VERSLAG     ***I
PDF 1009kWORD 156k
28 juni 2017
PE 599.799v03-00 A8-0245/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen

(COM(2016)0466 – C8-0324/2016 – 2016/0223(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Tanja Fajon

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen

(COM(2016)0466 – C8-0324/2016 – 2016/0223(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0466),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 78, lid 2, onder a) en b), en 79, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0324/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 december 2016(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 8 februari 2017(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0245/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming31 (herschikking), moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier de prikkels voor bewegingen binnen de Europese Unie te reduceren en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening.

(1)  In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming31 (herschikking), moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen, tot hoge gemeenschappelijke beschermingsnormen in alle lidstaten te komen en, voor wat de inhoud van internationale bescherming betreft, personen die internationale bescherming genieten aan te moedigen in de lidstaat te blijven die hun bescherming verleent en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening.

__________________

__________________

31 L 337 van 20.12.2011, blz. 9.

31 L 337 van 20.12.2011, blz. 9.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna het "Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid, inclusief de financiële gevolgen, tussen de lidstaten.

(2)  Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna het "Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten. Het Verdrag van Genève vormt de hoeksteen van het internationale rechtsstelsel ter bescherming van vluchtelingen.

Amendement     3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen zetten in grote mate aan tot secundaire bewegingen en ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen.

(3)  Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Thans erkennen de lidstaten de asielbeslissingen van andere lidstaten uitsluitend wanneer bij die beslissingen is geweigerd internationale bescherming te verlenen. Inspanningen van de lidstaten in de richting van een wederzijdse erkenning van asielbeslissingen van andere lidstaten die internationale bescherming verlenen aan personen in nood zouden leiden tot een correcte tenuitvoerlegging van artikel 78, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat voorziet in een uniforme asielstatus die in de hele Unie geldt.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  In haar mededeling van 6 april 201632 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een duurzaam en billijk systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielsysteem, het voorkomen van secundaire bewegingen binnen de Europese Unie en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie. De mededeling is op één lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 201633 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Voorts worden in de mededeling vervolgstappen voorgesteld overeenkomstig de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016.

(4)  In haar mededeling van 6 april 201632 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een duurzaam en billijk systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielsysteem, het voorkomen van secundaire bewegingen binnen de Europese Unie en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "agentschap" genoemd). De mededeling is op één lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 201633 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Er worden in de mededeling echter geen vervolgstappen voorgesteld overeenkomstig de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016.

__________________

__________________

32COM(2016) 197 final.

32COM(2016) 197 final.

33 EUCO 19.02.2016, SN 1/16.

33 EUCO 19.02.2016, SN 1/16.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd.

(5)  Een gemeenschappelijk Uniebeleid inzake internationale bescherming moet gebaseerd zijn op een uniforme status. Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Tegelijkertijd is het van belang de autoriteiten van de lidstaten administratief niet te zwaar te belasten. Er zijn derhalve strengere regels nodig om ervoor te zorgen dat bescherming wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben. Zonder voorbij te gaan aan de juridische verschillen tussen de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus, moet de duur van verblijfstitels worden geharmoniseerd, waarbij ten volle rekening moet worden gehouden met bestaande goede praktijken in de lidstaten. Om ervoor te zorgen dat in alle lidstaten even hoge beschermingsnormen worden toegepast, moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  In het licht van het bovenstaande moet een verordening worden vastgesteld die zorgt voor meer harmonisatie in de Unie en de rechtszekerheid en transparantie bevordert.

(6)  In het licht van het bovenstaande moet een verordening worden vastgesteld die zorgt voor snellere en meer harmonisatie in de Unie en de rechtszekerheid en transparantie bevordert.

Amendement     8

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Het hoofddoel van deze richtlijn is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten.

(7)  Het hoofddoel van deze verordening is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat vluchtelingen en personen met de subsidiairebeschermingsstatus in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, wanneer het gaat om bewegingen die kunnen zijn veroorzaakt door eventuele verschillen tussen de nationale wettelijke maatregelen die de lidstaten hebben genomen tot omzetting van de richtlijn asielnormen die met deze verordening wordt vervangen.

(8)  De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Deze verordening heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht kunnen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus. De toekenning van dergelijke andere statussen mag niet tot verwarring met internationale bescherming kunnen leiden.

(9)  Deze verordening heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht kunnen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming, met inbegrip van de regels om secundaire bewegingen te ontmoedigen, zijn van overeenkomstige toepassing.

(10)  Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming zijn van overeenkomstige toepassing.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd) zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.

(11)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd), het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna "EVRM" genoemd) en het Europees Sociaal Handvest zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, bescherming bij verwijdering, uitzetting of uitlevering, gelijkheid voor de wet, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd.

(13)  Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de hoge normen van deze verordening, waarbij prioriteit moet worden gegeven aan lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd. Hoewel het algemene beginsel van het verbod op dubbele financiering moet worden nageleefd, dienen de lidstaten op alle bestuursniveaus ten volle gebruik te maken van de mogelijkheden die worden geboden door fondsen die niet rechtstreeks verband houden met het asiel- en migratiebeleid, maar die wel voor de financiering van acties op dat gebied, bijvoorbeeld integratieacties, kunnen worden ingezet zoals de beschikbare middelen uit het Europees Sociaal Fonds, het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen, Horizon 2020, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het programma "Rechten, gelijkheid en burgerschap". Die fondsen moeten rechtstreeks ter beschikking worden gesteld van lokale en regionale autoriteiten voor acties die rechtstreeks onder hun verantwoordelijkheden vallen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de toepassing van deze richtlijn de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd) in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten met name rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34.

(14)  Het agentschap moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de toepassing van deze richtlijn de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het agentschap in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. Daarnaast dienen de autoriteiten van de lidstaten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming rekening te houden met alle relevante informatie van de UNHCR en betrokken maatschappelijke organisaties.

__________________

__________________

34COM(2016) 271 final.

34COM(2016) 271 final.

Amendement     15

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Bij de uitvoering van deze verordening moet het belang van het kind voorop staan, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. In het kader van de beoordeling van het belang van het kind moeten de autoriteiten van de lidstaten met name terdege rekening houden met het beginsel van eenheid van gezin, het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, overwegingen van veiligheid en de opvattingen van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit.

(15)  Bij de uitvoering van deze verordening moet het belang van het kind voorop staan, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. In het kader van de beoordeling van het belang van het kind moeten de autoriteiten van de lidstaten met name terdege rekening houden met het beginsel van eenheid van gezin, het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, de culturele achtergrond en de taalvaardigheden van de minderjarige, overwegingen van veiligheid en de opvattingen van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit. Minderjarige verzoekers die de leeftijd van 18 jaar bereiken voordat een besluit over hun verzoek is genomen, zouden dienovereenkomstig toch in aanmerking komen voor gezinshereniging.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met de verschillende vormen van afhankelijkheid en bijzondere aandacht moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Onder het begrip "gezinsleden" moeten ook personen vallen die buiten het land van herkomst, voorafgaand aan de aankomst op het grondgebied van de lidstaat, een gezin hebben gevormd.

(16)  Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met gezinsdiversiteit, de verschillende vormen van afhankelijkheid en de bijzondere aandacht die moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Onder het begrip "gezinsleden" moeten derhalve ook personen vallen die buiten het land van herkomst, voorafgaand aan de aankomst op het grondgebied van de lidstaat, een gezin hebben gevormd, waarbij gedwongen huwelijken in alle gevallen zijn uitgesloten. Voor wat de begrippen "echtgenoot" en "niet-gehuwde partner" betreft, mag er geen onderscheid worden gemaakt tussen de echtgenoten of dergelijke partners op grond van hun geslacht.

Amendement     17

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Hoewel het in beginsel aan de verzoeker is om zijn of haar verzoek te staven, zijn de verzoeker en de beslissingsautoriteit gezamenlijk verplicht alle relevante feiten vast te stellen en te evalueren. Indien aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, dient hij het voordeel van de twijfel te krijgen wanneer hij een oprechte inspanning heeft geleverd om zijn verzoek te staven en alle relevante elementen waarover hij beschikt, heeft overgelegd en zijn verklaringen samenhangend en aannemelijk zijn bevonden.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Met name is het nodig tot gemeenschappelijke begrippen te komen ten aanzien van ter plaatse ontstane behoeften aan bescherming, de oorsprong van schade en bescherming, binnenlandse bescherming en vervolging, met inbegrip van de redenen voor vervolging.

(22)  Met name is het nodig tot gemeenschappelijke begrippen te komen ten aanzien van ter plaatse ontstane behoeften aan bescherming, de oorsprong van schade en bescherming en vervolging, met inbegrip van de redenen voor vervolging.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Bescherming kan geboden worden door de staat, of door partijen of organisaties, met inbegrip van internationale organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening en die een regio of een deel van enige omvang van het grondgebied van de staat beheersen, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn.

(23)  Bescherming kan geboden worden door de staat, of door partijen of organisaties die een mandaat hebben gekregen van de staat, met inbegrip van internationale organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening en die een regio of een deel van enige omvang van het grondgebied van de staat beheersen, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  De verzoeker moet daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, moet inherent zijn aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en moet plaatsvinden zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. Het moet aan de beslissingsautoriteit zijn om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is.

(24)  De verzoeker geniet mogelijk daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, moet deel kunnen uitmaken van de behandeling van een verzoek om internationale bescherming, op voorwaarde dat de staat of staatsfunctionarissen niet de actoren van vervolging of ernstige schade zijn. Onverminderd de verplichting van de verzoeker om mee te werken aan de procedure, moet het uitsluitend aan de beslissingsautoriteit zijn om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is. Dit mag de verzoeker echter niet beletten bewijsstukken voor te leggen om de eventuele bevinding van de beslissingsautoriteit dat binnenlandse bescherming beschikbaar is, te weerleggen.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Wanneer de staat of staatsfunctionarissen de actoren van vervolging of ernstige schade zijn, moet worden aangenomen dat er geen doeltreffende bescherming beschikbaar is voor de verzoeker. Indien de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is, moet bij het nagaan of er daadwerkelijk bescherming aanwezig is, worden onderzocht of er passende zorg en opvang beschikbaar is, die in het belang van de niet-begeleide minderjarige zijn.

(25)  Wanneer de staat of staatsfunctionarissen de actoren van vervolging of ernstige schade zijn, moet worden aangenomen dat er geen doeltreffende bescherming beschikbaar is voor de verzoeker en mag de bepaling inzake binnenlandse bescherming niet worden toegepast. Bij de beoordeling van de voorwaarden voor binnenlandse bescherming in het geval van minderjarigen moeten de bevoegde autoriteiten in eerste instantie de belangen van het kind in overweging nemen, met inbegrip van de beschikbaarheid van passende zorg en opvang indien de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Het is noodzakelijk dat de beslissingsautoriteiten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming van minderjarigen, bijzondere aandacht besteden aan op kinderen gerichte vormen van vervolging.

(26)  Het is noodzakelijk dat de beslissingsautoriteiten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming van minderjarigen, bijzondere aandacht besteden aan op kinderen gerichte vormen van vervolging, mensenhandel en uitbuiting van welke aard dan ook, of de afwezigheid van bescherming tegen dergelijke daden van vervolging.

Amendement     23

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Een van de voorwaarden om te worden erkend als vluchteling in de zin van artikel 1, onder A, van het Verdrag van Genève is het bestaan van een oorzakelijk verband tussen de redenen voor vervolging, namelijk ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep en de daden van vervolging of de afwezigheid van bescherming tegen dergelijke daden.

(27)  Een van de voorwaarden om te worden erkend als vluchteling in de zin van artikel 1, onder A, van het Verdrag van Genève is het bestaan van een oorzakelijk verband tussen de redenen voor vervolging, namelijk ras, godsdienst of overtuiging, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep en de daden van vervolging of de afwezigheid van bescherming tegen dergelijke daden.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". Bij het omschrijven van een bepaalde sociale groep moet, voor zover deze verband houdt met de gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker, terdege rekening worden gehouden met genderaspecten, met inbegrip van genderidentiteit en seksuele gerichtheid, die kunnen samenhangen met bepaalde juridische tradities en gewoonten, en die bijvoorbeeld kunnen leiden tot genitale verminking, gedwongen sterilisatie of gedwongen abortus.

(28)  Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". Bij het omschrijven van een bepaalde sociale groep moet, voor zover deze verband houdt met de gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker, terdege rekening worden gehouden met genderaspecten, met inbegrip van genderidentiteit, genderexpressie, geslachtskenmerken en seksuele gerichtheid, en het feit slachtoffer te zijn geweest van mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting, die kunnen samenhangen met bepaalde juridische tradities en gewoonten, en die bijvoorbeeld kunnen leiden tot genitale verminking, gedwongen sterilisatie of gedwongen abortus. De gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker kan voortvloeien uit de perceptie dat hij tot een bepaalde sociale groep behoort.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot homoseksualiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot homoseksuele personen en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten.

(29)  Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten. Bovendien mogen de bevoegde nationale autoriteiten er niet van uitgaan dat de verklaringen van de verzoeker niet geloofwaardig zijn louter omdat de verzoeker zich niet beriep op zijn seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie of geslachtskenmerken toen hij voor het eerst zijn vervolging toelichtte.

