Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 14 december 2005 - Straatsburg Uitgave PB

Vragenuur (vragen aan de Raad)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het vragenuur (B6-0343/2005).

We behandelen een reeks vragen aan de Raad.

De vragen 2 tot en met 8 worden niet behandeld, aangezien ze een onderwerp betreffen dat reeds op de agenda van de vergadering van vanmiddag stond.

Vraag nr. 9 van Elizabeth Lynne (H-0985/05)

Betreft: Richtlijn arbeidstijd

In zijn toespraak van 26 oktober ll. voor het Europees Parlement, in de aanloop naar de eerstvolgende informele bijeenkomst van de Raad, heeft de voorzitter van de Raad gezegd dat hij hoopt dat er voor de Richtlijn arbeidstijd een vergelijk gevonden kan worden onder het Britse voorzitterschap. Wat heeft Groot-Brittannië als voorzitter eigenlijk gedaan om die doelstelling te verwezenlijken, en welke vooruitgang is er gemaakt?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik kan de geachte afgevaardigde verzekeren dat we streven naar overeenstemming over het gewijzigde voorstel voor een richtlijn inzake de wijziging van de arbeidstijdenrichtlijn. Na uitgebreid overleg, zowel bilateraal als in de werkgroepen van de Raad, is op enkele belangrijke punten vooruitgang geboekt. Vorige week nog zijn zeer positieve besprekingen gevoerd in de Raad werkgelegenheid. We weten nu veel beter op welke punten een akkoord mogelijk is. Helaas is algehele overeenstemming nu nog niet mogelijk geweest, doordat de arbeidsmarkt verschilt per lidstaat en de nieuwe bepalingen complex van aard zijn.

Het behoeft geen betoog dat iedere oplossing de juiste balans zal moeten bieden tussen enerzijds de doelstelling van veiligheid en gezondheid op de werkplek en anderzijds de beoogde bescherming en bevordering van Europa's concurrentievermogen in het kader van de mondialisering.

 
  
MPphoto
 
 

  Elizabeth Lynne (ALDE). - (EN) Mijnheer de fungerend voorzitter, dank u voor dat antwoord. Ik begrijp dat, zoals u zei, geen overeenstemming is bereikt. Het wordt nu wel heel duidelijk dat veel lidstaten proberen af te komen van de individuele opt-out, die u juist wilt behouden, net als ik. Ze proberen manieren te vinden om de opt-out te omzeilen, door zelfstandigen van buiten in te zetten, of door meerdere contracten te hanteren, dat wil zeggen twee of drie contracten per werknemer. Zo komt het hele idee achter de arbeidstijdenrichtlijn nogal absurd over.

Ik zou het op prijs stellen als u ons kon zeggen of de socialistische fractie, inclusief de Labour-afgevaardigden, ons nu steunt in ons streven naar behoud van de individuele opt-out.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik weet zeker dat afgevaardigden met zo veel ervaring als mevrouw Lynne beseffen dat het niet mijn verantwoordelijkheid is om in dit geval antwoord te geven namens individuele leden van dit Parlement of van een fractie van dit Parlement. Het is wel mijn verantwoordelijkheid om namens het voorzitterschap te antwoorden. Zij heeft echter gelijk wanneer zij zegt dat een van de belangrijkste nog op te lossen kwesties de vraag is hoe de richtlijn moet worden toegepast: per contract of per medewerker.

Deze verwarring is ontstaan toen werd ontdekt dat, zoals zij heeft opgemerkt, sommige lidstaten de limieten van de arbeidstijdenrichtlijn per contract toepassen. Door meer dan één contract te hanteren, kan veel langer dan 48 uur worden gewerkt. We moeten ons nu beraden op een oplossing hiervoor en daarbij zien gebruik te maken van de aanzienlijke vooruitgang die is geboekt tijdens ons voorzitterschap, inclusief donderdag jongstleden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alejandro Cercas (PSE). - (ES) Mijnheer de minister, ik begrijp de bezorgdheid van het Britse voorzitterschap over meervoudige contracten niet. Het zou zeer prijzenswaardig zijn als u tegen de opt-out was, maar met een richtlijn waarin een opt-out voorkomt zoals u die verdedigt, is het irrelevant of wordt uitgegaan van het contract of de werknemer, aangezien iedereen in staat zal zijn om meer dan 48 uur te draaien.

Ik denk dat dit een tactische manoeuvre is, een manoeuvre die de Raad heeft verdeeld, u alleen maar tijd doet verliezen en ons niet dichter bij een eindoplossing brengt.

U zou de resoluties van dit Parlement beter moeten lezen. Het Parlement heeft wel een flexibele en veilige manier gevonden.

Verzint u alstublieft geen nieuwe problemen, maar slaat u de hand aan de ploeg om de belangrijke problemen op te lossen.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Met alle respect, maar het is niet het Brits voorzitterschap dat antwoorden op de arbeidstijdenrichtlijn heeft verzonnen. Ik wil de geachte afgevaardigde verzekeren dat wij ons zullen blijven inzetten voor een Europese oplossing waarin enerzijds rekening wordt gehouden met nationale arbeidspraktijken en anderzijds gezorgd wordt voor adequate bescherming van de werknemers en bevordering van de Europese concurrentiekracht, overeenkomstig de Europese doelstellingen voor werkgelegenheid en groei.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Bushill-Matthews (PPE-DE). - (EN) Ik wil het voorzitterschap feliciteren, evenals trouwens de andere landen binnen de Raad die inzien dat het belangrijk is de opt-out te behouden. Ik weet dat dit een lastige kwestie is die wij allemaal graag op de een of andere manier opgelost willen zien.

De "dubbele deal" van de opt-out is weliswaar potentieel aanwezig, maar als we de kwestie van de aanwezigheidsdiensten in aanmerking nemen en bedenken dat een dubbele deal onmogelijk is, is het dan niet tenminste nog altijd verstandig dat u en/of het Oostenrijkse voorzitterschap de kwestie van de aanwezigheidsdiensten apart proberen op te lossen?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik dank de geachte afgevaardigde ervoor dat hij snel naar het Parlement is gekomen om zijn vraag te stellen. Ik kan hem zeggen dat wij heel dicht in de buurt zijn gekomen van een akkoord waarmee de doelstellingen die ik vorige week beschreef, konden worden bereikt. Daarom ben ik voorzichtig optimistisch over onze kansen om, te zijner tijd, een uitweg te vinden voor de kwestie die hij zojuist noemde.

De voorstellen die wij vorige week met het oog op dat overleg hebben gepresenteerd, zijn een serieuze poging om tegemoet te komen aan een aantal praktische bezwaren tegen de opt-out, en waren onder andere gebaseerd op uitgebreid overleg met de lidstaten. Ongetwijfeld zal er nu een nieuwe gelegenheid zijn voor overleg binnen de Raad om te zien of we nu eindelijk de lang gezochte consensus kunnen bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 1 van Marie Panayotopoulos-Cassiotou (H-0980/05)

Betreft: Bevordering van het treinvervoer in de afgelegen gebieden van Europa

Kan de Raad in het licht van de oliecrisis en de hoge kostprijs van het wegvervoer, zeggen welke specifieke korte- of langetermijnmaatregelen hij zal nemen om de ontwikkeling van het elektrisch aangedreven treinvervoer te bevorderen, met name in de afgelegen gebieden van het Europese platteland?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. (EN) Ik hoop dat ik de geachte afgevaardigde, die zich inmiddels bij ons heeft gevoegd, niet teleurstel met het antwoord dat ik haar kan geven, maar de Raad heeft op dit punt geen voorstellen van de Commissie ontvangen en heeft zich er dan ook niet over gebogen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik wilde echter vragen of in de toekomstige plannen ook maatregelen zullen voorkomen voor ontwikkeling, voor het scheppen van banen of de mobiliteit, die wij in 2006 zullen vieren. Eigenlijk had men daarvoor voorbereidingen moeten treffen in 2005.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik vrees dat ik hetzelfde moet zeggen als zojuist, namelijk dat de Raad hiervoor geen voorstellen heeft ontvangen van de Commissie. Als u vindt dat deze kwestie beter rechtstreeks aan het voorzitterschap kan worden voorgelegd dan aan de Commissie, zou ik met alle respect willen suggereren uw vraag voor te leggen aan onze opvolgers, het Oostenrijkse voorzitterschap.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 10 komt te vervallen, aangezien de indienster van de vraag afwezig is.

