Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2827(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0474/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 23/10/2013 - 11.13
CRE 23/10/2013 - 11.13

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0448

Aangenomen teksten
PDF 138kWORD 31k
Woensdag 23 oktober 2013 - Straatsburg Definitieve uitgave
Migratiestromen in het Middellandse Zeegebied, met name in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa
P7_TA(2013)0448B7-0474, 0475, 0476, 0477, 0479 en 0480/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 23 oktober 2013 over migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa (2013/2827(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–  gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen hierbij,

–  gezien de verklaring van de hoge commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) van 12 oktober 2013,

–  gezien het verslag van april 2012 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa met als titel "Lives lost in the Mediterranean Sea",

–  gezien de vorige verklaringen en het meest recente, in april 2013 gepubliceerde verslag van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten van migranten over het beheer van de buitengrenzen van de EU en de gevolgen daarvan voor de mensenrechten van migranten,

–  gezien zijn resolutie van 9 oktober 2013 over maatregelen van de EU en de lidstaten om met de vluchtelingenstroom als gevolg van het conflict in Syrië om te gaan(1) ,

–  gezien Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken(2) ,

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van regels voor de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking gecoördineerd door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (COM(2013)0197),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1168/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex)(3) ,

–  gezien het standpunt van het Europees Parlement dat op 10 oktober 2013 in eerste lezing is goedgekeurd met het oog op de aanneming van Verordening (EG) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (EUROSUR)(4) ,

–  gezien de gemeenschappelijke mededelingen van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 20 maart 2013 getiteld "Europees nabuurschapsbeleid: naar een sterker partnerschap" (JOIN(2013)0004),

–  gezien zijn resolutie van 7 april 2011 over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid – de zuidelijke dimensie(5) ,

–  gezien Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven(6) ,

–  gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol)(7) ,

–  gezien de mondelinge vraag O-000021/2013 – B7-0119/2013 van 25 februari 2013 betreffende een permanent EU-overbrengingssysteem op vrijwillige basis,

–  gezien het verslag van zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken over het bezoek van een delegatie aan Lampedusa in november 2011,

–  gezien het bezoek van de voorzitter van de Commissie, José Manuel Barroso, en de commissaris voor Binnenlandse Zaken, Cecilia Malmström, aan Lampedusa op 9 oktober 2013 en het daaraan gerelateerde plenair debat op dezelfde dag over het migratiebeleid van de EU in het Middellandse Zeegebied, met bijzondere aandacht voor de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa,

–  gezien zijn resolutie van 23 oktober 2013 over georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen: aanbevelingen inzake de benodigde acties en initiatieven(8) , en met name de opmerkingen over de strijd tegen mensenhandel en "handelaren in de dood",

–  gezien de artikelen 77, 78, 79 en 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en de artikelen 18 en 19 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien artikel 110, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat bij de meest recente tragische gebeurtenissen bij Lampedusa ten minste 360 migranten om het leven zijn gekomen, en nog veel meer mensen worden vermist;

B.  overwegende dat volgens de Internationale Organisatie voor Migratie sinds 1993 minstens 20 000 personen zijn omgekomen op zee, waaruit opnieuw blijkt dat al het mogelijke moet worden gedaan om de levens van mensen in gevaar te redden en dat de lidstaten hun internationale verplichtingen inzake redding op zee moeten nakomen;

C.  overwegende dat er op EU-niveau nog altijd onduidelijkheid bestaat over de taakverdeling tussen de verschillende betrokken entiteiten wat het bieden van bijstand aan schepen in nood betreft, alsook wat de coördinatie van opsporings- en reddingsacties betreft;

D.  overwegende dat mensensmokkelaars en mensenhandelaren illegale migratie exploiteren, en dat slachtoffers door criminele netwerken worden gedwongen, gelokt of misleid om naar Europa te komen, en overwegende dat deze criminele netwerken een ernstig risico vormen voor het leven van migranten en een uitdaging voor de EU;

E.  overwegende dat het beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid is vastgelegd in artikel 80 van het VWEU;

F.  overwegende dat het nieuwe herziene gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) ten doel heeft te voorzien in duidelijkere regels en een eerlijke en adequate bescherming te waarborgen van personen die internationale bescherming nodig hebben;

G.  overwegende dat de EU-wetgeving voorziet in een aantal instrumenten, zoals de visumcode en de Schengengrenscode, die het mogelijk maken visa te verlenen op humanitaire gronden;

