocedure dient te worden toegepast voor de vaststelling van specifieke modelformulieren inzake de toestemming van kinderen; standaardprocedures en modelformulieren voor de uitoefening van de rechten van betrokkenen; modelformulieren voor het verstrekken van informatie aan de betrokkene, modelformulieren en standaardprocedures inzake het recht van toegang; het recht van gegevensoverdraagbaarheid; modelformulieren inzake de verantwoordelijkheid van de voor de verwerking verantwoordelijke voor privacy by design en by default en voor de documentatie; specifieke vereisten voor de beveiliging van de verwerking; het standaardformaat en de standaardprocedures voor de melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit en de mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene; normen en procedures voor een privacyeffectbeoordeling; formulieren en procedures voor voorafgaande toestemming en voorafgaande raadpleging; technische normen en mechanismen voor certificering; het door een derde land, een gebied of een verwerkingssector binnen dat derde land of een internationale organisatie geboden passende beschermingsniveau; niet bij EU-wetgeving toegestane verstrekkingen; wederzijdse bijstand; gezamenlijk optreden; besluiten in het kader van de conformiteitstoetsing, aangezien dit handelingen van algemene strekking zijn.

(131) Voor de vaststelling van specifieke modelformulieren moet de onderzoeksprocedure worden gevolgd: het vaststellen van modelformulieren voor specifieke methoden ter verkrijging van verifieerbare toestemming met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens van kinderen; modelformulieren voor de mededeling aan de betrokkenen betreffende de uitoefening van hun rechten; modelformulieren voor het verstrekken van informatie aan de betrokkene; modelformulieren in verband met het recht op toegang, onder meer voor het meedelen van de persoonsgegevens aan de betrokkene; modelformulieren inzake de documentatie die door de voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker moet worden bijgehouden; het modelformulier voor de melding van inbreuken in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit en voor het documenteren van een inbreuk in verband met persoonsgegevens; formulieren voor voorafgaande raadpleging en informatieverstrekking aan de toezichthoudende autoriteit, aangezien dit handelingen van algemene strekking zijn.

Amendement  94

Voorstel voor een verordening

Overweging 132

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(132) Wanneer een derde land, een gebied of een verwerkingssector in een derde land, of een internationale organisatie geen passend beschermingsniveau waarborgt en wanneer er sprake is van aan de toezichthoudende autoriteiten in het kader van de conformiteitstoetsing gemelde aangelegenheden, moet de Commissie in naar behoren gerechtvaardige gevallen onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen, wanneer dwingende urgente redenen dat vereisen.

Schrappen

Amendement            95

Voorstel voor een verordening

Overweging 134

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(134) Richtlijn 95/46/EG dient door deze verordening te worden vervangen. Voor zover besluiten van de Commissie en door de toezichthoudende autoriteiten verleende toestemmingen zijn gebaseerd op Richtlijn 95/46/EG dienen zij echter van kracht te blijven.

(134) Richtlijn 95/46/EG dient door deze verordening te worden ingetrokken. Voor zover besluiten van de Commissie en door de toezichthoudende autoriteiten verleende toestemmingen zijn gebaseerd op Richtlijn 95/46/EG dienen zij echter van kracht te blijven. Besluiten van de Commissie en toestemmingen van de toezichthoudende autoriteiten betreffende doorgiften van persoonsgegevens aan derde landen overeenkomstig artikel 41, lid 8, moeten van kracht blijven tijdens een overgangsperiode van vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, tenzij ze door de Commissie vóór het einde van deze periode worden gewijzigd, vervangen of ingetrokken.

Amendement  96

Voorstel voor een verordening

Artikel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Materiële werkingssfeer

Materiële werkingssfeer

1. Deze verordening is van toepassing op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde, alsmede op de niet-geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die zijn bestemd daarin te worden opgenomen.

1. Deze verordening is van toepassing op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, ongeacht de verwerkingsmethode, die in een bestand zijn opgenomen of die zijn bestemd daarin te worden opgenomen, alsmede op de niet-geautomatiseerde verwerking van zulke gegevens.

2. Deze verordening is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens:

2. Deze verordening is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens:

a) in het kader van activiteiten die buiten de werkingssfeer van het EU-recht vallen, met name activiteiten op het gebied van nationale veiligheid;

a) in het kader van activiteiten die buiten de werkingssfeer van het EU-recht vallen;

b) door de instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Unie;

 

c) door de lidstaten bij de uitvoering van activiteiten die binnen de werkingssfeer van hoofdstuk 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie vallen;

c) door de lidstaten bij de uitvoering van activiteiten die binnen de werkingssfeer van hoofdstuk 2 van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie vallen;

d) door een natuurlijke persoon zonder commercieel belang bij de uitoefening van zijn uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke activiteiten;

d) die door een natuurlijk persoon in activiteiten met uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden wordt verricht. Deze uitzondering geldt ook voor de publicatie van persoonsgegevens wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er zich slechts een beperkt aantal personen toegang tot zal verschaffen;

e) door de bevoegde autoriteiten met het oog op de preventie, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen.

e) door de bevoegde overheidsinstanties met het oog op de preventie, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen.

3. Deze verordening laat de toepassing van Richtlijn 2000/31/EG, met name de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden in de artikelen 12 tot en met 15 van die richtlijn, onverlet.

3. Deze verordening laat de toepassing van Richtlijn 2000/31/EG, met name de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden in de artikelen 12 tot en met 15 van die richtlijn, onverlet.

Amendement  97

Voorstel voor een verordening

Artikel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Geografisch toepassingsgebied

Geografisch toepassingsgebied

1. Deze verordening is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de activiteiten van een vestiging van een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker in de Unie.

1. Deze verordening is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de activiteiten van een vestiging van een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker in de Unie, ongeacht of de verwerking plaatsvindt in de Unie of niet.

2. Deze verordening is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens van in de Unie wonende betrokkenen door een niet in de Unie gevestigde voor de verwerking verantwoordelijke, wanneer de verwerking betrekking heeft op:

2. Deze verordening is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens van betrokkenen in de Unie door een niet in de Unie gevestigde voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker, wanneer de verwerking betrekking heeft op:

a) het aanbieden van goederen of diensten aan deze betrokkenen in de Unie; of

a) het aanbieden van goederen of diensten aan deze betrokkenen in de Unie, ongeacht of die betrokkene daarvoor een vergoeding dient te betalen; of

b) het observeren van hun gedrag.

b) het observeren van die betrokkenen.

3. Deze verordening is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door een voor de verwerking verantwoordelijke die niet in de Unie is gevestigd, maar in een plaats waar krachtens het internationaal publiekrecht het nationale recht van een lidstaat van toepassing is.

3. Deze verordening is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door een voor de verwerking verantwoordelijke die niet in de Unie is gevestigd, maar in een plaats waar krachtens het internationaal publiekrecht het nationale recht van een lidstaat van toepassing is.

Amendement  98

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Definities

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1) "betrokkene": een geïdentificeerde natuurlijke persoon of een natuurlijke persoon die direct of indirect, met behulp van middelen waarvan mag worden aangenomen dat zij redelijkerwijs door de voor de verwerking verantwoordelijke dan wel door een andere natuurlijke of rechtspersoon in te zetten zijn, kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificatienummer, gegevens over de verblijfplaats, een online-identificatiemiddel of een of meer specifieke elementen die kenmerkend zijn voor zijn fysieke, fysiologische, genetische, mentale, economische, culturele of sociale identiteit.

 

(2) "persoonsgegevens": iedere informatie betreffende een betrokkene;

(2) "persoonsgegevens": iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon ("betrokkene"); als identificeerbaar wordt beschouwd een persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, in het bijzonder aan de hand van een identificatiemiddel, zoals een naam, een identificatienummer, gegevens over de verblijfplaats, een unieke identificatiecode of van een of meer specifieke elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele, sociale of genderidentiteit van die persoon;

 

(2 bis) "pseudonieme gegevens": persoonsgegevens die niet aan een specifieke betrokkene kunnen worden gekoppeld zonder dat er aanvullende gegevens worden gebruikt, zo lang als dergelijke aanvullende informatie apart wordt bewaard en op voorwaarde dat technische en organisatorische maatregelen worden genomen om niet-koppeling te waarborgen;

 

(2 ter) "geëncrypteerde gegevens": persoonsgegevens die met behulp van technische beschermingsmaatregelen onbegrijpelijk zijn gemaakt voor eenieder die geen recht op toegang daartoe heeft;

(3) "verwerking": elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd met behulp van geautomatiseerde procédés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enigerlei andere wijze van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het wissen of vernietigen van gegevens.

(3) "verwerking": elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd met behulp van geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enigerlei andere wijze van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het wissen of vernietigen van gegevens;

 

(3 bis) "profilering": iedere automatische wijze waarop persoonsgegevens van een persoon worden verwerkt met de bedoeling om bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid te evalueren of om met name zijn beroepsprestaties, economische situatie, verblijfplaats, gezondheid, persoonlijke voorkeuren, betrouwbaarheid of gedrag te analyseren of te voorspellen;

(4) "bestand": elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens die volgens bepaalde criteria toegankelijk zijn, ongeacht of dit geheel gecentraliseerd dan wel gedecentraliseerd is of verspreid op een functioneel of geografisch bepaalde wijze;

(4) "bestand": elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens die volgens bepaalde criteria toegankelijk zijn, ongeacht of dit geheel gecentraliseerd dan wel gedecentraliseerd is of verspreid op een functioneel of geografisch bepaalde wijze;

(5) "voor de verwerking verantwoordelijke": de natuurlijke of rechtspersoon, de overheidsinstantie, de dienst of enig ander orgaan die, respectievelijk dat, alleen of tezamen met anderen, het doel van en de voorwaarden en middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt; wanneer het doel van en de voorwaarden en middelen voor de verwerking worden vastgesteld bij EU-wetgeving of de nationale wetgeving, kan in de EU-wetgeving of de nationale wetgeving worden bepaald wie de voor de verwerking verantwoordelijke is of volgens welke criteria deze wordt aangewezen;

(5) "voor de verwerking verantwoordelijke": de natuurlijke of rechtspersoon, de overheidsinstantie, de dienst of enig ander lichaam die, respectievelijk dat, alleen of tezamen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt; wanneer het doel van en de middelen voor de verwerking worden vastgesteld bij EU-wetgeving of de nationale wetgeving, kan in de EU-wetgeving of de nationale wetgeving worden bepaald wie de voor de verwerking verantwoordelijke is of volgens welke criteria deze wordt aangewezen;

(6) "verwerker": de natuurlijke of rechtspersoon, de overheidsinstantie, de dienst of enig ander orgaan die, respectievelijk dat ten behoeve van de voor de verwerking verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt;

(6) "verwerker": de natuurlijke of rechtspersoon, de overheidsinstantie, de dienst of enig ander orgaan die, respectievelijk dat ten behoeve van de voor de verwerking verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt;

(7) "ontvanger": de natuurlijke of rechtspersoon, de overheidsinstantie, de dienst of enig ander orgaan aan wie, respectievelijk waaraan de gegevens worden meegedeeld;

(7) "ontvanger": de natuurlijke of rechtspersoon, de overheidsinstantie, de dienst of enig ander orgaan aan wie, respectievelijk waaraan de gegevens worden meegedeeld;

 

(7 bis) "derde": de natuurlijke of rechtspersoon, de overheidsinstantie, de dienst of enig ander lichaam, niet zijnde de betrokkene, noch de voor de verwerking verantwoordelijke, noch de verwerker, noch de personen die onder rechtstreeks gezag van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker gemachtigd zijn om de gegevens te verwerken;

(8) "toestemming van de betrokkene": elke vrije, specifieke, op informatie berustende en uitdrukkelijke wilsuiting waarmee de betrokkene, door middel van hetzij een verklaring hetzij een ondubbelzinnige actieve handeling aanvaardt dat hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt;

(8) "toestemming van de betrokkene": elke vrije, specifieke, op informatie berustende en uitdrukkelijke wilsuiting waarmee de betrokkene, door middel van hetzij een verklaring hetzij een ondubbelzinnige actieve handeling aanvaardt dat hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt;

(9) "inbreuk in verband met persoonsgegevens": een inbreuk op de beveiliging met de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot de doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens, hetzij per ongeluk hetzij onrechtmatig, tot gevolg;

(9) "inbreuk in verband met persoonsgegevens": de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot de doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens, hetzij per ongeluk hetzij onrechtmatig;

(10) "genetische gegevens": alle gegevens, van welke aard ook, over de overgeërfde of tijdens de vroege prenatale ontwikkeling verkregen kenmerken van een persoon;

(10) "genetische gegevens": alle persoonsgegevens met betrekking tot de overgeërfde of verkregen genetische kenmerken van een persoon zoals aangetoond middels een analyse van een biologisch monster van het individu in kwestie, in het bijzonder van desoxyribonucleïnezuur (DNA) of ribonucleïnezuur (RNA) of andere elementen waarmee soortgelijke informatie verkregen kan worden;

(11) "biometrische gegevens": alle gegevens met betrekking tot de fysieke, fysiologische of gedragskenmerken van een persoon op grond waarvan de eenduidige kenmerking van die persoon mogelijk is, zoals afbeeldingen van het gezicht of dactyloscopische gegevens;

(11) "biometrische gegevens": alle persoonsgegevens met betrekking tot de fysieke, fysiologische of gedragskenmerken van een persoon op grond waarvan de eenduidige kenmerking van die persoon mogelijk is, zoals afbeeldingen van het gezicht of dactyloscopische gegevens;

(12) "gegevens over gezondheid": alle informatie over de fysieke of mentale gezondheid van een persoon, of over de verlening van een gezondheidsdienst aan een persoon;

(12) "gegevens over gezondheid": persoonsgegevens over de fysieke of mentale gezondheid van een persoon, of over de verlening van een gezondheidsdienst aan een persoon;

(13) "belangrijkste vestiging": met betrekking tot de voor de verwerking verantwoordelijke de plaats van vestiging van de voor de verwerking verantwoordelijke in de Unie waar de voornaamste besluiten over het doel van en de voorwaarden en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens worden genomen; wanneer in de Unie geen besluiten over het doel van of de voorwaarden en middelen voor de verwerking van persoonsgegevens worden genomen, is de belangrijkste vestiging de plaats waar de voornaamste gegevensverwerking in het kader van de activiteiten van een vestiging van een voor de verwerking verantwoordelijke in de Unie plaatsvindt. Met betrekking tot de verwerker is de "belangrijkste vestiging" de plaats waar zich zijn centrale administratie in de Unie bevindt;

(13) "belangrijkste vestiging": de plaats van vestiging in de Unie van de onderneming of groep van ondernemingen, ongeacht of het de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker betreft, waar de voornaamste besluiten over het doel van en de voorwaarden en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens worden genomen. Daarbij kan onder meer rekening worden gehouden met de volgende criteria: de vestigingsplaats van de hoofdzetel van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker; de vestigingsplaats van de meest aangewezen entiteit binnen een groep van ondernemingen in termen van managementfuncties en administratieve verantwoordelijkheden om de bepalingen van deze verordening toe te passen en te handhaven; de vestigingsplaats waar de daadwerkelijke en feitelijke beheersactiviteiten worden uitgeoefend die bepalend zijn voor de gegevensverwerking door een vaste vestiging;

(14) "vertegenwoordiger": elke in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die uitdrukkelijk door de voor de verwerking verantwoordelijke als zodanig is aangewezen, die namens de voor de verwerking verantwoordelijke handelt en die door de toezichthoudende autoriteiten en andere instanties in de Unie in plaats van de voor de verwerking verantwoordelijke kan worden aangesproken in verband met de verplichtingen van de voor de verwerking verantwoordelijke uit hoofde van deze verordening;

(14) "vertegenwoordiger": elke in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die uitdrukkelijk door de voor de verwerking verantwoordelijke als zodanig is aangewezen, die de voor de verwerking verantwoordelijke vertegenwoordigt in verband met de verplichtingen van de voor de verwerking verantwoordelijke uit hoofde van deze verordening;

(15) "onderneming": iedere entiteit die zich bezighoudt met een economische activiteit, ongeacht de rechtsvorm van die entiteit, met inbegrip derhalve van met name natuurlijke en rechtspersonen, personenvennootschappen of verenigingen die regelmatig een economische activiteit uitoefenen;

(15) "onderneming": iedere entiteit die zich bezighoudt met een economische activiteit, ongeacht de rechtsvorm van die entiteit, met inbegrip derhalve van met name natuurlijke en rechtspersonen, personenvennootschappen of verenigingen die regelmatig een economische activiteit uitoefenen;

(16) "groep van ondernemingen": een onderneming die zeggenschap uitoefent en de ondernemingen waarover die zeggenschap wordt uitgeoefend;

(16) "groep van ondernemingen": een onderneming die zeggenschap uitoefent en de ondernemingen waarover die zeggenschap wordt uitgeoefend;

(17) "bindende bedrijfsvoorschriften": beleid inzake de bescherming van persoonsgegevens tot inachtneming waarvan een op het grondgebied van een lidstaat of de Unie gevestigde voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker zich heeft verplicht voor de doorgifte of een reeks van doorgiften van persoonsgegevens binnen een groep van ondernemingen naar een voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker in een of meer derde landen;

(17) "bindende bedrijfsvoorschriften": beleid inzake de bescherming van persoonsgegevens tot inachtneming waarvan een op het grondgebied van een lidstaat of de Unie gevestigde voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker zich heeft verplicht voor de doorgifte of een reeks van doorgiften van persoonsgegevens binnen een groep van ondernemingen naar een voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker in een of meer derde landen;

(18) "kind": iedere persoon die jonger is dan achttien jaar;

(18) "kind": iedere persoon die jonger is dan achttien jaar;

(19) "toezichthoudende autoriteit": een door een lidstaat overeenkomstig artikel 46 ingestelde overheidsinstantie.

(19) "toezichthoudende autoriteit": een door een lidstaat overeenkomstig artikel 46 ingestelde overheidsinstantie.

Amendement  99

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Beginselen inzake de verwerking van persoonsgegevens

Beginselen inzake de verwerking van persoonsgegevens

1. De persoonsgegevens moeten:

1. De persoonsgegevens:

a) worden verwerkt op een wijze die rechtmatig, eerlijk en transparant is ten opzichte van de betrokkene;

a) worden verwerkt op een wijze die rechtmatig, eerlijk en transparant is ten opzichte van de betrokkene (rechtmatigheid, eerlijkheid en transparantie);

b) voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld en mogen vervolgens niet op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt;

b) worden voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden verzameld en mogen vervolgens niet op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt (doelbinding);

c) adequaat en ter zake dienend zijn en beperkt blijven tot datgene wat minimaal nodig is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt; zij worden alleen verwerkt wanneer en voor zolang als de doeleinden niet zouden kunnen worden verwezenlijkt door het verwerken van andere gegevens dan persoonsgegevens;

c) zijn adequaat en ter zake dienend en blijven beperkt tot datgene wat minimaal nodig is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt; zij worden alleen verwerkt wanneer en voor zolang als de doeleinden niet zouden kunnen worden verwezenlijkt door het verwerken van andere gegevens dan persoonsgegevens (minimale gegevensverwerking);

d) juist zijn en worden bijgewerkt; alle redelijke maatregelen moeten worden genomen om de persoonsgegevens die, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, onjuist zijn, onverwijld te wissen of te rectificeren;

d) zijn juist en worden zo nodig bijgewerkt; alle redelijke maatregelen moeten worden genomen om de persoonsgegevens die, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, onjuist zijn, onverwijld te wissen of te rectificeren (juistheid);

e) niet langer in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen te identificeren, worden bewaard dan voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, noodzakelijk is; persoonsgegevens mogen voor langere perioden worden opgeslagen voor zover de gegevens uitsluitend voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden worden verwerkt overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van artikel 83 en mits periodiek wordt beoordeeld of de gegevens nog steeds opgeslagen moeten blijven;

e) worden niet langer in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen direct of indirect te identificeren bewaard dan voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, noodzakelijk is; persoonsgegevens mogen voor langere perioden worden opgeslagen voor zover de gegevens uitsluitend voor historisch, statistisch of wetenschappelijk onderzoek of ten behoeve van archivering worden verwerkt overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van de artikelen 83 en 83 bis en mits periodiek wordt beoordeeld of de gegevens nog steeds opgeslagen moeten blijven en voor zover er passende technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om de toegang tot de gegevens te beperken voor uitsluitend deze doeleinden (minimale opslag);

 

e bis) worden dusdanig verwerkt dat de betrokkene in staat is zijn rechten daadwerkelijk uit te oefenen (doeltreffendheid);

 

e ter) worden met gebruikmaking van gepaste technische of organisatorische middelen op een dusdanige manier verwerkt dat wordt gezorgd voor bescherming tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking alsook tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging (integriteit);

f) worden verwerkt onder de verantwoordelijkheid van de voor de verwerking verantwoordelijke, die ervoor zorgt en aantoont dat elke verwerking voldoet aan de bepalingen van deze verordening.

f) worden verwerkt onder de verantwoordelijkheid van de voor de verwerking verantwoordelijke, die ervoor zorgt en kan aantonen dat de verwerking voldoet aan de bepalingen van deze verordening (verantwoordingsplicht).

Amendement            100

Voorstel voor een verordening

Artikel 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Rechtmatigheid van de verwerking

Rechtmatigheid van de verwerking

1. De verwerking van persoonsgegevens is alleen rechtmatig wanneer en voor zover ten minste van een van de volgende gevallen sprake is:

1. De verwerking van persoonsgegevens is alleen rechtmatig wanneer en voor zover ten minste van een van de volgende gevallen sprake is:

a) de betrokkene heeft toestemming gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke doeleinden;

a) de betrokkene heeft toestemming gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke doeleinden;

b) de verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is of voor het nemen van precontractuele maatregelen op verzoek van de betrokkene;

b) de verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is of voor het nemen van precontractuele maatregelen op verzoek van de betrokkene;

c) de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting van de voor de verwerking verantwoordelijke;

c) de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting van de voor de verwerking verantwoordelijke;

d) de verwerking is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokkene te beschermen;

d) de verwerking is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokkene te beschermen;

e) de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of een taak die deel uitmaakt van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de voor de verwerking verantwoordelijke is opgedragen;

e) de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of een taak die deel uitmaakt van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de voor de verwerking verantwoordelijke is opgedragen;

f) de verwerking is noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de voor de verwerking verantwoordelijke, mits het belang of de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens noodzaken, niet boven dat belang prevaleren, met name wanneer de betrokkene een kind is. Dit is niet van toepassing op de verwerking door overheidsinstanties in het kader van de uitoefening van hun taken.

f) de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de voor de verwerking verantwoordelijke of, in geval van verstrekking, van de derden waaraan de gegevens worden verstrekt, en voldoet aan de redelijke verwachtingen van de betrokkene op basis van zijn of haar verhouding met de voor de verwerking verantwoordelijke, mits het belang of de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens noodzaken, niet boven dergelijke belangen prevaleren. Dit is niet van toepassing op de verwerking door overheidsinstanties in het kader van de uitoefening van hun taken.

2. De verwerking van persoonsgegevens die noodzakelijk is voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden is rechtmatig mits de in artikel 83 genoemde voorwaarden en waarborgen in acht worden genomen.

2. De verwerking van persoonsgegevens die noodzakelijk is voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden is rechtmatig mits de in artikel 83 genoemde voorwaarden en waarborgen in acht worden genomen.

3. In de grondslag voor de in lid 1, onder c) en e), bedoelde verwerking moet worden voorzien in:

3. In de grondslag voor de in lid 1, onder c) en e), bedoelde verwerking moet worden voorzien in:

a) EU-wetgeving, of

a) EU-wetgeving, of

b) de wetgeving van de lidstaat waaraan de voor de verwerking verantwoordelijke onderworpen is.

b) de wetgeving van de lidstaat waaraan de voor de verwerking verantwoordelijke onderworpen is.

Het recht van de lidstaat moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang of noodzakelijk zijn om de rechten en vrijheden van anderen te beschermen, de wezenlijke inhoud van het recht op de bescherming van persoonsgegevens eerbiedigen en evenredig zijn aan het nagestreefde rechtmatige doel.

Het recht van de lidstaat moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang of noodzakelijk zijn om de rechten en vrijheden van anderen te beschermen, de wezenlijke inhoud van het recht op de bescherming van persoonsgegevens eerbiedigen en evenredig zijn aan het nagestreefde rechtmatige doel. Binnen de grenzen van deze verordening mag de rechtmatigheid van de verwerking in de wetgeving van de lidstaten in detail worden geregeld, in het bijzonder met betrekking tot de voor de verwerking verantwoordelijken, het doel en de doelbinding van de verwerking, de aard van de gegevens en de betrokkenen, de verwerkingsactiviteiten en -procedures, de ontvangers en de duur van de opslag.

4. Wanneer het doel van verdere verwerking niet verenigbaar is met het doel waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld, moet de verwerking minstens in een van de in lid 1, onder a) tot en met e), genoemde gronden een rechtsgrondslag hebben. Dit is met name van toepassing op iedere wijziging van de clausules en algemene voorwaarden van een overeenkomst.

 

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de in lid 1, onder f), bedoelde voorwaarden, voor diverse sectoren en situaties op het gebied van gegevensverwerking, onder meer ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens met betrekking tot kinderen.

 

Amendement  101

Voorstel voor een verordening

Artikel 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorwaarden voor toestemming

Voorwaarden voor toestemming

1. De voor de verwerking verantwoordelijke moet kunnen aantonen dat de betrokkene toestemming heeft gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor welbepaalde doeleinden.

1. Wanneer de verwerking plaatsvindt op basis van toestemming, moet de voor de verwerking verantwoordelijke kunnen aantonen dat de betrokkene toestemming heeft gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor welbepaalde doeleinden.

2. Wanneer de betrokkene zijn toestemming moet geven in het kader van een schriftelijke verklaring die ook op een andere aangelegenheid betrekking heeft, moet het vereiste van toestemming duidelijk afzonderlijk van deze andere aangelegenheid worden weergegeven.

2. Wanneer de betrokkene zijn toestemming geeft in het kader van een schriftelijke verklaring die ook op een andere aangelegenheid betrekking heeft, moet het vereiste van toestemming duidelijk afzonderlijk van deze andere aangelegenheid worden weergegeven. Bepalingen betreffende de toestemming van de betrokkene die gedeeltelijk op deze verordening inbreuk maken, zijn volledig nietig.

3. De betrokkene heeft het recht zijn toestemming te allen tijde in te trekken. De intrekking van de toestemming laat de rechtmatigheid van de verwerking op basis van de toestemming vóór de intrekking daarvan, onverlet.

3. Ongeacht andere rechtsgrond voor de verwerking, heeft de betrokkene het recht zijn toestemming te allen tijde in te trekken. De intrekking van de toestemming laat de rechtmatigheid van de verwerking op basis van de toestemming vóór de intrekking daarvan, onverlet. Het is even eenvoudig om toestemming in te trekken als om toestemming te geven. De betrokkene wordt er door de voor de verwerking verantwoordelijke van op de hoogte gebracht indien de intrekking van de toestemming kan leiden tot de beëindiging van de geleverde diensten of van de betrekkingen met de voor de verwerking verantwoordelijke.

4. Toestemming biedt geen rechtsgrondslag voor verwerking wanneer er een aanzienlijke onevenwichtigheid bestaat tussen de positie van de betrokkene en die van de voor de verwerking verantwoordelijke.

4. Toestemming is aan het doel gebonden en is niet meer geldig van zodra het doel wegvalt of wanneer de verwerking van persoonsgegevens niet langer noodzakelijk is voor de uitvoering van het doel waarvoor ze oorspronkelijk werden verzameld. De uitvoering van een overeenkomst of de verlening van een dienst worden niet als voorwaarde gesteld voor de toestemming voor de verwerking of het gebruik van gegevens die niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeenkomst of de verlening van de dienst overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder b).

Amendement            102

Voorstel voor een verordening

Artikel 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verwerking van persoonsgegevens van kinderen

Verwerking van persoonsgegevens van kinderen

1. In geval van het rechtstreeks aanbieden van diensten van de informatiemaatschappij aan kinderen is de verwerking van persoonsgegevens van een kind jonger dan 13 jaar in het kader van deze verordening slechts rechtmatig wanneer en voor zover de ouder of voogd van het kind daartoe toestemming heeft gegeven of machtiging tot toestemming heeft verleend. Met inachtneming van de beschikbare technologie doet de voor de verwerking verantwoordelijke dat wat redelijkerwijze van hem kan worden verwacht om verifieerbare toestemming te verkrijgen.

1. In geval van het rechtstreeks aanbieden van goederen of diensten aan kinderen is de verwerking van persoonsgegevens van een kind jonger dan 13 jaar in het kader van deze verordening slechts rechtmatig wanneer en voor zover de ouder of wettelijk vertegenwoordiger van het kind daartoe toestemming heeft gegeven of machtiging tot toestemming heeft verleend. Met inachtneming van de beschikbare technologie doet de voor de verwerking verantwoordelijke dat wat redelijkerwijze van hem kan worden verwacht om dergelijke toestemming te verifiëren zonder anders nodeloze verwerking van persoonsgegevens met zich mee te brengen.

 

1 bis. De informatie die aan kinderen, ouders en wettelijke vertegenwoordigers wordt verstrekt om toestemming te verlenen, met inbegrip van informatie betreffende het verzamelen en gebruiken van persoonsgegevens door de voor de verwerking verantwoordelijke, moet in duidelijke en op de doelgroep afgestemde taal worden verschaft.

2. Lid 1 laat het algemene overeenkomstenrecht van de lidstaten, zoals de regels inzake de geldigheid, de totstandkoming of de gevolgen van een overeenkomst ten opzichte van een kind, onverlet.

2. Lid 1 laat het algemene overeenkomstenrecht van de lidstaten, zoals de regels inzake de geldigheid, de totstandkoming of de gevolgen van een overeenkomst ten opzichte van een kind, onverlet.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor de methoden ter verkrijging van de in lid 1 bedoelde verifieerbare toestemming. Daarbij neemt de Commissie specifieke maatregelen voor micro- en kleine en middelgrote ondernemingen in overweging.

3. Aan het Europees Comité voor gegevensbescherming wordt de taak toevertrouwd om richtsnoeren, aanbevelingen en optimale praktijken te verstrekken voor de methoden ter verificatie van toestemming als bedoeld in lid 1, in overeenstemming met artikel 66.

4. De Commissie kan standaardformulieren vaststellen voor specifieke methoden ter verkrijging van de in lid 1 bedoelde verifieerbare toestemming. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement  103

Voorstel voor een verordening

Artikel 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens

Bijzondere gegevenscategorieën

1. De verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religie of overtuiging, of het lidmaatschap van een vakvereniging blijkt, en de verwerking van genetische gegevens of gegevens over gezondheid of seksueel gedrag of strafrechtelijke veroordelingen of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen, zijn verboden.

1. De verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religie of filosofische overtuiging, seksuele gerichtheid of genderidentiteit, of het lidmaatschap of de activiteiten van een vakvereniging blijkt, en de verwerking van genetische of biometrische gegevens of gegevens over gezondheid of seksueel gedrag, administratieve sancties, uitspraken, strafrechtelijke feiten, verdenkingen, veroordelingen of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen, zijn verboden.

