Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2012/2803(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0129/2013

Ingediende teksten :

B7-0129/2013

Debatten :

PV 13/03/2013 - 6
CRE 13/03/2013 - 6

Stemmingen :

PV 13/03/2013 - 8.1
CRE 13/03/2013 - 8.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0078

Aangenomen teksten
PDF 83kWORD 24k
Woensdag 13 maart 2013 - Straatsburg Definitieve uitgave
Meerjarig financieel kader
P7_TA(2013)0078B7-0129/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2013 over de conclusies van de Europese Raad van 7 en 8 februari 2013 betreffende het meerjarig financieel kader (2012/2803(RSP))

Het Europees Parlement ,

–  gezien de artikelen 310, 311, 312 en 323 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 29 juni 2011 over een begroting voor Europa 2020 (COM(2011)0500),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 29 juni 2011 voor een Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (COM(2011)0403),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 29 juni 2011 en het gewijzigd voorstel van de Commissie van 6 juli 2012 voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (COM(2011)0398 en COM(2012)0388),

–  gezien zijn resolutie van 8 juni 2011 over investeren in de toekomst: een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor een concurrerend, duurzaam en integratiegericht Europa(1) ,

–  gezien zijn resolutie van 13 juni 2012 over het meerjarig financieel kader en eigen middelen(2) ,

–  gezien zijn resolutie van 23 oktober 2012 met het oog op het bereiken van een positief resultaat van de goedkeuringsprocedure van het meerjarig financieel kader(3) ,

–  gezien de conclusies die de Europese Raad op 8 februari 2013 heeft aangenomen,

–  gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

1.  neemt kennis van de conclusies van de Europese Raad betreffende het MFK, die niet meer zijn dan een politiek akkoord tussen de staatshoofden en regeringsleiders; verwerpt dit akkoord in zijn huidige vorm omdat het niet beantwoordt aan de prioriteiten en zorgen die het Parlement met name in zijn resolutie van 23 oktober 2012 heeft verwoord, en omdat het voorbijgaat aan de rol en bevoegdheden van het Parlement volgens het Verdrag van Lissabon; is van oordeel dat het akkoord, waaraan de Unie voor de komende zeven jaar gebonden is, niet kan worden aanvaard als er niet aan bepaalde essentiële voorwaarden voldaan is;

2.  is bereid tot volwaardige onderhandelingen met de Raad over alle bepalingen van de MFK-verordening en het interinstitutioneel akkoord om te bereiken dat de Unie kan beschikken over een moderne, toekomstgerichte, flexibele en transparante begroting waarmee groei en werkgelegenheid kan worden geschapen en de kloof tussen de politieke toezeggingen en financiële middelen van de EU kan worden gedicht; beklemtoont dat het pas over de MFK-verordening en het interinstitutioneel akkoord zal stemmen als er met de Raad wezenlijke onderhandelingen zijn gevoerd die met een bevredigend resultaat zijn afgesloten;

3.  is vastbesloten zijn wetgevingsbevoegdheden zoals neergelegd in het Verdrag van Lissabon ten volle uit te oefenen; wijst er andermaal op dat elementen die onder de gewone wetgevingsprocedure vallen niet vooraf geregeld kunnen worden door de conclusies van de Europese Raad inzake het MFK, die beschouwd moeten worden als niet meer dan aanbevelingen aan de Raad;

4.  herhaalt zijn standpunt dat het MFK voor de periode 2014-2020 ertoe moet dienen dat de Europa 2020-strategie een succes wordt en de EU over de nodige middelen beschikt om te herstellen en sterker uit de crisis te voorschijn te komen; beklemtoont derhalve het belang van een forse verhoging van de investeringen in innovatie, onderzoek en ontwikkeling, infrastructuur en de jongeren, van verwezenlijking van de doelstellingen van de EU op klimaat- en energiegebied, van verhoging van het opleidingsniveau en bevordering van sociale inclusie, en van het nakomen van de internationale verplichtingen die de EU is aangegaan;

5.  laakt het gebrek aan transparantie bij de totstandkoming van het politieke akkoord in de Europese Raad, zowel wat de uitgaven- als de ontvangstenzijde van het MFK betreft; benadrukt dat het inzage moet hebben in alle informatie waarover de Commissie beschikt wat betreft de hoogte van de overeengekomen nationale toewijzingen in het kader van het cohesie- en landbouwbeleid, met inbegrip van de afwijkingen en specifieke toewijzingen; verlangt voorts alle ter zake doende informatie over de gevolgen van de besluiten inzake de ontvangsten voor elke lidstaat;

6.  is een verklaard tegenstander van de huidige accumulatie en prolongatie van nog niet gehonoreerde betalingsaanvragen in de EU-begroting en is fel gekant tegen een financieel kader dat de een structureel tekort in de EU-begroting introduceert, hetgeen strijdig is met de bepalingen van het Verdrag (artikelen 310 en 323 VWEU);

7.  is dan ook vastbesloten verdere verschuivingen van betalingen van 2013 naar het nieuwe MFK te verhinderen; herinnert aan de verklaring die aan de begroting 2013 gehecht is en waarin de Commissie wordt verzocht vroegtijdig in 2013 een ontwerp van gewijzigde begroting in te dienen met als enig doel de dekking van alle nog niet gehonoreerde betalingsaanvragen voor 2012; onderstreept dat het de onderhandelingen over het MFK pas zullen beginnen als de Commissie de gewijzigde begroting die aan deze politieke afspraak beantwoordt indient, en dat de onderhandelingen niet zullen worden gesloten voordat Raad en Parlement deze gewijzigde begroting hebben vastgesteld; verlangt voorts dat de Raad de politieke toezegging doet dat alle wettelijk verplichte betalingen voor 2013 voor het eind van het jaar gedaan zullen worden;

