Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2145(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0387/2013

Ingediende teksten :

A7-0387/2013

Debatten :

PV 19/11/2013 - 5
CRE 19/11/2013 - 5

Stemmingen :

PV 20/11/2013 - 8.1
CRE 20/11/2013 - 8.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0472

Aangenomen teksten
PDF 564kWORD 244k
Woensdag 20 november 2013 - Straatsburg Definitieve uitgave
Begrotingsprocedure 2014: gemeenschappelijke tekst
P7_TA(2013)0472A7-0387/2013
Resolutie
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 20 november 2013 over de gemeenschappelijke tekst over het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014 die door het bemiddelingscomité in het kader van de begrotingsprocedure is goedgekeurd (16106/2013 ADD 1-5 – C7-0413/2013 – 2013/2145(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien de door het bemiddelingscomité (16106/2013 ADD 1-5 – C7–0413/2013) goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst en de bij deze resolutie gevoegde verklaringen van het Parlement, de Raad en de Commissie,

–  gezien zijn resolutie van 23 oktober 2013 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014(1) en de daarin opgenomen begrotingsamendementen,

–  gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, dat de Commissie op 28 juni 2013 heeft goedgekeurd (COM(2013)0450),

–  gezien het op 2 september 2013 door de Raad vastgestelde en op 12 september 2013 aan het Europees Parlement toegezonden standpunt inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014 (13176/2013 – C7‑0260/2013),

–  gezien de nota's van wijzigingen nrs. 1/2014 (COM(2013)0644) en 2/2014 (COM(2013)0719) bij het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, die de Commissie op 18 september respectievelijk 16 oktober 2013 heeft ingediend,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen(2) ,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3) ,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(4) ,

–  gezien het ontwerp van Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer,

–  gezien het ontwerp van verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014‑2020,

–  gezien artikel 75 quinquies en artikel 75 sexies van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van zijn delegatie in het bemiddelingscomité (A7‑0387/2013),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke tekst, die uit de volgende documenten bestaat:

   een lijst van ongewijzigde begrotingslijnen ten opzichte van de ontwerpbegroting of het standpunt van de Raad;
   samenvattende cijfers per rubriek van het financieel kader;
   cijfers per lijn voor alle begrotingsonderdelen;
   een geconsolideerd document met de cijfers en de definitieve tekst van alle lijnen die tijdens de bemiddeling werden gewijzigd;

2.  bevestigt de aan deze resolutie gehechte gezamenlijke verklaringen van het Parlement, de Raad en de Commissie die zijn opgenomen in de gezamenlijke conclusies waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt;

3.  bevestigt de aan deze resolutie gehechte gezamenlijke verklaringen van het Parlement en de Commissie over betalingskredieten, en van het Parlement en de Raad over rubriek 5 en salarisaanpassingen, alsmede over speciale vertegenwoordigers van de EU;

4.  verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie ;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze wetgevingsresolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de overige betrokken instellingen en organen, alsmede aan de nationale parlementen.

(1) Aangenomen teksten van die datum, P7_TA(2013)0437.
(2) PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.


BIJLAGE

DEFINITIEVE VERSIE 12/11/2013

Begroting 2014 – Gezamenlijke conclusies

Deze gezamenlijke conclusies hebben betrekking op de volgende onderwerpen:

1.  Begroting 2014

2.  Begroting 2013 – Gewijzigde begrotingen nr. 8/2013 en nr. 9/2013

3.  Verklaringen

1.  Begroting 2014

1.1.  "Afgesloten" lijnen

Tenzij in deze conclusies anders is vermeld, worden alle begrotingslijnen bevestigd die noch de Raad noch het Parlement in hun respectieve lezing hebben geamendeerd en waarvoor het Parlement met de amendementen van de Raad heeft ingestemd.

Voor de andere begrotingslijnen heeft het bemiddelingscomité de volgende conclusies vastgesteld:

1.2.  Horizontale onderwerpen

Gedecentraliseerde agentschappen

Het aantal ambten voor alle gedecentraliseerde agentschappen is vastgesteld op het door de Commissie in de ontwerpbegroting voorgestelde niveau, met uitzondering van:

—  het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) , waarvoor 7 aanvullende posten zijn overeengekomen;

—  de Europese Bankautoriteit (EBA) , waarvoor 8 aanvullende posten zijn overeengekomen;

—  de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) , waarvoor 3 aanvullende posten zijn overeengekomen;

—  de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) , waarvoor 5 aanvullende posten zijn overeengekomen;

—  het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) , waarvoor 2 aanvullende posten zijn overeengekomen; alsmede

—  EUROPOL , waarvoor 2 aanvullende posten zijn overeengekomen.

De bijdrage van de EU (in vastleggings- en betalingskredieten) voor gedecentraliseerde agentschappen is vastgesteld op het door de Commissie in de ontwerpbegroting voorgestelde niveau, met uitzondering van:

—  de Europese Bankautoriteit (EBA) , waarvoor een aanvullend bedrag van 2,1 miljoen EUR is overeengekomen, op basis van de EU-financieringssleutel van 40% (60% te medefinancieren door nationale toezichthoudende autoriteiten);

—  de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) , waarvoor een aanvullend bedrag van 1,2 miljoen EUR is overeengekomen, op basis van de EU‑financieringssleutel van 40% (60% te medefinancieren door nationale toezichthoudende autoriteiten);

—  de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) , waarvoor een aanvullend bedrag van 2,0 miljoen EUR is overeengekomen, op basis van de EU‑financieringssleutel van 40% (60% te medefinancieren door nationale toezichthoudende autoriteiten);

—  het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) , waarvoor een aanvullend bedrag van 0,130 miljoen EUR is overeengekomen;

—  EUROPOL , waarvoor een aanvullend bedrag van 1,7 miljoen EUR is overeengekomen; alsmede

—  FRONTEX , waarvoor een aanvullend bedrag van 2,0 miljoen EUR is overeengekomen.

Het bemiddelingscomité heeft overeenstemming bereikt over de gemeenschappelijke verklaring betreffende gedecentraliseerde agentschappen, zoals uiteengezet in punt 3.4.

Uitvoerende agentschappen

De EU-bijdrage (in vastleggings- en betalingskredieten) en het aantal posten voor de uitvoerende agentschappen worden vastgesteld op het door de Commissie in nota van wijzigingen 2/2014 voorgestelde niveau.

Gezamenlijke technologie-initiatieven (GTI's)

De EU-bijdrage (in vastleggings- en betalingskredieten) en het aantal posten voor gezamenlijke technologie-initiatieven worden vastgesteld op het niveau dat door de Commissie is voorgesteld in de ontwerpbegroting (OB), als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2014.

