Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2344(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0038/2017

Ingediende teksten :

A8-0038/2017

Debatten :

PV 14/02/2017 - 3

Stemmingen :

PV 16/02/2017 - 6.8
CRE 16/02/2017 - 6.8

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0050

Aangenomen teksten
PDF 170kWORD 46k
Donderdag 16 februari 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Begrotingscapaciteit voor de eurozone
P8_TA(2017)0050A8-0038/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 16 februari 2017 over de begrotingscapaciteit voor de eurozone (2015/2344(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het gezamenlijk overleg van de Begrotingscommissie en de Commissie economische en monetaire zaken overeenkomstig artikel 55 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie en de Commissie economische en monetaire zaken en de adviezen van de Commissie constitutionele zaken en de Commissie begrotingscontrole (A8-0038/2017),

A.  overwegende dat het huidige politieke klimaat en de tegenwoordige economische en politieke uitdagingen in een geglobaliseerde wereld consequente en vastberaden besluiten en acties van de EU vergen op bepaalde gebieden zoals interne en externe veiligheid, grensbewaking en migratiebeleid, stabilisatie van onze buurlanden, groei en werkgelegenheid, met name om de jongerenwerkloosheid te bestrijden en de overeenkomsten van de Conferentie inzake klimaatverandering van 2015 van de Verenigde Naties ten uitvoer te leggen;

B.  overwegende dat de eurozone, na een succesvolle start, convergentie, politieke samenwerking en betrokkenheid heeft ontbeerd;

C.  overwegende dat de verschillende crises en mondiale knelpunten de eurozone dwingen om zo spoedig mogelijk een kwalitatieve sprong naar integratie te maken;

D.  overwegende dat lidmaatschap van een zone met een gemeenschappelijke munt gemeenschappelijke instrumenten en solidariteit op Europees niveau vergt, alsmede verplichtingen en verantwoordelijkheden van de kant van iedere deelnemende lidstaat;

E.  overwegende dat het vertrouwen in de eurozone moet worden hersteld;

F.  overwegende dat een nauwkeurige routekaart met een allesomvattende benadering nodig is om optimaal te profiteren van alle voordelen van de gemeenschappelijke munt, en daarbij te zorgen voor de duurzaamheid van die gemeenschappelijke munt en de doelstellingen van stabiliteit en volledige werkgelegenheid te verwezenlijken;

G.  overwegende dat dit ook de overeengekomen voltooiing van de bankenunie omvat, een versterkt begrotingskader met een capaciteit om schokken te absorberen en prikkels voor groeivriendelijke structurele hervormingen ter aanvulling van de huidige monetaire beleidsmaatregelen;

H.  overwegende dat een begrotingscapaciteit en de eraan gerelateerde convergentiecode vitale onderdelen zijn van deze onderneming, die alleen succesvol kan zijn als verantwoordelijkheid en solidariteit nauw met elkaar verbonden zijn;

I.  overwegende dat de totstandbrenging van een begrotingscapaciteit voor de eurozone maar één stukje van de puzzel is, en dat zij hand in hand moet gaan met een duidelijke wil onder de leden en de toekomstige leden van de eurozone om nieuwe Europese grondslagen te leggen;

1.  hecht zijn goedkeuring aan de volgende routekaart:

i. Algemene beginselen

De overdracht van soevereiniteit op het gebied van monetair beleid vereist alternatieve aanpassingsmechanismen, zoals de tenuitvoerlegging van groeibevorderende structurele hervormingen, de interne markt, de bankenunie, de kapitaalmarktenunie om een veiligere financiële sector te creëren en een begrotingscapaciteit die bestand is tegen macro-economische schokken en het concurrentievermogen vergroot, alsmede de stabiliteit van de economieën van de lidstaten om van de eurozone een optimale monetaire zone te maken.

Convergentie, goed bestuur en conditionaliteit, wanneer deze worden gehandhaafd door instellingen die democratische verantwoording verschuldigd zijn op het niveau van de eurozone en/of de lidstaten, zijn van essentieel belang, met name ter voorkoming van permanente overdrachten, moreel risico ('moral hazard') en onhoudbare publieke risicodeling.

Naarmate de omvang en geloofwaardigheid van de begrotingscapaciteit toeneemt, zal deze ertoe bijdragen dat het vertrouwen van de financiële markt in duurzame overheidsfinanciën in de eurozone wordt hersteld, waardoor belastingbetalers in principe beter kunnen worden beschermd en het publieke en private risico kan worden beperkt.

