Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2076(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0291/2010

Ingediende teksten :

A7-0291/2010

Debatten :

PV 25/11/2010 - 4
CRE 25/11/2010 - 4

Stemmingen :

PV 25/11/2010 - 8.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0437

Aangenomen teksten
PDF 96kWORD 48k
Donderdag 25 november 2010 - Straatsburg Definitieve uitgave
26ste jaarverslag betreffende de controle op de toepassing van het EU-recht (2008)
P7_TA(2010)0437A7-0291/2010

Resolutie van het Europees Parlement van 25 november 2010 over het 26ste jaarlijkse verslag over de controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht (2008) 2010/2076(INI))

Het Europees Parlement ,

–  gezien het verslag van de Commissie getiteld „Evaluatieverslag EU-Pilot” (COM(2010)0070),

–  gezien het 25ste jaarverslag van de Commissie over de controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht (2007) (COM(2008)0777),

–  gezien de werkdocumenten van de diensten van de Commissie (SEC(2009)1683, SEC(2009)1684, SEC(2009)1685 en SEC(2010)0182),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 5 september 2007 getiteld „Een Europa van resultaten - toepassing van het gemeenschapsrecht” (COM(2007)0502),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 maart 2002 betreffende betrekkingen met de klager inzake inbreuken op het gemeenschapsrecht (COM(2002)0141),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 21 februari 2008 over het 23ste jaarlijks verslag van de Commissie over de controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht (2005)(1) ,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 9 juli 2008 over de taak van de nationale rechter binnen het Europees gerechtelijk apparaat(2) ,

–  gelet op artikel 119, lid 1 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie verzoekschriften (A7-0291/2010),

1.  betreurt het dat de Commissie niet heeft gereageerd op de door het Parlement in zijn eerdere resoluties, met name eerdergenoemde resolutie van 21 februari 2008, aan de orde gestelde onderwerpen; merkt op dat er op het gebied van transparantie geen vooruitgang is geboekt en verwijst daarbij met name naar het project „EU Pilot” en het vraagstuk van de menselijke factor;

2.  neemt er nota van dat de Commissie er met het project EU Pilot naar streeft inzet, samenwerking en partnerschap tussen de Commissie en de lidstaten te versterken(3) en met de autoriteiten van de lidstaten een gezamenlijke inspanning levert om te zorgen voor een correcte toepassing van de wetgeving van de Europese Unie; constateert dat dit initiatief beantwoordt aan de nieuwe behoefte aan samenwerking tussen alle instellingen van de Europese Unie, in het belang van een goed werkende, burgergeoriënteerde Unie na de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon; onderstreept de in artikel 17 van het EU-Verdrag neergelegde verplichting van de Commissie om toe te zien op de toepassing van zowel de Verdragen als de maatregelen die de instellingen krachtens deze Verdragen vaststellen;

3.  merkt op dat aan de ene kant wordt erkend dat burgers een belangrijke rol spelen bij de naleving van het EU-recht in de maatschappij(4) , terwijl zij aan de andere kant - in het project EU Pilot - steeds meer van deelname aan alle verdere procedures worden uitgesloten; is van mening dat dat niet in overeenstemming is met de plechtige verklaringen in de Verdragen dat „besluiten in zo groot mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen” (artikel 1 EU-Verdrag), dat de instellingen van de Unie „in een zo groot mogelijke openheid” werken (artikel 15 VWEU) en dat „de Unie [...] in al haar activiteiten het beginsel [eerbiedigt] van gelijkheid van haar burgers, die gelijke aandacht genieten van haar instellingen, organen en instanties” (artikel 9 EU-Verdrag);

4.  neemt ter kennis dat de Commissie om EU-Pilot operationeel te maken een vertrouwelijke „online databank”(5) heeft ingericht voor de communicatie tussen diensten van de Commissie en autoriteiten in de lidstaten; verzoekt de Commissie het Parlement een werkbare toegang te geven tot die databank, zodat het zijn rol kan vervullen en toezicht kan houden op de wijze waarop de Commissie zich als hoedster van de Verdragen van haar taak kwijt;

