Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2225(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0044/2017

Ingediende teksten :

A8-0044/2017

Debatten :

PV 13/03/2017 - 15
CRE 13/03/2017 - 15

Stemmingen :

PV 14/03/2017 - 6.12

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0076

Aangenomen teksten
PDF 207kWORD 54k
Dinsdag 14 maart 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
De gevolgen van big data voor de grondrechten
P8_TA(2017)0076A8-0044/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 14 maart 2017 over de gevolgen van big data voor de grondrechten: persoonlijke levenssfeer, gegevensbescherming, non-discriminatie, veiligheid en rechtshandhaving (2016/2225(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 1, 7, 8, 11, 14, 21, 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de richtsnoeren voor de reglementering van digitale bestanden met persoonsgegevens, zoals opgenomen in resolutie 45/95 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 14 december 1990,

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)(1) , en gezien Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad(2) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's van 6 mei 2015 getiteld "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192),

–  gezien het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens (ETS nr. 108) en het aanvullend protocol daarbij van 8 november 2001 (ETS nr. 181)(3) ,

–  gezien aanbeveling nr. CM/Rec(2010)13 van 23 november 2010 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa aan de lidstaten tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens in het kader van profilering(4) ,

–  gezien advies 7/2015 van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming van 19 november 2015 getiteld "Meeting the challenges of big data – A call for transparency, user control, data protection by design and accountability"(5) ,

–  gezien advies 8/2016 van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming van 23 september 2016 getiteld "EDPS Opinion on coherent enforcement of fundamental rights in the age of big data"(6) ,

–  gezien de verklaring van de Groep gegevensbescherming artikel 29 van 16 september 2014 over de impact van de ontwikkeling van big data op de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens in de EU(7) ,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0044/2017),

A.  overwegende dat onder big data de voortdurende verzameling, analyse en vermeerdering op basis van een grote verscheidenheid aan bronnen wordt verstaan van grote hoeveelheden gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, die automatisch worden verwerkt met behulp van computeralgoritmen en geavanceerde technieken voor gegevensverwerking, waarbij zowel opgeslagen als gestreamde gegevens worden gebruikt, met als doel om bepaalde correlaties, trends en patronen te ontdekken (analyse van big data);

B.  overwegende dat het gebruik van big data in bepaalde gevallen inhoudt dat kunstmatige-intelligentietoepassingen, zoals neurale netwerken en statistische modellen, worden getraind om bepaalde gebeurtenissen en gedragingen te voorspellen; overwegende dat de trainingsgegevens vaak van twijfelachtige kwaliteit en niet neutraal zijn;

C.  overwegende dat de vooruitgang op het gebied van communicatietechnologie en het wijdverbreide gebruik van elektronische en monitoringapparatuur, sociale media, interactie via het internet en netwerken, met inbegrip van apparaten die informatie doorgeven zonder dat er mensen aan te pas komen, hebben geleid tot de ontwikkeling van enorme, voortdurend in omvang toenemende datasets, die met behulp van geavanceerde verwerkings- en analysetechnieken een ongekend inzicht bieden in het menselijk gedrag, privélevens en onze samenlevingen;

D.  overwegende dat de inlichtingendiensten van derde landen en lidstaten in toenemende mate vertrouwen op de verwerking en analyse van dergelijke datasets, die hetzij niet onder een rechtskader vallen hetzij, nog recenter, onderworpen zijn aan wetgeving waarover zorgen bestaan dat ze niet in overeenstemming is met het primair en afgeleid recht van de EU, en waarvan die overeenstemming nog moet worden onderzocht;

E.  overwegende dat op het internet in toenemende mate sprake is van pesten en van geweld tegen vrouwen en dat de kwetsbaarheid van kinderen toeneemt; overwegende dat de Commissie en de lidstaten alle noodzakelijke wettelijke maatregelen moeten nemen om deze fenomenen te bestrijden;

F.  overwegende dat steeds meer bedrijven, ondernemingen, organen en agentschappen, en gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties (alsook de private en overheidssector in het algemeen), politieke leiders, het maatschappelijk middenveld, academici, de academische gemeenschap en de bevolking gebruikmaken van dergelijke datasets en de analyse van big data om het concurrentievermogen te versterken, om innovatie, marktprognoses, politieke campagnes, gerichte reclame, wetenschappelijk onderzoek en beleidsvorming op het gebied van vervoer, belastingen, financiële diensten, "slimme steden", rechtshandhaving, transparantie, volksgezondheid en rampenbestrijding te bevorderen en om, bijvoorbeeld door middel van gerichte communicatie, verkiezingen en verkiezingsuitslagen te beïnvloeden;

