Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2210(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0090/2008

Ingediende teksten :

A6-0090/2008

Debatten :

PV 21/04/2008 - 18
CRE 21/04/2008 - 18

Stemmingen :

PV 22/04/2008 - 5.6
CRE 22/04/2008 - 5.6
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0130

Aangenomen teksten
PDF 127kWORD 81k
Dinsdag 22 april 2008 - Straatsburg Definitieve uitgave
Orgaandonatie en -transplantatie: beleidsmaatregelen op EU-niveau
P6_TA(2008)0130A6-0090/2008

Resolutie van het Europees Parlement van 22 april 2008 over orgaandonatie en -transplantatie: beleidsmaatregelen op EU-niveau (2007/2210(INI))

Het Europees Parlement ,

–   gelet op artikel 152, lid 4, letter a), van het EG-Verdrag,

–   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over orgaandonatie en -transplantatie: beleidsmaatregelen op EU-niveau (COM(2007)0275) en het werkdocument van de diensten van de Commissie. Bijlage bij de mededeling van de Commissie: Samenvatting van de effectbeoordeling (SEC(2007)0705),

–   gezien Richtlijn 2004/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen(1) ,

–   gezien Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(2) ,

–   gezien Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie(3) ,

–   gezien Richtlijn 2001/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de toepassing van goede klinische praktijken bij de uitvoering van klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik(4) ,

–   gezien de richtsnoeren van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de transplantatie van menselijke organen,

–   gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake mensenrechten en biogeneeskunde, en het aanvullend protocol betreffende orgaan- en weefseltransplantatie van menselijke herkomst,

–   gezien het verslag van de Raad van Europa "Voorzien in het tekort aan organen - Huidige toestand en strategieën ter verbetering van orgaandonatie" (1999),

–   gezien het verslag van de Raad van Europa "Gids voor de veiligheids- en kwaliteitsborging van organen, weefsels en cellen"(5) ,

–   gelet op een document van de eerste nationale expertmeeting over orgaandonatie en -transplantatie op communautair niveau(6) , gehouden te Brussel op 13 september 2007,

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en het advies van de Commissie juridische zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0090/2008),

A.   overwegende dat de nood aan orgaantransplantatie in de Europese Unie gestaag is toegenomen in een sneller tempo dan het aantal gedoneerde organen; overwegende dat er in de EU meer dan 60 000 patiënten op de wachtlijst staan voor een transplantatie, en overwegende dat een aanzienlijk aantal patiënten overlijdt als gevolg van het chronische tekort aan organen; overwegende dat de stijging van het aantal donoren niet leidt tot kortere wachtlijsten,

B.   overwegende dat de handel in organen, de commercialisering en het transplantatietoerisme, die in strijd zijn met de menselijke waardigheid, zich snel ontwikkelen en dat er een verband is tussen het organentekort en de orgaanhandel; overwegende dat er meer gegevens over orgaanhandel nodig zijn,

C.   overwegende dat veiligheidsproblemen bij illegale commerciële orgaantransplantatie vaak worden genegeerd, wat het leven van zowel donor als ontvanger in gevaar kan brengen,

D.   overwegende dat vier lidstaten nog altijd het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad niet hebben geratificeerd, dat vijf lidstaten het aanvullende Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel ("het Protocol van Palermo") niet hebben geratificeerd en dat negen lidstaten het Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind inzake kinderhandel, kinderprostitutie en kinderpornografie niet hebben geratificeerd, en dat 17 lidstaten het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van mensenhandel niet hebben geratificeerd,

E.   overwegende dat illegale handel in organen volgens de huidige schattingen weliswaar relatief weinig voorkomt in vergelijking met andere vormen van illegale handel, maar dat illegale handel in organen en weefsels niettemin een groeiend wereldwijd probleem is dat zowel binnen de landsgrenzen als grensoverschrijdend voorkomt en vraaggericht is (er zijn naar schatting 150-250 gevallen per jaar in de EU),

F.   overwegende dat illegale handel in organen en weefsels een vorm van mensenhandel is die een ernstige schending van de fundamentele mensenrechten inhoudt, in het bijzonder van de menselijke waardigheid en lichamelijke integriteit, en het vertrouwen van de burgers in het legitieme transplantatiesysteem kan ondermijnen, wat kan leiden tot nog grotere tekorten aan vrijwillig ter beschikking gestelde organen en weefsels,

