Procedure : 2016/0193(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0292/2016

Ingediende teksten :

A8-0292/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2016 - 5.4

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0394

VERSLAG     ***I
PDF 394kWORD 61k
17 oktober 2016
PE 587.491v03-00 A8-0292/2016

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft een aantal bepalingen inzake financieel beheer voor bepaalde lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden op het gebied van financiële stabiliteit

(COM(2016)0418 – C8-0238/2016 – 2016/0193(COD))

Commissie regionale ontwikkeling

Rapporteur: Iskra Mihaylova

(Vereenvoudigde procedure – Artikel 50, lid 1, van het Reglement)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE
 TOELICHTING
 BRIEF VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft een aantal bepalingen inzake financieel beheer voor bepaalde lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden op het gebied van financiële stabiliteit

(COM(2016)0418 – C8-0238/2016 – 2016/0193(COD))

Gewone wetgevingsprocedure (eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0418),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 177 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0238/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 21 september 2016(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien de brief van de Begrotingscommissie,

–  gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 21 september 2016 om het standpunt van het Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 en artikel 50, lid 1, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling (A8-0292/2016),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

VERORDENING (EU) 2016/...

VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van ...

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft een aantal bepalingen inzake financieel beheer voor bepaalde lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden op het gebied van financiële stabiliteit

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 177,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Krachtens artikel 24, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad(3) moet de Commissie de verhoging onderzoeken van tussentijdse betalingen van de Europese structuur- en investeringsfondsen met een bedrag dat overeenkomt met tien procentpunten boven het bestaande medefinancieringspercentage voor elke prioriteit/maatregel voor lidstaten die na 21 december 2013 onder een aanpassingsprogramma vielen en verzocht hebben in aanmerking te komen voor deze verhoging tot 30 juni 2016, en bij het Europees Parlement en de Raad vóór 30 juni 2016 een verslag indienen met haar beoordeling en, indien nodig, een wetgevingsvoorstel. De Commissie heeft dat verslag op 27 juni 2016 ingediend bij het Europees Parlement en de Raad.

(2)  Vijf lidstaten kwamen in aanmerking voor een verhoogde betaling uit hoofde van artikel 24 van Verordening (EU) nr. 1303/2013, namelijk Roemenië, Ierland, Portugal, Cyprus en Griekenland. Roemenië, Ierland, Portugal en Cyprus hebben hun respectieve economische aanpassingsprogramma’s intussen afgerond. Alleen Griekenland valt nog steeds onder een aanpassingsprogramma en krijgt in dat verband financiële bijstand tot het derde kwartaal van 2018. Aangezien Griekenland nog steeds te kampen heeft met ernstige moeilijkheden op het gebied van financiële stabiliteit, moet de termijn voor de toepassing van verhoogde betalingen voor lidstaten met tijdelijke begrotingsproblemen worden verlengd.

(3)  De mogelijkheid om betalingen te verhogen moet echter aflopen op 30 juni van het jaar na het kalenderjaar waarin een lidstaat geen financiële bijstand in het kader van een aanpassingsprogramma meer ontvangt.

(4)  Krachtens artikel 120, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 moet de Commissie een evaluatie uitvoeren om te beoordelen of het behoud van een maximaal medefinancieringspercentage van 85 % voor elke prioriteit van alle door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Europees Sociaal Fonds (ESF) ondersteunde operationele programma’s in Cyprus na 30 juni 2017 verantwoord is en, indien nodig, vóór 30 juni 2016 een wetgevingsvoorstel indienen.

(5)  Sinds maart 2016 valt Cyprus niet meer onder een aanpassingsprogramma. De economische toestand van Cyprus is echter nog steeds fragiel zoals blijkt uit het lage groeipercentage, de dalende investeringen, de hoge werkloosheid en de onder druk staande financiële sector. Om de druk op de nationale begroting te verlichten en de broodnodige investeringen aan te zwengelen moet het medefinancieringspercentage van 85 % voor alle door het EFRO en het ESF ondersteunde operationele programma’s in Cyprus daarom worden verlengd tot de afsluiting van het operationele programma.

(6)  Om de in deze verordening opgenomen maatregelen snel te kunnen toepassen, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 1303/2013 wordt als volgt gewijzigd:

1)  Artikel 24 wordt vervangen door:

"Artikel 24

Verhoging van betalingen voor lidstaten met tijdelijke begrotingsproblemen

1.  Op verzoek van een lidstaat kunnen tussentijdse betalingen worden verhoogd met 10 procentpunten boven het medefinancieringspercentage dat van toepassing is op elke prioriteit van het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds of op elke maatregel van het ELFPO en het EFMZV.

