Procedure : 2014/2228(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0175/2015

Ingediende teksten :

A8-0175/2015

Debatten :

PV 07/07/2015 - 4
CRE 07/07/2015 - 4

Stemmingen :

PV 08/07/2015 - 4.1
CRE 08/07/2015 - 4.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0252

VERSLAG     
PDF 662kWORD 380k
1 juni 2015
PE 549.135v02-00 A8-0175/2015

met de aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Commissie betreffende de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Bernd Lange

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
 ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 ADVIES van de Commissie constitutionele zaken
 ADVIES van de Commissie verzoekschriften
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Commissie betreffende de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Het Europees Parlement,

–       gezien de richtsnoeren van de EU voor de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP) tussen de EU en de VS, die op 14 juni 2013(1) door de Raad zijn goedgekeurd en op 9 oktober 2014 door de Raad zijn gederubriceerd en openbaar gemaakt,

–       gezien de artikelen 168 tot en met 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en in het bijzonder het voorzorgsbeginsel zoals vastgesteld in artikel 191, lid 2,

–       gezien de gezamenlijke verklaring van de Topontmoeting EU-VS van 26 maart 2014(2),

–       gezien de gezamenlijke verklaring van commissaris Cecilia Malmström en de handelsvertegenwoordiger van de VS Michael Froman van 20 maart over het niet opnemen van overheidsdiensten in handelsovereenkomsten tussen de EU en de VS,

–       gezien de conclusie van de Raad over TTIP van 20 maart 2015,

–       gezien de conclusies van de Raad over TTIP van 21 november 2014(3),

–       gezien de gezamenlijke verklaring van 16 november 2014 van de Amerikaanse president Barack Obama, Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy, de Britse premier David Cameron, Bondskanselier Angela Merkel, de Franse president François Hollande, de Italiaanse premier Matteo Renzi en de Spaanse premier Mariano Rajoy, na hun ontmoeting in de marge van de G20-top in Brisbane, Australië(4),

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 26 en 27 juni 2014(5),

–       gezien de politieke beleidslijnen van voorzitter Juncker van 15 juli 2014 voor de volgende Europese Commissie getiteld "Een nieuwe start voor Europa: mijn agenda voor banen, groei, billijkheid en democratische verandering"(6),

–       gezien de mededeling van de Commissie aan het commissiecollege van 25 november 2015 over transparantie in de TTIP-onderhandelingen (C(2014)9052)(7) en de besluiten van de Commissie van 25 november 2014 over de publicatie van informatie over vergaderingen tussen leden van de Commissie en organisaties of zelfstandigen (C(2014)9051) en over de publicatie van informatie over vergaderingen tussen directeuren-generaal van de Commissie en organisaties of zelfstandigen (C(2014)9048), en gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-350/12 P, 2/13 (2), 1/09 (3)) inzake toegang tot documenten van de instellingen en het besluit van de Europese Ombudsman van 6 januari 2015 ter afsluiting van haar op eigen initiatief ingestelde onderzoek (OI/10/2014/RA) naar de behandeling van verzoeken om informatie door de Europese Commissie en de toegang tot documenten (transparantie),

–       gezien de gezamenlijke verklaring van de Energieraad EU-VS van 3 december 2014(8),

–       gezien de geïntegreerde EU-aanpak op het gebied van voedselveiligheid ("van boer tot bord"), ingevoerd in 2004(9),

–       gezien het verslag van de Commissie van 13 januari 2015 over de openbare raadpleging online over investeringsbescherming en de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS) in het TTIP (SWD(2015)0003),

–       gezien de tekstvoorstellen die de EU voor bespreking met de VS in de TTIP-onderhandelingsronden heeft ingediend, met name de voorstellen die gederubriceerd zijn en door de Commissie openbaar zijn gemaakt, o.a. de EU-documenten "TTIP regulatory issues - engineering industries"(10) (Regelgevingskwesties in TTIP - machinebouw)8, "Test–case on functional equivalence: proposed methodology for automotive regulatory equivalence (Proefmodel functionele equivalentie: voorstel voor een methodologie voor gelijkwaardigheid regelgeving automobielsector)"(11) , en "Trade and sustainable development chapter/labour and environment" (handel en duurzame ontwikkeling/arbeid en milieu): EU-document met beschrijving van centrale vraagstukken en bouwstenen voor bepalingen in het TTIP)(12), en de tekstvoorstellen over technische handelsbelemmeringen (TBT)(13), sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS)(14), facilitering van douane en handel(15), kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's)(16), mogelijke mededingingsbepalingen(17), mogelijke bepalingen over staatsondernemingen en ondernemingen met bijzondere of exclusieve rechten(18), mogelijke bepalingen over subsidies(19), geschillenbeslechting(20) en initiële bepalingen inzake samenwerking op regelgevingsgebied(21),

–       gezien het advies van het Comité van de Regio's over "Het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP)" (ECOS-V-063), dat is aangenomen tijdens de 110e zitting (11-13 februari 2015), en gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de "Trans-Atlantische handelsbetrekkingen en standpunten van het EESC over nauwere samenwerking en een mogelijk vrijhandelsakkoord tussen de EU en de VS",

–       gezien het definitieve opstartverslag van ECORYS voor de Commissie van 28 april 2014 getiteld "Duurzaamheidseffectbeoordeling van de handel ter ondersteuning van de onderhandelingen over een globale handels- en investeringsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika"(22),

–       gezien het verslag van de Commissie over handels- en investeringsbelemmeringen 2015(23),

–       gezien de gedetailleerde analyse van de effectbeoordeling van de Europese Commissie met betrekking tot het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap tussen de EU en de VS, die CEPC in april 2014 voor het Parlement heeft gepubliceerd,

–       gezien zijn eerdere resoluties, in het bijzonder die van 23 oktober 2012 over de economische en handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten(24), van 23 mei 2013 over de handels- en investeringsbesprekingen van de EU met de Verenigde Staten van Amerika(25), en van 15 januari 2015 over het jaarverslag over de activiteiten van de Ombudsman in 2013(26),

–       gezien artikel 108, lid 4, en artikel 52 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie internationale handel en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de Commissie cultuur en onderwijs, de Commissie juridische zaken, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, de Commissie constitutionele zaken en de Commissie verzoekschriften (A8-0175/2015),

A.     overwegende dat export via handel en groei via investeringen essentiële bevorderende factoren voor werkgelegenheid en economische groei zijn, waarvoor geen overheidsinvesteringen nodig zijn;

B.     overwegende dat het bbp van de EU sterk afhankelijk is van handel en export en wel vaart bij regelgebaseerd handels- en investeringsverkeer, en dat een ambitieuze en evenwichtige overeenkomst met de VS de herindustrialisering van Europa moet ondersteunen en moet bijdragen tot realisering van de voor 2020 ten doel gestelde verhoging van het door de industrie gegenereerde bbp van de EU van 15% naar 20%, dankzij versterking van de trans-Atlantische handel in zowel goederen als diensten; overwegende dat dergelijke overeenkomst met name kansen kan creëren voor kmo's, micro-ondernemingen (volgens de definitie in Aanbeveling van de Commissie 2003/361/EG), clusters en netwerken van ondernemingen, die onevenredig meer nadelen ondervinden van non-tarifaire handelsbelemmeringen dan grotere bedrijven, aangezien deze laatste schaalvoordelen hebben waardoor ze gemakkelijk toegang hebben tot markten aan weerszijden van de Atlantische Oceaan; overwegende dat een overeenkomst tussen de twee grootste economische blokken ter wereld potentieel biedt voor de vaststelling van standaarden, normen en voorschriften die wereldwijd ingang vinden, hetgeen ook voor derde landen van voordeel zou zijn en een verdere fragmentatie van de wereldhandel zou voorkomen; overwegende dat het niet bereiken van een overeenkomst andere derde landen met andere normen en waarden de gelegenheid zal geven om deze rol op zich te nemen;

C.     overwegende dat negen lidstaten van de Europese Unie al een bilaterale overeenkomst met de VS hebben getekend en dat het TTIP kan uitgaan van de goede praktijken en beter kan inspelen op de door deze lidstaten ondervonden hindernissen;

D.     overwegende dat de recente crises langs de grenzen van de EU en de ontwikkelingen wereldwijd aantonen dat het noodzakelijk is om te investeren in mondiale governance en een op regels en waarden gebaseerd systeem;

E.     overwegende dat het gezien de toenemende verwevenheid van de wereldmarkten - tot wel 40 % van de Europese industrieproducten wordt vervaardigd op basis van ingevoerde basisproducten - van cruciaal belang is dat beleidsmakers de interactie tussen deze markten vormgeven en bevorderen; overwegende dat de industriële productie steeds meer zal plaatsvinden binnen wereldwijde waardeketens en dat behoorlijke handelsregels en opheffing van onnodige belemmeringen essentieel zijn voor het scheppen van toegevoegde waarde, met behoud en verdere uitbouw van een sterke, concurrerende en gediversifieerde industriële basis in Europa;

F.     overwegende dat de pogingen van de EU om de problemen in verband met de klimaatverandering, milieubescherming en consumentenveiligheid aan te pakken hebben geleid tot hoge administratieve kosten voor bedrijven in de EU, gevoegd bij de hoge prijzen voor grondstoffen en elektriciteit, die - indien zij niet als onderdeel van het TTIP worden behandeld - de productieverplaatsing, de deïndustrialisering en het verlies van werkgelegenheid kunnen versnellen en daarmee de doelstellingen van de EU op het gebied van de reïndustrialisering en werkgelegenheid in gevaar brengen, en de doodsteek zullen betekenen voor uitgerekend de beleidsdoelstellingen van de EU-regelgeving;

G.     overwegende dat een hecht doortimmerde handelsovereenkomst ertoe zou kunnen bijdragen optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden die worden geboden door globalisering; overwegende dat een sterke en ambitieuze handelsovereenkomst niet alleen gericht mag zijn op de verlaging van tarieven en non-tarifaire handelsbelemmeringen, maar ook een instrument moet zijn voor de bescherming van werknemers, consumenten en het milieu; overwegende dat een sterke en ambitieuze handelsovereenkomst een kans biedt om een kader tot stand te brengen door de regelgeving op het hoogste niveau te versterken, overeenkomstig onze gedeelde waarden, teneinde sociale en milieudumping te voorkomen en hoogwaardige consumentenbescherming te waarborgen, gelet op de gemeenschappelijke doelstelling te zorgen voor vrije en open concurrentie onder gelijke voorwaarden;

H.     overwegende dat gemeenschappelijke strenge normen in het belang van de consument zijn, maar dat convergentie ook voor ondernemingen zinvol is, omdat de hogere kosten als gevolg van strengere normen beter kunnen worden gecompenseerd door grotere schaalvoordelen op een potentiële markt met 850 miljoen consumenten;

I.      overwegende dat eerdere handelsovereenkomsten weliswaar aantoonbaar grote voordelen hebben opgeleverd voor de Europese economie, maar dat het werkelijke effect van het TTIP op de economieën van de EU en de VS moeilijk te beoordelen en te voorspellen is zolang de onderhandeling nog niet zijn voltooid en de resultaten van studies elkaar tegenspreken; overwegende dat het TTIP alleen de aanhoudende structurele economische problemen en de hieraan ten grondslag liggende oorzaken in de EU niet zal oplossen, maar dient te worden gezien als een onderdeel van een bredere Europese strategie voor het scheppen van werkgelegenheid en groei, en overwegende dat de verwachtingen ten aanzien van het TTIP in verhouding dienen te staan tot het ambitieniveau tijdens de onderhandelingen;

J.      overwegende dat de gevolgen van het Russische embargo het blijvende geopolitieke belang van de landbouw duidelijk hebben aangetoond, evenals het belang van toegang tot een hele reeks verschillende landbouwmarkten en de behoefte aan sterke, strategische handelspartnerschappen met betrouwbare handelspartners;

K      overwegende dat het voor de Europese landbouw belangrijk is om met de VS een tot wederzijds voordeel strekkende handelsovereenkomst te sluiten opdat Europa haar positie als belangrijke speler op de wereldmarkt kan verbeteren, zonder dat de huidige kwaliteitsnormen van de Europese landbouwproducten en de toekomstige verbetering van deze normen in gevaar worden gebracht, terwijl het Europees landbouwmodel wordt gehandhaafd en de economische en sociale levensvatbaarheid van de Europese landbouw wordt gewaarborgd;

L.     overwegende dat handel en investeringen op zich geen doelstellingen zijn en dat het welzijn van de gewone burger, werknemer en consument, alsook ruimere kansen voor bedrijven als aanjager van groei en werkgelegenheid, de maatstaf zijn waaraan een handelsovereenkomst moet worden getoetst; overwegende dat het TTIP moet worden beschouwd als model voor een goede handelsovereenkomst die aan deze vereisten voldoet teneinde als voorbeeld te dienen voor onze toekomstige onderhandelingen met andere partnerlanden;

M.    overwegende dat enige mate van vertrouwelijkheid nodig is bij onderhandelingen om een kwalitatief hoogstaand resultaat te kunnen bereiken, en dat de geringe transparantie van de onderhandelingen die in het verleden zijn gevoerd tot een tekort aan democratische controle op het onderhandelingsproces heeft geleid;

N.     overwegende dat voorzitter Juncker in zijn politieke beleidslijnen duidelijk heeft herhaald dat hij een evenwichtige en redelijke handelsovereenkomst met de Verenigde Staten wil en dat de EU en de VS wel een forse stap verder kunnen gaan bij de erkenning van elkaars productnormen en het streven naar trans-Atlantische normen, maar dat de EU haar sociale, (voedsel)veiligheids-, gezondheids-, diergezondheids-, sociale, milieu- en gegevensbeschermingsnormen en onze culturele verscheidenheid niet zal opofferen; overwegende dat hij erop wees dat over de veiligheid van het voedsel dat we eten, de bescherming van de persoonsgegevens van Europeanen en de diensten van openbaar belang niet kan worden onderhandeld, behalve met als doel een hoger niveau van bescherming te bereiken;

O.     overwegende dat het zaak is te zorgen voor een bevredigende afronding van de onderhandelingen over veilige haven ("Safe Harbor") en de raamovereenkomst betreffende gegevensbescherming;

P.     overwegende dat voorzitter Juncker in zijn politieke beleidslijnen ook duidelijk heeft verklaard niet te zullen aanvaarden dat de jurisdictie van rechtbanken in de lidstaten wordt ingeperkt door speciale regelingen voor geschillen over investeringen; overwegende dat, nu de resultaten van de openbare raadpleging over investeringsbescherming en ISDS in het TTIP beschikbaar zijn, binnen en tussen de drie Europese instellingen, met deelname van het maatschappelijk middenveld en ondernemingen, een proces van reflectie waarin rekening wordt gehouden met de bijdragen aan de gang is over de vraag hoe investeringsbescherming en gelijke behandeling van investeerders het best kunnen worden gerealiseerd, waarbij de staten het recht behouden een en ander te reguleren;

Q.     overwegende dat het Parlement volledig achter het besluit van de Raad staat om de onderhandelingsrichtsnoeren te derubriceren, alsook achter het transparantie-initiatief van de Commissie; overwegende dat het geanimeerde publieke debat over het TTIP in heel Europa heeft aangetoond dat het nodig is de onderhandelingen over het TTIP op transparantere en inclusievere wijze te voeren, rekening houdend met de zorgen van de Europese burgers, en dat de resultaten van de onderhandelingen moeten worden meegedeeld aan het publiek;

R.     overwegende dat het overleg tussen de VS en de EU sinds juli 2013 gaande is, maar dat er tot dusverre geen overeenstemming is over een gemeenschappelijke tekst;

S.     overwegende dat het TTIP naar verwachting een gemengde overeenkomst zal zijn, die door het Europees Parlement en alle 28 EU-lidstaten moet worden geratificeerd;

1.      beveelt de Commissie, in de context van de lopende TTIP-onderhandelingen, het volgende aan:

(a)    met betrekking tot het toepassingsgebied en de bredere context:

(i)          ervoor te zorgen dat de transparante TTIP-onderhandelingen leiden tot een ambitieuze, alomvattende, evenwichtige en hoogwaardige handels- en investeringsovereenkomst die duurzame groei bevordert met gedeelde voordelen in alle EU-lidstaten en met wederzijdse en wederkerige voordelen voor beide partners, het internationale concurrentievermogen vergroot en nieuwe kansen biedt aan bedrijven in de EU, met name kmo's, het scheppen van hoogwaardige werkgelegenheid voor Europese burgers ondersteunt, en rechtstreekse voordelen oplevert voor de Europese consument; de inhoud en de uitvoering van de overeenkomst zijn belangrijker dan de snelheid van de onderhandelingen; te benadrukken dat het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP) het belangrijkste recente project tussen de EU en de VS is, en dat het, naast de handelsaspecten, het trans-Atlantisch partnerschap als geheel zou moeten versterken; te beklemtonen dat een succesvolle afronding ervan van groot geopolitiek belang is ;

(ii)          te benadrukken dat de TTIP-onderhandelingen betrekking hebben op drie hoofdterreinen - een ambitieuze verbetering van de markttoegang (voor goederen, diensten, investeringen en overheidsopdrachten op alle bestuursniveaus), het terugdringen van non-tarifaire handelsbelemmeringen en compatibeler maken van de regelgevingsstelsels, en de ontwikkeling van gemeenschappelijke regels voor de omgang met gezamenlijke mondiale handelsproblemen en -kansen - en dat al deze terreinen even belangrijk zijn en een plaats moeten krijgen in een globaal pakket; het TTIP moet ambitieus zijn en moet aan beide zijden van de Atlantische Oceaan bindend zijn op alle overheidsniveaus, de overeenkomst moet ertoe leiden dat de markten daadwerkelijk, duurzaam en op basis van wederkerigheid worden opengesteld en dat de handel in de praktijk wordt vergemakkelijkt, en er dient bijzondere aandacht uit te gaan naar structurele maatregelen om een grotere trans-Atlantische samenwerking te bewerkstelligen, met instandhouding van regelgevingsnormen en consumentenbescherming en onder voorkoming van sociale, fiscale en ecologische dumping;

(iii)         het strategische belang van de economische relatie EU-VS in het algemeen en van het TTIP in het bijzonder voor ogen te houden, o.a. als kans om de door de EU en de VS gedeelde en gekoesterde beginselen en waarden, verankerd in een op regels gebaseerd kader, te bevorderen en tegelijk een gemeenschappelijke benadering en visie uit te stippelen met het oog op mondiale handels- en investeringsvraagstukken en met de handel samenhangende kwesties, zoals strenge standaarden, normen en regelgeving, teneinde een bredere trans-Atlantische visie en gezamenlijke strategische doelstellingen te ontwikkelen; zich voor ogen te houden dat het TTIP, gezien de omvang van de trans-Atlantische markt, een kans biedt om de internationale handelsorde vorm te geven en te reguleren teneinde beide blokken in een verbonden wereld te laten gedijen;

(iv)         er op toe te zien, vooral gezien de recente positieve ontwikkelingen in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), dat een overeenkomst met de VS als opstap naar breder handelsoverleg fungeert en het WTO-proces niet doorkruist of tegengaat; bilaterale en plurilaterale overeenkomsten moeten algemeen genomen worden beschouwd als de op één na beste optie en mogen inspanningen met het oog op aanzienlijke verbeteringen op multilateraal niveau niet in de weg staan; het TTIP moet zorgen voor synergieën met andere handelsovereenkomsten waarover momenteel wordt onderhandeld;

(v)         zich voor ogen te houden dat de handelspolitiek van de EU volgens het VWEU een wezenlijk onderdeel uitmaakt van het algemene externe optreden van de Unie en bijgevolg de implicaties van de definitieve overeenkomst te evalueren, rekening houdend met kansen, zoals eenvoudigere markttoegang dankzij gemeenschappelijke trans-Atlantische normen, en risico's, zoals afsnijding van het handelsverkeer met ontwikkelingslanden door uitholling van de tariefpreferenties;

(vi)         ervoor te zorgen dat de overeenkomst de garantie biedt dat de EU-normen inzake grondrechten ten volle geëerbiedigd worden door middel van de opname van een juridisch bindende en opschortende mensenrechtenclausule, die standaard moet worden opgenomen in EU-handelsovereenkomsten met derde landen;

(b)    met betrekking tot markttoegang:

(i)          ervoor te zorgen dat de geboden markttoegang op de verschillende gebieden wederkerig en even ambitieus is en aan de verwachtingen van beide partijen beantwoordt, en dat er een evenwicht bestaat tussen de verschillende voorstellen voor deze gebieden;

(ii)          te mikken op afschaffing van alle tarieven, maar er daarbij rekening mee te houden dat er een aantal gevoelige agrarische en industriële producten aan beide zijden zijn waarvoor tijdens het onderhandelingsproces volledige lijsten overeengekomen dienen te worden; in aanmerking nemende dat hierbij het best aan CETA kan worden gerefereerd, om voor de meest gevoelige producten geschikte overgangstermijnen en quota's, en in enkele gevallen een uitsluiting te regelen;

(iii)         alles in het werk te stellen om een vrijwaringsclausule in de overeenkomst te zien opgenomen, zoals duidelijk in het onderhandelingsmandaat gestipuleerd, die kan worden ingeroepen als de binnenlandse voedselproductie ernstige schade dreigt te lijden door de toegenomen invoer van een bepaald product;

(iv)         zich voor ogen houden dat de EU het grootste handelsblok ter wereld is, en er daarom belangrijke strategische belangen voor de EU zijn gemoeid met de zeer gespecialiseerde dienstensector, bijvoorbeeld op het gebied van machinebouw en andere professionele diensten, telecommunicatie, financiële diensten en vervoer;

(v)         de markttoegang voor diensten uit te breiden volgens de aanpak van een "hybride lijst", waarbij voor markttoegang een "positieve lijst" geldt waarop de diensten die voor buitenlandse bedrijven worden opengesteld uitdrukkelijk worden vermeld en nieuwe diensten worden uitgesloten, met garantie dat eventuele standstill- en aanpassingsclausules alleen gelden voor non-discriminatiebepalingen en voldoende flexibiliteit bieden om diensten van algemeen economisch belang weer onder overheidscontrole te brengen alsook om rekening te houden met de opkomst van nieuwe en innovatieve diensten; voor nationale behandeling wordt daarentegen de aanpak van een "negatieve lijst" gevolgd;

(vi)         tijdens de onderhandelingen moet terdege aandacht besteed worden aan de huidige Amerikaanse beperkingen op de door Europese bedrijven aangeboden zee- en luchtvervoersdiensten, die worden veroorzaakt door Amerikaanse wetgeving zoals de Jones Act, de Foreign Dredging Act, de Federal Aviation Act en de US Air Cabotage Law, en in verband met kapitaalbeperkingen ten aanzien van buitenlandse zeggenschap over luchtvaartmaatschappijen, welke beperkingen een ernstige belemmering vormen voor de markttoegang van bedrijven uit de EU en voor innovatie in de VS zelf, en dus moeten worden weggenomen;

(vii)        voort te bouwen op de gezamenlijke verklaring waarin de onderhandelaars duidelijk toezeggen de huidige en toekomstige diensten van algemeen belang alsook van algemeen economisch belang uit te sluiten van de werkingssfeer van het TTIP (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, watervoorziening, gezondheidszorg, sociale diensten, socialezekerheidsstelsels en onderwijs), om ervoor te zorgen dat de nationale en eventueel lokale overheden hun volledige recht behouden om iedere maatregel betreffende het opdragen, organiseren, financieren en aanbieden van openbare diensten, zoals bepaald in de Verdragen en in het onderhandelingsmandaat van de EU, in te voeren, goed te keuren, te behouden of in te trekken; deze uitsluiting moet van toepassing zijn ongeacht de vraag hoe deze diensten worden verleend en hoe zij worden gefinancierd;

(viii)       intensief te streven naar de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties, met name door het creëren van een rechtskader met deelstaten die op dit gebied regelgevingsbevoegdheden hebben, om mogelijk te maken dat vakmensen uit de EU en de VS aan beide zijden van de Atlantische Oceaan hun beroep kunnen uitoefenen en dat mobiliteit tussen de EU en de VS wordt bevorderd onder investeerders, vakmensen, hooggeschoolde werknemers en technici in de onder het TTIP vallende sectoren;

(ix)         zich voor ogen te houden dat visumfacilitering voor Europese aanbieders van goederen en diensten behoort tot de belangrijkste onderdelen waarmee optimaal voordeel uit de overeenkomst kan worden gehaald en waarmee in de onderhandelingen druk op de VS kan worden uitgeoefend om volledige visumwederkerigheid voor alle burgers van de EU-lidstaten te bereiken, zonder discriminatie wat betreft hun toegang tot de VS;

(x)         de onderhandelingen over markttoegang voor financiële diensten te combineren met overleg over de convergentie van financiële regelgeving op het hoogste niveau, ter ondersteuning van de invoering en verenigbaarheid van de nodige regelgeving ter versterking van de financiële stabiliteit, ten behoeve van een adequate bescherming van consumenten van financiële producten en diensten en ter ondersteuning van het streven naar samenwerking in andere internationale fora, zoals het Bazelcomité voor bankentoezicht en de Raad voor financiële stabiliteit; te waarborgen dat deze inspanningen tot samenwerking niet leiden tot inperking van de soevereiniteit van de EU en haar lidstaten om regelgeving op te stellen en toezicht uit te oefenen, met inbegrip van hun vermogen om bepaalde activiteiten en financiële producten te verbieden;

(xi)         versterkte samenwerking tot stand te brengen tussen de EU, de lidstaten en de VS, met inbegrip van mechanismen voor doeltreffender internationale samenwerking, met als doel strengere mondiale normen tegen financiële en fiscale criminaliteit en corruptie vast te stellen;

(xii)        te waarborgen dat het acquis van de EU inzake gegevensbescherming niet wordt aangetast door de liberalisering van gegevensstromen, met name op het gebied van e-handel en financiële diensten, maar daarbij te erkennen dat gegevensstromen de hoeksteen vormen van de trans-Atlantische handel en de digitale economie; een omvattende en ondubbelzinnige horizontale autonome bepaling op te nemen als belangrijk punt, op basis van artikel XIV van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS), waarmee de EU-regels inzake de bescherming van persoonsgegevens volledig onverlet worden gelaten door de overeenkomst, zonder voorwaarde dat deze clausule consistent moet zijn met andere delen van het TTIP; enkel te onderhandelen over bepalingen die te maken hebben met het verkeer van persoonsgegevens indien de volledige toepassing van de regels inzake gegevensbescherming aan beide zijden van de Atlantische Oceaan gewaarborgd en geëerbiedigd is; samen te werken met de Verenigde Staten om derde landen aan te moedigen vergelijkbare hoge gegevensbeschermingsnormen aan te nemen in de hele wereld;

(xiii)       in gedachten te houden dat de instemming van het Europees Parlement met de definitieve TTIP-overeenkomst op de helling kan komen te staan indien de alomvattende, massale observatieactiviteiten in de VS niet volledig worden gestaakt en er geen passende oplossing wordt gevonden voor de rechten van EU-burgers inzake gegevensbescherming, met inbegrip van administratieve en gerechtelijke rechtsmiddelen, zoals gesteld in paragraaf 74 van de resolutie van het Parlement van 12 maart 2014;

(xiv)       erop toe te zien dat het vertrouwen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten dat is geschaad ten gevolge van massale afluisterschandalen snel en volledig wordt hersteld;   

(xv)        een ambitieus hoofdstuk over mededinging op te nemen waarin wordt gewaarborgd dat het Europese mededingingsrecht behoorlijk wordt nageleefd, in het bijzonder in de digitale wereld; te waarborgen dat particuliere bedrijven op eerlijke voet kunnen concurreren met staatsondernemingen en ondernemingen die onder zeggenschap van de staat staan; te waarborgen dat overheidssubsidies aan particuliere bedrijven gereguleerd worden en worden onderworpen aan een transparant controlestelsel;

(xvi)        op te roepen tot open mededinging in en ontwikkeling van de digitale economie, die van nature mondiaal is maar haar belangrijkste bases in de EU en de VS heeft; te onderstrepen dat de digitale economie een centrale plaats moet innemen op de trans-Atlantische markt, met een hefboomeffect in de wereldeconomie en bij de verdere openbreking van de wereldmarkten;

(xvii)      zich voor wat betreft diensten op gebied van informatiemaatschappij en telecommunicatie voor ogen te houden dat het bijzonder belangrijk is dat het TTIP een gelijk speelveld verzekert waarbij dienstverlenende bedrijven in de EU op basis van het wederkerigheidsbeginsel gelijke en transparante toegang tot de Amerikaanse markt hebben en waarbij Amerikaanse dienstverleners die diensten verlenen in Europa of aan Europese klanten, verplicht zijn om alle toepasselijke sector- en productgebonden veiligheidsnormen alsook de consumentenrechten te eerbiedigen;

(xviii)     in volledige overeenstemming met het UNESCO-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen in de overeenkomst te waarborgen dat de partijen het recht behouden om maatregelen (met name van regelgevende en/of financiële aard) te nemen of te handhaven met betrekking tot de bescherming of bevordering van culturele en taalkundige verscheidenheid, in overeenstemming met de relevante artikelen van het VWEU, alsook van de persvrijheid en de mediapluriformiteit, ongeacht de gebruikte technologie of het gebruikte distributieplatform, en rekening te houden met het feit dat de audiovisuele sector uitdrukkelijk buiten het door de lidstaten aan de Europese Commissie verleende mandaat valt;