G.   overwegende dat kwaliteit, veiligheid, werkzaamheid en doorzichtigheid van essentieel belang zijn, wil de maatschappij de vruchten plukken die transplantatie als behandeling kan opleveren,

H.   overwegende dat orgaantransplantatie de enige beschikbare behandeling is voor insufficiëntie in het eindstadium van organen als de lever, de longen en het hart en de behandeling met de gunstigste kosten-batenverhouding voor nierinsufficiëntie in het eindstadium; overwegende dat orgaantransplantatie de mogelijkheid biedt levens te redden en de kwaliteit van leven te verhogen,

I.   overwegende dat er tussen en in de lidstaten grote verschillen bestaan met betrekking tot het aantal en de frequentie van transplantaties, de herkomst (d.w.z. levende of overleden donor) van organen, en zelfs met betrekking tot de kwaliteits- en minimumveiligheidseisen voor orgaandonatie en -transplantatie, terwijl ook de organisatorische benadering van transplantatie van lidstaat tot lidstaat varieert, wat resulteert in ongelijke normen binnen de EU,

J.   overwegende dat de rechtskaders verschillen in de lidstaten (waarbij sommige lidstaten een opt in- en andere een opt out-systeem hanteren) en de ervaring in de verschillende lidstaten aantoont dat de invloed van het rechtssysteem op het aantal donoren eerder beperkt is,

K.   overwegende dat het alternatief voor transplantatie vaak intensieve verzorging is, wat onaangenaam is voor de patiënt en belastend voor de gezondheidszorgstelsels en de familie en verzorgers van de patiënt,

L.   overwegende dat orgaandonatie en -transplantatie gevoelige en complexe vraagstukken zijn met niet alleen medische maar ook juridische en ethische aspecten, en voor hun ontwikkeling de volledige medewerking vereisen van het maatschappelijk middenveld,

M.   overwegende dat bij het gebruik van organen in een behandeling het risico bestaat van overdracht van infectueuze en andere ziekten,

N.   overwegende dat een aantal organen reeds tussen lidstaten wordt uitgewisseld en dat er reeds verscheidene Europese organisaties voor de uitwisseling van organen (bijv. Scandiatransplant, Eurotransplant) bestaan,

O.   overwegende dat er reeds positieve resultaten behaald zijn (bijv. met het Spaanse model, het Belgische GIFT-project, DOPKI en Alliance for Organ Donation and Transplantation (Alliance-O)) en daarmee rekening dient te worden gehouden,

P.   overwegende dat het publieke bewustzijn, concrete en positieve voorlichting en de geavanceerde opleiding en communicatievaardigheden van deskundigen een belangrijke rol spelen bij het verhogen van de bereidheid om organen te doneren,

Q.   overwegende dat in de gezondheidszorg doeltreffende maatregelen moeten worden genomen om bij chronische ziekten die tot orgaaninsufficiëntie leiden, zoals chronische nieraandoeningen, vroegtijdige diagnose en behandeling mogelijk te maken ten einde het aantal patiënten dat in de toekomst orgaan- of niertransplantaties nodig heeft, tot een minimum te beperken,

1.   verwelkomt de hoger genoemde Mededeling van de Commissie waarin een zeer welgekomen geïntegreerde, op drie pijlers gebaseerde benadering wordt voorgesteld;

Rechtsinstrument

2.   kijkt uit naar het voorstel van de Commissie voor een Richtlijn, die kwaliteits- en veiligheidseisen moet vastleggen voor het doneren, verkrijgen, testen, bewaren, vervoeren en distribueren binnen de EU en de middelen om aan deze eisen te kunnen voldoen; benadrukt echter dat het komende wetgevingskader geen bijkomende hoge administratieve last voor de lidstaten of dienstverleners met zich mag meebrengen en evenmin het gebruik van bestaande goede praktijken, noch praktijken die aangepast zijn aan de heersende voorwaarden en omstandigheden in de afzonderlijke lidstaten, in gevaar mag brengen, dan wel voorwaarden omvat die kunnen leiden tot een afname van het aantal potentiële en feitelijke donoren;

