Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2012/2030(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0341/2012

Ingediende teksten :

A7-0341/2012

Debatten :

PV 10/12/2012 - 21
CRE 10/12/2012 - 21

Stemmingen :

PV 11/12/2012 - 8.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0468

Aangenomen teksten
PDF 227kWORD 52k
Dinsdag 11 december 2012 - Straatsburg Definitieve uitgave
Het voltooien van de digitale interne markt
P7_TA(2012)0468A7-0341/2012

Resolutie van het Europees Parlement van 11 december 2012 inzake het voltooien van de digitale interne markt (2012/2030(INI)).

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 3 oktober 2012 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's met de titel „Akte voor de interne markt II” (COM(2012)0573),

–  gezien het voorstel van 4 juni 2012 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties binnen de interne markt (COM(2012)0238),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 29 mei 2012 getiteld „Scorebord consumenten laat zien waar in Europa de voorwaarden voor de consument het best zijn – Zevende editie van het Scorebord voor de consumentenvoorwaarden” (SWD(2012)0165),

–  gezien zijn resolutie van 22 mei 2012 over een strategie ter versterking van de rechten van kwetsbare consumenten(1) ,

–  gezien zijn resolutie van 22 mei 2012 inzake het Scorebord voor de interne markt(2) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 mei 2012 aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's met de titel „Een Europese consumentenagenda – Vertrouwen en groei stimuleren” (COM(2012)0225),

–  gezien het werkdocument van de Commissie van 22 mei 2012 met de titel „Verslag inzake het consumentenbeleid” (juli 2010 – december 2011) (SWD(2012)0132), dat de mededeling „Een Europese consumentenagenda – Vertrouwen en groei stimuleren” begeleidt (COM(2012)0225),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 mei 2012 met de titel „Europese Strategie voor een beter internet voor kinderen” (COM(2012)0196),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 april 2012 met de titel „Een strategie voor e-aanbesteding” (COM(2012)0179),

–  gezien het voorstel van 25 januari 2012 voor een Verordening van het Europees Parlement en van de Raad inzake de bescherming van individuen met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens en inzake het vrije verkeer van dergelijke gegevens (Algemene Verordening Gegevensbescherming) (COM(2012)0011),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 11 januari 2012 met de titel „Een coherent kader voor een groter vertrouwen in de digitale eengemaakte markt voor elektronische handel en onlinediensten” (COM(2011)0942),

–  gezien zijn resolutie van 15 november 2011 inzake een nieuwe strategie voor consumentenbeleid(3) ,

–  gezien zijn resolutie van 15 november 2011 over onlinegokken op de interne markt(4) ,

–  gezien Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad(5) ,

–  gezien het Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een consumentenprogramma 2014-2020 (COM(2011)0707) en de bijbehorende documenten (SEC(2011)1320 en SEC(2011)1321),

–  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2011 over mobiliteit en integratie van gehandicapten en de Europese strategie inzake handicaps 2010-2020(6) ,

–  gezien het voorstel van 19 oktober 2011 voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de Connecting Europe Facility (COM(2011)0665),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 21 oktober 2011 met de titel „Markten voor de consument laten werken” - Zesde editie van het scorebord consumentenmarkten„(SEC(2011)1271),

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2011 over een efficiëntere en eerlijkere interne handels- en distributiemarkt(7) ,

–  gezien het werkdocument van de Commissiediensten van 7 april 2011 getiteld „Consumer Empowerment in the EU” (SEC(2011)0469),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 4 maart 2011 met de titel „Consumenten thuis op de interne markt” - Vijfde editie van het scorebord consumentenvoorwaarden (SEC(2011)0299),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan de Europese Raad met de titel „Europa 2020, een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei” (COM(2010)2020),

–  gezien zijn resolutie van 15 december 2010 over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag(8) ,

–  gezien zijn resolutie van 21 september 2010 over de voltooiing van de interne markt voor e-handel(9) ,

–  gezien Richtlijn 2010/45/EU van de Raad van 13 juli 2010 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG inzake het gemeenschappelijk systeem voor de btw ten aanzien van de regels voor de facturatie(10) ,

–  gezien de arresten van het EHJ inzake Google (Gevoegde Zaken C-236/08 tot C-238/08, arrest van 23 maart 2010) en BergSpechte (Zaak C-278/08, arrest van 25 maart 2010), die het begrip van 'de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende internetgebruiker' definieert als de gemiddelde internetconsument,

–  gezien Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten)(11) ,

–  gezien zijn resolutie van 9 maart 2010 over consumentenbescherming(12) ,

–  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2011 over mobiliteit en integratie van gehandicapten en de Europese strategie inzake handicaps 2010-2020(13) ,

–  gezien de mededelingcommunicatie van de Commissie van 3 maart 2010 met de titel „Europa 2020: een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei” (COM(2010)2020),

–  gezien het verslag-Monti van 9 mei 2010 over een nieuwe strategie voor de interne markt,

–  gezien het analyserapport met de titel „Attitudes towards cross-border sales and consumer protection”, gepubliceerd door de Commissie in maart 2010 (Flash Eurobarometer 282),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 oktober 2009 inzake grensoverschrijdende zaken voor de e-handel voor consumenten binnen de EU (COM(2009)0557),

–  gezien de 'Mystery shopping evaluatie van grensoverschrijdende e-handel binnen de EU', een studie dat op 20 oktober 2009 namens DG SANCO van de Commissie is uitgevoerd door YouGovPsychonomics,

–  gezien het werkdocument van het personeel van de Commissie van 22 september 2009 inzake de controle op kwaliteit en vooruitgang van de financiële dienstverlening in de detailhandel t.o.v. het Scorebord voor de consumentenmarkten (SEC(2009)1251),

–  gezien de mededeling van 7 juli 2009 van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, aan het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's inzake een geharmoniseerde methodiek voor het classificeren en rapporteren van consumentenklachten en verzoeken om inlichtingen (COM(2009)0346), en aan de begeleidende conceptaanbeveling van de Commissie (SEC(2009)0949),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 juli 2009 inzake de handhaving van het consumentenacquis (COM(2009)0330),

–  gezien het verslag van de Commissie van 2 juli 2009 inzake de toepassing van Besluit (EG) Nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en van de Raad inzake de samenwerking tussen nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de wet op de consumentenbescherming (verordening samenwerking consumentenbescherming) (COM(2009)0336),

–  gezien het werkdocument van de Commissie van 5 maart 2009 met de titel „Report on cross-border e-commerce in the EU” (SEC(2009)0283),

–  gezien zijn resolutie van 5 februari 2009 over internationale handel en het internet(14) ,

–  gezien zijn resolutie van 13 januari 2009 inzake de omzetting, uitvoering en handhaving van Besluit 2005/29/EG met betrekking tot oneerlijke business-to-consumer handelspraktijken binnen de interne markt en Besluit 2006/114/EG met betrekking tot misleidende en vergelijkende reclame(15) ,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 3 september 2008 over het effect van marketing en reclame op de gelijkheid tussen vrouwen en mannen(16) ,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 21 juni 2007 over consumentenvertrouwen in een digitale omgeving(17) ,

–  gezien Verordening (EG) Nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en van de Raad van 27 oktober 2004 inzake de samenwerking tussen nationale autoriteiten verantwoordelijk voor de handhaving van de wet op de consumentenbescherming (verordening inzake samenwerking consumentenbescherming)(18) ,

–  gezien Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame(19) ,

–  gezien artikel 20, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG van 12 december 2006 over diensten op de interne markt(20) ,

–  gezien haar resoluties van 23 maart 2006 inzake het Europees verbintenissenrecht en de herziening van het acquis: verdere maatregelen(21) , en van 7 september 2006 over het Europees verbintenissenrecht(22) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie inzake de herziening van de EU regelgeving voor elektronische communicatienetwerken en diensten (COM(2006)0334),

–  gezien de Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 met betrekking to oneerlijke business-to-consumer handelspraktijken binnen de interne markt(23) ,

–  gezien de Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 ter uitvoering van het gelijkheidsbeginsel tussen mannen en vrouwen in de toegang tot en het leveren van goederen en diensten(24) ,

–  gezien de Speciale Eurobarometer nr. 342 over empowerment van consumenten,

–  gezien het UNCITRAL Verdrag inzake het Gebruik van Elektronische Communicatie in Internationale Contractvorming 2005, de Modelwet van UNCITRAL inzake elektronische handtekeningen (2001) en de Modelwet van UNCITRAL inzake elektronische handel (1996)(25) ,

–  gezien het eerste uitvoeringsverslag van 21 november 2003 over de richtlijn inzake e-handel (COM(2003)0702),

–  gezien Richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 90/619/EEG, 97/7/EG en 98/27/EG van de Raad(26) ,

