Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2115(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0105/2008

Ingediende teksten :

A6-0105/2008

Debatten :

PV 08/05/2008 - 3
CRE 08/05/2008 - 3

Stemmingen :

PV 08/05/2008 - 5.11
CRE 08/05/2008 - 5.11
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0197

Aangenomen teksten
WORD 53k
Donderdag 8 mei 2008 - Brussel Definitieve uitgave
Ontwikkeling van het kader voor de activiteiten van belangenvertegenwoordigers (lobbyisten) bij de instellingen van de Europese Unie
P6_TA(2008)0197A6-0105/2008

Resolutie van het Europees Parlement van 8 mei 2008 over de ontwikkeling van het kader voor de activiteiten van belangenvertegenwoordigers (lobbyisten) bij de instellingen van de Europese Unie (2007/2115(INI))

Het Europees Parlement,

–   gelet op artikel 9, lid 4 van zijn Reglement,

–   gezien het Groenboek 'Europees transparantie-iniatief', ingediend door de Commissie (COM(2006)0194),

–   gezien de mededeling van de Commissie 'Follow-up van het Groenboek - Europees transparantie-iniatief' (COM(2007)0127),

–   gezien de ontwerpgedragscode voor belangenvertegenwoordigers van de Commissie die op 10 december 2007 is gepresenteerd,

–   onder verwijzing naar zijn besluit van 17 juli 1996 over de wijziging van zijn Reglement (lobbyen in het Parlement)(1) ,

–   onder verwijzing naar zijn besluit van 13 mei 1997 over de wijziging van zijn Reglement (gedragscode voor lobbyisten)(2) ,

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken en de adviezen van de Commissie begrotingscontrole, de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie juridische zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0105/2008),

A.   overwegende dat het lobbyen in het Europees Parlement aanzienlijk is toegenomen naarmate de bevoegdheden van het Parlement zijn uitgebreid,

B.   overwegende dat het lobbyen niet uitsluitend is gericht op het beïnvloeden van beleid en wetgevingsbesluiten, maar ook op de toewijzing van Gemeenschapsgelden en het controleren en handhaven van wetgeving,

C.   overwegende dat de bevoegdheden van het Parlement na de verwachte ratificatie van het verdrag van Lissabon zullen worden uitgebreid, zodat het medewetgever wordt op vrijwel alle gebieden middels de gehele gewone wetgevingsprocedure, waardoor de interesse van nog meer lobbygroepen wordt gewekt,

D.   overwegende dat belangenvertegenwoordigers een belangrijke rol spelen in de open en pluralistische dialoog waarop een democratisch systeem is gebaseerd, en een belangrijke informatiebron zijn voor zijn leden bij het uitvoeren van hun mandaat,

E.   overwegende dat lobbygroepen niet alleen lobbyen bij zijn leden maar de besluiten van het Parlement ook proberen te beïnvloeden via ambtenaren die werken bij het secretariaat van de parlementaire commissies, fractiemedewerkers en assistenten van parlementsleden,

F.   overwegende dat er naar schatting in Brussel ongeveer 15 000 individuele lobbyisten en 2 500 lobbyorganisaties zijn,

G.   overwegende dat de Commissie heeft voorgesteld dat er een gemeenschappelijk register wordt ingesteld voor belangenvertegenwoordigers in de EU-instellingen, als onderdeel van het Europees transparantie-iniatief,

H.   overwegende dat het Parlement al vanaf 1996 een eigen register voor lobbyisten(3) heeft, evenals een gedragscode(4) , die voor geregistreerde lobbyisten de verplichting bevat om volgens hoge ethische normen te handelen,

I.   overwegende dat er thans ongeveer 5 000 geregistreerde lobbyisten zijn in het Parlement,

J.   overwegende dat lobbygroepen lokale en nationale organisaties omvatten, en dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de regulering van de activiteiten daarvan,

