Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2248(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0082/2009

Ingediende teksten :

A6-0082/2009

Debatten :

Stemmingen :

PV 26/03/2009 - 4.6
CRE 26/03/2009 - 4.6
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0192

Aangenomen teksten
PDF 152kWORD 78k
Donderdag 26 maart 2009 - Straatsburg Definitieve uitgave
Effecten van de uitgebreide verstedelijking in Spanje op de individuele rechten van Europese burgers, het milieu en de toepassing van Europese wetgeving
P6_TA(2009)0192A6-0082/2009

Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2009 over de effecten van de uitgebreide verstedelijking in Spanje op de individuele rechten van Europese burgers, het milieu en de toepassing van Europese wetgeving, gebaseerd op binnengekomen verzoekschriften (2008/2248(INI))

Het Europees Parlement ,

–   gezien de verzoekschriften die ontvangen werden betreffende het voorwerp van deze resolutie, en met name verzoekschrift 0609/03,

–   gelet op het in artikel 194 van het EG-Verdrag verankerde petitierecht,

–   gelet op artikel 192, lid 1, van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie verzoekschriften en het advies van de Commissie juridische zaken (A6-0082/2009),

A.   overwegende dat de verzoekschriftenprocedure de Europese burgers en ingezetenen een mogelijkheid biedt om langs buitengerechtelijke weg verhaal te halen in het geval van klachten wanneer deze onderwerpen betreffen die tot het werkterrein van de Europese Unie behoren,

B.   overwegende dat in artikel 6, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie is bepaald dat "de Unie is gegrondvest op de beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de rechten van de mens en van de rechtsstaat, welke beginselen de lidstaten gemeen hebben",

C.   overwegende dat de Unie overeenkomstig artikel 6, lid 2, van het EU-Verdrag verplicht is de grondrechten, zoals die worden gewaarborgd door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), te eerbiedigen,

D.   overwegende dat elke burger of ingezetene van een land dat het EVRM heeft ondertekend die van mening is dat zijn mensenrechten zijn geschonden, zich tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg zou moeten wenden, met dien verstande dat pas een klacht bij het Hof kan worden ingediend nadat alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput, zoals bepaald in artikel 35 van het EVRM,

E.   overwegende dat artikel 7 van het EU-Verdrag in procedures voorziet met behulp waarvan de Unie op inbreuken op de in artikel 6, lid 1, genoemde beginselen kan reageren en naar oplossingen kan zoeken,

F.   overwegende dat artikel 7 het Parlement bovendien het recht geeft de Raad een met redenen omkleed voorstel te doen om te onderzoeken of er duidelijk gevaar bestaat dat de waarden waarop de Unie is gegrondvest, door een lidstaat op ernstige wijze worden geschonden,

G.   overwegende dat artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie de bescherming garandeert van het privéleven en het familie- en gezinsleven van de burgers, met inbegrip van hun woning, en in overweging van het feit dat artikel 8 van het EVRM dezelfde rechten inhoudt en verduidelijkt dat "geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen"; overwegende dat het Parlement, de Raad en de Commissie zich ertoe hebben verplicht het Handvest bij al hun activiteiten te eerbiedigen,

H.   overwegende dat het recht op eigendom als fundamenteel recht van de burgers van de Europese Unie wordt erkend in artikel 17 van het Handvest van de grondrechten, dat bepaalt dat "eenieder het recht [heeft] de goederen die hij rechtmatig heeft verkregen in eigendom te bezitten", dat "niemand zijn eigendom [mag] worden ontnomen, behalve in het algemeen belang, in de gevallen en onder de voorwaarden waarin de wet voorziet en mits zijn verlies tijdig op billijke wijze wordt vergoed", en dat "het gebruik van de goederen kan worden geregeld bij wet voor zover het algemeen belang dit vereist",

I.   overwegende dat artikel 18 van het EG-Verdrag bepaalt dat "iedere burger van de Unie het recht [heeft] vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij dit Verdrag en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld",

J.   overwegende dat het EG-Verdrag overeenkomstig artikel 295 "de regeling van het eigendomsrecht in de lidstaten onverlet [laat]"; overwegende dat die bepaling volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie uitsluitend de bevoegdheid van lidstaten erkent om het eigendomsrecht te regelen; en overwegende dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie heeft bevestigd dat de desbetreffende bevoegdheden van de lidstaten altijd moeten worden uitgeoefend onder eerbiediging van de fundamentele beginselen van het Gemeenschapsrecht, zoals het vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal (zie het arrest van 22 juni 1976 in zaak C-119/75: Terrapin – Terranova [1976], Jurispr. blz. 1039),