Amendement     26

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Handelingen die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties, zijn omschreven in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties, en zijn onder andere neergelegd in de resoluties van de Verenigde Naties betreffende maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, waarin wordt verklaard dat "terroristische daden, methoden en werkwijzen strijdig zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties", en dat "het doelbewust financieren en plannen van en het aanzetten tot terroristische daden eveneens strijdig zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties".

(30)  Handelingen die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties, zijn omschreven in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties, en zijn onder andere neergelegd in de resoluties van de Verenigde Naties betreffende maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, waarin wordt verklaard dat "terroristische daden, methoden en werkwijzen strijdig zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties", en dat "het doelbewust financieren en plannen van en het aanzetten tot terroristische daden eveneens strijdig zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties". Het lidmaatschap van een terroristische groep of de deelname aan de activiteiten van een terroristische groep is tevens strijdig met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties.

Amendement     27

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Het plegen van een politiek misdrijf vormt in beginsel geen grond voor uitsluiting van de vluchtelingenstatus. Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten bijzonder wrede handelingen, waarbij de handeling in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, en terroristische daden die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd, als niet-politieke misdrijven worden aangemerkt; dergelijke handelingen en daden kunnen derhalve leiden tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus.

(31)  Het plegen van een politiek misdrijf vormt in beginsel geen grond voor uitsluiting van internationale bescherming. Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten bijzonder wrede handelingen, waarbij de handeling in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, en terroristische daden die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd, als niet-politieke misdrijven worden aangemerkt; dergelijke handelingen en daden kunnen derhalve leiden tot uitsluiting van internationale bescherming.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 31 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis)  De erkenning van de subsidiairebeschermingsstatus heeft declaratoire kracht.

Amendement     29

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Er moeten ook normen worden vastgesteld voor de omschrijving en inhoud van de subsidiairebeschermingsstatus. De subsidiairebeschermingsregeling moet de in het Verdrag van Genève vastgelegde regeling ter bescherming van vluchtelingen aanvullen.

(32)  Er moeten ook normen worden vastgesteld voor de omschrijving en inhoud van de subsidiairebeschermingsstatus. De subsidiairebeschermingsregeling moet de in het Verdrag van Genève vastgelegde regeling ter bescherming van vluchtelingen aanvullen. Hoewel bij de gronden voor bescherming onderscheid wordt gemaakt tussen bescherming van vluchtelingen en subsidiaire bescherming, kan de voortdurende behoefte aan bescherming van gelijke duur zijn.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Voor het beoordelen van de ernstige schade op grond waarvan verzoekers in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming, moet onder willekeurig geweld, overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ook geweld jegens personen ongeacht hun persoonlijke omstandigheden worden verstaan.

(34)  Voor het beoordelen van de ernstige schade op grond waarvan verzoekers in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming, moet onder willekeurig geweld, overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, ook geweld jegens personen ongeacht hun persoonlijke omstandigheden worden verstaan. Factoren waarmee rekening moet worden gehouden bij het bepalen of er sprake is van willekeurig geweld, zijn bijvoorbeeld externe agressie, bezetting, buitenlandse overheersing, binnenlandse conflicten, ernstige schendingen van de mensenrechten of voorvallen die een ernstige verstoring van de openbare orde hebben teweeggebracht in het land van herkomst of in een deel ervan.

Amendement     31

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  Met betrekking tot de bewijsvereisten in verband met het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een verzoeker mogen de beslissingsautoriteiten overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie36 niet van de verzoeker verlangen dat hij aantoont dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. De mate van willekeurig geweld die vereist is ter staving van het verzoek, is echter lager indien de verzoeker kan aantonen dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. Bovendien moet het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging bij uitzondering door de beslissingsautoriteiten worden vastgesteld louter op basis van de aanwezigheid van de verzoeker op het grondgebied of in het betrokken gebied van het land van herkomst, indien de mate van willekeurig geweld in het gewapende conflict dermate hoog is dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het land van herkomst of het betrokken gebied ervan louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico op ernstige bedreiging zou lopen.

(36)  Met betrekking tot de bewijsvereisten in verband met het bestaan van een ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een verzoeker is het overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie36 en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens niet noodzakelijk dat de verzoeker een bedreiging aantoont die in foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing bestaat. De mate van willekeurig geweld die vereist is ter staving van het verzoek, is echter lager indien de verzoeker kan aantonen dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. Bovendien moet het bestaan van een ernstige bedreiging door de beslissingsautoriteiten worden vastgesteld louter op basis van de aanwezigheid van de verzoeker op het grondgebied of in het betrokken gebied van het land van herkomst, indien de mate van willekeurig geweld in het gewapende conflict dermate hoog is dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het land van herkomst of het betrokken gebied ervan louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico op ernstige bedreiging zou lopen.

_________________

_________________

36 C-465/07.

36 C-465/07.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze verordening voor het eerst worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten of worden verlengd, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad.

(37)  De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze verordening worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad.

Amendement     33

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  Gezinsleden zijn door hun nauwe band met de vluchteling normaal gezien op zodanige wijze kwetsbaar voor daden van vervolging dat zulks een grond voor de toekenning van internationale bescherming zou kunnen vormen. Indien zij niet in aanmerking komen voor internationale bescherming, hebben zij ten behoeve van de instandhouding van het gezin het recht om een verblijfstitel aan te vragen en recht op dezelfde rechten als die welke worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten. Onverminderd de bepalingen van deze verordening met betrekking tot de instandhouding van het gezin, moeten gezinsleden van personen die internationale bescherming genieten, die niet individueel in aanmerking komen voor dergelijke bescherming, een verblijfstitel en rechten krijgen overeenkomstig Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging, indien de situatie tot het toepassingsgebied van deze richtlijn behoort en aan de daarin vastgestelde voorwaarden voor gezinshereniging wordt voldaan. Deze verordening moet van toepassing zijn onverminderd Richtlijn 2004/38/EG.

(38)  Gezinsleden zijn door hun nauwe band met de vluchteling normaal gezien op zodanige wijze kwetsbaar voor daden van vervolging dat zulks een grond voor de toekenning van internationale bescherming zou kunnen vormen. Indien zij niet in aanmerking komen voor internationale bescherming, hebben gezinsleden, waaronder broers en zussen, die in verband met het verzoek om internationale bescherming in dezelfde lidstaat aanwezig zijn, ten behoeve van de instandhouding van het gezin het recht om een verblijfstitel aan te vragen en recht op dezelfde rechten als die welke worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten. Onverminderd de bepalingen van deze verordening met betrekking tot de instandhouding van het gezin, moeten gezinsleden van personen die internationale bescherming genieten, die niet individueel in aanmerking komen voor dergelijke bescherming, een verblijfstitel en rechten krijgen overeenkomstig Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging, indien de situatie tot het toepassingsgebied van deze richtlijn behoort en aan de daarin vastgestelde voorwaarden voor gezinshereniging wordt voldaan. Deze verordening moet van toepassing zijn onverminderd Richtlijn 2004/38/EG.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37.

(39)  Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten met name de toegekende status opnieuw beoordelen wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap37 worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37.

__________________

__________________

37  COM(2016) 271 definitief.

37  COM(2016) 271 definitief.

Amendement     35

Voorstel voor een verordening

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  Bij het beoordelen van een wijziging van de omstandigheden in een derde land, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met inachtneming van de individuele situatie van de vluchteling, nagaan of de actoren van bescherming in het betrokken land redelijke stappen hebben gezet om vervolging te voorkomen, of zij in dat verband onder meer een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging vormen hebben ingesteld en of de betrokken onderdaan toegang zal hebben tot dergelijke bescherming indien de vluchtelingenstatus ophoudt te bestaan.

(40)  Bij het beoordelen van een wijziging van de omstandigheden in een derde land, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met inachtneming van de individuele situatie van de persoon die internationale bescherming geniet, nagaan of de actoren van bescherming in het betrokken land de nodige stappen hebben gezet om vervolging te voorkomen, of zij in dat verband onder meer een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging vormen hebben ingesteld en of de betrokken onderdaan toegang zal hebben tot dergelijke bescherming en zich op veilige wijze toegang kan verschaffen tot dat land en of redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt indien de vluchtelingenstatus ophoudt te bestaan.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht.

(41)  Wanneer de status van de persoon die internationale bescherming geniet ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status stop te zetten, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht.

Amendement     37

Voorstel voor een verordening

Overweging 41 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(41 bis)  Het beginsel van het voordeel van de twijfel illustreert de erkenning dat verzoekers aanzienlijke moeilijkheden kunnen ondervinden bij het verkrijgen en verstrekken van bewijzen ter staving van hun verzoek. Volgens het algemene rechtsbeginsel berust de bewijslast bij de verzoeker om internationale bescherming en wordt de taak om alle relevante feiten vast te stellen en te evalueren, verdeeld tussen de verzoeker en de beslissingsautoriteit. Indien aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, dient hij echter het voordeel van de twijfel te krijgen wanneer hij een oprechte inspanning heeft geleverd om zijn verzoek te staven, alle relevante elementen waarover hij beschikt, heeft overgelegd en zijn verklaringen samenhangend en aannemelijk zijn bevonden.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(42)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten verblijven in de lidstaat die hun bescherming biedt. Personen die in het bezit zijn van een geldig reisdocument en een verblijfstitel die zijn afgegeven door een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, moeten de toelating krijgen om het grondgebied van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen binnen te komen en zich daar vrij te verplaatsen gedurende een periode van maximaal 90 dagen binnen elke periode van 180 dagen, overeenkomstig de Schengengrenscode38 en artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst39. Personen die internationale bescherming genieten, kunnen ook een verzoek om verblijf in een andere lidstaat dan de lidstaat die hun bescherming biedt indienen, overeenkomstig de relevante EU-regels, met name inzake de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan40, en de nationale regels; hierbij vindt echter geen overdracht van de internationale bescherming en de bijhorende rechten plaats.

(42)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten verblijven in de lidstaat die hun bescherming biedt. Personen die in het bezit zijn van een geldig reisdocument en een verblijfstitel die zijn afgegeven door een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, moeten de toelating krijgen om het grondgebied van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen binnen te komen en zich daar vrij te verplaatsen binnen de toegestane verblijfsduur, overeenkomstig de Schengengrenscode38 en artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst39. Personen die internationale bescherming genieten, kunnen ook een verzoek om verblijf in een andere lidstaat dan de lidstaat die hun bescherming biedt indienen, overeenkomstig de relevante EU-regels, met name inzake de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan40, en de nationale regels; hierbij vindt echter geen overdracht van de internationale bescherming en de bijhorende rechten plaats.

__________________

__________________

38  Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen.

38  Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen.

39  Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen.

39  Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen.

40  COM(2016) 378 definitief.

40  COM(2016) 378 definitief.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te voorkomen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41.

(43)  Personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, moeten worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41. Niet-begeleide minderjarigen die internationale bescherming genieten, mogen alleen worden teruggenomen door de lidstaat die op grond van de bij Verordening [Dublinverordening] vastgestelde procedure voor hen verantwoordelijk is.

__________________

__________________

41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening].

41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening].

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Overweging 44

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(44)  Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie tegen te gaan, moet Richtlijn 2003/109/EG betreffende langdurig ingezetenen worden gewijzigd, teneinde te bepalen dat de berekening van de periode van vijf jaar waarna personen die internationale bescherming genieten in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene, steeds opnieuw van nul moet beginnen iedere keer dat een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem internationale bescherming biedt zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante nationale recht of Unierecht.

(44)  Om personen die internationale bescherming genieten aan te moedigen in de lidstaat te blijven die hen deze bescherming biedt, moet de duur van de aan hen afgegeven verblijfstitels op geharmoniseerde wijze worden vastgesteld gedurende een passende periode.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Overweging 45

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(45)  Het begrip nationale veiligheid en openbare orde heeft ook betrekking op gevallen waarin een onderdaan van een derde land behoort tot een vereniging die steun verleent aan internationaal terrorisme of een dergelijke vereniging steunt.

(45)  Het begrip nationale veiligheid en openbare orde heeft betrekking op gevallen waarin een onderdaan van een derde land behoort tot een vereniging die steun verleent aan internationaal terrorisme. Het begrip bijzonder ernstig misdrijf omvat strafbare feiten zoals deelneming aan een criminele organisatie, terrorisme, mensenhandel, seksuele uitbuiting van kinderen, moord, zware mishandeling, illegale handel in wapens, munitie en explosieven, corruptie, verkrachting en misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen.

Amendement     42

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)  Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen is voor de toekenning van voordelen inzake toegang tot werk en sociale zekerheid voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist.

Schrappen

Amendement     43

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)  De bevoegde autoriteiten kunnen de toegang tot een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige beperken wat betreft betrekkingen die de uitoefening van openbaar gezag en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de staat of andere overheidsinstanties behelzen. Evenzo, in verband met het uitoefenen van het recht inzake gelijke behandeling, kunnen personen die internationale bescherming genieten, met betrekking tot lidmaatschap van een werknemersorganisatie en tot het uitoefenen van een specifiek beroep worden uitgesloten van deelneming aan het bestuur van publiekrechtelijke lichamen alsook van uitoefening van een publiekrechtelijke functie.

(48)  De bevoegde autoriteiten kunnen de toegang tot een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige beperken wat betreft betrekkingen die de uitoefening van openbaar gezag en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de staat of andere overheidsinstanties behelzen.

