Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2107(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0307/2013

Ingediende teksten :

A7-0307/2013

Debatten :

PV 22/10/2013 - 12
CRE 22/10/2013 - 12

Stemmingen :

PV 23/10/2013 - 11.9
CRE 23/10/2013 - 11.9

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0444

Aangenomen teksten
PDF 384kWORD 94k
Woensdag 23 oktober 2013 - Straatsburg Definitieve uitgave
Georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen
P7_TA(2013)0444A7-0307/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 23 oktober 2013 over georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen: aanbevelingen inzake de benodigde acties en initiatieven (2013/2107(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het besluit dat het overeenkomstig artikel 184 van zijn Reglement op 14 maart 2012 heeft genomen met betrekking tot de instelling, de bevoegdheden, de samenstelling en de ambtstermijn(1) van de Bijzondere Commissie georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen,

–  gezien zijn besluit van 11 december 2012 om de ambtstermijn van de Bijzondere Commissie georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen te verlengen tot 30 september 2013,

–  gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, artikel 67, hoofdstuk 4 (artikelen 82-86) en hoofdstuk 5 (artikelen 87-89) van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name de artikelen 5, 6, 8, 17, 32, 38, 41, titel VI (artikelen 47-50) en artikel 52 daarvan,

–  gezien het programma van Stockholm op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht(2) , de mededelingen van de Commissie getiteld “Een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht voor de burgers van Europa – Actieplan ter uitvoering van het programma van Stockholm” (COM(2010)0171) en “De EU-interneveiligheidsstrategie in actie: vijf stappen voor een veiliger Europa" (COM(2010)0673),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 22 mei 2013, met name wat betreft de noodzaak om belastingontduiking, belastingfraude en het witwassen van geld te bestrijden,

–  gezien de conclusies van de Raad justitie en binnenlandse zaken van 8 en 9 november 2010 over de instelling en tenuitvoerlegging van een EU-beleidscyclus ter bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit, de conclusies van de Raad justitie en binnenlandse zaken van 9 en 10 juni 2011 waarin de prioriteiten van de EU in de strijd tegen de georganiseerde misdaad in de periode 2011-2013 zijn vastgesteld, en de conclusies van de Raad justitie en binnenlandse zaken van 6 en 7 juni 2013 waarin de prioriteiten voor de periode 2014-2017 worden vastgesteld,

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 mei 2010 over confiscatie en ontneming van vermogensbestanddelen (07769/3/2010),

–  gezien de EU-drugsstrategie voor 2005-2012 en 2013-2020 en het EU-drugsactieplan voor 2009-2012,

–  gezien het VN-Verdrag tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, dat op 20 december 1988 door de Algemene Vergadering is aangenomen (resolutie 1988/8) en van 20 december 1988 tot 28 februari 1989 ter ondertekening is opengesteld te Wenen, en vervolgens te New York tot 20 december 1989,

–  gezien het VN-Verdrag tegen de grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, dat op 15 november 2000 door de Algemene Vergadering werd aangenomen (resolutie nr. 55/25) en op 12 december 2000 ter ondertekening werd opengesteld te Palermo, en de bijbehorende protocollen, alsmede het in 2012 verschenen periodiek overzicht van het VN-Bureau voor drugs- en misdaadbestrijding inzake gevallen van georganiseerde criminaliteit,

–  gezien het VN-Verdrag tegen corruptie (UNCAC), dat in Merida ter ondertekening is opengesteld op 9 december 2003,

–  gezien het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie en het Verdrag inzake de civielrechtelijke bestrijding van corruptie van de Raad van Europa, die respectievelijk op 27 januari en 4 november 1999 ter ondertekening zijn opengesteld te Straatsburg, en de resoluties (98) 7 en (99) 5 tot oprichting van de Groep van staten tegen corruptie (GRECO), die het Comité van ministers van de Raad van Europa respectievelijk op 5 mei 1998 en 1 mei 1999 heeft aangenomen,

–  gezien de Akte van de Raad van 26 mei 1997 tot opstelling op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie van de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn(3) ,

–  gezien het Verdrag van de OESO inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren in internationale zakelijke transacties, dat ter ondertekening is opengesteld te Parijs op 17 december 1997, en de latere aanvullingen daarbij,

–  gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme, dat ter ondertekening is opengesteld te Warschau op 16 mei 2005, en Resolutie (2010) 12 van het Comité van ministers van de Raad van Europa van 13 oktober 2010 betreffende het Reglement van het Comité van deskundigen inzake de evaluatie van maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld (MONEYVAL),

–  gezien de Conventie inzake cybercriminaliteit van de Raad van Europa, die ter ondertekening is opengesteld in Boedapest op 23 november 2001,

–  gezien het strategisch concept voor de defensie en veiligheid van de leden van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie "Actief engagement, moderne defensie", dat op 19 en 20 november 2010 door de staatshoofden en regeringsleiders van de NAVO te Lissabon is goedgekeurd,

–  gezien de veertig aanbevelingen en de negen bijzondere aanbevelingen van de financiële actiegroep witwassen van geld FATF inzake de bestrijding van het witwassen van geld,

–  gezien de werkzaamheden van het Bazels Comité voor het bankentoezicht (BCBS),

–  gezien de verslagen van het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) getiteld "De mondialisering van de misdaad: een beoordeling van de dreiging van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad" (2010), "Raming van de illegale geldstromen afkomstig uit drugshandel en andere vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad" (2011) en "Volledige studie naar cybercriminaliteit" (2013),

–  gezien Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit(4) ,

–  gezien Kaderbesluit 2001/500/JBZ van de Raad van 26 juni 2001 inzake het witwassen van geld, de identificatie, opsporing, bevriezing, inbeslagneming en confiscatie van hulpmiddelen en van opbrengsten van misdrijven(5) , Kaderbesluit 2003/577/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de tenuitvoerlegging in de Europese Unie van beslissingen tot bevriezing van voorwerpen of bewijsstukken(6) , Kaderbesluit 2005/212/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 inzake de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, alsmede van de daarbij gebruikte hulpmiddelen en de door middel daarvan verkregen voorwerpen(7) , en Kaderbesluit 2006/783/JBZ van de Raad van 6 oktober 2006 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie(8) ,

–  gezien Besluit 2007/845/JBZ van de Raad van 6 december 2007 betreffende de samenwerking tussen de nationale bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen op het gebied van de opsporing en de identificatie van opbrengsten van misdrijven of andere vermogensbestanddelen die hun oorsprong vinden in misdrijven(9) , en gezien het verslag van de Commissie (COM(2011)0176) op basis van artikel 8 van dat besluit,

–  gezien Besluit 2009/426/JBZ van de Raad van 16 december 2008 inzake het versterken van Eurojust en tot wijziging van Besluit 2002/187/JBZ betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken(10) ,

–  gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol)(11) ,

–  gezien Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken(12) ,

–  gezien Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten(13) , en de daaropvolgende wijzigingen,

–  gezien Kaderbesluit 2002/465/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake gemeenschappelijke onderzoeksteams(14) , en het verslag van de Commissie over de juridische omzetting van dat kaderbesluit (COM(2004)0858),

–  gezien Besluit 2009/902/JBZ van de Raad van 30 november 2009 betreffende de oprichting van een Europees netwerk inzake criminaliteitspreventie (ENCP)(15) ,

–  gezien Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad(16) , en de mededeling van de Commissie met als titel "De EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012-2016" (COM(2012)0286),

–  gezien Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme(17) , en het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van die richtlijn (COM(2012)0168),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten(18) ,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler(19) ,

–  gezien Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG(20) ,

–  gezien Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG(21) ,

–  gezien Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privésector(22) en het verslag van de Commissie aan de Raad op grond van artikel 9 van dat kaderbesluit (COM(2007)0328),

–  gezien Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten(23) , en Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten en de daarop volgende wijzigingen(24) ,

–  gezien Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ van de Raad(25) ,

–  gezien Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad(26) ,

–  gezien Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren(27) ,

–  gezien Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(28) ,

–  gezien het besluit van de Commissie van 28 september 2011 tot oprichting van een groep van corruptiedeskundigen(29) , de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité van 6 juni 2011 met als titel "Corruptiebestrijding in de EU" (COM (2011)0308) en het besluit van de Commissie van 6 juni 2011 tot vaststelling van een EU-breed rapportagesysteem voor periodieke evaluaties in de strijd tegen corruptie ("EU-corruptiebestrijdingsverslag"),

–  gezien het besluit van de Commissie van 14 februari 2012 tot oprichting van een deskundigengroep inzake beleidsbehoeften op het gebied van criminaliteitgegevens, en tot intrekking van Besluit 2006/581/EG(30) ,

–  gezien Aanbeveling 2007/425/EG van de Commissie van 13 juni 2007 betreffende maatregelen tot handhaving van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer(31) ,

–  gezien het Initiatief van het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Republiek Estland, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Slovenië en het Koninkrijk Zweden voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken (2010/0817(COD)),

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2012 betreffende de bevriezing en confiscatie van opbrengsten van misdrijven in de Europese Unie (COM(2012)0085),

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2011 betreffende het gunnen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (COM(2011)0895) en het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2011 betreffende het gunnen van overheidsopdrachten (COM(2011)0896),

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (COM(2013)0045),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie (COM(2013)0044),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2012 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (COM(2012)0499),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad van 29 november 2012 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 wat betreft de financiering van Europese politieke partijen (COM(2012)0712),

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij, en ter vervanging van Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad (COM(2013)0042),

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad over aanvallen op informatiesystemen, en tot intrekking van Kaderbesluit 2005/222/JBZ van de Raad (COM(2010)0517),

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (COM(2012)0010),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming) (COM(2012)0011),

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (COM(2012)0363),

–  gezien het voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie (COM (2013)0534) en het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) (COM(2013)0535),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld "De financiële belangen van de Unie beter beschermen: instelling van een Europees Openbaar Ministerie en hervorming van Eurojust" (COM(2013)0532),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's met als titel "De governance van OLAF en de procedurele waarborgen bij onderzoeken versterken: stapsgewijze benadering ter flankering van de instelling van een Europees Openbaar Ministerie" (COM(2013)0533),

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld "Strategie inzake cyberbeveiliging van de Europese Unie: een open, veilige en beveiligde cyberspace" (JOIN(2013)0001),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad met als titel "Actieplan ter versterking van de strijd tegen belastingfraude en belastingontduiking" (COM(2012)0722),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio´s over "De totstandbrenging van een open en veilig Europa: de begroting voor binnenlandse zaken 2014-2020" (COM(2011)0749),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad met als titel "Eerste jaarverslag over de tenuitvoerlegging van de EU-interneveiligheidsstrategie" (COM(2011)0790),

–  gezien het groenboek van de Commissie over schaduwbankieren (COM(2012)0102),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement "De aanpak van criminaliteit in het digitale tijdperk:oprichting van een Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit" (COM(2012)0140),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over "Een breed Europees kader voor onlinegokken" (COM(2012)0596),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over "Het meten van criminaliteit in de EU: Actieplan voor statistiek 2011-2015" (COM(2011)0713),

–  gezien het verslag van de Commissie aan de Raad over de evaluatie van het Europees netwerk inzake criminaliteitspreventie (COM(2012)0717),

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (het "Prüm-besluit") (COM(2012)0732),

–  gezien de mededeling van de Commissie "Groenboek – naar een geïntegreerde Europese markt voor kaart-, internet- en mobiele betalingen" (COM(2011)0941),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over concrete manieren om de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking, ook in relatie tot derde landen, te versterken (COM(2012)0351),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Werken aan een strafrechtbeleid van de EU: de effectieve uitvoering van EU-beleid waarborgen door middel van strafrecht" (COM(2011)0573),

–  gezien het verslag van de Commissie aan de Raad van 6 juni 2011 over de wijze van deelname van de Europese Unie aan de Groep van staten tegen corruptie van de Raad van Europa (GRECO), COM(2011)0307,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad "Opbrengsten van georganiseerde criminaliteit: misdaad mag niet lonen" (COM(2008)0766),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de rol van Eurojust en van het Europees justitieel netwerk bij de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit en het terrorisme in de Europese Unie (COM(2007)0644),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over het voorkomen en bestrijden van georganiseerde criminaliteit in de financiële sector (COM(2004)0262),

–  gezien het werkdocument van de Commissie over de haalbaarheid van EU-wetgeving op het gebied van de bescherming van getuigen en personen die met justitie samenwerken (COM(2007)0693),

–  gezien zijn aanbeveling van 7 juni 2005 aan de Europese Raad en de Raad over de strijd tegen de financiering van het terrorisme(32) ,

–  gezien zijn resolutie van 8 maart 2011 over belastingen en ontwikkeling – samenwerking met ontwikkelingslanden met het oog op goed bestuur in belastingaangelegenheden(33) ,

–  gezien zijn resoluties van 15 september 2011 over de inspanningen van de EU ter bestrijding van corruptie(34) , van 25 oktober 2011 over georganiseerde criminaliteit in de Europese Unie(35) , van 22 mei 2012 over een EU-aanpak van het strafrecht(36) en van 14 maart 2013 over wedstrijdmanipulatie en corruptie in de sport(37) ,

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2013 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende het bestuursprocesrecht van de Europese Unie(38) ,

–  gezien zijn resolutie van 21 mei 2013 over de strijd tegen belastingfraude, belastingontduiking en belastingparadijzen(39) ,

–  gezien zijn resolutie van 11 juni 2013 over georganiseerde misdaad, corruptie en het witwassen van geld: aanbevelingen inzake de benodigde acties en initiatieven (tussentijds verslag)(40) ,

–  gezien zijn Verklaring van 18 mei 2010 over de inspanningen van de Unie ter bestrijding van corruptie(41) ,

–  gezien het rapport van Europol, Eurojust en Frontex over de interne veiligheid in de EU (2010),

–  gezien het meerjarig strategisch plan van Eurojust voor de periode 2012-2014 en zijn jaarverslag 2011,

–  gezien het door Europol opgestelde SOCTA-rapport (Serious and Organised Crime Threat Assessment) van maart 2013,

–  gezien het door Europol in 2012 opgestelde verslag over de situatie met betrekking tot fraude met betaalkaarten in de Europese Unie,

–  gezien het gezamenlijke verslag van het Europese Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving en Europol "EU Drug Markets Report - A Strategic Analysis" van januari 2013,

–  gezien advies nr. 14/2011 van 13 juni 2011 over de bescherming van gegevens met betrekking tot het voorkomen van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, dat werd goedgekeurd door de werkgroep opgericht op basis van artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de behandeling van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(42) ,

–  gezien de conclusies van de openbare hoorzittingen, de debatten over de werkdocumenten en het tussentijds verslag, de gedachtewisselingen met hooggeplaatste personen, alsook de resultaten van de door de Bijzondere Commissie georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen van het Parlement afgelegde delegatiebezoeken,

–  gezien de bijdragen van hooggeplaatste deskundigen waarom de Bijzondere Commissie georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen speciaal had verzocht,

–  gezien de antwoorden op de aan de nationale parlementen toegezonden vragenlijst met vragen naar hun rol en ervaringen met betrekking tot de strijd tegen georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen van geld, en gezien de resultaten van de op 7 mei 2013 te Brussel gehouden interparlementaire vergadering over hetzelfde onderwerp,

–  gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Bijzondere Commissie georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen (A7-0307/2013),

Georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen

A.  overwegende dat de Bijzondere Commissie georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen (CRIM) een mandaat heeft gekregen om de omvang van georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen te onderzoeken op basis van de best beschikbare dreigingsevaluaties en om passende maatregelen op EU-niveau voor te stellen om deze dreigingen te voorkomen en aan te pakken en ze te bestrijden op internationaal, Europees en nationaal niveau;

B.  overwegende dat de misdaadorganisaties hun invloedssfeer geleidelijk op internationale schaal hebben uitgebreid door in te spelen op de economische globalisering en de nieuwe technologieën, en door met misdaadgroepen uit andere landen allianties te smeden (zoals de Zuid-Amerikaanse drugskartels en de Russische maffia) voor de onderlinge verdeling van markten en invloedssferen; overwegende dat criminele groepen hun activiteiten steeds meer diversifiëren, waardoor steeds nauwere banden ontstaan tussen drugshandel, mensenhandel, hulpverlening bij illegale immigratie, wapenhandel en witwasserij;

C.  overwegende dat corruptie en georganiseerde misdaad ernstige bedreigingen vormen in termen van kosten voor de economie van de EU; overwegende dat misdaadorganisaties hun opbrengsten en infiltratiecapaciteit sterk hebben kunnen verhogen omdat ze actief zijn geworden in een groot aantal, grotendeels onder overheidscontrole vallende sectoren; overwegende dat de georganiseerde misdaad steeds meer is gaan lijken op een sterk zakelijk georiënteerde mondiale speler die tegelijkertijd diverse soorten illegale – maar ook steeds meer legale – goederen en diensten kan leveren en daardoor een steeds sterker stempel drukt op de Europese en mondiale economie, een proces dat een aanzienlijk effect heeft op de belastingopbrengsten van de lidstaten en de Unie als geheel, en waarbij de jaarlijkse kosten voor het bedrijfsleven worden becijferd op 670 miljard euro;

D.  overwegende dat georganiseerde misdaad in termen van aantal slachtoffers een ernstige grensoverschrijdende bedreiging vormt voor de veiligheid in de EU; overwegende dat de georganiseerde misdaad enorme winsten maakt met mensenhandel en met de illegale handel in en het smokkelen van menselijke organen, wapens, drugs en drugsprecursoren, nucleaire, radiologische, biologische en chemische stoffen, geneesmiddelen inclusief receptgeneesmiddelen, namaak van alledaagse consumptiegoederen zoals levensmiddelen en farmaceutische producten, beschermde dier- en plantensoorten en delen daarvan, tabak in ongeacht welke vorm, kunstwerken en diverse andere – vaak nagemaakte – producten; overwegende dat deze handel fiscale verliezen veroorzaakt voor de Europese Unie en de lidstaten, de consumenten, de volksgezondheid en het bedrijfsleven schade toebrengt en daarnaast de verspreiding van andere vormen van georganiseerde misdaad faciliteert;

E.  overwegende dat de criminele activiteiten van de georganiseerde misdaad en de maffia op milieugebied – bestaande uit verschillende vormen van handel in en illegale verwerking van afvalstoffen en de vernietiging van het milieu, de landschappen, het artistiek en het cultureel erfgoed – inmiddels dusdanige internationale proporties hebben aangenomen dat er gezamenlijke inspanningen van alle Europese landen nodig zijn om de gezamenlijke preventie en bestrijding van de milieumaffia doeltreffender te maken;

F.  overwegende dat talloze misdaadorganisaties een op netwerken gebaseerde structuur hebben die wordt gekenmerkt door een hoge mate van flexibiliteit, mobiliteit, connectiviteit en interetniciteit alsmede door een sterke infiltratie- en camouflagecapaciteit; overwegende dat misdaadorganisaties elkaar steeds meer gaan ondersteunen, zodat zij - mede dankzij hun nieuwe internationale structuren en de diversificatie van hun activiteiten - hun verschillen in termen van taal en commerciële belangen kunnen overstijgen en gezamenlijke handelsactiviteiten kunnen ontwikkelen, en aldus hun kosten kunnen beperken en hun winsten in een tijd van mondiale economische crisis kunnen maximaliseren;

G.  overwegende dat er in de EU volgens het SOCTA-rapport 2013 van Europol minstens 3 600 misdaadorganisaties actief zijn, dat 70% hiervan een in geografisch opzicht heterogene samenstelling en invloedssfeer heeft en dat meer dan 30% hiervan meervoudige criminele activiteiten beoefent;

H.  overwegende dat het noodzakelijk is dat Europol, op basis van relevante door de lidstaten verstrekte informatie, evalueert in welke mate bepaalde georganiseerde misdaadgroepen opereren over de binnen- en buitengrenzen van de EU heen en aan welke soorten bijzonder zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie, zoals vermeld in artikel 83 VWEU, zij zich schuldig maken, waarbij Europol telkens een ander domein dient te onderzoeken, en overwegende dat deze evaluatie van nabij moet worden gevolgd door het Europees Parlement, de nationale parlementen en andere relevante partijen om de toegevoegde waarde van het optreden van de EU en de samenwerking tussen de politiële en rechterlijke instanties van de lidstaten en derde landen en internationale organisaties beter te kunnen aansturen en te kunnen garanderen;

I.  overwegende dat misdaadorganisaties kunnen profiteren van een grijze zone wat betreft samenspanning met andere partijen en voor bepaalde activiteiten allianties kunnen smeden met witteboordencriminelen (ondernemers, overheidsambtenaren op alle besluitvormingsniveaus, politici, banken, beroepsbeoefenaren, enzovoort), die op zich weliswaar geheel buiten de structuur van misdaadorganisaties staan, maar daar wel wederzijds lucratieve zakelijke betrekkingen mee onderhouden;

J.  overwegende dat de geldstromen die worden gegenereerd door de internationale drugshandel die door maffiose organisaties wordt bedreven, volgens aanwijzingen van het VN-Bureau voor drugs- en misdaadbestrijding in veel gevallen verlopen via bankinstellingen uit verschillende landen in de wereld en dat er derhalve behoefte is aan een gecoördineerd internationaal onderzoek om langs de bancaire kanalen vast te stellen welke financiële actoren betrokken zijn bij de internationale drugshandel;

K.  overwegende dat de economische crisis van de afgelopen jaren heeft geleid tot ingrijpende veranderingen op de belangenterreinen van de georganiseerde misdaad, die snel de nieuwe kansen heeft weten te grijpen, en dat daardoor nieuwe golven van migranten zijn ontstaan, die hunkeren naar betere levens- en werkomstandigheden, maar soms ook het slachtoffer worden van misdaadorganisaties die hen uitbuiten en als ongeschoolde krachten gebruiken;

L.  overwegende dat het feit dat de moderne misdaadorganisaties als ondernemingen functioneren, een van hun belangrijkste kenmerken is en dat zij hun activiteiten sterk afstemmen op de marktvraag naar goederen en diensten, daarbij nauw samenwerken met andere criminele en niet-criminele organisaties en zich voortdurend heen en weer bewegen tussen de ogenschijnlijk legale dimensie van hun activiteiten, corruptiemethoden en intimidatie enerzijds en de bevordering van hun illegale doelstellingen (zoals geldwitwasserij) anderzijds;

M.  overwegende dat de grensoverschrijdende dimensie van de georganiseerde misdaad inmiddels nog verder is uitgegroeid dankzij het gemak waarmee misdaadorganisaties gebruik kunnen maken van allerlei vervoermiddelen, beproefde routes en bestaande infrastructuren, ook buiten de Europese Unie; voorts overwegende dat de georganiseerde misdaad met name de ontwikkeling van de communicatie- en vervoersinfrastructuur die momenteel in Afrika plaatsvindt, dreigt te misbruiken om haar illegale handelsactiviteiten te faciliteren;

N.  overwegende dat de Europese routes, en met name de routes via de westelijke Balkanlanden, een spilfunctie blijven vervullen bij de handel in mensen, wapens, drugs (en drugsprecursoren), alsook bij de witwasactiviteiten van een groot aantal in Europa opererende misdaadgroepen; overwegende dat de voor de Europese Unie bestemde heroïne binnenkomt via wisselende routes;

O.  overwegende dat de slachtoffers van mensenhandel met geweld, onder dwang of via bedrog worden gerekruteerd, vervoerd of ondergebracht met het oog op seksuele uitbuiting, dwangarbeid of gedwongen diensten, zoals bedelen, slavernij, criminele activiteiten, huishoudelijke diensten, adoptie of gedwongen huwelijken of de verwijdering van organen; overwegende dat deze slachtoffers worden uitgebuit en volledig worden onderworpen aan hun smokkelaars of uitbuiters, dat zij verplicht worden om deze laatste enorme schulden terug te betalen, waarbij hun identiteitspapieren vaak worden afgenomen en zij worden opgesloten, afgezonderd en bedreigd, dat zij voortdurend in angst leven en vrezen voor vergelding, geen geld hebben en dat hun schrik wordt aangejaagd voor de plaatselijke overheid, waardoor zij alle hoop verliezen;

P.  overwegende dat fenomenen zoals mensenhandel en handel in menselijke organen, gedwongen prostitutie, slavernij of de inrichting van werkkampen vaak het werk zijn van grensoverschrijdende misdaadorganisaties; overwegende dat met name mensenhandel opbrengsten genereert in de orde van grootte van 25 miljard euro per jaar en dat dit misdaadfenomeen alle landen van de EU raakt; overwegende dat de inkomsten uit de handel in wilde dieren en delen daarvan geraamd worden op 18 tot 26 miljard euro per jaar en dat de EU wereldwijd de belangrijkste bestemmingsmarkt is voor deze handel;

Q.  overwegende dat hoewel mensenhandel evolueert naargelang van de veranderende sociaaleconomische omstandigheden, de slachtoffers hoofdzakelijk uit landen en regio's komen waar de economische en sociale omstandigheden slecht zijn, en overwegende dat de factoren die hen kwetsbaar maken voor mensenhandel, al jarenlang dezelfde zijn; overwegende dat een bloeiende seksindustrie en de vraag naar goedkope arbeidskrachten en producten tot de andere oorzaken van mensenhandel behoren, en dat slachtoffers van mensenhandel doorgaans worden gelokt met de belofte van een betere levenskwaliteit en een beter bestaan voor henzelf en/of hun familie;

R.  overwegende dat de exacte omvang van de mensenhandel in de EU weliswaar nog steeds niet eenvoudig te bepalen is omdat deze vorm van misdaad vaak schuilgaat achter andere vormen van misdaad of niet wordt geregistreerd of onderzocht, dat het totale aantal personen in de lidstaten van de EU dat gedwongen arbeid verricht op 880 000 wordt geraamd, waarvan er naar schatting 270 000 het slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting, en dat de meesten daarvan vrouwen zijn; overwegende dat mensenhandel en slavernij zeer lucratieve vormen van criminaliteit zijn die vaak het werk zijn van grensoverschrijdende misdaadorganisaties; overwegende dat dit fenomeen zich in alle EU-landen voordoet, maar dat niet alle lidstaten de desbetreffende internationale instrumenten hebben geratificeerd, hetgeen de bestrijding van mensenhandel effectiever zou maken; overwegende dat slechts negen lidstaten de bepalingen van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel volledig hebben omgezet en uitgevoerd, en dat de Commissie de EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012-2016 nog altijd niet volledig heeft uitgevoerd;

S.  overwegende dat de illegale sigarettenhandel jaarlijks leidt tot een verlies voor de staatskas van ongeveer tien miljard euro; overwegende dat de jaarlijkse omzet van de wereldwijde handel in handvuurwapens wordt geraamd op ca. 130 à 250 miljoen euro en dat er in Europa meer dan tien miljoen illegale wapens circuleren, die een ernstige bedreiging vormen voor de veiligheid van de burgers en voor de rechtshandhaving; overwegende dat namaakmedicijnen, die soms gezondheids- of levensbedreigend zijn, aan Europeanen worden aangeboden tegen bodemprijzen op 30 000 aantrekkelijke websites, waarvan er 97% illegaal zijn; een en ander heeft naar schatting een effect op de Europese volksgezondheid dat kan oplopen tot 3 miljard euro per jaar, waarbij het merendeel van de namaakmedicijnen afkomstig is uit China en India;

T.  overwegende dat het recente verslag van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten van migranten in de EU bewijsmateriaal bevat dat erop wijst dat migranten in veel detentiecentra van Frontex worden behandeld op een wijze die indruist tegen hun grondrechten;

U.  overwegende dat misdaadorganisaties op frauduleuze wijze gebruik maken van het internet en aldus in staat zijn hun illegale handel in psychoactieve stoffen, vuurwapens, stoffen die worden gebruikt voor de productie van explosieven, valse bankbiljetten, nagemaakte producten en andere producten die inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten, diensten en met uitsterven bedreigde dier- en plantensoorten steeds verder uit te breiden teneinde accijnzen of andere belastingen op de verkoop van echte goederen te ontwijken, en – met toenemend succes – te experimenteren met steeds nieuwe criminele activiteiten, waaruit blijkt met welk extreem gemak zij zich aanpassen aan de moderne technologieën;

V.  overwegende dat cybercriminaliteit steeds vaker economische en sociale schade toebrengt aan miljoenen consumenten en dat de aldus ontstane jaarlijkse verliezen worden geraamd op 290 miljard euro(43) ;

W.  overwegende dat omkoping van overheidsambtenaren voor misdaadorganisaties vaak een middel is om illegale handel te bedrijven, daar zij onder meer op die manier in staat worden gesteld toegang te verkrijgen tot vertrouwelijke informatie, in het bezit te komen van valse documenten, openbare aanbestedingsprocedures naar hun hand te zetten, opbrengsten wit te wassen en zich te ontrekken aan het misdaadbestrijdingsoptreden van politie en justitie;

X.  overwegende dat de uit Midden- en Zuid-Amerika afkomstige cocaïne in Europa wordt afgezet via havens in Noordwest-Europa, op het Iberische schiereiland en in het Zwarte-Zeegebied;

Y.  overwegende dat er op de Europese markt in 2012 meer dan zeventig nieuwe psychoactieve stoffen zijn verschenen; overwegende dat de georganiseerde misdaad steeds vaker gebruikt maakt van illegale laboratoria in diverse gebieden van de Europese Unie om uit legale chemische stoffen eerst precursoren voor synthetische drugs en vervolgens deze drugs zelf te produceren;

Z.  overwegende dat de lidstaten en de EU relatief nieuwe sectoren van georganiseerde misdaad moeten zien op te sporen en te bestrijden, waaronder handel in zeldzame mineralen of gestolen metalen en de verwijdering van giftig afval, welke een negatief effect hebben op de legale markten;

AA.  overwegende dat de overheids- en de privésector nu steeds vaker met elkaar in aanraking komen en met elkaar verweven raken, en dat zich derhalve steeds vaker situaties voordoen waarin belangenconflicten kunnen ontstaan;

AB.  overwegende dat de productiviteitskloof tussen de lidstaten een van de factoren is die de eurozone bedreigen; overwegende dat deze kloof op middellange en lange termijn leidt tot een concurrentiekloof, die niet kan worden overbrugd met een monetaire devaluatie en gepaard gaat met harde en politiek onhoudbare bezuinigingsprogramma's die beogen een interne devaluatie te bewerkstelligen; overwegende dat de stelselmatige corruptie in de overheidssector grote hinderpalen opwerpt voor de efficiëntie, de directe buitenlandse investeringen en de innovatie en dat de goede werking van de monetaire unie hierdoor wordt belemmerd;