K.   overwegende echter dat het Hof van Justitie steeds heeft geoordeeld dat het eigendomsrecht weliswaar deel uitmaakt van de algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht, maar dat het geen absoluut recht is en moet worden beschouwd in relatie tot de maatschappelijke functie die het vervult en dat bijgevolg de uitoefening van dit recht aan beperkingen kan worden onderworpen, mits die beperkingen daadwerkelijk beantwoorden aan de doelstellingen van algemeen belang die de Gemeenschap nastreeft en geen onevenredige en onduldbare ingreep vormen waardoor de essentie van het gewaarborgde recht wordt aangetast, (zie het arrest van 10 december 2002 in zaak C-491/01 British American Tobacco (Investments) en Imperial Tobacco [2002], Jurispr. I-11453),

L.   overwegende dat het Hof van Justitie ondanks deze jurisprudentie steeds heeft geoordeeld dat wanneer nationale bepalingen buiten het werkingsgebied van het Gemeenschapsrecht vallen, de Gemeenschap geen jurisdictie heeft voor het beoordelen van de verenigbaarheid van die bepalingen met de fundamentele rechten op de naleving waarvan het Hof toeziet (zie bijvoorbeeld het bevel van 6 oktober 2005 in de zaak C-328/04: Vajnai [2005], Jurispr. I-8577), punten 12 en 13),

M.   overwegende dat de eerste alinea van artikel 1 van het eerste aanvullende protocol bij het EVRM bepaalt dat "iedere natuurlijke of rechtspersoon recht [heeft] op het ongestoord genot van zijn eigendom", dat "aan niemand zijn eigendom [zal] worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht"; overwegende dat de tweede alinea van dat artikel bepaalt dat "(d)e voorgaande bepalingen (…) echter op geen enkele wijze het recht [zullen] aantasten dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen of boeten te verzekeren"; voorts overwegende dat op het moment van ratificatie van genoemd protocol Spanje een voorbehoud aantekende met betrekking tot artikel 1 op grond van artikel 33 van de Spaanse grondwet, dat als volgt bepaalt: "Het recht op privé-eigendom en het erfrecht worden erkend. 2. De maatschappelijke functie van deze rechten bepaalt hun reikwijdte, conform het bepaalde in de wet. 3. Aan niemand mogen zijn eigendom of rechten worden ontnomen, uitgezonderd op gerechtvaardigde gronden van publiek of maatschappelijk belang, tegen een redelijke vergoeding en overeenkomstig het bepaalde in de wet",

N.   overwegende dat het Parlement van oordeel is dat de verplichting om rechtmatig verworven privé-eigendom zonder eerlijk proces en behoorlijke compensatie over te dragen en de verplichting om willekeurige kosten te betalen voor ongevraagde en vaak onnodige ontwikkeling van de infrastructuur, een schending vormt van de fundamentele rechten van het individu op grond van het EVRM en in het licht van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de mens (zie bijvoorbeeld Aka tegen Turkije (1) ),

O.   overwegende dat de Spaanse autoriteiten in 2008 uitvoeringsinstructies hebben gegeven voor de Kustwet van 1988, die jarenlang was veronachtzaamd, met als gevolg dat in Spaanse kustgebieden uitgebreide milieuschade is ontstaan; overwegende dat zelfs de huidige instructies niet voorzien in duidelijke uitvoeringsmaatregelen voor de betrokken lokale en regionale autoriteiten; verder overwegende dat tal van ontvangen nieuwe verzoekschriften duiden op de terugwerkende inhoud van die instructies en melding maken van de willekeurige sloop van door particulieren rechtmatig verworven eigendom en de vernietiging van hun rechten op zulk eigendom, alsook van hun mogelijkheden om hun rechten op dit eigendom te overerven,

P.   overwegende dat gezien het feitelijke verloop van de demarcatielijn zich bij betrokkenen de indruk heeft versterkt dat sprake is van willekeurige vastlegging ten laste van buitenlands eigendom, bijvoorbeeld op het eiland Formentera,

Q.   overwegende dat de Kustwet particuliere onroerendgoedeigenaren onevenredig zwaar treft, wier rechten volledig in acht zouden moeten worden genomen, en tegelijkertijd degenen die werkelijk schuldig zijn aan de vernietiging van kustgebieden, doordat ze in veel gevallen verantwoordelijk zijn voor ongebreidelde bebouwing langs de kusten, onder andere in de vorm van vakantieoorden, en hadden kunnen weten dat ze steeds in strijd met de wet in kwestie handelden, juist onvoldoende door deze wet worden geraakt,

R.   overwegende dat de Commissie verzoekschriften in de loop van de huidige zittingsperiode, naar aanleiding van het zeer grote aantal verzoekschriften dat zij heeft ontvangen, uitgebreide onderzoeken heeft ingesteld, drie verslagen over de schending van de rechtmatige rechten van EU-burgers op rechtmatig verworven onroerend goed in Spanje heeft opgesteld en tevens uitvoerig uiting heeft gegeven aan zijn bezorgdheid met betrekking tot de ondermijning van een duurzame ontwikkeling, de bescherming van het milieu, de waterkwaliteit en -voorziening, procedures voor openbare aanbestedingen in verband met ruimtelijke ordeningsprojecten en gebrekkig toezicht op ruimtelijke ordeningsprocedures door vele lokale en regionale overheidsinstanties in Spanje(2) , zaken die momenteel zowel voor de Spaanse rechter als voor het Hof van Justitie aanhangig zijn,