–  gezien Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie(27) ,

–  gezien Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt(28) ,

–  gezien Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(29) ,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, zoals opgenomen in de Verdragen bij artikel 6 van het Verdrag van de Europese Unie (TEU) en in het bijzonder de artikelen 7 (eerbiediging van persoonlijk en gezinsleven), 21 (antidiscriminatie), 24 (de rechten van het kind), 25 (de rechten van de ouderen), 26 (integratie van personen met een handicap) en 38 (consumentenbescherming),

–  gezien artikel 9 VWEU, dat bepaalt dat de Unie „bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden rekening houdt met de eisen in verband met de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming, de bestrijding van sociale uitsluiting, alsmede een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de volksgezondheid”,

–  gezien artikel 11 VWEU, dat bepaalt dat de 'milieubeschermingeisen geïntegreerd moeten worden in de definitie en uitvoering van het beleid en de activiteiten van de Unie, in het bijzonder met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling',

–  gezien artikel 12 TFEU, dat bepaalt dat er rekening moet worden gehouden met de 'consumentenbeschermingeisen in het definiëren en uitvoeren van andere activiteiten en beleid van de Unie',

–  gezien artikel 14 VWEU en Protocol 26 daarvan inzake diensten van algemeen (economisch) belang,

–  gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming , de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie cultuur en onderwijs en de Commissie juridische zaken (A7-0341/2012),

A.  overwegende dat de voltooiing van de digitale interne markt de belangrijkste factor is om van de EU de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld te maken;

B.  overwegende dat e-handel en online diensten noodzakelijk zijn voor het internet en cruciaal zijn voor de doelstellingen van de EU 2020-strategie voor de interne markt, dat zowel een voordeel voor de burgers en het bedrijfsleven is, doordat zij een slimme, duurzame en inclusieve groei ondersteunen;

C.  overwegende dat 99% van alle Europese bedrijven MKB zijn die 85% werkgelegenheid opleveren, en daardoor zijn de MKB de drijvende kracht in de Europese economie, die de hoofdverantwoordelijkheid hebben voor het creëren van welvaart, groei en werkgelegenheid, en ook vernieuwing en R&D;

D.  overwegende dat e-handel een essentieel onderdeel van de handel is geworden en tegenwoordig een grote invloed uitoefent op de keuze van consumenten, concurrentie en technologische innovatie vanwege het feit dat de scheidslijn tussen de online- en offlinewereld voor consumenten en bedrijven in het dagelijks leven steeds vager wordt;

E.  overwegende dat een digitale interne markt waarin diensten vrij kunnen worden aangeboden in een markt met vijfhonderd miljoen consumenten van cruciaal belang is om het concurrentievermogen te vergroten en de economische groei te bevorderen, voor kwalitatief hoogwaardige banen zorgt en de ontwikkeling van de EU tot een kenniseconomie vergemakkelijkt;

F.  overwegende dat breedband en het internet belangrijke stuwende krachten zijn voor de economische groei, de kennismaatschappij, de werkgelegenheid, innovatie en het Europese concurrentievermogen, en dat het tegelijkertijd online handel en diensten bevordert; overwegende dat consumenten en bedrijven toegang tot breedband nodig hebben om optimaal van het internet te kunnen profiteren;

G.  overwegende dat centrale aanspreekpunten voor de omzetbelasting van groot belang zijn om de grensoverschrijdende elektronische handel voor het mkb te vereenvoudigen en e-facturering te bevorderen; overwegende echter dat dergelijke centrale aanspreekpunten alleen moeten worden gecreëerd binnen het kader van de bestaande instellingen, zonder dat daaraan extra kosten voor de belastingbetaler mogen zijn verbonden;

H.  overwegende dat bedrijven die hun interneteconomie ontwikkeld hebben veel verder gevorderd zijn dan andere bedrijven en dat het daarom in de huidige economische en financiële crisis, waarbij het genereren van werkgelegenheid in de praktijk van het mkb afhangt, van essentieel belang is om de belemmeringen voor de online handel weg te nemen, zodat bedrijven van alle voordelen van deze handel kunnen profiteren;

I.  overwegende dat onlinemarkten zo flexibel mogelijk moeten zijn om betere bedrijfs- en ontwikkelingskansen in deze sector te kunnen creëren;

J.  overwegende dat e-handel een belangrijke aanvulling vormt op de offlinehandel, waardoor kleine bedrijven de kans krijgen om te groeien, en de verkrijgbaarheid van goederen en producten wordt verbeterd, ook in afgelegen gebieden, op het platteland en voor mensen met een handicap of beperkte mobiliteit;

K.  overwegende dat in een aantal G8-landen 20% van de economische groei en 25% van de groei aan arbeidsplaatsen in de afgelopen vijf jaar toe te schrijven is aan het internet;

L.  overwegende dat de voordelen van de globalisering dankzij het internet en de e-handel evenwichtiger verdeeld kunnen worden over consumenten en het mkb;

M.  overwegende dat het bereiken van een effectief functionerende interne markt een belangrijke stap zou zijn op weg naar de doelstellingen van de Lissabonagenda met betrekking tot het vergroten van de groei, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen om de 500 miljoen consumenten in de EU te bedienen;

N.  overwegende dat de digitale interne markt consumenten een ruimere keuze tegen meer concurrerende prijzen biedt, vooral voor burgers die in moeilijk toegankelijke, afgelegen of perifere gebieden wonen, alsook burgers met beperkte mobiliteit, die anders wellicht geen toegang zouden hebben tot een breed scala van producten, overwegende dat startende bedrijven, met name die binnen het MKB, dankzij het internet een goed begin kunnen maken en bestaande bedrijven kunnen floreren door het bedienen van nieuwe marktniches;

O.  overwegende dat er in Europa 75 miljoen mensen met een handicap zijn, en dat deze personen ook volledige toegang tot de interne markt zouden moeten hebben, waarbij in het bijzonder moet worden gelet op de problemen die mensen met een visuele handicap hebben met digitale interfaces;

P.  overwegende dat het mkb dankzij internet en technologie beter in staat is zich internationaal te profileren en zo een betere positie kan verwerven op internationale markten en in de internationale handel; verzoekt om een geïntegreerde Europese markt voor kaart-, internet- en mobiele betalingen; dringt daarnaast ook aan op een eenvoudiger systeem voor e-facturering; wijst in deze beide gevallen op het belang van interoperabiliteit en open standaarden om het marktpotentieel en de concurrentieverhoudingen te kunnen optimaliseren;

Q.  overwegende dat consumenten profijt hebben van de e-handel in de zin van lagere prijzen en een bredere keuze, gekoppeld aan het gemak te kunnen winkelen zonder hun huis te hoeven verlaten; overwegende dat dit bijzondere voordelen biedt aan consumenten met een handicap en consumenten op het platteland of in afgelegen gebieden;

R.  overwegende dat een goed functionerende digitale economie een absolute vereiste voor het goede functioneren van de gehele EU-economie; echter ook overwegende dat het vrije verkeer van digitale diensten tegenwoordig ernstig wordt belemmerd door versnipperde nationale regelgeving, en dat bedrijven worden geconfronteerd met allerlei belemmeringen voor de grensoverschrijdende handel binnen de Europese Unie, vooral als gevolg van de verschillende regels die in de lidstaten gelden op gebieden zoals consumentenbescherming, btw, specifieke productvoorschriften en betalingstransacties; overwegende dat het noodzakelijk is de EU-instellingen te vragen er zich krachtiger voor in te zetten de voornaamste regelgevingsobstakels voor grensoverschrijdende onlinetransacties tegen 2015 op te heffen en een beroep op de Commissie te doen om met nog meer gerichte wetgevingsmaatregelen te komen teneinde de voornaamste belemmeringen weg te werken;

S.  overwegende dat de e-handel consumenten in staat stelt te profiteren van lage prijzen en een bredere keus, maar dat 60% van de websites momenteel ongeschikt zijn voor grensoverschrijdende online consumenten, en dat het consumenten- en bedrijfsvertrouwen in de digitale omgeving nog gering is;

T.  overwegende dat de toegang tot betrouwbare informatie alsook de transparantie op een hoger plan moeten worden gebracht, opdat consumenten niet alleen kunnen vergelijken op prijs, maar ook op kwaliteit en de duurzaamheid van online aangeboden goederen en diensten;

U.  overwegende dat de versnippering van de digitale markt van de EU rechten op grond van het acquis communautaire in gevaar brengt, aangezien consumenten en het bedrijfsleven een geringe rechtszekerheid hebben met betrekking tot grensoverschrijdende e-handel wegens het bestaan van te veel wettelijke voorschriften die uiteenlopende eisen stellen, een situatie die het zakelijke exploitanten, instanties of consumenten onmogelijk maakt om van duidelijke en uitvoerbare regels te profiteren;

