Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2183(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0009/2014

Ingediende teksten :

A7-0009/2014

Debatten :

PV 03/02/2014 - 17
CRE 03/02/2014 - 17

Stemmingen :

PV 04/02/2014 - 8.1
CRE 04/02/2014 - 8.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0062

Aangenomen teksten
PDF 220kWORD 65k
Dinsdag 4 februari 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Homofobie en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid of genderidentiteit
P7_TA(2014)0062A7-0009/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 4 februari 2014 over de EU-routekaart tegen homofobie en discriminatie wegens seksuele gerichtheid of genderidentiteit (2013/2183(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 8 en 10 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name artikel 21,

–  gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–  gezien Aanbeveling CM/Rec(2010)5 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa aan de lidstaten inzake maatregelen ter bestrijding van discriminatie wegens seksuele geaardheid of genderidentiteit, die is aangenomen op 31 maart 2010,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Strategie voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van het Handvest van de grondrechten door de Europese Unie" (COM(2010)0573),

–  gezien het verslag van de Commissie over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten 2012 (COM(2013)0271) en de bijbehorende werkdocumenten,

–  gezien het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (COM(2008)0426) en zijn standpunt van 2 april 2009 ten aanzien van dat voorstel(1) ,

–  gezien de richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de uitoefening van alle mensenrechten door lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksen (LGBTI-personen), die de Raad van de Europese Unie heeft aangenomen in zijn vergadering van 24 juni 2013,

–  gezien het verslag van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten van november 2010 over homofobie, transfobie en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit,

–  gezien de resultaten van het onderzoek van het Bureau voor de grondrechten (FRA) naar ervaringen van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgenderpersonen in de Europese Unie, gepubliceerd op 17 mei 2013,

–  gezien het FRA-advies van 1 oktober 2013 over de stand van de gelijkheid in de Europese Unie 10 jaar na de eerste tenuitvoerlegging van de gelijkheidsrichtlijnen,

–  gezien zijn resolutie van 24 mei 2012 over de bestrijding van homofobie in Europa(2) ,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 12 december 2012 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie (2010-2011)(3) ,

–  gezien zijn resolutie van 14 maart 2013 over de opvoering van de strijd tegen racisme, vreemdelingenhaat en haatmisdrijven(4) ,

–  gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7-0009/2014),

A.  overwegende dat de Europese Unie berust op waarden als eerbiediging van de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren;

B.  overwegende dat de Europese Unie bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden streeft naar bestrijding van iedere discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid;

C.  overwegende dat de Raad van de Europese Unie in juni 2013 stevige richtsnoeren heeft aangenomen ter bevordering en bescherming van de uitoefening van alle mensenrechten door LGBTI-personen buiten de Europese Unie, en ervoor moet zorgen dat deze effectief worden beschermd binnen de EU;

D.  overwegende dat de Europese Unie haar acties al coördineert met uitgebreid beleid op het gebied van gelijkheid en de bestrijding van discriminatie door middel van de "kaderstrategie tegen discriminatie en voor gelijke kansen voor iedereen", op het gebied van gendergelijkheid door middel van de "strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2010-2015", op het gebied van handicaps door middel van de "Europese strategie voor mensen met een handicap 2010-2020", en op het gebied van de gelijkheid van de Roma door middel van het "EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020";

E.  overwegende dat de Commissie in haar "Strategie voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van het Handvest van de grondrechten door de Europese Unie" heeft erkend dat er afzonderlijk beleid moet worden ontwikkeld met betrekking tot bepaalde specifieke grondrechten op basis van de Verdragen;

F.  overwegende dat het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) in het LGBT-onderzoek voor de EU van 2013 tot de conclusie kwam dat in de EU één op de twee LGBT-respondenten zich in het jaar voorafgaand aan het onderzoek gediscrimineerd had gevoeld of gepest was vanwege zijn of haar seksuele geaardheid, één op de drie was gediscrimineerd bij de toegang tot goederen of diensten, één op de vier fysiek was aangevallen en één op de vijf in werk of beroep was gediscrimineerd;

G.  overwegende dat het FRA de EU en de lidstaten heeft geadviseerd om actieplannen te ontwikkelen ter bevordering van het respect voor LGBT-personen en de bescherming van hun grondrechten;

H.  overwegende dat in mei 2013 elf ministers van Gelijkheid(5) de Commissie hebben opgeroepen om met een uitgebreid EU-beleid voor LGBT-gelijkheid te komen en dat tien lidstaten(6) reeds op nationaal of regionaal niveau een dergelijk beleid hebben aangenomen of overwegen dit te doen;

I.  overwegende dat het Europees Parlement tien keer heeft gevraagd om een uitgebreid EU-beleidsinstrument voor gelijkheid op grond van seksuele geaardheid en genderidentiteit;

