Procedure : 2016/2243(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0176/2017

Ingediende teksten :

A8-0176/2017

Debatten :

PV 16/05/2017 - 16
CRE 16/05/2017 - 16

Stemmingen :

PV 17/05/2017 - 10.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0211

VERSLAG     
PDF 376kWORD 73k
28 april 2017
PE 597.523v02-00 A8-0176/2017

over fintech: de invloed van technologie op de toekomst van de financiële sector

(2016/2243(INI))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Cora van Nieuwenhuizen

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over fintech: de invloed van technologie op de toekomst van de financiële sector

(2016/2243(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 26 mei 2016 over virtuele valuta(1),

–  gezien zijn resolutie van 15 september 2016 over toegang tot financiering voor kmo's en vergroting van de financieringsdiversiteit voor kmo's in een kapitaalmarktunie(2),

–  gezien zijn resolutie van 22 november 2016 over het Groenboek over financiële diensten voor consumenten(3),

–  gezien het verslag van de Commissie van 14 september 2016, getiteld "Kapitaalmarktenunie – Versnellen van de hervorming" (COM(2016)0601),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 3 mei 2016 getiteld "Crowdfunding in de EU-kapitaalmarktenunie" (SWD(2016)0154),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 januari 2017, getiteld "Bouwen aan een Europese data-economie" (COM(2017)0009),

–  gezien het verslag van de Europese toezichthoudende autoriteiten van 16 december 2016 over de automatisering in financieel advies,

–  gezien de discussienota van de Europese toezichthoudende autoriteiten van 19 december 2016 over het gebruik van big data door financiële instellingen (JC 2016 86),

–  gezien het advies van de Europese Bankautoriteit van 26 februari 2015 over op kredietverstrekking gebaseerde crowdfunding (EBA/Op/2015/03),

–  gezien de discussienota van de Europese Bankautoriteit van 4 mei 2016 over het innovatieve gebruik van consumentengegevens door financiële instellingen (EBA/DP/2016/01),

–  gezien het advies van de Europese Autoriteit voor effecten en markten van 18 december 2014 over op investeringen gebaseerde crowdfunding (ESMA/2014/1378),

–  gezien het verslag van de Europese Autoriteit voor effecten en markten van 7 januari 2017 over de toepassing van de "distributed ledger"-technologie op de effectenmarkten,

–  gezien het verslag van het gezamenlijke comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten van 7 september 2016 over de risico's en kwetsbaarheden van het financiële systeem van de EU,

–  gezien het risicodashbord van de Europese Bankautoriteit gebaseerd op gegevens van het derde kwartaal van 2016,

–  gezien het risicodashbord van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) van maart 2016,

–  gezien het vijfde consumententrendrapport van de Eiopa van 16 december 2016 (EIOPA-BoS-16-239),

–  gezien het risicodashbord van de Europese Autoriteit voor effecten en markten van het vierde kwartaal van 2016,

–  gezien Occasional Paper nr. 172 van de ECB van april 2016, getiteld "Distributed ledger technologies in securities post-trading: Revolution or evolution?",

–  gezien het verslag van het Comité betalingen en verrekeningen van februari 2017, getiteld "Distributed ledger technology in payment, clearing and settlement: An analytical framework",

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0176/2017),

A.  overwegende dat onder fintech financiering moet worden verstaan die mogelijk wordt gemaakt door of wordt verstrekt door middel van nieuwe technologieën, met een effect op de gehele financiële sector in al zijn onderdelen, van het bank- en verzekeringswezen tot pensioenfondsen, beleggingsadvies, betalingsdiensten en marktinfrastructuur;

B.  overwegende dat financiële diensten altijd op technologie hebben vertrouwd en in overeenstemming met de technologische innovatie zijn geëvolueerd;

C.  overwegende dat iedere actor fintech kan zijn, ongeacht het soort rechtspersoon; overwegende dat de waardeketen van financiële diensten in toenemende mate alternatieve actoren omvat, zoals start-ups of technologiereuzen (tech giants); overwegende dat deze term dus een breed scala aan bedrijven en diensten omvat die sterk van elkaar afwijken, verschillende uitdagingen met zich brengen en andere regels vereisen;

D.  overwegende dat veel ontwikkelingen op fintechgebied steunen op nieuwe technologieën, zoals applicaties van de "distributed ledger"-technologie (DLT), innovatieve betalingen, robotadvies, big data, het gebruik van cloudcomputing, innovatieve oplossingen op het gebied van aanmelding en identificatie van cliënten, crowdfundingplatforms en nog veel meer;

E.  overwegende dat de investeringen in de toepassing van fintech miljarden euro's bedragen en elk jaar toenemen;

F.  overwegende dat de toepassingen van de technologieën in verschillende tempo's tot volle wasdom komen en dat de schaal en de impact van hun ontwikkeling onduidelijk blijven, maar dat ze het potentieel hebben om de financiële sector ingrijpend te veranderen; overwegende dat sommige fintechtoepassingen op een bepaald moment van systeembelang zouden kunnen worden;

G.  overwegende dat fintechontwikkelingen moeten bijdragen tot de ontwikkeling en het concurrentievermogen van het Europese financiële stelsel en de Europese economie, met inbegrip van het welzijn van de Europese burgers, en tegelijk de financiële stabiliteit moeten verhogen en het hoogst niveau van consumentenbescherming moeten handhaven;

H.  overwegende dat fintech aanzienlijke voordelen kan opleveren, zoals snellere, goedkopere, meer op maat gemaakte, meer inclusieve, veerkrachtigere en transparantere en betere financiële diensten voor consumenten en bedrijven, en Europese ondernemers veel nieuwe bedrijfsmogelijkheden kan bieden; overwegende dat de consumentenervaring de belangrijkste drijfveer is voor marktdeelnemers op het gebied van financiële retaildiensten; overwegende dat vooruitgang en innovatie in de financiële sector contant geld niet mogen uitsluiten als betaalmiddel;

I.  overwegende dat de ontwikkeling van nieuwe financiële diensten en de digitalisering van bestaande diensten de marktdynamiek in de financiële sector zal veranderen door de invoering van nieuwe vormen van concurrentie, innovatie, partnerschappen en outsourcing door en tussen actoren;

J.  overwegende dat het bevorderen van eerlijke concurrentie, het neutraliseren van economische rente waar die bestaat en het creëren van een gelijk speelveld voor financiële diensten in de EU noodzakelijke voorwaarden zijn om fintech in Europa te stimuleren en samenwerking tussen alle actoren te bewerkstelligen;

K.  overwegende dat uit economisch onderzoek blijkt dat een kostenefficiënt financieel stelsel kan leiden tot lagere consumentenprijzen van financiële producten en diensten; overwegende dat fintech tot deze prijsdaling kan bijdragen;

L.  overwegende dat fintechoplossingen de toegang tot kapitaal kunnen vergroten, in het bijzonder voor kmo's, door middel van grensoverschrijdende financiële diensten en alternatieve kredietverstrekkings- en investeringskanalen zoals crowdfunding en peer-to-peerlenen, waardoor de kapitaalmarktenunie wordt versterkt;

M.  overwegende dat fintechontwikkelingen ook grensoverschrijdende financiële stromen en de integratie van de kapitaalmarkten in Europa kunnen vergemakkelijken en zo grensoverschrijdende business kunnen aanmoedigen, waardoor de voltooiing van de kapitaalmarktenunie mogelijk wordt;

N.  overwegende dat fintechontwikkelingen, met name op het vlak van binnenlandse en grensoverschrijdende betalingsoplossingen, ook de verdere ontwikkeling van een interne markt voor goederen en diensten kunnen ondersteunen en de "5x5-doelstellingen" van de G20 en G8 om de kosten van overmakingen te verminderen, kan helpen verwezenlijken;

O.  overwegende dat fintech een effectief middel kan zijn om financiële inclusie te bewerkstelligen en financiële dienstverlening op maat kan openstellen voor mensen die daar eerder geen toegang tot hadden, zodat groei inclusiever wordt; overwegende dat fintech pas echte financiële inclusie kan bewerkstelligen als de problemen met de financiële educatie en de digitale vaardigheden van Europese burgers worden aangepakt;

P.  overwegende dat de wet- en regelgeving en het toezicht aan innovatie moeten worden aangepast en dat het juiste evenwicht moet worden gevonden tussen het stimuleren van innovatieve bescherming van consumenten en beleggers en financiële stabiliteit; overwegende dat fintech een meer evenwichtige attitude vergt tussen "regulering van de instelling" en "regulering van de activiteit"; overwegende dat de complexe wisselwerking tussen fintech en de huidige regelgeving tot mismatches kan leiden, waarbij bedrijven en dienstverleners anders worden gereguleerd hoewel zij fundamenteel dezelfde activiteiten uitoefenen en waarbij bepaalde activiteiten niet goed binnen de definities en/of het toepassingsgebied van de huidige regelgeving passen; overwegende dat niet alle fintechinnovaties naar behoren aan bod komen in het huidige EU-kader ter bescherming van consumenten en beleggers op het gebied van financiële diensten;

Q.  overwegende dat de Europese toezichthoudende autoriteiten zijn begonnen met het in kaart brengen van de potentiële risico's en voordelen van innovatie financiële technologieën; overwegende dat de nationale bevoegde autoriteiten deze technologische ontwikkelingen in de gaten houden en met verschillende benaderingen zijn gekomen; overwegende dat de ontwikkeling van een fintechecosysteem in Europa tot nog toe wordt belemmerd door uiteenlopende regels in de verschillende lidstaten en een gebrek aan samenwerking tussen markten; is van mening dat een besluitvaardig optreden van de EU met het oog op de bevordering van een gemeenschappelijke benadering van fintech belangrijk is voor de ontwikkeling van een sterk fintechecosysteem in Europa;