2. Lid 1 is niet van toepassing wanneer:

2. Lid 1 is niet van toepassing indien:

a) de betrokkene toestemming heeft gegeven voor de verwerking van die persoonsgegevens, mits aan de voorwaarden van de artikelen 7 en 8 is voldaan en de EU-wetgeving of de nationale wetgeving niet bepaalt dat het in lid 1 genoemde verbod niet door de betrokkene kan worden opgeheven; of

a) de betrokkene voor één of meerdere welbepaalde doeleinden toestemming heeft gegeven voor de verwerking van die persoonsgegevens, mits aan de voorwaarden van de artikelen 7 en 8 is voldaan en de EU-wetgeving of de nationale wetgeving niet bepaalt dat het in lid 1 genoemde verbod niet door de betrokkene kan worden opgeheven; of

 

a bis) de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is of voor het nemen van precontractuele maatregelen naar aanleiding van een verzoek van de betrokkene; of

b) de verwerking noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van de verplichtingen en de uitoefening van specifieke rechten van de voor de verwerking verantwoordelijke op het gebied van arbeidsrecht, voor zover zulks is toegestaan bij EU-wetgeving of de nationale wetgeving en deze adequate garanties biedt; of

b) de verwerking noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van de verplichtingen en de uitoefening van specifieke rechten van de voor de verwerking verantwoordelijke op het gebied van arbeidsrecht, voor zover zulks is toegestaan bij EU-wetgeving, de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten en deze adequate garanties voor de grondrechten en de belangen van de betrokkene, zoals het recht op non-discriminatie, bieden, onverminderd de in artikel 82 bedoelde voorwaarden en waarborgen; of

c) de verwerking noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van een andere persoon indien de betrokkene lichamelijk of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven; of

c) de verwerking noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van een andere persoon indien de betrokkene lichamelijk of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven; of

d) de verwerking wordt verricht door een stichting, een vereniging of een andere instantie zonder winstoogmerk die op politiek, levensbeschouwelijk, godsdienstig of vakbondsgebied werkzaam is, in het kader van haar gerechtvaardigde activiteiten en met de nodige waarborgen, mits de verwerking uitsluitend betrekking heeft op de leden of de voormalige leden van de instantie of op personen die in verband met haar streefdoelen regelmatig contact met haar onderhouden, en de gegevens niet zonder de toestemming van de betrokkenen buiten die instantie worden verstrekt; of

d) de verwerking wordt verricht door een stichting, een vereniging of een andere instantie zonder winstoogmerk die op politiek, levensbeschouwelijk, godsdienstig of vakbondsgebied werkzaam is, in het kader van haar gerechtvaardigde activiteiten en met de nodige waarborgen, mits de verwerking uitsluitend betrekking heeft op de leden of de voormalige leden van de instantie of op personen die in verband met haar streefdoelen regelmatig contact met haar onderhouden, en de gegevens niet zonder de toestemming van de betrokkenen buiten die instantie worden verstrekt; of

e) de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die duidelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; of

e) de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die duidelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; of

f) de verwerking noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte; of

f) de verwerking noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte; of

g) de verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang, op grond van EU-wetgeving of de nationale wetgeving waarbij passende maatregelen worden vastgesteld ter bescherming van de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene; of

g) de verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van gewichtig algemeen belang, op grond van EU-wetgeving of de nationale wetgeving die evenredig is aan het nagestreefde rechtmatige doel en de wezenlijke inhoud van het recht op de bescherming van persoonsgegevens eerbiedigt en waarbij passende maatregelen worden vastgesteld ter bescherming van de grondrechten en belangen van de betrokkene; of

h) de verwerking van gegevens over gezondheid noodzakelijk is voor gezondheidsdoeleinden, mits de in artikel 81 genoemde voorwaarden en waarborgen in acht worden genomen; of

h) de verwerking van gegevens over gezondheid noodzakelijk is voor gezondheidsdoeleinden, mits de in artikel 81 genoemde voorwaarden en waarborgen in acht worden genomen; of

i) de verwerking noodzakelijk is voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden, mits de in artikel 83 genoemde voorwaarden en waarborgen in acht worden genomen; of

i) de verwerking noodzakelijk is voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden, mits de in artikel 83 genoemde voorwaarden en waarborgen in acht worden genomen; of

 

i bis) de verwerking noodzakelijk is voor archiefdiensten, mits de in artikel 83 bis genoemde voorwaarden en waarborgen in acht worden genomen; of

j) de verwerking van gegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen wordt uitgevoerd onder toezicht van de overheid of wanneer de verwerking noodzakelijk is om een wettelijke verplichting van de voor de verwerking verantwoordelijke na te komen of voor de vervulling van een taak om gewichtige redenen van algemeen belang, en voor zover zulks is toegestaan bij EU-wetgeving of de nationale wetgeving en deze wetgeving passende garanties biedt. Een volledig register van strafrechtelijke veroordelingen mag alleen worden bijgehouden onder toezicht van de overheid.

j) de verwerking van gegevens betreffende administratieve sancties, uitspraken, strafbare feiten, veroordelingen of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen wordt uitgevoerd onder toezicht van de overheid of wanneer de verwerking noodzakelijk is om een wettelijke verplichting van de voor de verwerking verantwoordelijke na te komen of voor de vervulling van een taak om gewichtige redenen van algemeen belang, en voor zover zulks is toegestaan bij EU-wetgeving of de nationale wetgeving en deze wetgeving passende garanties biedt voor de grondrechten en belangen van de betrokkene. Een register van strafrechtelijke veroordelingen mag alleen worden bijgehouden onder toezicht van de overheid.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria, de voorwaarden en de passende garanties voor de verwerking van de in lid 1 genoemde bijzondere categorieën persoonsgegevens en de in lid 2 vastgestelde uitzonderingen.

3. Aan het Europees Comité voor gegevensbescherming wordt de taak toevertrouwd om richtsnoeren, aanbevelingen en optimale praktijken te verstrekken voor de verwerking van de in lid 1 genoemde bijzondere categorieën persoonsgegevens en de in lid 2 vastgestelde uitzonderingen, in overeenstemming met artikel 66.

Amendement            104

Voorstel voor een verordening

Artikel 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de door de voor de verwerking verantwoordelijke verwerkte gegevens het voor hem niet mogelijk maken een natuurlijke persoon te identificeren, is hij niet verplicht om, uitsluitend om aan een bepaling van deze verordening te voldoen, aanvullende informatie te verkrijgen ter identificatie van de betrokkene.

1. Wanneer de door de voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker verwerkte gegevens het voor hem niet mogelijk maken een natuurlijke persoon direct of indirect te identificeren of enkel bestaan uit pseudonieme gegevens, verwerkt of verkrijgt hij, uitsluitend om aan een bepaling van deze verordening te voldoen, geen aanvullende informatie ter identificatie van de betrokkene.

 

2. Wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke omwille van lid 1 niet in staat is te voldoen aan een bepaling van deze verordening, is hij niet gehouden die specifieke bepaling van deze verordening na te leven. Wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke als gevolg hiervan niet in staat is om te voldoen aan een verzoek van de betrokkene, brengt hij de betrokkene hiervan op de hoogte.

Amendement  105

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Algemene beginselen betreffende de rechten van de betrokkene

 

1. De bescherming van gegevens is gebaseerd op volkomen duidelijke rechten voor de betrokkene die de voor de verwerking verantwoordelijke moet eerbiedigen. De bepalingen van deze verordening zijn erop gericht deze rechten te versterken, verduidelijken, waarborgen en waar nodig te codificeren.

 

2. Dergelijke rechten omvatten onder meer de verstrekking van duidelijke en gemakkelijk te begrijpen informatie over de verwerking van hun persoonsgegevens, de rechten van toegang, rectificatie en uitwissing van persoonsgegevens, het recht om gegevens te verkrijgen, het recht om bezwaar te maken tegen profilering, het recht om bezwaar te maken bij de bevoegde gegevensbeschermingsautoriteit en om gerechtelijke procedures aan te spannen om zijn of haar rechten af te dwingen evenals het recht op schadevergoeding ten gevolge van een onrechtmatige verwerking. Dergelijke rechten worden in het algemeen kosteloos uitgeoefend. De voor de verwerking verantwoordelijke reageert binnen een redelijke termijn op verzoeken van de betrokkene.

Amendement  106

Voorstel voor een verordening

Artikel 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Het beleid van de voor de verwerking verantwoordelijke met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en de uitoefening van de rechten van de betrokkene dient transparant en eenvoudig toegankelijk te zijn.

1. Het beleid van de voor de verwerking verantwoordelijke met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en de uitoefening van de rechten van de betrokkene dient beknopt, transparant, duidelijk en eenvoudig toegankelijk te zijn.

2. De voor de verwerking verantwoordelijke verschaft de betrokkene in begrijpelijke vorm alle informatie en mededelingen over de verwerking van persoonsgegevens, waarbij duidelijke en eenvoudige, aan de betrokkene aangepaste taal wordt gebruikt, met name in geval van informatie die specifiek voor kinderen is bedoeld.

2. De voor de verwerking verantwoordelijke verschaft de betrokkene in begrijpelijke vorm alle informatie en mededelingen over de verwerking van persoonsgegevens, waarbij duidelijke en eenvoudige taal wordt gebruikt, met name in geval van informatie die specifiek voor kinderen is bedoeld.

Amendement  107

Voorstel voor een verordening

Artikel 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De voor de verwerking verantwoordelijke stelt procedures vast voor het verstrekken van de in artikel 14 bedoelde informatie en voor de uitoefening van de in artikel 13 en de artikelen 15 tot en met 19 genoemde rechten van de betrokkene. De voor de verwerking verantwoordelijke zorgt met name voor mechanismen die het verzoek om de in de artikel 13 en de artikelen 15 tot en met 19 bedoelde acties vereenvoudigen. Wanneer persoonsgegevens geautomatiseerd worden verwerkt, zorgt de voor de verwerking verantwoordelijke ook voor middelen om verzoeken elektronisch in te dienen.

1. Wanneer persoonsgegevens geautomatiseerd worden verwerkt, zorgt de voor de verwerking verantwoordelijke ook voor middelen om verzoeken waar mogelijk elektronisch in te dienen.

2. De voor de verwerking verantwoordelijke informeert de betrokkene onverwijld en uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het verzoek, of er al dan niet actie is ondernomen overeenkomstig artikel 13 en de artikelen 15 tot en met 19, en verstrekt de gevraagde informatie. Deze termijn kan met één maand worden verlengd wanneer verschillende betrokkenen hun rechten uitoefenen en hun samenwerking binnen redelijke grenzen noodzakelijk is om een onnodige en onevenredige inspanning van de voor de verwerking verantwoordelijke te vermijden. De informatie wordt schriftelijk verstrekt. Wanneer de betrokkene zijn verzoek in elektronische vorm indient, wordt de informatie elektronisch verstrekt, tenzij de betrokkene anderszins verzoekt.

2. De voor de verwerking verantwoordelijke informeert de betrokkene zonder onnodig uitstel en uiterlijk binnen veertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek, of er al dan niet actie is ondernomen overeenkomstig artikel 13 en de artikelen 15 tot en met 19, en verstrekt de gevraagde informatie. Deze termijn kan met één maand worden verlengd wanneer verschillende betrokkenen hun rechten uitoefenen en hun samenwerking binnen redelijke grenzen noodzakelijk is om een onnodige en onevenredige inspanning van de voor de verwerking verantwoordelijke te vermijden. De informatie wordt schriftelijk verstrekt en indien mogelijk kan de voor de verwerking verantwoordelijke toegang op afstand geven tot een beveiligd systeem waarop de betrokkene direct toegang heeft tot zijn persoonsgegevens. Wanneer de betrokkene zijn verzoek in elektronische vorm indient, wordt de informatie indien mogelijk elektronisch verstrekt, tenzij de betrokkene anderszins verzoekt.

3. Wanneer de voor de verwerking verantwoordelijk weigert om actie te ondernemen naar aanleiding van het verzoek van de betrokkene, deelt de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene de redenen voor de weigering mee en informeert hij hem over de mogelijkheden een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit en beroep in rechte in te stellen.

3. Wanneer de voor de verwerking verantwoordelijk geen actie onderneemt naar aanleiding van het verzoek van de betrokkene, deelt de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene de redenen voor het niet-optreden mee en informeert hij hem over de mogelijkheden een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit en beroep in rechte in te stellen.

4. De in lid 1 bedoelde informatie en op verzoek verrichte acties zijn gratis. Wanneer verzoeken duidelijk buitensporig zijn, met name vanwege hun repetitieve karakter, kan de voor de verwerking verantwoordelijke een vergoeding voor het verstrekken van de informatie of het verrichten van de gevraagde actie in rekening brengen, dan wel de gevraagde actie achterwege laten. In dat geval rust de bewijslast met betrekking tot het duidelijk buitensporige karakter van het verzoek op de voor de verwerking verantwoordelijke.

4. De in lid 1 bedoelde informatie en op verzoek verrichte acties zijn gratis. Wanneer verzoeken duidelijk buitensporig zijn, met name vanwege hun repetitieve karakter, kan de voor de verwerking verantwoordelijke een redelijke vergoeding in rekening brengen, daarbij rekening houdend met de administratieve kosten voor het verstrekken van de informatie of het verrichten van de gevraagde actie. In dat geval rust de bewijslast met betrekking tot het duidelijk buitensporige karakter van het verzoek op de voor de verwerking verantwoordelijke.

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan wil er sprake zijn van duidelijk buitensporige verzoeken en voor de in lid 4 bedoelde vergoedingen.

 

6. De Commissie kan standaardformulieren en standaardprocedures vaststellen voor de in lid 2 bedoelde mededeling, ook met betrekking het elektronische model daarvan. Daarbij neemt de Commissie de nodige maatregelen voor micro- en kleine en middelgrote ondernemingen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement            108

Voorstel voor een verordening

Artikel 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Rechten met betrekking tot ontvangers

Kennisgevingsplicht bij rectificaties en uitwissingen

De voor de verwerking verantwoordelijke stelt iedere ontvanger aan wie gegevens zijn verstrekt op de hoogte van elke overeenkomstig de artikelen 16 en 17 uitgevoerde rectificatie of elk wissen van gegevens, tenzij dit onmogelijk blijkt of onevenredig veel inspanning vergt.

De voor de verwerking verantwoordelijke stelt iedere ontvanger aan wie gegevens zijn doorgegeven op de hoogte van elke overeenkomstig de artikelen 16 en 17 uitgevoerde rectificatie of elk wissen van gegevens, tenzij dit onmogelijk blijkt of onevenredig veel inspanning vergt. De voor de verwerking verantwoordelijke brengt de betrokkene op de hoogte van deze ontvangers indien de betrokkene hierom verzoekt.

Amendement  109

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 13 bis

 

Beleid inzake gestandaardiseerde informatie

 

1. Wanneer persoonsgegevens met betrekking tot de betrokkene worden verzameld, verstrekt de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene de volgende gegevens alvorens informatie te verstrekken overeenkomstig artikel 14:

 

a) of de verzameling van persoonsgegevens beperkt wordt tot dat wat voor elk specifiek doeleinde van de verwerking strikt noodzakelijk is;

 

b) of de bewaring van persoonsgegevens beperkt wordt tot dat wat voor elk specifiek doeleinde van de verwerking strikt noodzakelijk is;

 

c) of persoonsgegevens verwerkt worden voor doeleinden anders dan de doeleinden waarvoor ze verzameld zijn;

d) of persoonsgegevens worden verspreid onder commerciële derden;

 

e) of persoonsgegevens verkocht of verhuurd worden;

 

f) of persoonsgegevens gecodeerd bewaard worden.

 

2. De in lid 1 bedoelde gegevens worden overeenkomstig Bijlage X weergegeven in uitgelijnde tabelvorm met gebruikmaking van tekst en symbolen, met de volgende drie kolommen:

 

a) in de eerste kolom staan vormen afgebeeld die deze gegevens symboliseren;

 

b) de tweede kolom bevat belangrijke informatie waarin deze inlichtingen worden beschreven;

 

c) in de derde kolom staan grafische vormen afgebeeld die aangeven of aan een specifiek gegeven is voldaan.

 

3. De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie wordt op goed zichtbare en duidelijk leesbare wijze weergegeven in een taal die eenvoudig te begrijpen is voor de consumenten van de lidstaten waaraan de informatie wordt verstrekt. Wanneer de gegevens elektronisch worden weergegeven, zijn ze machinaal leesbaar.

 

4. Aanvullende gegevens worden niet verstrekt. Uitvoerige toelichtingen of aanvullende opmerkingen betreffende de in lid 1 bedoelde gegevens kunnen overeenkomstig artikel 14 samen met de overige informatievereisten worden verstrekt.

 

5. De Commissie krijgt de bevoegdheid om, na het Europees Comité voor gegevensbescherming om advies te hebben gevraagd, overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de in lid 1 bedoelde gegevens en de weergave van deze gegevens zoals bedoeld in lid 2 en in Bijlage 1 nader aan te duiden.

Amendement  110

Voorstel voor een verordening

Artikel 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Informatieverstrekking aan de betrokkene

Informatieverstrekking aan de betrokkene

1. Wanneer persoonsgegevens met betrekking tot de betrokkene worden verzameld, verstrekt de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene ten minste de volgende informatie:

1. Wanneer persoonsgegevens met betrekking tot de betrokkene worden verzameld, verstrekt de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene ten minste de volgende gegevens, na de informatie overeenkomstig artikel 13 bis te hebben verstrekt:

a) de identiteit en de contactgegevens van de voor de verwerking verantwoordelijke en, in voorkomend geval, van de vertegenwoordiger van de voor de verwerking verantwoordelijke en van de functionaris voor gegevensbescherming;

a) de identiteit en de contactgegevens van de voor de verwerking verantwoordelijke en, in voorkomend geval, van de vertegenwoordiger van de voor de verwerking verantwoordelijke en van de functionaris voor gegevensbescherming;

b) de doeleinden van de verwerking waarvoor de persoonsgegevens zijn bestemd, met inbegrip van de clausules en algemene voorwaarden van de overeenkomst wanneer de verwerking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), en de gerechtvaardigde belangen van de voor de verwerking verantwoordelijke wanneer de verwerking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder f);

b) de specifieke doeleinden van de verwerking waarvoor de persoonsgegevens zijn bestemd alsook informatie betreffende de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de clausules en algemene voorwaarden van de overeenkomst wanneer de verwerking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), en, in voorkomend geval, informatie over hoe ze de in artikel 6, lid 1, onder f), bedoelde vereisten uitvoeren en naleven;

c) de periode gedurende welke de persoonsgegevens worden opgeslagen;

c) de periode gedurende welke de persoonsgegevens worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria die dienen om die termijn te bepalen;

d) het bestaan van het recht om van de voor de verwerking verantwoordelijke toegang tot en rectificatie of wissen van de persoonsgegevens betreffende de betrokkene te verlangen of om tegen de verwerking van dergelijke persoonsgegevens bezwaar te maken;

d) het bestaan van het recht om van de voor de verwerking verantwoordelijke toegang tot en rectificatie of wissen van de persoonsgegevens betreffende de betrokkene te verlangen, om tegen de verwerking van dergelijke persoonsgegevens bezwaar te maken, of om gegevens te verkrijgen;

e) het recht om een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit alsmede de contactgegevens van de toezichthoudende autoriteit;

e) het recht om een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit alsmede de contactgegevens van de toezichthoudende autoriteit;

f) de ontvangers of categorieën ontvangers van de persoonsgegevens;

f) de ontvangers of categorieën ontvangers van de persoonsgegevens;

g) in voorkomend geval het voornemen van de voor de verwerking verantwoordelijke tot doorgifte van persoonsgegevens naar een derde land of een internationale organisatie en het door dat derde land of die internationale organisatie geboden beschermingsniveau onder verwijzing naar een besluit van de Commissie waarbij het beschermingsniveau passend wordt verklaard;

g) in voorkomend geval het voornemen van de voor de verwerking verantwoordelijke tot doorgifte van persoonsgegevens naar een derde land of een internationale organisatie en het al dan niet bestaan van een besluit van de Commissie waarbij het beschermingsniveau passend wordt verklaard, of in het geval van de doorgiften bedoeld in artikel 42, artikel 43 of artikel 44, lid 1, onder h), onder verwijzing naar de passende waarborgen en de middelen om er een kopie van te krijgen;

 

g bis) in voorkomend geval informatie over het bestaan van profilering, van maatregelen op basis van profilering en de beoogde gevolgen van profilering voor de betrokkene;

 

g ter) betekenisvolle informatie over de logica die aan geautomatiseerde verwerking ten grondslag ligt;

h) alle verdere informatie die, met inachtneming van de bijzondere omstandigheden waaronder de gegevens worden verzameld, nodig is om tegenover de betrokkene een eerlijke verwerking te waarborgen.

h) alle verdere informatie die, met inachtneming van de bijzondere omstandigheden waaronder de gegevens worden verzameld of verwerkt, nodig is om tegenover de betrokkene een eerlijke verwerking te waarborgen, met name het bestaan van bepaalde verwerkingsactiviteiten en -operaties waarvan privacyeffectbeoordelingen een mogelijk hoog risico hebben uitgewezen;

 

h bis) in voorkomend geval informatie aangaande de vraag of er gedurende de laatste periode van twaalf opeenvolgende maanden gegevens zijn verstrekt aan overheidsinstanties.

2. Wanneer de persoonsgegevens bij de betrokkene worden verzameld, deelt de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene, naast de in lid 1 genoemde informatie, mee of de verstrekking van persoonsgegevens verplicht is dan wel op basis van vrijwilligheid geschiedt en wat de mogelijke gevolgen zijn wanneer wordt nagelaten deze gegevens te verstrekken.

2. Wanneer de persoonsgegevens bij de betrokkene worden verzameld, deelt de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene, naast de in lid 1 genoemde informatie, mee of de verstrekking van persoonsgegevens verplicht of facultatief is en wat de mogelijke gevolgen zijn wanneer wordt nagelaten deze gegevens te verstrekken.

 

2 bis. Bij hun besluit over de benodigde aanvullende informatie om de verwerking eerlijk te laten verlopen overeenkomstig lid 1, onder d), nemen de voor de verwerking verantwoordelijken de relevante richtlijnen overeenkomstig artikel 38 in aanmerking.

3. Wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, deelt de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene, naast de in lid 1 genoemde informatie, mee uit welke bron de persoonsgegevens afkomstig zijn.

3. Wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, deelt de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene, naast de in lid 1 genoemde informatie, mee uit welke bron de specifieke persoonsgegevens afkomstig zijn. Indien de gegevens uit openbaar beschikbare bronnen afkomstig zijn, kan een algemene indicatie worden gegeven.

4. De voor de verwerking verantwoordelijke verstrekt de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde informatie:

4. De voor de verwerking verantwoordelijke verstrekt de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde informatie:

a) op het tijdstip waarop de persoonsgegevens van de betrokkene worden verkregen; of

a) op het tijdstip waarop de persoonsgegevens van de betrokkene worden verkregen of zonder onnodig uitstel indien het bovenstaande niet mogelijk is; of

 

a bis) op verzoek van een orgaan, organisatie of vereniging als bedoeld in artikel 73;

b) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, op het tijdstip van vastlegging of binnen een redelijke termijn na de verzameling, met inachtneming van de specifieke omstandigheden waaronder de gegevens worden verzameld of anderszins verwerkt, of, wanneer verstrekking van de gegevens aan een andere ontvanger wordt overwogen, uiterlijk op het moment van de eerste verstrekking van de gegevens.

b) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, op het tijdstip van vastlegging of binnen een redelijke termijn na de verzameling, met inachtneming van de specifieke omstandigheden waaronder de gegevens worden verzameld of anderszins verwerkt, of, wanneer doorgifte van de gegevens aan een andere ontvanger wordt overwogen, uiterlijk op het moment van de eerste doorgifte, of, ingeval de gegevens gebruikt worden voor communicatie met de betrokkene, uiterlijk bij de eerste communicatie met deze betrokkene; of

 

b bis) enkel op verzoek wanneer de gegevens worden verwerkt door een kleine of micro-onderneming die persoonsgegevens slechts als nevenactiviteit verwerkt.

5. De leden 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing wanneer:

5. De leden 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing wanneer:

a) de betrokkene reeds over de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde informatie beschikt; of

a) de betrokkene reeds over de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde informatie beschikt; of

b) de gegevens niet worden verzameld bij de betrokkene en de verstrekking van deze informatie onmogelijk blijkt of onevenredig veel inspanning zou vergen; of

b) de gegevens worden verwerkt voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden die zijn onderworpen aan de in artikel 81 of artikel 83 genoemde voorwaarden en waarborgen, de gegevens niet worden verzameld bij de betrokkene en de verstrekking van deze informatie onmogelijk blijkt of onevenredig veel inspanning zou vergen, en de voor de verwerking verantwoordelijke deze informatie op een openbare locatie heeft gepubliceerd; of

c) de gegevens niet worden verzameld bij de betrokkene en de vastlegging of verstrekking uitdrukkelijk bij wet is voorgeschreven; of

c) de gegevens niet worden verzameld bij de betrokkene en de vastlegging of verstrekking uitdrukkelijk bij wet is voorgeschreven door wetgeving waaraan de voor de verwerking verantwoordelijke onderworpen is, welke passende maatregelen voorziet om de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene te beschermen, gelet op de risico's die de verwerking en de aard van de persoonsgegevens met zich meebrengen; of

d) de gegevens niet worden verzameld bij de betrokkene en de verstrekking van deze informatie afbreuk zal doen aan de rechten en vrijheden van anderen, als gedefinieerd in EU-wetgeving of de nationale wetgeving overeenkomstig artikel 21.

d) de gegevens niet worden verzameld bij de betrokkene en de verstrekking van deze informatie afbreuk zal doen aan de rechten en vrijheden van andere natuurlijke personen, als gedefinieerd in EU-wetgeving of de nationale wetgeving overeenkomstig artikel 21;

 

d bis) de gegevens in het kader van de uitoefening van zijn functie door een persoon die aan een in de wetgeving van de Unie of de nationale wetgeving geregeld beroepsgeheim of een wettelijke geheimhoudingsplicht is onderworpen worden verwerkt of aan hem worden meegedeeld of hem bekend worden, behalve wanneer de gegevens rechtstreeks worden verzameld bij de betrokkene.

6. In het in lid 5, onder b), bedoelde geval neemt de voor de verwerking verantwoordelijke passende maatregelen om de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene te beschermen.

6. In het in lid 5, onder b), bedoelde geval neemt de voor de verwerking verantwoordelijke passende maatregelen om de rechten of gerechtvaardigde belangen van de betrokkene te beschermen.

7. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria voor de in lid 1, onder f), bedoelde categorieën ontvangers, de voorschriften voor de in lid 1, onder g), bedoelde kennisgeving inzake de mogelijkheid van toegang, de criteria voor de in artikel 1, onder h), bedoelde noodzakelijke verdere informatie voor specifieke sectoren en situaties en de voorwaarden en passende waarborgen voor de in lid 5, onder b), vermelde uitzonderingen. Daarbij neemt de Commissie de nodige maatregelen voor micro- en kleine en middelgrote ondernemingen.

 

8. De Commissie kan standaardformulieren vaststellen voor het verstrekken van de in de leden 1 tot en met 3 bedoelde informatie, voor zover nodig met inachtneming van de specifieke kenmerken en behoeften van de verschillende sectoren en situaties op het gebied van gegevensverwerking. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement  111

Voorstel voor een verordening

Artikel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Recht van toegang van de betrokkene

Recht op toegang tot en het verkrijgen van gegevens voor de betrokkene

1. De betrokkene heeft het recht om te allen tijde op verzoek uitsluitsel van de voor de verwerking verantwoordelijke te verkrijgen omtrent het al dan niet plaatsvinden van verwerkingen van hem betreffende gegevens. Wanneer verwerkingen van deze persoonsgegevens plaatsvinden, verstrekt de voor de verwerking verantwoordelijke de volgende informatie:

1. Behoudens artikel 12, lid 4, heeft de betrokkene het recht om te allen tijde op verzoek uitsluitsel van de voor de verwerking verantwoordelijke te verkrijgen omtrent het al dan niet plaatsvinden van verwerkingen van hem betreffende gegevens, alsook, in duidelijke en eenvoudige taal, de volgende informatie:

a) de doeleinden van de verwerking;

a) de doeleinden van de verwerking voor elke categorie persoonsgegevens;

b) de betrokken categorieën persoonsgegevens;

b) de betrokken categorieën persoonsgegevens;

c) de ontvangers of categorieën ontvangers aan wie de gegevens moeten worden verstrekt of verstrekt zijn, met name ontvangers in derde landen;

c) de ontvangers aan wie de gegevens moeten worden verstrekt of verstrekt zijn, met inbegrip van ontvangers in derde landen;

d) de periode gedurende welke de persoonsgegevens worden opgeslagen;

d) de periode gedurende welke de persoonsgegevens worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria die dienen om die termijn te bepalen;

e) het bestaan van het recht om van de voor de verwerking verantwoordelijke rectificatie of het wissen van persoonsgegevens betreffende de betrokkene te verlangen of om tegen de verwerking van dergelijke persoonsgegevens bezwaar te maken;

e) het bestaan van het recht om van de voor de verwerking verantwoordelijke rectificatie of het wissen van persoonsgegevens betreffende de betrokkene te verlangen of om tegen de verwerking van dergelijke persoonsgegevens bezwaar te maken;

f) het recht om een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit alsmede de contactgegevens van de toezichthoudende autoriteit;

f) het recht om een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit alsmede de contactgegevens van de toezichthoudende autoriteit;

g) de persoonsgegevens waarvan verwerkingen plaatsvinden en alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens;

 

h) het belang en de verwachte gevolgen van deze verwerking, op zijn minst in het geval van de in artikel 20 bedoelde maatregelen.

h) het belang en de verwachte gevolgen van deze verwerking;

 

h bis) betekenisvolle informatie over de logica die aan geautomatiseerde verwerking ten grondslag ligt;

 

h ter) onverminderd artikel 21, in het geval dat persoonsgegevens op verzoek van een overheidsinstantie aan een overheidsinstantie worden verstrekt, bevestiging van het feit dat dit verzoek heeft plaatsgevonden.

2. De betrokkene heeft er recht op dat de voor de verwerking verantwoordelijke hem meedeelt van welke persoonsgegevens verwerking plaatsvindt. Wanneer de betrokkene zijn verzoek in elektronische vorm indient, wordt de informatie elektronisch verstrekt, tenzij de betrokkene anderszins verzoekt.

2. De betrokkene heeft er recht op dat de voor de verwerking verantwoordelijke hem meedeelt van welke persoonsgegevens verwerking plaatsvindt. Wanneer de betrokkene zijn verzoek in elektronische vorm indient, wordt de informatie in een elektronisch en gestructureerd formaat verstrekt, tenzij de betrokkene anderszins verzoekt. Onverminderd artikel 10 neemt de voor de verwerking verantwoordelijke alle redelijke maatregelen om na te gaan dat de persoon die verzoekt om toegang tot de gegevens de betrokkene is.

 

2 bis. Indien de betrokkene persoonsgegevens heeft verstrekt wanneer persoonsgegevens elektronisch worden verwerkt, heeft de betrokkene het recht om van de voor de verwerking verantwoordelijke een kopie te krijgen van de verstrekte persoonsgegevens in een elektronisch en interoperabel formaat dat algemeen wordt gebruikt en verder door de betrokkene kan worden gebruikt, zonder daarbij te worden belemmerd door de voor de verwerking verantwoordelijke bij wie de persoonsgegevens zijn weggehaald. Wanneer dit technisch mogelijk en beschikbaar is, worden de gegevens op verzoek van de betrokkene rechtstreeks doorgegeven van de ene voor de verwerking verantwoordelijke naar de andere.

 

2 ter. Dit artikel geldt onverminderd de verplichting krachtens artikel 5, lid 1, onder e), om gegevens te wissen wanneer ze niet langer noodzakelijk zijn.

 

2 quater. Het recht op toegang overeenkomstig de leden 1 en 2 geldt niet als het gaat om gegevens in de zin van artikel 14, lid 5, onder d bis), tenzij de betrokkene gemachtigd is de betreffende geheimhouding op te heffen en dienovereenkomstig handelt.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor de mededeling aan de betrokkene van de inhoud van de in lid 1, onder g), bedoelde persoonsgegevens.