V.  overwegende dat de meeste geschillen buiten de rechtbank worden opgelost, dat de voor alternatieve geschillenbeslechting beschikbare termijnen soms te kort zijn en dat er al met al grote behoefte bestaat aan een doeltreffend geschillenbeslechtingsstelsel;

W.  overwegende dat het van belang is om de rechtsversnippering die nu op een aantal gebieden bestaat te ondervangen om zo een volledige en echte digitale interne markt te bereiken;

X.  overwegende dat de e-handel en onlinediensten de ontwikkeling van een duurzame interne markt aanmoedigen dank zij het gebruik van technologieën standaarden, labels, producten en diensten die een geringe CO2-uitstoot veroorzaken en milieuvriendelijk zijn;

Een digitale interne markt voor groei en werkgelegenheid

1.  benadrukt dat het in tijden van economische en financiële crisis onontbeerlijk is om maatregelen te nemen om de groei te stimuleren en werkgelegenheid te creëren, en benadrukt dat het voltooien van de digitale interne markt een belangrijke stap voorwaarts zou zijn naar het bereiken van dit doel; verzoekt de Commissie derhalve haar plan voor het lanceren en voltooien van de digitale interne markt uit te voeren; wijst in verband daarmee op het feit dat de digitale interne markt voor bedrijven en burgers de eenvoudigste manier is om de vruchten van de interne markt te plukken;

2.  verwelkomt de nieuwe mededeling van de Commissie inzake e-handel en online diensten, gepubliceerd op 11 januari 2012, dat gericht is op het ontwikkelen van een duidelijk kader voor de e-handel, door het vertrouwen te vergroten en de e-handel en online diensten uit te breiden naar de sectoren B2B, B2C, C2C en G2G; verzoekt de Commissie om tegen het einde van 2012 verslag uit te brengen over de vooruitgang op het vlak van de zestien „hoofdmaatregelen” van de vijf prioritaire aandachtsgebieden van de mededeling;

3.  is ingenomen met de nieuwe mededeling van de Commissie met de titel „Akte voor de interne markt II” die kernmaatregelen bevat ter ondersteuning van de ontwikkeling van een Europese digitale economie; onderstreept dat het noodzakelijk is de vruchten van de digitale interne markt te plukken;

4.  doet een beroep op de Commissie om haar actieplan voor het vereenvoudigen van grensoverschrijdende toegang tot online producten en inhoud uit te voeren, te ontwikkelen en effectief op te volgen, en te dien einde, een stappenplan te leveren voor de uitvoering van een transversaal plan dat de ontwikkeling van de Digitale Interne Markt en de bevordering van groei op de lange termijn, de concurrentiepositie en de werkgelegenheid garandeert terwijl zij de Europese economie aanpast aan de huidige uitdagingen van de wereldeconomie;

5.  benadrukt dat versnippering en gebrek aan rechtszekerheid de voornaamste zorgen op de digitale interne markt zijn, en dat een inconsequente handhaving van de regels in de lidstaten moet worden aangepakt om de consument zo bredere keuzemogelijkheden te bieden; is van mening dat de versnippering nog steeds mede veroorzaakt wordt door de slechte of te laat uitgevoerde omzetting van richtlijnen door de lidstaten, die aan striktere controles moeten worden onderworpen door de instellingen van de EU;

6.  benadrukt dat alle relevante nieuwe wetgeving voor de interne markt onderworpen moet worden aan een digitale-internemarkttest; verzoekt de Commissie te onderzoeken of het haalbaar is om een dergelijke test binnen haar effectbeoordelingskader in te voeren om er zo voor te zorgen dat deze noch de ontwikkeling van de digitale interne markt belemmert, noch nieuwe obstakels opwerpt voor zowel de offline- als de onlinehandel en dat deze handel niet versnipperd raakt;

7.  is ingenomen met de aankondiging door de Commissie van een nieuwe meldings- en actieregeling en herinnert er in dit verband aan dat, op grond van de richtlijn inzake e-handel, verleners van diensten van de informatiemaatschappij in bepaalde gevallen verplicht zijn op te treden om illegale online-activiteiten te vermijden of deze te doen ophouden;

8.  is het er met de Commissie over eens dat de bestaande wettelijke regeling waarin de richtlijn e-handel voorziet geen herziening behoeft; onderstreept niettemin de behoefte aan meer duidelijkheid met betrekking tot de implementatie van de meldings- en actieprocedures die in geval van illegale inhoud moeten worden gevolgd;

9.  wijst op de noodzaak tot modernisering en vereenvoudiging van de procedures voor de erkenning van beroepskwalificaties en tot verdere uitbreiding van de automatische erkenning van de beroepen waarvoor thans regels bestaan met in het bijzonder nieuwe beroepen die nodig zijn in de groene en de digitale sector; merkt op dat dit de mobiliteit van hooggekwalificeerde arbeidskrachten zal bevorderen;

10.  wijst met het oog op het potentieel voor het concurrentievermogen van de EU, de economische groei en de groei van de werkgelegenheid op de noodzaak een Europese strategie voor cloudcomputing te ontwikkelen; onderstreept dat cloudcomputing, doordat er minimale toetredingskosten en lage infrastructuurvereisten aan verbonden zijn, een kans inhoudt voor de Europese IT-sector en in het bijzonder voor het mkb, om dit terrein verder te ontwikkelen en het voortouw te nemen op gebieden als outsourcing, nieuwe digitale dienstverlening en datacentra;

11.  wijst op het belangrijke verband tussen de richtlijn inzake e-handel en het Informatiesysteem interne markt;

Kmo's

12.  benadrukt dat kmo's de ruggengraat voor de Europese economie vormen en dat het daarom van levensbelang is om een actieplan te ontwikkelen voor hun integratie in de digitale interne markt; benadrukt tevens dat alle Europese kmo's dringend breedbandinternet moeten krijgen; benadrukt dat gebruikmaking van de mogelijkheden van de digitale economie en de digitale interne markt d.m.v. innovatie en een slim gebruik van ICT een grote steun zou zijn voor kmo's om uit de huidige crisis te stappen en groei en werkgelegenheid te creëren;

13.  steunt de vastberadenheid van de Commissie om de ontwikkeling van ICT-infrastructuur te versterken en te vergemakkelijken en aldus de digitale kloof te overbruggen; herinnert eraan dat de ontwikkeling van ICT-infrastructuur een positieve bijdrage levert aan de sociale cohesie, economische groei en het concurrentievermogen van de EU en aan communicatie, creativiteit en de toegang van burgers tot onderwijs en informatie; verwelkomt de initiatieven in het kader van de programma's voor regionale ontwikkeling en ontwikkeling van de landelijke ruimte en van de EIB ter verbetering van de aansluiting van landelijke gebieden op ICT-infrastructuren;

14.  wijst op het feit dat het voor de verwezenlijking van de doelstelling van economische groei en werkgelegenheid van cruciaal belang is dat de resterende juridische obstakels voor de e-handel uit de weg worden geruimd en dat bedrijven de noodzakelijke informatie en vaardigheden geboden wordt alsook de noodzakelijke instrumenten voor een eenvoudige en doeltreffende ontwikkeling van hun onlineactiviteiten;

15.  benadrukt dat de verwezenlijking van een volledig operationele digitale interne markt een gecoördineerde inspanning vergt om ervoor te zorgen dat alle burgers, ongeacht hun leeftijd, woonplaats, opleiding en geslacht, toegang krijgen tot het internet en over de nodige vaardigheden kunnen beschikken om het te gebruiken;

16.  onderstreept dat digitale vaardigheden van cruciaal belang zijn voor de ontwikkeling van een concurrerende digitale interne markt en dat alle Europeanen in staat moeten worden gesteld om de benodigde digitale vaardigheden te verwerven; onderstreept het essentiële belang van de verbintenis om voor 2015 de verschillen in digitale kennis en vaardigheden met de helft te reduceren;

17.  roept daarom de Commissie en de lidstaten ertoe op om een dergelijk actieplan te ontwikkelen, dat zich moet baseren op het bevorderen van de integratie van MKB's in de digitale waardeketens, door maatregelen en initiatieven te nemen die een slim gebruik van ICT voor innovatie, de concurrentiepositie en de ontwikkeling van e-vaardigheden aanmoedigt, en wenst ook dat informatie over de voordelen en de potentie van de interneteconomie – bij voorbeeld via het European E-Business Support Network (eBSN – in ruimere mate beschikbaar wordt gesteld, terwijl daarnaast onder meer ook financiële ondersteuning aan vernieuwende kmo's moet worden gegeven;