R.  overwegende dat fintech kan bijdragen aan risicobeperking in het financiële stelsel door decentralisatie en deconcentratie van risico's, snellere clearing en afwikkeling van contante betalingen en effectentransacties, beter zekerhedenbeheer en optimalisatie van kapitaal;

S.  overwegende dat fintech waarschijnlijk vooral gevolgen zal hebben voor de posttransactionele waardeketen, die diensten omvat zoals clearing, afwikkeling, bewaarneming van activa en verslaggeving uit hoofde van regelgeving, waar technologieën zoals DLT de hele sector kunnen omvormen; overwegende dat sommige tussenpersonen in deze waardeketen, zoals bewaarnemers, centrale tegenpartijen (CTP's) en centrale effectenbewaarinstellingen, op de lange termijn overbodig zouden kunnen worden, terwijl bepaalde andere functies nog steeds zullen moeten worden uitgevoerd door onafhankelijke, gereguleerde entiteiten;

T.  overwegende dat regtech financiële instellingen en toezichthouders aanzienlijke voordelen kan bieden door het mogelijk te maken dat nieuwe technologieën worden gebruikt om regelgevings- en nalevingseisen op transparantere en efficiëntere wijze en realtime te vervullen;

U.  overwegende dat onder insurtech verzekeringsdiensten worden verstaan die mogelijk worden gemaakt door of worden verleend via nieuwe technologieën, bijvoorbeeld geautomatiseerd advies, risicobeheer en big data, maar ook verzekeringen tegen nieuwe risico's zoals cyberaanvallen;

V.  overwegende dat bedrijven die aan fintechproducten en -diensten werken en de innovatieve zakenpartners die hun het nodige technologische materiaal leveren om deze producten en diensten te kunnen leveren, dringend meer toegang tot financiering moeten krijgen om financiële innovatie in Europa te stimuleren, en met name om start-ups in staat te stellen door te groeien; overwegende dat de beschikbaarheid van durfkapitaal als financieringsbron en de aanwezigheid van een sterke technologiesector in dit verband belangrijke factoren zijn om een dynamisch fintechecosysteem in Europa te bevorderen;

W.  overwegende dat cyberaanvallen een groeiende bedreiging voor alle digitale infrastructuur vormen, en dus ook voor financiële infrastructuur; overwegende dat de financiële sector drie keer meer risico loopt op aanvallen dan andere sectoren; overwegende dat de veiligheid, betrouwbaarheid en continuïteit van de financiële sector noodzakelijke voorwaarden zijn opdat het publiek zijn vertrouwen in de sector behoudt; overwegende dat ook consumenten van financiële diensten zeer kwetsbaar zijn voor soortgelijke aanvallen en voor identiteitsdiefstal;

X.  overwegende dat verbonden apparaten integraal deel uitmaken van fintechdiensten; overwegende dat het internet der dingen bijzonder gevoelig is voor cyberaanvallen en daarom een bijzondere uitdaging vormt voor cyberbeveiliging; overwegende dat een verbonden systeem slechts zo veilig is als zijn zwakste schakel;

Y.  overwegende dat consumenten en beleggers ook nu fintech opkomt, een beroep moeten kunnen blijven doen op strenge normen inzake bescherming van consumenten en beleggers, gegevensbescherming en privacyrechten en wettelijke aansprakelijkheid van aanbieders van financiële diensten;

Z.  overwegende dat het om fintech te faciliteren, van belang is een samenhangend en ondersteunend regelgevingskader en een concurrerend klimaat tot stand te brengen die fintech in staat stellen allerlei innovatieve tools voor veilige encryptie en online-identificatie en -authenticatie met een eenvoudige interface te ontwikkelen en te gebruiken;

AA.  overwegende dat automatisering in de financiële sector, net zoals in andere sectoren, bestaande arbeidspatronen kan verstoren; overwegende dat opleiding en omscholing om vaardigheden te verbeteren en te ontwikkelen, een centrale plaats moeten krijgen in een Europese fintechstrategie;

BB.  overwegende dat de marktstructuur in veel onderdelen van de digitale economie als gevolg van netwerkeffecten tendeert naar een klein aantal marktdeelnemers, wat uitdagingen op het gebied van mededingings- en antitrustrecht met zich brengt;

Vaststelling van een EU-kader voor fintech

1.  verwelkomt de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van fintech en vraagt de Commissie in het kader van de strategieën voor de kapitaalmarktenunie en de digitale eengemaakte markt een alomvattend fintechactieplan op te stellen dat een efficiënt, concurrerend, diepgaander en sterker geïntegreerd Europees financieel stelsel tot stand kan helpen brengen, voordelen op lange termijn voor de reële economie kan opleveren, in de nodige bescherming voor consumenten en beleggers kan voorzien en de nodige rechtszekerheid kan bieden;

2.  is verheugd dat er onlangs een fintechtaskforce is opgericht, die tot taak heeft innovatie op dit gebied te evalueren en tegelijk strategieën te ontwikkelen om de potentiële uitdagingen die fintech met zich brengt, het hoofd te bieden, en dat de Commissie met een openbare raadpleging is begonnen; verzoekt de Commissie het Parlement bij de werkzaamheden van de fintechtaskforce te betrekken; beschouwt deze recente initiatieven van de Commissie als fundamentele stappen in de richting van de opstelling van een alomvattende fintechstrategie door de Commissie en minder rechtsonzekerheid voor fintech;

3.  is van mening dat fintech initiatieven in het kader van de kapitaalmarktenunie kan helpen slagen, bijvoorbeeld door de financieringsmogelijkheden in de EU te diversifiëren, en moedigt de Commissie aan om de voordelen van fintech aan te wenden ter bevordering van de kapitaalmarktenunie;

4.  verzoekt de Commissie bij haar werkzaamheden inzake fintech een proportionele, sectoroverschrijdende en holistische aanpak te volgen, lessen te trekken uit wat er in andere rechtsgebieden wordt gedaan en zich aan te passen aan de verscheidenheid aan actoren en gebruikte bedrijfsmodellen; vraagt de Commissie zo nodig het voortouw te nemen om een gunstig klimaat te creëren waarin Europese fintechhubs en -bedrijven kunnen groeien;

5.  benadrukt dat de wetgeving inzake financiële diensten op zowel EU- als nationaal niveau zo nodig moet worden gewijzigd en voldoende innovatievriendelijk moet zijn, zodat een gelijk speelveld tussen de actoren kan worden bewerkstelligd en gehandhaafd; beveelt met name aan om, overeenkomstig het "innovatiebeginsel", de potentiële effecten van wetgeving op innovatie naar behoren te beoordelen in het kader van een effectbeoordeling, zodat deze ontwikkelingen ten volle "aanzienlijke economische en maatschappelijke voordelen" opleveren;

6.  benadrukt dat om een gelijk speelveld te garanderen, nieuwe marktdeelnemers makkelijk toegang te bieden en regelgevingsarbitrage tussen lidstaten en rechtsvormen te voorkomen, de wetgeving en het toezicht op het gebied van fintech op de volgende beginselen gebaseerd moeten zijn:

a.  dezelfde diensten en dezelfde risico's: dezelfde regels moeten gelden ongeacht om welke soort rechtspersoon het gaat of waar in de Unie die gevestigd is;

b.  technologieneutraliteit;

c.  een op risico's gebaseerde benadering, rekening houdend met de evenredigheid van de wetgeving en het toezicht met de risico's en de materialiteit van de risico's;

7.  beveelt de bevoegde autoriteiten aan om zowel nieuwe als bestaande marktdeelnemers toe te staan en aan te moedigen om gecontroleerd te experimenteren met nieuwe technologieën; merkt op dat een dergelijke gecontroleerde omgeving voor experimenten de vorm kan aannemen van een "regelgevingszandbak" voor fintechdiensten met potentiële baten voor de maatschappij, waarin een hele reeks marktdeelnemers worden samengebracht, en die in verscheidene lidstaten al met succes bestaat; benadrukt dat een proactieve en toekomstgerichte betrokkenheid van de overheid, in overleg met de marktdeelnemers en alle andere belanghebbenden, noodzakelijk is en de toezichthoudende en regelgevende instanties kan helpen om technologische deskundigheid te verwerven; verzoekt de bevoegde autoriteten om, in aanvulling op de werkzaamheden van de ESRB, financiële en/of operationele stresstestinstrumenten te ontwikkelen voor fintechtoepassingen die systeemrisico's met zich zouden kunnen brengen;

8.  wijst erop dat sommige centrale banken reeds experimenteren met een eigen digitale valuta (CBDC – central bank digital currency) en andere nieuwe technologieën; moedigt de bevoegde autoriteiten in Europa aan om het effect van de potentiële risico's en voordelen van een "distributed ledger"-versie van een CBDC en de nodige vereisten inzake consumentenbescherming en transparantie die daaraan verbonden zijn, te beoordelen; moedigt hen aan om ook te experimenteren, teneinde gelijke tred te houden met de marktontwikkelingen;

9.  benadrukt dat het van groot belang is dat de regelgevende en toezichthoudende instanties voldoende technische deskundigheid ontwikkelen om steeds complexere fintechdiensten te controleren; onderstreept dat de regelgevende instanties dankzij deze doorlopende controle in staat zullen zijn specifieke risico's van verschillende technologieën te detecteren en vóór te zijn, en wanneer dat nodig is, onmiddellijk en met een duidelijke agenda zullen kunnen ingrijpen;

10.  benadrukt daarom hoe belangrijk het is dat er bij de regelgevende en toezichthoudende instanties één loket voor aanbieders en gebruikers van fintechdiensten komt; erkent dat verkokering van het toezicht op verschillende sectoren moet worden tegengegaan, en beveelt aan dat de toezichthouders op de financiële sector nauw gaan samenwerken met andere bevoegde nationale en Europese instanties die over de nodige technologische deskundigheid beschikken;

