Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2667(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0269/2013

Debatten :

PV 13/06/2013 - 12.1
CRE 13/06/2013 - 12.1

Stemmingen :

PV 13/06/2013 - 13.1
CRE 13/06/2013 - 13.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0284

Aangenomen teksten
PDF 131kWORD 27k
Donderdag 13 juni 2013 - Straatsburg Definitieve uitgave
Rechtsstaat in Rusland
P7_TA(2013)0284B7-0269, 0286, 0287, 0288, 0290 en 0292/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 13 juni 2013 over de rechtsstaat in Rusland (2013/2667(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Rusland, met name die van 17 februari 2011 over de regels van de rechtsstaat in Rusland(1) , die van 13 september 2012 over het politieke gebruik van de rechtspleging in Rusland(2) en die van 13 december 2012 met aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Raad, de Commissie en de Europese dienst voor extern optreden inzake de onderhandelingen over de nieuwe overeenkomst EU-Rusland(3) ,

–  gezien de bestaande partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, en de lopende onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland,

–  gezien het "moderniseringspartnerschap" waartoe in 2010 het startsein werd gegeven in Rostov aan de Don, en de toezegging van de Russische leiders dat zij zich sterk willen maken voor de rechtsstaat als fundament voor de modernisering van Rusland,

–  gezien de Russische grondwet, en met name artikel 118 daarvan, dat stipuleert dat in de Russische Federatie uitsluitend recht wordt gesproken door rechtbanken, en artikel 120 daarvan, dat stipuleert dat rechters onafhankelijk zijn en uitsluitend ondergeschikt aan de Russische grondwet en de federale wetten,

–  gezien het jaarverslag van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld,

–  gezien de resultaten van de top EU-Rusland van 3-4 juni 2013 en het overleg over de mensenrechten van 19 mei 2013,

–  gezien de verklaringen van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de Vereniging Golos, over de situatie van de ngo's in de Russische Federatie en over de zaak Magnitsky,

–  gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de verklaring van de VN over mensenrechtenactivisten en de verklaring van de VN inzake het recht en de verantwoordelijkheid van individuele personen, groepen en organen van de samenleving om algemeen erkende mensenrechten en fundamentele vrijheden te bevorderen en te beschermen,

–  gezien het feit dat het Europees Parlement de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken in 2009 heeft toegekend aan Memorial, een Russische niet-gouvernementele organisatie die onder meer campagne voert voor de rechten van politieke gevangenen in Rusland, en gezien de toenemende steun in het Europees Parlement voor Memorial als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Vrede,

–  gezien de adviezen van de Commissie van Venetië inzake Russische federale wet nr. 65 van 8 juni 2012 betreffende vergaderingen, bijeenkomsten, demonstraties, marsen en het organiseren van stakingsposten en het wetboek van administratieve overtredingen, inzake de Russische federale wet betreffende de bestrijding van extremistische activiteiten en inzake de Russische federale wet betreffende de Federale Veiligheidsdienst (FSB),

–  gezien de artikelen artikel 122, lid 5, en 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie zich blijft inzetten voor de verdere verdieping en ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Rusland overeenkomstig de beginselen die besloten liggen in het Partnerschap voor modernisering, dat gebaseerd is op een diepe wederzijdse gehechtheid aan de democratische beginselen, de eerbiediging van de grondrechten en de mensenrechten, de rechtsstaat, het vrije woord, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering, en de eerbiediging van de menselijke waardigheid en gelijkheid;

B.  overwegende dat Rusland zich als lid van de Raad van Europa en van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en als ondertekenaar van VN-verklaringen heeft verplicht tot de bescherming en bevordering van de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat;

C.  overwegende dat er grote bezorgdheid blijft bestaan over de ontwikkelingen in de Russische Federatie ten aanzien van de eerbiediging en bescherming van de rechten van de mens en de naleving van algemeen aanvaarde democratische beginselen, regels en procedures;

D.  overwegende dat de vrijheid van de pers en de media, zowel online als offline, een essentieel aspect is van een democratische en open samenleving, maar ook van fundamenteel belang is bij het tegengaan van corruptie en de bescherming van de mensenrechten en de rechtsstaat; overwegende dat de onafhankelijke pers, als een collectieve manifestatie van vrije meningsuiting, een van de belangrijkste spelers in het medialandschap is en als waakhond van de democratie optreedt;