3.   wijst erop dat de nieuwe richtlijn de inspanningen van de lidstaten moet aanvullen en versterken om een actieve, doeltreffende coördinatiemethode te verwezenlijken zonder de invoering of handhaving van strengere regels in de weg te staan;

4.   benadrukt dat de Richtlijn plaats moet laten voor de vooruitgang die wordt geboekt door de medische wetenschap;

Samenwerking tussen lidstaten

5.   uit zijn bezorgdheid over het tekort aan voor transplantatie beschikbare menselijke organen om aan de vraag van de patiënten te kunnen voldoen; erkent dat vermindering van het tekort aan organen en donoren het belangrijkste vraagstuk is waarvoor de lidstaten zich geplaatst zien bij orgaantransplantatie; wijst erop dat momenteel duizenden patiënten in Europa op wachtlijsten staan en dat er sprake is van een hoog sterftecijfer onder hen;

6.   is van mening dat de toewijzing van organen gebaseerd moet zijn op de medische capaciteit van de patiënt om een orgaan te accepteren; en dat discriminatie op grond van handicaps die geen enkel verband houden met de kansen die de patiënt heeft om een orgaan te accepteren, niet mag worden geduld;

7.   wijst erop dat orgaandonatie een geschenk is; benadrukt derhalve dat, hoewel het bijzonder belangrijk is een oplossing te vinden voor het ernstige tekort aan organen in de EU, de vrije keuze om al dan niet een orgaan te doneren moet worden geëerbiedigd en ook beschermd;

8.   merkt de belangrijke verschillen op met betrekking tot de herkomst van organen (overleden of levende donoren) binnen de EU, de grote verschillen in het succes waarmee de lidstaten hun donorbestand weten te vergroten, het onderscheid tussen lidstaten op het vlak van kwaliteits- en veiligheidseisen, de uiteenlopende organisatorische benaderingen van orgaandonatie en -transplantatie en de verschillen in opleiding en scholing van medisch en paramedisch personeel; meent dat het onderscheid deels kan worden verklaard door een combinatie van economische, structurele, administratieve, culturele, ethische, godsdienstige, historische, sociale en wettelijke factoren, hoewel de beslissende factor de organisatie van het hele proces lijkt te zijn dat leidt tot donatie en transplantatie;

9.   is er bijgevolg sterk van overtuigd dat er aanzienlijke mogelijkheden zijn om vakkennis te delen tussen lidstaten, om het aantal donoren te doen stijgen en kan zorgen voor een gelijke toegang tot transplantaties binnen de EU; kijkt daarom uit naar het actieplan van de Commissie voor een betere samenwerking tussen de lidstaten om:

   de beschikbaarheid van organen te verhogen,
   de efficiëntie en toegankelijkheid van transplantatiesystemen te verbeteren,
   het publieke bewustzijn te vergroten,
   de kwaliteit en de veiligheid te waarborgen;

10.   benadrukt derhalve dat het opzetten van goed gestructureerde operationele systemen en het stimuleren van succesvolle modellen binnen de lidstaten en tussen de lidstaten onderling en eventueel op internationaal niveau, van het grootste belang zijn; stelt voor dat de operationele systemen moeten samengesteld zijn uit een adequaat wettelijk kader, alsmede technische en logistieke infrastructuur, psychologische en organisatorische ondersteuning en een passende organisatiestructuur op ziekenhuisniveau en supra-ziekenhuisniveau, met hooggekwalificeerd personeel, gekoppeld aan heldere regels voor traceerbaarheid en een eerlijke, doeltreffende en billijke toewijzing en toegang tot het transplantatiesysteem;

Beschikbaarheid van organen verhogen

11.   wijst erop dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor hun eigen wettelijk model; merkt op dat er in de EU twee modellen bestaan, die elk verschillende varianten kennen; acht het niet nodig de rechtsstelsels aan te passen of te harmoniseren; verzoekt de lidstaten om in hun wetgeving te voorzien in de mogelijkheid een wettelijke vertegenwoordiger aan te stellen die kan beslissen over donatie na het overlijden van een persoon;