5.  benadrukt dat de actieve rol van de burgers van de Europese Unie duidelijk is neergelegd in het Verdrag betreffende de Europese Unie, in het bijzonder in verband met het Europese burgerinitiatief; meent dat de mogelijkheid voor burgers om de wetgevingsagenda te bepalen ook direct verband houdt met hun huidige essentiële rol, namelijk te zorgen voor de juiste toepassing en naleving van de Europese wetgeving en de transparantie en betrouwbaarheid van de desbetreffende procedures;

6.  stelt vast dat in de samenvatting van de Commissie over controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht meer nadruk wordt gelegd op de omzetting dan op de praktische toepassing; verzoekt de Commissie bij de controle op de praktische toepassing van het gemeenschapsrecht naar behoren rekening te houden met de rol van verzoekschriften, aangezien deze vaak een eerste aanwijzing vormen dat de lidstaten ondanks de omzetting een achterstand hebben bij de uitvoering van de wettelijke maatregelen;

7.  merkt op dat de jaarlijkse verslagen van de Commissie „over de controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht” in hun huidige vorm de burgers en de andere instellingen onvoldoende informatie verschaffen over de werkelijke stand van de toepassing van EU-recht, aangezien de Commissie daarin uitsluitend verwijst naar formele procedures die zijn aangespannen tegen lidstaten die hebben verzuimd EU-recht om te zetten naar nationaal recht; is evenwel van mening dat het eveneens zeer in het belang van de burgers en het Parlement zou zijn als zij geïnformeerd zouden worden wanneer de Commissie inbreukprocedures start vanwege het incorrect of slecht omzetten van EU-recht, waarbij dan ook de details van die procedures zouden moeten worden aangeleverd;

8.  wenst verzekerd te zien dat de Commissie gedetailleerde gegevens blijft verstrekken over alle vormen van verdragsinbreuk, en dat die gegevens in hun geheel vrij toegankelijk worden gesteld voor het Parlement, zodat het zijn rol kan vervullen en toezicht kan houden op de wijze waarop de Commissie zich als hoedster van de Verdragen van haar taak kwijt; wijst erop dat de collatie en categorisering van die gegevens consistent moeten zijn met de eerdere jaarverslagen, zodat het Parlement tot een zinvolle beoordeling kan komen van de vooruitgang die de Commissie maakt, ongeacht of de inbreuk is afgehandeld via EU-Pilot of via de eigenlijke inbreukprocedure;

9.  merkt op dat vertraging in de juiste toepassing, omzetting en handhaving van EU-wetgeving rechtstreeks ingrijpt in het dagelijks bestaan van burgers en ondernemingen en in het genot van hun recht, en rechtsonzekerheid in de hand werkt en burgers en ondernemingen belet de voordelen van de interne markt ten volle te benutten; wijst met nadruk op de hoge kosten die voortvloeien uit niet-naleving en niet-toepassing van het EU-recht en het daar weer uit voortvloeiende gemis aan vertrouwen in de EU-instellingen;

10.  betreurt het dat sommige lidstaten het belang onderschatten van een juiste en tijdige toepassing van EU-wetgeving; verzoekt deze landen met klem aan omzetting en toepassing de nodige prioriteit te geven, om achterstanden te vermijden;

11.  verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen voor een „procedurecode” in de vorm van een verordening overeenkomstig de nieuwe rechtsgrondslag van artikel 298 VWEU, waarin de verschillende aspecten van de inbreukprocedure worden vastgelegd, waaronder kennisgevingen, termijnen, het recht op verdediging, de motiveringsplicht, enz., teneinde de rechten van de burgers te garanderen en een grotere transparantie te bewerkstelligen; herinnert de Commissie eraan dat haar mededeling uit 2002 een belangrijk referentiepunt vormt voor het opstellen van een dergelijke „procedurecode”;

12.  herinnert eraan dat zijn Commissie juridische zaken onlangs een werkgroep Europees bestuursrecht heeft ingesteld, die moet nagaan of een codificatie van het EU-bestuursrecht mogelijk is en wat een dergelijk project in de praktijk zou omvatten; is van oordeel dat de conclusies van die werkgroep moeten worden meegewogen in de discussie over een Europees wetboek bestuursrecht;