(xix)       te specificeren dat niets in de overeenkomst de mogelijkheid van de EU of de EU-lidstaten aantast om subsidies te verstrekken en financiële steun te bieden aan de culturele sector en culturele, onderwijs-, audiovisuele en persdiensten;

(xx)        te bevestigen dat het systeem voor vaste boekenprijzen en het bepalen van vaste prijzen voor kranten en tijdschriften niet in het gedrang komen door de verplichtingen uit hoofde van de TTIP-overeenkomst;

(xxi)       gelet op het enorme belang dat Europese bedrijven, in het bijzonder kmo's, erbij hebben om zonder discriminatie toegang te krijgen tot overheidsopdrachten in de VS, zowel op federaal als op subfederaal niveau, bijvoorbeeld voor bouwdiensten, civiele techniek, vervoers- en energie-infrastructuur en goederen en diensten, het hoofdstuk over overheidsopdrachten op ambitieuze wijze aan te pakken, ervoor zorgend dat het hoofdstuk strookt met de nieuwe aanbestedings- en concessierichtlijnen van de EU, om in overeenstemming met het wederkerigheidsbeginsel de grote verschillen weg te nemen die thans bestaan met betrekking tot de mate waarin de twee markten voor overheidsopdrachten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan zijn opengesteld, door de VS-markt (die nog steeds wordt gereguleerd door de Buy American Act van 1933) aanzienlijk meer open te stellen op zowel federaal als subfederaal niveau op basis van de verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA) en door de opheffing van de beperkingen die thans op federaal niveau en op dat van de deelstaten alsook op regeringsniveau bestaan in de Verenigde Staten; mechanismen in te voeren om te waarborgen dat de door de federale autoriteiten van de VS aangegane verplichtingen op alle politieke en bestuurlijke niveaus worden nagekomen;

(xxii)      ervoor te zorgen dat de VS de heersende aanbestedingsprocedure op hun grondgebied transparanter maken, met als doel open, niet-discriminerende en voorspelbare procedurele voorwaarden te creëren die een gelijke toegang verzekeren voor ondernemingen uit de EU en de VS, en met name voor kmo's, die inschrijven op overheidsaanbestedingen;

(xxiii)     de samenwerking tussen de EU en de VS op internationaal niveau te bevorderen ten behoeve van gemeenschappelijke duurzaamheidsnormen voor overheidsopdrachten op alle federale en subfederale administratieve niveaus, o.a. bij de uitvoering van de onlangs herziene Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, en zich te beijveren voor invoering en inachtneming van regels voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, aan de hand van de richtsnoeren voor multinationale ondernemingen van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO);

(xxiv)     ervoor te zorgen dat de Amerikaanse staten bij het onderhandelingsproces worden betrokken om bij de openstelling van aanbestedingen van Amerikaanse overheden voor EU-bedrijven tot betekenisvolle resultaten te komen;

(xxv)      zich wat openbare aanbestedingen betreft, bewust te blijven van de gevoelige aard van de beleidsterreinen defensie en veiligheid, en om de doelstellingen die tijdens de Raad Defensie van 2013 door de staatshoofden en regeringen werden vastgesteld in ogenschouw te nemen om de totstandbrenging van een Europese veiligheids- en defensiemarkt en een Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) te bevorderen;

(xxvi)     ervoor te zorgen dat de onderhandelingen over oorsprongsregels erop gericht zijn de benaderingen van de EU en de VS met elkaar te verenigen en doeltreffende oorsprongsregels op te stellen, en tegelijkertijd te vermijden dat de oorsprongsregels worden ondermijnd door andere overeenkomsten, de onderhandelingen aan te grijpen als gelegenheid om gemeenschappelijke normen tot stand te brengen met betrekking tot verplichte oorsprongsaanduidingen op producten; gezien de afsluiting van de onderhandelingen over de brede economische en handelsovereenkomst tussen de EU en Canada (CETA) en de mogelijke opwaardering van de vrijhandelsovereenkomst EU-Mexico, moet worden gekeken naar de mogelijkheid en reikwijdte van cumulatie; daarbij echter rekening te houden met het doel van het TTIP, namelijk de handel in producten die werkelijk in de VS en de EU worden gevaardigd, te vergemakkelijken en de invoer uit derde landen te weren; uitzonderingen voor bepaalde producten per geval te beoordelen, waarbij gevoelige sectoren moeten worden gevrijwaard voor elke vorm van cumulatie

(xxvii)    ervoor te zorgen dat het TTIP een open overeenkomst is en te bekijken hoe gewaardeerde partners die op grond van overeenkomsten over een douane-unie met de EU of de VS belang hebben bij de onderhandelingen over het TTIP, op actievere wijze kunnen worden geïnformeerd over de ontwikkelingen;

(c)    met betrekking tot samenwerking op regelgevingsgebied en het coherentieaspect en niet-tarifaire handelsbelemmeringen:

(i)          ervoor te zorgen dat via het hoofdstuk inzake samenwerking op regelgevingsgebied transparante, effectieve en concurrentiebevorderende economische randvoorwaarden worden gestimuleerd door de identificatie en preventie van mogelijke toekomstige niet-tarifaire handelsbelemmeringen, waardoor kmo's onevenredig zwaar worden getroffen, door handel en investeringen te vergemakkelijken en door tegelijk te verzekeren, overeenkomstig het in artikel 191 VWEU erkende voorzorgsbeginsel, dat de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid, consumenten, arbeid, milieu en dierenwelzijn het hoogste beschermingsniveau biedt en dat de in de EU bestaande culturele verscheidenheid behouden blijft; de instelling van een verplichte structurele dialoog en samenwerking tussen de regelgevers te steunen op de meest transparante manier en met de betrokkenheid van belanghebbenden, waarbij de autonomie op regelgevingsgebied volledig wordt gerespecteerd; transversale disciplines op te nemen over coherentie en transparantie van regelgeving ten behoeve van de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van efficiënte, kosteneffectieve en meer compatibele regels voor goederen en diensten; de onderhandelaars van beide partijen moeten, uitgaande van de ervaring die is opgedaan tijdens het jarenlange overleg via verschillende fora, zoals de trans-Atlantische Economische Raad en het forum op hoog niveau over samenwerking, in alle duidelijkheid vaststellen welke technische procedures en normen fundamenteel zijn en niet voor compromissen vatbaar zijn, voor welke een gemeenschappelijke benadering kan worden gevonden, en op welke gebieden wederzijdse erkenning op basis van gemeenschappelijke strenge normen en een sterk stelsel voor markttoezicht wenselijk is dan wel met een verbeterde informatie-uitwisseling kan worden volstaan, en er tevens voor zorgen dat overeenkomsten niet van invloed zijn op normen die moeten worden vastgesteld op gebieden waarop de wetgeving of de normen zeer verschillend zijn in de VS en de EU, zoals bijvoorbeeld de tenuitvoerlegging van bestaande (kader)wetgeving (bijv. REACH), of de aanneming van nieuwe wetten (bijv. betreffende klonen), of toekomstige definities van invloed op het beschermingsniveau (bijv. betreffende hormoonontregelende stoffen); ervoor te zorgen dat eventuele TIPP-bepalingen inzake samenwerking op regelgevingsgebied niet als procedureel vereiste de uitvaardiging van desbetreffende EU-rechtshandelingen verlangen en geen afdwingbare rechten ter zake in het leven roepen;

(ii)          bij de onderhandelingen over sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SFS) en maatregelen tegen technische handelsbelemmeringen (THB) uit te gaan van de centrale beginselen van de multilaterale overeenkomsten ter zake en de Europese sanitaire en fytosanitaire normen en procedures te beschermen; zich in de eerste plaats te richten op de eliminatie of aanzienlijke terugdringing van buitensporig belastende SFS-maatregelen met inbegrip van verwante invoerprocedures; in het bijzonder ervoor te zorgen dat goedkeuringen vooraf, verplichte protocollen of inspecties voor de inklaring niet als permanente invoermaatregel worden toegepast; meer transparantie en openheid te bereiken, wederzijdse erkenning van equivalente normen, de uitwisseling van beproefde methoden, een intensievere dialoog tussen de regelgevers en belanghebbenden en het versterken van de samenwerking in de internationale normalisatie-instellingen; in de onderhandelingen over SFS- en THB-maatregelen te verzekeren dat de strenge normen die in de EU zijn ingesteld ter waarborging van de voedselveiligheid, het leven en de gezondheid van mens, dier en plant op geen enkele manier worden afgezwakt;

(iii)         de VS ertoe te bewegen het importverbod op rundvlees uit de EU op te heffen;

(iv)         met betrekking tot het hoofdstuk inzake samenwerking op het gebied van horizontale regelgeving, prioriteit toe te kennen aan de versterking van de bilaterale samenwerking tussen reguleringsinstanties om onnodige divergenties te vermijden, met name als het gaat om nieuwe technologieën en diensten, om het concurrentievermogen van Europa en de VS te verhogen en de keuze voor de consument te vergroten; een en ander te realiseren door middel van een betere informatie-uitwisseling, en de goedkeuring en tenuitvoerlegging van internationale instrumenten te verbeteren, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, aan de hand van succesvolle precedenten, bijvoorbeeld met ISO-normen of met het onder de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (UNECE) ressorterende Wereldforum voor de harmonisering van voertuigvoorschriften (WP.29); te bedenken dat de erkenning van de gelijkwaardigheid van zoveel mogelijk veiligheidsvoorschriften voor voertuigen, op basis van een gecontroleerd gelijkwaardig beschermingsniveau, een van de belangrijkste verwezenlijkingen zou zijn van de overeenkomst; ervoor te zorgen dat met de aan de regelgevingshandeling voorafgaande effectbeoordeling naast het effect op handel en investeringen ook het effect op de consumenten en het milieu gemeten moet worden; de compatibiliteit van regelgevingen te bevorderen zonder de legitieme regelgevings- en beleidsdoelstellingen en de bevoegdheden van de wetgevers van de EU en de VS in gevaar te brengen;

(v)         ernaar te streven dat een hoogwaardige productveiligheid binnen de Unie gegarandeerd blijft, onder afschaffing van onnodige dubbele keuringen, met alle verspilling van dien, vooral bij producten met gering risico;

(vi)         douanekwesties aan te pakken die buiten de regels van het handelsfacilitatieakkoord (TFA) van de WTO vallen, en te benadrukken dat er, teneinde een daadwerkelijke verlichting van de administratieve lasten te bewerkstelligen, moet worden toegewerkt naar een maximale afstemming op regelgevingsgebied wat betreft de beleidsmaatregelen en praktijken die zijn gerelateerd aan grens- en douanekwesties;

(vii)        in het kader van de toekomstige samenwerking op regelgevingsgebied duidelijk te bepalen welke maatregelen betrekking hebben op THB's en gedupliceerde of overbodige administratieve rompslomp en formaliteiten, en welke verband houden met fundamentele normen en voorschriften of procedures ter verwezenlijking van beleidsdoelstellingen van de overheid;

(viii)       bij de totstandbrenging van het kader voor de toekomstige samenwerking de gevestigde regelgevingsstelsels aan beide kanten van de Atlantische Oceaan volledig te respecteren, alsook de rol van het Europees Parlement in het besluitvormingsproces van de EU en zijn democratische toezicht op de regelgevingsprocessen in de EU, en tegelijk te zorgen voor de grootst mogelijke transparantie en toe te zien op een evenwichtige betrokkenheid van de belanghebbenden bij de beraadslagingen die deel uitmaken van de ontwikkeling van een regelgevingsvoorstel, en het Europese wetgevingsproces niet te vertragen; de rol, de samenstelling en de juridische status van de Raad voor samenwerking op regelgevingsgebied te specificeren, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat de rechtstreekse en verplichte toepassing van zijn aanbevelingen zou neerkomen op een schending van de wetgevingsprocedures zoals vastgelegd in het Verdrag; er voorts op toe te zien dat het vermogen van de Europese, nationale en plaatselijke autoriteiten om hun eigen beleid, met name het sociaal en milieubeleid, bij wet te regelen volledig in stand blijft;

(d)    met betrekking tot de voorschriften:

(i)          de onderhandelingen over markttoegang en samenwerking op regelgevingsgebied te koppelen aan de vaststelling van ambitieuze voorschriften en beginselen, rekening houdend met het feit dat elke pijler specifieke gevoeligheden kent, op gebieden zoals, maar niet uitsluitend, duurzame ontwikkeling, energie, kmo's, investeringen en staatsbedrijven;

(ii)          ervoor te zorgen dat het hoofdstuk inzake duurzame ontwikkeling bindend en afdwingbaar is en gericht is op volledige en doeltreffende ratificatie, uitvoering en handhaving van de acht fundamentele verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en hun inhoud, de IAO-Agenda voor waardig werk en de centrale internationale milieuovereenkomsten; de bepalingen van dit hoofdstuk moeten zijn gericht op de verdere verhoging van het beschermingsniveau dat de arbeids- en milieunormen bieden; in een ambitieus hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling moeten ook regels staan voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, op basis van de Richtsnoeren voor multinationale ondernemingen van de OESO, en een duidelijk gestructureerde dialoog met het maatschappelijk middenveld;

(iii)         ervoor te zorgen dat de arbeids- en milieunormen niet beperkt blijven tot het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling, maar ook worden geïntegreerd in andere delen van de overeenkomst, zoals die over investeringen, de handel in diensten, samenwerking op regelgevingsgebied en overheidsopdrachten;

(iv)         ervoor te zorgen dat de arbeids- en milieunormen afdwingbaar worden door voort te bouwen op de positieve ervaring die de EU en de VS met andere vrijhandelsovereenkomsten en hun nationale wetgeving hebben opgedaan; ervoor te zorgen dat de toepassing en naleving van arbeidsbepalingen onderworpen zijn aan doeltreffend toezicht door de sociale partners en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, en aan de algemene geschillenregeling die voor de hele overeenkomst geldt;

(v)         ervoor te zorgen dat werknemers van trans-Atlantische ondernemingen die naar de wetgeving van een EU-lidstaat zijn geregistreerd, recht hebben op informatie en inspraak overeenkomstig de richtlijn inzake de Europese ondernemingsraad, met volledige inachtneming van nationale wetgeving;

(vi)         ervoor te zorgen dat het economische, sociale en ecologische effect van het TTIP ook wordt getoetst aan de hand van een gedegen duurzaamheidseffectbeoordeling (DEB), met volledige inachtneming van de DEB-richtlijn van de EU en duidelijke en gestructureerde betrokkenheid van alle belanghebbenden en maatschappelijke organisaties;. vraagt de Commissie voor elke lidstaat vergelijkende effectstudies te laten uitvoeren en een evaluatie van het concurrentievermogen van EU-sectoren en hun tegenhangers in de VS om voorspellingen te kunnen doen omtrent het verlies en de aanwinst van banen in de betroffen sectoren in elke lidstaat, waarbij de aanpassingskosten voor een deel zouden kunnen worden opgebracht met financiering door de EU en de lidstaten;

(vii)        vast te houden aan de bedoeling om in het TTIP een specifiek hoofdstuk te wijden aan energie, met inbegrip van industriële grondstoffen; te zorgen dat de twee zijden tijdens de onderhandelingen nagaan hoe de energie-uitvoer kan worden gefaciliteerd, zodat de bestaande exportbeperkingen tussen beide handelspartners voor energiebrandstoffen, inclusief aardgas en ruwe olie, met het TTIP kunnen worden afgeschaft, met het oog op een concurrerende, transparante en niet-discriminerende energiemarkt en op diversifiëring van de energiebronnen, hetgeen alles bijdraagt aan de voorzieningszekerheid en aan lagere energieprijzen; benadrukt dat dit energiehoofdstuk duidelijke garanties moet omvatten dat de milieunormen en klimaatdoelstellingen van de EU niet worden ondergraven; EU en VS aan te sporen tot samenwerking om een einde te maken aan de accijnsvrijstellingen op brandstof voor de commerciële luchtvaart in overeenstemming met de G-20-verbintenissen om subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te bouwen;

(viii)       ervoor te zorgen dat het recht van de respectieve partners om de exploratie en exploitatie van energiebronnen aan te sturen en te reguleren niet wordt aangetast door een eventuele overeenkomst, maar dat het beginsel van non-discriminatie geldt wanneer eenmaal tot exploitatie is besloten; zich voor ogen houden dat niets in de overeenkomst mag afdoen aan legitieme niet-discriminerende democratische besluiten ten aanzien van de energieproductie, overeenkomstig het voorzorgsbeginsel; te zorgen dat de toegang tot grondstoffen en energie op niet-discriminerende basis aan ondernemingen uit de EU of de VS kan worden verleend, en dat de kwaliteitsnormen voor energieproducten in acht worden genomen, ook de normen voor energieproducten in relatie tot hun bijdrage aan CO2-emissies zoals die worden genoemd in de richtlijn inzake brandstofkwaliteit;

(ix)         ervoor te zorgen dat het TTIP het gebruik en de promotie van groene goederen en diensten bevordert, mede door de ontwikkeling daarvan te begunstigen, en de uit- en invoer daarvan vereenvoudigt, en zo de aanzienlijke kans op economische en milieuwinst benut die de trans-Atlantische economie biedt, in aanvulling op de lopende onderhandelingen over de overeenkomst inzake groene goederen, met het oogmerk om de opwarming van de aarde te helpen tegengaan en nieuwe banen te scheppen in de "groene economie";

(x)         ervoor te zorgen dat het TTIP als forum kan dienen voor de ontwikkeling van gemeenschappelijke, ambitieuze en bindende energie-efficiëntienormen en duurzaamheidsnormen voor de energieproductie, waarbij de aan beide zijden bestaande normen steeds in aanmerking en in acht moeten worden genomen, en te onderzoeken hoe de samenwerking op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en innovatie inzake energie kan worden verbeterd en koolstofarme en milieuvriendelijke technologie kan worden bevorderd;

(xi)         ervoor te zorgen dat het TTIP bijdraagt tot de instandhouding en het duurzame beheer van de visbestanden, in het bijzonder wat de samenwerking tussen beide partijen in de strijd tegen illegale, ongemelde en niet-gereglementeerde visserij (IOO-visserij) betreft;

(xii)        ervoor te zorgen dat het TTIP een specifiek hoofdstuk over kmo's bevat conform de toezeggingen van beide onderhandelingspartners en mikt op het creëren van nieuwe kansen voor Europese kmo's (ook micro-ondernemingen) in de VS op basis van de gedocumenteerde ervaringen van exporterende kmo's, bijvoorbeeld door eisen betreffende dubbele certificering af te schaffen, op internet een informatiesysteem over de verschillende voorschriften op te zetten, toegang tot subsidieregelingen voor kmo's te versoepelen, versnelde procedures aan de grens in te voeren of bepaalde, nog steeds bestaande piektarieven af te schaffen; er moeten mechanismen komen zodat beide zijden eraan meewerken dat kmo's deel kunnen hebben aan trans-Atlantische handel en investering, bijvoorbeeld via één gemeenschappelijk kmo-loket, in de oprichting waarvan de kmo-belanghebbenden een belangrijk aandeel moeten hebben, en dat specifieke informatie moet bieden over invoeren, uitvoeren of investeren uit, naar of in de VS, met alles over invoerrechten, belastingen, voorschriften, douaneprocedures en marktkansen;

(xiii)       ervoor te zorgen dat het TTIP een uitgebreid hoofdstuk over investeringen bevat, met bepalingen over zowel markttoegang als investeringsbescherming, vanuit de gedachte dat toegang tot kapitaal de werkgelegenheid en de groei kan stimuleren; het hoofdstuk over investeringen moet erop gericht zijn een niet-discriminerende behandeling te waarborgen bij vestiging van Europese bedrijven op Amerikaans grondgebied, waarbij wel rekening moet worden gehouden met het gevoelige karakter van bepaalde sectoren; zulke bepalingen moeten Europa aantrekkelijker maken als doel voor investeringen, het vertrouwen voor investeringen vanuit de EU in de VS vergroten, en ook om de verplichtingen en verantwoordelijkheden van investeerders te regelen, onder meer door verwijzing naar de beginselen van de OESO voor multinationale ondernemingen, en naar de beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten als referentiepunten

(xiv)       ervoor te zorgen dat de bepalingen inzake investeringsbescherming beperkt blijven tot de fase na de vestiging en gericht zijn op nationale behandeling, meestbegunstigingsbehandeling, non-discriminatie, een eerlijke en billijke behandeling, en bescherming tegen directe en indirecte onteigening, inclusief het recht op snelle, passende en doeltreffende schadevergoeding; de beschermingsnormen en de definities van investeerder en investering moeten juridisch nauwkeurig worden geformuleerd, waarbij het recht van regulering in het algemeen belang moet worden beschermd, de betekenis van directe of indirecte onteigening worden verduidelijkt, en onterechte of lichtvaardige litigatie wordt voorkomen; het vrije kapitaalverkeer moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het EU-Verdrag en moet vergezeld gaan van een prudentiële uitzonderingsbepaling zonder termijnbeperking voor het geval van een financiële crisis;

(xv)        ervoor te zorgen dat internationale overeenkomsten toepassing vinden, om een einde te maken aan de ongelijke behandeling van Europese investeerders wegens bestaande overeenkomsten van afzonderlijke lidstaten; ervoor te zorgen dat buitenlandse investeerders op niet-discriminerende wijze worden behandeld en de mogelijkheid hebben van faire afdoening van hun klachten, terwijl zij geen betere rechten genieten dan binnenlandse investeerders;

–         voort te bouwen op een ideeënschets die commissaris Malmström op 7 mei aan de commissie INTA voorlegde en op de lopende discussie in de Raad Handel en deze te gebruiken als onderhandelingsbasis voor een nieuw en effectief systeem van investeringsbescherming, want er zijn zeer welkome voorstellen bij voor hervorming en verbetering,

–         er vertrouwen in hebben - gezien de ontwikkelde rechtsstelsels in de EU en de VS - dat de rechterlijke instanties van de EU, van de lidstaten en van de VS effectieve rechtsbescherming zullen bieden, op grond van het beginsel van democratische legitimiteit, en wel op een efficiënte en economische manier ,

–         een duurzame oplossing voor te stellen voor de afdoening van geschillen tussen investeerders en staten die onderworpen is aan democratische beginselen en toetsing, waarbij potentiële geschillen op transparante wijze worden behandeld door van overheidswege benoemde beroepsrechters in openbare zittingen, waarbij in een hoger-beroepsinstantie is voorzien, waarbij gezorgd is voor consistentie in de uitspraken en waarbij de rechtsmacht van de rechters van de EU en van de lidstaten wordt gerespecteerd,

–         op de middellange termijn zou een openbaar internationaal Gerechtshof wellicht het meest geschikte instrument zijn om geschillen over investeringen te behandelen;

(xvi)       ervoor te zorgen dat in het TTIP een ambitieus en modern hoofdstuk wordt opgenomen over welomschreven gebieden van intellectueel eigendomsrecht, waaronder erkenning en sterkere bescherming van geografische aanduidingen, dat beantwoordt aan een fair en efficiënt beschermingsniveau, zonder dat dit de EU afhoudt van de noodzakelijke hervorming van haar auteursrechtstelsel, en dat een eerlijk evenwicht oplevert tussen intellectuele eigendom en algemeen belang, met name waar het gaat om behoud van toegang tot betaalbare geneesmiddelen, door voortgezette steun aan de TRIPS-flexibiliteiten;

(xvii)      er groot belang aan te hechten dat de EU en de VS blijven vasthouden aan een mondiale, multilaterale harmonisatie op het gebied van octrooien via bestaande organen en dat zij zich bij de besprekingen hierover actief blijven inzetten, en staat dan ook afwijzend tegenover pogingen om in TTIP bepalingen van materieel octrooirecht in te voeren, met name bepalingen inzake octrooieerbaarheid en looptijden;

(xviii)     ervoor te zorgen dat het IPR-hoofdstuk geen bepalingen omvat over de aansprakelijkheid van tussenpersonen op internet of over strafrechtelijke sancties als handhavingsinstrument, omdat het Parlement deze oplossing - zoals ook vervat in het voorgestelde ACTA-verdrag - al eerder heeft verworpen;

(xix)       te zorgen voor volledige erkenning en sterke juridische bescherming van geografische EU-aanduidingen en voor maatregelen tegen oneigenlijk gebruik en misleidende informatie en praktijken; de etikettering, traceerbaarheid en daadwerkelijke oorsprong van de betrokken producten te garanderen ten behoeve van de consument, evenals de bescherming van de know-how van producenten, als essentieel onderdeel van een evenwichtige overeenkomst;

(e)    met betrekking tot transparantie, betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, en de voeling met het publiek en de politiek:

(i)     door te gaan met de inspanningen om de transparantie bij de onderhandelingen te vergroten door meer onderhandelingsvoorstellen beschikbaar te maken voor het algemene publiek, en de aanbevelingen van de Europese Ombudsman over te nemen, met name ten aanzien van de regels inzake publieke toegang tot documenten;

(ii)          deze op transparantie gerichte inspanningen te vertalen in serieuze praktische resultaten, o.a. door met de Amerikaanse zijde afspraken te maken over verbetering van transparantie, waaronder inzage in alle onderhandelingsstukken voor de leden van het Europees Parlement, onder meer ook geconsolideerde teksten, onder bewaring van de nodige vertrouwelijkheid, zodat parlementsleden en de lidstaten een constructieve discussie met de belanghebbenden en het publiek kunnen aangaan; erop toe te zien dat beide onderhandelingspartijen een weigering om een onderhandelingsvoorstel openbaar te maken, zullen motiveren;

(iii)         een nog nauwere dialoog aan te gaan met de lidstaten, die verantwoordelijk waren voor het onderhandelingsmandaat aan de Commissie voor onderhandelingen met de VS, om deze actief te betrekken bij het beter communiceren van de werkingssfeer en de mogelijke voordelen van de overeenkomst voor de Europese burger, zoals vastgelegd in de op 20 maart 2015 goedgekeurde conclusies van de Raad, om voor een breed, objectief openbaar debat over TTIP in Europa te zorgen, teneinde in te gaan op de echte zorgen die rond de overeenkomst leven;

(iv)         gedurende het gehele onderhandelingsproces nog intensiever te streven naar voortdurende, transparante contacten met een breed scala aan belanghebbenden; moedigt alle belanghebbenden aan actief deel te nemen en initiatieven te ontplooien en informatie te verstrekken die relevant zijn voor de onderhandelingen;

(v)         de lidstaten aan te moedigen zich door hun nationale parlementen overeenkomstig hun respectieve constitutionele taken alle nodige steun te laten bieden om deze taak te vervullen, en om meer voeling te houden met de nationale parlementen zodat deze adequaat omtrent de lopende onderhandelingen worden geïnformeerd ;

(vi)         in nauwe verstandhouding en nog intensievere, gestructureerde dialoog te blijven met het Parlement, dat het onderhandelingsproces nauwlettend zal blijven volgen en van zijn kant in contact zal blijven met de Commissie, de lidstaten, het Congres en de regering van de VS en belanghebbenden aan beide zijden van de Atlantische Oceaan om een resultaat te verzekeren dat goed is voor de burgers in de EU, de VS en daarbuiten;

(vii)        te zorgen dat TTIP en de toekomstige uitvoering daarvan gepaard gaat met een nauwere trans-Atlantische parlementaire samenwerking, voortbouwend op de ervaring met de transatlantische parlementaire dialoog, die in de toekomst zou moeten leiden tot een breder en versterkt politiek kader om een gemeenschappelijke aanpak te ontwikkelen, het strategisch partnerschap te consolideren en de samenwerking tussen de EU en de VS op wereldvlak te verbeteren;

2.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie met de aanbevelingen van het Europees Parlement te doen toekomen aan de Commissie en ter informatie aan de Raad, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Amerikaanse regering en het Congres.

(1)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11103-2013-DCL-1/nl/pdf

(2)

http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/enl/ec/141920.pdf

(3)

http://www.consilium.europa.eu/press/press-releases/latest-press-releases/newsroomrelated?bid=145906&grp=24790&lang=nl

(4)

http://europa.eu/rapid/press-release_STATEMENT-14-1820_en.htm

(5)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-79-2014-INIT/nl/pdf

(6)

http://ec.europa.eu/priorities/docs/pg_nl.pdf

(7)

http://ec.europa.eu/news/2014/docs/c_2014_9052_en.pdf

(8)

http://europa.eu/rapid/press-release_IP-14-2341_nl.htm

(9)

http://ec.europa.eu/dgs/health_consumer/information_sources/docs/from_farm_to_fork_2004_en.pdf

(10)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/januari/tradoc_153022.pdf.

(11)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/januari/tradoc_153023.pdf.

(12)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/januari/tradoc_153024.pdf.

(13)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/januari/tradoc_153025.pdf.

(14)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/januari/tradoc_153026.pdf.

(15)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/januari/tradoc_153027.pdf.

(16)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/januari/tradoc_153028.pdf.

(17)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/januari/tradoc_153029.pdf.

(18)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/januari/tradoc_153030.pdf.

(19)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/januari/tradoc_153031.pdf.

(20)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/januari/tradoc_153032.pdf.

(21)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/february/tradoc_153120.pdf.

(22)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/mei/tradoc_152512.pdf.

(23)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/maart/tradoc_153259.pdf.

(24)

PB C 68 E van 7.3.2014, blz. 53.

(25)

Aangenomen teksten, P7_TA (2013)0227.

(26)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0009.