Proefprojecten / Voorbereidende acties

Er is overeenstemming bereikt over een omvattend pakket van 68 proefprojecten/voorbereidende acties (PP/VA) voor een bedrag van 79,4 miljoen EUR aan vastleggingskredieten, zoals voorgesteld door het Parlement. Wanneer een proefproject of een voorbereidende actie gedekt lijkt te zijn door een bestaande rechtsgrond, kan de Commissie voorstellen de kredieten over te schrijven naar de overeenkomstige rechtsgrond om de uitvoering van de actie te vergemakkelijken.

Dit pakket laat de maxima voor proefprojecten en voorbereidende acties waarin het Financieel Reglement voorziet volledig onverlet.

1.3.  Uitgavenrubrieken van het financieel kader - vastleggingskredieten

Met inachtneming van de bovenstaande conclusies betreffende de "afgesloten" begrotingslijnen, de agentschappen en de proefprojecten en voorbereidende acties, heeft het bemiddelingscomité overeenstemming bereikt over de volgende punten:

Rubriek 1a

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 2/2014, met de volgende uitzonderingen:

in miljoen EUR

Begrotingsonderdeel

Omschrijving

Verhoging/verlaging van de vastleggingskredieten

OB 2014

Begroting 2014

Verschil

01 02 01

Coördinatie van, toezicht op en communicatie over de Economische en Monetaire Unie en de euro

13,000

11,000

—  2,000

04 03 01 02

Sociale dialoog

38,500

-

—  38,500

04 03 01 05

Voorlichtings- en opleidingsbijeenkomsten ten behoeve van werknemersorganisaties

-

18,600

18,600

04 03 01 06

Voorlichting, raadpleging en participatie van de vertegenwoordigers van ondernemingen

-

7,250

7,250

04 03 01 08

Arbeidsverhoudingen en sociale dialoog

-

15,935

15,935

04 03 02 02

EURES – Bevorderen van de geografische mobiliteit en vergroten van de arbeidskansen

19,310

21,300

1,990

04 03 02 03

Microfinanciering en sociaal ondernemerschap - Bevordering van de toegang tot financiering voor ondernemers, met name voor degenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan, en sociale ondernemingen

25,074

26,500

1,426

06 02 05

Ondersteunende activiteiten in het kader van het Europees beleid inzake vervoer en passagiersrechten, met inbegrip van communicatieactiviteiten

16,019

20,019

4,000

09 03 01

Snellere invoering van breedbandnetwerken

-

10,000

10,000

09 04 01 01

Stimuleren van onderzoek in toekomstige en opkomende technologieën (Future and Emerging Technologies – FET)

241,003

246,003

5,000

15 02 10

Speciale jaarlijkse evenementen

-

3,000

3,000

Totaal

26,701

Bijgevolg, en rekening houdend met de proefprojecten en voorbereidende acties en met de gedecentraliseerde agentschappen, komt de marge onder het uitgavenmaximum van rubriek 1a neer op 76,0 miljoen EUR.

Rubriek 1b

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2014, met uitzondering van de volgende begrotingslijnen, waarvoor een bedrag van 2,5 miljoen EUR aan vastleggingen per begrotingslijn is overeengekomen:

—  13 03 67 "Macroregionale strategieën 2014-2020: Europese strategie voor het Oostzeegebied – Technische bijstand" en

—  13 03 68 "Macroregionale strategieën 2014-2020: Europese strategie voor Donauregio – Technische bijstand".

Verder is voor het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD, hoofdstuk 04 06) een aanvullend bedrag van 134,9 miljoen EUR overeengekomen. Een dienovereenkomstig bedrag aan vastleggingen wordt overgeschreven van het Europees Sociaal Fonds (ESF, hoofdstuk 04 02), met de volgende onderverdeling:

—  - 67,9 miljoen EUR voor de "Minder ontwikkelde regio's" (begrotingslijn 04 02 60)

—  - 22,2 miljoen EUR voor de "Overgangsregio's" (begrotingslijn 04 02 61)

—  - 44,8 miljoen EUR voor de "Meer ontwikkelde regio's" (begrotingslijn 04 02 62)

Uit het Flexibiliteitsinstrument zal een bedrag van 89,3 miljoen EUR ter beschikking worden gesteld voor aanvullende steun aan Cyprus.

Rubriek 2

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 2/2014, met uitzondering van:

—  begrotingslijn 05 08 80 Deelname van de Unie aan de wereldtentoonstelling van 2015 "Voedsel voor de planeet — Energie voor het leven" in Milaan, waarvoor een aanvullend bedrag van 1 miljoen EUR aan vastleggingen is overeengekomen.

Bijgevolg, en rekening houdend met de proefprojecten en voorbereidende acties, komt de marge onder het uitgavenmaximum van rubriek 2 neer op 35,8 miljoen EUR.

Rubriek 3

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 2/2014, met de volgende uitzonderingen:

in miljoen EUR

Begrotingsonderdeel

Omschrijving

Verhoging vastleggingskredieten

OB 2014

Begroting 2014

Verschil

15 04 02

De culturele en creatieve sectoren steunen om in Europa en daarbuiten actief te zijn en transnationale verspreiding en mobiliteit te bevorderen

52,922

53,922

1,000

15 04 03

Subprogramma MEDIA – De culturele en creatieve MEDIA-sectoren steunen om in Europa en daarbuiten actief te zijn en transnationale verspreiding en mobiliteit bevorderen

102,321

103,321

1,000

16 02 01

Europa voor de burger – Het gedenken en de capaciteit voor burgerparticipatie op het niveau van de Unie versterken

21,050

23,050

2,000

16 03 01 01

Multimedia-acties

18,740

25,540

6,800

33 02 02

Bestrijding van discriminatie en bevordering van gelijkheid

30,651

31,151

0,500

Totaal

11,300

Bijgevolg, en rekening houdend met de proefprojecten en voorbereidende acties en met de gedecentraliseerde agentschappen, komt de marge onder het uitgavenmaximum van rubriek 3 neer op 7,0 miljoen EUR.

Rubriek 4

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 2/2014, met de volgende uitzonderingen:

in miljoen EUR

Begrotingsonderdeel

Omschrijving

Verhoging/verlaging van de vastleggingskredieten

OB 2014

Begroting 2014

Verschil

01 03 02

Macrofinanciële bijstand

76,257

60,000

—  16,257

19 02 01

Respons op crises en opkomende crises (Stabiliteitsinstrument)

201,867

204,337

2,470

19 02 02

Steun voor conflictpreventie, crisisparaatheid en vredesopbouw (Stabiliteitsinstrument)

22,000

22,494

0,494

19 05 01

Samenwerking met derde landen ter bevordering van Europese en wederzijdse belangen

100,511

106,109

5,598

21 02 01 01

Latijns-Amerika – Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

205,735

0,000

—  205,735

21 02 01 02

Latijns-Amerika – Democratie, rechtsstaat, behoorlijk bestuur en eerbiediging van de mensenrechten

48,259

0,000

—  48,259

21 02 02 01

Azië – Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

581,964

0,000

—  581,964

21 02 02 02

Azië - Democratie, rechtsstaat, behoorlijk bestuur en eerbiediging van de mensenrechten