11.  vraagt de Commissie en de lidstaten meer onderzoeksprojecten in verband met de fintechsector aan te moedigen en te steunen;

12.  onderstreept hoe belangrijk het is financiële innovatie in Europa te bevorderen; vraagt om betere toegang tot financiering voor innovatieve financiële dienstverleners en de innovatieve ondernemingen die hen het nodige materiaal leveren om deze diensten te kunnen verrichten;

13.  benadrukt dat fintechbedrijven op positieve wijze bijdragen aan de ontwikkeling van financiële bemiddeling, maar ook nieuwe risico's voor de financiële stabiliteit creëren; merkt op dat de regelgevende en toezichthoudende instanties via de balansen van gevestigde financiële instellingen veel informatie ontvangen over de toepassing van allerlei regelgeving zoals kapitaalvereisten, hefboomratio, liquiditeitsratio enz., maar dat het in het geval van niet-bancaire kredietverleners, bijvoorbeeld crowdfunding en peer-to-peer (P2P), moeilijk is om via hun balansen voldoende informatie te verkrijgen over hun activiteiten als financiële intermediairs; vraagt de regelgevende en toezichthoudende instanties daarom na te denken over de vraag hoe ze de nodige toezichtinformatie kunnen verkrijgen om de financiële stabiliteit te handhaven en zo nodig hun balansen aan regelgevende beperkingen te onderwerpen teneinde financiële stabiliteit te bewerkstelligen en te handhaven;

14.  benadrukt dat regtech mogelijkheden biedt om de nalevingsprocedures, en met name de kwaliteit en de actualiteit van de toezichtinformatie, te verbeteren door die procedures minder ingewikkeld en kostenefficiënter te maken; vraagt de autoriteiten te verduidelijken onder welke wettelijke voorwaarden een entiteit die onder hun toezicht staat, nalevingsactiviteiten mag uitbesteden aan derden, en ervoor te zorgen dat derden aan passend toezicht worden onderworpen en dat de onder toezicht staande entiteit wettelijk aansprakelijk blijft voor de naleving; vraagt de bevoegde autoriteiten, en met name de Commissie in het kader van haar werkzaamheden met betrekking tot het Europese Post-Trade Forum, proactief te trachten meer inzicht te krijgen in de belemmeringen voor het gebruik van nieuwe fintech- en regtechoplossingen bij processen vóór en na transacties die onder de richtlijn markten voor financiële instrumenten (MiFID), de verordening Europese marktinfrastructuur (EMIR) en de verordening centrale effectenbewaarinstellingen (CSDR) vallen, en als er geen belemmeringen zijn, te verduidelijken in welke mate actoren het recht hebben dergelijke oplossingen te gebruiken om aan hun verplichtingen krachtens die wetteksten te voldoen;

15.  herinnert eraan dat innovatieve financiële diensten in de hele EU beschikbaar moeten zijn en dat de grensoverschrijdende verlening ervan binnen de Unie daarom niet overmatig mag worden belemmerd; vraagt de Commissie en de Europese toezichthoudende autoriteiten overlappingen van regelgeving, nieuwe belemmeringen voor toegang tot de markt en nationale belemmeringen ten aanzien van deze diensten te monitoren en te voorkomen; vraagt de Commissie barrières tussen de lidstaten als gevolg van een gebrek aan samenhang tussen de nationale stelsels te voorkomen en best practices in de regelgevingsaanpak van de lidstaten te bevorderen; vraagt de Commissie en de Europese toezichthoudende autoriteiten voorts om in voorkomend geval paspoortregelingen in te voeren voor nieuwe financiële diensten die in de hele Unie worden aangeboden; steunt de inspanningen van de Commissie om te onderzoeken hoe de EU ten behoeve van de Europese consumenten kan bijdragen tot betere keuzemogelijkheden, transparantie en concurrentie in financiële retaildiensten, en benadrukt dat deze doelstellingen een aanvulling moet zijn op de doelstelling om het financiële stelsel efficiënter te maken;

16.  is verheugd dat er in de hele EU een aantal levendige fintechgemeenschappen zijn ontstaan; vraagt de Commissie en de gerelateerde Europese autoriteiten voor economisch bestuur nauw met de fintechhubs samen te werken en het slimme ondernemerschap van deze gemeenschappen en hun inspanningen te bevorderen door innovatie aan te moedigen en te financieren en door ze als bron van toekomstig concurrentievoordeel van de EU in de financiële sector te aanvaarden;

17.  merkt op dat fintechstart-ups bijzonder kwetsbaar zijn voor octrooimisbruikers, d.w.z. entiteiten die octrooien kopen met als doel ze tegen bedrijven die reeds van de technologierechten gebruikmaken, te doen gelden door te dreigen met rechtszaken wegens octrooi-inbreuk; verzoekt de Commissie deze situatie te onderzoeken en maatregelen voor te stellen om misbruik van octrooien op het gebied van fintech tegen te gaan;

18.  wijst erop dat voor fintech een mogelijke rol is weggelegd bij de digitalisering van overheidsdiensten om die efficiënter te helpen maken, bijvoorbeeld op het gebied van belastinginning en preventie van belastingfraude;

19.  benadrukt dat de marktstructuur in veel onderdelen van de digitale economie als gevolg van netwerkeffecten tendeert naar een klein aantal marktdeelnemers, wat uitdagingen op het gebied van mededingings- en antitrustrecht met zich brengt; verzoekt de Commissie opnieuw te beoordelen of de mededingingsregelgeving geschikt is met het oog op de uitdagingen van de digitale economie in het algemeen en fintech in het bijzonder;

20.  benadrukt dat er nog ruimte voor verdere verbetering is wat betreft de middelen die voor grensoverschrijdende betalingen kunnen worden gebruikt; pleit voor de ontwikkeling van zulke betaalmiddelen binnen Europa en betreurt de hoge mate van versnippering van de markt voor onlinebankieren in de EU en het ontbreken van een EU-brede krediet- of debetkaartregeling in Europese handen; meent dat dit van essentieel belang is voor de goede werking van de kapitaalmarktunie en een wezenlijk onderdeel vormt van de digitale eengemaakte markt, en dat dit de e-commerce in Europa en de grensoverschrijdende concurrentie op het gebied van financiële diensten zou bevorderen; verzoekt de Commissie na te gaan welke stappen nodig zijn om een omgeving tot stand te brengen die de ontwikkeling van een dergelijk systeem ten goede zou komen; erkent dat een dergelijk systeem, in het belang van de mededinging, moet bestaan naast en in voorkomend geval interoperationeel moet zijn met andere innoverende betalingsoplossingen;

21.  benadrukt dat consumenten de drijvende kracht zijn achter de opkomst van fintechbedrijven; onderstreept dat eventuele toekomstige wetswijzigingen tot doel moeten hebben consumenten bij deze transformatie te steunen;

Gegevens

22.  herinnert eraan dat het verzamelen en analyseren van gegevens een centrale rol spelen bij fintech, en wijst daarom op de noodzaak van een consistente, technologisch neutrale toepassing van de bestaande gegevenswetgeving, waaronder de algemene verordening gegevensbescherming (GDPR), de herziene richtlijn betalingsdiensten (PSD2), de verordening elektronische identificatie- en authenticatiediensten (e-IDAS), de vierde antiwitwasrichtlijn (AMLD4) en de richtlijn beveiliging netwerk- en informatiesystemen (NIS); onderstreept dat, teneinde innovatieve financiering in Europa te stimuleren, een vrije gegevensstroom binnen de Unie nodig is; verzoekt de Commissie maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat in het kader van de verlening van financiële diensten alleen objectieve en relevante data-elementen worden gebruikt; is ingenomen met de openbare raadpleging van de Commissie van 10 januari 2017 over de data-economie (COM(2017)0009), die bewijsmateriaal moet verstrekken over het al dan niet bestaan van belemmeringen voor een vrije stroom van gegevens in de hele Unie;

23.  benadrukt de noodzaak van duidelijke regels inzake eigendom, toegang en doorgifte van gegevens; benadrukt dat steeds grotere hoeveelheden gegevens worden gegenereerd door machines of processen die gebaseerd zijn op opkomende technologieën, zoals machinaal leren; benadrukt dat de algemene verordening gegevensbescherming in een duidelijk rechtskader voorziet voor persoonsgegevens, maar dat er meer rechtszekerheid nodig is voor andere categorieën gegevens; is daarom van mening dat er een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen ruwe gegevens en gegevens die uit verdere verwerking resulteren;

24.  benadrukt dat open bankieren en het delen van gegevens ervoor helpen zorgen dat alle fintechbedrijfsmodellen samen kunnen groeien, wat de consument ten goede komt; wijst in dit verband op de recente verwezenlijkingen van de herziene richtlijn betalingsdiensten wat betalingsinitiatie en toegang tot rekeninggegevens betreft;

25.  benadrukt de voordelen die cloudcomputing voor consumenten en aanbieders van financiële diensten kan hebben op het vlak van kosteneffectiviteit, een kortere marktintroductietijd en een betere benutting van ICT-middelen; wijst erop dat er met betrekking tot de financiële sector geen duidelijke, alomvattende Europese regels of richtsnoeren bestaan voor gegevensopslag in de cloud; benadrukt de noodzaak van de ontwikkeling van dergelijke richtsnoeren en een gemeenschappelijke aanpak van het gebruik van cloudcomputing bij alle nationale bevoegde autoriteiten; benadrukt dat dergelijke regels of richtsnoeren noodzakelijk zijn om de cloud soepeler en sneller ingang te laten vinden; benadrukt dat strenge normen inzake gegevensbescherming en consumentenbescherming deel moeten uitmaken van deze richtsnoeren; verzoekt de Commissie en de toezichthoudende autoriteiten in dit verband verscheidene mogelijkheden te onderzoeken, zoals vooraf goedgekeurde overeenkomsten tussen aanbieders van clouddiensten en financiële instellingen;