TOELICHTING

Wanneer de EU onderhandelingen voert over een internationale overeenkomst, zoals het TTIP, heeft het Parlement overeenkomstig artikel 108, lid 4, van het Reglement in elk stadium van de onderhandelingen het recht zijn standpunt ten aanzien van die overeenkomst uiteen te zetten. De rapporteur wil van deze mogelijkheid gebruikmaken om de belangrijkste resultaten van de onderhandelingen na meer dan anderhalf jaar overleg te beoordelen en de opvattingen van het Parlement over de hoofdpunten van een eventuele TTIP-overeenkomst te verwoorden. Het verslag van het Parlement moet bijdragen tot een frisse start van de onderhandelingen, nu de nieuwe Commissie is aangetreden en de tussentijdse verkiezingen in de VS achter de rug zijn.

Dit verslag vormt het vervolg op de resoluties over de onderhandelingen over een handels- en investeringsovereenkomst met de VS die het Parlement in de vorige zittingsperiode, in oktober 2012 en mei 2013, heeft aangenomen. De rapporteur heeft een zo breed mogelijk terrein willen bestrijken en de leden van verschillende parlementaire commissies in de gelegenheid willen stellen een bezonken bijdrage te leveren. Het Parlement heeft het laatste woord als het om de ratificatie van handelsovereenkomsten tussen de EU en derde landen gaat: een overeenkomst kan alleen in werking treden wanneer het Parlement ermee instemt. Uit de verwerping van de ACTA-overeenkomst (bescherming van intellectuele eigendom, o.a. in het digitale domein) is gebleken dat het Parlement zijn rol op het gebied van het handelsbeleid zeer serieus neemt.

Gezien de vele kritische stemmen onder het Europese burgers en de geringe acceptatie door het publiek van de overeenkomst die het voorwerp is van de onderhandelingen, zal het Europees Parlement blijven aandringen op een zo groot mogelijke transparantie en garandeert het dat alleen een goede overeenkomst zal worden aangenomen, dat wil zeggen een overeenkomst die de Europese waarden eerbiedigt, duurzame ontwikkeling stimuleert en bijdraagt tot het welzijn van alle burgers.


ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (1.4.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake aanbevelingen aan de Commissie voor de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Francisco José Millán Mon

SUGGESTIES

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is van mening dat de EU en de Verenigde Staten (VS) belangrijke strategische partners zijn; benadrukt dat het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP) het belangrijkste recente project tussen de EU en de VS is, en dat het, naast de handelsaspecten, het trans-Atlantisch partnerschap als geheel zou moeten versterken; beklemtoont dat het succesvol afronden ervan van groot geopolitiek belang is nu de VS hun blik op Azië richten en het trans-Pacifisch partnerschap aan het sluiten zijn; onderstreept dat het TTIP naar verwachting positieve effecten zal hebben op banen, groei en concurrentievermogen in de twee economieën, die beide door de crisis getroffen zijn; benadrukt dat deze onderhandelingen zo transparant en open mogelijk zouden moeten worden gevoerd;

2.  benadrukt dat het handelsbeleid een wezenlijk onderdeel vormt van het externe optreden van de EU en als zodanig moet worden geformuleerd op een wijze die aansluit op ander buitenlands beleid en dienovereenkomstige beleidsinstrumenten; pleit daarom voor een nauwe interactie tussen de bevoegde commissarissen, de directoraten-generaal, de Europese Dienst voor extern optreden en de lidstaten;

3.  wijst op het strategische belang dat het TTIP heeft voor het versterken en vormgeven van op regels gebaseerde wereldhandel en het economisch bestuur, met als grondslag de gedeelde waarden van de EU en de VS, zeker in een wereld die steeds meer multipolair wordt; merkt op dat de impact ervan verder zou gaan dan de bilaterale betrekkingen, door het gemakkelijker te maken om gemeenschappelijke voorschriften, regels en normen op te stellen, die later op wereldniveau aangenomen zouden kunnen worden; benadrukt in dat opzicht dat de bilaterale onderhandelingen die de EU voert geen vervanging mogen zijn van, maar eerder een springplank moeten bieden voor een verdere liberalisering van de handel binnen de WTO;

4.  beklemtoont dat het TTIP niet mag leiden tot lagere normen, met name op het gebied van belangrijke kwesties als consumentenrechten, gezondheid, arbeidsrechten of het milieu, maar eerder rekening moet houden met de verschillen tussen de regelgevingskaders van de VS en de EU en als model voor de rest van de wereld moet streven naar hogere gemeenschappelijke normen, aangezien dit de mondiale economische positie van de EU zou versterken en tegelijkertijd onze waarden zou bevorderen; benadrukt dat geen enkele bepaling in het hoofdstuk betreffende investeringsbescherming zo mag worden geïnterpreteerd dat het afbreuk doet aan het recht van de EU en de lidstaten om, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, regelgeving vast te stellen om legitieme openbare beleidsdoelstellingen na te streven;

5.  benadrukt dat beide partijen bij het TTIP zich ertoe moeten verbinden ondernemingen aan te moedigen om de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen na te leven; merkt op dat de partijen dienen samen te werken met de vakbonden om erop toe te zien dat multinationale ondernemingen deze richtsnoeren volgen;

6.  vraagt de Commissie om, wat openbare aanbestedingen betreft, rekening te houden met de gevoelige aard van de beleidsterreinen defensie en veiligheid, en om de doelstellingen die tijdens de Raad Defensie van 2013 door de staatshoofden en regeringen werden vastgesteld in ogenschouw te nemen om de totstandbrenging van een Europese veiligheids- en defensiemarkt en een Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) te bevorderen;

7.  benadrukt dat het afsluiten van het TTIP het vooruitzicht biedt op een brede economische ruimte waarbij ook derde landen zouden worden betrokken waarmee de EU en de VS nauwe handels- en economische betrekkingen hebben; verzoekt de Commissie te garanderen dat de slotovereenkomst kan worden uitgebreid, met het oog op nauwe samenwerking met landen waarmee de EU en de VS vrijhandelsovereenkomsten hebben, en tijdens het onderhandelingsproces met name overleg te plegen met de landen die gevolgen van het TTIP zouden ondervinden, zoals Mexico en Canada vanwege de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst, Turkije vanwege zijn douane-unie met de EU, en de EER-landen; merkt op dat onderzoek heeft aangetoond dat het TTIP een positieve uitwerking zou hebben op de economieën van derde landen, en ontwikkelingslanden nieuwe kansen zou bieden;

8.  benadrukt dat de energievoorziening in de EU grotendeels afhankelijk is van buitenlandse bronnen en vraagt de Commissie daarom erop toe te zien dat het TTIP een krachtig hoofdstuk over energie omvat; onderstreept dat het TTIP een grote bijdrage zou kunnen leveren aan de diversificatie van de voorziening in koolwaterstoffen in de EU en aan haar energiezekerheid; verzoekt de Commissie na te gaan hoe dit potentieel kan worden benut, in overeenstemming met strenge milieunormen, de omschakeling naar een koolstofarme economie en ambitieuze EU-doelstellingen met betrekking tot de klimaatverandering; beklemtoont dat de overeenkomst niet mag afdoen aan het recht van beide partners om de exploratie en exploitatie van hun energiebronnen te regelen;

9.  is van mening dat deze overeenkomst gepaard zou moeten gaan met een nauwere trans-Atlantische parlementaire samenwerking, en dat het versterken van de handels- en investeringsbanden door het TTIP in de toekomst zou moeten leiden tot een breder en versterkt politiek kader om een gemeenschappelijke aanpak te ontwikkelen, het strategisch partnerschap te consolideren en de samenwerking tussen de EU en de VS op wereldvlak te verbeteren; benadrukt dat de instrumenten die in het leven zijn geroepen om de samenwerking op regelgevingsgebied te versterken, niet van invloed mogen zijn op de Europese of Amerikaanse wetgevingsprocedures, en dat wetgevers altijd op passende wijze, met inachtneming van hun desbetreffende parlementaire bevoegdheden, betrokken moeten worden bij ieder orgaan dat mogelijk wordt opgericht met het oog op de samenwerking op regelgevingsgebied; onderstreept dat alle belanghebbenden hier eveneens bij betrokken moeten worden;

10. wijst de Commissie erop dat de VS nog voor vijf EU-lidstaten de visumregeling moet afschaffen;

11. neemt kennis van het feit dat de Commissie werk maakt van het verbeteren van de transparantie van de onderhandelingen; erkent dat er reeds vooruitgang is geboekt; verzoekt de Commissie deze inspanningen voort te zetten, ook ten opzichte van de Amerikaanse autoriteiten, met het oog op meer parlementaire transparantie van de onderhandelingen, onder meer door in een vroeg stadium toegang te verlenen tot meer onderhandelingsdocumenten; benadrukt dat goede communicatie met het maatschappelijk middenveld van essentieel belang is voor het welslagen van de overeenkomst en verzoekt de Commissie en de lidstaten om hun publiekscommunicatie uit te breiden; hoopt dat de transparantere aanpak van de Commissie ook van toepassing zal zijn bij andere handelsonderhandelingen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

31.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

20

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Lars Adaktusson, Michèle Alliot-Marie, Nikos Androulakis, Francisco Assis, Amjad Bashir, Mario Borghezio, Elmar Brok, Klaus Buchner, James Carver, Fabio Massimo Castaldo, Lorenzo Cesa, Aymeric Chauprade, Andi Cristea, Arnaud Danjean, Mark Demesmaeker, Knut Fleckenstein, Anna Elżbieta Fotyga, Eugen Freund, Sandra Kalniete, Manolis Kefalogiannis, Tunne Kelam, Afzal Khan, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Ilhan Kyuchyuk, Arne Lietz, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, David McAllister, Jean-Luc Mélenchon, Francisco José Millán Mon, Javier Nart, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Vincent Peillon, Alojz Peterle, Kati Piri, Andrej Plenković, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Sofia Sakorafa, Jacek Saryusz-Wolski, Alyn Smith, Jaromír Štětina, Charles Tannock, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Geoffrey Van Orden, Hilde Vautmans

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Reinhard Bütikofer, Angel Dzhambazki, Neena Gill, Marek Jurek, Antonio López-Istúriz White, György Schöpflin, Igor Šoltes, Janusz Zemke

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Dieter-Lebrecht Koch


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (24.2.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake de aanbevelingen aan de Commissie voor de onderhandelingen over het transatlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Arne Lietz

SUGGESTIES

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  verzoekt de Commissie om in handelsbetrekkingen artikel 208 van het Verdrag van Lissabon te eerbiedigen en om in het transatlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP) expliciet te verwijzen naar het ontwikkelingsbeleid als een van de legitieme doelstellingen van het openbaar beleid, evenals naar het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling, waarbij de eis wordt gesteld dat rekening wordt gehouden met de doelstellingen van ontwikkelingssamenwerking bij beleid dat gevolgen kan hebben voor de ontwikkelingslanden;

2.  verzoekt de Commissie om in het achterhoofd te houden dat, gezien de omvang en reikwijdte van de transatlantische economie, de gevolgen van het TTIP veel verder zullen reiken dan de bilaterale betrekkingen en dat het TTIP ongetwijfeld een impact zal hebben op ontwikkelingslanden, aangezien deze megahandelsovereenkomst waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor de internationale handelsregels en tot nieuwe normen zal leiden; verzoekt de Commissie opdracht te geven tot een onafhankelijk onderzoek naar de gevolgen van het TTIP voor ontwikkelingslanden en voor de toekomstige duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen, zodra de bepalingen van het TTIP helderder zijn, aangezien de formulering van het onderhandelingsmandaat zo algemeen is dat de mogelijke overloopeffecten ervan op ontwikkelingslanden nog altijd moeilijk te voorspellen zijn;

3.  verzoekt de Commissie om er rekening mee te houden dat het effect van het TTIP op de ontwikkelingslanden zal variëren al naar gelang hun economische structuur en huidige handelsbetrekkingen; verzoekt de Commissie eveneens om er rekening mee te houden dat de meeste ontwikkelingslanden gebruik maken van een zekere vorm van tariefpreferenties van de EU en de VS; verzoekt de Commissie om de dialoog met de ontwikkelingslanden te intensiveren om de gevolgen van het TTIP te kunnen beoordelen en om rekening te houden met het waarschijnlijke risico voor sommige ontwikkelingslanden dat hun preferenties worden uitgehold en het handels- en investeringsverkeer hierdoor wordt verlegd;

4.  verzoekt de Commissie om in haar dialoog met de ontwikkelingslanden de potentiële nieuwe mogelijkheden te onderstrepen die het TTIP ontwikkelingslanden in de internationale handel biedt vanwege een sterkere groei en vraag naar exportartikelen in zowel de EU en de VS en lagere handelskosten ten gevolge van de noodzaak om zich aan te passen aan een enkele reeks voorschriften en normen om toegang te hebben tot beiden markten; beveelt de Commissie aan om maatregelen te nemen voor de vermindering van de nalevingskosten (in het bijzonder voor kmo's) en om initiatieven te ondersteunen om de opname van ontwikkelingslanden in mondiale waardeketens te bevorderen via geschikte ontwikkelingsinstrumenten;

5.  verzoekt de Commissie om de ontwikkelingslanden politieke steun en technische bijstand te bieden in hun streven naar een sterkere regionale integratie en regionale handelszones, en om voor een billijkere aanpak te kiezen in haar onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's) die tot doel hebben een betrouwbaar kader tot stand te brengen voor de handels- en investeringsstromen tussen de EU en de ACS-landen;

6.  roept de Commissie ertoe op om ervoor te zorgen dat het TTIP het gewicht van de WTO niet zal verminderen en zal bijdragen tot een eerlijk en duurzaam mondiaal handelsstelsel, terwijl voor de ontwikkelingslanden belangrijke onderwerpen, zoals voedselveiligheid, landbouwsubsidies en beperking van klimaatverandering, niet aan de kant worden geschoven, door zich verder in te spannen voor vooruitgang in democratische multilaterale fora, met name de WTO, die de voorkeur van de EU geniet, en om de onderhandelingen van de Doharonde met een goed resultaat af te sluiten, aangezien dat de beste manier is om tot een handelsstelsel te komen dat inclusief is en alle partijen ten goede komt; verzoekt de Commissie eveneens om ervoor te zorgen dat in de derde pijler van het TTIP de multilaterale voorschriften worden geëerbiedigd waarbij de WTO uitzonderingen voorziet voor ontwikkelingslanden, in het bijzonder met betrekking tot de mogelijkheid van uitvoerbeperkingen op het gebied van energie en toegang tot grondstoffen;

7.  verzoekt de Commissie om in de onderhandelingen de hoogste internationale normen voor mensenrechten, IAO-normen, waardig werk, milieubescherming, universele toegang tot kwaliteitsvolle openbare diensten, sociale bescherming, openbare en universele gezondheidszorg, universele toegang tot geneesmiddelen en voedsel- en productveiligheid, te bevorderen; moedigt de EU aan om zich als beschermer van de belangen van de ontwikkelingslanden op te stellen;

8.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om de transparantie en het democratische karakter van de onderhandelingen te verbeteren door de dialoog met het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden te versterken.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.2.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

7

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Beatriz Becerra Basterrechea, Ignazio Corrao, Nathan Gill, Enrique Guerrero Salom, Maria Heubuch, Hans Jansen, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Arne Lietz, Linda McAvan, Norbert Neuser, Maurice Ponga, Cristian Dan Preda, Lola Sánchez Caldentey, Elly Schlein, György Schöpflin, Pedro Silva Pereira, Davor Ivo Stier, Bogdan Brunon Wenta, Anna Záborská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marina Albiol Guzmán, Juan Fernando López Aguilar, Judith Sargentini

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Kosma Złotowski


ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (27.3.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake de aanbevelingen aan de Commissie voor de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Jeppe Kofod

SUGGESTIES

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel de volgende suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  beveelt de Commissie aan:

a.  ervoor te zorgen dat er een uitgebreid en ambitieus akkoord wordt bereikt over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP) waarmee de eerlijkere concurrentie aan beide zijden van de Atlantische Oceaan wordt bevorderd, rekening houdend met de waarden van de Europese socialemarkteconomie, en waarmee wordt gezorgd voor voordelen voor consumenten, de industrie en investeerders, hoogwaardige werkgelegenheid en groei worden bevorderd, ervoor wordt gezorgd dat de samenwerking op regelgevingsgebied zodanig vorm krijgt dat de democratische controle aan beide zijden van de Atlantische Oceaan op geen enkele wijze wordt ondermijnd, en wordt gestreefd naar een overgang naar een meer duurzame samenleving;

b.  onmiddellijk actie te ondernemen opdat de handel en investeringen door financiële actoren aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, alsmede gelijke markttoegang voor alle dienstverleners in de VS en Europa, worden gereguleerd op basis van de hoogste normen, en te streven naar hoge beschermingsniveaus, met name op het gebied van gezondheid en veiligheid, consumentenbescherming, arbeid, sociale rechten, regulering van financiële diensten, milieuwetgeving, voedselveiligheid en gegevensbescherming; ervoor te zorgen dat geen enkele bepaling de toekomstige versterking van deze normen op enigerlei wijze in de weg zal staan, noch in inhoudelijk opzicht, noch door een afkoeling van de regelgevingsinspanningen; ervoor te zorgen dat de TTIP-overeenkomst een specifiek hoofdstuk over kmo's omvat;

c.  zich op het standpunt te stellen dat een goed akkoord over regelgevingsnormen kan fungeren als mondiaal precedent voor toekomstige handels- en investeringsovereenkomsten, die de kosten voor ondernemingen, en met name kmo's, overal ter wereld zullen verlagen;

d.  te erkennen dat kmo's de belangrijkste begunstigden van het TTIP kunnen worden, omdat grote ondernemingen schaalvoordelen hebben waardoor ze nu reeds gemakkelijk toegang hebben tot markten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, terwijl kmo's niet over de financiële, juridische of andere middelen beschikken om regelgevingsverschillen en andere handelsbarrières het hoofd te bieden;

e.  een grotere transparantie en een intensievere informatie-uitwisseling te waarborgen ten aanzien van de staatssteunregels en de toekenning van staatssteun, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat diensten van algemeen economisch belang worden verricht, en er nauwere samenwerking komt tussen mededingingsautoriteiten op het gebied van fusies, antitrust, staatsbedrijven en subsidies; onmiddellijk actie te ondernemen om ervoor te zorgen dat er een hoofdstuk over mededinging wordt opgenomen in de overeenkomst;

f.   onmiddellijk actie te ondernemen opdat de onderhandelingen over de markttoegang voor financiële diensten gepaard gaan met het naar boven toe op elkaar afstemmen van de financiële regelgeving, wat betekent dat de bevordering van hogere normen en het algemeen belang de belangrijkste doelstelling is; steeds hogere internationale standaarden te bevorderen in het kader van de samenwerkingsinspanningen in andere internationale fora, waaronder de Bazel III-regels, zonder aantasting van het vermogen van de autoriteiten van de EU en de lidstaten om regels vast te stellen voor en toezicht te houden op financiële producten en diensten in het kader van de uitoefening van hun regelgevings- en toezichtstaken;

g.  er alles aan te doen om de kans te benutten die de TTIP-onderhandelingen bieden om op een positieve en constructieve wijze verdere vooruitgang te boeken ten aanzien van de financiële dienstverlening, met inachtneming van datgene wat aan beide zijden reeds is gerealiseerd op dit gebied; er kan onder meer worden gepraat over bilaterale raadpleging voordat nieuwe wetgeving wordt vastgesteld, transparantie tegenover belanghebbenden over de bilaterale gesprekken over financiële aangelegenheden en meer verantwoording tegenover gekozen organen;

h.  af te zien van toezeggingen inzake verdere markttoegang voor financiële diensten, aangezien onderlinge verwevenheid, complexiteit en buitensporig grote entiteiten systeemrisico's genereren en verspreiden en een bedreiging voor de financiële stabiliteit vormen;

i.   een voorstel voor een richtlijn tegen grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS) in te dienen om een einde te maken aan schadelijke concurrentie door bedrijven, en met name door multinationals, die hun mondiale belastingpositie organiseren, vaak over de Atlantische Oceaan heen, op een wijze die hen in staat stelt winsten te verschuiven naar jurisdicties met lagere belastingen, en hierbij rekening te houden met het werk van de OESO; ervoor te zorgen dat "offshore"-fondsen waarvan de beheerders aan beide zijden van de Atlantische Oceaan actief zijn, worden verplicht hun hoofdkantoor "onshore" te vestigen; onmiddellijk actie te ondernemen om automatische uitwisseling van informatie en verslaglegging per land over belastingaangelegenheden tot stand te brengen, met uitzondering van kmo's; een definitie en een lijst van belastingparadijzen vast te stellen op EU-niveau, rekening houdend met het werk van de OESO;

j.   onmiddellijk actie te ondernemen om in het TTIP wettelijke maatregelen op te nemen tegen agressieve belastingplanning door het systematisch overbrengen van kapitaal tussen Europa en de VS, en ervoor te zorgen dat dergelijk kapitaalverkeer gebaseerd is op economische activiteit en niet op het vermijden van het betalen van belastingen in het land van productie; te zorgen voor een grotere transparantie en granulariteit in de betalingsbalansstatistieken aan beide zijden van de Atlantische Oceaan;

k.  onmiddellijk actie te ondernemen om te zorgen voor eerlijke concurrentie en gelijkwaardige markttoegang voor Europese bedrijven, waaronder kmo's, die meedingen naar overheidsopdrachten en openbare aanbestedingen in de VS, en ervoor te zorgen dat deze laatste bindende sociale, ethische en milieucriteria omvatten; te erkennen dat het huidige gebrek aan evenwicht in markttoegang tot overheidsopdrachten en openbare aanbestedingen in de VS en in de EU een vorm van oneerlijke concurrentie is; te erkennen dat 85% van de openbare aanbestedingen in de EU al openstaat voor aanbieders uit de VS, terwijl slechts 32% van de aanbestedingen in de VS openstaat voor aanbieders uit de EU; ervoor te zorgen dat de recentelijk vastgestelde EU-regels inzake overheidsopdrachten blijven geëerbiedigd worden;

l.   ervoor te zorgen dat de recentelijk vastgestelde EU-regels inzake overheidsopdrachten in de onderhandelingen worden afgeschermd en gesteund, met name de regels inzake de toegang van kmo's tot overheidsopdrachten, het criterium "beste prijs-kwaliteitsverhouding" in plaats van de laagste prijs, markten die worden voorbehouden aan sociale ondernemingen, de mogelijkheid voor aanbestedende autoriteiten om samenwerking tussen gemeenschappen te bevorderen en het behoud van drempels voor vrijstelling van de aanbestedingsplicht uit hoofde van EU- of internationale wetgeving; te waarborgen dat ondernemingen uit de EU niet worden gediscrimineerd wanneer ze meedingen naar overheidsopdrachten in de VS en dat ze een transparante toegang krijgen die gelijkwaardig is aan de toegangsvoorwaarden voor Amerikaanse ondernemingen in Europa zoals bepaald door de regels inzake overheidsopdrachten van de EU;

m. onmiddellijk proactief op te treden tegen protectionisme en wetgeving aan te pakken die Europese toegang tot de Amerikaanse markt belemmert;

n.  ervoor te zorgen dat alle mogelijke mechanismen voor geschillenbeslechting die in het kader van het TTIP worden ingevoerd volledig transparant zijn, de democratische beginselen eerbiedigen, aan democratisch toezicht worden onderworpen en het recht van overheden om te reguleren niet in de weg staan;

o.  onmiddellijk actie te ondernemen om ervoor te zorgen dat wordt gekozen voor een aanpak met een "positieve lijst", waarbij alle openbare diensten die onder het TTIP vallen uitdrukkelijk positief worden vermeld in de overeenkomst en dat geen standstill- of ratchet-clausules worden opgenomen in de overeenkomst;

p.  het blijvend belang van staatsbedrijven en andere vormen van publiek eigendom voor belangrijke openbare diensten en voor diensten van algemeen belang te erkennen en te benadrukken en op te roepen deze uit te sluiten van de overeenkomst; ervoor te zorgen dat het beheer van openbare diensten niet wordt beïnvloed door het TTIP, in overeenstemming met het mandaat dat de Commissie van de lidstaten heeft gekregen;

q.  te erkennen dat kmo's meer zullen profiteren van het TTIP dan grote ondernemingen; kennis te nemen van het feit dat het afschaffen van tarieven, de vereenvoudiging van douaneprocedures en de convergentie van productnormen de deelname van kmo's aan trans-Atlantische handel aanmerkelijk zal vergemakkelijken en dat het TTIP de eerste vrijhandelsovereenkomst zal zijn met een speciaal hoofdstuk over kmo's; ernaar te streven de bestaande samenwerking tussen de VS en de EU inzake kmo's te consolideren; werk te maken van de creatie van websites waar zowel Europese als Amerikaanse kmo's informatie over tarieven, douaneprocedures en alle van toepassing zijnde productregelgeving op federaal en lokaal niveau in de VS en op het niveau van de Unie en de lidstaten in de EU kunnen vinden;

r.   ervoor te zorgen dat de Europese mededingingswetgeving op alle gebieden wordt gerespecteerd, met name met betrekking tot digitale markten;

s.   ervoor te zorgen dat werknemersrechten en de bescherming van werknemers in de overeenkomst volledig worden gerespecteerd en niet worden ondermijnd door een grotere markttoegang en mededinging;

t.   rekening te houden met het feit dat de ondertekening door beide partijen van dit akkoord op zowel economisch als politiek vlak van belang is, hetgeen tot uitdrukking komt in een gedeelde veiligheid, maar ook in gedeelde waarden als vrijheid, gelijkheid, democratie, mensenrechten en een sociale markteconomie;

u.  zich bewust te zijn van de onzekerheden die er in verband met de TTIP-onderhandelingen bestaan en, teneinde deze weg te nemen, de onderhandelingen zo transparant mogelijk te maken en een Europese voorlichtingscampagne op touw te zetten;

v.  verdere maatregelen te treffen om de transparantie van de onderhandelingen te verbeteren, met name met het oog op de rechtstreekse toegang tot informatie op regionaal en lokaal niveau;

w. transparantie te waarborgen in het hele onderhandelingsproces in overeenstemming met haar verplichting, op grond van artikel 218, lid 10, VWEU, waarvan het Europees Hof van Justitie in een kort geleden gewezen vonnis de statutaire aard heeft bevestigd, om het Parlement onmiddellijk en volledig op de hoogte te brengen in alle fasen van de onderhandelingen; te werken aan een overeenkomst met de regering van de VS betreffende de toegang van alle parlementsleden tot de geconsolideerde onderhandelingsteksten; de toegang voor het publiek te verzekeren tot de relevante onderhandelingsdocumenten van alle partijen, met uitzondering van documenten die vertrouwelijk zijn, met een duidelijke rechtvaardiging per geval, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

x.  initiatieven voor te stellen voor kmo's met betrekking tot de manier waarop ze toegang tot de markt kunnen krijgen en aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan kunnen investeren;

y.  ervoor te zorgen dat het Europees Parlement een passende rol krijgt in de besluitvorming over regelgevingsconvergentie nadat de overeenkomst is geratificeerd.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

13

9

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gerolf Annemans, Hugues Bayet, Pervenche Berès, Udo Bullmann, Esther de Lange, Fabio De Masi, Anneliese Dodds, Markus Ferber, Jonás Fernández, Elisa Ferreira, Sven Giegold, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Cătălin Sorin Ivan, Petr Ježek, Othmar Karas, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Werner Langen, Sander Loones, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Fulvio Martusciello, Marisa Matias, Bernard Monot, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Dariusz Rosati, Alfred Sant, Molly Scott Cato, Peter Simon, Renato Soru, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Paul Tang, Michael Theurer, Ramon Tremosa i Balcells, Ernest Urtasun, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Cora van Nieuwenhuizen, Jakob von Weizsäcker, Pablo Zalba Bidegain, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Matt Carthy, Philippe De Backer, Jeppe Kofod, Thomas Mann, Morten Messerschmidt, Siegfried Mureșan, Michel Reimon, Miguel Urbán Crespo

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jussi Halla-aho


ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (1.4.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake aanbevelingen aan de Commissie voor de onderhandelingen over het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Marian Harkin

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–   gezien de effectbeoordeling van de Commissie betreffende de toekomst van de handelsrelaties tussen de EU en de VS, gepubliceerd op 12 maart 2013,

1.  beveelt de Commissie, in de context van de lopende TTIP-onderhandelingen, het volgende aan:

     i)          ervoor zorgen dat het TTIP zowel bestaande banen zal veiligstellen als een concrete en positieve bijdrage zal leveren aan het creëren van sterke, duurzame groei, zodat in de EU optimaal gebruik kan worden gemaakt van het potentieel voor het scheppen van hooggekwalificeerde banen die beantwoorden aan de nieuwe behoeften van de arbeidsmarkt, alsook betere en duurzame banen, hetgeen de doelstelling van 75% arbeidsparticipatie in 2020 zal helpen verwezenlijken, daarbij voor ogen houdend dat handel geen doel op zich is, maar een middel waarmee het welzijn kan worden verbeterd; de wereldwijde arbeidsnormen volledig in acht nemen en beschermen; waarborgen dat normen, met name sociale en milieunormen en normen inzake gezondheid en veiligheid op het werk, worden beschermd en dat deze normen kunnen worden verbeterd;

     ii)         het Parlement actuele ramingen verstrekken van de gevolgen die het TTIP zal hebben voor de werkgelegenheid en de groei in de EU, met bijzondere aandacht voor de consequenties voor de lidstaten in Midden- en Zuidoost-Europa.