 

4. De Commissie kan standaardformulieren en standaardprocedures vaststellen voor het verzoek om en de verlening van toegang tot de in lid 1 bedoelde informatie, onder andere voor de controle van de identiteit van de betrokkene en voor het meedelen van de persoonsgegevens aan de betrokkene, met inachtneming van de specifieke kenmerken en behoeften van de verschillende sectoren en situaties op het gebied van gegevensverwerking. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement  112

Voorstel voor een verordening

Artikel 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Recht om te worden vergeten en om gegevens te laten wissen

Recht om gegevens te laten wissen

1. De betrokkene heeft er recht op dat de voor de verwerking verantwoordelijke ervoor zorgt dat hem betreffende gegevens worden gewist en de verdere verspreiding van dergelijke gegevens achterwege blijft, met name waar het gaat om persoonsgegevens die door de betrokkene als kind beschikbaar zijn gesteld, wanneer een van de volgende gronden van toepassing is:

1. De betrokkene heeft er recht op dat de voor de verwerking verantwoordelijke ervoor zorgt dat hem betreffende gegevens worden gewist en de verdere verspreiding van dergelijke gegevens achterwege blijft, en dat derden ervoor zorgen dat iedere koppeling naar, of kopie of reproductie van die gegevens wordt gewist, wanneer een van de volgende gronden van toepassing is:

a) de gegevens zijn niet langer nodig in verband met de doeleinden waarvoor zij werden verzameld of anderszins verwerkt;

a) de gegevens zijn niet langer nodig in verband met de doeleinden waarvoor zij werden verzameld of anderszins verwerkt;

b) de betrokkene trekt de toestemming waarop de verwerking overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder a), is gebaseerd, in of de toegestane termijn voor opslag is verstreken terwijl een andere grond voor de verwerking van de gegevens ontbreekt;

b) de betrokkene trekt de toestemming waarop de verwerking overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder a), is gebaseerd, in of de toegestane termijn voor opslag is verstreken terwijl een andere grond voor de verwerking van de gegevens ontbreekt;

c) de betrokkene maakt bezwaar tegen de verwerking van de persoonsgegevens overeenkomstig artikel 19;

c) de betrokkene maakt bezwaar tegen de verwerking van de persoonsgegevens overeenkomstig artikel 19;

 

c bis) een rechtbank of regelgevende instantie in de Unie heeft de rechtsgeldige uitspraak gedaan dat de betreffende gegevens moeten worden gewist;

d) de verwerking van de gegevens voldoet op andere gronden niet aan deze verordening.

d) de gegevens zijn onrechtmatig verwerkt.

 

1 bis. De toepassing van lid 1 hangt af van het vermogen van de voor de verwerking verantwoordelijke om na te gaan dat de persoon die om het wissen verzoekt de betrokkene is.

2. Wanneer de in lid 1 bedoelde voor de verwerking verantwoordelijke de persoonsgegevens openbaar heeft gemaakt, neemt hij alle redelijke maatregelen, waaronder technische maatregelen, ten aanzien van de gegevens die onder zijn verantwoordelijkheid openbaar zijn gemaakt, teneinde derden die deze gegevens verwerken ervan op de hoogte te stellen dat een betrokkene hun verzoekt ieder koppeling naar, of kopie of reproductie van die persoonsgegevens te wissen. Wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke toestemming heeft gegeven voor openbaarmaking van persoonsgegevens door een derde, wordt de voor de verwerking verantwoordelijke voor die openbaarmaking verantwoordelijk geacht.

2. Wanneer de in lid 1 bedoelde voor de verwerking verantwoordelijke de persoonsgegevens openbaar heeft gemaakt zonder de in artikel 6, lid 1, bedoelde verantwoording, neemt hij alle redelijke maatregelen om de gegevens te laten wissen, eveneens door derden, onverminderd artikel 77. De voor de verwerking verantwoordelijke informeert de betrokkene indien mogelijk over de stappen die door de derden genomen worden.

3. De voor de verwerking verantwoordelijke gaat onverwijld tot het wissen over, zij het niet voor zover het nodig is de persoonsgegevens te bewaren:

3. De voor de verwerking verantwoordelijke en, in voorkomend geval, de derde gaan onverwijld tot het wissen over, zij het niet voor zover het nodig is de persoonsgegevens te bewaren:

a) voor de uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting overeenkomstig artikel 80;

a) voor de uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting overeenkomstig artikel 80;

b) om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid overeenkomstig artikel 81;

b) om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid overeenkomstig artikel 81;

c) voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden overeenkomstig artikel 83;

c) voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden overeenkomstig artikel 83;

d) ter voldoening aan een wettelijke verplichting tot bewaring van de persoonsgegevens op grond van EU-wetgeving of de wetgeving van de lidstaat waaraan de voor de verwerking verantwoordelijke onderworpen is; de nationale wetgeving moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang, de wezenlijke inhoud van het recht op de bescherming van persoonsgegevens eerbiedigen en evenredig zijn aan het nagestreefde rechtmatige doel.

d) ter voldoening aan een wettelijke verplichting tot bewaring van de persoonsgegevens op grond van EU-wetgeving of de wetgeving van de lidstaat waaraan de voor de verwerking verantwoordelijke onderworpen is; de nationale wetgeving moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang, het recht op de bescherming van persoonsgegevens eerbiedigen en evenredig zijn aan het nagestreefde rechtmatige doel;

e) in de in lid 4 bedoelde gevallen.

e) in de in lid 4 bedoelde gevallen.

4. De voor de verwerking verantwoordelijke beperkt de verwerking van persoonsgegevens in plaats van deze te wissen wanneer:

4. De voor de verwerking verantwoordelijke beperkt de verwerking van persoonsgegevens in plaats van deze te wissen en wel zodanig dat de persoonsgegevens niet onder de normale operaties voor gegevenstoegang en -verwerking vallen en niet langer kunnen worden gewijzigd, wanneer:

a) de juistheid ervan door de betrokkene wordt betwist, gedurende een periode die de voor de verwerking verantwoordelijke in staat stelt de juistheid van de gegevens te controleren;

a) de juistheid ervan door de betrokkene wordt betwist, gedurende een periode die de voor de verwerking verantwoordelijke in staat stelt de juistheid van de gegevens te controleren;

b) de voor de verwerking verantwoordelijke de persoonsgegevens niet langer voor de uitvoering van zijn taken nodig heeft, maar die gegevens nog moeten worden bewaard ten behoeve van bewijsvoering;

b) de voor de verwerking verantwoordelijke de persoonsgegevens niet langer voor de uitvoering van zijn taken nodig heeft, maar die gegevens nog moeten worden bewaard ten behoeve van bewijsvoering;

c) de verwerking ervan onrechtmatig is en de betrokkene zich tegen het wissen ervan verzet en in de plaats daarvan om beperking van het gebruik ervan verzoekt;

c) de verwerking ervan onrechtmatig is en de betrokkene zich tegen het wissen ervan verzet en in de plaats daarvan om beperking van het gebruik ervan verzoekt;

 

c bis) een rechtbank of regelgevende instantie in de Unie de rechtsgeldige uitspraak heeft gedaan dat de betreffende gegevens moeten worden beperkt;

d) de betrokkene verzoekt om doorgifte van de persoonsgegevens naar een ander geautomatiseerd verwerkingssysteem overeenkomstig artikel 18, lid 2.

d) de betrokkene verzoekt om doorgifte van de persoonsgegevens naar een ander geautomatiseerd verwerkingssysteem overeenkomstig artikel 15, lid 2 bis;

 

d bis) de specifieke opslagtechnologie wissen niet toelaat en geïnstalleerd is vóór de inwerkingtreding van deze verordening.

5. De in lid 4 bedoelde persoonsgegevens worden, afgezien van de opslag ervan, slechts verwerkt ten behoeve van bewijsvoering of met toestemming van de betrokkene of ter bescherming van de rechten van een andere natuurlijke of rechtspersoon of voor een doelstelling van algemeen belang.

5. De in lid 4 bedoelde persoonsgegevens worden, afgezien van de opslag ervan, slechts verwerkt ten behoeve van bewijsvoering of met toestemming van de betrokkene of ter bescherming van de rechten van een andere natuurlijke of rechtspersoon of voor een doelstelling van algemeen belang.

6. Wanneer de verwerking van persoonsgegevens op grond van artikel 4 is beperkt, informeert de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene alvorens de beperking inzake de verwerking op te heffen.

6. Wanneer de verwerking van persoonsgegevens op grond van artikel 4 is beperkt, informeert de voor de verwerking verantwoordelijke de betrokkene alvorens de beperking inzake de verwerking op te heffen.

7. De voor de verwerking verantwoordelijke stelt mechanismen vast om ervoor te zorgen dat de termijnen die zijn vastgesteld voor het wissen van persoonsgegevens en/of voor de periodieke beoordeling van de noodzaak van de opslag van de gegevens, in acht worden genomen.

 

8. Wanneer de persoonsgegevens worden gewist, verwerkt de voor de verwerking verantwoordelijke deze gegevens niet anderszins.

8. Wanneer de persoonsgegevens worden gewist, verwerkt de voor de verwerking verantwoordelijke deze gegevens niet anderszins.

 

8 bis. De voor de verwerking verantwoordelijke stelt mechanismen vast om ervoor te zorgen dat de termijnen die zijn vastgesteld voor het wissen van persoonsgegevens en/of voor de periodieke beoordeling van de noodzaak van de opslag van de gegevens, in acht worden genomen.

9. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van:

9. De Commissie is bevoegd om, nadat zij het advies van het Europees Comité voor gegevensbescherming heeft ingewonnen, overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van:

a) de criteria en de vereisten voor de toepassing van lid 1 met betrekking tot specifieke sectoren en in specifieke situaties op het gebied van gegevensverwerking.

a) de criteria en de vereisten voor de toepassing van lid 1 met betrekking tot specifieke sectoren en in specifieke situaties op het gebied van gegevensverwerking;

b) de voorwaarden voor het verwijderen van koppelingen naar, kopieën of reproducties van persoonsgegevens uit algemeen beschikbare communicatiediensten als bedoeld in lid 2;

b) de voorwaarden voor het verwijderen van koppelingen naar, kopieën of reproducties van persoonsgegevens uit algemeen beschikbare communicatiediensten als bedoeld in lid 2;

c) de criteria en voorwaarden voor het beperken van de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in lid 4.

c) de criteria en voorwaarden voor het beperken van de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in lid 4.

Amendement  113

Voorstel voor een verordening

Artikel 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Recht van gegevensoverdraagbaarheid

Schrappen

1. Wanneer persoonsgegevens elektronisch en in een gestructureerd en algemeen gebruikt formaat worden verwerkt, heeft de betrokkene het recht om van de voor de verwerking verantwoordelijke een kopie te krijgen van de gegevens die worden verwerkt in een elektronisch en gestructureerd formaat dat algemeen wordt gebruikt en verder door de betrokkene kan worden gebruikt.

 

2. Wanneer de betrokkene persoonsgegevens heeft verstrekt en de verwerking daarvan plaatsvindt op basis van toestemming of een overeenkomst, heeft de betrokkene het recht om deze persoonsgegevens en alle andere informatie die hij heeft verstrekt en die door middel van een geautomatiseerd verwerkingssysteem wordt bewaard, in een algemeen gebruikt elektronisch formaat over te dragen naar een ander geautomatiseerd verwerkingssysteem, zonder daarbij door de voor de verwerking verantwoordelijke bij wie de persoonsgegevens zijn weggehaald, te worden belemmerd.

 

3. De Commissie kan het in lid 1 bedoelde elektronische formaat en de technische normen, de modaliteiten en de procedures voor het overeenkomstig lid 2 overdragen van persoonsgegevens, nader bepalen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement  114

Voorstel voor een verordening

Artikel 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Recht van bezwaar

Recht van bezwaar

1. De betrokkene heeft het recht te allen tijde op gronden die verband houden met zijn bijzondere situatie bezwaar te maken tegen de verwerking op basis van artikel 6, lid 1, onder d), e) en f), van persoonsgegevens, tenzij de voor de verwerking verantwoordelijke dwingende legitieme gronden voor de verwerking aantoont die zwaarder wegen dan de belangen of de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene.

1. De betrokkene heeft het recht te allen tijde bezwaar te maken tegen de verwerking op basis van artikel 6, lid 1, onder d) en e), van persoonsgegevens, tenzij de voor de verwerking verantwoordelijke dwingende legitieme gronden voor de verwerking aantoont die zwaarder wegen dan de belangen of de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene.

2. Wanneer persoonsgegevens ten behoeve van direct marketing worden verwerkt, heeft de betrokkene het recht om kosteloos bezwaar te maken tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens voor deze marketing. Dit recht wordt de betrokkene uitdrukkelijk en op begrijpelijke wijze geboden en moet duidelijk van overige informatie kunnen worden onderscheiden.

2. Wanneer de verwerking van persoonsgegevens gebaseerd is op artikel 6, lid 1, onder f), heeft de betrokkene te allen tijde het recht om zonder enige nadere motivering in het algemeen of met een specifiek doel kosteloos bezwaar te maken tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens.

 

2 bis. Het in lid 2 bedoelde recht wordt de betrokkene uitdrukkelijk, op begrijpelijke wijze en in een begrijpelijk formaat geboden, in duidelijke en eenvoudige taal, met name wanneer dit specifiek tot een kind is gericht, en dit moet duidelijk van overige informatie kunnen worden onderscheiden.

 

2 ter. In het kader van het gebruik van diensten van de informatiemaatschappij en onverminderd Richtlijn 2002/58/EG, mag het recht bezwaar te maken worden uitgeoefend via geautomatiseerde procedés met behulp van een technische norm die de betrokkene de mogelijkheid biedt om zijn wensen duidelijk te uiten.

3. Wanneer een bezwaar op grond van de leden 1 en 2 gegrond wordt verklaard, worden de betrokken persoonsgegevens door de voor de verwerking verantwoordelijke niet langer gebruikt of anderszins verwerkt.

3. Wanneer een bezwaar op grond van de leden 1 en 2 gegrond wordt verklaard, worden de betrokken persoonsgegevens door de voor de verwerking verantwoordelijke niet langer voor de in het bezwaar omschreven doeleinden gebruikt of anderszins verwerkt.

(De laatste zin van lid 2 van de Commissietekst is nu opgenomen in lid 2 bis van het amendement van het Parlement.)

Amendement  115

Voorstel voor een verordening

Artikel 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Maatregelen op basis van profilering

Profilering

1. Iedere natuurlijke persoon heeft het recht niet te worden onderworpen aan een maatregel waaraan voor hem rechtsgevolgen zijn verbonden of die hem in aanmerkelijke mate treft en die louter wordt genomen op grond van een geautomatiseerde verwerking die bestemd is om bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid te evalueren of om met name zijn beroepsprestaties, economische situatie, verblijfplaats, gezondheid, persoonlijke voorkeuren, betrouwbaarheid of gedrag te analyseren of te voorspellen.

1. Onverminderd de bepalingen van artikel 6, heeft iedere natuurlijke persoon het recht bezwaar te maken tegen profilering overeenkomstig artikel 19. De betrokkene wordt op een uiterst zichtbare manier geïnformeerd over het recht om bezwaar te maken tegen profilering.

2. Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen van deze verordening mag een persoon alleen aan een maatregel als bedoeld in lid 1 worden onderworpen, wanneer de verwerking:

2. Onverminderd de andere bepalingen van deze verordening mag een persoon enkel aan profilering leidend tot maatregelen waaraan voor de betrokkene rechtsgevolgen zijn verbonden of die de belangen, rechten of vrijheden van de betrokkene in aanzienlijke mate treffen worden onderworpen wanneer de verwerking:

a) wordt uitgevoerd in het kader van het sluiten of het uitvoeren van een overeenkomst en aan het door de betrokkene ingediende verzoek tot het sluiten of het uitvoeren van de overeenkomst is voldaan of passende maatregelen zijn aangeboden ter bescherming van de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene, zoals het recht op menselijke tussenkomst; of

a) noodzakelijk is voor het sluiten of het uitvoeren van een overeenkomst en aan het door de betrokkene ingediende verzoek tot het sluiten of het uitvoeren van de overeenkomst is voldaan, voor zover passende maatregelen zijn aangeboden ter bescherming van de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene; of

b) uitdrukkelijk is toegestaan op grond van EU-wetgeving of nationale wetgeving en in die wetgeving ook passende maatregelen zijn opgenomen ter bescherming van de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene; of

b) uitdrukkelijk is toegestaan op grond van EU-wetgeving of nationale wetgeving en in die wetgeving ook passende maatregelen zijn opgenomen ter bescherming van de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene; of

c) plaatsvindt op grond van de toestemming van de betrokkene, mits aan de voorwaarden van artikel 7 wordt voldaan en passende waarborgen worden geboden.

c) plaatsvindt op grond van de toestemming van de betrokkene, mits aan de voorwaarden van artikel 7 wordt voldaan en passende waarborgen worden geboden.

3. De geautomatiseerde gegevensverwerking die bestemd is om bepaalde aspecten van de persoonlijkheid van een natuurlijke persoon te beoordelen, wordt niet uitsluitend gebaseerd op de in artikel 9 bedoelde bijzondere categorieën persoonsgegevens.

3. Profilering die leidt tot discriminatie van personen op grond van ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, godsdienst of overtuiging, het lidmaatschap van een vakbond, seksuele gerichtheid of genderidentiteit, dan wel resulteert in maatregelen met dat effect, is verboden. De voor de verwerking verantwoordelijke zorgt voor doeltreffende bescherming tegen mogelijke discriminatie als gevolg van profilering. Profilering wordt niet uitsluitend gebaseerd op de in artikel 9 bedoelde bijzondere categorieën persoonsgegevens.

4. In de in lid 2 bedoelde gevallen omvat de informatie die op grond van artikel 14 door de voor de verwerking verantwoordelijke moet worden verstrekt, informatie over de eventuele verwerking voor een maatregel in de zin van lid 1 en de met deze verwerking beoogde gevolgen voor de betrokkene.

 

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de voorwaarden voor passende maatregelen ter bescherming van de in lid 2 bedoelde gerechtvaardigde belangen van de betrokkene.

5. Profilering leidend tot maatregelen waaraan voor de betrokkene rechtsgevolgen zijn verbonden of die de belangen, rechten of vrijheden van de betrokkene in aanzienlijke mate treffen, is niet enkel of hoofdzakelijk gebaseerd op geautomatiseerde verwerking en omvat menselijke beoordeling, met inbegrip van een toelichting van het besluit dat na dergelijke beoordeling wordt genomen. De passende maatregelen ter bescherming van de in lid 2 bedoelde gerechtvaardigde belangen van de betrokkene omvatten het recht op menselijke beoordeling en een toelichting van het besluit dat na dergelijke beoordeling wordt genomen.

 

5 bis. Het Europees Comité voor gegevensbescherming wordt belast met de taak richtsnoeren, aanbevelingen en optimale praktijken te verstrekken overeenkomstig artikel 66, lid 1, onder b), met het oog op de nadere invulling van de criteria en de voorwaarden voor profilering overeenkomstig lid 2.

Amendement  116

Voorstel voor een verordening

Artikel 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Beperkingen

Beperkingen

1. De reikwijdte van de in artikel 5, onder a) tot en met e), en de artikelen 11 tot en met 20 en artikel 32 neergelegde verplichtingen en rechten mogen bij EU-wetgeving of nationale wetgeving door middel van een wettelijke maatregel worden beperkt, wanneer een dergelijke beperking in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel is ter waarborging van:

1. De reikwijdte van de in de artikelen 11 tot en met 19 en artikel 32 neergelegde verplichtingen en rechten mogen bij wetgeving van de Unie of nationale wetgeving door middel van een wettelijke maatregel worden beperkt, op voorwaarde dat een dergelijke beperking aan een duidelijk gedefinieerde doelstelling van algemeen belang beantwoordt, de wezenlijke inhoud van het recht op de bescherming van persoonsgegevens eerbiedigt, evenredig is aan het nagestreefde rechtmatige doel, de fundamentele rechten en belangen van de betrokkene respecteert en in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel is ter waarborging van:

a) de openbare veiligheid;

a) de openbare veiligheid;

b) de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten;

b) de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten;

c) andere algemene belangen van de Unie of van een lidstaat, met name een belangrijk economisch of financieel belang van de Unie of van een lidstaat, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden en de bescherming van de marktstabiliteit en –integriteit;

c) fiscale aangelegenheden;

d) de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;

d) de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;

e) een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verbonden is, ook al is dit incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de onder a), b), c) en d), bedoelde gevallen;

e) een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving in het kader van de uitoefening van het bevoegd openbaar gezag in de onder a), b), c) en d), bedoelde gevallen;

f) de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

f) de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

2. De in lid 1 bedoelde wettelijke maatregelen bevatten met name specifieke bepalingen met betrekking tot ten minste de doelstellingen die met de verwerking moeten worden nagestreefd en de vaststelling van de voor de verwerking verantwoordelijke.

2. De in lid 1 bedoelde wettelijke maatregelen moeten in een democratische samenleving noodzakelijk en evenredig zijn en bevatten specifieke bepalingen met betrekking tot ten minste:

 

a) de doelstellingen die met de verwerking moeten worden nagestreefd;

 

b) de vaststelling van de voor de verwerking verantwoordelijke;

 

c) de specifieke doeleinden van en de middelen voor de verwerking;

 

d) de waarborgen ter voorkoming van misbruik of onwettige toegang of overdracht;

 

e) het recht van betrokkenen om op de hoogte te worden gesteld van de beperking.

 

2 bis. De in lid 1 bedoelde wettelijke maatregelen geven de particuliere voor de verwerking verantwoordelijken geen toestemming en verplichten hen niet om andere gegevens te bewaren dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het oorspronkelijke doel.

(De laatste woorden van lid 2 in de tekst van de Commissie zijn overgenomen in de punten a) en b) in het amendement van het Parlement.)

Amendement  117

Voorstel voor een verordening

Artikel 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verantwoordelijkheden van de voor de verwerking verantwoordelijke

Verantwoordelijkheden en verantwoordingsplicht van de voor de verwerking verantwoordelijke

1. De voor de verwerking verantwoordelijke stelt beleid vast en voert passende maatregelen uit om ervoor te zorgen en te kunnen aantonen dat de verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming met deze verordening wordt uitgevoerd.

1. De voor de verwerking verantwoordelijke stelt passend beleid vast en voert passende en aantoonbare technische en organisatorische maatregelen uit om ervoor te zorgen en op een transparante manier te kunnen aantonen dat de verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming met deze verordening wordt uitgevoerd, waarbij rekening wordt gehouden met de stand van de techniek, het soort verwerking van persoonsgegevens, de context, de omvang en het doel van de verwerking, de risico's voor de rechten en vrijheden van betrokkenen en het type organisatie, zowel bij de vaststelling van de middelen voor de verwerking als bij de verwerking zelf.

 

1 bis. Met inachtneming van de stand van de techniek en de uitvoeringskosten neemt de voor de verwerking verantwoordelijke alle redelijke maatregelen om het nalevingsbeleid en de –procedures uit te voeren die de autonome keuze van de betrokkenen permanent respecteren. Dit nalevingsbeleid wordt ten minste om de twee jaar geëvalueerd en zo nodig bijgewerkt.

2. De in lid 1 bedoelde maatregelen betreffen met name:

 

a) het bewaren van documentatie overeenkomstig artikel 28;

 

b) het voldoen aan de in artikel 30 vastgestelde vereisten inzake gegevensbeveiliging;

 

c) het uitvoeren van een privacyeffectbeoordeling overeenkomstig artikel 33;

 

d) het voldoen aan de eisen inzake voorafgaande toestemming of voorafgaande raadpleging van de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 34, leden 1 en 2;

 

e) het aanwijzen van een functionaris voor gegevensbescherming overeenkomstig artikel 35, lid 1.

 

3. De voor de verwerking verantwoordelijke stelt mechanismen in om ervoor te zorgen dat de doeltreffendheid van de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen wordt getoetst. Deze toetsing uitgevoerd door onafhankelijke interne of externe controleurs, indien die maatregel evenredig is.

3. De voor de verwerking verantwoordelijke is in staat de toereikendheid en doeltreffendheid van de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen aan te tonen. Alle regelmatige algemene verslagen over de activiteiten van de voor de verwerking verantwoordelijke, zoals de verplichte verslagen door beursgenoteerde ondernemingen, bevatten een beknopte beschrijving van het beleid en de maatregelen als bedoeld in lid 1.

 

3 bis. De voor de verwerking verantwoordelijke heeft het recht om persoonsgegevens in de Unie door te geven binnen de groep van ondernemingen waar hij onderdeel van uitmaakt, indien dergelijke verwerking noodzakelijk is omwille van rechtmatige interne administratieve belangen tussen met elkaar verbonden bedrijfsactiviteiten van de groep van ondernemingen en op voorwaarde dat wordt gezorgd voor een passend niveau van gegevensbescherming en dat de belangen van de betrokkenen gewaarborgd zijn door middel van interne bepalingen voor gegevensbescherming of gelijkwaardige gedragscodes zoals bedoeld in artikel 38.

4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van eventuele nadere criteria en vereisten voor andere in lid 1 bedoelde passende maatregelen dan die welke reeds in lid 2 worden genoemd, van de voorwaarden voor de in lid 3 bedoelde toetsings- en controlemechanismen en van de criteria voor evenredigheid als bedoeld in lid 3, waarbij de mogelijkheid van specifieke maatregelen voor micro- en kleine en middelgrote ondernemingen in overweging wordt genomen.

 

Amendement  118

Voorstel voor een verordening

Artikel 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Privacy by design en by default

Privacy by design en by default

1. Met inachtneming van de stand van de techniek en de uitvoeringskosten legt de voor de verwerking verantwoordelijke, zowel bij de vaststelling van de middelen voor de verwerking als bij de verwerking zelf, zodanig passende technische en organisatorische maatregelen en procedures ten uitvoer dat de verwerking aan de voorwaarden van deze verordening voldoet en de bescherming van de rechten van de betrokkene gewaarborgd is.

1. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker, indien aanwezig, leggen, met inachtneming van de stand van de techniek, het actuele technische kennisniveau, internationale optimale praktijken en de met de gegevensverwerking verbonden risico's, zowel ten tijde van de vaststelling van de doeleinden en de middelen van de verwerking als ten tijde van de eigenlijke verwerking, zodanig passende technische en organisatorische maatregelen en procedures ten uitvoer dat de verwerking aan de voorwaarden van deze verordening voldoet en de bescherming van de rechten van de betrokkene waarborgt, in het bijzonder met het oog op de in artikel 5 genoemde beginselen. Gegevensbescherming by design is met name gericht op het beheer van de hele levenscyclus van persoonsgegevens, vanaf het verzamelen tot het verwerken en verwijderen, waarbij stelselmatig aandacht wordt besteed aan allesomvattende procedurele waarborgen met betrekking tot de nauwkeurigheid, de vertrouwelijkheid, de integriteit, de fysieke veiligheid en de verwijdering van persoonsgegevens. Indien de voor de verwerking verantwoordelijke ingevolge artikel 33 een privacyeffectbeoordeling heeft uitgevoerd, worden de resultaten daarvan in acht genomen bij de ontwikkeling van die maatregelen en procedures.

 

1 bis. Ter bevordering van de wijdverbreide uitvoering in verschillende economische sectoren, vormt gegevensbescherming by design een voorwaarde voor inschrijvingen op overheidsopdrachten overeenkomstig Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad1 alsook overeenkomstig Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad2 (de richtlijn nutsbedrijven).

2. De voor de verwerking verantwoordelijke stelt mechanismen in om ervoor te zorgen dat in beginsel alleen de persoonsgegevens worden verwerkt die voor elk specifiek doeleinde van de verwerking nodig zijn en met name het verzamelen of het bewaren van die gegevens zich, zowel wat betreft de hoeveelheid gegevens als de periode van opslag daarvan, beperkt tot dat wat voor die doeleinden strikt noodzakelijk is. Deze mechanismen zorgen met name ervoor dat persoonsgegevens in beginsel niet voor een onbeperkt aantal natuurlijke personen toegankelijk worden gemaakt.

2. De voor de verwerking verantwoordelijke zorgt ervoor dat in beginsel alleen die persoonsgegevens worden verwerkt die voor elk specifiek doeleinde van de verwerking nodig zijn en met name het verzamelen, bewaren of verspreiden van die gegevens zich, zowel wat betreft de hoeveelheid gegevens als de periode van opslag daarvan, beperkt tot dat wat voor die doeleinden strikt noodzakelijk is. Deze mechanismen zorgen er met name voor dat persoonsgegevens in beginsel niet voor een onbeperkt aantal natuurlijke personen toegankelijk worden gemaakt en dat de betrokkenen controle hebben over de verspreiding van hun persoonsgegevens.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor de in de leden 1 en 2 bedoelde passende maatregelen en mechanismen, met name de vereisten voor gegevensbescherming by design die voor alle sectoren, producten en diensten van toepassing zijn.

 

4. De Commissie kan technische normen vaststellen voor de in de leden 1 en 2 vermelde vereisten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

 

1 Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114).

2 Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1).

Amendement  119

Voorstel voor een verordening

Artikel 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezamenlijk voor de verwerking verantwoordelijken

Gezamenlijk voor de verwerking verantwoordelijken

Wanneer een voor de verwerking verantwoordelijke de doeleinden, voorwaarden en middelen voor de verwerking van persoonsgegevens samen met anderen vaststelt, stellen de gezamenlijk voor de verwerking verantwoordelijken door middel van een onderlinge regeling hun respectieve verantwoordelijkheden vast voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening, met name met betrekking tot de procedures en mechanismen voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene.

Wanneer verschillende voor de verwerking verantwoordelijken de doeleinden en middelen voor de verwerking van persoonsgegevens gezamenlijk vaststellen, stellen de gezamenlijk voor de verwerking verantwoordelijken door middel van een onderlinge regeling hun respectieve verantwoordelijkheden vast voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening, met name met betrekking tot de procedures en mechanismen voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene. Deze regeling geeft naar behoren weer welke effectieve rol de gezamenlijk voor de verwerking verantwoordelijken respectievelijk vervullen en wat hun respectieve verhouding met de betrokkenen is, en de wezenlijke inhoud van de regeling wordt aan de betrokkenen beschikbaar gesteld. Indien de verantwoordelijkheid onduidelijk is, zijn de voor de verwerking verantwoordelijken gezamenlijk hoofdelijk aansprakelijk.

Amendement  120

Voorstel voor een verordening

Artikel 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vertegenwoordigers van niet in de Unie gevestigde voor de verwerking verantwoordelijken

Vertegenwoordigers van niet in de Unie gevestigde voor de verwerking verantwoordelijken

1. In de in artikel 3, lid 2, bedoelde situatie wijst de voor de verwerking verantwoordelijke een vertegenwoordiger in de Unie aan.

1. In de in artikel 3, lid 2, bedoelde situatie wijst de voor de verwerking verantwoordelijke een vertegenwoordiger in de Unie aan.

2. Deze verplichting is niet van toepassing op:

2. Deze verplichting is niet van toepassing op:

(a) een in een derde land gevestigde voor de verwerking verantwoordelijke, wanneer de Commissie overeenkomstig artikel 41 heeft besloten dat het derde land een passend beschermingsniveau waarborgt; of

a) een in een derde land gevestigde voor de verwerking verantwoordelijke, wanneer de Commissie overeenkomstig artikel 41 heeft besloten dat het derde land een passend beschermingsniveau waarborgt; of

(b) een onderneming met minder dan 250 werknemers; of

b) een voor de verwerking verantwoordelijke die in een achtereenvolgende periode van 12 maanden persoonsgegevens van minder dan 5000 betrokkenen verwerkt en geen speciale categorieën persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, gegevens over de verblijfplaats of gegevens over kinderen of werknemers in grote bestanden verwerkt; of

(c) een overheidsinstantie of –orgaan; of

c) een overheidsinstantie of –orgaan; of

(d) een voor de verwerking verantwoordelijke die slechts incidenteel goederen of diensten aanbiedt aan in de Unie wonende betrokkenen.

d) een voor de verwerking verantwoordelijke die slechts incidenteel goederen of diensten aanbiedt aan betrokkenen in de Unie, tenzij de verwerking van persoonsgegevens betrekking heeft op speciale categorieën persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, gegevens over de verblijfplaats of gegevens over kinderen of werknemers in grote bestanden.