S.   overwegende dat zowel de centrale, autonome als lokale overheden in zeer veel gevallen verantwoordelijk zijn voor het in gang zetten van een proces van niet-duurzame ontwikkeling, dat niet alleen op milieu- maar ook op maatschappelijk en economisch gebied zeer ernstige gevolgen heeft gehad,

T.   overwegende dat het Parlement tal van verzoekschriften heeft ontvangen van particulieren en van verschillende verenigingen die EU-burgers vertegenwoordigen, waarin bezwaren worden geuit met betrekking tot diverse aspecten van stadsontwikkeling; overwegende voorts dat bij veel van de in deze verzoekschriften beschreven problemen die betrekking hebben op stadsontwikkeling geen sprake is van een schending van het Gemeenschapsrecht (zie de mededelingen van de Commissie aan de lidstaten) en dat voor de oplossing daarvan bijgevolg de rechtsmiddelen van de betreffende lidstaat moeten worden uitgeput,

U.   overwegende dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat de justitiële autoriteiten in Spanje ermee zijn begonnen de problemen aan te pakken die uit de in vele kustgebieden plaatsvindende ongebreidelde bebouwing resulteren, met name door onderzoeken en strafrechtelijke procedures in te stellen tegen corrupte lokale ambtenaren die door hun handelen hebben bijgedragen tot een ongekende en ongereguleerde verstedelijking, die ten koste is gegaan van de rechten van EU-burgers en die de biodiversiteit en het milieu van vele Spaanse regio's onherstelbare schade heeft berokkend; overwegende dat het Parlement evenwel heeft geconstateerd dat de procedures naar aanleiding van deze klachten nog steeds ongehoord langzaam verlopen en dat de vonnissen in veel van deze zaken op een wijze worden gehandhaafd die voor de slachtoffers van dergelijke wanpraktijken geenszins tevredenstellend is, en overwegende dat de Spaanse justitie daarom bij veel benadeelde niet-Spaanse EU-burgers de indruk wekt van passiviteit en/of partijdigheid; overwegende dat evenwel dient te worden opgemerkt dat men zich voor het indienen van beroep in deze zaak ook tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kan wenden wanneer alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput,

V.   overwegende dat deze op brede schaal voorkomende wanpraktijken, die door onverantwoordelijke lokale en regionale autoriteiten in de hand zijn gewerkt middels gebrekkige en soms onverantwoorde wetgeving die in vele gevallen tegen de doelstellingen van verschillende Europese wetgevingsbesluiten indruist, enorm schadelijk zijn geweest voor de reputatie van Spanje en zijn bredere economische en politieke belangen in Europa, net als de lakse toepassing van vigerende stedenbouw- en milieuwetgeving in de Spaanse autonome regio's bij bepaalde stadsontwikkelingsprojecten, en het openbaar worden van enkele omvangrijke gevallen van corruptie als gevolg van dergelijke wanpraktijken,

W.   overwegende dat regionale ombudsmannen zich regelmatig, onder zeer moeilijke omstandigheden, hebben ingespannen om de rechten van EU-burgers te verdedigen in gevallen van onwettige ruimtelijke projecten, waarbij moet worden aangetekend dat in sommige autonome regio's de regionale overheden zich soms weinig aan hun inspanningen gelegen laten liggen,

X.   overwegende dat in artikel 33 van de Spaanse grondwet wordt verwezen naar de eigendomsrechten van de burgers, en in overweging van het feit dat van dit artikel verschillende interpretaties zijn gegeven, met name waar het gaat om de beschikbaarstelling van onroerend goed voor sociale doeleinden in verhouding tot het recht van de burgers op hun rechtmatig verworven huizen en woningen; overwegende dat er geen uitspraak is gedaan over de toepassing van het eigendomsrecht in de regio Valencia,

Y.   overwegende dat artikel 47 van de Spaanse grondwet bepaalt dat alle Spanjaarden recht hebben op fatsoenlijke en geschikte huisvesting en de overheid opdraagt de noodzakelijke voorwaarden te creëren en passende regels vast te stellen voor het verwezenlijken van dit recht, waarbij het gebruik van de grond moet worden geregeld overeenkomstig het algemeen belang, ter voorkoming van speculatie,

Z.   overwegende dat de nationale overheid in Spanje de plicht heeft het EG-Verdrag ten uitvoer te leggen en dat zij op de volledige toepassing van de Europese wetgeving op haar grondgebied moet toezien en deze moet waarborgen, ongeacht de in de grondwet van het Koninkrijk Spanje vastgestelde interne organisatie van de politieke autoriteiten,