     iii)         ervoor zorgen dat er maatregelen worden genomen om de opleidingsstelsels te moderniseren, zodat werknemers nieuwe vaardigheden kunnen verwerven en beter gekwalificeerd zijn, en zich zo beter op de arbeidsmarkt kunnen integreren;

     iv)        ervoor zorgen dat de sociale en milieugevolgen die een eventuele overeenkomst met zich zou brengen, aan een grondig en onderzoek met een open discussie zullen worden onderworpen;

     v)         inschatten hoe groot het risico is dat het vaststellen van gemeenschappelijke sociale en milieubeschermingsnormen met de Verenigde Staten, de Europese collectieve preferenties zal verzwakken en de economische en sociale tegenstellingen tussen de lidstaten van de Unie zal verscherpen;

     vi)        er in alle hoofdstukken van de TTIP-overeenkomst voor zorgen dat de normen van de lidstaten en de EU op de volgende gebieden in geen geval door de overeenkomst zullen worden afgezwakt, ontdoken of buiten werking gesteld: werknemersrechten, arbeidsomstandigheden, sociale zekerheid, sociale inclusie en sociale bescherming, gezondheid en veiligheid op het werk, beroepsopleiding, beroepskwalificaties, vrij verkeer van werknemers en gepensioneerden, sociale dialoog, en non-discriminatie op het werk en op de arbeidsmarkt; voorts waarborgen dat het TTIP allesomvattende en bindende bepalingen inzake arbeidswetgeving en -beleid op alle beleidsniveaus bevat die in overeenstemming zijn met de belangrijkste verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de agenda voor fatsoenlijk werk; ervoor zorgen dat handel of investeringen niet worden gestimuleerd door de arbeidswetgeving uit te kleden; bij geschillen moet voor arbeidsbepalingen een beslechtingsmechanisme in werking treden waarbij ook sancties tot de mogelijkheden behoren; in dit verband kunnen de toezichtsorganen van de IAO een rol spelen;

     vii)        indien delen van de definitieve TTIP-overeenkomst normen op deze gebieden in gevaar brengen of tegenspreken, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken van het Parlement daarvan onverwijld op de hoogte stellen om beraadslaging en besluitvorming mogelijk te maken;

     viii)       iedere overeenkomst afwijzen die een gevaar voor de arbeidsnormen in Europa kan vormen en tot sociale dumping kan leiden;

     ix)        ervoor zorgen dat de dimensies van arbeids- en sociale bepalingen worden erkend, worden verdedigd en volledig worden geïntegreerd in alle operationele gebieden van de overeenkomst om te zorgen voor een coherente en allesomvattende benadering van duurzame ontwikkeling in de handelsovereenkomst;

     x)         ervoor zorgen dat in de marge van de TTIP-onderhandelingen de afspraken over het mobiliteitspakket, die voor beide partijen voordelig zijn, worden verwezenlijkt, daarbij voor ogen houdend dat visumfacilitering voor Europese aanbieders van goederen en diensten en de erkenning van diploma's zodat professionals in de VS kunnen gaan werken, behoren tot de belangrijkste elementen om optimaal voordeel te halen uit de TTIP-overeenkomst;

     xi)        ervoor zorgen dat het maatschappelijk middenveld een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan de tenuitvoerlegging van de relevante TTIP-bepalingen; in dit verband moet de toepassing en naleving van arbeidsbepalingen het voorwerp uitmaken van een monitoringprocedure waarbij de sociale partners en het maatschappelijk middenveld worden betrokken in een proces van sociaal overleg met adviesraden, ook rekening houdend met de ruimere dimensie van artikel 17, lid 1, VEU; ervoor zorgen dat het maatschappelijk middenveld en het betrokken publiek in kennis worden gesteld van en inzage krijgen in alle relevante onderhandelingsteksten en dat het Parlement en de Raad inzage krijgen in geconsolideerde onderhandelingsteksten onmiddellijk nadat die in onderhandelingsronden zijn besproken;

     xii)        onmiddellijk maatregelen nemen om het recht van de lidstaten waarborgen om alle openbare diensten aan wetgeving te onderwerpen, te financieren, te organiseren, aan kwaliteits- en veiligheidsnormen te onderwerpen, te beheren en te reguleren, met inbegrip van onderwijs, sociale diensten, gezondheidszorg, watervoorziening, afvalwaterafvoer, afvalverwijdering, sociale zekerheid, spoorwegen en openbaar vervoer, energie, culturele en audiovisuele diensten enz., en ervoor te zorgen dat openbare diensten (waaronder water, gezondheid, sociale zekerheid en onderwijs) van de werkingssfeer van de overeenkomst worden uitgesloten;

     xiii)       waarborgen dat overheidsdiensten zoals bedoeld in artikel 14 VWEU uitdrukkelijk van de werkingssfeer van het TTIP worden uitgesloten, zodat nationale en lokale overheden de vrijheid hebben om maatregelen betreffende het opdragen, organiseren, financieren en aanbieden van overheidsdiensten, zoals bepaald in artikel 168 VWEU (volksgezondheid) en in protocol 26 bij het VWEU (diensten van algemeen belang), in te voeren, vast te stellen, te behouden of in te trekken; deze uitsluiting moet van toepassing zijn ongeacht de vraag of de desbetreffende diensten zijn georganiseerd als een monopolie, worden geëxploiteerd op grond van exclusieve rechten of anderszins, en of deze nu met publieke of private middelen worden gefinancierd en/of door publieke of private instanties worden verleend; deze diensten omvatten onder meer gezondheids- en sociale zorg, socialezekerheidsstelsels, openbaar gefinancierd onderwijs, spoorwegen, openbaar vervoer en water-, gas- en elektriciteitsvoorziening;

     xiv)       ervoor zorgen dat aanpassings- en standstillclausules niet van toepassing zijn op openbare en sociale diensten; de volledige werkingssfeer voor het in nationaal en lokaal beheer terugbrengen van diensten moet worden gewaarborgd;

     xv)       ervoor zorgen dat er ten volle rekening wordt gehouden met de specifieke uitdagingen van het mkb, zoals non-tarifaire handelsbelemmeringen, administratieve rompslomp en handelsverlegging ten gevolge van het TTIP; ervoor zorgen dat het mkb ten volle van de openstelling van de markt kan profiteren, door het creëren van een economisch kader dat export aanmoedigt en een gunstig, concurrerend en duurzaam ondernemingsklimaat; ervoor zorgen dat er ten volle rekening wordt gehouden met de specifieke uitdagingen van de 87 procent van alle kleine en middelgrote bedrijven in de EU die niet exporteren, maar afhankelijk zijn van de binnenlandse handel;

     xvi)       procedures vereenvoudigen en nieuwe mechanismen overwegen waarmee het mkb voordeel kan halen uit het TTIP;

     xvii)      stimulansen creëren om maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) ingang te doen vinden ter aanvulling, maar in geen geval ter vervanging, van arbeids- en milieuwetgeving;

     xviii)     garanderen dat een overeenkomst over een geschillenbeslechtingsregeling ter bescherming van investeringen rekening houdt met de resultaten van de openbare raadpleging over de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS), volledig transparant en democratisch controleerbaar is, de mogelijkheid blijft bieden om geschillen aan de rechter voor te leggen en de wetgevers in geen geval belet in eigen land wetgeving op het gebied van werkgelegenheids- en sociaal beleid aan te nemen en te handhaven; een systeem voor de beslechting van geschillen tussen staten tussen de EU en de VS – die beide beschikken over volledig functionerende rechtssystemen en voldoende investeringsbescherming om rechtszekerheid te garanderen – is ook een geschikt instrument om geschillen over investeringen te regelen; van de opname van particuliere arbitragepanels in het TTIP kan geen sprake zijn;

     xix)       stappen ondernemen om in de overeenkomst een benadering van "positieve lijsten" te volgen met betrekking tot het hoofdstuk over handel in diensten en vestiging, waarbij uitdrukkelijk wordt vermeld welke diensten worden opengesteld voor buitenlandse bedrijven;

     xx)       aangezien de Commissie in haar effectbeoordeling erkent dat er op de Europese arbeidsmarkt langdurige en aanzienlijke aanpassingskosten kunnen zijn, ervoor zorgen dat er realistische statistische projecties inzake baanverlies of -winst in de betreffende sectoren en in elke lidstaat voorhanden zijn en dat deze voortdurend worden geactualiseerd en gepubliceerd, zodat de Commissie tijdig in actie kan komen om de betreffende sectoren, regio's of lidstaten te steunen; in haar projecties rekening houden met externe schokken en crisisscenario's; deze steun kan worden verleend met EU-middelen, zoals een aangepast Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering het een toereikend budget;

     xi)        zorgen voor een strikte wederkerigheid in de handelsvoorwaarden teneinde het Europese industriemodel te versterken, het mkb te beschermen, banen te scheppen en oneerlijke concurrentie te voorkomen, met name wat sociale normen betreft;

     xxii)      stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat samenwerking op het gebied van regelgeving het recht van regeringen en het Europees Parlement om wetgeving op te stellen in het algemeen belang niet inperkt; er moeten stappen worden ondernomen om ervoor te zorgen dat samenwerking op het gebied van regelgeving niet leidt tot afzwakking van arbeidsnormen, waaronder normen voor gezondheid en veiligheid; er moet worden gewaarborgd dat arbeids- en sociale normen niet worden behandeld als non-tarifaire belemmeringen of technische handelsbelemmeringen; de belanghebbenden, waaronder de sociale partners, moeten in een evenwichtige vertegenwoordiging worden betrokken bij het proces van samenwerking op het gebied van regelgeving;

     xxiii)     ervoor zorgen dat nieuwe EU-regels die middels de herziening van richtlijnen inzake overheidsopdrachten zijn vastgesteld, behouden blijven en worden bevorderd in het kader van voortdurende onderhandelingen, met name wat betreft toegang tot de markt voor overheidsopdrachten voor het mkb, de gunningscriteria op basis van de beste waarde in plaats van de laagste prijs, de markten voor actoren in de sociale economie, de mogelijkheid voor aanbestedende overheden om samen te werken en samenwerkingsverbanden aan te gaan, en de drempels waaronder de aanbesteding niet onder EU- of internationale regels valt;

     xxiv)     ervoor zorgen dat collectief gefinancierde overheidsdiensten en socialezekerheidsstelsels niet worden opgeofferd, zodat het Europese sociale model de concurrentie met het Angelsaksische Amerikaanse kapitalisme kan overleven; het TTIP mag de lidstaten niet onder druk zetten om hun overheidsuitgaven te verminderen als een makkelijke manier om economisch concurrerend te worden en investeerders een aantrekkelijk ondernemingsklimaat te bieden;

     xxv)      ervoor zorgen dat regeringen de kans krijgen om een sociaal en ecologisch verantwoord aanbestedingsbeleid te voeren; bepalingen inzake aanbestedingen mogen regeringen niet beletten in te spelen op de behoeften van de samenleving en het milieu, en de mogelijkheid om sociale eisen te stellen, mag door de overeenkomst niet worden ingeperkt, zoals gesteld in de nieuwe EU-richtlijnen inzake overheidsopdrachten; voorts moet het beleid inzake overheidsopdrachten in overeenstemming zijn met IAO-Verdrag 94 betreffende bepalingen ter regeling van arbeidsvoorwaarden (overheidscontracten);

     xxvi)     spoedig regelgevingsmaatregelen nemen tegen agressieve fiscale planning, waarbij bijvoorbeeld hoofdzetels naar de andere kant van de Atlantische Oceaan worden overgebracht om te profiteren van voorwaarden die de concurrentie verstoren en negatieve gevolgen hebben voor de werkgelegenheid.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.4.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

18

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, Brando Benifei, Enrique Calvet Chambon, Martina Dlabajová, Arne Gericke, Marian Harkin, Danuta Jazłowiecka, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Zdzisław Krasnodębski, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Patrick Le Hyaric, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Javi López, Thomas Mann, Dominique Martin, Anthea McIntyre, Joëlle Mélin, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Sofia Ribeiro, Maria João Rodrigues, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Siôn Simon, Jutta Steinruck, Romana Tomc, Yana Toom, Ulrike Trebesius, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka, Jana Žitňanská, Inês Cristina Zuber

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Daniela Aiuto, Georges Bach, Elmar Brok, Karima Delli, Sergio Gutiérrez Prieto, Miapetra Kumpula-Natri, Joachim Schuster, Neoklis Sylikiotis, Ivo Vajgl


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (16.4.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake de aanbevelingen aan de Commissie voor de onderhandelingen over het transatlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Bart Staes

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–   gezien de gemeenschappelijke verklaring van 13 februari 2013 van president Obama van de VS, voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie en voorzitter Herman Van Rompuy van de Europese Raad(1),

–   gezien zijn resolutie over de handels- en investeringsbesprekingen van de EU met de Verenigde Staten van Amerika van 23 mei 2013(2),

–   gezien de richtsnoeren voor de onderhandelingen over het trans-Atlantische handels- en investeringspartnerschap tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika van 14 juni 2013(3),

–   gezien de verslagen uit 2013 en 2014 over sanitaire en fytosanitaire maatregelen opgesteld door de handelsvertegenwoordiger van de VS(4),

–   gezien de verslagen uit 2013 en 2014 over technische handelsbelemmeringen opgesteld door de handelsvertegenwoordiger van de VS(5),

–   gezien de studies van zijn Directoraat-generaal intern beleid getiteld "Legal implications of the EU-US trade and investment partnership (TTIP) for the Acquis Communautaire and the ENVI relevant sectors that could be addressed during negotiations" (Juridische consequenties van het TTIP (handels- en investeringspartnerschap EU-VS) voor het acquis communautaire en de voor ENVI relevante sectoren die tijdens de onderhandelingen aan de orde kunnen komen) van oktober 2013(6) en "ENVI relevant legislative Areas of the EU-US Trade and Investment Partnership Negotiations (TTIP)" (Voor ENVI relevante wetgevingsonderdelen van de onderhandelingen over het TTIP (handels- en investeringspartnerschap EU-VS)) van november 2014(7),

–   gezien de informatienota over de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS) in de Verenigde Staten en de Europese Unie van juni 2014 van de Conferentie van de VN voor handel en ontwikkeling (UNCTAD)(8),

–   gezien de artikelen 168 en 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en in het bijzonder het voorzorgsbeginsel zoals vastgesteld in artikel 191, lid 2,

–   gezien de geïntegreerde EU-aanpak op het gebied van voedselveiligheid ("van boer tot bord"), ingevoerd in 2004(9),

–   gezien de resultaten van de Eurobarometer van november 2014 over de trans-Atlantische handels- en investeringsovereenkomst,

–   gezien Richtlijn 2001/81/EG inzake nationale emissieplafonds, als onderdeel van de tenuitvoerlegging van de thematische strategie inzake luchtverontreiniging, en met inachtneming van de wetgeving inzake specifieke broncategorieën, zoals Euro 5/6 en EURO VI, die gericht zijn op terugdringing van de luchtverontreiniging, die verantwoordelijk is voor 400 000 voortijdige sterfgevallen in Europa,

A. overwegende dat handel generaties lang een motor is geweest voor groei, werkgelegenheid en vooruitgang in Europa; overwegende dat handel en investeringen echter op zich geen doelstellingen zijn, maar als middel moeten dienen om de levensstandaard te verhogen en het welzijn te verbeteren, alsook de volksgezondheid te beschermen en te bevorderen en moeten bijdragen tot een situatie van volledige werkgelegenheid waarin de hulpbronnen van de wereld duurzaam worden benut overeenkomstig de doelstelling van duurzame ontwikkeling, waarbij zowel bescherming als behoud van het milieu wordt nagestreefd;

B.  overwegende dat uit de Eurobarometer van november 2014 blijkt dat in 25 van de 28 lidstaten een meerderheid van de Europese burgers voorstander is van een trans-Atlantische handels- en investeringsovereenkomst;

C. overwegende dat Europa als continent met een vergrijzende bevolking, weinig grondstoffen, een laag geboortecijfer en een sociaal model op basis van hoge sociale uitgaven als aandeel van het bbp steeds afhankelijker zal zijn van groei buiten de EU om daarmee de interne welvaart te stimuleren om haar sociale stelsels te ondersteunen, die ernstig onder druk zullen komen te staan, voornamelijk doordat de levensverwachting steeds hoger wordt, en het aantal mensen in de werkende leeftijd steeds kleiner;

D. overwegende dat volgens de richtsnoeren van de Raad voor de onderhandelingen over het TTIP(10), de overeenkomst tot doel heeft de handel en investeringen tussen de EU en de VS te doen toenemen, om nieuwe economische mogelijkheden te creëren ter stimulering van de werkgelegenheid en groei middels bredere markttoegang en verbeterde compatibiliteit op regelgevingsgebied, door onnodige belemmeringen voor de handel weg te nemen en de weg te bereiden voor wereldwijde normen, terwijl wordt erkend dat duurzame ontwikkeling een overkoepelende doelstelling is van de partijen en dat de partijen geen handel of directe buitenlandse investeringen zullen aanmoedigen door binnenlandse wetgeving en normen op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid af te zwakken; overwegende dat de Europese Commissie(11) en president Obama(12) op talloze gelegenheden in het openbaar hebben verklaard dat de normen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan niet zullen worden afgezwakt;

E.  overwegende dat de VS met andere wereldspelers al verschillende andere partnerschapsovereenkomsten voor handel en investeringen heeft gesloten;

F.  overwegende dat de TTIP-onderhandelingen op drie belangrijke pijlers gestoeld zijn, die betrekking hebben op a) markttoegang, b) regelgevingsvraagstukken en niet-tarifaire belemmeringen en c) regels;

G. overwegende dat het TTIP een mogelijkheid biedt om de weg in te slaan van hoge normen op bepaalde gebieden voor de bescherming van de volksgezondheid, diergezondheid en het milieu op wereldniveau;

H. overwegende dat er toch bezorgdheid bestaat dat het doel van het TTIP om bestaande niet-tarifaire belemmeringen te verminderen en weg te nemen(13) zou kunnen leiden tot een overeenkomst die het EU-beschermingsniveau wat betreft volksgezondheid, met inbegrip van voedselveiligheid, diergezondheid en het milieu, in gevaar zou kunnen brengen;

I.   overwegende dat er verschillen bestaan tussen de regelgevingsstelsels van de EU en de VS, onder andere op het gebied van de bescherming van de volksgezondheid en het milieu, met inbegrip van voedselveiligheid, informatie aan consumenten en diergezondheid, vanwege de cultuurverschillen op juridisch en politiek gebied, die verschillende aandachtspunten en benaderingen weerspiegelen, zoals verschillende beginselen (bijv. het voorzorgsbeginsel), waardeoordelen, beleidsdoelstellingen en methoden voor risicoanalyse;

J.   overwegende dat de VS en de EU bepaalde normen op deze gebieden als handelsbelemmeringen beschouwen(14);

K. overwegende dat wordt gevreesd dat het voornemen om het TTIP en vergelijkbare handelsovereenkomsten aan te nemen reeds van invloed is geweest op voorstellen van de Commissie en hiermee samenhangende acties, bijvoorbeeld op het gebied van voedselveiligheid en klimaatbescherming (bijv. behandelingen tegen ziekteverwekkers, etikettering van vlees van gekloonde dieren en hun nakomelingen en de tenuitvoerlegging van de richtlijn inzake brandstofkwaliteit);

L.  overwegende dat wordt gevreesd dat de ontwerpbepalingen betreffende samenwerking op regelgevingsgebied inzake handelingen die aanzienlijke gevolgen hebben of naar verwachting zullen hebben op de handel en investeringen tussen de EU en de VS: 

     - de VS formele rechten toekennen met betrekking tot uitvoeringshandelingen die moeten worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 291 VWEU, terwijl het Europees Parlement op geen enkele manier het recht heeft controle uit te oefenen met betrekking tot uitvoeringshandelingen;

     - de VS het recht toekennen samen te werken met regelgevende instanties in het kader van de aanneming door de lidstaten van nationale wetgeving en onder andere gezamenlijk onderzoek te doen naar mogelijke manieren om compatibiliteit op regelgevingsgebied te bevorderen;

     - het voor EU de facto moeilijker zouden kunnen maken om de minimale gemeenschappelijke basis van internationale instrumenten te overstijgen vanwege haar verbintenissen betreffende internationale samenwerking op regelgevingsgebied en de implementatie van de internationale instrumenten;

M. overwegende dat uitsluitend sterkere compatibiliteit op regelgevingsgebied kan worden verwezenlijkt zonder dat de huidige en toekomstige EU-normen op het gebied van gezondheid en milieu in gevaar worden gebracht, door een duidelijk onderscheid te maken tussen de gebieden waarop de doelstellingen en beschermingsniveaus vergelijkbaar zijn en de gebieden waarop deze van elkaar verschillen; overwegende dat op de gebieden waarop de doelstellingen en beschermingsniveaus vergelijkbaar zijn, gemeenschappelijke benaderingen of wederzijde erkenning kunnen worden ingesteld; overwegende dat op gebieden waarop de beschermingsniveaus duidelijk van elkaar verschillen, de samenwerking moet worden gericht op informatie-uitwisseling of opwaartse harmonisatie;

N. overwegende dat de wetgevers van de EU en de VS sterk van elkaar verschillende benaderingen volgen wat betreft regelgeving op het gebied van voedsel- en voederveiligheid, in het bijzonder in verband met vergunningen, etikettering en controles in de voedsel- en voederketen wat betreft ggo's, traceerbaarheid van vlees, behandelingen tegen ziekteverwekkers, pesticiden en gekloonde dieren; overwegende dat de milieu- en voedselveiligheidsvoorschriften van de EU gebaseerd zijn op het voorzorgsbeginsel en de "van boer tot bord"-aanpak op basis waarvan strenge EU-voorschriften zijn vastgesteld en dan ook moeten worden behouden;

O. overwegende dat de gevolgen van een toekomstig TTIP voor het EU-acquis inzake het milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid, sterk afhangen van de specifieke bepalingen van de overeenkomst; overwegende dat handelsovereenkomsten in geen enkel geval de bestaande wetgeving van verdragsluitende landen mogen wijzigen; overwegende dat de tenuitvoerlegging van bestaande wetgeving evenals de aanneming van toekomstige wetgeving in handen moet blijven van democratisch verkozen organen die de bestaande procedures eerbiedigen;

P.  overwegende dat de EU momenteel een beperkte markttoegang heeft in de maritieme sector van de VS, en dat het TTIP, indien correct uitgevoerd, tot betere samenwerking, grotere convergentie en economische voordelen voor het Europese bedrijfsleven zou kunnen leiden;

Q. overwegende dat de VS, anders dan meer dan 150 landen in de wereld, een aantal belangrijke internationale verdragen inzake chemische stoffen niet heeft geratificeerd (bijv. het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen, het Verdrag van Rotterdam inzake de handel in bepaalde gevaarlijke chemische stoffen), hetgeen aantoont dat de VS wat betreft internationaal beleid inzake chemische stoffen alleen staat; overwegende dat de VS bovendien weigert het aan milieu gerelateerde deel van het wereldwijd geharmoniseerd systeem voor de indeling en etikettering van chemische stoffen van de VN te implementeren, hetgeen bewijst dat er tussen de VS en de EU wat chemische stoffen betreft op het meest basale niveau verschil van mening heerst;

R.  overwegende dat uit het verslag van de VS over technische handelsbelemmeringen uit 2014 blijkt dat de VS sinds 2003 op iedere vergadering van het TBT-comité van de Wereldhandelsorganisatie zijn bezorgdheid heeft geuit over REACH, vanwege "het feit dat aspecten van REACH discriminerend zouden zijn, geen legitieme onderbouwing zouden hebben en een onnodige belemmering voor de handel zouden vormen", hetgeen aangeeft dat de VS nogal fundamentele bezwaren tegen REACH heeft

S.  overwegende dat algemeen wordt aangenomen dat de in 1976 aangenomen Toxic Substances Control Act (TSCA) van de VS en de in 2006 aangenomen REACH-verordening fundamenteel van aard verschillen; overwegende dat om die reden de onderhandelingen over het TTIP niet als doel hebben om de twee stelsels te harmoniseren; overwegende dat de onderhandelingen echter betrekking hebben op toekomstige samenwerking betreffende de tenuitvoerlegging van REACH; overwegende dat, gezien de sterk uiteenlopende standpunten over het risicobeheer van chemische stoffen en het fundamentele en aanhoudende bezwaar van de VS tegen REACH, er geen voordeel valt te behalen uit samenwerking betreffende de tenuitvoerlegging van deze uiteenlopende rechtskaders, temeer daar deze tenuitvoerlegging alles behalve een uitsluitend technisch of onomstreden proces zal zijn;

T.  overwegende dat er grote verschillen zijn tussen de regelgevingskaders van de VS en de EU inzake gewasbeschermingsmiddelen:

     - 82 werkzame stoffen zijn in de EU verboden, maar in de VS toegestaan;

     - de EU heeft bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 met opzet op gevaren gebaseerde cut-offcriteria opgesteld gericht op de geleidelijke uitbanning van het gebruik van werkzame stoffen die kankerverwekkend, mutageen, toxisch voor de voortplanting, persistent en toxisch en bioaccumulerend zijn of hormoonontregelende effecten teweegbrengen; de VS staat erop een op risico's gebaseerde aanpak te hanteren, gebaseerd op talloze aannames en extrapolaties, waardoor het gebruik van dergelijke hoogst zorgwekkende stoffen wordt toegelaten;

     - er is een algemeen patroon waarbij in de EU voor voedsel lagere gehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen zijn toegestaan dan in de VS;

U. overwegende dat in de voorgestelde onderhandelingstekst van de EU over sanitaire en fytosanitaire maatregelen, ingediend voor de vergaderingsronde van 29 september tot en met 3 oktober 2014, wordt voorgesteld de partijen te verplichten binnen 12 maanden na hun goedkeuring de tolerantiewaarden en maximumgehalten aan residuen zoals vastgesteld door de Commissie van de Codex Alimentarius toe te passen, tenzij de invoerende partij een voorbehoud kenbaar heeft gemaakt tijdens de vergadering van de Commissie van de Codex Alimentarius; overwegende dat er een algemeen patroon zichtbaar is waarbij de EU voor voedsel lagere gehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toestaat dan de Commissie van de Codex Alimentarius; overwegende dat de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) in de afgelopen vier jaar in 31-57 % van de gevallen een voorbehoud heeft ingediend, hetgeen onderstreept dat de EFSA in veel gevallen het oneens is met de normen van de Codex; overwegende dat de EFSA momenteel de vrijheid neemt om haar voorbehoud kenbaar te maken, binnen de haar toegekende grenzen; overwegende dat het, zodra het TTIP is aangenomen, zeer twijfelachtig is of de politieke krachten de EFSA hiermee door laten gaan, aangezien in de voorgestelde tekst de EU en de VS zich verbinden aan samenwerking met de internationale normeringsorganen "met het oog op het bereiken van een wederzijds bevredigend resultaat", hetgeen de EFSA er in de toekomst van kan weerhouden haar voorbehoud bij de Commissie van de Codex Alimentarius kenbaar te maken, en zodoende tot afzwakking van de EU-normen kan leiden;

V. overwegende dat de invoer in de EU van pluimveevlees dat behandeld is met antimicrobiële middelen op basis van natriumhypochloriet moet worden verboden;

W. overwegende dat op basis van de bijna geratificeerde uitgebreide economische en handelsovereenkomst (CETA) al is gebleken dat er mogelijkheden zijn voor handel in voor landbouw gevoelige sectoren, zoals de rundvleessector, onder strikte naleving van de Europese sanitaire en fytosanitaire (SPS) normen en methoden(15);

X. overwegende dat er in het TBT-verslag van de VS uit 2014 wordt vermeld dat er bezorgdheid heerst in de sector voor chemische stoffen en gewasbescherming in de VS met betrekking tot de te ontwikkelen op gevaren gebaseerde cut off-criteria voor hormoonontregelaars en dat de VS zowel bilateraal als bij de vergaderingen van het TBT- en het SPS-comité van de WTO zijn bezorgdheid heeft geuit over het voorstel van DG Milieu; overwegende dat de Commissie in juli 2013 heeft besloten een effectbeoordeling uit te voeren over de ontwikkeling van criteria voor hormoonontregelaars; overwegende dat dit besluit de belangrijkste oorzaak is waardoor de Commissie de criteria niet kon aannemen vóór de uiterste termijn van vier jaar die in december 2013 afliep; overwegende dat de VS verheugd was over dit besluit van de Commissie, maar dat de Raad en het Europees Parlement besloten Zweden te steunen bij zijn rechtszaak om dit besluit van de Commissie aan te vechten, hetgeen aangeeft dat er fundamentele verschillen zijn in de opvattingen over de aard van de regelgeving in EU-recht;

Y. overwegende dat er verbanden bestaan tussen ongezond voedsel en voedingsgerelateerde niet-overdraagbare ziekten; overwegende dat de speciale VN-rapporteur voor het recht van eenieder op de hoogst haalbare standaard van lichamelijke en geestelijke gezondheid heeft verklaard dat de wereldhandel, de toename van directe buitenlandse investeringen (BDI's) in de levensmiddelensector en de algemeen voorkomende marketing van ongezond voedsel hebben geleid tot een toename van de consumptie van ongezonde levensmiddelen(16); overwegende dat de speciale rapporteur in de conclusie van zijn verslag een reeks aanbevelingen heeft opgenomen, gericht op de staten en de levensmiddelenindustrie, om concrete stappen te ondernemen die ervoor moeten zorgen dat de productie en consumptie van ongezonde levensmiddelen wordt verminderd en gezondere alternatieve levensmiddelen beter verkrijgbaar en betaalbaarder worden;