Amendement     44

Voorstel voor een verordening

Overweging 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(49)  Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze verordening beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten worden bevorderd, met name op het gebied van werkgebonden onderwijsmogelijkheden en beroepsopleiding en toegang tot procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen.

(49)  Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze verordening beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten worden bevorderd, met name op het gebied van werkgebonden onderwijsmogelijkheden en beroepsopleiding en toegang tot procedures voor de erkenning en legalisatie van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Overweging 49 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(49 bis)  Gezien het feit dat integratie een tweerichtingsproces is, moeten de eerbiediging van de grondbeginselen van de Unie en de eerbiediging van de grondrechten van de personen die internationale bescherming genieten een vast onderdeel van het integratieproces vormen. Integratie moet inclusie stimuleren in plaats van isolatie, en de deelname van alle betrokken actoren is van cruciaal belang voor het welslagen ervan. De lidstaten, die optreden op nationaal, regionaal en lokaal niveau, moeten personen die internationale bescherming genieten steun en kansen bieden om zich te integreren en een leven op te bouwen in hun nieuwe samenleving, waarbij moet worden voorzien in accommodatie, alfabetiserings- en taalcursussen, interculturele dialoog, onderwijs en beroepsopleiding en daadwerkelijke toegang tot de democratische structuren in de samenleving.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Overweging 51

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(51)  Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Ten aanzien van personen die subsidiaire bescherming genieten, moet de lidstaten evenwel enige flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied tot fundamentele prestaties te beperken, waaronder ten minste worden verstaan minimale inkomenssteun, steun bij ziekte of zwangerschap en bij hulpverlening aan ouders, voor zover deze prestaties aan eigen onderdanen worden toegekend op grond van het nationaal recht. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen.

(51)  Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Hoewel de gronden voor bescherming tot de vaststelling van verschillende statussen kan leiden, hebben beschermde personen allemaal dezelfde materiële behoeften. Om hun integratie te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen.

Amendement     47

Voorstel voor een verordening

Overweging 52

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(52)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten toegang hebben tot gezondheidszorg, met inbegrip van lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg.

(52)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten toegang hebben tot gezondheidszorg, met inbegrip van lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg en seksuele en reproductieve gezondheidszorg.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Overweging 52 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(52 bis)  Personen die internationale bescherming genieten moeten toegang hebben tot goederen en diensten en de levering van voor het publiek beschikbare goederen en diensten, inclusief voorlichting en advies van arbeidsbureaus.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Overweging 53

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(53)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen.

(53)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen, op voorwaarde dat deze integratiemaatregelen makkelijk toegankelijk, beschikbaar en kosteloos zijn en rekening houden met de bijzondere behoeften van personen die internationale bescherming genieten, met inbegrip van kinderopvang.

Amendement     50

Voorstel voor een verordening

Overweging 55

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(55)  Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van de bepalingen van deze verordening te waarborgen met betrekking tot de vorm en de inhoud van de informatie die wordt verstrekt, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren42.

(55)  Teneinde deze verordening aan te vullen door de vorm en de inhoud vast te stellen van de informatie die wordt verstrekt aan de personen die internationale bescherming genieten over de rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan hun status, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen worden uitgevoerd in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven*. Om met name te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

_________________

 

42 PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

 

Amendement     51

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "vluchteling": een onderdaan van een derde land die zich wegens een gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, buiten het land bevindt waarvan hij de nationaliteit bezit en de bescherming van dat land niet kan of, wegens deze vrees, niet wil inroepen, dan wel een staatloze die zich om dezelfde reden buiten het land bevindt waar hij vroeger gewoonlijk verbleef en daarheen niet kan, dan wel wegens genoemde vrees niet wil terugkeren, en op wie artikel 12 niet van toepassing is;

(3)  "vluchteling": een onderdaan van een derde land die zich wegens een gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, handicap of het behoren tot een bepaalde sociale groep, buiten het land bevindt waarvan hij de nationaliteit bezit en de bescherming van dat land niet kan of, wegens deze vrees, niet wil inroepen, dan wel een staatloze die zich om dezelfde reden buiten het land bevindt waar hij vroeger gewoonlijk verbleef en daarheen niet kan, dan wel wegens genoemde vrees niet wil terugkeren, en op wie artikel 12 niet van toepassing is;

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de echtgenoot van de persoon die internationale bescherming geniet, of diens niet-gehuwde partner met wie hij een duurzame relatie onderhoudt, indien het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat ongehuwde paren krachtens zijn recht inzake onderdanen van derde landen op een vergelijkbare wijze behandelt als gehuwde paren;

(a)  de echtgenoot van de persoon die internationale bescherming geniet, of diens niet-gehuwde partner met wie hij een duurzame relatie onderhoudt, indien het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat ongehuwde paren krachtens het toepasselijke nationale recht op een vergelijkbare wijze behandelt als gehuwde paren;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de minderjarige kinderen van de onder a) bedoelde paren of van de persoon die internationale bescherming geniet, mits zij ongehuwd zijn, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn;

(b)  de minderjarige kinderen van de onder a) bedoelde paren of van de persoon die internationale bescherming geniet, de meerderjarige kinderen voor wie zij zorg dragen, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, erkende buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn, en de kinderen over wie zij het ouderlijk gezag hebben;

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de vader, moeder of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor de persoon die internationale bescherming geniet, indien deze persoon minderjarig en ongehuwd is;

(c)  indien de persoon die internationale bescherming geniet minderjarig is, de vader, moeder of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor deze persoon;

Amendement     55

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  "minderjarige": een onderdaan van een derde land of een staatloze die jonger is dan 18 jaar;

(10)  "minderjarige": een onderdaan van een derde land of een staatloze die jonger is dan 18 jaar; Dit dient in voorkomend geval te worden beoordeeld op het moment van indiening van zijn verzoek om internationale bescherming;

Amendement     56

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  "volgend verzoek": een later verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing over een vorig verzoek is genomen, met inbegrip van gevallen waarin de verzoeker zijn verzoek expliciet heeft ingetrokken of de beslissingsautoriteit, door de impliciete stopzetting van een verzoek, heeft aangenomen dat van het verzoek is afgezien en het verzoek heeft afgewezen;

Schrappen

Amendement     57

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  "beslissingsautoriteit": elk semi-rechterlijk of administratief orgaan in een lidstaat dat met de behandeling van verzoeken om internationale bescherming is belast en bevoegd is daarover in eerste aanleg een beslissing te nemen;

(16)  "beslissingsautoriteit": elk rechtelijk, semi-rechterlijk of administratief orgaan in een lidstaat dat met de behandeling van verzoeken om internationale bescherming is belast en bevoegd is daarover in eerste aanleg een beslissing te nemen;

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea1 – punt 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  "voogd": een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in procedures waarin in deze verordening is voorzien, teneinde het belang van het kind te behartigen en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten.

(19)  "voogd": een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in procedures waarin in deze verordening is voorzien, teneinde het belang en het welzijn van het kind te waarborgen en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten.

Amendement     59

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Onverminderd alinea 1 behouden de lidstaten de mogelijkheid om gezinsleden de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus te verlenen overeenkomstig hun nationale wetgeving, ongeacht of zij risico lopen op vervolging of ernstige schade, teneinde te zorgen voor een eenvormige juridische status binnen het gezin.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De verzoeker verstrekt alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. Hij verleent medewerking aan de beslissingsautoriteit en blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar.

1.  De verzoeker verstrekt alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. De verzoeker verleent gedurende de hele procedure medewerking aan de beslissingsautoriteit, ook bij de beoordeling van de relevante elementen van het verzoek. De verzoeker blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar. Indien de verzoeker vanwege verzachtende omstandigheden op enig moment tijdens de procedure niet beschikbaar is, moet rekening worden gehouden met die verzachtende omstandigheden wanneer er een besluit wordt genomen over de verzoeker of zijn verzoek om internationale bescherming.

Amendement     61

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde elementen bestaan uit de verklaringen van de verzoeker en alle documentatie waarover hij beschikt in verband met zijn leeftijd, achtergrond, ook die van relevante familieleden, identiteit, nationaliteit(en), land(en) en plaats(en) van eerder verblijf, eerdere verzoeken [om internationale bescherming en de resultaten van een eventuele versnelde hervestigingsprocedure zoals gedefinieerd in Verordening (EU) XXX/XX [verordening inzake hervestiging]], reisroutes, reisdocumenten en de redenen waarom hij een verzoek om internationale bescherming indient.

2.  De in lid 1 bedoelde elementen bestaan uit de verklaringen van de verzoeker en alle documentatie waarover hij beschikt in verband met zijn leeftijd, achtergrond, ook die van relevante familieleden, identiteit, nationaliteit(en), land(en) en plaats(en) van eerder verblijf, eerdere verzoeken [om internationale bescherming en de resultaten van een eventuele hervestigingsprocedure], reisroutes, reisdocumenten en de redenen waarom hij een verzoek om internationale bescherming indient.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De beslissingsautoriteit beoordeelt de relevante elementen van het verzoek overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures].

3.  De beslissingsautoriteit beoordeelt de relevante elementen van het verzoek om internationale bescherming overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures].

Amendement     63

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het feit dat een verzoeker in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of aan ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of dergelijke schade, wordt beschouwd als een duidelijke aanwijzing dat de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen.

4.  Het feit dat een verzoeker in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of aan ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of dergelijke schade, wordt beschouwd als een duidelijke aanwijzing dat de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is.

Amendement     64

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Wanneer aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, wordt geen aanvullend bewijsmateriaal verlangd met betrekking tot deze aspecten wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is:

5.  Wanneer aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, wordt geen aanvullend bewijsmateriaal verlangd met betrekking tot deze aspecten en krijgt de verzoeker het voordeel van de twijfel wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is:

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de verzoeker heeft een oprechte inspanning geleverd om zijn verzoek te staven;

(a)  de verzoeker heeft een oprechte inspanning geleverd om zijn verzoek om internationale bescherming te staven;

Amendement     66

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  alle relevante elementen waarover de verzoeker beschikt, zijn overgelegd, en er is een bevredigende verklaring gegeven omtrent het ontbreken van andere relevante elementen;

(b)  alle relevante elementen waarover de verzoeker beschikt, zijn overgelegd;

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de verzoeker heeft zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk ingediend, tenzij hij goede redenen kan aanvoeren waarom hij dit heeft nagelaten, en

Schrappen

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Onverminderd het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens wordt een verzoeker die een volgend verzoek indient overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures] normaliter niet de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus toegekend indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten.

3.  Mits elke genomen beslissing over het verzoek om internationale bescherming volledig in overeenstemming is met het Verdrag van Genève, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, kan een verzoeker die een volgend verzoek indient overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures] de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus worden geweigerd indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten met als enig doel het verkrijgen van internationale bescherming. Hiervan worden omstandigheden uitgesloten die geen verband houden met de wil van de verzoeker, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, zijn seksuele gerichtheid en godsdienstige overtuiging die de verzoeker in het land van herkomst wellicht al in meer of mindere mate beleed.

Amendement     69

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Actoren van vervolging of ernstige schade kunnen uitsluitend zijn:

Actoren van vervolging of ernstige schade kunnen zijn:

Amendement     70

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bescherming tegen vervolging of ernstige schade kan alleen worden geboden door de volgende actoren:

1.  Bescherming tegen vervolging of ernstige schade kan alleen worden geboden door:

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  partijen of organisaties, inclusief internationale organisaties, die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen,

(b)  partijen of organisaties die een mandaat hebben gekregen van de staat en de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen,

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig lid 2.

zolang zij bereid en in staat zijn volledige, doeltreffende en duurzame bescherming tegen vervolging of ernstige schade te bieden.

Amendement     73

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De bescherming tegen vervolging of ernstige schade is doeltreffend en van niet-tijdelijke aard. De bescherming wordt aanwezig geacht wanneer de actoren als bedoeld in lid 1 redelijke maatregelen tot voorkoming van vervolging of het lijden van ernstige schade treffen, onder andere door de instelling van een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging of ernstige schade vormen, en wanneer de verzoeker toegang tot dergelijke bescherming heeft.

Schrappen

Amendement     74

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij het beoordelen of een internationale organisatie een staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheerst en bescherming biedt als bedoeld in lid 2, baseren de beslissingsautoriteiten zich op de richtsnoeren van het relevante recht van de Unie, met name informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie].

3.  Bij het beoordelen of een internationale organisatie een staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheerst en bescherming biedt als bedoeld in lid 2, kunnen de beslissingsautoriteiten rekening houden met de richtsnoeren van het relevante recht van de Unie, met name informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie].

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Als onderdeel van de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming bepaalt de beslissingsautoriteit dat een verzoeker geen internationale bescherming nodig heeft indien hij op een veilige en wettige manier kan reizen naar en zich toegang kan verschaffen tot een deel van het land van herkomst en er redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt, en indien hij in dat deel van het land:

1.  Als onderdeel van de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming, en op voorwaarde dat de staat of de staatsfunctionarissen niet de actoren van vervolging of ernstige schade zijn, kan de beslissingsautoriteit bepalen dat een verzoeker geen internationale bescherming nodig heeft indien hij op een veilige en wettige manier kan reizen naar en zich toegang kan verschaffen tot een deel van het land van herkomst en er redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt, en indien hij in dat deel van het land:

Amendement     76

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  toegang heeft tot bescherming tegen vervolging of ernstige schade.

