Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2666(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0043/2006

Debatten :

PV 16/01/2006 - 14
CRE 16/01/2006 - 14

Stemmingen :

PV 18/01/2006 - 4.10

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0018

Debatten
Maandag 16 januari 2006 - Straatsburg Uitgave PB

14. Homofobie in Europa
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is de verklaring van de Commissie over homofobie in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vice-voorzitter van de Commissie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, de bevoegdheden van de Gemeenschap met betrekking tot maatregelen die nodig zijn in de strijd tegen discriminatie, en met name discriminatie op grond van seksuele geaardheid, zijn gebaseerd op artikel 13 van het EG-Verdrag.

Verder zou de Commissie eraan willen herinneren dat het verbod op deze vorm van discriminatie nadrukkelijk bekrachtigd is in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten. Op basis daarvan – en binnen de grenzen van de haar toegekende bevoegdheden – zet de Commissie zich in, en zal zij zich blijven inzetten, om homofobie krachtig te bestrijden. Bij de bestrijding van homohaat spelen maatregelen tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid een grote rol.

Een concreet voorbeeld van hetgeen de Commissie op dit terrein doet is Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep. Deze richtlijn is van toepassing op alle in artikel 13 genoemde vormen van discriminatie, en de Commissie ziet erop toe en zal erop toe blijven zien dat hij in de lidstaten ten uitvoer gelegd wordt.

Tegelijkertijd is de Commissie zich ervan bewust dat maatregelen op wetgevingsgebied gepaard moeten gaan met andersoortige initiatieven waarmee discriminatie in de praktijk – vernederende behandeling, vooroordelen, stereotypen – bestreden kan worden. Laat ik twee concrete maatregelen noemen die de Commissie in dit verband genomen heeft.

De eerste maatregel is de informatiecampagne "Voor diversiteit tegen discriminatie", die in 2003 van start is gegaan en nog steeds loopt. Deze campagne heeft tot doel een positief beeld van diversiteit uit te dragen en het publiek te informeren over de bestaande antidiscriminatiewetgeving. Aan deze campagne wordt onder meer deelgenomen door organisaties die opkomen voor de belangen van homoseksuelen, en in dat verband zijn verschillende initiatieven opgezet, zoals een campagne om het publiek voor te lichten over en bewust te maken van de verschillende vormen van discriminatie waarvan homoseksuelen het slachtoffer zijn.

De tweede maatregel houdt verband met het recente voorstel om het jaar 2007 uit te roepen tot Europees jaar van gelijke kansen voor iedereen. De doelstellingen hierbij zijn: de burgers voorlichten over hun rechten; diversiteit als voordeel en waardevol goed van de Unie over het voetlicht brengen; en gelijke kansen voor iedereen bevorderen, zowel op economisch en sociaal als op cultureel en politiek gebied. De Commissie meent dat organisaties die zich inzetten voor de bestrijding van discriminatie op grond van seksuele geaardheid veel baat kunnen hebben bij dit initiatief.

Feit blijft evenwel dat de Unie en de Commissie enkel kunnen optreden voorzover het Verdrag hun daartoe de bevoegdheid verleent. Zo heeft de Commissie wel de mogelijkheid een inbreukprocedure te beginnen tegen een lidstaat wegens schending van de grondrechten, maar voorwaarde daarvoor is dat die schending plaatsvindt in het kader van de toepassing van het Gemeenschapsrecht. Daar waar de communautaire bevoegdheden ophouden, is het aan de lidstaten om de maatregelen te nemen die nodig zijn om homofobie te bestrijden. Hoe het ook zij, het moge duidelijk zijn dat de Commissie homofobie in al haar verschijningsvormen ten strengste veroordeelt, ongeacht de vraag of het Gemeenschapsrecht wel of niet van toepassing is.

 
  
  

VOORZITTER: MARIO MAURO
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst alle fracties bedanken die betrokken zijn geweest bij het opstellen van deze resolutie. Ik wil in het bijzonder de heer Cashman, mevrouw In 't Veld en de heer Romeva i Rueda bedanken voor hun werk. Ik wil op persoonlijke titel en namens mijn fractie drie kwesties aan de orde stellen.

De eerste is dat deze resolutie niet gaat over homoseksualiteit als zodanig, maar over homofobie, en voor ons is dit echt een kwestie die draait om de mensenrechten en de vraag of men het goed vindt dat mensen in elkaar worden geslagen vanwege hun seksuele geaardheid.

We zijn het er allemaal over eens dat er in alle lidstaten en binnen de instellingen nog veel gedaan moet worden. Er moet grote druk worden uitgeoefend. Commissaris Frattini refereerde aan artikel 13 van het Verdrag en artikel 21 van het Handvest van de grondrechten, en daarmee ben ik het eens; waar het in dezen echter om gaat is dat we de lidstaten zo ver moeten zien te krijgen dat ze deze artikelen ook naleven. Daarom voeren we dit debat in feite: om de lidstaten in het gareel te krijgen.

De tweede kwestie betreft de twee problemen die we ondervinden bij de bestrijding van homofobie. Het eerste probleem is de uiteenlopende wetgeving van de lidstaten. We zijn allemaal op de hoogte van de problemen in verband met de vrijheid van verkeer: een stel wordt bijvoorbeeld in Nederland als zodanig erkend, maar laten we zeggen in Italië niet. Daardoor hebben zij daar niet dezelfde sociale en andere rechten. Het tweede probleem is een verontrustende ontwikkeling in veel van de lidstaten – ik zal geen specifieke voorbeelden noemen. Allemaal zien en worden we geconfronteerd met de problemen van haatmisdrijven en discriminatie. We moeten tevens voor ogen houden dat het niet alleen maar om seksuele geaardheid gaat, maar ook om de identiteit die mensen daaraan ontlenen en de uitdrukking die zij hieraan geven.