Z.  overwegende dat uit het wereldwijde actieplan ter voorkoming en beheersing van niet-overdraagbare ziekten 2013-2020 van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)(17) blijkt dat het cumulatieve verlies aan output ten gevolge van de vier belangrijkste niet-overdraagbare ziekten, tezamen met geestelijke stoornissen, naar schatting 47 biljoen USD bedraagt; overwegende dat de WHO van mening is dat dit verlies 75 % vertegenwoordigt van het totale bbp van 2010 (63 biljoen USD); overwegende dat de WHO van mening is dat er zonder verandering van het beleid inzake niet-overdraagbare ziekten productiviteit verloren zal gaan en in alle landen een escalatie van de kosten voor gezondheidszorg zal plaatsvinden;

AA.     overwegende dat de directeur-generaal van de WHO in juni 2013 op de achtste wereldgezondheidsconferentie heeft verklaard dat "inspanningen om niet-overdraagbare ziekten te bestrijden indruisen tegen de commerciële belangen van machtige marktdeelnemers"(18);

AB.     overwegende dat het TTIP, net als de trans-Pacifische partnerschapsovereenkomst, voor de EU en de lidstaten kan leiden tot beperking van de mogelijkheden om het voedingsbeleid te beschermen tegen de invloed van gevestigde belangen, en van de reikwijdte van interventies om de consumptie van minder gezond voedsel actief te ontmoedigen (en gezond voedsel te stimuleren), waaronder middels het beleid inzake overheidsopdrachten, en van de capaciteit van de EU en de lidstaten om deze interventies te implementeren(19);

AC.     overwegende dat de federale wetgeving in de VS inzake dierenwelzijn ver onder het niveau van de EU-wetgeving ligt, en dat bijvoorbeeld wetgeving inzake welzijnsnormen voor landbouwhuisdieren voorafgaand aan de slacht ontbreekt; overwegende dat de Commissie dierenwelzijn helaas niet als een punt van zorg beschouwt voor de handel, op dezelfde manier als de voedselveiligheid of diergezondheid voor de toepassing van invoervereisten;

AD.     overwegende dat de EU en de VS op het gebied van de terugdringing van de gemiddelde emissies van broeikasgassen door lichte bedrijfsvoertuigen, sterk verschillen in de aanpak van de regelgeving hiervoor, het beginpunt van de gemiddelde emissies en hun ambitieniveau; overwegende dat dit gebied derhalve niet moet worden onderworpen aan wederzijdse erkenning;

AE.     overwegende dat de wetgevers en regelgevers van de EU en de VS de broeikasgasemissies en de klimaatverandering op zeer uiteenlopende manieren hebben aangepakt; overwegende dat het aanpakken van de aanzienlijke dreigingen die voortvloeien uit de klimaatverandering en het in stand houden van het goedgekeurde klimaatbeleid voorrang moeten hebben boven het stimuleren van de handel;

AF.     overwegende dat het voor het TTIP van essentieel belang is om de externe kosten voor het klimaat, de volksgezondheid en het milieu van het vervoer per vliegtuig, schip of over de weg te internaliseren teneinde de duurzaamheid van de wereldhandel in goederen te waarborgen; overwegende dat de EU vanwege het ontbreken van effectief internationaal optreden om deze kosten te internaliseren regionale non-discriminatoire maatregelen zou moeten vaststellen en ten uitvoer leggen om zulke externe factoren aan te pakken;

AG.     overwegende dat de bepalingen in het TTIP inzake duurzame ontwikkeling als doel zouden moeten hebben dat wordt gewaarborgd dat handelsbeleid en milieubeleid elkaar ondersteunen, dat een optimaal gebruik van hulpbronnen wordt gestimuleerd overeenkomstig de doelstelling van duurzame ontwikkeling, en dat de samenwerking op milieugebied wordt verbeterd;

AH.     overwegende dat de VS op veel gebieden, zoals het klimaatbeleid en het beleid inzake de beheersing van emissies, lagere regelgevingsnormen hanteert dan de EU, waardoor de productiekosten en de kosten voor naleving van de regelgeving in de EU hoger zijn dan in de VS, en er zodoende een risico bestaat op het weglekken van koolstof en emissies;

AI.      overwegende dat verlaging van de tarieven voor van energie afhankelijke goederen waarvoor de kosten voor de naleving van de EU-regelgeving inzake het milieu en het klimaat duurder zijn dan de overeenkomstige kosten in de VS, kan leiden tot aantasting van het concurrentievermogen van de EU-productiesector ten opzichte van de importsector van de VS, die deze kosten niet hoeft te maken;

AJ.      overwegende dat universele gezondheidszorgstelsels deel uitmaken van het Europese sociale model en dat de lidstaten de bevoegdheid hebben om gezondheidsdiensten en medische zorg te beheren en te organiseren;

AK.    overwegende dat Verordening (EU) nr. 536/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik vereist dat er binnen één jaar na voltooiing van een proef een samenvatting wordt gepubliceerd van de resultaten van alle klinische proeven, en dat er een volledig klinisch onderzoeksrapport wordt gepubliceerd in een openbaar toegankelijke databank zodra de procedure tot verlening van de vergunning is voltooid of de aanvrager de aanvraag voor de vergunning voor het in de handel brengen heeft ingetrokken; overwegende dat het recht in de VS niet een gelijkwaardig niveau van transparantie vereist;

AL.     overwegende dat de kosten voor geneesmiddelen naar schatting 1,5 % van het Europese bbp vertegenwoordigen, en dat derhalve een stijging van de kosten vanwege het beschermen van de intellectuele eigendom, die voortvloeit uit het TTIP, een negatief effect kan hebben op de kosten voor de gezondheidszorg;

AM.    overwegende dat volgens UNCTAD, maatregelen op het gebied van milieu en volksgezondheid tot de overheidsmaatregelen behoren die het vaakst aangevochten worden in ISDS-zaken;

AN.    overwegende dat de Commissie op 25 november 2014 heeft besloten om de transparantie van de TTIP-onderhandelingen te verhogen(20); overwegende dat dit besluit gewenst is; overwegende dat de Europese Ombudsman op 7 januari 2015 haar tevredenheid heeft uitgesproken over de door de Commissie geboekte vooruitgang bij het transparanter maken van de TTIP-onderhandelingen, maar dat zij ook verschillende aanbevelingen voor verdere verbeteringen heeft gedaan(21); overwegende dat toegang tot Amerikaanse tekstvoorstellen de transparantie zou vergroten;

1.  roept de Commissie ertoe op de algemene beginselen en doelstellingen van de richtsnoeren van de Raad voor de onderhandelingen over het TTIP te volgen;

2.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat gedurende de onderhandelingen het EU-beleid en de EU-beginselen inzake de bescherming en verbetering van de volksgezondheid, de diergezondheid en het milieu onaangetast blijven, zowel wettelijk als feitelijk, en in de definitieve TTIP-overeenkomst volledig tot uitdrukking worden gebracht;

3.  verzoekt de Commissie te garanderen dat het TTIP het recht, de mogelijkheden en de wetgevingsprocedures van de EU en de lidstaten onverlet laat om in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, bestaande en toekomstige maatregelen aan te nemen, uit te voeren en te handhaven die noodzakelijk zijn om op niet-discriminerende wijze legitieme openbare beleidsdoelstellingen na te streven, zoals doelstellingen op het gebied van volksgezondheid, diergezondheid, en milieubescherming;

4.  roept de Commissie ertoe op ervoor te zorgen dat, ofwel via een horizontaal hoofdstuk inzake samenwerking op het gebied van regelgeving ofwel via bepalingen per sector, wordt voorkomen dat overeenkomsten leiden tot een afzwakking van de bestaande normen op het gebied van milieu, gezondheid en voedselveiligheid, en er tevens voor te zorgen dat overeenkomsten niet van invloed zijn op normen die moeten worden vastgesteld op gebieden waarop de wetgeving of de normen zeer verschillend zijn in de VS en de EU, zoals bijvoorbeeld de tenuitvoerlegging van bestaande (kader)wetgeving (bijv. REACH), of de aanneming van nieuwe wetten (bijv. betreffende klonen), of toekomstige definities van invloed op het beschermingsniveau (bijv. betreffende hormoonontregelende stoffen);

5.  verzoekt de Commissie de samenwerking op regelgevingsgebied te beperken tot duidelijk vastgelegde sectoren waarin de VS en de EU een gelijkwaardig beschermingsniveau hebben, of waarin er met reden vanuit kan worden gegaan dat ondanks de verschillende beschermingsniveaus, opwaartse harmonisatie kan worden bewerkstelligd, of waarin een poging hiertoe ten minste de moeite waard is; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat eventuele bepalingen inzake samenwerking op regelgevingsgebied in het TTIP geen procedurele vereisten invoeren voor de aanname van de EU-handelingen die eronder zouden vallen en geen aanleiding geven tot afdwingbare rechten in dat verband;

6.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat alle wetgevers en alle spelers op het gebied van samenwerking op regelgevingsgebied, betrokken worden bij ieder orgaan dat mogelijk wordt opgericht om de toekomstige samenwerking op regelgevingsgebied uit te werken;

7.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat economische doelstellingen niet ten koste gaan van de volksgezondheid, de voedselveiligheid, het dierenwelzijn of het milieu(22); verzoekt de Commissie te erkennen dat op de gebieden waarop de voorschriften van EU en de VS sterk van elkaar verschillen, geen overeenstemming zal worden bereikt, zoals op het gebied van de openbare gezondheidszorg, ggo's, het gebruik van hormonen in de rundvleessector, REACH en de tenuitvoerlegging ervan, en het klonen van dieren voor landbouwdoeleinden, en dan ook niet over deze onderwerpen te onderhandelen;

8.  verzoekt de Commissie de volgende regelgevingsmaatregelen of normen als fundamenteel te beschouwen en te erkennen dat deze onverlet moeten worden gelaten:

     - verboden op werkzame stoffen en EU- maximumwaarden voor residuen van bestrijdingsmiddelen,

     - regelgevingsmaatregelen in verband met hormoonontregelaars,

     - de organisatorische autonomie op het gebied van watervoorziening en sanitaire voorzieningen,

     - de geïntegreerde EU-aanpak op het gebied van voedselveiligheid, met inbegrip van bepalingen inzake dierenwelzijn,

     - toepassing van de EU-wetgeving inzake voedselinformatie aan consumenten,

     - de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 536/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik, en met name de eis dat er van alle klinische proeven volledige klinische onderzoeksrapporten worden bekendgemaakt in een openbaar toegankelijke gegevensbank zodra de vergunningsprocedure is afgerond,

     - de bevoegdheid van lidstaten met betrekking tot de organisatie van gezondheidsstelsels, met inbegrip van de prijsstelling en vergoeding van geneesmiddelen evenals de toegang tot geneesmiddelen,

     - de beperking van ingrediënten in cosmetische producten en het verbod op klinische proeven op dieren in verband met cosmetische ingrediënten en eindproducten,

     - het EU-beleid op het gebied van hernieuwbare energie, groene technologie en de verwezenlijking van de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU,

     - maatregelen om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen terug te dringen, en EU- en/of internationale processen die toewerken naar het koolstofvrij maken van het vervoer,

     - eisen inzake een ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten;

9.  verzoekt de Commissie openbare en sociale diensten van alle bepalingen van de overeenkomst uit te sluiten; benadrukt bovendien dat er geen sprake mag zijn van negatieve lijsten, hybride benaderingen of "ratchet-clausules";

10. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat, waar van toepassing, een gemeenschappelijke aanpak, samenwerking op regelgevingsgebied of wederzijde erkenning wordt bewerkstelligd op de volgende gebieden, op voorwaarde dat het niveau van de EU-nomen niet in het gedrag komt:

     - erkenning en bescherming van alle Europese beschermde oorsprongsbenamingen (BOB's) en beschermde geografische aanduidingen (BGA's) door de VS, terwijl een einde wordt gemaakt aan het misleidende gebruik van geografische aanduidingen (GA's) in de VS,

     - geïntegreerde plaagbestrijding zodat plagen bij dieren en planten worden voorkomen,

     - beperking van het gebruik van antibiotica in de veehouderij, om de doelmatigheid van antibiotica voor mens en dier te waarborgen,

     - dieridentificatiesystemen, en compatibele traceerbaarheidsbepalingen om ervoor te zorgen dat verwerkte en niet-verwerkte voedingsmiddelen die producten van dierlijke oorsprong bevatten door de hele voedselketen heen kunnen worden getraceerd,

     - alternatieve methoden voor dierproeven,

     - inspecties in verband met de productie van farmaceutische producten en medische apparatuur,

     - maatregelen tegen obesitas onder met name kinderen,

     - groene overheidsopdrachten,

     - de geharmoniseerde tenuitvoerlegging van de VN/ECE-overeenkomst van 1958 betreffende het aannemen van eenvormige technische voorschriften en de VN-overeenkomst van 1998 betreffende mondiale technische reglementen,

     - de eenvormige invoering van een verbeterde testcyclus in zowel de EU als de VS, die is gebaseerd op de wereldwijde geharmoniseerde testprocedures voor lichte voertuigen; - markttoezicht, de conformiteit van productcertificering en gebruikstests, en transparantie van de resultaten,

     - invoering van een wereldwijd voertuigclassificatiesysteem voor lichte en zware voertuigen,

     - vervanging van cyanide in mijnprojecten;

11. verzoekt de Commissie verder te gaan met het koppelen van de in de EU en de VS bestaande systemen voor vroegtijdige waarschuwing op het gebied van levensmiddelen en de verbetering van de traceerbaarheid van de producten in de trans-Atlantische handelsketen, om in het geval van een voedselschandaal sneller maatregelen te kunnen treffen ter bescherming van de volksgezondheid;

12. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het TBT-hoofdstuk in het TTIP geen beperking vormt voor de mogelijkheden van de EU en haar lidstaten om maatregelen te nemen die erop zijn gericht de consumptie van bepaalde producten zoals tabak en voedingsmiddelen met een hoog vet-, zout- en suikergehalte, en schadelijk gebruik van alcohol, terug te dringen;

13. verzoekt de Commissie de VS aan te moedigen om het importverbod op rundvlees uit de EU op te heffen;

14. verzoekt de Commissie een formele dialoog over dierenwelzijn aan te gaan met de Amerikaanse regelgevers; verzoekt de Commissie bepalingen inzake dierenwelzijn te verdedigen, om te zorgen voor harmonisatie op het hoogste niveau, ondersteund door de nodige handhavingsmechanismen;

15. verzoekt de Commissie om in het kader van het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling van de VS volledige naleving te eisen van de multilaterale milieuovereenkomsten, zoals, onder andere, het Protocol van Montreal (ozon), het Verdrag van Basel (grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen), het Verdrag van Stockholm (persistente organische verontreinigende stoffen), het Verdrag van Rotterdam (handel in schadelijke chemische stoffen en pesticiden), de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde dier- en plantensoorten, het Verdrag inzake biologische diversiteit, en het Kyotoprotocol, alvorens in te stemmen met samenwerking op regelgevingsgebied op deze gebieden;

16. verzoekt de Commissie dubbelzinnigheden te vermijden, om ruime interpretaties door arbitragerechtbanken te voorkomen en ervoor te zorgen dat de essentiële termen die in de overeenkomst worden gebruikt, duidelijk worden gedefinieerd;

17. verzoekt de Commissie zich te verzetten tegen de opname in het TTIP van ISDS, aangezien aan de ene kant dit mechanisme de soevereine rechten van de EU, haar lidstaten en de regionale en lokale autoriteiten om regelgeving aan te nemen op het gebied van volksgezondheid, voedselveiligheid en het milieu, fundamenteel zou kunnen aantasten, en aan de andere kant het aan de rechtbanken van de lidstaten die doeltreffende wettelijke bescherming verschaffen, gebaseerd op de democratische legitimiteit, moet zijn om alle te verwachten geschillen competent, efficiënt en op een kostenbesparende wijze te beslechten;

18. verzoekt de Commissie om in het kader van de TTIP-onderhandelingen een einde te maken aan de vrijstellingen van accijnzen op brandstof voor de commerciële luchtvaart in overeenstemming met de G20-verbintenissen om subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te bouwen;

19. verzoekt de Commissie te waarborgen dat het Parlement volledig op de hoogte wordt gehouden van het onderhandelingsproces;

20. verzoekt de Commissie de transparantie van de onderhandelingen verder te doen toenemen, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese Ombudsman van 7 januari 2015;

21. verzoekt de Commissie de VS ertoe aan te sporen de EU te volgen wat betreft het verhogen van de transparantie;

22. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de duurzaamheidseffectbeoordeling betreffende de TTIP-overeenkomst uitgebreid zal zijn en zal worden herzien zodra een geconsolideerde tekst tot stand is gekomen en voorafgaand aan de finalisering ervan, met duidelijke betrokkenheid van belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld; is van mening dat de duurzaamheidseffectbeoordeling eveneens een grondige herziening en beoordeling moet bevatten van iedere voorgestelde bepaling met het oog op de potentiële impact ervan op het regelgevend acquis en de vrijheid van de EU om in de toekomst legitieme beleidsdoelstellingen na te streven, terwijl wordt beoordeeld of het beoogde doel eveneens kan worden bereikt met andere middelen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

14.4.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

59

8

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Catherine Bearder, Ivo Belet, Biljana Borzan, Nessa Childers, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Seb Dance, Angélique Delahaye, Jørn Dohrmann, Ian Duncan, Stefan Eck, Eleonora Evi, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Iratxe García Pérez, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Martin Häusling, Anneli Jäätteenmäki, Benedek Jávor, Josu Juaristi Abaunz, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Gilles Pargneaux, Marit Paulsen, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, Pavel Poc, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Dubravka Šuica, Tibor Szanyi, Nils Torvalds, Glenis Willmott, Jadwiga Wiśniewska, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Paul Brannen, Renata Briano, Nicola Caputo, Mark Demesmaeker, Herbert Dorfmann, Eleonora Forenza, Esther Herranz García, Peter Jahr, Joëlle Mélin, József Nagy, Younous Omarjee, Sirpa Pietikäinen, Gabriele Preuß, Christel Schaldemose, Bart Staes, Kay Swinburne, Tom Vandenkendelaere

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Ignazio Corrao

(1)

http://europa.eu/rapid/press-release_MEMO-13-94_en.htm

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA (2013)0227.

(3)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11103-2013-DCL-1/nl/pdf

(4)

http://www.ustr.gov/sites/default/files/2013%20SPS.pdf

http://www.ustr.gov/sites/default/files/FINAL-2014-SPS-Report-Compiled_0.pdf

(5)

http://www.ustr.gov/sites/default/files/2013%20TBT.pdf

http://www.ustr.gov/sites/default/files/2014%20TBT%20Report.pdf

(6)

http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/etudes/join/2013/507492/IPOL-ENVI_ET(2013)507492_EN.pdf

(7)

http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/etudes/join/2013/507492/IPOL-ENVI_ET(2014)536293_EN.pdf

(8)

            http://unctad.org/en/PublicationsLibrary/webdiaepcb2014d4_en.pdf

(9)

            http://ec.europa.eu/dgs/health_consumer/information_sources/docs/from_farm_to_fork_2004_en.pdf

(10)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11103-2013-DCL-1/nl/pdf

(11)

http://europa.eu/rapid/press-release_STATEMENT-14-12_en.htm

(12)

http://www.whitehouse.gov/the-press-office/2014/03/26/press-conference-president-obama-european-council-president-van-rompuy-a

(13)

Zie het verslag uit 2014 over technische handelsbelemmeringen van de handelsvertegenwoordiger van de VS, blz. 45.

(14)

Voor de VS, zie de verslagen uit 2013 en 2014 over technische handelsbelemmeringen opgesteld door de handelsvertegenwoordiger van de VS.

(15)

http://www.globalmeatnews.com/Industry-Markets/Canada-to-develop-hormone-free-beef-for-EU

(16)

http://www.unscn.org/files/Announcements/Other_announcements/A-HRC-26-31_en.pdf

(17)

http://apps.who.int/iris/bitstream/10665/94384/1/9789241506236_eng.pdf?ua=1

(18)

http://www.who.int/dg/speeches/2013/health_promotion_20130610/en/

(19)

http://www.healthpolicyjrnl.com/article/S0168-8510(14)00203-6/abstract

(20)

C(2014) 9052 final.

(21)

http://www.ombudsman.europa.eu/cases/correspondence.faces/nl/58643/html.bookmark

(22)

Zie de toespraak van de EU-commissaris voor handel Cecilia Malmström van 11 december 2014.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (25.3.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake de aanbevelingen aan de Europese Commissie voor de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Jerzy Buzek

SUGGESTIES

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  benadrukt het belang van een trans-Atlantische markt voor de burgers en bedrijven in de EU en de VS; benadrukt dat de onderhandelingen in de eerste plaats moeten leiden tot een diepe en brede, ambitieuze en hoogwaardige vrijhandels- en investeringsovereenkomst, waarin de Europese waarden worden geëerbiedigd en bevorderd, duurzame groei, wetenschappelijke samenwerking, innovatie en de schepping van hoogwaardige banen worden gestimuleerd en een bijdrage wordt geleverd aan het welzijn van de Europese burgers, door hun belangen in het hart van de TTIP-handelsovereenkomst te plaatsen; merkt op dat het TTIP gericht is op het afschaffen van tarieven, rechten en quota, maar ook op samenwerking op het gebied van regelgeving en de invoering van strenge gemeenschappelijke normen op de wereldmarkt; merkt op dat de inspanningen inzake de afschaffing van tarieven en harmonisering van de regelgeving met elkaar in evenwicht moeten zijn; verzoekt de Commissie meer contact te leggen met de burgers en alle belanghebbenden en hun mening waar mogelijk in aanmerking te nemen, de onderhandelingen zo open mogelijk te laten verlopen en alle mogelijke onderhandelingsdocumenten, inclusief documenten betreffende een eventueel hoofdstuk over energie en over kmo's, openbaar te maken, met als doel de Europese bevolking zoveel mogelijk transparantie te bieden;

2.  verzoekt de Commissie vast te houden aan de doelstelling om in het TTIP een specifiek hoofdstuk over energie op te nemen, met als doel een competitieve, transparante en niet-discriminatoire markt te creëren die de aanzet zou kunnen geven tot een aanzienlijke toename van de energiezekerheid in de EU, een grotere diversificatie van energiebronnen en lagere energieprijzen; benadrukt in dit verband het belang van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie voor de bevordering van de energiezekerheid; benadrukt dat dit specifieke hoofdstuk duidelijke garanties moet bevatten dat er niet aan de milieunormen en klimaatactiedoelstellingen van de EU zal worden getornd en dat de EU vrij blijft om ook in de toekomst onafhankelijk normen en doelstellingen vast te leggen;

3.  herinnert eraan dat de TTIP-overeenkomst zonder de goedkeuring van het Europees Parlement niet in werking kan treden;

4.  benadrukt dat de EU voor gediversifieerde en betrouwbare bronnen van energievoorziening moet zorgen; verzoekt de Commissie voor een vrijhandelsbeleid te zorgen inzake brandstoffen, inclusief LNG en ruwe olie, en de investeringen in brandstoffen aan te moedigen, en vraagt haar tegelijk erop toe te zien dat de EU het recht behoudt om brandstoffen in te delen volgens de CO2-impact tijdens de volledige levenscyclus ervan en de eigen klimaatdoelstellingen van de EU niet uit het oog te verliezen;

5.  verzoekt de Commissie verder te kijken dan uitvoerbeperkingen en zich indien toepasselijk in te zetten voor de trans-Atlantische harmonisatie en convergentie van hoogstaande gemeenschappelijke normen en voorschriften tot vastlegging van de beginselen voor overheidssteun voor de verschillende energiebronnen, met als doel het risico op concurrentieverstoring te beperken, zoals de definitie van warmtekrachtkoppeling met gebruik van biomassa; spoort de Commissie ertoe aan te onderzoeken op welke manier de samenwerking op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en innovatie inzake energie en op het vlak van de bevordering van schonere technologie kan worden verbeterd;

6.  wijst op de huidige verschillen tussen de VS en de EU op het vlak van energieprijzen en de toegang tot grondstoffen alsook wat de CO2-emissie per inwoner betreft, hetgeen tot een ongelijk speelveld leidt in termen van competitiviteit en milieubescherming; verzoekt de Commissie daarom om de opname van een bilaterale vrijwaringsclausule om energie-intensieve bedrijfstakken en koolstoflekkagesectoren in de EU, waaronder de chemische industrie en de grondstoffen- en staalindustrie, te voorzien van passende maatregelen voor de handhaving van de huidige douanetarieven gedurende een gepaste vastgelegde overgangsperiode na het inwerkingtreden van het TTIP, met een verplichte herzieningsclausule; is van mening dat zowel de Amerikaanse als de Europese bedrijven ertoe moeten worden aangespoord efficiënter gebruik te maken van hulpbronnen en energie; verzoekt de Commissie terdege rekening te houden met de noodzaak om stimulansen te bieden aan de verwerkende industrie, die een van de drijvende krachten vormt voor de herindustralisering van Europa;

7.  verzoekt de Commissie om zogenaamde ‘groene diensten’ zoals het bouwen, installeren, herstellen en beheren van milieugoederen op de agenda te zetten in de huidige onderhandelingen met onze trans-Atlantische partners; merkt op dat de Europese Unie een wereldleider is op het vlak van de in- en uitvoer van groene goederen en diensten, maar dat Europese groenedienstverleners nog altijd af te rekenen hebben met tal van obstakels; merkt op dat deze sector aanzienlijk economische mogelijkheden biedt voor de Europese Unie;

8.  benadrukt dat er geen compromissen mogen worden gesloten over de procedures en normen die zijn vastgesteld conform de EU-richtlijnen inzake energie-etikettering en ecologisch ontwerp;

9.  beklemtoont de grote mogelijke voordelen van het TTIP voor kmo’s; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat er bij de onderhandelingen over het TTIP overeenkomstig het "denk eerst klein"-beginsel ten volle rekening wordt gehouden met de prioriteiten en zorgen van kmo’s, bijvoorbeeld door veelomvattende effectbeoordelingen, doelgerichte openbare raadplegingen en betrokkenheid van vertegenwoordigers van de Europese kmo’s; moedigt de Commissie ertoe aan te streven naar de oprichting van een informatieloket voor kmo’s en de opstelling van een specifiek aan kmo’s gewijd hoofdstuk, waarin sprake is van de vermindering van de administratieve lasten met inachtneming van de toepasselijke regelgevingskaders; verzoekt de Commissie om het behoud en de versterking van voor kmo's gunstig beleid en van steunmaatregelen voor kmo's te waarborgen;

10. verzoekt de Commissie te zorgen voor gebruikersvriendelijke oorsprongsregels die eenvoudig kunnen worden toegepast door exporteurs uit de EU, en onnodige handelsbelemmeringen en bureaucratie als gevolg van dergelijke regels tot een minimum te beperken, in het bijzonder voor kmo's;

11. merkt op dat de Amerikaanse markt voor overheidsopdrachten in vergelijking met die van de EU buitengewoon ontoegankelijk blijft voor buitenlandse ondernemingen; verzoekt de Commissie om voor meer wederkerigheid te zorgen en erop toe te zien dat EU-bedrijven, inclusief kmo’s, actiever kunnen deelnemen aan overheidsopdrachten in de VS op alle bestuursniveaus, aangezien dit ervoor kan zorgen dat de particuliere innovatie gestimuleerd wordt en dat er ruimte komt voor nieuwe snelgroeiende en innoverende ondernemingen en sectoren; benadrukt dat de bevoegdheid van de EU-overheden om hun openbare diensten te behouden, door deze mogelijkheid niet op het spel mag worden gezet;

12. merkt op dat verschillen in de regelgeving in de Europese Unie en de VS veel kosten veroorzaken voor bedrijfstakken aan beide zijden van de Atlantische Oceaan; is van mening dat er aanzienlijke efficiëntiewinst mogelijk is door deze regelgevingsbenaderingen op elkaar af te stemmen, zonder de autoriteiten in de Europese Unie en de Verenigde Staten de mogelijkheid te ontnemen om hoogstaande normen en veiligheidsmaatregelen voor hun burgers te handhaven en in te voeren;

13. verwacht dat de Commissie in de onderhandelingen zal ingaan op de "buy American"-, "Jones"- en "domestic content"-bepalingen, die de toegang van EU-ondernemingen, in het bijzonder in de bagger- en de machinebouwsector, tot de markt van de VS in de praktijk aanzienlijk beperken;

14. herinnert de Commissie eraan dat het huidige hoge niveau van veiligheid, bescherming van persoonsgegevens en openheid, neutraliteit en onafhankelijkheid van het internet moet worden behouden, maar staat positief tegenover de mogelijke voordelen die verbonden zijn aan het nivelleren van markttoegang en regelgeving en aan wederzijdse erkenning, inclusief het vastleggen van gemeenschappelijke internationale beginselen voor normen en technische specificaties op ICT-gebied;

15. roept op tot open mededinging in en ontwikkeling van de digitale economie, die van nature mondiaal is maar haar belangrijkste bases in de EU en de VS heeft; onderstreept dat de digitale economie een centrale plaats moet innemen op de trans-Atlantische markt, met een hefboomeffect in de wereldeconomie en voor de verdere openstelling van de wereldmarkten;