12.   roept de lidstaten op het volledige potentieel van postmortale donaties te benutten; vraagt de lidstaten daarom met klem om zoveel mogelijk te investeren in de verbetering van hun organisatorische systeem door:

   medisch en paramedisch personeel te sensibiliseren, voor te lichten en op te leiden,
   ziekenhuizen financieel te steunen om "interne transplantatiecoördinatoren" (geneesheren die werken op intensivecareafdelingen en worden bijgestaan door een medisch team) te benoemen, wier taak erin bestaat actief op zoek te gaan naar mogelijke donoren en hun familie te benaderen,
   uitvoering van kwaliteitsverbeteringsprogramma's in ieder ziekenhuis of iedere cluster van ziekenhuizen over de hele EU, waar orgaandonatiepotentieel bewezen is;

13.   verzoekt de lidstaten in verband met een grotere beschikbaarheid van organen, het gebruik van "marginale" donoren (oudere donoren of donoren met bepaalde ziektes) te evalueren, waarbij kwaliteits- en veiligheidsaspecten niet uit het oog mogen worden verloren;

14.  is van mening dat transplantaties kunnen worden uitgevoerd waarbij gebruik wordt gemaakt van suboptimale organen; in dergelijke gevallen dient het transplantatieteam in overleg met de patiënt en/of zijn of haar familieleden besluiten te nemen over het gebruik van organen voor individuele patiënten op grond van een risico/batenanalyse;

15.   verzoekt de lidstaten die donatie van een levende donor toestaan, rekening te houden met kwaliteits- en veiligheidsaspecten, benadrukt echter dat levende donatie moet worden gezien als een aanvulling op postmortale donatie;

16.   beseft dat, wanneer het donorbestand wordt uitgebreid, artsen bang kunnen zijn voor een verhoogde kans op afstoting van de organen en een geleidelijke achteruitgang van het functioneren van het getransplanteerde orgaan en vraagt de Commissie en de lidstaten derhalve om ondersteuning te bieden aan methoden ter voorkoming en behandeling van orgaanafstoting, zodat artsen de 'marginale' donoren met vertrouwen kunnen gebruiken;

17.   erkent dat de biotechnologie reeds oplossingen biedt voor het risico van afstoting van getransplanteerde organen, bijvoorbeeld door behandelingen die het afstotingspercentage verkleinen, wat op zijn beurt de beschikbaarheid van organen zal vergroten door artsen in staat te stellen afstoting te behandelen of zelfs te voorkomen; ziet hierin een argument ter ondersteuning van het 'uitgebreide' donorbestand, aangezien het risico van programma's voor 'marginale' organen hierdoor wordt verkleind;

18.   verzoekt de lidstaten om vóór januari 2010 wetgevende bepalingen op te heffen die bepalen dat donororganen alleen in die lidstaat mogen worden gebruikt;

19.   vraagt de lidstaten om de nodige maatregelen te nemen op het gebied van voorlichting en opleiding, teamwerk en honoraria van transplantatiechirurgen;

20.   benadrukt het belang van de financiering van orgaanverwerving en -transplantatie in een specifieke begrotingslijn, om te voorkomen dat ziekenhuizen terughoudend worden om transplantaties uit te voeren;

21.   beklemtoont dat orgaandonaties op strikt non-commerciële basis moeten blijven plaatsvinden;

22.   steunt maatregelen die de bescherming van levende donoren, zowel vanuit medisch, psychologisch als sociaal oogpunt tot doel hebben en waarborgen dat de orgaandonatie onbaatzuchtig en vrijwillig plaatsvindt zodat geen betaling tussen donoren en ontvangers plaatsvindt, en betaling uitsluitend bedoeld is als compensatie, die strikt beperkt blijft tot vergoeding van de onkosten en ongemakken die met de donatie gepaard gaan; verzoekt de lidstaten waar de wetgever dergelijke donaties toelaat, te garanderen dat de anonimiteit van overleden en levende donoren die geen genetische of emotionele band met de ontvanger hebben, bewaard blijft, en dringt er bij de lidstaten op aan de voorwaarden te definiëren waaronder compensatie mag worden toegekend;