Vraag nr. 11 van Bernd Posselt (H-0991/05)

Betreft: Betrekkingen EU-Macedonië

Wat is de zienswijze van de Raad op de toestand in Macedonië, en hoe zien de eerstvolgende stappen in het toenaderingsproces van Macedonië tot de Europese Unie eruit?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Op 9 november presenteerde de Commissie haar advies over de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de door dit land ingediende aanvraag tot lidmaatschap van de Europese Unie. Daarin beval de Commissie aan het land de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen.

Waarschijnlijk beoordeelt de Europese Raad dit advies volgende week en zal hij het standpunt van de Europese Unie bepalen. In haar advies wijst de Commissie op de belangrijke vooruitgang die is geboekt door de VJRM. Nog geen vijf jaar geleden werd de stabiliteit van het land bedreigd door een intern conflict. Gelukkig heeft de VJRM inmiddels maatregelen in gang gezet met het oog op EU-lidmaatschap.

In het advies van de Commissie wordt er tevens op gewezen dat de VJRM nu een functionerende democratie en stabiele instellingen heeft, die het land in algemene zin maken tot een rechtsstaat. Er zijn belangrijke stappen gezet op weg naar een functionerende markteconomie, en de VJRM is waarschijnlijk op middellange termijn in staat om de meeste van de met het lidmaatschap samenhangende verplichtingen op zich nemen, mits het land zich terdege inzet voor de aanpassing aan het acquis communautaire.

Er zijn wel al aanzienlijke vorderingen geboekt, maar het is duidelijk dat er nog veel gebieden zijn waarop meer en harder gewerkt moet worden. Daarmee bedoel ik de voortzetting van de effectieve uitvoering van het Kaderakkoord van Ohrid, de versterking van de overheidsadministratie en -instellingen, de verbetering van de rechtsstaat, onder meer middels de resolute bestrijding van misdaad en corruptie, en de ontwikkeling van de economie.

In dit stadium beveelt de Raad de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan om zich te blijven concentreren op hervormingen, en alle maatregelen te nemen die in het kader van het nieuwe Europese partnerschap zijn aangegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, ik wil u aanvullend vragen wat de Europese Unie concreet doet om de jeugdwerkloosheid en de uitzichtloosheid van de jeugd in Macedonië aan te pakken, en of er plannen zijn om op grotere schaal economische hulp aan het land te bieden. Want alleen vooruitzichten op toetreding, die ook nog eens zeer vaag zijn, zullen het land niet verder helpen. Hoe is het daarnaast gesteld met de mobiliteit van jongeren, in het bijzonder wat betreft hun mogelijkheden om te studeren of een opleiding te volgen in de Europese Unie?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) In de loop van ons voorzitterschap heb ik de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zelf bezocht en rechtstreeks overleg gepleegd met de vice-premier van dat land. Bij die gelegenheid heb ik het met haar gehad over haar zeer ambitieuze plannen voor doorlopende economische hervorming. Ik ben van mening dat het soort economische hervormingen waarover ik het in mijn eerste antwoord had, de best denkbare basis zijn voor het aanpakken van de door de geachte afgevaardigde genoemde jeugdwerkloosheid.

Wat betreft de specifieke financiële bijdrage van de Europese Unie aan dat land voor het jaar 2005, kan ik u zeggen dat Europa 34,5 miljoen euro zal verstrekken ter ondersteuning van de in het kader van het toenaderingsproces te nemen hervormingsmaatregelen, en nog eens 2,8 miljoen euro voor grensoverschrijdende samenwerking. Tussen 1992 en 2004 is door de Europese Unie ongeveer 736 miljoen euro aan het land verstrekt.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 12 is ingetrokken door de auteur en wordt daarom niet behandeld.

Vraag nr. 13 van Fiona Hall (H-0997/05)

Betreft: Zuinig energiegebruik en de vestigingsplaats van het EP

De Raad heeft laten weten dat hij graag ziet dat de overheid het voortouw neemt bij zuinig energiegebruik. Vindt de Raad ook niet dat de maandelijkse trek van het Europees Parlement tussen Brussel en Straatsburg een voorbeeld is van energieverkwisting door de overheidssector en welke stappen denkt de Raad te nemen om hier iets aan te doen, gegeven het feit dat alleen de Raad de bevoegdheid heeft om te besluiten waar het Parlement zijn vergaderingen houdt?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Zoals de geachte afgevaardigde weet, bepaalt artikel 289 van het EG-Verdrag dat de zetel van de instellingen van de Gemeenschap door de regeringen van de lidstaten in onderling overleg wordt vastgesteld. Verder staat in Protocol (8) bij het EG-Verdrag dat: "De zetel van het Europees Parlement zich in Straatsburg bevindt, waar de twaalf maandelijkse vergaderperiodes en de begrotingszittingen worden gehouden".

De Raad heeft de kwestie van energie-efficiëntie en de maandelijkse trek van het Europese Parlement tussen Brussel en Straatsburg niet besproken.

 
  
MPphoto
 
 

  Fiona Hall (ALDE). - (EN) Is deze belangrijke kwestie niet een soort lakmoesproef voor het aanpassingsvermogen van de Unie? Energie-efficiëntie stond in het Europa van een halve eeuw geleden nog niet op de agenda, maar nu wel, en daarover zijn Raad en Parlement het eens.

Het publiek heeft er recht op dat wij met elkaar meedenken. Het is, zoals u zegt, in het Verdrag bepaald, maar het is aan de regering van de lidstaten om daarin wijzigingen aan te brengen. Mijn vraag is derhalve of de Raad ermee instemt om de bespreking van één enkele zetel voor het Parlement mee te nemen in het komende post-Grondwetdebat over Plan D?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Laat ik allereerst zeggen dat de geachte afgevaardigde met haar vraag de indruk wekt in de veronderstelling te verkeren dat de procedure voor het wijzigen van het Verdrag snel en eenvoudig is. We hoeven evenwel slechts stil te staan - in deze periode van bezinning - bij het lot dat de ontwerp-Grondwet ten deel is gevallen onder de kiezers in Frankrijk en Nederland om de juistheid van die veronderstelling enigszins in twijfel te trekken.

Ik neem de kwestie van energie-efficiëntie zeker serieus en de Europese Unie heeft diverse - lovenswaardige - maatregelen genomen om die te bevorderen. Maar nogmaals, als de geachte afgevaardigde veel gelegen is aan deze kwestie, zou ik haar in overweging willen geven - gelet op het zeer zware programma dat ons de komende dagen wacht in verband met de toekomstige financiering - deze kwestie voor te leggen aan onze opvolgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Het gaat hier niet slechts om energie-efficiëntie maar ook om financiële efficiëntie. De driehonderd miljoen euro die jaarlijks wordt uitgegeven om het Parlement hier naar toe te brengen voor plenaire vergaderingen, komt voor de financiële vooruitzichten neer op twee miljard euro. U zei dat wijzigingen in deze opzet moeten worden goedgekeurd. Aangezien het besluit over de eigen middelen waarschijnlijk op nationaal niveau moet worden goedgekeurd, is het dan niet mogelijk om enkele extra bepalingen op te nemen die de Europese belastingbetaler een geweldig bedrag besparen.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Dit is niet de eerste keer dat een lid van het Europees Parlement deze kwestie aan de orde stelt. Mogelijk ben ik, nu ik in de loop van het voorzitterschap de taak van minister van Europa op me heb genomen en uit eerste hand heb kunnen zien welke obstakels alle leden van het Parlement dienen te overwinnen om de reis tussen Brussel en Straatsburg maandelijks te ondernemen, meer doordrongen van het belang ervan voor de leden van het Parlement.