Mijn laatste punt – dat enigszins buiten de reikwijdte van deze zaak valt – is dat we niet moeten vergeten dat er nog altijd 75 landen zijn waar homoseksualiteit illegaal is en negen landen waar hierop de doodstraf staat. Daaraan moet een einde worden gemaakt.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Martine Roure, namens de PSE-Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, Europa berust op enkele absolute beginselen: gelijkheid, verdraagzaamheid en menselijkheid. Dat zijn elementaire waarden die altijd en overal gelden; we kunnen er simpelweg niet van afwijken, en de overheid moet ze koste wat kost beschermen wanneer ze bedreigd worden. Sommige van onze medeburgers worden verketterd en zijn tegenwoordig het slachtoffer van regelrechte discriminatie. Gruwelijker nog: er zijn in verschillende lidstaten zelfs mensen zodanig mishandeld dat ze aan de gevolgen van die mishandeling overleden zijn. Wie zijn de mensen die het slachtoffer zijn van deze afschuwelijke daden? Wat hebben ze gedaan? Helemaal niets. Ze hebben alleen een andere seksuele voorkeur – ze zijn homoseksueel. De tekst die voorligt en waarover we vanavond debatteren heeft in dit verband grote betekenis.

Door deze resolutie aan te nemen laten we luid en duidelijk weten dat wij vinden dat er een einde moet komen aan de ongelijke behandeling van homoseksuelen op het grondgebied van de Unie en dat zij dezelfde rechten als alle anderen moeten genieten. Ik wil dat graag onderstrepen: wij vinden dat voor iedereen dezelfde wetten moeten gelden. Verder verzoeken we formeel om maatregelen ter bescherming van homoseksuelen tegen haatzaaiende taal, vooral wanneer die gebezigd wordt door de hoogste vertegenwoordigers van de staat. Die moeten immers zorgdragen voor een gelijke behandeling van iedereen.

Het is onze plicht de grondrechten van eenieder te waarborgen op basis van artikel 13 van het Verdrag. Dat is onze gemeenschappelijke opvatting van het concept democratie en van de waarden die wij delen. Dit betekent dat we in de praktijk scherp moeten blijven. Als het nodig is, moeten we homofobie bestrijden door middel van wetgevingsmaatregelen, zoals die overigens al genomen zijn in verschillende lidstaten van de Unie. Saamhorigheid en gelijkheid, dat zijn de kernwaarden van het Europa van de 25. Laten we het kwaad dat hier en daar de kop opsteekt, meteen uitroeien!

We moeten weerstand bieden tegen uitingen van haat jegens en afwijzing van anderen. Vandaag zijn meer dan ooit de woorden van de Duitse verzetsman en dominee Niemöller van toepassing: “Toen ze de communisten kwamen halen, heb ik niets gezegd, want ik was geen communist. Toen ze de zigeuners kwamen halen, heb ik niets gezegd, want ik was geen zigeuner. Toen ze de joden kwamen halen, heb ik niets gezegd, want ik was geen jood. Toen ze mij kwamen halen, was er niemand meer om mij te beschermen ”. Dank u wel.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in 't Veld, namens de ALDE-Fractie. Voorzitter, commissaris, collega's, in tijden van groeiende intolerantie geeft dit Parlement met een zeer brede meerderheid een helder signaal af en dat is verheugend. Te vaak wordt homohaat gerechtvaardigd met die andere grondrechten, te weten vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting. Sommige lidstaten verschuilen zich achter het subsidiariteitsbeginsel om discriminatie te legitimeren en, met alle respect, commissaris, ook de Commissie gebruikt dit laffe argument vaak om de andere kant uit te kijken. Ik verwacht van de Europese Commissie dat ze pal staat achter de grondrechten van alle Europese burgers, ongeacht waar ze wonen, dat doen wij in het Parlement ook. De grondrechten zijn geen zaak van subsidiariteit, de grondrechten zijn onvervreemdbaar en universeel voor álle burgers van de Europese Unie.

Maar plechtige verklaringen en morele verontwaardiging zijn niet genoeg. Er moet van alles gebeuren, zoals ook in onze gezamenlijke resolutie staat. Wij moeten investeren in informatie, opvoeding, maar ook in het verbeteren van de rechtspositie van homoseksuelen. In dat verband zou ik nogmaals willen aandringen – en ik hoor graag van de commissaris wat voor plannen er zijn – op de zogenaamde horizontale richtlijn die alle vormen van discriminatie verbiedt, niet alleen op de werkplek, maar overal.

Voorts is het schandalig dat sommige lidstaten nog steeds niet zijn overgegaan tot het volledig erkennen van homoseksuelen als doelwit van het nazi-regime. Ik hoop dat het Oostenrijks voorzitterschap dit kan voorleggen aan de lidstaten in de Raad en vervolgens zelf ook kan overgaan tot het erkennen van homoseksuelen als slachtoffers van de nazi's.

Ten slotte wil ik graag horen wanneer de Commissie eindelijk na herhaald verzoek voorstellen gaat doen voor het wegnemen van belemmeringen voor het vrije verkeer van personen voor getrouwde homoparen. Het is onaanvaardbaar dat Europese burgers bij het oversteken van de grens hun rechten verliezen op grond van hun seksuele geaardheid – eigendomsrechten, pensioenaanspraken, sociale zekerheid, zelfs de voogdij over hun eigen kinderen. Ik hoor graag van de Commissie met welke voorstellen zij gaat komen naar aanleiding van een verzoek van het Europees Parlement dienaangaande dat al teruggaat tot oktober 2004.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Kathalijne Maria Buitenweg, namens de Verts/ALE-Fractie. Voorzitter, commissaris, Commissievoorzitter Barroso heeft ruim een jaar geleden – naar aanleiding toen van de uitspraken van kandidaat-commissaris Rocco Buttiglione – een plenaire toespraak gehouden, waarin hij ons een aantal duidelijke beloftes heeft gedaan. Ik heb die toespraak er nog eens op nageslagen.

Antidiscriminatie en gelijke kansen zouden een topprioriteit worden voor deze Commissie. Een groep van commissarissen would monitor all Commission action and major initiatives in this area. It will act as a political driving force. Nu, mijn vraag aan de Commissie is wat deze werkgroep nu precies dit afgelopen jaar heeft gedaan. Want het magere lijstje van commissaris Frattini doet niet echt recht aan deze grote belofte en er is werk genoeg.