AC.  overwegende dat corruptie volgens de Wereldbank 5% van het wereldwijde bbp uitmaakt (2,6 biljoen dollar), en dat er jaarlijks voor ruim 1 miljard dollar aan steekpenningen wordt betaald; overwegende dat corruptie 10 % uitmaakt van de totale kosten van het wereldwijde zakendoen en 25 % van de kosten van overheidsopdrachten in ontwikkelingslanden(44) ;

AD.  overwegende dat er zich in de overheidssectoren van de EU minstens 20 miljoen gevallen van kleine corruptie voordoen en dat duidelijk is dat dit fenomeen ook een spillover-effect heeft op de overheidssectoren van de lidstaten (en de daarbij betrokken politici) die EU-middelen moeten beheren en andere financiële belangen moeten behartigen;

AE.  overwegende dat door middel van geldovermakingen gecreëerde zwartgeldstromen de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector aantasten en een gevaar betekenen voor de interne markt van de Unie; overwegende dat de volledige traceerbaarheid van geldovermakingen een bijzonder nuttig hulpmiddel kan zijn bij de voorkoming van, het onderzoek naar en de opsporing van witwaspraktijken en terrorismefinanciering;

AF.  overwegende dat de vorderingen op het gebied van nieuwe technologie en betalingsmethoden zouden moeten leiden tot een veiliger samenleving met relatief weinig contant geldverkeer, maar dat het gebruik van contant geld niettemin gangbare praktijk blijft, zoals blijkt uit cijfers van de ECB over de uitgifte van bankbiljetten, die aangeven dat het volume aan bankbiljetten sinds 2002 gestaag is toegenomen (met name wat betreft de grotere coupures); overwegende dat het verkeer van omvangrijke bedragen aan contant geld uit illegale bronnen nog steeds een punt van zorg is voor de rechtshandhavingsinstanties en dat dit nog altijd een van de favoriete methoden is om de opbrengst van criminele activiteiten te repatriëren;

Bescherming van de burgers en van de legale economie

AG.  overwegende dat de veiligheid van burgers en consumenten, het vrije verkeer, de bescherming van ondernemingen, de vrije en eerlijke concurrentie, de noodzaak om te voorkomen dat de accumulatie van illegaal vergaarde financiële activa en middelen de werking van de legale economie verstoort, en de fundamentele democratische beginselen waarop de EU en de lidstaten berusten ernstig in gevaar worden gebracht door de verspreiding van georganiseerde misdaad, corruptie en witwaspraktijken; overwegende dat er op alle niveaus een sterke politieke wil nodig is om deze verschijnselen uit te roeien;

AH.  overwegende dat de georganiseerde misdaad zich, behalve aan intimidatie en geweld, ook schuldig maakt aan steeds geraffineerdere en winstgevendere vormen van fraude die aanzienlijke middelen onttrekken aan de legale economie en de groeimogelijkheden belemmeren, met name in moeilijke tijden zoals nu het geval is; overwegende dat georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen door de wijdvertakte infiltratie in de legale economie een verwoestend effect hebben op de lidstaten;

AI.  overwegende dat de winsten uit illegale activiteiten volgens het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) op wereldvlak circa 3,6% van het mondiale bbp bedragen en dat de witwasstromen momenteel over de hele wereld worden becijferd op ca. 2,7% van het mondiale bbp; overwegende dat volgens ramingen van de Commissie alleen al in de Europese Unie de kosten van corruptie jaarlijks 120 miljard euro, oftewel 1% van het bbp van de EU, bedragen; overwegende dat daardoor grote hoeveelheden middelen worden onttrokken aan de economische en sociale ontwikkeling, de staatskas en het welzijn van de burgers;

AJ.  overwegende dat de banden tussen misdaadorganisaties en terroristische groeperingen steeds nauwer worden; overwegende dat het daarbij niet alleen gaat om regelrechte structurele banden, maar onder meer ook om onderlinge dienstverlening, om geldelijke en om andere vormen van materiële ondersteuning; overwegende dat deze banden een ernstige bedreiging vormen voor de integriteit van de Europese Unie en de veiligheid van haar burgers;

AK.  overwegende dat een overmaat aan bureaucratie het ontplooien van legale economische activiteiten kan ontmoedigen en tot omkoping van overheidsambtenaren kan aanzetten; overwegende dat grootschalige corruptie een ernstige bedreiging vormt voor de democratie, de rechtsstaat en de gelijke behandeling van alle burgers door de overheid, en bovendien het bedrijfsleven kan opzadelen met onnodige kosten, zodat bedrijven niet eerlijk met elkaar kunnen concurreren; overwegende dat corruptie de economische ontwikkeling in gevaar kan brengen doordat middelen verkeerd worden besteed en dat dit met name ten koste gaat van de openbare dienstverlening en in het bijzonder van de sociale dienstverlening en het maatschappelijk welzijn;

AL.  overwegende dat corruptie volgens 74% van de Europese burgers een van de grootste nationale en internationale problemen is(45) en dat omkopingsfenomenen zich in alle geledingen van de maatschappij voordoen; voorts overwegende dat corruptie het vertrouwen van de burgers in de democratische instellingen ondermijnt en afbreuk doet aan een efficiënte vrijwaring van de rechtsstaat door de gekozen regeringen, omdat daardoor voorrechten en dus sociale ongelijkheid ontstaan; overwegende dat het wantrouwen jegens de politieke klasse toeneemt in tijden van ernstige economische crisis;

AM.  overwegende dat niet alle Europese landen beschikken over een normalisatiesysteem en over geïntegreerde bescherming van de toegang van burgers tot informatie bij wijze van monitorings- en kennisinstrument, om binnen de Europese Unie een daadwerkelijke Freedom of Information Act tot stand te kunnen brengen;

AN.  overwegende dat, zeker nu er een economische crisis heerst, gezonde bedrijven meer moeite hebben om toegang tot krediet te verkrijgen wegens de hogere kosten en de hogere garanties die banken vragen; overwegende dat bedrijven die in economische moeilijkheden verkeren soms gedwongen zijn zich tot misdaadorganisaties te wenden om krediet voor investeringsdoeleinden te verkrijgen, waardoor misdaadgroepen de financiële opbrengsten uit misdrijven kunnen doorsluizen naar legale economische activiteiten;

AO.  overwegende dat er steeds verfijndere vormen van witwassen worden ontwikkeld en dat daarbij bijvoorbeeld ook de illegale – en soms ook legale – gokcircuits betrokken zijn, met name in de context van sportwedstrijden; overwegende dat de gokindustrie zich goed leent voor het witwassen van geld; overwegende dat de georganiseerde misdaad eveneens vaak een spil is in matchfixing, dat wordt beschouwd als een rendabele vorm van misdaad;

AP.  overwegende dat de georganiseerde misdaad vaak persoonsgegevens die op frauduleuze wijze en soms online verkregen zijn, gebruikt om valse documenten te maken of echte documenten te vervalsen en op die manier andere strafbare feiten te plegen; overwegende dat volgens een onderzoek van de Commissie(46) 8% van de internetgebruikers in de Europese Unie het slachtoffer is geworden van identiteitsdiefstal of daar hoe dan ook ervaring mee heeft opgedaan, en dat 12% het slachtoffer is geworden van de een of andere vorm van onlinefraude; overwegende dat de bescherming van persoonsgegevens op het internet essentieel is in de strijd tegen onlinecriminaliteit en een belangrijk middel is om het vertrouwen van burgers in internetdiensten te herstellen;

AQ.  overwegende dat witwassen niet alleen samenhangt met de kenmerkende activiteiten van de georganiseerde misdaad, maar ook met corruptie, belastingfraude en belastingontduiking; overwegende dat belastingfraude, belastingontduiking, belastingontwijking en agressieve belastingplanning ervoor zorgen dat er in de EU jaarlijks naar schatting een schandalige 1 biljoen euro aan potentiële belastinginkomsten verloren gaat, d.w.z. ongeveer 2 000 euro per Europese burger per jaar, zonder dat er hiertegen gepaste maatregelen worden genomen;

AR.  overwegende dat er steeds verfijndere vormen van witwassen bestaan en dat daarbij bijvoorbeeld ook de illegale – en soms ook de legale – gokcircuits betrokken zijn, met name in de context van sportwedstrijden; overwegende dat de georganiseerde misdaad vaak ook een centrale rol speelt bij het manipuleren van wedstrijden, wat als een rendabele vorm van misdaad wordt beschouwd;

AS.  overwegende dat de georganiseerde misdaad zich steeds vaker bezighoudt met de namaak van de meest uiteenlopende producten, van luxegoederen tot goederen voor dagelijks gebruik; overwegende dat hierdoor ernstige risico´s ontstaan voor de gezondheid van de consumenten, de veiligheid op de werkplek in gevaar wordt gebracht, de betrokken bedrijven schade wordt berokkend en enorme verliezen ontstaan voor de staatskas; overwegende dat namaak in de samenleving soms wordt geaccepteerd, omdat men denkt dat namaak geen echte slachtoffers maakt, maar dat het risico voor de betrokken misdaadorganisaties dat zij worden betrapt daardoor wel kleiner wordt;

AT.  overwegende dat de steeds grotere frequentie van tegen de agrovoedingsmiddelenindustrie gerichte misdrijven de gezondheid van de Europese burgers ernstig in gevaar brengt en enorme schade toebrengt aan de landen die een troef hebben gemaakt van hun hoogwaardige levensmiddelen;

AU.  overwegende dat er volgens de Commissie in 2011 als gevolg van niet-naleving of niet-inning 193 miljard euro aan btw-inkomsten verloren is gegaan; overwegende dat de omvang van belastingfraude en belastingontwijking het vertrouwen en het geloof van de burgers in de billijkheid en de legitimiteit van de belastinginning en het belastingsysteem als geheel ondermijnt; overwegende dat het btw-deficit bijna verdubbeld is sinds 2006 en dat naar schatting een derde van dit deficit het gevolg is van btw-fraude; overwegende dat de uitbreiding van de uitvoerende bevoegdheden van OLAF in de strijd tegen btw-fraude zou kunnen bijdragen tot een drastische verlaging van het aantal gevallen van btw-fraude;

AV.  overwegende dat de kost van corruptie bij overheidsaanbestedingen in 2010 alleen al in acht lidstaten tussen 1,4 en 2,2 miljard euro bedroeg;

De behoefte aan een gemeenschappelijke Europese aanpak

AW.  overwegende dat de opneming van maffiaorganisaties als aandachtspunt in de door de Raad justitie en binnenlandse zaken van 6 en 7 juni 2013 vastgestelde prioriteiten voor de beleidscyclus 2014-2017 voor de bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit laat zien dat de Commissie CRIM, net als het Europees Parlement in het algemeen, hierin een toonaangevende rol vervult, aangezien een belangrijk deel van de hoorzittingen van deze commissie betrekking heeft op dit thema, en dat dit een blijk van erkenning is voor het doelbewuste gemeenschappelijke beleid dat de Europese instellingen voeren ter bestrijding van de dreiging die uitgaat van de maffia en de misdaadsystemen;

AX.  overwegende dat, zoals Europol in 2013 heeft bevestigd, een van de grootste gevaren bij de bestrijding van de maffia schuilt in het feit dat wellicht wordt onderschat hoe wijdverbreid en complex het verschijnsel is, over welke uitzonderlijke organisatorische vaardigheden criminelen beschikt en hoe goed zij zich kunnen aanpassen aan de verschillende territoriale en sociale omstandigheden, waarbij de maffia soms afziet van de "militaire controle" over een gebied om in plaats daarvan "onder water te gaan" om enorme winsten te kunnen boeken en tegelijkertijd onzichtbaar te blijven;

AY.  overwegende dat misdaadorganisaties alles in huis hebben om munt te slaan uit het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal in de Europese Unie en uit de verschillen in wetgeving en rechtstradities tussen de lidstaten; overwegende dat belastingparadijzen en landen met niet-transparante of schadelijke belastingpraktijken een essentiële rol spelen in het witwassen van opbrengsten; overwegende dat de permanent verstorende invloed van belastingparadijzen kan leiden tot kunstmatige geldstromen en schadelijke effecten binnen de interne markt van de EU; overwegende dat schadelijke belastingconcurrentie binnen de Europese Unie duidelijk ingaat tegen de logica van de interne markt; overwegende dat meer moet worden gedaan om de heffingsgrondslagen binnen een steeds hechter wordende economische, fiscale en budgettaire Unie te harmoniseren;

AZ.  overwegende dat er op Europees niveau al inspanningen zijn ondernomen om tot een evenwichtig wettelijk en juridisch kader inzake georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen te komen; overwegende dat bepaalde doelstellingen in de strijd tegen georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen niet door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt wanneer zij alleen opereren; overwegende dat er hoe dan ook behoefte is aan nieuwe acties en harmonisatie van nationale wetgeving om aan die veelvormige verschijnselen het hoofd te kunnen bieden;

BA.  overwegende dat de nationale wetgevers in de strijd tegen de georganiseerde misdaad snel en efficiënt moeten kunnen reageren op veranderende structuren en nieuwe vormen van criminaliteit en dat alle lidstaten, met name sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, garant moeten staan voor een Unie die opkomt voor vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid;

BB.  overwegende dat de bescherming van de financiële belangen van de Unie en van de euro prioriteit moet krijgen; overwegende dat met het oog daarop paal en perk moet worden gesteld aan het om zich heen grijpende fenomeen van misdaadorganisaties die zich wederrechtelijk Europese gelden toe-eigenen (via zogenaamde "communautaire fraude") en zich schuldig maken aan vervalsing van de euro; overwegende dat programma's als Hercules, Fiscalis, Douane en Pericles op EU-niveau zijn uitgewerkt om de financiële belangen van de Unie te beschermen en transnationale en grensoverschrijdende criminele en illegale activiteiten te bestrijden;

BC.  overwegende dat wederzijdse erkenning wordt beschouwd als een grondbeginsel van de justitiële samenwerking in civiele en strafzaken tussen de lidstaten van de Unie;

BD.  overwegende dat, zoals ook wordt bevestigd in het in 2012 verschenen periodiek overzicht van het VN-Bureau voor drugs- en misdaadbestrijding, "er vaak gebruik moet worden gemaakt van speciale onderzoekstechnieken bij het onderzoek naar en de vervolging van georganiseerde criminaliteit. Daaraan zijn dan ook de successen te danken die via doelgerichte en complexe onderzoeken in een aantal gevallen blijken te zijn behaald"; overwegende dat de lidstaten in artikel 20, lid 1, van het VN-Verdrag van Palermo worden verzocht speciale onderzoekstechnieken te gebruiken "teneinde de georganiseerde misdaad doeltreffend te bestrijden"; overwegende dat dergelijke technieken in een democratische samenleving bij wet geregeld, evenredig en noodzakelijk moeten zijn, en onderworpen moeten zijn aan toezicht door gerechtelijke autoriteiten en andere onafhankelijke instanties in de vorm van voorafgaande toestemming, controle tijdens het onderzoek of evaluatie achteraf, ter garantie van de volledige overeenstemming van deze technieken met de mensenrechten, zoals gevraagd door het Comité van Ministers van de Raad van Europa in zijn aanbeveling nr. 10 uit 2005 over bijzondere onderzoekstechnieken in verband met ernstige misdrijven, inclusief terroristische handelingen;

BE.  overwegende dat justitiële onafhankelijkheid een cruciaal element is in het concept van de scheiding van machten, en dat voorts ook een efficiënt, onafhankelijk en onpartijdig rechtsstelsel essentieel is voor de rechtsstaat, de bescherming van de mensenrechten en de burgerlijke vrijheden van de Europese burgers; overwegende dat de justitiële instanties niet onderhevig mogen zijn aan enigerlei beïnvloeding of belangenverstrengeling van welke aard dan ook;