23.   verzoekt de lidstaten met klem strenge wettelijke voorschriften aan te nemen of te handhaven als het gaat om transplantatie van niet-verwante levende donoren, om het systeem transparant te maken en de mogelijkheid van onwettige orgaanverkoop of dwang van donoren uit te sluiten; donaties door niet-verwante levende donoren zouden dan uitsluitend mogelijk zijn volgens de in de nationale wetgeving vastgelegde voorwaarden en met toestemming van een geschikte onafhankelijke instantie;

24.   verzoekt de lidstaten met klem ervoor te zorgen dat levende donoren niet worden gediscrimineerd, in het bijzonder door verzekeringsstelsels;

25.   verzoekt de lidstaten met klem zorg te dragen voor de vergoeding van de kosten van sociale zekerheid van levende donoren;

26.   meent dat de biotechnologie in de toekomst, op voorwaarde dat de traceerbaarheid gewaarborgd is onderzoekers, wellicht de mogelijkheid biedt organen te kweken uit bestaand weefsel, ofwel van de patiënt zelf ofwel van een andere weefseldonor; verzoekt de Commissie dergelijk onderzoek te bevorderen, dat vaak wordt verricht door nieuwe, kleine of middelgrote biotechbedrijven in de EU, binnen de door de lidstaten vastgestelde culturele en ethische kaders, en in het handvest van de grondrechten en het Verdrag van de Raad van Europa inzake mensenrechten en biogeneeskunde;

27.   wijst erop dat de doeltreffendheid van behandeling met volwassen stamcellen bij verschillende celvervangingstherapieën reeds door meerdere klinische proeven op proefpersonen is aangetoond;

Efficiëntie en toegankelijkheid van transplantatiesystemen

28.   merkt op dat er geen uitgebreid systeem bestaat voor het verzamelen van gegevens over de verschillende soorten transplantaties en hun resultaat, ondanks het feit dat verscheidene lidstaten verplichte registratie van transplantatieprocedures hebben ingevoerd en er daarnaast ook enkele vrijwillige registratiesystemen bestaan; is sterk voor het opzetten van nationale registers van levende donoren, patiënten met een transplantatie en transplantatieprocedures; wijst erop dat die registers regelmatig moeten worden bijgewerkt en beklemtoont dat de vergelijkbaarheid van gegevens tussen de lidstaten onderling van belang is;

29.   verzoekt de Commissie om richtsnoeren met betrekking tot de registratie op te stellen voor de lidstaten, om ervoor te zorgen dat de geregistreerde personen bepaalde informatie verstrekken over hun medische geschiedenis en om de kwaliteit en veiligheid van de donororganen te garanderen, aangezien registratie meer betekent dan louter het inschrijven van een naam, en gevolgen inhoudt voor zowel de donor als de ontvanger;

30.   nodigt de Commissie uit de ontwikkeling te vergemakkelijken van technische en ethische kernnormen voor de beheersing van de veiligheid, kwaliteit en werkzaamheid van orgaandonatie in het kader van donatie en transplantatie, die de lidstaten als voorbeeld kunnen dienen; verzoekt de Commissie een EU-mechanisme op te zetten dat de coördinatieactiviteiten tussen de lidstaten bevordert met betrekking tot orgaandonatie en -transplantatie;

31.   meent dat de potentiële waarde van het delen van organen tussen de lidstaten wat betreft medische en technische mogelijkheden, een aanvullend voordeel is van de samenwerking tussen EU-lidstaten, wat in de mededeling van de Commissie onvoldoende wordt beklemtoond, waarbij altijd rekening dient te worden gehouden met de geografische beperkingen van dergelijke uitwisselingen en de mogelijke effecten op de levensduur van de organen; beklemtoont in dit verband de gunstige resultaten van internationale systemen; gelooft dat het delen van organen van grote waarde kan zijn, met name bij lastige transplantatieprocedures (bijvoorbeeld bij overgevoelige of zeer urgente patiënten en patiënten waarbij bijzondere omstandigheden gelden en voor wie moeilijk een geschikte donor kan worden gevonden);

32.   nodigt de Commissie en de lidstaten uit om onderzoek te doen naar alle kwesties betreffende orgaantransplantatie voor niet-EU-ingezetenen in lidstaten en om een gedragscode te ontwikkelen die regels en voorwaarden bevat voor de toewijzing aan niet-EU-ingezetenen van organen die zijn afgestaan door overleden EU-donoren;