Met alle respect moet ik echter zeggen dat ik er, gelet op het feit dat het Parlement vanochtend duidelijk maakte overeenstemming over de toekomstige financiering dringend noodzakelijk te achten, niet geheel van overtuigd ben dat het juist nu aankaarten van deze kwestie bij onze collega's uit Parijs zal worden gezien als de meest opbouwende bijdrage die het Britse voorzitterschap kan leveren tot de totstandkoming van een akkoord over de toekomstige financiering.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, kunt u bevestigen dat het Europees Parlement krachtens het Verdrag slechts één zetel heeft? Het is namelijk onjuist om te beweren dat het er twee zijn. Die enige zetel is Straatsburg. We zouden de extra plenaire vergaderingen in Brussel eenvoudig kunnen afschaffen en op die manier enorm veel energie besparen. De rest van de weken zouden we dan thuis kunnen blijven en het overgebleven werk op vrijdag hier in Straatsburg kunnen afhandelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik wil me niet mengen in wat nu een interparlementair debat over de relatieve voordelen van Brussel en Straatsburg lijkt te zijn. Mag ik volstaan met de opmerking dat ik, wat betreft de rechtsgrond voor de zetel van het Parlement, niets toe te voegen heb aan mijn vorige antwoord.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 14 van Mary Lou McDonald (H-0999/05)

Betreft: Het Europees Sociaal Model

Is de Raad niet van mening dat het feit dat het Britse sociale stelsel bijna 30% (van het BBP) minder omvangrijk is dan de Franse en Duitse stelsels, een verklaring vormt voor de bevindingen in de "Human Poverty Index 2004" van de VN (die betrekking heeft op bijvoorbeeld gezondheid, onderwijs, levenstandaard en sociale uitsluiting) dat het Verenigd Koninkrijk een slechter figuur slaat dan haar partners op het vasteland en voor het feit dat armoede onder kinderen in het VK 51% groter is als in Duitsland en meer dan twee maal zo groot als in Frankrijk?

Is de Raad van mening dat de ontwikkeling van het Europees sociaal model het best gediend is door het volgen van de Britse aanpak, die ervoor heeft gezorgd dat sinds het aantreden van de Labour Party in 1997 de ongelijkheid is toegenomen, terwijl die in Frankrijk, Duitsland en Italië is afgenomen?

Is de Raad niet van mening dat de Lissabonstrategie het best verwezenlijkt kan worden door concentratie op sociale bescherming en cohesie, gezien het feit dat de Noordse landen ondanks een hoog niveau van sociale bescherming hoger dan andere EU-lidstaten op de "Global Competitiveness Index" staan?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Het is niet aan de Raad om uitspraken te doen over de plaats van de lidstaten op de ranglijst van ‘Human Poverty Index 2004’ van de VN.

Het gezamenlijke verslag van de Raad en de Commissie over sociale bescherming en sociale insluiting bevat nuttige informatie over beleidsmaatregelen ter bestrijding van de armoede in de lidstaten. Er bestaat niet een enkel Europees sociaal model. Hoewel alle lidstaten een gemeenschappelijke en specifiek Europese inzet voor sociale rechtvaardigheid en zeker ook voor solidariteit gemeen hebben, pakken de verschillende lidstaten in onze Unie de welzijns- en sociale problemen heel verschillend aan. Het is goed dat de verschillende modellen een afspiegeling vormen van de heel verschillende tradities en praktijken in de afzonderlijke lidstaten.

Afgelopen oktober hebben de staatshoofden en regeringsleiders in Hampton Court afgesproken dat er, hoewel de sociale stelsels een zaak zijn van de afzonderlijke lidstaten, in Europa economische hervormingen en maatschappelijke modernisering nodig zijn om haar waarden veilig te stellen en optimaal in te spelen op de uitdagingen en mogelijkheden van de globalisering en de demografische verandering. Deze afspraak bouwt voort op de resultaten van het tussentijdse verslag over de Lissabonstrategie dat is vastgesteld tijdens de Europese Raad van maart, waarin banen en groei tot nieuwe beleidsprioriteiten zijn aangewezen. De Lentetop van de Europese Raad heeft nog eens uitdrukkelijk bevestigd dat versterking van de sociale cohesie een kerndoelstelling van de Unie blijft en dat modernisering van de sociale bescherming en bevordering van sociale insluiting topprioriteiten van haar beleid zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Mary Lou McDonald (GUE/NGL). - (EN) Het is met dit onderwerp denk ik net als met moederschap en appeltaart: iedereen in de Europese Unie - de lidstaten en alle politieke groeperingen - belijdt althans met de mond zich te zullen inzetten voor maatschappelijke solidariteit, sociale rechtvaardigheid en sociale cohesie. Ik wil de Raad er echter op wijzen dat vooral in de loop van dit voorzitterschap de geloofwaardigheid van deze retoriek ernstig is ondermijnd.

Ik geloof niet dat de mensen in de lidstaten er vertrouwen in hebben dat wij bereid zijn om datgene wat wij beloven te zullen doen, ook financieel mogelijk te maken. Mag ik u misschien vragen om uw reactie op een aantal zaken: in de eerste plaats op de begroting en de financiële vooruitzichten - u hebt ongetwijfeld uw ideeën over de manier waarop dit allemaal zal worden gefinancierd - en in de tweede plaats op maatregelen zoals de dienstenrichtlijn ...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik zal trachten althans het eerste deel van de vraag van de geachte afgevaardigde te beantwoorden.

In de eerste plaats heeft zij het over solidariteit. Dat is voor ons inderdaad een heel belangrijk onderwerp, net als sociale rechtvaardigheid, niet alleen binnen de lidstaten of de Europese Unie, maar ook ver buiten de grenzen van de Europese Unie. Ik ben er dan ook buitengewoon trots op dat de Europese ministers van Ontwikkelingssamenwerking in de afgelopen maanden een toezegging hebben gedaan, gevolgd door een besluit dat werd gesteund door de Europese ministers van Financiën, om de Europese overzeese ontwikkelingshulp (ODA) te verdubbelen van 40 miljard tot 80 miljard dollar. Ik verontschuldig mij dan ook absoluut niet en ik blijf erbij dat ieder lid van dit Parlement buitengewoon trots zou moeten zijn op de manier waarop wij onze plicht tegenover de armsten in de wereld vervullen.

Wat de specifieke vraag van de geachte afgevaardigde in verband met de dienstenrichtlijn betreft, het Britse voorzitterschap wordt er vaak van beschuldigd dat de manier waarop het Verenigd Koninkrijk deze Unie benadert, elementen bevat die tegen de grondbeginselen van de Europese Unie indruisen. Ik geloof in de voltooiing van de gemeenschappelijke markt en ik ben stellig van mening dat, gezien de oorspronkelijke voorwaarden van het Verdrag van Rome, de dienstenrichtlijn aan de voltooiing van die gemeenschappelijke markt bijdraagt. Wij moeten echter ook erkennen dat tegenover de markt de sociale financiering moet staan die deze Unie daar in het verleden altijd voor heeft uitgetrokken. Wat het tweede punt van de komende financiële vooruitzichten betreft, hoop ik dan ook van harte dat wij op basis van het standpunt zoals dat vanmiddag door het Britse voorzitterschap is verwoord - het tweede onderhandelingspakket - tot overeenstemming kunnen komen.

