Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/0401(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0427/2012

Ingediende teksten :

A7-0427/2012

Debatten :

PV 20/11/2013 - 12
CRE 20/11/2013 - 12

Stemmingen :

PV 21/11/2013 - 6.1
CRE 21/11/2013 - 6.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0499

Aangenomen teksten
PDF 224kWORD 121k
Donderdag 21 november 2013 - Straatsburg Definitieve uitgave
Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) ***I
P7_TA(2013)0499A7-0427/2012
Resolutie
 Geconsolideerde tekst
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 21 november 2013 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van "Horizon 2020" - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014 -2020) (COM(2011)0809 – C7-0466/2011 – 2011/0401(COD)) (Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0809),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 173, lid 3 en artikel 182, lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0466/2011),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 28 maart 2012(1) ,

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 19 juli 2012(2) ,

–  gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 12 september 2013 om het standpunt van het Europees Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Begrotingscommissie, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie regionale ontwikkeling, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de Commissie visserij, de Commissie cultuur en onderwijs, de Commissie juridische zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7-0427/2012),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  neemt kennis van de verklaringen van de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie zijn gevoegd;

3.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 181 van 21.6.2012, blz. 111.
(2) PB C 277 van 13.9.2012, blz. 143.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 21 november 2013 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014 -2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG
P7_TC1-COD(2011)0401
(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) nr. 1291/2013.)


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

VERKLARINGEN DOOR DE COMMISSIE

Verklaring betreffende artikel 19

Inzake het kaderprogramma Horizon 2020 stelt de Europese Commissie voor om bij het nemen van beslissingen over EU-financiering van onderzoek aan menselijke embryonale stamcellen met hetzelfde ethische kader als dat van het zevende kaderprogramma voort te werken.

De Europese Commissie stelt voor dit ethische kader te handhaven omdat het, op basis van ervaring, heeft geleid tot een verantwoorde aanpak voor een tak van de wetenschap die veelbelovend is en omdat de aanpak heeft bewezen bevredigend te zijn binnen een onderzoeksprogramma waaraan onderzoekers deelnemen uit vele landen met zeer uiteenlopende regelgevingen.

(1)  Het besluit betreffende het kaderprogramma Horizon 2020 sluit expliciet drie onderzoeksgebieden van communautaire financiering uit:

–  onderzoeksactiviteiten die gericht zijn op het klonen van mensen voor voortplantingsdoeleinden;

–  onderzoek gericht op het veranderen van het genetisch erfgoed van mensen, dat ertoe kan leiden dat die veranderingen erfelijk worden;

–  onderzoek bedoeld om menselijke embryo's te produceren enkel voor onderzoeksdoeleinden of om stamcellen te verkrijgen, onder meer door middel van somatische celkerntransplantatie.

(2)  Er worden geen activiteiten gefinancierd die in alle lidstaten verboden zijn. Er worden geen activiteiten gefinancierd in een lidstaat waar een dergelijke activiteit verboden is.

(3)  Het besluit inzake het kaderprogramma Horizon 2020 en de bepalingen voor het ethische kader met betrekking tot de communautaire financiering van onderzoek met menselijke embryonale stamcellen houden op geen enkele wijze een waardeoordeel in over het regelgevend of ethisch kader voor dergelijk onderzoek in de lidstaten.

(4)  Door te vragen voorstellen in te dienen, verzoekt de Europese Commissie niet uitdrukkelijk gebruik te maken van menselijke embryonale stamcellen. Het gebruik van volwassen dan wel embryonale menselijke stamcellen hangt af van het oordeel van de wetenschappers in het licht van de doelstellingen die zij nastreven. In de praktijk wordt veruit het grootste deel van de communautaire financiële middelen voor stamcellenonderzoek besteed aan het gebruik van volwassen stamcellen. Er is geen reden waarom dit in Horizon 2020 substantieel zou veranderen.

(5)  Elk project waarin het gebruik van menselijke embryonale stamcellen wordt voorgesteld, moet door een wetenschappelijke evaluatie komen waarbij de noodzaak van het gebruik van dergelijke stamcellen voor het bereiken van de wetenschappelijke doelstellingen door onafhankelijke wetenschappelijke deskundigen wordt beoordeeld.

(6)  Voorstellen die de wetenschappelijke evaluatie met succes doorstaan worden vervolgens onderworpen aan een streng ethisch onderzoek door de Europese Commissie. Bij dit ethisch onderzoek wordt rekening gehouden met de beginselen in het EU-Handvest van de grondrechten en internationale overeenkomsten op dit gebied zoals het Verdrag van de Raad van Europa inzake de mensenrechten en de biogeneeskunde, dat op 4 april 1997 in Oviedo is ondertekend, en de bijbehorende protocollen, en de door de UNESCO aangenomen Universele Verklaring over het menselijk genoom en de mensenrechten. De ethische evaluatie dient ook om na te gaan of de voorstellen de regels respecteren van de landen waar het onderzoek zal worden uitgevoerd.