E.  overwegende dat diverse onderzoeken en gerechtelijke procedures in de afgelopen jaren, onder andere in de zaken Magnitsky, Chodorkovsky en Politkovskaja, twijfel hebben doen rijzen aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de justitiële instellingen van de Russische Federatie; overwegende dat bovengenoemde geruchtmakende zaken slechts de in het buitenland bekendste voorbeelden zijn van het feit dat de Russische staat stelselmatig nalaat de rechtsstaat te handhaven en zijn burgers recht te doen;

F.  overwegende dat Alexei Navalny, een prominente advocaat, corruptiebestrijder en maatschappelijk activist, momenteel in Rusland terechtstaat op beschuldigingen die er naar zijn opvatting op wijzen dat het gaat om een politiek gemotiveerde poging om hem te straffen als een van de meest prominente tegenstanders van de regering; overwegende dat Navalny consequent de enorme corruptie binnen de hoogste niveaus van het Russische staatsapparaat aan de kaak heeft gesteld;

G.  overwegende dat het openbaar ministerie activisten van de oppositie die op 6 mei 2012 – de dag vóór de inauguratie van president Poetin – hadden deelgenomen aan de "Miljoenenmars", blijft vervolgen; overwegende dat de demonstratie op het Bolotnaya-plein volgens betrouwbare onafhankelijke rapporten met geweld werd verstoord door de oproerpolitie, die de deelnemers onderwierp aan disproportioneel en arbitrair geweld; overwegende dat volgens rapporten van de Presidentiële Raad voor de mensenrechten, de ombudsman voor de mensenrechten en een onafhankelijke onderzoekscommissie bestaande uit hooggeplaatste prominenten zowel de Russische autoriteiten als de politie voor het geweld verantwoordelijk waren;

H.  overwegende dat de wetten die de afgelopen maanden zijn goedgekeurd met betrekking tot de registratie van politieke partijen, de financiering van ngo's, het recht van vergadering, extremisme, laster en de toepassing van internetfiltersystemen aanzienlijk hebben bijgedragen aan de verslechtering van het klimaat ten aanzien van de ontwikkeling van een echte civiele samenleving in Rusland;

I.  overwegende dat het Russische parlement in juli 2012 een wet heeft aangenomen waarin wordt bepaald dat Russische ngo's die zich bezighouden met politieke activiteiten en steun ontvangen uit het buitenland als "buitenlandse agenten" zullen worden geregistreerd; overwegende dat de nieuwe wetten inzake ngo's en inzake het recht van vergadering zijn ingezet om het maatschappelijk middenveld te onderdrukken, afwijkende politieke meningen te doen verstommen en ngo's, democratische oppositie en de media te intimideren;

J.  overwegende dat de federale autoriteiten niets hebben ondernomen om te beletten dat discriminerende wetgeving waarbij een verbod is ingesteld op "het voeren van homoseksuele propaganda" in negen Russische regio's in werking is getreden; overwegende dat de Doema onlangs op nationaal niveau een soortgelijke wet heeft ingevoerd;

K.  overwegende dat leden van de Presidentiële Raad voor de mensenrechten hebben geklaagd over pesterijen, intimidatie, ondervragingen, het doorzoeken van hun kantoren en woningen en andere maatregelen die door de Russische ordehandhavers zijn uitgevoerd;

L.  overwegende dat de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Rusland wordt tegengehouden doordat Rusland er niet in slaagt de democratische waarden volledig te omarmen en de rechtsstaat te versterken;

1.  herinnert Rusland aan het belang van volledige naleving van zijn internationale wettelijke verplichtingen als lid van de Raad van Europa, alsook van de fundamentele mensenrechten en de rechtsstaat die zijn verankerd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR);

2.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de recente repressieve wetten en de willekeurige toepassing daarvan door de Russische autoriteiten, wat vaak leidt tot intimidatie van ngo's, activisten uit het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenactivisten en minderheden;

3.  is diep bezorgd over het feit dat Rusland er niet in slaagt zijn internationale wettelijke verplichtingen na te komen om de vrijheid van vereniging, meningsuiting en vergadering te respecteren, hetgeen een bedreiging vormt voor zowel het voortbestaan van de bruisende civiele samenleving in Rusland als voor de samenwerking met de EU;