154,699

0,000

—  154,699

21 02 03 01

Centraal-Azië – Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

65,240

0,000

—  65,240

21 02 03 02

Centraal-Azië - Democratie, rechtsstaat, behoorlijk bestuur en eerbiediging van de mensenrechten

4,911

0,000

—  4,911

21 02 04 01

Midden-Oosten – Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

37,305

0,000

—  37,305

21 02 04 02

Midden-Oosten – Democratie, rechtsstaat, behoorlijk bestuur en eerbiediging van de mensenrechten

13,107

0,000

—  13,107

21 02 05 01

Zuid-Afrika – Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

22,768

0,000

—  22,768

21 02 05 02

Zuid-Afrika – Democratie, rechtsstaat, behoorlijk bestuur en eerbiediging van de mensenrechten

2,530

0,000

—  2,530

21 02 06 01

Pan-Afrika – Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

85,210

0,000

—  85,210

21 02 06 02

Pan-Afrika – Democratie, rechtsstaat, behoorlijk bestuur en eerbiediging van de mensenrechten

9,468

0,000

—  9,468

21 02 07 01

Mondiale collectieve goederen – Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

620,988

0,000

—  620,988

21 02 07 02

Mondiale collectieve goederen – Democratie, rechtsstaat, behoorlijk bestuur en eerbiediging van de mensenrechten

19,036

0,000

—  19,036

21 02 07 03

Milieu en klimaatverandering

0,000

163,094

163,094

21 02 07 04

Duurzame energie

0,000

82,852

82,852

21 02 07 05

Menselijke ontwikkeling

0,000

163,094

163,094

21 02 07 06

Voedselzekerheid en duurzame landbouw

0,000

197,018

197,018

21 02 07 07

Migratie en asiel

0,000

46,319

46,319

21 02 08 01

Niet-overheidsactoren en lokale overheden – Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

183,452

0,000

—  183,452

21 02 08 02

Niet-overheidsactoren en lokale overheden – Democratie, rechtsstaat, behoorlijk bestuur en eerbiediging van de mensenrechten

61,151

0,000

—  61,151

21 02 08 03

Het maatschappelijk middenveld in ontwikkeling

0,000

212,399

212,399

21 02 08 04

Plaatselijke autoriteiten in ontwikkeling

0,000

36,366

36,366

21 02 09

Het Midden-Oosten

0,000

51,182

51,182

21 02 10

Centraal-Azië

0,000

71,571

71,571

21 02 11

Pan-Afrika

0,000

97,577

97,577

21 02 12

Latijns-Amerika

0,000

259,304

259,304

21 02 13

Zuid-Afrika

0,000

25,978

25,978

21 02 14

Azië

0,000

537,057

537,057

21 02 15

Afghanistan

0,000

203,497

203,497

21 03 01 01

Mediterrane landen – Mensenrechten en mobiliteit

205,355

211,087

5,731

21 03 01 02

Mediterrane landen – Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

680,400

687,811

7,411

21 03 01 03

Mediterrane landen – Vertrouwensopbouw, veiligheid en het voorkomen en oplossen van conflicten

75,950

80,199

4,249

21 03 01 04

Ondersteuning van het vredesproces en financiële bijstand aan Palestina en aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA)

250,000

300,000

50,000

21 03 02 01

Oostelijk Partnerschap – Mensenrechten en mobiliteit

240,841

247,067

6,226

21 03 02 02

Oostelijk Partnerschap – Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

335,900

339,853

3,953

21 03 02 03

Oostelijk Partnerschap – Vertrouwensopbouw, veiligheid en het voorkomen en oplossen van conflicten

11,800

12,966

1,166

21 03 03 03

Steun aan andere op meerdere landen gerichte samenwerking in de nabuurschap

163,277

163,771

0,494

21 04 01

Versterking van de eerbiediging en naleving van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en ondersteuning van democratische hervormingen

127,841

132,782

4,941

21 05 01

Mondiale en transregionale bedreigingen voor de veiligheid (Stabiliteitsinstrument)

81,514

82,255

0,741

21 08 02

Coördinatie en bevordering van bewustmaking inzake ontwikkelingskwesties

11,700

13,331

1,631

22 02 01

Steun voor Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Servië en de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië

22 02 01 01

Steun voor politieke hervormingen en geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, uitvoering en afdwinging van de Europese wetgeving

248,565

249,800

1,235

22 02 01 02

Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling

248,565

249,800

1,235

22 02 03

Steun voor Turkije

22 02 03 01

Steun voor politieke hervormingen en geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, uitvoering en afdwinging van de Europese wetgeving

292,938

294,173

1,235

22 02 03 02

Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling

292,938

294,173

1,235

22 03 01

Financiële steun ten behoeve van de bevordering van de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap

30,000

31,482

1,482

23 02 01

Verstrekking van snelle, doeltreffende en op behoeften gebaseerde humanitaire hulp en voedselhulp

859,529

874,529

15,000

Totaal

131,755

Bijgevolg, en rekening houdend met de proefprojecten en voorbereidende acties, komt de marge onder het uitgavenmaximum van rubriek 4 neer op 10,0 miljoen EUR.

Rubriek 5

De posten op de organogrammen van de verschillende afdelingen worden vastgesteld op de niveaus zoals voorgesteld door de Commissie in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 2/2014, met uitzondering van het Europees Parlement, waarvoor het niveau van de eigen lezing is overeengekomen.

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 2/2014, met uitzondering van:

—  De bedragen in verband met de mogelijke gevolgen van de salarisaanpassingen voor 2011 en 2012, die in dit stadium niet zijn opgenomen in de begrotingen van elke afdeling, in afwachting van de uitspraak van het Hof van Justitie. Het bemiddelingscomité heeft overeenstemming bereikt over de gemeenschappelijke verklaring zoals uiteengezet in punt 3.5;

—  Daarnaast wordt ingestemd met het door het Europees Parlement voorgestelde niveau van de kredieten voor de overige afdelingen, met de volgende uitzonderingen:

—  Voor de Rekenkamer (afdeling V) wordt de door de Raad voorgestelde forfaitaire verlaging overgenomen;

—  Voor het Hof van Justitie (afdeling IV) wordt de door het Europees Parlement voorgestelde verlaging van 0,6 miljoen EUR niet overgenomen;

—  Voor de Europese Dienst voor extern optreden (afdeling X), wordt de door het Europees Parlement voorgestelde overschrijving van de Speciale vertegenwoordigers van de EU niet overgenomen. Het bemiddelingscomité heeft overeenstemming bereikt over de gemeenschappelijke verklaring zoals uiteengezet in punt 3.6.

—  Daarnaast worden drie nieuwe begrotingslijnen (30 01 16 01, 30 01 16 02, 30 01 16 03) opgenomen in de begroting van de Commissie (afdeling III), met een overeenkomstig niveau van kredieten zoals door het Europees Parlement in zijn lezing voorgesteld.