De begrotingscapaciteit moet het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) omvatten en een specifieke aanvullende begrotingscapaciteit voor de eurozone. De begrotingscapaciteit moet worden opgezet in aanvulling op en zonder enige afbreuk te doen aan het ESM.

In eerste instantie moet de specifieke begrotingscapaciteit voor de eurozone deel uitmaken van de EU-begroting, bovenop de maxima van het meerjarig financieel kader, en moet zij door de eurozone en andere deelnemende lidstaten worden gefinancierd met nieuwe, specifieke aanvullende middelen die moeten worden overeengekomen tussen de deelnemende lidstaten en die moeten worden beschouwd als bestemmingsontvangsten en garanties; zodra de situatie stabiel is, kan de begrotingscapaciteit worden gefinancierd uit de eigen middelen, overeenkomstig de aanbevelingen in het verslag Monti over de toekomstige financiering van de EU.

Het ESM moet, naast het vervullen van zijn doorlopende taken, verder wordt uitgebouwd tot een Europees Monetair Fonds (EMF) met adequate capaciteiten tot het uitlenen en lenen van middelen en een duidelijk afgebakend mandaat, om asymmetrische en symmetrische schokken te absorberen.

ii. Drie pijlers van de begrotingscapaciteit voor convergentie en stabilisatie van de eurozone

De begrotingscapaciteit moet drie verschillende functies vervullen:

   ten eerste, economische en sociale convergentie binnen de eurozone stimuleren om structurele hervormingen te bevorderen, economieën te moderniseren en om het concurrentievermogen van iedere lidstaat en de weerbaarheid van de eurozone te verbeteren, en zo ook een bijdrage te leveren aan het vermogen van de lidstaten om asymmetrische en symmetrische schokken te absorberen;
   ten tweede, asymmetrische schokken opvangen die het gevolg zijn van verschillende bedrijfscycli van de lidstaten in de eurozone die voorkomen uit structurele verschillen of een algemene economische kwetsbaarheid (situaties waarin een economische gebeurtenis de ene economie harder treft dan de andere, bijvoorbeeld wanneer de vraag in een specifieke lidstaat instort en in andere niet door een externe schok waarop een lidstaat geen invloed heeft);
   ten derde, symmetrische schokken opvangen (situaties waarin een economische gebeurtenis alle economieën op dezelfde wijze treft, bijvoorbeeld een verandering van de olieprijzen voor lidstaten die deel uitmaken van de eurozone) om de weerbaarheid van de eurozone als geheel te versterken.

Met het oog op deze functies moet worden nagegaan welke doelstellingen kunnen worden verwezenlijkt binnen het huidige wetgevingskader van de Unie en voor welke een wijziging of aanpassing van het Verdrag nodig is.

Pijler 1: de convergentiecode

De huidige economische situatie vergt een investeringsstrategie naast begrotingsconsolidatie en ‑verantwoordelijkheid door te voldoen aan het kader voor economische governance.

Naast het Stabiliteits- en Groeipact, moet de convergentiecode, die volgens de gewone wetgevingsprocedure wordt goedgekeurd en rekening houdend met de landenspecifieke aanbevelingen, gedurende een periode van vijf jaar focussen op convergentiecriteria op het gebied van belasting, arbeidsmarkt, investeringen, productiviteit, sociale cohesie, en openbaar bestuur en good governance capaciteit binnen de huidige Verdragen.

Binnen het kader voor economische governance moet handelen volgens de convergentiecode een voorwaarde zijn voor volledige deelname aan de begrotingscapaciteit en iedere lidstaat moet voorstellen doen met betrekking tot de manier waarop de criteria van de convergentiecode worden gehaald.

Een begrotingscapaciteit voor de eurozone moet worden aangevuld met een langetermijnstrategie voor de houdbaarheid en de vermindering van de schuldenlast en bevordering van de groei en investeringen in de landen van de eurozone, waardoor de totale herfinancieringskosten en schuld-bbp-verhouding zouden dalen.

Pijler 2: het opvangen van asymmetrische schokken

Asymmetrische schokken met gevolgen voor de stabiliteit van de gehele eurozone kunnen niet volledig worden uitgesloten, hoe groot de inspanningen voor beleidscoördinatie, convergentie en duurzame structurele hervormingen ook zijn, aangezien de lidstaten van de eurozone sterk zijn geïntegreerd.

