Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2087(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0385/2011

Ingediende teksten :

A7-0385/2011

Debatten :

PV 01/02/2012 - 18
CRE 01/02/2012 - 18

Stemmingen :

PV 02/02/2012 - 12.9
CRE 02/02/2012 - 12.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0025

Aangenomen teksten
PDF 180kWORD 91k
Donderdag 2 februari 2012 - Brussel Definitieve uitgave
De Europese dimensie van de sport
P7_TA(2012)0025A7-0385/2011

Resolutie van het Europees Parlement van 2 februari 2012 over de Europese dimensie van de sport (2011/2087(INI))

Het Europees Parlement ,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 18 januari 2011 met de titel „Ontwikkeling van de Europese dimensie van de sport” (COM(2011)0012),

–  gezien het door de Commissie ingediende Witboek Sport (COM(2007)0391),

–  gezien de mededeling van de Commissie over „Corruptiebestrijding in de EU” (COM(2011)0308),

–  gezien de Europese Overeenkomst inzake gewelddadigheden gepleegd door en wangedrag van toeschouwers rond sportevenementen van 19 augustus 1985 en de Overeenkomst ter bestrijding van doping van de Raad van Europa van 19 augustus 1990,

–  gezien zijn resolutie van 5 juni 2003 over vrouwen en sport(1) ,

–  gezien zijn resolutie van 22 april 2004 over de eerbiediging van de fundamentele arbeidsrechten bij de productie van sportartikelen voor de Olympische Spelen(2) ,

–  gezien zijn resolutie van 14 april 2005 over doping in de sport(3) ,

–  gezien zijn verklaring van 14 maart 2006 over de aanpak van racisme in het voetbal(4) ,

–  gezien zijn resolutie van 15 maart 2006 over gedwongen prostitutie in het kader van internationale sportevenementen(5) ,

–  gezien zijn resolutie van 29 maart 2007 over de toekomst van het beroepsvoetbal in Europa(6) ,

–  gezien zijn resolutie van 13 november 2007 over de rol van sport in het onderwijs(7) ,

–  gezien zijn resolutie van 8 mei 2008 over het witboek over sport(8) ,

–  gezien zijn resolutie van 19 februari 2009 over de sociale economie(9) ,

–  gezien zijn resolutie van 10 maart 2009 over de integriteit van online gokken(10) ,

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2011 over het vijfde cohesieverslag van de Commissie en de strategie voor het cohesiebeleid na 2013(11) ,

–  gezien zijn verklaring van 16 december 2010 over meer steun aan de amateursporten(12) ,

–  gezien Beschikking 2010/37/EG van de Raad van 27 november 2009 over het Europees Jaar van het vrijwilligerswerk ter bevordering van actief burgerschap (2011),

–  gezien de conclusies van de Raad van 18 november 2010 over de rol van sport als bron en motor van actieve sociale insluiting(13) ,

–  gezien de conclusies van de Raad van 17 juni 2010 over de nieuwe strategie voor groei en werkgelegenheid,

–  gezien de resolutie van de Raad van 1 juni 2011 over een werkplan van de Europese Unie voor sport voor 2011-2014(14) ,

–  gezien de Verklaring van Punta de l'Este van december 1999 en op de rondetafelbijeenkomst van de Unesco over traditionele sporten en spelen (TSG)(15) , over de erkenning van traditionele sporten en spelen als onderdeel van een onaantastbaar erfgoed en een symbool van culturele verscheidenheid,

–  gezien de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Gerecht alsook de beschikkingen van de Commissie op het gebied van sport,

–  gezien het Europees Handvest van vrouwenrechten in de sport (Jump in Olympia – Strong(er) Women through Sport),

–  gezien het handvest voor actie ter beëindiging van discriminatie jegens lesbiennes, homo's, biseksuelen en transseksuelen in de sport,

–  gezien de artikelen 6, 19 en 165 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 11-12 oktober 2011(16) en het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 26-27 oktober 2011 met de titel „Ontwikkeling van de Europese dimensie van de sport”(17) ,

–  gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs en de adviezen van de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie juridische zaken, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7-0385/2011),

A.  overwegende dat sport bijdraagt aan de verwezenlijking van strategische doelstellingen van de Unie, dat sport fundamentele pedagogische en culturele waarden van de Unie op de voorgrond stelt en een wapen in de strijd voor integratie is, aangezien sport gericht is op alle burgers, onafhankelijk van hun geslacht, etnische afkomst, godsdienst, leeftijd, nationaliteit, sociale omstandigheden of seksuele geaardheid;

B.  overwegende dat de specifieke aard van sport doorslaggevend moet zijn in het oordeel van het EHvJ en de besluiten van de Commissie in sportzaken;

C.  overwegende dat alle belanghebbenden, met inbegrip van beleidsmakers, rekening moeten houden met de specifieke kenmerken van sport, haar op vrijwilligerswerk berustende structuren en haar sociale en educatieve functie;

D.  overwegende dat het geheel van eigen, essentiële kenmerken van de sector sport deze sector een specifiek karakter verleent, waarmee sport zich onderscheidt van alle andere sectoren, waaronder economische activiteiten; overwegende dat sport waar dit passend en noodzakelijk is en in bepaalde individuele gevallen evenwel onderworpen dient te zijn aan Europese wetgeving;

E.  overwegende dat bij het EU-optreden op sportgebied steeds rekening moet worden gehouden met de bijzondere kenmerken van sport en haar maatschappelijke, opvoedkundige en culturele aspecten;

F.  overwegende dat sport volgens het Verdrag van Lissabon een bevoegdheid is van de EU die erop gericht is de eerlijkheid en de openheid van sportcompetities en de samenwerking tussen de verantwoordelijke sportorganisaties te bevorderen en de fysieke en morele integriteit van sportlieden te beschermen door de sociale, culturele, economische en gezondheidsvoordelen van sport te vergroten, en die adequate financiële en beleidssteun vergt;

G.  overwegende dat sport een geweldige bijdrage levert tot positieve waarden zoals eerlijk spel, respect en maatschappelijke integratie;