Bijgevolg, en rekening houdend met de proefprojecten en voorbereidende acties, komt de marge onder het uitgavenmaximum van rubriek 5 neer op 316,8 miljoen EUR.

Invoering van functiegroep AST/SC

De personeelsformaties van alle instellingen en organen van de EU zullen worden gewijzigd met het oog op de invoering in het Personeelsstatuut van de nieuwe functiegroep AST-SC, zoals voorgesteld in nota van wijzigingen 2/2014.

Rubriek 6

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie in de ontwerpbegroting heeft voorgesteld.

1.4.  Speciale instrumenten

De vastleggingskredieten voor de Reserve voor noodhulp en het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie in de ontwerpbegroting heeft voorgesteld.

1.5.  Betalingskredieten

De betalingskredieten in de begroting 2014 zijn vastgesteld op in totaal 135 504 613 000 EUR.

Het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting dient als uitgangspunt voor de volgende toewijzing van betalingskredieten aan begrotingslijnen in 2014:

1.  In de eerste plaats wordt rekening gehouden met het overeengekomen niveau van vastleggingskredieten voor niet-gesplitste uitgaven, waarvoor het niveau van betalingskredieten per definitie gelijk is aan dat van de vastleggingen;

2.  Analoog hiermee geldt hetzelfde voor de gedecentraliseerde agentschappen, waarvoor de EU-bijdrage in de betalingskredieten is vastgesteld op het in punt 1.2 hierboven voorgestelde niveau;

3.  de betalingskredieten voor alle nieuwe proefprojecten en voorbereidende acties worden vastgesteld op 50% van de overeenkomstige vastleggingskredieten of op het door het Parlement voorgestelde niveau indien dit lager is; bij de verlenging van bestaande proefprojecten en voorbereidende acties is het niveau van de betalingen het niveau dat in de ontwerpbegroting is vastgelegd plus 50% van de overeenkomstige nieuwe vastleggingen, of het door het Parlement voorgestelde niveau indien dit lager is;

4.  De volgende specifieke bedragen voor betalingskredieten zijn overeengekomen:

a.  De betalingskredieten voor het Solidariteitsfonds van de EU in 2014 worden vastgesteld op 150 miljoen EUR;

b.  Het niveau van betalingskredieten voor de gezamenlijke technologie-initiatieven wordt vastgesteld op het in nota van wijzigingen 1/2014 voorgestelde niveau, terwijl het niveau van de betalingskredieten voor internationale visserijovereenkomsten wordt vastgesteld op het in nota van wijzigingen 2/2014 voorgestelde niveau;

c.  Het niveau van de betalingskredieten voor "Ondersteuning van het vredesproces en financiële bijstand aan Palestina en aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA)" wordt vastgesteld op 200 miljoen EUR;

d.  Het niveau van de betalingskredieten voor Macroregionale strategieën 2014-2020 wordt vastgesteld op 50% van het niveau van de vastleggingen als omschreven onder rubriek 1b in punt 1.3 hierboven;

e.  Het niveau van de betalingskredieten voor Speciale jaarlijkse evenementen wordt vastgesteld op het niveau van de vastleggingen als omschreven onder rubriek 1a in punt 1.3 hierboven.

5.  Het niveau van betalingskredieten in de punten 2 tot 4 heeft een nettogevolg van 285 miljoen EUR ten opzichte van het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting met betrekking tot de betreffende uitgavenposten. Rekening houdend met het verschil tussen het totale niveau van betalingskredieten van 135 504 613 000 EUR en het standpunt van de Raad inzake de ontwerpbegroting, maakt het resterende bedrag van 215 miljoen EUR een verhoging van de betalingskredieten mogelijk voor alle begrotingslijnen met gesplitste kredieten waarvoor geen specifieke regels zijn vastgesteld in de punten 2 tot 4 hierboven, naar evenredigheid met het verschil tussen de ontwerpbegroting van de Commissie en het standpunt van de Raad.

Als onderdeel van het globale compromis heeft het bemiddelingscomité overeenstemming bereikt over de gemeenschappelijke verklaring betreffende de betalingskredieten, zoals uiteengezet in punt 3.1 hieronder.

De Raad neemt kennis van de gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement en de Commissie over de betalingskredieten als weergegeven in punt 3.2 hieronder.

1.6.  Begrotingstoelichtingen

Alle amendementen van het Europees Parlement of de Raad op de tekst van de begrotingstoelichtingen zijn goedgekeurd met de wijzigingen als aangegeven in Bijlage 1. Hierbij moet worden aangetekend dat de amendementen niet kunnen leiden tot wijziging of uitbreiding van het bereik van een bestaande rechtsgrond, of inbreuk kunnen maken op de administratieve autonomie van instellingen, en dat de actie gefinancierd moet kunnen worden met de beschikbare middelen.

1.7.  Nieuwe begrotingslijnen

Tenzij anderszins genoemd in de gezamenlijke conclusies die zijn overeengekomen door het bemiddelingscomité of gezamenlijk zijn goedgekeurd door beide takken van de begrotingsautoriteit in hun respectievelijke lezingen, blijft de begrotingsnomenclatuur zoals voorgesteld door de Commissie in haar ontwerpbegroting en nota's van wijzigingen 1/2014 en 2/2014 ongewijzigd, met uitzondering van proefprojecten en prioritaire acties.

Deze gezamenlijk overeengekomen wijzigingen van de nomenclatuur betreffen de volgende begrotingslijnen:

Begrotingsonderdeel

Omschrijving

04 03 01 05

Voorlichtings- en opleidingsbijeenkomsten ten behoeve van werknemersorganisaties

04 03 01 06

Voorlichting, raadpleging en participatie van de vertegenwoordigers van ondernemingen

04 03 01 08

Arbeidsverhoudingen en sociale dialoog

15 02 01

Bevordering van excellentie en samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugd in Europa, het belang hiervan voor de arbeidsmarkt en de deelname van jongeren aan het democratische leven in Europa

15 02 01 01

Onderwijs en opleiding

15 02 01 02

Jongeren

15 02 10

Speciale jaarlijkse evenementen

21 02 07 03

Milieu en klimaatverandering

21 02 07 04

Duurzame energie

21 02 07 05

Menselijke ontwikkeling

21 02 07 06

Voedselzekerheid en duurzame landbouw

21 02 07 07

Migratie en asiel

21 02 08 03

Het maatschappelijk middenveld in ontwikkeling

21 02 08 04

Plaatselijke autoriteiten in ontwikkeling

21 02 09

Het Midden-Oosten

21 02 10

Centraal-Azië

21 02 11

Pan-Afrika

21 02 12

Latijns-Amerika

21 02 13

Zuid-Afrika

21 02 14

Azië

21 02 15

Afghanistan

30 01 16 01

Ouderdomspensioenen van voormalig leden van het Europees Parlement

30 01 16 02

Invaliditeitspensioenen van voormalig leden van het Europees Parlement

30 01 16 03

Overlevingspensioenen van voormalig leden van het Europees Parlement

De begrotingstoelichtingen voor de nieuwe begrotingslijnen inzake sociale dialoog, zoals voorgesteld door de Commissie, zijn weergegeven in de bijlage.