AA.   overwegende dat de Commissie, krachtens de haar bij artikel 226 van het EG-Verdrag toegekende bevoegdheden, in verband met de ongebreidelde onwettige verstedelijking een procedure tegen Spanje aanhangig heeft gemaakt bij het Hof van Justitie, waarin het rechtstreeks om de tenuitvoerlegging door de autoriteiten van Valencia van de richtlijn inzake overheidsopdrachten gaat(3) ,

AB.   overwegende dat de Commissie, op verzoek van de Commissie verzoekschriften, een onderzoek heeft geopend naar meer dan 250 ruimtelijke projecten waarover door de bevoegde waterschappen en stroomgebiedautoriteiten een negatief advies is uitgebracht en die dan ook mogelijk in strijd zijn met de kaderrichtlijn Water(4) in Andalusië, Castilla-la-Mancha, Murcia en Valencia,

AC.   overwegende dat veel van deze stadsontwikkelingsprojecten niet zijn verbonden aan geconsolideerde stedelijke gebieden, en grote investeringen in basisvoorzieningen zoals elektriciteit, water en weginfrastructuur nodig zijn; overwegende voorts dat deze investeringen vaak deels met EU-middelen zijn gefinancierd,

AD.   overwegende dat de Commissie evenwel in vele gedocumenteerde gevallen van verstedelijkingsproblemen in Spanje niet krachtdadig genoeg is opgetreden, niet alleen wat betreft de handhaving van het voorzorgsbeginsel ten grondslag aan de milieuwetgeving, maar ook met het oog op haar onzorgvuldige interpretatie van besluiten van de bevoegde lokale of regionale overheden die wettelijk bindend zijn, zoals de "voorlopige goedkeuring" van een geïntegreerd ruimtelijk ontwikkelingsplan door een lokale autoriteit,

AE.   overwegende dat de strategische milieueffectbeoordelingsrichtlijn(5) , die luidens artikel 3 ervan uitdrukkelijk betrekking heeft op toerisme en ruimtelijke ordening, ten doel heeft in een hoog milieubeschermingsniveau te voorzien en bij te dragen tot de integratie van milieuoverwegingen in de voorbereiding en vaststelling van plannen en programma's, met het oog op de bevordering van duurzame ontwikkeling, en overwegende dat de kaderrichtlijn Water de lidstaten ertoe verplicht een verslechtering van de toestand van hun wateren te voorkomen en een duurzaam gebruik van hun zoetwatervoorraad te bevorderen,

AF.   overwegende dat bij de verschillende informatiebezoeken van de Commissie verzoekschriften is gebleken dat sommige lokale en regionale instanties (niet alleen in de kustgebieden) deze doelstellingen dikwijls lijken te veronachtzamen wanneer zij grootschalige ruimtelijke projecten voorstellen of goedkeuren; overwegende dat het bij de meeste ruimtelijke ordeningsplannen waartegen in verzoekschriften bezwaar werd gemaakt, om gevallen gaat waarin de bestemming van landbouwgrond wordt gewijzigd in bouwgrond – waaraan de makelaars en projectontwikkelaars grote sommen verdienen; overwegende dat er daarnaast vele gevallen zijn waarin beschermde gebieden, of gebieden die vanwege hun kwetsbare flora en fauna beschermd zouden moeten worden, van de lijst van beschermde gebieden worden geschrapt en worden herbestemd als bouwgrond of helemaal niet als beschermd gebied worden aangewezen, om een bebouwing van het betrokken gebied mogelijk te maken,

AG.   overwegende dat met dergelijke overwegingen rekening moet worden gehouden naast het feit dat duizenden EU-burgers zich bedrogen voelen omdat zij als gevolg van de plannen van de makelaars niet alleen hun rechtmatig verworven eigendom hebben verloren, maar ook gedwongen werden willekeurig vastgestelde kosten te betalen voor ongevraagde, veelal onnodige en ongegronde infrastructuurprojecten waardoor hun eigendomsrechten werden aangetast en die voor vele gezinnen op een financiële en emotionele ramp zijn uitgelopen,

AH.   overwegende dat vele duizenden EU-burgers onder uiteenlopende omstandigheden te goeder trouw onroerend goed in Spanje hebben gekocht, gesteund door lokale advocaten, planologen en architecten, om vervolgens te moeten vaststellen dat zij het slachtoffer zijn geworden van onwettige ruimtelijke projecten van gewetenloze lokale autoriteiten en dat hun eigendom als gevolg daarvan dreigt te worden afgebroken, omdat de bouw van hun huizen illegaal is verklaard en deze daarom waardeloos en onverkoopbaar zijn geworden,

AI.   overwegende dat in het Verenigd Koninkrijk en andere EU-lidstaten gevestigde makelaren en andere dienstverleners die actief zijn op de Spaanse onroerendgoedmarkt nog steeds onroerend goed in nieuwbouwprojecten verhandelen waarvan ze logischerwijs moeten weten dat er een reële mogelijkheid bestaat dat die projecten niet voltooid of gebouwd zullen worden,

