Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Aangenomen teksten
WORD 41k
Woensdag 5 mei 2010 - Brussel Definitieve uitgave
Verbod op het gebruik van cyanide in de mijnbouw
P7_TA(2010)0145B7-0238, 0239, 0240 en 0241/2010

Resolutie van het Europees Parlement van 5 mei 2010 over een algeheel verbod op het gebruik van cyanide in de mijnbouw in de Europese Unie

Het Europees Parlement ,

–   gelet op artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het voorzorgbeginsel zoals vastgelegd in de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling, alsmede in het Verdrag inzake biologische diversiteit, aangenomen in juni 1992 te Rio de Janeiro,

–   gezien de milieudoelstellingen van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (kaderrichtlijn inzake water),

–   gelet op Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën, waarin het gebruik van cyanide in de mijnbouw wordt toegestaan en maximaal toegestane cyanideniveaus worden vastgesteld,

–   gelet op Richtlijn 2003/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2003 tot wijziging van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (Seveso II) betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, waarin wordt gesteld dat „bepaalde opslag- en verwerkingsactiviteiten in de mijnbouw […] zeer ernstige gevolgen kunnen hebben”,

–   gelet op Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid, waarin wordt bepaald dat lidstaten kunnen besluiten de kosten van milieuschade niet op de producent te verhalen indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan,

–   gezien het programma van de Spaanse, Belgische en Hongaarse voorzitterschappen, met een duur van 18 maanden, waarin een aantal prioriteiten op het gebied van waterbeleid en biodiversiteit zijn vastgesteld,

–   gezien de wijziging van de Wet op de mijnbouw nr. 44/1988 die de Tsjechische Republiek in 2000 heeft doorgevoerd om tot een algeheel verbod op het gebruik van cyanide te komen, alsmede de wijziging van de Hongaarse Wet op de mijnbouw nr. 48/1993 in 2009, waarbij een verbod op het gebruik van cyanide in de mijnbouw op Hongaars grondgebied werd vastgelegd, en het Duitse besluit van 2002 waarbij cyanide als loogmiddel in de mijnbouw werd verboden,

–   gelet op artikel 115, lid 5, van zijn Reglement,

A.   overwegende dat de Verenigde Naties 2010 hebben uitgeroepen tot Internationaal Jaar van de biologische diversiteit, en dat de wereld in dat kader wordt opgeroepen maatregelen te treffen om de verscheidenheid van het leven op aarde in stand te houden,

B.   overwegende dat cyanide een uiterst giftige chemische stof is die wordt gebruikt in goudmijnen, is opgenomen op de lijst van de belangrijkste verontreinigende stoffen in bijlage VIII bij de kaderrichtlijn inzake water, en rampzalige en onomkeerbare gevolgen kan hebben voor de menselijke gezondheid en het milieu, en daarmee voor de biodiversiteit,

C.   overwegende dat de ministers van Milieubeheer van de Visegradlanden (Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië) in hun gezamenlijke verklaring over duurzame mijnbouw (in het kader van hun 14de bijeenkomst op 25 mei 2007 in de Tsjechische hoofdstad Praag) uiting hebben gegeven aan hun bezorgdheid over de gevaarlijke technologieën die worden gebruikt en zullen worden gebruikt bij mijnbouwactiviteiten op verschillende locaties in de regio, met als gevolg ernstige milieurisico's met mogelijkerwijs grensoverschrijdende effecten,

D.   overwegende dat in het kader van het Verdrag van Sofia inzake samenwerking voor de bescherming en het duurzaam gebruik van de Donau de verdragsluitende partijen zijn overeengekomen dat cyanide naast zijn status als een prioritaire gevaarlijke stof in de kaderrichtlijn inzake water, ook als relevante gevaarlijke stof moet worden aangemerkt,

E.   overwegende dat zich de afgelopen 25 jaar wereldwijd meer dan 30 grote ongelukken hebben voorgedaan waarbij cyanide is weggelekt, waarvan het zwaarste tien jaar geleden plaatsvond, toen meer dan 100 000 m3 met cyanide verontreinigd water wegstroomde uit een reservoir bij een goudmijn en terechtkwam in het rivierenstelsel Tisza-Donau, hetgeen de tot dan toe grootste milieuramp in de geschiedenis van Midden-Europa tot gevolg had, en overwegende dat geen echte garantie bestaat dat dergelijke ongelukken niet meer zullen gebeuren, vooral gezien de steeds vaker voorkomende extreme weersomstandigheden, waaronder zware en frequente regenval, zoals voorspeld in het vierde evaluatierapport van het Intergouvernementele Panel over klimaatverandering,

F.   overwegende dat verschillende lidstaten van de EU nog altijd nieuwe projecten overwegen voor grootschalige dagbouwgoudmijnen met gebruik van technologieën op basis van cyanide in dichtbevolkte gebieden, hetgeen nog meer risico's met zich meebrengt voor de menselijke gezondheid en het milieu,