4.  uit nogmaals zijn teleurstelling over de wet waarbij aan Russische niet-commerciële organisaties die zich bezighouden met politieke activiteiten en die gefinancierd worden uit het buitenland de status van "buitenlandse agent" wordt toegekend; dringt er bij de Russische autoriteiten op aan ngo's niet meer als "buitenlandse agenten" te laten registreren op basis van een wet die het staatstoezicht op ngo's heeft uitgebreid en waarin een vage definitie van politieke activiteiten is opgenomen waardoor ngo's worden gestigmatiseerd en een klimaat wordt gecreëerd dat het maatschappelijk middenveld vijandig gezind is;

5.  is van mening dat de wijdverbreide, gerichte en indringerige inspecties, de confiscatie van eigendommen en het opleggen van administratiefrechtelijke boetes aan Russische ngo's en hun activisten die naar verluidt buitenlandse steun zouden ontvangen, onaanvaardbaar zijn en indruisen tegen het recht op vrijheid van vereniging; hekelt voorts het feit dat er invallen worden uitgevoerd bij en pressie wordt uitgeoefend op een aantal internationale politieke stichtingen; acht het zeer te betreuren dat enkele ngo's reeds voor het gerecht zijn gedaagd, zoals Memorial in Sint-Petersburg, of al zijn veroordeeld, zoals Golos en het Levada Centrum; is bezorgd over de onderzoeken die zijn ingesteld tegen internationale niet-gouvernementele organisaties die actief zijn bij de opbouw van de democratie in Rusland, met inbegrip van internationale instituten;

6.  dringt er bij de Russische autoriteiten op aan deze problemen aan te pakken door de bovengenoemde wetten in overeenstemming te brengen met de internationale normen en de internationale en constitutionele mensenrechtenverplichtingen van Rusland, alsook met zijn eigen grondwet, met name door onnodige wettelijke, administratiefrechtelijke en andere beperkingen op de activiteiten van ngo's te schrappen;

7.  dringt er bij de vicevoorzitter / hoge vertegenwoordiger, de EDEO en de Commissie op aan tijdens de lopende onderhandelingen over het volgende meerjarig financieel kader en in de loop van de programmeringsfase rekening te houden met de verslechterende situatie van het maatschappelijk middenveld, de gedwongen terugtrekking van andere internationale donoren en de steeds talrijkere verzoeken om steun van de EU, en derhalve te voorzien in een aanzienlijke uitbreiding van de financiële steun van de Unie aan de ngo's en het maatschappelijk middenveld;

8.  is ernstig bezorgd over de negatieve gevolgen van de invoering van een federale wet op "homoseksuele propaganda", die de discriminatie en het geweld tegen lesbiennes, homo's, biseksuelen, transgenders en interseksuelen zou kunnen doen toenemen;

9.  roept de Russische autoriteiten ertoe op politiek pluralisme, vrije media, de rechtsstaat, de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het justitieel apparaat, de vrijheid van meningsuiting en vergadering – ook op het internet – effectieve en onafhankelijke vakbonden en non-discriminatie te waarborgen als een noodzakelijke voorwaarde voor de verdere ontwikkeling en modernisering van Rusland op een zodanige wijze dat het de individuele en collectieve rechten van al haar burgers erkent en beschermt; wijst er nogmaals op dat staten volgens het internationale recht verplicht zijn de financiering van activiteiten van het maatschappelijk middenveld direct of indirect te ondersteunen, met name door het creëren van een gunstig klimaat en zonder hun onafhankelijkheid te belemmeren;

10.  geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over meldingen van politiek gemotiveerde processen, oneerlijke procedures en het niet-onderzoeken van ernstige misdrijven zoals moord, intimidatie en andere gewelddaden, zoals blijkt in de zaken Magnitsky, Chodorkovsky, Politkovskaja en in andere gevallen; dringt er bij de Russische gerechtelijke en rechtshandhavingautoriteiten op aan dat zij hun taken effectief, onpartijdig en onafhankelijk uitvoeren om plegers van misdaden voor het gerecht te brengen;

11.  herinnert aan zijn aanbeveling betreffende gemeenschappelijke visumbeperkingen voor Russische functionarissen die betrokken zijn bij de zaak van ​​Sergej Magnitsky en verzoekt de Raad en de Commissie een EU-breed visumverbod in te stellen tegen – en de in de EU aangehouden financiële tegoeden te bevriezen van – alle functionarissen die betrokken zijn bij de dood van Magnitsky, die postuum wordt vervolgd, alsook jegens andere ernstige mensenrechtenschenders in Rusland; onderstreept dat deze personen niet mogen profiteren van enigerlei visumfaciliteiten in het kader van de desbetreffende overeenkomst tussen de EU en Rusland;