Algemene overwegingen

1.  veroordeelt met klem alle discriminatie op grond van seksuele geaardheid en genderidentiteit, en betreurt het ten zeerste dat de grondrechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen (LGBTI) nog niet altijd ten volle gerespecteerd worden in de Europese Unie;

2.  is van mening dat de Europese Unie momenteel een uitgebreid beleid ter bescherming van de grondrechten van LGBTI-personen mist;

3.  erkent dat de bescherming van de grondrechten onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Commissie en de lidstaten valt; roept de Commissie op ten volle gebruik te maken van haar bevoegdheden, onder andere door de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten te bevorderen; roept de lidstaten op tot naleving van hun verplichtingen in het kader van het EU-recht en de aanbevelingen van de Raad van Europa betreffende maatregelen ter bestrijding van discriminatie vanwege seksuele geaardheid of genderidentiteit;

Inhoud van de routekaart

4.  verzoekt de Commissie, de lidstaten en de betrokken agentschappen gezamenlijk een uitgebreid meerjarenbeleid op te stellen ter bescherming van de grondrechten van LGBTI-personen, dat wil zeggen een routekaart, een strategie of een actieplan, waarin onderstaande thema's en doelstellingen zijn opgenomen;

  A. Horizontale acties voor de uitvoering van de routekaart
   i) De Commissie moet zich bij al haar werkzaamheden en in alle domeinen waarvoor zij bevoegd is, inspannen om de bestaande rechten te waarborgen door punten die te maken hebben met de grondrechten van LGBTI-personen in al het relevante werk te integreren – bijvoorbeeld bij het opstellen van toekomstige beleidsmaatregelen en voorstellen of het toezicht op de uitvoering van het EU-recht;
   ii) De Commissie dient de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten mogelijk te maken, te coördineren en te controleren via de open coördinatiemethode;
   iii) De betrokken EU-agentschappen, waaronder het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA), het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE), de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound), de Europese Politieacademie (CEPOL), de Europese eenheid voor justitiële samenwerking (Eurojust), het Europees justitieel netwerk (EJN) en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), moeten aan seksuele geaardheid en genderidentiteit gerelateerde zaken in hun werk integreren, en de Commissie en de lidstaten blijven voorzien van op bewijs gestoeld advies over de grondrechten van LGBTI-personen;
   iv) De Commissie en de lidstaten moeten worden aangemoedigd om regelmatig relevante en vergelijkbare gegevens over de situatie van LGBTI-personen in de EU te verzamelen samen met de betrokken agentschappen en Eurostat, waarbij zij de EU-voorschriften inzake gegevensbescherming volledig naleven;
   v) Samen met de bevoegde instanties moeten de Commissie en de lidstaten opleidingen en capaciteitsopbouw bevorderen voor nationale instanties op het gebied van gelijkheid, nationale mensenrechtenorganisaties en andere organisaties die belast zijn met de bevordering en bescherming van de grondrechten van LGBTI-personen;
   vi) Samen met de betrokken agentschappen moeten de Commissie en de lidstaten proberen burgers bewust te maken van de rechten van LGBTI-personen;
  B. Algemene bepalingen op het gebied van non-discriminatie
   i) De lidstaten moeten het bestaande EU-rechtskader consolideren door zich in te spannen voor de aanneming van de voorgestelde richtlijn betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, onder andere door de reikwijdte en de bijbehorende kosten van de richtlijn te verhelderen;
   ii) De Commissie, de lidstaten en de bevoegde instanties moeten bijzondere aandacht schenken aan de meervoudige discriminatie en het meervoudige geweld dat lesbische vrouwen ervaren (zowel op grond van geslacht als op grond van seksuele geaardheid) en in dit verband een non-discriminatiebeleid ontwikkelen en uitvoeren;
  C. Non-discriminatie op het werk
   i) De Commissie moet zich specifiek richten op seksuele geaardheid bij haar toezicht op de uitvoering van Richtlijn 2000/78/EG tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep(7) , en op genderidentiteit bij haar toezicht op de uitvoering van Richtlijn 2006/54/EG betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep(8) ;
   ii) Samen met de bevoegde instanties moet de Commissie richtsnoeren opstellen waarin staat dat transgenders en interseksuelen door de term "geslacht" worden gedekt in Richtlijn 2006/54/EG betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep;
   iii) Instanties op het gebied van gelijkheid moeten worden aangemoedigd om LGBTI-personen, evenals vakbonden en werkgeversorganisaties, over hun rechten te informeren;
  D. Non-discriminatie in het onderwijs
   i) De Commissie moet gelijkheid en de bestrijding van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit bevorderen door middel van haar jongeren- en onderwijsprogramma's;