De transparantie van het Parlement verbeteren

1.   erkent de invloed van lobbygroepen bij de EU-besluitvorming en vindt het daarom essentieel dat parlementsleden de identiteit moeten kennen van de organisaties die worden vertegenwoordigd door lobbygroepen; benadrukt dat een transparante en gelijke toegang tot alle EU-instellingen een absolute voorwaarde is voor de legitimiteit van de Unie en het vertrouwen van haar burgers; benadrukt dat transparantie tweerichtingsverkeer is dat zowel nodig is in het werk van de instellingen zelf als onder de lobbyisten; benadrukt dat gelijke toegang tot de EU-instellingen voor lobbygroepen de beschikbare kennis voor het leiden van de Unie uitbreidt; acht het van essentieel belang dat vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld toegang hebben tot de EU-instellingen, en dan met name tot het Parlement;

2.   beschouwt het als de eigen verantwoordelijkheid van zijn leden zich op een evenwichtige manier te laten informeren; onderstreept dat zijn leden in staat moeten worden geacht om onafhankelijk van lobbyisten politieke beslissingen te nemen;

3.   erkent dat een rapporteur, indien hij dit juist acht, (op vrijwillige basis) een 'wetgevende voetafdruk' kan gebruiken, d.w.z. een indicatieve lijst (in bijlage bij een verslag van het Parlement) van geregistreerde belangenvertegenwoordigers die zijn geraadpleegd en een significante inbreng hebben gehad tijdens de totstandkoming van het verslag; acht het met name wenselijk dat een dergelijke lijst in wetgevingsverslagen wordt opgenomen; benadrukt niettemin dat het even belangrijk is dat de Commissie een dergelijke 'wetgevende voetafdruk' bij haar wetgevingsinitiatieven voegt;

4.   houdt staande dat het Parlement geheel onafhankelijk moet beslissen in hoeverre het rekening houdt met adviezen afkomstig uit het maatschappelijk middenveld;

5.   neemt kennis van de huidige regels volgens welke zijn leden verplicht zijn hun financiële belangen op te geven; nodigt zijn Bureau uit om, op basis van een voorstel van de quaestoren, een plan op te stellen om te komen tot een verbetering van de uitvoering van en het toezicht op het reglement van het Parlement op grond waarvan leden elke steun die zij ontvangen, van financiële aard of in de vorm van personeel of materiaal(5) , moeten opgeven;

6.   neemt kennis van de huidige regels voor interfractiewerkgroepen waarin opgave van financiering wordt vereist; roept op tot verdere duidelijkheid met betrekking tot interfractiewerkgroepen, dat wil zeggen een lijst van alle bestaande, geregistreerde en niet geregistreerde interfractiewerkgroepen op de website van het Parlement, met inbegrip van volledige opgave van steun van derden voor de activiteiten van de interfractiewerkgroepen en een verklaring omtrent de algemene doelstellingen van de interfractiewerkgroep; beklemtoont echter dat interfractiewerkgroepen op geen enkele manier geacht mogen worden organen van het Parlement te zijn;

7.   roept het Bureau op om, op basis van een voorstel van de quaestoren, onderzoek te doen naar eventuele manieren om de ongeautoriseerde toegang tot de plaatsen van de EP-gebouwen waar de kantoren van zijn leden zich bevinden, te beperken, terwijl de toegang van het publiek tot de ruimtes van de commissies slechts in uitzonderlijke gevallen zou moeten worden beperkt;

Voorstel van de Commissie

8.   verwelkomt het voorstel van de Commissie voor een meer gestructureerd kader voor de activiteiten van belangenvertegenwoordigers als onderdeel van het Europees transparantie-initiatief;

9.   is het eens met de definitie van lobbyen die volgens de Commissie als volgt luidt: "activiteiten die erop gericht zijn de beleidsvorming en de besluitvorming van de Europese Instellingen te beïnvloeden"; acht deze definitie in overeenstemming met artikel 9, lid 4 van zijn Reglement;