(b)  toegang heeft tot volledige, doeltreffende en duurzame bescherming tegen vervolging of ernstige schade.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De beoordeling van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming vindt plaats zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. De bewijslast van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming rust bij de beslissingsautoriteit. Van de verzoeker wordt niet verlangd dat hij bewijst dat hij voorafgaand aan het verzoeken om internationale bescherming alle mogelijkheden heeft uitgeput om in zijn land van herkomst bescherming te krijgen.

2.  Onverminderd artikel 4, lid 1, rust de bewijslast van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming bij de beslissingsautoriteit. Dit belet de verzoeker niet om bewijsstukken voor te leggen om de eventuele bevinding van de beslissingsautoriteit dat binnenlandse bescherming beschikbaar is, te weerleggen. Van de verzoeker wordt niet verlangd dat hij bewijst dat hij voorafgaand aan het verzoeken om internationale bescherming alle mogelijkheden heeft uitgeput om in zijn land van herkomst bescherming te krijgen.

Amendement     78

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Bij het beschouwen van de algemene omstandigheden in het deel van het land waar bescherming beschikbaar is als bedoeld in artikel 7, moet rekening worden gehouden met de toegankelijkheid, doeltreffendheid en duurzaamheid van die bescherming. Bij het beschouwen van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker moet met name rekening worden gehouden met de gezondheid, de leeftijd, het geslacht, de seksuele gerichtheid, de genderidentiteit en de sociale status van de betrokkene, en moet worden beoordeeld of het leven in het deel van het land dat als veilig wordt beschouwd, de verzoeker geen onnodige moeilijkheden zal opleveren.

4.  Bij het beschouwen van de algemene omstandigheden in het deel van het land waar bescherming beschikbaar is als bedoeld in artikel 7, moet rekening worden gehouden met de toegankelijkheid, doeltreffendheid en duurzaamheid van die bescherming. Bij het beschouwen van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker moet met name rekening worden gehouden met de gezondheid, de leeftijd, het geslacht, de seksuele gerichtheid, de genderidentiteit, de etnische afkomst, het behoren tot een nationale minderheid en de sociale status van de betrokkene, en moet worden beoordeeld of het leven in het deel van het land dat als veilig wordt beschouwd, de verzoeker geen onnodige moeilijkheden zal opleveren.

Amendement     79

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Elke beslissing om geen internationale bescherming te verlenen aan een al dan niet begeleide minderjarige, op grond van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming, moet worden voorafgegaan door een formele procedure waarin de belangen van de minderjarige worden bepaald. Wanneer de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is, dient de beschikbaarheid van passende zorg, voogdij en duurzame oplossingen voor zijn ontwikkeling deel uit te maken van de beoordeling of de bescherming in het gebied waar sprake zou zijn van binnenlandse bescherming daadwerkelijk gegarandeerd is.

Amendement     80

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  zo ernstig van aard is of zo vaak voorkomt dat deze een ernstige schending vormt van de grondrechten van de mens, met name de rechten ten aanzien waarvan geen afwijking mogelijk is uit hoofde van artikel 15, lid 2, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; of

(a)  zo ernstig van aard is of zo vaak voorkomt dat deze een ernstige schending vormt van de mensenrechten, met name de rechten ten aanzien waarvan geen afwijking mogelijk is uit hoofde van artikel 15, lid 2, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; of

Amendement     81

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  daden van lichamelijk of geestelijk geweld, inclusief seksueel geweld;

(a)  daden van lichamelijk of geestelijk geweld, inclusief seksueel geweld of mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting;

Amendement     82

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  vervolging of bestraffing wegens de weigering militaire dienst te vervullen tijdens een conflict, wanneer het vervullen van militaire dienst strafbare feiten of handelingen inhoudt die onder het toepassingsgebied van de uitsluitingsgronden van artikel 12, lid 2, vallen;

(e)  vervolging of bestraffing wegens de weigering militaire dienst te vervullen op morele, religieuze of politieke gronden of vanwege het behoren tot een bepaalde etnische groep of het bezitten van een bepaald burgerschap en, met name, wanneer het vervullen van militaire dienst strafbare feiten of handelingen inhoudt die onder het toepassingsgebied van de uitsluitingsgronden van artikel 12, lid 2, vallen;

Amendement     83

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  daden van genderspecifieke of kindspecifieke aard.

(f)  daden van genderspecifieke of kindspecifieke aard, zoals de rekrutering van kindsoldaten, genitale verminking, gedwongen huwelijken, kinderhandel en kinderarbeid, huiselijk geweld, mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting en schendingen van economische, sociale en culturele rechten.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter d – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  het begrip "specifieke sociale groep" omvat met name een groep:

(d)  het begrip "het behoren tot een specifieke sociale groep" omvat met name een groep:

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter d – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, en

-  waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, of

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter d – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst kan een specifieke sociale groep een groep zijn die als gemeenschappelijk kenmerk seksuele gerichtheid heeft (deze term kan geen handelingen omvatten die volgens het nationale recht van de lidstaten als strafbaar worden beschouwd); er wordt terdege rekening gehouden met genderaspecten, waaronder genderidentiteit, wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd;

Afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst heeft het begrip betrekking op een groep die als gemeenschappelijke kenmerken seksuele gerichtheid en genderaspecten heeft, waaronder genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken, en het feit slachtoffer te zijn geweest van mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting. Met die aspecten wordt terdege rekening gehouden wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd;

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, kan de beslissingsautoriteit niet redelijkerwijs van een verzoeker verwachten dat hij zich, om risico van vervolging in zijn land van herkomst te voorkomen, met betrekking tot bepaalde gedragingen discreet opstelt of zich van bepaalde praktijken onthoudt wanneer deze gedragingen of praktijken inherent zijn aan zijn identiteit.

3.  Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, kan de beslissingsautoriteit niet redelijkerwijs van een verzoeker verwachten dat hij zich, om risico van vervolging in zijn land van herkomst te voorkomen, met betrekking tot bepaalde gedragingen discreet opstelt of zich van bepaalde praktijken onthoudt wanneer deze gedragingen of praktijken inherent zijn aan zijn identiteit of morele integriteit.

Amendement     88

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  baseert de beslissingsautoriteit zich op nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen.

(b)  houdt de beslissingsautoriteit rekening met nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van de vluchtelingenstatus wanneer:

1.  Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van de vluchtelingenstatus zoals bedoeld in deze verordening wanneer:

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  hij zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties als vervat in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties.

(c)  hij zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties als vervat in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties, met inbegrip van veroordelingen wegens deelname aan de activiteiten van een terroristische groep.

Amendement     91

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De beslissingsautoriteit mag dit lid slechts toepassen na met betrekking tot de individuele persoon de haar ter kennis gebrachte specifieke feiten te hebben onderzocht om uit te maken of er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de daden van de betrokkene, die voor het overige voldoet aan de criteria om de vluchtelingenstatus te krijgen, onder a), b) of c) van de eerste alinea vallen.

Amendement     92

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Lid 2 is niet van toepassing op minderjarigen.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Voor de toepassing van lid 2, onder b), en c), worden de volgende daden als ernstige, niet-politieke misdrijven aangemerkt:

Schrappen

(a)   bijzonder wrede handelingen, wanneer de daad in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel,

 

(b)   terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd.

 

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De uitsluiting van een persoon van de vluchtelingenstatus is uitsluitend afhankelijk van het al dan niet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 1 tot en met 5, en er wordt geen aanvullende evenredigheidsbeoordeling uitgevoerd van individuele gevallen.

Schrappen

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Intrekking, beëindiging of weigering tot verlenging van de vluchtelingenstatus

Stopzetting van de vluchtelingenstatus

 

(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De beslissingsautoriteit trekt de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze in, beëindigt deze of weigert deze te verlengen indien:

1.  De beslissingsautoriteit zet de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze stop indien:

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  er goede redenen bestaan om de persoon te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt;

(d)  er goede redenen bestaan om de persoon te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt, aangezien hij definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf;

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de persoon definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt;

Schrappen

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  artikel 23, lid 2, van toepassing is.

Schrappen

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De beslissingsautoriteit kan in de in lid 1, onder d) tot en met f), bedoelde situaties besluiten geen status te verlenen aan een vluchteling wanneer nog geen besluit in die zin is genomen.

2.  De beslissingsautoriteit kan in de in lid 1, onder d), bedoelde situatie besluiten geen status te verlenen aan een vluchteling wanneer nog geen besluit in die zin is genomen.

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Personen op wie lid 1, onder d) tot en met f), of lid 2 van toepassing is, genieten de rechten die zijn vastgelegd in de artikelen 3, 4, 16, 22, 31, 32 en 33 van het Verdrag van Genève of daarmee vergelijkbare rechten, voor zover zij in de lidstaat aanwezig zijn.

3.  Personen op wie lid 1, onder d), of lid 2 van toepassing is, genieten de rechten die zijn vastgelegd in de artikelen 3, 4, 16, 22, 31, 32 en 33 van het Verdrag van Genève of daarmee vergelijkbare rechten, voor zover zij in de lidstaat aanwezig zijn.

Amendement     102

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Onverminderd de plicht van de vluchteling uit hoofde van artikel 4, lid 1, om alle relevante feiten te melden en alle relevante documenten waarover hij beschikt, over te leggen, toont de beslissingsautoriteit die de vluchtelingenstatus heeft verleend per geval aan dat de betrokken persoon geen vluchteling meer is of dat nooit geweest is, overeenkomstig lid 1.

4.  Onverminderd de plicht van de vluchteling uit hoofde van artikel 4, lid 1, om alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming, over te leggen, toont de beslissingsautoriteit die de vluchtelingenstatus heeft verleend per geval aan dat de betrokken persoon geen vluchteling meer is of dat nooit geweest is, overeenkomstig lid 1.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht.

5.  Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus stop te zetten overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht.

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling met name:

Bij de toepassing van artikel 14, lid 1, kan de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling onderwerpen, met name wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in artikel 10 van die verordening blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de persoon die internationale bescherming geniet.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker;

Schrappen

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  wanneer een aan een vluchteling afgegeven verblijfstitel voor de eerste keer wordt verlengd.

Schrappen

Amendement     107

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Lid 1 is niet van toepassing op niet-begeleide minderjarigen, tenzij het in hun belang is.

Amendement     108

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Ernstige schade als bedoeld in artikel 2, punt 5, bestaat uit:

Ernstige schade als bedoeld in artikel 2, punt 5, bestaat uitsluitend uit:

Amendement     109

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van een verzoeker in zijn land van herkomst; of

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement     110

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

(c)  ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

Amendement     111

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  baseert zich op nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen.

(b)  houdt rekening met nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen.

Amendement     112

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van subsidiaire bescherming indien hij door de bevoegde autoriteiten van het land waar hij is gaan wonen wordt erkend als iemand die de rechten en verplichtingen heeft die horen bij het bezit van de nationaliteit van dat land, of daarmee gelijkwaardige rechten en verplichtingen.

Amendement     113

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  hij een ernstig misdrijf heeft gepleegd;

(b)  hij buiten het land dat de bescherming verleent een ernstig, niet-politiek misdrijf heeft gepleegd voordat hij tot dit land als persoon met subsidiairebeschermingsstatus is toegelaten;

Amendement     114

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  hij zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties als vervat in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties;

(c)  hij zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties als vervat in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties, met inbegrip van veroordelingen wegens deelname aan de activiteiten van een terroristische groep;

Amendement     115

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De beslissingsautoriteit mag dit lid slechts toepassen na met betrekking tot de individuele persoon de haar ter kennis gebrachte specifieke feiten te hebben onderzocht om uit te maken of er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de daden van de betrokkene, die voor het overige voldoet aan de criteria om de vluchtelingenstatus te krijgen, onder a), b), c), d) of e) van de eerste alinea vallen.

Amendement     116

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Lid 2 is niet van toepassing op minderjarigen.

Amendement     117

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Lid 1, onder a) tot en met d), is van toepassing op personen die aanzetten tot of anderszins deelnemen aan de daarin genoemde misdrijven of daden.

2.  Lid 2, onder a) tot en met d), is van toepassing op personen die aanzetten tot of anderszins deelnemen aan de daarin genoemde misdrijven of daden.

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Intrekking, beëindiging of weigering tot verlenging van de subsidiairebeschermingsstatus

Stopzetting van de subsidiairebeschermingsstatus

 

(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De beslissingsautoriteit trekt de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze in, beëindigt deze of weigert deze te verlengen indien:

1.  De beslissingsautoriteit zet de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze stop indien:

Amendement     120

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de persoon feiten verkeerd heeft weergegeven of heeft achtergehouden, of valse documenten heeft gebruikt, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de subsidiairebeschermingsstatus;

(c)  de persoon feiten die van belang zijn voor de gegrondheid van het verzoek om internationale bescherming verkeerd heeft weergegeven of heeft achtergehouden, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de subsidiairebeschermingsstatus;

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  artikel 23, lid 2, van toepassing is.

Schrappen

Amendement     122

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Onverminderd de plicht van de onderdaan van een derde land of staatloze uit hoofde van artikel 4, lid 1, om alle relevante feiten te melden en alle relevante documenten waarover hij beschikt, over te leggen, toont de lidstaat die de subsidiairebeschermingsstatus heeft verleend per geval aan dat de betrokken persoon niet of niet langer in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, overeenkomstig lid 1.