   ii) De Commissie moet het uitwisselen tussen de lidstaten via de niet-bindende open coördinatiemethode van goede praktijken in het formele onderwijs, waaronder onderwijsmateriaal en beleid ter bestrijding van intimidatie en discriminatie, vereenvoudigen;
   iii) De Commissie moet het uitwisselen tussen de lidstaten via de niet-bindende open coördinatiemethode van goede praktijken in hun jongeren- en onderwijssectoren, waaronder diensten voor jongerenwelzijn en sociaal werk, vereenvoudigen;
  E. Non-discriminatie in de gezondheidszorg
   i) De Commissie moet LGBTI-gezondheidsvraagstukken een plaats geven binnen het bredere strategische gezondheidsbeleid ter zake, onder andere betreffende de toegang tot gezondheidszorg, gelijkheid op gezondheidsgebied en de EU-stem op het wereldtoneel in gezondheidsvraagstukken;
   ii) De Commissie moet haar werkzaamheden met de Wereldgezondheidsorganisatie voortzetten om genderidentiteitsstoornissen van de lijst van mentale en gedragsstoornissen te schrappen, en ervoor te zorgen dat in de onderhandelingen over de elfde versie van de Internationale classificatie van ziekten (ICD-11) tot een niet-pathologiserende herclassificatie wordt gekomen;
   iii) De Commissie moet de lidstaten ondersteunen bij de opleiding van gezondheidswerkers;
   iv) De Commissie en de lidstaten moeten onderzoek doen naar gezondheidsvraagstukken die specifiek betrekking hebben op LGBTI-personen;
   v) De lidstaten moeten rekening houden met LGBTI-personen in hun nationale gezondheidsplannen en -beleid, en ervoor zorgen dat in opleidingsprogramma's, gezondheidbeleid en gezondheidsenquêtes rekening wordt gehouden met voor LGBTI-personen specifieke gezondheidvraagstukken;
   vi) De lidstaten moeten procedures voor wettelijke geslachtserkenning invoeren of herzien zodat het recht van transgenders op waardigheid en lichamelijke integriteit volledig wordt geëerbiedigd;
  F. Non-discriminatie op het gebied van goederen en diensten
   i) De Commissie moet zich specifiek richten op de toegang tot goederen en diensten voor transgenders bij het toezicht op de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2004/113/EG houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten(9) ;
  G. Specifieke acties voor transgenders en interseksuelen
   i) De Commissie moet erop toezien dat genderidentiteit in toekomstige wetgeving, met inbegrip van herschikkingen, wordt toegevoegd aan de verboden discriminatiegronden;
   ii) De Commissie moet problemen die specifiek gelden voor transgenders en interseksuele mensen stroomlijnen op alle desbetreffende EU-beleidsterreinen, waarbij de benadering wordt overgenomen die is aangenomen in de strategie voor gendergelijkheid;
   iii) De lidstaten moeten ervoor zorgen dat gelijkheidsinstanties worden geïnformeerd en getraind over de rechten van transgenders en interseksuele mensen en de specifieke problemen waarmee ze te maken hebben;
   iv) De Commissie, de lidstaten en de bevoegde instanties moeten het gebrek aan kennis, onderzoek en desbetreffende wetgeving inzake de mensenrechten van interseksuele mensen aanpakken;
  H. Burgerschap, gezinnen en vrij verkeer
   i) De Commissie moet richtsnoeren opstellen om erop toe te zien dat Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden(10) , en Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging(11) , ten uitvoer worden gelegd, om alle gezinsvormen te eerbiedigen die wettelijk erkend worden in de nationale wetgeving van lidstaten;
   ii) De Commissie moet dringend voorstellen opstellen voor de volledige wederzijdse erkenning in de hele EU van de rechtskracht van alle documenten van de burgerlijke stand, om discriminerende wettelijke en administratieve belemmeringen weg te nemen waar burgers en hun gezinnen mee te kampen hebben wanneer ze hun recht op vrij verkeer uitoefenen;
   iii) De Commissie en de lidstaten moeten onderzoeken of de geldende beperkingen voor de aanpassing van documenten van de burgerlijke stand en identiteitsbewijzen van transgenders hen belemmeren bij het uitoefenen van het recht op vrij verkeer;
   iv) Lidstaten die wetgeving hebben aangenomen over samenlevingscontracten, geregistreerde partnerschappen of huwelijken voor paren van hetzelfde geslacht moeten soortgelijke bepalingen die door andere lidstaten aangenomen zijn, erkennen;
  I. Vrijheid van vergadering en van meningsuiting
   i) De lidstaten moeten erop toezien dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering worden gewaarborgd, vooral met betrekking tot parades en soortgelijke evenementen, door ervoor te zorgen dat deze evenementen rechtmatig verlopen en door de doeltreffende bescherming van de deelnemers te garanderen;
   ii) Lidstaten mogen geen wetten aannemen of bestaande wetten herzien die de vrijheid van meningsuiting in verband met seksuele gerichtheid en genderidentiteit beperken;
   iii) De Commissie en de Raad van de Europese Unie moeten in overweging nemen dat lidstaten die wetten aannemen om de vrijheid van meningsuiting in verband met seksuele gerichtheid en genderidentiteit in te perken, in strijd zijn met de waarden waarop de Europese Unie gestoeld is, en moeten dienovereenkomstig optreden;
  J. Uitingen van haat en door haat ingegeven misdrijven