G.   overwegende dat de lidstaten op grond van de kaderrichtlijn inzake water verplicht zijn de „goede toestand” van waterbronnen te bereiken en te behouden, alsmede de vervuiling ervan met gevaarlijke stoffen te voorkomen; overwegende dat de goede toestand ook afhankelijk kan zijn van de waterkwaliteit stroomopwaarts in buurlanden waar cyanide in de mijnbouw wordt gebruikt,

H.   overwegende dat de grensoverschrijdende effecten van ongelukken met cyanide, met name de vervuiling van grote stroomgebieden en grondwatervoorraden, duidelijk maken dat een aanpak op EU-niveau van het ernstige gevaar van mijnbouw met cyanide voor het milieu nodig is,

I.   overwegende dat prudentiële regels en behoorlijke financiële garanties nog steeds ontbreken en dat de toepassing van de bestaande wetgeving inzake cyanidegebruik in de mijnbouw ook afhangt van de bekwaamheid van de uitvoerende macht in elke lidstaat, zodat het slechts een kwestie van tijd is voordat menselijke onachtzaamheid tot een ongeluk leidt,

J.   overwegende dat de richtlijn betreffende mijnbouwafval in sommige lidstaten nog niet volledig wordt toegepast,

K.   overwegende dat mijnbouw met cyanide weinig banen oplevert en dat slechts voor een periode van acht tot zestien jaar, maar wel het risico met zich meebrengt van enorme grensoverschrijdende milieuschade die gewoonlijk niet wordt vergoed door de aansprakelijke exploiterende bedrijven, die doorgaans verdwijnen of failliet gaan, maar door de staat, d.w.z. de belastingbetalers,

L.   overwegende dat de exploiterende bedrijven geen langetermijnverzekering hebben om de kosten te dekken in geval van een ongeluk of bedrijfsstoring in de toekomst,

M.   overwegende dat er een ton laagwaardig erts moet worden gewonnen om twee gram goud te produceren, met als gevolg enorme hoeveelheden mijnafval op de locaties, terwijl 25 tot 50% van het goud uiteindelijk in de afvalberg achterblijft; overwegende dat bij grootschalige cyanidemijnbouw bovendien miljoenen kilo's natriumcyanide per jaar worden gebruikt, waarvan het transport en de opslag op zich rampzalige gevolgen kunnen hebben als er iets misgaat,

N.   overwegende dat er alternatieven voor cyanidegebruik in de mijnbouw bestaan,

O.   overwegende dat er hevige protesten worden georganiseerd tegen de voortgaande mijnbouwactiviteiten met behulp van cyanide in heel Europa, niet alleen door individuele burgers, lagere overheden en NGO's, maar ook door nationale overheidslichamen, regeringen en politici,

1.   is van oordeel dat de naleving van de doelstellingen van de EU-kaderrichtlijn inzake water, te weten het bereiken van een goede chemische toestand en de bescherming van de watervoorraden en de biodiversiteit, alleen mogelijk is als het gebruik van cyanide in de mijnbouw verboden wordt;

2.   doet een beroep op de Commissie om voor eind 2011 een voorstel in te dienen om tot een volledig verbod op het gebruik van cyanide in de mijnbouw in de Europese Unie te komen, aangezien dat de enige veilige manier is om onze watervoorraden en ecosystemen tegen cyanideverontreiniging door de mijnbouw te beschermen, en tegelijkertijd een reguliere effectbeoordeling uit te voeren;

3.   neemt nota van de initiatieven op dit gebied in EU- en VN-verband en pleit met klem voor de ontwikkeling en toepassing van veiliger, en met name cyanidevrije alternatieven voor de mijnbouw;

4.   verzoekt de Commissie en de lidstaten zolang het algehele verbod nog niet van kracht is, direct noch indirect steun te verlenen voor mijnbouwprojecten in de EU die van de cyanidetechnologie gebruikmaken, en evenmin steun te verlenen voor dergelijke projecten buiten de EU;

5.   doet een beroep op de Commissie om de industriële omschakeling te bevorderen van de gebieden waar het gebruik van cyanide in de mijnbouw verboden is, middels adequate financiële steun voor alternatieve groene bedrijven, hernieuwbare energie en toerisme;

6.   verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen tot wijziging van de wetgeving inzake afvalbeheer in de mijnbouw om elk exploitatiebedrijf te verplichten een verzekering af te sluiten om in geval van een ongeluk of een bedrijfsstoring schadevergoeding te kunnen uitkeren en de kosten van herstel van een locatie in de oorspronkelijke ecologische en chemische toestand te kunnen vergoeden;

7.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de parlementen en de regeringen van de lidstaten.

Laatst bijgewerkt op: 11 februari 2011Juridische mededeling