13.  herinnert eraan dat zijn Commissie juridische zaken onlangs met algemene stemmen haar goedkeuring heeft gehecht aan een brief ter ondersteuning van de standpunten van een indiener van een verzoekschrift die verzocht om een standaard administratieve procedure voor toezicht op en handhaving van EU-recht, die de beslissingsbevoegdheid van de Commissie met betrekking tot de vraag wanneer en tegen wie er een procedure wordt aangespannen in stand laat, maar waarbij deze beslissingsbevoegdheid slechts kan worden uitgeoefend binnen de grenzen van het recht op behoorlijk bestuur(6) ;

14.  herinnert aan de primaire rol van de Commissie, die als hoedster van de Verdragen moet toezien op juiste en tijdige toepassing van EU-wetgeving in de lidstaten; spoort de Commissie aan alle bevoegdheden aan te wenden die zij aan de Verdragen ontleent, met name aan de nieuwe bepalingen in artikel 260 VWEU betreffende verzuim van de lidstaten om hun maatregelen ter omzetting van een richtlijn mee te delen;

15.  herinnert aan zijn resolutie van 9 februari 2010 over een herzien kaderakkoord tussen het Europees Parlement en de Commissie(7) waarin de Commissie wordt verzocht het Parlement te voorzien „van beknopte gegevens over alle inbreukprocedures, van de schriftelijke aanmaning, met inbegrip, indien het Parlement hierom verzoekt, van de kwesties waar de inbreukprocedures op betrekking heeft (...)”(8) ;

16.  is van mening dat de burgers van de EU van de Commissie dezelfde mate van transparantie mogen verwachten, ongeacht of zij een formele klacht indienen of gebruik maken van hun recht om een verzoekschrift in te dienen krachtens het Verdrag; verlangt derhalve dat de Commissie verzoekschriften duidelijke informatie ontvangt over de stadia die zijn bereikt in inbreukprocedures die ook onder een nog niet afgesloten verzoekschrift vallen; verzoekt de Commissie verder ten behoeve van de Commissie verzoekschriften en het grote publiek te verduidelijken hoe moet worden gehandeld bij het verzoeken om informatie en het indienen van klachten;

17.  steunt de door de Commissie voor 2009 en daarna geplande maatregelen om ervoor te zorgen dat de lidstaten de Europese wetgeving naleven en verzoekt bij de inbreukprocedures te worden betrokken in gevallen waarin nog verzoekschriften aanhangig zijn, zoals de zaken Campania betreffende afvalwetgeving en Spanje betreffende wetgeving inzake het waterbeheer;

18.  verzoekt de Commissie het Parlement de benodigde gegevens te verstrekken om te kunnen onderzoeken of het project EU Pilot ten opzichte van de huidige procedure voor het beheer van inbreukdossiers een toegevoegde waarde heeft, hetgeen verdere uitbreiding van het project zou rechtvaardigen; is van mening dat het Parlement op grond van deze informatie bijvoorbeeld moet kunnen controleren of de termijn van 10 weken die een lidstaat krijgt om in een concreet geval een oplossing te zoeken, niet heeft geleid tot verdere vertraging bij het inleiden van een inbreukprocedure, die toch al zeer veel tijd in beslag kan nemen en waarvan de duur veelal onzeker is;

19.  neemt met bijzondere interesse kennis van de toezegging van de Commissie om systematisch de antwoorden van lidstaten op klachten te evalueren; verzoekt de Commissie om dergelijke evaluaties met de grootste zorgvuldigheid en na onverwijlde analyse van het dossier te verstrekken; dringt erop aan dat de rol van de klagende partij in het evaluatieproces duidelijker wordt aangegeven;

20.  verzoekt de Commissie voldoende middelen beschikbaar te stellen om de tenuitvoerlegging van het EU-recht volledig te kunnen bewaken, eigen zaken te initiëren en prioriteiten te ontwikkelen voor sterkere en systematische maatregelen; verzoekt de Commissie het Parlement, zoals eerder bij herhaling gevraagd, duidelijke en volledige gegevens te verstrekken over de middelen die binnen de verschillende directoraten-generaal worden besteed aan de behandeling van inbreukprocedures en over de middelen die worden besteed aan EU Pilot; herinnert de Commissie eraan dat het Parlement zich ertoe heeft verbonden de Commissie te steunen via ruimere begrotingsmiddelen voor meer armslag;