33.   onderstreept dat een goede samenwerking tussen de zorgverleners en de verantwoordelijke autoriteiten noodzakelijk is en zorgt voor een toegevoegde waarde; verzoekt de Commissie samenwerkingsverbanden te vergemakkelijken tussen de nationale transplantatieorganisaties in de lidstaten, waarbinnen wordt samengewerkt op juridisch, ethisch en technisch niveau; erkent dat er situaties in de transplantatiegeneeskunde bestaan die niet naar behoren kunnen worden aangepakt in lidstaten met een beperkt donorbestand; gelooft dat met name kleine lidstaten aanmerkelijk kunnen profiteren van Europese samenwerking;

34.   verzoekt om invoering van een EU-wijde donorkaart, naast bestaande nationale systemen;

35.   meent dat internationale samenwerking ter bevordering van de beschikbaarheid en de veiligheid van organen wenselijk is; wijst er in dit verband op dat algemene regels met betrekking tot de beste medische praktijken, diagnosetechnieken en conservering nuttig kunnen zijn; verzoekt de lidstaten een dergelijke samenwerking actief te stimuleren en dit stelsel van algemene regels toe te passen;

Publieke bewustzijn vergroten

36.   onderstreept het belang van bewustzijnsverhoging bij het publiek aangaande orgaandonatie en -transplantatie, aangezien dat het opsporen van orgaandonoren kan vereenvoudigen en zodoende de beschikbaarheid van organen kan vergroten; doet dan ook een beroep op de Commissie, de lidstaten en het maatschappelijk middenveld orgaandonatie verder structureel te bevorderen, onder andere bij de schoolgaande jeugd; stelt in dit verband voor bekende persoonlijkheden (zoals sportlieden) in te schakelen en deze problematiek ook in onderwijspakketten aan de orde te stellen;

37.   wijst erop dat de voorlichting over orgaandonatie en -transplantatie moet worden gegeven op een transparante, onbevooroordeelde en niet-sturende manier, waarbij ook de omvang van orgaandonaties wordt besproken, bijvoorbeeld dat de donatie meerdere organen kan omvatten en dat er ook weefsel kan worden gedoneerd;

38.   onderstreept dat de vrije keuze om al of niet een orgaan te doneren het exclusieve recht van de donor is en moet worden gerespecteerd en dat orgaandonatie moet worden beschouwd als een geschenk van één mens aan een ander; wijst erop dat dit zich moet weerspiegelen in het taalgebruik, dat economische terminologie vermeden moet worden, die de indruk zou kunnen wekken dat organen kunnen worden behandeld als een handelsproduct van de interne markt;

39.   verzoekt de Commissie na te denken over de verdere ontwikkeling en uitbreiding van de bestaande Europese website over orgaandonatie(7) , alsmede die van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)(8) voor alle lidstaten in alle officiële talen van de EU, met als doel alle relevante informatie en gegevens over orgaandonatie en -transplantatie te leveren.

40.   verzoekt de Commissie en de lidstaten om promotie te voeren voor een donordag en beveelt aan acties te organiseren die de goede resultaten en het belang van transplantatie te onderstrepen;

41.   is ervan overtuigd dat een zeer doeltreffende manier om de beschikbaarheid van organen te vergroten bestaat uit het geven van meer voorlichting aan het publiek, ook op lokaal en regionaal niveau; roept de Commissie, de lidstaten en maatschappelijke organisaties, kerken en religieuze en humanistische organisaties op bij te dragen aan deze inspanning om het publieke bewustzijn te verhogen met betrekking tot de mogelijkheid van orgaandonatie, en daarbij rekening te houden met de culturele bijzonderheden van de afzonderlijke lidstaten; beklemtoont dat voor geregistreerde donoren een belangrijke rol is weggelegd bij familie en vrienden orgaandonatie te promoten en hen aan te sporen om ook donor te worden;

42.   erkent het belang van verbetering van de communicatievaardigheden van zorgverleners door, bijvoorbeeld, het ontwikkelen van voorlichtingsrichtsnoeren; beklemtoont de noodzaak van een professionele houding ten opzichte van communicatie en ondersteuning van deskundigen op dat terrein; speciale aandacht moet uitgaan naar zowel de inhoud van de boodschap als de beste manier om met de meest controversiële onderwerpen om te gaan; beklemtoont het belang van regelmatige bijeenkomsten met vertegenwoordigers van de media om de goede resultaten en het belang van transplantatie onder de aandacht te brengen;

