Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2012/2061(INL)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0390/2012

Ingediende teksten :

A7-0390/2012

Debatten :

PV 14/01/2013 - 20
CRE 14/01/2013 - 20

Stemmingen :

PV 15/01/2013 - 9.5

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0005

Aangenomen teksten
PDF 262kWORD 49k
Dinsdag 15 januari 2013 - Straatsburg Definitieve uitgave
Informatie voor en raadpleging van werknemers, anticipatie en beheer van herstructurering
P7_TA(2013)0005A7-0390/2012
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 15 januari 2013 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende informatie voor en raadpleging van werknemers, anticipatie en beheer van herstructurering (2012/2061(INL))

Het Europees Parlement ,

–  gezien artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 9 en 151 en artikel 153, lid 1, onder e), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 14, 27 en 30 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de beoordeling van de Europese toegevoegde waarde van een maatregel van de Unie inzake voorlichting en raadpleging van werknemers, anticipatie en beheer van herstructurering, die is verricht door de Afdeling Europese Toegevoegde Waarde van het Europees Parlement en op 19 november 2012 is doorgestuurd naar de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken(1) ,

–  gezien het eindrapport „Omgaan met verandering” van de Groep op hoog niveau inzake de economische en sociale gevolgen van industriële verandering, die werd opgezet door de werkgelegenheidstop van Luxemburg in november 1997(2) ,

–  gezien Aanbeveling 92/443/EEG van de Raad van 27 juli 1992 betreffende de bevordering van werknemersparticipatie in bedrijfswinsten en -resultaten (inclusief aandelenparticipatie)(3) ,

–  gezien Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE)(4) ,

–  gezien Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag(5) ,

–  gezien Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep(6) ,

–  gezien Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen(7) ,

–  gezien Richtlijn 2001/86/EG van de Raad van 8 oktober 2001 tot aanvulling van het statuut van de Europese vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers(8) ,

–  gezien Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap(9) ,

–  gezien Richtlijn 2003/72/EG van de Raad van 22 juli 2003 tot aanvulling van het statuut van een Europese coöperatieve vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers(10) ,

–  gezien Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod(11) ,

–  gezien Richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen(12) ,

–  gezien Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers(13) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 31 maart 2005 over „Herstructureringen en werkgelegenheid - Anticiperen op en begeleiden van herstructureringen met het oog op de ontwikkeling van de werkgelegenheid: de rol van de Europese Unie” (COM(2005)0120), en het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 december 2005(14) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie over de Sociale Agenda (COM(2005)0033),

–  gezien Besluit 2010/707/EU van de Raad van 21 oktober 2010 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten(15) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie over „Een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering - Concurrentievermogen en duurzaamheid centraal stellen” (COM (2010)0614),

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld „Naar een Single Market Act” (COM(2010)0608 def/2),

–  gezien de mededeling van de Commissie over „Een agenda voor nieuwe vaardigheden en banen” (COM(2010)0682),

–  gezien het Groenboek van de Commissie getiteld „Herstructurering en anticipatie op veranderingen: uit de recente ervaring te trekken lessen” (COM(2012)0007),

–  gezien zijn resolutie van 15 december 2011 over de tussentijdse evaluatie van de Europese strategie 2007-2012 voor de gezondheid en veiligheid op het werk(16) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld „Naar een banenrijk herstel” (COM(2012)0173),

–  gezien zijn resolutie van 26 mei 2005 over de sociale agenda voor de periode 2006-2010(17) ,

–  gezien het initiatiefadvies van 25 april 2012 van het Europees Economisch en Sociaal Comité inzake coöperaties en herstructurering(18) ,

–  gezien zijn resolutie van 10 mei 2007 over strengere wetgeving op het gebied van informatie en raadpleging van de werknemers(19) ,

–  gezien zijn resolutie van 9 maart 2011 over een industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering(20) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 september 2011 getiteld „Stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa” (COM(2011)0571),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 8 maart 2011 getiteld „Routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050” (COM(2011)0112),

–  gezien de resultaten van het onderzoek en de enquêtes van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden,

–  gezien de artikelen 42 en 48 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A7-0390/2012),

A.  overwegende dat herstructurering geen nieuw verschijnsel is in Europa, maar een praktijk die steeds vaker voorkomt ten gevolge van de economische problemen en overwegende dat herstructurering in de afgelopen jaren gangbaarder is geworden en een groot aantal verschillende vormen heeft aangenomen, geconcentreerd is in bepaalde sectoren en zich verspreidt naar andere sectoren, met onvoorzienbare gevolgen voor de economische en sociale structuren in de lidstaten;

B.  overwegende dat de wereldwijde economische crisis, die in 2008 werd veroorzaakt, ondernemingen en hun werknemers dwingt tot het doorvoeren van noodzakelijke veranderingen met het oog op het behoud van het concurrentievermogen en de werkgelegenheid, en overwegende dat de crisis aanzienlijk werd verergerd door de speculatie op de financiële markten die het tempo van de veranderingen sterk heeft bespoedigd en aldus heeft gezorgd voor een alarmerende verhoging van de druk op werknemers, regio's en alle overheidsniveaus om structurele aanpassingen door te voeren;

C.  overwegende dat tengevolge van radicale veranderingen in economische strategieën in de afgelopen 30 jaar een omvangrijke verschuiving van de welvaart heeft plaatsgevonden van de reële naar de financiële economie en overwegende dat er verbetering moet komen in de situatie dat degenen die alle goederen produceren en alle diensten verlenen de zwaarste gevolgen van de economische crisis dragen;

D.  overwegende dat herstructurering slechts in een later stadium een probleem wordt voor belanghebbenden, meestal wanneer ontslagen worden overwogen;

E.  overwegende dat bij herstructureringen de meeste aandacht gaat naar onmiddellijke en duidelijk merkbare gevolgen voor de werkgelegenheid, terwijl de nadelige gevolgen voor de arbeidsomstandigheden en de gezondheid van de werknemers onvoldoende worden herkend en aangepakt;

F.  overwegende dat de talrijke en diverse belanghebbenden die te maken hebben met herstructureringen geïsoleerd zijn en zelden aan samenwerking op lange termijn doen;

G.  overwegende dat, zoals in recente beleidsdocumenten van de Commissie consequent wordt onderstreept, met name in de Europa 2020-strategie en de mededeling van 28 oktober 2010 over een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering, „het beter anticiperen op en beheren van herstructurering werknemers en ondernemingen [zou] helpen zich aan te passen aan overgangen die noodzakelijk worden door overcapaciteit en ook door modernisering en structurele aanpassing”. […] „Het management en de werknemersvertegenwoordigers zijn de hoofdrolspelers bij akkoorden betreffende herstructureringsstrategieën op het niveau van de ondernemingen. Bij dergelijke herstructureringen is overheidsingrijpen echter noodzakelijk om sociale problemen te voorkomen en nieuwe vaardigheden en banen te bevorderen, om zodoende massale ontslagen, de economische achteruitgang van hele regio's of de verplaatsing naar het buitenland van hele bedrijfstakken te beperken, en economische en professionele heroriëntering te vergemakkelijken”;