Als een lidstaat voldoet aan een van de volgende voorwaarden na 21 december 2013, is het verhoogde percentage, dat niet meer dan 100 % mag bedragen, van toepassing op de betalingsaanvragen van die lidstaat die tot 30 juni 2016 worden ingediend:

a)  de betrokken lidstaat ontvangt een lening van de Unie op grond van Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad;

b)  de betrokken lidstaat ontvangt financiële ondersteuning op middellange termijn overeenkomstig Verordening (EG) nr. 332/2002, afhankelijk van de tenuitvoerlegging van een macro-economisch aanpassingsprogramma;

c)  aan de betrokken lidstaat wordt financiële bijstand beschikbaar gesteld, op voorwaarde van de tenuitvoerlegging van een macro-economisch aanpassingsprogramma overeenkomstig Verordening (EU) nr. 472/2013.

Als een lidstaat na 30 juni 2016 aan een van de voorwaarden van de tweede alinea voldoet, is het verhoogde percentage van toepassing op de betalingsaanvragen van die lidstaat die tot 30 juni van het jaar na het kalenderjaar waarin de betreffende financiële bijstand is stopgezet, worden ingediend.

Dit lid is niet van toepassing op programma's in het kader van de ETS-verordening.

2.  Onverminderd lid 1 mag de steun van de Unie door middel van tussentijdse betalingen en betalingen van het eindsaldo evenwel niet hoger zijn dan:

a)   de overheidsuitgaven, of

b)  het maximale bedrag aan steun uit de ESI-fondsen voor elke prioriteit voor het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds of voor elke maatregel voor het ELFPO en het EFMZV, zoals bepaald in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het programma,

indien dit bedrag lager is.";

2)  In artikel 120, lid 3, wordt de tweede alinea vervangen door:

"Voor de periode van 1 januari 2014 tot de afsluiting van het operationele programma is het medefinancieringspercentage voor elke prioritaire as van alle operationele programma's in Cyprus niet hoger dan 85 %.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ,

Voor het Europees Parlement   Voor de Raad

De voorzitter          De voorzitter

(1)

  Advies van 21 september 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)

  Standpunt van het Europees Parlement van ... [(PB...)/(nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad)] en besluit van de Raad van ....

(3)

  Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).


TOELICHTING

De financiële en economische crisis heeft de nationale economieën onder druk gezet; de lidstaten hebben bezuinigingsmaatregelen ingevoerd om hun begroting in evenwicht te houden. In deze omstandigheden is een vlotte tenuitvoerlegging van het belangrijkste financieringsinstrument van de EU, de Europees structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen), noodzakelijk. Aangezien de nationale begrotingen onder druk staan, kan het moeilijk zijn voor landen met begrotingsproblemen om voldoende middelen te vinden voor nationale medefinanciering van regionale beleidsprojecten.

De artikelen 24 en 120, lid 3, van de Verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen (VGB)(1) hebben tot doel de lidstaten die tijdelijke begrotingsproblemen hebben en financiële steun krijgen, te helpen om de investeringsmogelijkheden in het kader van de ESI-fondsen voor de programmeringsperiode 2014-2020 zo veel mogelijk te benutten.

In de wetgeving is duidelijk bepaald dat de Commissie vóór 30 juni 2016 een evaluatie moet uitvoeren, en dat verlenging van de periode waarin bijkomende ondersteuning kan worden verstrekt mogelijk is wanneer de economische situatie van het betreffende land dit vereist. De Commissie presenteerde op 27 juni 2016 haar wetgevingsvoorstel over de verlenging aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 24 VGB

Krachtens artikel 24 van de VGB kan de Commissie de betalingen in het kader van ESIF-programma's verhogen (de zogenaamde "verhoogde betalingen") voor landen die economische moeilijkheden ondervinden. Op verzoek van een lidstaat kunnen de tussentijdse betalingen worden verhoogd met 10 procentpunten boven het medefinancieringspercentage dat van toepassing is op elke prioriteit van het Europees Ronds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Cohesiefonds of op elke maatregel van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV). De verhoogde betalingen impliceren geen wijzigingen in de algemene bedragen die voor 2014-2020 in het kader van de ESI-fondsen toegekend zijn.

Tussen 1 januari 2014 en 30 juni 2016 kwamen Griekenland, Cyprus, Ierland, Roemenië en Portugal voor deze verhoogde betalingen in aanmerking. De programma's voor financiële bijstand voor Cyprus, Ierland, Roemenië en Portugal liepen in deze periode ten einde; Griekenland is momenteel het enige land met een programma voor financiële bijstand.