2.  Onverminderd de plicht van de onderdaan van een derde land of staatloze uit hoofde van artikel 4, lid 1, om alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming, over te leggen, toont de lidstaat die de subsidiairebeschermingsstatus heeft verleend per geval aan dat de betrokken persoon niet of niet langer in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, overeenkomstig lid 1.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht.

3.  Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus stop te zetten overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht.

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling met name:

Bij de toepassing van artikel 20, lid 1, kan de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling onderwerpen, met name wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in artikel 10 van die verordening blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de persoon die internationale bescherming geniet.

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker;

Schrappen

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  wanneer een verblijfstitel die is afgegeven aan een persoon die subsidiaire bescherming geniet, voor de eerste en de tweede keer wordt verlengd.

Schrappen

Amendement     127

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Lid 1 is niet van toepassing op niet-begeleide minderjarigen, tenzij het in hun belang is.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor vluchtelingen en personen aan wie de subsidiairebeschermingsstatus is verleend, gelden de in dit hoofdstuk vastgestelde rechten en verplichtingen. Dit hoofdstuk geldt onverminderd de in het Verdrag van Genève neergelegde rechten en plichten.

1.  Onverminderd de in het Verdrag van Genève neergelegde rechten en plichten gelden voor personen die internationale bescherming genieten de in dit hoofdstuk vastgelegde rechten en verplichtingen.

Amendement     129

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen is voor de toekenning van voordelen inzake de toegang tot werk en sociale zekerheid de voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist.

Schrappen

Amendement     130

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die lijden aan een geestesziekte en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, als na een individuele beoordeling van hun situatie wordt vastgesteld dat zij bijzondere behoeften hebben.

4.  (Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Bij de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk die betrekking hebben op minderjarigen, plaatsen de relevante autoriteiten het belang van het kind voorop.

5.  Bij de uitvoering van deze verordening plaatsen de lidstaten het belang van het kind voorop.

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 22 bis

 

De lidstaten zorgen ervoor dat tegen beslissingen van de beslissingsautoriteit op grond van de hoofdstukken II, III, IV, V en VI van deze verordening beroep kan worden aangetekend volgens de in het nationale recht neergelegde procedures. Ten minste wordt in laatste instantie de mogelijkheid van beroep of toetsing, in feite of rechtens, voor een rechterlijke instantie geboden.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer dit op grond van de in lid 1 bedoelde internationale verplichtingen niet verboden is, kan een al dan niet formeel erkende vluchteling of persoon die subsidiaire bescherming geniet, worden uitgezet of teruggeleid, wanneer:

Schrappen

(a)   er goede redenen bestaan om hem te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt;

 

(b)   hij definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt.

 

In deze gevallen wordt ook de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus beëindigd overeenkomstig respectievelijk artikel 14 of artikel 20.

 

Amendement     134

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht kunnen worden te begrijpen, en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie.

De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie evenals alle rechten in verband met integratie die zijn vastgesteld in afdeling III van hoofdstuk VII van deze verordening.

Amendement     135

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie stelt de vorm waarin de informatie wordt verschaft, en de inhoud ervan, vast door middel van een uitvoeringshandeling die wordt goedgekeurd overeenkomstig de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 58, lid 1, van Verordening (EU) XXX/XXX [Verordening inzake procedures].

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 42 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de aanvulling van deze verordening door het vaststellen van de vorm en de inhoud van de overeenkomstig de eerste alinea te verstrekken informatie.

Amendement     136

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Gezinsleden van de persoon die internationale bescherming geniet, die zelf niet in aanmerking komen voor die bescherming, hebben het recht om een verblijfstitel aan te vragen overeenkomstig de nationale procedures en voor zover verenigbaar met de persoonlijke juridische status van het gezinslid.

1.  Voor de toepassing van dit artikel en met inachtneming van de bepalingen ervan, omvatten gezinsleden als bedoeld in artikel 2, lid 9, ook de broers en zussen van de persoon die internationale bescherming geniet. Deze gezinsleden van de persoon die internationale bescherming geniet, die zelf niet in aanmerking komen voor die bescherming, hebben het recht om een verblijfstitel aan te vragen overeenkomstig de nationale procedures en voor zover verenigbaar met de persoonlijke juridische status van het gezinslid.

Amendement     137

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten kunnen weigeren een verblijfstitel af te geven aan een echtgenoot of niet-gehuwde partner met wie een duurzame relatie wordt onderhouden wanneer wordt aangetoond dat het huwelijk of partnerschap uitsluitend tot stand is gebracht om voor de betrokken persoon toegang tot of verblijf in een lidstaat te verkrijgen.

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De lidstaten kunnen besluiten dat dit artikel ook geldt voor andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst of voorafgaand aan de aankomst van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten, deel uitmaakten van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, en die op dat tijdstip volledig of grotendeels te zijnen laste kwamen.

6.  De lidstaten kunnen besluiten dat dit artikel ook geldt voor andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst of voorafgaand aan de aankomst van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten, deel uitmaakten van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet.

Amendement     139

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk 30 dagen na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002.

1.  Zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk 15 dagen na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002.

(a)  Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd.

De verblijfstitel voor personen die internationale bescherming genieten is vijf jaar geldig en kan met perioden van vijf jaar worden verlengd.

(b)  Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd.

 

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een verblijfstitel wordt niet verlengd of wordt ingetrokken wanneer:

2.  Een verblijfstitel wordt niet verlengd of wordt ingetrokken, onverminderd Richtlijn 2003/109/EG van de Raad, wanneer:

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de bevoegde autoriteiten de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land intrekken, beëindigen of weigeren te verlengen overeenkomstig artikel 14, of de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land intrekken, beëindigen of weigeren te verlengen overeenkomstig artikel 20;

(a)  de bevoegde autoriteiten de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land stopzetten overeenkomstig artikel 14, of de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land stopzetten overeenkomstig artikel 20;

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  artikel 23, lid 2, van toepassing is;

Schrappen

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde dat vereisen.

(c)  de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde dat om dwingende redenen vereisen.

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad. De reisdocumenten zijn ten minste één jaar geldig.

1.  De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad. De reisdocumenten zijn ten minste vijf jaar geldig.

__________________

__________________

45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1).

45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1).

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De bevoegde autoriteiten verstrekken reisdocumenten met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 aan personen met de subsidiairebeschermingsstatus die geen nationaal paspoort kunnen verkrijgen. De documenten zijn ten minste één jaar geldig.

2.  De bevoegde autoriteiten verstrekken reisdocumenten met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 aan personen met de subsidiairebeschermingsstatus die geen nationaal paspoort kunnen verkrijgen. De documenten zijn ten minste vijf jaar geldig.

Amendement     146

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde documenten worden niet afgegeven indien dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde zich daartegen verzetten.

3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde documenten worden niet afgegeven indien dwingende redenen van nationale veiligheid zich daartegen verzetten.

Amendement     147

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Personen die internationale bescherming genieten, genieten het recht van vrij verkeer binnen het grondgebied van de lidstaat die de internationale bescherming verleent, met inbegrip van het recht hun verblijfsplaats op dat grondgebied vrij te kiezen, onder dezelfde voorwaarden en beperkingen als die welke gelden voor andere onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden.

1.  Personen die internationale bescherming genieten, genieten het recht van vrij verkeer binnen het grondgebied van de lidstaat die de internationale bescherming verleent, met inbegrip van het recht hun verblijfsplaats op dat grondgebied vrij te kiezen, onder dezelfde voorwaarden en beperkingen als die welke gelden voor andere onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied verblijven.

Amendement     148

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen kunnen voorwaarden inzake verblijf worden opgelegd aan personen die internationale bescherming genieten en bepaalde socialezekerheids- of socialebijstandsuitkeringen ontvangen, indien deze voorwaarden noodzakelijk zijn om de integratie van de betrokken personen in de lidstaat die de bescherming verleent, te bevorderen.

Schrappen

Amendement     149

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Personen die internationale bescherming genieten, hebben niet het recht te verblijven in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent. Dit doet geen afbreuk aan hun recht om een verzoek voor verblijf in een andere lidstaat in te dienen en ingewilligd te krijgen overeenkomstig de relevante bepalingen van het Unierecht en nationaal recht en aan hun recht om zich vrij te verplaatsen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst.

1.  Personen die internationale bescherming genieten, hebben niet het recht te verblijven in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent. Dit doet geen afbreuk aan hun recht om een verzoek voor verblijf in een andere lidstaat in te dienen en ingewilligd te krijgen overeenkomstig de relevante bepalingen van het Unierecht, met inbegrip van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad1bis, en nationaal recht en aan hun recht om zich vrij te verplaatsen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst.

 

_________________

 

1bis Richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan (PB L 155 van 18.6.2009, blz. 17).

 

 

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  arbeidsomstandigheden, met inbegrip van salaris en ontslag, werktijden, verlof en vakantie, alsmede de voorschriften inzake veiligheid en gezondheid op het werk;

(a)  arbeidsomstandigheden, met inbegrip van salaris en ontslag, werktijden, verlof en vakantie, verlof om gezinsredenen, alsmede de voorschriften inzake veiligheid en gezondheid op het werk;

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  vrijheid van vereniging en aansluiting bij of participatie in een werkgevers- of werknemersorganisatie of een andere organisatie waarvan de leden een bepaald beroep uitoefenen, met inbegrip van de door dergelijke organisaties verschafte voordelen;

(b)  vrijheid van vereniging en aansluiting bij of participatie in een werkgevers- of werknemersorganisatie of een andere organisatie waarvan de leden een bepaald beroep uitoefenen, met inbegrip van de door dergelijke organisaties verschafte rechten en voordelen;

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  werkgebonden onderwijsaanbod voor volwassenen, beroepsopleiding, met inbegrip van bijscholing en praktische werkervaring op de arbeidsplaats;

(c)  onderwijs en werkgebonden onderwijsaanbod, beroepsopleiding, met inbegrip van bijscholing en praktische werkervaring op de arbeidsplaats;

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  door arbeidsbureaus verleende adviesdiensten.

(d)  door arbeidsbureaus verleende advies- en opvolgdiensten.

Amendement     154

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De bevoegde autoriteiten faciliteren waar nodig de volledige toegang tot de activiteiten als bedoeld in lid 2, onder c) en d).

3.  De bevoegde autoriteiten faciliteren volledige toegang tot de activiteiten als bedoeld in lid 2, onder c) en d).

Amendement     155

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Volwassenen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben toegang tot het algemene onderwijsstelsel, voortgezette opleidingsvoorzieningen en om- en herscholing, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van derde landen die legaal in die lidstaat verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden.

2.  Volwassenen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben toegang tot het algemene onderwijsstelsel, voortgezette opleidingsvoorzieningen en om- en herscholing, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Aan de toegang tot bepaalde in de nationale wetgeving vastgestelde sociale bijstand kan de voorwaarde worden verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet, daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen.

Aan de toegang tot bepaalde in de nationale wetgeving vastgestelde sociale bijstand kan de voorwaarde worden verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet, daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen, op voorwaarde dat de integratiemaatregelen in kwestie makkelijk toegankelijk en kosteloos zijn en rekening houden met de bijzondere behoeften van de betrokken persoon die internationale bescherming geniet.

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken tot de meest fundamentele prestaties.

Schrappen

Amendement     158

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Personen die internationale bescherming genieten en bijzondere behoeften hebben, zoals zwangere vrouwen, gehandicapten, personen die foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld hebben ondergaan of minderjarigen die het slachtoffer zijn geweest van enige vorm van mishandeling, verwaarlozing, uitbuiting, foltering, wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of die onder een gewapend conflict hebben geleden, krijgen passende gezondheidszorg, met inbegrip van de behandeling van geestesziekten waar nodig, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent.

2.  (Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement     159

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf werkdagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak.

Wanneer het niet mogelijk is om dezelfde voogd te behouden die is aangesteld na de aankomst van de niet-begeleide minderjarige op het grondgebied van de Unie, nemen de bevoegde autoriteiten zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en in elk geval uiterlijk binnen vijf dagen de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak.

Amendement     160

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat een voogd niet tegelijkertijd wordt aangewezen voor een overmatig aantal niet-begeleide minderjarigen, zodanig dat hij zijn taken niet doeltreffend kan uitvoeren, en in elk geval niet voor meer dan 20 kinderen. De lidstaten wijzen organisaties of personen aan die tot taak hebben er regelmatig op toe te zien dat voogden hun taken op bevredigende wijze vervullen. Die organisaties of personen zijn ook bevoegd om klachten van niet-begeleide minderjarigen tegen hun voogd te toetsen. Niet-begeleide minderjarigen worden hiertoe in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal, zowel mondeling als in visuele vorm, op een kindvriendelijke manier en in een taal die zij begrijpen, geïnformeerd over wie deze organisaties of personen zijn en hoe zij vertrouwelijk en veilig klachten kunnen indienen tegen hun voogd.

Amendement     161

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De aangewezen voogd heeft als taak erop toe te zien dat de minderjarige toegang heeft tot alle rechten die uit deze verordening voortvloeien. De bevoegde autoriteiten voeren regelmatig een beoordeling uit van het presteren van de aangewezen voogd.

2.  De aangewezen voogd heeft als taak erop toe te zien dat de minderjarige toegang heeft tot alle rechten die uit deze verordening voortvloeien. De verantwoordelijke instanties of personen voeren tijdens de eerste maand na zijn aanstelling, en vervolgens op gezette tijden, een beoordeling uit van het presteren van de voogd.