H.  overwegende dat de crisis heeft geleid tot een nieuwe economische beleidsaansturing op het niveau van de Unie door middel van de jaarlijkse groeianalyse en het Europese semester, en overwegende dat deze nieuwe economische beleidsaansturing op haar beurt ook weer kan leiden tot herstructurering, waarbij de sociale partners moeten worden betrokken;

I.  overwegende dat werknemers tijdig moeten worden voorbereid op een overschakeling naar een hulpbronnenefficiënte, klimaatvriendelijke economie, en overwegende dat deze ontwikkeling een zeer groot werkgelegenheidspotentieel herbergt, maar ook herstructurering van niet-duurzame sectoren en ondernemingen met zich zal meebrengen;

J.  overwegende dat in het derde kwartaal van 2011 bijna tweemaal zoveel banen verloren zijn gegaan als er werden gecreëerd en dat deze tendens waarschijnlijk nog zal toenemen in het licht van de aankondiging van ingrijpende herstructureringen op strategische gebieden;

K.  overwegende dat tussen 2008 en 2011 meer dan 6,4 miljoen banen verloren gingen in de bouw- en fabricagesector;

L.  overwegende dat alle lidstaten waar sinds het begin van de crisis relatief weinig werknemers zijn ontslagen, zeer goed ontwikkelde systemen voor arbeidsverhoudingen kennen waarbij werknemers en hun vertegenwoordigers relatief veel rechten hebben op het gebied van overleg, informatie en medebeslissing, regelingen die hebben geleid tot gezamenlijke overeenkomsten op het niveau van de bedrijven op basis van wetgeving en collectieve overeenkomsten;

M.  overwegende dat, zoals in de „jaarlijkse groeianalyse: naar een krachtiger alomvattend antwoord van de Unie op de crisis” wordt verklaard, „de positieve resultaten van een aantal lidstaten op exportgebied laten zien dat succes op de wereldmarkten niet alleen op concurrerende prijzen maar ook op bredere factoren berust, zoals sectoriële specialisatie, innovatie en vaardigheidsniveaus die het reële concurrentievermogen versterken”; overwegende dat tegen de specifieke achtergrond van de crisis ondernemingen in sommige lidstaten hebben gekozen voor een langetermijnaanpak en al het mogelijke hebben gedaan om hun goed opgeleide en zeer ervaren werknemers te behouden;

N.  overwegende dat ondernemingen in de Unie niet snel succes zullen hebben op de wereldmarkten door simpelweg lagere prijzen te bieden dan hun concurrenten, maar dat ze daarvoor goede producten, processen en diensten moeten ontwikkelen;

O.  overwegende dat werknemers in niet-duurzame sectoren moeten kunnen rekenen op bijstand en opleidingen met het oog op de overgang naar groene banen;

P.  overwegende dat het gevaar bestaat dat de optimale werkmethoden die in de nasleep van de crisis zijn vastgesteld, met name door de IAO, grotendeels zullen worden genegeerd en niet zullen worden gebruikt om toekomstige crises aan te pakken; derhalve overwegende dat de instellingen van de Unie de betreffende optimale werkmethoden moeten onderzoeken en vastleggen, zodat ze ook kunnen worden gebruikt bij het doorvoeren van herstructurering;

Q.  overwegende dat de Commissie in haar mededeling van 23 november 2010 over een agenda voor nieuwe vaardigheden en banen eveneens erkent dat aanpassingsvermogen en proactief handelen bij het veranderen van baan of betrekking echter kunnen worden belemmerd door onzekerheid, omdat overgangen een potentieel risico van werkloosheid, lagere lonen en sociale onzekerheid in zich bergen; overwegende dat positieve overgangen tijdens de loopbaan van werknemers derhalve van essentieel belang zijn om voortdurende aanpassingen mogelijk te maken, de inzetbaarheid te handhaven en te verbeteren en toch voor zekerheid voor individuen en doorstroming op de arbeidsmarkt te zorgen;

R.  overwegende dat in gevallen van herstructurering waarbij gedwongen ontslagen niet te vermijden zijn kwetsbare werknemerscategorieën, zoals jongere en oudere werknemers, vaker ontslagen worden dan andere leeftijdsgroepen, ook al houdt dit leeftijdsdiscriminatie in overeenkomstig de desbetreffende wetgeving van de Unie;

S.  overwegende dat in de mededeling van de Commissie met de titel „Naar een Single Market Act”, het volgende wordt verklaard: „het wantrouwen van sommigen ten aanzien van de interne markt [kan] onder meer worden verklaard door de perceptie dat de achtereenvolgende liberalisaties ten koste zijn gegaan van de sociale rechten die de verschillende economische subjecten hebben verworven. Het Verdrag van Lissabon en de bevestiging van het concept ”sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen„ als een van de na te streven hoofddoelstellingen [ons] verplichten tot een vollediger visie op de eengemaakte markt. De economische vrijheden en de stakingsvrijheid moeten in harmonie worden gebracht. Het is van essentieel belang dat de dialoog tussen sociale partners nieuw leven wordt ingeblazen en dat deze dialoog vaker uitmondt in wetgeving ”door en voor„ de sociale partners, zoals uitdrukkelijk in het Verdrag van Lissabon is bepaald.”; „Naast louter reactieve ingrepen naar aanleiding van de economische en financiële crisis, hebben ook anticiperende strategieën ondernemingen en hun werknemers in staat gesteld sociale conflicten te voorkomen door herstructureringen proactief en in overleg te beheren. Dit is niet alleen een voorwaarde voor economisch succes maar ook een sociale plicht, omdat daardoor een herverdeling van de hulpmiddelen ten gunste van opkomende sectoren mogelijk wordt gemaakt en werknemers nieuwe kansen krijgen wanneer hun baan in gevaar is.”; overwegende dat met de invoering van een rechtshandeling van de Unie voor herstructureringen een op wederzijds vertrouwen gebaseerd klimaat zou kunnen worden geschapen;

T.  overwegende dat de verdieping van de eengemaakte markt versterkte concurrentie tot gevolg heeft, hetgeen tot herstructurering kan leiden; overwegende dat de Unie de verantwoordelijkheid voor dit proces moet nemen door het kader vast te stellen voor het opvangen van de sociale gevolgen;

