Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2994(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0008/2014

Debatten :

PV 16/01/2014 - 5
CRE 16/01/2014 - 5

Stemmingen :

PV 16/01/2014 - 8.11

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0043

Aangenomen teksten
PDF 126kWORD 49k
Donderdag 16 januari 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
EU-strategie tegen dakloosheid
P7_TA(2014)0043B7-0008, 0009, 0010 en 0011/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 16 januari 2014 over EU-strategie tegen dakloosheid (2013/2994(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name de artikelen 2 en 3,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 9, 14, 151 en 153,

–  gezien het herziene Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa, en met name artikel 31,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name de artikelen 34 en 36,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 16 december 2010 getiteld "Het Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting: een Europees kader voor sociale en territoriale cohesie" (COM(2010)0758),

–  gezien Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming(1) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Europa 2020: een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

–  gezien zijn verklaring van 22 april 2008 over het uit de wereld helpen van dakloosheid(2) ,

–  gezien de Europese consensusconferentie over dakloosheid, die plaatsvond in december 2010,

–  gezien zijn resolutie van 14 september 2011 over een EU-strategie inzake dakloosheid(3) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Naar sociale investering voor groei en cohesie – inclusief de uitvoering van het Europees Sociaal Fonds 2014-2020" (COM(2013)0083) van 20 februari 2013,

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld "Confronting Homelessness in the European Union" (SWD(2013)0042) van 20 februari 2013,

–  gezien zijn resolutie van 11 juni 2013 over sociale huisvesting in de Europese Unie(4) ,

–  gezien de zes beginselen waarover tijdens de op 1 maart 2013 op initiatief van het Ierse voorzitterschap in Leuven gehouden ministeriële rondetafelconferentie over dakloosheid overeenstemming is bereikt,

–  gezien artikel 110, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat alle mensen vrij en gelijk in waardigheid en rechten worden geboren, en dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het bevorderen en waarborgen van deze rechten;

B.  overwegende dat dakloosheid een schending van de menselijke waardigheid en van de mensenrechten vormt; overwegende dat huisvesting een basisbehoefte van de mens en een voorwaarde voor behoorlijke levensomstandigheden en sociale insluiting is;

C.  overwegende dat dakloosheid een prioriteit is geworden binnen het armoedebeleid van de EU in het kader van de Europa 2020-strategie en het vlaggenschipinitiatief Europees Platform tegen armoede en sociale uitsluiting dat daar deel van uitmaakt, alsmede binnen het EU-pakket sociale-investeringsmaatregelen; overwegende dat de huidige graad van armoede en sociale uitsluiting evenwel een gevaar vormt voor het streefdoel van de Europa 2020-strategie om het aantal mensen dat door armoede en sociale uitsluiting getroffen is of bedreigd wordt, met ten minste 20 miljoen te verminderen;

D.  overwegende dat dakloosheid de meest extreme vorm van armoede en behoeftigheid is en de afgelopen jaren in praktisch alle lidstaten is toegenomen;

E.  overwegende dat de lidstaten die het zwaarst zijn getroffen door de economische en financiële crisis te maken hebben met een ongekende toename van dakloosheid;

F.  overwegende dat het sociale en gezinsprofiel van personen die een beroep doen op sociale huisvesting is veranderd en dat de vraag naar dit soort huisvesting is toegenomen;

G.  overwegende dat in een aantal lidstaten sprake is van een tekort aan sociale huisvesting en een toenemende vraag naar betaalbare woonruimte;

H.  overwegende dat verschillende EU-organen, zoals de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO), het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Parlement, de Commissie hebben verzocht een EU-strategie tegen dakloosheid te ontwikkelen of andere maatregelen tegen dakloosheid te treffen;

I.  overwegende dat dakloosheid per definitie een veelzijdig probleem is dat om een veelzijdige beleidsrespons vraagt;

J.  overwegende dat uit steeds meer gegevens blijkt dat op huisvesting gerichte benaderingen van dakloosheid het meest doeltreffend zijn;