Het gaat om aanzienlijke bedragen, die het fundament zullen vormen waarop niet alleen de nieuwe toetredingslanden, maar ook alle andere landen hun economieën kunnen versterken en kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de solidariteit en de sociale rechtvaardigheid waarover in dit Parlement zo vaak is gesproken.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva-Britt Svensson (GUE/NGL). - (SV) Welk sociaal model men kiest, is van zeer grote invloed op de gelijkheid. Recente studies die ik heb gelezen, laten zien dat het maatschappelijke model met een algemeen welvaartssysteem, relatief hoge belastingen en dergelijke, het model is dat het beste is voor de gelijkheid. Mijn vraag luidt: is de Raad het ermee eens is dat dit model van belang is voor de gelijkheid en dat het gekoppeld is aan de gemeenschappelijke en publiek gefinancierde welvaartsstaat?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Aan het beleid dat wij voor onze welvaartsstaten moeten nastreven, zit ook een belangrijk genderaspect, maar zoals ik in mijn inleidende opmerkingen over deze vraag al zei, hebben wij hier in Europa te maken met heel verschillende sociale modellen. Ik maak mij grote zorgen over het feit dat 20 miljoen Europese burgers zonder werk zitten. Het behoud van het Europees sociaal model, waarop zo vaak wordt aangedrongen, biedt voor die 20 miljoen burgers weinig soelaas. Om juist die mensen meer kansen te bieden, moeten wij de praktische maatregelen nemen waarmee wij de economische hervormingen kunnen realiseren, die tot de daarvoor benodigde welvaart zullen leiden. Wij kunnen immers niet om het basisgegeven heen dat de zekerste manier om armoede te bestrijden is door mensen een baan te bieden. Dat is een van mijn diepste politieke overtuigingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Bushill-Matthews (PPE-DE). - (EN) Mag ik nog eens zeggen dat ik heel blij ben u te horen zeggen dat er geen sprake is van een enkel Europees sociaal model. Ik ben het daar hartgrondig mee eens, maar kunt u hier ten overstaan van mij en mijn collega’s aangeven of u dat alleen maar zegt namens het voorzitterschap, of spreekt namens de hele Raad?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik vertolk zowel de geest als het resultaat van de discussie in Hampton Court waarover ik eerder sprak. De aanwezigen daar waren zich duidelijk bewust van zowel de uitdagingen waarvoor Europa zich in het licht van de globalisering gesteld ziet als het feit dat de lidstaten hun eigen koers hebben bepaald voor de wijze waarop zij op die uitdagingen reageren.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 15 van Manuel Medina Ortega (H-1002/05)

Betreft: Speciale regeling voor ultraperifere regio's

Het ratificatieproces van de Europese grondwet, waarvan artikel 167 voorziet in een speciaal statuut voor de ultraperifere regio's voor wat betreft overheidssubsidies, heeft vertraging opgelopen. Heeft de Raad plannen voor overgangsmaatregelen ter waarborging van de bijzondere behandeling van deze regio's op grond van hun afstand tot de territoriale kerngebieden van de interne markt en andere nadelige factoren waarmee deze regio's te kampen hebben?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Iedere wijziging van de Verdragen waarop de Unie is gebaseerd, kan pas in werking treden als zij door alle lidstaten is geratificeerd. Krachtens het huidige Verdrag kan de Raad echter al specifieke maatregelen treffen ten behoeve van de ultraperifere gebieden. Hieronder valt ook gemeenschappelijk beleid. De richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen, die momenteel worden herzien, voorzien al in bijzondere bepalingen voor de ultraperifere gebieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel Medina Ortega (PSE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik zou de fungerend voorzitter van de Raad graag willen bedanken voor zijn opmerking over de geplande nieuwe richtsnoeren met betrekking tot overheidsubsidies voor ultraperifere regio’s. Echter, verdragen die zijn ondertekend maar niet geratificeerd hebben bepaalde juridische consequenties uit hoofde van het internationaal recht. In de regio waar ik vandaan kom, de Canarische Eilanden, is de Europese grondwet met 90 % van de stemmen goedgekeurd.

Op dit moment heeft meer dan de helft van de Europese bevolking ingestemd met de ratificatie van het Grondwettelijk Verdrag en ik heb de indruk dat die instemming vanuit het oogpunt van het Europese recht niet irrelevant is.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik blijf bij het antwoord dat ik zojuist heb gegeven als het gaat om de Europese wetgeving. Wat de specifieke situatie van de Canarische eilanden betreft, moet het Parlement echter bedenken dat volgens de huidige voorstellen de NUTS-2 regio van de Canarische eilanden voor de periode 2007-2013 een extra bedrag van 100 miljoen euro zal ontvangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Agnes Schierhuber (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijn vraag aan de voorzitter van de Raad is de volgende: hoe denkt men dit te verwezenlijken in onze ultraperifere regio's, die zich zowel in het zuiden als in het noorden bevinden, zonder dat er enige begrotingsruimte is voor al deze maatregelen?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik hoop dat wij erin slagen dat begrotingskader vast te stellen. De eerste belangrijke stap is het bereiken van een akkoord door de Europese Raad over de toekomstige financiële vooruitzichten en ik kan de geachte afgevaardigde verzekeren dat wij de komende uren en dagen ons uiterste best zullen doen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 16 van Claude Moraes (H-1008/05)

Betreft: Integratie en gelijke behandeling in de EU

Kan de Raad zijn visie geven op de recente onlusten in Frankrijk en zeggen of hieruit lessen kunnen worden getrokken met betrekking tot verdergaande integratie en gelijke behandeling in de hele EU?

Kan de Raad bijvoorbeeld zijn visie geven op het verspreiden van beste praktijken inzake integratiebeleid met gebruikmaking van instrumenten als de open coördinatiemethode, en is hij van mening dat er behoefte is aan nieuwe EU-voorstellen?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Het is niet aan de Raad om commentaar te leveren op de specifieke, recente gebeurtenissen in Frankrijk. De lidstaten zijn en blijven de eerste verantwoordelijke voor de goedkeuring en uitvoering van het nationale integratiebeleid, maar dat neemt niet weg dat de Raad ze daarin probeert bij te staan, in het bijzonder door het bevorderen van de uitwisseling van ervaringen en beste praktijken.

Het programma van Den Haag voor de bevordering van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid in de Europese Unie, dat in november 2004 door de Europese Raad is goedgekeurd, doet een beroep op de lidstaten, de Raad en de Europese Commissie om de structurele uitwisseling van ervaringen en informatie op het vlak van integratie te stimuleren, en biedt daarbij ondersteuning in de vorm van een gemakkelijk toegankelijke website op het internet.

In december besloten de ministers dat de samenwerking op het vlak van de integratie moest worden uitgebreid, in het bijzonder via het netwerk van nationale contactpunten voor integratie. Dit besluit lag in het verlengde van de mededeling van de Commissie: Een gemeenschappelijke agenda voor de integratie van inwoners uit derde landen in de Europese Unie.

Dit integratienetwerk, dat in 2003 werd opgericht en wordt gesteund door de Commissie, heeft een belangrijke rol gespeeld bij de uitwisseling van informatie en beste praktijken en is van groot nut gebleken bij het opstellen van het ‘Handboek inzake integratie voor beleidsmakers en uitvoerders’ dat de Commissie in 2004 heeft gepubliceerd. De publicatie van een uitgebreide versie van dit handboek staat gepland voor volgend jaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Claude Moraes (PSE). - (EN) Ik zou de fungerend voorzitter van de Raad willen vragen het goede werk van het VK voorzitterschap voort te zetten en te blijven streven naar de best mogelijke modellen van diversiteit, naar de uitwisseling van beste praktijken en naar integratie. Dat is betekenisvol werk waar wij de komende maanden mee door moeten gaan. Het is een punt van grote zorg voor de lidstaten, en vooral voor de steden in de Europese Unie.

Gelet op het feit dat dit uw laatste vragenuur is, wil ik deze gelegenheid aangrijpen om u iets te zeggen dat ik ook uit de mond van vele collega’s heb gehoord, namelijk dat u altijd open stond voor kritiek en dat u en uw team van medewerkers zich de reputatie hebben verworven van goede luisteraars die de vragen van de parlementsleden altijd nauwgezet beantwoordden.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik ben bijna met stomheid geslagen dat ik, ook al is het dan tijdens mijn laatste uurtjes hier voor het Parlement, in plaats van de gebruikelijke kritiek deze lof krijg toegezwaaid.