AJ.   overwegende dat in de mediterrane eiland- en kustgebieden van Spanje in de afgelopen tien jaar grote verwoestingen zijn aangericht doordat deze regio's dusdanig met cement en beton zijn volgestort dat niet alleen het fragiele kustmilieu – dat althans in theorie grotendeels wordt beschermd door de habitatrichtlijn(6) , de Natura 2000- en de vogelrichtlijn(7) , zoals in Cabo de Gata (Almería) en Murcia – maar ook de sociale en culturele activiteiten in vele gebieden zijn aangetast, wat een onherstelbaar verlies van hun culturele identiteit en hun cultureel erfgoed en onherstelbare schade aan het milieu betekent, dit alles in de eerste plaats vanwege het ontbreken van bovengemeentelijke plannen of richtsnoeren voor ruimtelijke ordening die op basis van expliciete milieuduurzaamheidscriteria redelijke grenzen aan de stedelijke ontwikkeling stellen, en vanwege de hebzucht en speculatiedrang van bepaalde lokale en regionale autoriteiten alsook delen van de bouwsector, die er dankzij deze activiteiten in zijn geslaagd enorme winsten te boeken welke voor het merendeel naar het buitenland zijn verdwenen(8) ,

AK.   overwegende dat dit groeimodel ook negatieve gevolgen heeft voor de toeristenindustrie, omdat het de waarden van het gebied aantast en ongebreidelde bebouwing bevordert en daardoor met name slecht is voor kwaliteitstoerisme,

AL.   overwegende dat het gaat om een model dat is gebaseerd op de plundering van cultuurgoederen, en dat door de verwoesting van archeologische vindplaatsen, gebouwen en andere plaatsen van cultureel belang, alsook van het omringende milieu en landschap, fundamentele waarden en karaktertrekken van de Spaanse culturele diversiteit aantast,

AM.   overwegende dat de bouwsector, die tijdens de jaren van snelle economische expansie zijn winsten voortdurend zag toenemen, een van de eerste slachtoffers is geworden van de huidige ineenstorting van de financiële markten, die op haar beurt mede het gevolg is van speculatie op de huizenmarkt, en overwegende dat hiervan niet alleen de met faillissement bedreigde ondernemingen zelf, maar ook tienduizenden werknemers in de bouw de dupe zijn, die nu werkloos dreigen te worden vanwege het niet-duurzame ruimtelijk ordeningsbeleid waarvan zij nu ook het slachtoffer zijn geworden,

1.   roept de regering van Spanje en de betrokken regio's op een grondige herziening uit te voeren en alle wetgeving te wijzigen die de rechten van individuele eigenaren van onroerend goed aantasten, teneinde een eind te maken aan de schending van rechten en plichten die zijn verankerd in het EG-Verdrag, het Handvest van de grondrechten, het EVRM en de relevante EU-richtlijnen alsmede in andere verdragen waarbij de EU partij is;

2.   roept de Spaanse autoriteiten op alle rechtsfiguren af te schaffen die speculatie bevorderen, zoals de nieuwbouwmakelaar;

3.   is van mening dat de bevoegde regionale autoriteiten alle nieuwe ruimtelijke projecten die niet geheel voldoen aan de strenge eisen van ecologische duurzaamheid en sociale verantwoordelijkheid en waarbij de eerbiediging van de wettige eigendom van rechtmatig verworven onroerend goed niet is gewaarborgd, zouden moeten stopzetten en tegen het licht houden, en verzoekt hen alle bestaande ontwikkelingsprojecten te beëindigen en te annuleren waarbij bepalingen van het Gemeenschapsrecht, met name met betrekking tot de gunning van contracten voor ontwikkelingsprojecten en de nakoming van voorschriften inzake water en milieu, niet zijn nageleefd of toegepast;

4.   verzoekt de Spaanse autoriteiten ervoor te zorgen dat een bestuursmaatregel die een burger verplicht tot het afstaan van rechtmatig verworven privé-eigendom haar rechtsgeldigheid niet kan ontlenen aan een wet die is aangenomen na de bouwdatum van dat eigendom, aangezien dit zowel een inbreuk zou betekenen op het beginsel dat een bestuursmaatregel niet met terugwerkende kracht kan worden toegepast, hetgeen een algemeen beginsel van Gemeenschapsrecht is (zie het arrest van het Hof van Justitie van 29 januari 1985 in zaak 234/83, Gesamthochschule Duisburg [1985], Jurispr. 327) als op de garanties voor rechtszekerheid, rechtsvertrouwen en gerechtvaardigde verwachtingen van rechtsbescherming die het EU-recht burgers biedt;

5.   roept de Spaanse autoriteiten op een transparante informatiecultuur te ontwikkelen waarbij burgers openheid van zaken wordt gegeven over het grondbeheer, en effectieve informatie- en inspraakmechanismen te stimuleren;