3. De vertegenwoordiger is gevestigd in een van de lidstaten waar de betrokkenen waarvan de persoonsgegevens in verband met het hun aanbieden van goederen of diensten worden verwerkt of waarvan het gedrag wordt geobserveerd, wonen.

3. De vertegenwoordiger is gevestigd in een van de lidstaten waar het aanbieden van goederen of diensten aan de betrokkenen, of het toezicht daarop, plaatsvindt.

4. De aanwijzing van een vertegenwoordiger door de voor de verwerking verantwoordelijke laat de vorderingen die tegen de voor de verwerking verantwoordelijke zelf zouden kunnen worden ingesteld, onverlet.

4. De aanwijzing van een vertegenwoordiger door de voor de verwerking verantwoordelijke laat de vorderingen die tegen de voor de verwerking verantwoordelijke zelf zouden kunnen worden ingesteld, onverlet.

Amendement  121

Voorstel voor een verordening

Artikel 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verwerker

Verwerker

1. Wanneer een verwerking namens de voor de verwerking verantwoordelijke moet worden uitgevoerd, kiest de voor de verwerking verantwoordelijke een verwerker die voldoende waarborgen biedt voor de tenuitvoerlegging van passende technische en organisatorische maatregelen en procedures op dusdanige wijze dat de verwerking voldoet aan de vereisten van deze verordening en de bescherming van de rechten van de betrokkene gewaarborgd is, met name met betrekking tot de technische beveiligingsmaatregelen en de organisatorische maatregelen inzake de te verrichten verwerking, en zorgt hij ervoor dat deze maatregelen in acht worden genomen.

1. Wanneer verwerking namens de voor de verwerking verantwoordelijke moet worden uitgevoerd, kiest de voor de verwerking verantwoordelijke een verwerker die voldoende waarborgen biedt voor de tenuitvoerlegging van passende technische en organisatorische maatregelen en procedures, op dusdanige wijze dat de verwerking voldoet aan de vereisten van deze verordening en de bescherming van de rechten van de betrokkene gewaarborgd is, met name met betrekking tot de technische beveiligingsmaatregelen en de organisatorische maatregelen inzake de te verrichten verwerking, en zorgt hij ervoor dat deze maatregelen in acht worden genomen.

2. De uitvoering van verwerkingen door een verwerker wordt geregeld in een overeenkomst of door een andere rechtshandeling die de verwerker ten opzichte van de voor de verwerking verantwoordelijke bindt en waarin met name wordt bepaald dat de verwerker:

2. De uitvoering van verwerkingen door een verwerker wordt geregeld in een overeenkomst of door een andere rechtshandeling die de verwerker ten opzichte van de voor de verwerking verantwoordelijke bindt. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker mogen zelf bepalen wat hun respectieve rol en taken zijn met betrekking tot de voorwaarden van deze verordening en zorgen ervoor dat de verwerker:

(a) slechts handelt in opdracht van de voor de verwerking verantwoordelijke, met name wanneer de doorgifte van de persoonsgegevens is verboden;

a) slechts in opdracht van de voor de verwerking verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt, tenzij anders voorgeschreven door de wetgeving van de Unie of nationale wetgeving;

(b) slechts personeel in dienst neemt dat zich ertoe heeft verplicht vertrouwelijkheid in acht te nemen of een wettelijke vertrouwelijkheidsplicht heeft;

b) slechts personeel in dienst neemt dat zich ertoe heeft verplicht vertrouwelijkheid in acht te nemen of een wettelijke vertrouwelijkheidsplicht heeft;

(c) alle uit hoofde van artikel 30 vereiste maatregelen neemt;

c) alle uit hoofde van artikel 30 vereiste maatregelen neemt;

(d) slechts met voorafgaande toestemming van de voor de verwerking verantwoordelijke een andere verwerker in dienst neemt;

d) slechts met voorafgaande toestemming van de voor de verwerking verantwoordelijke de voorwaarden voor het in dienst nemen van een andere verwerker vaststelt, tenzij anders bepaald;

(e) voor zover dit gelet op de aard van de verwerking mogelijk is, met akkoord van de voor de verwerking verantwoordelijke de nodige technische en organisatorische voorwaarden schept waardoor de voor de verwerking verantwoordelijke zijn verplichting te voldoen aan de verzoeken tot uitoefening van de in hoofdstuk III neergelegde rechten van de betrokkene, kan nakomen;

e) voor zover dit gelet op de aard van de verwerking mogelijk is, met akkoord van de voor de verwerking verantwoordelijke de passende en relevante technische en organisatorische voorwaarden schept waardoor de voor de verwerking verantwoordelijke zijn verplichting te voldoen aan de verzoeken tot uitoefening van de in hoofdstuk III neergelegde rechten van de betrokkene, kan nakomen;

(f) de voor de verwerking verantwoordelijk bijstaat om ervoor te zorgen de verplichtingen uit hoofde van de artikelen 30 tot en met 34 worden nagekomen;

f) de voor de verwerking verantwoordelijke bijstaat om ervoor te zorgen dat de verplichtingen uit hoofde van de artikelen 30 tot en met 34 worden nagekomen, waarbij de aard van de verwerking en de voor de verwerker beschikbare informatie in aanmerking worden genomen;

(g) de voor de verwerking verantwoordelijke na de beëindiging van de verwerking alle resultaten overhandigt en de persoonsgegevens niet anderszins verwerkt;

g) de voor de verwerking verantwoordelijke na de beëindiging van de verwerking alle resultaten teruggeeft, de persoonsgegevens niet anderszins verwerkt en bestaande kopieën verwijdert, tenzij in de wetgeving van de Unie of nationale wetgeving wordt geëist dat de gegevens worden opgeslagen;

(h) de voor de verwerking verantwoordelijke en de toezichthoudende autoriteit alle informatie ter beschikking stelt die nodig is om de nakoming van de in dit artikel neergelegde verplichtingen te controleren.

h) de voor de verwerking verantwoordelijke alle informatie ter beschikking stelt die nodig is om de nakoming van de in dit artikel neergelegde verplichtingen aan te tonen en inspecties ter plaatse toestaat.

3. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker leggen de instructies van de voor de verwerking verantwoordelijke en de verplichtingen van de verwerker die in lid 2 zijn genoemd, vast in een document.

3. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker leggen de instructies van de voor de verwerking verantwoordelijke en de verplichtingen van de verwerker die in lid 2 zijn genoemd, vast in een document.

 

3 bis. De in lid 1 bedoelde voldoende waarborgen kunnen worden aangetoond door gedragscodes of certificeringsmechanismen te onderschrijven overeenkomstig artikel 38 of 39 van deze verordening.

4. Wanneer een verwerker persoonsgegevens verwerkt anders dan volgens de instructies van de voor de verwerking verantwoordelijke, wordt de verwerker met betrekking tot die verwerking als een voor de verwerking verantwoordelijke beschouwd waarvoor de in artikel 24 neergelegde regels voor gezamenlijk voor de verwerking verantwoordelijken gelden.

4. Wanneer een verwerker persoonsgegevens verwerkt anders dan volgens de instructies van de voor de verwerking verantwoordelijke, of de bepalende partij wordt met betrekking tot de doeleinden en middelen van de gegevensverwerking, wordt de verwerker met betrekking tot die verwerking als een voor de verwerking verantwoordelijke beschouwd waarvoor de in artikel 24 neergelegde regels voor gezamenlijk voor de verwerking verantwoordelijken gelden.

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor de verantwoordelijkheden, plichten en taken met betrekking tot een verwerker overeenkomstig lid 1, en van de voorwaarden ter bevordering van de verwerking van persoonsgegevens binnen een groep van ondernemingen, met name met het oog op controle en verslaglegging.

 

Amendement 122

Voorstel voor een verordening

Artikel 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Documenten

Documenten

1. Alle voor de verwerking verantwoordelijken, verwerkers alsmede, in voorkomend geval, vertegenwoordigers van de voor de verwerking verantwoordelijke bewaren de documenten inzake alle verwerkingen die onder hun verantwoordelijkheid hebben plaatsgevonden.

1. Alle voor de verwerking verantwoordelijken bewaren de regelmatig bijgewerkte documenten die nodig zijn om te voldoen aan de in deze verordening vastgestelde vereisten.

2. De documenten bevatten ten minste de volgende gegevens:

2. Daarnaast bewaren alle voor de verwerking verantwoordelijken en alle verwerkers de documenten inzake de volgende gegevens:

(a) de naam en de contactgegevens van de voor de verwerking verantwoordelijke of de eventuele gezamenlijk voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker, en van de vertegenwoordiger, in voorkomend geval;

a) de naam en de contactgegevens van de voor de verwerking verantwoordelijke of de eventuele gezamenlijk voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker, en van de vertegenwoordiger, in voorkomend geval;

(b) de naam en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming, in voorkomend geval;

b) de naam en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming, in voorkomend geval;

(c) de doeleinden van de verwerking, waaronder de gerechtvaardigde belangen van de voor de verwerking verantwoordelijke wanneer de verwerking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder f);

 

(d) een beschrijving van de categorieën betrokkenen en van de categorieën hen betreffende persoonsgegevens;

 

(e) de ontvangers of categorieën ontvangers van persoonsgegevens, met inbegrip van de voor de verwerking verantwoordelijken aan wie de persoonsgegevens zijn verstrekt met het oog op de door hen nagestreefde gerechtvaardigde belangen;

e) de naam en de contactgegevens van de voor de verwerking verantwoordelijken aan wie de persoonsgegevens zijn verstrekt, in voorkomend geval;

(f) indien van toepassing, de doorgifte van gegevens naar een derde land of een internationale organisatie, met inbegrip van de vermelding van dat derde land of die internationale organisatie en, in geval van de in artikel 44, lid 1, onder h), bedoelde doorgiften, de documenten inzake de passende garanties;

 

(g) een algemene aanwijzing betreffende de termijnen waarbinnen de verschillende categorieën gegevens moeten worden gewist;

 

(h) de beschrijving van de in artikel 22, lid 3, bedoelde mechanismen.

 

3. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker en, in voorkomend geval, de vertegenwoordiger van de voor de verwerking verantwoordelijke, stellen de toezichthoudende autoriteit de documenten op verzoek ter beschikking.

 

4. De in de leden 1 en 2 bedoelde verplichtingen zijn niet van toepassing op de volgende voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers:

Schrappen

(a) een natuurlijke persoon die zonder commerciële belangen persoonsgegevens verwerkt; of

 

(b) een onderneming of organisatie met minder dan 250 werknemers die persoonsgegevens slechts als nevenactiviteit verwerkt.

 

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor de in lid 1 bedoelde documenten, teneinde met name de verantwoordelijkheden in acht te nemen van de voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker en, in voorkomend geval, van de vertegenwoordiger van de voor de verwerking verantwoordelijke.

 

6. De Commissie kan standaardformulieren vaststellen voor de in lid 1 bedoelde documenten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement  123

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker en, in voorkomend geval, de vertegenwoordiger van de voor de verwerking verantwoordelijke verlenen op verzoek hun medewerking aan met de toezichthoudende autoriteit bij de uitoefening van diens taken, met name door het verstrekken van de in artikel 53, lid 2, onder a), bedoelde informatie en door het verschaffen van toegang als bepaald in dat lid, onder b).

1. De voor de verwerking verantwoordelijke en, in voorkomend geval, de verwerker en de vertegenwoordiger van de voor de verwerking verantwoordelijke verlenen op verzoek hun medewerking aan de toezichthoudende autoriteit bij de uitoefening van diens taken, met name door het verstrekken van de in artikel 53, lid 2, onder a), bedoelde informatie en door het verschaffen van toegang als bepaald in dat lid, onder b).

Amendement  124

Voorstel voor een verordening

Artikel 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Beveiliging van de verwerking

Beveiliging van de verwerking

1. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker treffen passende technische en organisatorische maatregelen om een gelet op de risico’s die de verwerking en de aard van de te beschermen persoonsgegevens met zich meebrengen, passend beveiligingsniveau te waarborgen, waarbij rekening wordt gehouden met de stand van de techniek en met de kosten van uitvoering van de maatregelen.

1. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker treffen passende technische en organisatorische maatregelen om een passend beveiligingsniveau te waarborgen met het oog op de risico’s die de verwerking met zich meebrengt, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten van een privacyeffectbeoordeling overeenkomstig artikel 3, alsmede met de stand van de techniek en met de kosten van uitvoering van de maatregelen.

 

1 bis. Een dergelijk veiligheidsbeleid omvat, met inachtneming van de stand van de techniek en de kosten van uitvoering, de volgende elementen:

 

a) de mogelijkheid ervoor te zorgen dat de integriteit van de persoonsgegevens wordt bekrachtigd;

 

b) de mogelijkheid te voorzien in een voortdurende vertrouwelijkheid, integriteit, beschikbaarheid en veerkracht van de systemen en diensten die persoonsgegevens verwerken;

 

c) de mogelijkheid om de beschikbaarheid van en toegang tot gegevens ingeval van een fysiek of technisch incident met gevolgen voor de beschikbaarheid, integriteit en de vertrouwelijkheid van informatiesystemen en -diensten, te herstellen;

 

d) ingeval van verwerking van gevoelige persoonsgegevens overeenkomstig artikel 8 en 9 worden bijkomende veiligheidsmaatregelen getroffen om te zorgen voor omgevingsbewustzijn met betrekking tot de risico's en het vermogen om bijna real-time preventieve, corrigerende en beperkende maatregelen te treffen indien er kwetsbare plekken of incidenten worden ontdekt die een bedreiging kunnen vormen voor de gegevens;

 

e) een proces voor het regelmatig testen, meten en evalueren van de doeltreffendheid van bestaand veiligheidsbeleid en bestaande veiligheidsprocedures en -plannen, teneinde deze doeltreffendheid voortdurend te waarborgen.

2. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker nemen, na een evaluatie van de risico’s, de in lid 1 bedoelde maatregelen ter bescherming van persoonsgegevens tegen vernietiging, hetzij per ongeluk, hetzij onrechtmatig, of tegen verlies en om andere vormen van onrechtmatige verwerking te voorkomen, met name ongeoorloofde verstrekking of verspreiding van, toegang tot, of wijziging van persoonsgegevens.

2. De in lid 1 bedoelde maatregelen zorgen er ten minste voor dat:

 

a) wordt gewaarborgd dat alleen gemachtigd personeel voor wettelijk toegestane doeleinden toegang heeft tot de persoonsgegevens;

 

b) opgeslagen of verzonden persoonsgegevens worden beschermd tegen onbedoelde of onrechtmatige vernietiging, onbedoeld verlies of wijziging, en ongeoorloofde of onrechtmatige opslag, verwerking, toegang of verstrekking; en

 

c) er een veiligheidsbeleid wordt ingevoerd met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de voorwaarden voor de in de leden 1 en 2 bedoelde technische en organisatorische maatregelen, waaronder de vaststelling van de stand van techniek, voor specifieke sectoren en in specifieke situaties op het gebied van gegevensverwerking, waarbij met name rekening wordt gehouden met technologische ontwikkelingen en oplossingen inzake privacy by design en gegevensbescherming by default, tenzij lid 4 van toepassing is.

3. Het Europees Comité voor gegevensbescherming wordt belast met de taak richtsnoeren, aanbevelingen en optimale praktijken te verstrekken overeenkomstig artikel 66, lid 1, onder b), voor de in de leden 1 en 2 bedoelde technische en organisatorische maatregelen, waaronder de vaststelling van de stand van de techniek, voor specifieke sectoren en in specifieke situaties op het gebied van gegevensverwerking, waarbij met name rekening wordt gehouden met technologische ontwikkelingen en oplossingen inzake privacy by design en gegevensbescherming by default.

4. De Commissie kan zo nodig uitvoeringshandelingen vaststellen om de in de leden 1 en 2 vastgestelde voorschriften toe te snijden op verschillende situaties, met name om:

 

(a) ongeoorloofde toegang tot persoonsgegevens te voorkomen;

 

(b) te voorkomen dat persoonsgegevens ongeoorloofd worden verstrekt, gelezen, gekopieerd, gewijzigd, gewist of verwijderd;

 

(c) ervoor te zorgen dat de rechtmatigheid van verwerkingen wordt geverifieerd.

 

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

(Lid 2 in de tekst van de Commissie is gedeeltelijk letter b) geworden in het amendement van het Parlement).

Amendement  125

Voorstel voor een verordening

Artikel 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit

Melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit

1. In geval van een inbreuk in verband met persoonsgegevens meldt de voor de verwerking verantwoordelijke de toezichthoudende autoriteit deze inbreuk zonder onnodige vertraging en zo mogelijk niet later dan 24 uur nadat hij ervan kennis heeft gekregen. Wanneer de melding aan de toezichthoudende autoriteit niet binnen 24 plaatsvindt, gaat deze vergezeld van een motivering.

1. In geval van een inbreuk in verband met persoonsgegevens meldt de voor de verwerking verantwoordelijke de toezichthoudende autoriteit deze inbreuk zonder onnodige vertraging.

 

2. In overeenstemming met artikel 26, lid 2, onder f), waarschuwt en informeert de verwerker de voor de verwerking verantwoordelijke onmiddellijk na de vaststelling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens.

2. De verwerker waarschuwt en informeert de voor de verwerking verantwoordelijke zonder onnodige vertraging na de vaststelling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens.

3. De in lid 1 bedoelde melding bevat ten minste:

3. De in lid 1 bedoelde melding bevat ten minste:

(a) een omschrijving van de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, waaronder de betrokken categorieën en aantallen betrokkenen en categorieën en aantallen gegevensrecords;

a) een omschrijving van de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, waaronder de betrokken categorieën en aantallen betrokkenen en categorieën en aantallen gegevensrecords;

(b) de vermelding van de identiteit en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming of een ander contactpunt waar meer informatie kan worden verkregen;

b) de vermelding van de identiteit en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming of een ander contactpunt waar meer informatie kan worden verkregen;

(c) aanbevelingen voor maatregelen om de mogelijk nadelige gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens te verminderen;

c) aanbevelingen voor maatregelen om de mogelijk nadelige gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens te verminderen;

(d) een omschrijving van de gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens;

d) een omschrijving van de gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens;

(e) een omschrijving van de maatregelen die de voor de verwerking verantwoordelijke heeft voorgesteld of genomen om de inbreuk in verband met persoonsgegevens aan te pakken.

e) een omschrijving van de maatregelen die de voor de verwerking verantwoordelijke heeft voorgesteld of genomen om de inbreuk in verband met persoonsgegevens aan te pakken en de gevolgen ervan te beperken.

De informatie kan zo nodig in fases worden verstrekt.

4. De voor de verwerking verantwoordelijke documenteert alle inbreuken in verband met persoonsgegevens, met inbegrip van de feiten omtrent de inbreuk, de gevolgen van de inbreuk en de corrigerende maatregelen die zijn genomen. Deze documenten moeten de toezichthoudende autoriteit in staat stellen om de naleving van dit artikel te controleren. De documenten omvatten uitsluitend de voor dat doel noodzakelijke informatie.

4. De voor de verwerking verantwoordelijke documenteert alle inbreuken in verband met persoonsgegevens, met inbegrip van de feiten omtrent de inbreuk, de gevolgen van de inbreuk en de corrigerende maatregelen die zijn genomen. Deze documenten moeten afdoende zijn om de toezichthoudende autoriteit in staat stellen de naleving van dit artikel en artikel 30 te controleren. De documenten omvatten uitsluitend de voor dat doel noodzakelijke informatie.

 

4 bis. De toezichthoudende autoriteit houdt een openbaar register bij van alle soorten gemelde inbreuken.

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor de vaststelling van de in de leden 1 en 2 bedoelde inbreuk in verband met persoonsgegevens en voor de bijzondere omstandigheden waarin een voor de verwerking verantwoordelijke en een verwerker verplicht zijn de inbreuk in verband met persoonsgegevens te melden.

5. Het Europees Comité voor gegevensbescherming wordt belast met de taak richtsnoeren, aanbevelingen en optimale praktijken te verstrekken overeenkomstig artikel 66, lid 1, onder b), voor de vaststelling van de in de leden 1 en 2 bedoelde inbreuk in verband met persoonsgegevens alsmede van de onnodige vertraging als bedoeld in de leden 1 en 2, en voor de bijzondere omstandigheden waarin een voor de verwerking verantwoordelijke en een verwerker verplicht zijn de inbreuk in verband met persoonsgegevens te melden.

6. De Commissie kan het model vaststellen voor deze melding aan de toezichthoudende autoriteit alsmede de op het meldingsvereiste toepasselijke procedures en de vorm en de modaliteiten van de in lid 4 bedoelde documenten, met inbegrip van de termijnen voor het wissen van de daarin opgenomen informatie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement  126

Voorstel voor een verordening

Artikel 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene

Melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene

1. Wanneer de inbreuk in verband met persoonsgegevens waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de bescherming van de persoonsgegevens of de privacy van de betrokkene heeft, deelt de voor de verwerking verantwoordelijke na de in artikel 31 bedoelde melding, de betrokkene de inbreuk in verband met persoonsgegevens zonder onnodige vertraging mee.

1. Wanneer de inbreuk in verband met persoonsgegevens waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de bescherming van de persoonsgegevens, de privacy, de rechten of de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene heeft, deelt de voor de verwerking verantwoordelijke na de in artikel 31 bedoelde melding, de betrokkene de inbreuk in verband met persoonsgegevens zonder onnodige vertraging mee.

2. De in lid 1 bedoelde mededeling aan de betrokkene bevat een omschrijving van de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens en ten minste de in artikel 31, lid 3, onder b) en c), voorgeschreven informatie en aanbevelingen.

De in lid 1 bedoelde mededeling aan de betrokkene is uitgebreid en geschreven in duidelijke, eenvoudige taal. Deze bevat een omschrijving van de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens en ten minste de in artikel 31, lid 3, onder b), c) en d), voorgeschreven informatie en aanbevelingen en informatie over de rechten van de betrokkenen, met inbegrip van het recht op verhaal.

3. De melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene is niet vereist wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke tot voldoening van de toezichthoudende autoriteit aantoont dat hij de passende technische beschermingsmaatregelen heeft genomen en dat deze maatregelen werden toegepast op de gegevens waarop de inbreuk in verband met persoonsgegevens betrekking heeft. Dergelijke technologische beschermingsmaatregelen maken de gegevens onbegrijpelijk voor eenieder die geen recht op toegang daartoe heeft.

3. De melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene is niet vereist wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke tot voldoening van de toezichthoudende autoriteit aantoont dat hij de passende technische beschermingsmaatregelen heeft genomen en dat deze maatregelen werden toegepast op de gegevens waarop de inbreuk in verband met persoonsgegevens betrekking heeft. Dergelijke technologische beschermingsmaatregelen maken de gegevens onbegrijpelijk voor eenieder die geen recht op toegang daartoe heeft.

4. Onverminderd de verplichting van de voor de verwerking verantwoordelijke om de inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene te melden, kan de toezichthoudende autoriteit, na de waarschijnlijkheid van negatieve gevolgen van de inbreuk te hebben overwogen, de voor de verwerking verantwoordelijk gelasten de inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene te melden wanneer deze laatste dat nog niet heeft gedaan.

4. Onverminderd de verplichting van de voor de verwerking verantwoordelijke om de inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene te melden, kan de toezichthoudende autoriteit, na de waarschijnlijkheid van negatieve gevolgen van de inbreuk te hebben overwogen, de voor de verwerking verantwoordelijk gelasten de inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene te melden wanneer deze laatste dat nog niet heeft gedaan.

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten met betrekking tot de omstandigheden waarin een inbreuk in verband met persoonsgegevens waarschijnlijk negatieve gevolgen heeft voor de in lid 1 bedoelde persoonsgegevens.

Het Europees Comité voor gegevensbescherming wordt belast met de taak richtsnoeren, aanbevelingen en optimale praktijken te verstrekken overeenkomstig artikel 66, lid 1, onder b), met betrekking tot de omstandigheden waarin een inbreuk in verband met persoonsgegevens waarschijnlijk negatieve gevolgen heeft voor de in lid 1 bedoelde persoonsgegevens, de privacy, de rechten of de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene.

6. De Commissie kan het model van de in lid 1 bedoelde melding aan de betrokkene en de op die melding toepasselijke procedure vaststellen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement  127

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 32 bis

 

Oog voor risico

 

1. De voor de verwerking verantwoordelijke, of in voorkomend geval de verwerker, voert een risicoanalyse uit van de mogelijke effecten van de bedoelde gegevensverwerking op de rechten en vrijheden van de betrokkenen, waarbij wordt beoordeeld of de verwerkingen waarschijnlijk specifieke risico's inhouden.

 

2. De volgende verwerkingen kunnen specifieke risico's inhouden:

 

a) de verwerking van persoonsgegevens van meer dan 5000 betrokkenen gedurende een achtereenvolgende periode van 12 maanden;

 

b) de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, locatiegegevens of gegevens over kinderen of werknemers in grote bestanden;

 

c) profilering waarop maatregelen zijn gebaseerd waaraan voor die persoon rechtsgevolgen zijn verbonden of die hem op vergelijkbare, aanzienlijke wijze treffen;

 

d) de verwerking van persoonsgegevens voor het bieden van gezondheidszorg, voor epidemiologisch onderzoek, of voor onderzoek naar geestes- of besmettelijke ziekten, wanneer de gegevens op grote schaal worden verwerkt voor het nemen van maatregelen of besluiten met betrekking tot specifieke personen;

 

e) geautomatiseerde bewaking van openbaar toegankelijke ruimten op grote schaal;

 

f) andere verwerkingen waarvoor op grond van artikel 34, lid 2, onder b), de functionaris voor gegevensbescherming of de toezichthoudende autoriteit moet worden geraadpleegd;

 

g) indien een inbreuk in verband met persoonsgegevens waarschijnlijk negatieve gevolgen heeft voor de bescherming van de persoonsgegevens, de privacy, de rechten of de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene;

 

h) een voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker is hoofdzakelijk belast met verwerkingen die vanwege hun aard, hun omvang en/of hun doel regelmatige en stelselmatige observatie van betrokkenen vereisen;

 

i) indien persoonsgegevens toegankelijk worden gemaakt voor een aantal personen waarvan redelijkerwijs niet kan worden aangenomen dat het een beperkt aantal is.

 

3. In overeenstemming met de resultaten van de risicoanalyse:

 

a) ingeval er sprake is van een van de verwerkingen zoals bedoeld in lid 2, onder a) of b), wijzen voor de verwerking verantwoordelijken die niet in de Unie zijn gevestigd een vertegenwoordiger in de Unie aan in overeenstemming met de vereisten en uitzonderingen zoals vastgelegd in artikel 25;

 

b) ingeval er sprake is van een van de verwerkingen zoals bedoeld in lid 2, onder a), b) of h), wijst de voor de verwerking verantwoordelijke een functionaris voor gegevensbescherming aan in overeenstemming met de vereisten en uitzonderingen zoals vastgelegd in artikel 35;

 

c) ingeval er sprake is van een van de verwerkingen zoals bedoeld in lid 2, onder a), b), c), d), e), f), g) of h), verricht de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker die namens de voor de verwerking verantwoordelijke optreedt een privacyeffectbeoordeling overeenkomstig artikel 33;

 

d) ingeval er sprake is van verwerkingen zoals bedoeld in lid 2, onder f), raadpleegt de voor de verwerking verantwoordelijke de functionaris voor gegevensbescherming of, indien er geen functionaris voor gegevensbescherming is aangewezen, de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 34.

 

4. De risicoanalyse wordt uiterlijk na een jaar ofwel onmiddellijk geëvalueerd, indien de aard, de omvang of de doeleinden van de gegevensverwerking aanzienlijk wijzigen. Wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke overeenkomstig lid 3, onder c), niet verplicht is een privacyeffectbeoordeling te verrichten, wordt de risicoanalyse gedocumenteerd.

Amendement  128

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk 4 – afdeling 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

PRIVACYEFFECTBEOORDELING EN VOORAFGAANDE TOESTEMMING

BEHEER GEGEVENSBESCHERMING GEDURENDE LEVENSCYCLUS

Amendement  129

Voorstel voor een verordening

Artikel 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Privacyeffectbeoordeling

Privacyeffectbeoordeling

1. Wanneer verwerkingen gezien hun aard, reikwijdte of doeleinden bijzondere risico’s inhouden voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen, voert de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker die ten behoeve van de voor de verwerking verantwoordelijke optreedt een beoordeling uit van het effect van de beoogde verwerkingen op de bescherming van persoonsgegevens.

1. Indien vereist overeenkomstig artikel 32 bis, lid 3, onder c), voert de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker die namens de voor de verwerking verantwoordelijke optreedt een beoordeling uit van het effect van de beoogde verwerkingen op de rechten en vrijheden van de betrokkenen, met name hun recht op bescherming van persoonsgegevens. Een enkele beoordeling is voldoende in het geval van een reeks vergelijkbare verwerkingen die vergelijkbare risico's inhouden.

2. Met name de volgende verwerkingen houden de in lid 1 bedoelde specifieke risico’s in:

 

(a) een systematische en uitgebreide beoordeling van aspecten van de persoonlijkheid van een natuurlijke persoon, bijvoorbeeld om met name zijn economische situatie, verblijfplaats, gezondheid, persoonlijke voorkeuren, betrouwbaarheid of gedrag te analyseren of te voorspellen, die is gebaseerd op geautomatiseerde verwerking en waarop maatregelen zijn gebaseerd waaraan voor die persoon rechtsgevolgen zijn verbonden of die hem in aanzienlijke mate treffen;

 

(b) de verwerking van gegevens over het seksuele leven, de gezondheid, het ras of de etnische afkomst, voor het bieden van gezondsheidszorg, voor epidemiologisch onderzoek, of voor onderzoek naar geestes- of besmettelijke ziekten, wanneer de gegevens op grote schaal worden verwerkt voor het nemen van maatregelen of besluiten met betrekking tot specifieke personen;

 

(c) de bewaking van openbaar toegankelijke ruimten, met name wanneer op grote schaal optisch-elektronische apparatuur (videobewaking) wordt gebruikt;

 

(d) de verwerking in grote bestanden van persoonsgegevens inzake kinderen en van genetische of biometrische gegevens;

 

(e) andere verwerkingen waarvoor op grond van artikel 34, lid 2, onder b), de toezichthoudende autoriteit moet worden geraadpleegd.

 

3. De beoordeling bevat minstens een algemene beschrijving van de beoogde verwerkingen, een beoordeling van de risico’s voor de rechten en vrijheden van betrokkenen, de maatregelen die worden beoogd om de risico’s te beperken, en de waarborgen, beveiligingsmaatregelen en mechanismen die de bescherming van persoonsgegevens verzekeren en aantonen dat aan deze verordening is voldaan, met inachtneming van de rechten en gerechtvaardigde belangen van betrokkenen en andere betrokken personen.

3. De beoordeling heeft betrekking op de gehele levenscyclus van persoonsgegevens van vergaring via verwerking tot verwijdering. Deze bevat ten minste:

 

a) een systematische beschrijving van de beoogde verwerkingen, de doeleinden van de verwerking en, in voorkomend geval, de gerechtvaardigde belangen die worden nagestreefd door de voor de verwerking verantwoordelijke;

 

b) een beoordeling van de noodzaak en de evenredigheid van de verwerkingen met betrekking tot het doel;

 

c) een beoordeling van de risico's voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen, met inbegrip van het risico van discriminatie dat inherent is aan de verwerking of daardoor wordt versterkt;

 

d) een beschrijving van de beoogde maatregelen om de risico's te beperken en de hoeveelheid persoonsgegevens die wordt verwerkt, te minimaliseren;

 

e) een lijst waarborgen, veiligheidsmaatregelen en mechanismen om de bescherming van persoonsgegevens te garanderen, zoals pseudonimisering, en om aan te tonen dat aan deze verordening is voldaan, met inachtneming van de rechten en gerechtvaardigde belangen van de betrokkenen en andere betrokken personen;

 

f) een algemene aanwijzing betreffende de termijnen waarbinnen de verschillende categorieën gegevens moeten worden gewist;

 

h) een uitleg over welke privacy by design en by default praktijken overeenkomstig artikel 23 zijn toegepast;

 

i) een lijst van de ontvangers of categorieën ontvangers van de persoonsgegevens;

 

j) indien van toepassing, een lijst van de voorgenomen doorgiften van gegevens naar een derde land of een internationale organisatie, met inbegrip van de vermelding van dat derde land of die internationale organisatie en, in geval van de in artikel 44, lid 1, onder h), bedoelde doorgiften, de documenten inzake de passende waarborgen;

 

k) een beoordeling van de context van de gegevensverwerking.

