Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2053(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0378/2013

Ingediende teksten :

A7-0378/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/12/2013 - 7.18

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0536

Aangenomen teksten
PDF 126kWORD 45k
Dinsdag 10 december 2013 - Straatsburg Definitieve uitgave
Evaluatieverslag BEREC
P7_TA(2013)0536A7-0378/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 10 december 2013 houdende advies inzake het evaluatieverslag over het BEREC en het Bureau (2013/2053(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 23 april 2013 inzake het evaluatieverslag over het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau (SWD(2013)0152),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 mei 2010 getiteld "Een digitale agenda voor Europa" (COM(2010)0245),

–  gezien artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien zijn resolutie van 5 mei 2010 ‘een nieuwe digitale agenda voor Europa: 2015.eu’(1) ,

–  gezien het regelgevingskader voor elektronische communicatie,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau(2) ,

–  gezien artikel 119, lid 1, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Begrotingscommissie (A7-0378/2013),

A.  overwegende dat het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) werd opgericht om bij te dragen aan de vorming van technische en beleidsmatige richtsnoeren voor de voltooiing van de interne markt, met als tweeledig doel een zo groot mogelijke onafhankelijkheid voor die regelgevende instanties en meer samenhang in hun toepassing van dat regelgevingskader in de gehele EU;

B.  overwegende dat in het evaluatieverslag het werk van het BEREC en het BEREC-Bureau wordt erkend en gewaardeerd, met name waar het gaat om de procedures ex artikel 7/7a en op gebied van netneutraliteit en internationale roaming;

C.  overwegende dat er nog maar weinig tijd is verstreken sinds de oprichting van BEREC en het BEREC-Bureau;

D.  overwegende dat de voltooiing van de interne markt een constant proces is dat het beste is gediend met betere regelgeving op de afzonderlijke nationale markten, en dat de beste en meest duurzame manier is om dit te bereiken (en daarbij te zorgen dat regelgevingsbesluiten op de nationale markten als legitiem worden beschouwd) door de benadering van onderop die momenteel door het BEREC wordt gevolgd;

E.  overwegende dat het BEREC alleen doeltreffend kan optreden, als zijn onafhankelijkheid van de lidstaten en de EU-instellingen wordt gegarandeerd;

F.  overwegende dat nationale overwegingen de formulering van gemeenschappelijke standpunten kunnen bemoeilijken;

G.  overwegende dat de rol van het BEREC van cruciaal belang is voor een meer coherente toepassing van het EU-regelgevingskader in alle lidstaten, een essentieel element voor de succesvolle ontwikkeling van een interne markt voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten;

H.  overwegende dat recente initiatieven op nationaal niveau, met name de herzieningsoperaties op de uitgaven, afbreuk zouden kunnen doen aan de invulling van het onafhankelijkheidsbeginsel;

I.  overwegende dat de nationale regelgevende instanties niet homogeen zijn aangezien zij in eigen land soms zeer uiteenlopende bevoegdheden hebben, waarbij sommige zich alleen met marktregulering bezighouden en andere daarnaast ook met aspecten als netbeveiliging, privacy, domeinregister, spectrum, gebruikersdiensten enz.;

J.  overwegende dat thans wellicht geen optimaal gebruik wordt gemaakt van het BEREC-Bureau;

K.  overwegende dat sommige agentschappen van de Unie die in andere landen zijn gelokaliseerd ook een liaisonkantoor in Brussel hebben;

L.  overwegende dat de meeste bijeenkomsten van de deskundigenwerkgroep in Brussel of ten kantore van een nationale regelgevende instantie plaatsvonden en dat het gebruik van videoconferenties verder moet worden uitgebreid;

M.  overwegende dat voordeel voor de consument een van de belangrijkste doelen is van de interne markt voor elektronische communicatie;