BF.  overwegende dat deze resolutie bedoeld is om politieke richtsnoeren te geven met betrekking tot toekomstige wetgeving van de Commissie en de lidstaten;

Naar een homogener en coherenter wetgevingskader / Bescherming en ondersteuning van slachtoffers

1.  herhaalt de standpunten die tot uitdrukking zijn gebracht in de in zijn tussentijds verslag opgenomen resolutie van 11 juni 2013, die het in de onderhavige resolutie nogmaals wil bevestigen en aanvullen, ook met betrekking tot de verwachtingen die hierin niet nadrukkelijk zijn vermeld;

2.  verzoekt de Commissie een Europees actieplan tegen georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen te lanceren en daarin wetgevingsmaatregelen en positieve acties op te nemen voor een efficiënte bestrijding van deze vormen van criminaliteit;

3.  verzoekt alle lidstaten met klem om onverwijld en conform de regels alle bestaande Europese en internationale wetgevingsinstrumenten inzake georganiseerde misdaad, corruptie en witwasserij om te zetten in hun nationale wetgeving; dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan de routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten of beklaagden in strafprocedures, o.a. in de vorm van een richtlijn inzake voorlopige hechtenis, te voltooien;

4.  ondersteunt de beleidscyclus ter bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit die voor de periode 2011-2013 en daarna voor 2014-2017 in gang is gezet, en verzoekt de lidstaten en de Europese agentschappen zich ervoor te beijveren dat dit initiatief tastbare resultaten oplevert; is van mening dat deze beleidscyclus deel moet uitmaken van een breder Europees actieplan ter bestrijding van georganiseerde misdaad en misdaadsystemen; is van mening dat ook corruptie reeds met ingang van de voor oktober 2015 geplande herziening van deze cyclus deel moet gaan uitmaken van de horizontale prioriteiten daarvan;

5.  verzoekt de Raad van de Europese Unie tijdig over te gaan tot herziening van zijn conclusies van 8 en 9 november 2010 betreffende de instelling en uitvoering van een EU-beleidscyclus voor de bestrijding van zware en georganiseerde internationale criminaliteit, zodat ook het Europees Parlement – conform de geest van het Verdrag van Lissabon – kan worden betrokken bij de vaststelling van de prioriteiten, het overleg over de strategische doelstellingen en de evaluatie van de resultaten van de beleidscyclus; verlangt dat de Raad het Parlement informeert over de resultaten van de eerste beleidscyclus 2011-2013 en dat het Permanent Comité binnenlandse veiligheid (COSI) elk jaar wordt gehoord om in detail te worden geïnformeerd over de vorderingen van de jaarlijkse plannen voor het realiseren van de strategische doelstellingen;

6.  verzoekt de Commissie nogmaals gemeenschappelijke normen voor de rechtspleging voor te stellen en aldus de integratie en samenwerking tussen de lidstaten te versterken; verzoekt de Commissie met name om op basis van een evaluatieverslag over de uitvoering van het kaderbesluit inzake de bestrijding van georganiseerde criminaliteit, en voortbouwend op de meest geavanceerde wetgeving van de lidstaten tegen 2013 met een wetgevingsvoorstel te komen tot vaststelling van een gemeenschappelijke definitie van georganiseerde misdaad, waartoe o.a. ook deelname aan een transnationale criminele organisatie moet worden gerekend en waarin duidelijk wordt aangegeven dat dergelijke criminele groeperingen bedrijfsmatig zijn opgezet, strak zijn georganiseerd en technisch geavanceerd te werk gaan, en vaak gebruik maken van intimidatie en chantage; verzoekt de Commissie tevens rekening te houden met artikel 2, letter a), van het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad;

7.  benadrukt dat de EU-bepalingen op het gebied van het materiële strafrecht de grondrechten en de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, alsook de standpunten die het Parlement heeft bepleit in zijn resolutie van 22 mei 2012 over een EU-aanpak van het strafrecht, in acht dienen te nemen;

8.  verzoekt de Commissie om misbruik en uitbuiting van slachtoffers van mensenhandel strafbaar te stellen, en dringt erop aan onverwijld een op EU-niveau vergelijkbaar en betrouwbaar systeem voor gegevensverzameling te ontwikkelen dat gebaseerd is op in gemeenschappelijk overleg overeengekomen betrouwbare indicatoren, in samenwerking met de lidstaten en de betrokken internationale instellingen; verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk uitvoering te geven aan alle maatregelen en instrumenten die zijn vermeld in de mededeling over de "EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012-2016", en om op EU-niveau een Waarnemingscentrum tegen mensenhandel op te zetten, waarvan gebruik kan worden gemaakt door alle overheden , wetshandhavingsinstanties en ngo's; verzoekt de Commissie en de EDEO de externe dimensie te versterken en meer invulling te geven aan de preventieve reikwijdte van maatregelen en programma's, met name via bilaterale overeenkomsten met de landen van herkomst en doorreis, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan niet-begeleide minderjarigen; roept de Commissie en de lidstaten ertoe op mensenhandel maatschappelijk onaanvaardbaar te maken door het voeren van krachtige en langdurige bewustmakingscampagnes, die jaarlijks moeten worden geëvalueerd in het kader van de Europese Dag tegen mensenhandel;

9.  verzoekt de Commissie om een geïntegreerd en samenhangend anticorruptiebeleid op te zetten; pleit ervoor dat de Commissie bij de opstelling van haar verslag over het optreden van de lidstaten en de EU-instellingen tegen corruptie een lijst met concrete aanbevelingen voor elke lidstaat en EU-instelling voorstelt en daarin opneemt, en daarbij aandacht besteedt aan voorbeelden van optimale praktijken voor corruptiebestrijding, teneinde te bevorderen en ertoe aan te sporen dat de lidstaten en de EU-instellingen op langere termijn collegiale toetsingen organiseren; pleit er tevens voor dat de Commissie per land met een uitgebreid overzicht komt van de gebieden die kwetsbaar zijn voor corruptie; verzoekt de Commissie erop toe te zien dat het volgende verslag in 2015 wordt gepubliceerd teneinde de voortgang in de tijd van de inspanningen van de lidstaten en de EU-instellingen bij de bestrijding van corruptie bij te houden; verzoekt de Commissie regelmatig aan het Europees Parlement verslag uit te brengen over de door de lidstaten getroffen maatregelen en de bestaande Europese wetgeving waar nodig aan te passen;

10.  is van oordeel dat wetten inzake laster en smaad het melden van gevallen van corruptie kunnen ontmoedigen; dringt er daarom op aan dat de lidstaten laster en smaad in hun respectieve rechtsstelsels niet langer strafbaar stellen, althans voor gevallen waarin het gaat om beschuldigingen inzake georganiseerde misdaad, corruptie en het witwassen van geld in de lidstaten en daarbuiten;

11.  roept de Commissie op regelmatig aan het Europees Parlement verslag uit te brengen over de acties die door de lidstaten zijn ondernomen tegen georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen;

12.  verzoekt de Commissie om in haar in 2013 in te dienen voorstel tot harmonisatie van de strafrechtelijke bepalingen inzake het witwassen van geld op basis van de beste praktijken van de lidstaten een gemeenschappelijke definitie op te nemen van het delict dat wordt omschreven als "witwassen van door eigen misdrijf verkregen opbrengsten";

13.  neemt kennis van de recente wetgevingsvoorstellen tot oprichting van het Europees Openbaar Ministerie (EPPO) en van het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust), en dringt aan op de spoedige aanneming daarvan; acht het van cruciaal belang dat het EPPO wordt ondersteund door een duidelijk kader voor procedurele rechten en dat de strafbare feiten waarvoor het bevoegd is helder worden gedefinieerd;

14.  verzoekt de Commissie om vóór eind 2013 met een wetgevingsvoorstel te komen voor de invoering van een effectief en integraal Europees programma ter bescherming van klokkenluiders die in de particuliere en overheidssector wanbeheer en onregelmatigheden vaststellen en zaken rapporteren betreffende nationale en grensoverschrijdende corruptie die de financiële belangen van de EU schaden, alsmede voor de bescherming van getuigen, informanten en personen die met justitie samenwerken, en in het bijzonder mensen die getuigenis afleggen tegen maffieuze en andere criminele organisaties, met het oog op het vinden van een oplossing voor de moeilijke omstandigheden waaronder zij moeten leven en die variëren van het risico voor vergelding tot het uiteenvallen van hun familiebanden of het feit dat zij hun vertrouwde omgeving moeten verlaten en dat zij maatschappelijk worden uitgesloten en geen werk meer kunnen vinden; verzoekt tevens de lidstaten te zorgen voor passende en effectieve bescherming voor klokkenluiders;

15.  onderstreept dat een effectief wetgevingskader naar behoren rekening dient te houden met de wisselwerking tussen de bepalingen ter bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie en witwaspraktijken en het grondrecht op bescherming van persoonsgegevens, zodat deze praktijken kunnen worden aangepakt zonder afbreuk te doen aan de gevestigde normen inzake gegevensbescherming en grondrechten; is wat dit betreft ingenomen met het door Europol gebruikte systeem voor gegevensbescherming en met het voorstel van de Commissie inzake de vierde antiwitwasrichtlijn;

16.  pleit ervoor dat het Europees Parlement, de lidstaten en de Commissie, met de steun van Europol, Eurojust en het EU-Bureau voor de grondrechten, zo uniform en consistent mogelijke indicatoren op basis van erkende systemen en gemeenschappelijke criteria opstellen om op zijn minst de omvang en de economische kosten te bepalen van in de EU voorkomende georganiseerde vormen van criminaliteit, corruptie en witwaspraktijken, alsook de maatschappelijke schade die zij veroorzaken; verzoekt de Commissie en de lidstaten de maatschappelijke schade ten gevolge van ecologische, economische en bedrijfscriminaliteit te onderzoeken;

17.  wijst met nadruk op de noodzaak van volledige toepassing en versterking van de bestaande instrumenten voor wederzijdse erkenning en van Europese wetgeving die waarborgt dat justitiële maatregelen , en met name veroordelingen, arrestatiebevelen en beslissingen tot confiscatie op het grondgebied van een andere lidstaat dan die waar de beslissing genomen is, onverwijld ten uitvoer worden gelegd, een en ander onder eerbiediging van het evenredigheidsbeginsel; verzoekt de Commissie prioriteit te geven aan de formulering van een concreet wetgevingsvoorstel om uitvoering te geven aan de wederzijdse erkenning van beslissingen tot inbeslagname en confiscatie, met inbegrip van daartoe strekkende civiele beslissingen; is van mening dat de wederzijdse rechtsbijstand en de wederzijdse toelaatbaarheid van bewijsmateriaal tussen de lidstaten moeten worden verbeterd; benadrukt de noodzaak tot actualisering en verbetering van de stelsels van rogatoire commissies; wenst dat verzoeken om uitlevering van leden van criminele organisaties prioritair worden behandeld door de autoriteiten die deze verzoeken ontvangen;

18.  verzoekt de lidstaten en de Commissie hun gemeenschappelijke inspanningen voort te zetten met het oog op de afsluiting van de onderhandelingen over het voorstel voor een richtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken, om het grensoverschrijdend vergaren van bewijsstukken te vergemakkelijken en een soepele en doeltreffende justitiële samenwerking mogelijk te maken die gericht is op de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit;

19.  acht spoedige goedkeuring van de richtlijn betreffende de confiscatie van opbrengsten van misdrijven van fundamenteel belang en is van oordeel dat voorrang moet worden gegeven aan het formuleren van heldere en doeltreffende normen die daadwerkelijk kunnen resulteren in Europese harmonisatie; roept de lidstaten op de toekomstige richtlijn tijdig en metterdaad in nationaal recht om te zetten;

20.  verzoekt de lidstaten en de Commissie om de internationale samenwerking te bevorderen en steun te verlenen aan een Europees programma ter bevordering van de uitwisseling en de verspreiding van goede praktijken voor een doeltreffend beheer van in beslag genomen activa;

21.  roept de Commissie en de lidstaten op de bestrijding van mensenhandel en gedwongen arbeid verder op te voeren; is van mening dat de bestrijding van gedwongen arbeid zich moet toespitsen op de locaties waar goedkope gedwongen arbeid wordt uitgebuit; roept de lidstaten derhalve op hun arbeidsinspecties te verscherpen en organisaties te steunen die behulpzaam kunnen zijn bij het opsporen van gedwongen arbeid, zoals vakbonden;

22.  is van mening dat ketenverantwoordelijkheid voor bedrijven een belangrijk instrument is in de strijd tegen gedwongen arbeid; verzoekt de Commissie derhalve met een voorstel te komen voor minimumnormen voor de ketenverantwoordelijkheid van bedrijven; spoort de lidstaten ertoe aan onderaanbesteding in het kader van overheidscontracten te verbieden zolang er nog geen overeenkomst is bereikt inzake de ketenverantwoordelijkheid van bedrijven;

23.  maakt de Commissie erop attent dat kinderen die het slachtoffer zijn van mensenhandel een speciale behandeling moeten krijgen, en dat minderjarigen zonder begeleiding of kinderen waarvan de eigen familie de mensenhandelaren waren, beter moeten worden beschermd (hiermee moet rekening worden gehouden wanneer terugsturen naar het land van herkomst of toekenning van voogdijschap wordt overwogen); dringt erop aan om niet alleen een genderspecifieke aanpak, maar ook de rol van gezondheidsproblemen en invaliditeit in acht te nemen;

24.  verzoekt de Commissie een EU-Handvest ter bescherming en ondersteuning van slachtoffers van mensenhandel uit te werken teneinde alle bestaande indicatoren, maatregelen, programma's en hulpbronnen voor de betrokken partijen op een meer consistente, efficiënte en bruikbare manier te kunnen combineren en de slachtoffers beter te kunnen beschermen; verzoekt de Commissie een hulplijn in te stellen voor de slachtoffers van mensenhandel;

25.   verzoekt de Commissie de middelen voor gespecialiseerde ngo's, media en onderzoek te verhogen om slachtoffers beter te ondersteunen, te beschermen en bij te staan zodat hun getuigenissen tijdens zittingen minder noodzakelijk worden; verzoekt de Commissie eveneens aandacht te besteden aan de zichtbaarheid en de behoeften van slachtoffers en aan de bewustmaking van de bevolking hieromtrent, om de vraag naar en het misbruik van slachtoffers van mensenhandel te verminderen en een "nulvisie"tegen seksuele uitbuiting en dwangarbeid te bevorderen;

26.  wijst erop dat volgens ramingen van de Wereldbank in de ontwikkelingslanden elk jaar 20 à 40 miljard dollar – wat overeenkomt met 20 tot 40% van de officiële ontwikkelingshulp – met behulp van gesofisticeerde corruptietechnieken uit de overheidsbegrotingen wordt ontvreemd en in het buitenland wordt ondergebracht(47) ; roept de Europese Commissie ertoe op om in het licht van de positie van de Europese Unie als belangrijkste donor, de samenwerking met de overige donoren en de Internationale Organisatie van Hoge Controle-instanties te verstevigen, teneinde de mogelijkheden van de hoge controle-instanties in de begunstigde landen uit te breiden, met als doel internationale normen voor de hoge controle-instanties in te voeren en te zorgen dat de financiële steun van de EU ook echt de beoogde doelen dient in plaats van te worden ontvreemd;

