Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2628(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0245/2014

Debatten :

PV 13/03/2014 - 19.1
CRE 13/03/2014 - 19.1

Stemmingen :

PV 13/03/2014 - 20.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0253

Aangenomen teksten
PDF 125kWORD 46k
Donderdag 13 maart 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Rusland: veroordeling van demonstranten die betrokken waren bij de protesten op het Bolotnaya-plein
P7_TA(2014)0253B7-0245, 0246, 0247, 0248, 0249 en 0250/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2014 over Rusland: veroordeling van demonstranten van het Bolotnaya-plein (2014/2628(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Rusland, in het bijzonder zijn resolutie van 13 juni 2013 over de rechtsstaat in Rusland(1) ,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 24 februari 2014 over de veroordeling van demonstranten in verband met de gebeurtenissen op het Bolotnaya-plein,

–  gezien de Russische grondwet, en met name artikel 118 daarvan, dat stipuleert dat in de Russische Federatie uitsluitend recht wordt gesproken door rechtbanken, en artikel 120 daarvan, dat stipuleert dat rechters onafhankelijk zijn en uitsluitend ondergeschikt aan de Russische grondwet en de federale wetten,

–  gezien het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland van 28 november 2013,

–  gezien het rapport van 17 december 2013 van het Europees Comité inzake de voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (CPT-Comité) over zijn periodieke bezoek aan de Russische Federatie,

–  gezien de verklaring van 4 maart 2014 van de Ombudsman voor de mensenrechten van de Russische Federatie, Vladimir Loekin, over openbare demonstraties in Moskou en de maatregelen die de rechtshandhavingsinstanties hebben genomen,

–  gezien artikel 122, lid 5, en artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Russische Federatie een volwaardig lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa is en zich als zodanig heeft verplicht tot naleving van de democratische beginselen, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten; overwegende dat er vanwege verschillende ernstige schendingen van de rechtsstaat en de goedkeuring van restrictieve wetten in de afgelopen maanden steeds meer bezorgdheid is ontstaan over de mate waarin Rusland zich houdt aan zijn internationale en nationale verplichtingen;

B.  overwegende dat op 6 mei 2012, de dag voor de inauguratie van president Vladimir Poetin, tientallen van de naar schatting tienduizenden demonstranten op het Bolotnaya-plein sporadisch slaags raakten met de politie, leidend tot licht verwondingen;

C.  overwegende dat circa 600 demonstranten kort zijn vastgehouden en dat tegen 28 personen strafrechtelijke procedures zijn gestart; overwegende dat de autoriteiten een onderzoek zijn gestart naar de acties van de demonstranten, ze aanduidend als "massaal oproer", dat volgens de Russische wetgeving een vorm van massale activiteiten vormt waaronder ook "geweld, pogroms, vernieling van bezittingen, gebruik van wapens of gewapend verzet tegen de autoriteiten" vallen; overwegende dat de autoriteiten stelden dat het geweld was gepland als onderdeel van een samenzwering om het land te destabiliseren en de regering omver te werpen;

D.  overwegende dat verschillende processen en gerechtelijke procedures in de afgelopen jaren aanleiding zijn geweest om vraagtekens te plaatsen bij de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de gerechtelijke instellingen van de Russische Federatie;

E.  overwegende dat een groot aantal Russische en internationale mensenrechtenorganisaties hebben bericht dat buitensporige maatregelen en agressieve acties van de veiligheidstroepen, alsmede excessief gebruik van geweld, de oorzaak waren van het uitbreken van gewelddadigheden, gevolgd door willekeurige arrestaties van de demonstranten; overwegende dat de Ombudsman voor de mensenrechten van de Russische Federatie in zijn evaluatie heeft bevestigd dat de beschuldigingen betreffende het organiseren van massaal oproer ongegrond waren;

F.  overwegende dat een Russische rechtbank op 24 februari 2014 acht van de demonstranten heeft veroordeeld tot straffen uiteenlopend van een voorwaardelijke straf tot vier jaar gevangenisstraf, in 2013 gevolgd door drie zwaardere gevangenisstraffen, alsmede de gedwongen psychiatrische behandeling van de activist Mikhail Kosenko;