N.  overwegende dat de besluiten die het BEREC op Europees niveau neemt ook een Europese meerwaarde moeten hebben;

1.  acht het evaluatieverslag over het geheel genomen terzake dienend en evenwichtig;

2.  is van oordeel dat de nodige samenwerking, de coördinatie en de aan het bestuur verbonden informele aspecten enige tijd vergen om tot een volledige ontplooiing van de effecten ervan te komen;

3.  meent dat er nog ruimte voor verbetering is op het punt van het functioneren van het BEREC en het Bureau, doch is zich tevens bewust van de beperkte middelen die beschikbaar zijn; onderstreept evenwel dat de toepassing van de nieuwe procedure van artikel 7/7bis van Richtlijn 2009/140/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten goed heeft gefunctioneerd, en het tweeledige systeem zich dus heeft bewezen;

4.  onderstreept dat het BEREC het kleinste EU-agentschap is, met een bijdrage uit de EU-begroting van slechts EUR 3 768 696 en 16 goedgekeurde posten uit hoofde van de EU-begroting 2013, dat in de eerste plaats administratieve ondersteuning biedt aan de BEREC-structuur, die is samengesteld uit de nationale regelgevende instanties;

5.  herinnert aan het advies van de Begrotingscommissie van 29 mei 2008 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt (COM (2007) 0699 - C6-0428/2007 - 2007/0249 (COD)), waarin de oprichting van een nieuw agentschap werd verworpen;

6.  is van mening dat aan de nationale regelgevende instanties een belangrijke rol toekomt binnen het reguleringskader, omdat nationale markten onveranderlijke verschillen vertonen door hun netwerk-topologie en ook van elkaar verschillen op het punt van vraagpatronen onder consumenten, demografische aspecten enz.; onderstreept dat voor een gestructureerde samenwerking binnen de Europese Unie, en daarmee een goed functionerende interne markt, onafhankelijke, sector-specifieke en adequaat toegeruste regulatoren onmisbaar zijn;

7.  is van mening dat het BEREC een cruciale rol speelt binnen het regelgevingskader als het orgaan dat tot taak heeft met het oog op de voltooiing van de interne markt voor elektronische communicatie de nationale feitelijke en reglementaire verschillen op één lijn te brengen;

8.  acht het raadzaam dat de rol van het BEREC, en vooral zijn betrekkingen met de nationale regelgevende instanties, beter wordt omschreven en wordt verzwaard met meer verantwoordelijkheden, zodat gemeenschappelijke standpunten gemakkelijker worden bereikt en er meer nadruk komt op de internemarktbenadering, waarbij ook de efficiëntie van de huidige samenwerking met nationale regelgevers en de Commissie moet worden geëvalueerd overeenkomstig de procedures van de artikelen 7/7bis;

9.  meent dat meer harmonisatie van de door de nationale regelgevende instanties in de lidstaten uit te voeren taken, zodat zij bevoegd zijn voor relevante aspecten rond beveiliging en veerkracht op de interne markt voor elektronische communicatie, zou kunnen bijdragen aan een beter functioneren van het BEREC en grotere voorspelbaarheid voor marktdeelnemers;

10.  vraagt de lidstaten en de Commissie dringend erop toe te zien dat de onafhankelijkheid van de nationale regelgevende instanties op nationaal en Europees niveau wordt versterkt, en niet verzwakt, aangezien dit de enige manier is om volledige onafhankelijkheid van het BEREC te waarborgen;

11.  is van mening dat de rol en de structuur van het BEREC en het BEREC-Bureau moeten worden aangepast naargelang de voltooiing van de interne markt voor elektronische communicatie vordert;

12.  verzoekt de Europese Commissie in toekomstige voorstellen betreffende de werkingssfeer en taken van het BEREC de onafhankelijkheid van het BEREC ten opzichte van de Europese instellingen te waarborgen;