6.   verzoekt de Spaanse regering met klem een openbaar debat te initiëren waaraan alle overheidsorganen deelnemen, voorafgegaan door een nauwgezette studie door een speciale arbeidscommissie over de stedelijke ontwikkeling in Spanje op basis waarvan wettelijke maatregelen tegen speculatie en niet-duurzame ontwikkeling kunnen worden genomen;

7.   dringt er bij de bevoegde nationale en regionale autoriteiten op aan goed functionerende justitiële en bestuurlijke mechanismen in te voeren, in samenwerking met de regionale ombudsmannen, die worden gemachtigd om middelen te verschaffen die het voor slachtoffers van onrechtmatige ruimtelijke projecten die de dupe zijn geworden van toepassing van bestaande wetgeving, gemakkelijker maken om naar de rechter te stappen voor verhaal en schadeloosstelling;

8.   verzoekt de bevoegde financiële en commerciële instellingen die bij de bouwsector en de ruimtelijke ontwikkeling betrokken zijn, actief samen te werken met de politieke autoriteiten om te proberen oplossingen met betrekking tot de uit omvangrijke ruimtelijke projecten voortvloeiende problemen te vinden waardoor talloze EU-burgers die gebruik hebben gemaakt van de bepalingen van het EG-Verdrag en het in artikel 44 vervatte recht uitoefenen zich in een andere lidstaat te vestigen dan hun herkomstland, zijn getroffen;

9.   verzoekt de bevoegde nationale, regionale en lokale autoriteiten met klem om te zorgen voor een eerlijke schikking van de vele lopende zaken van EU-burgers die zijn benadeeld door het niet voltooien van hun huizen als gevolg van slechte planning en coördinatie tussen overheidsinstellingen en bouwondernemingen;

10.   wijst erop dat wanneer de benadeelde partijen er niet in slagen om via de Spaanse rechter schadeloosstelling te krijgen, ze in beroep zullen moeten gaan bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, aangezien de veronderstelde schendingen van het fundamentele recht op eigendom niet onder de jurisdictie van het Europees Hof van Justitie vallen;

11.   roept de EU-instellingen op om, indien de Spaanse autoriteiten daarom verzoeken, adviezen te geven en bijstand te verlenen teneinde hen van de nodige middelen te voorzien om de rampzalige gevolgen van grootscheepse ruimtelijke projecten voor het leven van de burgers binnen een zo kort mogelijk, maar redelijk tijdsbestek ongedaan te maken;

12.   verzoekt de Commissie tezelfdertijd om een strikte naleving van het Gemeenschapsrecht en de doelstellingen van de in deze resolutie genoemde richtlijnen te waarborgen, opdat de naleving daarvan wordt verzekerd;

13.   geeft uiting aan zijn grote bezorgdheid en ontzetting over het feit dat de gerechtelijke en justitiële autoriteiten problemen hebben ondervonden bij het aanpakken van de gevolgen van de grootscheepse ruimtelijke projecten voor het leven van burgers, zoals is gebleken uit de duizenden klachten die het Parlement en zijn in deze bevoegde commissie over deze kwestie hebben ontvangen;

14.   acht het verontrustend dat onder een groot deel van de indieners weinig vertrouwen lijkt te bestaan in het Spaanse gerechtelijk apparaat als een effectief middel om zijn recht te halen;

15.   uit zijn bezorgdheid over de onjuiste omzetting van de witwasrichtlijnen(9) , die nu onderwerp zijn van een inbreukprocedure, hetgeen negatieve gevolgen heeft gehad voor de transparantie en rechtsvervolging van de illegale verspreiding van financieel kapitaal, waaronder investeringen in bepaalde grote stadsontwikkelingsprojecten;

16.   is van mening dat personen die in Spanje te goeder trouw onroerend goed hebben gekocht om vervolgens te ontdekken dat deze transactie illegaal was, recht hebben op een passende vergoeding via de Spaanse rechter;

17.   is van mening dat particulieren die onroerend goed in Spanje hebben gekocht terwijl ze wisten dat het hoogstwaarschijnlijk om een illegale transactie ging, kunnen worden verplicht de kosten te dragen van het risico dat ze willens en wetens hebben genomen, hetgeen des te meer geldt voor personen die beroepshalve op dit terrein actief zijn; is dan ook van oordeel dat projectontwikkelaars die contracten zijn aangegaan waarvan ze de onrechtmatige karakter hadden kunnen kennen, geen recht op vergoeding zouden moeten hebben voor het niet doorgaan van plannen wegens onverenigbaarheid met nationaal of Europees recht, noch automatisch recht op restitutie van reeds aan gemeenten betaalde bedragen wanneer die betalingen zijn gedaan in het kader van een contract waarvan men wist dat het hoogstwaarschijnlijk illegaal was;