26.  merkt op dat de consumenten beter bewust moeten worden gemaakt van de waarde van hun persoonsgegevens; merkt op dat consumenten contracten kunnen aangaan om digitale content te delen in ruil voor een vergoeding; benadrukt dat dit economische voordelen kan opleveren, maar ook op discriminerende wijze kan worden gebruikt; verzoekt de Commissie te onderzoeken of er een Europese strategie inzake het delen van gegevens kan worden ontwikkeld om consumenten controle te geven over hun gegevens; is van mening dat een duidelijke, consumentgerichte aanpak het vertrouwen in op de cloud gebaseerde diensten zal vergroten en nieuwe innovatieve diensten van diverse actoren in de financiële waardeketen zal stimuleren, bijvoorbeeld door "application programming interfaces" (API's) te gebruiken of door de rechtstreekse toegang tot gegevens voor elektronische betaaldiensten te vergemakkelijken; vraagt de Commissie om het toekomstige potentieel van systemen voor het beheer van persoonlijke informatie (personal information management systems – PIMS) te onderzoeken als technische hulpmiddelen waarmee consumenten hun persoonsgegevens kunnen beheren;

27.  herinnert, nu financiële instellingen steeds vaker consumentengegevens of big data gebruiken, aan artikel 71 van de algemene verordening gegevensbescherming, dat de betrokkene het recht geeft om uitleg te krijgen over een op geautomatiseerde verwerking gebaseerd besluit en dat besluit aan te vechten; benadrukt dat er moet worden gegarandeerd dat onjuiste gegevens kunnen worden gewijzigd en dat alleen verifieerbare en relevante gegevens worden gebruikt; verzoekt alle belanghebbenden extra inspanningen te leveren om de handhaving van deze rechten te garanderen; is van mening dat toestemming voor het gebruik van persoonsgegevens dynamisch moet zijn en dat de betrokkenen hun toestemming moeten kunnen wijzigen en aanpassen;

28.  merkt op dat het toenemende gebruik van consumentengegevens of big data door financiële instellingen voordelen voor de consument kan opleveren, zoals de ontwikkeling van een meer op maat gemaakt, gesegmenteerd en goedkoper aanbod op basis van een efficiëntere allocatie van risico en kapitaal; wijst er anderzijds op dat dynamische prijsstelling in opmars is en mogelijk tot het omgekeerde zou kunnen leiden, wat nadelig zou zijn voor de vergelijkbaarheid van het aanbod, effectieve concurrentie en onderlinge risicoverdeling, bijvoorbeeld in de verzekeringssector;

29.  constateert dat persoonsgegevens en algoritmen in toenemende mate worden gecombineerd met het oog op dienstverlening zoals robotadvies; benadrukt de efficiëntiemogelijkheden van robotadvies en de mogelijke positieve effecten ervan op financiële inclusiviteit; benadrukt dat (al dan niet systematische) fouten in algoritmen of in de onderliggende gegevens mogelijk systeemrisico's kunnen veroorzaken en consumenten schade kunnen berokkenen, bijvoorbeeld door meer uitsluiting; vraagt de Commissie en de Europese toezichthoudende autoriteiten deze risico's te monitoren om ervoor te zorgen dat de automatisering van financieel advies echt beter, transparant, toegankelijk en kostenefficiënt advies kan opleveren, en iets te doen aan het probleem dat het in het huidige kader voor wettelijke aansprakelijkheid voor het gebruik van gegevens steeds moeilijker is te achterhalen wie aansprakelijk is voor schade die door dergelijke risico's wordt veroorzaakt; onderstreept dat voor robotadvies dezelfde vereisten inzake consumentenbescherming gelden als voor persoonlijk aan de klant verstrekt advies;

Cyberbeveiliging en ICT-risico's

30.  benadrukt de noodzaak van "end-to-end"-beveiliging in de hele waardeketen van financiële diensten; wijst op de grote en diverse risico's van cyberaanvallen, die gericht zijn op de infrastructuur van onze financiële markten, het internet der dingen, valuta en gegevens; vraagt de Commissie om van cyberbeveiliging de eerste prioriteit van het fintechactieplan te maken, en vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten en de ECB – als toezichthouder van de banken – cyberbeveiliging centraal te stellen in hun regelgevings- en toezichtprogramma's;

31.  vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten om, in samenwerking met de nationale regelgevende instanties, de bestaande operationele normen inzake de ICT-risico's van financiële instellingen te herzien; vraagt, gezien het uiteenlopende beschermingsniveau in de cyberbeveiligingsstrategieën van de lidstaten, ook dat de Europese toezichthoudende autoriteiten richtsnoeren opstellen voor het toezicht op deze risico's; benadrukt hoe belangrijk het is dat de Europese toezichthoudende autoriteiten over de nodige technologische knowhow beschikken om hun taken te kunnen vervullen; moedigt meer onderzoek op dit gebied aan;

32.  wijst op de noodzaak van uitwisseling van gegevens en best practices tussen toezichthouders alsook regelgevende instanties en regeringen op hun respectieve niveaus, tussen onderzoekers en marktdeelnemers en tussen marktdeelnemers onderling; vraagt de Commissie, de lidstaten, de marktdeelnemers en het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) het potentieel van transparantie en gegevensuitwisseling als instrumenten tegen cyberaanvallen te onderzoeken; stelt in dit verband voor om de mogelijke voordelen te onderzoeken van één centraal contactpunt voor marktdeelnemers en een meer gecoördineerde aanpak te overwegen van onderzoeken naar cybercriminaliteit op het gebied van financiële diensten, aangezien die steeds meer grensoverschrijdend zijn;

33.  benadrukt dat regelgeving inzake de verstrekking van infrastructuur voor financiële diensten in passende stimuleringsstructuren moet voorzien opdat providers voldoende in cyberbeveiliging investeren;

34.  verzoekt de lidstaten de richtlijn beveiliging netwerk- en informatiesystemen tijdig om te zetten; is verheugd over het nieuwe publiek-private partnerschap inzake cyberbeveiliging dat de Commissie onlangs in samenwerking met de sector heeft opgezet; verzoekt de Commissie een reeks nieuwe en concrete initiatieven te ontwikkelen om fintechbedrijven in deze sector, in het bijzonder kmo's en start-ups, weerbaarder te maken tegen cyberaanvallen;

35.  merkt op dat het voor de toekomstige groei van fintech essentieel is dat het publiek vertrouwen heeft in de betreffende technologieën, en wijst op de noodzaak van betere educatie en bewustmaking over het positieve effect van fintech op dagelijkse activiteiten, maar ook over de risico's op het gebied van netwerk- en informatieveiligheid voor zowel burgers als bedrijven, en met name kmo's;

36.  is ingenomen met de voortdurende inspanningen op het gebied van standaardisatie om verbonden apparaten veiliger maken; benadrukt echter dat veiligheid verder moet gaan dan een minimumniveau van standaardisatie, met name omdat uniforme gestandaardiseerde veiligheidsmaatregelen het risico op grote beveiligingsinbreuken vergroten door een mogelijk domino-effect; moedigt bedrijven aan om heterogene eigen strategieën te ontwikkelen om hun apparaten en activiteiten te beveiligen;

Blockchains

37.  wijst op het potentieel van blockchaintoepassingen voor de overdracht van geld en effecten en voor het faciliteren van "slimme contracten", die beide partijen bij financiële contracten een hele reeks mogelijkheden bieden, met name regelingen voor handelsfinanciering en kredietverlening aan bedrijven, die complexe commerciële en financiële contractuele betrekkingen tussen bedrijven onderling (B2B) en tussen bedrijven en consumenten (B2C) eenvoudiger kunnen maken; benadrukt dat blockchainplatforms ook geschikt zijn om complexe B2B- en B2C-transacties te vereenvoudigen;

38.  herinnert aan de voordelen en risico's van niet-toegestane blockchaintoepassingen; verzoekt de Commissie hierover jaarlijks een conferentie met de verschillende belanghebbenden te organiseren; is bezorgd over het toegenomen gebruik van niet-toegestane blockchaintoepassingen voor criminele activiteiten, belastingontduiking, belastingontwijking en witwaspraktijken; vraagt de Commissie deze kwesties, onder meer de rol van zogenoemde "mixers" of "tumblers" in dit proces, nauwlettend te volgen en er verslag over uit te brengen;

Interoperabiliteit

39.  onderkent het belang van API's, als aanvulling op andere tools die door de consument kunnen worden gebruikt, om nieuwe actoren toegang te geven tot financiële infrastructuur; beveelt aan om een reeks gestandaardiseerde API's te creëren die verkopers bijvoorbeeld voor open bankieren kunnen gebruiken, terwijl ze daarnaast ook de mogelijkheid hebben om hun eigen software te ontwerpen;

40.  is van mening dat de interoperabiliteit van fintechdiensten, zowel binnen Europa als in samenwerking met rechtsgebieden van derde landen en met andere economische sectoren, een belangrijke voorwaarde is voor de toekomstige ontwikkeling van de Europese fintechsector en voor de volledige verwezenlijking van de mogelijkheden die deze kan scheppen; pleit ervoor om gegevensformaten waar mogelijk te standaardiseren, zoals in het geval van de herziene richtlijn betreffende betalingsdiensten, om dit te faciliteren;