 

3 bis. Indien de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker een functionaris voor gegevensbescherming heeft aangewezen, wordt deze betrokken bij de uitvoering van de effectbeoordelingen.

 

3 ter. De beoordeling wordt gedocumenteerd en bevat een schema ten behoeve van reguliere periodieke nalevingscontroles gegevensbescherming overeenkomstig artikel 33 bis, lid 1. De beoordeling wordt zonder onnodige vertraging bijgewerkt indien de resultaten van de in artikel 33 bis bedoelde nalevingscontroles gegevensbescherming inconsistenties in de naleving laten zien. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker en, in voorkomend geval, de vertegenwoordiger van de voor de verwerking verantwoordelijke, stellen de toezichthoudende autoriteit de beoordeling op verzoek ter beschikking.

4. De voor de verwerking verantwoordelijke neemt de opmerkingen van betrokkenen en hun vertegenwoordigers over de voorgenomen verwerking in ontvangst, zonder inbreuk te maken op de bescherming van commerciële of algemene belangen of de beveiliging van de verwerkingen.

 

5. Wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke een overheidsinstantie of –orgaan is en de verwerking het gevolg is van een in de EU-wetgeving geregelde wettelijke verplichting in de zin van artikel 6, lid 1, onder c), waarbij voorschriften en procedures inzake de verwerkingen zijn vastgesteld, zijn de leden 1 tot en met 4 niet van toepassing, tenzij de lidstaten het nodig achten om voorafgaand aan de verwerkingen een dergelijke beoordeling uit te voeren.

 

6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de voorwaarden voor verwerkingen die waarschijnlijk de in de leden 1 en 2 bedoelde specifieke risico’s inhouden, en van de vereisten voor de in lid 3 bedoelde beoordeling, met inbegrip van de voorwaarden voor uitbreidbaarheid en interne en externe toetsing. Daarbij neemt de Commissie specifieke maatregelen voor micro- en kleine en middelgrote ondernemingen in overweging.

 

7. De Commissie kan normen en procedures vaststellen voor de uitvoering en de interne en externe toetsing van de in lid 3 bedoelde beoordeling. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

(Lid 3 van de Commissietekst is gedeeltelijk opgenomen onder a), c), d) en e) van het amendement van het Parlement).

Amendement  130

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 33 bis

 

Nalevingscontrole gegevensbescherming

 

1. De voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker die namens de voor de verwerking verantwoordelijke optreedt, voert uiterlijk twee jaar na uitvoering van een effectbeoordeling overeenkomstig artikel 33, lid 1, een nalevingscontrole gegevensbescherming uit. Uit deze nalevingscontrole gegevensbescherming moet blijken dat de verwerkte gegevens zijn verwerkt overeenkomstig de privacyeffectbeoordeling.

 

2. De nalevingscontrole wordt periodiek, tenminste eens per twee jaar, uitgevoerd of anderszins onmiddellijk nadat de specifieke risico’s in verband met de verwerkingen zijn gewijzigd.

 

3. Ingeval de nalevingscontrole inconsistenties in de naleving laat zien, worden er in de nalevingscontrole tevens aanbevelingen opgenomen om tot volledige naleving te kunnen komen.

 

4. De nalevingscontrole en de daaruit voortvloeiende aanbevelingen worden gedocumenteerd. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker en, in voorkomend geval, de vertegenwoordiger van de voor de verwerking verantwoordelijke, stellen de toezichthoudende autoriteit de nalevingscontrole op verzoek ter beschikking.

 

5. Indien de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker een functionaris voor gegevensbescherming heeft aangewezen, wordt deze betrokken bij de uitvoering van de nalevingscontrole.

Amendement  131

Voorstel voor een verordening

Artikel 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorafgaande toestemming en voorafgaande raadpleging

Voorafgaande raadpleging

1. De voor de verwerking verantwoordelijke en, in voorkomend geval, de verwerker verkrijgen voorafgaand aan de verwerking van persoonsgegevens toestemming van de toezichthoudende autoriteit om ervoor te zorgen dat de voorgenomen verwerking aan deze verordening voldoet en met name om de risico’s voor de betrokkenen te beperken wanneer een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker contractbepalingen vaststelt uit hoofde van artikel 42, lid 2, onder d), of niet in een juridisch bindend instrument passende garanties voor de bescherming van persoonsgegevens biedt als bedoeld in artikel 42, lid 5, voor de doorgifte van persoonsgegevens naar een derde land of een internationale organisatie.

 

2. De voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker die ten behoeve van de voor de verwerking verantwoordelijke optreedt, raadpleegt de toezichthoudende autoriteit voorafgaand aan de verwerking van de persoonsgegevens om ervoor te zorgen dat de voorgenomen verwerking aan deze verordening voldoet en met name om de risicos voor de betrokkenen te beperken wanneer:

2. De voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker die namens de voor de verwerking verantwoordelijke optreedt, raadpleegt de functionaris voor gegevensbescherming of, indien er geen functionaris voor gegevensbescherming is aangewezen, de toezichthoudende autoriteit voorafgaand aan de verwerking van de persoonsgegevens om ervoor te zorgen dat de voorgenomen verwerking aan deze verordening voldoet en met name om de risico's voor de betrokkenen te beperken wanneer:

(a) een privacyeffectbeoordeling als bedoeld in artikel 33 aangeeft dat verwerkingen vanwege hun aard, hun omvang of hun doel waarschijnlijk grote specifieke risico’s met zich brengen; of

a) een privacyeffectbeoordeling als bedoeld in artikel 33 aangeeft dat verwerkingen vanwege hun aard, hun omvang of hun doel waarschijnlijk grote specifieke risico’s met zich brengen; of

(b) de toezichthoudende autoriteit het nodig acht om vooraf tot raadpleging over te gaan over verwerkingen die naar hun aard, hun omvang en/of hun doel waarschijnlijk specifieke risicos voor de rechten en vrijheden van betrokkenen met zich brengen en die overeenkomstig lid 4 zijn gespecificeerd.

b) de functionaris voor gegevensbescherming of de toezichthoudende autoriteit het nodig acht om vooraf tot raadpleging over te gaan over verwerkingen die naar hun aard, hun omvang en/of hun doel waarschijnlijk specifieke risico's voor de rechten en vrijheden van betrokkenen met zich brengen en die overeenkomstig lid 4 zijn gespecificeerd.

3. Wanneer de toezichthoudende autoriteit van mening is dat de voorgenomen verwerking niet aan deze verordening voldoet, met name wanneer de risicos onvoldoende zijn vastgesteld of beperkt, verbiedt zij de voorgenomen verwerking en doet zij passende voorstellen om alsnog aan deze verordening te voldoen.

3. Wanneer de bevoegde toezichthoudende autoriteit uit hoofde van haar bevoegdheid bepaalt dat de voorgenomen verwerking niet aan deze verordening voldoet, met name wanneer de risico's onvoldoende zijn vastgesteld of beperkt, verbiedt zij de voorgenomen verwerking en doet zij passende voorstellen om alsnog aan deze verordening te voldoen.

4. De toezichthoudende autoriteit stelt een lijst op van verwerkingen waarover uit hoofde van lid 2, onder b), voorafgaande raadpleging moet plaatsvinden en publiceert deze. De toezichthoudende autoriteit deelt deze lijsten mee aan het Europees Comité voor gegevensbescherming.

4. Het Europees Comité voor gegevensbescherming stelt een lijst op van verwerkingen waarover uit hoofde van lid 2 voorafgaande raadpleging moet plaatsvinden en publiceert deze.

5. Wanneer de in lid 4 bedoelde lijst betrekking heeft op verwerkingen met betrekking tot het aanbieden van goederen of diensten aan betrokkenen in verschillende lidstaten, of op het observeren van hun gedrag, of op verwerkingen die het vrije verkeer van persoonsgegevens in de Unie wezenlijk kunnen beïnvloeden, past de toezichthoudende autoriteit voorafgaand aan de vaststelling van de lijst de in artikel 57 bedoelde conformiteitstoetsing toe.

 

6. De voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker verstrekt de toezichthoudende autoriteit de in artikel 33 bedoelde privacyeffectbeoordeling en, op verzoek, alle andere informatie op grond waarvan de toezichthoudende autoriteit de conformiteit van de verwerking en met name de risicos voor de bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkene en de betrokken waarborgen kan beoordelen.

6. De voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker verstrekt de toezichthoudende autoriteit op verzoek de privacyeffectbeoordeling overeenkomstig artikel 33 en alle andere informatie op grond waarvan de toezichthoudende autoriteit de conformiteit van de verwerking en met name de risico's voor de bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkene en de betrokken waarborgen kan beoordelen.

7. De lidstaten raadplegen de toezichthoudende autoriteit bij de voorbereiding van een door het nationale parlement vast te stellen wettelijke maatregel of een op een dergelijke wettelijke maatregel gebaseerde maatregel die de aard van de verwerking bepaalt, teneinde ervoor te zorgen dat de voorgenomen verwerking aan deze verordening voldoet en met name de betrokken risico’s voor de betrokkenen te beperken.

7. De lidstaten raadplegen de toezichthoudende autoriteit bij de voorbereiding van een door het nationale parlement vast te stellen wettelijke maatregel of een op een dergelijke wettelijke maatregel gebaseerde maatregel die de aard van de verwerking bepaalt, teneinde ervoor te zorgen dat de voorgenomen verwerking aan deze verordening voldoet en met name de betrokken risico’s voor de betrokkenen te beperken.

8. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor het bepalen van de in lid 2, onder a), bedoelde grote specifieke risico’s.

 

9. De Commissie kan standaardformulieren en –procedures vaststellen voor de in de leden 1 en 2 bedoelde voorafgaande goedkeuring en raadpleging en standaardformulieren en –procedures voor het verstrekken van informatie aan de toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig lid 6. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement 132

Voorstel voor een verordening

Artikel 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Aanwijzing van de functionaris voor gegevensbescherming

Aanwijzing van de functionaris voor gegevensbescherming

1. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker wijzen een functionaris voor gegevensbescherming aan in elk geval waarin:

1. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker wijzen een functionaris voor gegevensbescherming aan in elk geval waarin:

(a) de verwerking wordt uitgevoerd door een overheidsinstantie of –orgaan; of

a) de verwerking wordt uitgevoerd door een overheidsinstantie of –orgaan; of

(b) de verwerking wordt uitgevoerd door een onderneming met minimaal 250 werknemers; of

b) de verwerking wordt uitgevoerd door een rechtspersoon en betrekking heeft op meer dan 5000 betrokkenen gedurende een achtereenvolgende periode van 12 maanden; of

(c) een voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker hoofdzakelijk is belast met verwerkingen die vanwege hun aard, hun omvang en/of hun doel regelmatige en stelselmatige observatie van betrokkenen vereisen.

c) een voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker hoofdzakelijk is belast met verwerkingen die vanwege hun aard, hun omvang en/of hun doel regelmatige en stelselmatige observatie van betrokkenen vereisen; of

 

d) de kernactiviteiten van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker bestaan uit de verwerking van bijzondere categorieën gegevens ingevolge artikel 9, lid 1, gegevens over de verblijfplaats of gegevens over kinderen of werknemers in grote bestanden.

2. In het in lid 1, onder b), bedoelde geval kan een groep van ondernemingen één functionaris voor gegevensbescherming benoemen.

2. Een groep van ondernemingen kan een primair verantwoordelijke functionaris voor gegevensbescherming benoemen, mits gegarandeerd is dat elke vestiging gemakkelijk toegang heeft tot de functionaris voor gegevensbescherming.

3. Wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker een overheidsinstantie of –orgaan is, kan de functionaris voor gegevensbescherming voor verschillende entiteiten van die instantie of dat orgaan worden aangewezen, met inachtneming van de organisatiestructuur van de overheidsinstantie of het overheidsorgaan.

3. Wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker een overheidsinstantie of –orgaan is, kan de functionaris voor gegevensbescherming voor verschillende entiteiten van die instantie of dat orgaan worden aangewezen, met inachtneming van de organisatiestructuur van de overheidsinstantie of het overheidsorgaan.

4. In andere dan de in lid 1 bedoelde gevallen kunnen de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker of verenigingen en andere organen die categorieën voor de verwerking verantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen, een functionaris voor gegevensbescherming aanwijzen.

4. In andere dan de in lid 1 bedoelde gevallen kunnen de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker of verenigingen en andere organen die categorieën voor de verwerking verantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen, een functionaris voor gegevensbescherming aanwijzen.

5. De functionaris voor gegevensbescherming wordt door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker aangewezen op grond van zijn professionele kwaliteiten en, in het bijzonder, zijn deskundigheid op het gebied van de wetgeving en de praktijk inzake gegevensbescherming en zijn vermogen de in artikel 37 bedoelde taken te vervullen. Het vereiste niveau van deskundigheid wordt met name bepaald op grond van de uitgevoerde gegevensverwerking en de bescherming die voor de door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker verwerkte gegevens vereist is.

5. De functionaris voor gegevensbescherming wordt door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker aangewezen op grond van zijn professionele kwaliteiten en, in het bijzonder, zijn deskundigheid op het gebied van de wetgeving en de praktijk inzake gegevensbescherming en zijn vermogen de in artikel 37 bedoelde taken te vervullen. Het vereiste niveau van deskundigheid wordt met name bepaald op grond van de uitgevoerde gegevensverwerking en de bescherming die voor de door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker verwerkte gegevens vereist is.

6. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker zorgen ervoor dat alle andere beroepswerkzaamheden van de functionaris voor gegevensbescherming verenigbaar zijn met zijn taken en verplichtingen als functionaris voor gegevensbescherming en niet tot een belangenconflict leiden.

6. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker zorgen ervoor dat alle andere beroepswerkzaamheden van de functionaris voor gegevensbescherming verenigbaar zijn met zijn taken en verplichtingen als functionaris voor gegevensbescherming en niet tot een belangenconflict leiden.

7. De voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker wijst een functionaris voor gegevensbescherming aan voor een periode van tenminste twee jaar. De functionaris voor gegevensbescherming kan worden herbenoemd. Tijdens zijn ambtstermijn kan de functionaris voor gegevensbescherming alleen worden ontslagen wanneer hij niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de uitvoering van zijn taken.

7. De voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker wijst een functionaris voor gegevensbescherming aan voor een periode van ten minste vier jaar in het geval van een werknemer of twee jaar in het geval van een externe dienstencontractant. De functionaris voor gegevensbescherming kan worden herbenoemd. Tijdens zijn of haar ambtstermijn kan de functionaris voor gegevensbescherming alleen worden ontslagen wanneer hij of zij niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de uitvoering van zijn of haar taken.

8. De functionaris voor gegevensbescherming kan in dienst zijn van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker dan wel zijn taken op grond van een dienstverleningscontract verrichten.

8. De functionaris voor gegevensbescherming kan in dienst zijn van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker dan wel zijn taken op grond van een dienstverleningscontract verrichten.

9. De voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker deelt de toezichthoudende autoriteit en het publiek de naam en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming mee.

9. De voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker deelt de toezichthoudende autoriteit en het publiek de naam en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming mee.

10. Betrokkenen hebben het recht om met de functionaris voor gegevensbescherming contact op te nemen over alle aangelegenheden die verband houden met de verwerking van de gegevens van de betrokkene en om te verzoeken om de uitoefening van de rechten uit hoofde van deze verordening.

10. Betrokkenen hebben het recht om met de functionaris voor gegevensbescherming contact op te nemen over alle aangelegenheden die verband houden met de verwerking van de gegevens van de betrokkene en om te verzoeken om de uitoefening van de rechten uit hoofde van deze verordening.

11. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor de in lid 1, onder c), bedoelde hoofdactiviteiten van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker en van de criteria voor de in lid 5 bedoelde professionele kwaliteiten van de functionaris voor gegevensbescherming.

 

Amendement  133

Voorstel voor een verordening

Artikel 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Positie van de functionaris voor gegevensbescherming

Positie van de functionaris voor gegevensbescherming

1. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker zorgen ervoor dat de functionaris voor gegevensbescherming naar behoren en tijdig wordt betrokken bij alle aangelegenheden die verband houden met de bescherming van persoonsgegevens.

1. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker zorgen ervoor dat de functionaris voor gegevensbescherming naar behoren en tijdig wordt betrokken bij alle aangelegenheden die verband houden met de bescherming van persoonsgegevens.

2. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker zorgen ervoor dat de functionaris voor gegevensbescherming zijn plichten en taken onafhankelijk vervult en geen instructies ontvangt met betrekking tot de uitoefening van de functie. De functionaris voor gegevensbescherming brengt rechtstreeks verslag uit aan de leiding van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker.

2. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker zorgen ervoor dat de functionaris voor gegevensbescherming zijn plichten en taken onafhankelijk vervult en geen instructies ontvangt met betrekking tot de uitoefening van de functie. De functionaris voor gegevensbescherming brengt rechtstreeks verslag uit aan de dagelijkse leiding van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker. De voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker wijst hiertoe een lid van de dagelijkse leiding aan als verantwoordelijke voor de naleving van de bepalingen van deze verordening.

3. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker ondersteunen de functionaris voor gegevensbescherming bij de vervulling van zijn taken en zorgen voor personeel, kantoren, uitrusting en alle andere middelen die nodig zijn voor de vervulling van de in artikel 37 bedoelde plichten en taken.

3. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker ondersteunen de functionaris voor gegevensbescherming bij de vervulling van zijn taken en zorgen voor alle middelen, met inbegrip van personeel, kantoren, uitrusting en alle andere middelen die nodig zijn voor de vervulling van de in artikel 37 bedoelde plichten en taken en om zijn of haar vakkennis op peil te houden.

 

4. Functionarissen voor gegevensbescherming zijn gebonden tot geheimhouding wat betreft de identiteit van de betrokkenen en de omstandigheden aan de hand waarvan de betrokkenen geïdentificeerd kunnen worden, tenzij ze door de betrokkene van die verplichting zijn ontheven.

Amendement  134

Voorstel voor een verordening

Artikel 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Taken van de functionaris voor gegevensbescherming

Taken van de functionaris voor gegevensbescherming

1. De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker dragen de functionaris voor gegevensbescherming ten minste de volgende taken op:

De voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker dragen de functionaris voor gegevensbescherming ten minste de volgende taken op:

(a) het informeren en adviseren van de voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker over hun verplichtingen op grond van deze verordening en het documenteren van deze activiteit en de ontvangen antwoorden;

a) het bewust maken, informeren en adviseren van de voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker over hun verplichtingen op grond van deze verordening, met name wat betreft technische en organisatorische maatregelen en procedures, en het documenteren van deze activiteit en de ontvangen antwoorden;

(b) het toezien op de uitvoering en toepassing van het beleid van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, met inbegrip van de toewijzing van verantwoordelijkheden, de opleiding van het bij de verwerking betrokken personeel en de betreffende audits;

b) het toezien op de uitvoering en toepassing van het beleid van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, met inbegrip van de toewijzing van verantwoordelijkheden, de opleiding van het bij de verwerking betrokken personeel en de betreffende audits;

(c) het toezien op de uitvoering en de toepassing van deze verordening, met name met betrekking tot de vereisten inzake privacy by design, privacy by default en gegevensbeveiliging en met betrekking tot het informeren van betrokkenen en hun verzoeken in het kader van de uitoefening van hun rechten uit hoofde van deze verordening;

c) het toezien op de uitvoering en de toepassing van deze verordening, met name met betrekking tot de vereisten inzake privacy by design, privacy by default en gegevensbeveiliging en met betrekking tot het informeren van betrokkenen en hun verzoeken in het kader van de uitoefening van hun rechten uit hoofde van deze verordening;

(d) ervoor zorgen dat de in artikel 28 bedoelde documenten worden bewaard;

d) ervoor zorgen dat de in artikel 28 bedoelde documenten worden bewaard;

(e) het toezien op het documenteren, melden en meedelen van inbreuken in verband met persoonsgegevens overeenkomstig de artikelen 31 en 32;

e) het toezien op het documenteren, melden en meedelen van inbreuken in verband met persoonsgegevens overeenkomstig de artikelen 31 en 32;

(f) het toezien op de uitvoering van de privacyeffectbeoordeling door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker en op het verzoek om voorafgaande toestemming of raadpleging, voor zover daartoe op grond van de artikelen 33 en 34 een verplichting bestaat;

f) het toezien op de uitvoering van de privacyeffectbeoordeling door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker en op het verzoek om voorafgaande raadpleging, voor zover daartoe op grond van de artikelen 32 bis, 33 en 34 een verplichting bestaat;

(g) het toezien op het gevolg dat aan verzoeken van de toezichthoudende autoriteit is gegeven en het, binnen de grenzen van de bevoegdheid van de functionaris voor gegevensbescherming, verlenen van medewerking aan de toezichthoudende autoriteit op diens verzoek of op eigen initiatief van de functionaris voor gegevensbescherming;

g) het toezien op het gevolg dat aan verzoeken van de toezichthoudende autoriteit is gegeven en het, binnen de grenzen van de bevoegdheid van de functionaris voor gegevensbescherming, verlenen van medewerking aan de toezichthoudende autoriteit op diens verzoek of op eigen initiatief van de functionaris voor gegevensbescherming;

(h) het optreden als contactpunt voor de toezichthoudende autoriteit inzake aangelegenheden in verband met de verwerking en het op eigen initiatief in voorkomend geval raadplegen van de toezichthoudende autoriteit.

h) het optreden als contactpunt voor de toezichthoudende autoriteit inzake aangelegenheden in verband met de verwerking en het op eigen initiatief in voorkomend geval raadplegen van de toezichthoudende autoriteit.

 

i) het controleren van de naleving van deze verordening van het in artikel 34 bepaalde raadplegingsmechanisme;

 

j) het informeren van de werknemersvertegenwoordigers over de verwerking van gegevens van de werknemers.

2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor de taken, certificering, positie, bevoegdheden en middelen van de lid 1 genoemde functionaris voor gegevensbescherming.

 

Amendement  135

Voorstel voor een verordening

Artikel 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gedragscodes

Gedragscodes

1. De lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten en de Commissie bevorderen de opstelling van gedragscodes die, met inachtneming van de specifieke kenmerken van de diverse gegevensverwerkingssectoren, moeten bijdragen tot de juiste toepassing van deze verordening en met name met betrekking tot:

1. De lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten en de Commissie bevorderen de opstelling van gedragscodes of de goedkeuring van door toezichthoudende autoriteiten opgestelde gedragscodes die, met inachtneming van de specifieke kenmerken van de diverse gegevensverwerkingssectoren, moeten bijdragen tot de juiste toepassing van deze verordening en met name met betrekking tot:

(a) eerlijke en transparante gegevensverwerking;

a) eerlijke en transparante gegevensverwerking;

 

a bis) de eerbiediging van de consumentenrechten;

(b) de verzameling van gegevens;

b) de verzameling van gegevens;

(c) het informeren van het publiek en de betrokkenen:

c) het informeren van het publiek en de betrokkenen:

(d) verzoeken van betrokkenen in het kader van de uitoefening van hun rechten;

d) verzoeken van betrokkenen in het kader van de uitoefening van hun rechten;

(e) het informeren en de bescherming van kinderen;

e) het informeren en de bescherming van kinderen;

(f) doorgifte van gegevens naar derde landen of naar internationale organisaties;

f) doorgifte van gegevens naar derde landen of naar internationale organisaties;

(g) mechanismen voor het toezicht op en de verzekering van de naleving van de code door de voor de verwerking verantwoordelijken die deze hebben onderschreven;

g) mechanismen voor het toezicht op en de verzekering van de naleving van de code door de voor de verwerking verantwoordelijken die deze hebben onderschreven;

(h) buitengerechtelijke procedures en andere procedures voor geschillenbeslechting tussen voor de verwerking verantwoordelijken en betrokkenen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, onverminderd de rechten van de betrokkenen op grond van de artikelen 73 en 75.

h) buitengerechtelijke procedures en andere procedures voor geschillenbeslechting tussen voor de verwerking verantwoordelijken en betrokkenen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, onverminderd de rechten van de betrokkenen op grond van de artikelen 73 en 75.

2. Verenigingen en andere organen die in een lidstaat categorieën voor de verwerking verantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen en die het voornemen hebben om een gedragscode op te stellen of bestaande gedragscodes te wijzigen of uit te breiden, kunnen deze voor advies aan de toezichthoudende autoriteit in die lidstaat voorleggen. De toezichthoudende autoriteit kan een advies uitbrengen over de verenigbaarheid van de ontwerpgedragscode of de wijziging daarvan met deze verordening. De toezichthoudende autoriteit neemt de opmerkingen van de betrokkenen of hun vertegenwoordigers over deze ontwerpen in ontvangst.

2. Verenigingen en andere organen die in een lidstaat categorieën voor de verwerking verantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen en die het voornemen hebben om een gedragscode op te stellen of bestaande gedragscodes te wijzigen of uit te breiden, kunnen deze voor advies aan de toezichthoudende autoriteit in die lidstaat voorleggen. De toezichthoudende autoriteit brengt zonder onnodige vertraging een advies uit over de verenigbaarheid van de verwerking in het kader van de ontwerpgedragscode of de wijziging daarvan met deze verordening. De toezichthoudende autoriteit neemt de opmerkingen van de betrokkenen of hun vertegenwoordigers over deze ontwerpen in ontvangst.

3. Verenigingen en andere organen die categorieën voor de verwerking verantwoordelijken in verschillende lidstaten vertegenwoordigen, kunnen ontwerpgedragscodes en wijzigingen of uitbreidingen van bestaande gedragscodes aan de Commissie voorleggen.

3. Verenigingen en andere organen die categorieën voor de verwerking verantwoordelijken of verwerkers in verschillende lidstaten vertegenwoordigen, kunnen ontwerpgedragscodes en wijzigingen of uitbreidingen van bestaande gedragscodes aan de Commissie voorleggen.

4. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarbij gedragscodes en wijzigingen of uitbreidingen van bestaande gedragscodes die haar op grond van lid 3 zijn voorgelegd, algemeen geldig worden verklaard binnen de Unie. De betrokken uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

4. De Commissie is bevoegd om, na raadpleging van het Europees Comité voor gegevensbescherming, overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen waarbij gedragscodes en wijzigingen of uitbreidingen van bestaande gedragscodes die haar op grond van lid 3 zijn voorgelegd, in overeenstemming met deze verordening en algemeen geldig worden verklaard binnen de Unie. Die gedelegeerde handelingen kennen de betrokkenen afdwingbare rechten toe.

5. De Commissie zorgt ervoor dat aan de codes die zij overeenkomstig lid 4 algemeen geldig heeft verklaard, passende bekendheid wordt gegeven.

5. De Commissie zorgt ervoor dat aan de codes die zij overeenkomstig lid 4 algemeen geldig heeft verklaard, passende bekendheid wordt gegeven.

Amendement  136

Voorstel voor een verordening

Artikel 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Certificering

Certificering

1. De lidstaten en de Commissie bevorderen, met name op Europees niveau, de vaststelling van certificeringsmechanismen voor gegevensbescherming en gegevensbeschermingszegels en –merktekens, zodat betrokkenen snel het door de voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers geboden niveau van gegevensbescherming kunnen beoordelen. De certificeringsmechanismen voor gegevensbescherming dragen bij tot de juiste toepassing van deze verordening, met inachtneming van de specifieke kenmerken van de verschillende sectoren en verwerkingen.

 

 

1 bis. Iedere voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker kan iedere toezichthoudende autoriteit in de Unie voor een redelijke vergoeding -waarbij de administratieve kosten in aanmerking worden genomen- verzoeken om te certificeren dat de verwerking van persoonsgegevens wordt uitgevoerd in overeenstemming met deze verordening, met name met de beginselen zoals uiteengezet in de artikelen 5, 23 en 30, de verplichtingen van de voor de verwerking verantwoordelijke en de verwerker, en de rechten van de betrokkene.

 

1 ter. De certificering is vrijwillig, betaalbaar en toegankelijk via een transparant en niet onnodig zwaar proces.

 

1 quater. De toezichthoudende autoriteiten en het Europees Comité voor gegevensbescherming werken samen in het kader van de conformiteitstoetsing overeenkomstig artikel 57 teneinde te zorgen voor een geharmoniseerd certificeringsmechanisme voor gegevensbescherming met inbegrip van geharmoniseerde vergoedingen binnen de Unie.

 

1 quinquies. Gedurende de certificeringsprocedure kan de toezichthoudende autoriteit gespecialiseerde auditors van derde partijen accrediteren om in haar naam de voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker te controleren. Auditors van derde partijen beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel, zijn onpartijdig en vrij van belangenconflicten met betrekking tot hun taken. De toezichthoudende autoriteiten trekken de accreditatie in als er redenen zijn om aan te nemen dat de auditor zijn taken niet naar behoren vervult. De definitieve certificering wordt verstrekt door de toezichthoudende autoriteit.

 

1 sexies. De toezichthoudende autoriteiten verlenen de voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers, waarvan op grond van de controle is vastgesteld dat ze persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met deze verordening, het gestandaardiseerde gegevensbeschermingszegel met de titel "Europees gegevensbeschermingszegel".

 

1 septies. Het "Europees gegevensbeschermingszegel" blijft geldig zolang de gegevensverwerkingen van de gecertificeerde voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker volledig blijven voldoen aan onderhavige verordening.

 

1 octies. Onverminderd lid 1 septies blijft de certificering maximaal vijf jaar geldig.

 

1 nonies. Het Europees Comité voor gegevensbescherming stelt een openbaar elektronisch register vast waarin alle geldige en ongeldige certificaten die in de lidstaten zijn verstrekt door alle burgers kunnen worden geraadpleegd.

 

1 decies. Het Europees Comité voor gegevensbescherming kan op eigen initiatief certificeren dat een technische norm ter versterking van de gegevensbescherming in overeenstemming is met deze verordening.

2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor de in lid 1 bedoelde certificeringsmechanismen voor gegevensbescherming, met inbegrip van de voorwaarden voor toekenning en intrekking, en van de vereisten voor erkenning binnen de Unie en in derde landen.

2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86, na raadpleging van het Europees Comité voor gegevensbescherming en na overleg met belanghebbenden, met name vakorganisaties en niet-gouvernementele organisaties, gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor de in lid 1 bis tot en met 1 nonies bedoelde certificeringsmechanismen voor gegevensbescherming, met inbegrip van de vereisten voor de accreditatie van auditors, de voorwaarden voor toekenning en intrekking, en de vereisten voor erkenning binnen de Unie en in derde landen. Die gedelegeerde handelingen kennen de betrokkenen afdwingbare rechten toe.

3. De Commissie kan technische normen vaststellen voor certificeringsmechanismen en gegevensbeschermingszegels en –merktekens en mechanismen ter bevordering en erkenning van certificeringsmechanismen en gegevensbeschermingszegels en –merktekens. De betrokken uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement  137

Voorstel voor een verordening

Artikel 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Doorgiften op basis van een besluit waarbij het beschermingsniveau passend wordt verklaard

Doorgiften op basis van een besluit waarbij het beschermingsniveau passend wordt verklaard

1. Een doorgifte kan plaatsvinden wanneer de Commissie heeft besloten dat het betrokken derde land, of een gebied of een verwerkingssector in dat derde land, of de betrokken internationale organisatie een passend beschermingsniveau waarborgt. Voor een dergelijke doorgifte is geen verdere toestemming nodig.