H.  overwegende dat miljarden mensen over de hele wereld sporten beoefenen die in Europa zijn bedacht, van spelregels voorzien en verspreid, en merkt voorts op dat de moderne Olympische beweging in Frankrijk in het leven is geroepen door baron Pierre De Coubertin;

I.  overwegende dat er een sportbeleid van de EU moet worden ontwikkeld dat zich richt op de verwezenlijking en ondersteuning van de algemene en specifieke doelstellingen van de beroeps- en amateursport;

J.  overwegende dat steun aan en bevordering van sport voor mensen met een geestelijke of lichamelijke handicap voor de EU voorrang zou moeten hebben, gezien de belangrijke rol die sport speelt bij de waarborging van maatschappelijke integratie, volksgezondheid en grensoverschrijdend vrijwilligerswerk;

K.  overwegende dat vrijwilligerswerk de hoeksteen vormt van de meeste amateursport in Europa;

L.  overwegende dat 35 miljoen vrijwilligers bijdragen aan de ontwikkeling van de amateurport en de verbreiding van sportieve idealen, daarbij bijgestaan door sportclubs en non-profit sportorganisaties;

M.  overwegende dat sport dankzij haar rol in het formele en niet-formele onderwijs bepalend is voor de gezondheid van burgers in onze moderne samenleving, een essentieel element is van goed onderwijs, en goed is voor de zelfontplooiing van ouderen;

N.  overwegende dat de bevordering van lichaamsbeweging en sport leidt tot aanzienlijke besparingen op de overheidsuitgaven voor gezondheidszorg;

O.  overwegende dat burgers sport en andere lichamelijke activiteiten beoefenen om hun persoonlijke gezondheid en welzijn te verbeteren;

P.  overwegende dat het gebruik van doping in de sport in strijd is met de met de waarden van sport en sporters blootstelt aan ernstige gevaren en leidt tot ernstige blijvende gezondheidsschade;

Q.  overwegende dat topsport bepaalde fundamentele waarden van de sport extra benadrukt en inspirerend werkt voor de maatschappij omdat ook andere mensen daardoor tot sporten worden aangezet;

R.  overwegende dat veel topsporters aan het einde van hun sportcarrière een onzekere toekomst tegemoet gaan;

S.  overwegende dat het belangrijk is sporters voor te bereiden op een loopbaanverandering door ze naast hun sportopleiding ook algemeen onderwijs of een beroepsopleiding te laten volgen;

T.  overwegende dat de grondrechten van sporters gewaarborgd en beschermd moeten worden;

U.  overwegende dat tijdens sportcompetities sprake kan zijn van verbaal of fysiek geweld of van discriminerende uitingen;

V.  overwegende dat sportbeoefening door vrouwen niet voldoende gewaardeerd wordt en dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in de besluitvormingsorganen van sportorganisaties;

W.  overwegende dat er voor sportactiviteiten specifieke en passende faciliteiten, materiaal en apparaten nodig zijn en dat ook scholen moeten beschikken over geschikte faciliteiten om lichamelijke opvoeding te bevorderen;

X.  overwegende dat sport een belangrijke plaats inneemt in de Europese economie in die zin dat hier direct of indirect ongeveer 15 miljoen banen mee gemoeid zijn, dat wil zeggen 5,4% van de beroepsbevolking, en een jaarlijkse toegevoegde waarde van rond de 407 miljard EUR, ofwel 3,65% van het Europese bbp, en dat een economisch sterke sportsector aldus bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie;

Y.  overwegende dat de schending van de intellectuele-eigendomsrechten van sportorganisaties en digitale piraterij, met name het zonder toestemming rechtsreeks uitzenden van sportevenementen, de economie van de hele sportsector in het gedrang brengt;

Z.  overwegende dat sport anders werkt dan andere economische sectoren doordat de tegenstanders van elkaar afhankelijk zijn en door het wedstrijdevenwicht dat noodzakelijk is om de uitslagen onvoorspelbaar te houden;

AA.  overwegende dat sport zich niet gedraagt als een typische economische bedrijvigheid door haar specifieke kenmerken en haar organisatorische opzet die steunt op bonden die anders functioneren dan commerciële bedrijven, en dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen sportief belang en commercieel belang;

AB.  overwegende dat de Europese sociale dialoog een belangrijke rol kan spelen en daarom bevorderd dient te worden;

AC.  overwegende dat sport een belangrijke rol speelt voor en vreugde schenkt aan tal van burgers als deelnemers, supporters of toeschouwers;

AD.  overwegende dat grote sportevenementen en -toernooien zeer goede kansen bieden voor het benutten van mogelijkheden om het toerisme in Europa te ontwikkelen en dat op die manier een bijdrage kan worden geleverd aan de verbreiding van de waarden en beginselen die inherent zijn aan sport;

AE.  overwegende dat het Europese sportmodel berust op een bond per sportdiscipline en dat de mechanismen voor sportieve en financiële solidariteit, zoals het beginsel van promotie en degradatie en van open competities waarin clubs en nationale teams naast elkaar bestaan, worden gekenmerkt door een autonome, democratische, territoriale en piramidevormige organisatie, voortkomend uit een lange democratische traditie;

AF.  overwegende dat de transparantie en de democratische controleerbaarheid bij sportclubs kan worden verbeterd door supporters te betrekken bij de eigendom en bestuursstructuur van hun club;

AG.  overwegende dat traditionele en amateursportorganisaties een sleutelrol vervullen bij versteviging van cultuur, bevordering van maatschappelijke integratie en consolidatie van gemeenschappen;

AH.  overwegende dat de nationale ploegen een essentiële rol spelen, dat internationale competities een referentiemodel moeten blijven en dat moet worden opgetreden tegen opportunistische naturalisaties;

AI.  overwegende dat de eigen aard van competities tussen nationale ploegen met zich meebrengt dat de bonden en de sportclubs de opleiding van nationale sporters kunnen verbeteren;

AJ.  overwegende dat zowel de professionele als de amateursport kwetsbaar is voor en ernstig te lijden heeft onder financiële instabiliteit, en dat het de taak van de betrokken bonden is de clubs aan te sporen tot goed plannen en verantwoord investeren;