K.  overwegende dat in het kader van het Europees semester steeds meer aandacht aan dakloosheid wordt besteed en dat enkele lidstaten dakloosheid als een prioriteit in de strijd tegen armoede hebben opgenomen in hun nationale hervormingsprogramma's van 2012 en 2013;

L.  overwegende dat het huidige EU-beleidskader en de maatschappelijke werkelijkheid nopen tot betere en ambitieuzere maatregelen tegen dakloosheid op EU-niveau;

M.  overwegende dat de EU-lidstaten kunnen bogen op 's werelds meest ontwikkelde stelsel voor sociale zekerheid, met de hoogste bijdragen voor sociale voorzieningen voor de bevolking;

N.  overwegende dat de directe verantwoordelijkheid voor de bestrijding van dakloosheid bij de lidstaten ligt en met name bij de regionale en lokale autoriteiten, en overwegende dat een EU-strategie een aanvullende rol moet spelen;

O.  overwegende dat de Commissie een belangrijker rol kan spelen op de terreinen die tot haar bevoegdheid behoren, maar daarbij het subsidiariteitsbeginsel moet eerbiedigen;

P.  overwegende dat een toenemend aantal lidstaten een alomvattende strategie tegen dakloosheid kennen en voor de verdere ontwikkeling van hun beleid baat kunnen hebben bij Europese samenwerking;

Q.  overwegende dat armoede geen misdrijf is en dat dakloosheid noch een misdrijf noch een keuze van levensstijl is;

1.  wijst erop dat voor veel daklozen het leven moeilijk is en dat zij vaak gedwongen zijn te leven onder onmenselijke omstandigheden;

2.  dringt er bij de Commissie op aan zo spoedig mogelijk een EU-strategie tegen dakloosheid te ontwikkelen, overeenkomstig de resolutie van het Parlement van 14 september 2011 over een EU-strategie inzake dakloosheid en de voorstellen van andere EU-instellingen en organen;

3.  is van mening dat een EU-strategie tegen dakloosheid volledig in overeenstemming moet zijn met het Verdrag, waarin "de essentiële rol en de ruime discretionaire bevoegdheid van de nationale, regionale en lokale autoriteiten om diensten van algemeen economisch belang te verrichten, te doen verrichten en te organiseren op een manier die zoveel mogelijk in overeenstemming is met de behoeften van de gebruikers", zijn neergelegd; is van mening dat de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van dakloosheid bij de lidstaten ligt en dat een EU-strategie tegen dakloosheid de lidstaten dan ook zo doeltreffend mogelijk moet ondersteunen bij het nemen van deze verantwoordelijkheid, waarbij het subsidiariteitsbeginsel volledig in acht wordt genomen;

4.  verzoekt de Commissie een deskundigenwerkgroep op hoog niveau op te richten om haar te ondersteunen bij de voorbereiding en verdere ontwikkeling van een EU-strategie tegen dakloosheid;

5.  verzoekt de Commissie de nodige aandacht te besteden aan dakloosheid in de landenspecifieke aanbevelingen voor lidstaten waar op het gebied van dakloosheid dringend verbetering nodig is; roept de lidstaten op in hun nationale hervormingsprogramma's meer aandacht te besteden aan de dakloosheidsproblematiek;

6.  benadrukt dat het belangrijk is uitgebreide en vergelijkbare gegevens inzake dakloosheid te verzamelen, zonder dat daarbij daklozen worden gestigmatiseerd; benadrukt dat het verzamelen van gegevens een eerste vereiste is voor de ontwikkeling van doeltreffend beleid dat uiteindelijk leidt tot de uitbanning van dakloosheid;

7.  is verheugd dat de nieuwe verordening betreffende het Europees Sociaal Fonds voorziet in bepalingen inzake de vaststelling van indicatoren voor het beoordelen van de doeltreffendheid van investeringen ten behoeve van daklozen of personen die van de woningmarkt uitgesloten zijn; dringt er bij de Commissie op aan de mogelijkheden die deze nieuwe instrumenten bieden ten volle te benutten;

8.  vraagt de Commissie om het EaSI-programma (werkgelegendheids- en sociale innovatie) te gebruiken als voornaamste financieringsbron voor een EU-strategie om onderzoek en grensoverschrijdende uitwisselingen te financieren, en haar samenwerking met belangrijke Europese partners verder uit te bouwen;