21.  verzoekt de Commissie na te denken over innoverende mechanismen als de wederzijdse beoordelingsprocedure in de zin van de dienstenrichtlijn, om te zorgen voor een doelmatiger toepassing van de EU-wetgeving;

22.  is verheugd over het creëren van één loket voor burgers die via het portaal „Uw Europa”(9) advies vragen, bezwaar maken of een klacht indienen; is van mening dat met de toevoeging van het veelbesproken burgerinitiatief (artikel 11, lid 4 VEU) aan de lijst van instrumenten voor burgerparticipatie de behoefte aan uitleg en advies exponentieel is toegenomen; wijst erop dat het Europees Parlement bij de ontwikkeling van deze website wenst te worden betrokken om te zorgen voor samenhang met zijn eigen plannen om de burgers beter van advies te kunnen dienen;

23.  herinnert aan de toezegging van de Raad de lidstaten te zullen stimuleren concordantietabellen op te stellen en te publiceren die de samenhang tussen richtlijnen en nationale omzettingsmaatregelen weergeven; benadrukt dat dergelijke tabellen van wezenlijk belang zijn voor een efficiënt toezicht door de Commissie op uitvoeringsmaatregelen in alle lidstaten;

24.  dringt aan op versterking van de rol van het Parlement waar het gaat om de toepassing, de handhaving en het volgen van de internemarktwetgeving; is voorstander van het idee van een jaarlijks forum over de interne markt;

25.  onderstreept welke cruciale rol het Scorebord van de interne markt en het scorebord voor de consumentenmarkten vervullen met het oog op een doelmatiger gebruik van de instrumenten voor observatie en prestatiemeting, die een belangrijk indirect tuchtmechanisme zijn; vraagt de Commissie en de lidstaten dringend om te zorgen voor voldoende middelen en personeel om zeker te stellen dat het scorebord voor de consumentenmarkten verder kan worden ontwikkeld;

26.  stelt vast dat nationale rechtbanken een essentiële rol vervullen bij de toepassing van het gemeenschapsrecht en verleent zijn volledige steun aan de inspanningen van de EU om justitiële opleidingen voor nationale rechters, juristen en ambtenaren binnen de nationale overheden te bevorderen en coördineren;

27.  is van mening dat wanneer de Commissie een inbreukprocedure tegen een lidstaat begint, zij er tevens in een mededeling op moet wijzen dat de handeling waarmee inbreuk op het EU-recht wordt gemaakt, door de benadeelde burgers in de betrokken lidstaat voor de nationale rechter kan worden aangevochten;

28.  herinnert aan zijn resolutie van 17 juni 2010 over gerechtelijke opleiding in burgerlijke en handelszaken; acht het van fundamenteel belang dat de gerechtelijke opleiding wordt verzwaard, onder meer met het oog op het actieplan ter uitvoering van het programma van Stockholm;

29.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie het Europees Hof van Justitie, de Europese Ombudsman en de parlementen van de lidstaten.

(1) PB C 184 E van 6.8.2009, blz. 63.
(2) PB C 294 E van 3.12.2009, blz. 27.
(3) Evaluatieverslag EU-Pilot, blz. 2.
(4) Mededeling van de Commissie 2002, blz. 5: „[...]de Commissie [heeft] herhaaldelijk erkend dat de klager een essentiële rol vervult bij de ontdekking van inbreuken op het gemeenschapsrecht”.
(5) Evaluatieverslag EU Pilot, COM(2010)0070, blz. 2.
(6) „Discretionaire bevoegdheden mogen dan een noodzakelijk kwaad van het moderne regeringsstelsel zijn – absolute discretie gepaard aan een absoluut gebrek aan transparantie is echter volledig in strijd met de rechtsstaat”, Verslag Frassoni (2005/2150(INI) inzake het 21ste en het 22ste jaarverslag van de Commissie over de controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht (2003 en 2004), blz. 17 van de toelichting.
(7) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0009.
(8) Idem, paragraaf 3, letter e), vijfde streepje.
(9) http://ec.europa.eu/youreurope/

Laatst bijgewerkt op: 2 maart 2012Juridische mededeling