41.  vraagt de Commissie de werkzaamheden van de lidstaten en de marktdeelnemers te coördineren om ervoor te zorgen dat de verschillende nationale regelingen voor elektronische identificatie interoperabel zijn; benadrukt dat deze regelingen ook door de particuliere sector moeten kunnen worden gebruikt; is van mening dat middelen voor identificatie op afstand die niet in de e-IDAS-verordening zijn opgenomen, ook aanvaardbaar moeten zijn, mits ze qua veiligheidsniveau gelijkwaardig zijn met het substantiële betrouwbaarheidsniveau van e-IDAS, en dus zowel veilig als interoperabel zijn;

42.  benadrukt dat het belangrijk is dat traditionele en nieuwe betaaloplossingen interoperabel zijn om tot een geïntegreerde en innovatieve Europese betaalmarkt te komen;

43.  vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten na te gaan in welke gevallen gerichte of risicogebaseerde authenticatie een alternatief kan zijn voor versterkte authenticatie; vraagt de Commissie verder te onderzoeken in hoeverre de versterkte authenticatieprocessen ook door andere entiteiten dan banken kunnen worden gebruikt;

44.  vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten om, in samenwerking met de nationale regelgevende instanties, technologisch neutrale normen en licenties op te stellen voor zowel ken-uw-cliënt-technieken als technieken voor identificatie op afstand, bijvoorbeeld op basis van biometrische criteria, met respect voor de privacy van de gebruikers;

Financiële stabiliteit en bescherming van consumenten en beleggers

45.  vraagt de Commissie om bij het opstellen van haar fintechactieplan bijzondere aandacht te besteden aan de behoeften van retailconsumenten en kleine beleggers en de risico's waarvoor zij kwetsbaar kunnen zijn, aangezien fintech steeds meer ingang vindt in diensten voor niet-professionele cliënten, bijvoorbeeld bij crowdfunding en peer-to-peerleningen; benadrukt dat voor fintech dezelfde normen voor consumentenbescherming gelden als voor andere financiële diensten, ongeacht welk distributiekanaal wordt gebruikt of waar de consument zich bevindt;

46.  vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten hun huidige werkzaamheden met betrekking tot het monitoren van technologische ontwikkelingen en het analyseren van de voordelen en mogelijke risico's daarvan voort te zetten en te bespoedigen, in het bijzonder wat de bescherming van consumenten en beleggers en financiële inclusie betreft;

47.  verzoekt de Commissie te onderzoeken in hoeverre fintech kan helpen om consumenten financieel advies van betere kwaliteit te bieden en of het gefragmenteerde EU-regelgevingskader inzake advisering toereikend is om daarin te voorzien;

48.  meent dat er nog steeds veel onzekerheid bestaat rond de regelgeving inzake insurtech, en benadrukt dat dit moet worden verholpen om beveiliging, privacy, eerlijke concurrentie en financiële stabiliteit te garanderen; benadrukt dat een grotere rechtszekerheid kan helpen voorkomen dat consumenten van gebrekkig gereguleerde insurtechbedrijven het slachtoffer worden van verliezen of misleidende verkooppraktijken, en zowel bedrijven als consumenten kan helpen beter gebruik te maken van insurtechoplossingen;

49.  benadrukt dat tegelijk met de ontwikkeling van fintechoplossingen ook de financiële stabiliteit moet worden vergroot; pleit voor onderzoek naar open source, door vakgenoten beoordeelde technologie als een manier om dit doel te bereiken; vraagt de Europese toezichthoudende autoriteiten met particuliere actoren samen te werken bij het ontwikkelen en evalueren van innovatieve technologieën die de financiële stabiliteit kunnen waarborgen en de consumentenbescherming kunnen verbeteren, bijvoorbeeld door systematische fouten in algoritmen te beperken of door consumenten beter bewust te maken van cyberaanvallen;

50.  merkt op dat diversiteit en concurrentie tussen de marktdeelnemers essentiële factoren zijn die bijdragen tot financiële stabiliteit; vraagt de regelgevende en toezichthoudende instanties het effect van de digitalisering op de concurrentiesituatie in alle relevante segmenten van de financiële sector te monitoren en instrumenten te ontwikkelen en in te zetten om concurrentieverstorende gedragingen of concurrentievervalsing te voorkomen of te verhelpen;

Financiële educatie en IT-vaardigheden

51.  benadrukt dat zowel financiële als digitale geletterdheid van cruciaal belang zijn voor een efficiënt gebruik van fintech en voor lagere risico's in de fintechomgeving;

52.  benadrukt dat een goede financiële educatie van retailconsumenten en kleine beleggers noodzakelijk is opdat fintech een echt instrument voor financiële inclusie wordt en opdat die consumenten en beleggers, die steeds meer direct te maken krijgen met onmiddellijk beschikbare financiële beleggingsproducten en -diensten, zelfstandig oordeelkundige beslissingen over dat aanbod kunnen nemen en alle risico's kunnen begrijpen die aan het gebruik van deze innovatieve technologieën verbonden zijn; vraagt de Commissie en de Europese toezichthoudende autoriteiten meer steun uit te trekken voor initiatieven om de financiële educatie te verbeteren; benadrukt dat beroepsopleiding en voorlichting over de rechten van consumenten en beleggers volt toegankelijk moeten zijn;

53.  herinnert aan de prognose van de Commissie dat Europa in 2020 mogelijk zal worden geconfronteerd met een tekort aan 825 000 ICT-professionals; is van mening dat er meer informatici nodig zijn, en moedigt de lidstaten aan om zich voor te bereiden op veranderingen op de arbeidsmarkt die veel sneller zouden kunnen voordoen dan verwacht;

54.  onderstreept de noodzaak van betere digitale educatie vaardigheden in de financiële sector, bij de regelgevende instanties en in de samenleving als geheel, ook wat de beroepsopleiding betreft; vraagt de Commissie in de context van haar coalitie voor digitale vaardigheden en banen best practices te presenteren;

°

°  °

55.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0228.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0358.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0434.


TOELICHTING

Inleiding

Nieuwe technologieën veranderen in snel tempo de aard van de wereldwijde financiële infrastructuur. Dit biedt Europa enorme mogelijkheden. Het is nu aan de beleidsmakers om de juiste keuzes te maken en een bevorderlijk klimaat te creëren zodat Europa ten volle van deze ontwikkeling kan profiteren.

De term fintech wordt vaak gebruikt voor een specifieke categorie van start-ups die financiering door middel van innovatie "verstoren". Deze definitie zal in dit ontwerpverslag niet worden gehanteerd, aangezien daarmee een groot aantal relevante actoren zou worden uitgesloten. In plaats daarvan kan onder fintech financiering worden verstaan die mogelijk is gemaakt door nieuwe technologieën en die het hele spectrum van financiële diensten, producten en infrastructuren beslaat. Fintech omvat eveneens Insurtech, dat wil zeggen het gebruik van nieuwe technologieën in het verzekeringswezen, en RegTech, dat wil zeggen de toepassing van nieuwe technologieën ten behoeve van de naleving van regelgeving.

De huidige opmars van fintech volgt op het ontstaan binnen een kort tijdsbestek van een aantal verschillende technologische ontwikkelingen, te weten kunstmatige intelligentie, cloud cmputing en "distributed ledger"-technologie (DLT). Deze ontwikkelingen bieden nieuwe mogelijkheden voor baanbrekende veranderingen zoals mobiele betalingen, open bankieren, crowdfunding, virtuele valuta en robot-advies.

Fintech kan aanzienlijke voordelen opleveren, zoals kostenreductie, efficiëntievoordelen en meer transparantie. Zij kan een effectief middel zijn om financiële inclusie te bewerkstelligen en hoogwaardige financiële dienstverlening open te stellen voor degenen die zich deze eerder niet konden veroorloven. Voorts kan fintech grensoverschrijdende financieringsstromen en infrastructuur bevorderen door middel van alternatieve kredietverstrekkings- en investeringskanalen.

De fintech-revolutie die we momenteel meemaken voltrekt zich wereldwijd. De afgelopen jaren zijn investeringen in fintech omhoog geschoten. Het overgrote deel van deze investeringen vond plaats in de Verenigde Staten, met name in Silicon Valley. Ook Azië en Israël zijn in dit opzicht in opkomst. Meer dan de helft van de tien grootse fintech-bedrijven bevindt zich in de VS, China en Israël. Indien Europa concurrerend wil blijven, dient snelle innovatie nu de norm te zijn. Dit is niet alleen van belang voor de financiële infrastructuur van Europa, maar eveneens voor de reële economie, aangezien consumenten en bedrijven zullen profiteren van verbeterde financiële diensten.

Naast alle voordelen confronteert fintech ons ook met fundamentele vragen van regelgevings- en maatschappelijke aard. Consumentenbescherming en de stabiliteit van het financiële systeem moeten in dit verband belangrijke aandachtspunten zijn. Samen met het concurrentievermogen van de Europese economie vormen zij de drie kernprioriteiten van dit ontwerpverslag.

Dit ontwerpverslag is niet bedoeld om technische oplossingen te bieden. Het is bedoeld om de juiste vragen te stellen. Dat zou een eerste stap moeten zijn in het proces van de totstandbrenging van een op de toekomst gericht Europees beleid op het gebied van financiële technologieën.

Definiëring van een EU-kader voor fintech

Fintech vormt een bouwsteen van de moderne digitale maatschappij die we nodig hebben om de concurrentie met de rest van de wereld aan te gaan. De Commissie moet daarom met een alomvattend actieplan komen om fintech in Europa te stimuleren.