De stabilisatie die wordt geboden door het ESM/EMF moet worden aangevuld met mechanismen voor de automatische opvang van schokken.

Stabilisatie moet goede praktijken stimuleren en moreel risico ('moral hazard') vermijden.

Een dergelijk systeem moet duidelijke regels bevatten met betrekking tot termijnen voor betalingen en terugbetalingen, en moet duidelijk worden omschreven in termen van omvang en financieringsmechanismen, en moet begrotingsneutraal zijn gedurende een langere cyclus.

Pijler 3: het opvangen van symmetrische schokken

Toekomstige symmetrische schokken zouden de eurozone als geheel kunnen destabiliseren, aangezien deze nog niet over de nodige instrumenten beschikt om het hoofd te bieden aan een nieuwe crisis van dezelfde omvang als de vorige.

In het geval van symmetrische schokken die worden veroorzaakt door een zwakke binnenlandse vraag, volstaat monetair beleid alleen niet om de economie weer aan te zwengelen, met name in een context van rentevoeten dicht bij de ondergrens. De begroting van de eurozone moet van een voldoende omvang zijn om deze symmetrische schokken op te vangen door investeringen te financieren die gericht zijn op samenvoeging van de vraag en volledige werkgelegenheid, in overeenstemming met artikel 3 van het VEU.

iii. Governance, democratische verantwoordingsplicht en controle

De communautaire methode moet voorrang krijgen bij de ontwikkeling van economische governance voor de eurozone.

Het Europees Parlement en de parlementen van de lidstaten moeten een grotere rol spelen binnen het vernieuwde kader voor economische governance, met het oog op meer democratische verantwoording. Dit omvat grotere nationale zeggenschap over het Europees Semester en een hervorming van de interparlementaire conferentie als bedoeld in artikel 13 van het Begrotingscompact om er meer inhoud aan te geven teneinde een sterkere parlementaire en publieke opinie te ontwikkelen. Om de zeggenschap te vergroten moeten nationale parlementen de nationale regeringen controleren, net zoals het Europees Parlement de Europese uitvoerende macht moet controleren.

De functies van voorzitter van de Eurogroep en commissaris voor Economische en Financiële Zaken zouden kunnen worden samengevoegd, en in dit geval zou de voorzitter van de Commissie deze commissaris tot vicevoorzitter van de Commissie moeten benoemen.

Een minister van Financiën binnen de Commissie zou volledige democratische verantwoordingsplicht en alle nodige middelen en bevoegdheden moeten krijgen voor de toepassing en handhaving van het huidige kader voor economische governance en voor de optimalisering van de ontwikkeling van de eurozone in samenwerking met de ministers van Financiën van de lidstaten die deel uitmaken van de eurozone.

Het Europees Parlement moet zijn regels en organisatie herzien om te waarborgen dat sprake is van volledige democratische verantwoordingsplicht over de begrotingscapaciteit aan Europees Parlement‑leden van deelnemende lidstaten;

2.  richt een oproep tot:

   de Europese Raad om de hierboven omschreven richtsnoeren te bepalen, uiterlijk op de EU-vergadering in Rome (maart 2017), inclusief een kader voor een duurzame stabilisatie van de eurozone op de lange termijn;
   de Commissie om met een witboek te komen met een ambitieus kernhoofdstuk over de eurozone en de respectieve wetsvoorstellen in 2017 door gebruik te maken van alle middelen binnen de bestaande verdragen, inclusief de convergentiecode, de begroting voor de eurozone en automatische stabilisatoren, en een nauwkeurig tijdschema vast te stellen voor de tenuitvoerlegging van deze maatregelen;

3.  verklaart bereid te zijn voor het einde van de huidige mandaatsperiode van de Commissie en het Europees Parlement alle wetgevingsmaatregelen te voltooien waarvoor geen verdragswijziging nodig is en de weg te bereiden voor de verdragswijzigingen die op de middellange en lange termijn nodig zijn om een duurzame eurozone mogelijk te maken;

4.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de Commissie, de Raad, de Eurogroep, de Europese Centrale Bank en de directeur van het Europees Stabiliteitsmechanisme, alsmede aan de parlementen van de lidstaten.

Laatst bijgewerkt op: 21 september 2017Juridische mededeling