Laat ik dan op mijn beurt de geachte afgevaardigde complimenteren en zeggen dat ik op de hoogte ben van de grote reputatie die hij in het Verenigd Koninkrijk heeft opgebouwd vanwege zijn jarenlange inspanningen voor meer diversiteit. Ik was dan ook nauwelijks verbaasd toen ik vandaag de door hem ingediende vraag onder ogen kreeg. Ik kan hem absoluut geruststellen: wij zullen ons uiterste best blijven doen om ervoor te zorgen dat de beste praktijken op de door mij omschreven wijze worden gedeeld, zodat er zowel tijdens het resterende deel van het Britse voorzitterschap als in de daaropvolgende jaren op het vlak van de diversiteit efficiënt kan worden samengewerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 17 van Mairead McGuinness (H-1013/05)

Betreft: Afronding WTO-onderhandelingen

Over de Doha-ronde van de WTO-onderhandelingen is veel gedebatteerd, waarbij het meestal ging over de concessies die alle partners vooral met betrekking tot de EU-landbouwmarkt moeten doen om deze onderhandelingsronde met succes af te kunnen sluiten. Mijns inziens worden we niet goed voorgelicht over de voordelen die een akkoord voor de EU-lidstaten en hun burgers zal opleveren.

Kan de Raad zijn weloverwogen mening geven over de specifieke voordelen van een akkoord in het kader van de Doha-onderhandelingsronde voor de EU-economie en de EU-burgers en over de gevolgen van het uitblijven van zo'n akkoord?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) De Raad heeft herhaaldelijk gewezen op de mogelijke voordelen van een akkoord dat tot doel heeft de resultaten van de WTO-onderhandelingen in het kader van de Doha- onderhandelingsagenda, vergaand te wijzigen.

De Raad is voorstander van nieuwe, brede, multilaterale onderhandelingen die het mogelijk maken substantiële vooruitgang te boeken bij de liberalisering van de wereldhandel, hetgeen zal leiden tot een voortzetting van de mondiale economische groei, tot meer werkgelegenheid, welvaart en duurzame ontwikkeling en zal inspelen op de zorgen van het maatschappelijke middenveld. De Raad heeft vastgesteld dat de uitdagingen die het gevolg zijn van economische en technologische veranderingen en de oprukkende globalisering het best kunnen worden opgevangen door bijkomende multilaterale wijzigingen van de handelsregels in te voeren. Volgens de Raad zijn deze multilaterale wijzigingen de beste manier om betekenisvolle en evenwichtige resultaten te behalen die alle leden van de WTO tot voordeel strekken.

In een aantal studies is geprobeerd de voordelen voor de Europese Unie te becijferen. Volgens een veel aangehaald onderzoek van de Wereldbank uit 2005 bijvoorbeeld, zou de potentiële winst van een volledige liberalisering van de wereldhandel voor de EU-25 plus de EVA landen in 2015 circa USD 65 miljard bedragen.

De Raad is niet expliciet ingegaan op de gevolgen ´indien een deal uitblijft´. De rimpelvorming strekt, bij een mislukte ronde, veel verder dan alleen de handel. Het zou multilaterale samenwerking in een negatief daglicht plaatsen. Een goed handelsakkoord is anderzijds een belangrijk instrument bij de bestrijding van armoede en het bevorderen van mondiale veiligheid op de lange termijn, onderwerpen die tijdens ons voorzitterschap absolute speerpunten waren.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Aangezien het bijna Kerstmis is, zou ik de fungerend voorzitter van de Raad willen bedanken voor de plezierige en geestige manier waarop hij op onze vragen is ingegaan. Een lach kan meestal geen kwaad in dit Parlement en gelachen hebben wij vanavond, dankzij u. Mijn complimenten! Hadden de omroepers die op vliegvelden de laatste passagiers manen aan boord te gaan, maar zo’n twinkeling in hun stem!

Zou u, met betrekking tot de WTO, kunnen ingaan op het verschil tussen vrije handel en eerlijke handel? Er is een wereld van verschil. Wij moeten eerlijk zijn over wat wij nastreven. Als u het heeft over voordelen, moeten wij weten hoe die voordelen worden verdeeld. Wie wint erbij? Want niet iedereen wint evenveel.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik word bijna verlegen onder al deze complimenten. En een nieuwe toekomst lacht mij plots toe. Als de Europese Raad dit weekend geen overeenstemming weet te bereiken, zal u in het vervolg mijn zoetgevooisd stemgeluid op het vliegveld van Brussel kunnen beluisteren bij de aankondiging van vluchten naar Dublin en Edinburgh. Ik hoop van harte dat dit niet de uitkomst wordt van de bijeenkomst dit weekend. Ik weet niet helemaal zeker of ik altijd bewust grappig was, maar ik zal het compliment opvatten zoals het werd bedoeld, in kerstsfeer.

Dan nu het serieuze, inhoudelijke punt dat de geachte afgevaardigde aankaartte. Ik kan u verzekeren dat dit iets is waar wij in de loop van ons voorzitterschap veel aandacht aan hebben besteed. Zo heeft er een buitengewone vergadering van de Raad Algemene Zaken plaatsgevonden om het mandaat van de commissaris voor handel, Peter Mandelson, nader in te vullen. Veelzeggend is ook het feit dat op dit moment maar liefst 3 leden van de regering die momenteel het voorzitterschap bekleed, in Hong Kong aanwezig zijn, namelijk Margaret Beckett, Hilary Benn en Alan Johnson. Zij doen daar hun uiterste best om ons standpunt - het streven naar een evenwichtig en ambitieus resultaat ter afsluiting van de ronde - voor het voetlicht te brengen.

Daarmee komen wij echter precies uit bij de vraag van de geachte afgevaardigde: wat is een evenwichtig en ambitieus resultaat voor de onderhandelingen in Hong Kong en dus voor de Doha-onderhandelingsronde in zijn algemeenheid?

Ik heb altijd duidelijk gesteld dat er geen tegenspraak is, en ook geen tegenspraak behoort te zijn tussen een agenda pro werkgelegenheid in de Europese Unie en een agenda pro armen in de wereld. Het volstaat te kijken naar de potentiële voordelen voor de ontwikkelingswereld van een succesvolle afsluiting van de vergadering in Hong Kong en de Doha-ronde. Dat betekent dat, in het belang van alle partijen, alles in het werk moet worden gesteld om te bewijzen dat globalisering kan werken, niet alleen voor een minderheid van de wereldbevolking maar, indien gekoppeld aan het juiste overheidsbeleid, voor zowel de armste mensen als de rijke mensen van deze wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 18 van Gay Mitchell (H-1015/05)

Betreft: Kwaliteit zorgsector in Roemenië

De kwaliteit van de kinder- en gehandicaptenzorg in Roemenië is ongetwijfeld een mensenrechtenkwestie en de Unie heeft de verplichting om het welzijn van deze toekomstige EU-burgers te garanderen. Ondanks de vooruitgang die op dit gebied is geboekt - en die ik toejuich - moet er nog veel gedaan worden. In het algemene voortgangsverslag over Roemenië van 2005 wordt de nieuwe wetgeving inzake de rechten van het kind en adoptie, die in januari 2005 van kracht werd, toegejuicht. Desalniettemin vermeldt het verslag ook dat psychiatrische patiënten in Roemenië drie jaar na de invoering van de wet inzake de geestelijke gezondheid en bescherming van personen met psychologische stoornissen nog steeds te lijden hebben onder overbevolkte inrichtingen, slechte behandeling en geweld.