In artikel 24, lid 3, is bepaald dat de Commissie de toepassing van de leden 1 en 2 van datzelfde artikel zal onderzoeken, en indien nodig voor 30 juni 2016 een wetgevingsvoorstel zal indienen. Omdat de Griekse economie nog zeer kwetsbaar is, heeft de Commissie voorgesteld om de verhoogde betalingen verder te zetten. Deze verlenging geldt niet alleen voor Griekenland, maar voor elke lidstaat die na uitvoering van economische aanpassingsprogramma’s financiële bijstand nodig heeft en hiervoor in aanmerking komt.

De Commissie stelt ook voor om wijzigingen door te voeren met betrekking tot de periode waarin een land dat financiële bijstand krijgt in aanmerking komt voor verhoogde betaling. Het systeem van verhoogde betalingen werd in 2010 ingevoerd. In de financieringsperiode 2007-2013 eindigde de mogelijkheid tot verhoogde betalingen op de dag dat de financiële bijstand voor het land in kwestie werd stopgezet. In de periode 2014-2020 werd de periode waarin een land voor verhoogde betalingen in aanmerking kwam verlengd tot het einde van het begrotingsjaar, dat momenteel loopt van 1 juli tot 30 juni. De Commissie stelt echter voor deze periode te verlengen tot 30 juni van het jaar na het kalenderjaar waarin de financiële bijstand in het kader van een aanpassingsprogramma wordt beëindigd.

Artikel 120, lid 3, van de VGB

Cyprus heeft in het huidige cohesiebeleid de status van een meer ontwikkelde regio, en zou in normale omstandigheden 50 % medefinanciering ontvangen voor de programma's in het kader van het EFRO en het ESF. Maar omdat Cyprus het economisch moeilijk had en de investeringen op lange termijn afnamen, werd een hoger medefinancieringspercentage van 85 % toegekend tussen 1 januari 2014 en 30 juni 2017, in overeenstemming met artikel 120, lid 3, van de GB-verordening.

De Commissie werd verzocht te beoordelen of een verlenging van het hogere medefinancieringspercentage na juni 2017 redelijk was, en voor 30 juni 2016 een wetgevingsvoorstel te presenteren indien verlenging noodzakelijk bleek.

Een hogere medefinanciering is positief voor de Cypriotische economie, aangezien dit lagere bedragen voor nationale medefinanciering impliceert, waardoor fiscale consolidatie en investeringsinspanningen worden ondersteund.

De Commissie stelt bijgevolg voor om de periode waarin Cyprus voor het medefinancieringspercentage van 85 % in aanmerking komt te verlengen tot aan de afsluiting van de programma's voor de periode 2014-2020. Hierdoor zal Cyprus meer tijd krijgen om zijn begroting in evenwicht te brengen en tegelijkertijd met succes EFRO- en ESF-projecten ten uitvoer te leggen.

Volgens de Commissie gaan de economische omstandigheden in het land erop achteruit, en zal het land hoogstwaarschijnlijk volledig in aanmerking komen voor het Cohesiefonds, als de bni-percentages van de lidstaten voor 2016 (artikel 90, lid 5, van de VGB) door de Commissie worden geëvalueerd en hierbij blijkt dat het nominale bni per inwoner onder 90 % van het gemiddelde is gedaald.

Gevolgen voor de begroting

De voorgestelde wijzigingen aan de wetgeving kunnen tijdelijk leiden tot verhoogde betalingskredieten, hetgeen gecompenseerd zal worden door lagere betalingen aan het einde van de programma's voor de periode 2014-2020. Er zullen geen wijzigingen zijn aan de jaarlijkse maxima van het meerjarig financieel kader voor vastleggingen en betalingen, die in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1311/2013 worden vermeld.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur is ingenomen met het voorstel van de Commissie als een gerichte en begrotingsneutrale oplossing voor de tijdelijke liquiditeitsproblemen in de twee lidstaten. Zij beveelt daarom aan dat de Commissie en, in de plenaire fase, het Parlement het voorstel van de Europese Commissie ongewijzigd goedkeuren.

(1)

Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad.

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.


BRIEF VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE

Mevrouw Iskra Mihaylova  

Voorzitter van de Commissie regionale ontwikkeling

Europees Parlement

Geachte Mevrouw Mihaylova,

Hierbij deel ik u het standpunt van de Begrotingscommissie mee over uw verslag wat betreft een aantal bepalingen inzake financieel beheer voor bepaalde lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden op het gebied van financiële stabiliteit.