De georganiseerde misdaad een halt toeroepen door opbrengsten en vermogensbestanddelen te confisqueren

27.  verzoekt de lidstaten om op basis van de meest geavanceerde nationale wetgevingen modellen voor inbeslagneming van vermogensbestanddelen zonder veroordeling te introduceren in gevallen waarin op basis van het beschikbare bewijs en onder voorbehoud van een rechterlijke uitspraak kan worden vastgesteld dat vermogensbestanddelen middels criminele activiteiten zijn verkregen dan wel voor criminele activiteiten worden gebruikt;

28.  is van mening dat er uitsluitend op basis van een rechterlijke uitspraak instrumenten kunnen worden ontwikkeld voor preventieve confiscatie, die in overeenstemming zijn met de nationale grondwettelijke garanties en geen afbreuk doen aan het eigendomsrecht en het recht op verweer;

29.  verzoekt de Commissie met een wetgevingsvoorstel te komen dat effectief garant staat voor de wederzijdse erkenning van beslissingen tot inbeslagname en confiscatie in het kader van de preventieve maatregelen met betrekking tot vermogensbestanddelen die door de Italiaanse justitiële instanties zijn vastgesteld, en van de civiele maatregelen die in diverse lidstaten zijn ingevoerd; verzoekt de lidstaten onverwijld de operationele maatregelen te treffen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat deze maatregelen effectief zijn;

30.  verzoekt de lidstaten hun bestuurlijke, politiële en justitiële samenwerking verder te ontwikkelen met het oog op de opsporing in de gehele EU van langs criminele weg verkregen vermogensbestanddelen, teneinde deze in beslag te nemen of te confisqueren, onder meer met volledige gebruikmaking van het netwerk van Bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen (ARO's) en door snel toegang te verlenen tot de nationale databanken, zoals die van de belastingdienst, het openbare voertuigenregister, het kadaster en het bankenregister;

31.  verzoekt de Commissie de rol en de bevoegdheden van de Bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen te versterken door de voorwaarden te scheppen waardoor zij op een soepelere en uniformere manier toegang krijgen tot informatie, onder volledige eerbiediging van de gegevensbescherming en de fundamentele rechten; roept de lidstaten ertoe op de inzetbaarheid van de ARO's te ondersteunen, onder meer door voldoende middelen beschikbaar te stellen, gelet op de bevoegdheid van deze bureaus tot terugvordering van criminele vermogensbestanddelen; is ingenomen met de activiteiten die het ARO-platform tot dusver heeft ontplooid en dringt aan op de voortzetting daarvan met het oog op een complete evaluatie op Europees niveau van de bestaande optimale praktijken en activiteiten van deze bureaus;

32.  acht het met het oog op de effectieve bestrijding van de invloed van criminele systemen door ze op hun bezittingen aan te pakken, van fundamenteel belang om alle instrumenten in te zetten die kunnen bijdragen tot de opsporing van criminele en maffiose vermogensbestanddelen, bijvoorbeeld door centrale registers van bankrekeningen aan te leggen;

33.  spoort de lidstaten ertoe aan hergebruik van geconfisqueerde vermogensbestanddelen voor sociale doeleinden te bevorderen, bijvoorbeeld door toewijzing van deze opbrengsten aan slachtoffers en gemeenschappen die zijn verwoest door de georganiseerde criminaliteit en door drugshandel, en om deze vermogensbestanddelen te gebruiken voor de financiering van misdaadbestrijding, om te beginnen op lokaal niveau en via internationale operaties van bestrijdingsinstanties, en stelt voor middelen beschikbaar te stellen ter financiering van maatregelen om vermogensbestanddelen voor aantasting te vrijwaren;

34.  beveelt de lidstaten aan normen vast te stellen voor de strafrechtelijke vervolging van personen die anderen fictief aanmerken als eigenaar van, of fictief de beschikking geven over goederen, geld of andere voordelen met als doel deze te onttrekken aan een beslissing tot inbeslagname of confiscatie, alsmede van derden die er fictief mee instemmen eigenaar te zijn van of te beschikken over deze goederen;

35.  pleit ervoor dat marktdeelnemers die bij onherroepelijk vonnis zijn veroordeeld wegens deelname aan een criminele organisatie, witwassen van geld, financiering van terrorisme, uitbuiting van mensen en kinderarbeid, corruptie of andere ernstige strafbare feiten tegen de overheid, wanneer deze de fiscale capaciteit van een staat ondermijnen of leiden tot maatschappelijke schade, dan wel wegens andere vormen van bijzonder zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie als bedoeld in artikel 83, lid 1 VWEU (zgn. "Euromisdrijven"), met strikte inachtneming van het recht op verdediging overeenkomstig het EVRM, het EU-Handvest en secundaire EU-wetgeving met betrekking tot de rechten van verdachten en beschuldigden in strafzaken, gedurende ten minste vijf jaar van deelname aan een openbare aanbesteding waar dan ook in de EU worden uitgesloten, en dat deze maatregel ook wordt toegepast wanneer de uitsluitingsgronden zich voordoen in de loop van de aanbestedingsprocedure; pleit er daarnaast voor dat in belastingparadijzen geregistreerde marktdeelnemers die door internationale organisaties als zodanig zijn erkend worden uitgesloten van deelneming aan een overheidsopdracht;

36.  is van mening dat de procedures voor overheidsopdrachten moeten zijn gebaseerd op het legaliteitsbeginsel en dat in dat verband bovendien het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving in aanmerking moet worden genomen, evenwel met inachtneming van volledige transparantie in de selectieprocedure (hetgeen ook impliceert dat er elektronische aanbestedingen moeten worden uitgeschreven) teneinde fraude, corruptie en andere ernstige onregelmatigheden te voorkomen;

37.  verzoekt de lidstaten risico's op criminele infiltratie en corruptie bij overheidsopdrachten tegen te gaan door passende controlemaatregelen en objectieve en transparante procedures te introduceren;

38.  is van mening dat de samenwerking tussen de privésector en rechtshandhavingsinstanties met het oog op de bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie en witwasserij moet worden opgevoerd en dat privéspelers, met name in de sectoren van vervoer en logistiek, chemiebedrijven, bedrijven die internetdiensten aanbieden, banken en financiële dienstverleners in zowel EU- als niet-EU-landenertoe moeten worden aangespoord om illegale of oneerlijke praktijken die verband houden met of bevorderlijk zijn voor de georganiseerde misdaad, corruptie, witwasserij en andere misdrijven, te weigeren, zich hier niet mee in te laten en deze te melden bij de rechterlijke en politiële instanties, inclusief – waar nodig – Eurojust en Europol; vraagt om een versterking van de bescherming van privéspelers die bedreigd worden wegens hun medewerking bij de aangifte van georganiseerde misdaad, corruptie en witwaspraktijken; dringt er voorts bij de lidstaten – in overeenstemming met het solidariteitsbeginsel – op aan voldoende financiële en andere middelen beschikbaar te stellen voor Europol, Eurojust, Frontex en het toekomstige EPPO, dat zowel voor de lidstaten als voor de burgers positieve resultaten zal opleveren;

39.  verzoekt de Commissie vóór eind 2014 een voorstel te doen voor een richtlijn inzake gemeenschappelijke onderzoekstechnieken ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit in de zin van artikel 87, lid 2, letter c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

40.  verzoekt de Commissie, de lidstaten en het bedrijfsleven de traceerbaarheid van producten te verbeteren – bijvoorbeeld door gebruikmaking van land van herkomst-etikettering van agroalimentaire producten, CIP-beproevingsstempels voor vuurwapens of digitale codes voor de fiscale identificatie van sigaretten, alcoholische dranken en receptgeneesmiddelen – teneinde namaak tegen te gaan, de misdaadorganisaties een belangrijke bron van inkomsten te ontnemen en de gezondheid van de consumenten te beschermen; betreurt het dat de lidstaten bij de modernisering van het douanewetboek van de Unie niet zijn willen overgaan tot invoering van het traceerbaarheidscriterium;

41.  verzoekt de Commissie en de lidstaten op maritiem gebied nauwer samen te werken om de strijd aan te binden met mensenhandel, de aanvoer van drugs, de smokkel van tabak en de handel in andere illegale of namaakproducten; erkent dat de inconsistente bewaking van o.a. de maritieme grenzen de georganiseerde criminaliteit ook een mogelijkheid biedt om in de EU te infiltreren, en dit is dan ook een zaak die voortdurend in het oog moet worden gehouden; dringt er derhalve bij Europol, Frontex en de Europese Commissie op aan de ontwikkelingen met betrekking tot de buitengrenzen van de EU en de kwetsbaarheid daarvan nader te onderzoeken;

42.  wijst op de bestaande banden tussen georganiseerde misdaad en terrorisme, een punt dat ook door de justitiële autoriteiten en de politie in bepaalde gevallen onder de aandacht wordt gebracht in verband met de financiering van illegale activiteiten van terroristische groeperingen middels de opbrengst van illegale handelspraktijken op internationaal niveau, en verzoekt de lidstaten de bestrijding van dergelijke activiteiten te verscherpen;

43.   pleit voor gezamenlijke opleidingen van deskundigen op het gebied van antimisdaad- en antiterrorisme-analyse, mede met het oog op de instelling van gemeenschappelijke, ten minste op nationaal niveau opererende taskforces en op de oprichting en inzet van gemeenschappelijke onderzoeksteams op Europees niveau;

44.  onderstreept de belangrijke resultaten die tot dusver zijn behaald dankzij de oprichting van gemeenschappelijke onderzoeksteams en onderkent hun fundamentele rol in het verspreiden van een samenwerkingscultuur bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit; verzoekt de lidstaten Kaderbesluit 2002/465/JBZ correct om te zetten en de bevoegde autoriteiten, met name de juridische, aan te sporen dit instrument verder te ontwikkelen; erkent de hoge toegevoegde waarde van gezamenlijke onderzoeksteams en benadrukt de noodzaak dit nuttige onderzoeksinstrument te blijven financieren;

45.  stelt met bezorgdheid vast dat de georganiseerde misdaad zich door het plegen van internetfraude reeds toegang weet te verschaffen tot een groot aantal potentiële slachtoffers en daarbij met name gebruik maakt van de sociale netwerken, ongevraagde e-mails ("spamming"), het faciliteren van diefstal van intellectuele eigendom, phishing websites en onlineveilingen; pleit in dit opzicht voor gebruikmaking van uitgebreide nationale strategieën, o.a. via het onderwijs, door bewustmakingscampagnes en bevordering van optimale praktijken bij ondernemingen om een beter besef te creëren omtrent de gevaren en gevolgen van criminele onlineactiviteit;

46.  waarschuwt voor de betrokkenheid van de georganiseerde misdaad bij de inrichting en het beheer van stortplaatsen en bij de illegale uitvoer van afval naar derde landen, met name in Afrika en Azië; verzoekt de lidstaten criminele activiteiten die gericht zijn op het oneigenlijk beheer van afval, met inbegrip van giftig afval, streng te bestraffen, evenals de eventuele betrokkenheid van corrupte overheidsfunctionarissen;

47.  onderstreept dat onafhankelijke onderzoeksjournalistiek een belangrijke rol speelt bij het opsporen van fraude, corruptie en georganiseerde misdaad, zoals in april 2013 werd aangetoond door het "offshore-leaks"-onderzoek, waarbij gedetailleerde gegevens over 130 000 offshorerekeningen bekend werden gemaakt naar aanleiding van een jarenlang onderzoek door het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten, in samenwerking met 36 internationale kranten; is van oordeel dat onderzoeksjournalistieke verslagen een waardevolle informatiebron vormen, die moet worden meegewogen door het OLAF en de rechtshandhavings- en overige relevante instanties in de lidstaten;

48.  dringt aan op de beschikbaarstelling van Europese middelen voor projecten en maatregelen om te beletten dat maffiose organisaties in de Europese Unie wortel schieten;

Versterking van de Europese en internationale justitiële en politiële samenwerking

49.  verzoekt de lidstaten op nationaal niveau structuren op te zetten voor de ontwikkeling van activiteiten op het gebied van onderzoek naar en bestrijding van criminele en maffiaorganisaties, die de mogelijkheid bieden om in coördinatie met Europol en met steun van de Commissie een gestroomlijnd en informeel "operationeel antimaffianetwerk" te ontwikkelen voor de uitwisseling van informatie over de structurele implicaties van de aanwezigheid van maffiabendes in de respectieve landen, de daaraan potentieel verbonden criminele en financiële consequenties, de lokalisatie van vermogens en de pogingen tot infiltratie in overheidsopdrachten;

50.  onderstreept hoe belangrijk het is de samenwerking te versterken middels de ontwikkeling van een doeltreffende stelselmatige informatievoorziening en gegevensuitwisseling tussen justitiële en politiële autoriteiten in de lidstaten, Europol, Eurojust, OLAF en ENISA en met de respectieve autoriteiten van derde landen – en met name van de buurlanden van de EU – op basis van adequate normen voor de bescherming van gegevens en procedurele rechten, teneinde de systemen voor bewijsvergaring te verbeteren en te zorgen voor een doeltreffende verwerking en uitwisseling van informatie en gegevens die relevant zijn voor het onderzoek naar misdrijven, waaronder misdrijven die de financiële belangen van de EU schaden, waarbij moet worden gestreefd naar meer nauwgezetheid en snellere informatie-uitwisseling, onder volledige inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid en van de grondrechten van de EU; herinnert eraan dat het verzamelen, opslaan en verwerken van persoonsgegevens in het kader van de aanpak van georganiseerde misdaad, corruptie en witwasserij onder alle omstandigheden dient te voldoen aan de gegevensbeschermingsbeginselen, zoals vastgelegd in het EVRM, het EU-Handvest en de secundaire EU-wetgeving; benadrukt voorts de noodzaak om bij de komende toetsing van Europol en Eurojust de verantwoordingsplicht voor hun activiteiten op het gebied van democratische en grondrechten te verzwaren;

51.  merkt op dat een gebrek aan synergie tussen politiële en justitiële instanties, vertragingen in het gerechtelijk optreden en gebrekkige wetgeving criminelen in staat stellen gebruik te maken van de mazen in de wet en munt te slaan uit de vraag naar illegale producten;

52.  is van mening dat de waarborging van het vrije verkeer binnen de Schengenruimte en het effectief bestrijden van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad aangelegenheden zijn die nauw met elkaar in verband staan; is in dit verband verheugd over de recente invoering van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie, dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten in staat stelt sneller en efficiënter informatie uit te wisselen;

53.  roept de lidstaten op zich ervoor te beijveren de bestaande synergieën tussen het Europees justitieel netwerk en Eurojust te benutten om te komen tot een intra-Europese justitiële samenwerking van zeer hoog niveau;

54.  onderstreept dat de Europese Unie optimale praktijken moet bevorderen met betrekking tot de aanpak van georganiseerde criminaliteit en terrorisme, alsook voor het opsporen van de onderliggende oorzaken daarvan, niet alleen binnen de Europese Unie, maar ook in relatie tot derde landen, met name landen die aan de basis liggen van de bewuste problemen;

55.  verzoekt de Commissie de mogelijkheid te overwegen om in de associatie- en handelsovereenkomsten met derde landen specifieke clausules op te nemen voor samenwerking bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad, corruptie en witwaspraktijken; wijst op het gebrek aan internationale samenwerking, in het bijzonder met derde landen en vooral met aangrenzende transit- of oorsprongslanden; erkent de noodzaak van een krachtig diplomatiek optreden om voornoemde landen ertoe aan te sporen samenwerkingsovereenkomsten aan te gaan of zich te conformeren aan de gesloten akkoorden;