G.  overwegende dat de "big data"-markt groeit omdat de technologie en het proces van gegevensgestuurde besluitvorming steeds meer als een aanvaardbare oplossing worden gezien; overwegende dat er nog geen methode bestaat om de totale impact van big data op een op bewijs gebaseerde manier te beoordelen, maar dat er wel aanwijzingen zijn dat analyses op basis van big data aanzienlijke horizontale gevolgen kunnen hebben in de private en de overheidssector; overwegende dat in de strategie inzake de digitale eengemaakte markt voor Europa van de Commissie wordt erkend dat gegevensgestuurde technologieën, diensten en big data als een katalysator kunnen fungeren voor economische groei, innovatie en digitalisering in de Unie;

H.  benadrukt dat de analyse van big data op tal van manieren een meerwaarde creëert en dat er veel positieve voorbeelden zijn, die een aanzienlijk potentieel hebben voor burgers, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidszorg, de strijd tegen de klimaatverandering, de vermindering van het energieverbruik, de verbetering van de veiligheid van het vervoer en de totstandbrenging van slimme steden, waarmee wordt bijgedragen tot de optimalisering en doeltreffendheid van bedrijven en tot de verbetering van de arbeidsomstandigheden en de opsporing en bestrijding van fraude; overwegende dat het gebruik van big data een concurrentievoordeel kan opleveren voor wat betreft de besluitvormingsprocessen van Europese bedrijven, terwijl de efficiëntie van de overheidssector kan worden vergroot dankzij een beter inzicht in de diverse niveaus van sociaaleconomische ontwikkelingen;

I.  overwegende dat het gebruik van big data de genoemde voordelen kan opleveren voor burgers, academici, de academische gemeenschap en de private en overheidssector, maar ook bepaalde risico's inhoudt in verband met de bescherming van de grondrechten, zoals het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, gegevensbescherming en gegevensbeveiliging, maar ook het recht op vrijheid van meningsuiting en non-discriminatie, zoals gewaarborgd door het EU-Handvest van de grondrechten en de wetgeving van de Unie; overwegende dat pseudonimiserings- en versleutelingstechnieken de risico's van de analyse van big data kunnen verkleinen en daarom niet alleen een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene, maar ook bijdragen tot de bevordering van innovatie en economische groei; overwegende dat deze elementen beschouwd moeten worden als onderdeel van de huidige herziening van de e-privacyrichtlijn;

J.  overwegende dat de alomtegenwoordige sensoren en de uitgebreide routinematige gegevensproductie- en gegevensverwerkingsactiviteiten niet altijd transparant genoeg zijn, waardoor burgers en overheden de processen en het doel van de verzameling, de bundeling, de analyse en het gebruik van persoonsgegevens minder goed kunnen beoordelen; overwegende dat de grenzen tussen persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens door het gebruik van big data merkbaar vervagen, hetgeen ertoe kan leiden dat er nieuwe persoonsgegevens worden gecreëerd;

K.  overwegende dat de "big data"-sector jaarlijks met 40% groeit, zeven maal sneller dan de IT-markt; overwegende dat de concentratie van grote, door nieuwe technologieën geproduceerde datasets cruciale informatie oplevert voor grote ondernemingen, wat zorgt voor ongeziene verschuivingen in het machtsevenwicht tussen burgers, regeringen en particuliere actoren; overwegende dat een dergelijke concentratie van de macht in handen van ondernemingen monopolies en onrechtmatige praktijken kan bestendigen en een nadelige invloed kan hebben op de consumentenrechten en eerlijke mededinging op de markt; overwegende dat in het kader van het samenvoegen van big data zowel de belangen van natuurlijke personen als de bescherming van de grondrechten nader moeten worden onderzocht;

L.  overwegende dat big data, als katalysator voor productiviteitsgroei en als manier om burgers betere producten en diensten aan te bieden, over een groot onbenut potentieel beschikken; onderstreept echter dat het wijdverspreide gebruik van slimme apparaten, netwerken en internettoepassingen door burgers, bedrijven en organisaties niet noodzakelijkerwijs betekent dat zij tevreden zijn over de aangeboden producten, maar veeleer dat ze inzien dat deze diensten onmisbaar zijn geworden voor hun leven, communicatie en werk, niettegenstaande het gebrek aan inzicht in de risico's die ze kunnen inhouden voor hun welzijn, veiligheid en rechten;

M.  overwegende dat onderscheid moet worden gemaakt tussen de kwantiteit en de kwaliteit van gegevens om efficiënt gebruik van big data (algoritmen en andere analyse-instrumenten) te bevorderen; overwegende dat besluitvormingsprocessen en analytische instrumenten die op gegevens en/of procedures van geringe kwaliteit gebaseerd zijn, kunnen resulteren in vertekenende algoritmen, valse correlaties, fouten, het onderschatten van sociale, ethische en rechtsgevolgen, het risico van gebruik van gegevens voor discriminerende of frauduleuze doeleinden en het marginaliseren van de rol die mensen bij deze processen spelen, en tot gebrekkige besluitvormingsprocedures leiden die nadelige gevolgen hebben voor de levens en kansen van burgers, met name gemarginaliseerde groepen, en een negatieve invloed hebben op samenlevingen en ondernemingen;

N.  overwegende dat transparantie en verantwoordingsplicht voor algoritmen moeten neerkomen op de uitvoering van technische en operationele maatregelen waarmee transparantie, non-discriminatie van geautomatiseerde besluitvorming en waarschijnlijkheidsberekeningen inzake het gedrag van personen worden gewaarborgd; overwegende dat transparantie moet inhouden dat aan personen nuttige informatie over de onderliggende logica, het belang en de verwachte gevolgen moet worden verstrekt; overwegende dat onder meer informatie moet worden verstrekt over de data die voor de training van de analyse van big data worden gebruikt, en dat personen de besluiten die hen aangaan moeten kunnen begrijpen en volgen;

O.  overwegende dat gegevensanalyse en algoritmen een almaar grotere invloed hebben op de informatie die aan burgers ter beschikking wordt gesteld; overwegende dat deze technieken, als er misbruik van wordt gemaakt, het fundamentele recht op voorlichting, persvrijheid en pluralisme in gevaar kunnen brengen; overwegende dat de publieke-omroepstelsels in de lidstaten rechtstreeks verband houden met de democratische, sociale en culturele behoeften van elke samenleving en met de noodzaak om de media pluralistisch te houden, zoals vermeld in het Protocol betreffende het publieke-omroepstelsel in de lidstaten bij het Verdrag van Amsterdam (11997D/PRO/09);

P.  overwegende dat de verbreiding van de verwerking en de analyse van gegevens, het grote aantal actoren dat bij de verzameling, opslag, verwerking en uitwisseling van gegevens betrokken is en het met elkaar combineren van grote datasets met persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens die van een grote verscheidenheid aan bronnen afkomstig zijn en voor onbepaalde tijd worden opgeslagen, allen hebben bijgedragen tot de grote onzekerheid die burgers en bedrijven ervaren ten aanzien van de specifieke voorschriften voor de naleving van de huidige EU-wetgeving inzake gegevensbescherming, hoewel ze ook een aanzienlijk potentieel hebben;

Q.  overwegende dat er een overvloed aan ongestructureerde legacysystemen bestaat, met grote hoeveelheden gegevens die bedrijven in de loop der jaren hebben verzameld en zonder duidelijke gegevensbeheersystemen, die systematisch in overeenstemming moeten worden gebracht met de regelgeving;

R.  overwegende dat nauwere samenwerking en samenhang tussen verschillende regelgevers, toezichthoudende mededingingsautoriteiten, consumentenbeschermingsautoriteiten en gegevensbeschermingsautoriteiten op nationaal en EU-niveau moeten worden aangemoedigd met het oog op het waarborgen van een samenhangende benadering van en inzicht in de gevolgen van big data voor de grondrechten; overwegende dat de oprichting en verdere ontwikkeling van het "Digital Clearing House"(8) als een vrijwilligersnetwerk van handhavingsautoriteiten, kan bijdragen tot de verbetering van hun werkzaamheden en respectieve handhavingsactiviteiten, de versterking van de synergieën en de bescherming van de rechten en belangen van natuurlijke personen;

Algemene overwegingen

1.  onderstreept dat burgers, de private en de overheidssector, academici en de academische gemeenschap de mogelijkheden en kansen van big data alleen ten volle kunnen benutten als het publieke vertrouwen in deze technologieën wordt gewaarborgd door middel van strikte handhaving van de grondrechten, naleving van de huidige EU-wetgeving inzake gegevensbescherming en rechtszekerheid voor alle betrokken actoren; benadrukt dat persoonsgegevens uitsluitend mogen worden verwerkt op grond van een van de rechtsgrondslagen van artikel 6 van Verordening (EU) 2016/679; is van mening dat transparantie en een goede informatieverstrekking aan de betrokkenen van essentieel belang zijn om het publieke vertrouwen te versterken en de individuele rechten te beschermen;

2.  beklemtoont dat de naleving van de bestaande wetgeving inzake gegevensbescherming, samen met solide wetenschappelijke en ethische normen, cruciaal is om "big data"-oplossingen geloofwaardig en betrouwbaar te maken; benadrukt voorts dat de informatie die door de analyse van big data wordt gegenereerd, geen onpartijdig overzicht van enig onderwerp biedt en niet betrouwbaarder kan zijn dan de onderliggende gegevens; benadrukt dat voorspellende analyses op basis van big data alleen een statistische kans kunnen opleveren en bijgevolg niet altijd precies het gedrag van een persoon kunnen voorspellen; benadrukt daarom dat solide wetenschappelijke en ethische normen van essentieel belang zijn voor het beheren van de gegevensverzameling en voor het beoordelen van de resultaten van een dergelijke analyse;

3.  wijst erop dat uit niet-gevoelige informatie ook gevoelige informatie over een persoon kan worden afgeleid, wat de grenzen tussen gevoelige en niet-gevoelige informatie doet vervagen;

4.  beklemtoont dat persoonsgegevens, vanwege de gebrekkige kennis en het gebrekkige inzicht van burgers ten aanzien van de aard van big data, op onbedoelde manieren kunnen worden gebruikt; merkt op dat onderwijs over en bewustmaking van de grondrechten van essentieel belang is in de EU; dringt er bij de Europese instellingen en de lidstaten op aan te investeren in digitale geletterdheid en bewustmaking van digitale rechten, privacy en gegevensbescherming bij burgers, met inbegrip van kinderen; beklemtoont dat dit onderwijs er vooral moet voor zorgen dat men de beginselen/logica achter de werking van algoritmen en geautomatiseerde besluitvorming begrijpt en weet hoe ze op een zinvolle manier moeten worden geïnterpreteerd; benadrukt voorts dat moet worden toegewerkt naar een beter begrip van waar en hoe gegevensstromen worden verzameld (door middel van web scraping, door streaminggegevens te combineren met gegevens van sociale netwerken en aangesloten apparaten en deze samen te voegen tot een nieuwe gegevensstroom);

Het gebruik van big data voor commerciële doeleinden en in de overheidssector

Persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming

5.  wijst erop dat de wetgeving van de Unie inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens, het recht op gelijkheid en non-discriminatie, evenals het recht op voorlichting over de logica die aan geautomatiseerde besluitvorming en profilering ten grondslag ligt en het recht op gerechtelijk beroep, van toepassing zijn op gegevensverwerking als aan deze verwerking pseudonimiserings- en anonimiseringstechnieken voorafgaan of als gebruikmaking van andere dan persoonsgegevens gevolgen zou kunnen hebben voor hetzij de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen hetzij andere rechten en vrijheden, en tot de stigmatisering van hele bevolkingsgroepen zouden kunnen leiden;

6.  beklemtoont dat de digitale interne markt op betrouwbare, snelle netwerken en diensten moet berusten die de fundamentele rechten van de betrokkenen op gegevensbescherming en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer waarborgen, en tegelijk innovatie en de analyse van big data moet stimuleren, teneinde de juiste omstandigheden en een gelijk speelveld te creëren om de Europese digitale economie een krachtige impuls te geven;

7.  wijst voorts op de mogelijkheid tot heridentificatie van natuurlijke personen door verschillende soorten geanonimiseerde gegevens met elkaar in verband te brengen; onderstreept dat de wetgeving van de Unie inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens alleen van toepassing is op de verwerking van dergelijke gecorreleerde gegevens als een natuurlijke persoon inderdaad heridentificeerbaar is;

8.  benadrukt dat bovengenoemde beginselen als een kader moeten dienen voor de besluitvormingsprocedures van de private en overheidssector en andere actoren die gebruikmaken van gegevens; benadrukt dat er aanzienlijk meer transparantie en verantwoordingsplicht voor algoritmen moet worden betracht voor wat betreft de verwerking en de analyse van gegevens door de private en overheidssectoren en alle andere actoren die big data analyseren, als een essentieel instrument om te waarborgen dat de betrokkenen terdege worden geïnformeerd over de verwerking van hun persoonsgegevens;

9.  wijst op de fundamentele rol die de Commissie, het Europees Comité voor gegevensbescherming, nationale gegevensbeschermingsautoriteiten en andere onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten in de toekomst moeten spelen ten aanzien van de bevordering van de transparantie, eerlijke rechtsbeoordeling en rechtszekerheid in het algemeen en, meer in het bijzonder, ten aanzien van concrete normen ter bescherming van de grondrechten en waarborgen in verband met de verwerking en de analyse van gegevens door de private en overheidssector; beklemtoont dat instanties die toezicht houden op het gedrag in de digitale wereld, nauwer moeten samenwerken en zodoende de synergieën tussen wetgevingskaders voor consumenten, mededingingsautoriteiten en gegevensbeschermingsautoriteiten moeten versterken; wenst dat aan die instanties voldoende middelen en personeel ter beschikking wordt gesteld; erkent voorts dat de noodzaak tot oprichting van een "Digital Clearing House" nader moet worden onderzocht;

10.  benadrukt dat de intrinsieke doelstelling van big data moet zijn om vergelijkbare correlaties tot stand te brengen met zo weinig mogelijk persoonsgegevens; benadrukt in dit verband dat de wetenschappelijke wereld, het bedrijfsleven en de overheidssector zich moeten richten op onderzoek en innovatie op het gebied van anonimisering;

11.  erkent dat, wanneer persoonsgegevens worden gebruikt in "big data"-toepassingen, de risico's voor de betrokkenen kunnen worden verminderd door pseudonimiserings-, anonimiserings- of versleutelingstechnieken toe te passen op persoonsgegevens; wijst op de voordelen van pseudonimisering, zoals voorzien in de algemene verordening gegevensbescherming, als een passende waarborg; herinnert eraan dat anonimisering een onomkeerbaar proces is waarbij persoonsgegevens niet meer alleen kunnen worden gebruikt om een natuurlijke persoon te identificeren of uit te kiezen; is van mening dat door middel van contractuele verplichtingen moet worden gewaarborgd dat heridentificatie van geanonimiseerde gegevens – door verschillende soorten gegevensbronnen met elkaar in verband te brengen – niet is toegestaan; vraagt de private en overheidssector en andere actoren die bij de analyse van big data zijn betrokken, om deze risico's regelmatig te beoordelen in het licht van nieuwe technologieën en om de geschiktheid van de vastgestelde maatregelen te staven met bewijsstukken; roept de Commissie, het Europees Comité voor gegevensbescherming en andere onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten op richtsnoeren op te stellen voor een goede anonimisering van gegevens, teneinde toekomstige gevallen van misbruik van deze maatregelen te voorkomen en toezicht uit te oefenen op praktijken;

12.  roept de private en de overheidssector en andere verwerkingsverantwoordelijken op gebruik te maken van de instrumenten waarin de algemene verordening gegevensbescherming voorziet, zoals gedragscodes en certificeringsregelingen, teneinde meer zekerheid te verkrijgen over hun specifieke verplichtingen uit hoofde van de wetgeving van de Unie, en hun praktijken en activiteiten in overeenstemming te brengen met de toepasselijke wettelijke normen en waarborgen van de EU;

13.  verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat gegevensgestuurde technologieën de toegang tot pluralistische media niet beperken of verengen, maar in plaats daarvan mediavrijheid en pluralisme bevorderen; beklemtoont dat samenwerking tussen regeringen, onderwijsinstellingen en mediaorganisaties van cruciaal belang zal zijn om te waarborgen dat digitale mediageletterdheid wordt gestimuleerd en zodoende burgers mondiger te maken en hun recht op informatie en vrijheid van meningsuiting te beschermen;

14.  is van oordeel dat de openbaarmaking van persoonsgegevens door de overheid om redenen van openbaar belang, zoals het voorkomen van corruptie, belangenconflicten, belastingfraude en het witwassen van geld, toelaatbaar is in een democratische maatschappij, op voorwaarde dat de gegevens overeenkomstig wettelijk vastgelegde voorwaarden worden verstrekt, dat er passende waarborgen zijn en dat de openbaarmaking noodzakelijk is voor en in verhouding staat tot het beoogde doel;

Veiligheid

15.  erkent de meerwaarde van de technologische ontwikkeling, die zal bijdragen tot de verbetering van de beveiliging; erkent dat inbreuken op de beveiliging, ongeoorloofde toegang tot gegevens en onrechtmatige gegevenscontrole enkele van de meest urgente risico's zijn met betrekking tot gegevensverwerkingsactiviteiten, zoals technieken voor de verwerking van big data (met name in het kader van het "internet der dingen"), en voor natuurlijke personen een punt van zorg zijn; is van mening dat daadwerkelijke samenwerking en overleg tussen de private en overheidssector, rechtshandhavingsinstanties en onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten noodzakelijk zijn om dergelijke bedreigingen het hoofd te bieden; benadrukt in dit verband dat er bijzondere aandacht moet uitgaan naar de beveiliging van systemen voor e-overheid, alsook naar aanvullende juridische maatregelen zoals softwareaansprakelijkheid;

16.  is van mening dat het gebruik van eind-tot-eindversleuteling moet worden aangemoedigd en, indien nodig, verplicht moet worden gesteld, in overeenstemming met het beginsel van gegevensbescherming door ontwerp; beveelt aan dat elk toekomstig wetgevingskader aanbieders van encryptie- en communicatiediensten en alle andere organisaties (op elk niveau in de toeleveringsketen) specifiek verbiedt om het gebruik van "backdoors" toe te staan of in de hand te werken;

17.  benadrukt dat de toenemende datageneratie en gegevensstromen nieuwe kwetsbaarheden en uitdagingen op het gebied van informatiebeveiliging doen ontstaan; dringt in dit verband aan op het gebruik van "privacy by design" en "privacy by default", het gebruik – in voorkomend geval – van anonimiseringstechieken en verplichte beoordelingen van het effect op de persoonlijke levenssfeer; benadrukt dat dergelijke maatregelen moeten worden toegepast door alle actoren die zich bezighouden met de analyse van big data in de private en overheidssector en door alle andere actoren die met gevoelige informatie werken, zoals advocaten, journalisten en het personeel in de gezondheidszorg, teneinde ervoor te zorgen dat het gebruik van big data niet leidt tot een grotere blootstelling aan risico's op het gebied van informatiebeveiliging;

18.  herinnert eraan dat de lidstaten, in overeenstemming met artikel 15 van Richtlijn 2000/31/EG, aan de verleners van transmissie-, opslag- en hostingdiensten geen algemene verplichting mogen opleggen om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan, noch om actief te zoeken naar feiten of omstandigheden die op onwettige activiteiten duiden; herinnert er met name aan dat het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaken C-360/10 en C-70/10 de maatregelen voor "gerichte bewaking" van vrijwel alle gebruikers van de betrokken diensten (internetproviders in het ene geval, sociaal netwerk in het andere geval) heeft verworpen, en heeft gepreciseerd dat elk bevel dat een hostingdienstverlener verplicht tot een algemene surveillance, verboden is;

Non-discriminatie

19.  benadrukt dat big data, vanwege de datasets en algoritmische systemen die in de verschillende stadia van de verwerking van gegevens worden gebruikt voor beoordelingen of voorspellingen, niet alleen kunnen leiden tot schendingen van de grondrechten van natuurlijke personen, maar ook tot verschillen in behandeling en indirecte discriminatie van groepen mensen met vergelijkbare kenmerken, met name wat betreft eerlijke en gelijke kansen op toegang tot onderwijs en banen, bij de aanwerving of beoordeling van personen of bij de vaststelling van de nieuwe consumptiegewoonten van gebruikers van sociale media;