In het voorstel van de Commissie wordt gepleit voor verhoogde betalingen aan lidstaten die onder een aanpassingsprogramma vallen, met name door een verhoging van de medefinancieringspercentages voor de prioriteiten (in het kader van het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds) of de maatregelen (in het kader van het ELFPO en het EFMZV) van de programma's met tien procentpunten. Dit geldt voor de gecertificeerde uitgaven die worden ingediend in de periode tot en met 30 juni van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de financiële bijstand aan de lidstaat is gestopt, totdat het plafond voor de betalingen is bereikt. In het voorstel wordt ook gepleit voor een verlenging van het hogere medefinancieringspercentage voor Cyprus.

De Begrotingscommissie gaat over het algemeen akkoord met dit voorstel.

Onze commissie is zich bewust van de financiële beperkingen in de lidstaten, maar is evenwel gealarmeerd over de absorptie van de ESI-fondsen in de lidstaten, die in de huidige programmeringsperiode onvoldoende is. We maken ons zorgen over een mogelijke betalingsachterstand tegen het einde van het huidige MFK, hetgeen zou kunnen leiden tot een moeilijke betalingssituatie met gevolgen voor EU-uitgaven in andere domeinen. Daarom is de Begrotingscommissie ingenomen met alle inspanningen om de terugbetalingen aan de lidstaten, met name de lidstaten met liquiditeitsproblemen, te verhogen en te versnellen.

De Begrotingscommissie wijst op het positieve effect van verhoogde medefinanciering op de economieën van de betreffende lidstaten, die hierdoor meer middelen krijgen voor bijkomende investeringen.

De Begrotingscommissie merkt op dat het voorstel geen gevolgen heeft voor de vastleggingskredieten, aangezien de maximumbedragen voor financiering uit de ESI-fondsen, als vastgesteld in de operationele programma's voor de huidige programmeringsperiode, ongewijzigd blijven. Er verandert ook niets aan de jaarlijkse maxima van het MFK voor vastleggingen en betalingen, die in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1311/2013 worden vermeld. Het effect dat de verlenging van de verhoogde betalingen zal hebben op de begroting is een verhoging van de betalingskredieten voor de lidstaten in kwestie, wat zou worden gecompenseerd door lagere betalingen aan het einde van de levenscyclus van de programma’s voor de periode 2014-2020.

Het is echter cruciaal dat de lidstaten waar het voorstel betrekking op heeft voldoende administratieve capaciteit hebben om een hogere absorptie van de fondsen aan te kunnen, en dat zij hierbij de relevante bepalingen van het Financieel Reglement en de bepalingen met betrekking tot de ESI-fondsen naleven, en waarborgen dat de fondsen efficiënt en zinvol ingezet worden.

De Begrotingscommissie ondersteunt daarom uw voorstel om het voorstel van de Commissie zonder wijzigingen en via een versnelde procedure over te nemen.

Gezien de recent aangekondigde opschorting van betalingen aan Spanje en Portugal op grond van artikel 23 van de VGB, zou onze commissie prijs stellen op een gezamenlijke reflectie over de coherentie tussen de artikelen 23 en 24 van de VGB.

Met vriendelijke groet,

Jean Arthuis


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft een aantal bepalingen inzake financieel beheer voor bepaalde lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden op het gebied van financiële stabiliteit

Document- en procedurenummers

COM(2016)0418 – C8-0238/2016 – 2016/0193(COD)

Datum indiening bij EP

27.6.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

REGI

4.7.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

BUDG

4.7.2016

CONT

4.7.2016

ECON

4.7.2016

EMPL

4.7.2016

 

ENVI

4.7.2016

ITRE

4.7.2016

TRAN

4.7.2016

AGRI

4.7.2016

 

PECH

4.7.2016

CULT

4.7.2016

FEMM

4.7.2016

 

Geen advies

       Datum besluit

BUDG

31.8.2016

CONT

13.9.2016

ECON

15.9.2016

EMPL

13.9.2016

 

ENVI

12.7.2016

ITRE

12.7.2016

TRAN

11.7.2016

AGRI

13.7.2016

 

PECH

15.9.2016

CULT

13.7.2016

FEMM

30.8.2016

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Iskra Mihaylova

14.7.2016

 

 

 

Vereenvoudigde procedure - datum besluit

11.10.2016

Datum indiening

17.10.2016

Laatst bijgewerkt op: 20 oktober 2016Juridische mededeling