1.8.  Reserves

De reserve van 2 miljoen EUR, door het Europees Parlement vastgesteld op begrotingslijn 01 02 01 "Coördinatie van, toezicht op en communicatie over de Economische en Monetaire Unie en de euro" is goedgekeurd.

1.9.  Ontvangsten

De ontvangstenkant van de begroting wordt goedgekeurd, zoals voorgesteld door de Commissie in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 2/2014, en aangepast aan het niveau van de betalingen dat is overeengekomen in het bemiddelingscomité.

2.  Begroting 2013

Ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) nr. 8/2013 wordt goedgekeurd met de door de Raad voorgestelde bedragen.

OGB 9/2013 wordt goedgekeurd zoals voorgesteld door de Raad, met de volgende wijzigingen:

1.  Er is overeenstemming bereikt over een verhoging van 200 miljoen EUR om tegemoet te komen aan de niet gedekte behoeften aan betalingskredieten in 2013 op het gebied van onderzoek, voor de volgende begrotingslijnen:

in miljoen EUR

Begrotingsonderdeel

Omschrijving

Verhoging betalingskredieten in 2013

06 06 02 03

Gemeenschappelijke onderneming SESAR

12,458

08 02 02

Samenwerking – Gezondheid – Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen

17,981

08 04 01

Samenwerking – Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën

19,936

08 06 01

Samenwerking – Milieu (inclusief klimaatverandering)

2,804

08 10 01

Ideeën

41,884

08 19 01

Capaciteiten – Ondersteuning van de coherente ontwikkeling van het onderzoeksbeleid

0,406

09 04 01 01

Ondersteuning van samenwerking bij onderzoek op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie (ICT – Samenwerking)

40,813

10 03 01

Nucleaire activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (GCO)

0,406

15 07 77

Burgers

63,313

Totaal

200

2.  Een herschikking van betalingskredieten voor een totaal van 50 miljoen EUR in 2013 wordt overeengekomen van de volgende begrotingsonderdelen:

in miljoen EUR

Begrotingsonderdeel

Omschrijving

Herschikking betalingskredieten

Begroting 2013

OGB 9/2013

Verschil

01 03 02

Macrofinanciële bijstand

10,000

04 05 01

Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG)

13,116

08 01 04 31

Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA)

3,915

08 01 05 01

Uitgaven voor onderzoekspersoneel

7,230

08 01 05 03

Overige beheersuitgaven voor onderzoek

15,739

Totaal

50,000

De herschikking van betalingskredieten voor administratieve uitgaven voor onderzoek (hoofdstuk 08 01) in 2013 betreft niet-gesplitste uitgaven, hetgeen leidt tot een dienovereenkomstige verlaging van vastleggingskredieten (- 26,9 miljoen EUR) voor de laatste drie lijnen in bovenstaande tabel.

Op de begroting 2013 is een bedrag van 250 miljoen EUR aan betalingskredieten opgenomen voor het Solidariteitsfonds van de EU, terwijl een bedrag van 150 miljoen EUR aan betalingskredieten voor het Solidariteitsfonds wordt opgenomen op de begroting 2014.

3.  Verklaringen

3.1.  Gemeenschappelijke verklaring betreffende de betalingskredieten

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie herinneren aan hun gedeelde verantwoordelijkheid, vastgelegd in artikel 323 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat "het Europees Parlement, de Raad en de Commissie erop toezien dat de Unie beschikt over de financiële middelen waarmee de Unie haar juridische verplichtingen jegens derden kan voldoen".

Het Europees Parlement en de Raad herinneren eraan dat met het oog op de uitvoering een ordelijke afwikkeling van de betalingen gewaarborgd moet worden, om een abnormale verschuiving van de uitstaande verplichtingen (RAL) naar de begroting 2015 te voorkomen. In dit verband zullen zij waar passend gebruik maken van de verschillende flexibiliteitsmechanismen die zijn opgenomen in de MFK-verordening, waaronder artikel 13 van die verordening.

Het Europees Parlement en de Raad zijn overeengekomen om het niveau van betalingskredieten voor 2014 vast te stellen op 135 504 613 000 EUR. Zij verzoeken de Commissie om op basis van de bepalingen van de ontwerp-MFK-verordening en het Financieel Reglement eventuele noodzakelijke maatregelen te nemen om de verplichtingen na te komen die voortvloeien uit het Verdrag en in het bijzonder, na bestudering van de mogelijkheden voor herschikking van de desbetreffende kredieten, met specifieke verwijzing naar een eventuele verwachte onderbesteding van kredieten (artikel 41, lid 2, van het Financieel Reglement), te verzoeken om aanvullende betalingskredieten in een gewijzigde begroting, indien de kredieten die op de begroting 2014 zijn opgenomen ontoereikend zijn om de uitgaven te dekken.

Het Europees Parlement en de Raad zullen zo spoedig mogelijk een standpunt ten aanzien van een ontwerp van gewijzigde begroting innemen om te voorkomen dat er een tekort aan betalingskredieten ontstaat. Voorts zeggen het Europees Parlement en de Raad toe dat zij eventuele overschrijvingen van betalingskredieten, ook die welke tussen rubrieken van het financieel kader plaatsvinden, snel zullen behandelen, opdat optimaal gebruik wordt gemaakt van de in de begroting opgenomen betalingskredieten en deze worden aangepast aan de concrete uitvoering en behoeften.

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie zullen gedurende het jaar actief toezicht houden op de staat van uitvoering van de begroting 2014, in het bijzonder in subrubriek 1b (Economische, sociale en territoriale samenhang) en plattelandsontwikkeling binnen rubriek 2 (Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen). Dit toezicht zal plaatsvinden in de vorm van speciale interinstitutionele bijeenkomsten, overeenkomstig punt 36 van de Bijlage bij het Interinstitutioneel Akkoord, om de uitvoering van de betalingen en de herziene ramingen te inventariseren.

3.2.  Verklaring van het Europees Parlement en de Commissie over betalingskredieten

Het Europees Parlement en de Commissie herinneren eraan dat er sprake moet zijn van specifieke en maximale flexibiliteit binnen het MFK 2014-2020. Wijzigingen van de voorgestelde rechtsgrondslagen die zijn goedgekeurd door de wetgevingsautoriteit zullen leiden tot verdere druk op de betalingsmaxima binnen het MFK 2014-2020. In het kader van de afronding van het wetgevingspakket voor het Cohesiebeleid 2014-2020 en rekening houdend met de mogelijke gevolgen van het kmo-initiatief, heeft de Commissie een verklaring afgelegd over de gevolgen van het bereikte akkoord over de prestatiereserve en de voorfinancieringsniveaus voor de betalingsbehoeften. Terwijl de totale gevolgen van deze wijzigingen voor de aanvullende betalingskredieten in het MFK 2014-2020 als beperkt worden beschouwd, heeft de Commissie aangegeven dat de jaarlijkse fluctuaties van het totale niveau van betalingen beheerst zullen worden door gebruik te maken van de overkoepelende marge voor betalingen. Zo nodig kan de Commissie eventueel gebruik maken van het Flexibiliteitsinstrument en de marge voor onvoorziene uitgaven, overeengekomen in de MFK-verordening.