16. herinnert de Commissie er in verband met diensten betreffende de informatiesamenleving en telecommunicatiediensten aan dat het bijzonder belangrijk is dat het TTIP een gelijk speelveld verzekert waarbij dienstverlenende bedrijven in de EU op basis van het wederkerigheidsbeginsel gelijke en transparante toegang tot de Amerikaanse markt hebben en waarbij Amerikaanse dienstverleners die diensten verlenen in Europa of aan Europese klanten, verplicht zijn om alle toepasselijke sector- en productgebonden veiligheidsnormen alsook de consumentenrechten te eerbiedigen;

17. verzoekt de Commissie het concurrentievermogen van de Europese be- en verwerkende industrie en de tegenhangers ervan in de Verenigde Staten aan een vergelijkend onderzoek te onderwerpen, om de grootschalige verplaatsing van Europese industriële bedrijfstakken en massaal banenverlies in de lidstaten te voorkomen;

18. vraagt dat het hoofdstuk over intellectuele-eigendomsrechten ook voorziet in een betere bescherming en erkenning van Europese geografische aanduidingen;

19. verzoekt de Commissie om binnen de TTIP-overeenkomst de geldigheid van alle geografische indicatoren (GI’s) te waarborgen, met inbegrip van GI’s voor niet-landbouwproducten; herinnert de Commissie aan de economisch gezien cruciale toegevoegde waarde van de GI-status.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

49

14

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Bendt Bendtsen, Reinhard Bütikofer, Jerzy Buzek, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Fredrick Federley, Ashley Fox, Adam Gierek, Juan Carlos Girauta Vidal, Theresa Griffin, Marek Józef Gróbarczyk, András Gyürk, Roger Helmer, Eva Kaili, Barbara Kappel, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Jeppe Kofod, Miapetra Kumpula-Natri, Janusz Lewandowski, Ernest Maragall, Edouard Martin, Nadine Morano, Dan Nica, Angelika Niebler, Miroslav Poche, Miloslav Ransdorf, Michel Reimon, Herbert Reul, Paul Rübig, Algirdas Saudargas, Jean-Luc Schaffhauser, Neoklis Sylikiotis, Dario Tamburrano, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Claude Turmes, Miguel Urbán Crespo, Vladimir Urutchev, Adina-Ioana Vălean, Kathleen Van Brempt, Henna Virkkunen, Martina Werner, Hermann Winkler, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pervenche Berès, Simona Bonafè, Cornelia Ernst, Yannick Jadot, Werner Langen, Marian-Jean Marinescu, Morten Messerschmidt, Dominique Riquet, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Anne Sander, Paul Tang, Pavel Telička, Anneleen Van Bossuyt, Cora van Nieuwenhuizen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella Adinolfi, Ignazio Corrao, Antanas Guoga


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (25.3.2015)

aan de Commissie internationale handel

over de aanbevelingen aan de Commissie voor de onderhandelingen over het transatlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Dita Charanzová

SUGGESTIES

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

beveelt de Commissie, in de context van de lopende TTIP-onderhandelingen, het volgende aan:

a)  wat betreft politieke prioriteiten

i.   ervoor te zorgen dat de onderhandelingen voornamelijk leiden tot een ambitieuze en allesomvattende overeenkomst, die voor Europese ondernemingen, in het bijzonder kmo's, belangrijke nieuwe markttoegangsmogelijkheden verschaft en voor burgers, consumenten en werknemers voordelen oplevert, terwijl het Europese model van een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen behouden blijft;

ii.   ervoor te zorgen dat de overeenkomst niet alleen belemmeringen wegwerkt, maar ook beoogt het Europese hoge niveau van consumentenbescherming, zoals verankerd in het VWEU, te bevorderen en te vrijwaren, met name wat informatie betreft, en in gedachten te houden dat de normen en de regelgeving in de EU en de VS dit hoge niveau in de meeste sectoren waarborgen; er bijgevolg nota van te nemen dat de onderlinge afstemming van onze regelgevingen moet dienen om strenge kwaliteitsnormen en -wetten vast te stellen, die een nieuwe wereldwijde benchmark en feitelijke internationale normen kunnen gaan vormen;

iii.  bij de onderhandelingen zo transparant mogelijk te blijven, inclusief inzage in de onderhandelingsteksten, en het maatschappelijk middenveld gedurende het gehele proces te blijven raadplegen;

b)  wat betreft volledige en transparante toegang voor EU-dienstverleners – geen belemmeringen voor de mobiliteit van professionals

i.   erop aan te dringen dat, terwijl de vrijheid van de EU-lidstaten om in overeenstemming met de Verdragen overheidsdiensten te verstrekken, te laten verrichten en te financieren, gevrijwaard wordt, EU-dienstverleners volledige markttoegang moeten krijgen tot geliberaliseerde diensten in de VS, volgens transparante, wederkerige en billijke regels op zowel federaal als subfederaal niveau en onder dezelfde voorwaarden als lokale dienstverleners;

ii.   ervoor te zorgen dat de overeenkomst de hoge kwaliteit van de EU-overheidsdiensten niet in gevaar brengt en dezelfde vrijwaringsmaatregelen en definities te gebruiken als die welke in andere vrijhandelsovereenkomsten, zoals de CETA, zijn opgenomen om deze te beschermen, met name wanneer het gaat om met overheidsgeld gefinancierde gezondheidszorg, onderwijs, sociale diensten, waterwinning, -voorziening en -behandeling, maatregelen van lokale overheden en de audiovisuele sector;

iii.  ervoor te zorgen dat de partijen elkaars beroepskwalificaties wederzijds erkennen, met name door het creëren van een rechtskader met deelstaten die op dit gebied regelgevingsbevoegdheden hebben, en trans-Atlantische mobiliteit te bevorderen door visumfacilitering voor professionals in sectoren die onder de overeenkomst vallen uit alle EU-lidstaten;

iv.  te bevorderen dat de partijen gelijktijdig met deze onderhandelingen besprekingen aanvatten over een aanvullende overeenkomst over het afschaffen van werkvergunningsvoorschriften, om een maximale mobiliteit van werknemers tussen de partijen mogelijk te maken;

c)  wat betreft eerlijke en transparante aanbestedingen op alle niveaus

i.   het hoofdstuk over overheidsopdrachten op ambitieuze wijze aan te pakken en ervoor te zorgen dat Europese ondernemingen, in het bijzonder kmo's, zonder discriminatie en op alle overheidsniveaus op de VS-markt kunnen deelnemen; te zorgen voor wederkerige en transparante toegang teneinde de huidige asymmetrische situatie recht te trekken, en te onderzoeken of EU-bedrijven eventueel vrijstellingen kunnen krijgen van nationale en lokale aankoopclausules in federale en, zo mogelijk, deelstaatwetgeving;

ii.   ervoor te zorgen dat de aanbestedingsrichtlijnen en de concessierichtlijn tijdens de onderhandelingen in acht worden genomen, met name wat betreft de definitie van samenwerking tussen overheidsdiensten, uitsluitingen, toegang voor kmo's en het gebruik van de MEAT-criteria;

iii.  duidelijk te maken dat niet wordt getornd aan het recht om te beslissen over de vorm van de dienstverlening en dat de in het hoofdstuk over dienstverlening opgenomen "ratchet-clausule" dus niet van toepassing is op diensten die een aanbestedende dienst door middel van een overheidsopdracht gunt aan een private derde partij en na beëindiging van de overeenkomst zelf verricht als eigen of in-house-activiteiten;

iv.  voort te bouwen op de resultaten van de overeenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA) wat betreft toepassingsgebied, regelgeving en disciplines, en de procedures te vereenvoudigen en te stroomlijnen en tegelijk voor meer transparantie te zorgen;

v.  gelet op het feit dat openbare aanbestedingen een aanzienlijk onderdeel uitmaken van de economieën van de EU en andere handelspartners en derhalve economisch van zeer groot belang zijn voor de EU, te beklemtonen dat zij in ieder geval deel moeten uitmaken van de definitieve allesomvattende overeenkomst;

d) wat betreft trans-Atlantische normen als wereldwijde normen

i.   te benadrukken dat de overeenkomst op gebieden als conformiteitsbeoordelingen en productvereisten of technische normen de bescherming die door de normen en technische regelgeving van de EU wordt geboden, moet vrijwaren en verder moet gaan dan de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen van de WTO, en dat de technische regels en normen op transparantere wijze moeten worden opgesteld, vastgesteld en toegepast;

ii.   er daartoe voor te zorgen dat Europese bedrijven zich voor advies tot één informatiepunt in de VS kunnen wenden dat informatie kan verstrekken over de normen voor alle sectoren; de werkzaamheden van de EU op het gebied van standaardisering vastberaden te verdedigen en de beginselen daarvan te bevorderen, namelijk coherentie, transparantie, openheid, consensus, vrijwillige toepassing, onafhankelijkheid van speciale belangen, en efficiëntie;

iii.  een ambitieus, transparant en doeltreffend samenwerkings- en overlegmechanisme in te stellen dat beoogt om waar mogelijk gemeenschappelijke normen te creëren, en ervoor te zorgen dat toekomstige normen in de belangrijkste sectoren die onder de overeenkomst vallen geen onbedoelde verschillen vertonen, in de overtuiging dat dergelijke normen, met name op innovatieve gebieden, op alle internationale fora moeten worden afgesproken en bevorderd; rekening te houden met de uitdagingen die voortvloeien uit het feit dat het Amerikaanse normalisatiesysteem anders gestructureerd en gemotiveerd is dan het Europese mechanisme;

iv.  te benadrukken dat eventueel bestaande en geactualiseerde internationaal overeengekomen ISO- en IEC-normen door de VS en de EU moeten worden overgenomen, bijvoorbeeld in de elektronicasector;

e)  wat betreft het wegwerken van technische belemmeringen in de trans-Atlantische handel

i.   ernaar te streven dat een hoogwaardige productveiligheid binnen de Unie gegarandeerd blijft, maar tegelijk te voorkomen dat tests, in het bijzonder van producten met een laag risico, onnodig worden herhaald met verspilling van middelen tot gevolg; ervoor te zorgen dat de VS zelf opgestelde verklaringen van overeenstemming inzake producten erkennen indien het EU-recht deze toestaat;

ii.   met volledige eerbiediging van de wetgevingsautonomie, te pleiten voor verplicht structureel overleg, uitwisseling van best practices op regelgevingsgebied en samenwerking tussen de regelgevers in de sectoren die onder de overeenkomst vallen; daarbij het belang te benadrukken van vroegtijdige-waarschuwingsmechanismen en uitwisselingen tijdens de opstelling van regelgeving; betere samenwerking op regelgevingsgebied in andere sectoren aan te moedigen en het markttoezichtsysteem te promoten teneinde strenge normen inzake consumentenbescherming te garanderen;

iii.  ervoor trachten te zorgen dat samenwerking op regelgevingsgebied niet leidt tot meer administratieve lasten, en daarbij in gedachten houden dat afwijkingen tussen de regelgevingen de centrale non-tarifaire handelsbarrière (NTB) vormen, met name in de engineeringsector, die bestaat uit elektrische en mechanische machines, toestellen en apparatuur, en dat de regelgevers moeten onderzoeken hoe ze de verenigbaarheid en symmetrie van de regelgeving kunnen bevorderen door bijvoorbeeld wederzijdse erkenning, harmonisering of onderlinge afstemming van de voorschriften;

iv.  te benadrukken dat de overeenkomst niet ten koste mag gaan van het recht van de partijen om regulerend te blijven optreden met het oog op het beschermingsniveau dat zij wenselijk achten voor de volksgezondheid, de veiligheid, de consument, de werkomgeving, het milieu en de culturele diversiteit; in dit verband het belang te benadrukken van het in artikel 191 van het VWEU vermelde voorzorgsbeginsel; te benadrukken dat de samenwerking op regelgevingsgebied transparant moet zijn en dat het Europees Parlement moet bijdragen aan de werkzaamheden van toekomstige instellingen;

v.  in herinnering te brengen dat de erkenning van de gelijkwaardigheid van zoveel mogelijk veiligheidsvoorschriften voor voertuigen een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de overeenkomst zou zijn, en dat daartoe moet worden nagegaan of de voorschriften van de EU en de VS in een soortgelijk beschermingsniveau voorzien, zonder dat het beschermingsniveau in de EU wordt verlaagd; te benadrukken dat dit een stap is naar de volledige convergentie van de regelgeving voor de sector; erop te wijzen dat er desondanks nog veel verschillen tussen Amerikaanse en Europese producten zijn, met name wat de veiligheid van auto's betreft, en erop aan te dringen dat de EU en de VS nauwer gaan samenwerken in het kader van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (VN-ECE), met name wat nieuwe technologieën betreft, alsook in andere internationale normalisatiefora;

f)   wat betreft vereenvoudiging van douane en handel, in het bijzonder voor kmo's

i.   aangezien kmo's onevenredig zwaar worden getroffen door NTB's, die de overeenkomst moet beogen te verminderen of op te heffen, erop aan te dringen dat er een samenhangend kader wordt vastgesteld zodat kmo's problemen met NTB's aan de bevoegde autoriteiten kunnen voorleggen;

ii.   erop toe te zien dat de overeenkomst het voor kmo's gemakkelijker maakt om trans-Atlantisch handel te drijven en de kosten terug te dringen, door de procedures te moderniseren, te digitaliseren, te vereenvoudigen en te stroomlijnen, door dubbele certificeringsvereisten af te schaffen en door de de-minimisdrempel voor douanerechten en niet-gerandomiseerde controles op te trekken;

iii.  krachtige steun te geven aan het idee om, zoals in de EU is gebeurd, in de VS een gratis onlinehelpdesk voor kmo's op te richten, waar kleinere bedrijven alle benodigde informatie kunnen krijgen over uitvoer naar, invoer uit en investeringen in de VS, bijvoorbeeld over douanerechten, belastingen, regelgeving, douaneprocedures en afzetmogelijkheden;

iv.  douanekwesties aan te pakken die buiten het toepassingsgebied van de regels van het handelsfacilitatieakkoord (TFA) van de WTO vallen, en te benadrukken dat er, teneinde een daadwerkelijke verlichting van de administratieve lasten te bewerkstelligen, moet worden toegewerkt naar een minimumniveau van afstemming op regelgevingsgebied wat betreft het beleid en de praktijk inzake douane en grenzen;

g)  wat betreft duidelijke oorsprongsregels

i.   gemeenschappelijke regels vast te stellen om de oorsprong van producten te bepalen, die voor het bedrijfsleven duidelijk en gemakkelijk toepasbaar zijn, en rekening te houden met de huidige en toekomstige trends in de productie, alsook met de mogelijke uitbreiding met landen waarmee de EU en de VS vrijhandelsovereenkomsten hebben gesloten;

ii.   te garanderen dat de overeenkomst bepalingen omvat die voorkomen dat oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van de EU op onrechtmatige wijze worden gebruikt en zo de consument kunnen misleiden, en deze regelingen te vrijwaren, omdat ze in aanzienlijke mate hebben bijgedragen tot de bescherming van de consument en de verstrekking van nauwkeurige en beknopte informatie over de herkomst van producten; de onderhandelingen te zien als een gelegenheid om strenge gemeenschappelijke normen vast te stellen voor de verplichte vermelding van de oorsprong van producten, teneinde de consumenten echte garanties te bieden en voor ondernemingen een level playing field bij de toegang tot beide markten te creëren.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

18

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dita Charanzová, Carlos Coelho, Sergio Gaetano Cofferati, Lara Comi, Daniel Dalton, Nicola Danti, Pascal Durand, Vicky Ford, Ildikó Gáll-Pelcz, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Antanas Guoga, Sergio Gutiérrez Prieto, Liisa Jaakonsaari, Antonio López-Istúriz White, Jiří Maštálka, Marlene Mizzi, Jiří Pospíšil, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Igor Šoltes, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Emma McClarkin, Roberta Metsola, Franz Obermayr, Adam Szejnfeld, Ulrike Trebesius, Sabine Verheyen, Inês Cristina Zuber

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jonathan Arnott, Philippe De Backer, Andrey Novakov


ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (16.4.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake de aanbevelingen aan de Commissie voor de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteurs voor advies: Paolo De Castro, James Nicholson

SUGGESTIES

De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat de landbouwsector van de EU een zeer gevoelig en essentieel onderdeel vormt van de TTIP-onderhandelingen en dat deze sector baat kan hebben bij nieuwe of ruimere kansen op markttoegang;

B.  overwegende dat het gebrek aan gemeenschappelijke normen op dit gebied een fundamentele belemmering vormt die de handel in landbouwproducten en voedingsmiddelen tussen de EU en de VS bemoeilijkt en de handel in bepaalde artikelen zelfs onmogelijk maakt;

C. overwegende dat de gevolgen van het Russische embargo het blijvende geopolitieke belang van de landbouw duidelijk hebben aangetoond, evenals het belang van toegang tot een hele reeks verschillende landbouwmarkten en de behoefte aan sterke, strategische handelspartnerschappen met betrouwbare handelspartners;

D. overwegende dat de handelsbesprekingen met de VS een uitstekende kans vormen voor een verbeterde toegang tot de VS voor bepaalde Europese exportproducten, zoals fruit en groenten, wijn en bepaalde producten met een grote toegevoegde waarde;

E.  overwegende dat het TTIP een kans biedt om de wederzijdse regelgevingsdruk die de handel onnodig belemmert te verlichten door middel van het verstrekken van meer en transparantere informatie, bijvoorbeeld over welke gegevens op een etiket moeten worden vermeld, verduidelijking van administratieve en douaneprocedures en vereenvoudiging van regelgeving waar mogelijk;

F.  overwegende dat het voor de Europese landbouw belangrijk is om met de VS een tot wederzijds voordeel strekkende handelsovereenkomst te sluiten opdat Europa zijn positie als belangrijke speler op de wereldmarkt kan verbeteren, zonder dat de huidige kwaliteitsnormen van de Europese landbouwproducten en de toekomstige verbetering van deze normen in gevaar worden gebracht, terwijl het Europees landbouwmodel wordt gehandhaafd en de economische en sociale levensvatbaarheid van de Europese landbouw wordt gewaarborgd;

G. overwegende dat het TTIP de mogelijkheid biedt om wereldwijd hoge normen vast te stellen en normen op beide continenten aan te vullen, met name in een tijd waarin nieuwe economische actoren hun marktaandeel vergroten, maar zich, in tegenstelling tot de EU en de VS, niet hebben verbonden tot een op regels gebaseerde handel en tot een hoog niveau van consumentenbescherming, milieunormen en dierenwelzijn;

H. overwegende dat de Commissie heeft verzekerd dat het naleven van de Europese normen voor voedselveiligheid, voor de gezondheid van mens, plant en dier en voor dierenwelzijn, milieubescherming en consumentenbescherming een fundamenteel en onwrikbaar beginsel van de Europese landbouwonderhandelingen is en dat zij de EU-normen zal consolideren en versterken binnen een open, eerlijk, modern en mondiaal stelsel voor het handelsbeleid;

I.   overwegende dat de grootste belemmeringen voor de handel in agrovoedingsmiddelen tussen de EU en de VS zich achter de grenzen bevinden, in de interne regelgeving en de non-tarifaire belemmeringen;

J.   overwegende dat consumentenbelangen prioriteit moeten krijgen bij de TTIP-onderhandelingen;

K. overwegende dat de harmonisatie van de Europese en Amerikaanse regelgeving in geen geval een gevaar mag betekenen voor de gezondheid van de consument, noch mag leiden tot een aantasting van de kwaliteitsnormen die moeten worden nageleefd door de in Europa in de handel gebrachte Amerikaanse producten;

L.  overwegende dat geografische aanduidingen autonome intellectuele-eigendomsrechten zijn en geen merken;

M. overwegende dat dankzij de vorderingen op onderzoeksgebied het opstellen van ex ante-evaluaties van de risico's in verband met de schadelijkheid van levensmiddelen kan worden ondersteund door het gebruik van geavanceerde rekenmethoden gebaseerd op de analyse van grote hoeveelheden gegevens met behulp van krachtige rekenfaciliteiten, zodat het voorzorgsbeginsel beter kan worden toegepast;

1.  verzoekt de Commissie:

a. ervoor te zorgen dat een definitief akkoord alomvattend en evenwichtig is en betrekking heeft op alle sectoren die onder het TTIP vallen, waarbij zij voor ogen moet houden dat de landbouwsector niet als pasmunt mag worden gebruikt om andere sectoren in staat te stellen toegang te krijgen tot de Amerikaanse markt en dat de landbouwsector een beleidsterrein van groot strategisch belang is waar het behoud van de voedselveiligheid en de levenswijze van alle Europeanen in het geding zijn;

b. een ambitieus en evenwichtig resultaat van de landbouwonderhandelingen voorop te stellen¸ een sector waarvan de hoofdcomponenten (markttoegang, geografische aanduidingen en sanitaire en fytosanitaire maatregelen) op basis van een gedetailleerd inventaris van alle relevante Amerikaanse belemmeringen in een vroeg stadium en tegelijkertijd in het onderhandelingsproces aan bod moeten komen, met behoud van de normen voor voedselveiligheid en consumentenbescherming, zodat het Parlement voldoende tijd en duidelijkheid heeft om dit hoofdstuk met de belanghebbenden, de Europese burgers, het maatschappelijk middenveld en de sociale partners, en in het bijzonder met de landbouwers en de kleine gezinsbedrijven, te bespreken en te beoordelen;

c. een modern en verbeterd mechanisme voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS) in het TTIP vast te stellen, dat de soevereine rechten van de EU, haar lidstaten en de regionale en lokale autoriteiten niet ondermijnt maar een eerlijke kans geeft aan buitenlandse investeerders om rechtsherstel bij grieven te vorderen en te krijgen;

d. zich uitdrukkelijk te verbinden tot de strikte handhaving van de huidige en toekomstige normen op het gebied van voedselveiligheid en menselijke gezondheid, plantgezondheid en gewas- en milieubescherming, consumentenbescherming, diergezondheid en dierenwelzijn, zoals gedefinieerd in de EU-wetgeving; ervoor te zorgen dat de verdere ontwikkeling van deze normen in de toekomst op geen enkele manier wordt belemmerd, dat de grondwaarden van de EU, zoals het voorzorgsbeginsel en duurzame landbouw, niet ondermijnd worden en dat de EU-burgers kunnen blijven vertrouwen op de traceerbaarheid en etikettering van producten op de EU-markt; en specifieke maatregelen vast te stellen om het voorzorgsbeginsel te handhaven in de onderhandelingen;

e. er daarom voor te zorgen dat de bevoegde EU-autoriteiten betrokken worden bij de controle en verificatie van inrichtingen, voorzieningen en producten die in aanmerking komen voor uitvoer naar de EU, om na te gaan of zij voldoen aan de sanitaire en fytosanitaire voorschriften die van toepassing zijn in de VS; uit zijn bezorgdheid over het tekstvoorstel van de Commissie aan de VS op dat gebied, in de overweging dat de EU in eerdere EU-handelsovereenkomsten het vermogen behield om het controleprogramma van andere partijen bij de overeenkomsten aan audits te onderwerpen en te verifiëren en met het verzoek aan de Commissie om deze benadering te handhaven;

f.  zich ervoor in te zetten dat de invoer van landbouwproducten in de EU alleen wordt toegestaan als voor deze producten de Europese normen op het vlak van consumentenbescherming, dierenbescherming en milieubescherming en sociale minimumnormen in acht worden genomen;

g. voor ogen te houden dat de TTIP-onderhandelingen als dusdanig geen wijzigingen kunnen aanbrengen in de tenuitvoerlegging of het voorstellen van wetgeving op eender welk gebied, met inbegrip van de Europese maatregelen inzake voedselveiligheid, sanitaire en fytosanitaire normen, dierenwelzijn en milieubescherming;

h. ervoor te zorgen dat de landbouwonderhandelingen tot een positief en ambitieus eindresultaat leiden dat strookt met de offensieve en defensieve belangen van de EU-landbouwsector wat betreft het opheffen of reduceren van zowel tarifaire als non-tarifaire belemmeringen, zoals met name de sanitaire en fytosanitaire normen en procedures, te zorgen voor een sterke positie van kwaliteitsvolle Europese producten, opdat de producenten uit de EU effectief meer toegang krijgen tot de markt van de VS en ervan uit te gaan dat maatregelen voor de bescherming van consumenten en hun gezondheid of voor het garanderen van voedselveiligheid niet als non-tarifaire belemmeringen mogen worden beschouwd;

i.  de uitwisseling van kennis over voedselveiligheid en -zekerheid tussen beide partijen aan te moedigen;

j.  te onderhandelen over een vlot systeem voor de fytosanitaire controle van Europese exportartikelen waarin rekening wordt gehouden met de veiligheidsnormen zonder de Europese export naar de Amerikaanse markt te schaden, en op die manier een toename van de export naar de VS mogelijk te maken;

k. een gelijk speelveld te garanderen door een billijk belastingbeleid en billijke handelspraktijken voor levensmiddelen aan te moedigen en door die producten of sectoren als gevoelig te beschouwen waarin de landbouwproducenten uit de EU, onder meer kleine boeren, hetzij in de EU als geheel of in afzonderlijke EU-regio's, als gevolg van directe en indirecte concurrentie zouden worden blootgesteld aan buitensporige druk of oneerlijke concurrentie, bijvoorbeeld in gevallen waar regelgeving en de daaraan verbonden productiekosten, zoals voorschriften inzake de huisvesting van dieren, verschillen in de EU en de VS, en alle mogelijke oplossingen voor de behandeling van alle gevoelige producten, zoals tariefverlagingen en beperkte tariefcontingenten, in overweging te nemen;

l.  zich te houden aan het onderhandelingsmandaat, waarin duidelijk wordt gesteld dat zij zich moet inzetten voor de verankering van een vrijwaringsclausule in de overeenkomst, die kan worden ingeroepen wanneer het gevaar bestaat dat de binnenlandse voedselproductie ernstig wordt geschaad door de toegenomen invoer van een bepaald product;

m. ingaand op het verzoek van diverse lidstaten een balans te presenteren van alle concessies die zijn gedaan in reeds gesloten of nog in onderhandelingen zijnde overeenkomsten, zodat een overzicht wordt verkregen van alle per product gedane concessies, omdat het anders onmogelijk is om over gevoelige producten te onderhandelen;

n. het Parlement en het publiek in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren over een mogelijke lijst van gevoelige producten, zodat alle belanghebbenden genoeg tijd hebben om de voorstellen tijdig en nog voor het einde van de onderhandelingen te bestuderen en te beoordelen;

o. ervoor te zorgen dat de geografische aanduidingen van de EU en de kwaliteitsproducten van de EU-landbouw op de VS-markt een passende juridische bescherming krijgen, te voorzien in maatregelen voor de aanpak van oneigenlijk gebruik en misleidende informatie en praktijken en te zorgen voor bescherming met betrekking tot de etikettering, traceerbaarheid en daadwerkelijke oorsprong van landbouwproducten, als essentieel onderdeel van een evenwichtige overeenkomst;

p. de overeenkomst inzake biologische producten op te nemen in het TTIP, met een uitbreiding naar producten die er nog niet onder vallen (zoals wijn);

q. de tussen de EU en de VS in 2006 gesloten overeenkomst inzake de handel in wijn op te nemen in het TTIP en daarbij 17 benamingen van semi-generieke producten die in deze sectorale overeenkomst zijn opgenomen, achterwege te laten;

r.  er rekening mee te houden dat inkomenssteun voor landbouwers in de VS in tijden van wereldwijde prijsvolatiliteit een concurrentienadeel kan betekenen voor de Europese landbouwers en dat de crisisbeheersingsmaatregelen van de EU herzien moeten worden om ze aan te passen aan de veranderende marktomstandigheden;

s.  een bilaterale gezamenlijke werkgroep voor permanente handelsgesprekken over landbouw op te richten, om te anticiperen op handelsergernissen en deze weg te nemen via een systeem voor vroegtijdige waarschuwing in geval van evoluties in de regelgeving en om convergentie in de regelgeving te stimuleren;

t.  het Europees Parlement, alle nationale parlementen en de actoren in de agrarische sector tijdig, uitvoerig en op een volledig transparante manier bij alle aspecten van de onderhandelingen te betrekken en zich te vergewissen van de naleving van alle wetgeving die ten grondslag ligt aan ons Europees landbouw- en sociaal model;

u. ervoor te zorgen dat het Amerikaanse verbod op de invoer van rundvlees uit de EU wordt opgeheven;

v. een gelijk speelveld te waarborgen door een etiketteringsverplichting in te voeren voor ingevoerde producten die worden geproduceerd met behulp van productiemethoden die niet voldoen aan de EU-normen inzake dierenwelzijn, voedselveiligheid en de gezondheid van mens en dier;

w. zo snel mogelijk te komen met een duidelijke en objectieve studie naar de gevolgen van het TTIP voor elke sector van de Europese landbouw, en met name naar de gevolgen voor de kleine gezinsbedrijven, en tijdig en op transparante wijze samen te werken met publieke en particuliere onderzoeksinstellingen die zich met voedselzekerheid bezighouden en een waardevolle bijdrage kunnen leveren voor alle aspecten van de onderhandelingen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