1. Een doorgifte kan plaatsvinden wanneer de Commissie heeft besloten dat het betrokken derde land, of een gebied of een verwerkingssector in dat derde land, of de betrokken internationale organisatie een passend beschermingsniveau waarborgt. Voor een dergelijke doorgifte is geen specifieke toestemming nodig.

2. Bij de beoordeling van de vraag of er een passend beschermingsniveau is, houdt de Commissie rekening met de volgende aspecten:

2. Bij de beoordeling van de vraag of er een passend beschermingsniveau is, houdt de Commissie rekening met de volgende aspecten:

(a) de rechtsstaat, de relevante geldende algemene en sectorale wetgeving, onder meer inzake openbare veiligheid, defensie, nationale veiligheid en strafrecht, de beroepscodes en de veiligheidsmaatregelen die in het betrokken derde land of de betrokken internationale organisatie worden nageleefd, alsook het bestaan van effectieve en afdwingbare rechten, waaronder effectieve mogelijkheden voor betrokkenen om administratief beroep of beroep in rechte in te stellen, met name voor in de Unie wonende betrokkenen wier persoonsgegevens worden doorgegeven;

a) de rechtsstaat, de relevante geldende algemene en sectorale wetgeving, onder meer inzake openbare veiligheid, defensie, nationale veiligheid en strafrecht, alsmede de tenuitvoerlegging van deze wetgeving, de beroepscodes en de veiligheidsmaatregelen die in het betrokken derde land of de betrokken internationale organisatie worden nageleefd, precedenten in de rechtspraak, alsook het bestaan van effectieve en afdwingbare rechten, waaronder effectieve mogelijkheden voor betrokkenen om administratief beroep of beroep in rechte in te stellen, met name voor in de Unie wonende betrokkenen wier persoonsgegevens worden doorgegeven;

(b) het bestaan en de effectieve werking van een of meer onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten in het betrokken land of de betrokken internationale organisatie, die belast zijn met het toezicht op de naleving van de gegevensbeschermingsregels, het bijstaan en het adviseren van betrokkenen bij de uitoefening van hun rechten en de samenwerking met de toezichthoudende autoriteiten van de Unie en de lidstaten; als

b) het bestaan en de effectieve werking van een of meer onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten in het betrokken land of de betrokken internationale organisatie, die belast zijn met het toezicht op de naleving van de gegevensbeschermingsregels, waaronder toereikende sanctiebevoegdheden, het bijstaan en het adviseren van betrokkenen bij de uitoefening van hun rechten en de samenwerking met de toezichthoudende autoriteiten van de Unie en de lidstaten; als

(c) de internationale verbintenissen die het betrokken derde land of de betrokken internationale organisatie is aangegaan.

c) de internationale verbintenissen die het betrokken derde land of de betrokken internationale organisatie is aangegaan, met name juridisch bindende conventies of instrumenten met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens.

3. De Commissie kan bij besluit vaststellen dat een derde land, of een gebied of een verwerkingssector in dat derde land, of een internationale organisatie een passend beschermingsniveau in de zin van lid 2 waarborgt. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3. De Commissie wordt ertoe gemachtigd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen om te besluiten dat een derde land, of een gebied of een verwerkingssector in dat derde land, of een internationale organisatie een passend beschermingsniveau in de zin van lid 2 waarborgt. Dergelijke gedelegeerde handelingen voorzien in een sunset-clause indien ze betrekking hebben op een verwerkingssector en worden ingetrokken overeenkomstig lid 5 wanneer niet langer kan worden gezorgd voor een passend beschermingsniveau overeenkomstig deze verordening.

4. In de uitvoeringshandeling worden het geografische en het sectorale toepassingsgebied vastgelegd en wordt, in voorkomend geval, de in lid 2, onder b), genoemde toezichthoudende autoriteit vermeld.

4. In de gedelegeerde handeling worden het territoriale en het sectorale toepassingsgebied vastgelegd en wordt, in voorkomend geval, de in lid 2, onder b), genoemde toezichthoudende autoriteit vermeld.

 

4 bis. De Commissie houdt voortdurend toezicht op de ontwikkelingen in derde landen en binnen internationale organisaties die van invloed kunnen zijn op de elementen in lid 2 waartoe krachtens lid 3 een gedelegeerde handeling is vastgesteld.

5. De Commissie kan bij besluit vaststellen dat een derde land, of een gebied of een verwerkingssector in dat derde land, of een internationale organisatie geen passend beschermingsniveau in de zin van lid 2 waarborgt, met name in de gevallen waarin de relevante algemene en sectorale wetgeving die in het betrokken derde land of de betrokken internationale organisatie geldt, geen effectieve en afdwingbare rechten waarborgt, waaronder mogelijkheden voor betrokkenen om administratief beroep of beroep in rechte in te stellen, met name voor in de Unie wonende betrokkenen wier persoonsgegevens worden doorgegeven. De betrokken uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure of, in bijzonder spoedeisende omstandigheden voor het recht van natuurlijke personen op bescherming van hun persoonsgegevens, volgens de in artikel 87, lid 3, bedoelde procedure.

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen om te besluiten dat een derde land of een internationale organisatie geen passend beschermingsniveau waarborgt of niet meer waarborgt in de zin van lid 2, met name in de gevallen waarin de relevante algemene en sectorale wetgeving die in het betrokken derde land of de betrokken internationale organisatie geldt, geen effectieve en afdwingbare rechten waarborgt, waaronder mogelijkheden voor betrokkenen om administratief beroep of beroep in rechte in te stellen, met name voor in de Unie wonende betrokkenen wier persoonsgegevens worden doorgegeven.

6. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 5 een besluit vaststelt, worden alle doorgiften van persoonsgegevens naar het betrokken derde land, of een gebied of een verwerkingssector in dat derde land, of de betrokken internationale organisatie verboden, onverminderd de artikelen 42 tot en met 44. De Commissie pleegt te gepasten tijde overleg met het derde land of de internationale organisatie ter verhelping van de situatie die voortvloeit uit het besluit dat overeenkomstig lid 5 is vastgesteld.

6. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 5 een besluit vaststelt, worden alle doorgiften van persoonsgegevens naar het betrokken derde land, of een gebied of een verwerkingssector in dat derde land, of de betrokken internationale organisatie verboden, onverminderd de artikelen 42 tot en met 44. De Commissie pleegt te gepasten tijde overleg met het derde land of de internationale organisatie ter verhelping van de situatie die voortvloeit uit het besluit dat overeenkomstig lid 5 is vastgesteld.

 

6 bis. Alvorens overeenkomstig de leden 3 en 5 een gedelegeerde handeling vast te stellen, vraagt de Commissie het Europees Comité voor gegevensbescherming om advies over de toereikendheid van het beschermingsniveau. Daartoe verstrekt de Commissie het Europees Comité voor gegevensbescherming alle nodige documentatie, met inbegrip van correspondentie met de overheid van een derde land, gebied of verwerkingssector binnen dat derde land of de internationale organisatie.

7. De Commissie maakt in het Publicatieblad van de Europese Unie een lijst bekend van de derde landen, gebieden en verwerkingssectoren in derde landen en internationale organisaties waarvoor zij bij besluit heeft vastgesteld of er al dan niet een passend beschermingsniveau gewaarborgd is.

7. De Commissie maakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en op haar website een lijst bekend van de derde landen, gebieden en verwerkingssectoren in derde landen en internationale organisaties waarvoor zij bij besluit heeft vastgesteld of er al dan niet een passend beschermingsniveau gewaarborgd is.

8. De besluiten die de Commissie op grond van artikel 25, lid 6, of artikel 26, lid 4, van Richtlijn 95/46/EG heeft vastgesteld, blijven van kracht, totdat zij door de Commissie worden gewijzigd, vervangen of ingetrokken.

8. De besluiten die de Commissie op grond van artikel 25, lid 6, of artikel 26, lid 4, van Richtlijn 95/46/EG heeft vastgesteld, blijven van kracht tot vijf jaar na de inwerkingtreding van onderhavige verordening, tenzij deze door de Commissie vóór het einde van deze periode worden gewijzigd, vervangen of ingetrokken.

Amendement  138

Voorstel voor een verordening

Artikel 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Doorgiften op basis van passende garanties

Doorgiften op basis van passende garanties

1. Wanneer de Commissie geen besluit overeenkomstig artikel 41 heeft vastgesteld, kan een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker persoonsgegevens naar een derde land of een internationale organisatie doorgeven, indien hij in een juridisch bindend instrument passende garanties voor de bescherming van de persoonsgegevens biedt.

1. Wanneer de Commissie geen besluit overeenkomstig artikel 41 heeft vastgesteld, of indien zij bij besluit vaststelt dat een derde land, een gebied of een verwerkingssector in een derde land, of een internationale organisatie geen passend beschermingsniveau in de zin van artikel 41, lid 5, waarborgt, kan een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker geen persoonsgegevens naar een derde land of een internationale organisatie doorgeven met doorgifte op internationale grondslag, tenzij hij in een juridisch bindend instrument passende garanties voor de bescherming van de persoonsgegevens biedt.

2. De in lid 1 bedoelde passende garanties zijn met name:

2. De in lid 1 bedoelde passende garanties zijn met name:

(a) bindende bedrijfsvoorschriften overeenkomstig artikel 43; of

a) bindende bedrijfsvoorschriften overeenkomstig artikel 43; of

 

a bis) een geldig "Europees gegevensbeschermingszegel" voor de voor de verwerking verantwoordelijke en de ontvanger in overeenstemming met lid 1 sexies van artikel 39; of

(b) modelbepalingen inzake gegevensbescherming die door de Commissie zijn vastgesteld. De betrokken uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure; of

 

(c) modelbepalingen inzake gegevensbescherming die door een toezichthoudende autoriteit zijn vastgesteld in het kader van de in artikel 57 bedoelde conformiteitstoetsing, wanneer die door de Commissie overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder b), algemeen geldig zijn verklaard; of

c) modelbepalingen inzake gegevensbescherming die door een toezichthoudende autoriteit zijn vastgesteld in het kader van de in artikel 57 bedoelde conformiteitstoetsing, wanneer die door de Commissie overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder b), algemeen geldig zijn verklaard; of

(d) contractuele bepalingen tussen de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker en de ontvanger van de gegevens, die door een toezichthoudende autoriteit overeenkomstig lid 4 zijn goedgekeurd.

d) contractuele bepalingen tussen de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker en de ontvanger van de gegevens, die door een toezichthoudende autoriteit overeenkomstig lid 4 zijn goedgekeurd.

3. Voor een doorgifte op basis van modelbepalingen inzake gegevensbescherming of bindende bedrijfsvoorschriften als bedoeld in lid 2, onder a), b) of c), is geen verdere toestemming nodig.

3. Voor een doorgifte op basis van modelbepalingen inzake gegevensbescherming, een "Europees gegevensbeschermingszegel" of bindende bedrijfsvoorschriften als bedoeld in lid 2, onder a), a bis) of c), is geen specifieke toestemming nodig.

4. Voor een doorgifte op basis van contractuele bepalingen als bedoeld in lid 2, onder d), verkrijgt de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker overeenkomstig artikel 34, lid 1, onder a), voorafgaande toestemming van de contractuele bepalingen van de toezichthoudende autoriteit. Indien de doorgifte verband houdt met verwerkingen die betrekking hebben op betrokkenen in een andere lidstaat of andere lidstaten of een inbreuk maken op het vrije verkeer van persoonsgegevens binnen de Unie, verricht de toezichthoudende autoriteit de in artikel 57 bedoelde conformiteitstoetsing.

4. Voor een doorgifte op basis van contractuele bepalingen als bedoeld in lid 2, onder d), verkrijgt de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker voorafgaande toestemming van de contractuele bepalingen van de toezichthoudende autoriteit. Indien de doorgifte verband houdt met verwerkingen die betrekking hebben op betrokkenen in een andere lidstaat of andere lidstaten of een inbreuk maken op het vrije verkeer van persoonsgegevens binnen de Unie, verricht de toezichthoudende autoriteit de in artikel 57 bedoelde conformiteitstoetsing.

5. Wanneer er geen passende garanties in verband met de bescherming van persoonsgegevens in een juridisch bindend instrument worden geboden, verkrijgt de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker voorafgaande toestemming voor de doorgifte, voor een categorie doorgiften of voor bepalingen die moeten worden opgenomen in de administratieve regelingen die de basis voor een dergelijke doorgifte vormen. Die toestemming van de toezichthoudende autoriteit moet met artikel 34, lid 1, in overeenstemming zijn. Indien de doorgifte verband houdt met verwerkingen die betrekking hebben op betrokkenen in een andere lidstaat of andere lidstaten of een inbreuk maken op het vrije verkeer van persoonsgegevens binnen de Unie, verricht de toezichthoudende autoriteit de in artikel 57 bedoelde conformiteitstoetsing. Toestemmingen die een toezichthoudende autoriteit op grond van artikel 26, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG heeft verleend, blijven geldig, totdat zij door die toezichthoudende autoriteit worden gewijzigd, vervangen of ingetrokken.

5. Toestemmingen die een toezichthoudende autoriteit op grond van artikel 26, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG heeft verleend, blijven geldig tot twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, tenzij deze door die toezichthoudende autoriteit vóór het einde van deze periode worden gewijzigd, vervangen of ingetrokken.

Amendement 139

Voorstel voor een verordening

Artikel 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Doorgiften op grond van bindende bedrijfsvoorschriften

Doorgiften op grond van bindende bedrijfsvoorschriften

1. Een toezichthoudende autoriteit keurt in het kader van de in artikel 58 bedoelde conformiteitstoetsing bindende bedrijfsvoorschriften goed, op voorwaarde dat deze:

1. De toezichthoudende autoriteit keurt in het kader van de in artikel 58 bedoelde conformiteitstoetsing bindende bedrijfsvoorschriften goed, op voorwaarde dat deze:

(a) juridisch bindend zijn voor en van toepassing zijn op alle leden van de groep van ondernemingen van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker, met inbegrip van hun werknemers, en dat deze leden op de naleving ervan toezien;

a) juridisch bindend zijn voor en van toepassing zijn op alle leden van de groep van ondernemingen van de voor de verwerking verantwoordelijke en van de externe onderaannemers die onder de bindende bedrijfsvoorschriften vallen, met inbegrip van hun werknemers, en dat deze leden op de naleving ervan toezien;

(b) betrokkenen uitdrukkelijk afdwingbare rechten toekennen;

b) betrokkenen uitdrukkelijk afdwingbare rechten toekennen;

(c) voldoen aan de in lid 2 vastgestelde vereisten.

c) voldoen aan de in lid 2 vastgestelde vereisten.

 

1 bis. Voor wat werkgelegenheidsgegevens betreft, worden de vertegenwoordigers van de werknemers in kennis gesteld van en, overeenkomstig de wetgeving en praktijken van de Unie of de lidstaat, betrokken bij de opstelling van bindende bedrijfsvoorschriften overeenkomstig artikel 43.

2. In de bindende bedrijfsvoorschriften worden minimaal de volgende elementen vastgelegd:

2. In de bindende bedrijfsvoorschriften worden minimaal de volgende elementen vastgelegd:

(a) de structuur en de contactgegevens van de groep van ondernemingen en haar leden;

a) de structuur en de contactgegevens van de groep van ondernemingen en haar leden en de externe onderaannemers die onder de bindende bedrijfsvoorschriften vallen;

(b) de gegevensdoorgiften of categorie doorgiften, met inbegrip van de categorieën persoonsgegevens, het soort verwerking en de doeleinden daarvan, het soort betrokkenen en de naam van het betrokken derde land of de betrokken derde landen;

b) de gegevensdoorgiften of categorie doorgiften, met inbegrip van de categorieën persoonsgegevens, het soort verwerking en de doeleinden daarvan, het soort betrokkenen en de naam van het betrokken derde land of de betrokken derde landen;

(c) het intern en extern juridisch bindende karakter;

c) het intern en extern juridisch bindende karakter;

(d) de algemene beginselen inzake gegevensbescherming, namelijk de doelbinding, de kwaliteit van de gegevens, de rechtsgrondslag voor verwerking, de verwerking van gevoelige persoonsgegevens, de maatregelen om de beveiliging van de gegevens te waarborgen en de vereisten die worden gesteld bij verdere doorgiften aan organisaties die niet door de bedrijfsvoorschriften zijn gebonden;

d) de algemene beginselen inzake gegevensbescherming, namelijk de doelbinding, minimale gegevensverwerking, de beperkte bewaartermijn, de kwaliteit van de gegevens, gegevensbescherming by design en by default en de rechtsgrondslag voor verwerking, de verwerking van gevoelige persoonsgegevens, de maatregelen om de beveiliging van de gegevens te waarborgen en de vereisten die worden gesteld bij verdere doorgiften aan organisaties die niet door de bedrijfsvoorschriften zijn gebonden;

(e) de rechten van betrokkenen en de middelen om deze rechten uit te oefenen, waaronder het recht niet te worden onderworpen aan een maatregel op basis van profilering overeenkomstig artikel 20, het recht een klacht in te dienen bij de bevoegde toezichthoudende autoriteit of een vordering in te stellen bij de bevoegde gerechtelijke instanties van de lidstaten overeenkomstig artikel 75, en, in voorkomend geval, een vergoeding te ontvangen voor een inbreuk op de bindende bedrijfsvoorschriften;

e) de rechten van betrokkenen en de middelen om deze rechten uit te oefenen, waaronder het recht niet te worden onderworpen aan een maatregel op basis van profilering overeenkomstig artikel 20, het recht een klacht in te dienen bij de bevoegde toezichthoudende autoriteit of een vordering in te stellen bij de bevoegde gerechtelijke instanties van de lidstaten overeenkomstig artikel 75, en, in voorkomend geval, een vergoeding te ontvangen voor een inbreuk op de bindende bedrijfsvoorschriften;

(f) de aanvaarding door een in een lidstaat gevestigde voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker van aansprakelijkheid voor alle inbreuken op de bindende bedrijfsvoorschriften door een niet in de Unie gevestigd lid van de groep van ondernemingen; de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker kan alleen geheel of gedeeltelijk van deze aansprakelijkheid worden ontheven, indien hij bewijst dat de schade niet aan dat lid kan worden toegerekend;

f) de aanvaarding door een in een lidstaat gevestigde voor de verwerking verantwoordelijke van aansprakelijkheid voor alle inbreuken op de bindende bedrijfsvoorschriften door een niet in de Unie gevestigd lid van de groep van ondernemingen; de voor de verwerking verantwoordelijke kan alleen geheel of gedeeltelijk van deze aansprakelijkheid worden ontheven, indien hij bewijst dat de schade niet aan dat lid kan worden toegerekend;

(g) de wijze waarop betrokkenen overeenkomstig artikel 11 informatie wordt verschaft over de bindende bedrijfsvoorschriften, met name de onder d), e) en f) bedoelde bepalingen;

g) de wijze waarop betrokkenen overeenkomstig artikel 11 informatie wordt verschaft over de bindende bedrijfsvoorschriften, met name de onder d), e) en f) bedoelde bepalingen;

(h) de taken van de overeenkomstig artikel 35 aangewezen functionaris voor gegevensbescherming, waaronder het toezicht op de naleving van de bindende bedrijfsvoorschriften binnen de groep van ondernemingen, op de opleiding en op de behandeling van klachten;

h) de taken van de overeenkomstig artikel 35 aangewezen functionaris voor gegevensbescherming, waaronder het toezicht op de naleving van de bindende bedrijfsvoorschriften binnen de groep van ondernemingen, op de opleiding en op de behandeling van klachten;

(i) de binnen de groep van ondernemingen bestaande procedures om te controleren of de bindende bedrijfsvoorschriften zijn nageleefd;

i) de binnen de groep van ondernemingen bestaande procedures om te controleren of de bindende bedrijfsvoorschriften zijn nageleefd;

(j) de procedures om veranderingen in het beleid te melden en te registreren en die verandering bij de toezichthoudende autoriteit aan te melden;

j) de procedures om veranderingen in het beleid te melden en te registreren en die verandering bij de toezichthoudende autoriteit aan te melden;

(k) de procedure voor samenwerking met de toezichthoudende autoriteit om ervoor te zorgen dat alle leden van de groep van ondernemingen de bindende bedrijfsvoorschriften naleven, onder meer door de resultaten van de onder i) bedoelde controles aan de toezichthoudende autoriteit mee te delen.

k) de procedure voor samenwerking met de toezichthoudende autoriteit om ervoor te zorgen dat alle leden van de groep van ondernemingen de bindende bedrijfsvoorschriften naleven, onder meer door de resultaten van de onder i) bedoelde controles aan de toezichthoudende autoriteit mee te delen.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor bindende bedrijfsvoorschriften in de zin van dit artikel, waaronder de criteria voor hun goedkeuring en de toepassing van lid 2, onder b), d), e) en f), op de bindende bedrijfsvoorschriften van verwerkers, en de andere vereisten die nodig zijn om de bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkenen te waarborgen.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van het formaat, de procedures, criteria en vereisten voor bindende bedrijfsvoorschriften in de zin van dit artikel, waaronder de criteria voor hun goedkeuring, waaronder transparantie ten behoeve van betrokkenen en de toepassing van lid 2, onder b), d), e) en f), op de bindende bedrijfsvoorschriften van verwerkers, en de andere vereisten die nodig zijn om de bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkenen te waarborgen.

4. De Commissie kan het model en de procedures voor de elektronische uitwisseling van informatie over bindende bedrijfsvoorschriften in de zin van dit artikel tussen voor de verwerking verantwoordelijken, verwerkers en toezichthoudende autoriteiten nader vastleggen. De betrokken uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement  140

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 43 bis

 

Niet door het recht van de Unie toegestane doorgiften of verstrekkingen

 

1. Uitspraken van rechters en besluiten van bestuurlijke autoriteiten in derde landen die een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker gelasten persoonsgegevens vrij te geven, worden op geen enkele wijze erkend en zijn op geen enkele wijze afdwingbaar, tenzij er een verdrag inzake wederzijdse juridische bijstand of een internationale overeenkomst tussen het verzoekende derde land en de EU of een lidstaat bestaat.

 

2. Wanneer een vonnis van een rechtbank of gerechtshof of een beslissing van een bestuursinstantie van een derde land een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker verzoekt om persoonsgegevens mee te delen, brengt de voor de verwerking verantwoordelijke, en indien van toepassing zijn vertegenwoordiger, of de verwerker de toezichthoudende autoriteit onmiddellijk op de hoogte van het verzoek en vraagt hij de toezichthoudende autoriteit om toestemming voor de doorgifte of verstrekking.

 

3. De toezichthoudende autoriteit beoordeelt of de verzochte verstrekking wel overeenstemt met de verordening en in het bijzonder of de verstrekking wel overeenkomstig letter d) en e) van artikel 44, lid 1, en artikel 44, lid 5, nodig is en wettelijk vereist. Wanneer betrokkenen afkomstig uit andere lidstaten ook gevolgen ondervinden, past de toezichthoudende autoriteit de in artikel 57 bedoelde conformiteitstoetsing toe.

 

4. De toezichthoudende autoriteit brengt de bevoegde nationale autoriteit op de hoogte van het verzoek. Onverminderd artikel 21 brengt de voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker tevens de betrokkenen op de hoogte van het verzoek en van de toestemming van de toezichthoudende autoriteit en deelt de betrokkene in voorkomend geval mede of er gedurende de afgelopen achtereenvolgende periode van 12 maanden persoonsgegevens zijn verstrekt aan overheidsinstanties, overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder h bis).

Amendement  141

Voorstel voor een verordening

Artikel 44

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Afwijkingen

Afwijkingen

1. Bij ontstentenis van een besluit waarbij het beschermingsniveau passend wordt verklaard overeenkomstig artikel 41 of passende garanties overeenkomstig artikel 42, kan een doorgifte of een categorie doorgiften van persoonsgegevens naar een derde land of een internationale organisatie slechts plaatsvinden op voorwaarde dat:

1. Bij ontstentenis van een besluit waarbij het beschermingsniveau passend wordt verklaard overeenkomstig artikel 41 of passende garanties overeenkomstig artikel 42, kan een doorgifte of een categorie doorgiften van persoonsgegevens naar een derde land of een internationale organisatie slechts plaatsvinden op voorwaarde dat:

(a) de betrokkene met de voorgestelde doorgifte heeft ingestemd, na over de risico’s van dergelijke doorgiften bij ontstentenis van een besluit waarbij het beschermingsniveau passend wordt verklaard en passende garanties te zijn geïnformeerd; of

a) de betrokkene met de voorgestelde doorgifte heeft ingestemd, na over de risico’s van dergelijke doorgiften bij ontstentenis van een besluit waarbij het beschermingsniveau passend wordt verklaard en passende garanties te zijn geïnformeerd; of

(b) de doorgifte noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst tussen de betrokkene en de voor de verwerking verantwoordelijke of voor de uitvoering van op verzoek van de betrokkene genomen precontractuele maatregelen; of

b) de doorgifte noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst tussen de betrokkene en de voor de verwerking verantwoordelijke of voor de uitvoering van op verzoek van de betrokkene genomen precontractuele maatregelen; of

(c) de doorgifte noodzakelijk is voor de sluiting of de uitvoering van een in het belang van de betrokkene tussen de voor de verwerking verantwoordelijke en een andere natuurlijke of rechtspersoon gesloten overeenkomst; of

c) de doorgifte noodzakelijk is voor de sluiting of de uitvoering van een in het belang van de betrokkene tussen de voor de verwerking verantwoordelijke en een andere natuurlijke of rechtspersoon gesloten overeenkomst; of

(d) de doorgifte noodzakelijk is wegens gewichtige redenen van algemeen belang; of

d) de doorgifte noodzakelijk is wegens gewichtige redenen van algemeen belang; of

(e) de doorgifte noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte; of

e) de doorgifte noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte; of

(f) de doorgifte noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van een andere persoon, indien de betrokkene lichamelijk of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven; of

f) de doorgifte noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van een andere persoon, indien de betrokkene lichamelijk of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven; of

(g) de doorgifte geschiedt vanuit een openbaar register dat krachtens de EU-wetgeving of de nationale wetgeving bedoeld is om het publiek voor te lichten en dat door eenieder dan wel door iedere persoon die zich op een rechtmatig belang kan beroepen, kan worden geraadpleegd, voor zover in het betrokken geval is voldaan aan de voorwaarden van de EU-wetgeving of de nationale wetgeving voor raadpleging; of

g) de doorgifte geschiedt vanuit een openbaar register dat krachtens de EU-wetgeving of de nationale wetgeving bedoeld is om het publiek voor te lichten en dat door eenieder dan wel door iedere persoon die zich op een rechtmatig belang kan beroepen, kan worden geraadpleegd, voor zover in het betrokken geval is voldaan aan de voorwaarden van de EU-wetgeving of de nationale wetgeving voor raadpleging.

(h) de doorgifte noodzakelijk is voor de gerechtvaardigde belangen die door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker worden nagestreefd, en niet als frequent of massaal kan worden beschouwd, en de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker alle omstandigheden in verband met de gegevensdoorgifte of de categorie gegevensdoorgiften heeft beoordeeld en, indien nodig, op basis van die beoordeling passende garanties biedt voor de bescherming van de persoonsgegevens.

 

2. Een doorgifte overeenkomstig lid 1, onder g), mag geen betrekking hebben op alle persoonsgegevens of volledige categorieën persoonsgegevens die in het register zijn opgeslagen. Wanneer een register bedoeld is om door personen met een gerechtvaardigd belang te worden geraadpleegd, kan de doorgifte slechts plaatsvinden op verzoek van die personen of wanneer de gegevens voor hen zijn bestemd.

2. Een doorgifte overeenkomstig lid 1, onder g), mag geen betrekking hebben op alle persoonsgegevens of volledige categorieën persoonsgegevens die in het register zijn opgeslagen. Wanneer een register bedoeld is om door personen met een gerechtvaardigd belang te worden geraadpleegd, kan de doorgifte slechts plaatsvinden op verzoek van die personen of wanneer de gegevens voor hen zijn bestemd.

3. Bij verwerking overeenkomstig lid 1, onder h), besteedt de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker bijzondere aandacht aan de aard van de gegevens, het doel en de duur van de voorgestelde verwerking of verwerkingen, alsook aan de situatie in het land van herkomst, het derde land en het land van de uiteindelijke bestemming en, indien nodig, aan de geboden passende garanties in verband met de bescherming van persoonsgegevens.

 

4. Lid 1, onder b), c) en h), is niet van toepassing op activiteiten die worden verricht door autoriteiten in de uitoefening van het overheidsgezag.

4. Lid 1, onder b) en c), is niet van toepassing op activiteiten die worden verricht door autoriteiten in de uitoefening van het overheidsgezag.

5. Het in lid 1, onder d), bedoelde openbaar belang moet erkend zijn in de EU-wetgeving of de nationale wetgeving van de lidstaat waaronder de voor de verwerking verantwoordelijke ressorteert.

5. Het in lid 1, onder d), bedoelde openbaar belang moet erkend zijn in de EU-wetgeving of de nationale wetgeving van de lidstaat waaronder de voor de verwerking verantwoordelijke ressorteert.

6. De voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker staaft de beoordeling en de in lid 1, onder h), bedoelde passende garanties met bewijsstukken door middel van de in artikel 28 bedoelde documenten en stelt de toezichthoudende autoriteit in kennis van de doorgifte.

 

7. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 86 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van het begrip “gewichtige redenen van algemeen belang” in de zin van lid 1, onder d), en de criteria en de vereisten voor de in lid 1, onder h), bedoelde passende garanties.

7. Het Europees Comité voor gegevensbescherming wordt belast met de taak richtsnoeren, aanbevelingen en optimale praktijken te verstrekken overeenkomstig artikel 66, lid 1, onder b), met het oog op de nadere invulling van de criteria en de vereisten voor doorgiften van gegevens op basis van lid 1.

Amendement  142

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) procedures voor effectieve internationale samenwerking te ontwikkelen, zodat de handhaving van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens wordt vergemakkelijkt;

a) procedures voor effectieve internationale samenwerking te ontwikkelen, zodat de handhaving van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens wordt gewaarborgd;

Amendement  143

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis) opheldering te verschaffen en overleg te plegen over geschillen met derde landen inzake jurisdictie.

Amendement  144

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 45 bis

 

Verslag van de Commissie

 

De Commissie dient regelmatig, en niet later dan vanaf vier jaar na de in artikel 91, lid 1, genoemde datum, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van artikelen 40 tot en met 45. Voor dit doel kan de Commissie de lidstaten en de toezichthoudende autoriteiten om gegevens verzoeken, die onverwijld moeten worden toegezonden. Het verslag wordt openbaar gemaakt.

Amendement  145

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De toezichthoudende autoriteit treedt bij de uitvoering van haar taken en de uitoefening van haar bevoegdheden volledig onafhankelijk op.

1. De toezichthoudende autoriteit treedt bij de uitvoering van haar taken en de uitoefening van haar bevoegdheden volledig onafhankelijk en onpartijdig op, onverminderd de bepalingen van hoofdstuk VII van deze verordening inzake samenwerking en conformiteit.

Amendement  146

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis. Elke lidstaat zorgt ervoor dat de toezichthoudende autoriteit om redenen van begrotingsbewaking verantwoording aan het nationaal parlement dient af te leggen.

Amendement  147

Voorstel voor een verordening

Artikel 50

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Beroepsgeheim

Beroepsgeheim

Ten aanzien van de vertrouwelijke informatie die hun bij de uitvoering van hun officiële taken ter kennis is gekomen, geldt voor de leden en de personeelsleden van de toezichthoudende autoriteit zowel tijdens hun ambtstermijn als daarna het beroepsgeheim.

Ten aanzien van de vertrouwelijke informatie die hun bij de uitvoering van hun officiële taken ter kennis is gekomen, geldt voor de leden en de personeelsleden van de toezichthoudende autoriteit het beroepsgeheim zowel tijdens hun ambtstermijn als daarna en in overeenstemming met nationale wetgeving in praktijken, waarbij zij hun taken onafhankelijk en transparant uitvoeren, zoals vastgesteld in de verordening.