8.  geeft een sterk mandaat aan zijn onderhandelingsteam voor de onderhandelingen over een totaalpakket dat de eenheid van de EU-begroting respecteert en dat naast het MFK de volgende elementen omvat: een verplichte en alomvattende toetsing, maximale flexibiliteit over de hele linie en een akkoord over eigen middelen; bevestigt dat de onderhandelingen zullen worden gevoerd aan de hand van alle elementen van zijn resolutie van 23 oktober 2012, waaronder de verantwoordelijkheid voor het beheer van de EU-middelen, die de lidstaten op het passende politieke niveau op zich moeten nemen;

9.  beklemtoont dat het komende Europees Parlement en de nieuwe Commissie, die na de Europese verkiezingen van 2014 aantreden, de begrotingsprioriteiten van de Unie moeten kunnen bekrachtigen en het MFK moeten kunnen herzien, wil een en ander volledig democratisch gelegitimeerd zijn; verklaart zich daarom voorstander van een verplichte alomvattende toetsing van het MFK, en eventueel een vervalbepaling; is van oordeel dat de toetsing wettelijk verplicht moet zijn, in de MFK-verordening moet worden opgenomen en onderhevig moet zijn aan besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid in de Raad, hetgeen mogelijk is als de „passerelleclausule” van artikel 312, lid 2, VWEU volledig benut wordt;

10.  verlangt dat de overeengekomen uitgavenplafonds voor vastleggingen en betalingen bij de vaststelling van de jaarbegrotingen maximaal benut worden; is derhalve van mening dat maximale flexibiliteit over de hele linie, zowel tussen en binnen rubrieken als van het ene jaar op het andere, in het nieuwe MKF moet worden geïntroduceerd via besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid in de Raad; stelt met name dat flexibiliteit inhoudt dat beschikbare marges (bij vastleggingen) van elke rubriek in een bepaald financieel jaar ten volle benut kunnen worden en dat beschikbare marges (bij vastleggingen en betalingen) automatisch naar de volgende jaren worden overgedragen; verwijst naar zijn resolutie van 23 oktober 2012 voor een gedetailleerde verwoording van zijn standpunt inzake flexibiliteit, en met name de marge voor onvoorziene uitgaven, hergebruik van het begrotingsoverschot, de wetgevingsflexibiliteit en de afzonderlijke flexibiliteitsmechanismen boven de plafonds van het MFK;

11.  wijst erop dat het van groot belang is dat er overeenstemming wordt bereikt over een ingrijpende hervorming van het stelsel van eigen middelen; beklemtoont dat de EU-begroting gefinancierd moet worden uit werkelijke eigen middelen zoals bepaald in het Verdrag; pleit daarom voor een hervorming die inhoudt dat het aandeel van de bijdragen op basis van het bni aan de EU-begroting tot ten hoogste 40 % wordt beperkt en dat alle bestaande kortings- en correctiemechanismen gaandeweg worden afgeschaft;

12.  verklaart andermaal dat het de wetgevingsvoorstellen van de Commissie inzake de eigen middelen met het bijbehorende bindende stappenplan onderschrijft; stelt vervolgens dat in het geval van een afzwakking van deze voorstellen door de Raad, waardoor er geen wezenlijke verlaging van de nationale begrotingsbijdragen op basis van het bni optreedt, de Commissie aanvullende voorstellen moet doen voor invoering van nieuwe werkelijke eigen middelen; beklemtoont dat de opbrengst van de belasting op financiële transacties ten minste ten dele als werkelijk eigen middel naar de EU-begroting moet vloeien;

13.  verlangt dat het eenheidsbeginsel voor de Europese begroting in het interinstitutioneel akkoord opnieuw genoemd en helder omschreven wordt; bepleit dat alle uitgaven en ontvangsten die voortvloeien uit besluiten van of namens de EU-instellingen, met inbegrip van leningen en leninggaranties, moeten worden opgenomen in een jaarlijkse bijlage bij de ontwerpbegroting die een overzicht geeft van de financiële en budgettaire gevolgen van de activiteiten van de Unie; gaat ervan uit dat de burgers hierdoor volledig geïnformeerd zullen zijn en dat er toereikende parlementaire controle mogelijk wordt;

14.  benadrukt dat het Parlement en de Raad naast de onderhandelingen over het MFK vaart moeten zetten achter hun onderhandelingen over de specifieke rechtsgrondslagen voor de EU-programma's en -beleidsmaatregelen voor de periode 2014-2020; onderstreept dat de onderhandelingen over MFK en IIA en de meerjarenprogramma's een geheel vormen, en dat ook hier geldt: niets is besloten tot alles is besloten;

15.  merkt op dat, indien er aan het eind van 2013 nog geen MFK is vastgesteld, de plafonds en andere bepalingen die op het jaar 2013 betrekking hebben van kracht blijven totdat er een nieuw MFK is; wijst erop dat het in dat geval bereid is om tot een snel akkoord met de Raad en de Commissie te komen om de structuur van het MFK af te stemmen op de beleidsprioriteiten van de Unie en te bereiken dat de juiste rechtsgrondslagen voor alle EU-programma's en -beleidsmaatregelen er vóór 2014 liggen;

16.  is van oordeel dat stemmingen over het MFK van cruciaal belang zijn en dat de leden van het Parlement bij de Europese verkiezingen van 2014 slechts dan door hun kiezers ter verantwoording kunnen worden geroepen als elke stemming over het MFK op open en transparante wijze plaatsvindt;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten alsmede de overige betrokken instellingen en organen.

(1) PB C 380 E van 11.12.2012, blz. 89.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0245.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0360.

Laatst bijgewerkt op: 2 februari 2015Juridische mededeling