13.  meent dat het BEREC moet optreden in het belang van de Europese burgers en dat de mechanismen voor verantwoording tegenover het Europees Parlement, de enige rechtstreeks gekozen instelling die de belangen van de Europese burgers vertegenwoordigt, moeten worden versterkt;

14.  beveelt aan dat het BEREC zijn interne verantwoordingsplicht verzwaart door zijn doelstellingen duidelijk in zijn jaarlijks werkprogramma te omschrijven en de resultaten en vorderingen ten opzichte van die doelstellingen in zijn jaarverslag te vermelden;

15.  acht het met het oog op de coherentie en samenhang van de werkzaamheden van het BEREC van het allergrootste belang dat het in de uitwerkingsfase van zijn jaarlijks werkprogramma zijn taken beter prioriseert en de communicatie met alle belanghebbende partijen bevordert;

16.  is van mening dat het BEREC meer ruimte moet krijgen voor het nemen van strategische besluiten, hetgeen onder meer betekent dat het BEREC eigen analyse en onderzoek verricht aan de hand waarvan het zulke besluiten kan nemen, zodat er meer sprake is van onafhankelijke besluitvorming van bovenaf;

17.  onderstreept dat het BEREC voorafgaand aan de wetgevingsvoorstellen voor de elektronischecommunicatiesector stelselmatig een adviserende rol moet krijgen;

18.  is van oordeel dat de externe communicatie van het BEREC verduidelijking en verbetering behoeft om de betrokkenheid van belanghebbende patijen bij alle niveaus van de besluitvorming te stimuleren;

19.  acht het raadzaam de rol van de Groep van onafhankelijke regelgevende instanties in Brussel te formaliseren en er daarbij op toe te zien dat dit geen doublures oplevert met de aan het BEREC-Bureau toevertrouwde taken;

20.  beveelt aan dat meer gebruik wordt gemaakt van telewerk, videoconferenties en andere telewerktechnieken met behulp van elektronische communicatie zodat kosten worden bespaard en de CO2-voetafdruk lichter wordt;

21.  beveelt de Commissie en de lidstaten aan zorg te dragen voor adequate financiering van het BEREC en de nationale regelgevende instanties;

22.  meent dat de standplaats van het BEREC-Bureau geen belemmering hoeft te zijn om het werk van de Europese instellingen op het gebied van elektronische communicatie, de specifieke interessesfeer van het BEREC, van dag tot dag te volgen, en een efficiënte inzet van het Bureau niet in de weg hoeft te staan, mits meer gebruik wordt gemaakt van strategieën voor elektronische communicatie;

23.  is van mening dat de taak van het BEREC-Bureau moet worden herzien, verzwaard en nauwkeuriger omschreven, met name in het licht van de uitkomst van de audit van het BEREC op dit punt;

24.  beveelt aan dat de nodige wijzigingen worden aangebracht en de nodige middelen worden uitgetrokken om het BEREC-Bureau in staat te stellen effectiever en efficiënter steun te bieden aan het eigenlijke werk van het BEREC, in plaats van alleen te zorgen voor administratieve ondersteuning;

25.  stelt dat bij elke discussie over de standplaats van het BEREC-Bureau de versterking van zijn onafhankelijkheid ten opzichte van de EU-instellingen en de lidstaten voorop moet staan, en acht geslagen moet worden op het beginsel van gelijkmatige spreiding van EU- instellingen, -agentschappen en andere EU-entiteiten;

26.  acht meer consolidatie nodig zodat marktdeelnemers vollediger kunnen profiteren van schaalvoordelen, en dat het BEREC een prominenter rol in dat proces moet krijgen;

27.  is van oordeel dat met het oog op een betere interne markt een duidelijk en stabiel wetgevingskader nodig is, wil een en ander leiden tot meer concurrentie en betere dienstverlening aan de consument;

28.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1). PB C 81 E van 15.3.2011, blz. 45.
(2). PB L 337 van 18.12.2009, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 12 juli 2016Juridische mededeling