(7)  In speciale gevallen kan tijdens de levensduur van het project een ethische evaluatie worden uitgevoerd.

(8)  Voor elk project waarin het gebruik van menselijke embryonale stamcellen wordt voorgesteld, moet voor de start van het project de goedkeuring worden gevraagd van de relevante nationale of lokale ethische commissie. Alle nationale regels en procedures moeten worden gerespecteerd, inclusief inzake onderwerpen als ouderlijke toestemming, afwezigheid van financiële stimulans, enz. Er wordt gecontroleerd of bij het project melding wordt gemaakt van door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het onderzoek zal worden uitgevoerd te nemen toestemmings- en toezichtsmaatregelen.

(9)  Voor een voorstel dat met succes de wetenschappelijke evaluatie, de nationale of plaatselijke ethische onderzoeken en het Europees ethisch onderzoek doorstaat, wordt per geval aan de lidstaten, die bijeenkomen als een comité handelend volgens de onderzoeksprocedure, goedkeuring gevraagd. Er wordt geen project waarbij menselijke embryonale stamcellen worden gebruikt, gefinancierd dat niet de goedkeuring van de lidstaten krijgt.

(10)  De Europese Commissie blijft, en dit moet uiteindelijk de patiënten in alle landen ten goede komen, eraan werken om de resultaten van door de Gemeenschap gefinancierd stamcellenonderzoek op grote schaal toegankelijk te maken voor alle onderzoekers.

(11)  De Europese Commissie zal acties en initiatieven ondersteunen die bijdragen tot een coördinatie en rationalisatie van MES-onderzoek binnen een verantwoordelijke ethische benadering. Met name zal de Commissie een Europees register van menselijke embryonale stamcellijnen blijven ondersteunen. Ondersteuning van een dergelijk register zal een monitoring van bestaande menselijke embryonale stamcellen in Europa mogelijk maken, bijdragen tot het maximaliseren van het gebruik ervan door wetenschappers en kan onnodige afleidingen van nieuwe stamcellijnen helpen voorkomen.

(12)  De Commissie zal blijven vasthouden aan de huidige praktijk, en zal aan het comité handelend volgens de onderzoeksprocedure geen voorstellen voorleggen voor projecten die onderzoeksactiviteiten inhouden waarbij menselijke embryo's worden vernietigd, ook niet wanneer het daarbij gaat om het verkrijgen van stamcellen. Dat deze onderzoeksfase niet wordt gefinancierd, betekent niet dat de Gemeenschap geen verdere onderzoeksfasen kan financieren die gepaard gaat met het gebruik van menselijke embryonale stamcellen.

Verklaring betreffende energie

De Commissie erkent de essentiële rol die energie-efficiëntie bij het eindgebruik en hernieuwbare energie in de toekomst zullen spelen, het belang van betere netwerken en opslag bij het maximaliseren van het potentieel ervan, en de nood aan maatregelen voor marktintroductie om capaciteit op te bouwen, het beheer te verbeteren en marktobstakels te verwijderen zodat oplossingen op het vlak van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie ten uitvoer kunnen worden gelegd.

De Commissie zal ernaar streven ervoor te zorgen dat ten minste 85% van de begroting voor de energie-uitdaging in het kader van Horizon 2020 wordt besteed aan niet-fossiele brandstoffen, en dat hierbinnen ten minste 15% van de algemene begroting voor de energie-uitdaging wordt besteed aan marktacceptatiemaatregelen voor bestaande technologieën op het vlak van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie in het kader van het programma "Intelligente energie voor Europa III". Dit programma zal worden uitgevoerd door middel van een specifieke bestuursstructuur en zal eveneens steun omvatten voor de tenuitvoerlegging van het beleid inzake duurzame energie, capaciteitsopbouw en de mobilisering van financiering voor investeringen, zoals tot op heden het geval is geweest.

Het overblijvende deel zal worden toegewezen aan op fossiele brandstoffen gebaseerde technologieën en ontwikkelingsmogelijkheden, die als onmisbaar worden beschouwd om de visie voor 2050 en de overgang naar een duurzaam energiesysteem te kunnen verwezenlijken.

Er zal toezicht worden gehouden op de vorderingen bij de verwezenlijking van deze doelstellingen en de Commissie zal regelmatig verslag uitbrengen over de geboekte vooruitgang.

Verklaring betreffende topkwaliteit verspreiden en deelname verbreden

De Commissie verbindt zich ertoe de maatregelen voor het overbruggen van de kloof op het gebied van onderzoek en innovatie op te stellen en uit te voeren in het kader van de nieuwe rubriek "topkwaliteit verspreiden en deelname verbreden". Er zullen niet minder middelen worden uitgetrokken voor deze maatregelen dan er in het kader van het zevende kaderprogramma werden besteed aan acties op het vlak van "het verbreden van de deelname".