Amendement     162

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  in speciale centra voor minderjarigen;

(c)  in speciale open centra voor minderjarigen waar rekening wordt gehouden met hun kwetsbaarheid en hun veiligheid wordt gewaarborgd;

Amendement     163

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  in andere huisvesting die geschikt is voor minderjarigen.

(d)  in andere open huisvesting die geschikt is voor minderjarigen waar rekening wordt gehouden met hun kwetsbaarheid en hun veiligheid wordt gewaarborgd.

Amendement     164

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Indien een niet-begeleide minderjarige internationale bescherming wordt verleend en er nog niet begonnen is met het opsporen van zijn gezinsleden, beginnen de bevoegde autoriteiten hen zo snel mogelijk na het verlenen van de internationale bescherming op te sporen, waarbij zij het belang van de minderjarige vooropstellen. Indien het opsporen al is gestart, wordt dat waar nodig voortgezet. In gevallen waarin gevaar bestaat voor het leven of de lichamelijke integriteit van de minderjarige of zijn naaste familieleden, met name indien zij in het land van herkomst zijn achtergebleven, moet bij het verzamelen, verwerken en verspreiden van gegevens over deze personen de vertrouwelijkheid worden gewaarborgd.

5.  Het opsporen van gezinsleden van een niet-begeleide minderjarige begint zodra de niet-begeleide minderjarige zijn verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. In gevallen waarin gevaar bestaat voor het leven of de lichamelijke integriteit van de minderjarige of zijn naaste familieleden, met name indien zij in het land van herkomst zijn achtergebleven, moet bij het verzamelen, verwerken en verspreiden van gegevens over deze personen de vertrouwelijkheid worden gewaarborgd, zodat hun veiligheid niet in gevaar wordt gebracht.

Amendement     165

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De personen en organisaties die met niet-begeleide minderjarigen werken, krijgen passende voortgezette opleiding op het gebied van de rechten en behoeften van minderjarigen en de normen inzake het vrijwaren van kinderen worden geëerbiedigd als bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures].

6.  De personen en organisaties die met niet-begeleide minderjarigen werken, krijgen passende voortgezette opleiding op het gebied van de rechten en behoeften van minderjarigen en de normen inzake het vrijwaren van kinderen worden geëerbiedigd als bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures]. Wanneer een organisatie als voogd is aangewezen, duidt zij een persoon aan die bevoegd is om ten aanzien van de niet-begeleide minderjarige de taken van voogd uit te voeren, overeenkomstig deze verordening. De voogd gaat bij de vervulling van zijn taken uit van het belang van het kind, beschikt daartoe over de nodige kwalificaties en deskundigheid en heeft geen strafblad, in het bijzonder wanneer dit betrekking heeft op strafbare feiten in verband met kinderen. De bevoegde autoriteiten controleren regelmatig of de aangewezen voogden een strafblad hebben, om mogelijke strijdigheden met hun rol te identificeren. Teneinde het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen, wordt de persoon die als voogd optreedt alleen vervangen indien nodig. Organisaties of personen waarvan de belangen met het belang van de niet-begeleide minderjarige in conflict komen of kunnen komen, worden niet als voogd aangewezen.

Amendement     166

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op andere onderdanen van derde landen die legaal op grondgebied van de lidstatenverblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden.

1.  Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent.

Amendement     167

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De nationale praktijken van spreiding van personen die internationale bescherming genieten, worden voor zover mogelijk uitgevoerd zonder discriminatie van personen die internationale bescherming genieten, en garanderen gelijke kansen wat toegang tot huisvesting betreft.

2.  De nationale praktijken van spreiding van personen die internationale bescherming genieten, worden uitgevoerd zonder discriminatie van personen die internationale bescherming genieten, en garanderen gelijke kansen wat toegang tot huisvesting betreft.

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen.

1.  Om hun integratie in de samenleving te bevorderen en te vergemakkelijken, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name inburgeringscursussen en beroepsopleiding, die kosteloos en makkelijk toegankelijk zijn en waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen.

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten bieden personen die internationale bescherming genieten daadwerkelijke toegang tot kosteloze taalcursussen, vanaf de dag waarop hun internationale bescherming wordt toegekend.

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen.

2.  De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen, op voorwaarde dat de integratiemaatregelen in kwestie makkelijk toegankelijk en kosteloos zijn en rekening houden met de bijzondere behoeften van de betrokken persoon die internationale bescherming geniet.

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten passen geen strafmaatregelen toe ten aanzien van personen die internationale bescherming genieten indien zij niet kunnen deelnemen aan integratiemaatregelen vanwege omstandigheden die zij niet kunnen beïnvloeden of vanwege de ongeschiktheid van de desbetreffende integratiemaatregelen.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 42

Schrappen

Comitéprocedure

 

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het [bij artikel 58 van Verordening (EU) XXX/XXX [Verordening inzake procedures] opgerichte comité]. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

 

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

 

3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011 in samenhang met artikel 5 van toepassing.

 

 

 

 

 

 

 

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 42 bis

 

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

 

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

 

2.  De in artikel 24 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van twee jaar met ingang van [de datum van inwerkingtreding van het basiswetgevingsbesluit]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van twee jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

 

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 24 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

 

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

 

6.  Een overeenkomstig artikel 24 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met [twee maanden] verlengd.

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid -1 (nieuw)

Richtlijn 2003/109/EG

Artikel 4 – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Artikel 4, lid 2, derde alinea, van Richtlijn 2003/109/EG komt als volgt te luiden:

 

"Voor personen aan wie internationale bescherming is verleend, wordt de periode tussen de datum van indiening van het verzoek om internationale bescherming op grond waarvan deze internationale bescherming werd verleend en de datum waarop de in artikel 26 van Verordening (EU) …/... [erkenningsverordening] bedoelde verblijfstitel werd afgegeven, in aanmerking genomen bij de berekening van de in lid 1 bedoelde periode."

Amendement     175

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1

Richtlijn 2003/109/EG

Artikel 4 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3 bis.   Wanneer een persoon die internationale bescherming geniet, wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationale recht, wordt de periode van legaal verblijf voorafgaand aan deze situatie niet in aanmerking genomen voor het berekenen van de in lid 1 bedoelde periode.

3 bis.  Wanneer een persoon die internationale bescherming geniet, wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent, en wanneer de autoriteiten van die lidstaat hebben vastgesteld dat die persoon daar woonde of verbleef zonder dat hij het recht had daar langer dan twee weken en zonder ernstige of dringende rechtvaardiging te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationale recht, wordt de periode van legaal verblijf voorafgaand aan deze situatie niet in aanmerking genomen voor het berekenen van de in lid 1 bedoelde periode, tenzij de persoon die internationale bescherming geniet aantoont dat de verplaatsing te wijten was aan omstandigheden waarover hij geen controle had.

 

De eerste alinea is niet van toepassing op niet-begeleide minderjarigen.

Amendement     176

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2

Richtlijn 2003/109/EG

Artikel 26 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] aan artikel 4, lid 3 bis, van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis."

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [30 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening] aan artikel 4, lid 3 bis, van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis."

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening is van toepassing met ingang van [zes maanden na de inwerkingtreding ervan].

Deze verordening is van toepassing met ingang van [drie maanden na de inwerkingtreding ervan].

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

De voorgestelde herziening van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) heeft als doel de migratietrends van de afgelopen paar jaar en de instroom van grote aantallen onderdanen van derde landen in de Europese Unie, van wie velen behoefte hebben aan internationale bescherming, het hoofd te bieden. Het is mogelijk dat het voorstellen van nog een herziening van het CEAS, zo kort na de goedkeuring van de laatste hervorming, niet de beste manier is om ervoor te zorgen dat het stelsel volledig in werking treedt en wortel schiet in het nationale beleid en de nationale praktijken. De hervorming van het CEAS moet echter worden aangegrepen als een gelegenheid om het gemeenschappelijk asielbeleid van de Unie, dat gebaseerd moet zijn op ware solidariteit en een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid, te verbeteren door geleidelijk over te stappen op een uniforme internationalebeschermingsstatus die in de gehele Unie geldig is, zoals vastgelegd in artikel 78, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

De rapporteur beschouwt het voorstel om de erkenningsrichtlijn om te zetten in een verordening als een kans om verder te gaan in de richting van een progressieve, positieve en opwaartse harmonisatie van de normen aan de hand waarvan wordt bepaald of personen internationale bescherming nodig hebben en over welke rechten deze personen moeten beschikken. Hoewel het stelsel onder druk staat, is het van essentieel belang de Europese asieltraditie op basis van het Verdrag van Genève te bekrachtigen en de aanvullende beschermingsmaatregelen te versterken die de Unie geleidelijk heeft ontwikkeld op basis van haar gemeenschappelijke waarden.

Tegen deze achtergrond heeft de rapporteur bijzondere aandacht besteed aan de juiste integratie van de rechtspraak van de twee Europese rechtsinstanties, in Luxemburg en Straatsburg, in de herziene wetgeving, zoals het grondrechten- en anti-discriminatieacquis. De rapporteur heeft rekening gehouden met het beleid en de praktijken die de lidstaten tot dusver hebben ontwikkeld op basis van de erkenningsrichtlijn, en heeft getracht verbeteringen aan te brengen.

De beleidskeuze van de rapporteur in dit verslag berust op de redenering van onderlinge aanpassing van de twee beschermingsstatussen en verdere harmonisatie. De huidige praktijk in de lidstaten en het begrip "bescherming" vormen geen daadwerkelijke redenen die een onderscheid tussen de twee statussen rechtvaardigen. Uit de feiten blijkt met name dat subsidiaire bescherming is gebaseerd op de ongerechtvaardigde veronderstelling dat deze bescherming tijdelijker van aard is, alsook beperkt voor wat doeltreffendheid betreft.

Daarnaast heeft de rapporteur getracht bescherming te combineren met integratie in plaats van met strafmaatregelen, om zo sociale cohesie en veiligheid op lange termijn voor iedereen te bevorderen en secundaire bewegingen te ontmoedigen. De voorgestelde amendementen worden gestuurd door algemene bezorgdheid over de toekomstige praktische werking van de verordening, waarbij moet worden voorkomen dat de overheidsinstanties van de lidstaten niet te zwaar worden belast.

De rapporteur stelt derhalve voor de voorgestelde verplichte beoordeling van de toegekende status van personen die internationale bescherming genieten te wijzigen, zowel in het geval van gewijzigde omstandigheden in het land van herkomst als op het moment van verlenging. Hoewel de rapporteur het ermee eens is dat ontwikkelingen in het land van herkomst – die op geharmoniseerde wijze door het EU-Asielagentschap worden beoordeeld – van invloed kunnen zijn op de behoefte aan bescherming, zou een systematische beoordeling een zeer arbeidsintensieve aangelegenheid zijn voor de beslissingsautoriteiten in de lidstaten. Het voortdurend en mogelijk moeten ondergaan van een dergelijke beoordeling kan bovendien de integratievooruitzichten van de begunstigde in zijn gastgemeenschap ondermijnen. De rapporteur stelt daarom voor dat de beoordeling optioneel blijft voor de lidstaten en niet wordt opgelegd als een automatisch en verplicht onderdeel van de asielstatus.

In dit verband wenst de rapporteur evenmin dat de herziene EU-wetgeving leidt tot een beperking van de duur van de verblijfstitels die momenteel door de lidstaten worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten en op hun grondgebied verblijven. Zij stelt derhalve voor de nieuwe standaard geldigheidsduur van de verblijfstitels in de EU voor zowel vluchtelingen als personen die subsidiaire bescherming genieten te wijzigen, zodat die beter op de huidige praktijk op nationaal niveau is afgestemd en de begunstigden meer rechtszekerheid verschaft. Dit heeft wederom tot doel de begunstigden aan te moedigen in hun leven te investeren en aldus een bijdrage te leveren aan hun gastgemeenschappen.

Met de amendementen ten aanzien van dit punt wordt bovendien beoogd de duur van de verblijfstitels van vluchtelingen af te stemmen op die van personen die subsidiaire bescherming genieten. De behoefte aan bescherming van personen met laatstgenoemde status is in feite niet tijdelijker; zij hebben eenvoudigweg een andere status omdat ze niet onder de wettelijke definitie en status van vluchtelingen vallen. Zij zijn dan wel geen "vluchtelingen" in de strikte zin van het woord, maar lopen eveneens grote risico's in hun land van herkomst, kunnen niet veilig terugkeren en moeten hun leven opnieuw opbouwen in een land dat hen een "toevluchtsoord" biedt. Het is derhalve net zo essentieel voor hen als voor vluchtelingen om een rechtskader ter bevordering van hun integratie tot stand te brengen. Naast de geldigheidsduur van de verblijfstitel berust een aantal door de rapporteur ingediende amendementen op deze redenering van onderlinge aanpassing van de twee beschermingsstatussen.

Bescherming tegen daden van vervolging houdt echter niet altijd in dat iemand zijn land moet verlaten. De rapporteur erkent dat er in individuele gevallen een "toevluchtsoord" kan worden gevonden in het land van herkomst, mits de vervolging of ernstige schade niet uitgaat van de staat of functionarissen die verbonden zijn met de staat. Het gaat een stap te ver de lidstaten ertoe te verplichten het alternatief van binnenlandse bescherming te onderzoeken als de beslissingsautoriteit al heeft besloten dat de verzoeker anders bescherming nodig zou hebben. Het alternatief van binnenlandse bescherming moet, in een beperkt aantal gevallen, alleen als optie en niet als verplichting voor de lidstaten worden gehandhaafd.