U.  overwegende dat de door de sociale partners in oktober 2003 opgestelde „Richtsnoeren inzake verandermanagement en de sociale gevolgen ervan” echter niet zijn gevolgd door enige wetgevingsmaatregel, hoewel er wel twee cycli van seminars in de lidstaten door de sociale partners zijn georganiseerd in het kader van hun meerjarige werkprogramma's; overwegende dat deze richtsnoeren nog grotendeels onbekend zijn, niet alleen die van de nationale en sectorale organisaties van sociale partners, maar ook, wat van nog groter belang is, van ondernemingen en de vertegenwoordigers van hun werknemers; overwegende echter dat de tijdige en doeltreffende naleving van de beginselen die in die richtsnoeren zijn opgenomen en ook naar voren komen in vele andere onderzoeken en verslagen van groot belang zou zijn; overwegende dat de werkwijzen van ondernemingen op dit gebied vaak reactief zijn in plaats van proactief, te ver verwijderd zijn van het besluitvormingsproces en onvoldoende of te laat beroep doen op externe entiteiten die kunnen helpen de sociale gevolgen te beperken;

V.  overwegende dat de Commissie in haar Groenboek met de titel „Herstructurering en anticipatie op veranderingen: uit de recente ervaring te trekken lessen” heeft gezocht naar concrete bijdragen aan de wijze waarop beleid op dit gebied moet worden ontwikkeld en dat zij in dat groenboek stelt dat „technologische veranderingen en innovatie aanpassingsstrategieën voor ondernemingen en arbeidskrachten noodzakelijk kunnen maken, maar er ook aanwijzingen zijn dat innovatie, gecombineerd met onderzoek en onderwijs, een effectief middel kan vormen om Europa uit de crisis te halen”;

W.  overwegende dat coöperaties herstructurering op maatschappelijk verantwoorde wijze doorvoeren en dat hun specifieke coöperatieve governancemodel, dat is gebaseerd op gezamenlijk eigendom, democratische participatie, bestuur door de leden en het vermogen om op de eigen financiële middelen en ondersteunende netwerken te vertrouwen, verklaart waarom coöperaties flexibeler en innovatiever zijn bij het beheer van herstructurering en het opzetten van nieuwe bedrijven;

X.  overwegende dat van de zijde van de Commissie, ondanks bovengenoemde krachtige verklaringen, teleurstellende reacties zijn gekomen op parlementaire resoluties inzake informatie, raadpleging en herstructurering waarin de noodzaak van urgente en concrete stappen op dit gebied wordt onderstreept, alsmede op verzoeken van andere relevante economische en sociale spelers;

Y.  overwegende dat deze resolutie de verplichtingen inzake informatie uit hoofde van ander nationaal en uniaal recht onverlet laat; overwegende dat, voor zover de nationale en nationaal en uniaal recht hierin voorzien, de informatieprocedures ten volle moeten worden ingezet met het oog op de uitvoering van de in deze resolutie vastgestelde aanbevelingen;

Z.  overwegende dat deze resolutie de verplichtingen inzake arbeidsbescherming en inzake beëindiging van het dienstverband voortvloeiend uit nationaal recht onverlet laat;

AA.  overwegende dat er momenteel grote verschillen tussen de nationale rechtsstelsels zijn wat betreft de verantwoordelijkheid van werkgevers tegenover hun werknemers tijdens het proces van herstructurering; overwegende dat de Europese sociale partners in het afgelopen decennium tweemaal zijn geraadpleegd en de Commissie niet is opgetreden;

AB.  overwegende dat goede en doeltreffende informatie en raadpleging ten aanzien van herstructurering inhouden dat de relevante maatregelen meerdere maanden voorafgaand aan de voorgestelde herstructurering moeten worden genomen, dat zij ook betrekking moeten hebben op afhankelijke ondernemingen en dat zij tevens op korte termijn het aanbieden van herscholing moeten omvatten om ertoe bij te dragen de ondernemingen en de Unie concurrerender te maken en tevens naar de burgers en beleggers van de Unie, in een tijd van crisis, een boodschap van zekerheid en transparantie te doen uitgaan;

AC.  overwegende dat ondernemingen die zich niet aan de veranderende omstandigheden aanpassen op lange termijn de strijd met hun concurrenten zullen verliezen; overwegende dat ondernemingen, werknemers en sectoren meestal het best geplaatst zijn om hun eigen behoefte aan herstructurering te beoordelen; overwegende dat de lidstaten te maken hebben met uiteenlopende processen van herstructurering en dat de effecten in elk land anders uitvallen;

AD.  overwegende dat de Commissie, met het oog op het bijstaan van werknemers en ondernemingen bij een doeltreffender voorbereiding op veranderingen, diepgaande onderzoeken en studies heeft uitgevoerd naar het fenomeen van herstructurering zelf en naar het toezicht van economische sectoren, met inbegrip van een aantal studies naar de manier waarop de werkgelegenheid zal veranderen tussen nu en 2020(21) ; overwegende dat deze verkennende analyse is uitgevoerd in samenwerking met onafhankelijke onderzoekers, de sociale partners en de andere instellingen van de Unie, waaronder het Europees Parlement, en agentschappen en organen van de Unie, zoals het Europees Waarnemingscentrum voor het veranderingsproces(22) van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden en het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding;

AE.  overwegende dat Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering(23) momenteel wordt herzien;

1.  verzoekt de Commissie op grond van artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie om zo spoedig mogelijk en na raadpleging van de sociale partners een voorstel voor een rechtshandeling in te dienen over de informatievoorziening en raadpleging van werknemers, anticipatie en beheer van herstructurering, overeenkomstig de gedetailleerde aanbevelingen in de bijlage;

2.  constateert dat de aanbevelingen in overeenstemming zijn met de grondrechten en het subsidiariteitsbeginsel; bevestigt voorts dat de aanbevelingen in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel, de vrijheid van ondernemerschap en het recht op eigendom;

3.  wijst op het belang van een sterke sociale dialoog op basis van wederzijds vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid, aangezien dat het beste instrument is voor het vinden van op consensus gebaseerde oplossingen en gezamenlijke standpunten bij het voorzien, voorkomen en beheren van processen van herstructurering;

4.  verzoekt de Commissie te beoordelen of het nodig is op het niveau van de Unie maatregelen te treffen voor het uitoefenen van toezicht op de activiteiten van ondernemingen om elke vorm van misbruik met nadelige gevolgen, met name voor werknemers, te voorkomen;

5.  verzoekt de Commissie te waarborgen dat ontslag wordt beschouwd als laatste redmiddel wanneer alle mogelijke alternatieven zijn overwogen, zonder het concurrentievermogen van ondernemingen aan te tasten;

6.  is van oordeel dat het verlangde voorstel geen financiële gevolgen heeft;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en de bijgaande gedetailleerde aanbevelingen te doen toekomen aan de Commissie en de Raad.