H.  overwegende dat de lidstaten moeten worden aangemoedigd gebruik te maken van de middelen die beschikbaar worden gesteld in het kader van het Fonds voor asiel en migratie en van de middelen in het kader van de voorbereidende actie "Hervestiging van vluchtelingen in noodsituaties", die onder meer de volgende maatregelen omvat: steun voor mensen die reeds door het bureau van de hoge commissaris van de VN voor vluchtelingen (UNHCR) als vluchteling zijn erkend; ondersteuning van noodacties in het geval van groepen vluchtelingen, die als prioritair zijn aangemerkt en die het slachtoffer zijn van een gewapende aanval en geconfronteerd worden met extreem schadelijke en levensbedreigende omstandigheden; zo nodig, verstrekking van extra financiële steun in noodsituaties aan de diensten van het UNHCR en zijn verbindingsorganisaties in de lidstaten en op EU-niveau;

I.  overwegende dat Italië een nieuwe patrouille-, reddings- en surveillance-operatie "Mare Nostrum" heeft gelanceerd om de humanitaire reddingsacties in de Middellandse Zee te verbeteren;

J.  overwegende dat voorzitter Barroso tijdens zijn recente bezoek aan Lampedusa 30 miljoen EUR aan EU-middelen heeft toegezegd ter ondersteuning van de lokale bevolking;

1.  geeft uiting aan zijn diepe bedroefdheid over het verlies van mensenlevens bij Lampedusa; dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan meer te doen om verder verlies van mensenlevens op zee te voorkomen;

2.  is van mening dat Lampedusa een keerpunt moet zijn voor Europa en dat de enige manier om nieuwe tragedies in de toekomst te voorkomen een gecoördineerde aanpak is op basis van solidariteit en verantwoordelijkheid, en ondersteund door gemeenschappelijke instrumenten;

3.  dringt aan op humanitaire bijstand aan overlevenden van dergelijke tragische gebeurtenissen, en verzoekt de EU en de lidstaten zich in te zetten om de universele grondrechten van migranten te waarborgen, met name die van niet-begeleide minderjarigen;

4.  erkent dat de inwoners van Italië en Malta, en met name van Lampedusa, evenals niet-gouvernementele organisaties zoals Caritas en het Rode Kruis enorme inspanningen hebben geleverd bij de eerste opvang van en reddingsoperaties voor alle immigranten;

5.  is verheugd over de intentie van de Commissie om een task force op te richten met betrekking tot de kwestie van migratiestromen in het Middellandse Zeegebied; is van mening dat deze task force zowel een politiek als een operationeel onderdeel zou moeten omvatten; benadrukt in dit verband dat het Parlement bij een dergelijke task force moet worden betrokken op ofwel politiek ofwel technisch niveau; benadrukt tevens dat de oprichting van deze task force slechts als een eerste stap in de richting van een ambitieuzere aanpak moet worden beschouwd;

6.  vraagt om een verhoging van het budget voor het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) en het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten (Frontex) om de lidstaten bij te staan in omstandigheden waarin extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vereist is, onder meer in situaties waarbij zich humanitaire noodgevallen en reddingsacties op zee voordoen; herinnert eraan dat een behoorlijke financiering van deze agentschappen essentieel is om een gecoördineerde aanpak te ontwikkelen; verzoekt de lidstaten om hun praktische samenwerking met het EASO en Frontex uit te breiden, onder meer door hulp in natura (gedetacheerde ambtenaren, materiële steun, enz.); verzoekt de Raad en de Commissie de mogelijkheid te overwegen om een EU-kustwacht op de richten en een nieuw Operationeel Bureau Frontex op te zetten in gebieden die kampen met hoge migratiedruk en in het bijzonder in het Middellandse Zeegebied, waarbij de desbetreffende kosten door de geselecteerde lidstaat worden gedragen;

7.  benadrukt dat het van belang is de verantwoordelijkheid op asielgebied te delen en beveelt aan een op objectieve criteria gebaseerd mechanisme in het leven te roepen om de druk te verminderen op die lidstaten die, absoluut of verhoudingsgewijs, grotere aantallen asielzoekers en begunstigden van internationale bescherming opvangen;

8.  onderstreept dat de overbrenging van personen die internationale bescherming genieten en van asielzoekers een van de meest concrete vormen van solidariteit en het delen van verantwoordelijkheid is; benadrukt het belang van projecten zoals het proefproject voor hervestiging binnen de EU vanuit Malta (Eurema-project) en de verlenging ervan, in het kader waarvan personen die internationale bescherming genieten van Malta naar andere lidstaten zijn en worden overgebracht, en pleit voor de ontplooiing van meer soortgelijke initiatieven;