Tot slot beantwoorden de door de rapporteur voorgestelde amendementen aan de algemene doelstelling om ervoor te zorgen dat personen die behoefte hebben aan bescherming naar behoren worden erkend en over rechten beschikken die bevorderlijk zijn voor hun integratie, waar in de Unie zij ook verblijven. De rapporteur wenst te benadrukken dat de hervorming van het CEAS gericht is op het verbeteren van de bescherming die wordt verleend aan onderdanen van derde landen die bescherming behoeven, in overeenstemming met de EU-traditie en -waarden. De EU moet haar eigen veiligheid waarborgen, maar deze twee dingen gaan samen: de EU moet wel veilig zijn als zij een toevluchtsoord wil blijven voor mensen die conflicten en barbaarse wreedheden ontvluchten en op zoek zijn naar bescherming. Het benadrukken van sancties en mogelijk misbruik van het stelsel werkt waarschijnlijk alleen een algemeen gevoel van onveiligheid in de hand, zowel bij personen die behoefte hebben aan bescherming als bij burgers van de EU. Er dient een positieve boodschap in beide richtingen te worden uitgestuurd, zodat onderdanen van derde landen die er niet noodzakelijkerwijs voor hebben gekozen naar de EU te komen snel het gevoel kunnen krijgen dat zij deel uitmaken van een samenleving waar bescherming en veiligheid samengaan. Dit is wat de rapporteur met haar voorstellen wil bereiken.


BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst is op zuiver vrijwillige basis en onder exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld. De rapporteur heeft bij de opstelling van het ontwerpverslag informatie ontvangen van de volgende entiteiten of personen:

Entiteit en/of persoon

Save the Children

Europese Raad voor vluchtelingen en ballingen (ECRE)

Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen

Commissie Meijers

Eurocities (netwerk van grote Europese steden)

ILGA-Europe

Migration Policy Group

Jesuit Refugee Service Europe

Ajda Mihelčič, Brussel


ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (8.5.2017)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen

(COM(2016)0466 – C8-0324/2016 – 2016/0223(COD))

Rapporteur voor advies: Brando Benifei

BEKNOPTE MOTIVERING

De voorgestelde hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel heeft tot doel een duurzamer, billijker en holistisch EU-migratiebeleid vorm te geven, op basis van de beginselen van billijke verdeling van de verantwoordelijkheid en solidariteit tussen de lidstaten.

Hoewel Europa en de lidstaten zich de afgelopen jaren inspanningen hebben getroost om zowel middels wetgeving, alsook via beleid doeltreffend op de vluchtelingencrisis te reageren, functioneert het asielstelsel nog niet op alle onderdelen naar tevredenheid. Zo bestaan er met name nog verschillen bij de regels en de criteria voor het verlenen van de status van vluchteling en van subsidiaire bescherming, de erkenningspercentages tussen de lidstaten, alsook de rechten en plichten van begunstigden. De Commissie stelt voor de huidige herschikte richtlijn asielnormen in te trekken en te vervangen door een verordening, hetgeen leidt tot een groter harmonisatiepotentieel van de nieuwe gemeenschappelijke Europese instrumenten. Rapporteur is van oordeel dat de hervormingen moeten bijdragen tot het ultieme doel van het verbeteren van de bestaande situatie, in concreto het verwezenlijken van vooruitgang ten aanzien van de rechten die worden toegekend aan personen die bescherming behoeven, en niet uitsluitend een functioneel-administratieve reorganisatie of rationalisering van de regels, praktijken en procedures.

In dit verband is maatschappelijke integratie en integratie in de arbeidsmarkt voor personen die internationale bescherming genieten een must.

Rapporteur stelt in zijn ontwerpverslag dan ook amendementen voor die tot doel hebben te komen tot Europese wetgeving op basis waarvan het potentieel van die integratievooruitzichten maximaal kan worden benut. Dit betekent dat allereerst de rechten die worden toegekend aan vluchtelingen, enerzijds, en aan personen die subsidiaire bescherming genieten, anderzijds, gelijk moeten worden getrokken (zoals in een aantal lidstaten reeds het geval is), in de wetenschap dat de verschillen tussen de rechten van deze twee groepen vaak stoelen op de aanvechtbare veronderstelling dat de noodzakelijke bescherming een meer tijdelijk karakter heeft. Dit leidt niet alleen tot onnodige administratieve complexiteit, maar brengt ook de kansen op integratie van de personen in kwestie direct in gevaar, bijvoorbeeld vanwege de te korte duur van hun werk- of verblijfsvergunning - die bovendien vaak onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn - of doordat de verlenging ervan afhankelijk is van een beoordeling van de beschermingsstatus, hetgeen ook duur en onnodig is. Om dezelfde redenen stelt rapporteur voor de mogelijkheid voor de lidstaten om de sociale bijstand voor personen die subsidiaire bescherming genieten tot fundamentele prestaties te beperken, uit de tekst te schrappen.

Het voorstel van de Commissie houdt voor de lidstaten de mogelijkheid in de deelname aan integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, beroepsopleiding en andere werkgerelateerde maatregelen, voor personen die subsidiaire bescherming genieten, verplicht te stellen om hun opname in de samenleving vlotter te laten verlopen. Hoewel het klopt dat dit een nuttig instrument is om de kortetermijnuitdagingen op het vlak van integratie om te zetten in een kans voor de samenleving als geheel, moet worden verduidelijkt dat de maatregelen in kwestie kosteloos, beschikbaar en makkelijk toegankelijk moeten zijn en dat te allen tijde rekening moet worden gehouden met de rechten en waarden van personen die subsidiaire bescherming genieten. Daarnaast moet worden gewaarborgd dat het niet of slechts gedeeltelijk aan dergelijke maatregelen deelnemen nooit gevolgen heeft voor de beschermingsstatus van de betrokken personen, aangezien dit een schending van het internationaal vluchtelingenrecht vormt.

Tot slot is rapporteur het niet eens met de keuze van de Commissie om bij het vaststellen van regels voor secundaire bewegingen in te zetten op bestraffing, en vindt hij het geëigender te kiezen voor een systeem dat mensen er middels stimulansen toe aanzet te blijven in het land dat hen bescherming heeft toegekend.

AMENDEMENTEN

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier de prikkels voor bewegingen binnen de Europese Unie te reduceren en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening.

(1)  In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier personen die internationale bescherming genieten aan te moedigen in de lidstaat te blijven die hen bescherming verleent en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening.

__________________

__________________

31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9.

31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen zetten in grote mate aan tot secundaire bewegingen en ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen.

(3)  Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen, alsook het feit dat de macro-economische en arbeidsmarktsituatie sterk verschilt van de ene lidstaat tot de andere, ondermijnen de doelstelling van gestandaardiseerde opvangvoorzieningen voor alle verzoekers, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen.

Amendement     3

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd.

(5)  Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, in het bijzonder wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd.

Amendement     4

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  In het licht van het bovenstaande moet een verordening worden vastgesteld die zorgt voor meer harmonisatie in de Unie en de rechtszekerheid en transparantie bevordert.

(6)  In het licht van het bovenstaande moet een verordening worden vastgesteld die zorgt voor een snellere en meer systematische harmonisatie in de Unie en de rechtszekerheid en transparantie bevordert.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, wanneer het gaat om bewegingen die kunnen zijn veroorzaakt door eventuele verschillen tussen de nationale wettelijke maatregelen die de lidstaten hebben genomen tot omzetting van de richtlijn asielnormen die met deze verordening wordt vervangen.

(8)  De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, alsook tot de totstandbrenging van hoge beschermingsnormen in de hele Unie.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming, met inbegrip van de regels om secundaire bewegingen te ontmoedigen, zijn van overeenkomstige toepassing.

(10)  Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming zijn van overeenkomstige toepassing.

Amendement     7

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd) zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.

(11)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd), het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950, het Europees Sociaal Handvest van 1961, de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948, het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en het Protocol van 1967 daarbij. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijke waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale rechten, met inbegrip van sociale zekerheid en sociale bijstand, en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd.

(13)  Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder met betrekking tot het bevorderen van de integratie op de lange termijn van personen die internationale bescherming genieten, en om ondersteuning te bieden aan die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie moeite ondervinden met hun asielstelsel. Daartoe moet voldoende financiering beschikbaar worden gesteld aan lokale en regionale autoriteiten en internationale en maatschappelijke organisaties, onder meer door lokale en regionale autoriteiten directer en efficiënter toegang te geven tot het Fonds voor asiel, migratie en integratie en tot andere fondsen voor acties die rechtstreeks onder hun bevoegdheden vallen.

Amendement     9

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Bij de uitvoering van deze verordening moet het belang van het kind voorop staan, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. In het kader van de beoordeling van het belang van het kind moeten de autoriteiten van de lidstaten met name terdege rekening houden met het beginsel van eenheid van gezin, het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, overwegingen van veiligheid en de opvattingen van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit.

(15)  Bij de uitvoering van deze verordening moet het belang van het kind voorop staan, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. In het kader van de beoordeling van het belang van het kind moeten de autoriteiten van de lidstaten met name terdege rekening houden met het beginsel van eenheid van gezin, het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, de culturele achtergrond en de taalvaardigheden van de minderjarige, overwegingen van veiligheid en de opvattingen van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot homoseksualiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot homoseksuele personen en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten.

(29)  Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten. Bovendien mogen de bevoegde nationale autoriteiten er niet van uitgaan dat de verklaringen van de verzoeker niet geloofwaardig zijn louter omdat de verzoeker zich niet beriep op zijn seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie of geslachtskenmerken toen hij voor het eerst zijn vervolging toelichtte.

Amendement     11

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Voor het beoordelen van de ernstige schade op grond waarvan verzoekers in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming, moet onder willekeurig geweld, overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ook geweld jegens personen ongeacht hun persoonlijke omstandigheden worden verstaan.

(34)  Voor het beoordelen van de ernstige schade op grond waarvan verzoekers in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming, moet onder willekeurig geweld, overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, ook geweld jegens personen ongeacht hun persoonlijke omstandigheden worden verstaan. Factoren waarmee rekening moet worden gehouden bij het bepalen of er sprake is van willekeurig geweld, zijn bijvoorbeeld externe agressie, bezetting, buitenlandse overheersing, binnenlandse conflicten, ernstige schending van de mensenrechten of voorvallen die een ernstige verstoring van de openbare orde hebben teweeggebracht in het land van herkomst of in een deel ervan.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze verordening voor het eerst worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten of worden verlengd, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad.

(37)  De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze verordening worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 39

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37.

(39)  Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, kunnen de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37.

_________________

_________________

37 COM(2016) 271 final.

37 COM(2016) 271 final.

Amendement     14

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht.

(41)  Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familie- of medische redenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht.

Amendement     15

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te voorkomen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41.

(43)  Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te ontmoedigen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41.

_________________

_________________

41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening].

41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening].

Amendement     16

Voorstel voor een verordening

Overweging 44

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(44)  Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie tegen te gaan, moet Richtlijn 2003/109/EG betreffende langdurig ingezetenen worden gewijzigd, teneinde te bepalen dat de berekening van de periode van vijf jaar waarna personen die internationale bescherming genieten in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene, steeds opnieuw van nul moet beginnen iedere keer dat een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem internationale bescherming biedt zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante nationale recht of Unierecht.

Schrappen

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)  Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen is voor de toekenning van voordelen inzake toegang tot werk en sociale zekerheid voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist.

(47)  Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen kan voor de toekenning van voordelen inzake toegang tot werk en sociale zekerheid voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist zijn.

Amendement     18

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)  De bevoegde autoriteiten kunnen de toegang tot een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige beperken wat betreft betrekkingen die de uitoefening van openbaar gezag en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de staat of andere overheidsinstanties behelzen. Evenzo, in verband met het uitoefenen van het recht inzake gelijke behandeling, kunnen personen die internationale bescherming genieten, met betrekking tot lidmaatschap van een werknemersorganisatie en tot het uitoefenen van een specifiek beroep worden uitgesloten van deelneming aan het bestuur van publiekrechtelijke lichamen alsook van uitoefening van een publiekrechtelijke functie.

(48)  De bevoegde autoriteiten kunnen de toegang tot een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige beperken wat betreft betrekkingen die de uitoefening van openbaar gezag en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de staat of andere overheidsinstanties behelzen.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(49)  Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze verordening beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten worden bevorderd, met name op het gebied van werkgebonden onderwijsmogelijkheden en beroepsopleiding en toegang tot procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen.

(49)  Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze verordening beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten en maatregelen worden bevorderd, met name op het gebied van onderwijs en werkgebonden onderwijsmogelijkheden, beroepsopleiding en toegang tot procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 50

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(50)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten op het gebied van sociale zekerheid gelijk worden behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming biedt.

(50)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten op het gebied van sociale zekerheid volgens het non-discriminatiebeginsel en gelijk worden behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming biedt.

Amendement     21

Voorstel voor een verordening

Overweging 51

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(51)  Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Ten aanzien van personen die subsidiaire bescherming genieten, moet de lidstaten evenwel enige flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied tot fundamentele prestaties te beperken, waaronder ten minste worden verstaan minimale inkomenssteun, steun bij ziekte of zwangerschap en bij hulpverlening aan ouders, voor zover deze prestaties aan eigen onderdanen worden toegekend op grond van het nationaal recht. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen.