14.4.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

18

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Richard Ashworth, José Bové, Paul Brannen, Daniel Buda, Nicola Caputo, Matt Carthy, Michel Dantin, Paolo De Castro, Albert Deß, Diane Dodds, Herbert Dorfmann, Edouard Ferrand, Luke Ming Flanagan, Martin Häusling, Esther Herranz García, Jan Huitema, Jarosław Kalinowski, Elisabeth Köstinger, Zbigniew Kuźmiuk, Philippe Loiseau, Mairead McGuinness, Nuno Melo, Giulia Moi, James Nicholson, Maria Noichl, Marit Paulsen, Marijana Petir, Laurențiu Rebega, Jens Rohde, Lidia Senra Rodríguez, Czesław Adam Siekierski, Marc Tarabella, Janusz Wojciechowski, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Bas Belder, Rosa D’Amato, Angélique Delahaye, Peter Eriksson, Fredrick Federley, Ivan Jakovčić, Manolis Kefalogiannis, Momchil Nekov, Stanislav Polčák, Sofia Ribeiro, Annie Schreijer-Pierik, Molly Scott Cato, Estefanía Torres Martínez


ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs (17.4.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake de aanbevelingen aan de Commissie voor de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Helga Trüpel

SUGGESTIES

De Commissie cultuur en onderwijs verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–   gezien artikel 167 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–   gezien de EU-richtlijnen betreffende de onderhandeling over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap tussen de EU en de VS, die op 14 juni 2013 door de Raad zijn aangenomen en op 9 oktober 2014 door de Raad openbaar zijn gemaakt,

A. de juridische verbintenis van de EU bevestigend ten aanzien van het Unesco-Verdrag van 2005 betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen;

B.  eraan herinnerend dat krachtens artikel 167 VWEU "de Unie bij haar optreden uit hoofde van andere bepalingen van de Verdragen rekening moet houden met culturele aspecten", om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en te bevorderen; erop wijzend dat deze andere bepalingen ook het gemeenschappelijk handelsbeleid omvatten, zoals vastgelegd in artikel 207 VWEU;

C.  bekrachtigend dat bestaande en toekomstige bepalingen en beleidslijnen ter ondersteuning van de culturele sector, met name in de digitale wereld, buiten de reikwijdte van de TTIP-onderhandelingen vallen;

D.  onderkennend dat diensten van algemeen belang, met name op het vlak van onderwijs, zoals bepaald in artikel 14 VWEU en Protocol nr. 26 bij het VWEU, een speciale rol vervullen;

E.  onderkennend dat culturele verscheidenheid een kenmerk van de EU is vanwege de geschiedenis van Europa, de rijke schakering aan tradities en sterke culturele en creatieve sectoren, en dat de bevordering van culturele verscheidenheid een leidend beginsel blijft, zoals ook al het geval was in andere handelsakkoorden van de EU;

F.  erop wijzend dat de culturele en de creatieve sector goed zijn voor ongeveer 2,6 % van het bbp van de EU, met een hoger groeipercentage dan andere terreinen van de economie; onderstrepend dat de ontwikkeling van de handel in goederen en diensten van de culturele en de creatieve sectoren een drijvende kracht zal zijn achter economische groei en het scheppen van banen in Europa;

G. eraan herinnerend dat het gebruikelijk is om subsidies, vooral voor de culturele en de onderwijssector, niet op te nemen in EU-handelsovereenkomsten;

1.  beveelt de Commissie aan:

     (a) door middel van een juridisch bindende, algemene clausule die geldt voor de hele overeenkomst en in volledige overeenstemming is met de GATS en het Unesco-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen en waarin de praktijken van de lidstaten volledig geëerbiedigd worden, te garanderen dat de partijen bij de overeenkomst zich het recht voorbehouden om maatregelen (vooral van regelgevende en/of financiële aard) te nemen of te handhaven met betrekking tot de bescherming of bevordering van culturele en taalkundige diversiteit, mediapluriformiteit en persvrijheid, en overeenkomstig het beginsel van technologische neutraliteit en volgens de democratische, sociale en culturele voorschriften een bestel voor audiovisuele diensten, zowel online als offline, te behouden of te ontwikkelen;

     (b) erop toe te zien dat de uitzondering die geldt voor audiovisuele diensten, met inbegrip van onlinediensten, toekomstbestendig is en niet twijfelachtig wordt door de bepalingen van het toekomstige akkoord, bijvoorbeeld over investeringen, noch wordt belemmerd door technologische ontwikkelingen, zoals de bundeling van audiovisuele, telecommunicatie- en e-handelsdiensten;

     (c) de huidige inspanningen voort te zetten om de transparantie te vergroten, de banden met het Parlement nog verder aan te halen en de volledige betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en sociale partners te stimuleren, gezien de potentiële impact die de TTIP zal hebben op het leven van EU-burgers;

     (d) ervoor te zorgen dat voor diensten met een sterke culturele component, zoals bibliotheken, archieven of musea, de TTIP-overeenkomst niet verder gaat dan de verplichtingen van de EU die zijn vastgelegd in bestaande overeenkomsten;

     (e) te bevestigen dat het systeem voor vaste boekenprijzen en het bepalen van vaste prijzen voor kranten en tijdschriften niet in het gedrang komen door de verplichtingen uit hoofde van de TTIP-overeenkomst;

     (f)  met een algemene clausule het recht van de EU-lidstaten te garanderen om maatregelen in verband met de verstrekking van alle onderwijs- en culturele diensten die op non-profitbasis worden geleverd en/of waarvoor (gedeeltelijk) overheidsfinanciering of enige vorm van staatssteun wordt ontvangen, vast te stellen of te handhaven, en erop toe te zien dat met particuliere middelen gefinancierde buitenlandse dienstverleners aan dezelfde kwaliteits- en accrediteringseisen voldoen als binnenlandse dienstverleners;

     (g) te specificeren dat niets in de overeenkomst de mogelijkheid van de EU of de EU-lidstaten aantast om subsidies te verstrekken en financiële steun te bieden aan de culturele sector en culturele, onderwijs-, audiovisuele en persdiensten;

     (h) te waarborgen dat beeldende kunstenaars in de EU een percentage van de verkoopprijs van hun kunstwerken ontvangen als die worden doorverkocht door een professionele kunsthandelaar, zodat Europese artiesten worden gestimuleerd om hun werken in de VS op de markt te brengen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

16.4.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

2

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Isabella Adinolfi, Dominique Bilde, Andrea Bocskor, Silvia Costa, Jill Evans, Giorgos Grammatikakis, Rikke Karlsson, Andrew Lewer, Svetoslav Hristov Malinov, Curzio Maltese, Fernando Maura Barandiarán, Luigi Morgano, Momchil Nekov, Michaela Šojdrová, Yana Toom, Helga Trüpel, Sabine Verheyen, Julie Ward, Bogdan Brunon Wenta, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Milan Zver, Krystyna Łybacka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Sylvie Guillaume, Mary Honeyball, Marc Joulaud, Dietmar Köster, Ilhan Kyuchyuk, Michel Reimon, Hermann Winkler

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Remo Sernagiotto, Dario Tamburrano


ADVIES van de Commissie juridische zaken (4.5.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake aanbevelingen aan de Commissie voor de onderhandelingen over het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Dietmar Köster

SUGGESTIES

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat er, gelet op het feit dat de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika over een goed functionerend rechtsstelstel beschikken, geen noodzaak bestaat tot invoering in deze overeenkomst van een mechanisme voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS);

B.  overwegende dat de Europese Unie en de VS beschikken over doeltreffende nationale rechtskaders en geregeerd worden door de beginselen van de rechtsstaat;

C. overwegende dat internationale handels- en investeringsovereenkomsten die door de EU-instellingen worden gesloten, onderworpen zijn aan de door de EU gewaarborgde rechten en aan de beginselen die aan de bescherming van die rechten ten grondslag liggen, zoals het voorzorgsbeginsel, dat van toepassing is op het gebied van milieu-, gezondheids- en consumentenbescherming;

D. overwegende dat negen EU-lidstaten bilaterale investeringsovereenkomsten met de VS hebben afgesloten, op grond waarvan Amerikaanse ondernemingen het recht hebben een procedure tegen deze lidstaten te starten, en gelet op het feit dat er ook in bilaterale overeenkomsten tussen de EU-lidstaten veel ISDS-clausules opgenomen zijn, maar dat in Verordening nr. 912/2014 is bepaald dat een in TTIP op te nemen investeringshoofdstuk, zelfs zonder bepalingen inzake ISDS, in de plaats zal treden van bestaande bilaterale investeringsovereenkomsten waarbij de lidstaten partij zijn;

E.  overwegende dat het de bedoeling is dat deze onderhandelingen zullen uitmonden in een ambitieuze overeenkomst die het Europese model van de sociale markteconomie, zoals verankerd in de EU-verdragen, beschermt en zorgt voor een belangrijke verbetering voor burgers, consumenten en werknemers, door middel van openstelling van de markt voor in de Europese Unie gevestigde ondernemingen, waaronder kmo's;

F.  overwegende dat internationale overeenkomsten aan de beginselen van rechtszekerheid en voorspelbaarheid onderworpen zijn en dat er talrijke voorbeelden genoemd kunnen worden van gevallen waarin de EU en andere staten in het kader van de WTO een zaak tegen de VS hebben aangespannen, omdat zij zich op het standpunt stelden dat de VS in strijd hadden gehandeld met hun internationale verplichtingen;

G. overwegende dat in artikel 1 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt bepaald dat "besluiten in zo groot mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen"; overwegende dat in artikel 10, lid 3, VEU wordt bepaald dat "de besluitvorming [...] plaats[vindt] op een zo open mogelijke wijze, en zo dicht bij de burgers als mogelijk is"; overwegende dat het Europees Parlement op grond van artikel 218, lid 10, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie het recht heeft om bij het onderhandelen over en het sluiten van overeenkomsten tussen de Unie en derde landen "in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle geïnformeerd" te worden; overwegende dat de Europese Ombudsman in haar besluit ter afsluiting van het onderzoek op eigen initiatief OI/10/2014/RA het belang heeft benadrukt van transparantie van de onderhandelingen over TTIP en van toegang van de burgers tot TTIP-documenten;

1.  verzoekt de Commissie rekening te houden met onderstaande opmerkingen en aanbevelingen:

     a.  is van oordeel dat bij de onderhandelingen over handels- en investeringsovereenkomsten rekening moet worden gehouden met de bezorgdheid die er bestaat bij burgers;

     b.  stelt vast dat een gelijke behandeling van plaatselijke en buitenlandse investeerders op grond van de in CETA opgenomen herziene bepalingen inzake geschillenbeslechting tussen staten en investeerders niet mogelijk is;

     c.  is van mening dat ervoor gezorgd kan worden dat buitenlandse investeerders op niet-discriminerende wijze worden behandeld en een eerlijke mogelijkheid hebben om rechtsherstel te vorderen en te bereiken, zonder dat er in TTIP een ISDS-mechanisme of investeringsbeschermingsnormen worden opgenomen; is stellig van mening dat een TTIP-overeenkomst geen investeringsbeschermingsnormen of mechanisme voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS) moet bevatten, aangezien het huidige niveau van investeringsbescherming in de EU en de VS ruim volstaat om rechtszekerheid te waarborgen;

     d.  verzoekt de Commissie de geconsolideerde tekstversies met daarin de standpunten van de EU en de VS met betrekking tot de ontwerphoofdstukken openbaar te maken, en er op die manier voor te zorgen dat alle geïnteresseerde belanghebbenden in alle fasen van de onderhandelingen gelijke toegang hebben tot deze informatie;

     e.  stelt vast dat de bestaande geschillenbeslechtingsmechanismen zowel procedurele als materiële tekortkomingen vertonen;

     f.   verzoekt de Commissie zich te verzetten tegen de opname van een ISDS-mechanisme in TTIP, gelet op de goed ontwikkelde rechtsstelsels van de EU en de VS en het feit dat een systeem van staat-tot-staatgeschillenbeslechting met gebruikmaking van nationale rechtsstelsels en nationale gerechtelijke apparaten het meest geschikt is om geschillen over investeringen te regelen;

     g.  benadrukt dat de democratische legitimiteit van het EU-handelsbeleid versterkt moet worden; dringt er bij de Commissie op aan rekening te houden met de uitkomsten van de door haar georganiseerde openbare raadpleging en met name met het feit dat 97% van de geraadpleegden zich tegen invoering van ISDS heeft uitgesproken;

     h.  dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat buitenlandse investeerders op niet-discriminerende wijze worden behandeld en een eerlijke mogelijkheid hebben om rechtsherstel te vorderen en bereiken, maar niet meer rechten hebben dan binnenlandse investeerders, en verzoekt de Commissie zich te verzetten tegen opname van een ISDS-mechanisme in TTIP, omdat er andere manieren zijn om investeringsbescherming te waarborgen, onder meer via nationale rechtsstelsels;

     i.   verzoekt de Commissie erop toe te zien dat, als er een geschillenbeslechtingsmechanisme wordt aangenomen, individuele beslissingen niet in de plaats treden van het nationale recht en dit recht evenmin buiten werking stellen, en dat wijzigingen door toekomstige wetgeving, zolang deze niet met terugwerkende kracht van toepassing is, niet het voorwerp van een dergelijk geschillenbeslechtingsmechanisme kunnen worden;

     j.   verzoekt de Commissie te waarborgen dat bij de totstandbrenging van een kader voor toekomstige samenwerking de bestaande regelgevingskaders aan beide kanten van de Atlantische Oceaan volledig worden gerespecteerd, alsook de rol van het Europees Parlement binnen de besluitvormingsprocedure van de EU en bevoegdheid van het Parlement om toe te zien op wetgevingsprocedures in de EU;

     k.  verzoekt de Commissie haar onderhandelingspartner duidelijk te maken dat het voorzorgsbeginsel een van de grondbeginselen van het Europese milieu- en gezondheids- en consumentenbeschermingsbeleid is en dat dit beginsel het uitgangspunt vormt voor vroegtijdige en proactieve onderhandelingen, om gevaren voor de gezondheid van mensen, dieren en planten en milieuschade te voorkomen; verzoekt de Commissie te waarborgen dat de onderhandelingen niet uitmonden in een afzwakking van het in de EU geldende voorzorgsbeginsel, met name op het gebied van milieu-, gezondheids-, levensmiddelen- en consumentenbescherming;

     l.   verzoekt de Commissie te waarborgen dat binnenlandse regelgeving onverminderd uitsluitend tot stand wordt gebracht door de bevoegde wetgevingsorganen van de EU, en dat daarbij de burgers een zo hoog mogelijk niveau van bescherming genieten, onder meer op het gebied van gezondheid, veiligheid, milieu, consumenten- en werknemersrechten en openbare diensten van algemeen belang; acht het van wezenlijk belang om de lidstaten het soevereine recht voor te behouden om een uitzonderingspositie te verlangen voor openbare diensten en openbare nutsvoorzieningen, zoals watervoorziening, gezondheidszorg, onderwijs, sociale zekerheid, cultuur en media en productkwaliteit en het recht op zelfbestuur door gemeentelijke en lokale overheden, teneinde deze buiten de TIPP-onderhandelingen te houden; dringt erbij de Commissie op aan om te waarborgen dat bij alle procedures in het kader van de samenwerking op regelgevingsgebied de wetgevingsbevoegdheden van het Europees Parlement en de Raad volledig worden gerespecteerd en dat daarbij de EU-Verdragen strikt worden nageleefd, en dat het Europese wetgevingsproces niet direct of indirect wordt vertraagd;

     m. benadrukt dat de Commissie, gelet op het feit dat noch de EU-lidstaten, noch de Europese Unie hebben besloten tot een omvattende harmonisatie van intellectuele-eigendomsrechten, waaronder auteursrechten, handelsmerken en octrooien, in het kader van CETA en TTIP niet over deze onderwerpen dient te onderhandelen;

     n.  acht het van groot belang dat de EU en de VS blijven hechten aan een mondiale, multilaterale harmonisatie op het gebied van octrooien via bestaande organen en dat zij zich bij de besprekingen hierover actief blijven inzetten, en staat dan ook afwijzend tegenover pogingen om in TTIP bepalingen van materieel octrooirecht in te voeren, met name bepalingen inzake octrooieerbaarheid en looptijden;

     o.  verzoekt de Commissie te waarborgen dat de TTIP-onderhandelingen ook zullen gaan over de noodzaak van een betere bescherming en erkenning van producten met een zeer belangrijke oorsprong; wijst er daarom op dat ervoor gezorgd moet worden dat de EU-regels inzake beschermde geografische aanduidingen daadwerkelijk worden toegepast om handhaving van deze regels mogelijk te maken; verzoekt de Commissie er in dit verband voor te zorgen dat de regels over de "culturele uitzondering" uitgesloten blijven van het onderhandelingsmandaat;

     p.  dringt er bij de Commissie op aan om ten aanzien van markttoegang in passende uitzonderingsclausules te voorzien voor gevoelige diensten, zoals openbare diensten en openbare nutsvoorzieningen (waaronder watervoorziening, gezondheidszorg, socialezekerheidsstelsels en onderwijs), zodat nationale en lokale overheden genoeg speelruimte behouden voor de vaststelling van wetgeving in het openbaar belang; is van mening dat er met betrekking tot deze diensten in de overeenkomst een expliciete uitzondering moet worden opgenomen, gebaseerd op artikel 14 VWEU jo. protocol 26, ongeacht door wie en in welke vorm deze diensten worden geleverd en op welke wijze zij worden gefinancierd; is van mening dat een gemeenschappelijke verklaring waarin de onderhandelaars duidelijk toezeggen dat over deze sectoren niet zal worden onderhandeld, in dit verband zeer zinvol zou zijn;

     q.  verzoekt de Commissie er met name voor te zorgen dat alles waarvan geprofiteerd wordt door kunstenaars en producenten valt onder de regels voor culturele uitzonderingen;

     r.   verzoekt de Commissie te garanderen dat de uitgeverijsector onder de regels voor culturele uitzonderingen valt;

     s.   merkt op dat op het gebied van aanbestedingsprocedures de milieu- en sociale criteria, en de mogelijke verlenging daarvan, niet ter discussie mogen staan;

     t.   verzoekt de Commissie te waarborgen dat beide partijen bij de overeenkomst zich ertoe verbinden de belangrijkste arbeidsnormen van de IAO en de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen te eerbiedigen en toe te passen; is van oordeel dat de naleving van de normen op arbeidsrechtelijk en sociaal gebied in geval van conflicten doeltreffend gewaarborgd moet worden;

     u.  benadrukt dat het recht op inspraak, deelname in medezeggenschapsraden en vrije collectieve onderhandelingen en andere rechten ter bescherming van werknemers, het milieu of consumenten in geen geval opgevat mogen worden als "non-tarifaire belemmeringen";

     v.  is voorts van oordeel dat onduidelijke definities van juridische begrippen in CETA en TTIP, zoals "eerlijke en gelijke behandeling" en "indirecte onteigening" niet kunnen worden geaccepteerd.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

16.4.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

12

11

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Laura Ferrara, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Mary Honeyball, Sajjad Karim, Dietmar Köster, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Jiří Maštálka, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Angel Dzhambazki, Jytte Guteland, Heidi Hautala, Constance Le Grip, Angelika Niebler, Virginie Rozière

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Inês Cristina Zuber


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (7.4.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake de aanbevelingen aan de Commissie voor de onderhandelingen over het transatlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Jan Philipp Albrecht

SUGGESTIES

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–   gezien de onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad voor het trans-Atlantische handels- en investeringspartnerschap tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika,

–   gezien zijn resolutie van 23 mei 2013 over de handels- en investeringsbesprekingen van de EU met de Verenigde Staten van Amerika(1), in het bijzonder paragraaf 13,

–   gezien zijn resolutie van 12 maart 2014 over het surveillanceprogramma van de NSA in de VS, toezichthoudende instanties in verschillende lidstaten en gevolgen voor de grondrechten van EU-burgers en voor de trans-Atlantische samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken(2),

A. overwegende dat de Unie gebonden is aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ("het Handvest"), met inbegrip van artikel 8 betreffende het recht op de bescherming van persoonsgegevens, en aan artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) betreffende hetzelfde grondrecht, en overwegende dat dit een belangrijke pijler is van het primaire recht van de EU die ten volle moet worden geëerbiedigd door alle internationale overeenkomsten;

B.  overwegende dat de Unie door artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) onder andere gebonden is aan de waarden van democratie en de rechtsstaat;

C. overwegende dat de Unie door de artikelen 20 en 21 van het Handvest gebonden is aan de beginselen van gelijkheid voor de wet en non-discriminatie;

D. overwegende dat zowel in artikel 1 als in artikel 10, lid 3, van het VEU is vastgelegd dat "besluiten in zo groot mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen"; overwegende dat transparantie en een open dialoog tussen de partners, met inbegrip van burgers, van wezenlijk belang zijn tijdens de onderhandelingen en ook in de uitvoeringsfase; overwegende dat het Parlement de oproep van de Ombudsman voor een transparante aanpak onderschrijft;

E.  overwegende dat er in het kader van de lopende onderhandelingen over handelsovereenkomsten, met inbegrip van het transatlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP) en de overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA), ook kwesties worden behandeld die betrekking hebben op internationale gegevensstromen, terwijl privacy en gegevensbescherming geheel buiten beschouwing worden gelaten, die parallel door de VS en de EU zullen worden behandeld in het kader van de veilige haven ("Safe Harbor") en de raamovereenkomst betreffende gegevensbescherming;

F.  overwegende dat de onderhandelaars van de VS tijdens de 7de onderhandelingsronde voor het TTIP een ontwerphoofdstuk hebben voorgesteld betreffende elektronische handel; overwegende dat de leden van het Europees Parlement geen toegang hebben tot dit ontwerp; overwegende dat de ontwerptekst van de VS betreffende e-handel voor de TiSA-overeenkomst de EU-regels en -waarborgen voor de overdracht van persoonsgegevens aan derde landen zou ondermijnen; overwegende dat het Parlement zich het recht voorbehoudt zijn mening te geven na mogelijke toekomstige voorstellen voor de TTIP-overeenkomst te hebben bestudeerd;

G. overwegende dat, binnen een vrijhandelszone, de burgers van de contractpartijen vereenvoudigde toegang dienen te hebben tot het gehele grondgebied waarop deze zone betrekking heeft;

H. overwegende dat de meeste EU-lidstaten en de Verenigde Staten het OESO-Verdrag inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale handelstransacties hebben geratificeerd; overwegende dat verschillende EU-lidstaten en de VS het VN-Verdrag tegen corruptie hebben geratificeerd; overwegende dat verschillende EU-lidstaten en de VS lid zijn van de Financiële Actiegroep Witwassen van Geld;

1.  beveelt de Commissie het volgende aan:

     a)  ervoor te zorgen dat de overeenkomst de garantie biedt dat de EU-normen inzake grondrechten ten volle geëerbiedigd worden door middel van de opname van een juridisch bindende en opschortende mensenrechtenclausule, die standaard moet worden opgenomen in EU-handelsovereenkomsten met derde landen;

     b)  rekening te houden met het feit dat de instemming van het Europees Parlement met de definitieve TTIP-overeenkomst op de helling kan komen te staan indien de allesomvattende, grootschalige toezichtsactiviteiten niet volledig achterwege worden gelaten en er geen passende oplossing wordt gevonden voor de rechten van EU-burgers inzake gegevensbescherming, met inbegrip van administratief en gerechtelijk verhaal, zoals verklaard in paragraaf 74 van de voornoemde resolutie van het Parlement van 12 maart 2014;

     c)   onverwijld maatregelen te treffen om te waarborgen dat in het bijzonder de aanbevelingen betreffende de ontwikkeling van een Europese strategie voor IT-onafhankelijkheid en een cyberstrategie van de EU, zoals opgenomen in de resolutie van het Parlement van 12 maart 2014, ten uitvoer worden gelegd;

     d)  bij wijze van topprioriteit een omvattende en ondubbelzinnige horizontale autonome bepaling op te nemen, op basis van artikel XIV van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS), waarmee de EU-regels inzake de bescherming van persoonsgegevens volledig onverlet worden gelaten door de overeenkomst, zonder voorwaarde dat deze clausule consistent moet zijn met andere delen van het TTIP, en ervoor te zorgen dat de overeenkomst de handhaving van in de relevante regels van de Wereldhandelsorganisaties (artikelen XIV en XIV bis van de GATS) gerechtvaardigde uitzonderingen op het leveren van diensten niet dient uit te sluiten;

     e)  te waarborgen dat persoonsgegevens enkel kunnen worden overgedragen naar buiten de Unie indien de bepalingen hieromtrent die zijn opgenomen in de EU-wetgeving op het gebied van gegevensbescherming worden nageleefd; enkel te onderhandelen over bepalingen die te maken hebben met het verkeer van persoonsgegevens indien de volledige toepassing van de EU-regels inzake gegevensbescherming gewaarborgd en geëerbiedigd is;

     f)   te waarborgen dat het ontwerphoofdstuk betreffende elektronische handel zoals voorgesteld door de onderhandelaars van de VS tijdens de 7de TTIP-onderhandelingsronde niet zal worden aanvaard als basis voor onderhandelingen indien het voorwaarden bevat die vergelijkbaar zijn met de voorwaarden die zijn opgenomen in het ontwerphoofdstuk van de VS betreffende elektronische handel ingediend tijdens de TiSA-onderhandelingen; zich te verzetten tegen het ontwerphoofdstuk van de VS betreffende e-handel voor de TiSA-overeenkomst met betrekking tot persoonsgegevens; te zorgen voor een bevredigende afronding van de onderhandelingen over veilige haven ("Safe Harbor") en de raamovereenkomst betreffende gegevensbescherming;

     g)  rekening te houden met het feit dat de verwerking van persoonsgegevens in derde landen verboden kan zijn krachtens de EU-regels inzake de overdracht van dergelijke gegevens, indien niet is voldaan aan de EU-normen; erop te staan dat eventuele eisen die betrekking hebben op de lokalisering van gegevensverwerkende installaties en instellingen in overeenstemming zijn met de EU-regels inzake gegevensoverdrachten; in de passende kaders samen te werken met de VS en andere derde landen om passende hoge gegevensbeschermingsnormen aan te nemen in de hele wereld, met name in het kader van de veilige haven ("Safe Harbor") en de raamovereenkomst betreffende gegevensbescherming;

     h)  te waarborgen dat besluiten over juridische conflicten betreffende de grondrechten enkel worden genomen door de bevoegde gewone rechtbanken; ervoor te zorgen dat de bepalingen betreffende de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS) de toegang tot de rechter niet belemmeren en de democratie niet ondermijnen;

     i)    ten volle rekening te houden met het feit dat transparantie en verantwoordingsplicht nodig zijn in het hele onderhandelingsproces, en haar verplichting op grond van artikel 218, lid 10, van het VWEU na te komen, waarvan het Europees Hof van Justitie in een kort geleden gewezen vonnis de statutaire aard heeft bevestigd(3), om het Parlement onmiddellijk en volledig op de hoogte te brengen in alle fasen van de onderhandelingen; te zorgen voor toegang voor het publiek tot de relevante onderhandelingsdocumenten van alle partijen, met uitzondering van documenten die met een duidelijke rechtvaardiging per geval als vertrouwelijk worden aangewezen, met een openbare rechtvaardiging van de mate waarin de toegang tot de niet-onthulde delen van het document in kwestie naar alle waarschijnlijkheid de door de uitzonderingen beschermde belangen specifiek en feitelijk zal ondermijnen, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie(4); te waarborgen dat de overeenkomst op geen enkele wijze afbreuk doet aan de EU- of nationale voorschriften over de toegang voor het publiek tot officiële documenten;

     j)   de politieke druk op de VS te vergroten in het kader van de onderhandelingen om te zorgen voor volledige visumwederkerigheid voor alle burgers van de EU-lidstaten zonder discriminatie en gelijke behandeling wat betreft hun toegang tot de VS;

     k)  een clausule op te nemen in de overeenkomst betreffende corruptie, belastingfraude, belastingontduiking en witwassen van geld om te zorgen voor versterkte samenwerking tussen de lidstaten en de VS, met inbegrip van mechanismes voor doeltreffender internationale samenwerking, wederzijdse rechtshulp, ontneming van vermogensbestanddelen, technische hulp, informatie-uitwisseling en de tenuitvoerlegging van internationale aanbevelingen en normen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

31.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

10

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Philipp Albrecht, Heinz K. Becker, Michał Boni, Caterina Chinnici, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Cornelia Ernst, Laura Ferrara, Monika Flašíková Beňová, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Iliana Iotova, Eva Joly, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Barbara Kudrycka, Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Roberta Metsola, Louis Michel, Claude Moraes, Péter Niedermüller, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Marie-Christine Vergiat, Udo Voigt, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Laura Agea, Carlos Coelho, Pál Csáky, Dennis de Jong, Edouard Ferrand, Marek Jurek, Jean Lambert, Luigi Morgano, Artis Pabriks, Barbara Spinelli, Kazimierz Michał Ujazdowski, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Dario Tamburrano, Janusz Wojciechowski

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0227.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0230.

(3)

Arrest van 24 juni 2014 in zaak C-658/11, Parlement tegen Raad.

(4)

PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.