Wat de huidige betrokkenheid van de EU betreft valt fintech binnen het toepassingsgebied van de strategieën voor de kapitaalmarktenunie en de digitale interne markt. Bestaande wetgeving, zoals de algemene verordening gegevensbescherming, de herziene richtlijn betreffende betalingsdiensten of de richtlijn markten voor financiële instrumenten, is reeds van invloed op fintech-ontwikkelingen; Toezicht op financiële diensten op Europees niveau is eveneens een aandachtspunt.

In het ontwerpverslag wordt niet beoogd specifieke wetgevingsmaatregelen aan de Commissie voor te stellen. We moeten terughoudend zijn bij het creëren van nieuwe regels, aangezien er nog steeds veel onduidelijkheid bestaat over de toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot financiële technologieën. Het is beter eerst te onderzoeken waar de huidige wetgeving onzekerheden of belemmeringen veroorzaakt en vast te stellen waar nadere actie vereist is. Om dit op zinvolle wijze te doen is een holistische benadering nodig, aangezien de technologische ontwikkelingen in onze digitaliserende maatschappij het nodig maken om starre structuren te doorbreken. De Europese Commissie zou in dit opzicht het voorbeeld moeten geven door bij de formulering van een strategie inzake fintech een samenwerking tussen verschillende DG's en beleidsterreinen tot stand te brengen.

Fintech-actoren zelf zijn reeds bezig om huidige structuren te doorbreken. Zij bieden vaak producten aan in een diverse samenstelling van meerdere actoren. Een opmerkelijke ontwikkeling wordt in dit opzicht gevormd door "open bankieren", waarbij derden financiële diensten kunnen aanbieden door via APIs verbinding te maken met de infrastructuur van een bank. In de context van deze gediversifieerde waardeketen is het belangrijk om eerlijke concurrentie en een gelijk speelveld te waarborgen. Het beginsel van "gelijke diensten gelijke regels" is hier cruciaal. Naast de verleende diensten zou het aantal risico's dat fintech-aanbieders voor het financiële systeem met zich meebrengen een criterium moeten zijn.

Beperking van de administratieve lasten zou voor de Europese Commissie een belangrijk aandachtspunt moeten zijn, overeenkomstig haar agenda voor betere regelgeving. Fintech zou in dit opzicht een bijdrage kunnen leveren door financiële processen en transacties te veranderen, bijvoorbeeld door ontmanteling van de bemiddelingsfunctie (desintermediatie) of kunstmatige intelligentie.

Het innovatiebeginsel zou leidend moeten zijn voor alle nieuwe EU-wetgeving. Dit betekent dat gedurende de effectbeoordelingsfase van het wetgevingsproces gekeken moet worden naar de potentiële effecten van wetgeving op innovatie; Technologieneutraliteit op elk wetgevingsniveau moet hierbij centraal staan.

Voorts moet het toezichtskader innovatie bevorderen. Een fundamenteel veranderende infrastructuur vraagt om verandering van de methode van toezicht; deze mag geen belemmering vormen voor het creëren van nieuwe marktmogelijkheden voor Europa. Het is van groot belang dat toezichthouders over voldoende technische expertise beschikken om innovatieve fintech-diensten te controleren; Vanwege de ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie en machinaal leren zijn de onderliggende algoritmen belangrijke factoren geworden die bepalend zijn voor de uitkomst van financiële producten.

De technologie zelf kan eveneens bijdragen tot de verbetering van nalevingsprocessen door meer transparantie, slimmere geautomatiseerde systemen, minder administratieve lasten en lagere kosten te bevorderen. RegTech kan dit bijvoorbeeld doen door geautomatiseerde rapportage toe te passen, waarmee de werklast voor financiële instellingen wordt verminderd. Er wordt reeds door diverse consortia geëxperimenteerd met de mogelijkheid om de toezichthouders via "distributed ledger"-technologie aan de financiële instellingen te koppelen binnen een toegestane blockchain.

Er dient eveneens aandacht te worden besteed aan de ruimte voor het experimenteren met financiële innovaties alvorens deze op de markt te brengen. In dit verband kunnen speciale experimentregelingen die reeds wereldwijd worden gehanteerd als voorbeeld dienen.

Alleen met een vooruitstrevende instelling, met ruimte voor experimenten en innovatie, kunnen we ervoor zorgen dat de Europese burgers en bedrijven van fintech-ontwikkelingen zullen profiteren.

Gegevens

Veel fintech-ontwikkelingen zijn rechtstreeks gebaseerd op het innovatieve gebruik van gegevens. Het huidige rechtskader van de EU met betrekking tot gegevens is tamelijk complex, met diverse wetgevingsteksten die onderlinge overlappingen vertonen. Om concurrentienadelen voor Europese fintech-actoren te voorkomen, is het noodzakelijk een coherente toepassing van de relevante bepalingen van de verschillende geldende wetgevingsteksten te waarborgen, zoals de algemene verordening gegevensbescherming, de herziene richtlijn betreffende betalingsdiensten, de vierde antiwitwasrichtlijn en de richtlijn cyberbeveiliging (NIS-richtlijn).

In de hele economie passeren de persoonsgegevens van cliënten ook nu al verschillende actoren. De financiële sector vormt hierop geen uitzondering. Men denke aan de cloud, waarvan veel banken voor hun gegevensbeheer reeds afhankelijk zijn. Er moet daarom overeenstemming worden bereikt over duidelijke richtsnoeren voor de opslag van gegevens in de cloud, die momenteel niet bestaan. Bovendien gebruiken fintech-bedrijven vaak gegevens van cliënten om producten of advies op maat te kunnen verstrekken. In deze gevallen dient het duidelijk te zijn wie de eigenaar van deze gegevens is in de verschillende fasen van het proces.

Sommige nieuwe technologieën roepen specifieke vragen op over het gebruik van gegevens. De "distributed ledger"-technologie is hier een voorbeeld van. Zij roept fundamentele vragen op met betrekking tot de gedecentraliseerde opslag van gegevens, die inherent aan deze technologie is.

Aansprakelijkheidskwesties vormen een ander gebied waar duidelijkheid over moet worden verschaft. Ontwikkelingen als robot-advies worden mogelijk gemaakt door de toepassing algoritmen op big data. Fouten of systematische fouten in algoritmen kunnen systeemrisico's veroorzaken en consumenten schade berokkenen. Het dient in dergelijke gevallen duidelijk te zijn wie aansprakelijk is.

Cyberbeveiliging

Financiële instellingen in Europa en in de hele wereld vormen dagelijks het doelwit van talrijke cyberaanvallen. Als fintech ons ongekende nieuwe mogelijkheden biedt, zorgen cybercriminelen voor de bijbehorende ongekende nieuwe bedreigingen. Er is behoefte aan een krachtig en op risico's gericht Europees actieplan ten aanzien van cyberbeveiliging, aangezien cybercriminelen zich aan grenzen niets gelegen laten liggen en een groeiende bedreiging vormen voor de infrastructuur van financiële markten, valuta en gegevens. Het is een misvatting dat alleen grote organisaties het doelwit van cybercriminelen zijn. Huishoudens en kmo's worden in toenemende mate met cyberaanvallen geconfronteerd. Daarom is het allereerst nodig om bewustzijn te creëren; Europeanen moeten worden doordrongen van het gevaar van cyberaanvallen en leren hoe zij zich er het beste tegen kunnen wapenen.

Een specifieke uitdaging voor onze financiële infrastructuur wordt gevormd door het toenemende aantal nieuwe actoren met mogelijk minder strikte cyberbeveiligingsvereisten dan meer gevestigde financiële spelers. Zij kunnen zich ontpoppen tot zwakke schakels binnen de financiële keten. De Commissie moet bijzondere aandacht aan dit probleem besteden, met name gezien de zich ontwikkelende API-economie en het huidige rechtskader dat financiële instellingen ertoe verplicht cruciale gegevens met derden te delen.

De praktijken in de lidstaten ten aanzien van ict-risico's verschillen aanzienlijk. Er is een alomvattend en coherent regelgevings- en toezichtskader nodig waarin normen worden vastgesteld voor de uitwisseling van beste praktijken en het melden van belangrijke incidenten.

Gezien de aanzienlijke internationale blootstelling van veel financiële instellingen, moeten de op te stellen normen in overeenstemming zijn met internationale normen.

Interoperabiliteit

Digitale interoperabiliteit is van groot belang om een situatie van marktversnippering te verhelpen. Dit is een intrinsiek Europees probleem dat moet worden aangepakt om een concurrerende digitale interne markt en kapitaalmarktenunie tot stand te kunnen brengen.

Teneinde innovatievere diensten te bewerkstelligen moet de interactie tussen dienstverleners binnen de "API-economie" worden bevorderd. APIs kunnen innovatieve ecosystemen tot stand brengen. Eén manier om dit te stimuleren zou de vaststelling van een reeks gestandaardiseerde APIs kunnen zijn met vrije toegang voor dienstverleners, bijvoorbeeld op het gebied van open bankieren;

Speciale aandacht moet worden besteed aan online-identificatie. Online-identificatieprocessen zijn nog steeds in grote mate gefragmenteerd en het vereiste veiligheidsniveau binnen identificatieprocessen verschilt aanzienlijk per lidstaat. Teneinde fintech-werkzaamheden in de EU te bevorderen en te vergroten, moet worden gewerkt aan de interoperabiliteit van nationale regelingen voor elektronische identificatie.

Cloud-interoperabiliteit is eveneens van cruciaal belang om het mogelijk te maken van cloudprovider te wisselen en te voorkomen dat verleners van fintech-diensten afhankelijk zijn van één cloudprovider.