AK.  overwegende dat internationale transfers voor jonge sporters gevaarlijk kunnen zijn omdat het te vroeg uit huis gaan van jonge sporters onder meer mislukking op sportief gebied, gezinsontwrichting en maatschappelijke buitensluiting tot gevolg kan hebben;

AL.  overwegende dat de sportbonden niet beschikken over de structurele en wettelijke middelen om op efficiënte wijze op te treden tegen wedstrijdvervalsing;

AM.  overwegende dat gokdiensten wegens hun specifieke karakter niet vallen onder het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn (2006/123/EG) en de nieuwe richtlijn inzake consumentenrechten (2011/83/EU);

AN.  overwegende dat de amateursport alleen over de nodige financiële middelen kan beschikken als de houders van de noodzakelijke nationale gokvergunningen, die belasting betalen en andere algemeen nuttige voorzieningen in de lidstaten financieren, wettelijk worden verplicht om belastingen voor het algemeen nut te betalen en effectief tegen illegale concurrentie worden beschermd;

AO.  overwegende dat de regelgeving inzake spelersmakelaars gecoördineerd optreden vereist van bestuursorganen en overheidsinstanties, zodat doeltreffend kan worden opgetreden tegen makelaars en/of bemiddelaars die de regels overtreden;

AP.  overwegende dat sport een rol kan spelen op verschillende gebieden van de buitenlandse betrekkingen van de EU, onder meer via diplomatie;

De maatschappelijke rol van sport

1.  verzoekt de Commissie, gezien de positieve effecten van sport op de volksgezondheid en op sociaal, cultureel en economisch gebied, in het kader van het toekomstige MFK specifieke en omvangrijke financiële middelen voor het sportbeleid voor te stellen;

2.  verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat sport een vak wordt binnen alle schooltypes en benadrukt het belang van het aanmoedigen van sportbeoefening op ieder niveau van onderwijs, vanaf zeer jonge leeftijd, op scholen, universiteiten, en in plaatselijke gemeenschappen die aangemoedigd moeten worden sportfaciliteiten met passend materiaal te realiseren;

3.  verzoekt de lidstaten met klem heldere richtsnoeren op te stellen om sport en beweging deel te laten uitmaken van onderwijs op alle niveaus in alle lidstaten;

4.  wijst op het belang van opvoeding via sport en de mogelijkheid die sport biedt om sociaal kwetsbare jongeren weer op het rechte pad te brengen, en vraagt de lidstaten, de nationale bonden, de liga's en de clubs om dienaangaande initiatieven te formuleren en te steunen;

5.  verzoekt de lidstaten de samenwerking tussen scholen en sportclubs te ondersteunen; is van mening dat de Commissie in dit verband gebruik moet maken van haar coördinerende functie op sportgebied en voorbeelden van goede praktijken in de lidstaten moet verzamelen en die via een centrale gegevensbank aan alle belangstellenden in Europa ter beschikking moet stellen;

6.  beveelt aan dat de Commissie sportbeoefening door ouderen aanmoedigt, aangezien dat hun sociale contacten en hun gezondheid ten goede komt;

7.  wijst erop dat door sport in iedere fase van het leven het algehele gezondheidspeil van Europeanen kan worden verbeterd en verzoekt de EU en de lidstaten dan ook de deelname aan sport te vergemakkelijken en een gezonde leefwijze, met alle mogelijkheden die sport daarvoor biedt, te bevorderen en op die manier de kosten voor gezondheidszorg naar beneden te brengen;

8.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de rol van gezondheidswerkers in de bevordering van sportparticipatie sterker te ondersteunen en na te gaan hoe ziektekostenverzekeraars stimulansen kunnen geven om mensen aan te moedigen om aan sport te gaan doen;

9.  wijst erop dat het belangrijk is om sport voor alle burgers toegankelijk te maken in tal van verschillende omgevingen, school, werk, als ontspannende activiteit of via clubs en verenigingen;

10.  waardeert de werkzaamheden van organisaties die het mogelijk maken dat mensen met een geestelijke of lichamelijke handicap in de hele EU sport kunnen beoefenen; verzoekt de Commissie, de lidstaten en sportorganisaties met passende financiële middelen sportactiviteiten en -competities voor mensen met een handicap te bevorderen en ontwikkelen, met name door te zorgen voor gelijke toegang tot sport en gratis sportfaciliteiten die aan hun behoeften voldoen;

11.  benadrukt de bindende sociale kracht van sport op tal van gebieden, zoals maatschappelijke betrokkenheid en democratische gezindheid, bevordering van een goede gezondheid, stedelijke ontwikkeling, maatschappelijke integratie, arbeidsmarkt, werkgelegenheid, beroepskwalificatie en opleiding;

12.  verzoekt de lidstaten en de communautaire instellingen om meer steun te verlenen aan organisaties die zich inzetten voor de integratie van met sociale uitsluiting bedreigde personen door middel van sport, alsook aan organisaties die sportbeoefening voor lichamelijk of geestelijk gehandicapten bevorderen;

13.  moedigt de lidstaten ertoe aan om sport een vast onderdeel te maken van programma's en diensten die zicht richten op de integratie van groepen die het slachtoffer dreigen te worden van discriminatie en wenst dat sportverenigingen voor hun beroepskrachten en vrijwilligers passende opleidingsprogramma's opzetten ter bestrijding en voorkoming van alle vormen van discriminatie en racisme;

14.  wijst op de voorbeeldfunctie van sport in de maatschappij en dringt er bij bestuursorganen in de sportsector op aan het voortouw te nemen bij de bestrijding van institutionele discriminatie;

15.  herinnert eraan dat discriminatie op grond van geslacht in de sport niet geoorloofd is en dringt erop aan dat het Olympisch Handvest wordt toegepast bij alle sportevenementen, met name Europese sportevenementen;

16.  vraagt de Raad, de Commissie, de lidstaten en de nationale sportbondsbesturen zich in te zetten voor bestrijding van homofobie en transfobie, en behoorlijke uitvoering te geven aan wetgeving en antidiscriminatiebeleid ten behoeve van met name lesbische, biseksuele, homoseksuele en transgender sporters;