56.  verzoekt de lidstaten en de Commissie om de rol van rechters, openbare aanklagers en verbindingsofficieren te versterken en de organisatie te stimuleren van opleidingen voor justitiepersoneel en voor het voeren van strafrechtelijke financiële onderzoeken, zodat de betrokkenen in staat worden gesteld alle vormen van georganiseerde criminaliteit (ook cybercriminaliteit), corruptie en witwasserij aan te pakken, met name door gebruikmaking van de Cepol en van het Europees netwerk voor justitiële opleiding en door optimale benutting van financiële instrumenten zoals het Fonds voor interne veiligheid voor politiële samenwerking of het Hercules III-programma; pleit ervoor om bij de opleiding van justitie- en politiepersoneel het onderricht in vreemde talen te bevorderen om de transnationale samenwerking te vergemakkelijken en dringt aan op de bevordering van een Europees programma voor de uitwisseling van goede praktijken en voor de opleiding van rechters, openbare aanklagers en politiepersoneel;

57.  roept de EU en de lidstaten ertoe op rechtsinstrumenten en specifieke strategieën te ontwikkelen die hun rechtshandhavings- en onderzoeksinstanties in staat stellen hun onderlinge informatie-uitwisseling te bevorderen en te vergroten op een manier waarbij Europol volledig wordt betrokken en zijn rol wordt uitgebreid, en de noodzakelijke analyses te verrichten voor het opsporen en waar mogelijk tegengaan en verhinderen van nieuwe trends op het stuk van de georganiseerde misdaad en daarbij tegelijkertijd de grondrechten en met name het recht op privacy en het recht op bescherming van persoonsgegevens in acht te nemen;

58.  is van mening dat de mondialisering van de georganiseerde criminaliteit noopt tot nauwere samenwerking tussen de lidstaten op zowel EU- als internationaal niveau; dringt met het oog op de bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie en witwaspraktijken aan op een nauwere interactie tussen de Europese Unie, de VN, de OESO en de Raad van Europa; steunt de inspanningen van de FATF om antiwitwasbeleid te bevorderen; roept de Commissie ertoe op de lidstaten effectief te ondersteunen bij hun inspanningen om de georganiseerde misdaad te bestrijden en pleit voor toetreding van de Europese Unie als vast lid tot de Greco; spoort de Europese Unie er voorts toe aan niet alleen te streven naar samenwerking met onze gebruikelijke bondgenoten en partners, maar tevens te trachten daadwerkelijk internationale en mondiale antwoorden en oplossingen te vinden voor de problematiek van witwasserij, corruptie en de financiering van terrorisme;

59.  roept de Commissie en met name de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid ertoe op de nodige initiatieven te ontplooien om ervoor te zorgen dat de Unie ten aanzien van derde landen één aanpak hanteert voor de banden tussen georganiseerde misdaad en terrorisme; verzoekt de lidstaten de eigen grenzen te bewaken en alle informatie uit te wisselen die nodig is om de bestaande of potentiële banden tussen georganiseerde criminele groepen en terroristische groeperingen te verbreken;

60.  dringt ten stelligste aan op de noodzaak onverwijld een Europees actieplan voor de bestrijding van cybercriminaliteit ten uitvoer te leggen teneinde met ondersteuning van het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit (EC3) een nauwere internationale samenwerking tot stand te kunnen brengen om de burgers (met name de meest kwetsbare burgers – waarbij in het bijzonder moet worden gedacht aan voorkoming van uitbuiting van kinderen), het bedrijfsleven en de overheden een hoog niveau van veiligheid te kunnen waarborgen zonder inbreuk te plegen op de vrijheid van informatie en het recht op bescherming van persoonsgegevens;

61.  steunt de tijdens de recente G8-top door de Europese leiders gedane oproep om de doeltreffendheid van de strijd tegen belastingontduiking en belastingparadijzen te vergroten, met als doel de bedragen die belastingontduikers en -ontwijkers niet hebben betaald, in te vorderen;

62.  pleit voor een gezamenlijk optreden ter preventie en bestrijding van illegale activiteiten op milieugebied, die verband houden met of voortvloeien uit de georganiseerde criminele misdaad en maffiose bedrijvigheid, onder andere door versterking van Europese organen zoals Europol en Eurojust en internationale instanties zoals Interpol en het Interregionaal criminologisch en gerechtelijk onderzoeksinstituut van de Verenigde Naties (UNICRI), alsmede door middel van uitwisseling van werkmethoden en inlichtingen waarover de lidstaten beschikken die zich het meest hebben ingespannen voor de strijd tegen deze vorm van misdaad, met als doel een gemeenschappelijk actieplan te ontwikkelen;

63.  wijst erop dat grensoverschrijdende criminaliteit alleen kan worden aangepakt door grensoverschrijdende justitiële en politiële samenwerking tussen de lidstaten en dat, ook al heeft de EU met het oog op de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit behoefte aan meer rechtsinstrumenten, de lidstaten reeds een instrumentarium tot hun beschikking hebben; benadrukt dat de grootste hinderpaal voor werkelijke bestrijding van de georganiseerde criminaliteit op EU-niveau het gebrek aan politieke wil in de lidstaten is; verzoekt de lidstaten derhalve gebruik te maken van de door de EU en haar agentschappen verschafte instrumenten;

64.  pleit ervoor dat alle onschuldige slachtoffers van de georganiseerde misdaad – in het bijzonder van maffieuze criminaliteit – worden herdacht, en dat speciaal eerbetoon wordt betuigd aan degenen die hun leven hebben gelaten in de strijd tegen georganiseerde criminele groepen, en wel door de instelling van een "Europese dag van herinnering en engagement ter nagedachtenis van de onschuldige slachtoffers van de georganiseerde criminaliteit ", die met ingang van 2014 elk jaar moet worden gehouden op de datum waarop het Europees Parlement deze resolutie heeft aangenomen;

Naar een efficiënt en corruptiebestendig openbaar bestuur

65.  is van mening dat een slecht georganiseerd bureaucratisch apparaat en complexe procedures niet alleen ten koste dreigen te gaan van de effectiviteit van het overheidsbestuur en het welzijn van de burgers, maar ook de inzichtelijkheid van de besluitvorming ondermijnen, de burgers en bedrijven in hun legitieme verwachtingen teleurstellen en aldus een vruchtbare voedingsbodem voor corruptie vormen;

66.  is van mening dat onderzoeksjournalisten, evenals ngo's en academici, een vitale rol spelen bij het opsporten van gevallen van corruptie, fraude en georganiseerde misdaad en dat ze derhalve aan veiligheidsrisico's blootgesteld kunnen zijn; brengt in herinnering dat over een periode van vijf jaar in totaal 233 onderzoeksrapporten zijn gepubliceerd over gevallen van fraude met misbruik van EU-gelden in de 27 lidstaten(48) en is van mening dat voor onderzoeksjournalistieke doeleinden adequate middelen ter beschikking zouden moeten staan; steunt met name de initiatieven van de Commissie met het oog op de erkenning van de rol die de onderzoeksjournalistiek speelt bij het opsporen en rapporteren van ernstige strafbare feiten;

67.  benadrukt dat bekleders van hoge ambten adequaat moeten worden gecontroleerd, onder meer door de fiscus; bepleit met name dat bekleders van een openbaar ambt verplicht worden een verklaring omtrent hun activiteiten, inkomens, verplichtingen en belangen af te leggen;

68.  verzoekt de Raad en de lidstaten het Verdrag van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren in internationale zakelijke transacties te ratificeren en volledig uit te voeren; wijst op de negatieve effecten die omkoping van buitenlandse ambtenaren heeft op de grondrechten van de Unie, en op het milieu- en ontwikkelingsbeleid;

69.  benadrukt dat bestrijding van corruptie onlosmakelijk deel uitmaakt van de capaciteitsopbouw voor de belastingadministratie; pleit voor volledige tenuitvoerlegging van het VN-verdrag tegen corruptie (Verdrag van Merida) (2003);

70.  pleit voor invoering van krachtiger mechanismen ter bevordering van de transparantie en integriteit en van het afbouwen van de bureaucratie bij overheidsdiensten en andere publieke instanties, in de zin dat er volledige toegang moet worden geboden tot informatie over ieder aspect van de organisatie en het doen en laten van de overheid, over de vervulling van haar institutionele taken en het gebruik van publieke middelen, onder meer door burgers het recht te waarborgen op inzage in documenten (en met name documenten betreffende het bijzonder gevoelige terrein van de overheidsaanbestedingen); dringt aan op bevordering van een cultuur van legaliteit en integriteit in zowel de overheids- als de particuliere sector, door met name te voorzien in een programma voor effectieve bescherming van klokkenluiders;

71.  dringt erop aan de voor geheime operaties beschikbare middelen te besteden met inachtneming van het rechtsstaatbeginsel en onverminderd de toepassing van de mechanismen voor democratische controle en van de nationale wetgeving, teneinde corruptie in de overheidssfeer beter te kunnen ontmaskeren;

72.  pleit voor de invoering van een duidelijke en evenwichtige regelgeving en voor de daarmee verband houdende – en in een gedragscode nader te specificeren – handhavings- en controlemechanismen om een stokje te kunnen steken voor zogenaamde "personeelscarrousels" of "doorschuifcarrières" en ervoor te zorgen dat overheidsambtenaren die posten met een bepaalde bestuurlijke of financiële verantwoordelijkheid bekleden, niet meer vóór het verstrijken van een bepaalde periode na hun vertrek naar de particuliere sector kunnen verhuizen wanneer er een belangenconflict met hun eerder beklede publieke functie dreigt te ontstaan; is daarnaast van mening dat wanneer er zich belangenconflicten dreigen voor te doen, soortgelijke beperkingen ook dienen te gelden voor personen die van de particuliere naar de overheidssector willen overstappen; verlangt dat de regels inzake belangenconflicten en de toezichtsystemen in de EU voor de verschillende toezichthoudende instanties geharmoniseerd worden;

73.  dringt er bij de lidstaten op aan een alomvattend systeem op te zetten voor de bescherming van degenen die corruptiegevallen melden en de mogelijkheden voor het anoniem melden van corruptie uit te breiden; stelt voor kanalen te creëren waarlangs corruptie op vertrouwelijke wijze kan worden gemeld; dringt erop aan de mogelijkheden voor het aanvechten van de uitkomst van openbare aanbestedingsprocedures uit te breiden;

74.  wijst erop dat de hoognodige investeringen in alternatieve-energieoplossingen gekoppeld zijn aan royale toelagen en belastingsubsidies van de zijde van de lidstaten en van de EU; verzoekt zowel nationale als EU-autoriteiten ervoor te zorgen dat dergelijke toelagen niet ten goede komen aan misdaadorganisaties;

Naar een verantwoordelijker beleid

75.  wijst erop dat de politieke partijen verantwoordelijk zijn voor de voordracht van hun kandidaten en in het bijzonder voor de opstelling van kieslijsten op alle niveaus; dringt erop aan dat het hun plicht is de kandidaten op hun kwaliteit te beoordelen door middel van onder meer een strikte door de kandidaten na te leven gedragscode die naast gedragsregels ook duidelijke en transparante bepalingen over schenkingen aan politieke partijen bevat;

76.  stelt zich op het standpunt dat personen die middels een onherroepelijk vonnis zijn veroordeeld wegens medeplichtigheid aan georganiseerde misdrijven, witwaspraktijken, corruptie of andere ernstige delicten, met inbegrip van misdrijven van economische of financiële aard, niet gekozen kunnen worden tot lid van het Europees Parlement en niet in aanmerking kunnen komen voor een dienstbetrekking bij andere instellingen of organen van de EU; dringt erop aan dat deze beperkingen, met inachtneming van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel, ook worden toegepast op alle door verkiezing te verkrijgen mandaten, om te beginnen op het mandaat van nationaal parlementslid;

77.  pleit ervoor dat de lidstaten als onderdeel van het sanctiestelsel gronden vaststellen waarop personen die bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde onherroepelijk veroordeeld zijn wegens medeplichtigheid aan georganiseerde misdrijven, witwaspraktijken, corruptie, met inbegrip van die van economische of financiële aard, onverkiesbaar worden verklaard (de zogenaamde niet-verkiesbaarheid); is van mening dat deze sanctie ten minste vijf jaar van kracht moet blijven en dat het bovendien gedurende dezelfde termijn onmogelijk moet zijn om een regeringsfunctie te vervullen op gelijk welk niveau;

78.  pleit er daarnaast voor dat de lidstaten vaststellen in welke gevallen personen die onherroepelijk zijn veroordeeld wegens delicten die te maken hebben met georganiseerde criminaliteit, corruptie of witwaspraktijken, gedwongen zijn hun politieke ambt dan wel hun leidinggevende of bestuurlijke functie neer te leggen;

79.  dringt erop aan de transparantie met betrekking tot de budgetten van politieke partijen te vergroten, onder meer door de verplichtingen inzake het bijhouden van een boekhouding van alle ontvangsten en uitgaven te verscherpen; pleit ervoor de overheidsfinanciering en de financiering uit particuliere bronnen van politieke partijen beter te controleren om misbruik en verspilling tegen te gaan, en aldus het afleggen van verantwoording door de politieke partijen en hun donateurs te waarborgen; dringt erop aan dat streng, uitvoerig en tijdig wordt toegezien op de naleving van de wetgeving inzake de financiering van politieke partijen en hun campagnes, en dat er dissuasieve sancties worden opgelegd indien daarop inbreuk wordt gepleegd;

80.  verzoekt de lidstaten het kopen van stemmen te bestraffen, met name gelet op de verwachting dat het voordeel dat in ruil voor de stem wordt gegeven, niet alleen kan bestaan uit geld, maar ook andere vormen kan aannemen, waaronder immateriële voordelen en voordelen voor derden die niet rechtstreeks betrokken zijn bij de onwettige overeenkomst; pleit ervoor deze praktijk te verbieden als zijnde een onwettige praktijk die het democratiebeginsel aantast, ongeacht of bewijs is geleverd van intimidatie;

81.  is van mening dat een lobbyregister een behulpzaam instrument voor transparantie is; verzoekt de lidstaten om een dergelijk instrument in te voeren, indien zij dit nog niet hebben gedaan; moedigt bovendien regeringen, parlementen, verkozen instanties en overheden aan om vermelding in een lobbyregister als voorwaarde op te nemen voor vergaderingen met bedrijfs-, belangen- en lobbyorganisaties;

Naar een geloofwaardiger strafrecht

82.  pleit ervoor dat de lidstaten effectieve, goed functionerende, verantwoorde en evenwichtige strafrechtsystemen opzetten die tevens, overeenkomstig het Europees Handvest van de grondrechten, de rechten van de verdediging kunnen garanderen; pleit er tevens voor dat op Europees niveau een uniform toezichtsmechanisme wordt ingevoerd dat de doeltreffendheid van de strafrechtstelsels in de strijd tegen corruptie beoordeelt en ervoor zorgt dat regelmatig evaluaties worden uitgevoerd aan de hand van gemeenschappelijke, heldere, transparante en objectieve criteria en dat er aanbevelingen worden gepubliceerd;