Vaardigheden

Digitale vaardigheden zijn een cruciale noodzaak voor iedereen aan het worden. Dit geldt ook in de financiële sector. Fintech-ontwikkelingen vereisten meer ict-vaardigheden van degenen die actief zijn binnen de financiële infrastructuur alsook van consumenten, toezichthouders en beleidsmakers. Consumenten moeten zich bewust zijn van de voordelen en risico's van geautomatiseerde adviesdiensten en toezichthouders moeten in staat zijn de algoritmen te begrijpen achter de in toenemende mate gerobotiseerde producten die zij controleren.

De effecten van de digitalisering op de arbeidsmarkt in diverse sectoren zijn reeds waarneembaar. De financiële sector vormt geen uitzondering. Wanneer adviesdiensten worden geautomatiseerd, betekent dit dat de werknemer die eerder belast was met deze adviesdiensten op zoek moet naar ander werk. Automatisering kan nieuwe banen opleveren, maar deze banen zullen van een andere aard zijn. Daarom moet de maatschappij grondig investeren in nieuwe vaardigheden, zoals codering. Bij de tenuitvoerlegging van de nieuwe waardighedenagenda en haar coalitie voor digitale vaardigheden en banen beste praktijken, moet de Europese Commissie de groeiende mismatch op de arbeidsmarkt aanpakken.


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (22.3.2017)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake FinTech: de invloed van technologie op de toekomst van de financiële sector

(2016/2243(INI))

Rapporteur voor advies: Dita Charanzová

SUGGESTIES

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  merkt op dat financiële technologie (FinTech) een sterke expansie doormaakt en erkent dat zij de mondiale financiële sector evenals de economie in bredere zin grondig zou kunnen veranderen; benadrukt dat de ontwikkelingen op het gebied van FinTech potentiële voordelen opleveren voor zowel consumenten als bedrijven, met name voor kmo's, door grotere efficiëntie, toegankelijkheid, verlaging van kosten en toegenomen transparantie; onderstreept dan ook dat de attractiviteit van de EU en van de interne markt voor financiële diensten als knooppunt voor hun FinTech-zaken;

2.  is van mening dat innovatie in de financiële sector werkgelegenheid en potentieel voor verdere groei in de EU kan creëren en kan bijdragen tot een ruimere keuze aan diensten die specifiek zijn toegespitst op de behoeften van consumenten; verwelkomt het streven naar ontwikkeling van nieuwe producten en diensten, evenals de verdere ontwikkeling van bestaande financiële diensten, waarvan zowel consumenten als ondernemingen, met name kmo's, kunnen profiteren; verzoekt de Commissie te onderzoeken hoe de EU de voordelen van FinTech optimaal zou kunnen benutten;

3.  is van oordeel dat technologische innovatie in de financiële sector niet alleen kansen creëert voor nieuwe FinTech-ondernemingen, maar vanwege de samenwerkingsmogelijkheden op diverse gebieden, synergie-effecten en het kostenbesparende potentieel ook voor gevestigde spelers; merkt op dat als de concurrentie door krachtige innovatie en ondernemingsdynamiek wordt aangezwengeld, er ook talrijke kansen ontstaan voor de reeds gevestigde marktdeelnemers;

4.  is van mening dat aan FinTech gerelateerde diensten en producten een aanvulling zullen vormen op traditionele financiële instellingen, met name in minder ontwikkelde en afgelegen gebieden van Europa;

5.  verwelkomt de door de Commissie ingestelde Task Force voor financiële technologie (FTTF), die tot doel heeft de vernieuwingen op dit gebied te evalueren en tegelijk strategieën te ontwikkelen ter bestrijding van de potentiële problemen waar FinTech-ondernemingen mee te maken krijgen; beschouwt deze Task Force als fundamentele stap voor de ontwikkeling van een allesomvattende strategie voor FinTech-ondernemingen en ter vermindering van de onzekerheid waarmee zij op regelgevingsgebied te maken hebben;

6.  verzoekt de FTTF vóór het einde van zijn mandaat met een uitvoerig horizontaal FinTech-actieplan te komen, bestaande uit wetgevings- en niet-wetgevingsmaatregelen; benadrukt dat een dergelijk actieplan gebaseerd moet zijn op concurrentievermogen, financiële stabiliteit, interoperabiliteit, transparantie en consumentenbescherming, en gericht moet zijn op de totstandbrenging van een klimaat van rechtszekerheid en duidelijkheid voor FinTech; is van mening dat dit plan geschraagd moet worden door een uitvoerige sectorale analyse voor de diverse segmenten die deel uitmaken van de markt, teneinde tot betere en meer op maat gesneden wetgeving te komen die aansluit bij de diverse bedrijfsmodellen van FinTech-ondernemingen;

7.  onderstreept de mogelijke voordelen van FinTech voor ondernemingen, met name kmo's en micro-ondernemingen, maar ook voor gezinnen en onvoldoende bediende klanten in de zin van betere beschikbaarheid van krediet en versnelling van het leningsproces via alternatieve lening- en investeringskanalen, zoals crowdfunding en peer-to-peerleningen; is van mening dat voor dergelijke regelingen maatregelen moeten gelden die misbruik en oneerlijke handelspraktijken voorkomen;

8.  dringt er niettemin bij de Commissie op aan haar wetgevende maatregelen zo vorm te geven dat er voldoende flexibiliteit overblijft voor bedrijven om financiering voor ondernemingen uit te voeren en te regelen en dat partnerschappen tussen banken en FinTech-bedrijven op het gebied van leningen worden gestimuleerd;

9.  verzoekt de Commissie bestaande hindernissen op de interne markt die de ontwikkeling van digitale diensten, ook op het gebied van FinTech, op dit moment belemmeren, op te sporen en te verwijderen, en daarbij financiële stabiliteit te waarborgen en een hoog niveau van consumenten- en investeerdersbescherming te handhaven; merkt op dat het absoluut noodzakelijk is dat marktdeelnemers op de interne markt toegang kunnen hebben tot investeringen van marktdeelnemers in derde landen en kunnen inspelen op technologische ontwikkeling;

10.  is van oordeel dat FinTech een positieve rol kan vervullen door een grotere diversifiëring van diensten en van de manier waarop deze worden verleend te bewerkstelligen; gelooft voorts dat een evenredige, afgewogen en innovatievriendelijke aanpak vereist is om een concurrentiegericht klimaat in het leven te roepen en voor gelijke mededingingsvoorwaarden voor alle marktdeelnemers te zorgen; verzoekt de Commissie de impact van FinTech te analyseren, met name wat betreft innovatie, en daarbij het waarborgen van financiële stabiliteit en een adequaat niveau van consumentenbescherming niet uit het oog te verliezen;

11.  wijst erop dat FinTech-gerelateerde diensten een belangrijke rol kunnen vervullen bij de ontwikkeling van een toekomstbestendige Europese digitale interne markt, bijvoorbeeld door bestaande kanalen kostenefficiënter te maken, innoverende, transparantere en snellere betalingsoplossingen te bieden en het vertrouwen van de consument in digitale technologieën te vergroten; is van mening dat de Commissie bij haar beleidsinitiatieven voor een technologieneutrale benadering zou moeten kiezen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat initiatieven aansluiten bij het doel, naar buiten zijn gericht en op het innovatiebeginsel zijn gebaseerd;

12.  is van mening dat de voltooiing van de kapitaalmarktunie zal helpen de ontwikkeling van FinTech-ondernemingen en een echte interne markt voor financiële producten en diensten te bevorderen;

13.  benadrukt dat er nog ruimte voor verbetering is wat betreft de middelen die voor grensoverschrijdende betalingen kunnen worden gebruikt; pleit voor de ontwikkeling van zulke betaalmiddelen binnen Europa en betreurt de hoge mate van versnippering van de markt voor onlinebankieren in de EU en het ontbreken van een EU-brede krediet- of debetkaartregeling in Europese handen; is van oordeel dat zulks van essentieel belang is voor een goede werking van de kapitaalmarktunie en een wezenlijk onderdeel vormt van de digitale interne markt, en de Europese e-handel en de grensoverschrijdende mededinging op het gebied van financiële diensten zou bevorderen; verzoekt de Commissie na te gaan welke stappen nodig zijn om een omgeving tot stand te brengen die de ontwikkeling van een dergelijk systeem ten goede zou komen; erkent dat een dergelijk systeem moet bestaan naast en in voorkomend geval interoperationeel moet zijn met andere innoverende betalingsoplossingen in het belang van de mededinging;

14.  onderstreept dat de technische reguleringsnormen van de EBA inzake versterkte klantauthenticatie FinTech en e-handelspraktijken in aanmerking zouden moeten nemen; prijst de wijzigingen die de EBA onlangs in haar suggesties heeft aangebracht, waardoor negatieve gevolgen voor onlinediensten worden voorkomen en voor een gelijk speelveld wordt gezorgd dat financiële innovatie stimuleert en concurrentie tussen alle marktdeelnemers vergroot, terwijl rekening wordt gehouden met risicogebaseerd veiligheidsbeleid;

15.  benadrukt dat consumenten de drijvende kracht zijn achter de opkomst van FinTech-bedrijven; onderstreept dat het doel van eventuele toekomstige wetswijzigingen moet zijn consumenten bij deze transformatie te steunen;

16.  neemt kennis van de werkzaamheden van de Commissie ter harmonisering van normen voor financiële diensten, maar benadrukt tegelijkertijd dat het potentieel voor innovatie en voor nieuwe marktdeelnemers bij het vaststellen van normen in de toekomst in aanmerking moeten worden genomen; dringt er bij de Commissie op aan inspanningen te ondersteunen ten behoeve van de vaststelling van gemeenschappelijke, open en interoperabele normen voor FinTech;

17.  erkent dat FinTech verwijst naar innovatie die zich voltrekt op het snijvlak van financiën en technologie;