18.   is evenwel van mening dat het gebrek aan duidelijkheid, precisie en zekerheid met betrekking tot eigendomsrechten in de bestaande wetgeving en het gebrek aan een juiste en consequente toepassing van de milieuwetgeving de diepere oorzaak vormen van vele problemen in verband met de ruimtelijke ontwikkeling en dat dit, in combinatie met een zekere nalatigheid bij de justitiële autoriteiten, het probleem niet alleen heeft verergerd maar ook een endemische vorm van corruptie heeft doen ontstaan waarvan voornamelijk weer de EU-burgers het slachtoffer zijn, maar die ook de Spaanse staat op aanzienlijke verliezen is komen te staan;

19.   steunt de conclusies van "Síndica de Greuges" (de ombudsman van de autonome regio Valencia), een vooraanstaande instelling als het gaat om het verdedigen van de grondrechten van burgers, die heeft verklaard dat mogelijk inbreuk is gepleegd op de rechten van de eigenaren, hetzij door onderwaardering van hun eigendom door de nieuwbouwmakelaar, of doordat ze vaak buitensporige lasten moesten dragen die hen eenzijdig door hem werden opgelegd;

20.   acht het noodzakelijk dat burgers vanaf de start van een stadsontwikkelingsproject toegang tot informatie en inspraak hebben, waarbij op een duidelijke, eenvoudige en begrijpelijke wijze milieu-informatie moet worden verstrekt;

21.   is voorts van mening dat noch in de vigerende stedenbouwwetgeving noch door de bevoegde autoriteiten een duidelijk afgebakende definitie is gegeven van "algemeen belang", waardoor met een beroep op het "algemeen belang" projecten zijn goedgekeurd die uit milieuoogpunt niet duurzaam zijn en in sommige gevallen negatieve milieueffectbeoordelingen en -rapporten van de respectieve "Confederaciónes Hidrográficas" ter zijde zijn gelegd;

22.   waardeert en ondersteunt de inspanningen van de Spaanse autoriteiten voor het beschermen van het kustmilieu en om waar mogelijk voorwaarden te creëren voor het herstel van de biodiversiteit en de regeneratie van inheemse flora en fauna; verzoekt de autoriteiten in deze specifieke context om een dringende herziening van de Kustwet om de rechten te beschermen van rechtmatige huiseigenaren en personen die eigenaar zijn van kleine percelen in kustgebieden die geen negatief effect op het kustmilieu hebben; benadrukt dat een dergelijke bescherming niet mag worden geboden aan speculatieve nieuwbouw waarmee de Europese milieurichtlijnen worden overtreden; verbindt zich ertoe de verzoekschriften die over dit onderwerp zijn ontvangen te beoordelen in het licht van de reacties van de bevoegde Spaanse autoriteiten;

23.   toont zich verontrust over de situatie met betrekking tot stadsplanning in de Andalusische gemeente Marbella, waar tienduizenden illegaal gebouwde woningen – die waarschijnlijk zijn gebouwd in strijd met de EU-wetgeving inzake milieubescherming, inspraak van het publiek, waterbeheer en overheidsopdrachten – elk moment kunnen worden gelegaliseerd via een nieuw algemeen stadsplan, zonder rechtszekerheid en -waarborgen voor huizenkopers, onroerendgoedeigenaren en burgers in het algemeen;

24.   spreekt zijn waardering en volledige steun uit voor de activiteiten van de regionale ombudsmannen ("síndics de greuges") en hun medewerkers en van de meer toegewijde openbare aanklagers ("fiscales"), die zich aanzienlijk hebben ingespannen om bij de betrokken instellingen ten aanzien van deze kwesties de correcte procedures te herstellen;

25.   prijst tevens de activiteiten van de indieners van de verzoekschriften, hun medestrijders en lokale gemeenschapsorganisaties, waarbij tienduizenden Spaanse en niet-Spaanse burgers zijn aangesloten, die deze kwesties onder de aandacht van het Parlement hebben gebracht en behulpzaam zijn geweest bij de bescherming van de fundamentele rechten van hun buren en van al diegenen die door dit complexe probleem zijn getroffen;

26.   herinnert eraan dat de milieueffectbeoordelingsrichtlijn(10) en de strategische milieueffectbeoordelingsrichtlijn(11) bepalen dat het publiek bij de opstelling van ontwikkelingsplannen moet worden geraadpleegd en niet – zoals dit in vele gevallen is gebeurd waarvan de Commissie verzoekschriften bij het Parlement op de hoogte is gesteld – pas nadat de plannen reeds de facto zijn goedgekeurd door de lokale instanties; herinnert er in dit verband ook aan dat bij elke substantiële wijziging van bestaande plannen dezelfde procedure moet worden gevolgd en dat die plannen actueel moeten zijn, geen onjuiste gegevens mogen bevatten en niet verouderd mogen zijn;

27.   herinnert er eveneens aan dat de Commissie krachtens artikel 91 van Verordening (EG) nr. 1083/2006(12) bevoegd is de betaling van middelen uit de structuurfondsen aan de betrokken lidstaat of regio uit te stellen en deze krachtens artikel 92 kan schorsen en in verband met specifieke gefinancierde projecten corrigerende maatregelen kan treffen indien zij niet volledig blijken te voldoen aan de regels voor de toepassing van de relevante EU-wetgeving;