10.   benadrukt dat alle actoren, met inbegrip van vertegenwoordigers van zowel openbare als particuliere belangen, buiten de EU-instellingen, die onder deze definitie vallen en de instellingen regelmatig beïnvloeden, moeten worden beschouwd als lobbyisten en op dezelfde manier moeten worden behandeld: professionele lobbyisten, 'in-house' lobbyisten van bedrijven, NGO's, studiecentra, beroepsverenigingen, vakbonden en werkgeversorganisaties, organisaties met en zonder winstoogmerk, alsook advocaten wanneer hun doel veeleer het beïnvloeden van beleid is dan het verlenen van rechtsbijstand en verdediging in rechtszaken of het geven van juridisch advies; benadrukt echter eveneens dat de regio's en gemeenten van lidstaten, evenals de politieke partijen op nationaal en Europees niveau en de organen die overeenkomstig de Verdragen een wettelijke status hebben, niet onder deze regels vallen wanneer zij in overeenstemming met hun rol handelen en de taken van dergelijke organen als voorzien in de Verdragen ten uitvoer leggen;

11.   verwelkomt in principe het voorstel van de Commissie voor een 'one-stop-shop', waarbij lobbyisten zich kunnen registreren bij zowel de Commissie als het Parlement en vraagt om een interinstitutioneel akkoord tussen de Raad, de Commissie en het Parlement over een verplicht gemeenschappelijk register, zoals reeds de facto het geval is bij het Parlement, dat van toepassing zou zijn in alle instellingen en volledige financiële informatie, een gemeenschappelijk mechanisme voor uitsluiting uit het register en een gemeenschappelijke ethische gedragscode zou omvatten; herinnert echter aan de essentiële verschillen tussen de Raad, de Commissie en het Parlement als instellingen; behoudt zich daarom het recht voor om het voorstel van de Commissie te beoordelen wanneer dit is afgerond, en om pas op dat moment te bepalen of het voorstel moet worden gesteund;

12.   herinnert er verder aan dat het aantal lobbyisten dat toegang heeft tot het Parlement, binnen redelijke grenzen moet blijven; stelt daarom voor een systeem in te voeren waarin lobbyisten zich slechts één keer moeten registreren bij alle instellingen en elke instelling zelf kan beslissen of zij toegang tot haar gebouwen verleent, zodat het Parlement het aantal badges dat aan elke organisatie of bedrijf wordt verstrekt, nog steeds kan beperken tot vier;

13.   roept op tot wederzijdse erkenning door de Raad, de Commissie en het Parlement van gescheiden registers wanneer er geen overeenstemming is over een gemeenschappelijk register; stelt voor dat, wanneer er door de instellingen geen regelingen worden getroffen voor een gemeenschappelijk register, hun individuele webregisters links bevatten naar de registers van de andere instellingen teneinde gegevens betreffende lobbyisten onderling te kunnen vergelijken; verzoekt de secretaris-generaal de lijst van vertegenwoordigers van geaccrediteerde belangengroepen van het Parlement te verplaatsen naar een meer toegankelijke plaats op de website van het Parlement;

14.   stelt voor dat er zo spoedig mogelijk een door de Conferentie van voorzitters te benoemen gezamenlijke werkgroep van vertegenwoordigers van de Raad, leden van de Commissie en leden van het Europees Parlement wordt ingesteld, met als doel voor het eind van 2008 de gevolgen te beoordelen van een gemeenschappelijk register voor alle lobbyisten die toegang willen tot de Raad, de Commissie of het Parlement, alsmede de uitwerking van een gemeenschappelijke gedragscode; instrueert zijn secretaris-generaal om de juiste stappen te nemen;

15.   dringt er bij de Raad op aan om zich te laten vertegenwoordigen in een mogelijk gemeenschappelijk register; is van mening dat de activiteiten van lobbyisten ten opzichte van het secretariaat van de Raad in verband met medebeslissingszaken zorgvuldig overwogen moeten worden;

16.   neemt kennis van het besluit van de Commissie om met een op vrijwilligheid gebaseerd register te beginnen en het systeem na één jaar te evalueren, maar is bezorgd over het feit dat het in een puur vrijwillig systeem voor minder verantwoordelijke lobbyisten mogelijk is om naleving te ontwijken; verzoekt de drie instellingen de regels inzake de activiteiten van lobbyisten maximaal drie jaar nadat het gemeenschappelijk register is opgestart, te herzien, om zo te kunnen beoordelen of de verandering in het systeem heeft geleid tot de noodzakelijke transparantie in de activiteiten van de lobbyisten; neemt kennis van het feit dat de juridische basis voor een verplicht register wordt geleverd door het Verdrag van Lissabon en wenst in de tussentijd samen te werken met de instellingen door middel van een interinstitutioneel akkoord op basis van de bestaande registers; is van mening dat verplichte registratie een vereiste zou moeten zijn voor lobbyisten die regelmatig toegang tot de instellingen hebben, zoals de facto al het geval is bij het Parlement;