(1) http://www.europarl.europa.eu/meetdocs/2009_2014/documents/empl/dv/eava_info_of_workers_with_annexes_/eava_info_of_workers_with_annexes_en.pdf
(2) PB C 258 van 10.9.1999, blz. 1.
(3) PB L 245 van 26.8.1992, blz. 53.
(4) PB L 294 van 10.11.2001, blz. 1.
(5) PB L 225 van 12.8.1998, blz. 16.
(6) PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16.
(7) PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16.
(8) PB L 294 van 10.11.2001, blz. 22.
(9) PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29.
(10) PB L 207 van 18.8.2003, blz. 25.
(11) PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12.
(12) PB L 310 van 25.11.2005, blz. 1.
(13) PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28.
(14) PB C 65 van 17.3.2006, blz. 58.
(15) PB L 308 van 24.11.2010, blz. 46.
(16) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0589.
(17) PB C 117E van 18.5.2006, blz. 256.
(18) PB C 191 van 29.6.2012, blz. 24.
(19) PB C 76E van 27.3.2008, blz. 138.
(20) PB C 199E van 7.7.2012, blz. 131.
(21) SEC(2008)2154 Werkdocument van de diensten van de Commissie: „Restructuring and employment, the contribution of the European Union”.
(22) In 2001 is een van de voorstellen van de Gyllenhammar Expert Group uitgevoerd. Dit omvatte de oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor het veranderingsproces (EMCC) binnen de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden in Dublin. Het EMCC beheert met name de European Restructuring Monitor (ERM), die informatie vergaart over herstructureringen van een bepaalde omvang.
(23) PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.


BIJLAGE

GEDETAILLEERDE AANBEVELINGEN BETREFFENDE DE INHOUD VAN HET VERLANGDE VOORSTEL

HET EUROPEES PARLEMENT

   gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 153, lid 1, onder e), moet de vast te stellen rechtshandeling de volgende elementen bevatten:

Aanbeveling 1

Overwegende hetgeen volgt:

1.  Wanneer het gaat om anticipatie op, voorbereiding en beheer van herstructurering handelen ondernemingen, werknemersvertegenwoordigers, de overheid en de andere belanghebbenden, elk in hun eigen hoedanigheid en met hun eigen bevoegdheid en op een moment dat overeenkomt met hun verschillende verantwoordelijkheden, in een geest van samenwerking op basis van tijdige en allesomvattende informatie en raadpleging waarbij zij erkennen dat die processen als doel hebben zowel de belangen van de ondernemingen ten aanzien van concurrentievermogen en duurzaamheid als de belangen van de werknemers te beschermen.

2.  Om economisch succesvol en sociaal verantwoord te zijn moet de herstructurering worden opgenomen in een strategie op lange termijn, die erop gericht is de duurzaamheid en het concurrentievermogen van de onderneming op lange termijn te waarborgen en te versterken. Ook is hiervoor vereist dat het personeel centraal wordt gesteld in de strategische ontwikkeling van ondernemingen.

3.  Bij het selecteren van werknemers die ontslagen moeten worden, leven de werknemers wetgeving tegen discriminatie na, met name op het gebied van leeftijdsdiscriminatie.

4.  Anticipatie op, voorbereiding en beheer van veranderingen vinden plaats in een context van het intensiveren van de sociale dialoog en met het oog op het bevorderen van veranderingen op een wijze die strookt met het behoud van de prioritaire doelstellingen van concurrentievermogen, werkgelegenheid en de gezondheid van werknemers.

5.  Het is zaak maatregelen inzake de bedrijfssituatie en de waarschijnlijke ontwikkeling van de werkgelegenheid en arbeidsomstandigheden, met name wanneer deze gevaar lopen, te overwegen, te bevorderen en te versterken.

6.  Herstructurering wordt vergemakkelijkt en de gevolgen ervan worden verzacht, wanneer ondernemingen voortdurend de vaardigheden en bekwaamheden van hun werknemers ontwikkelen waardoor hun inzetbaarheid en hun interne en externe mobiliteit worden vergroot.

7.  Ondernemingen met het vermogen zich aan te passen en veerkrachtige werknemers ontwikkelen, in samenwerking met werknemersvertegenwoordigers, de regionale en lokale autoriteiten en andere relevante organisaties, mechanismen voor anticipatie en toekomstgerichte planning van de werkgelegenheids- en vaardigheidsbehoeften. Zij erkennen het recht van elke werknemer op een passende opleiding. De werknemers erkennen dat onderwijs en een leven lang leren noodzakelijk zijn om hun inzetbaarheid te vergroten.

8.  Nu ondernemingen steeds meer binnen netwerken actief zijn, gaat de uitwerking van herstructureringsprocessen verder dan de grenzen van de individuele onderneming en dit versterkt de noodzaak fora, die uit meer partijen bestaan, op te zetten voor discussie over maatschappelijke kwesties.

9.  Goede herstructureringspraktijken vergen een zo spoedig mogelijke voorbereiding, die van start moet gaan zodra de noodzaak van herstructurering voor het eerst wordt overwogen, om de economische, sociale, milieu- en territoriale gevolgen te voorkomen of tot een minimum te beperken.

10.  Het wordt alom erkend dat elke herstructureringsoperatie, vooral van een grote omvang en met een aanzienlijke weerslag, aan de belanghebbenden moet worden uitgelegd en gemotiveerd, onder andere wat betreft de keuze voor de beoogde maatregelen met betrekking tot de doelstellingen en tot alternatieve opties en met inachtneming van de volledige en passende betrokkenheid van werknemersvertegenwoordigers op alle niveaus, hetgeen tijdig moet gebeuren zodat de belanghebbenden zich op raadplegingen kunnen voorbereiden, voordat de ondernemingen een beslissing neemt.

11.  Voor serieuze maatregelen ter beperking van de gevolgen van herstructurering is het zaak dat ondernemingen ontslagen overwegen als laatste redmiddel en pas nadat alle mogelijke alternatieven zijn bestudeerd en/of mogelijke steunmaatregelen ten uitvoer zijn gelegd.

12.  De actieve medewerking en bijstand van overheidsinstanties op het relevante niveau bij de voorbereiding en het beheer tijdens de tenuitvoerlegging van herstructureringsoperaties dragen aanzienlijk bij tot de economische omschakeling en het behoud van werknemers. Plaatselijke economische actoren, met name kmo's die in een situatie van afhankelijkheid ten opzichte van de herstructurerende onderneming verkeren vanwege hun hoedanigheid als leverancier of als onderaannemer, moeten ook hierbij worden betrokken.

13.  Bestaande regelingen voor financiële steun via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) of het Europees Sociaal Fonds (ESF) in het kader van de nieuwe financiële vooruitzichten 2014-2020 mogen niet de stimuleringsmaatregelen op nationaal niveau vervangen, die zijn gebaseerd op anticipatie, voorbereiding en verantwoordelijk beheer. Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering moet met versterkte capaciteit worden voortgezet, ten einde op reactieve, tijdelijke en pijnverlichtende wijze te kunnen handelen.

14.  Het is belangrijk dat ondernemingen samen met de werknemersvertegenwoordigers instrumenten creëren voor een geregelde evaluatie van en verslaglegging over hun activiteiten op het vlak van anticipatie op de herstructurering, overeenkomstig de nationale wetten en praktijken.