Het blijft onbestaanbaar, zoals mijn collega Sophia in 't Veld ook al zei, dat er wél Europese regels zijn die verbieden dat mensen, zeg maar bij het huren van een huis, worden gediscrimineerd op basis van hun huidskleur, maar dat homo's nog steeds vogelvrij zijn. Waarom wordt het recht op gelijke behandeling van mensen ongeacht hun seksuele oriëntatie beperkt tot de arbeidsmarkt?

Voorzitter, in Polen is een aantal vrijheidsdemonstraties verboden, en alles wijst erop dat de autoriteiten de homo-emancipatie daar willen frustreren. Daar maakt mijn fractie zich zorgen over, zoals ook over een aantal ontwikkelingen in bijvoorbeeld Letland en Litouwen, maar ook in andere landen.

Ik vind het zorgelijk dat de fracties zich daarover vaak niet expliciet durven uit te spreken. Neem de liberalen. Als het gaat om een slechte besteding van Europese subsidies, dan wordt er geëist dat we aan naming and shaming gaan doen. Maar nu het echt gaat om de basale Europese waarden, dan zijn we ineens stil. Ik vind dat onterecht.

Ik hoop dus ook dat individuele parlementariërs alsnog vóór de amendementen zullen stemmen, zodat we concreet ook man en paard kunnen noemen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Tadeusz Masiel (NI). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik ben tegen discriminatie op basis van seksuele geaardheid, maar ik vind dat we terughoudend moeten zijn in het verlenen van steeds meer rechten aan homoseksuelen.

Ik ben blij met dit debat. De rechten van homoseksuelen moeten waar mogelijk worden verdedigd. Homoseksualiteit is niet zo lang geleden geschrapt van de ziektenlijst van de Wereldgezondheidsorganisatie en dat is goed. Ik weet echter niet, of we homoseksuele relaties wettelijk moeten erkennen. Misschien moeten we ze ondersteunen met betrekking tot het erfrecht, maar we mogen homoparen niet het recht geven kinderen te adopteren. Dat is onsmakelijk, schokkend, en schandelijk. Er is bovendien geen psychologisch onderzoek dat aantoont dat we dergelijke praktijken als normaal kunnen beschouwen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański, namens de UEN-fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, natuurlijk doen zich in Europa situaties voor, waarin homoseksuelen het slachtoffer worden van geweld of onheus worden behandeld door de politie.

De verslagen over dit soort kwesties bieden veel inzicht in dergelijke voorvallen. Desondanks kan ik me niet van de indruk ontdoen, dat dit debat toch in grote mate tijdverlies is. Ik denk namelijk, dat we de kwestie binnen de juiste proporties moeten zien, en dat we ons niet moeten laten verleiden tot hysterie. En de beschrijving van de situatie van homoseksuelen in Europa in termen van verzetsbewegingen, arrestaties en oorlog lijkt me niet anders dan hysterie. Mevrouw Roure heeft in haar uiteenzetting een goed voorbeeld van dergelijke beschrijvingen gegeven.

Ik zou u willen wijzen op twee feiten. Allereerst is het geweld jegens homoseksuelen maar een klein deel van het geweld, dat een veelvoorkomend fenomeen is in onze samenlevingen. Elke lidstaat van de Unie heeft ermee te kampen. We zien het vandaag, en we hebben het een paar maanden geleden in Frankrijk gezien. Het gaat hier om een aspect van veel groter probleem.

Dan het tweede aspect. Alle lidstaten, oude en nieuwe, hebben hun eigen rechtsinstanties, zoals rechtbanken, de ombudsman, en ook de publieke opinie. Die blijken heel goed in staat om rechten van minderheden te beschermen.

Als wij hier debatten gaan voeren over juridische kwesties, dan stuiten we op een hele massa problemen en belemmeringen in de vorm van het verdragsrecht, en gelukkig kunnen wij daar niet aan tornen. In Europa zijn we het niet eens over een verdragsverandering die de Unie bevoegdheden verleent voor zulke essentiële kwesties als het erkennen van homopartnerschappen en de gevolgen daarvan buiten de grenzen van de staat waar een dergelijk partnerschap geregistreerd wordt.

En dus is het zinloos om de Unie in te schakelen tegen kwesties als homofobie, en bovendien heeft een bemoeienis van de Unie op dit gebied een onvermijdelijke consequentie. Namelijk dat we het integratieproces ondergraven, dat nu door sommige groeperingen al wordt gebruikt als ideologisch wapen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Kudrycka (PPE-DE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat we ons moeten afvragen of politici zich wel moeten bezighouden met de kwestie van homofobie in Europa, zoals mevrouw Buitenweg dat doet. Hebben wij het recht onze burgers een bepaalde denkwijze op te leggen, hen voor te houden hoe ze moeten omgaan met seksualiteit en met seksuele minderheden?

Ik denk dat seksualiteit voor ieder mens heel persoonlijk is, en dat iedereen zich op dat gebied moet houden aan zijn eigen morele, religieuze en culturele overtuigingen en de gewoonten van zijn omgeving. We moeten als Europees Parlement niet streven naar een algemene goedkeuring van homoseksualiteit in Europa. Laten we niet vergeten, dat sommige lidstaten heel conservatieve fatsoensnormen hebben, en dat andere lidstaten veel toleranter zijn. Maar zelfs in de meest tolerante lidstaten, Nederland en Frankrijk, doen zich geweldsdelicten jegens homoseksuelen voor. Denken we maar aan het geval van Sebastian Nouched, die werd overgoten met benzine en in brand gestoken in Frankrijk. Als we hier al over debatteren, dan moeten we ons debat toespitsen op de vraag hoe we kunnen voorkomen dat homofobe haat escaleert.

Maar een dergelijke escalatie van haat voorkomen we niet zolang we de grens niet vinden tussen de bescherming van het recht om de eigen seksuele geaardheid privé te houden enerzijds en de schending van het recht om diezelfde seksuele geaardheid openlijk te uiten anderzijds. Daarom wil ik duidelijk zeggen, dat als om het even welke minderheid de behoefte voelt om zijn anderszijn te manifesteren, dat die groep dan van zijn vrijheid gebruik kan maken, en dat geen enkele minderheid gediscrimineerd mag worden. Bovendien hebben we in Polen rechtbanken en grondwettelijke instanties, en ook de ombudsman, die waken over die vrijheden en over het Europees recht. De gevallen waarin homomanifestaties werden verboden, waren incidenteel van aard.