Wat denkt de Raad van deze situatie, met name in het licht van het feit dat deze wet voor psychiatrische patiënten dateert van vóór de recente in werking getreden wet inzake de kinderbescherming?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) De Raad is zich bewust van de belangstelling die het Parlement al sinds jaar en dag voor dit onderwerp toont, en heeft al herhaaldelijk de kans gekregen in te gaan op door het Parlement gestelde vragen op dit punt. Dit onderwerp is ook ruimschoots aan bod gekomen tijdens het zojuist afgesloten debat over de mogelijke toetreding van Bulgarije en Roemenië.

Het Parlement heeft voortdurend gewezen op het grote belang dat het toekent aan de zorg voor kinderen, gehandicapten en geestelijk gehandicapten in Roemenië. De Unie heeft gedurende het gehele toetredingsproces van Roemenië steeds onomwonden gesteld dat Roemenië, als toekomstig lid van de Europese Unie, moet voldoen aan de hoge normen die op dit gebied gelden. De uitgangspunten van de Unie zijn nogmaals expliciet gemaakt tijdens de laatste Associatieraad EU – Roemenië op 14 juni 2005.

Het bijzonder complete voortgangsverslag over Roemenië van de Commissie uit 2005, waar de geachte afgevaardigde naar verwijst, wordt momenteel door de Raad bestudeerd. Het algemene standpunt van de Raad in deze, blijft echter helder. Deze beleidsterreinen zijn prioritair en eventuele tekortkomingen moeten zo snel mogelijk worden weggewerkt. Er is reeds vooruitgang geboekt maar de uitvoering moet beter en er dienen genoeg middelen en personeel te worden vrijgemaakt. Dit geldt voor alle gebieden van de zorg maar buitengewoon belangrijk is toch de situatie van gehandicapten en geestelijk gehandicapten.

De Raad zal toekomstige ontwikkelingen op de voet volgen en evalueren en deze punten rechtstreeks blijven opnemen met Roemenië.

 
  
MPphoto
 
 

  Gay Mitchell (PPE-DE). - (EN) Ik dank de fungerend voorzitter voor zijn antwoord. Het EU-voortgangs- en stuurprogramma van het Open Society Institute wijst op de totale afwezigheid in Roemenië van betrouwbare, breed opgezette gegevensbanken over geestelijk gehandicapten, iets wat de gebrekkige overheidssteun voor deze mensen deels verklaart. Ik maak uit het antwoord van de minister op dat steun op dit gebied een onmiddellijke prioriteit is binnen het kader van het toezicht dat de EU uitoefent op de zaken in Roemenië die geestelijk gehandicapte personen aanbelangen.

Bij wijze van kerstboodschap wens ik de minister het beste toe, en ik zou hem willen vragen of hij, als hij die baan op het vliegveld krijgt, meteen iets kan doen aan de rechtstreekse vluchten naar Straatsburg.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Wat uw laatste opmerking betreft kan ik u zeggen dat ik daar nu nog warmer voor loop dan in het begin van het VK-voorzitterschap. Als ik die baan op het vliegveld van Brussel niet krijg, kan ik het vliegveld van Frankfurt misschien nog proberen. Daar moet ik vaak naar uitwijken, gelet op de lengte van de vragen die mij hier in dit Parlement te beurt vallen.

Uw inhoudelijke punt komt overigens rechtstreeks aan bod in het voortgangsverslag van de Commissie waarnaar ik heb verwezen. Roemenië is begonnen met de sluiting van grote huisvestingskazernes voor gehandicapten en vervangt deze door alternatieve, locale diensten in kleinschaliger wooneenheden. Bovendien start de overheid een voorlichtingscampagne om de rechten van gehandicapten onder het voetlicht te brengen. Ik hoop dat ik hiermee ben ingegaan op de opmerkingen van de geachte afgevaardigde. Dat neemt niet weg dat er, zoals hij ook stelt, nog veel werk aan de winkel is. Maar ik moet zeggen dat het nieuwe beleid hoopgevend is.

De psychiatrische hulpverlening vereist meer onmiddellijke aandacht: de patiënten wonen in erbarmelijke omstandigheden en de financiële armslag is, zoals gezegd, beperkt. De wet inzake geestelijke gezondheid en bescherming van personen met psychische stoornissen uit 2002 is nog altijd niet uitgevoerd. De regering heeft wel een begin gemaakt, en wij willen daar meer vaart achter zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Dit is een zeer serieuze aangelegenheid. Ik ben onlangs in Roemenië geweest en heb toen een aantal van deze inrichtingen bezocht. De omstandigheden zijn abominabel, alleen al vanuit het oogpunt van gezondheid en veiligheid. Ik vraag u om te doen wat u kunt, in uw laatste dagen in deze functie, om te bewerkstelligen dat deze kwestie een hogere prioriteit krijgt in het toetredingsproces.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Uw opmerkingen van vandaag in mijn richting zullen worden doorgespeeld naar de Europese Commissie, gelet op de rol die de Commissie als permanente toezichthoudster op dit toetredingsproces vervult, en gezien de kracht van de gevoelens die hier vanavond worden vertolkt.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 19 van Zdzislaw Kazimierz Chmielewski (H-1019/05)

Betreft: Visvangstquota

Bij de Verordening (EG) nr. 27/2005 van de Raad van 22 december 2004(1) over de omvang van de visvangst in - onder meer - de Oostzee worden de beginselen vastgesteld voor de toedeling van vangstquota, alsmede de beschermingsperioden. Deze quota en perioden zijn bindend gedurende één kalenderjaar, hetgeen betekent dat de quota elk jaar het onderwerp van onderhandelingen vormen.

Kan de Raad mij, gezien het ontbreken van concrete gegevens over het verloop van de onderhandelingen hierover binnen de Raad en gelet op het feit dat de termijn voor definitieve beslissingen naderbij komt, informatie verstrekken over de vorderingen die in dit overleg gemaakt zijn? Zou hij met name informatie kunnen verstrekken over de wijzigingen in de vangstquota voor 2006 in vergelijking met die van het lopende jaar?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) De Europese Gemeenschap en Rusland hebben in september overeenstemming bereikt over de vangstquota voor de Oostzee voor 2006, op basis van het wetenschappelijk advies dat de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee heeft uitgebracht in mei.

De relevante details worden uiteengezet in het voorstel van de Commissie tot overneming van deze quota in de communautaire wetgeving. Dit voorstel moet worden aangenomen tijdens de Raad landbouw en visserij van 20 en 21 december 2005.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Kazimierz Chmielewski (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de heer Alexander graag danken voor zijn antwoord, al had ik graag gezien dat hij helderder was geweest met betrekking tot de kern van mijn vraag. Hoe zit het namelijk met de regels voor het delen van quota en verbodsperioden? Het is hoog tijd dat in de jaarlijkse onderhandelingen op dit terrein objectieve en overtuigende bevindingen als uitgangspunt worden genomen. Ik geloof niet dat het advies waarnaar de heer Alexander verwijst, aan deze criteria voldoet. Zoals we allemaal weten, is de reikwijdte van het onderzoek naar de visstand in de Baltische Zee tot dusver beperkt doordat het aantal vistellingen onvoldoende is. Derhalve is er in feite een gebrek aan consensus over de methodologische basis voor beoordelingen van de biomassa. Als de heer Alexander moe wordt van luchthavens, dan wil ik hem graag uitnodigen naar het Baltisch gebied. Het zou ons een grote eer zijn hem daar te mogen verwelkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) De Raad zal op 20 en 21 december bij elkaar komen om afspraken te maken over de visvangst in de EU-wateren volgend jaar. Ik heb de geachte afgevaardigde verwezen naar de relevante details die uiteengezet zijn in de voorstellen van de Commissie, en om hem behulpzaam te zijn raad ik hem aan document COM(2005)0598 te lezen, waarin de relevante details uiteengezet worden aangaande de voorstellen van de Commissie om deze quota in de communautaire wetgeving op te nemen.