15.  Het nieuwe zwaartepunt van de economische governance komt te liggen op de consolidatie van de overheidsbegrotingen en dreigt door de aan de overheid opgelegde beperkingen de mogelijkheden tot verzachting van de negatieve gevolgen van herstructureringen teniet te doen.

16.  Elke bepaling van de Unie moet van toepassing zijn op ondernemingen of concerns, zowel in particulier als overheidsbezit, overeenkomstig de nationale en Uniewetgeving en/of collectieve overeenkomsten. In elk geval op grote herstructureringsoperaties van ondernemingen en concerns, die binnen een beperkte tijdsduur hetzij een belangrijk aantal werknemers hetzij een belangrijk percentage van het personeel van die ondernemingen treffen.

17.  Elk uniaal kader inzake anticipatie op, voorbereiding en beheer van veranderingen en herstructurering moet een overeenkomst tussen de onderneming en de werknemersvertegenwoordigers daarvan op lokaal niveau bevorderen en hieraan voorrang geven. Alleen bij ontstentenis van een dergelijke overeenkomst moeten standaardregels van toepassing zijn.

Aanbeveling 2 over de doelstelling

1.  Het doel is de informatie en raadpleging bij economische veranderingen te bevorderen en te vergemakkelijken, en de wijze te verbeteren waarop ondernemingen, werknemersvertegenwoordigers, overheidsinstanties en andere relevante belanghebbenden, elk met een verschillende verantwoordelijkheid tijdens de diverse stadia van het herstructureringsproces, in de gehele Unie anticiperen en zich voorbereiden op bedrijfsherstructureringen en deze op sociaal en vanuit milieuopzicht verantwoorde wijze beheren.

2.  Te dien einde erkennen ondernemingen en werknemersvertegenwoordigers, wanneer zij met een herstructurering te maken krijgen, in een geest van samenwerking, dat deze processen bedoeld zijn om zowel de belangen van de ondernemingen ten aanzien van hun concurrentievermogen en duurzaamheid als de belangen van hun werknemers ten aanzien van sociale, werkgelegenheids-, gezondheids- en arbeidsomstandigheden te beschermen.

Aanbeveling 3 over de definities en het toepassingsgebied

1.  In deze rechtshandeling wordt verstaan onder:

   a) „ondernemingen”: ondernemingen of concerns, zowel in particulier als overheidsbezit, in overeenstemming met het nationale en Unierecht en/of collectieve overeenkomsten;
   b) „afhankelijke ondernemingen”: ondernemingen en vennootschappen die in een situatie van aanzienlijke afhankelijkheid verkeren ten opzichte van bovengenoemde ondernemingen vanwege onderaanneming, levercontracten en overige contracten;
   c) „werknemersvertegenwoordigers”: vertegenwoordigers uit hoofde van de nationale wetgeving en/of de praktijk;
   d) „overeenkomsten”: overeenkomsten gesloten op het relevante niveau (Europees, nationaal, sectoraal, regionaal of ondernemingsniveau) tussen vertegenwoordigers van de ondernemingen en/of hun organisaties enerzijds en vertegenwoordigers van de werknemers die bevoegd zijn om collectieve arbeidsovereenkomsten af te sluiten uit hoofde van de nationale wetgeving en/of de praktijk of in het kader van door de bevoegde vakbondsorganisaties op Europees niveau vastgelegde procedures anderzijds;
   e) „werknemers”: werknemers van de ondernemingen ongeacht de aard van de arbeidsovereenkomst;
   f) „overheidsinstanties”: lichamen van het overheidsbestuur op het relevante niveau, zoals aangewezen door de lidstaten, met inbegrip van lokale arbeidsdiensten;
   g) „herstructureringsoperatie”: elke wijziging die valt binnen het toepassingsgebied van de richtlijnen inzake collectief ontslag of de overgang van ondernemingen;
   h) „inzetbaarheid”: het vermogen van de werknemer om in functie van zijn vaardigheden, ervaring en opleiding een baan te vinden of van baan te veranderen;
   i) „informatie en raadpleging”: worden gedefinieerd overeenkomstig de desbetreffende Europese en nationale wetgeving.

2.  Elke rechtshandeling van de Unie moet van toepassing zijn op ondernemingen of concerns, zowel in particulier als overheidsbezit, in overeenstemming met de nationale en Uniewetgeving en/of collectieve overeenkomsten. In elk geval op grote herstructureringsoperaties van ondernemingen en concerns, die binnen een beperkte tijdsduur hetzij een belangrijk aantal werknemers hetzij een belangrijk percentage van het personeel van die ondernemingen treffen.

Aanbeveling 4 over strategische planning op lange termijn, aanpassingsvermogen en inzetbaarheid

1.  Elke herstructureringsoperatie wordt opgenomen in een strategie op lange termijn die erop gericht is de duurzaamheid en het concurrentievermogen van de onderneming op lange termijn te waarborgen en te versterken om een cultuur van innovatie te stimuleren waarbij wordt erkend dat ondernemingen in vele gevallen vanwege onvoorziene veranderingen in marktomstandigheden of vanwege technologische ontwikkelingen gedwongen zijn om tot herstructurering over te gaan.

2.  Een strategie op lange termijn omvat de economische ontwikkeling samen met doelstellingen inzake het personeel, de werkgelegenheid en vaardigheden waarbij de nadruk wordt gelegd op de ontwikkeling, op een permanente basis, van de vaardigheden en bekwaamheden van de werknemers teneinde het concurrentievermogen, de duurzaamheid en het aanpassingsvermogen van de onderneming te vergroten, de inzetbaarheid van de werknemers te verbeteren, de overgang van werknemers te vergemakkelijken en hun interne en externe mobiliteit te vergroten.

3.  Te dien einde moedigen de lidstaten de ondernemingen ertoe aan te zorgen dat elke werknemer toegang heeft tot een opleiding zodat die voorbereid is op de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de ondernemingen. De werknemers erkennen dat onderwijs en een leven lang leren noodzakelijk zijn om hun inzetbaarheid te vergroten en zij accepteren relevante aanbiedingen voor opleidingen.

4.  De voorgestelde opleidingen houden een echte langetermijninvestering in, ongeacht de leeftijd van de werknemer. De opleidingen betreffen voornamelijk de behoeften van speerpuntindustrieën, de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, de overgang naar een groene economie en de gezondheidszorg, en in een bredere context de sectoren die het grootste potentieel hebben om de doelstellingen van de EU 2020-strategie te verwezenlijken.

Aanbeveling 5 over de anticipatie op werkgelegenheids- en vaardigheidsbehoeften

1.  Ondernemingen ontwerpen, in overleg met de werknemersvertegenwoordigers, met inachtneming van hun wederzijdse rechten en verplichtingen, en, indien van toepassing, met overheidsinstanties en andere relevante belanghebbenden, strategieën voor de ontwikkeling van het personeel die op hun individuele omstandigheden zijn afgestemd, alsmede mechanismen voor de anticipatie op en de planning van toekomstige werkgelegenheids- en vaardigheidsbehoeften.