   i) De Commissie moet toezicht uitoefenen op en lidstaten bijstaan in problemen die specifiek gelden voor seksuele gerichtheid, genderidentiteit en genderexpressie bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten(12) , met name als die gepleegd zijn op grond van een vooroordeel of discriminerende beweegreden vanwege persoonlijke eigenschappen van de slachtoffers;
   ii) De Commissie moet een voorstel doen voor een herschikking van het kaderbesluit van de Raad betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht, om daarin ook andere soorten misdrijven als gevolg van vooroordelen en aanzetting tot haat op te nemen, onder andere op grond van seksuele geaardheid, genderidentiteit en genderexpressie;
   iii) Samen met de bevoegde instanties moet de Commissie het uitwisselen van goede werkmethoden tussen lidstaten mogelijk maken op het vlak van training en opleiding van de politie, openbare ministeries, rechters en diensten voor slachtofferhulp;
   iv) Het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten moet de lidstaten helpen de manier waarop vergelijkbare gegevens over homofobe en transfobe haatmisdrijven worden vergaard, te verbeteren;
   v) De lidstaten moeten haatmisdrijven tegen LGBTI-mensen vastleggen en onderzoeken, en strafwetgeving aannemen waarin het aanzetten tot haat op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit verboden wordt;
  K. Asiel
   i) Samen met het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) en de bevoegde instanties, en binnen het toepassingsgebied van de bestaande EU-wetgeving en rechtspraak, moet de Commissie specifieke problemen in verband met seksuele gerichtheid en genderidentiteit opnemen in de tenuitvoerlegging van en het toezicht op de asielwetgeving, met inbegrip van Richtlijn 2013/32/EU betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming(13) en Richtlijn 2011/95/EU inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten(14) ;
   ii) Samen met de bevoegde instanties moeten de Commissie en de lidstaten ervoor zorgen dat mensen die werken met asielzoekers, waaronder interviewers en tolken, een adequate opleiding – met inbegrip van bestaande opleidingen – krijgen op het gebied van het omgaan met problemen die kenmerkend zijn voor LGBTI-personen;
   iii) Samen met het EASO en in samenwerking met de Europese Dienst voor extern optreden moeten de Commissie en de lidstaten ervoor zorgen dat de wettelijke en sociale situatie van LGBTI-personen in hun land van herkomst systematisch gedocumenteerd wordt en dat deze informatie beschikbaar wordt gesteld aan degenen die beslissingsbevoegd zijn op asielgebied, als onderdeel van de informatie over landen van herkomst;
  L. Uitbreiding en extern optreden
   i) De Commissie moet doorgaan met het uitoefenen van toezicht op problemen die verband houden met seksuele gerichtheid en genderidentiteit in toetredingslanden;
   ii) De Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de speciale EU‑vertegenwoordiger voor de mensenrechten en de lidstaten moeten systematisch de richtsnoeren van de Raad hanteren om de uitoefening van alle mensenrechten door LGBTI-personen te bevorderen en te beschermen, en een eensgezind standpunt innemen als reactie op de schending van deze rechten;
   iii) De Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden moeten informatie die ze hebben verkregen van EU‑delegaties over de situatie van LGBTI-personen in derde landen doorgeven aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en de lidstaten;

5.  het moet worden benadrukt dat dit uitgebreide beleid de bevoegdheden van de Europese Unie, van haar instanties en van de lidstaten moet eerbiedigen;

6.  onderstreept dat dit geen afbreuk mag doen aan de vrijheid van meningsuiting en aan de vrije uiting van overtuigingen en meningen overeenkomstig het beginsel van de veelheid aan ideeën, mits niet wordt aangezet tot haat, geweld of discriminatie;

o
o   o

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de regeringen en parlementen van de lidstaten, alle hier genoemde agentschappen en de Raad van Europa.

(1) PB C 137 E van 27.5.2010, blz. 68.
(2) PB C 264 E van 13.9.2013, blz.54.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0500.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0090.
(5) De ministers van Oostenrijk, België, Kroatië, Denemarken, Finland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland en Zweden.
(6) België, Kroatië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Malta, Nederland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.
(7) PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16.
(8) PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23.
(9) PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37.
(10) PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77.
(11) PB L 251 van 3.10.2003, blz. 12.
(12) PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57.
(13) PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60.
(14) PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9.

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2017Juridische mededeling