43.   is voorstander van de oprichting van een transplantatie-"hotline" met een enkel telefoonnummer, eventueel beheerd door een nationale transplantatieorganisatie en 24 uur per dag bemand door degelijk opgeleide en ervaren deskundigen die snel nuttige en zakelijke medische en juridische voorlichting kunnen verstrekken aan alle belanghebbenden;

44.   verzoekt de Commissie onderzoek naar orgaandonatie en -transplantatie grensoverschrijdend te ondersteunen om de invloed aan te pakken van etniciteit, land van herkomst, geloof, opleidingsniveau en sociaaleconomische klasse op het besluit om organen voor donatie aan te bieden; verzoekt de Commissie en de lidstaten snel de uitkomsten van dat onderzoek te verspreiden met het oog op voorlichting van het publiek en het wegnemen van misvattingen;

Kwaliteit en veiligheid verbeteren

45.   erkent het vitale belang van kwaliteits- en veiligheidsborging van de orgaandonatie en -transplantatie; wijst erop dat dit van invloed is op het verkleinen van de transplantatierisico's en derhalve zal leiden tot vermindering van nadelige gevolgen; erkent dat acties met betrekking tot de kwaliteit en veiligheid van invloed kunnen zijn op de beschikbaarheid van organen en vice versa; verzoekt de Commissie de lidstaten te helpen bij capaciteitsopbouw voor het opstellen en ontwikkelen van nationale wetgeving en een regelgevingskader ter bevordering van kwaliteit en veiligheid, zonder dat dit de beschikbaarheid van transplantatieorganen negatief beïnvloedt;

46.   erkent dat toezicht op en evaluatie van post-donatie- en post-transplantatieresutaten dient plaats te vinden; beklemtoont dat gestreefd moet worden naar een gemeenschappelijke methode van data-analyse op grond van de beste praktijken die thans door de lidstaten worden toegepast om een maximale grensoverschrijdende vergelijkbaarheid van resultaten over de lidstaten te bereiken;

47.  47 vraagt de lidstaten om de periode waarin transplantatiepatiënten gevolgd worden te verlengen tot verscheidene jaren en bij voorkeur zelfs zo lang de patiënt leeft en/of het transplantaat functioneert;

48.   verzoekt de Commissie om binnen het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013), middelen toe te wijzen aan de bevordering van onderzoek naar betere en gevoeliger diagnosetechnieken, die vroeg en doeltreffend schadelijke ziekten, zoals hiv/aids, hepatitis en andere, aan het licht zullen brengen, aangezien het uitsluiten van allerlei nadelige factoren en agentia in de organen van de donor een belangrijk aspect vormt van orgaantransplantatie;

Orgaanhandel

49.   wijst erop dat er een verband bestaat tussen het tekort aan en de handel in organen, omdat orgaanhandel de geloofwaardigheid van het systeem voor potentiële vrijwillige en onbetaalde donoren aantast; benadrukt dat commerciële exploitatie van organen onethisch is en in strijd met de meest fundamentele menselijke waarden; legt er de nadruk op dat orgaandonatie uit financiële overwegingen de donatie van een orgaan verlaagt tot een commerciële daad die een schending is van de menselijke waardigheid en inbreuk pleegt op artikel 21 van het Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde en verboden is volgens artikel 3, lid 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

50.   roept de Commissie op voor wat betreft derde landen, de strijd aan te binden met de praktijk van orgaan- en weefselhandel die wereldwijd verboden dient te worden, alsmede met de transplantatie van organen en weefsels, afkomstig van minderjarigen, geestelijk gehandicapten en terechtgestelde gevangenen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de bewustwording van de internationale gemeenschap op dit punt te stimuleren;

51.   is van oordeel dat, om orgaanhandel te bestrijden in de armere werelddelen, er een langetermijnstrategie nodig is om een einde te maken aan de sociale ongelijkheden die aan de oorsprong liggen van dergelijke praktijken; benadrukt dat, om de verkoop van organen voor geld (vooral in ontwikkelingslanden) tegen te gaan, er traceringsmechanismen moeten worden ingevoerd, om te verhinderen dat deze organen de EU binnenkomen;