17.  verzoekt de lidstaten meer nadruk te leggen op het belang van goede lichamelijke opvoeding voor beide geslachten en stelt voor dat zij de nodige strategieën ontwikkelen om deze kwestie aan te pakken;

18.  benadrukt dat de samenstelling van bestuursorganen van sportorganisaties de samenstelling van de algemene ledenvergadering en de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen daarin moet weerspiegelen, aangezien mannen en vrouwen - ook op transnationaal niveau - gelijke toegang moeten hebben tot leidinggevende functies;

19.  spoort de Commissie en de lidstaten aan om rekening te houden met het belang van sport als middel om vrede, economische ontwikkeling, interculturele dialoog, volksgezondheid, integratie en emancipatie van de vrouw te bevorderen;

20.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om bij het Internationaal Olympisch Comité aan te dringen op naleving van de eigen regels in het Olympisch Handvest die elke demonstratie of politieke, godsdienstige of racistische propaganda bij sportevenementen verbieden, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat er geen politieke druk wordt uitgeoefend op vrouwen om deze regel te overtreden en dat landen deze regel niet omzeilen door vrouwen niet af te vaardigen naar wedstrijden;

21.  verzoekt sportorganisaties sportbeoefening door vrouwen en deelname van vrouwen in besluitvormende en bestuursorganen van sportorganisaties verder aan te moedigen door meisjes en vrouwen, met name uit kansarme milieus, gelijke toegang te bieden tot sportactiviteiten, de deelname van vrouwen aan sport te stimuleren en aan mannen- en vrouwensport en sportresultaten evenveel waarde toe te kennen en zichtbaarheid te geven; verzoekt de lidstaten maatregelen te ontwikkelen die vrouwelijke sporters in staat stellen hun gezin te combineren met een professionele loopbaan in de sport, en in het regeringsbeleid inzake sport de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen; verzoekt de Commissie de uitwisseling van informatie en goede praktijken op het gebied van gelijke kansen voor vrouwen en mannen in de sport aan te moedigen;

22.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de Europese organisaties te steunen bij de bevordering en tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van het Europees Handvest van de rechten van vrouwen in de sport;

23.  verzoekt de Commissie en de lidstaten in alle activiteiten die verband houden met sport te streven naar genderevenwicht en daarbij bijzondere nadruk te leggen op toegang tot sport voor allochtone vrouwen en vrouwen uit etnische minderheden, toegang van vrouwen tot leidinggevende functies in de sportsector en media-aandacht voor vrouwen in de sport, en ervoor te zorgen dat in het beleid en de wetgeving op het gebied van sport de gelijkheid van geslachten als uitgangspunt geldt;

24.  roept de Commissie en de lidstaten op tot het ondersteunen en stimuleren van Europees onderzoek naar de specifieke kenmerken van vrouwensport, de redenen waarom vrouwen en meisjes stoppen met sporten en de redenen voor de blijvende ongelijke toegang van vrouwen tot sport;

25.  moedigt de oprichting van vrouwennetwerken op sportgebied aan om de uitwisseling van beste praktijken en informatie te bevorderen;

26.  onderstreept dat niet kan worden getolereerd of om culturele of religieuze redenen toegestaan, dat immigranten hun dochters verbieden op school aan gymmen of zwemmen deel te nemen;

27.  wijst erop dat veel meisjes die op jeugdige leeftijd sport bedrijven, in hun adolescentiejaren de sport opgeven; verwijst in dit verband naar onderzoek waaruit blijkt dat meisjes openlijke of verkapte druk van leeftijdgenoten en familieleden ondervinden om zich „vrouwelijker” te gedragen of verantwoordelijkheden op zich te nemen die aan verdere sportbeoefening in de weg staan; spoort de lidstaten en de nationale bestuursorganen in de sportsector aan om strategieën te ontwikkelen voor programma's en begeleiding om met name meisjes die in sport geïnteresseerd zijn te helpen zich als sporter verder te ontwikkelen;

28.  onderstreept de noodzaak om door middel van preventie- en voorlichtingscampagnes, met name gericht op jonge sporters, de strijd tegen doping aan te gaan en daarbij de fundamentele rechten van sporters te eerbiedigen; moedigt de lidstaten aan de handel in prestatiebevorderende stoffen in de sportsector op dezelfde wijze te behandelen als de handel in illegale drugs en hun nationale wetgeving in die zin aan te passen en aldus bij te dragen tot meer Europese coördinatie op dit gebied; verzoekt het Internationaal Agentschap voor de bestrijding van doping een gebruikersvriendelijk systeem van verblijfplaatsregistratie in het leven te roepen in overeenstemming met de EU-wetgeving en benadrukt dat er statistieken moeten komen over het gebruik van doping en gemiste dopingtests, teneinde in de strijd tegen doping een aanpak op maat te kunnen realiseren;

29.  is van mening dat toetreding van de EU tot het Verdrag van de Raad van Europa tegen doping een noodzakelijke stap is om een eenvormiger toepassing van de WADA-code in de lidstaten te verwezenlijken;

30.  is voorstander van meer harmonisatie van wetgeving om te bereiken dat politie en rechterlijke macht effectief samenwerken bij de bestrijding van doping en andere soorten manipulatie van sportevenementen;

31.  verzoekt de lidstaten zich te buigen over gokverslaving en de bescherming van minderjarigen tegen de gevaren van het gokken;

32.  pleit voor duidelijke regels inzake de bescherming van minderjarigen in de wedstrijdsport en voor het uitwerken van verdere ingrijpende beschermingsmaatregelen in overleg met de sportbonden;

33.  wijst op het grote belang van een gelijktijdige sport- en beroepsopleiding voor jonge sporters; verzoekt de Commissie en de lidstaten daarom om samen met alle betrokken actoren en met inachtneming van de in de verschillende lidstaten bestaande beste praktijken op dit gebied richtsnoeren op te stellen om ervoor te zorgen dat jonge sporters naast hun sportopleiding ook een reguliere school of beroepsopleiding kunnen volgen; moedigt de lidstaten in dit kader aan gebruik te maken van de ervaringen van voormalige beroepssporters die voor het beroep van trainer kiezen en speciale loopbaantrajecten op te zetten voor topsporters die hoger onderwijs willen volgen, en hun ervaringen op dit gebied te benutten ten gunste van de sport in het algemeen;

34.  verzoekt de lidstaten onderwijsprogramma's op te zetten om het voor beroepssporters gemakkelijker te maken scholing en training te combineren;

35.  stelt voor in het Europees kader voor kwalificaties en in de programma's voor levenslang leren een opleidings- en kwalificatiekader voor trainers en trainersopleidingen op te nemen om op die manier bij te dragen aan de kennismaatschappij en aan de ontwikkeling van topkwaliteit op het gebied van training in de amateur- en beroepssport;

36.  wijst erop dat trainers een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling en opvoeding van jongeren, niet alleen op het gebied van sportieve vaardigheden, maar tevens op het gebied van sociale vaardigheden; stelt vast dat trainers jongeren kunnen leiden bij het ontwikkelen van een gezonde manier van leven;

37.  verzoekt de lidstaten in nauw overleg met de betrokken bonden supporters die gewelddadig of discriminerend gedrag hebben vertoond de toegang tot stadions te ontzeggen en een gecoördineerde aanpak te volgen bij het bepalen en opleggen van sancties tegen dergelijke supporters, nauw samen te werken om ervoor te zorgen dat stadionverboden ook gehandhaafd worden bij internationale wedstrijden in andere lidstaten dan die waar het stadionverbod aanvankelijk werd opgelegd, en een Europees informatiesysteem voor de uitwisseling van gegevens op te zetten - waarbij evenwel de individuele rechten en vrijheden worden geëerbiedigd - alsmede de samenwerking te versterken via een verbeterd waarschuwingssysteem voor wedstrijden met een hoog risico;

38.  is er voorstander van dat de lidstaten in overleg met de Europese sportbonden minimumnormen opstellen voor de veiligheid van stadions en alle nodige maatregelen nemen om de veiligheid van sporters en supporters optimaal te waarborgen;

39.  wijst erop dat wanneer sport wordt beoefend in een natuurlijke omgeving, er een evenwicht moet worden gewaarborgd tussen maatschappelijke voordelen en de gezondheid van de omgeving waarin de sport wordt beoefend;

40.  benadrukt de mogelijkheden die sportieve manifestaties bieden voor het toerisme op lokaal of nationaal niveau en verzoekt de lidstaten de ontwikkeling van deze tak van economische en commerciële activiteit te bevorderen;

De economische dimensie van sport

41.  is van mening dat de bijzondere aard van sport op het gebied van de interne markt en het mededingingsrecht moet worden erkend en verzoekt de Commissie derhalve andermaal om richtsnoeren vast te stellen voor de toepassing van het EU-recht op sport, zodat een eind wordt gemaakt aan de talrijke bestaande rechtsonzekerheden;

42.  stelt vast dat sponsoring als belangrijke financiële reddingsboei fungeert en sport veel mogelijkheden biedt, mits de hand wordt gehouden aan de beginselen van financiële fair-play;

43.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om aan vrijwilligerswerk in de sport een hoge status toe te kennen; herhaalt het belang van vrijwilligers in de sport en benadrukt de noodzaak om een kader voor sociale erkenning te creëren en vrijwilligers een goede opleiding te geven; is voorstander van de uitwisseling van informatie en beste praktijken tussen de lidstaten voor de bevordering van vrijwilligerswerk in de sport en van onderzoek naar de haalbaarheid van een wettelijk en fiscaal kader dat toegespitst is op de activiteiten van sportorganisaties;

44.  vraagt de Commissie en de lidstaten een systeem in het leven te roepen voor erkenning van de door vrijwilligers verworven kwalificaties en de voor gereguleerde sportgerelateerde beroepen vereiste kwalificaties;

45.  benadrukt dat de wederzijdse erkenning van opleidingen en beroepskwalificaties in Europees verband voor personen die beroepsmatig als specialist werkzaam zijn in de sportsector (scheidsrechters, trainers) van groot belang is, omdat daarmee hun concurrentiepositie blijvend kan worden verbeterd en grote terugvallen in inkomsten voorkomen kunnen worden;

46.  moedigt de lidstaten aan te zorgen voor hoger onderwijs voor sporters en geharmoniseerde erkenning van hun sport- en onderwijskwalificaties om hun mobiliteit op de arbeidsmarkt te vergroten;

47.  spoort de lidstaten tevens aan om de structuren voor de terugkeer van voormalige sporters op de arbeidsmarkt en hun beroepsintegratie na hun loopbaan als profsporter te verbeteren;

48.  verzoekt de lidstaten te onderzoeken op welke manier de financiële lasten van de laagstbetaalde professionele sporters met veelal een korte en onzekere sportcarrière kunnen worden verlicht; herhaalt dat profsporters, die aangemerkt worden als sporters, en van wie het grootste deel van het inkomen afkomstig is van sport, dezelfde socialezekerheidsrechten moeten kunnen genieten als werknemers;

49.  acht sociale dialoog in de sport een belangrijk middel om een evenwicht te vinden tussen de grondrechten en werknemersrechten van sporters en de specifieke aard van sport;

50.  is van mening dat er in de economische dimensie van de sportsector, die voortdurend in beweging is, onmiddellijke verbeteringen nodig zijn met betrekking tot sportgerelateerde problemen op cruciale gebieden als het vrije verkeer van werknemers en diensten, vrijheid van vestiging, erkenning van beroepskwalificaties, intellectuele-eigendomsrechten en regels voor staatssteun, om ervoor te zorgen dat de sportsector de voordelen van de interne markt ten volle kan benutten;

51.  benadrukt dat het van wezenlijk belang is dat de commerciële exploitatie van audiovisuele rechten van sportcompetities op een collectieve, exclusieve en territoriale basis berust, teneinde te waarborgen dat de inkomsten daaruit eerlijk worden verdeeld over zowel topsport als amateursport;

52.  is van mening dat sportevenementen die van groot maatschappelijk belang worden geacht voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk moeten zijn; verzoekt lidstaten die dit nog niet hebben gedaan ervoor te zorgen dat omroeporganisaties die onder hun rechtsbevoegdheid vallen dergelijke evenementen niet op exclusieve grondslag uitzenden;

53.  erkent dat journalisten het recht hebben georganiseerde sportevenementen van openbaar belang te bezoeken en er verslag van te doen, om het recht van de burger te waarborgen onafhankelijk nieuws en informatie over sportgebeurtenissen te verwerven en te ontvangen;

54.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de intellectuele-eigendomsrechten ten aanzien van sportgerelateerde inhoud te beschermen, met inachtneming van het recht van het publiek op informatie;

55.  is van mening dat sportweddenschappen een vorm van commerciële exploitatie van sportwedstrijden zijn en verzoekt de Commissie en de lidstaten deze te beschermen tegen elk niet-toegestaan gebruik, tegen uitbaters zonder vergunning en tegen verdenkingen van wedstrijdmanipulatie, in het bijzonder door de erkenning van eigendomsrechten van organisatoren voor hun competitie, de garantie van een aanzienlijke bijdrage van uitbaters van sportweddenschappen aan de financiering van amateursport en de bescherming van de integriteit van competities met de nadruk op onderwijs voor sporters; meent echter dat deze eigendomsrechten niet het recht op korte verslagen mogen aantasten dat is vastgelegd in Richtlijn 2007/65/EG (richtlijn Audiovisuele mediadiensten);

56.  verzoekt de Commissie opnieuw om richtsnoeren op te stellen inzake staatssteun en daarin aan te geven welke soort overheidssteun geoorloofd is voor het verwezenlijken van de sociale, culturele en educatieve doelstellingen van de sport;

57.  verzoekt de lidstaten de corruptie in de sport doeltreffend te bestrijden en toe te zien op naleving van de sportethiek; acht het derhalve absoluut noodzakelijk dat er in elk land strenge regels worden ingevoerd inzake financieel toezicht op sportclubs;

58.  moedigt sportverenigingen aan met wetshandhavingsinstanties samen te werken en onder meer informatie uit te wisselen om wedstrijdmanipulatie en andere vormen van fraude in de sportsector adequaat en doelmatig te kunnen aanpakken;

59.  verzoekt de Commissie concrete maatregelen voor te stellen om de door loterijen gegenereerde financiering van sport veilig te stellen;

60.  wijst erop dat de door de Commissie ingevoerde „satellietrekeningen” in de sportsector op een bijzonder goed moment komen, daar sportgerelateerde activiteiten op die manier op nationaal niveau volgens uniforme normen kunnen worden beoordeeld, waardoor afwijkingen kunnen worden ontdekt en waarde wordt toegevoegd aan de Europese economie en de interne markt;

61.  verzoekt de Commissie en de lidstaten concrete maatregelen te nemen om de uitwisseling van goede praktijken en een nauwe samenwerking met betrekking tot technische aspecten en onderzoek op het gebied van de sport te stimuleren;

62.  acht de rol van lokale en regionale overheden in de ontwikkeling van de Europese dimensie van sport essentieel, aangezien dienstverlening op sportgebied aan het publiek en de toewijzing van financiële middelen voor sportactiviteiten en de daarvoor benodigde faciliteiten tot hun institutionele taken behoren;

63.  benadrukt dat amateursport in aanmerking zou moeten komen voor steun uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds om zo investeringen in sportinfrastructuur mogelijk te maken en dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat de Unie een specifiek begrotingsprogramma voor sport krijgt, hetgeen thans op grond van artikel 165 VWEU mogelijk is;

De organisatie van de sport

64.  wijst erop dat de structuren op het gebied van sport in Europa gebaseerd zijn op de beginselen van nationaliteit en territorialiteit;

65.  benadrukt dat het wil vasthouden aan het Europese sportmodel, waarbinnen de bonden een centrale rol spelen en waarvan de basis wordt gevormd door verschillende actoren, zoals supporters, spelers, clubs, liga's, verenigingen en vrijwilligers die een belangrijke rol spelen bij het overeind houden van de hele sportstructuur;

66.  dringt erop aan de belemmeringen voor vrijwilligerswerk in de sportsector in de hele EU weg te nemen;

67.  wijst op de belangrijke rol van plaatselijke instanties bij de maatschappelijke bevordering van sport voor iedereen en beveelt aan dat die instanties actief deelnemen aan voor de sportwereld bestemde Europese fora en debatten;

68.  herinnert eraan dat een goed bestuur in de sport een voorwaarde is voor de autonomie en de zelfregulering van sportorganisaties, in overeenstemming met de beginselen van transparantie, verantwoordingsplicht en democratie, en wijst op de noodzaak van een beleid van nultolerantie met betrekking tot corruptie in de sport; benadrukt de behoefte aan een juiste vertegenwoordiging van alle belanghebbenden in het besluitvormingsproces;

69.  verzoekt de lidstaten en bestuursorganen in de sportsector de maatschappelijke en democratische rol van sportliefhebbers die de beginselen van eerlijk spel steunen actief aan te moedigen, door hun betrokkenheid bij de eigendom en bestuursstructuren in hun sportclub te bevorderen, en hun rol als belangrijke betrokkenen in bestuursorganen in de sportsector te stimuleren;

70.  is van oordeel dat spelers die worden opgeroepen voor de nationale ploeg door hun clubs beschikbaar moeten worden gesteld, en erkent dat clubs een belangrijke bijdrage leveren aan het succes van grote internationale sporttoernooien, onder meer door te zorgen voor een adequate verzekering, en benadrukt dat niet op alle sporten een standaardbenadering kan worden toegepast;

71.  benadrukt dat opleidingen voor spelers op lokaal niveau en investeringen in sportonderwijs noodzakelijk zijn voor een duurzame ontwikkeling van de sport in Europa en de verspreiding van de positieve invloed daarvan op burgers en samenleving; acht het derhalve noodzakelijk ervoor te zorgen dat topsport de ontwikkeling van jonge sporters, de amateursport en de belangrijke rol van amateursportorganisaties niet negatief beïnvloedt; wijst erop dat sportdiploma's en -kwalificaties gelijkgeschakeld en erkend moeten worden;

72.  verklaart nogmaals de „home grown”-regel te steunen en is van mening dat deze regel als voorbeeld kan dienen voor andere profliga's in Europa; steunt verdere inspanningen van bestuursorganen in de sportsector gericht op het aanmoedigen van de opleiding van jonge plaatselijke spelers binnen de grenzen van het EU-recht, om het wedstrijdevenwicht in competities en de gezonde ontwikkeling van het Europese sportmodel te versterken;

73.  is van mening dat de ontwikkeling van nieuw talent een van de kernactiviteiten van sportclubs is, en dat een te grote afhankelijkheid van de verkoop van spelers sportieve waarden kan ondermijnen;

74.  benadrukt het belang van opleidingstoelagen, aangezien deze een efficiënt beschermingsmechanisme voor opleidingscentra vormen en zorgen voor een redelijk rendement op investeringen;

75.  is van mening dat het beroep van spelersmakelaar een gereglementeerde beroepsactiviteit dient te zijn waarvoor passende beroepskwalificaties dienen te gelden, en dat spelersmakelaars met het oog op de transparantie hun fiscale zetel op het grondgebied van de Unie moeten hebben; verzoekt de Commissie om in samenwerking met de sportbonden, spelersverenigingen en spelersmakelaarsorganisaties een Europees licentie- en registratiestelsel op te zetten en uit te voeren, inclusief een gedragscode en een sanctieregeling;

76.  stelt voor dat de sportbonden een niet-openbaar Europees register van spelersmakelaars opstellen, waarin spelersmakelaars aangeven welke spelers zij vertegenwoordigen, om sporters, en met name sporters jonger dan 18 jaar, te beschermen en het gevaar van belangenconflicten zo klein mogelijk te maken; is van mening dat spelersmakelaars hun honorarium voor transfers in termijnen moeten ontvangen, gedurende de hele duur van het door de sporter in het kader van de transfer getekende contract, waarbij pas tot volledige betaling kan worden overgegaan als het hele contract is uitgediend;

77.  verzoekt de lidstaten bestaande regelgevende bepalingen inzake spelersmakelaars/bemiddelaars aan te vullen met afschrikkende strafmaatregelen en deze straffen strikt toe te passen;

78.  verzoekt bestuursorganen in de sportsector te zorgen voor meer transparantie met betrekking tot de werkzaamheden van spelermakelaars en met de autoriteiten in de lidstaten samen te werken om corrupte praktijken uit te roeien;

79.  is ingenomen met de op verzoek van de Commissie uitgevoerde studie over de economische en juridische gevolgen van spelerstransfers; is bovendien van mening dat de initiatieven van de sportbonden met het oog op de verbetering van de transparantie bij internationale transfers ondersteuning verdienen;

80.  is van mening dat door bestuursorganen in de sportsector ten uitvoer gelegde systemen die zorgen voor een grotere transparantie van de internationale spelerstransfers een stap in de goede richting vormen, daar zij het beginsel van behoorlijk bestuur dienen en gericht zijn op waarborging van de integriteit in sportcompetities;

81.  getuigt duidelijk van zijn steun aan licentiesystemen en financiële fair play, aangezien daardoor clubs worden aangemoedigd om deel te nemen op basis van hun werkelijke financiële capaciteit;

82.  is van mening dat deze maatregelen bijdragen tot een beter bestuur, herstel van de financiële stabiliteit op lange termijn, duurzaamheid van clubs en financiële eerlijkheid in de Europese competities, en verzoekt de Commissie dan ook te erkennen dat deze voorschriften verenigbaar zijn met de EU-wetgeving;

83.  is ingenomen met de pogingen van sportbonden om te verbieden dat meerdere clubs die in eenzelfde competitie spelen in handen zijn van eenzelfde eigenaar; is van mening dat het exploitanten van gokspelen verboden moet worden een meerderheidsbelang te hebben in een instantie die competities organiseert of daaraan deelneemt, en dat het instanties die competities organiseren of daaraan deelnemen verboden moet worden om een meerderheidsbelang te hebben in een exploitant die weddenschappen aanbiedt op de evenementen die zij organiseren of waaraan zij deelnemen;

84.  moedigt de lidstaten aan alle maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om illegale activiteiten die de integriteit van de sport aantasten te voorkomen en te bestraffen, en dergelijke activiteiten strafbaar te stellen, vooral als deze activiteiten plaatsvinden in het kader van een weddenschap en inhouden dat de uitslagen van een competitie of een onderdeel daarvan opzettelijk en frauduleus worden gemanipuleerd om een voordeel te behalen, zonder dat dat berust op een normale sportbeoefening en de daarmee samenhangende onzekere uitkomst;

85.  verzoekt sportbonden nauw met de lidstaten samen te werken om de integriteit van de sport te beschermen;

86.  verzoekt de Europese Commissie om, overeenkomstig hetgeen zij in haar EU-anticorruptiestrategie reeds heeft aangekondigd, de ondoorzichtigheid van transfers en wedstrijdmanipulatie aan te pakken door minimumregels op te stellen voor de omschrijving van strafbare feiten op dit gebied;

87.  is ernstig verontrust over de ernstige misdrijven die zich in de sport voltrekken, zoals het witwassen van geld, en verzoekt de lidstaten nauwer samen te gaan werken om deze verschijnselen aan te pakken en te zorgen voor meer transparantie bij financiële transacties die deel uitmaken van de transfers van spelers en de activiteiten van spelersmakelaars;

88.  is van oordeel dat er instrumenten moeten worden gecreëerd ter bevordering van de samenwerking tussen overheid, sportautoriteiten en gokorganisaties bij de behandeling van fraudezaken in de sport, en dat daarbij zou kunnen worden gedacht aan samenwerking met Europol en Eurojust;

89.  erkent de legitimiteit van sportrechtbanken voor de oplossing van geschillen op het gebied van sport, mits deze het recht van burgers op een rechtvaardig proces eerbiedigen; verzoekt het Hof van Arbitrage voor de Sport (CAS) bij de beslechting van geschillen binnen de EU op het gebied van sport bepalingen van EU-recht te laten meewegen;

90.  verzoekt de Commissie om uiterlijk 2012 met een voorstel te komen waarmee het mogelijk wordt gemaakt om de specifieke behoeften van de sportsector beter te begrijpen en praktische maatregelen te nemen om daarop in te spelen, met volledige inachtneming van artikel 165 VWEU;

De samenwerking met derde landen en internationale organisaties

91.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om met derde landen samen te werken op het gebied van bijvoorbeeld internationale transfers van spelers, uitbuiting van minderjarige spelers, wedstrijdmanipulatie en illegale weddenschappen; wijst eveneens op het belang van versterking van de internationale samenwerking met het oog op de bevordering van sport in ontwikkelingslanden;

92.  kijkt uit naar de resultaten van systemen die zijn ingesteld voor het bewaken van transparantie, ethisch optreden op financieel gebied, en voor de bestrijding van corruptie en mensenhandel; wijst erop dat deze systemen in overeenstemming moeten zijn met de EU-wetgeving en de voorschriften inzake gegevensbescherming; verzoekt de bestuursorganen in de sportsector TMS-gegevens te koppelen aan andere anticorruptiesystemen ten behoeve van een doeltreffender toezicht ter bestrijding van wedstrijdmanipulatie;

93.  wijst erop dat in en buiten de EU gevestigde niet-toegelaten gokorganisaties moeten worden aangepakt, aangezien deze de systemen voor het toezicht op sportfraude kunnen omzeilen;

94.  verzoekt de Commissie en de lidstaten in volledige samenwerking met derde landen de algemene eerbiediging van Olympische voorschriften en regelgeving te bevorderen;

95.  verzoekt de clubs erop toe te zien dat de wetgeving op het gebied van immigratie bij het aantrekken van jongeren uit derde landen wordt nageleefd en ervoor te zorgen dat alle contractvoorwaarden in overeenstemming zijn met de wet; wenst dat jonge sporters desgewenst onder goede omstandigheden naar hun land van herkomst kunnen terugkeren als hun sportcarrière niet van de grond komt; wijst er in dit verband op dat effectieve handhaving van de wetgeving essentieel is;

96.  wijst op de noodzaak minderjarigen bij internationale transfers beter te beschermen; meent dat internationale transfers gevaarlijk kunnen zijn voor jonge sporters die, door het feit dat ze hun familie en hun land al op jonge leeftijd verlaten hebben, bijzonder kwetsbaar zijn en dus door de sportorganisaties met voortdurende aandacht moeten worden gevolgd;

97.  vraagt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden om te propageren dat zowel mannen als vrouwen – ongeacht regels of verplichtingen die op grond van culturele, traditionele, historische of religieuze factoren voor vrouwen gelden – de absolute vrijheid toekomt om elke tak van sport te bedrijven;

Europese identiteit door sport

98.  verzoekt de Commissie de bestaande programma's ter bevordering van sport uit te breiden als instrument van haar ontwikkelingsbeleid en in deze sector nieuwe initiatieven op gang te brengen;

99.  verzoekt de Commissie:

   jaarlijks een „Europese dag van de sport” te organiseren, waardoor de maatschappelijke en culturele rol van amateur- en beroepssport en de voordelen van sport op het gebied van volksgezondheid worden bevorderd;
   elk jaar de benoeming van een „Europese sporthoofdstad”, op initiatief van de vereniging van Europese sporthoofdsteden (ACES), financieel en met de nodige controles te ondersteunen;
   plaatselijke, traditionele, inheemse sporten die deel uitmaken van de rijke culturele en historische verscheidenheid van de EU en die symbool staan voor het motto „Verenigd in verscheidenheid” te steunen door deze spelen meer bekendheid te geven via onder meer bevordering van een Europese kaart en Europese festivals;
   een mobiliteitsprogramma voor jonge amateursporters en trainers op te zetten, teneinde hen in staat te stellen nieuwe trainingsmethoden aan te leren, optimale werkmethoden vast te stellen en via sport Europese waarden te ontwikkelen zoals eerlijk spel, respect en maatschappelijke integratie en de interculturele dialoog te bevorderen;
   te helpen een mobiliteitsprogramma mogelijk te maken om sporttrainers uit te wisselen;
   met lidstaten en sportorganisaties samen te werken om de fundamentele integriteit van de amateursport te beschermen;
   de werkzaamheden van de lidstaten op het gebied van gegevensverzameling en onderzoek te steunen om optimale werkmethoden uit te wisselen;

100.  beveelt aan bij grote internationale sportevenementen die op Europees grondgebied worden georganiseerd de Europese vlag te hijsen en vraagt de sportbonden zich te buigen over het idee om op de shirts van de sporters uit de verschillende lidstaten niet alleen de nationale vlag maar tevens de Europese vlag af te beelden; wijst erop dat het volkomen vrijwillig en ter beoordeling van de lidstaten en sportorganisaties is te besluiten of zij van deze mogelijkheid gebruik maken;

o
o   o

101.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Europese, internationale en nationale sportbonden.

(1) PB C 68 E van 18.3.2004, blz. 605.
(2) PB C 104 E van 30.4.2004, blz. 1067.
(3) PB C 33 E van 9.2.2006, blz. 590.
(4) PB C 291 E van 30.11.2006, blz. 143.
(5) PB C 291 E van 30.11.2006, blz. 292.
(6) PB C 27 E van 31.1.2008, blz. 232.
(7) PB C 282 E van 6.11.2008, blz. 131.
(8) PB C 271 E van 12.11.2009, blz. 51.
(9) PB C 76 E van 25.3.2010, blz. 16.
(10) PB C 87 E van 1.4.2010, blz. 30.
(11) P7_TA(2011)0316.
(12) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0498.
(13) PB C 326 van 3.12.2010, blz. 5.
(14) PB C 162 van 1.6.2011, blz. 1.
(15) Almaty, Kazakhstan, 5-6 november 2006.
(16) CdR 66/2011 fin.
(17) CESE 1594/2011 – SOC /413.

Laatst bijgewerkt op: 3 mei 2013Juridische mededeling