Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2004/2266(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0237/2005

Ingediende teksten :

A6-0237/2005

Debatten :

PV 12/10/2005 - 20

Stemmingen :

PV 13/10/2005 - 8.5

Aangenomen teksten :

P6_TA(2005)0386

Aangenomen teksten
PDF 95kWORD 41k
Donderdag 13 oktober 2005 - Brussel Definitieve uitgave
Nieuwe uitdagingen voor het circus als onderdeel van de Europese cultuur
P6_TA(2005)0386A6-0237/2005

Resolutie van het Europees Parlement over nieuwe uitdagingen voor het circus als onderdeel van de Europese cultuur (2004/2266(INI))

Het Europees Parlement ,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 maart 1984 over onderwijs aan kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben(1) ,

–   gezien de resolutie van de Raad en de Ministers van Onderwijs, in het kader van de Raad bijeen, van 22 mei 1989 over onderwijs aan kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben(2) ,

–   gezien de resolutie van de Raad en de Ministers van Onderwijs, in het kader van de Raad bijeen, van 22 mei 1989 betreffende het onderwijs aan kinderen van zigeuners en reizigers(3) ,

–   gezien de verslagen van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de in de resoluties van 22 mei 1989 door de Raad en de Ministers van Onderwijs, in het kader van de Raad bijeen, voorgenomen maatregelen (COM(1996)0494 en COM(1996)0495),

–   gelet op Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer(4) ,

–   gelet op Richtlijn 1999/22/EG van de Raad van 29 maart 1999 betreffende het houden van wilde dieren in dierentuinen(5) ,

–   gelet op Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld(6) ,

–   gelet op Verordening (EG) nr. 1808/2001(7) van de Commissie van 30 augustus 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97,

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs (A6-0237/2005),

A.   overwegende dat de meeste culturele, onderwijspolitieke, technische en juridische aspecten van circusactiviteiten op het niveau van de lidstaten en niet op het niveau van de Gemeenschap worden geregeld,

B.   overwegende dat er over het algemeen geen speciale wetten zijn ter regeling van circusaangelegenheden, en dat het circus daarom gewoonlijk valt onder de rechtspraak op andere gebieden zoals onderwijs, amusement, infrastructuur, vervoer, technische uitrusting, artiesten, mobiliteit, openbare bijeenkomsten, brandveiligheid en dierenbescherming,

C.   overwegende dat grensoverschrijdende mobiliteit een van de hoofdkenmerken van het circus is, en dat het daarom duidelijk noodzakelijk is om de situatie van het circus vanuit een Europees perspectief te bezien en na te denken over maatregelen van de Europese Unie op dit gebied,

D.   overwegende dat de mobiliteit van circussen niet bevorderlijk is voor de scolarisatie van kinderen in reizende gemeenschappen, aangezien hiervoor een regelmatige aanwezigheid op school vereist is, en dat het tevens wenselijk is centra voor beroepsopleiding voor het circusmetier te bevorderen en te ondersteunen, vanwaar de noodzaak om Europabreed maatregelen te nemen,

E.   overwegende dat de integratie van deze kinderen en hun opneming in het Europese sociale en beroepsleven op een doeltreffende manier moeten worden gewaarborgd,

F.   overwegende dat het wenselijk is dat wordt erkend dat het klassieke circus, met inbegrip van opvoeringen met dieren, deel uitmaakt van de Europese cultuur,

Erkenning als onderdeel van de Europese cultuur

1.   verzoekt de Commissie het initiatief tot concrete stappen te nemen teneinde te komen tot de erkenning van het circus als onderdeel van de Europese cultuur;

2.   verzoekt de lidstaten die zulks nog niet hebben gedaan, het circus te erkennen als onderdeel van de Europese cultuur;

School- en beroepsopleiding

3.   verzoekt de Commissie een studie te verrichten naar de schoolopleiding van kinderen in reizende gemeenschappen, bij wijze van actualisering van de reeds aangehaalde verslagen van de Commissie van 1996 over de tenuitvoerlegging van de resolutie van de Raad van 22 mei 1989 in de lidstaten, en de resultaten daarvan binnen een jaar mee te delen aan het Europees Parlement;

4.   verzoekt de Commissie om samen met de organisaties die de ouders van deze kinderen vertegenwoordigen, mechanismen voor samenwerking tussen de lidstaten in te stellen ter waarborging en bevordering van een adequate opvoeding en opleiding voor kinderen in reizende gemeenschappen, ongeacht het land in de Gemeenschap waarin zij zich bevinden; hierbij zou het wenselijk zijn om een nieuwe resolutie van de Raad voor te bereiden, waarmee een kwalitatief hoogwaardige school- en beroepsopleiding voor kinderen, jongeren en volwassenen in reizende gemeenschappen wordt gewaarborgd, en de beroepsopleiding van de circusscholen wordt erkend en ondersteund;

5.   verzoekt de Commissie in samenwerking met de lidstaten en de organisaties die de ouders van deze kinderen vertegenwoordigen, de bevordering op zich te nemen van de opvang van de gezinnen en de dialoog met de schoolinstellingen te versterken teneinde hen bewust te maken van de noodzaak hun kinderen een schoolopleiding te doen volgen, en dat de schoolinstellingen een persoon aanwijzen die meer in het bijzonder wordt belast met deze communicatie en het gevolg dat daaraan wordt gegeven;