Om af te ronden, wil ik onderstrepen, dat het recht op dezelfde manier moet gelden voor de meerderheid, als voor minderheidsgroepen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Michael Cashman (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn teleurstelling uitspreken over de verklaring van commissaris Frattini, die veeleer een herhaling was dan een verklaring. Commissaris, we weten dat u bezorgd bent en we weten dat de Commissie bezorgd is, maar de Commissie moet worden beoordeeld op haar daden. Er moeten inbreukprocedures worden ingeleid tegen alle lidstaten die verzuimen de reeds in werking getreden richtlijnen om te zetten of ten uitvoer te leggen, zoals in verschillende landen het geval is. Ik vind ook dat we campagne moeten voeren en mensen moeten voorlichten, maar dat alleen is niet genoeg. Er moet aan dit Parlement een voorstel worden voorgelegd voor een horizontale richtlijn, die rechtstreeks gekoppeld is aan de richtlijn inzake ras en etnische afstamming die door Commissievoorzitter Barroso in het vooruitzicht is gesteld.

Bepaalde bijdragen van vanmiddag stemmen mij treurig. Het gaat hier om gelijkheid, niet om het promoten van homoseksualiteit. Het gaat erom homoseksuelen de gelijke rechten en gelijke behandeling te bieden die voor anderen zo vanzelfsprekend zijn.

Ik ben homo. Ik ben homoseksueel, zoon van een gewone man en vrouw. Daarom zullen bepaalde mensen mij het recht willen ontzeggen om over mijn seksualiteit te praten, om mijn 22 jaar durende relatie te vieren, en om deel uit te maken van een grotere gemeenschap. Sommigen willen mij zelfs belasteren, mij mijn democratische rechten ontnemen en haatdragende taal tegen mij gebruiken. Ik zou kunnen besluiten deel te nemen aan een gay pride optocht, maar die zou verboden kunnen worden. Waarom? Omdat de samenleving zich volledig richt op wat zij als mijn seksleven beschouwt. Daarover is een oordeel geveld. Hoe moreel is dat? Hoe moreel is het om discriminatie en haat te prediken en aan te wakkeren, soms onder bescherming of het mom van godsdienst of geloof?

Ik zeg tegen commissaris Frattini en de gehele Commissie, alsook tegen dit Parlement, dat als we niets doen terwijl we zien hoe mensen worden doodgeslagen, belasterd en gediscrimineerd, dan gedogen we het geweld, de haatdragende taal, de laster en de slechte behandeling, waardoor we er medeplichtig aan worden. Zelfs in het Verenigd Koninkrijk, waar enorme vooruitgang is geboekt, is vlak voor kerst nog een jongeman doodgeschopt enkel en alleen omdat hij homoseksueel was. Als dit Parlement niets doet, is het medeplichtig aan elke trap die is uitgedeeld aan die persoon en aan andere mannen zoals hij, en aan lesbische vrouwen overal in de Europese Unie. Het feit alleen al dat ik hierover in het Parlement een verklaring als deze moet afleggen, maakt vandaag tot een bijzonder trieste dag.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik moet toegeven dat we, zoals de heer Cashman al zei, zelfs in mijn eigen Londense kiesdistrict geconfronteerd blijven worden met vooroordelen en op homofobie gebaseerde misdrijven. Onlangs nog is er een homoseksuele man gedood enkel en alleen vanwege moorddadige vooroordelen. Een paar jaar jaren geleden kregen we te maken met een door haat gedreven bommenlegger die specifiek als doel had de homoseksuele bezoekers van een bar te doden. Uiteraard doodde hij daarbij ook anderen. Maar we richten ons in de eerste plaats op haat en vooroordelen tegen individuen. Wat zo schokkend is aan de ontwikkelingen in bepaalde lidstaten is de botte intolerantie van de overheid: het verbieden van gay pride demonstraties, de opruiende taal – zelfs van premiers – de politie die tekortschiet bij het beschermen van demonstraties, enzovoorts.

We hebben Europese wetgeving nodig om haatmisdrijven te verbieden, niet alleen op grond van ras – wat we overigens nog steeds niet voor elkaar hebben – maar ook op grond van seksuele geaardheid. Bovendien moeten we de behandeling van ras, geslacht en seksuele geaardheid gelijkstellen door het verbod op discriminatie door te trekken van de werkplek naar het ontvangen van diensten en de levering van goederen. De lappendeken die we nu hebben volstaat simpelweg niet. Ik verwacht van commissaris Frattini dat hij een van degenen is die een voortrekkersrol zal vervullen in de pogingen om de algemene bescherming van zowel vrouwen als minderheden aanzienlijk te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, nu we ruimschoots in de eenentwintigste eeuw leven, is het niet meer voldoende om homofobie te veroordelen: homofobie moet met politieke en juridische middelen worden bestreden.

Homofobie is alleen te begrijpen als een combinatie van onwetendheid en straffeloosheid. In de Verdragen wordt bepaald dat de Europese instellingen erop moeten toezien dat de rechten en vrijheden van de lidstaten worden gerespecteerd. Dat impliceert dat er gestreden moet worden tegen de onwetendheid en straffeloosheid van homofobe uitlatingen en acties, die niet alleen voorkomen, maar in aantal en frequentie toenemen in enkele Europese landen.

Uitlatingen zoals die in Polen zijn gedaan of besluiten zoals die in het Letse parlement zijn genomen zijn bijzonder betreurenswaardig en houden een fundamentele schending in van het beginsel van gelijke rechten, dat doorslaggevend moet zijn bij de constructie van het unieke waardensysteem waarop de Europese Unie gebaseerd is.