Het kan ook behulpzaam zijn voor de geachte afgevaardigde om te weten dat er twee afzonderlijke verordeningen komen, een voor het Noordoost-Atlantisch gebied en een andere, speciaal voor de Oostzee, die denk ik zijn grootste belangstelling zal hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 20 van Ewa Hedkvist Petersen (H-1021/05)

Betreft: Tuchtiging van kinderen

Kinderen zijn Europese burgers en hebben evenals volwassenen het recht gevrijwaard te worden van geweld. Indien dit ondanks alles gebeurt, moet er wetgeving bestaan waardoor kinderen worden beschermd. De wetgeving die tuchtiging van kinderen in de landen van de EU verbiedt, vordert echter maar traag. In 17 lidstaten van de EU is er geen wet die kinderen beschermt tegen tuchtiging.

Welke maatregelen worden er in de EU genomen opdat kinderen in de hele EU aanspraak hebben op dezelfde rechten?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Er ligt op dit moment geen voorstel bij de Raad voor een Europees verbod op tuchtiging van kinderen in de lidstaten van de Europese Unie. De Raad heeft geen informatie, en acht het ook niet gepast om opmerkingen te maken over de binnenlandse wetgeving in de lidstaten op dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Hedkvist Petersen (PSE). - (SV) Dank u voor dit zeer beknopte antwoord. Zoals u weet, hebben wij in de EU een waardengemeenschap. Ik vraag me af of het denkbaar is dat de EU-landen, onder aanvoering van de Raad - precies als ze hebben gedaan met de sociale situatie in Frankrijk - hun praktijken veranderen, zodat kinderen in onze democratische Europese landen niet worden blootgesteld aan geweld in de huiselijke kring en op school.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik herhaal dat de Raad het niet gepast acht om uitspraken te doen over de binnenlandse wetgeving in de lidstaten, en ik wil zonder meer stellen dat de toepassing van lichamelijke straffen in de lidstaten en de rechten van kinderen niet onder de bevoegdheid van de Europese Unie vallen, hetgeen verklaart waarom mijn antwoord zo kort is.

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Kudrycka (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, helaas moet ik zeggen dat ik het antwoord van de heer Alexander niet al te overtuigend vind. De Raad heeft erg weinig gedaan om de lidstaten van de EU aan te moedigen het Verdrag van Den Haag inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen te ratificeren, waarin dergelijke zaken worden geregeld. We weten allemaal dat slechts zes lidstaten dit Verdrag hebben geratificeerd. De andere lidstaten hebben dat nog niet gedaan, hetgeen betekent dat dergelijke vormen van straf nog steeds kunnen worden gebruikt. Ik zou graag willen weten welke actie de Raad hierin heeft ondernomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik wijs erop, als antwoord op deze vraag, dat dit geen zaak voor het voorzitterschap is. Verdragen worden door de lidstaten individueel ondertekend, en niet collectief.

Ik wil echter tegenspreken dat er geen actie is ondernomen op het gebied van kinderwelzijn in het algemeen. In de afgelopen jaren hebben de Europese instellingen, in samenwerking met de lidstaten, belangrijke vooruitgang geboekt op het terrein van de rechten van kinderen. Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (2000) erkent expliciet dat de rechten van kinderen van fundamenteel belang zijn voor de Europese waarden. Artikel 24 van het Handvest is gebaseerd op het Verdrag inzake de rechten van het kind van de Verenigde Naties (1989), dat door alle lidstaten van de Europese Unie is geratificeerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Agnes Schierhuber (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ook ik ben niet tevreden met het antwoord van de fungerend voorzitter van de Raad. Want ook al heeft het voorzitterschap van de Raad dit thema niet tot prioriteit voor dit voorzitterschap gemaakt, toch vind ik - evenals waarschijnlijk iedereen hier in het Parlement - dat we in de Europese Unie in een waardengemeenschap leven en dat juist geweld tegen kinderen, waartoe ook tuchtiging behoort, werkelijk een inbreuk is op de rechten van kinderen. Ik verzoek dan ook met klem om maatregelen op dit terrein in de toekomst, met de steun van alle lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Niemand ontkent dat er een waardengemeenschap kan zijn. Waar het voor mijn gevoel tussen mij en de geachte afgevaardigde om draait, is de vraag of er een rechtsgrondslag voor de Raad bestaat om actie te ondernemen op dit gebied. In die zin wil ik eenvoudigweg nog eens herhalen wat ik al eerder zei, namelijk dat ik van oordeel ben dat dit geen zaak voor het voorzitterschap is. De verdragen zijn door lidstaten individueel ondertekend, en niet collectief.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 21 komt te vervallen, aangezien de vraagsteller afwezig is.

Vraag nr. 22 van Chris Davies (H-1026/05)

Betreft: Periode van reflectie over het Grondwettelijk Verdrag van de EU

Wanneer komt er een einde aan de periode van reflectie na de resultaten van de referenda in Nederland en Frankrijk?

Is de Raad thans bereid voorstellen voor hervorming te behandelen die ook in het Grondwettelijk Verdrag van de EU zijn opgenomen?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Gezien het feit dat de periode van reflectie zich zal uitstrekken tot voorbij het Britse voorzitterschap, lijkt het op een of andere manier passend dat de laatste vraag die ik in dit Parlement zal beantwoorden als vertegenwoordiger van het Britse voorzitterschap, vooruitloopt op wat in de komende maanden een belangrijk onderwerp zal gaan worden.

Misschien mag ik deze gelegenheid te baat nemen, mevrouw de Voorzitter - aangezien u heeft aangegeven dat dit de laatste vraag is die beantwoord zal worden - om alle medewerkers van het secretariaat van de Raad te bedanken voor het harde werk bij het opstellen van de ontwerpantwoorden op de vragen die de geachte afgevaardigden in de loop van ons voorzitterschap aan ons gesteld hebben. Een beetje als een schrijver van een boek in zijn voorwoord, wil ik eerbiedig zeggen dat alle fouten geheel aan mij te wijten waren, en ik weet zeker dat de getoonde feitelijke accuratesse de weerspiegeling is van de grote expertise van het secretariaat van de Raad.

Dan beantwoord ik nu de vraag van de geachte afgevaardigde. Zoals hij weet, waren de staatshoofden en regeringsleiders op 17 juni het met elkaar eens dat er een periode van reflectie nodig was om een brede discussie te kunnen laten plaatsvinden in elke afzonderlijke lidstaat. Ideeën voor de hervorming van het Grondwettelijk Verdrag - en dat heb ik in de loop van ons voorzitterschap zeker ervaren - kunnen voor de ene lidstaat heel zinnig zijn, maar voor een andere lidstaat controversieel. Daarom heeft het Britse voorzitterschap bewust ingezet op een meer algemeen debat over de toekomst van Europa. Er is afgesproken dat wij in de eerste helft van 2006, tijdens de voorjaarsraad onder Oostenrijks voorzitterschap, hierop terug zullen komen om de nationale debatten aan een algemene beoordeling te onderwerpen en het eens te worden over hoe we verder moeten gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Chris Davies (ALDE). - (EN) Als u mij toestaat, wil ik van de gelegenheid gebruik maken om de vertegenwoordigers van het voorzitterschap te bedanken voor alle hulp en medewerking die zij de afgelopen maanden aan mijn collega’s hebben gegeven.

Mag ik in het bijzonder de fungerend voorzitter bedanken. Ik heb de afgelopen weken erg genoten van deze uitwisseling, al leek het soms dat deze plaatsvonden in een matig bezochte openbare bibliotheek.

Ik ben blij dat ik de gelegenheid krijg om terug te komen op een onderwerp dat al vaak aan de orde is geweest. Iedere regeringsleider heeft publiekelijk steun uitgesproken voor het principe dat de bijeenkomsten van de Raad openbaar zouden moeten zijn wanneer er over wetgeving wordt gesproken. Als de mooie woorden en goede bedoelingen van de fungerend voorzitter stevige resultaten hadden opgeleverd, dan had de Raad er nu al voor gezorgd dat er veranderingen onderweg waren van zijn Reglement van orde. In plaats daarvan krijgen we de mededeling dat de Raad de werking van deze maatregelen tijdens toekomstige voorzitterschappen tegen het licht zal houden en zal gaan bestuderen hoe er meer openheid en transparantie gecreëerd kan worden. Daaronder valt ook de mogelijkheid van een wijziging van het Reglement van orde.