52.   verzoekt de Commissie en de lidstaten maatregelen te nemen om 'transplantatietoerisme' te voorkomen door het opstellen van richtlijnen ter bescherming van de armste en kwetsbaarste donoren zodat zij niet ten prooi vallen aan orgaanhandel, alsmede het aannemen van maatregelen die de beschikbaarheid van wettig verkregen organen vergroten, en door uitwisseling van wachtlijsten door de bestaande organisaties voor de uitwisseling van organen om inschrijving op meerdere wachtlijsten te voorkomen; verzoekt de Commissie via de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid een gemeenschappelijke aanpak te stimuleren met het doel informatie te verzamelen over de nationale wetgeving inzake orgaanhandel en de belangrijkste problemen en hun mogelijke oplossingen in kaart te brengen; wijst er met dit doel op dat er een systeem moet worden opgezet om menselijk materiaal te traceren en controleren;

53.   verzoekt de lidstaten met klem daar waar nodig hun Wetboek van Strafrecht aan te passen om ervoor te zorgen dat personen die zich schuldig maken aan illegale handel in organen op adequate wijze worden vervolgd, onder meer door de invoering van straffen voor medisch personeel dat betrokken is bij de transplantatie van door illegale handel verkregen organen, en tevens alles te doen wat in hun macht ligt om te voorkomen dat potentiële ontvangers hun toevlucht nemen tot illegaal verhandelde organen en weefsels; benadrukt dat hierbij moet worden gedacht aan het voorzien in een strafrechtelijke aansprakelijkheid voor EU-burgers die binnen of buiten de Unie organen kopen;

54.   verzoekt de lidstaten de nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gezondheidszorg betrokken raakt bij het vergemakkelijken van de handel in organen en weefsels (d.w.z. door een patiënt door te verwijzen naar een buitenlandse transplantatiedienst, die mogelijks betrokken is bij illegale handel) en om te voorkomen dat zorgverzekeraars hun medewerking verlenen aan activiteiten die direct of indirect de illegale handel in organen bevorderen, bijvoorbeeld door het vergoeden van de kosten die gemoeid zijn met illegale orgaantransplantatie;

55.   is van mening dat de lidstaten moeten toezien op de organisatie van opleidingen zijn voor hun wetshandhavingsdiensten en medisch personeel over de illegale handel in organen, om ervoor te zorgen dat elk bekend geval aan de politie wordt gemeld;

56.   verzoekt de lidstaten het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van mensenhandel en het Protocol van Palermo te ondertekenen, te ratificeren en uit te voeren als zij dat nog niet hebben gedaan;

57.   betreurt dat Europol geen studie over orgaanverkoop en orgaanhandel heeft voorgelegd, met het argument dat er geen met documenten te staven gevallen zouden zijn; verwijst naar de rapporten van de Raad van Europa en de WHO waaruit duidelijk blijkt dat orgaanhandel ook voor de EU-lidstaten een probleem is; verzoekt de Commissie en Europol het toezicht op orgaanhandel te verbeteren en de noodzakelijke conclusies te trekken;

58.   verzoekt de Commissie en de Raad het actieplan inzake mensenhandel bij te werken en hierin een actieplan voor de strijd tegen illegale handel in organen op te nemen, om nauwere samenwerking tussen de betrokken autoriteiten mogelijk te maken;

59.   is daarnaast van mening dat in het actieplan moet worden verwezen naar correcte en geverifieerde gegevens met betrekking tot hoeveelheid, type en herkomst van illegaal verhandelde organen;

o
o   o

60.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de WHO, de Raad van Europa alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 102 van 7.4.2004, blz.48.
(2) PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.
(3) PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37.
(4) PB L 121 van 1.5.2001, blz. 34.
(5) 3e editie, 2007.
(6) SANCO C6 EFZ/gsc D (2007) 360346.
(7) www.eurodonor.org (en/of www.eurocet.org)
(8) www.transplant-observatory.org

Laatst bijgewerkt op: 25 november 2008Juridische mededeling