Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Parlementaire vragen
22 juli 2010
E-5738/2010
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord
aan de Commissie
Artikel 117 van het Reglement
Marek Henryk Migalski (ECR)

 Betreft: Veroordeling van Sergej Mochnatkin
 Antwoord(en) 

Ik heb de Commissie al meermaals schriftelijk verzocht om stappen te ondernemen in verband met de bescherming van de democratie en de mensenrechten in Rusland. Ook dit maal doe ik dat weer, want mij hebben opnieuw verontrustende berichten over dit onderwerp bereikt. Zoals de Commissie wel weet, vinden er op elke eenendertigste dag van de maand in Rusland protestmarsen plaats ter verdediging van de vrijheid van vergadering. Elk van deze demonstraties eindigt met de arrestatie van oppositieleden.

Op 31 december 2009 werd een toevallige voorbijganger, Sergej Mochnatkin, hardhandig behandeld toen hij een zeventigjarige vrouw wilde verdedigen. Hij werd aangehouden en geslagen. Dit werd bevestigd door negen ooggetuigen. Het blijkt echter dat de politie het hier niet bij gelaten heeft. In juni 2010 werd de zesenvijftigjarige Sergej Mochnatkin veroordeeld tot twee jaar hechtenis voor gebruik van geweld tegen een politiefunctionaris. Tijdens het proces in deze zaak werd het recht van de verdachte op verdediging geschonden, want de getuigen van het voorval van 31 december 2009 kregen geen kans om een getuigenis af te leggen.

1. De voortdurende schendingen van de mensenrechten in Rusland, waar maar geen einde aan komt, nopen mij opnieuw om mij tot de Commissie te wenden met het verzoek om stappen te ondernemen. Ik wil ook vragen of de kwestie van de vrijheid van vergadering, en in het bijzonder de hardhandige onderdrukking van protestmarsen door de Russische speciale politie-eenheid OMON, is aangekaart tijdens één van de afgelopen overlegronden over de mensenrechten tussen de Europese Unie en Rusland?

2. Ik wil eraan herinneren dat het overleg in maart 2010 gevoerd werd onder het motto „verdediger van het recht — een gevaarlijk beroep”. Vóór de aanvang van het overleg kondigde de Commissie aan dat ook kwesties als vrijheid van meningsuiting, vergadering en pers op de agenda zouden staan. Heeft het overleg enige vooruitgang op deze terreinen opgeleverd?

Oorspronkelijke taal van de vraag: PLPB C 191 E van 01/07/2011
Laatst bijgewerkt op: 28 juli 2010Juridische mededeling