De nieuwe activiteiten van COST in de context van "het verbreden van de deelname" dienen te worden gefinancierd met de begroting die is uitgetrokken voor "topkwaliteit verspreiden en deelname verbreden". De activiteiten van COST die hier niet onder vallen, en die wat begroting betreft van dezelfde orde van grootte moeten zijn, moeten worden gefinancierd uit de begroting die is toegewezen aan "Europa in een veranderende wereld - inclusieve, innovatieve en reflexieve samenlevingen".

Het grootste deel van de activiteiten met betrekking tot de beleidsondersteuningsfaciliteit en de transnationale netwerken van nationale contactpunten dient eveneens te worden ondersteund door de begroting die is uitgetrokken voor "Europa in een veranderende wereld - inclusieve, innovatieve en reflexieve samenlevingen".

Verklaring betreffende excellentiekeur

Op het niveau van de Unie kunnen dankzij EU-brede concurrentie de beste voorstellen worden geselecteerd, hetgeen de kwaliteit ten goede komt en toonaangevend onderzoek en innovatie zichtbaar maakt.

De Commissie is van oordeel dat positief beoordeelde projectvoorstellen in het kader van de Europese Onderzoeksraad, Marie Sklodowska-Curie, maatregelen voor teamvorming, fase 2 van het kmo-instrument of gezamenlijke projectvoorstellen die niet konden gefinancierd worden omwille van begrotingsredenen, voldoen aan het criterium topkwaliteit in het kader van Horizon 2020.

Indien de deelnemers dit goedkeuren, kan deze informatie worden verstrekt aan de bevoegde autoriteiten.

De Commissie is bijgevolg ingenomen met alle initiatieven om dergelijke projecten te financieren uit nationale, regionale of privébronnen. In deze context is eveneens een belangrijke rol weggelegd voor het cohesiebeleid, dat moet voorzien in capaciteitsopbouw.

Verklaring betreffende het kmo-instrument

Steun voor kmo's is bijzonder belangrijk in het kader van Horizon 2020 en neemt een prominente plaats in bij de verwezenlijking van de doelstelling om innovatie, economische groei en het scheppen van banen te stimuleren. Daarom zal de Commissie zorgen voor een hoge mate van zichtbaarheid voor kmo-steun in het kader van Horizon 2020, met name door middel van het kmo-instrument in de werkprogramma's, richtsnoeren en communicatieactiviteiten. Alle mogelijke inspanningen zullen worden geleverd om ervoor te zorgen dat het eenvoudig en duidelijk is voor kmo's om de mogelijkheden die hen worden geboden in het kader van "Maatschappelijke uitdagingen" en "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën" te identificeren en te benutten.

Het kmo-instrument zal ten uitvoer worden gelegd via een centrale beheerstructuur die verantwoordelijk is voor de evaluatie en het beheer van de projecten, met inbegrip van het gebruik van gemeenschappelijke IT-systemen en bedrijfsprocessen.

Het kmo-instrument zal de meest ambitieuze innovatieprojecten van kmo's aantrekken. Het zal voornamelijk door middel van een "bottom-up"-benadering uitvoering krijgen via voortdurende open oproepen die toegespitst zijn op de noden van kmo's, zoals vastgesteld in de specifieke doelstelling "Innovatie bij kmo's", terwijl rekening wordt gehouden met de prioriteiten en doelstellingen van "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën" en maatschappelijke uitdagingen en er ruimte wordt gelaten voor horizontale uitdagingen en voorstellen in het kader van "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën", zodat de "bottom-up"-strategie wordt ondersteund. Deze oproep kan om de twee jaar worden herzien of hernieuwd om rekening te kunnen houden met de tweejaarlijkse strategische programma's. In voorkomend geval kunnen oproepen met betrekking tot specifieke strategische belangen worden georganiseerd naast de hierboven beschreven oproep. Deze oproepen zullen het concept en de procedures van het kmo-instrument gebruiken, alsook het enkel contactpunt voor aanvragers en de bijhorende begeleiding door mentoren en coaches.

Verklaring betreffende artikel 6, lid 5

Het is de bedoeling van de Commissie om, onverminderd de jaarlijkse begrotingsprocedure, in de context van de gestructureerde dialoog met het Europees Parlement een jaarlijks verslag te presenteren over de uitvoering van de in bijlage II van Horizon 2020 opgenomen verdeling van de begroting op basis van prioriteiten en specifieke doelstellingen binnen deze prioriteiten, met inbegrip van iedere toepassing van artikel 6, lid 5.

Verklaring betreffende artikel 12

De Commissie zal op verzoek de aangenomen werkprogramma's voorstellen in de bevoegde commissie van het Europees Parlement.

Laatst bijgewerkt op: 28 januari 2016Juridische mededeling