Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Parlementaire vragen
27 april 2009
P-3137/09
SCHRIFTELIJKE VRAAG van Georg Jarzembowski (PPE-DE) aan de Commissie

 Betreft: Klooster Mor Gabriel — erkenning van Arameeërs als religieuze minderheid in Turkije
 Antwoord(en) 

Het klooster Mor Gabriel is in 397 na Christus gebouwd in Midyat, provincie Mardin. Het klooster fungeert als spiritueel centrum voor de Syrisch-orthodoxe christenen, de Arameeërs, in Turkije. In Mor Gabriel leven circa 70 monniken en nonnen. Elk jaar wordt het klooster bezocht door duizenden Arameeërs.

Sinds 2008 is een stroom rechtszaken tegen dit meer dan 1600 jaar oude klooster aangespannen. Het klooster wordt onder meer beticht van „onwettige vestiging”. Sommige zaken zijn aangespannen door naburige dorpen, die vertegenwoordigd worden door prominente politici van de AK-partij. Wanneer zij in het gelijk worden gesteld, bestaat het gevaar dat de Aramese monniken en nonnen uit Mor Gabriel worden verdreven, waarmee een meer dan 1600 jaar oude niet-islamitische traditie in Zuidoost-Turkije ten einde zou komen.

De Aramese geloofsgemeenschap wordt in Turkije niet als religieuze minderheid erkend. Gemeenschappen die in Turkije niet als religieuze minderheid worden erkend, mogen zich niet op minderheidsrechten beroepen. Zij mogen jonge mensen niet opleiden en mogen geen onderwijs geven over hun geloof en taal, waardoor deze verloren gaan voor de volgende generatie. Sinds 6 oktober 1997 is in de Republiek Turkije een officieel verbod van kracht op het onderwijzen van het Aramees, de taal van Jezus die wordt gebruikt in de Syrisch-orthodoxe kerk.

Kan de Commissie in dit verband de volgende vragen beantwoorden:

1. Volgt de Commissie de processen tegen het klooster Mor Gabriel?
2. Hoe beoordeelt de Commissie de processen tegen Mor Gabriel?
3. Welke status hebben de christelijke Arameeërs in Turkije volgens de Commissie?
4. Is in dit verband de vrijheid van godsdienst in Turkije gewaarborgd?
5. Is de Commissie van mening dat de toetredingsonderhandelingen met Turkije worden belast door het verbod op het onderwijzen van het Aramees en door het feit dat de Arameeërs niet worden erkend als religieuze minderheid?
6. Is de Commissie voornemens om er in het kader van de toetredingsonderhandelingen met Turkije voor te zorgen dat religieuze, maar niet officieel erkende minderheden in Turkije meer rechten krijgen en beter beschermd worden?

Oorspronkelijke taal van de vraag: DEPB C 189 van 13/07/2010
Laatst bijgewerkt op: 30 april 2009Juridische mededeling