83.  is van mening dat er bij de harmonisatie van de wetgeving inzake corruptie ook moet worden gekeken naar de verschillen in verjaringstermijnen tussen de lidstaten, zodat zowel rekening kan worden gehouden met de belangen van de verdediging als met de behoeften inzake strafzekerheid, en pleit ervoor dat deze verjaringstermijnen worden afgestemd op de procedurestadia of op het niveau van de rechtbank, zodat een misdrijf alleen kan verjaren indien de bewuste fasen of stappen niet binnen een bepaald tijdsbestek zijn voltooid; is voorts van mening dat corruptiedelicten, met inachtneming van het evenredigheids- en het rechtsstaatsbeginsel, niet mogen verjaren zolang de strafrechtelijke procedure nog loopt;

84.  is van mening dat de bestrijding van de georganiseerde misdaad moet zijn gebaseerd op een combinatie van effectieve en dissuasieve systemen voor de confiscatie van criminele vermogensbestanddelen, maatregelen om te waarborgen dat voortvluchtigen die zich met opzet aan politiële onderzoeken onttrekken, voor het gerecht worden gebracht en om te beletten dat maffiakopstukken hun organisatie vanuit de gevangenis blijven leiden en hun leden bevelen blijven geven, een en ander zonder afbreuk te doen aan de basisbeginselen inzake de rechten van gedetineerden;

85.  spoort de lidstaten ertoe aan gezamenlijk sancties in te stellen in de vorm van zowel vrijheidsstraffen als hoge boetes voor alle ernstige delicten die de gezondheid en de veiligheid van de burgers schade berokkenen; benadrukt echter het belang van preventie van georganiseerde misdaad; dringt er derhalve bij de lidstaten op aan straffen in te voeren als alternatief voor gevangenisstraffen, zoals boetes of taakstraffen, voor zover deze zijn toegestaan en met inachtneming van alle omstandigheden, in het bijzonder het niet-ernstige karakter van het delict of de slechts marginale rol van de aangeklaagde, met name om jonge delinquenten de kans te geven een leven op te bouwen buiten de wereld van de misdaad;

86.  dringt bij de lidstaten aan op de invoering en toepassing van straffen met een afschrikwekkend effect, die in het geval van witwassen evenredig zijn aan de betrokken bedragen;

87.  pleit voor het creëren van een rechtsinstrument om de opsporing te vergemakkelijken van grensoverschrijdende misdaadorganisaties die een ernstige bedreiging voor de veiligheid van de Europese Unie vormen, zodat tegen hen en hun medeplichtigen, begunstigers en donateurs bestuurlijke maatregelen kunnen worden getroffen die gericht zijn op het bevriezen van hun bezittingen, vermogensbestanddelen en belangen in de Unie;

Naar een gezonder ondernemersklimaat

88.  herinnert aan de cruciale rol die particuliere bedrijven en ondernemingen te vervullen hebben door te weigeren hun medewerking te verlenen aan illegale of oneerlijke praktijken die georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen of andere ernstige delicten in de hand werken, door zich daarvan te onthouden en deze aan te klagen; verzoekt hen hieraan hun volledige medewerking te verlenen en criminele activiteiten waar zij eventueel van op de hoogte zijn, aan de rechtshandhavingsautoriteiten te melden; verzoekt de rechtshandhavingsautoriteiten degenen die zich aan de wet houden en illegale activiteiten melden, tegen bedreigingen te beschermen;

89.  dringt er bij het bedrijfsleven op aan om door middel van gedragscodes zelfregulering te betrachten, transparantie te verzekeren en oversightprocedures in te voeren, onder andere in de vorm van interne en externe audits en voor het publiek toegankelijke registers van binnen de instellingen opererende lobbyisten, teneinde met name corruptie, collusie en belangenconflicten tussen de overheids- en de particuliere sector tegen te gaan en oneerlijke concurrentie te voorkomen;

90.  verzoekt de Commissie te overwegen een openbare EU-lijst op te stellen van bedrijven die zijn veroordeeld voor corrupte praktijken of bedrijven waarvan de functionarissen zijn aangeklaagd voor corrupte praktijken in de lidstaten of in derde landen; is van mening dat een dergelijke lijst bedrijven moet uitsluiten van deelname aan een openbare aanbesteding waar dan ook in de Europese Unie indien die marktdeelnemers bij onherroepelijk vonnis zijn veroordeeld; wijst erop dat het aanleggen van een "zwarte lijst" bedrijven effectief afschrikt om corrupte activiteiten te ondernemen en hen een goede stimulans biedt om hun interne integriteitsprocedures te verbeteren en in praktijk te brengen;

91.  verzoekt de lidstaten de kamers van koophandel een grotere rol toe te bedelen bij het voorkomen, melden en bestrijden van de meest voorkomende risico's inzake georganiseerde misdaad, corruptie en witwasserij in de zakenwereld, en volledige uitvoering te geven aan het actieplan ter opvoering van de strijd tegen belastingfraude en belastingontduiking; dringt aan op harmonisatie van de belastingen op ondernemingen als instrument in de strijd tegen deze fenomenen en tegen witwassen en pleit in die zin voor een gelijke fiscale behandeling in alle lidstaten; beveelt de lidstaten aan door middel van een eerlijk belastingsysteem de welvaart beter te verdelen, omdat een hoge mate van ongelijkheid en armoede door criminele organisaties wordt uitgebuit en de georganiseerde misdaad in de hand werkt;

92.  vraagt dat de lidstaten alle multinationale ondernemingen verplichten tot de verslaglegging per land betreffende hun winsten en belastingen, met als doel een eind te maken aan agressieve belastingplanning;

Naar een transparanter bancair en beroepenstelsel

93.  benadrukt het belang van gemeenschappelijke EU-regels om effectieve en transparante instrumenten ter bescherming van de financiële belangen van de Unie te waarborgen; staat derhalve positief tegenover de invoering van de bankunie van de eurozone en het feit dat deze garant staat voor een beter toezicht op alle 6000 banken in de eurozone;

94.  dringt aan op nauwere samenwerking met en meer transparantie in het bankwezen en bij de beroepsbeoefenaren – waaronder ook de financiële sector en het accountantswezen – in alle lidstaten en derde landen, teneinde met name te bepalen met behulp van welke IT-hulpmiddelen, wetgeving, bestuurlijke en boekhoudmaatregelen geldstromen kunnen worden getraceerd, criminele activiteiten kunnen worden opgespoord en procedures kunnen worden vastgesteld voor het melden van eventuele delicten;

95.  dringt er bij accountantskantoren en juridisch adviseurs op aan de nationale belastingautoriteiten te waarschuwen wanneer zij signalen opvangen van agressieve fiscale planning van de zijde van gecontroleerde of geadviseerde ondernemingen;

96.  verzoekt de Commissie en de andere toezichthoudende autoriteiten te voorzien in de nodige toegang tot binnenlandse en internationale samenwerkingsverbanden ter voorziening in de nodige "ken-uw-cliënt"-maatregelen en daaraan gerelateerde risicoprofielen door banken, verzekeringsmaatschappijen en kredietinstellingen, teneinde te waarborgen dat de in de lidstaten gevestigde vennootschappen of juridische entiteiten ook van de zijde van buitenlandse belastingparadijzen adequate, accurate en actuele informatie verkrijgen over de uiteindelijk gerechtigde eigenaren van ondernemingen, trusts, stichtingen en soortgelijke juridische constructies, onder gebruikmaking van informatie-instrumenten met het oog op een optimale effectiviteit bij het opsporen van de begunstigden van verdachte transacties, en dat ondernemingsregisters regelmatig worden geactualiseerd en aan kwaliteitscontroles worden onderworpen; is van mening dat het inzichtelijk maken van die gegevens – ook middels publicatie per land van de registers van de reële eigenaars en via grensoverschrijdende samenwerking – kan bijdragen aan de bestrijding van verschijnselen zoals witwaspraktijken, financiering van terrorisme, belastingfraude en belastingontwijking;

97.  verzoekt de Commissie strenge criteria met betrekking tot de wezenlijke aspecten van bedrijfsvoering uit te werken om een einde te maken aan het opzetten van lege vennootschappen of brievenbusmaatschappijen die bijdragen aan de legale en illegale praktijken van belastingontwijking en belastingontduiking;

98.  pleit voor een correcte evaluatie van de risico's die zijn verbonden aan nieuwe bank- en financiële producten indien deze anoniem of op afstand kunnen worden verhandeld; dringt daarnaast aan op een gemeenschappelijke definitie en op duidelijke criteria voor de identificatie van belastingparadijzen, zoals voorgesteld in de resolutie van het Parlement van 21 mei 2013 over de strijd tegen belastingfraude, belastingontduiking en belastingparadijzen, aangezien belastingparadijzen vaak door criminele organisaties worden gebruikt via particuliere bedrijven of banken waarvan de uiteindelijke gerechtigde moeilijk te achterhalen is;

99.  dringt aan op gemeenschappelijke definities en harmonisatie van de regelgeving inzake elektronische (waaronder prepaid-kaarten, virtuele valuta's, enz.) en mobiele geldproducten voor wat betreft het potentiële gebruik daarvan voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme;

100.  is van mening dat belastingparadijzen en een ondoordringbaar bankgeheim illegale winsten afkomstig van corruptie, witwassen en georganiseerde en ernstige misdaad kan verhullen; pleit daarom voor de afschaffing hiervan; vraagt de EU en de lidstaten bijgevolg om onverwijld en eens en voor altijd een eind te maken aan deze situatie, zowel binnen hun grondgebied als op internationaal vlak, met name door de kwestie aan te kaarten met derde landen en territoria die zich in Europa bevinden of die via bijzonder talrijke of verdachte financiële transacties met de lidstaten verbonden zijn, en vraagt dat de EU en de lidstaten gepaste maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de strijd tegen misdaad, corruptie en witwasserij doeltreffend is;

Waarom misdaad niet loont

101.  nodigt alle betrokken publieke en particuliere partijen uit om resoluut de strijd aan te binden met het witwassen van geld; dringt aan op volledige naleving van de antiwitwasverplichtingen door beroepsbeoefenaren en op de bevordering van mechanismen voor de melding van verdachte transacties en van gedragscodes, waarbij ook de beroepsorganisaties en -verenigingen moeten worden betrokken;

102.  verzoekt derde landen, en met name die welke lid zijn van de Raad van Europa of waarvan het grondgebied hoe dan ook op het Europees vasteland ligt, om efficiënte antiwitwassystemen in te voeren;

103.  wijst op de essentiële rol die de financiële-inlichtingeneenheden (FIE's) vervullen bij de effectieve bestrijding van witwaspraktijken en stelt met voldoening vast dat zij nauw samenwerken met Europol; dringt erop aan dat hun bevoegdheden worden uitgebreid en geharmoniseerd en dat de technische integratie van deze eenheden in Europol wordt voortgezet;

104.  is van mening dat de nieuwe wetgeving, gezien de essentiële rol van de internationale samenwerking tussen de FIE's op het gebied van de bestrijding van witwassen en internationaal terrorisme, geactualiseerde regels moet bevatten ten aanzien van de rol en de organisatie van de FIE's, evenals ten aanzien van de internationale samenwerkingsmethoden, mede gelet op de inbreuken op de "Egmont-normen", waarbij geweigerd wordt internationaal samen te werken of waarbij de internationale samenwerking ontoereikend is;

105.  pleit voor maatregelen om het gebruik van anonieme betaalmiddelen voor de financiering van onlinekansspelen te verbieden en om anonimiteit bij onlinegokken onmogelijk te maken door de hostservers identificeerbaar te maken en IT-systemen te ontwikkelen waarmee alle geldbewegingen die bij online- of offlinespelen plaatsvinden volledig traceerbaar worden gemaakt;

106.  benadrukt dat de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de lidstaten, hun regelgevende organen, Europol en Eurojust geïntensiveerd moet worden om criminele activiteiten in het kader van grensoverschrijdend onlinegokken te bestrijden;

107.  verzoekt de Commissie een adequaat wetgevingskader voor te stellen ter bestrijding van witwaspraktijken in de goksector, met name voor gokken bij sportwedstrijden en dierengevechten, en daarbij ook te voorzien in nieuwe delicten zoals matchfixinggerelateerd gokken en in voldoende strenge sancties en controlemechanismen, waarbij ook sportfederaties, sportbonden, online- en offlinegokexploitanten en waar nodig de nationale overheden moeten worden betrokken;

108.  roept op tot meer samenwerking op Europees niveau – die door de Commissie moet worden gecoördineerd – om onlinegokexploitanten die zich bezighouden met wedstrijdvervalsing en andere illegale activiteiten op te sporen en hun activiteiten te verbieden;

109.  dringt er bij sportorganisaties op aan een gedragscode voor alle personeelsleden op te stellen waarbij een ondubbelzinnig verbod wordt opgelegd op het manipuleren van wedstrijden voor weddenschaps- of andere doeleinden, alsmede een gokverbod op eigen wedstrijden en de verplichting om informatie omtrent matchfixingactiviteiten te melden, en dringt erop aan dit alles gepaard te doen gaan met een adequaat mechanisme ter bescherming van klokkenluiders;

110.  pleit ervoor om met betrekking tot witwaspraktijken binnen het kader van hun respectieve bevoegdheden een EU-brede superviserende rol toe te bedelen aan de Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor effecten en markten en de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme, in samenwerking met Europol en de andere bevoegde Europese organen, vooral ook met het oog op de invoering van een echte Europese bankunie die in staat is een effectieve bijdrage te leveren aan de bestrijding van corruptie en witwasserij; dringt er, in afwachting daarvan, op aan dat er op nationaal vlak meer werk wordt gemaakt van de versterking van de controlemogelijkheden, de verbetering van de deskundigheid en het treffen van doelgerichtere maatregelen, en dat tegelijkertijd intensievere samenwerking tussen nationale autoriteiten wordt aangemoedigd en gefaciliteerd;

111.  benadrukt dat publieke en private partnerschappen essentieel zijn voor het waarborgen van een gezamenlijke en effectieve respons waarmee kwetsbaarheden in legitieme markten worden beperkt, en dat belangrijke actoren op het gebied van onlinediensten en in de financiële sector moeten worden geïdentificeerd en geprioriteerd met het oog op de uitwisseling en coördinatie van gegevens om kwetsbare plekken in opkomende technologieën weg te werken;

112.  dringt aan op de vaststelling van minimumnormen voor goed bestuur op belastinggebied, met name door middel van gezamenlijke initiatieven van de lidstaten op het stuk van hun relaties met als belastingparadijzen aangemerkte grondgebieden, teneinde onder meer toegang te krijgen tot informatie over de eigenaars van eventueel aldaar gevestigde brievenbusmaatschappijen; dringt aan op de snelle en volledige tenuitvoerlegging en follow-up van de mededeling van de Commissie van 6 december 2012 inzake een Actieplan ter versterking van de strijd tegen belastingfraude en belastingontduiking (COM(2012)0722), inclusief de herziening van de moeder-dochterrichtlijn en de rente- en royaltyrichtlijn;

113.  verzoekt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten niet uit het oog te verliezen dat ook activiteiten met een ogenschijnlijk zuiver lokale impact, zoals autodiefstal, diefstal van landbouwmachines en bedrijfsvoertuigen, diefstal met braak, gewapende overvallen, diefstal van koper en andere industriemetalen en diefstal van lading uit zware vrachtwagens, soms kunnen worden toegeschreven aan grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en worden verricht om andere, ernstigere strafbare feiten te kunnen plegen;

114.  betreurt de wetgevingsverschillen tussen de lidstaten op het gebied van de vervalsing van de euro, en met name van de daarop staande sancties, en pleit voor spoedige afronding van de onderhandelingen over een richtlijnvoorstel van de Commissie van februari 2013 inzake de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij; verzoekt alle betrokken publieke en particuliere partijen op het niveau van zowel de Europese Unie als de lidstaten om gezamenlijk inspanningen te ondernemen voor een effectieve bestrijding van dit verschijnsel;