G.  overwegende dat een groot aantal aanhoudingen plaatsvond tijdens vreedzame demonstraties ter ondersteuning van de verdachten in de zaak betreffende het Bolotnaya-plein op 12 en 24 februari 2014; overwegende dat ruim 200 mensen die bijeenkwamen buiten de rechtbank van het arrondissement Zamoskvoretsky op 24 februari 2014 om de uitspraak in de zaak te vernemen in de loop van enkele uren zijn aangehouden; overwegende dat de leiders van de oppositie Boris Nemtsov en Aleksei Navalny vervolgens zijn veroordeeld tot 10 dagen gevangenisstraf; overwegende dat Aleksei Navalny gedurende de twee maanden daarna onder huisarrest is geplaatst en dat hij op 5 maart 2014 een elektronische armband moest gaan dragen om zijn activiteiten te registeren;

H.  overwegende dat de Russische autoriteiten de programma's voor massale observatie uitbreiden; overwegende dat deze programma's, in combinatie met de anti-LGBT-wetten en de wetten ter beperking van de vrijheid van ngo's, de Russische autoriteiten een zeer krachtig instrument in handen geven om de oppositie in de gaten te houden en te onderdrukken;

I.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in Rusland in de afgelopen jaren is verslechterd en dat de Russische autoriteiten een reeks wetten hebben aangenomen die twijfelachtige bepalingen bevatten en die gebruikt kunnen worden om de oppositie en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld verder aan banden te leggen en de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering te belemmeren; overwegende dat deze hardere maatregelen acties omvatten als politie-invallen, confiscatie van eigendommen, administratieve sancties en andere acties die tot doel hebben om maatschappelijke organisaties te verhinderen of te ontmoedigen hun activiteiten uit te voeren;

J.  overwegende dat leiders van de oppositiepartijen en ‑bewegingen worden geïntimideerd door de Russische autoriteiten en soms worden aangehouden op grond van uiteenlopende beschuldigingen, zoals Iliya Yashin, leider van de beweging Solidariteit, Gleb Fetisov, covoorzitter van de Alliantie van groenen en sociaal-democraten en Yevgeni Vitishko, milieuactivist en vooraanstaand lid van Yabloko;

K.  overwegende dat het Comité van de Raad van Europa inzake de voorkoming van folteringen in december 2013 een groot aantal verklaringen heeft opgetekend over slechte behandeling en marteling van gevangenen door leden van de rechtshandhavingsinstanties en de politie;

1.  spreekt zijn ernstige verontrusting uit over de rechtszaak tegen de demonstranten op het Bolotnaya-plein, die van meet af aan ernstige gebreken vertoonde, met name omdat het ging om een politiek gemotiveerde aanklacht;

2.  is van mening dat de beschuldigingen en de veroordelingen buitensporig zwaar zijn en niet in verhouding staan tot de gebeurtenissen en de strafbare feiten waarvan de demonstranten worden beschuldigd; is van mening dat het vonnis, gezien de procedurele tekortkomingen en het langdurige voorarrest, wederom vragen oproept met betrekking tot de toestand van de rechtsstaat in Rusland;

3.  roept de Russische justitiële autoriteiten op de vonnissen tijdens de beroepsprocedure te heroverwegen en over te gaan tot vrijlating van de acht demonstranten en van Bolotnaya-gevangene Mikhail Kosenko, die is veroordeeld tot gedwongen psychiatrische behandeling;

4.  spreekt eveneens zijn ernstige verontrusting uit over de aanhouding van een groot aantal vreedzame demonstranten na de vonnissen in de Bolotnaya-zaak en roept op tot het seponeren van alle aanklachten tegen hen; roept de Russische regering verder op de rechten van alle burgers op uitoefening van hun fundamentele vrijheden en universele mensenrechten te eerbiedigen;

5.  herinnert aan het belang van volledige naleving door Rusland van zijn internationale juridische verplichtingen als lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, alsmede van de fundamentele mensenrechten en de rechtsstaat zoals vastgelegd in het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR); wijst erop dat de recente ontwikkelingen indruisen tegen de hervormingen die noodzakelijk zijn voor verbetering van de democratische normen, de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Rusland;