17.   is van mening dat, daar lobbypraktijken zich in de loop van de tijd verder zullen blijven ontwikkelen, de regels voor dergelijke praktijken flexibel genoeg moeten zijn om snel te kunnen worden aangepast aan veranderingen;

18.   neemt kennis van de ontwerpgedragscode voor belangenvertegenwoordigers van de Commissie; herinnert de Commissie eraan dat het Parlement al meer dan tien jaar over een dergelijke gedragscode beschikt en verzoekt de Commissie om met het Parlement te onderhandelen over het vaststellen van gemeenschappelijke regels; vindt dat elke code een strenge controle met betrekking tot het gedrag van lobbyisten moet voorzien; benadrukt dat sancties zouden moeten gelden voor lobbyisten die de gedragscode overtreden; benadrukt dat er voldoende middelen (personeel en financiën) moeten worden vrijgemaakt voor de verificatie van gegevens in het register; is van mening dat, voor zover het het register van de Commissie betreft, tot de sancties ook het opschorten van registratie zou kunnen behoren en in ernstigere gevallen ook verwijdering uit het register; vindt dat vanaf het moment dat er een gemeenschappelijk register is ingesteld, inbreuken door een lobbyist dienen te leiden tot sancties betreffende de toegang tot alle instellingen waarop het register betrekking heeft;

19.   benadrukt het feit dat het register gebruikersvriendelijk en gemakkelijk toegankelijk op het internet moet zijn: het publiek moet het register gemakkelijk kunnen vinden en erin kunnen opzoeken en het moet niet alleen de namen van lobbyende organisaties bevatten, maar ook de namen van de individuele lobbyisten zelf;

20.   benadrukt dat het register afzonderlijke categorieën moet bevatten waarin lobbyisten worden geregistreerd overeenkomstig het soort belangen dat ze vertegenwoordigen (bijvoorbeeld beroepsorganisaties, vertegenwoordigers van bedrijven, vakbonden, werkgeversorganisaties, advocatenkantoren, NGO's, enzovoort);

21.   verwelkomt het besluit van de Commissie om erop aan te dringen dat de vereiste betreffende financiële openbaarmaking door belangenvertegenwoordigers die zich inschrijven in het register, van toepassing is op het volgende:

   de omzet van professionele consultancybureaus en advocatenkantoren die verband houdt met het lobbyen bij EU-instellingen evenals het relatieve gewicht van de belangrijkste cliënten;
   een schatting van de kosten die verband houden met het rechtstreeks lobbyen bij de EU-instellingen door 'in-house' lobbyisten en beroepsverenigingen;
   de algemene begroting en de verdeling over de belangrijkste financieringsbronnen van NGO's en studiecentra;

22.   benadrukt dat de vereiste betreffende financiële openbaarmaking in gelijke mate moet gelden voor alle geregistreerde belangenvertegenwoordigers;

23.   verzoekt de hogervermelde werkgroep specifieke criteria voor te stellen met betrekking tot de vereiste betreffende financiële openbaarmaking, bij voorbeeld een indicatie betreffende de uitgaven voor lobbyactiviteiten in het kader van informatieve parameters (exacte bedragen zouden niet nodig zijn);

24.   verzoekt de bevoegde commissie om eventuele noodzakelijke wijzigingen van het Reglement van het Parlement voor te bereiden;

o
o   o

25.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB C 261 van 9.9.1996, blz. 75.
(2) PB C 167 van 2.6.1997, blz. 20.
(3) Artikel 9, lid 4 van het Reglement
(4) Artikel 3 van bijlage IX van het Reglement.
(5) Artikel 2 van bijlage I van het Reglement.

Laatst bijgewerkt op: 25 november 2008Juridische mededeling