Daarom is de Commissie voornemens corrigerende maatregelen voor te stellen in het kader van de uitvoering, en daarbij voor zover nodig gebruik te maken van alle instrumenten waar het nieuwe MFK in voorziet. In het bijzonder zal de Commissie in de loop van 2014 eventueel een beroep moeten doen op de marge voor onvoorziene uitgaven, overeenkomstig artikel 13 van de ontwerp-MFK-verordening.

3.3.  Verklaring van de Raad inzake betalingskredieten

De Raad herinnert eraan dat de speciale instrumenten alleen ingezet kunnen worden in geval van werkelijk onvoorziene omstandigheden.

Hij wijst erop dat de marge voor onvoorziene uitgaven niet mag leiden tot overschrijding van de totale maxima voor vastleggings- en betalingskredieten.

Wat betreft andere speciale instrumenten herinnert de Raad eraan dat artikel 3, lid 2, van de ontwerp-MFK-verordening bepaalt dat vastleggingskredieten op de begroting mogen worden opgenomen boven de maxima van de relevante rubrieken.

3.4.  Gemeenschappelijke verklaring inzake gedecentraliseerde agentschappen

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie herinneren aan het belang van een geleidelijke verlaging van het personeelsbestand van alle instellingen, organen en agentschappen van de Unie met 5% in de komende vijf jaar, zoals overeengekomen in punt 23 van het ontwerp-Institutioneel Akkoord betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer.

Het Europees Parlement en de Raad verbinden zich ertoe de bovengenoemde verlaging van het personeelsbestand met 5% in de periode 2013‑2017 stapsgewijs te zullen doorvoeren, maar benadrukken tegelijkertijd dat de goede werking van de agentschappen gewaarborgd moet zijn, zodat zij de taken kunnen uitvoeren die de wetgevingsautoriteit hen heeft toebedeeld. In dit verband zijn zij van mening dat verdere maatregelen, met inbegrip van structurele maatregelen, nodig kunnen zijn om deze verlaging voor de gedecentraliseerde agentschappen te verwezenlijken. In dit kader zal de Commissie verder gaan met het evalueren van de mogelijkheden voor samenvoeging en/of opheffing van een aantal bestaande agentschappen, en/of andere manieren om synergieën te bewerkstelligen.

In aansluiting op de werkzaamheden van de interinstitutionele werkgroep, die leidden tot de gemeenschappelijke aanpak over de gedecentraliseerde agentschappen die in juli 2012 is goedgekeurd, zijn het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van mening dat er nauwlettender en permanenter toezicht gehouden moet worden op de ontwikkeling van gedecentraliseerde agentschappen, om een coherente benadering te waarborgen. Onverminderd hun respectievelijke bevoegdheden, hebben zij besloten tot de oprichting van een specifieke interinstitutionele werkgroep met als taak het omschrijven van een duidelijk ontwikkelingstraject voor agentschappen op basis van objectieve criteria. Met name moet de groep de volgende punten bespreken:

—  Evaluatie van personeelsformaties per geval;

—  Manieren om afdoende kredieten en personeel te leveren voor bijkomende taken die de wetgevingsautoriteit aan individuele agentschappen toebedeelt;

—  Behandeling van agentschappen die volledig of gedeeltelijk worden gefinancierd met vergoedingen;

—  Administratieve structuur van agentschappen, financieringsmodellen, behandeling van bestemmingsontvangsten;

—  Herbeoordeling van behoeften; mogelijke samenvoegingen/sluitingen; overdracht van taken aan de Commissie.

Het Europees Parlement en de Raad zullen naar behoren rekening houden met de resultaten van de interinstitutionele werkgroep bij hun overleg als wetgevings- en begrotingsautoriteit.

3.5.  Gemeenschappelijke verklaring over rubriek 5 en salarisaanpassingen

Het Europees Parlement en de Raad besluiten dat, in afwachting van het resultaat van de zaken bij het Hof van Justitie, de kredieten in verband met de voorgestelde salarisaanpassingen van 1,7% voor 2011 en 1,7% voor 2012 in dit stadium niet op de begroting 2014 zullen worden opgenomen.

Indien het Hof van Justitie de Commissie in het gelijk stelt zal de Commissie in 2014 een ontwerp van gewijzigde begroting indienen om de voorgestelde salarisaanpassingen voor alle afdelingen te dekken. In dat geval zeggen het Europees Parlement en de Raad toe het desbetreffende ontwerp van gewijzigde begroting snel te zullen behandelen.

3.6.  Gemeenschappelijke verklaring over speciale vertegenwoordigers van de EU

Het Europees Parlement en de Raad zullen de overschrijving van kredieten voor speciale vertegenwoordigers van de Europese Unie van de begroting van de Commissie (afdeling III) naar de begroting van de Europese Dienst voor extern optreden (afdeling X) bestuderen in het kader van de begrotingsprocedure 2015.

Bijlage 1 – Wijziging van begrotingstoelichtingen

Onder verwijzing naar punt 1.6 van de gemeenschappelijke conclusies en vergeleken met de begrotingstoelichtingen die zijn goedgekeurd door de Raad en het Parlement zijn de volgende wijzigingen overeengekomen:

Rubriek 1A

04 03 01 05

Opleidings- en voorlichtingsacties ten behoeve van werknemersorganisaties

Toelichting

Dit krediet dient ter dekking van voorlichtings- en opleidingsactiviteiten ten behoeve van werknemersorganisaties, waaronder de werknemersorganisaties in de kandidaat-lidstaten, ten behoeve van bij de tenuitvoerlegging van de maatregelen van de Unie in het kader van de implementatie van de sociale dimensie van de Unie . Deze maatregelen moeten de werknemersorganisaties helpen een bijdrage te leveren aan de aanpak van de overkoepelende uitdagingen voor de werkgelegenheid in Europa en het Europese sociale beleid zoals vastgesteld in de Europa 2020-strategie en de Sociale Agenda , in de context van de initiatieven van de Unie om de gevolgen van de economische crisis het hoofd te bieden.

Daarnaast dient dit krediet ter ondersteuning van de werkprogramma's van de twee vakbondsinstellingen ETUI (European Trade Union Institute) en EZA (European Centre for Workers' Questions), die zijn opgericht ter bevordering van capaciteitsopbouw door middel van opleiding en onderzoek op Europees niveau, met inbegrip van de kandidaatlanden, om de participatie van werknemersvertegenwoordigers bij het besluitvormingsproces te versterken.