2.  Te dien einde zorgen de ondernemingen, in samenwerking met de werknemersvertegenwoordigers en andere relevante belanghebbenden, voor de vaststelling van:

   a) mechanismen voor de strategie op lange termijn inzake kwantitatieve en kwalitatieve werkgelegenheids- en vaardigheidsbehoeften die zijn gekoppeld aan innovatie- en ontwikkelingsstrategieën en die rekening houden met de te verwachten, zowel positieve als negatieve, ontwikkeling van de economie, werkgelegenheid, vaardigheden en arbeidsomstandigheden, alsmede mechanismen ter bepaling van de door de individuele werknemers verworven kwalificaties;
  b) meerjarenplannen inzake de werkgelegenheids- en vaardigheidsontwikkeling en de ontwikkeling van arbeidsomstandigheden waaronder als meest relevante gebieden vallen:
   identificatie van en anticipatie op bekwaamheids- en kwalificatiebehoeften;
   bevordering van het creëren van een opleidingscultuur om werknemers te helpen zich voor een passende opleiding in te schrijven;
   een geregelde individuele evaluatie van de vaardigheden die resulteren in individuele opleidingstrajecten;
   regelmatige beoordelingen van arbeidsomstandigheden, met name ten aanzien van de organisatie van het werk;
   individuele opleidingsplannen met kwantitatieve streefdoelen;
   een jaarlijks opleidingsbudget;
   individuele leerrekeningen;
   opleidingsprogramma's, zowel intern als extern;
   verlof voor onderwijsdoeleinden;
   speciale opleidingsmaatregelen om geïdentificeerde problemen aan te pakken.

3.  Elke werknemer krijgt een bepaald aantal opleidingsuren per jaar aangeboden die bij de wet of een collectieve arbeidsovereenkomst worden geregeld. De opleidingsbehoeften moeten echter worden vastgesteld via een beoordeling van vaardigheden om te controleren of de inzetbaarheid behouden blijft.

4.  De opleidingsbehoeften van individuele werknemers moeten regelmatig worden beoordeeld en in voorkomend geval moeten passende opleidingsoplossingen worden vastgesteld.

5.  De bepalingen van de leden 1 tot en met 3 hebben geen betrekking op ondernemingen en werknemers die vallen onder een overeenkomst die op het relevante niveau en met de relevante partijen is gesloten over de procedures inzake de anticipatie op de vaardigheden en de beoordeling van de werkgelegenheids- en vaardigheidsbehoeften.

6.  Waar mogelijk en passend:

   (a) ontwikkelen ondernemingen de in lid 2 voorziene mechanismen en plannen, in nauwe samenwerking met externe actoren, waaronder regionale autoriteiten, universiteiten en andere aanbieders van scholing en opleidingen, technologische instituten;
   (b) nemen de ondernemingen deel of dragen ze bij aan externe, op werkgelegenheid en vaardigheden gerichte waarnemingscentra, partnerschappen, netwerken en andere relevante initiatieven die in de betrokken regio en/of sector, innovatiecentra en ontwikkelingsagentschappen worden genomen.

7.  De concrete uitvoering wordt door de betrokken partijen in een overeenkomst vastgelegd.

8.  Afhankelijke ondernemingen worden van de in lid 2 bedoelde veranderingen en plannen in kennis gesteld. Hun werknemers kunnen onder deze mechanismen en plannen vallen, wanneer de afhankelijke ondernemingen hierom verzoeken met de motivering dat deze mechanismen en plannen vereist of nuttig zijn voor hun eigen aanpassing en ontwikkeling. Dit belet niet dat afhankelijke ondernemingen hun eigen mechanismen kunnen ontwikkelen.

Aanbeveling 6 over vroegtijdige voorbereiding

1.  Behoudens in omstandigheden waarin de herstructurering door onvoorziene of plotselinge gebeurtenissen op gang wordt gebracht, wordt elke herstructureringsoperatie, met name die operaties die waarschijnlijk een aanzienlijk negatief effect hebben, voorafgegaan door een adequate voorbereiding met de relevante belanghebbenden naar gelang van hun respectieve bevoegdheden ter voorkoming of verlichting van de economische sociale en lokale gevolgen ervan.

2.  Herstructurering wordt in het algemeen op gang gebracht door uitzonderlijke omstandigheden die het gevolg zijn van veranderingen in markten of technologische ontwikkelingen. Het is in het belang van alle betrokkenen dat, indien zich dergelijke uitzonderlijke omstandigheden voordoen, het management en de werknemers tijdig met elkaar in gesprek gaan, overeenkomstig de informatie- en raadplegingsvereisten van de bestaande wetgeving van de Unie.

3.  Elke voorgestelde herstructureringsoperatie moet volledig worden uitgelegd aan de werknemersvertegenwoordigers en zij moeten de juiste informatie over de voorgestelde herstructurering krijgen, zodat ze een dieptebeoordeling kunnen uitvoeren en zich kunnen voorbereiden op raadplegingen, indien van toepassing.

4.  Deze voorbereiding geschiedt zo snel mogelijk en gaat van start zodra de noodzaak van een herstructurering wordt overwogen, met inachtneming van de op het niveau van de sector en de regio van de betrokken onderneming afgesproken methodes en procedures, mocht het geval zich voordoen. Behoudens in de uitzonderlijke, in lid 1 bedoelde omstandigheden geschiedt de voorbereiding binnen een termijn die de betekenisvolle raadpleging van alle belanghebbenden en de vaststelling van maatregelen mogelijk maakt waarmee de negatieve weerslag ervan vanuit economisch, sociaal en lokaal oogpunt kan worden voorkomen of tot een minimum kan worden beperkt.

5.  De plaatselijke economische actoren, met name ondernemingen en hun werknemers die in een situatie van afhankelijkheid ten opzichte van de herstructurerende onderneming verkeren, worden eveneens vanaf het begin in kennis gesteld van de voorgestelde herstructurering.

6.  Om de werknemers te betrekken bij de herstructurering en de anticipatie op veranderingen is het cruciaal te zorgen voor transparantie en de werknemers te zijner tijd te informeren over de situatie van de onderneming. Al in een vroeg stadium moeten de werknemers bij de besprekingen worden betrokken, zodat zij kunnen deelnemen aan het herstructureringsproces van de onderneming of, in het geval van een sluiting, een eventuele overname van het bedrijf kunnen plannen.

7.  Bij elke herstructurering moeten de gevolgen inzake ontslagen prioritair behandeld worden en moet de onderneming zich duidelijk en op transparante wijze inzetten voor de werkgelegenheid.