9.  verzoekt de Commissie op alle relevante EU-beleidsterreinen aandacht te besteden aan dakloosheid;

10.  verzoekt de Commissie in een EU-strategie tegen dakloosheid de nadruk op de volgende prioritaire thema's te leggen;

   op huisvesting gerichte benaderingen van dakloosheid;
   grensoverschrijdende dakloosheid;
   kwaliteit van diensten gericht op daklozen;
   preventie van dakloosheid;
   dakloosheid onder jongeren;

11.  verwijst in verband met de onderdelen waaruit een EU-strategie tegen dakloosheid zou moeten bestaan naar zijn resolutie van 14 september 2011, en wijst met name op het belang van:

   periodieke Europese inventarisatie van dakloosheid;
   onderzoek naar en kennisopbouw over beleid en diensten op het gebied van dakloosheid;
   sociale innovatie met betrekking tot beleid en diensten op het gebied van dakloosheid;

12.  dringt er bij de lidstaten op aan sociale en betaalbare huisvesting te ontwikkelen voor de meest kwetsbaren om sociale uitsluiting en dakloosheid te voorkomen;

13.  verzoekt de lidstaten de internationale mensenrechtenverdragen niet te schenden en alle door hen ondertekende overeenkomsten volledig te eerbiedigen, waaronder het Handvest van de grondrechten, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van de VN en het herzien Sociaal Handvest van de Raad van Europa;

14.  dringt er bij de lidstaten op aan per direct een einde te maken aan de criminalisering van daklozen en aan de discriminerende praktijken die worden toegepast om daklozen de toegang tot sociale dienstverlening en opvanghuizen te ontzeggen;

15.  verzoekt de lidstaten de middelen van het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) en andere programma's zoals het Europees Sociaal Fonds (ESF) in te zetten om de situatie van daklozen te verbeteren en het pad te effenen voor sociale insluiting en arbeidsintegratie;

16.  verzoekt de lidstaten en het EU-voorzitterschap periodiek een Europese rondetafelconferentie te organiseren van de EU-ministers die de dakloosheidsproblematiek in hun portefeuille hebben, in vervolg op het initiatief van het Ierse voorzitterschap van maart 2013; vraagt de Commissie voor deze bijeenkomsten de praktische en financiële ondersteuning te verlenen;

17.  verzoekt de lidstaten hun samenwerking te intensiveren om meer van elkaar te leren en de uitwisseling van beste praktijken te verbeteren en een gemeenschappelijke beleidsaanpak te ontwikkelen;

18.  verzoekt de lidstaten bij de ontwikkeling van omvattende strategieën tegen dakloosheid een brede aanpak te hanteren, waarbij huisvesting voorop staat en tevens sterk de nadruk wordt gelegd op preventie;

19.  is van oordeel dat de lidstaten en hun lokale overheden in samenwerking met huurdersorganisaties doeltreffende preventieve maatregelen moeten treffen om het aantal huisuitzettingen te verminderen;

20.  verzoekt de Raad te overwegen om een aanbeveling op te stellen inhoudende dat de lidstaten moeten garanderen dat niemand in de EU gedwongen buiten hoeft te slapen vanwege een gebrek aan (noodhulp)diensten;

21.  dringt er bij de lidstaten op aan overeenkomstig de nationale praktijk met de betrokken hulporganisaties samen te werken op het gebied van de begeleiding van en het bieden van onderdak aan daklozen;

22.  wijst op de dringende noodzaak om alle vormen van discriminatie van daklozen en marginalisering van hele gemeenschappen aan te pakken;

23.  benadrukt dat de uitoefening van het recht op huisvesting van essentieel belang is voor de uitoefening van een aanzienlijk aantal andere rechten, waaronder verschillende politieke en sociale rechten;

24.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Europees Comité voor sociale bescherming en de Raad van Europa.

(1) PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22.
(2) PB C 259 E van 29.10.2009, blz. 19.
(3) PB C 51 E van 22.02.2013, blz. 101.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0246.

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2017Juridische mededeling