28.   herinnert er tevens aan dat het Parlement als begrotingsautoriteit kan besluiten om voor het cohesiebeleid uitgetrokken middelen in de reserve te plaatsen indien het dit noodzakelijk acht om een lidstaat aan te sporen een eind te maken aan ernstige schendingen van de regels en beginselen die hij ofwel uit hoofde van het Verdrag of als gevolg van de tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving moet eerbiedigen, en wel totdat het probleem in kwestie is opgelost;

29.   herhaalt de in zijn vorige resoluties geformuleerde conclusies door vraagtekens te zetten bij de methoden voor het aanstellen van makelaars en het in de praktijk verlenen van vaak buitensporige bevoegdheden aan stedenbouwkundigen en projectontwikkelaars door bepaalde plaatselijke autoriteiten, ten nadele van plaatselijke gemeenschappen en de burgers wier huizen zich in het betreffende gebied bevinden;

30.   doet nogmaals een oproep aan de plaatselijke autoriteiten de burgers te raadplegen en hen te betrekken bij ruimtelijke projecten ten einde waar nodig een eerlijke, transparante en duurzame ruimtelijke ontwikkeling te bevorderen, in het belang van plaatselijke gemeenschappen, en niet uitsluitend in het belang van projectontwikkelaars, makelaars en andere gevestigde belangen;

31.   verzoekt de op het terrein van stadsontwikkeling bevoegde autoriteiten om uitbreiding van de inspraakprocedures, met bevestiging van ontvangst, tot eigenaren waarvan het onroerend goed op een terrein ligt waarvan de bestemming is gewijzigd; stelt de gemeenten voor bedoelde eigenaren tijdens de beroepsprocedure voor het besluit inzake het betreffende ruimtelijke-ordenings- of herbestemmingsplan rechtstreeks en persoonlijk uit te nodigen;

32.   spreekt zijn krachtige veroordeling uit over de onrechtmatige praktijken van bepaalde projectontwikkelaars om met drogredenen het bezit van rechtmatig verkregen onroerend goed van EU-burgers te ondermijnen door zich te mengen in de bestemmingsplannen en kadasters, en verzoekt de betreffende plaatselijke autoriteiten om tegen deze praktijken de juiste wettelijke voorzorgsmaatregelen te treffen;

33.   hamert erop dat de betaling van schadevergoedingen voor verlies van eigendom dient te geschieden in de juiste financiële verhoudingen conform de wet en de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie en het Europees Hof voor de rechten van de mens;

34.   roept in herinnering dat ingevolge de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt(13) , alle lidstaten gehouden zijn consumenten die het slachtoffer zijn geworden van dergelijke praktijken toegang te geven tot de rechter en de mogelijkheid te bieden tot het vorderen van schadevergoeding, en om te voorzien in passende sancties voor zulke praktijken;

35.   roept de Commissie nogmaals op een voorlichtingscampagne te starten voor EU-burgers die onroerend goed kopen in een andere dan hun eigen lidstaat;

36.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, de regering en het parlement van het Koninkrijk Spanje en de autonome regionale regeringen en parlementen, de nationale en de regionale ombudsmannen van Spanje, alsmede de indieners van de verzoekschriften.

(1) Arrest van 23 september 1998; zie ook de resolutie van het Europees Parlement van 21 juni 2007 over de resultaten van de onderzoeksmissie naar de regio's Andalusië, Valencia en Madrid namens de Commissie verzoekschriften (PB C 146 E van 12.6.2008, blz. 340).
(2) Zie de voornoemde resolutie van 21 juni 2007 en de resolutie van 13 december 2005 over de beschuldigingen van misbruik van de wet inzake het grondbezit in de provincie Valencia of van de Ley Reguladora de la Actividad Urbanística (LRAU – wet op de reglementering van ruimtelijke projecten) en de gevolgen ervan voor de Europese burger (verzoekschriften 609/2003, 732/2003, 985/2002, 1112/2002, 107/2004 en andere) (PB C 286 E van 23.11.2006, blz. 225).
(3) Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114).
(4) Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).
(5) Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's (PB L 197 van 21.7.2001, blz. 30).
(6) Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).
(7) Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 103 van 25.4.1979, blz. 1).
(8) Zie de recente berichten van de Centrale Bank van Spanje, Greenpeace en Transparency International.
(9) Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15); Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de definitie van politiek prominente personen en wat betreft de technische criteria voor vereenvoudigde klantenonderzoeksprocedures en voor vrijstellingen op grond van occasionele of zeer beperkte financiële activiteiten (PB L 214 van 4.8.2006, blz. 29).
(10) Richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175 van 5.7.1985, blz. 40).
(11) Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's (PB L 197 van 21.7.2001, blz. 30).
(12) Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25).
(13) Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt (PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22).

Laatst bijgewerkt op: 9 december 2009Juridische mededeling