Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Aangenomen teksten
Donderdag 6 juli 2000 - Straatsburg Definitieve uitgave
Tibet
B5-0608, 0610, 0617, 0621 en 0641/2000

Resolutie van het Europees Parlement over het project om de armoede in westelijk China terug te dringen en de toekomst van Tibet

Het Europees Parlement,

-  onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Tibet,

A.  overwegende dat vorderingen in de dialoog tussen de EU en China over de mensenrechten ontbreken,

B.  overwegende dat de Wereldbank op 7 juli 2000 een definitief besluit moet nemen over zijn steun aan het project om de armoede in westelijk China terug te dringen,

C.  overwegende dat de Chinese strijdkrachten in 1949 en 1950 Tibet zijn binnengevallen en hebben bezet,

D.  erop wijzend dat het "zeventienpuntenakkoord” dat de Tibetaanse autoriteiten in Peking onder druk hebben ondertekend, weliswaar de annexatie van Tibet door de Volksrepubliek China bekrachtigde, maar tevens borg stond voor de volledige autonomie van Tibet en in het bijzonder voor het voortbestaan van zijn politiek bestel en voor volledige eerbiediging van de godsdienstvrijheid,

E.  onder verwijzing naar de opstand van Lhassa van 10 maart 1959 tegen de bezetting door het regime in Peking, die heeft geleid tot de dood en de opsluiting van duizenden Tibetanen alsook tot de ballingschap van de Dalai Lama en tienduizenden andere Tibetanen,

F.  onder verwijzing naar de oprichting in 1965 van de "Autonome Regio Tibet” (ART) door de autoriteiten in Peking, en overwegende dat er daar sinds de bezetting van het grondgebied door China geenszins van echte autonomie sprake is,

G.  onder verwijzing naar de herhaalde pogingen om de dialoog met de autoriteiten in Peking opnieuw op gang te brengen, met name door de Dalai Lama in het "vijfpuntenplan” dat in 1987 aan het Amerikaans Congres werd voorgelegd en in het "voorstel van Straatsburg” dat in 1988 aan het Europees Parlement werd voorgelegd,

H.  verontrust over de vaststelling dat China zich geenszins bereid toont deel te nemen aan een dialoog om over de toekomst van Tibet te onderhandelen,

I.  onder verwijzing naar de toekenning van de Nobelprijs voor de vrede aan de Dalai Lama in 1989 en naar diens oproep aan de internationale gemeenschap om een vreedzame regeling voor de kwestie-Tibet te bevorderen,

J.  onder verwijzing naar de omvorming in 1992 van Tibet tot een "speciale economische zone” en naar de massale overbrenging van Chinese kolonisten naar Tibet die daarop is gevolgd en ertoe heeft geleid dat de Tibetanen in enkele jaren een minderheid in eigen land zijn geworden,

K.  overwegende dat het voorgestelde project om de armoede in westelijk China terug te dringen, tot de hernieuwde vestiging van etnische Chinezen in Tibetaans gebied kan leiden en het beleid van de Wereldbank inzake de inheemse bevolking, onvrijwillige overbrenging en het milieu kan schenden,

1.  verzoekt de Raad, de Commissie en de lidstaten alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat de regering van de Volksrepubliek China en de Dalai Lama onderhandelen over een nieuw statuut voor Tibet, dat voor de Tibetanen volledige autonomie waarborgt in alle sectoren van het politieke, economische, sociale en culturele leven, met als enige uitzonderingen het defensiebeleid en het buitenlands beleid;

2.  verzoekt de regeringen van de lidstaten in dit opzicht ernstig de mogelijkheid te onderzoeken om de Tibetaanse regering in ballingschap als wettelijke vertegenwoordiger van het Tibetaanse volk te erkennen indien de autoriteiten in Peking en de Tibetaanse regering in ballingschap binnen de drie jaar geen akkoord hebben bereikt over een nieuw statuut voor Tibet;

3.  verzoekt de Commissie en de Raad de Wereldbank onmiddellijk te vragen zijn besluit over het project om de armoede in westelijk China terug te dringen, op te schorten en na te gaan welke gevolgen dit project op het etnisch, cultureel en sociaal evenwicht van Tibet zou kunnen hebben;

4.  verzoekt de Wereldbank met klem het rapport en de aanbeveling van het inspectieteam over het project om de armoede in westelijk China terug te dringen, te publiceren vooraleer de raad van gouverneurs van de Wereldbank hierover stemt;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de regeringen en de parlementen van de kandidaatlanden, de president en de premier van de Volksrepubliek China, de Dalai Lama en de Tibetaanse regering en het Tibetaanse parlement in ballingschap.

Laatst bijgewerkt op: 4 juni 2004Juridische mededeling