18.  onderstreept dat het van belang is een strategie te ontwikkelen om het digitaal ondernemerschap in Europa een nieuwe impuls te geven en scholing voor onlinehandelaren en ontwikkelingsprogramma's voor het kmo die zich richten op innovatieve en dynamische kmo's uit alle sectoren, aan te moedigen om zo een hoge groeipotentie en omvangrijke innovatie te garanderen en daarbij het consumentenvertrouwen te vergroten en tevens nieuwe nichemarkten voor het kmo te creëren, die anders niet zouden hebben bestaan;

19.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om de bestaande wetgeving daadwerkelijk ten uitvoer te leggen, teneinde de obstakels die de groei van het kmo in de weg staan - zoals hoge kosten voor markttoegang, de kosten van het opbouwen van merkbekendheid in meerdere landen en de beperkingen van IT-systemen - uit de weg te ruimen;

20.  roept de Commissie en de lidstaten op om maatregelen te introduceren die gericht zijn op het bieden van financiële ondersteuning aan innovatieve kmo's door middel van bestaande programma's, zoals het Programma voor Concurrentiepositie en Innovatie (CIP), het nieuwe programma voor de Concurrentiepositie van Ondernemingen en kmo (COSME) en het Programma voor Onderzoek en Innovatie „Horizon 2020”, of door specifieke programma's uit te werken, evenals de voorgestelde verordening inzake durfkapitaalfondsen;

21.  is van mening dat het naast de systematische inzet van ICT ook essentieel is voor de ontwikkeling van de digitale interne markt om hoogwaardig ICT-onderzoek te bevorderen en overheids- en particuliere investeringen in risicovolle gezamenlijke ICT-onderzoeks- en innovatieprojecten te stimuleren; benadrukt dat Europa een voortrekkersrol moet spelen bij de ontwikkeling van internettechnologieën en -standaarden; stelt voor om het ICT-researchbudget van de EU in het kader van de komende financiële vooruitzichten en het Horizon 2020-programma aanzienlijk te verhogen;

Het wegwerken van de overgebleven belemmeringen op de digitale interne markt

22.  steunt de mogelijkheid tot samenwerking met onderzoekcentra; verwelkomt de plannen van de Commissie om staats- en particuliere investeringen in telecommunicatienetwerken in het kader van de Connecting Europe Faciliteit (CEF) te stimuleren, en onderstreept het belang van permanente invoering van een trans-Europese digitale dienstverleningsinfrastructuur voor economische groei en concurrentievermogen in de EU;

23.  stelt vast dat de snelle verspreiding van ultrasnel breedband van cruciaal belang is voor het mondiale concurrentievermogen van Europa, voor de ontwikkeling van de Europese productiviteit en voor de opkomst van nieuwe en kleine ondernemingen die een leidende rol kunnen spelen in verschillende sectoren, zoals de gezondheidszorg, de productie-industrie en de dienstensector;

24.  dringt aan op specifieke maatregelen om ervoor te zorgen dat kmo's optimaal kunnen profiteren van de mogelijkheden die breedband biedt op het gebied van e-handel en e-aanbestedingen; verzoekt de Commissie de lidstaten te ondersteunen bij het opzetten van initiatieven om de e-vaardigheden in kmo's te ontwikkelen en om innovatieve, op het internet gebaseerde bedrijfsmodellen te stimuleren middels het programma concurrentievermogen en innovatie (CIP) en de toekomstige opvolger daarvan, het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kmo's (COSME);

25.  verzoekt de Commissie om een inventarisatie van de bestaande belemmeringen voor grensoverschrijdende leveringsdiensten en om passende maatregelen te nemen voor de aanpak daarvan met inachtneming van de bevindingen van de nieuwe studie die is uitgevoerd, en wel op een wijze die ervoor zorgt dat zowel het bedrijfsleven als de consumenten volledig van de digitale interne markt kunnen profiteren; onderstreept dat factoren als toegankelijkheid, betrouwbaarheid, snelle levering, vriendelijke dienstverlening, een efficiënt en transparant systeem voor retourzendingen, en lage prijzen voor grensoverschrijdende leveringsdiensten het best bevorderd worden door een vrije en eerlijke mededinging, zodat grensoverschrijdende handel niet wordt gehinderd en het consumentenvertouwen toeneemt; is van oordeel dat grensoverschrijdende leveringsdiensten niet alleen op de fysieke grenzen gebaseerd moeten zijn, maar, waar mogelijk, eveneens rekening moeten houden met de afstand tot de consument; is van mening dat het van essentieel belang is om te voorzien in innovatieve leveringswijzen die een zo flexibel mogelijke keuze van het tijdstip en de plek waarop de aankopen worden geleverd of van een eventueel ophaalpunt mogelijk maken zonder aanvullende kosten; is van mening dat het van cruciaal belang is om maatregelen te overwegen die een garantie bieden op betaalbare leveringsdiensten in de meer afgelegen of perifere gebieden;

26.  herinnert aan de noodzaak van een geïntegreerde beleidsstrategie ter voltooiing van de interne transportmarkt voor alle vervoerstakken (wegcabotage, goederenvervoer per spoor, enz.) en van de milieuwetgeving, teneinde onvolkomenheden in de aanvoerketen en onnodige kostenstijgingen voor afstandsverkopers en klanten in de e-handelssector te voorkomen;

27.  verzoekt de lidstaten en de Commissie om de administratieve lasten te verminderen door het mogelijk te maken dat gebruik wordt gemaakt van het stelsel van het land van hetzij de verkopende partij, hetzij de kopende partij, om zo dubbele procedures en de verwarring over welke regels er nu precies voor zowel onlinehandelaren als consumenten van toepassing zijn, te voorkomen;

28.  verzoekt de Commissie om oplossingen aan te dragen voor de problemen die kmo's ondervinden bij de afhandeling van geretourneerde goederen, met de verzendinfrastructuur en met het terugdringen van de kosten in verband met de afhandeling van grensoverschrijdende klachten en geschillen;

29.  benadrukt dat dankzij het feit dat websites vrij eenvoudig in grote lijnen automatisch vertaald kunnen worden, de digitale wereld het bijkomende voordeel biedt dat zij kan helpen taalbarrières binnen de interne markt te slechten;

30.  benadrukt het belang voor consumenten van een doeltreffende levering, betere informatievoorziening over hun levering en tijdige aflevering van hun product, een voor een punten die in het meest recente consumentenscorebord door consumenten als het meest prangend werden aangemerkt;

31.  roept de Commissie en de lidstaten op de mogelijkheden te onderzoeken om de btw-regels te vereenvoudigen en te standaardiseren in de context van grensoverschrijdende online transacties; benadrukt dat het huidige Europese wettelijke kader op het gebied van btw een belemmering vormt voor de ontwikkeling van nieuwe digitale diensten en dat het aanmoedigen van ondernemingen om nieuwe pan-Europese online diensten te ontwikkelen en aan te bieden een prioriteit zou moeten zijn bij de herziening van de btw-regels; is van oordeel dat ter voorkoming van marktverstoring digitale producten zoals e-boeken onder dezelfde btw-tarieven moeten vallen als een gelijkwaardig product in fysieke vorm of als offline aanbod; verzoekt de Commissie en de lidstaten de door wijziging van de btw-regels in 2015 geboden kans aan te grijpen om een „Europese éénloketsysteem” voor de e-handel, en tenminste voor kmo's, op te zetten en uit te breiden;

32.  roept de Commissie op een herziening van Richtlijn 2006/112/EG voor te stellen teneinde een nieuwe categorie via elektronische weg geleverde diensten met culturele inhoud voor een lager btw-tarief te introduceren; stelt voor dat culturele werken en diensten die digitaal verkocht worden, zoals digitale boeken, dezelfde voorkeursbehandeling te laten genieten als vergelijkbare producten in traditionele vorm, zoals pocketboeken, en bijgevolg onder een lager btw-tarief te laten vallen; is in dit verband van oordeel dat het hanteren van een verlaagd btw-tarief voor digitale publicaties de ontwikkeling van het legale aanbod kan bevorderen en de aantrekkelijkheid van digitale platformen aanzienlijk kan vergroten;

33.  roept de Commissie op bij haar herziening van de btw-wetgeving een anomalie aan te pakken, en wel de mogelijke toepassing van lagere btw-tarieven voor gedrukte boeken en andere culturele inhoud, maar niet voor gelijkwaardige goederen die in elektronische vorm beschikbaar zijn;

34.  verwelkomt het Groenboek van de Commissie over betaalsystemen met de kaart, internet en mobiele telefoon; roept de Commissie en de lidstaten op om passende maatregelen te ontwikkelen en uit te voeren met het oog op het bereiken van een volledig en effectief geïntegreerd, concurrerend, innovatief, neutraal en veilig regelgevend kader voor online en mobiele betalingen binnen de EU;

35.  wijst op het belang van maatregelen betreffende microbetalingen en de hoge administratieve kosten die de betaling van kleine bedragen vaak met zich meebrengt, vestigt de aandacht op het feit dat er steeds vaker gebruik gemaakt wordt van betalingen via mobiele telefoons, smartphones en tablets en dat dat gebruik nieuwe oplossingen vereist;

36.  benadrukt dat microbetalingen steeds vaker gebruikt worden om te betalen voor media en culturele online inhoud en acht dit een nuttig instrument om te waarborgen dat rechthebbenden worden betaald;

37.  wijst erop dat de nationale en grensoverschrijdende multilaterale afwikkelingsvergoedingen (MIF's) in de gemeenschappelijke eurobetalingsruimte (SEPA) aanzienlijke verschillen vertonen van lidstaat tot lidstaat; is van mening dat zowel de binnenlandse als de grensoverschrijdende multilaterale afwikkelingsvergoedingen binnen de SEPA geharmoniseerd moeten worden, opdat de consument ten volle de vruchten kan plukken van de interne markt; verzoekt de Commissie om voor het einde van 2012 een effectbeoordeling op te stellen voor de mogelijke plafonnering en geleidelijke verlaging van multilaterale afwikkelingsvergoedingen; verzoekt de Commissie om een verordening in te dienen ter harmonisering van de multilaterale afwikkelingsvergoedingen en ter geleidelijke verlaging ervan, opdat deze tegen het einde van 2015 gelijk zijn aan de ware kosten; is van mening dat toeslagen, kortingen en andere beïnvloedingspraktijken eveneens geleidelijk aan verboden moeten worden om de weg te bereiden voor een transparantere Europese interne markt voor betalingen;

38.  benadrukt dat persoons- en gegevensbeveiliging de belangrijkste zorgen onder de consumenten zijn en dreigt consumenten te ontmoedigen om online te kopen; beschouwt het als noodzakelijk om de bestaande wet op de gegevensbescherming aan te passen aan nieuwe uitdagingen en innovaties op het gebied van de huidige en toekomstige technologische ontwikkelingen, bv. cloud computing;

39.  onderkent het economisch en maatschappelijk potentieel dat cloudcomputing tot nu toe te zien heeft gegeven en roept de Commissie op om initiatieven te nemen op dit gebied opdat de volle vruchten van deze technologie geplukt kunnen worden zodra deze verder ontwikkeld is; is zich evenwel terdege bewust van de talloze technische en juridische haken en ogen van de verdere ontwikkeling van cloudcomputing;

40.  erkent het grote potentieel van cloud computing en verzoekt de Commissie om onverwijld een Europese strategie voor dit onderwerp voor te stellen;

41.  verzoekt de Commissie om toe te zien op naleving van de in het telecompakket vervatte meldingsplicht bij inbreuken met betrekking tot gegevens, alsook om deze regels aan alle consumenten in de lidstaten ter beschikking te stellen;

42.  herinnert aan de bepalingen van de richtlijn inzake de universele dienst en gebruikersrechten voor telecommunicatieoperatoren, die aanbieders van internetdiensten verplicht om mededelingen van de overheid door te geven aan al hun klanten; verzoekt de Commissie om na te gaan hoeveel telecommunicatietoezichthouders deze regels daadwerkelijk naleven en dit aan het Parlement mede te delen;

43.  verwelkomt, daarom de voorgestelde nieuwe verordening van de Commissie voor de bescherming van gegevens, benadrukt de noodzaak om de burger meer zeggenschap te geven over de verwerking van zijn persoonsgegevens en benadrukt de noodzaak om een nieuwe verordening op dat gebied goed te keuren en in te voeren op een dusdanige manier dat, terwijl zij de privacy en de fundamentele rechten beschermt en rechtszekerheid verschaft, aan bedrijven ook voldoende flexibiliteit biedt om hun bedrijf te ontwikkelen zonder grote uitgaven te doen, terwijl het hen tevens vereenvoudiging en vermindering van de administratieve lasten biedt, dit alles onder handhaving van alle toezeggingen om aan alle reeds bestaande verplichtingen te voldoen;

44.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een rechtskader voor het collectief beheer van auteurs- en aanverwante rechten om te komen tot een verbetering van de verantwoordingsplicht, de transparantie en de governance van organisaties die collectieve rechten beheren, doeltreffende mechanismen voor geschillenbeslechting, en verduidelijking en vereenvoudiging van licenties; meent dat duidelijke en begrijpelijke informatie voor de internetgebruikers over welke persoonsgegevens voor welk doel worden verzameld en hoe lang ze worden opgeslagen absoluut noodzakelijk is voor de versterking van hun rechten en daarmee ook voor een groter vertrouwen in het internet; benadrukt dat bij de herziening van het acquis op het gebied van gegevensbescherming rechtszekerheid en –duidelijkheid en een zeer hoog gegevensbeschermingsniveau moeten worden gegarandeerd; is ingenomen met de aankondiging van een gemeenschappelijke Europese strategie betreffende het thema „cloud computing” voor 2012 en verwacht hier met name opheldering van vragen in verband met rechtsbevoegdheid, gegevensbescherming en verantwoordelijkheid;

45.  is ervan overtuigd dat de bescherming van de privacy niet alleen een kernwaarde van de Europese Unie vormt, maar daarnaast ook een centrale rol vervult bij de bevordering van het noodzakelijke consumentenvertrouwen in de digitale omgeving, zodat de digitale interne markt zich ten volle kan ontwikkelen; is derhalve ingenomen met de voorstellen van de Commissie om de richtlijn gegevensbescherming aan te passen aan de huidige digitale omgeving, waardoor het innovatieve karakter van de onlineomgeving wordt bevorderd en de ontwikkeling van veelbelovende nieuwe technologieën zoals cloud computing wordt gestimuleerd;

46.  herhaalt nog eens dat bij de aanpak van uitdagingen als gegevensbescherming en piraterij een mondiale aanpak van cruciaal belang is; spoort in dit verband aan tot nauwe samenwerking tussen de EU en het Forum voor internetbeheer;

47.  verlangt dat duidelijk wordt gesteld dat internetdienstverleners bij het behandelen en/of verzamelen van gegevens in de EU verplicht zijn om de regelgeving van de EU betreffende gegevensbescherming en mededinging na te leven en dat zij zich moeten houden aan de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten alsook aan de richtlijn inzake elektronische handel(30) en aan het telecompakket(31) , ongeacht de wijze waarop deze gegevens opgeslagen en/of verwerkt worden; meent dat een hoger niveau van transparantie inzake de identificatie van de internetdienstverleners, een sleutelrol moet vervullen om het consumentenvertrouwen te vergroten en ook de beste praktijken op dit gebied te bevorderen, en dat dit als essentieel criterium moet dienen bij de invoering van een Europees vertrouwensmerk;

48.  herinnert eraan dat aanbieders van onlinediensten overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2000/31/EG gehouden zijn hun identiteit duidelijk te vermelden en dat naleving van deze vereiste van groot belang is voor het vertrouwen van de consument in elektronische handel;

49.  roept de Commissie op om het rechtskader met betrekking tot de intellectuele-eigendomsrechten te moderniseren en deze zo gereed te maken voor de onlinerealiteit van de 21e eeuw, door snel de Europese strategie voor intellectuele-eigendomsrechten voor te stellen en uit te voeren; ziet uit naar voorstellen van de Commissie voor rechtsinstrumenten op dit gebied in de vorm van bijvoorbeeld wetgeving ter vereenvoudiging van het collectief beheer van intellectuele-eigendomsrechten in Europa en een richtlijn inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten en de bestrijding van namaak en piraterij; is bovendien van mening dat er gekeken moet worden naar innovatieve bedrijfsmodellen en andere mogelijke vergunningsprocedures en dat hier verdere ontwikkeling vereist is teneinde de beschikbaarheid te vergroten en daarbij ook de intellectuele-eigendomsrechten te handhaven en de vergoedingen voor rechthebbenden te waarborgen;

50.  onderstreept het belang van een geharmoniseerde aanpak van de uitzonderingen en beperkingen op het gebied van auteursrecht, alsook van de geharmoniseerde wettelijke uitzonderingen op handelsmerken en octrooien die vaak zijn ingesteld ten behoeve van onderzoekers en ontwikkelaars, gezien het feit dat het doel is de ontwikkeling, implementatie en acceptatie door de consument te bevorderen van nieuwe, innovatieve diensten en om onderzoeksteams, innovatoren, kunstenaars en gebruikers de rechtszekerheid te bieden die nodig is om een bloeiende Europese digitale omgeving te doen ontstaan;

51.  wijst op de noodzaak te blijven werken aan de harmonisatie van de regelgeving inzake intellectuele eigendomsrechten, waarbij de rechten en vrijheden van de burger in acht moeten worden genomen, ten einde de voltooiing van de digitale interne markt te vergemakkelijken;

52.  verzoekt de Commissie onderling afgestemde oplossingen aan te dragen die zijn aangepast aan de bijzonderheden van de sector en het auteursrecht in acht nemen door auteurs met name te verzekeren van een billijke vergoeding en door de toegang van het publiek tot een legaal en gevarieerd cultureel aanbod te vergemakkelijken;

53.  dringt er bij de Commissie op aan haar voorbereidingen voor een wetgevingsvoorstel inzake het 'beheer van collectieve rechten' te versnellen en zo te komen tot een verbetering van de verantwoordingsplicht, transparantie en governance van organisaties die collectieve rechten beheren, doeltreffende mechanismen voor geschillenbeslechting, en verduidelijking en vereenvoudiging van licentiesystemen in de muziekindustrie;

54.  benadrukt dat microbetalingen voor het betalen voor media en culturele online-inhoud steeds belangrijker worden, maar dat de gebruiksvriendelijkheid verder kan worden geoptimaliseerd, en beschouwt dit als een nuttig instrument om te waarborgen dat de makers worden betaald omdat zij legale inhoud op een betaalbare manier toegankelijk maken voor het publiek; beschouwt microbetalingen derhalve als een effectief instrument voor de bestrijding van illegale inhoud; benadrukt echter dat problemen die verband houden met online betaalsystemen, zoals het gebrek aan interoperabiliteit en hoge kosten voor microbetalingen voor consumenten, aangepakt moeten worden om eenvoudige, innovatieve en kostenefficiënte oplossingen te ontwikkelen ten gunste van de consument en digitale platformen; benadrukt dat uitbreiding van het legale aanbod van culturele online-inhoud voor betaalbare prijzen op den duur illegale platformen op internet kan terugdringen;

55.  benadrukt dat nieuwe en zich uitbreidende internettechnologieën en onlinediensten de vraag naar audiovisuele en andere culturele en creatieve digitale inhoud hebben doen toenemen, en nieuwe en innovatieve manieren bieden om het aanbod te verrijken en aan te passen, met name bij de jeugd; merkt echter op dat er momenteel onvoldoende legaal aanbod is om aan deze vraag te voldoen, met als gevolg dat gebruikers gemotiveerd raken om hun heil te zoeken bij illegale inhoud; gelooft echter dat innovatieve businessmodellen en andere licentieconstructies moeten worden overwogen om de beschikbaarheid te vergroten; verzoekt om een beter gebruik van digitale technologieën die moeten aanzetten tot een meer divers en uitgebreid wettelijk aanbod, waarbij het consumentenvertrouwen en de groei in stand moeten worden gehouden en eerlijke en evenredige betaling aan artiesten moet worden gewaarborgd;

56.  ondersteunt krachtig maatregelen op zowel nationaal als Europees niveau ter voorkoming van productnamaak en –piraterij op het internet;

57.  verwelkomt de voorstellen voor het verhogen van de beschikbaarheid en voor het ontwikkelen van legale diensten voor online-inhoud, maar benadrukt de noodzaak van een gemoderniseerd en meer geharmoniseerd EU-auteursrecht op het niveau van de Unie; benadrukt derhalve de noodzaak van wetgeving op het gebied van auteursrecht, die zorgt voor de juiste stimulansen en voldoende evenwicht en gelijke tred houdt met de moderne technologie; is van mening dat aanmoediging, bevordering en duurzaamheid van grensoverschrijdende licenties in de digitale eengemaakte markt op de eerste plaats moeten worden ondersteund door marktgestuurde initiatieven die inspelen op de vraag van de consument; roept de Commissie derhalve op de initiatieven voor de IRP-strategie onverwijld uit te voeren;

58.  veroordeelt sterk alle vormen van discriminatie van consumenten op basis van nationaliteit en residentie, herroept Artikel 20(2) van de dienstenrichtlijn (2006/123/EG), en roept de Commissie en de Lidstaten op om volledige uitvoering van die richtlijn te garanderen.

Het vertrouwen in de digitale interne markt vergroten

59.  benadrukt dat de richtlijn voor consumentenrechten een belangrijke stap voorwaarts heeft betekend in het vergroten van rechtszekerheid voor consumenten en bedrijven in online transacties, en dat het vandaag het belangrijkste instrument voor consumentenbescherming voor online diensten vormt; roept de lidstaten op zorg te dragen voor een snelle en effectieve uitvoering; pleit voor een gedegen gedragscode voor onlinebedrijven en steunt wat dit betreft de voorstellen voor modelovereenkomsten; is van oordeel dat de tenuitvoerlegging van de RKV zal een belangrijk deel uitmaken van deze modelovereenkomsten en ook de bestaande datailhandelspraktijken dienen te worden nageleefd; roept bovendien de lidstaten op om te besluiten of zij - op de lange termijn - de voorkeur geven aan volledige harmonisering van de wetgeving voor de interne markt of aan een tweede nationale regime; spoort de lidstaten aan om zich in het laatste geval in te spannen voor de materie en op constructieve wijze dossiers als het gemeenschappelijk Europees kooprecht verder uit te werken, teneinde de grensoverschrijdende handel ten bate van zowel de consument als het bedrijfsleven te bevorderen;

60.  ziet in de onlangs voorgestelde verordening betreffende een gemeenschappelijk Europees kooprecht, dat door overeenkomstsluitende partijen als alternatief voor de nationale kooprechtregels kan worden afgesproken, een belangrijke mogelijkheid om de versnippering van de interne markt aan te pakken en internethandel zowel voor consumenten als voor ondernemingen toegankelijker en juridisch beter voorspelbaar te maken;

61.  herinnert eraan dat ook de lidstaten een taak hebben bij het waarborgen van een snelle en niet-bureaucratische tenuitvoerlegging van de EU-voorschriften, teneinde de rechten van de consument te verwezenlijken;

62.  roept de Commissie en de lidstaten op om voldoende middelen voor effectieve instrumenten te geven en te ontwikkelen zoals het Consumer Protection Cooperation (CPC) netwerk, om te waarborgen dat online marktdeelnemers de Europese regels inzake transparantie en oneerlijke handelspraktijken toepassen, en zo een hoog niveau van consumentenbescherming te bewerkstelligen;

63.  onderstreept de noodzaak voor initiatieven in de lidstaten ter verbetering van de e-vaardigheden onder het algemeen publiek; wijst erop dat het belangrijk is de EU-burgers digitale vaardigheden aan te leren om ze te helpen de voordelen van „online zijn” en deelname aan de digitale maatschappij ten volle te benutten;

64.  roept de Commissie op om in elk beleid voor de digitale interne markt een element van toegankelijkheid voor consumenten op te nemen in de zin van de inrichting van een „drempelvrije” omgeving en een volledig scala toegankelijke diensten voor mensen met een handicap, dit om te bewerkstelligen dat alle burgergroeperingen toegang hebben tot en volledig kunnen profiteren van de digitale interne markt;

65.  benadrukt de noodzaak voor initiatieven in de lidstaten om e-vaardigheden onder het grote publiek en vooral sociaal achtergestelden te verbeteren, met daarbij specifieke aandacht voor oudere mensen ter bevordering van het concept van actief ouder worden;

66.  erkent het belang van een Europees handvest voor gebruikersrechten dat de rechten en plichten van burgers in de informatiemaatschappij verduidelijkt;

67.  wijst op het belang van stimulansen voor het oprichten van transparante, betrouwbare en toegankelijke prijsvergelijkingssites in verschillende talen om het vertrouwen van de consumenten in grensoverschrijdende handel te vergroten;

68.  benadrukt de noodzaak van een Europees vertrouwensmerk dat garandeert dat een bedrijf dat online opereert de EU-wetgeving volledig respecteert; het zou eenvoudig en goed gestructureerd moeten zijn en van inhoud moeten worden voorzien die toegevoegde waarde aan e-handel geeft, waardoor zowel het vertrouwen als de transparantie worden verhoogd, en ook de rechtszekerheid voor zowel consumenten als bedrijven door middel van informatieverstrekking overeenkomstig de bestaande, niet-juridisch bindende W3C-normen, ten behoeve van mensen met een handicap;

69. benadrukt verder de noodzaak van een geïntegreerde aanpak ter verhoging van het consumentenvertrouwen bij het gebruik van legale grensoverschrijdende onlinediensten;

70.  wijst erop dat de EU bedrijven en consumenten dringend het vertrouwen en de middelen moet bieden om online zaken te doen teneinde de grensoverschrijdende handel te vergroten; verzoekt daarom om vereenvoudiging van licentiesystemen en het opzetten van een efficiënt kader voor auteursrechten;

71.  verwelkomt het initiatief van de Commissie om de hinderpalen voor de voltooiing van de digitale eengemaakte markt weg te werken, voornamelijk de belemmeringen die de ontwikkeling van legale grensoverschrijdende onlinediensten tegenhouden; onderstreept voorts de noodzaak om het vertrouwen van de consument met betrekking tot de toegang tot legale grensoverschrijdende diensten te vergroten; onderstreept dat burgers dankzij de digitale eengemaakte markt in de gehele EU toegang zullen krijgen tot alle vormen van digitale inhoud en diensten (muziek, audiovisuele producten, videogames);

72.  is het eens met de beoordeling van de Commissie dat het potentieel van de online interne markt niet volledig kan worden aangeboord omdat er nog altijd een lappendeken van uiteenlopende rechtsregels bestaat en er nauwelijks of helemaal geen „interoperabele” normen en prakrijken zijn;

73.  verwelkomt de wetsvoorstellen van de Commissie inzake alternatieve geschillenbeslechting (ADR) en onlinegeschillenbeslechting (ODR), en onderstreept het belang van de werkelijke aanneming van deze wetsvoorstellen om grensoverschrijdende klachten en geschillen mede te helpen oplossen; onderstreept ook dat het van belang is om onder een ruim publiek van consumenten en handelaars publiciteit aan deze mechanismen te geven, zodat beoogde doeltreffendheid in de praktijk bereikt wordt; wijst opnieuw op het belang van een treffend verhaalmechanisme als middel om ervoor te zorgen dat consumenten hun recht kunnen halen, met dien verstande dat burgers beter geïnformeerd dienen te zijn over de bijzonderheden van een dergelijk mechanisme en andere instrumenten voor probleemoplossing; is van mening dat dit ten goede zou moeten komen aan de grensoverschrijdend koop van goederen en diensten en in de richting zou moeten gaan van de opheffing van nog bestaande knelpunten die de groei en de innovatie op met name de digitale markt belemmeren en die er debet aan zijn dat de interne markt vooralsnog niet zijn volledige potentieel ontplooit; benadrukt dat het bestaan van een platform voor onlinegeschillenbeslechting voor binnenlandse en grensoverschrijdende e-handel het vertrouwen van de consument in de digitale interne markt zal vergroten;

74.  erkent de noodzaak dat manieren moeten worden gevonden om het vertrouwen van de burger in de onlineomgeving te versterken en garanties te geven voor de bescherming van persoonsgegevens en de privésfeer plus de vrijheid van meningsuiting en informatie, waaronder het wegnemen van geografische, technische en organisatorische belemmeringen die thans aan verhaalmechanismen kleven; meent dat een snelle en goedkope beslechting van geschillen bij onlinehandel een belangrijke voorwaarde is om het vertrouwen van de gebruikers te winnen; is daarom ingenomen met de voorstellen van de Commissie over de buitengerechtelijke beslechting en de onlinebeslechting van geschillen betreffende de consumentenwetgeving en met de aangekondigde wetgevingsinitiatieven betreffende de geschillenbeslechting tussen ondernemingen;

75.  neemt kennis van de voorstellen van de Commissie voor samenwerkingsmaatregelen met betalingsdiensten om niet geautoriseerde of illegale inhoud te bestrijden; benadrukt dat alle vormen van samenwerking met private partijen stevig verankerd moeten zijn in een juridisch kader dat zich kenmerkt door eerbiediging van de privacy van gegevens, bescherming van de consument, recht van verhaal en toegang tot de rechter voor alle partijen; benadrukt dat de effectieve omzetting van 'meldings- en actiemaatregelen' de eerste stap moet zijn, met inachtneming van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank, zoals vastgelegd bij wet, eenduidig en voor iedereen; benadrukt dat alle exploitanten, met inbegrip van aanbieders van betalingsdiensten en adverteerders, een rol spelen bij de bestrijding van niet-geautoriseerde en illegale inhoud;

76.  is zeer ingenomen met de nieuwe mededeling van de Commissie inzake een „Stategie voor een beter internet voor kinderen”; moedigt de Commissie, de lidstaten en het bedrijfsleven aan om ter bescherming van minderjarigen online het didactisch gebruik van nieuwe technologische ontwikkelingen te bevorderen en nauw en doeltreffend samen te werken ten behoeve van een veilig internet voor minderjarigen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan digitale alfabetiseringsprojecten te ondersteunen, gericht op volwassenen die educatieve en vormende taken hebben en taken met betrekking tot de nieuwe generaties, zodat zij zich bewust worden van de mogelijkheden en gevaren die de ICT vertegenwoordigt voor kinderen en jongeren, en die het hen ook mogelijk maken de technologische generatiekloof te verkleinen. verzoekt de Commissie en de lidstaten informaticaopleidingsprogramma's te ontwikkelen met betrekking tot de rechten en plichten van en de risico's voor de consument in verband met de interne digitale markt.

77.  doet een beroep op belanghebbenden om zich in te zetten voor verantwoorde reclame voor minderjarigen, in het bijzonder door geen agressieve en misleidende TV- en internetreclame te maken en door alle bestaande gedragscodes en soortgelijke initiatieven na te leven en integraal ten uitvoer te leggen;

78.  beschouwt het bevorderen van de digitalisering van werken met een belang voor onderwijs en cultuur in zoveel mogelijk van de officiële talen van de Europese Unie noodzakelijk, zodat het publiek waardevolle en nuttige inhoud wordt geboden;

79.  onderstreept het belang van het vaststellen van duidelijke principes voor het regelen van de betrekkingen met de digitale markten van derde landen, met name waar het gaat om projecten die op het niveau van de Unie worden uitgevoerd, zoals de digitalisering van het cultureel werelderfgoed;

80.  roept de Commissie op om ervoor te zorgen dat de regels inzake selectieve distributie juist worden toegepast om zo misbruik en discriminatie te voorkomen;

81.  roept de Commissie op om wetgeving in te dienen ten behoeve van de neutraliteit van het internet;

82.  wijst erop dat meer concurrentie, transparantie met betrekking tot verkeersbeheer en kwaliteit van de diensten evenals gemakkelijke overschakelingsmogelijkheden tot de minimale voorwaarden behoren om neutraliteit van het net te waarborgen; spreekt opnieuw zijn steun uit voor een open internet waarop inhoud en individuele commerciële diensten niet kunnen worden geblokkeerd; herinnert aan de recente constateringen van de Body of European Regulators for Electronic Communications (BEREC) en acht aanvullende maatregelen noodzakelijk ter waarborging van de neutraliteit van het net;

83.  vestigt opnieuw de aandacht op de problemen die kunnen optreden wanneer afbreuk wordt gedaan aan het netneutraliteitsbeginsel, en die bijvoorbeeld de vorm kunnen aannemen van concurrentievervalsing, innovatieobstakels, beperkingen op de vrijheid van meningsuiting, verzwakking van het consumentenbewustzijn en inbreuken op de privacy, en merkt op dat gebrek aan netneutraliteit zowel voor bedrijven en consumenten als voor de samenleving in haar geheel negatief uitpakt;

84.  roept de Commissie en de lidstaten op om te zorgen voor vrije en eerlijke onlinemededinging door op te treden tegen oneerlijke B2B-handelspraktijken als onlinebeperkingen, prijscontrole en quota;

85.  is van mening dat de verdere uitbreiding van het breedbandnet evenals de aansluiting van met name landelijke, afgelegen en ultraperifere gebieden op de elektronische communicatienetwerken een belangrijke prioriteit is; verzoekt de Commissie in dit verband om voortdurend te controleren en er, zo nodig via regelgeving, voor te zorgen dat de netneutraliteit gehandhaafd blijft en dat de toegang tot netinfrastructuur voor aanbieders op het internet niet wordt bemoeilijkt of belemmerd;

De basis leggen voor een meer concurrerend en inclusief Europa

86.  roept de lidstaten op de ontwikkeling van informatie- en communicatie-infrastructuren te versterken en te vereenvoudigen, aangezien alle lidstaten weliswaar over een nationale breedbandstrategie beschikken, maar slechts een enkel land een volwaardig operationeel plan heeft met de noodzakelijke concrete doelstellingen die nodig zijn om het vlaggenschipinitiatief voor een digitale agenda voor Europa, zoals uiteengezet in de Europa 2020-strategie, daadwerkelijk te verwezenlijken; verwelkomt het nieuwe initiatief Connecting Europe Facility, aangezien het cruciaal zal zijn voor de effectieve uitvoering van de doelstellingen van de Digitale Agenda voor Europa voor 2020, waarin breedbandtoegang voor iedereen in het vooruitzicht wordt gesteld met de tussentijdse doelstelling van tenminste basale internettoegang voor elke EU-burger tegen 2013;

87.  wijst erop dat internetdiensten over de grenzen heen worden aangeboden en bijgevolg gezamenlijke actie vereisen, in overeenstemming met de Digitale Agenda voor Europa; wijst erop dat een Europese markt met nagenoeg vijfhonderd miljoen consumenten die over een breedbandverbinding beschikken de ontwikkeling van de interne markt sterk zal versnellen; benadrukt de noodzaak om de digitale agenda te verbinden met nieuwe diensten als e-handel, e-gezondheid, e-leren, e-bankieren en e-overheidsdiensten;

88.  wijst erop dat met het oog op de ontwikkeling van de Europese digitale interne markt voortgezette inspanningen nodig zijn om een universele snelle toegang voor alle consumenten te verwezenlijken, via de bevordering van de toegang tot vast en mobiel internet en de aanleg van een infrastructuur van de volgende generatie; benadrukt dat een en ander noopt tot beleidsmaatregelen om internettoegang tegen concurrerende voorwaarden te bevorderen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan een nieuwe impuls te geven aan de Europese snelle en ultrasnelle breedbandstrategie door de desbetreffende doelstellingen te actualiseren;

89.  wijst op de potentiële waarde voor consumenten en bedrijven van de digitalisering van overheidsdiensten en verzoekt de lidstaten nationale plannen uit te werken voor de digitalisering van overheidsdiensten, welke dienen te voorzien in streefdoelen en maatregelen om tegen 2015 alle overheidsdiensten online toegankelijk te maken; erkent dat hogesnelheidsnetwerken absoluut noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van onlinediensten en economische groei; dringt bij de Commissie aan op de ontwikkeling van een wereldwijd toonaangevende digitale agenda met doelstellingen die de garantie bieden dat Europa uitgroeit tot een wereldleider op het gebied van internetsnelheid en -connectiviteit; roept de lidstaten op om de nationale breedbandplannen verder uit te werken en om operationele plannen goed te keuren die concrete maatregelen bevatten voor de verwezenlijking van de ambitieuze breedbanddoelstellingen, en onderstreept in dit verband het strategische en cruciale belang van de instrumenten die door de Commissie zijn voorgesteld in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen;

90.  betreurt dat de EU op het gebied van internetverbindingen via glasvezelkabels achterop is geraakt; roept de lidstaten en de Europese Commissie er derhalve toe op de verspreiding en invoering van ultrasnelle breedbandnetwerken te versnellen en dringt aan op een ​​Europese strategie voor de grootschalige uitrol van FTTx ('fibre to the x') ;

91.  verzoekt de lidstaten nationale noodplannen voor cyberincidenten uit te werken om het hoofd te kunnen bieden aan cyberverstoringen of cyberaanvallen met grensoverschrijdende gevolgen, waaronder Europese en nationale plannen voor de bescherming van kritieke informatie-infrastructuur, en ook om strategieën uit te werken voor een robuustere en betrouwbaardere infrastructuur; benadrukt dat de internationale samenwerking op dit gebied geïntensiveerd dient te worden; wijst erop dat informatiebeveiliging de verantwoordelijkheid is van alle betrokkenen, inclusief de gebruikers thuis, dienstverleners, en productontwikkelaars; pleit voor het stimuleren van opleiding en educatie voor cyberveiligheid ten behoeve van zowel het publiek als van deskundigen;

92.  benadrukt dat steeds meer mensen het internet gebruiken op mobiele apparatuur en verzoekt om maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat een groter deel van het radiospectrum beschikbaar wordt gesteld voor mobiel internet en voor verbetering van de kwaliteit van de e-diensten die via deze mobiele toestellen worden verstrekt; onderstreept dat de toekomstige indeling van het radiospectrum de weg moet vrijmaken voor Europees leiderschap op het gebied van draadloze toepassingen en nieuwe diensten om de Europese groei en het wereldwijde concurrentievermogen te stimuleren;

93.  merkt op dat zowel vast als mobiel dataverkeer exponentieel toeneemt en dat een aantal maatregelen, zoals een verdergaande harmonisatie van de spectrumtoewijzingen voor draadloos breedband, verbeterde spectrumefficiëntie en een snelle uitrol van volgendegeneratienetwerken, cruciaal zullen zijn om deze toename in goede banen te leiden;

94.  merkt op dat vaststelling van de noodzaak tot openstelling van de 700 MHz-band voor mobiel dataverkeer een essentiële eerste stap is om aan de toekomstige capaciteitseisen te kunnen voldoen;

95.  verwelkomt de nieuwe mededeling van de Commissie inzake e-aanbestedingen die op 20 april 2012 werd gepubliceerd; benadrukt dat elektronische aankoop de manier waarop aankoop wordt uitgevoerd zal vereenvoudigen, transparantie, lasten- en kostenvermindering zal opleveren, de deelname van kmo's zal vergroten en een betere kwaliteit en lagere prijzen zal leveren;

96.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties op de interne markt, dat vertrouwen en gemak in de context van een veilig digitaal milieu zal versterken en dat, door op EU-niveau te voorzien in de wederzijdse erkenning en aanvaarding van aangemelde regelingen voor elektronische identificatie, de mogelijkheid kan bieden tot veilige en ongehinderde elektronische interactie tussen bedrijven, burgers en overheden, hetgeen de effectiviteit van publieke en particuliere onlinediensten, elektronisch zakendoen en elektronische handel in de EU ten goede komt; wijst op het grote belang van de elektronische handtekening en de wederzijdse erkenning van eID's op Europees niveau voor de rechtszekerheid van Europese consumenten en bedrijven; benadrukt het belang van het gelijktijdig waarborgen van pan-Europese interoperabiliteit en bescherming van persoonsgegevens;

97.  wijst erop dat het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën in de publieke sector de hoeksteen is voor de ontwikkeling van de digitale- en kennismaatschappij, en dringt er daarom bij de Commissie en de lidstaten op aan om veilige en effectieve elektronische diensten verder uit te werken; merkt op dat grensoverschrijdende interoperabiliteit een absolute vereiste is om de toepassing van grensoverschrijdende e-facturering-oplossingen te stimuleren, in het bijzonder wanneer het gaat om e-identificatie en elektronische handtekeningen;

98.  herinnert eraan dat het in zijn resolutie van 20 april 2012 over „een concurrerende digitale interne markt - e-overheid als speerpunt”, het belang onderstreepte van de rechtszekerheid, een eenduidige technische omgeving en open en interoperabele oplossingen voor e-facturering die gebaseerd zijn op gemeenschappelijke wettelijke vereisten, bedrijfsprocessen en technische normen; verzoekt de Commissie na te gaan of er behoefte is aan uniforme, open EU-normen voor e-identificatie en elektronische handtekeningen; wijst erop dat de grootste obstakels voor grensoverschrijdende toegang tot e-overheidsdiensten verband houden met het gebruik van elektronische handtekeningen en elektronische identificatie en met het probleem van de incompatibiliteit van e-overheidssystemen op EU-niveau; is verheugd over het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt;

o
o   o

99.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0209.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0211.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0491.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0492.
(5) PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64.
(6) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0453.
(7) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0307.
(8) PB C 169 E van 15.6.2012, p.58.
(9) PB C 50E van 21.2.2012, blz. 1.
(10) PB L 189 van 22.7.2010, blz. 1.
(11) PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1.
(12) PB C 349E van 22.12.2010, blz. 1.
(13) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0453.
(14) PB C 67E van 18.3.2010, blz. 112.
(15) PB C 46E van 24.2.2010, blz. 26.
(16) PB C 295E van 4.12.2009, blz. 43.
(17) PB C 146E, 12.6.2008, blz. 370.
(18) PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1.
(19) PB L 376 van 27.12.2006, blz. 21.
(20) PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.
(21) PB C 292E van 1.12.2006, blz. 109.
(22) PB C 305E van 14.12.2006, blz. 247.
(23) PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.
(24) PB L 373 van 21.12.04, blz. 37.
(25) http://www.un.or.at/unictral.
(26) PB L 271 van 9.10.2002, blz. 16.
(27) PB L 201 van 31.07.2002, blz. 37.
(28) PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.
(29) PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.
(30) Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).
(31) Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 (PB L 337 van 18.12.2009, blz. 11) en Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 (PB L 337 van 18.12.2009, blz. 37).

Laatst bijgewerkt op: 12 juni 2015Juridische mededeling