Vorige 
 Volgende 
Reglement van het Europees Parlement
Zevende zittingsperiode - Maart 2011
   PDF PDF
INHOUD
ZAAKREGISTER
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER

TITEL II : WETGEVING, BEGROTING EN OVERIGE PROCEDURES
HOOFDSTUK 7 : BEGROTINGSPROCEDURES

Artikel 75 quinquies : Begrotingsbemiddeling

1.   De Voorzitter roept het bemiddelingscomité bijeen overeenkomstig artikel 314, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

2.   De delegatie die het Parlement op de vergaderingen van het bemiddelingscomité in het kader van de begrotingsprocedure vertegenwoordigt, bestaat uit eenzelfde aantal leden als de delegatie van de Raad.

3.   De leden van de delegatie worden elk jaar, vóór de stemming van het Parlement over het standpunt van de Raad, door de fracties benoemd, bij voorkeur uit de leden van de voor begrotingsaangelegenheden bevoegde commissie en van de andere betrokken commissies. De delegatie wordt voorgezeten door de Voorzitter van het Parlement. De Voorzitter kan deze taak delegeren aan een ondervoorzitter met ervaring in begrotingsaangelegenheden of aan de voorzitter van de voor begrotingsaangelegenheden bevoegde commissie.

4.   De leden 2, 4, 5, 7 en 8 van artikel 68 zijn van toepassing.

5.   Indien in het bemiddelingscomité overeenstemming wordt bereikt over een gemeenschappelijk ontwerp, wordt deze kwestie ingeschreven op de agenda van een binnen 14 dagen te houden plenaire vergadering van het Parlement, te rekenen vanaf de datum waarop overeenstemming is bereikt. Het gemeenschappelijk ontwerp wordt ter beschikking gesteld van alle leden. De leden 2 en 3 van artikel 69 zijn van toepassing.

6.   Het gemeenschappelijk ontwerp wordt als geheel bij een enkele stemming in stemming gebracht. Er wordt hoofdelijk gestemd. Het gemeenschappelijk ontwerp wordt geacht te zijn goedgekeurd, tenzij het Parlement het met een meerderheid van zijn leden afwijst.

7.   Indien het Parlement het gemeenschappelijk ontwerp goedkeurt, terwijl de Raad het afwijst, kan de bevoegde commissie alle of een aantal amendementen van het Parlement op het standpunt van de Raad overeenkomstig letter d) van artikel 314, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ter fine van bevestiging aan het Parlement voorleggen.

De stemming ter bevestiging wordt ingeschreven op de agenda van een binnen 14 dagen te houden plenaire vergadering van het Parlement, te rekenen vanaf de datum waarop de Raad mededeling heeft gedaan van zijn afwijzing van het gemeenschappelijk ontwerp.

De amendementen worden geacht te zijn bevestigd, wanneer zij door het Parlement zijn aangenomen bij meerderheid van zijn leden en met een meerderheid van drie vijfde van de uitgebrachte stemmen.

Laatst bijgewerkt op: 20 april 2011Juridische mededeling