Daarom dring ik er bij de Commissie op aan om homofobie te veroordelen en juridische en politieke mechanismen in te stellen opdat dit probleem op een dag tot het verleden zal behoren.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). – Voorzitter, ik denk niet dat er iemand is in het Europees Parlement die zou aanvaarden dat homoseksuelen omwille van hun geaardheid worden achtergesteld, aangevallen, geïntimideerd of wat dan ook. Daarover gaat de discussie vandaag in feite niet.

De discussie gaat over de vraag of het nog mogelijk is om kritiek te hebben op de geest van politieke correctheid die de vrije meningsuiting stilaan versmacht. De tijd is gelukkig voorbij dat er een taboe rustte op homoseksualiteit, vandaag is het echter een taboe geworden om bedenkingen te uiten over sommige gedragingen of verzuchtingen van sommige homo’s, ook al heeft dat totaal niets te maken met discriminatie of haat of wat dan ook. De zaak Buttiglione ligt nog vers in het geheugen. Wie bijvoorbeeld gekant is tegen het homohuwelijk, krijgt tegenwoordig snel de stempel homofobie opgekleefd en wordt gecriminaliseerd.

Commissaris Frattini had het daarnet over diversiteit. Maar nu, het is belangrijk dat we ook nog oog blijven hebben voor diversiteit van opinie, want de kwezelarij van de seksuele moraal van de negentiende eeuw wordt stilaan vervangen door de kwezelarij van de politieke correctheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Roselyne Bachelot-Narquin (PPE-DE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, beste collega's, het Europees Parlement is er trots op altijd voorop te hebben gelopen in de strijd tegen discriminatie. Ik denk hierbij aan zaken als gelijkheid van mannen en vrouwen, de status van etnische minderheden, de situatie van gehandicapten en de meer recente kwestie van respect voor de seksuele geaardheid.

Op grond van artikel 13 van het Verdrag, het Handvest van de grondrechten en tal van richtlijnen heeft onze Vergadering niet alleen het recht, maar ook de plicht om de strijd voor gelijke rechten voor homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen voort te zetten. Er is in veel landen van de Unie aanzienlijke vooruitgang geboekt op dit gebied, en dat heeft bij sommigen de hoop gewekt dat dit dossier zo niet als gesloten, dan toch in ieder geval als minder urgent beschouwd kan worden.

Dat is bepaald niet zo; sterker nog, we zien zelfs een regelrechte toename van homofobe taal en gewelddaden tegen homoseksuelen. De uitlatingen van enkele Poolse politieke leiders onlangs hebben ons echt geschokt, en het is betreurenswaardig dat de Europese Commissie er slechts in zeer lauwe bewoordingen op heeft gereageerd. Ook in andere landen, waaronder Frankrijk, zijn soortgelijke onacceptabele uitspraken gedaan. Overal zijn homoseksuelen slachtoffer van geweld, variërend van verbaal geweld tot marteling en zelfs moord. Deze misdaden vinden plaats in een uiterst verontrustende internationale context, in landen als Egypte, Libanon en Senegal. Daar worden homoseksuelen vanwege hun levenswijze vervolgd of zelfs, zoals in Iran in twee gevallen is gebeurd, ter dood gebracht.

We kunnen de verklaring van de Commissie over homofobie in de Europese Unie dan ook alleen maar met instemming begroeten. Onze collega van de PPE-DE-Fractie, de heer Stubb, had voor onze fractie een resolutie opgesteld waarin de Commissie en de lidstaten verzocht werd concrete, zowel wetgevende als operationele maatregelen te nemen om deze vorm van discriminatie te bestrijden. De tekst waarover we ons vandaag buigen is een gezamenlijke ontwerpresolutie van vijf fracties. Het is zeer verheugend te zien dat partijpolitieke grenzen in deze zaal geen rol meer spelen als het gaat om de strijd voor de mensenrechten. Belangrijk is nu dat de verklaringen van de Commissie snel het stadium van vrome wensen ontstijgen en vertaald worden in een concrete alomvattende richtlijn. Daarnaast moet ieder van ons deze strijd in zijn of haar eigen land voortzetten, een strijd voor een vorm van gelijkheid die niet alleen het recht inhoudt om met rust gelaten te worden, maar ook het recht om anders te zijn.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Lissy Gröner (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, uit alle windstreken van de Europese Unie komen slechte berichten over aanvallen op homoseksuelen. Vice-voorzitter Frattini heeft hier nu wel de instrumenten en acties van de Commissie tegen homofobie uit de doeken gedaan, maar, mijnheer Frattini, bieden die voldoende soelaas? Moeten we werkelijk accepteren dat discriminatie in de lidstaten straffeloos blijft en dat lidstaten de anti-discriminatierichtlijnen niet omzetten? De politieke wil moet worden aangewakkerd en dit debat draagt hieraan bij. Vijf fracties zijn het samen eens geworden over een document dat zich uitspreekt tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid en bescherming moet bieden aan homo’s, lesbiennes, transseksuelen een biseksuelen.

Maar er zal toch echt meer gedaan moeten worden. De omzetting van de anti-discriminatierichtlijnen mag geen vrijblijvende zaak zijn. En zoals gezegd dienen de autoriteiten van de lidstaten voor de rechter te worden gesleept als ze het demonstratierecht met voeten treden, bijvoorbeeld door een verbod uit te vaardigen op gay parades. De grondrechten moeten worden versterkt en mogen niet alleen maar in Nederland, België en Spanje gelden – waar de rechten van paren van gelijk geslacht volledig worden erkend –, maar overal in de Europese Unie.

Wat ik zojuist tijdens het debat heb gehoord, namelijk dat het adoptierecht wordt aangepakt, vervult mij met diepe verontwaardiging. Liefde en toewijding zijn bepalend voor de omstandigheden waaronder kinderen gedijen, en niet de seksuele geaardheid. Daar ligt de kiem voor discriminatie, die goddank hier wordt bestraft, maar helaas nog altijd kan rekenen op de steun van krachtige en invloedrijke pleitbezorgers, in bijvoorbeeld het Vaticaan. Zij leggen daarmee een voedingsbodem voor nog grotere uitwassen tegen homoseksualiteit.