6.   verzoekt de Commissie om in het kader van het geïntegreerde actieprogramma op het gebied van levenslang leren kredieten uit te trekken voor de daartoe noodzakelijke maatregelen, onder andere voor pilootprojecten tot vaststelling van geschikte modellen voor de schoolopleiding van kinderen in reizende gemeenschappen; het gaat hierbij met name om:

   - de ontwikkeling en ondersteuning van E-leren en projecten voor onderwijs op afstand als onderdeel van het algehele initiatief voor onderwijs voor reizende gemeenschappen;
   - de ontwikkeling van concepten voor onderwijs in eigen beheer/onder eigen toezicht;
   - de ontwikkeling van concepten voor schoolopleiding, met name door de invoering van instrumenten voor pedagogische begeleiding;
   - de ontwikkeling van de inhoud van het vak van leraar voor de begeleiding van kinderen in reizende gemeenschappen;
   - Europabrede uitwisseling van informatie en ervaringen voor leerkrachten die reizende kinderen begeleiden;
   - invoering door de lidstaten, in samenwerking met de Commissie, van een systeem voor de regelmatige beoordeling van het scholingsniveau van kinderen in reizende gemeenschappen;
   - invoering van tijdelijke instrumenten die tot doel hebben een oplossing te bieden voor de scholingsproblemen van kinderen in reizende gemeenschappen;

7.   acht het tevens noodzakelijk om subsidiemogelijkheden te zoeken voor het inrichten van een servicepunt, dat een netwerk opbouwt voor verbindingen met alle desbetreffende instanties binnen de gehele Unie, teneinde te fungeren als contactpunt voor reizende gemeenschappen die behoefte hebben aan informatie over eisen en mogelijkheden met betrekking tot onderwijs en beroepsopleiding;

8.   verzoekt de Commissie en de lidstaten een voorlichtingscampagne ten uitvoer te leggen teneinde de kwaliteit van het onderwijs en de beroepsopleiding te waarborgen en te verzekeren dat de opleiding van kinderen in reizende gemeenschappen en hun beroepsopleiding worden gebaseerd op de maatstaven van het traditionele onderwijs- en beroepsopleidingsysteem;

Tijdelijke accomodaties (Temporary structures)

9.   verzoekt de Commissie om na overleg met de Europese circusgemeenschap voor de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN) een standaardiseringsmandaat op te stellen met het oog op het uitwerken van een alomvattende reeks van normen die relevant zijn voor mobiele circusfaciliteiten, met inbegrip van de afronding van de thans lopende werkzaamheden met betrekking tot de veiligheidsnorm voor tijdelijke accommodaties - zoals tenten - teneinde het verkeer van circussen in de lidstaten door middel van harmonisatie te vergemakkelijken en daardoor bij te dragen tot het behoud van het Europese traditionele circus en de veiligheid van het publiek;

10.   verzoekt de lidstaten de geldende eisen op een gebruikersvriendelijke manier te publiceren en die vereisten vervolgens aan te passen wanneer normen zijn vastgesteld;

Circusmedewerkers: mobiliteit, inzetten van onderdanen van derde landen

11.   verzoekt de Commissie een analyse te maken van de thans geldende systemen voor de afgifte van visa en werkvergunningen voor reizende artiesten en op basis daarvan een Europese regeling op dit gebied uit te werken; in een dergelijke Europese regeling dient:

   - rekening te worden gehouden met de moeilijkheden die tegenwoordig worden ondervonden bij het verkrijgen van visa voor de afgifte van werkvergunningen en de onzekere situatie die wat dat betreft momenteel bestaat;
   - te worden afgerekend met de thans bestaande moeilijk te vervullen voorwaarden voor artiesten met kortlopende arbeidsovereenkomsten (bijvoorbeeld de voorwaarde op grond waarvan moet worden aangetoond dat er in de Europese Unie een tekort is aan personen met gelijkwaardige kwalificaties);
   - te worden voorzien in de mogelijkheid van de afgifte van visa/verblijfsvergunningen met een korte geldigheidsduur van maximaal twaalf maanden, waarbij tegelijkertijd een eventueel denkbaar misbruik van een dergelijke mogelijkheid voor doeleinden van mensenhandel moet worden voorkomen;

12.   acht het daarbij wenselijk dat er een uniforme en begrijpelijke handleiding komt, zowel voor de artiesten als voor de desbetreffende administratieve instanties, waarin de nieuwe regels uitgelegd worden;

o
o   o

13.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB C 104 van 16.4.1984, blz. 144.
(2) PB C 153 van 21.6.1989, blz.1.
(3) PB C 153 van 21.6.1989, blz.3.
(4) PB L 61 van 3.3.1997, blz. 1.
(5) PB L 94 van 9.4.1999, blz. 24.
(6) PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1.
(7) PB L 250 van 19.9.2001, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 14 september 2007Juridische mededeling