9.  is ingenomen met de voorstellen van de Commissie om een opsporings- en reddingsoperatie van Cyprus tot Spanje in te zetten en Frontex te versterken door het budget en de capaciteit ervan uit te breiden, met het doel levens te redden en mensenhandel en ‑smokkel te bestrijden;

10.  roept de medewetgevers op snel overeenstemming te bereiken over nieuwe bindende interceptieregels voor door Frontex gecoördineerde operaties op zee teneinde doeltreffende en gecoördineerde reddingsmaatregelen op EU-niveau te verwezenlijken en ervoor te zorgen dat de operaties worden uitgevoerd met de volledige eerbiediging van de desbetreffende internationale mensenrechten en vluchtelingenwetgeving en ‑normen en verplichtingen krachtens het recht van de zee;

11.  verzoekt de Unie en de lidstaten de mogelijkheid te overwegen om mechanismen te creëren voor het vinden van veilige plaatsen voor het aan land brengen van geredde vluchtelingen en migranten;

12.  verzoekt de Unie en haar lidstaten om een profilerings- en verwijzingsmechanisme op te zetten, met inbegrip van toegang tot een eerlijke en efficiënte asielprocedure voor degenen die wellicht internationale bescherming nodig hebben, gebaseerd op het inzicht dat het aan land brengen niet noodzakelijkerwijs impliceert dat het land waar op zee geredde personen worden ontscheept alleen de verantwoordelijkheid moet dragen;

13.  dringt er bij de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat alle bepalingen van de verschillende instrumenten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) correct worden toegepast; herinnert de lidstaten eraan dat mensen die om internationale bescherming vragen, naar de bevoegde nationale asielinstanties moeten worden doorverwezen en toegang moeten krijgen tot eerlijke en doeltreffende asielprocedures;

14.  roept de lidstaten op om, indien noodzakelijk, de toepassing van artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 604/2013(9) te overwegen teneinde de verantwoordelijkheid te nemen voor de asielaanvragen van personen die het risico lopen geen toegang te krijgen tot hun rechten in een lidstaat die zijn verplichtingen niet kan nakomen; is eveneens van mening dat de lidstaten moeten overwegen artikel 15 van bovenvermelde verordening toe te passen teneinde familieleden samen te brengen;

15.  roept Frontex en de lidstaten op ervoor te zorgen dat alle grenswachten en ander personeel uit de lidstaten dat deelneemt aan Europese grenswachtteams, alsook het Frontex-personeel, opleiding krijgen in de relevante Unie- en internationale wetgeving en grondrechten, met inbegrip van mensenrechten, in overeenstemming met artikel 5 van de herziene Frontex-verordening;

16.  dringt er bij de EU en de lidstaten op aan de gemengde migratiestromen te monitoren met gebruikmaking van de beschikbare Europese en nationale instrumenten, en voor goede coördinatie en communicatie te blijven zorgen, bijvoorbeeld via het faciliteren van informatie-uitwisseling tussen de nationale kustwachtdiensten;

17.  vraagt de Unie, Frontex en de lidstaten ervoor te zorgen dat het bijstaan van migranten in nood en het redden van migranten op zee tot de belangrijkste prioriteiten behoren van de tenuitvoerlegging van de recent goedgekeurde EUROSUR-verordening;

18.  acht het van prioritair belang dat de instrumenten en middelen van de EU, onder meer die waarover Frontex (bv. EUROSUR) en Europol beschikken, beter worden gecoördineerd, zodat tezamen met derde landen krachtiger kan worden opgetreden tegen de criminele netwerken van mensenhandelaren en -smokkelaars;

19.  herinnert eraan dat solidariteit in de EU samen moet gaan met verantwoordelijkheid; herinnert eraan dat de lidstaten wettelijk verplicht zijn bijstand te verlenen aan migranten op zee;

20.  roept de lidstaten op hun prerogatief inzake redding van levens op zee te gebruiken in overeenstemming met hun internationale verplichtingen;

21.  is bezorgd over het feit dat steeds meer personen hun leven riskeren door de gevaarlijke overtocht per boot van de Middellandse Zee naar de EU te wagen; vraagt de lidstaten maatregelen te nemen die asielzoekers in staat stellen op een veilige en eerlijke manier toegang te verkrijgen tot het asielstelsel van de Unie;