Mijn slotpleidooi luidt dan ook: moraal is een privé-aangelegenheid van de burgers. Maar recht is wat we hier in het Parlement moeten verdedigen, en dat is wat vijf fracties hier doen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Holger Krahmer (ALDE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte dames en heren, ik vraag me af of ik het nog zal meemaken dat homoseksualiteit als volledig normaal wordt beleefd en beschouwd. Ik vraag me af of er een tijd zal komen waarin politici zich niet meer kunnen profileren met discriminerende uitlatingen over homoseksuele mensen. Ook vraag ik mij af wanneer partnerschappen van personen van hetzelfde geslacht worden erkend als verbintenissen met gezamenlijke verantwoordelijkheden en gelijke rechten. Het reduceren van homoseksuele paren tot doelgemeenschappen die zich overgeven aan van betekenis ontdane seksualiteit – een omschrijving van de paus – heeft mensenverachtende trekjes en is niet te verenigen met de realiteit waarin homoseksule paren leven.

De discriminatie en uitbanning van homoseksuele levenswijzen begint in de hoofden van mensen en eindigt niet met de uitvaardiging van een richtlijn. Zo zijn de recente gebeurtenissen in Polen en uitlatingen van een Italiaanse minister geen fouten of uitglijders; ze zijn ontsproten aan een geesteshouding.

De bestrijding van homofobie is een kwestie van vorming. Het jaar 2007 moet het jaar van de anti-discriminatie worden. Het verzoek aan de Commissie is om aan de bestrijding van homofobie dezelfde prioriteit te verlenen als de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of godsdienst.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Schroedter (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben teleurgesteld over de toespraak van de heer Frattini. Mijnheer Frattini, u krabbelt terug door te zeggen dat we alleen ingrijpen als rechten worden geschonden. Maar als de grondbeginselen van de Europese Unie worden geschonden, doen we niets. Dat is toch waar uw woorden op neerkomen. Het grondrecht inzake seksualiteit en seksuele geaardheid staat als zodanig nauwkeurig in het Verdrag omschreven. In Polen bijvoorbeeld is dit recht officieel geschonden. Homoseksuele mensen zijn door toonaangevende politici op grove wijze verbaal gediscrimineerd en als ze aan demonstraties deelnemen worden ze vervolgd en keihard aangepakt. Dat is een aanval op de menselijke waardigheid van deze jongeren, maar de Commissie kijkt toe en zegt dat ingrijpen niet nodig is, omdat het Europees recht niet wordt geschonden. Dat was ook precies uw schriftelijke antwoord op mijn vraag, mijneer Frattini, maar ik vind dat toch echt niet toereikend. Wat zich in Polen afspeelt, is niet langer verenigbaar met de criteria van Kopenhagen en de grondbeginselen van de Europese Unie. Daarom moeten we op Europees niveau duidelijk maken dat deze misstanden onaanvaardbaar zijn en zonder dralen moeten worden aangepakt.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de aandacht willen vestigen op de recente, herhaalde uitingen van onverdraagzaamheid in mijn land, Polen, die vaak neerkomen op het aanzetten tot geweld jegens personen met een andere seksuele geaardheid. De overheid reageert vaak inadequaat op dergelijk gedrag en op andere uitingen van homofobie. Zoals bijvoorbeeld met het verbod op de Gelijkheidsparades in Warschau en Poznan, en het feit dat niet conform de voorschriften in de Poolse wet is opgetreden tegen groeperingen die oproepen tot onverdraagzaamheid en geweld jegens personen die ijveren voor gelijke rechten voor iedereen, ongeacht seksuele geaardheid.

We constateren dat de overheid politiek getreiter jegens homoseksuele, lesbische en biseksuele groepen gedoogt. Op 13 januari van dit jaar is voor de rechtbank in Elbląg het proces begonnen tegen Robert Biedroń, leider van de campagne tegen homofobie. Hem worden door het Openbaar Ministerie beledigingen van katholieken ten laste gelegd. Dit ondanks de stellige bewering van de heer Biedroń dat het zeker zijn bedoeling niet is geweest katholieken te beledigen of het katholicisme te vergelijken met het fascisme. Daarbij wil ik onderstrepen, dat datzelfde Openbaar Ministerie weigerde een proces te starten betreffende beledigingingen van homoseksuelen in het artikel in de krant ”Nasz Dziennik”, waarin werd beweerd, dat homoseksualiteit een ziekte is en een bedreiging voor het gezin.

 
  
MPphoto
 
 

  Emine Bozkurt (PSE). – Voorzitter, homofobie is een groot probleem in Europa en niet alleen in sommige lidstaten. Ik ben daarom blij dat mijn voorstel om hate crimes tegen homo’s en lesbiennes, biseksuele en transgenders te monitoren, is opgenomen in de gemeenschappelijk resolutie tegen homofobie in Europa. Dit is nieuw en ik ben blij dat het Parlement deze innovatie wil steunen. Ik wil graag nú van de commissaris horen hoe de Commissie aan het monitoren vorm gaat geven? Meten is weten en dit geldt zeker ook voor de omvang van geweld en vijandigheid op grond van seksuele geaardheid of jegens transgenderpersonen.

Ik vind dat er te weinig aandacht is voor transgenderpersonen. Het is helaas nog steeds aan de orde van de dag dat transgenderpersonen geconfronteerd worden met uitsluiting, geweld en onbegrip en wel in álle lidstaten van de Europese Unie. De Europese Unie doet nog veel te weinig om de mensenrechten van homo’s en lesbo’s, biseksuele en transgenderpersonen te beschermen. De Europese Unie heeft de mogelijkheid om spierballen te tonen, het is dan ook hoog tijd dat de Europese Unie deze spierballen toont. Je beschermt mensenrechten of je doet het niet.

Nu is het tijd om deze mooie theorie om te zetten in de praktijk en daarvoor de middelen te gebruiken die de EU heeft, zoals het opschorten van het stemrecht van een lidstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Luis Yáñez-Barnuevo García (PSE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik heb maar een paar woorden toe te voegen in deze fase van het debat, waarin helaas is gebleken, door de reikwijdte en diepgang van het debat, dat homofobie een ernstig probleem blijft in heel Europa. Om die reden waren uw woorden niet erg overtuigend, Commissaris Frattini, vanwege de koele toon en het gebrek aan diepe en proactieve betrokkenheid bij de strijd tegen deze wantoestand. De Commissie moet veel actiever optreden, evenals de lidstaten, daartoe aangezet door de Commissie.