(51)  Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen en de integratie te vergemakkelijken van personen die internationale of subsidiaire bescherming genieten, is het aangewezen hun zonder discriminatie sociale en juridische bijstand te bieden.

Amendement     22

Voorstel voor een verordening

Overweging 52

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(52)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten toegang hebben tot gezondheidszorg, met inbegrip van lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg.

(52)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten toegang hebben tot gezondheidszorg, met inbegrip van zowel lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg als van seksuele en reproductieve gezondheidszorg.

Amendement     23

Voorstel voor een verordening

Overweging 52 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(52 bis)  Personen die internationale bescherming genieten moeten ook toegang hebben tot goederen en diensten en de levering van voor het publiek beschikbare goederen en diensten, inclusief voorlichting en advies van arbeidsbureaus.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 53

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(53)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen.

(53)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving daadwerkelijk en kosteloos toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen, op voorwaarde dat deze integratiemaatregelen makkelijk toegankelijk en kosteloos zijn. Deelname aan deze maatregelen laat de rechten en plichten uit hoofde van deze verordening onverlet en vormt nooit een reden voor toetsing, intrekking, beëindiging, weigering of niet-verlenging van de vluchtelingen- en subsidiairebeschermingsstatus. Eventuele sancties van de lidstaten uit hoofde van de nationale wetgeving wegens het niet-deelnemen aan verplichte integratiemaatregelen moeten altijd evenredig zijn.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  wanneer een aan een vluchteling afgegeven verblijfstitel voor de eerste keer wordt verlengd.

Schrappen

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  wanneer een verblijfstitel die is afgegeven aan een persoon die subsidiaire bescherming geniet, voor de eerste en de tweede keer wordt verlengd.

Schrappen

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen is voor de toekenning van voordelen inzake de toegang tot werk en sociale zekerheid de voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist.

3.  Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen kan voor de toekenning van voordelen inzake de toegang tot werk en sociale zekerheid de voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist zijn.

Amendement     28

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die lijden aan een geestesziekte en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, als na een individuele beoordeling van hun situatie wordt vastgesteld dat zij bijzondere behoeften hebben.

4.  Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die lijden aan een geestesziekte en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, als na een individuele beoordeling van hun situatie wordt vastgesteld dat zij bijzondere behoeften hebben.

Amendement     29

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht kunnen worden te begrijpen, en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie.

De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt schriftelijk verstrekt in een taal die zij begrijpen en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 29 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd.

(a)  Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die vijf jaar geldig is en die met perioden van vijf jaar kan worden verlengd.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd.

(b)  Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die vijf jaar geldig is en die met perioden van vijf jaar kan worden verlengd.

Amendement     32

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Personen die internationale bescherming genieten, genieten het recht van vrij verkeer binnen het grondgebied van de lidstaat die de internationale bescherming verleent, met inbegrip van het recht hun verblijfsplaats op dat grondgebied vrij te kiezen, onder dezelfde voorwaarden en beperkingen als die welke gelden voor andere onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden.

1.  Personen die internationale bescherming genieten, genieten het recht van vrij verkeer binnen het grondgebied van de lidstaat die de internationale bescherming verleent, met inbegrip van het recht hun verblijfsplaats op dat grondgebied vrij te kiezen, onder dezelfde voorwaarden en beperkingen als die welke gelden voor andere onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied verblijven.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  arbeidsomstandigheden, met inbegrip van salaris en ontslag, werktijden, verlof en vakantie, alsmede de voorschriften inzake veiligheid en gezondheid op het werk;

(a)  arbeidsomstandigheden, met inbegrip van salaris en ontslag, werktijden, verlof en vakantie, verlof om gezinsredenen, alsmede de voorschriften inzake veiligheid en gezondheid op het werk;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  vrijheid van vereniging en aansluiting bij of participatie in een werkgevers- of werknemersorganisatie of een andere organisatie waarvan de leden een bepaald beroep uitoefenen, met inbegrip van de door dergelijke organisaties verschafte voordelen;

(b)  vrijheid van vereniging en aansluiting bij of participatie in een werkgevers- of werknemersorganisatie of een andere organisatie waarvan de leden een bepaald beroep uitoefenen, met inbegrip van de door dergelijke organisaties verschafte rechten en voordelen;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  werkgebonden onderwijsaanbod voor volwassenen, beroepsopleiding, met inbegrip van bijscholing en praktische werkervaring op de arbeidsplaats;

(c)  onderwijs en werkgebonden onderwijsaanbod, beroepsopleiding, met inbegrip van bijscholing en praktische werkervaring op de arbeidsplaats;

Amendement     36

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  door arbeidsbureaus verleende adviesdiensten.

(d)  door arbeidsbureaus verleende advies- en follow-updiensten.

Amendement     37

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De bevoegde autoriteiten faciliteren waar nodig de volledige toegang tot de activiteiten als bedoeld in lid 2, onder c) en d).

3.  De bevoegde autoriteiten faciliteren de volledige toegang tot de activiteiten als bedoeld in lid 2, onder c) en d).

Amendement     38

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Volwassenen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben toegang tot het algemene onderwijsstelsel, voortgezette opleidingsvoorzieningen en om- en herscholing, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van derde landen die legaal in die lidstaat verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden.

2.  Volwassenen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben toegang tot het algemene onderwijsstelsel, voortgezette opleidingsvoorzieningen en om- en herscholing, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Aan de toegang tot bepaalde in de nationale wetgeving vastgestelde sociale bijstand kan de voorwaarde worden verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet, daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen.

Aan de toegang tot bepaalde in de nationale wetgeving vastgestelde sociale bijstand kan de voorwaarde worden verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet, daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen, die kosteloos, beschikbaar en makkelijk toegankelijk zijn.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken tot de meest fundamentele prestaties.

Schrappen

Amendement     41

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Personen die internationale bescherming genieten en bijzondere behoeften hebben, zoals zwangere vrouwen, gehandicapten, personen die foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld hebben ondergaan of minderjarigen die het slachtoffer zijn geweest van enige vorm van mishandeling, verwaarlozing, uitbuiting, foltering, wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of die onder een gewapend conflict hebben geleden, krijgen passende gezondheidszorg, met inbegrip van de behandeling van geestesziekten waar nodig, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement     42

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf werkdagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak.

Zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vijf dagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak.

Amendement     43

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  in andere huisvesting die geschikt is voor minderjarigen.

Schrappen

Amendement     44

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Voor zover mogelijk worden broers en zussen bij elkaar gehuisvest, rekening houdend met het belang van de betrokken minderjarige en in het bijzonder met zijn leeftijd en maturiteit. Veranderingen in de verblijfplaats van minderjarigen worden tot het strikt noodzakelijke minimum beperkt.

4.  Voor zover mogelijk worden broers en zussen bij elkaar gehuisvest, rekening houdend met het belang van de betrokken minderjarige en in het bijzonder met zijn leeftijd en maturiteit. Veranderingen in de verblijfplaats van minderjarigen worden tot het strikt noodzakelijke minimum beperkt en de plaatsing in administratieve detentie wordt vermeden.

Amendement     45

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op andere onderdanen van derde landen die legaal op grondgebied van de lidstatenverblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden.

1.  Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op onderdanen.

Amendement     46

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De nationale praktijken van spreiding van personen die internationale bescherming genieten, worden voor zover mogelijk uitgevoerd zonder discriminatie van personen die internationale bescherming genieten, en garanderen gelijke kansen wat toegang tot huisvesting betreft.

2.  De nationale praktijken van spreiding van personen die internationale bescherming genieten, worden uitgevoerd zonder discriminatie van personen die internationale bescherming genieten, en garanderen gelijke kansen wat toegang tot huisvesting betreft.

Amendement     47

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen.

1.  Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, kosteloos en laagdrempelig toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen.

2.  De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen, op voorwaarde dat de integratiemaatregelen in kwestie kosteloos en makkelijk toegankelijk zijn en rekening houden met de bijzondere behoeften van de persoon die internationale bescherming geniet. Deelname aan integratiemaatregelen laat de rechten en plichten uit hoofde van deze verordening onverlet en vormt geen reden voor toetsing, intrekking, beëindiging, weigering of niet-verlenging van de vluchtelingen- of subsidiairebeschermingsstatus en de daaraan verbonden rechten en plichten.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen

Document- en procedurenummers

COM(2016)0466 – C8-0324/2016 – 2016/0223(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

12.9.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

EMPL

12.9.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Brando Benifei

9.9.2016

Behandeling in de commissie

22.3.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

3.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

7

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, Brando Benifei, Mara Bizzotto, Vilija Blinkevičiūtė, Enrique Calvet Chambon, Ole Christensen, Lampros Fountoulis, Elena Gentile, Arne Gericke, Marian Harkin, Czesław Hoc, Danuta Jazłowiecka, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Ádám Kósa, Kostadinka Kuneva, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Javi López, Thomas Mann, Dominique Martin, Anthea McIntyre, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, Marek Plura, Sofia Ribeiro, Robert Rochefort, Maria João Rodrigues, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Romana Tomc, Yana Toom, Ulrike Trebesius, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georges Bach, Heinz K. Becker, Lynn Boylan, Rosa D’Amato, Tania González Peñas, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Tamás Meszerics, Flavio Zanonato

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Petra Kammerevert

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

41

+

ALDE

EPP

Verts/ALE

GUE/NGL

S&D

Enrique Calvet Chambon, Marian Harkin, Robert Rochefort, Yana Toom, Renate Weber

Georges Bach, Heinz K. Becker, Danuta Jazłowiecka, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Marek Plura, Sofia Ribeiro, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Romana Tomc

Jean Lambert, Tamás Meszerics, Tatjana Ždanoka

Lynn Boylan, Tania González Peñas, Rina Ronja Kari, Kostadinka Kuneva, Paloma López Bermejo

Guillaume Balas, Brando Benifei, Vilija Blinkevičiūtė, Ole Christensen, Elena Gentile, Agnes Jongerius, Petra Kammerevert, Jan Keller, Javi López, Edouard Martin, Emilian Pavel, Maria João Rodrigues, Marita Ulvskog, Flavio Zanonato

7

-

ECR

ENF

NI

Arne Gericke, Czesław Hoc, Anthea McIntyre, Ulrike Trebesius, Jana Žitňanská

Mara Bizzotto

Lampros Fountoulis

4

0

EFDD

ENF

EPP

Laura Agea

Mireille D'Ornano, Dominique Martin

Ádám Kósa

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen

Document- en procedurenummers

COM(2016)0466 – C8-0324/2016 – 2016/0223(COD)

Datum indiening bij EP

13.7.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

12.9.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

12.9.2016

EMPL

12.9.2016

JURI

12.9.2016

 

Geen advies

       Datum besluit

AFET

26.1.2017

JURI

5.9.2016

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Tanja Fajon

31.8.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

31.8.2016

9.3.2017

25.4.2017

15.6.2017

Datum goedkeuring

15.6.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

40

13

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Philipp Albrecht, Gerard Batten, Heinz K. Becker, Malin Björk, Michał Boni, Caterina Chinnici, Daniel Dalton, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Cornelia Ernst, Tanja Fajon, Laura Ferrara, Monika Flašíková Beňová, Lorenzo Fontana, Nathalie Griesbeck, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Eva Joly, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Juan Fernando López Aguilar, Barbara Matera, Roberta Metsola, Louis Michel, Claude Moraes, Alessandra Mussolini, József Nagy, Péter Niedermüller, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Harald Vilimsky, Beatrix von Storch, Josef Weidenholzer, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Vilija Blinkevičiūtė, Carlos Coelho, Ignazio Corrao, Maria Grapini, Anna Hedh, Andrejs Mamikins, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Emilian Pavel, Salvatore Domenico Pogliese, John Procter, Emil Radev, Barbara Spinelli

Datum indiening

28.6.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

40

+

ALDE

Nathalie Griesbeck, Filiz Hyusmenova, Sophia in 't Veld, Louis Michel, Maite Pagazaurtundúa Ruiz

EFDD

Ignazio Corrao, Laura Ferrara

GUE/NGL

Cornelia Ernst, Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat

PPE

Michał Boni, Carlos Coelho, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Brice Hortefeux, Barbara Matera, Roberta Metsola, Alessandra Mussolini, József Nagy, Salvatore Domenico Pogliese

S&D

Vilija Blinkevičiūtė, Caterina Chinnici, Tanja Fajon, Monika Flašíková Beňová, Maria Grapini, Anna Hedh, Dietmar Köster, Cécile Kashetu Kyenge, Juan Fernando López Aguilar, Andrejs Mamikins, Claude Moraes, Péter Niedermüller, Emilian Pavel, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer

Verts/ALE

Jan Philipp Albrecht, Eva Joly, Judith Sargentini, Bodil Valero

13

-

ECR

Branislav Škripek, Helga Stevens

EFDD

Gerard Batten, Beatrix von Storch, Kristina Winberg

ENF

Lorenzo Fontana, Harald Vilimsky, Auke Zijlstra

PPE

Heinz K. Becker, Monika Hohlmeier, Barbara Kudrycka, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský

4

0

ECR

Daniel Dalton, John Procter

GUE/NGL

Malin Björk

PPE

Emil Radev

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 10 juli 2017Juridische mededeling