Amendement 148

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Elke toezichthoudende autoriteit oefent op het grondgebied van haar lidstaat de bevoegdheden uit die haar overeenkomstig deze verordening zijn toegekend.

1. Elke toezichthoudende autoriteit is bevoegd om onverminderd de artikelen 73 en 74 op het grondgebied van haar lidstaat de taken uit te voeren en de bevoegdheden uit te oefenen die haar overeenkomstig deze verordening zijn toegekend. Het toezicht op gegevensverwerking door een overheidsdienst wordt alleen uitgevoerd door de toezichthoudende autoriteit van die lidstaat.

Amendement  149

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Wanneer de verwerking van persoonsgegevens plaatsvindt in het kader van de activiteiten van een vestiging van een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker in de Unie, en de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker is in meer dan één lidstaat gevestigd, is de toezichthoudende autoriteit van de belangrijkste vestiging van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker bevoegd voor het toezicht op de verwerkingen van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker in alle lidstaten, onverminderd de bepalingen van hoofdstuk VII van deze verordening.

Schrappen

Amendement  150

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) neemt kennis van klachten van betrokkenen of van verenigingen die overeenkomstig artikel 73 betrokkenen vertegenwoordigen, onderzoekt de aangelegenheid in de mate waarin dat nodig is en stelt de betrokkene of de vereniging binnen een redelijke termijn in kennis van de vooruitgang en het resultaat van de klacht, met name of verder onderzoek of coördinatie met een andere toezichthoudende autoriteit nodig is;

b) neemt kennis van klachten van betrokkenen of van verenigingen die overeenkomstig artikel 73, onderzoekt de aangelegenheid in de mate waarin dat nodig is en stelt de betrokkene of de vereniging binnen een redelijke termijn in kennis van de vooruitgang en het resultaat van de klacht, met name of verder onderzoek of coördinatie met een andere toezichthoudende autoriteit nodig is;

Amendement  151

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) verricht onderzoeken hetzij op eigen initiatief, hetzij op basis van een klacht of op verzoek van een andere toezichthoudende autoriteit, en stelt de betrokkene, als die bij die toezichthoudende autoriteit een klacht heeft ingediend, binnen een redelijke termijn in kennis van het resultaat van de onderzoeken;

d) verricht onderzoeken hetzij op eigen initiatief, hetzij op basis van een klacht of van specifieke en gedocumenteerde gegevens betreffende vermeende onrechtmatige verwerking of op verzoek van een andere toezichthoudende autoriteit, en stelt de betrokkene, als die bij die toezichthoudende autoriteit een klacht heeft ingediend, binnen een redelijke termijn in kennis van het resultaat van de onderzoeken;

Amendement  152

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter j bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j bis) certificeert de voor de verwerking verantwoordelijken en de verwerkers overeenkomstig artikel 39.

Amendement  153

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Elke toezichthoudende autoriteit geeft voorlichting aan het brede publiek over de risicos, de regels, de garanties en de rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan specifiek op kinderen gerichte activiteiten.

2. Elke toezichthoudende autoriteit geeft voorlichting aan het brede publiek over de risico's, de regels, de garanties en de rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens en over passende maatregelen voor persoonlijke gegevensbescherming. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan specifiek op kinderen gerichte activiteiten.

Amendement  154

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Elke toezichthoudende autoriteit geeft samen met het Europees Comité voor gegevensbescherming voorlichting aan voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers over de risico's, de regels, de garanties en de rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens. Dit omvat het bijhouden van een register van de sancties en overtredingen. Het register toont alle waarschuwingen en alle sancties zo gedetailleerd mogelijk, alsmede oplossingen voor overtredingen. Elke toezichthoudende autoriteit voorziet voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen op verzoek van algemene informatie over hun verantwoordelijkheden en verplichtingen overeenkomstig onderhavige verordening.

Amendement  155

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. Wanneer verzoeken kennelijk buitensporig zijn, met name door hun repetitieve karakter, kan de toezichthoudende autoriteit een vergoeding in rekening brengen of ervoor opteren om de door de betrokkene gevraagde maatregelen niet te nemen. De bewijslast met betrekking tot het kennelijk buitensporige karakter van het verzoek rust op de toezichthoudende autoriteit.

6. Wanneer verzoeken kennelijk buitensporig zijn, met name door hun repetitieve karakter, kan de toezichthoudende autoriteit een redelijke vergoeding in rekening brengen of ervoor opteren om de door de betrokkene gevraagde maatregelen niet te nemen. Een dergelijke vergoeding mag niet hoger zijn dan de kosten van het nemen van de gevraagde maatregelen. De bewijslast met betrekking tot het kennelijk buitensporige karakter van het verzoek rust op de toezichthoudende autoriteit.

Amendement  156

Voorstel voor een verordening

Artikel 53

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bevoegdheden

Bevoegdheden

1. Elk toezichthoudende autoriteit is bevoegd om:

1. Elke toezichthoudende autoriteit is overeenkomstig deze verordening bevoegd om:

(a) de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker in kennis te stellen van een vermeende inbreuk op de voorschriften inzake de verwerking van persoonsgegevens en, indien nodig, de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker te gelasten die inbreuk met bepaalde maatregelen ongedaan te maken, teneinde de bescherming van de betrokkene te verbeteren;

a) de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker in kennis te stellen van een vermeende inbreuk op de voorschriften inzake de verwerking van persoonsgegevens en, indien nodig, de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker te gelasten die inbreuk met bepaalde maatregelen ongedaan te maken, teneinde de bescherming van de betrokkene te verbeteren, of de voor de verwerking verantwoordelijke op te dragen een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene mede te delen;

(b) de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker te gelasten aan de verzoeken van de betrokkene tot uitoefening van zijn rechten uit hoofde van deze verordening te voldoen;

b) de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker te gelasten aan de verzoeken van de betrokkene tot uitoefening van zijn rechten uit hoofde van deze verordening te voldoen;

(c) de voor de verwerking verantwoordelijke, de verwerker en, in voorkomend geval, de vertegenwoordiger te gelasten alle voor de uitvoering van haar taken relevante informatie te verstrekken;

c) de voor de verwerking verantwoordelijke, de verwerker en, in voorkomend geval, de vertegenwoordiger te gelasten alle voor de uitvoering van haar taken relevante informatie te verstrekken;

(d) erop toe te zien dat de in artikel 34 bedoelde voorafgaande toestemmingen en voorafgaande raadplegingen worden nageleefd;

d) erop toe te zien dat de in artikel 34 bedoelde voorafgaande toestemmingen en voorafgaande raadplegingen worden nageleefd;

(e) de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker te waarschuwen of te berispen;

e) de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker te waarschuwen of te berispen;

(f) de rectificatie, wissing of vernietiging van alle gegevens te gelasten indien deze in strijd met de bepalingen van deze verordening verwerkt zijn, en te gelasten dat van dergelijke handelingen mededeling wordt gedaan aan derden aan wie de gegevens verstrekt zijn;

f) de rectificatie, wissing of vernietiging van alle gegevens te gelasten indien deze in strijd met de bepalingen van deze verordening verwerkt zijn, en te gelasten dat van dergelijke handelingen mededeling wordt gedaan aan derden aan wie de gegevens verstrekt zijn;

(g) een tijdelijk of definitief verwerkingsverbod op te leggen;

g) een tijdelijk of definitief verwerkingsverbod op te leggen;

(h) gegevensstromen naar een ontvanger in een derde land of naar een internationale organisatie op te schorten;

h) gegevensstromen naar een ontvanger in een derde land of naar een internationale organisatie op te schorten;

(i) adviezen uit te brengen over alle aangelegenheden in verband met de bescherming van persoonsgegevens;

i) adviezen uit te brengen over alle aangelegenheden in verband met de bescherming van persoonsgegevens;

 

i bis) de voor de verwerking verantwoordelijken en de verwerkers te certificeren overeenkomstig artikel 39;

(j) het nationale parlement, de regering of andere politieke instellingen, alsook het grote publiek te informeren over alle aangelegenheden in verband met de bescherming van persoonsgegevens.

j) het nationale parlement, de regering of andere politieke instellingen, alsook het grote publiek te informeren over alle aangelegenheden in verband met de bescherming van persoonsgegevens;

 

j bis) effectieve mechanismen in te voeren om vertrouwelijke verslaggeving over inbreuken op deze verordening te bevorderen, met inachtneming van de overeenkomstig artikel 66, lid 4 ter, door het Europees Comité voor gegevensbescherming verstrekte richtsnoeren.

2. Elke toezichthoudende autoriteit kan op grond van haar onderzoeksbevoegdheid van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker verlangen dat zij:

2. Elke toezichthoudende autoriteit kan op grond van haar onderzoeksbevoegdheid zonder voorafgaande kennisgeving van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker verlangen dat zij:

(a) toegang krijgt tot alle persoonsgegevens en alle informatie die zij nodig heeft voor de uitvoering van haar taken;

a) toegang krijgt tot alle persoonsgegevens en alle documenten en informatie die zij nodig heeft voor de uitvoering van haar taken;

(b) toegang krijgt tot alle gebouwen en terreinen van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker, met inbegrip van alle installaties en middelen voor gegevensverwerking, wanneer er redelijke grond bestaat om aan te nemen dat er in strijd met deze verordening een activiteit wordt verricht.

b) toegang krijgt tot alle gebouwen en terreinen van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker, met inbegrip van alle installaties en middelen voor gegevensverwerking.

De onder b) bedoelde bevoegdheden worden conform de EU-wetgeving en de nationale wetgeving uitgeoefend.

De onder b) bedoelde bevoegdheden worden conform de EU-wetgeving en de nationale wetgeving uitgeoefend.

3. Elke toezichthoudende autoriteit is bevoegd om schendingen van deze verordening ter kennis van de gerechtelijke autoriteiten te brengen en daartegen in rechte op te treden, met name overeenkomstig artikel 74, lid 4, en artikel 75, lid 2.

3. Elke toezichthoudende autoriteit is bevoegd om schendingen van deze verordening ter kennis van de gerechtelijke autoriteiten te brengen en daartegen in rechte op te treden, met name overeenkomstig artikel 74, lid 4, en artikel 75, lid 2.

4. Elke toezichthoudende autoriteit is bevoegd om administratieve inbreuken te bestraffen, met name die welke in artikel 79, leden 4, 5 en 6, zijn vermeld.

4. Elke toezichthoudende autoriteit is overeenkomstig artikel 79 bevoegd om administratieve inbreuken te bestraffen. Deze bevoegdheid moeten doeltreffend, evenredig en preventief worden uitgeoefend.

Amendement  157

Voorstel voor een verordening

Artikel 54

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke toezichthoudende autoriteit stelt jaarlijks een verslag over haar activiteiten op. Het verslag wordt ingediend bij het nationale parlement, ter beschikking gesteld van de Commissie en het Europees Comité voor gegevensbescherming, en openbaar gemaakt.

Elke toezichthoudende autoriteit stelt ten minste elke twee jaar een verslag over haar activiteiten op. Het verslag wordt ingediend bij het respectieve parlement, ter beschikking gesteld van de Commissie en het Europees Comité voor gegevensbescherming, en openbaar gemaakt.

Amendement  158

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 54 bis

 

Hoofdautoriteit

 

1. Wanneer persoonsgegevens worden verwerkt in het kader van de activiteiten van een vestiging van een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker in de Unie en de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker in meer dan één lidstaat is gevestigd, of wanneer de persoonsgegevens van inwoners van meerdere lidstaten worden verwerkt, handelt de toezichthoudende autoriteit van de hoofdvestiging van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker als de autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de verwerkingen van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker in alle lidstaten, in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk VII van deze verordening.

 

2. De toezichthoudende hoofdautoriteit neemt uitsluitend na raadpleging van alle andere bevoegde toezichthoudende autoriteiten in de zin van artikel 51, lid 1, passende maatregelen voor het toezicht op de verwerkingen van de voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker waarvoor de autoriteit verantwoordelijk is, teneinde consensus te bereiken. Daartoe dient ze met name alle relevante gegevens in en raadpleegt ze andere instanties alvorens een maatregel aan te nemen die erop gericht is rechtsgevolgen te hebben voor de voor de verwerking verantwoordelijke of voor de verwerker in de zin van artikel 51, lid 1. De hoofdautoriteit houdt zoveel mogelijk rekening met het advies van de betrokken autoriteiten. De hoofdautoriteit is de enige autoriteit die bevoegd is om te besluiten welke maatregelen dienen te worden getroffen waaraan rechtsgevolgen zijn verbonden met betrekking tot de verwerkingen van de voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker waarvoor de autoriteit verantwoordelijk is.

 

3. Het Europees Comité voor gegevensbescherming brengt op verzoek van een bevoegde toezichthoudende autoriteit advies uit over de vaststelling van de hoofdautoriteit die verantwoordelijk is voor een voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker, indien:

 

a) uit de feiten niet duidelijk blijkt waar de hoofdvestiging van de voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker zich bevindt; of

 

b) de bevoegde autoriteiten het niet eens zijn over welke toezichthoudende autoriteit als hoofdautoriteit moet handelen; of

 

c) de voor de verwerking verantwoordelijke niet in de Unie is gevestigd, en hij de gegevens van inwoners van verschillende lidstaten binnen het toepassingsgebied van deze verordening verwerkt.

 

3 bis. Indien de voor de verwerking verantwoordelijke ook werkzaamheden uitvoert die tot de taken van een verwerker behoren, handelt de toezichthoudende autoriteit van de hoofdvestiging van de voor de verwerking verantwoordelijke als hoofdautoriteit voor het toezicht op verwerkingen.

 

4. Het Europees Comité voor gegevensbescherming kan de hoofdautoriteit aanwijzen.

(Lid 1 van het amendement van het Parlement is gebaseerd op artikel 51, lid 2, van het voorstel van de Commissie).

Amendement  159

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De toezichthoudende autoriteiten verstrekken elkaar relevante informatie en wederzijdse bijstand om deze verordening op een consequente manier ten uitvoer te leggen en toe te passen, en nemen maatregelen om effectief met elkaar samen te werken. De wederzijdse samenwerking bestrijkt met name verzoeken om informatie en toezichtsmaatregelen, zoals verzoeken om voorafgaande toestemmingen en raadplegingen, inspecties en de snelle mededeling van informatie over de opening en het verloop van dossiers wanneer een verwerking betrekking kan hebben op betrokkenen in verschillende lidstaten.

1. De toezichthoudende autoriteiten verstrekken elkaar relevante informatie en wederzijdse bijstand om deze verordening op een consequente manier ten uitvoer te leggen en toe te passen, en nemen maatregelen om effectief met elkaar samen te werken. De wederzijdse samenwerking bestrijkt met name verzoeken om informatie en toezichtsmaatregelen, zoals verzoeken om voorafgaande toestemmingen en raadplegingen, inspecties en onderzoeken en de snelle mededeling van informatie over de opening en het verloop van dossiers wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker vestigingen heeft in meerdere lidstaten of wanneer een verwerking betrekking kan hebben op betrokkenen in verschillende lidstaten. De hoofdautoriteit zoals gedefinieerd in artikel 54 bis draagt zorg voor de coördinatie met de betrokken toezichthoudende autoriteiten en fungeert als enig contactpunt voor de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker.

Amendement  160

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De maatregelen die na een verzoek om wederzijdse bijstand worden genomen, zijn kosteloos.

7. De maatregelen die na een verzoek om wederzijdse bijstand worden genomen, zijn kosteloos voor de verzoekende toezichthoudende autoriteit.

Amendement  161

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8. Wanneer een toezichthoudende autoriteit niet binnen één maand op een verzoek van een andere toezichthoudende autoriteit reageert, is de verzoekende toezichthoudende autoriteit bevoegd om overeenkomstig artikel 51, lid 1, een voorlopige maatregel op het grondgebied van haar lidstaat te nemen en legt zij de aangelegenheid volgens de in artikel 57 bedoelde procedure voor aan het Europees Comité voor gegevensbescherming.

8. Wanneer een toezichthoudende autoriteit niet binnen één maand op een verzoek van een andere toezichthoudende autoriteit reageert, is de verzoekende toezichthoudende autoriteit bevoegd om overeenkomstig artikel 51, lid 1, een voorlopige maatregel op het grondgebied van haar lidstaat te nemen en legt zij de aangelegenheid volgens de in artikel 57 bedoelde procedure voor aan het Europees Comité voor gegevensbescherming. Zij kan tijdelijke maatregelen overeenkomstig artikel 53 op het grondgebied van haar lidstaat nemen, indien nog geen definitieve maatregel kan worden genomen omdat nog geen overeenkomst voor hulpverlening is bereikt.

Amendement  162

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9. De toezichthoudende autoriteit legt vast hoe lang een dergelijke voorlopige maatregel geldig is. De geldigheidsduur mag niet meer dan drie maanden bedragen. De toezichthoudende autoriteit deelt het Europees Comité voor gegevensbescherming en de Commissie onverwijld die maatregelen met opgave van redenen mee.

9. De toezichthoudende autoriteit legt vast hoe lang een dergelijke voorlopige maatregel geldig is. De geldigheidsduur mag niet meer dan drie maanden bedragen. De toezichthoudende autoriteit deelt het Europees Comité voor gegevensbescherming en de Commissie onverwijld die maatregelen met opgave van redenen mee in overeenstemming met de procedure als bedoeld in artikel 57.

Amendement  163

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10. De Commissie kan het model en de procedures vastleggen voor de wederzijdse bijstand overeenkomstig dit artikel, alsook de regelingen voor de elektronische uitwisseling van informatie tussen toezichthoudende autoriteiten onderling en tussen toezichthoudende autoriteiten en het Europees Comité voor gegevensbescherming, waaronder het in lid 6 bedoelde standaardformulier. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

10. Het Europees Comité voor gegevensbescherming kan het model en de procedures vastleggen voor de wederzijdse bijstand overeenkomstig dit artikel, alsook de regelingen voor de elektronische uitwisseling van informatie tussen toezichthoudende autoriteiten onderling en tussen toezichthoudende autoriteiten en het Europees Comité voor gegevensbescherming, waaronder het in lid 6 bedoelde standaardformulier.

Amendement  164

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. In gevallen waarin een verwerking betrekking heeft op betrokkenen in verschillende lidstaten heeft de toezichthoudende autoriteit van elk van die lidstaten het recht aan de gezamenlijke onderzoeksmissies of de gezamenlijke maatregelen deel te nemen. De bevoegde toezichthoudende autoriteit nodigt de toezichthoudende autoriteit van elk van die lidstaten uit tot deelname aan de respectieve gezamenlijke onderzoeksmissies of gezamenlijke maatregelen en beantwoordt onverwijld het verzoek van een toezichthoudende autoriteit om daaraan deel te nemen.

2. In gevallen waarin de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker vestigingen heeft in meerdere lidstaten of waarin een verwerking betrekking heeft op betrokkenen in verschillende lidstaten heeft de toezichthoudende autoriteit van elk van die lidstaten het recht aan de gezamenlijke onderzoeksmissies of de gezamenlijke maatregelen deel te nemen. De hoofdautoriteit zoals gedefinieerd in artikel 54 bis betrekt de toezichthoudende autoriteit van elk van die lidstaten bij de respectieve gezamenlijke onderzoeksmissies of gezamenlijke maatregelen en beantwoordt onverwijld het verzoek van een toezichthoudende autoriteit om daaraan deel te nemen. De hoofdautoriteit fungeert als het enige contactpunt voor de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker.

Amendement  165

Voorstel voor een verordening

Artikel 57

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Conformiteitstoetsing

Conformiteitstoetsing

Voor de in artikel 46, lid 1, genoemde doeleinden werken de toezichthoudende autoriteiten in het kader van de in deze afdeling beschreven conformiteitstoetsing samen met elkaar en met de Commissie.

Voor de in artikel 46, lid 1, genoemde doeleinden werken de toezichthoudende autoriteiten met elkaar en met de Commissie via de conformiteitstoetsing aan aangelegenheden van algemene strekking en in afzonderlijke gevallen in overeenstemming met de bepalingen van deze afdeling.

Amendement  166

Voorstel voor een verordening

Artikel 58

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Advies van het Europees Comité voor gegevensbescherming

Conformiteit van aangelegenheden van algemene strekking

1. Alvorens een toezichthoudende autoriteit een in lid 2 bedoelde maatregel neemt, deelt zij de ontwerpmaatregel mee aan het Europees Comité voor gegevensbescherming en de Commissie.

1. Alvorens een toezichthoudende autoriteit een in lid 2 bedoelde maatregel neemt, deelt zij de ontwerpmaatregel mee aan het Europees Comité voor gegevensbescherming en de Commissie.

2. De in lid 1 genoemde verplichting is van toepassing op een maatregel die rechtsgevolgen in het leven moet roepen en die:

2. De in lid 1 genoemde verplichting is van toepassing op een maatregel die rechtsgevolgen in het leven moet roepen en die:

(a) betrekking heeft op verwerkingen die verband houden met het aanbieden van goederen of diensten aan betrokkenen in verschillende lidstaten, of met het observeren van hun gedrag; of

 

(b) van aanzienlijke invloed kan zijn op het vrije verkeer van persoonsgegevens binnen de Unie; of

 

(c) de vaststelling beoogt van een lijst van verwerkingen waarvoor overeenkomstig artikel 34, lid 5, voorafgaande raadpleging moet plaatsvinden; of

 

(d) de vaststelling beoogt van de in artikel 42, lid 2, bedoelde modelbepalingen inzake gegevensbescherming; of

d) de vaststelling beoogt van de in artikel 42, lid 2, bedoelde modelbepalingen inzake gegevensbescherming; of

(e) de toestemming beoogt voor de in artikel 42, lid 2, bedoelde contractuele bepalingen; of

e) de toestemming beoogt voor de in artikel 42, lid 2, bedoelde contractuele bepalingen; of

(f) de goedkeuring beoogt van bindende bedrijfsvoorschriften in de zin van artikel 43.

f) de goedkeuring beoogt van bindende bedrijfsvoorschriften in de zin van artikel 43.

3. Elke toezichthoudende autoriteit of het Europees Comité voor gegevensbescherming kan verzoeken dat een aangelegenheid aan de conformiteitstoetsing wordt onderworpen, met name wanneer een toezichthoudende autoriteit geen in lid 2 bedoelde ontwerpmaatregel meedeelt of niet voldoet aan de verplichting tot wederzijdse bijstand overeenkomstig artikel 55 of de verplichting inzake gezamenlijke maatregelen overeenkomstig artikel 56.

3. Elke toezichthoudende autoriteit of het Europees Comité voor gegevensbescherming kan verzoeken dat een aangelegenheid van algemene strekking aan de conformiteitstoetsing wordt onderworpen, met name wanneer een toezichthoudende autoriteit geen in lid 2 bedoelde ontwerpmaatregel meedeelt of niet voldoet aan de verplichting tot wederzijdse bijstand overeenkomstig artikel 55 of de verplichting inzake gezamenlijke maatregelen overeenkomstig artikel 56.

4. Om ervoor te zorgen dat deze verordening correct en consequent wordt toegepast, kan de Commissie verzoeken dat een aangelegenheid aan de conformiteitstoetsing wordt onderworpen.

4. Om ervoor te zorgen dat deze verordening correct en consequent wordt toegepast, kan de Commissie verzoeken dat een aangelegenheid van algemene strekking aan de conformiteitstoetsing wordt onderworpen.

5. De toezichthoudende autoriteiten en de Commissie delen elektronisch door middel van een standaardformulier alle relevante informatie mee, waaronder naargelang van het geval een samenvatting van de feiten, de ontwerpmaatregel en de redenen waarom een dergelijke maatregel moet worden genomen.

5. De toezichthoudende autoriteiten en de Commissie delen elektronisch door middel van een standaardformulier zonder onnodige vertraging alle relevante informatie mee, waaronder naargelang van het geval een samenvatting van de feiten, de ontwerpmaatregel en de redenen waarom een dergelijke maatregel moet worden genomen.

6. De voorzitter van het Europees Comité voor gegevensbescherming stelt de leden van het Europees Comité voor gegevensbescherming en de Commissie onmiddellijk elektronisch door middel van een standaardformulier in kennis van alle relevante informatie die het comité heeft ontvangen. De voorzitter van het Europees Comité voor gegevensbescherming verstrekt indien nodig vertalingen van relevante informatie.

6. De voorzitter van het Europees Comité voor gegevensbescherming stelt de leden van het Europees Comité voor gegevensbescherming en de Commissie zonder onnodige vertraging elektronisch door middel van een standaardformulier in kennis van alle relevante informatie die het comité heeft ontvangen. Het secretariaat van het Europees Comité voor gegevensbescherming verstrekt indien nodig vertalingen van relevante informatie.

 

6 bis. Het Europees Comité voor gegevensbescherming brengt een advies uit over aangelegenheden die in het kader van lid 2 aan het Comité worden voorgelegd.

7. Het Europees Comité voor gegevensbescherming brengt over de aangelegenheid een advies uit, indien het Europees Comité daartoe beslist met gewone meerderheid van stemmen van zijn leden of indien een toezichthoudende autoriteit of de Commissie binnen één week nadat de relevante informatie overeenkomstig lid 5 is verstrekt, daarom verzoekt. Het advies wordt binnen één maand vastgesteld met gewone meerderheid van stemmen van de leden van het Europees Comité voor gegevensbescherming. De voorzitter van het Europees Comité voor gegevensbescherming stelt zonder onnodige vertraging de in de leden 1 en 3 bedoelde toezichthoudende autoriteit, de Commissie en de overeenkomstig artikel 51 bevoegde toezichthoudende autoriteit in kennis van het advies en maakt dat advies bekend.

7. Het Europees Comité voor gegevensbescherming kan met gewone meerderheid van stemmen besluiten een advies uit te brengen over een krachtens de leden 3 en 4 voorgelegde aangelegenheid, waarbij in aanmerking wordt genomen:

 

a) of de aangelegenheid nieuwe elementen omvat, waarbij rekening wordt gehouden met juridische of feitelijke ontwikkelingen, met name in het licht van de informatietechnologie en de stand van zaken in de informatiemaatschappij; en

 

b) of het Europees Comité voor gegevensbescherming reeds een advies over dezelfde aangelegenheid heeft uitgebracht.

8. De in lid 1 bedoelde toezichthoudende autoriteit en de overeenkomstig artikel 51 bevoegde toezichthoudende autoriteit nemen het advies van het Europees Comité voor gegevensbescherming in aanmerking en delen de voorzitter van het Europees Comité voor gegevensbescherming en de Commissie binnen twee weken nadat het advies door de voorzitter van het Europees Comité voor gegevensbescherming ter kennis is gebracht, elektronisch door middel van een standaardformulier mee of zij hun ontwerpmaatregel handhaven of wijzigen en delen in voorkomend geval de gewijzigde ontwerpmaatregel mee.

8. Het Europees Comité voor gegevensbescherming brengt adviezen uit overeenkomstig de artikelen 6 bis en 7 door middel van een gewone meerderheid van de stemmen van de leden. Deze adviezen worden openbaar gemaakt.

Amendement 167

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 58 bis

 

Conformiteit in afzonderlijke gevallen

 

1. Alvorens een maatregel te nemen waaraan rechtsgevolgen zijn verbonden in de zin van artikel 54 bis, deelt de hoofdautoriteit alle relevante informatie en legt hij de ontwerpmaatregel voor aan alle andere bevoegde autoriteiten. De hoofdautoriteit neemt de maatregel niet aan indien een bevoegde autoriteit binnen een periode van drie weken groot bezwaar maakt tegen de maatregel.

 

2. Wanneer een bevoegde autoriteit groot bezwaar heeft gemaakt tegen een ontwerpmaatregel van de hoofdautoriteit, of wanneer de hoofdautoriteit geen ontwerpmaatregel als bedoeld in lid 1 indient of niet voldoet aan de verplichtingen inzake wederzijdse bijstand in overeenstemming met artikel 55 of inzake gezamenlijk optreden in overeenstemming met artikel 56, wordt de aangelegenheid door het Europees Comité voor gegevensbeschouwing bestudeerd.

 

3. De hoofdautoriteit en/of andere betrokken bevoegde autoriteiten en de Commissie delen elektronisch door middel van een standaardformulier zonder onnodige vertraging alle relevante informatie mee aan het Europees Comité voor gegevensbescherming, waaronder naargelang van het geval een samenvatting van de feiten, de ontwerpmaatregel, de redenen waarom een dergelijke maatregel moet worden genomen, de bezwaren die tegen de maatregel zijn gemaakt en de standpunten van andere betrokken toezichthoudende autoriteiten.

 

4. Het Europees Comité voor gegevensbescherming bestudeert de aangelegenheid met inachtneming van de gevolgen van de ontwerpmaatregel van de hoofdautoriteit voor de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkenen, en besluit met gewone meerderheid van stemmen van de leden om al dan niet een advies uit te brengen over de aangelegenheid binnen twee weken nadat de relevante informatie overeenkomstig lid 3 is verstrekt.

 

5. Ingeval het Europees Comité voor gegevensbescherming besluit een advies uit te brengen, wordt dit advies uitgebracht binnen zes weken en openbaar gemaakt.

 

6. De hoofdautoriteit houdt zoveel mogelijk rekening met het advies van het Europees Comité voor gegevensbescherming en deelt de voorzitter van het Europees Comité voor gegevensbescherming en de Commissie binnen twee weken nadat het advies door de voorzitter van het Europees Comité voor gegevensbescherming ter kennis is gebracht, elektronisch door middel van een standaardformulier mee of ze haar ontwerpmaatregel handhaaft of wijzigt en deelt in voorkomend geval de gewijzigde ontwerpmaatregel mee. Ingeval de hoofdautoriteit het advies van het Europees Comité voor gegevensbescherming niet wenst op te volgen, verstrekt zij een onderbouwde motivering.

 

7. Ingeval het Europees Comité voor gegevensbescherming nog altijd bezwaren heeft tegen de maatregel van de toezichthoudende autoriteit zoals bedoeld in lid 5, kan het bij tweederde meerderheid binnen één maand een voor de toezichthoudende autoriteit bindende maatregel treffen.

Amendement  168

Voorstel voor een verordening

Artikel 59

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 59

Schrappen

Advies van de Commissie

 

1. Om ervoor te zorgen dat deze verordening correct en consequent wordt toegepast, kan de Commissie binnen tien weken nadat een aangelegenheid overeenkomstig artikel 58 is voorgelegd, of uiterlijk binnen zes weken in het geval van artikel 61, een advies vaststellen in verband met aangelegenheden die haar overeenkomstig de artikelen 58 of 61 zijn voorgelegd.

 

2. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 1 een advies heeft vastgesteld, neemt de betrokken toezichthoudende autoriteit het advies van de Commissie zoveel mogelijk in aanmerking en deelt zij de Commissie en het Europees Comité voor gegevensbescherming mee of zij voornemens is haar ontwerpmaatregel te handhaven of te wijzigen.

 

3. Tijdens de in lid 1 bedoelde periode stelt de toezichthoudende autoriteit de ontwerpmaatregel niet vast.

 

4. Wanneer de betrokken toezichthoudende autoriteit niet voornemens is het advies van de Commissie te volgen, stelt zij de Commissie en het Europees Comité voor gegevensbescherming daarvan binnen de in lid 1 bedoelde termijn in kennis. In dat geval wordt de ontwerpmaatregel gedurende nog één maand niet vastgesteld.

 

Amendement  169

Voorstel voor een verordening

Artikel 60

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 60

Schrappen

Schorsing van een ontwerpmaatregel

 

1. Binnen één maand na de in artikel 59, lid 4, bedoelde mededeling kan de Commissie, wanneer zij ernstig betwijfelt of de ontwerpmaatregel voor correcte toepassing van deze verordening zorgt of anderszins tot inconsequente toepassing zou leiden, een met redenen omkleed besluit vaststellen, waarin de toezichthoudende autoriteit gevraagd wordt de vaststelling van de ontwerpmaatregel te schorsen, rekening houdend met het advies dat overeenkomstig artikel 58, lid 7, of artikel 61, lid 2, door het Europees Comité voor gegevensbescherming is uitgebracht, indien dat nodig lijkt om:

 

(a) de uiteenlopende standpunten van de toezichthoudende autoriteit en het Europees Comité voor gegevensbescherming te verzoenen, als dat nog mogelijk blijkt; of

 

(b) overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), een maatregel vast te stellen.