Homofobie bestaat, in gewoonten, in gebruiken, in de taal, in alles. Niet alleen in de landen waar zich de incidenten hebben voorgedaan die de aanleiding zijn geweest voor dit debat, zoals Polen, maar ook in landen als het mijne, Spanje, waar op dit terrein veel progressie is geboekt, maar waar in de samenleving, bij de autoriteiten en in bepaalde lagen van de bevolking nog steeds die homofobe houding bestaat die we actief moeten blijven bestrijden. Ik onderschrijf wat veel van de collega’s hebben gezegd, vooral de aangrijpende woorden van Michael Cashman.

 
  
MPphoto
 
 

  Vittorio Agnoletto (GUE/NGL). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, “of we bereiken samen de vrijheid of we bereiken haar in het geheel niet” zei Martin Luther King bij de start van de campagne voor de rechten van de zwarte Amerikanen. Hij wilde daarmee zeggen dat er alleen maar mensenrechten bestaan en geen aparte rechten voor zwarten of blanken. Het bestrijden van homofobie betekent niet het tonen van begrip voor een specifieke bevolkingsgroep, maar is op de eerste plaats het verdedigen van de mensenrechten.

Ik ben verontrust over de arrogante houding van mensen die homoseksuelen het recht ontzeggen bloeddonor te zijn, die discriminerende anti-aidscampagnes voeren door niet te spreken over risicogedrag maar nog steeds over risicogroepen, en die homoseksuelen willen verbieden auto te rijden louter omdat zij homo zijn.

Ik kan niet blijven zwijgen als de Commissie zich gedraagt als Pontius Pilatus en niet de naleving eist van de bestaande anti-discriminatierichtlijn. De Commissie zou juist inbreukprocedures moeten starten tegen de lidstaten die de vrije keuze van de seksuele geaardheid niet respecteren. Italië, Polen en vele andere landen leven die bepalingen niet na. Dit probleem betreft niet slechts een groep personen, maar tast de waardigheid van de hele Europese Unie aan.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik wil alle sprekers dankzeggen. Ik zie me echter gedwongen nog eens een aantal zaken op meer gedetailleerde wijze uiteen te zetten, daar enkele sprekers er duidelijk blijk van hebben gegeven niet op de hoogte te zijn van wat de Commissie doet. U ziet dat ik jegens u net zo openhartig ben als u tegenover mij bent geweest.

Ik zou willen herhalen – en hierover mogen mijns inziens geen misverstanden bestaan – dat we hier homfobie beschouwen als een schending van de mensenrechten. Dat is de enige opmerking in het betoog van de geachte afgevaardigde Agnoletto waar ik het mee eens ben. Bij homofobie gaat het niet om het verdedigen van bepaalde bevolkingsgroepen maar om een fundamenteel probleem van onaantastbare rechten, die slechts voor één interpretatie vatbaar zijn.

Ik zou echter nog een aantal puntjes op de i willen zetten. Enkele parlementsleden, als laatste de geachte afgevaardigde Bozkurt, hebben gevraagd of er garanties zijn voor het monitoren van de stand van de bescherming van homoseksuelen en van de strijd tegen homofobie in de lidstaten. Mevrouw Bozkurt, ik kan u verzekeren dat die monitoring niet alleen zal zijn gegarandeerd, maar al is uitgevoerd! U zou het rapport moeten kennen dat een groep van onafhankelijke deskundigen een aantal weken geleden heeft opgesteld en dat ik natuurlijk het Parlement ter beschikking heb gesteld. Dat document laat voor elk land zien welke gedragingen in strijd zijn met onze gemeenschappelijke wil discriminatie te bestrijden.

Wij hebben dat rapport via de formele weg het Parlement doen toekomen. Het is duidelijk dat absoluut de enige reden waarom ik – en niet iemand anders – het nodig achtte een dergelijk overzicht per land te maken het verstrekken van informatie was, zodat u zelf een oordeel zou kunnen vormen. Mevrouw Bozkurt, die monitoring zullen we voortzetten en alle daden die indruisen tegen de geest die ons bezielt zullen we in het openbaar rapporteren. De regeringen dienen de eerste stap te zetten en moeten naast de Europese ook op de nationale regels wijzen. Zij kunnen bijvoorbeeld op het vlak van de vrijheid van vergadering na lezing van de desbetreffende documenten alle noodzakelijke consequenties trekken. Transparante informatieverstrekking is namelijk een prioriteit.

Andere sprekers hebben de belofte van voorzitter Barroso genoemd om een horizontale richtlijn goed te keuren betreffende het aanscherpen en het respecteren van de rechten in verband met non-discriminatie. Geachte afgevaardigden, ook dat is al gebeurd! In 2005 heeft de Commissie een mededeling goedgekeurd met de titel “Non-discriminatie en gelijke kansen voor iedereen”. Daarin geeft de Commissie duidelijk aan welke verwachtingen zij koestert ten aanzien van het waarborgen van een betere bescherming van gelijke rechten.

In die mededeling aan het Europees Parlement hebben wij evenwel ook moeten wijzen op iets wat iedereen bekend is: als de Commissie een voorstel indient op basis van artikel 13, schrijven de Verdragen voor dat de Raad het met eenparigheid van stemmen goedkeurt. Dat is dus geen eigen interpretatie van ons maar een Verdragsbepaling. Op dit moment heeft de Raad die eenparigheid nog niet bereikt, maar ik hoop dat het wel mogelijk zal blijken. Hoe het ook zij, in de desbetreffende mededeling van 2005 stellen wij klip en klaar dat het in ons voornemen ligt de werkingssfeer van de rechtsbescherming tegen elke vorm van discriminatie – met inbegrip van discriminatie op grond van de seksuele geaardheid – op één lijn te brengen. En, geachte afgevaardigden, volgens sommigen onder u zouden wij dat nog niet hebben gedaan.