Aanbeveling 7 over informatie en raadpleging over bedrijfsbesluiten

1.  Elke herstructureringsoperatie, vooral die welke waarschijnlijk een negatieve weerslag op de werkgelegenheid hebben, gaat vergezeld van een vroegtijdige uitleg en motivering aan de relevante belanghebbenden alvorens concrete maatregelen worden genomen, ongeacht of de beoogde herstructurering op basis van strategische doelstellingen en vereisten op de lange termijn of vereisten op de korte termijn plaatsvindt en of de beslissing ten aanzien van herstructurering wordt genomen door de onderneming of door een concern die het beheer heeft over de onderneming.

2.  De in lid 1 bedoelde maatregelen omvatten de reden voor de keuze van de maatregelen die worden overwogen ter verwezenlijking van de doelstellingen nadat er een evaluatie heeft plaatsgevonden van andere mogelijke opties in het licht van alle betrokken belangen.

3.  De ondernemingen informeren vanaf het begin de overheidsinstanties en werknemersvertegenwoordigers op het desbetreffende niveau tijdig, met name op plaatselijk niveau, en betrekken deze zoveel mogelijk bij de tenuitvoerlegging van het herstructureringsproces.

4.  De plaatselijke economische actoren, met name ondernemingen en hun werknemers die in een situatie van afhankelijkheid ten opzichte van de herstructurerende onderneming verkeren, worden eveneens zo snel mogelijk van het herstructureringsproces in kennis gesteld.

5.  Dit artikel is niet van toepassing wanneer op nationaal niveau een vergelijkbare regeling met betrekking tot informatie en raadpleging van kracht is.

Aanbeveling 8 over het tot een minimum beperken van de interne sociale kosten middels een sociaal plan

1.  Wanneer een herstructurering noodzakelijk blijkt, overwegen ondernemingen pas ontslagen als laatste redmiddel, nadat zij alle mogelijke alternatieve opties in overweging hebben genomen en ondersteunende maatregelen hebben afgebakend en, indien voorhanden, hebben toegepast.

2.  Ondernemingen overwegen met name alle relevante opties als alternatieven en gaan in dialoog met interne en externe belanghebbenden en trachten te bewerkstelligen dat deze zich verenigen met de oplossing voor ontslagen, bijvoorbeeld:

   a) geleidelijke invoering van geplande maatregelen;
   b) vermindering van de arbeidsintensivering;
   c) tijdelijke of permanente vermindering of reorganisatie van de arbeidstijden;
   d) hernieuwde onderhandelingen over de arbeidsomstandigheden;
   e) interne of externe herplaatsing van de werknemers binnen het concern of bij andere ondernemingen die niet tot het concern behoren;
   f) insourcen van externe activiteiten;
   g) in overleg tot stand gekomen vertrek; en tevens
   h) natuurlijke afvloeiing.

3.  Wanneer ontslag onvermijdelijk is of deel uitmaakt van het in het kader van alternatieve opties uit te voeren pakket, dragen de ondernemingen, met de steun van plaatselijke autoriteiten en particuliere en openbare arbeidsdiensten, ertoe bij aan de betrokken werknemers de in de omstandigheden gepaste hulp ter hand te stellen om hun inzetbaarheid te vergroten en hen te helpen op snelle en duurzame wijze op de arbeidsmarkt terug te keren.

4.  Ongeacht hun uit nationale en EU-wetgeving en praktijken voortvloeiende verplichtingen overwegen de ondernemingen de volgende inzetbaarheidsmaatregelen voor zover deze nodig of nuttig blijken te zijn om de gevolgen van de operatie te beperken:

   het geven van informatie over de arbeidsmarkt, hun rechten en de tijdens het herstructureringsproces overeengekomen voorwaarden aan werknemers die het risico lopen te worden ontslagen of die al zijn ontslagen;
   het creëren van herplaatsings- en/of mobiliteitscellen;
   scholing en herscholing;
   geïndividualiseerde professionele begeleiding;
   hulp bij het zoeken naar nieuw werk, waaronder betaalde vrije tijd om een baan te vinden;
   een billijke vergoeding;
   het vergemakkelijken van het opzetten van eigen bedrijven en coöperaties, alsmede uiteenlopende vormen van financiële participatie;
   controle, toezicht en advies gericht op het voorkomen of het tot een minimum beperken van de negatieve fysieke en psychosociale weerslag van het herstructureringsproces op zowel de werknemers die eventueel worden ontslagen als de werknemers die kunnen blijven;
   het recht toekennen op herindienstneming voor eerder ontslagen werknemers;
   het vergemakkelijken van de overgang van ondernemingen, met inbegrip voor werknemers in de vorm van een coöperatie;
   het bieden van psychosociale begeleiding, waar nodig.

Aanbeveling 9 over het beheer van herstructureringsprocessen

1.  De ondernemingen en hun werknemersvertegenwoordigers moeten trachten collectieve overeenkomsten te sluiten over kwesties die voortvloeien uit de voorgestelde herstructurering, indien van toepassing.

2.  De bepalingen van de aanbevelingen 6 en 7 zijn niet bedoeld voor ondernemingen en werknemers die vallen onder een op het relevante niveau en met de relevante partijen gesloten overeenkomst over de procedures en het mechanisme voor de voorbereiding, het sociaal verantwoorde beheer en het tot een minimum terugdringen van de interne sociale kosten van herstructureringsoperaties.

Aanbeveling 10 over het tot een minimum beperken van de externe economische, sociale en milieugevolgen

1.  Wanneer een herstructureringsoperatie ingrijpende plaatselijke gevolgen heeft, streven de ondernemingen naar complementariteit en synergie tussen hun voorbereidende maatregelen en de maatregelen van alle andere actoren teneinde de mogelijkheden voor het vinden van nieuw werk voor werknemers te optimaliseren om de economische, sociale en milieuomschakeling te bevorderen en nieuwe duurzame economische activiteiten te ontplooien die voor hoogwaardige werkgelegenheid zorgen middels het sluiten van overeenkomsten tussen ondernemingen met dezelfde activiteit of in hetzelfde geografische gebied voor de herindienstneming van ontslagen werknemers.

2.  Voor de toepassing van lid 1 stellen de ondernemingen de regionale of lokale autoriteiten en andere relevante actoren op de hoogte van de maatregelen die worden opgesteld overeenkomstig aanbeveling 8. Zij nemen deel en/of dragen bij aan task-forces of netwerken die op regionaal of sectoraal niveau worden opgezet om de gevolgen van de operatie tot een minimum te beperken.

3.  Voorzover dit nodig blijkt en in overeenstemming met nationale of regionale vereisten, ontwerpen de ondernemingen strategieën gericht op het revitaliseren van en/of het geven van een nieuwe bestemming aan industrieterreinen die waarschijnlijk leeg komen te liggen en leggen ze deze strategieën ten uitvoer, als milieumaatregel, als middel om nieuwe activiteiten aan te trekken en als manier om een gedeelte van de banen die zullen verdwijnen op te vangen.