 

2. De Commissie legt de duur van de schorsing vast, die evenwel niet langer mag zijn dan twaalf maanden.

 

3. Tijdens de in lid 2 bedoelde periode mag de toezichthoudende autoriteit de ontwerpmaatregel niet vaststellen.

 

Amendement  170

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 60 bis

 

Melding van het Europees Parlement en de Raad

 

De Commissie brengt het Europees Parlement en de Raad op basis van een verslag van de voorzitter van het Europees Comité voor gegevensbescherming regelmatig en ten minste op halfjaarlijkse basis op de hoogte van de in het kader van de conformiteitstoetsing behandelde zaken en maakt daarbij de conclusies van de Commissie en het Europees Comité voor gegevensbescherming met betrekking tot de waarborging van de consequente toepassing van deze verordening kenbaar.

Amendement  171

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. In buitengewone omstandigheden kan een toezichthoudende autoriteit, wanneer zij van mening is dat er dringend moet worden opgetreden om de belangen van betrokkenen te beschermen, met name wanneer het gevaar bestaat dat de handhaving van een recht van een betrokkene aanzienlijk kan worden belemmerd door een verandering in de bestaande toestand, om grote nadelen af te wenden of om andere redenen, in afwijking van de in artikel 58 bedoelde procedure onverwijld voorlopige maatregelen met een bepaalde geldigheidsduur nemen. De toezichthoudende autoriteit deelt het Europees Comité voor gegevensbescherming en de Commissie onverwijld die maatregelen met opgave van redenen mee.

1. In buitengewone omstandigheden kan een toezichthoudende autoriteit, wanneer zij van mening is dat er dringend moet worden opgetreden om de belangen van betrokkenen te beschermen, met name wanneer het gevaar bestaat dat de handhaving van een recht van een betrokkene aanzienlijk kan worden belemmerd door een verandering in de bestaande toestand, om grote nadelen af te wenden of om andere redenen, in afwijking van de in artikel 58 bis bedoelde procedure onverwijld voorlopige maatregelen met een bepaalde geldigheidsduur nemen. De toezichthoudende autoriteit deelt het Europees Comité voor gegevensbescherming en de Commissie onverwijld die maatregelen met opgave van redenen mee.

Amendement  172

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. In afwijking van artikel 58, lid 7, wordt een in de leden 2 en 3 bedoeld dringend advies binnen twee weken met gewone meerderheid van stemmen van de leden van het Europees Comité voor gegevensbescherming vastgesteld.

4. Binnen twee weken wordt met gewone meerderheid van stemmen van de leden van het Europees Comité voor gegevensbescherming een in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoeld dringend advies vastgesteld.

Amendement  173

Voorstel voor een verordening

Artikel 62

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uitvoeringshandelingen

Uitvoeringshandelingen

1. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om:

1. De Commissie kan, na advies te hebben ingewonnen bij het Europees Comité voor gegevensbescherming, uitvoeringshandelingen van algemene strekking vaststellen om:

(a) te besluiten over de correcte toepassing van deze verordening overeenkomstig haar doelstellingen en vereisten in verband met aangelegenheden die overeenkomstig artikel 58 of artikel 61 door toezichthoudende autoriteiten zijn meegedeeld, een aangelegenheid waarvoor overeenkomstig artikel 60, lid 1, een met redenen omkleed besluit is vastgesteld of een aangelegenheid waarvoor een toezichthoudende autoriteit geen ontwerpmaatregel indient en zij heeft meegedeeld dat zij niet voornemens is het overeenkomstig artikel 59 door de Commissie vastgestelde advies te volgen;

 

(b) binnen de in artikel 59, lid 1, bedoelde termijn te besluiten of zij in artikel 58, lid 2, onder d), bedoelde ontwerp-modelbepalingen inzake gegevensbescherming algemeen geldig verklaart;

b) te besluiten of zij in artikel 42, lid 2, onder d), bedoelde ontwerp-modelbepalingen inzake gegevensbescherming algemeen geldig verklaart;

 

(c) het model en de procedures voor de toepassing van de in deze afdeling bedoelde conformiteitstoetsing vast te leggen;

 

(d) de regelingen voor de elektronische uitwisseling van informatie tussen toezichthoudende autoriteiten onderling en tussen toezichthoudende autoriteiten en het Europees Comité voor gegevensbescherming, met name het in artikel 58, leden 5, 6 en 8, bedoelde standaardformulier, vast te leggen.

d) de regelingen voor de elektronische uitwisseling van informatie tussen toezichthoudende autoriteiten onderling en tussen toezichthoudende autoriteiten en het Europees Comité voor gegevensbescherming, met name het in artikel 58, leden 5, 6 en 8, bedoelde standaardformulier, vast te leggen.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

2. De Commissie stelt om dwingende en gegronde redenen van spoedeisendheid die verband houden met de belangen van betrokkenen in de in lid 1, onder a), bedoelde gevallen, onmiddellijk van toepassing zijnde uitvoeringshandelingen vast volgens de in artikel 87, lid 3, bedoelde procedure. Die handelingen blijven geldig voor een duur die niet langer mag zijn dan twaalf maanden.

 

3. De vaststelling of niet-vaststelling van een maatregel overeenkomstig deze afdeling doet geen afbreuk aan andere maatregelen die de Commissie overeenkomstig het Verdrag heeft vastgesteld.

3. De vaststelling of niet-vaststelling van een maatregel overeenkomstig deze afdeling doet geen afbreuk aan andere maatregelen die de Commissie overeenkomstig het Verdrag heeft vastgesteld.

Amendement  174

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Wanneer een toezichthoudende autoriteit voor een ontwerpmaatregel in strijd met artikel 58, leden 1 tot en met 5, de conformiteitstoetsing niet naleeft, wordt die maatregel niet rechtsgeldig en uitvoerbaar geacht.

2. Wanneer een toezichthoudende autoriteit voor een ontwerpmaatregel in strijd met artikel 58, leden 1 en 2, de conformiteitstoetsing niet naleeft, dan wel een maatregel aanneemt ondanks het feit dat er groot bezwaar is gemaakt overeenkomstig artikel 58 bis, lid 1, wordt de maatregel van de toezichthoudende autoriteit niet rechtsgeldig en uitvoerbaar geacht.

Amendement  175

Voorstel voor een verordening

Artikel 66

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Taken van het Europees Comité voor gegevensbescherming

Taken van het Europees Comité voor gegevensbescherming

1. Het Europees Comité voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat deze verordening consequent wordt toegepast. Daartoe verricht het Europees Comité voor gegevensbescherming op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie de volgende activiteiten:

1. Het Europees Comité voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat deze verordening consequent wordt toegepast. Daartoe verricht het Europees Comité voor gegevensbescherming op eigen initiatief of op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie de volgende activiteiten:

(a) adviseren van de Commissie over aangelegenheden in verband met de bescherming van persoonsgegevens in de Unie, waaronder alle voorgestelde wijzigingen van deze verordening;

a) adviseren van de Europese instellingen over aangelegenheden in verband met de bescherming van persoonsgegevens in de Unie, waaronder alle voorgestelde wijzigingen van deze verordening;

(b) onderzoeken van, op eigen initiatief of op verzoek van één van zijn leden of op verzoek van de Commissie, van alle kwesties in verband met de toepassing van deze verordening en opstellen van richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken voor de toezichthoudende autoriteiten, teneinde te bevorderen dat deze verordening consequent wordt toegepast;

b) onderzoeken van, op eigen initiatief of op verzoek van één van zijn leden of op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie, van alle kwesties in verband met de toepassing van deze verordening en opstellen van richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken voor de toezichthoudende autoriteiten, waaronder over het gebruik van handhavingsbevoegdheden, teneinde te bevorderen dat deze verordening consequent wordt toegepast;

(c) evalueren van de praktische toepassing van de onder b) bedoelde richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken en hierover regelmatig verslag uitbrengen bij de Commissie;

c) evalueren van de praktische toepassing van de onder b) bedoelde richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken en hierover regelmatig verslag uitbrengen bij de Commissie;

(d) uitbrengen van adviezen over ontwerpbesluiten van de toezichthoudende autoriteiten in het kader van de in artikel 57 bedoelde conformiteitstoetsing;

d) uitbrengen van adviezen over ontwerpbesluiten van de toezichthoudende autoriteiten in het kader van de in artikel 57 bedoelde conformiteitstoetsing;

 

d bis) uitbrengen van adviezen over de autoriteit die de hoofdautoriteit zou moeten zijn overeenkomstig artikel 54 bis, lid 3;

(e) bevorderen van samenwerking en effectieve bilaterale en multilaterale uitwisseling van de informatie en praktijken tussen de toezichthoudende autoriteiten;

e) bevorderen van samenwerking en effectieve bilaterale en multilaterale uitwisseling van de informatie en praktijken tussen de toezichthoudende autoriteiten, met inbegrip van de coördinatie van gezamenlijke maatregelen en andere gezamenlijke activiteiten, wanneer deze daar op verzoek van één of meerdere toezichthoudende autoriteit toe besluit;

(f) bevorderen van gemeenschappelijke opleidingsprogramma’s en vergemakkelijken van uitwisselingen van personeelsleden tussen de toezichthoudende autoriteiten, alsook, in voorkomend geval, met de toezichthoudende autoriteiten van derde landen of van internationale organisaties;

f) bevorderen van gemeenschappelijke opleidingsprogramma’s en vergemakkelijken van uitwisselingen van personeelsleden tussen de toezichthoudende autoriteiten, alsook, in voorkomend geval, met de toezichthoudende autoriteiten van derde landen of van internationale organisaties;

(g) bevorderen van de uitwisseling van kennis en documentatie over de wetgeving en praktijken op het gebied van gegevensbescherming met de toezichthoudende autoriteiten op het gebied van gegevensbescherming wereldwijd.

g) bevorderen van de uitwisseling van kennis en documentatie over de wetgeving en praktijken op het gebied van gegevensbescherming met de toezichthoudende autoriteiten op het gebied van gegevensbescherming wereldwijd.

 

g bis) uitbrengen van adviezen aan de Commissie ten behoeve van de voorbereiding van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen op basis van deze verordening;

 

g ter) uitbrengen van advies over de op EU-niveau opgestelde gedragscodes overeenkomstig artikel 38, lid 4;

 

g quater) uitbrengen van advies over de criteria en vereisten voor de certificeringsmechanismen voor gegevensbescherming overeenkomstig artikel 39, lid 3;

 

g quinquies) bijhouden van een openbaar elektronisch register van geldige en ongeldige certificaten overeenkomstig artikel 39, lid 1 nonies;

 

g sexies) verlenen van bijstand aan nationale toezichthoudende autoriteiten, op hun verzoek;

 

g septies) vaststellen en openbaar maken van een lijst van verwerkingen waarvoor overeenkomstig artikel 34 voorafgaande raadpleging moet plaatsvinden;

 

g octies) bijhouden van een register van sancties die zijn opgelegd aan voor de verwerking verantwoordelijken of verwerkers door de bevoegde toezichthoudende autoriteiten.

2. Wanneer de Commissie het Europees Comité voor gegevensbescherming om advies vraagt, kan zij een termijn bepalen waarbinnen het gevraagde advies moet worden uitgebracht, met inachtneming van de spoedeisendheid van de aangelegenheid.

2. Wanneer het Europees Parlement, de Raad of de Commissie het Europees Comité voor gegevensbescherming om advies vraagt, kan dit/deze een termijn bepalen waarbinnen het gevraagde advies moet worden uitgebracht, met inachtneming van de spoedeisendheid van de aangelegenheid.

3. Het Europees Comité voor gegevensbescherming zendt zijn adviezen, richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken toe aan de Commissie en aan het in artikel 87 bedoelde comité en maakt deze bekend.

3. Het Europees Comité voor gegevensbescherming zendt zijn adviezen, richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie en aan het in artikel 87 bedoelde comité en maakt deze bekend.

4. De Commissie informeert het Europees Comité voor gegevensbescherming over de maatregelen die zij naar aanleiding van de adviezen, richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken van het Europees Comité voor gegevensbescherming heeft genomen.

4. De Commissie informeert het Europees Comité voor gegevensbescherming over de maatregelen die zij naar aanleiding van de adviezen, richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken van het Europees Comité voor gegevensbescherming heeft genomen.

 

4 bis. Het Europees Comité voor gegevensbescherming raadpleegt in voorkomend geval de belanghebbende partijen en biedt hun de gelegenheid om binnen een redelijk tijdsbestek commentaar te leveren. Onverlet artikel 72 maakt het Europees Comité voor gegevensbescherming de resultaten van de raadpleging openbaar.

 

4 ter. Het Europees Comité voor gegevensbescherming wordt belast met de taak richtsnoeren, aanbevelingen en optimale praktijken te verstrekken overeenkomstig lid 1, onder b), teneinde gemeenschappelijke procedures vast te stellen voor het ontvangen en onderzoeken van informatie betreffende aantijgingen van onrechtmatige verwerking en voor het beschermen van de vertrouwelijkheid en de bronnen van de ontvangen informatie.

Amendement  176

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Het Europees Comité voor gegevensbescherming informeert de Commissie regelmatig en tijdig over de resultaten van zijn activiteiten. Het stelt een jaarverslag op over de situatie in verband met de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in de Unie en in derde landen.

Het verslag omvat de in artikel 66, lid 1, onder c), bedoelde evaluatie van de richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken.

1. Het Europees Comité voor gegevensbescherming informeert het Europees Parlement, de Raad en de Commissie regelmatig en tijdig over de resultaten van zijn activiteiten. Het stelt ten minste eens per twee jaar een verslag op over de situatie in verband met de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in de Unie en in derde landen.

Het verslag omvat de in artikel 66, lid 1, onder c), bedoelde evaluatie van de richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken.

Amendement  177

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Het Europees Comité voor gegevensbescherming neemt besluiten met gewone meerderheid van zijn leden.

1. Het Europees Comité voor gegevensbescherming neemt besluiten met gewone meerderheid van zijn leden, tenzij anders bepaald in zijn reglement van orde.

Amendement  178

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Het Europees Comité voor gegevensbescherming kiest uit zijn leden een voorzitter en twee vicevoorzitters. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is een van de twee vicevoorzitters, tenzij hij tot voorzitter is gekozen.

1. Het Europees Comité voor gegevensbescherming kiest uit zijn leden een voorzitter en ten minste twee vicevoorzitters.

Amendement  179

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De functie van de voorzitter is een volledige betrekking.

Amendement  180

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Het secretariaat biedt het Europees Comité voor gegevensbescherming onder leiding van zijn voorzitter analytische, administratieve en logistieke ondersteuning.

2. Het secretariaat biedt het Europees Comité voor gegevensbescherming onder leiding van zijn voorzitter analytische, juridische, administratieve en logistieke ondersteuning.

Amendement  181

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De besprekingen van het Europees Comité voor gegevensbescherming zijn vertrouwelijk.

1. De besprekingen van het Europees Comité voor gegevensbescherming kunnen indien nodig vertrouwelijk zijn, tenzij het reglement anders bepaalt. De agenda van de vergadering van het Europees Comité voor gegevensbescherming wordt openbaar gemaakt.

Amendement  182

Voorstel voor een verordening

Artikel 73

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Recht een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit

Recht een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit

1. Onverminderd andere mogelijkheden van administratief beroep of beroep in rechte, heeft iedere betrokkene het recht een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit in een lidstaat, indien hij van mening is dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens niet aan deze verordening voldoet.

1. Onverminderd andere mogelijkheden van administratief beroep of beroep in rechte en de conformiteitstoetsing, heeft iedere betrokkene het recht een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit in een lidstaat, indien hij van mening is dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens niet aan deze verordening voldoet.

2. Alle organen, organisaties of verenigingen die de bescherming van de rechten en belangen van betrokkenen in verband met de bescherming van hun persoonsgegevens tot doel hebben en die op geldige wijze volgens het recht van een lidstaat zijn opgericht, hebben het recht een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit in een lidstaat namens een of meer betrokkenen, indien zij van mening zijn dat de rechten van betrokkenen uit hoofde van deze verordening geschonden zijn als gevolg van de verwerking van persoonsgegevens.

2. Alle organen, organisaties of verenigingen die in het openbaar belang handelen en die op geldige wijze volgens het recht van een lidstaat zijn opgericht, hebben het recht een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit in een lidstaat namens een of meer betrokkenen, indien zij van mening zijn dat de rechten van betrokkenen uit hoofde van deze verordening geschonden zijn als gevolg van de verwerking van persoonsgegevens.

3. Onafhankelijk van een klacht van een betrokkene, hebben alle in lid 2 bedoelde organen, organisaties of verenigingen het recht een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit in een lidstaat, indien zij van mening zijn dat er een inbreuk in verband met persoonsgegevens heeft plaatsgevonden.

3. Onafhankelijk van een klacht van een betrokkene, hebben alle in lid 2 bedoelde organen, organisaties of verenigingen het recht een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit in een lidstaat, indien zij van mening zijn dat er een inbreuk van deze verordening heeft plaatsgevonden.

Amendement  183

Voorstel voor een verordening

Artikel 74

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Recht een beroep in rechte in te stellen tegen een toezichthoudende autoriteit

Recht een beroep in rechte in te stellen tegen een toezichthoudende autoriteit

1. Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft het recht tegen hem betreffende besluiten van een toezichthoudende autoriteit een beroep in rechte in te stellen.

1. Onverminderd andere mogelijkheden van administratief of buitengerechtelijk beroep heeft iedere natuurlijke of rechtspersoon het recht tegen hem betreffende besluiten van een toezichthoudende autoriteit een beroep in rechte in te stellen.

2. Iedere betrokkene heeft het recht een beroep in rechte in te stellen teneinde de toezichthoudende autoriteit te verplichten aan een klacht gevolg te geven, wanneer er geen besluit is genomen dat nodig is voor de bescherming van zijn rechten of wanneer de toezichthoudende autoriteit hem niet overeenkomstig artikel 52, lid 1, onder b), binnen drie maanden van de vooruitgang of het resultaat van de klacht in kennis heeft gesteld.

2. Onverminderd andere mogelijkheden van administratief of buitengerechtelijk beroep heeft iedere betrokkene het recht een beroep in rechte in te stellen teneinde de toezichthoudende autoriteit te verplichten aan een klacht gevolg te geven, wanneer er geen besluit is genomen dat nodig is voor de bescherming van zijn rechten of wanneer de toezichthoudende autoriteit hem niet overeenkomstig artikel 52, lid 1, onder b), binnen drie maanden van de vooruitgang of het resultaat van de klacht in kennis heeft gesteld.

3. Een vordering tegen een toezichthoudende autoriteit wordt ingesteld bij de gerechtelijke instanties van de lidstaat waar de toezichthoudende autoriteit gevestigd is.

3. Een vordering tegen een toezichthoudende autoriteit wordt ingesteld bij de gerechtelijke instanties van de lidstaat waar de toezichthoudende autoriteit gevestigd is.

4. Een betrokkene waarop een besluit van een toezichthoudende autoriteit van een andere lidstaat dan die waar hij gewoonlijk verblijft, betrekking heeft, kan de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waar hij gewoonlijk verblijft vragen om namens hem in de andere lidstaat tegen de bevoegde toezichthoudende autoriteit een vordering in te stellen.

4. Onverminderd de conformiteitstoetsing kan een betrokkene waarop een besluit van een toezichthoudende autoriteit van een andere lidstaat dan die waar hij gewoonlijk verblijft, betrekking heeft, de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waar hij gewoonlijk verblijft vragen om namens hem in de andere lidstaat tegen de bevoegde toezichthoudende autoriteit een vordering in te stellen.

5. De lidstaten leggen de definitieve beslissingen van de gerechtelijke instanties in de zin van dit artikel ten uitvoer.

5. De lidstaten leggen de definitieve beslissingen van de gerechtelijke instanties in de zin van dit artikel ten uitvoer.

Amendement  184

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Een vordering tegen een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker wordt ingesteld bij de gerechtelijke instanties van de lidstaat waar de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker een vestiging heeft. Een dergelijke vordering kan ook worden ingesteld bij de gerechtelijke instanties van de lidstaat waar de betrokkene gewoonlijk verblijft, tenzij de voor de verwerking verantwoordelijke een autoriteit is die optreedt in de uitoefening van het overheidsgezag.

2. Een vordering tegen een voor de verwerking verantwoordelijke of een verwerker wordt ingesteld bij de gerechtelijke instanties van de lidstaat waar de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker een vestiging heeft. Een dergelijke vordering kan ook worden ingesteld bij de gerechtelijke instanties van de lidstaat waar de betrokkene gewoonlijk verblijft, tenzij de voor de verwerking verantwoordelijke een autoriteit is van de Unie of een lidstaat die optreedt in de uitoefening van het overheidsgezag.

Amendement  185

Voorstel voor een verordening

Artikel 76 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Alle in artikel 73, lid 2, bedoelde organen, organisaties of verenigingen hebben het recht de in de artikelen 74 en 75 bedoelde rechten namens één of meer betrokkenen uit te oefenen.

1. Alle in artikel 73, lid 2, bedoelde organen, organisaties of verenigingen hebben het recht de in de artikelen 74, 75 en 77 bedoelde rechten uit te oefenen indien zij hiertoe zijn gemachtigd door één of meer betrokkenen.

Amendement  186

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Iedere persoon die schade heeft geleden als gevolg van een onrechtmatige verwerking of een handeling die met deze verordening strijdig is, heeft het recht om van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker vergoeding te ontvangen.

1. Iedere persoon die schade - waaronder immateriële schade - heeft geleden als gevolg van een onrechtmatige verwerking of een handeling die met deze verordening strijdig is, heeft het recht om van de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker vergoeding te eisen.

Amendement  187

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Wanneer meer dan één voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker bij de verwerking betrokken is, zijn alle voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers hoofdelijk gehouden tot volledige vergoeding van de schade.

2. Wanneer meer dan één voor de verwerking verantwoordelijke of verwerker bij de verwerking betrokken is, zijn al deze voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers hoofdelijk gehouden tot volledige vergoeding van de schade, tenzij zij beschikken over een adequate schriftelijke overeenkomst waarin de verantwoordelijkheden zijn vastgelegd overeenkomstig artikel 24.

Amendement  188

Voorstel voor een verordening

Artikel 79

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Administratieve sancties

Administratieve sancties

1. Elke toezichthoudende autoriteit is bevoegd om overeenkomstig dit artikel administratieve sancties op te leggen.

1. Elke toezichthoudende autoriteit is bevoegd om overeenkomstig dit artikel administratieve sancties op te leggen. De toezichthoudende autoriteiten werken met elkaar samen in overeenstemming met de artikelen 46 en 57 om te zorgen voor een geharmoniseerd sanctieniveau in de Unie.

2. De administratieve sanctie is in elke zaak doeltreffend, evenredig en afschrikkend. Het bedrag van de administratieve geldboete wordt vastgesteld op grond van de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, het feit of de inbreuk opzettelijk of uit nalatigheid is gepleegd, de mate waarin de natuurlijke of de rechtspersoon aansprakelijk is en reeds vorige inbreuken heeft gepleegd, de technische en organisatorische maatregelen en procedures die overeenkomstig artikel 23 ten uitvoer zijn gelegd en de mate waarin er met de toezichthoudende autoriteit is samengewerkt om de inbreuk te verhelpen.

2. De administratieve sanctie is in elke zaak doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

 

2 bis. De toezichthoudende autoriteit legt eenieder die de verplichtingen krachtens deze verordening niet naleeft, ten minste een van de volgende sancties op:

 

a) een schriftelijke waarschuwing in het geval van een eerste en niet-opzettelijke niet-naleving;

 

b) regelmatige, periodieke gegevensbeschermingsaudits;

 

c) een boete tot 100 000 000 euro of tot 5 % van de jaarlijkse wereldwijde omzet in het geval van een onderneming, afhankelijk van welk bedrag hoger is.

 

2 ter. Indien de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker beschikt over een geldig "Europees gegevensbeschermingszegel" overeenkomstig artikel 39, wordt enkel een boete overeenkomstig lid 2 bis, onder c), opgelegd bij een inbreuk als gevolg van opzet of nalatigheid.

 

2 quater. Bij de administratieve sanctie wordt rekening gehouden met de volgende factoren:

 

a) de aard, de ernst en de duur van de niet-naleving,

 

b) het feit of de inbreuk opzettelijk of uit nalatigheid is gepleegd,

 

c) de mate waarin de natuurlijke of de rechtspersoon aansprakelijk is en eerdere inbreuken heeft gepleegd,

 

d) het herhaaldelijke karakter van de inbreuk,

 

e) de mate waarin er met de toezichthoudende autoriteit is samengewerkt om de inbreuk te verhelpen en de mogelijke negatieve gevolgen ervan te beperken,

 

f) de specifieke door de inbreuk getroffen categorieën persoonsgegevens,

 

g) de hoeveelheid door de betrokkenen geleden schade, waaronder immateriële schade,

 

h) de door de voor de verwerking verantwoordelijke of door de verwerker genomen maatregelen om de door de betrokkenen geleden schade te beperken,

 

i) alle nagestreefde of gerealiseerde financiële voordelen, of vermeden verliezen, die direct of indirect uit de inbreuk voortvloeien,

 

j) de technische en organisatorische maatregelen en procedures die ten uitvoer zijn gelegd overeenkomstig:

 

(i) Artikel 23 - Privacy by design en by default

 

(ii) Artikel 30 - Beveiliging van de verwerking

 

(iii) Artikel 33 - Privacyeffectbeoordeling

 

(iv) Artikel 33 bis - Beoordeling van de naleving van de gegevensbescherming

 

(v) Artikel 35 - Aanwijzing van de functionaris voor gegevensbescherming

 

k) de weigering tot samenwerking of tegenwerking bij inspecties, audits en controles van de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 53,

 

l) andere op de omstandigheden van de zaak toepasselijke verzwarende of verzachtende factoren.

3. Bij een eerste en niet-opzettelijke niet-naleving van deze verordening kan een schriftelijke waarschuwing worden gegeven zonder dat er een sanctie wordt opgelegd, wanneer:

 

(a) een natuurlijke persoon persoonsgegevens verwerkt zonder commerciële belangen;of

 

(b) een onderneming of organisatie met minder dan 250 werknemers persoonsgegevens slechts als nevenactiviteit verwerkt.

 

4. De toezichthoudende autoriteit legt een geldboete tot 250.000 euro op of, bij een onderneming, een geldboete van 0,5 % van haar jaarlijkse wereldwijde omzet, aan eenieder die opzettelijk of uit nalatigheid:

 

(a) niet voorziet in mechanismen voor de uitoefening van de rechten van betrokkenen of niet onmiddellijk of in de vereiste vorm betrokkenen antwoordt overeenkomstig artikel 12, leden 1 en 2;

 

(b) in strijd met artikel 12, lid 4, een vergoeding aanrekent voor informatie of voor het beantwoorden van verzoeken van betrokkenen.

 

5. De toezichthoudende autoriteit legt een geldboete tot 500 000 euro op of, bij een onderneming, een geldboete van 1 % van haar jaarlijkse wereldwijde omzet, aan eenieder die opzettelijk of uit nalatigheid:

 

(a) de betrokkene geen informatie verstrekt, of onvolledige informatie verstrekt, of de informatie niet op voldoende transparante wijze verstrekt overeenkomstig artikel 11, artikel 12, lid 3, en artikel 14;

 

(b) de betrokkene geen toegang verstrekt overeenkomstig artikel 15, persoonsgegevens niet rectificeert overeenkomstig artikel 16 of een ontvanger relevante informatie niet meedeelt overeenkomstig artikel 13;

 

(c) het recht om te worden vergeten of het recht op uitwissing van gegevens niet eerbiedigt, geen mechanismen invoert om ervoor te zorgen dat de termijnen worden nageleefd, of niet alle nodige maatregelen neemt om derde partijen in kennis te stellen van verzoeken van betrokkenen om koppelingen naar of kopieën of reproducties van persoonsgegevens uit te wissen overeenkomstig artikel 17;

 

(d) in strijd met artikel 18 geen elektronische kopie van persoonsgegevens verstrekt of de betrokkene verhindert om persoonsgegevens naar een andere toepassing over te dragen;

 

(e) niet of niet voldoende de respectieve verantwoordelijkheden van gemeenschappelijk voor de verwerking verantwoordelijken vaststelt overeenkomstig artikel 24;

 

(f) geen of niet voldoende documenten bewaart overeenkomstig artikel 28, artikel 31, lid 4, en artikel 44, lid 3;

 

(g) in gevallen waarin geen bijzondere categorieën gegevens worden verwerkt, de voorschriften in verband met de vrijheid van meningsuiting of de verwerking in het kader van de arbeidsverhouding, of de voorwaarden voor verwerking voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden niet naleeft overeenkomstig de artikelen 80, 82 en 93.

 

6. De toezichthoudende autoriteit legt een geldboete tot 1 000 000 euro op of, bij een onderneming, een geldboete van 2 % van haar jaarlijkse wereldwijde omzet, aan eenieder die opzettelijk of uit nalatigheid:

 

(a) persoonsgegevens verwerkt zonder of zonder toereikende rechtsgrondslag voor de verwerking of de voorwaarden voor toestemming niet naleeft overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8;

 

(b) in strijd met de artikelen 9 en 81 bijzondere categorieën gegevens verwerkt;

 

(c) geen gevolg geeft aan een bezwaar of een verplichting overeenkomstig artikel 19;

 

(d) de voorwaarden in verband met de maatregelen op basis van profilering niet naleeft overeenkomstig artikel 20;

 

(e) geen intern beleid vaststelt of geen passende maatregelen uitvoert om voor naleving te zorgen en die naleving te kunnen aantonen overeenkomstig de artikelen 22, 23 en 30;

 

(f) geen vertegenwoordiger aanwijst overeenkomstig artikel 25;

 

(g) persoonsgegevens verwerkt, of opdracht tot de verwerking van persoonsgegevens geeft, in strijd met de verplichtingen inzake verwerking namens een voor de verwerking verantwoordelijke overeenkomstig de artikelen 26 en 27;

 

(h) de toezichthoudende autoriteit of de betrokkene niet waarschuwt bij een inbreuk in verband met persoonsgegevens of die inbreuk niet tijdig of niet volledig meldt overeenkomstig de artikelen 31 en 32;

 

(i) geen privacyeffectbeoordeling verricht, of persoonsgegevens verwerkt zonder voorafgaande toestemming of voorafgaande raadpleging van de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig de artikelen 33 en 34;

 

(j) geen gegevensbeschermingsfunctionaris aanwijst of niet de voorwaarden in het leven roept voor de uitvoering van diens taken overeenkomstig de artikelen 35, 36 en 37;

 

(k) misbruik maakt van een gegevensbeschermingszegel of -merktekens in de zin van artikel 39;

 

(l) een gegevensdoorgifte naar een derde land of een internationale organisatie verricht, of opdracht daartoe geeft, die niet is toegestaan op basis van een besluit waarbij het beschermingsniveau passend wordt verklaard of passende garanties of een afwijking overeenkomstig de artikelen 40 tot en met 44;

 

(m) een bevel of een tijdelijk of definitief verwerkingsverbod of een opschorting van gegevensstromen door de toezichthoudende autoriteit niet naleeft overeenkomstig artikel 53, lid 1;

 

(n) de verplichtingen inzake het assisteren van, het geven van antwoord of het verstrekken van relevante informatie aan, of het verlenen van toegang aan de toezichthoudende autoriteit tot gebouwen en terreinen niet naleeft overeenkomstig artikel 28, lid 3, artikel 29, artikel 34, lid 6, en artikel 53, lid 2;

 

(o) de voorschriften inzake het bewaren van het beroepsgeheim niet naleeft overeenkomstig artikel 84.

 

7. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel