Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/3002(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0686/2017

Debatten :

PV 14/12/2017 - 5.2
CRE 14/12/2017 - 5.2

Stemmingen :

PV 14/12/2017 - 8.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0497

Aangenomen teksten
PDF 173kWORD 52k
Donderdag 14 december 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Cambodja: het verbod op de oppositie
P8_TA(2017)0497B8-0686, 0689, 0692, 0694, 0696 en 0697/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 14 december 2017 over Cambodja: naar aanleiding van de ontbinding van de CNRP-partij (2017/3002(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Cambodja, met name die van 14 september 2017(1) ,

–  gezien het bezoek van de delegatie van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN) aan het Europees Parlement van 30 t/m 31 oktober 2017,

–  gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers van 2008,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) op 16 november 2017 over de ontbinding van de Nationale Reddingspartij van Cambodja (CNRP),

–  gezien de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Cambodja van 1997,

–  gezien de plaatselijke EU-verklaring van 22 februari 2017 over de politieke situatie in Cambodja, en de verklaringen van de woordvoerder van de EU-delegatie van 3 september 2017 en van 25 augustus 2017 over de inperking van de politieke ruimte in Cambodja,

–  gezien de door de Algemene Vergadering van de VN op 8 maart 1999 aangenomen resolutie (A/RES/53/144) betreffende het recht en de verantwoordelijkheid van personen, groeperingen en maatschappelijke instanties voor de bevordering en bescherming van universeel erkende mensenrechten en fundamentele vrijheden,

–  gezien de vredesakkoorden van Parijs van 1991, waar de toezegging tot eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in Cambodja, ook door de internationale ondertekenaars, is verankerd in artikel 15,

–  gezien het Verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht,

–  gezien de grondwet van Cambodja, met name artikel 41 waarin de rechten en vrijheden van meningsuiting en vergadering zijn verankerd, artikel 35 over het recht van politieke participatie en artikel 80 over parlementaire onschendbaarheid,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in Cambodja in 2017 verder is verslechterd, omdat een toenemend aantal leden van de politieke oppositie, mensenrechtenactivisten en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties in Cambodja is gearresteerd;

B.  overwegende dat het Cambodjaanse parlement in 2017 twee reeksen repressieve amendementen op de wet inzake politieke partijen heeft goedgekeurd, met daarin talrijke restricties om oppositiepartijen te dwarsbomen;

C.  overwegende dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken op 6 oktober 2017 een verzoek heeft ingediend bij het Hooggerechtshof om de Nationale Reddingspartij van Cambodja (CNRP) te ontbinden op grond van de wet inzake politieke partijen;

D.  overwegende dat het Hooggerechtshof de ontbinding van de CNRP op 16 november 2017 heeft aangekondigd aan het eind van een eendaagse hoorzitting; overwegende dat het Hooggerechtshof ook 118 leden van de CNRP heeft verboden om in de komende vijf jaar politiek actief te worden; overwegende dat de regering door dit besluit, dat gebaseerd was op twee reeksen controversiële amendementen op de wet inzake politieke partijen, geen concurrentie te duchten heeft in de aanloop naar de algemene verkiezingen die gepland staan voor juli 2018;

E.  overwegende dat leden van oppositiepartijen al jaren worden vervolgd en geïntimideerd door de autoriteiten van Cambodja; overwegende dat minder dan 40% van de parlementsleden van de CNRP in Cambodja is achtergebleven nadat anderen waren gedwongen te vluchten, omdat ze met arrestatie waren bedreigd;

F.  overwegende dat het Cambodjaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken over uitgebreide bevoegdheden beschikt om politieke partijen op grond van vage criteria op te schorten; overwegende dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken op 2 oktober 2017 20 politieke partijen heeft ontbonden op grond van de artikelen 19 en 20 van de wet inzake politieke partijen;

G.  overwegende dat Kem Sokha, de voorzitter van de CNRP, op 3 september 2017 is gearresteerd en dat hem verraad ten laste is gelegd krachtens artikel 443 van het Cambodjaanse wetboek van strafrecht, ondanks het feit dat hij parlementaire onschendbaarheid geniet; overwegende dat Kem Sokha's verzoek om op borgtocht te worden vrijgelaten op 26 september 2017 is verworpen, toen hij een hoorzitting niet kon bijwonen omdat de gevangenisautoriteiten hadden gezegd dat ze niet konden instaan voor zijn veiligheid; overwegende dat hij volgens mensenrechtenorganisaties op 24 november 2017 is verhoord, hoewel hij niet op adequate wijze toegang had tot juridische adviseurs of persoonlijke medische verzorging; overwegende dat zijn wettelijke status onduidelijk is; overwegende dat zijn verzoek om op borgtocht te worden vrijgelaten nu in behandeling is bij het Hooggerechtshof; overwegende dat hij tot 30 jaar gevangenisstraf kan worden veroordeeld als hij schuldig wordt bevonden; overwegende dat de president van het Hooggerechtshof, Dith Munty, een lid is van de permanente commissie van de regeringspartij;

H.  overwegende dat het probleem van de landroof een bron van ernstige bezorgdheid blijft in Cambodja; overwegende dat er een gestage toename is van het aantal arrestaties en detenties van leden van oppositiepartijen, politieke commentatoren, vakbondsactivisten, mensenrechtenactivisten, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties in Cambodja, inclusief de ADHOC 5; overwegende dat mensenrechtenverdediger Tep Vanny van de Boeung Kak-gemeenschap nog steeds in de gevangenis zit om een gevangenisstraf van twee-en-een-half jaar uit te zitten wegens een vreedzaam protest in 2013; overwegende dat het Hooggerechtshof op 8 december 2017 het vonnis tegen Tep Vanny heeft bekrachtigd;

I.  overwegende dat de vorige voorzitter van de CNRP, Sam Rainsy, gedwongen werd zijn ontslag in te dienen na juridische intimidatie; overwegende dat hij bij verstek werd veroordeeld wegens smaad en nu in ballingschap leeft; overwegende dat sinds de ontbinding van de oppositie, een toenemend aantal parlementsleden van de CNRP Cambodja is ontvlucht; overwegende dat mensenrechtenorganisaties berichten dat sommigen van hen politiek asiel hebben aangevraagd;

J.  overwegende dat de invloed van China een belangrijke rol speelt in het politieke leven in Cambodja en in de Cambodjaanse regering;

K.  overwegende dat Cambodja profiteert van het gunstigste stelsel dat beschikbaar is binnen het EU-stelsel van algemene preferenties (SAP), namelijk het Everything But Arms-stelsel (EBA); overwegende dat de EU voor de financiële periode 2014-2020 wel 410 miljoen EUR heeft toegewezen aan Cambodja, waarvan 10 miljoen EUR is bestemd voor ondersteuning van de hervorming van het verkiezingsproces in Cambodja;

L.  overwegende dat het recht op politieke participatie is verankerd in artikel 41 van de Cambodjaanse grondwet; overwegende dat het besluit om de CNRP te ontbinden een significante afwijking is van de weg naar pluralisme en democratie, als verankerd in de grondwet van Cambodja;

M.  overwegende dat 55 ngo's hebben aangedrongen op een nieuwe conferentie van Parijs over Cambodja om van gedachten te wisselen over de rechtsstaat en de democratie teneinde de Cambodjaanse regering aan te moedigen haar beleid ten aanzien van oppositiepartijen te heroverwegen;

1.  geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de ontbinding van de CNRP; betreurt het verbod van de partij ten zeerste, dat het zoveelste bewijs is van het autocratisch bewind van minister-president Hun Sen; dringt er bij de regering op aan het besluit om de CNRP te ontbinden terug te draaien, om de verkozen leden van het nationale parlement en de gemeenteraden hun posities opnieuw te laten innemen, de oppositiepartijen toe te staan volledig deel te nemen aan het openbare leven en ervoor te zorgen dat media en maatschappelijke organisaties zich vrij kunnen bewegen en een einde te maken aan het klimaat van angst en intimidatie, omdat dit alle voorwaarden zijn voor vrije, inclusieve en transparante verkiezingen;

2.  herhaalt zijn ernstige bezorgdheid die het in eerdere resoluties heeft geuit over de verdere verslechtering van het klimaat voor politici van oppositiepartijen, mensenrechtenactivisten en leden van maatschappelijke organisaties in Cambodja;

3.  sluit zich aan bij het standpunt van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties dat de beschuldigingen tegen de CNRP en zijn leden vaag waren, evenals de wettelijke bepalingen waarop het besluit gebaseerd was om de partij te ontbinden;

4.  is van mening dat het Hooggerechtshof in Phnom Penh op onaanvaardbare wijze morrelt aan het recht van Cambodjaanse burgers om vrijelijk hun politieke vertegenwoordigers te kiezen en op hen te stemmen in de nationale verkiezingen in 2018; betreurt de afwezigheid van een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke macht in het land;

5.  dringt er bij de regering van Cambodja op aan alle recente amendementen op de wet inzake politieke partijen en de kieswetten waarin de vrijheid van meningsuiting en politieke vrijheden worden ingeperkt, in te trekken;

6.  veroordeelt de arrestatie van Kem Sokha en andere politieke activisten ten zeerste; dringt er bij de Cambodjaanse autoriteiten op aan om het arrestatiebevel tegen oppositieleider Sam Rainsy onmiddellijk in te trekken en alle aanklachten tegen hem, en om Kem Sokha onvoorwaardelijk vrij te laten uit de gevangenis en alle aanklachten tegen hem en leden van de oppositie in te trekken;

7.  uit zijn ernstige bezorgdheid over het houden van geloofwaardige en transparante verkiezingen in Cambodja in 2018 na het besluit van het Hooggerechtshof om de CNRP te ontbinden; benadrukt dat een verkiezingsproces waarbij de belangrijkste oppositiepartij is uitgesloten van deelname niet legitiem is, en dat het houden van transparante en open verkiezingen een belangrijke voorwaarde is om de vrede en de stabiliteit in het land en in de gehele regio te waarborgen;

8.  is verheugd over het EU-besluit om alle verkiezingssteun in te trekken totdat Cambodja hervormingen doorvoert in overeenstemming met internationale verkiezingsnormen om de democratie te bevorderen en het maatschappelijk middenveld te beschermen;

9.  dringt er bij de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, en de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten op aan om alles in het werk te stellen om de grondrechten van het Cambodjaanse volk om kandidaten te kiezen en om te worden verkozen te beschermen en om het pluralisme en de democratische beginselen te waarborgen in overeenstemming met de Cambodjaanse grondwet;

10.  herinnert de Cambodjaanse regering eraan dat zij haar verplichtingen en verbintenissen met betrekking tot de democratische beginselen en de fundamentele mensenrechten moet nakomen, die een essentieel onderdeel vormen van de samenwerkingsovereenkomst;

11.  benadrukt dat eerbiediging van de fundamentele mensenrechten een voorwaarde voor Cambodja is om te blijven profiteren van het preferentiële EBA-stelsel van de EU; dringt er bij de VV/HV en commissaris Malmström op aan om de verplichtingen van Cambodja overeenkomstig de bepalingen in artikel 19 van de EBA-verordening onmiddellijk aan een nader onderzoek te onderwerpen; benadrukt dat als Cambodja in strijd met zijn verplichtingen krachtens de EBA-verordening handelt, de tariefpreferenties waar het land momenteel van profiteert tijdelijk moeten worden opgeschort;

12.  dringt er bij de EDEO en de Commissie op aan een lijst op te stellen van individuen die verantwoordelijk zijn voor de ontbinding van de oppositie en andere ernstige mensenrechtenschendingen in Cambodja om mogelijke visumbeperkingen op te leggen en banktegoeden te bevriezen;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de secretaris-generaal van de ASEAN, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en de Nationale Assemblee van Cambodja.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0348.

Laatst bijgewerkt op: 25 juli 2018Juridische mededeling