4.  De in aanbeveling 8 bedoelde maatregelen zijn, voor zover mogelijk, bedoeld voor de werknemers van afhankelijke ondernemingen. De afhankelijke ondernemingen en hun werknemers worden van deze maatregelen in kennis gesteld als dergelijke informatie vereist of nuttig is voor hun eigen aanpassing en voor het beheer van het herstructureringsproces binnen die ondernemingen.

Aanbeveling 11 over overheidssteun

1.  De lidstaten dragen er ook zorg voor dat de overheidsinstanties en alle organen van ambtswege de bijstand en het advies leveren die noodzakelijk zijn om een soepel herstructureringsproces te vergemakkelijken en te vereenvoudigen, ten einde de gevolgen ervan tot een minimum te beperken.

2.  Overheidsinstanties en arbeidsbureaus op diverse niveaus interveniëren bij de anticipatie en het beheer door:

   a) het bevorderen van de dialoog, de coördinatie en de samenwerking tussen externe belanghebbenden
   b) het ondersteunen van de anticipatie op processen en met name herstructureringsoperaties om de economische, sociale en ecologische gevolgen ervan te verlichten.

3.  In nauwe samenwerking met de organisaties van de sociale partners op het relevante niveau bieden overheidsinstanties en arbeidsbureaus ondersteuning of geven advies bij de mechanismen voor de planning op lange termijn en meerjarenplannen inzake de werkgelegenheids- en vaardigheidsbehoeften binnen de ondernemingen, met name bij het organiseren van een vaardigheidsbeoordeling voor alle betrokken werknemers.

4.  In door structurele veranderingen getroffen regio's zouden de overheidsinstanties in nauwe samenwerking met de organisaties van de sociale partners op het relevante niveau het volgende passend moeten achten:

   a) het creëren van permanente organen, netwerken of waarnemingscentra om te anticiperen op veranderingsprocessen en het aanbieden van gratis vaardigheidsbeoordelingen, waarbij prioriteit moet worden gegeven aan werknemers die moeilijk inzetbaar zijn;
   b) het bevorderen van territoriale werkgelegenheidspacten die zowel gericht zijn op de bevordering van het creëren van banen en aanpassing, alsook op fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, en het streven naar het aantrekken van investeringen op alle mogelijke wijzen waarbij rekening wordt gehouden met de lokale structuur van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen;
   c) het bevorderen of creëren van mechanismen om de overgang naar ander werk te vergemakkelijken, onder meer door het vormen van netwerken van ondernemingen en het uitwisselen van goede praktijken;
   d) het invoeren van opleidingsmaatregelen ten behoeve van kleine en middelgrote ondernemingen en hun werknemers, en het ondersteunen van dialoog en samenwerking tussen deze ondernemingen en grote ondernemingen;
   e) het stimuleren van de regionale werkgelegenheid en de economische, sociale en ecologische omschakeling;
   f) het stimuleren van technologische innovatiemogelijkheden, met name in het kader van de vermindering van CO2 -emissies.

Aanbeveling 12 over financiële steun

1.  Onverminderd de verplichtingen van ondernemingen uit hoofde van het recht van de Unie, nationale wetgeving of praktijken bieden de overheidsinstanties, waar mogelijk, financiële steun en andere ondersteunende middelen aan voor inzetbaarheidsmaatregelen ten behoeve van werknemers van ondernemingen welke een herstructurering ondergaan, voorover dit soort steun nodig of passend is om hen in staat te stellen snel op de arbeidsmarkt terug te keren.

2.  Overeenkomstig de regels inzake de fondsen van de Unie kunnen deze, en met name het EFRO en het ESF, worden gebruikt bij de ondersteuning van geïntegreerde actie ter anticipatie op en voorbereiding van herstructureringen en om werkgevers te helpen bij de aanpassing aan de veranderingen voor de toepassing van de leden 1 en 2.

3.  Onverminderd de verplichtingen van lidstaten of werkgevers uit hoofde van het recht van de Unie, nationale wetgeving of praktijken, kan het EFG, overeenkomstig de op het fonds toepasselijke regels, nuttig zijn voor het verlenen van financiële ondersteuning om ontslagen werknemers weer snel aan het werk te krijgen.

Aanbeveling 13 over de aanwijzing van de relevante overheidsinstanties

De lidstaten wijzen op nationaal, regionaal of plaatselijk niveau de overheidsinstanties aan, die bevoegd zijn voor de toepassing van deze rechtshandeling.

Aanbeveling 14

1.  De ondernemingen creëren instrumenten voor de geregelde evaluatie en verslaglegging van hun herstructureringspraktijken in samenwerking met de werknemersvertegenwoordigers en, in voorkomend geval, de externe organisaties die bij dit proces betrokken zijn.

2.  De lidstaten werken met de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden samen bij het verschaffen van statistische gegevens over herstructureringsmaatregelen.

3.  Dit kader laat de rechten en verplichtingen onverlet, die op het gebied van werknemersparticipatie uit het recht van de Unie voortvloeien. De lidstaten mogen bepalingen vaststellen of handhaven die gunstiger zijn voor de bescherming van het beginsel van gelijke behandeling.

4.  Dit kader laat alle arbeidsbeschermingsverplichtingen in verband met compensatiebetalingen bij beëindiging van het dienstverband onverlet. De tenuitvoerlegging ervan vormt onder geen beding een rechtvaardiging voor de verlaging van het reeds door lidstaten geboden niveau van bescherming tegen discriminatie.

5.  In specifieke gevallen en binnen de door de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden en grenzen zorgt elke lidstaat ervoor dat ondernemingen niet verplicht worden om informatie door te geven die volgens objectieve criteria ernstige schade zou berokkenen aan het functioneren van de ondernemingen of voor deze ondernemingen nadelig zou zijn. Een lidstaat kan bepalen dat voor deze ontheffing voorafgaande administratieve of gerechtelijke toestemming noodzakelijk is.

6.  De lidstaten zorgen ervoor dat de werknemersvertegenwoordigers en elke andere persoon die toegang hebben tot informatie die nadrukkelijk uit hoofde van deze rechtshandelingen aan hun is voorgelegd, geen toestemming krijgen om deze informatie openbaar te maken, wanneer zij, in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk, op vertrouwelijke basis is verstrekt.

7.  De lidstaten zouden ondernemingen die niet de wetgeving van de Unie naleven, moeten uitsluiten van overheidssteun uit de nationale begrotingen.

8.  Onverminderd het bepaalde in lid 7, staat niets het gebruik in de weg van middelen uit de algemene begroting van de Europese Unie en uit de nationale begrotingen, wanneer die rechtstreeks ten goede komen aan de werknemers van de in dat lid bedoelde ondernemingen.

Laatst bijgewerkt op: 7 september 2018Juridische mededeling