18.  herinnert eraan dat FinTech ook technologie op het gebied van regelgeving en verzekeringen omvat; onderstreept dat technologie moet worden aangewend ten behoeve van een beter en efficiënter toezicht door overheidsinstanties; erkent de voordelen van technologie op het gebied van regelgeving voor het verbeteren van regelgevingsprocessen en het beschermen van financiële consumenten; moedigt nationale regelgevers aan rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen in technologieën op het gebied van naleving indien dit nodig wordt geacht;

19.  wijst erop dat digitale en financiële voorlichting onder consumenten en marktdeelnemers in de hele EU moet worden bevorderd; onderstreept het belang van voldoende vakbekwaamheid en nieuwe digitale vaardigheden en moedigt de Commissie, de lidstaten en FinTech-sectoren aan een leven lang leren en de ontwikkeling van vaardigheden mogelijk te maken, aangezien dit de voornaamste voorwaarden zijn om zoveel mogelijk individuen volledige toegang te kunnen bieden tot financiële diensten en FinTech-hulpmiddelen;

20.  neemt kennis van de toename van gerobotiseerde financiële adviseurs en juicht dit toe aangezien het de belemmeringen voor marktinvesteringen door consumenten zou kunnen verminderen;

21.  verzoekt de Commissie toezicht te houden op de ontwikkelingen met betrekking tot het toenemende gebruik van algoritmen in FinTech; vraagt de Commissie en de Europese toezichthoudende autoriteiten onderzoek te verrichte naar de kans op fouten en afwijkingen in algoritmen; benadrukt dat wanneer er een probleem in verband met een fout of discriminatie ontstaat, middels geautomatiseerde FinTech-diensten genomen besluiten moeten worden onderworpen aan een klachten- en controleprocedure en dat er een passende rectificatie moet plaatsvinden;

22.  erkent de potentiële voordelen van regelgevende "sandboxing" door doorgroeiers en financiële bedrijven toe te staan FinTech-producten in een live-omgeving te testen; spoort aan tot uitwisseling van optimale methodes die kunnen worden aangeleerd aan de hand van regelgevingsinitiatieven op het gebied van sandboxing; is van mening dat een vergelijkbare benadering op Europees niveau zou kunnen worden gestimuleerd, waarbij er tegelijkertijd voor wordt gezorgd dat consumenten, indien zij deel uitmaken van een dergelijk proefproject, bewust worden gemaakt van de hieraan verbonden risico's;

23.  onderstreept dat kwesties inzake cyberbeveiliging in de planningsfase van alle FinTech-initiatieven moeten worden behandeld en dat er krachtige beschermende maatregelen moeten worden getroffen om hun infrastructuur tegen cyberaanvallen te vrijwaren; roept de Commissie en de lidstaten op om de beschermende maatregelen tegen cyberrisico's die op dit gebied zijn genomen, op hun doeltreffendheid te toetsen en verzoekt de Commissie, de lidstaten en de FinTech-sectoren samen te werken door informatie te delen;

24.  verzoekt de lidstaten voor tijdige omzetting van de "NIB-richtlijn" te zorgen; is verheugd over het nieuwe publiek-private partnerschap rond cyberbeveiliging dat de Commissie onlangs in samenwerking met de sector heeft opgezet; verzoekt de Commissie een reeks nieuwe en concrete initiatieven te ontwikkelen ter versterking van de weerbaarheid van FinTech-bedrijven tegen cyberaanvallen, met name kmo's en startende ondernemingen;

25.  verzoekt de Commissie om, voortbouwend op het werk van de eIDAS-verordening, het kader voor Europese e-ID-regelingen verder te onderzoeken om ervoor te zorgen dat zij de verlening van grensoverschrijdende financiële onlinediensten vergemakkelijken; verzoekt de Commissie voorts om met spoed onderzoek te doen naar de bestaande regelgevingsbelemmeringen die een breder gebruik van technieken voor e-identificatie in de weg staan;

26.  is ingenomen met het verslag van het Parlement over virtuele valuta en herinnert aan de potentiële voordelen van "distributed ledger"-technologie (DLT) die verder reiken dan die van virtuele valuta; wijst evenwel tevens op de risico's die aan een snelle verspreiding van virtuele valuta en DLT kleven; verzoekt de Commissie onderzoek te doen naar mogelijke toepassingen van DLT op het gebied van FinTech en andere DSM-regelingen, alsook de voornoemde risico's in het oog te houden en te voorkomen;

27.  stelt vast dat het verzamelen en analyseren van gegevens een centrale rol spelen voor FinTech-bedrijven die klanten gerichte diensten willen aanbieden, en wijst op de toenemende toepassing van "digital/data onboarding" door FinTech-bedrijven; steunt onder meer het gebruik van "big data" bij risicobeheer door FinTech-ondernemingen; wijst daarnaast op de potentiële risico's van nieuwe betalingsoplossingen, zoals fraude, misbruik van consumentengegevens, gevoelige authenticatieprocedures en gebrek aan transparante en duidelijke voorwaarden; verzoekt de Commissie en de lidstaten daarom te voorzien in een passend niveau van waarborgen en doeltreffende rechtsmiddelen;

28.  verzoekt de Commissie rekening te houden met zowel de toename van verzameling en gebruik van gegevens en verificatie op afstand als met de daaraan verbonden risico's, met name wat betreft de algemene verordening gegevensbescherming en de tweede richtlijn betalingsdiensten alsmede de "ken uw klant"-regels, teneinde betere toegang voor consumenten tot grensoverschrijdende FinTech-diensten mogelijk te maken; onderstreept dat er maatregelen voor gegevensbescherming moeten worden genomen en dat consumenten de keuze moet worden gelaten omtrent de manier waarop gegevens worden gebruikt en verzameld overeenkomstig de algemene verordening gegevensbescherming;

29.  benadrukt de betekenis van meeneembaarheid van gebruikersgegevens, die deel moet uitmaken van FinTech-diensten om ervoor te zorgen dat consumenten niet op één dienstverlener of product zijn aangewezen; verzoekt de Commissie om de voordelen te analyseren van een betere toegang tot toepassingsprogrammaverbinding (API) voor FinTech-bedrijven om aanvullende diensten voor consumenten mogelijk te maken;

30.  merkt op dat, indien er voorzien wordt in een minimumharmonisatie in de sector, middels financiële paspoortprocedures FinTech-diensten in heel Europa zouden kunnen worden aangeboden terwijl zij onder het regelgevend toezicht van een enkele lidstaat staan.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dita Charanzová, Carlos Coelho, Sergio Gaetano Cofferati, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Nicola Danti, Vicky Ford, Ildikó Gáll-Pelcz, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Sergio Gutiérrez Prieto, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Liisa Jaakonsaari, Antonio López-Istúriz White, Morten Løkkegaard, Marlene Mizzi, Jiří Pospíšil, Marcus Pretzell, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Mihai Ţurcanu, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jan Philipp Albrecht, Pascal Arimont, Edward Czesak, Arndt Kohn, Julia Reda, Ulrike Trebesius, Sabine Verheyen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

David Coburn

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

32

+

ALDE

Dita Charanzová, Morten Løkkegaard, Jasenko Selimovic

ECR

Edward Czesak, Vicky Ford, Ulrike Trebesius, Anneleen Van Bossuyt

PPE

Pascal Arimont, Carlos Coelho, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Ildikó Gáll-Pelcz, Antonio López-Istúriz White, Jiří Pospíšil, Andreas Schwab, Ivan Štefanec, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mihai Ţurcanu, Sabine Verheyen

S&D

Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Sergio Gutiérrez Prieto, Liisa Jaakonsaari, Arndt Kohn, Marlene Mizzi, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler

Verts/ALE

Jan Philipp Albrecht, Julia Reda

3

-

EFDD

David Coburn

ENF

Marcus Pretzell, Mylène Troszczynski

2

0

EFDD

Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Marco Zullo

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.4.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

45

6

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gerolf Annemans, Burkhard Balz, Pervenche Berès, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Sven Giegold, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Cătălin Sorin Ivan, Petr Ježek, Georgios Kyrtsos, Werner Langen, Sander Loones, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Gabriel Mato, Costas Mavrides, Luigi Morgano, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Dimitrios Papadimoulis, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Pirkko Ruohonen-Lerner, Alfred Sant, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Paul Tang, Ernest Urtasun, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Cora van Nieuwenhuizen, Miguel Viegas, Beatrix von Storch, Jakob von Weizsäcker

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Matt Carthy, Mady Delvaux, Ashley Fox, Ramón Jáuregui Atondo, Eva Kaili, Thomas Mann, Michel Reimon, Andreas Schwab, Lieve Wierinck


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

45

+

ALDE

Petr Ježek, Lieve Wierinck, Cora van Nieuwenhuizen

ECR

Ashley Fox, Sander Loones, Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Pirkko Ruohonen-Lerner, Kay Swinburne

PPE

Burkhard Balz, Markus Ferber, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Georgios Kyrtsos, Werner Langen, Ivana Maletić, Thomas Mann, Gabriel Mato, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Andreas Schwab, Theodor Dumitru Stolojan, Tom Vandenkendelaere, Esther de Lange

S&D

Pervenche Berès, Mady Delvaux, Jonás Fernández, Roberto Gualtieri, Cătălin Sorin Ivan, Ramón Jáuregui Atondo, Eva Kaili, Olle Ludvigsson, Costas Mavrides, Luigi Morgano, Alfred Sant, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Paul Tang, Jakob von Weizsäcker

Verts/ALE

Sven Giegold, Michel Reimon, Molly Scott Cato, Ernest Urtasun

6

-

EFDD

Marco Valli, Beatrix von Storch

ENF

Gerolf Annemans

GUE/ NGL

Matt Carthy, Dimitrios Papadimoulis, Miguel Viegas

1

0

ENF

Bernard Monot

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 12 mei 2017Juridische mededeling