Kan het voorzitterschap uitleggen waar de inhoud is in dit voorstel?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Laat ik proberen de vraag van de geachte afgevaardigde rechtstreeks te beantwoorden. Ten eerste herinneren we ons allebei ongetwijfeld nog de woorden die onze minister-president in dit Parlement heeft uitgesproken bij de aanvang van het Britse voorzitterschap. Deze zijn de inspiratiebron voor mijn benadering van dit punt betreffende de transparantie in de Raad. Op basis hiervan heb ik eerst geprobeerd om tot overeenstemming te komen met mijn collega’s binnen het Verenigd Koninkrijk, en vervolgens hebben wij dat proces, in de loop van ons voorzitterschap, uitgebreid naar andere landen.

Het voorzitterschap heeft in november 2005 een options paper gepresenteerd over het verbeteren van de transparantie in de Raad. De voorstellen zijn besproken door de groep-Antici en door zowel Coreper I als Coreper II, en we mikken nu op overeenstemming over de conclusies van de Raad op 20 december. De geachte afgevaardigde zal nog even geduld moeten hebben voor we, hoop ik, het soort overeenstemming kunnen krijgen dat hem de voldoening zal schenken die hij vanavond wil bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Over het meer algemene pakket van het Grondwettelijk Verdrag in zijn geheel: accepteert de fungerend voorzitter van de Raad dat de Europese Raad juist heeft gehandeld, gelet op het feit dat een meerderheid van de lidstaten dit Grondwettelijk Verdrag feitelijk geratificeerd heeft? De Raad heeft juist gehandeld door de tekst niet dood te verklaren, maar een periode van reflectie in te lassen - die overigens tot nu toe veel meer over de context gaat dan over de tekst. Is hij het ermee eens dat we te zijner tijd, wanneer we eenmaal in een nieuwe context zijn aangeland, weer terug zullen moeten keren naar de tekst en de vraag wat we daarmee aanmoeten, als het niet in 2006 is, dan toch zeker in 2007?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik ben het met de geachte afgevaardigde eens, en heb begrip voor hetgeen hij zei. De Britse regering heeft zelfs, voordat zij het voorzitterschap van de Europese Unie op zich nam, al gepleit voor een periode van reflectie. We hadden niet het gevoel dat het gepast was voor een regering om met een unilaterale verklaring te komen over de status van het ontwerp van Grondwettelijk Verdrag, gezien het feit dat het Grondwettelijk Verdrag van alle leden van de Europese Unie was.

Het klopt inderdaad dat er, nog voor de beslissende stemmingen in Frankrijk en Nederland, in Spanje al een referendum had plaatsgevonden waarin het ontwerp van Grondwettelijk Verdrag was goedgekeurd en dat een groot aantal landen het ontwerp van Grondwettelijk Verdrag vervolgens door middel van een parlementaire procedure heeft geratificeerd. Daarom houd ik vast aan het standpunt dat voor het eerst werd verwoord kort voor het begin van het Britse voorzitterschap. Tijdens ons voorzitterschap hebben we vastgehouden aan dat standpunt.

In de loop van ons voorzitterschap heeft onze minister-president duidelijk gemaakt dat hij persoonlijk van oordeel is dat we eerst onze politieke ideeën op orde moeten krijgen, voordat we naar de institutionele kwestie kunnen terugkeren. Maar ook hebben we duidelijk gemaakt dat volgens ons praktische, verstandige hervormingen nodig zijn om de Unie van Vijfentwintig effectiever te laten functioneren dan met de huidige Verdragsregels mogelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Den Dover (PPE-DE). - (EN) Ik wil me aansluiten bij de andere collega’s uit het Verenigd Koninkrijk en u bedanken voor uw inspanningen in de afgelopen zes maanden. Tevens wil ik, met betrekking tot de Grondwet, zeggen dat het ons zeer heeft verheugd dat Nederland en Frankrijk allebei ‘nee’ gestemd hebben en dat we - tot uw verrassing - niet om een referendum in het Verenigd Koninkrijk zullen vragen als enig onderdeel van de Grondwet in de toekomst opnieuw aan de orde zal worden gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Ik ben mij zeer bewust van mijn verantwoordelijkheid om u, zeker bij de laatste vraag, te antwoorden namens het voorzitterschap, en me niet te laten meeslepen in wat een fascinerend debat zou zijn met een politieke opponent uit mijn eigen land over de huidige opstelling van zijn partij, niet alleen met betrekking tot waar die partij staat in dit Parlement, maar ook met betrekking tot hun standpunt inzake het ontwerp van Grondwettelijk Verdrag.

Wat ik zojuist gehoord heb, is duidelijk in tegenspraak met op z’n minst een aantal beweringen van andere conservatieve collega’s over de praktische en verstandige veranderingen waarover ik het net had. Ik heb echter sterk het gevoel dat er voor de moderne Conservatieve Partij veel meer op het spel staat als het gaat om haar standpunt ten aanzien van Europa dan het antwoord dat we nu net gehoord hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Gary Titley (PSE). - (EN) Ik vraag me af of de minister iets zou willen zeggen over de mogelijkheid dat afgevaardigden van de Britse Conservatieve Partij in dezelfde bankjes komen te zitten als mevrouw Mussolini?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. - (EN) Als ik het nog net red in verband met de tijd, laat ik dan slechts het volgende zeggen. Kenneth Clarke is een serieus iemand in het Verenigd Koninkrijk en geen onbekende hier in het Parlement. Hij heeft de moderne Conservatieve Partij onder de nieuwe leider beschreven als een partij die ideeën op zich af ziet komen die - en ik citeer - angstaanjagend zijn in hun extremisme. Hij heeft gezegd dat de moderne Conservatieve Partij extremistischer is dan de Conservatieve Partij onder William Hague of zelfs onder Duncan Smith.

Het is aan de geachte afgevaardigden in de bankjes van de conservatieven om te beslissen of ze zichzelf nog verder willen marginaliseren, niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar ook binnen de Europese Unie.

Ik heb vandaag in dit Parlement al een van de Britse conservatieve afgevaardigden royaal geprezen, omdat hij in zijn rol als rapporteur over de toetreding van een of meerdere van de potentiële kandidaat-lidstaten van de Europese Unie belangrijk werk heeft verricht namens dit Parlement. De marginalisatie van wat eens een vooraanstaande politieke partij was - zoals haar nieuwe leider dat kennelijk voor zich ziet - zou een verzwakking van niet alleen de Conservatieve Partij, maar ook van de behartiging van de Britse nationale belangen betekenen. Maar uiteindelijk zal het niet bij deze ene verkeerde beoordeling blijven. Ik ben bang dat dit de eerste is van vele verkeerde beoordelingen die de nieuwe leider van de Conservatieve Partij zal maken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 23 wordt niet behandeld, omdat het een onderwerp betreft dat reeds op de agenda van de vergadering van vanmiddag stond.

Aangezien de voor het vragenuur gereserveerde tijd verstreken is, zullen de vragen nrs. 24 tot en met 54 schriftelijk worden beantwoord (zie voor niet behandelde vragen de bijlage "vragenuur").

Staat u me toe met een persoonlijke opmerking af te sluiten. Mijnheer Alexander, u hebt vandaag gemerkt dat dit Parlement niet alleen kritiek heeft op uw werk, maar daarvoor ook veel waardering heeft. Ik wens u veel succes in uw verdere carrière. Prettige feestdagen, en hartelijk dank voor de samenwerking.

Het vragenuur is gesloten.

(De vergadering wordt om 20.10 uur onderbroken en om 21.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: LUIGI COCILOVO
Ondervoorzitter

 
  

(1) PB L 12 van 14.1.2005, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 25 april 2006Juridische mededeling