12.  dringt er bij de lidstaten op aan visumaanvragen van vervolgde Russische politieke activisten te vergemakkelijken en positief te beoordelen;

13.  is verheugd over de recente heropening van de procedure in de affaire van de moord op Anna Politkovskaja, meer dan zes jaar nadat ze is neergeschoten, maar deelt de bezorgdheid dat het antwoord op de vraag wie opdracht heeft gegeven tot de moord waarschijnlijk niet aan het licht zal komen;

14.  spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de zaak van Alexei Navalny en betreurt de naar wordt aangenomen politiek gemotiveerde aard van diens vervolging; verzoekt de Russische autoriteiten met klem erop toe te zien dat hem zijn volle rechten worden toegekend en dat zijn proces voldoet aan de internationaal gangbare normen van een eerlijke procesvoering; dringt er in dit verband bij de EU-delegatie en de missies van de lidstaten in Rusland op aan toezicht uit te oefenen op de processen tegen alle mensenrechtenverdedigers, waaronder ook Navalny en anderen, met name op regionaal niveau;

15.  dringt er bij Rusland in verband met de "miljoenenmars" op aan een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de gewelddaden op het Bolotnaya-plein en in het bijzonder een enquête in te stellen naar de beschuldigingen van buitensporig gebruik van geweld tegen demonstranten; uit zijn bezorgdheid over het naar verluidt politiek gemotiveerde karakter van de vervolgingen in verband met de gewelddaden op het Bolotnaya-Plein;

16.  dringt er bij de Russische autoriteiten op aan de vrijheid van de pers en de media zowel online als offline te garanderen, een pluriform medialandschap te bevorderen, zodat mediaplatforms, journalisten en bloggers hun essentiële rol in de Russische samenleving zelfstandig kunnen vervullen, en het vrije verkeer van informatie te waarborgen en de vrijheid van meningsuiting te garanderen; onderstreept het belang van de wetgeving op het gebied van de vrijheid van informatie, die essentieel is voor journalisten en maatschappelijke organisaties om hun rol als waakhonden goed te kunnen vervullen;

17.  roept Rusland op volledig mee te werken aan de speciale procedures van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, onder meer door een permanente uitnodiging te doen uitgaan voor bezoeken aan het land en door positief te reageren op nog in te willigen verzoeken om toegang voor de speciale rapporteurs van de VN inzake de bescherming van mensenrechtenactivisten, de vrijheid van vereniging en vergadering en de vrijheid van meningsuiting in Rusland; roept Rusland ertoe op in te gaan op de aanbevelingen die binnen de Mensenrechtenraad zijn gedaan in het kader van de universele periodieke doorlichting van Rusland om wetgeving die de werkzaamheden van ngo's ongunstig beïnvloedt in te trekken of te herzien en op te houden met de obstructie van mensenrechtenactiviteiten;

18.  verzoekt de Raad de conclusies van de EU-Raad Buitenlandse Zaken inzake de mensenrechten in Rusland aan te nemen, hetgeen bevorderlijk zou zijn om kritische ondersteuning te bieden aan allen die zich in Rusland bezighouden met de bescherming van de mensenrechten en ook om de 27 EU-lidstaten en de EU-instellingen vast te leggen op een gemeenschappelijke boodschap en een gemeenschappelijke strategie met betrekking tot de mensenrechten in Rusland;

19.  dringt er bij Rusland op aan alle mogelijke voorzieningen te treffen om ervoor te zorgen dat alle leden van de Presidentiële Raad voor de mensenrechten, en meer in het algemeen allen die zich inzetten voor de verdediging van de mensenrechten in Rusland, bescherming wordt geboden tegen pesterijen en intimidatie;

20.  spoort de voorzitters van de Raad en de Commissie, alsmede de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, ertoe aan deze zaken van nabij te blijven volgen, deze kwesties binnen verschillende fora en bijeenkomsten met Rusland aan te kaarten en aan het Parlement verslag uit te brengen over hun contacten met de Russische autoriteiten;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

(1) PB C 188 E van 28.6.2012, blz. 37.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0352.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0505.

Laatst bijgewerkt op: 16 november 2015Juridische mededeling