Dit krediet dient ter dekking van met name de volgende activiteiten:

—  ondersteuning van de werkprogramma's van de twee specifieke vakbondsinstellingen, ETUI (European Trade Union Institute) en EZA (European Centre for Workers' Questions), die werden opgericht om meer capaciteit op te bouwen door middel van opleiding en onderzoek op Europees niveau en om de betrokkenheid van werknemersvertegenwoordigers bij de Europese governance te verbeteren;

—  voorlichtings- en opleidingsmaatregelen ten behoeve van werknemersorganisaties, met inbegrip van vertegenwoordigers van werknemersorganisaties in de kandidaat-lidstaten, in de context van de tenuitvoerlegging van maatregelen van de Unie in het kader van de implementatie van de sociale dimensie van de Unie;

—  maatregelen waaraan vertegenwoordigers van de sociale partners in de kandidaat-landen deelnemen, met het specifieke doel de sociale dialoog op het niveau van de Unie te bevorderen. Tevens dient het om de gelijkwaardige deelname van vrouwen en mannen in de besluitvormingsorganen van werknemersorganisaties te bevorderen.

Rechtsgronden

Taken die voortvloeien uit de specifieke bevoegdheden die krachtens artikel 154 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie rechtstreeks aan de Commissie worden toegekend.

Overeenkomst gesloten in 1959 tussen de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Internationaal Centrum voor informatie betreffende arbeidsveiligheid en ‑hygiëne van het Internationaal Arbeidsbureau.

Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1) en de bijzondere richtlijnen in de zin van deze richtlijn.

Richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen (PB L 113 van 30.4.1992, blz. 19).

04 03 01 06

Voorlichting, raadpleging en participatie van de vertegenwoordigers van ondernemingen

Toelichting

Dit krediet dient ter financiering van acties voor een grotere betrokkenheid van werknemers in ondernemingen, om de tenuitvoerlegging te bevorderen van de Richtlijnen 97/74/EG en 2009/38/EG betreffende de Europese ondernemingsraden, de Richtlijnen 2001/86/EG en 2003/72/EG betreffende de betrokkenheid van de werknemers in de Europese vennootschap respectievelijk de Europese coöperatieve vennootschap, Richtlijn 2002/14/EG tot instelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap en artikel 16 van Richtlijn 2005/56/EG betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen.

Dit krediet dient ter financiering van maatregelen ter versterking van de transnationale samenwerking tussen werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers inzake voorlichting, raadpleging en participatie van werknemers in ondernemingen die in meer dan één lidstaat actief zijn. Korte trainingen voor onderhandelaars en vertegenwoordigers in transnationale informatie-, raadplegings- en participatieorganen kunnen in dit kader worden gefinancierd. Ook de sociale partners uit de kandidaat-lidstaten komen in aanmerking. Dit krediet kan worden gebruikt voor de financiering van maatregelen die het sociale partners mogelijk maken hun rechten en plichten ten aanzien van de inspraak van werknemers uit te oefenen, in het bijzonder in Europese ondernemingsraden en in kmo's, om hen vertrouwd te maken met transnationale bedrijfsovereenkomsten en meer samen te werken op het gebied van de naleving van het Unierecht betreffende de inspraak van werknemers.

Het kan bovendien worden gebruikt ter financiering van maatregelen die bedoeld zijn om deskundigheid op het gebied van de inspraak van werknemers uit verschillende lidstaten te ontwikkelen, samenwerking tussen de betrokken autoriteiten en de belanghebbenden te stimuleren en betrekkingen met de instellingen van de EU te bevorderen teneinde de tenuitvoerlegging van het Unierecht inzake de inspraak van werknemers te ondersteunen en deze wetgeving doeltreffender te maken.

Dit krediet dient ter dekking van met name de volgende activiteiten:

—  maatregelen betreffende het creëren van de voorwaarden voor een effectieve sociale dialoog in ondernemingen en een passende rol voor werknemers, zoals bepaald in Richtlijn 2009/38/EG betreffende Europese ondernemingsraden, de Richtlijnen 2001/86/EG en 2003/72/EG betreffende de rol van werknemers in respectievelijk de Europese vennootschap en de Europese coöperatieve vennootschap, Richtlijn 2002/14/EG tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap, Richtlijn 98/59/EG betreffende collectief ontslag en artikel 16 van Richtlijn 2005/56/EG betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen;

—  initiatieven ter versterking van transnationale samenwerking tussen vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers wat betreft informatie, raadpleging en medezeggenschap van werknemers in ondernemingen die in meer dan één lidstaat actief zijn, en korte opleidingsacties voor onderhandelaars en vertegenwoordigers in transnationale voorlichtings-, raadplegings- en medebeslissingsorganen kunnen in die context worden gefinancierd; Ook de sociale partners uit de kandidaat-lidstaten komen in aanmerking.

—  maatregelen om sociale partners in staat te stellen om hun rechten en plichten ten aanzien van de rol van werknemers uit te oefenen en na te komen, met name in het kader van Europese ondernemingsraden, om hen vertrouwd te maken met transnationale bedrijfsovereenkomsten en hun samenwerking ten aanzien van de EU-wetgeving inzake de rol van werknemers te versterken;

—  activiteiten ter bevordering van de actieve betrokkenheid van werknemers in ondernemingen;

—  innovatieve acties met betrekking tot de rol van werknemers, met het oog op ondersteuning van het anticiperen op verandering en de preventie en oplossing van geschillen in de context van herstructureringen, fusies, overnames en verplaatsingen bij ondernemingen en groepen van ondernemingen op EU-schaal;

—  maatregelen ter stimulering van de samenwerking tussen de sociale partners voor de ontwikkeling van de betrokkenheid van werknemers bij het zoeken naar oplossingen voor de gevolgen van de economische crisis, zoals massale ontslagen, of de noodzaak van een overschakeling naar een inclusieve, duurzame en koolstofarme economie;

—  transnationale uitwisseling van informatie en goede praktijken met betrekking tot kwesties die relevant zijn voor de sociale dialoog op het niveau van de onderneming.

Rechtsgronden

Taak die voortvloeit uit de specifieke bevoegdheden die krachtens de artikelen 154 en 155 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie rechtstreeks aan de Commissie worden toegekend.

Richtlijn 97/74/EG van de Raad van 15 december 1997 betreffende de uitbreiding tot het Verenigd Koninkrijk van Richtlijn 94/45/EG inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (PB L 10 van 16.1.1998, blz. 22).

Richtlijn 2001/86/EG van de Raad van 8 oktober 2001 tot aanvulling van het statuut van de Europese vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers (PB L 294 van 10.11.2001, blz. 22).

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.8.1998, blz. 16).

Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16).

Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29).

Richtlijn 2003/72/EG van de Raad van 22 juli 2003 tot aanvulling van het statuut van een Europese coöperatieve vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers (PB L 207 van 18.8.2003, blz. 25).

Richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (PB L 310 van 25.11.2005, blz. 1).

Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (herschikking) (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28).

Overeenkomst gesloten in 1959 tussen de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Internationaal Centrum voor informatie betreffende arbeidsveiligheid en ‑hygiëne van het Internationaal Arbeidsbureau.

04 03 01 08

Arbeidsverhoudingen en sociale dialoog

Toelichting

Het doel van deze activiteit is het versterken van de rol van de sociale dialoog en het bevorderen van het sluiten van overeenkomsten en andere gezamenlijke acties van de sociale partners op EU-niveau. Dit krediet dient ter dekking van de financiering van de participatie van de sociale partners aan de Europese werkgelegenheidsstrategie en van de bijdrage van de sociale partners aan De gefinancierde acties moeten organisaties van de sociale partners helpen bij de aanpak van de overkoepelende uitdagingen voor de werkgelegenheid in Europa en het Europese sociale beleid zoals vastgesteld in de Europa-2020-strategie en de Sociale Agenda , in de context van de Unie-initiatieven om de gevolgen van de economische crisis het hoofd te bieden en bij te dragen aan de verbetering en verspreiding van kennis van instellingen en praktijken op het gebied van arbeidsverhoudingen . Het is bestemd ter dekking van de steunmaatregelen ter bevordering van de sociale dialoog op interprofessioneel en sectoraal niveau volgens artikel 154 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Met dit krediet worden dus adviezen, ontmoetingen, onderhandelingen en andere acties ter verwezenlijking van de genoemde doelstellingen gefinancierd.

Zoals de naam aangeeft, dient dit krediet ter dekking van steun voor acties op het gebied van de relaties tussen bedrijven, en meer bepaald ter ontwikkeling van expertise en de uitwisseling van voor de Unie relevante informatie.

Dit krediet dient ook ter dekking van de financiering van maatregelen waarbij vertegenwoordigers van de sociale partners in de kandidaat-lidstaten betrokken zijn, met het specifieke doel de sociale dialoog op het niveau van de Unie te bevorderen. Bij de tenuitvoerlegging van deze doelstelling wordt rekening gehouden met een gendergevoelige aanpak, en deze dient derhalve om de gelijkwaardige deelname van vrouwen en mannen in de besluitvormingsorganen van zowel vakbonden als werkgeversorganisaties te bevorderen. Deze laatste twee elementen zijn transversaal van aard.

Rekening houdend met deze doelstellingen zijn twee subprogramma's vastgesteld:

–  ondersteuning van de Europese sociale dialoog

–  verbetering van de deskundigheid op het gebied van arbeidsverhoudingen.

Dit krediet dient ter dekking van met name de volgende activiteiten:

—  studies, raadplegingen, vergaderingen van deskundigen, onderhandelingen, voorlichting, publicaties en andere activiteiten die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van bovengenoemde doelstelling of de maatregelen die onder dit begrotingsonderdeel vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc;

—  acties van de sociale partners ter bevordering van de sociale dialoog (met inbegrip van de versterking van de capaciteit van sociale partners) op brancheoverkoepelend en sectoraal niveau;

—  acties ter verbetering van kennis inzake instellingen en praktijken op het gebeid van arbeidsbetrekkingen in de gehele EU, en verspreiding van resultaten;

—  maatregelen waaraan vertegenwoordigers van de sociale partners in de kandidaat-landen deelnemen, met het specifieke doel de sociale dialoog op het niveau van de Unie te bevorderen. Tevens dient het krediet om de gelijkwaardige deelname van vrouwen en mannen in de besluitvormingsorganen van zowel vakbonden als werkgeversorganisaties te bevorderen;

—  acties ter ondersteuning van maatregelen op het gebeid van arbeidsbetrekkingen, met name met het oog op ontwikkeling van deskundigheid en uitwisseling van op het niveau van de Unie relevante informatie.

Rechtsgronden

Taak die voortvloeit uit de specifieke bevoegdheden die krachtens de artikelen 154 en 155 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie rechtstreeks aan de Commissie worden toegekend.

15 02 10

Speciale jaarlijkse evenementen

Toelichting

De toelichting voor deze begrotingslijn luidt als volgt:

De volgende tekst invoegen :

Dit krediet dient ter dekking van de kosten ter voltooiing van maatregelen die als speciale jaarlijkse sportevenementen worden ondersteund.

Speciaal jaarlijks evenement: De Europese MOVE-week

Vastleggingen: 1 000 000 EUR; Betalingen: 1 000 000 EUR

De Europese MOVE-week is een in heel Europa georganiseerd vlaggenschipevenement ter bevordering van sport en lichamelijke activiteit voor iedereen, met het oog op de positieve effecten daarvan op Europese burgers en samenlevingen.

Met als doel om 100 miljoen meer Europeanen aan te zetten tot sport en lichamelijke activiteit tegen 2020, wordt de MOVE-week 2014 gekenmerkt door een benadering van onderop, gericht op lokale gemeenschappen, sportclubs, scholen, werkplekken en steden, en op een grootschalige beoefening van sport en lichamelijke activiteit. Het evenement maakt deel uit van de Europese campagne NowWeMove en vormt een duurzame bijdrage aan het doel om te zorgen voor meer lichamelijk actieve en gezonde Europese burgers.

In het kader van de MOVE-week 2014 worden minstens 300 evenementen georganiseerd in alle 28 lidstaten, in minimaal 150 steden, waarbij nieuwe initiatieven op het gebied van sport en lichamelijke activiteit worden opgezet en de ontelbare succesvolle bestaande activiteiten worden belicht.

Speciaal jaarlijks evenement: European Special Olympics Summer Games in 2014 te Antwerpen, België

Vastleggingen: 2 000 000 EUR; Betalingen: 2 000 000 EUR

Dit krediet dient ter dekking van de kosten van maatregelen die als speciale jaarlijkse evenementen worden ondersteund. Het bedrag van 4 500 000 EUR dient ter medefinanciering van het meerjarig evenement van de European Special Olympics Summer Games te Antwerpen, België (13‑20 september 2014). Deze financiering maakt het tevens mogelijk dat de deelnemende atleten uit alle 28 lidstaten kunnen trainen, zich kunnen voorbereiden en de spelen in België kunnen bijwonen.

Aan dit evenement zullen 2 000 atleten en delegaties uit 58 landen deelnemen, die 10 dagen lang aan wedstrijden zullen meedoen. Meer dan 4 000 vrijwilligers zullen bijdragen aan het welslagen van dit multisportevenement. Naast sportieve activiteiten zullen andere wetenschappelijke, educatieve en familieprogramma's worden georganiseerd. De atleten zullen worden gehuisvest in 30 steden in België, terwijl het hoofdevenement plaatsvindt in Antwerpen. Voor, tijdens en na de Spelen zullen veel speciale evenementen worden georganiseerd.

Laatst bijgewerkt op: 21 juni 2016Juridische mededeling