22.  benadrukt dat legale binnenkomst in de EU beter is dan een gevaarlijkere illegale binnenkomst, die het risico van mensenhandel en verlies van mensenlevens kan inhouden;

23.  dringt aan op een meer holistische benadering van migratie teneinde te waarborgen dat met migratie verband houdende kwesties op een samenhangende manier kunnen worden aangepakt;

24.  spoort de EU aan een alomvattende strategie te ontwikkelen, met name voor het Middellandse Zeegebied, waarin arbeidsmigratie in de context wordt geplaatst van de sociale, economische en politieke ontwikkeling van de regio; verzoekt de EU en de lidstaten te kijken naar de beschikbare instrumenten in het kader van het visumbeleid van de EU en de EU-wetgeving inzake arbeidsmigratie;

25.  dringt er bij de lidstaten op aan strenge strafrechtelijke sancties in te stellen voor personen die mensenhandel naar en binnen de EU bevorderen, en breed opgezette voorlichtingscampagnes te lanceren om de aandacht te vestigen op de risico's die mensen lopen als zij hun leven toevertrouwen aan mensenhandelaren en smokkelaars;

26.  dringt bij de EU en de lidstaten aan op wijziging of herziening van alle wetgeving die personen die bijstand verlenen aan migranten in nood op zee strafbaar stelt; vraagt de Commissie Richtlijn 2002/90/EG van de Raad te herzien, waarin sancties zijn vastgelegd voor hulp bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf teneinde te verduidelijken dat het verstrekken van humanitaire bijstand aan migranten in nood op zee moet worden toegejuicht, en geen daad is die ooit tot enige vorm van sanctie zou kunnen leiden;

27.  dringt aan op betere en efficiëntere samenwerking tussen de EU en derde landen, teneinde een herhaling van de tragische gebeurtenissen zoals die voor de kust van Lampedusa te voorkomen; beschouwt de overeenkomsten inzake migratiebeheer tussen de EU en landen die als doorvoerland naar de EU fungeren als prioriteit voor de Unie op de korte termijn, met inbegrip van de financiering van politievoorzieningen en opleidingen inzake wetshandhavingscapaciteiten, evenals bijstand aan deze landen - en de landen van herkomst van migranten - om hun economieën te diversifiëren en verbeteren, en benadrukt dat derde landen het internationaal recht moeten eerbiedigen met betrekking tot het redden van levens op zee en dat zij de bescherming van vluchtelingen en de eerbiediging van de grondrechten moeten waarborgen;

28.  vraagt de EU door te gaan met het bieden van humanitaire, financiële en politieke bijstand in crisisgebieden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, teneinde de onderliggende oorzaken van migratie en humanitaire problemen aan te pakken; verzoekt de EU derhalve de distributie van deze middelen te monitoren en het democratisch toezicht erop te vergroten, zodat zij enig positief effect kunnen sorteren, iets waar het tot nu toe aan heeft ontbroken;

29.  vraagt de EU en de lidstaten adequate, verantwoorde maatregelen te treffen met het oog op een mogelijke instroom van vluchtelingen in de lidstaten; vraagt de Commissie en de lidstaten de huidige situatie verder te volgen en te blijven werken aan noodplannen, capaciteitsopbouw, beleidsdialoog en de naleving van hun verplichtingen op het gebied van mensenrechten ten aanzien van de detentieomstandigheden;

30.  vraagt de lidstaten in overeenstemming met het bestaande internationale en EU-recht het beginsel van "non-refoulement" in acht te nemen; verzoekt de lidstaten onmiddellijk een einde te maken aan elke vorm van onrechtmatige en langdurige detentie, die in strijd is met het internationaal en Europees recht, en herinnert eraan dat maatregelen om migranten vast te houden altijd vergezeld moeten gaan van een administratief besluit, naar behoren gerechtvaardigd moeten zijn en slechts voor een beperkte periode mogen gelden;

31.  moedigt de lidstaten aan om in dringende behoeften te voorzien middels hervestiging in aanvulling op de bestaande nationale quota's, alsook door middel van toelating op humanitaire gronden;

32.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de hoge commissaris van de VN voor vluchtelingen.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0414.
(2) PB L 132 van 29.5.2010, blz. 11.
(3) PB L 304 van 22.11.2011, blz. 1.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0416.
(5) PB C 296 E van 2.10.2012, blz. 114.
(6) PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98.
(7) PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.
(8) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0444.
(9) PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31.

Laatst bijgewerkt op: 21 april 2016Juridische mededeling