ADVIES van de Commissie constitutionele zaken (16.4.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake de aanbevelingen aan de Europese Commissie voor de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Esteban González Pons

SUGGESTIES

De Commissie constitutionele zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–       gezien de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HJEU), met name het arrest in de zaak C-350/12(1) en de adviezen 2/13(2) en 1/09(3),

A.     overwegende dat bij het Verdrag van Lissabon het toepassingsgebied van het gemeenschappelijk handelsbeleid is uitgebreid tot directe buitenlandse investeringen, en overwegende dat het Verdrag de bevoegdheden van het Parlement op het gebied van internationale handelsovereenkomsten aanzienlijk heeft uitgebreid door zijn recht om regelmatig geïnformeerd te worden, te versterken en door zijn beslissingsbevoegdheid te vergroten door zijn goedkeuring te vereisen na afloop van onderhandelingen, zodat de burgers rechtstreeks worden vertegenwoordigd bij de sluiting van internationale handelsovereenkomsten;

B.     overwegende dat het HJEU in zijn advies 2/13 tot de conclusie kwam dat de bevoegdheid van de EU op het gebied van internationale betrekkingen en haar vermogen om internationale akkoorden te sluiten noodzakelijkerwijs impliceren dat het haar vrijstaat zich te onderwerpen aan de beslissingen van een bij dergelijke akkoorden ingestelde rechterlijke instantie over de uitlegging en toepassing van de bepalingen ervan; overwegende dat het Hof echter ook heeft verklaard dat een internationaal akkoord alleen gevolgen voor zijn eigen bevoegdheden mag hebben indien aan de essentiële voorwaarden voor behoud van de aard van de bevoegdheden is voldaan en derhalve geen afbreuk is gedaan aan de autonomie van de rechtsorde van de EU;

1.      beveelt de Commissie, in de context van de lopende TTIP-onderhandelingen, het volgende aan:

(d)    met betrekking tot de voorschriften:

(i)     beoordelen van de gevolgen van het TTIP om de samenhang van het beleid te waarborgen, met name de samenhang tussen de diverse onderdelen van het externe optreden van de EU en tussen het externe optreden en het beleid van de EU op andere terreinen;

(ii)     specificeren van de rol en bevoegdheden van de raad voor samenwerking op regelgevingsgebied, alsook van de juridische kwaliteit van zijn bevindingen, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de samenwerking op regelgevingsgebied in overeenstemming moet zijn met het huidige grondwettelijke en institutionele kader van de EU, alsook met de bevoegdheid van de Europese, nationale en plaatselijke autoriteiten om hun eigen beleid bij wet te regelen, met name het sociaal en milieubeleid, en met het feit dat de directe toepassing van zijn aanbevelingen voor de relevante EU-instellingen neerkomt op een schending van de wetgevingsprocedures zoals vastgelegd in het Verdrag waardoor het democratisch proces en het Europees openbaar belang worden ondermijnd;

(iii)    verzekeren dat er binnen het Europees wettelijk kader geen normen worden afgezwakt;

(iv)    ervoor zorgen dat dit mechanisme, aangezien het de bedoeling is dat het TTIP een "levende" overeenkomst is waaraan in de toekomst bijkomende sectorale bijlagen kunnen worden toegevoegd, de mogelijkheid van parlementair toezicht waarborgt, zodat het Parlement en het Congres van de VS op de hoogte worden gehouden en zij de regelgevingsdialoog waarin is voorzien in het TTIP kunnen aangaan, vormgeven en controleren, met inachtneming van de wetgevende parlementaire bevoegdheden;

(v)    is van mening dat het zeer hoge niveau van de beschermingsmaatregelen en -normen die in de EU van kracht zijn en die via democratische processen zijn overeengekomen, moet worden gezien als een verworvenheid die de grootst mogelijke bescherming verdient, en dat de in de EU en haar lidstaten geldende wettelijke normen op het gebied van onder meer productveiligheid, gezondheid, sociale kwesties, milieu, klimaat, levensmiddelen en dierenbescherming, alsook de consumenten- en gegevensbeschermingsrechten, in geen geval mogen worden afgezwakt;

(vi)    zich verzetten tegen de opname in het TTIP van een ISDS-mechanisme, gezien de goed ontwikkelde rechtsstelsels van de EU en de VS en gezien het feit dat een systeem voor de beslechting van geschillen tussen staten en beslechting door nationale rechtbanken de meest geschikte instrumenten zijn om geschillen over investeringen aan te pakken;

(vii)   gezien het feit dat de rechtsgebieden van de VS en de EU geen risico lopen op politieke inmenging in de rechterlijke macht of op rechtsweigering jegens buitenlandse investeerders, kan een mechanisme voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten, dat gebaseerd is op particuliere geschillenbeslechting, afbreuk doen aan het recht van de Europese Unie en van de nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten van de lidstaten om in het openbaar belang regulerend op te treden, met name wat het sociaal en milieubeleid betreft, en zou derhalve niet in overeenstemming zijn met het grondwettelijk kader van de EU; een voorstel doen voor een duurzame oplossing voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten, waarbij potentiële geschillen op transparante wijze worden behandeld door beroepsrechters in openbare processen waarna minstens één keer beroep kan worden aangetekend;

(e)    met betrekking tot transparantie, de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en publieke informatie:

(iii)    blijven leveren en vergroten van de inspanningen om de TTIP-onderhandelingen transparanter en toegankelijker voor het publiek te maken, onder meer door alle onderhandelingsteksten van de EU die de Commissie reeds deelt met de lidstaten en het Parlement openbaar te maken, daar de Europese instellingen voorop moeten lopen voor wat het bevorderen van transparantie betreft, hoewel een zekere mate van vertrouwelijkheid aanvaardbaar en begrijpelijk is tijdens de onderhandelingen over een handelsovereenkomst met zulk groot economisch en politiek belang;

(iv)    het Parlement onverwijld en volledig in kennis stellen van alle fasen van de procedure, overeenkomstig het arrest in de zaak C-358/11 van het HJEU; waarborgen dat alle EP-leden toegang hebben tot alle documenten met beperkte verspreiding en de geconsolideerde teksten opnemen in de lijst van documenten die door de EP-leden kunnen worden geraadpleegd;

(v)    uitvoeren van de aanbevelingen van de Europese Ombudsman van 6 januari 2015 om de legitimiteit en transparantie van het onderhandelingsproces verder te versterken, door op proactieve en uitvoerige wijze te voldoen aan alle regels inzake de toegang van het publiek tot documenten in alle officiële talen van de EU op haar website, en door te zorgen voor evenwichtige en transparante publieke participatie door de parlementen van de lidstaten;

(vi)    roept de Commissie derhalve op onderhandelingen met de Raad te steunen en voort te zetten teneinde de wijziging van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten te deblokkeren;

(vii)   controleren van de juridische gevolgen van een overeenkomst van het gemengde type; volledig betrekken van de nationale parlementen bij het debat over de specifieke kenmerken van het TTIP en regelmatig verslag uitbrengen aan deze parlementen over het verloop van de onderhandelingen, waarbij aandacht wordt besteed aan hun feedback, met name omdat deze overeenkomst uiteindelijk waarschijnlijk een overeenkomst van het gemengde type wordt, dat moet worden geratificeerd door de nationale parlementen;

(viii)  onverwijld opzetten van een verplicht transparantieregister dat door alle Europese instellingen wordt gebruikt, teneinde te zorgen voor een volledig overzicht van de lobbyactiviteiten die verband houden met de TTIP-onderhandelingen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

16.4.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

13

9

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mercedes Bresso, Elmar Brok, Fabio Massimo Castaldo, Richard Corbett, Pascal Durand, Esteban González Pons, Danuta Maria Hübner, Ramón Jáuregui Atondo, Constance Le Grip, Jo Leinen, Petr Mach, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, György Schöpflin, Pedro Silva Pereira, Barbara Spinelli, Claudia Tapardel, Kazimierz Michał Ujazdowski, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Max Andersson, Gerolf Annemans, Marcus Pretzell, Helmut Scholz

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Rosa Estaràs Ferragut, José Inácio Faria, Gabriel Mato, Ramón Luis Valcárcel Siso

(1)

Zaak C-350/12, Raad van de Europese Unie vs. Sophie in ’t Veld.

(2)

Advies 2/13, Toetreding van de Europese Unie tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden – Verenigbaarheid van de ontwerpovereenkomst met het VEU en het VWEU.

(3)

Advies 1/09, Ontwerpovereenkomst – Invoering van een gemeenschappelijk stelsel voor octrooigeschillenbeslechting – Gerecht voor het Europees en het gemeenschapsoctrooi – Verenigbaarheid van ontwerpovereenkomst met Verdragen.


ADVIES van de Commissie verzoekschriften (30.4.2015)

aan de Commissie internationale handel

inzake aanbevelingen aan de Europese Commissie voor de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)

(2014/2228(INI))

Rapporteur voor advies: Jarosław Wałęsa

SUGGESTIES

De Commissie verzoekschriften verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–   gezien de richtsnoeren voor de onderhandelingen over het trans-Atlantische handels- en investeringspartnerschap tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika van 14 juni 2013,

–   gezien de artikelen 206 en 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien zijn eerdere resoluties van 23 oktober 2012 over de economische en handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten(1), van 23 mei 2013 over de handels- en investeringsbesprekingen van de EU met de Verenigde Staten van Amerika(2), van 12 maart 2014 over het surveillanceprogramma van de NSA in de VS, toezichthoudende instanties in verschillende lidstaten en gevolgen voor de grondrechten van EU-burgers en voor de trans-Atlantische samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken(3),

–   gezien zijn resolutie van 15 januari 2015 over het jaarverslag over de activiteiten van de Europese Ombudsman in 2013,

–   gezien de verzoekschriften nrs. 1221-13, 1635-13, 1960-13, 2694-13, 2721-13, 2859-13, 0149-14, 0184-14, 0195-14, 0242-14, 0589-14, 0706-14, 0722-14, 0738-14, 0783-14, 0949-14, 0973-14,1032-14,1122-14,1336-14,1575-14, 1649-14, 2062-14, 2143-14, 2268-14, 2314-14, 2328-14, 2647-14 en 0033-15,

–   gezien het onderzoek door de Europese Ombudsman naar de transparantie van en de publieke deelname aan de onderhandelingen over het trans-Atlantische handels- en investeringspartnerschap (OI/10/2014/RA),

–   gezien de resultaten van de openbare raadpleging die door de Commissie is gestart met betrekking tot investeringsbescherming en interstatelijke geschillenregeling (ISDS) in het TTIP;

–   gezien de brief d.d. 5 juni 2014 van de hoofdonderhandelaar van de EU Ignacio García-Bercero aan zijn Amerikaanse gesprekspartner Daniel Mullany, waarin hij zegt dat "alle documenten die verband houden met de onderhandelingen tot 30 jaar voor het publiek gesloten blijven";

A. overwegende dat de Commissie op dit moment namens de Europese Unie onderhandelingen voert met de Verenigde Staten over een diepe, veelomvattende overeenkomst met strenge normen voor een handels- en investeringspartnerschap (trans-Atlantische handels- en investeringspartnerschap – TTIP) die erop gericht is commerciële uitwisseling van goederen en diensten te bevorderen en te vergemakkelijken en investeringen te stimuleren door onder meer handelsbelemmeringen weg te nemen; overwegende dat een beduidend aantal Europese burgers gefundeerde bezwaren hebben tegen deze overeenkomst waarin zij een bedreiging zien voor fundamentele EU-regelgeving, in het bijzonder op het gebied van arbeidsrechten, milieubescherming en voedsel- en veiligheidsnormen;

B.  overwegende dat voorzitter Juncker elk lid van de nieuwe Commissie had gevraagd "al onze contacten en besprekingen openbaar te maken met beroepsorganisaties of zelfstandigen over zaken rond de beleidsvorming en uitvoering door de EU" ten aanzien van de veelomvattende overeenkomst voor een handels- en investeringspartnerschap met de VS waarover de Commissie op het moment namens de EU onderhandelingen voert; overwegende dat meer transparantie en een grotere inspanning om het openbare debat proactief te informeren de enige effectieve wijze is om verwarring of onbegrip onder het publiek te voorkomen;

C. overwegende dat de TTIP tot doel heeft de handel en investeringen tussen de EU en de VS te doen toenemen zonder dat wordt afgedaan aan de beginselen die tot het acquis communautaire behoren, of aan duurzame economische groei, schepping van kwaliteitsbanen of bevordering van het Europese sociale model;

D. overwegende dat deze onderhandelingen een ongekend grote belangstelling onder het publiek hebben gewekt, gezien de mogelijke economische, sociale en politieke weerslag van het TTIP en de geheimzinnige wijze waarop de onderhandelingen zijn gevoerd,

E.  overwegende dat de voormalige voorzitter van de Commissie José Manuel Barroso het maatschappelijk middenveld opriep om een constructieve en betrokken rol bij de onderhandelingen van het TTIP te spelen;

F.  overwegende dat er vanuit het maatschappelijk middenveld bezwaren zijn vernomen omtrent het TTIP;

G. overwegende dat de Commissie op 10 september 2014 weigerde het Europees burgerinitiatief 'Stop TTIP' in te schrijven, omdat zij van mening was dat dit buiten het kader viel van haar bevoegdheid om voorstellen uit te brengen voor rechtshandelingen van de Unie ter uitvoering van de Verdragen; overwegende dat dientengevolge buiten de in Verordening (EU) nr. 211/2011 geregelde procedure een initiatief "Stop TTIP" is gestart waarvoor al meer dan een miljoen handtekeningen zijn verzameld; overwegende dat de Commissie verzoekschriften een aantal verzoekschriften heeft ontvangen waarin bezwaren tegen het TTIP worden ingebracht; overwegende dat de belangrijkste bezwaren betrekking hebben op de risico's rond de veiligheid en kwaliteit van ingevoerde voedingswaren, de overdracht van gegevens van de EU aan de VS, in het bijzonder informatie die door de VS is verzameld met betrekking tot natuurlijke personen en rechtspersonen (het recht van EU-burgers op "digitale zelfbeschikking"), het gebrek aan transparantie van de onderhandelingen, de mogelijk negatieve economische effecten van het TTIP, in het bijzonder wat betreft werkgelegenheid en lonen, en het uit handen geven door de overheid van haar reguleringsrecht, ten gunste van de grote ondernemingen, via het ISDS-mechanisme;

H. overwegende dat het recht van EU-burgers op documenten die in het bezit zijn van EU-instellingen een fundamenteel recht is dat beoogt te verzekeren dat zij aan EU-besluitvorming kunnen deelnemen en de EU en haar instellingen ter verantwoording kunnen roepen, waardoor het democratische karakter van de Unie wordt versterkt;

I.   overwegende dat alle binnengekomen verzoekschriften van EU-burgers, waarin duizenden handtekeningen van EU-burgers zijn verzameld, een duidelijk kritisch standpunt innemen ten aanzien van de TTIP-onderhandelingen en waarschuwen voor de bedreiging die een dergelijke overeenkomst voor de Europese manier van leven zou opleveren, met name op sociaal, economisch en milieugebied;

J.   overwegende dat bij het onderzoek van de Europese Ombudsman van juli 2014 naar de transparantie rond het TTIP nauwkeurig is nagegaan of belangrijke documenten zijn achtergehouden en of sommige belanghebbenden exclusieve inzage daarin hebben gekregen; overwegende dat de Ombudsman naar aanleiding van de openbare raadpleging over het TTIP meer dan 6.000 e-mails heeft ontvangen;

K. overwegende dat de Europese Ombudsman zich na onderzoek bezorgd heeft betoond over het gebrek aan transparantie en inspraak van het publiek bij de onderhandelingen over het TTIP;

L.  overwegende dat in de meeste van de ontvangen verzoekschriften expliciet wordt gevraagd om stopzetting van de onderhandelingen door de Europese Commissie of om uiteindelijke afwijzing van de overeenkomst door het Europees Parlement;

1.  onderstreept dat het belangrijk is om evenwichtige handels- en investeringsbetrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika te ontwikkelen met adequate waarborgen, om op mondiaal niveau te voorzien in de hoogste arbeids-, sociale, gezondheids- en milieunormen om nieuwe economische kansen te scheppen en globalisering te reguleren zodat sociale en milieudumping uitgesloten blijven;

2.  begroet met instemming het beoogde opheffen van technische handelsbelemmeringen tussen de EU en de VS die niet worden gerechtvaardigd door verschillende benaderingen van bescherming en risicobeheer, zoals dubbele procedures, tegenstrijdige productvoorschriften en dubbele keuringen;

3.  verzoekt de Commissie om tegenstand te bieden aan opname van ISDS in het TTIP, aangezien er andere mogelijkheden beschikbaar zijn voor de handhaving van investeringsbescherming, zoals binnenlandse oplossingen;

4.  wijst erop dat het compatibel maken van regelgeving niet ten koste mag gaan van openbare diensten of het allesoverkoepelende soevereine recht van de respectieve nationale autoriteiten om volgens het voorzorgsbeginsel naar hun goeddunken te blijven regelgeven op de gebieden van volksgezondheid, toegang tot geneesmiddelen, gegevensbescherming, arbeidsrechten, consumentenrechten, milieubescherming, dierenwelzijn², preventieve consumentenbescherming en culturele diversiteit;

5.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de Europese milieunormen op hun huidige niveau blijven;

6.  benadrukt dat culturele diensten en producten niet te vergelijken zijn met andere commerciële diensten en producten en dus anders moeten worden behandeld, zoals ook wordt bedoeld met de zogeheten culturele uitzondering;

7.  hecht groot belang aan het mobiliteitspakket en aan het instellen van visumwederkerigheid voor burgers van alle EU-lidstaten, want beschouwt de visumversoepeling voor Europese aanbieders van goederen en diensten als een van de belangrijkste punten waar de TTIP-overeenkomst maximaal voordeel kan opleveren;

8.  benadrukt dat de VS de ILO-conventies inzake fundamentele arbeidsnormen, zoals collectieve onderhandelingen, vrijheid van vereniging en het recht op organisatie en het vakverenigingsrecht niet hebben geratificeerd;

9.  benadrukt dat democratische besluitvorming op het werk dreigt te worden ondermijnd indien de bescherming van werknemers als een handelsbelemmering wordt beschouwd;

10. waardeert het ten zeerste dat de Commissie zich werkelijke inspanning heeft getroost om de TTIP-onderhandelingen transparanter te maken, gelet vooral op de publicatie van de Europese richtsnoeren voor de TTIP-onderhandelingen (1103/13 CL 1); merkt op dat dit cruciale document pas op 9 oktober 2014 openbaar werd gemaakt, terwijl de onderhandelingen al in juni 2013 waren gestart; herinnert eraan dat de Commissie altijd wettelijk verplicht is om de regels inzake toegang voor het publiek tot documenten, zoals is geregeld in Verordening 1049/2001;betreurt dat de toegang die de leden van het Europees Parlement tot de TTIP-onderhandelingsdossiers krijgen, tot dusver uiterst beperkt is gebleven; benadrukt dat de documenten die in de beveiligde leeszaal van het EP ter inzage liggen geen geconsolideerd materiaal bevatten en geen documenten die door de VS zijn aangeleverd; benadrukt dat voor transparantie moet worden gezorgd door middel van directe en open dialoog in de vorm van openbare raadpleging van alle belanghebbenden;

11. is verheugd over het onderzoek van de Europese Ombudsman naar de noodzaak van een proactievere openbaarmaking van de documenten; vraagt de Commissie om snelle opvolging van de aanbevelingen van de Ombudsman met betrekking tot openbare toegankelijkheid van geconsolideerde onderhandelingsteksten, een meer proactieve bekendmaking van TTIP-documenten en meer transparantie rond de vergaderingen van ambtenaren van de Commissie met bedrijfsorganisaties, lobbygroepen of ngo's over het TTIP;. is van mening dat een proactievere aanpak door de Commissie op het punt van transparantie de onderhandelingen democratischer en legitiemer zouden maken, en dringt er bij de Commissie op aan om alle onderhandelingsdocumenten openbaar te maken, waaronder aanbiedingen van de VS aan de EU, volgens de praktijk die voor alle internationale handelsbesprekingen binnen het kader van de Wereldhandelsorganisatie gebruikelijk is, en te bevorderen dat de verschillende belanghebbende partijen, met name maatschappelijke organisaties en consumentenbonden, in grotere mate aan het onderhandelingsproces deelnemen;

12. vraagt de Commissie erop toe te zien dat de lijst van TTIP-documenten op haar speciale website "handelspolitiek" toegankelijk is, alomvattend en gedegen, en de toegang tot deze informatie te vergemakkelijken door regelmatig te spreken met vakbonden, ngo's en maatschappelijke organisaties; onderstreept dat de belangrijkste documenten, vooral die over de onderhandelingspositie van de EU, beschikbaar moeten zijn in alle officiële Europese talen, zodat alle Europese burgers er daadwerkelijk toegang toe hebben en ook volledig kunnen begrijpen;

13. vraagt de Commissie het Europees Parlement onverwijld en volledig informeren over alle fasen van de procedure, overeenkomstig het arrest van het HJEU in zaak C-358/11; vraagt de Commissie tevens erop toe te zien dat alle leden van het Europees Parlement toegang hebben tot alle documenten met beperkte verspreiding en dat de geconsolideerde teksten worden opgenomen in de lijst van documenten die door de leden van het Europees Parlement kunnen worden geraadpleegd;

14. betreurt dat het verzoekschrift dat door anderhalf miljoen Europeanen is ingediend, door de Europese Commissie niet als een "Europees burgerinitiatief" is aangemerkt wegens de beperkingen van het wetgevingskader voor het burgerinitiatief; betreurt dat deze beperkingen per saldo inhouden dat een Europees burgerinitiatief ten aanzien van handelskwesties pas ontvankelijk kan zijn na inwerkingtreding van een handelsovereenkomst, en dat Europese burgerinitiatieven gericht op het beïnvloeden van lopende handelsbesprekingen in het huidige wetgevingskader niet mogelijk zijn;

15. is van mening dat het algemeen belang niet toelaat dat gegevensbescherming wordt gebruikt als automatische verhinderingsgrond voor publieke toetsing van lobbyactiviteiten rond het TTIP, en dat aan overwegingen van gegevensbescherming ook tegemoet kan worden gekomen door de deelnemers die voor besprekingen zijn uitgenodigd, mee te delen dat hun namen bekend zullen worden gemaakt, en door duidelijk te maken dat het TTIP geen afbreuk mag doen aan het recht van de EU-burger op digitale zelfbeschikking of aan de naleving van de Europese wetgeving inzake gegevensbescherming, en in het bijzonder rekening moet houden met het arrest van het Europese Hof van Justitie (C-132/12) inzake het "recht om te worden vergeten" en met de algemene verordening gegevensbescherming; vraagt de Commissie erop toe te zien dat gegevensbescherming niet in de onderhandelingen wordt betrokken met het oog op de naleving van de artikelen 7 en 8 of van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

16. wijst op de gevoeligheid van sommige onderhandelingsgebieden waar geen compromissen mogen worden aanvaard, zoals de landbouw, waar de Europese Unie en de Verenigde Staten uiteenlopende opvattingen huldigen omtrent genetisch gemodificeerde organismen (ggo's), etiketteringsvoorschriften, klonen, milieuvoorschriften en alle andere normen voor diergezondheid en gezondheid van de consument; spoort de Commissie ertoe aan in dit kader de "positieve lijst" te hanteren, een eerste vereiste voor duidelijkheid ten behoeve van alle belanghebbenden; verlangt daarom dat deze gebieden niet worden onderworpen aan samenwerking op regelgevingsgebied of eventuele extra regels inzake sanitaire en fytosanitaire normen en technische handelsbelemmeringen dringt erop aan dat er in de gevallen waarin nu al handelsverkeer in gevoelige sectoren plaatsvindt, zoals bij ggo's, duidelijke etiketteringsvoorschriften komen die de keuzemogelijkheid voor de consument versterken;

17. onderstreept de hoge mate van publieke aandacht die op de overeenkomst is gevestigd als gevolg van de verzoekschriften, waarin grote bezorgdheid werd uitgesproken over de transparantie van de onderhandelingen en de nadelige effecten op de rechten van werknemers en openbare diensten, zoals gezondheidszorg, sociale diensten, onderwijs, water en sanitaire voorzieningen;

18. verzoekt de Commissie zich er uitdrukkelijk toe te verbinden de normen op het gebied van voedselveiligheid, gezondheid van mens en dier en dierenwelzijn, zoals gedefinieerd in de EU-wetgeving, te handhaven en de grondwaarden van de EU, zoals het voorzorgsbeginsel, de erkenning van dieren als wezens met gevoel, zoals vastgelegd in artikel 13 VWEU, en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, niet te ondermijnen maar te eerbiedigen;

19. vraagt de Commissie te verhinderen dat producten die niet zijn geproduceerd in overeenstemming met de EU-normen voor voedselveiligheid, de gezondheid van mens en dier en dierenwelzijn in de EU op de markt worden gebracht;

20. verzoekt de Europese Commissie ervoor te zorgen dat producten zoals ggo's of producten afkomstig van gekloonde dieren en hun nakomelingen of die stoffen bevatten die verboden zijn in de EU niet op de EU-markt of in de Europese voedselketen terechtkomen;

21. benadrukt dat consumentenbescherming en naleving van hogere Europese kwaliteits- en veiligheidsnormen voor voedingswaren en producten, de hoogste normen voor milieubescherming en de strengste controles van industriële emissies in de EU en de VS, evenals passende waarborgen om gegevens van burgers te beschermen, in de TTIP-onderhandelingen centraal moeten staan, hetgeen onder meer impliceert:

     - volledige transparantie en openbare toegankelijkheid van de klinische gegevens van klinische proeven voor geneesmiddelen;

     - volledige transparantie en openbare toegankelijkheid van de klinische gegevens van klinisch onderzoek voor medische apparatuur;

     - bescherming van het leven en de gezondheid van mens, dier en plant via respect en eerbiediging van de gevoeligheden en fundamentele waarden van elke kant, zoals het voorzorgsprincipe van de EU,

     en onderstreept dat de onderhandelaars binnen het kader van het TTIP over gegevensbescherming geen toezeggingen mogen doen zolang de wetgeving op dat gebied die op dit moment in de EU en de VS in voorbereiding is, nog niet gereed is;

22. benadrukt dat respect voor de soevereiniteit van elke staat en de soevereiniteit van de Europese Unie zelf om wetgeving uit te vaardigen en de economie te reguleren centraal moet staan in de TTIP-onderhandelingen;

23. verzoekt de Commissie om aan te geven hoe en wanneer zij uitvoering zal geven aan de respectieve maatregelen die hier worden voorgesteld, en hoe zij aan de hierboven genoemde verzoekschriften gevolg denkt te geven. stelt dat nu de onderhandelingen nog lopen, het goed zou zijn als de Commissie hieraan binnen twee maanden gevolg zou kunnen geven, d.w.z. voor 31 mei 2015;

24. merkt op dat de Europese Commissie in totaal bijna 150 000 reacties kreeg op haar openbare raadpleging inzake investeringsbescherming en de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten in het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap, en 97 % van de respondenten gekant is tegen de opname van ISDS in het TTIP; onderstreept dat de verenigbaarheid van ISDS met het EU-stelsel van rechtsbedeling, en met name de kwestie van eerbiediging van de rechtsmacht van het HvJEU en van het reguleringsrecht van nationale regeringen, door de respondenten algemeen als problematisch wordt gezien; wijst erop dat veel reacties ongebruikelijkerwijs van individuele respondenten afkomstig waren, waaruit blijkt in welke mate het publiek zich met het TTIP bezighoudt, en dat sommige respondenten, zoals vakbonden of grote maatschappelijke organisaties, namens hun individuele leden spreken die getalsmatig het totale aantal feitelijke respondenten verre overtreffen; beklemtoont dat bepalingen inzake investeringsbescherming de mogelijkheid voor de staten tot reguleren moeten garanderen, en gelooft in dit verband dat het HvJEU exclusieve rechtsmacht moet behouden over de definitieve uitlegging van het EU-recht.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

16.4.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

2

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marina Albiol Guzmán, Margrete Auken, Beatriz Becerra Basterrechea, Heinz K. Becker, Soledad Cabezón Ruiz, Andrea Cozzolino, Pál Csáky, Miriam Dalli, Rosa Estaràs Ferragut, Eleonora Evi, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sylvie Goddyn, Peter Jahr, Rikke Karlsson, Jude Kirton-Darling, Svetoslav Hristov Malinov, Notis Marias, Edouard Martin, Roberta Metsola, Julia Pitera, Gabriele Preuß, Laurențiu Rebega, Sofia Sakorafa, Jarosław Wałęsa, Cecilia Wikström, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Michela Giuffrida, Jérôme Lavrilleux, Josep-Maria Terricabras, Ángela Vallina, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella Adinolfi, José Blanco López, Paul Brannen

(1)

PB C 68 E van 7.3.2014, blz. 53.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA (2013)0227.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA (2014)0230.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

28.5.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

13

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Tiziana Beghin, David Borrelli, Daniel Caspary, Marielle de Sarnez, Christofer Fjellner, Eleonora Forenza, Yannick Jadot, Ska Keller, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, Jörg Leichtfried, David Martin, Emmanuel Maurel, Emma McClarkin, Anne-Marie Mineur, Alessia Maria Mosca, Franz Obermayr, Artis Pabriks, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Matteo Salvini, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, Iuliu Winkler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Goffredo Maria Bettini, Dita Charanzová, Georgios Epitideios, Seán Kelly, Sander Loones, Gabriel Mato, Adina-Ioana Vălean, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Theresa Griffin, Evžen Tošenovský, Cecilia Wikström

Laatst bijgewerkt op: 5 juni 2015Juridische mededeling