20.  wenst dat de Commissie, de lidstaten en de gegevensbeschermingsautoriteiten algoritmische discriminatie en vertekening in kaart brengen en tot een minimum beperken, en dat zij een sterk en gemeenschappelijk ethisch kader opzetten, zowel voor de transparante verwerking van persoonsgegevens als voor geautomatiseerde besluitvorming, dat kan fungeren als richtsnoer voor gegevensgebruik en de voortdurende handhaving van het Unierecht;

21.  verzoekt de Commissie, de lidstaten en de gegevensbeschermingsautoriteiten om niet alleen specifiek de behoefte aan algoritmische transparantie te beoordelen, maar ook de behoefte aan transparantie op het gebied van eventuele vertekeningen van de trainingsgegevens die voor gevolgtrekkingen op basis van big data worden gebruikt;

22.  beveelt aan dat bedrijven de representativiteit van de datasets geregeld beoordelen, nagaan of er vertekeningen zijn en strategieën ontwikkelen om deze vertekeningen te verhelpen; wijst erop dat moet worden nagegaan hoe nauwkeurig en zinvol voorspellingen op basis van gegevensanalyse zijn, rekening houdend met ethische bezwaren en billijkheid;

Big data voor wetenschappelijke doeleinden

23.  benadrukt dat de analyse van big data nuttig kan zijn voor wetenschappelijke ontwikkeling en onderzoek; is van mening dat bij de ontwikkeling en het gebruik van de analyse van big data voor wetenschappelijke doeleinden terdege rekening moet worden gehouden met de fundamentele waarden die in het EU-Handvest van de grondrechten zijn verankerd, en dat de huidige EU-wetgeving inzake gegevensbescherming moet worden nageleefd;

24.  herinnert eraan dat volgens de algemene verordening gegevensbescherming de verdere verwerking van persoonsgegevens voor statistische doeleinden alleen geaggregeerde gegevens mag opleveren die niet opnieuw op individuele personen kunnen worden toegepast;

Het gebruik van big data voor rechtshandhavingsdoeleinden

Persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming

25.  herinnert alle actoren die betrokken zijn bij rechtshandhaving en gebruikmaken van de verwerking en de analyse van gegevens, eraan dat Richtlijn (EU) 2016/680 van toepassing is op de verwerking, voor rechtshandhavingsdoeleinden, van persoonsgegevens door de lidstaten; wenst dat de verzameling en verwerking van persoonsgegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn, uitgaande van de welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden waarvoor ze worden verwerkt; stelt dat het doel en de noodzaak van de verzameling van deze gegevens duidelijk aangetoond moeten worden; stelt dat uitsluitend op geautomatiseerde verwerking gebaseerde besluiten, met inbegrip van profilering, die voor de betrokkene nadelige rechtsgevolgen hebben of hem in aanmerkelijke mate treffen, verboden zijn, tenzij het betrokken besluit is toegestaan krachtens het Unierecht of het lidstatelijke recht dat op de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is, en voorziet in passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkene, waaronder ten minste het recht op menselijke tussenkomst van de verwerkingsverantwoordelijke; vraagt de Commissie, het Europees Comité voor gegevensbescherming en andere onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten om met richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken te komen, opdat de criteria en de voorwaarden voor besluiten op basis van profilering en het gebruik van big data voor rechtshandhavingsdoeleinden nader worden gespecificeerd;

26.  benadrukt hoe belangrijk het is om Richtlijn (EU) 2016/680 na te leven, in het bijzonder wat betreft de beoordeling van de inclusiviteit, juistheid en kwaliteit van gegevens door middel van voorafgaande effectbeoordelingen en audits waarbij rekening wordt gehouden met ethische overwegingen, om ervoor te zorgen dat de natuurlijke personen die gevolgen ondervinden van de besluiten en/of de actoren die betrokken zijn bij de besluitvormingsprocessen, de verzameling of de analyses, patronen en correlaties kunnen begrijpen en betwisten, en om te voorkomen dat bepaalde groepen natuurlijke personen nadelige gevolgen ondervinden;