Nu wil ik me bezighouden met een ander onderwerp, dat de bevoegdheden van de Europese Commissie betreft. Wij zijn ervan overtuigd dat de Commissie momenteel niet over de nodige bevoegdheden beschikt om dergelijke schendingen, die personen in het diepst van hun wezen raken, aan te pakken. Mijnheer Cashman, u heeft daar terecht op gewezen. Juist om de bevoegdheden van Europa te versterken hebben de Commissie en degene die hier tot u spreekt eens te meer de oprichting van een Europees Agentschap voor de bescherming van de grondrechten voorgesteld. Indien u akkoord gaat met dat voorstel en er in juni overeenstemming over is bereikt, zullen we over een instrument beschikken om discriminatoir gedrag aan te pakken. Mogelijk zal dat Agentschap de bevoegdheden hebben die u voorstelt, daar het Europees Parlement misschien via zijn advies erin slaagt het Agentschap meer bevoegdheden te geven om in te grijpen. Het voorstel ligt al op tafel en het wachten is alleen nog op de behandeling ervan. Ik herhaal het nogmaals: wij zullen ingaan op de verlangens van het Parlement om het voorstel te verbeteren.

Maar het is slechts één van de instrumenten waar we over beschikken. Daarnaast hebben we natuurlijk de gewone instrumenten als bijvoorbeeld artikel 226 van het Verdrag, de inbreukprocedures en ook de zeer omvangrijke jurisprudentie van het Hof van Justitie. Die jurisprudentie bepaalt helaas dat als het om bevoegdheden van de lidstaten gaat, de Commissie niet tussenbeide kan komen. Ik hoop dat het Agentschap snel operationeel wordt, daar het wellicht het eerste instrument zal zijn dat een antwoord kan geven op de noodzaak dergelijke bevoegdheden te realiseren.

Geachte afgevaardigde Bachelot, u heeft het gehad over het recht op anders zijn. Ook deze keer kan ik als antwoord geven dat wij daar al werk van hebben gemaakt. U kent, denk ik, ongetwijfeld, het programma voor een voorlichtingscampagne met als titel “Verschil moet er zijn”. Dat programma is eind 2003 gestart en loopt nog steeds. Het doel ervan is positieve informatie te vergaren om uit te leggen dat anders zijn voor Europa een waarde is. Alle grote Europese verenigingen die de rechten van homoseksuelen verdedigen doen aan het programma mee.

Ik denk dat u op de hoogte bent van al deze activiteiten, waarvoor wij ons zullen blijven inzetten. Daarom veroorloof ik het mij de beschuldigingen van de hand te wijzen als zou de Commissie niets hebben gedaan. Wij zijn voornemens in een geest van wederzijdse openhartigheid het werk op dit vlak voort te zetten. Naar ik meen heb ik u feiten verteld – en niet zo maar wat ideeën – aangaande zaken die al op gang zijn gebracht en die onze overtuigde strijd tegen uitingen van homofobie kunnen versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Tot besluit van het debat zijn er vijf ontwerpresoluties(1) ingediend, overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaring (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin (IND/DEM).(SV) De Zweedse partij Junilistan vindt dat de EU een Unie van waarden is, die dient te handelen volgens het beginsel van de gelijkwaardigheid van alle mensen en gelijke rechten voor alle mensen. Dat beginsel is van fundamenteel belang bij alle activiteiten en is tevens vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de VN. De lidstaten van de EU hebben een aantal juridisch bindende internationale overeenkomsten geratificeerd die gebaseerd zijn op dit beginsel van gelijke behandeling en non-discriminatie.

Het recht om gevrijwaard te worden van een onzakelijke speciale behandeling op grond van seksuele geaardheid is dus een fundamenteel mensenrecht. In het debat wordt dit recht af en toe als een onderhandelbaar voorrecht beschouwd. Het is belangrijk dat wij bij de behandeling van wetsvoorstellen in dit Parlement altijd de VN-verklaringen over mensenrechten in gedachten houden.

Pas de laatste jaren zijn de lidstaten van de EU het homofobievraagstuk serieus gaan behandelen. Volgens Zweedse statistieken loopt de gemiddelde burger een risico van 4-6 procent om te worden blootgesteld aan zogeheten ongeprovoceerd geweld. Onder lesbische en biseksuele vrouwen ligt het overeenkomstige cijfer op 15-24 procent. Onder homoseksuele en biseksuele mannen is 28-36 procent blootgesteld aan ongeprovoceerd geweld. Dat de seksuele geaardheid bepalend is voor het risico om aan geweld te worden blootgesteld, is natuurlijk onaanvaardbaar.

Het is belangrijk dat wij als politici duidelijk maken dat alle mensen dezelfde rechten en plichten hebben. Als we daaraan tornen, trekken we de VN-verklaringen en de fundamentele mensenrechten in twijfel.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in 't Veld (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben inmiddels anderhalf jaar lid van dit Parlement en deze ervaring …

(De Voorzitter verzoekt spreekster het artikel van het Reglement te noemen waarop zij een beroep doet)

Ik heb het Reglement hier niet bij de hand, mijnheer de Voorzitter. Het gaat om een zeer korte vraag. Het is buitengewoon frustrerend dat we nooit een antwoord krijgen op de vragen die we gedurende de debatten stellen. Ik heb een zeer specifieke vraag gesteld, maar daarop geen antwoord gekregen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathalijne Maria Buitenweg (Verts/ALE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, op basis van artikel 143, lid 1, wil ik verklaren dat de heer Frattini concludeert dat we allemaal dom zijn, omdat hij degene is die de mededeling heeft opgesteld over de bredere kaderrichtlijn. Hij heeft echter geen richtlijn aan ons voorgelegd, zoals het Parlement had verzocht, omdat er kennelijk geen sprake was van algemene overeenstemming ...

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Mevrouw Buitenweg, het spijt me, maar artikel 143, lid 1, heeft niets te maken met uw verzoek het woord te krijgen. Daar staat alleen vermeld dat "de leden die het woord vragen, (...) op de sprekerslijst [worden] ingeschreven in de volgorde van aanmelding."

De stemming vindt woensdag om 12.00 uur plaats.

 
  

(1)Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 21 april 2006Juridische mededeling