115.  is van mening dat het vermogensoorsprongsbeginsel het voor belastingautoriteiten gemakkelijker maakt om belasting effectief te heffen en belastingontduiking tegen te gaan; is van mening dat een rechtvaardig belastingstelsel onontbeerlijk is, met name in crisistijden, wanneer de belastingdruk oneerlijk wordt verlegd naar kleine bedrijven en huishoudens, en dat belastingontduiking gedeeltelijk gecreëerd wordt door belastingparadijzen binnen de Europese Unie;

116.  onderstreept dat het opvoeren van de strijd tegen belastingfraude en belastingontduiking van cruciaal belang is voor het bevorderen van duurzame groei in de EU; onderstreept dat minder fraude en ontduiking het groeipotentieel in de economie zou versterken doordat het de openbare financiën gezonder maakt en ertoe leidt dat bedrijven kunnen concurreren op basis van eerlijke en gelijke randvoorwaarden;

117.  benadrukt met name de noodzaak tot identificatie van de diverse fasen van bankbiljettenverwerking ter wille van de traceerbaarheid in de hele keten van behandeling van contant geld, en roept daarom de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken op een traceerbaarheidssysteem in te voeren voor eurobankbiljetten; vraagt de landen van de eurozone te stoppen met het drukken van bankbiljetten in coupures van meer dan 100 EUR;

Nieuwe technologieën in de bestrijding van georganiseerde criminaliteit

118.  is van mening dat alle aardobservatiesatellietsystemen behulpzaam kunnen zijn bij de detectie van de routes van schepen die illegale vervoersoperaties verrichten of illegale goederen lossen of overladen; verzoekt de justitiële en rechtshandhavingsautoriteiten derhalve op dit terrein intensiever gebruik te maken van nieuwe technologieën, met inbegrip van satellietbeelden, waarmee kan worden bijgedragen aan de bestrijding van activiteiten van de georganiseerde misdaad;

119.  is ingenomen met de recente oprichting binnen Europol van het Europees centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit (EC3) en pleit voor de verdere ontwikkeling daarvan, inzonderheid met het oog op de bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en de versterking van de samenwerking tussen overheids-, particuliere en onderzoeksdiensten, alsook om nauwer te kunnen samenwerken met derde landen, met name landen die een reële bedreiging voor de EU vormen in termen van cybercriminaliteit; betreurt dat de financiële en personele middelen om het EC3-centrum op te zetten uit andere operationele domeinen zijn gehaald; verzoekt de Commissie in haar financieel memorandum recht te doen aan de nieuwe taken van Europol en er voldoende financiële middelen voor toe te wijzen om kinderpornografie, btw-fraude, mensenhandel enz. effectief te kunnen bestrijden;

120.  is van mening dat het Europees grensbewakingssysteem (EUROSUR) een belangrijk instrument zal zijn voor de bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, aangezien hiermee de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de autoriteiten van de lidstaten wordt verbeterd en nieuwe technologie wordt ingezet voor het bewaken van de buitengrenzen en de gebieden vóór de grens; verzoekt de lidstaten, de Commissie en Frontex met klem te waarborgen dat EUROSUR vóór eind 2014 volledig operationeel zal zijn;

121.  is ingenomen met de recente uitbreiding en versterking van het mandaat van het ENISA, en is van mening dat het ENISA, op grond van zijn ervaring, zijn technische en wetenschappelijke deskundigheid en zijn bijdrage aan de preventie en bestrijding van cyberincidenten, een sleutelrol kan spelen bij het waarborgen van een hoog niveau van IT- en netwerkbeveiliging in de Europese Unie; dringt er bij het ENISA op aan meer inspanningen te leveren om de respons- en ondersteuningscapaciteiten van computercrisisteams (CERT's) te verbeteren en te helpen bij de uitwerking van Europese beveiligingsnormen voor elektronische apparatuur, netwerken en diensten;

122.  pleit ervoor een cultuur van preventie en cyberveiligheid te verspreiden aan de hand van een geïntegreerde, multidisciplinaire aanpak gericht op voorlichting van de samenleving en bevordering van onderzoek en opleiding van technische deskundigen, samenwerking tussen de overheids- en particuliere sector en uitwisseling van informatie op nationaal en internationaal niveau; is ingenomen met het feit dat cyberaanvallen zijn opgenomen in het strategische concept voor de defensie en de veiligheid van de NAVO; is verheugd over het feit dat enkele lidstaten zijn overgegaan tot de oprichting van nationale coördinatie-instanties voor de strijd tegen de cyberdreiging en verzoekt alle andere lidstaten van de Europese Unie hetzelfde te doen;

Slotaanbevelingen voor een Europees actieplan ter bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen

123.  verzoekt de Commissie om, via het OLAF, een relevant percentage onderzoeken op eigen initiatief door de EU-onderzoeksautoriteiten voor fraudebestrijding te laten uitvoeren, die zijn gericht op sectoren, gebieden of zaken waar stelselmatige en grootschalige corruptie met nadelige gevolgen voor de financiële belangen van de EU wordt vermoed en er redenen zijn om dergelijke onderzoeken te starten;

124.  vraagt met het oog op de bestrijding van financiële fraude om een snelle herziening van de richtlijn inzake marktmisbruik (MAD), die volgens het beoordelingsverslag van het IMF over de stabiliteit van het financiële stelsel van de Europese Unie een cruciale rol zal spelen voor de bevordering van de integriteit van de Europese financiële markten;

125.  spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat een hele reeks zogenaamde "nieuwsoortige" misdrijven – zoals illegale handel in afvalstoffen, illegale handel in kunstvoorwerpen en in beschermde soorten, alsmede in namaakgoederen – voor criminele organisaties een bijzonder lucratieve bezigheid zijn;

126.  betreurt het feit dat de Commissie het eerste verslag over corruptie in de EU in weerwil van haar eerdere verklaringen niet gepubliceerd heeft, en hoopt dat dit verslag nog voor eind 2013 zal worden goedgekeurd;

127.  verzoekt de Commissie en de Raad met een Europees actieplan te komen tegen de handel in wilde dieren;

128.  verzoekt de lidstaten met klem om Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, zo snel mogelijk om te zetten; verzoekt de Commissie toe te zien op de correcte omzetting daarvan in nationaal recht; dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan de routekaart inzake de rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures te vervolledigen, en een richtlijn inzake voorlopige hechtenis uit te werken;

129.  benadrukt dat het noodzakelijk is een cultuur van legaliteit te bevorderen en de burgers meer besef omtrent het maffiafenomeen bij te brengen; erkent in die zin de fundamentele rol die toekomt aan verenigingen op cultuur-, recreatie- en sportgebied bij het bewust maken van de burgers omtrent de strijd tegen de georganiseerde misdaad en de bevordering van legaliteit en gerechtigheid;

130.  verzoekt de Commissie een scorebord te publiceren om de omzetting van EU-wetgeving voor de bestrijding van georganiseerde misdaad in de eigen wetgeving van de respectieve lidstaten op de voet te kunnen volgen;

131.  dringt erop aan dat aan deze resolutie uitvoering wordt gegeven door middel van een Europees actieplan voor de periode 2014-2019 om de georganiseerde misdaad, corruptie en het witwassen van geld uit te roeien, dat moet resulteren in een stappenplan en in adequate middelen en waarbij, onder inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, o.a. de volgende reeds in de vorige paragrafen uiteengezette en hierbij opnieuw onderschreven positieve acties tot prioriteit moeten worden verheven:

   (i) de vaststelling van een definitie van "georganiseerde misdaad" (waartoe o.a. deelname aan een maffiose organisatie behoort), "corruptie" en "witwassen" (met inbegrip van "witwassen van door eigen misdrijf verkregen opbrengsten"), die o.a. moet worden ingebed in een verslag over de implementatie van de desbetreffende Europese wetgeving;
   (ii) de afschaffing van het bankgeheim;
   (iii) de opheffing van belastingparadijzen in de gehele Europese Unie en het beëindigen van belastingontduiking en -ontwijking door invoering van het door de OESO aanbevolen "vermogensoorsprongsbeginsel";
   (iv) zorgen voor volledige toegang tot informatie met betrekking tot de feitelijke eigenaars van ondernemingen, stichtingen en trusts (de zogenoemde "uiteindelijke gerechtigden"), waarbij de ondernemingsregisters van de lidstaten eveneens dienovereenkomstig moeten worden aangepast en aan elkaar gekoppeld;
   (v) het introduceren van het beginsel van de wettelijke aansprakelijkheid van juridische entiteiten – met name van houdster- en moedermaatschappijen voor hun dochterondernemingen – wanneer er sprake is van een financieel misdrijf;
   (vi) het uitroeien van mensenhandel en gedwongen arbeid, met name waar het minderjarigen en vrouwen betreft, door middel van strengere sancties, en ervoor zorgen dat slachtoffers van mensenhandel naar behoren worden beschermd en ondersteund;
   (vii) manipulatie van sportwedstrijden strafbaar stellen met het oog op het strenger bestrijden van illegale sportweddenschappen;
   (viii) de lidstaten ertoe oproepen om het kopen van stemmen strafbaar te stellen, zelfs wanneer er sprake is van immateriële voordelen of voordelen voor derden;
   (ix) een zo uniform, gelijk en homogeen mogelijke, voor heel de EU geldende vennootschapsbelasting invoeren;
   (x) de justitiële en politiële samenwerkingsovereenkomsten tussen de lidstaten en tussen de EU en derde landen verdiepen;
   (xi) bevordering van instrumenten voor de inbeslagneming en confiscatie van criminele vermogensbestanddelen, o.a. door middel van aanvullende confiscatiemethoden zoals de civielrechtelijke verbeurdverklaring van vermogensbestanddelen en het hergebruik van in beslag genomen activa voor sociale doeleinden, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel;
   (xii) het opvoeren van de strijd tegen milieudelicten en drugshandel;
   (xiii) het waarborgen van de snelle wederzijdse erkenning – onder volledige inachtneming van het evenredigheidsbeginsel – van alle justitiële maatregelen, met name straf- en confiscatievonnissen en Europese aanhoudingsbevelen;
   (xiv) economische actoren die bij onherroepelijk vonnis zijn veroordeeld voor georganiseerde misdrijven, corruptie of witwassen, in de hele Europese Unie uitsluiten van deelname aan openbare aanbestedingen;
   (xv) een Europees Openbaar Ministerie instellen dat de beschikking krijgt over de nodige personele en financiële middelen; tegelijkertijd steun verlenen aan Europese agentschappen zoals Europol en Eurojust, alsook aan gemeenschappelijke onderzoeksteams (GOT's) en ARO's;
   (xvi) zowel op lidstaats- als op EU-niveau volledig voldoen aan de in de internationale instrumenten voor de aanpak van georganiseerde misdaad, corruptie en geldwitwasserij neergelegde verplichtingen;
   (xvii) de belangrijke rol erkennen van de onderzoeksjournalistiek bij de opsporing van ernstige misdrijven;
   (xviii) uniforme pan-Europese regels invoeren voor de bescherming van getuigen, informanten en personen die met justitie samenwerken;
   (xix) verhinderen dat personen die onherroepelijk veroordeeld zijn voor strafbare feiten op het gebied van georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen of voor andere ernstige misdrijven, zich kandidaat kunnen stellen voor een openbaar ambt, of hen uit hun openbare ambt ontzetten;
   (xx) mede op basis van een uniform rapportagesysteem passende sancties vaststellen en invoeren voor klassieke vormen van cybercriminaliteit;
   (xxi) corruptie in de overheidssector voorkomen door het publiek betere toegang te verschaffen tot documenten, specifieke regels inzake belangenconflicten en transparantieregisters;

132.  dringt erop aan dat het Parlement bijzondere aandacht blijft besteden aan de problematiek waarmee zijn Bijzondere Commissie georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen zich heeft beziggehouden, en draagt ​​zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken derhalve op om er, waar nodig in samenwerking met andere bevoegde parlementaire commissies, op toe te zien dat de in deze resolutie vervatte aanbevelingen op politiek en institutioneel niveau correct zijn uitgevoerd en om in voorkomend geval deskundigen te horen, werkgroepen in te stellen en follow-upverslagen op te stellen;

o
o   o

133.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, Eurojust, Europol, Frontex, de CEPOL, het OLAF, het COSI, de Europese Investeringsbank, de Raad van Europa, de OESO, Interpol, het UNODC, de Wereldbank, de FATF en de Europese toezichthoudende autoriteiten (.EBA, ESMA en EAVB).

(1) PB C 251 E van 31.8.2013, blz. 120."
(2) PB C 115 van 4.5.2010, blz. 1.
(3) PB C 195 van 25.6.1997, blz. 1.
(4) PB L 300 van 11.11.2008, blz. 42.
(5) PB L 182 van 5.7.2001, blz. 1.
(6) PB L 196 van 2.8.2003, blz. 45.
(7) PB L 68 van 15.3.2005, blz. 49.
(8) PB L 328 van 24.11.2006, blz. 59.
(9) PB L 332 van 18.12.2007, blz. 103.
(10) PB L 138 van 4.6.2009, blz. 14.
(11) PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.
(12) PB L 350 van 30.12.2008, blz. 60.
(13) PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1.
(14) PB L 162 van 20.6.2002, blz. 1.
(15) PB L 321 van 8.12.2009, blz. 44.
(16) PB L 101 van 15.4.2011, blz. 1.
(17) PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.
(18) PB L 309 van 25.11.2005, blz. 9.
(19) PB L 345 van 8.12.2006, blz. 1.
(20) PB L 267 van 10.10.2009, blz. 7.
(21) PB L 319 van 5.12.2007, blz. 1.
(22) PB L 192 van 31.7.2003, blz. 54.
(23) PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1.
(24) PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114.
(25) PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57.
(26) PB L 335 van 17.12.2011, blz. 1.
(27) PB L 47 van 18.2.2004, blz. 1.
(28) PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.
(29) PB C 286 van 30.9.2011, blz. 4.
(30) PB C 42 van 15.2.2012, blz. 2.
(31) PB L 159 van 20.6.2007, blz. 45.
(32) PB C 124 E van 25.5.2006, blz.254.
(33) PB C 199 E van 7.7.2012, blz. 37.
(34) PB C 51 E van 22.2.2013, blz. 121.
(35) PB C 131 E van 8.5.2013, blz.66.
(36) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0208.
(37) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0098.
(38) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0004.
(39) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0205.
(40) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0245.
(41) PB C 161 E van 31.5.2011, blz. 62.
(42) http://ec.europa.eu/justice/policies/privacy/docs/wpdocs/2011/wp186_en.pdf .
(43) Bron: Norton Cybercrime report 2012.
(44) Internationale Kamer van Koophandel, Transparency International, Global Compat Initiative van de Verenigde Naties, Economisch Wereldforum, "Clean Business is Good Business", 2009.
(45) Speciale Eurobarometer 374 inzake corruptie, februari 2012.
(46) Zie Speciale Eurobarometer 390 inzake cyberveiligheid, juli 2012.
(47) Internationale Kamer van Koophandel, Transparency International, Global Compat Initiative van de Verenigde Naties, Economisch Wereldforum, "Clean Business is Good Business", 2009.
(48) Europees Parlement, Studie naar het ontradende effect van onderzoeksjournalistiek in de EU op fraude met EU-middelen - 27, oktober 2012.

Laatst bijgewerkt op: 21 april 2016Juridische mededeling