27.  wijst erop dat het vertrouwen van burgers in digitale diensten ernstig kan worden ondermijnd door grootschalige controleactiviteiten door de overheid en door ongerechtvaardigde toegang tot commerciële en andere persoonsgegevens door rechtshandhavingsinstanties;

28.  herinnert eraan dat ervan moet worden uitgegaan dat wetgeving die overheidsinstanties algemene toegang geeft tot de inhoud van elektronische communicatie, het fundamentele recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, zoals gewaarborgd door artikel 7 van het Handvest, in gevaar brengt;

29.  beklemtoont dat er richtsnoeren en systemen moeten worden opgenomen in openbare aanbestedingen voor modellen, instrumenten en programma's op basis van big data voor rechtshandhavingsdoeleinden, teneinde ervoor te zorgen dat de onderliggende code vóór de definitieve aankoop door de rechtshandhavingsinstanties zelf op geschiktheid, correctheid en veiligheid kan worden en wordt gecontroleerd, rekening houdend met het feit dat de transparantie en verantwoordingsplicht worden beperkt door propriëtaire software; wijst erop dat sommige vormen van voorspellend politiewerk privacyvriendelijker zijn dan andere, bijvoorbeeld wanneer er probabilistische voorspellingen over plaatsen en gebeurtenissen worden gedaan in plaats van over natuurlijke personen;

Veiligheid

30.  onderstreept dat het absoluut noodzakelijk is om rechtshandhavingsdatabanken te beschermen tegen inbreuken op de beveiliging en ongeoorloofde toegang, aangezien dit een punt van zorg is voor natuurlijke personen; is derhalve van mening dat dergelijke risico's nopen tot doeltreffende samenwerking en overleg tussen rechtshandhavingsinstanties, de private sector, regeringen en onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten; benadrukt dat persoonsgegevens op toereikende wijze moeten worden beschermd, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn (EU) 2016/680, en dat kwetsbaarheden met behulp van beveiligde en gedecentraliseerde databankarchitecturen moeten worden geminimaliseerd;

Non-discriminatie

31.  waarschuwt dat, vanwege de inmenging in het leven en de rechten van burgers door rechtshandhavingsautoriteiten, onder meer door middel van de verwerking en analyse van gegevens, maximale voorzichtigheid is geboden om onwettige discriminatie te voorkomen en te verhinderen dat een persoon of een groep personen op grond van ras, huidskleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd, geslacht, genderexpressie, genderidentiteit, seksuele gerichtheid, verblijfsstatus, gezondheid of het behoren tot een nationale minderheid die vaak wordt geconfronteerd met etnische profilering of streng politieoptreden, maar ook natuurlijke personen die bij toeval bepaalde kenmerken vertonen, erdoor getroffen worden; wenst dat zowel de frontlinemedewerkers die gegevens verzamelen als de gebruikers van de uit de gegevensanalyse verkregen inlichtingen naar behoren worden opgeleid;

32.  verzoekt dat de rechtshandhavingsinstanties van lidstaten die gebruikmaken van de analyse van gegevens hierbij de hoogste ethische normen in acht nemen en ervoor zorgen dat gedurende de verschillende fasen van de besluitvorming menselijke tussenkomst en verantwoordingsplicht worden gewaarborgd, niet alleen om de representativiteit, juistheid en kwaliteit van de gegevens te beoordelen maar ook om de juistheid te beoordelen van elke beslissing die op basis van de desbetreffende gegevens wordt genomen;

o
o   o

33.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(2) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.
(3) http://www.coe.int/en/web/conventions/full-list/-/conventions/treaty/108
(4) https://search.coe.int/cm/Pages/result_details.aspx?ObjectID=09000016805cdd00
(5)https://secure.edps.europa.eu/EDPSWEB/webdav/site/mySite/shared/Documents/Consultation/Opinions/2015/15-11-19_Big_Data_EN.pdf
(6) https://secure.edps.europa.eu/EDPSWEB/webdav/site/mySite/shared/Documents/EDPS/Events/16-09-23_BigData_opinion_EN.pdf
(7) http://ec.europa.eu/justice/data-protection/article-29/documentation/opinion-recommendation/files/2014/wp221_en.pdf
(8) Advies 8/2016 van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming van 23 september 2016, blz. 15.

Laatst bijgewerkt op: 29 juni 2018Juridische mededeling