6.  uit zijn bezorgdheid over de ontwikkelingen in de Russische Federatie met betrekking tot de eerbiediging en de bescherming van de mensenrechten en de eerbiediging van gemeenschappelijk overeengekomen democratische beginselen, regels en procedures, vooral met betrekking tot de wet op buitenlandse agenten, de anti-LGBT-wetgeving, het opnieuw strafbaar stellen van laster, de wet op hoogverraad en de wetgeving die openbare demonstraties aan banden legt; verzoekt Rusland met klem zijn internationale verplichtingen als lid van de Raad van Europa na te komen;

7.  roept de Russische regering op concrete maatregelen te nemen om de toename van mensenrechtenschendingen te stoppen, in het bijzonder door een einde te maken aan het voortdurend intimideren van maatschappelijke organisaties en activisten; roept de Russische uitvoerende en wetgevende macht op over te gaan tot heroverweging en eventuele schrapping van recentelijk goedgekeurde wetgeving en maatregelen die indruisen tegen de verklaarde verbintenissen inzake de mensenrechten en fundamentele vrijheden als lid van de Raad van Europa en rekening te houden met de voorstellen van de Russische Ombudsman voor de mensenrechten en de Mensenrechtenraad van de president van de Russische Federatie;

8.  dringt er bij de Russische justitiële en wetshandhavingsautoriteiten op aan hun taken op onpartijdige en onafhankelijke wijze uit te voeren;

9.  benadrukt dat de vrijheid van vergadering in de Russische Federatie wordt gewaarborgd door artikel 31 van de Russische grondwet en door het Europees Verdrag voor de rechten van de mens dat door Rusland is ondertekend, hetgeen de Russische autoriteiten verplicht tot naleving ervan;

10.  roept de Russische Federatie op zijn observatieprogramma's in overeenstemming te brengen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens;

11.  betreurt de aanhoudende harde aanpak van burgers die kritiek uiten op het regime en van de resterende onafhankelijke mediakanalen, waaronder TV Dozhd (Regen) en radio Ekho Moskvy;

12.  roept de hoge vertegenwoordiger en de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) op te waarborgen dat de zaken van alle om politieke redenen vervolgde personen ter sprake worden gebracht bij het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland, en dat de Russische vertegenwoordigers bij dit overleg formeel om reacties op elke zaak worden verzocht;

13.  roept de voorzitters van de Raad en de Commissie en de VV/HV ertoe op deze zaken nauwlettend te blijven volgen en de kwesties in verschillende vormen en op verschillende vergaderingen met Rusland aan te kaarten, en het Parlement verslag uit brengen van de gedachtewisselingen met de Russische autoriteiten;

14.  dringt er bij de Raad op aan een gezamenlijk beleid te formuleren met betrekking tot Rusland, zodat de 28 lidstaten en de instellingen van de EU een krachtig gemeenschappelijk standpunt inzake mensenrechten kunnen uitdragen in de betrekkingen met Rusland, en kunnen aandringen op het beëindigen van de beperking van de vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging in Rusland; verzoekt om dit gemeenschappelijke standpunt te formuleren in de conclusies van de Raad buitenlandse zaken van de EU;

15.  dringt er bij de hoge vertegenwoordiger en de EDEO op aan ervoor te zorgen dat de Unie bij elke gelegenheid, maar binnen de grenzen van de nationale Russische wetgeving, streeft naar contacten met en ondersteuning van Russische maatschappelijke organisaties, waaronder organisaties die zich inzetten voor de waarden van democratie, mensenrechten en rechtsstaat;

16.  dringt er met betrekking tot de lopende programmeringsfase van de financiële instrumenten van de EU bij de Commissie en de EDEO op aan de financiële steun aan Russische maatschappelijke organisaties te verhogen met behulp van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten en het fonds voor maatschappelijke organisaties en lokale overheden, en het Civil Society Forum EU-Rusland op te nemen in het partnerschapsinstrument, om duurzame en geloofwaardige ondersteuning op lange termijn te waarborgen;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, alsmede de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0284.

Laatst bijgewerkt op: 5 september 2017Juridische mededeling