Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2051(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0383/2005

Ingediende teksten :

A6-0383/2005

Debatten :

PV 17/01/2006 - 18
CRE 17/01/2006 - 18

Stemmingen :

PV 18/01/2006 - 4.12
CRE 18/01/2006 - 4.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0020

Debatten
Dinsdag 17 januari 2006 - Straatsburg Uitgave PB

18. Milieuaspecten van duurzame ontwikkeling
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het verslag (A6-0383/2005) van mevrouw Ferreira, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over de milieuaspecten van duurzame ontwikkeling (2005/2051(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Ferreira (PSE), rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte collega’s, ik wil allereerst iedereen bedanken die heeft bijgedragen aan het verbeteren van mijn verslag en ik kan nu al verklappen dat ik de door de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie ingediende amendementen zal steunen.

Het is de moeite waard erop te wijzen dat wanneer alle bewoners van deze aarde de westerse levensstijl zouden aannemen, we meerdere planeten nodig zouden hebben om in hun behoeften te voorzien. Voor het Westen en vooral voor de Europese Unie is het dan ook zaak om hun productie- en consumptiemodellen kritisch en grondig te herzien. Dit inzicht, dat door alle fracties in dit Parlement gedeeld wordt en traditionele politieke grenzen overstijgt, heeft de Commissie ertoe gebracht duurzame ontwikkeling tot een van de prioriteiten van de Unie te maken. Het is nu tijd om de balans op te maken van onze acties op dit punt, en tot dusverre zijn de resultaten wisselend. Er is vooruitgang geboekt, maar er zijn ook mislukkingen geweest, of in ieder geval tekortkomingen.

Onder druk van de publieke opinie, die zich zorgen maakt om de voortdurende aantasting van ons milieu, heeft de Europese Unie zich flink ingespannen om milieuvraagstukken onder de aandacht te brengen van de internationale gemeenschap. Maar de vele mooie woorden die zijn gewijd aan de beoordeling van de situatie zijn lang niet altijd gevolgd door daden. Het is tijd om actie te ondernemen, want er is dringend behoefte aan een proactief beleid om de klimaatverandering tegen te gaan, met name gezien de omvang van recente natuurrampen. Ik ben blij met de conclusies van de conferentie van Montreal en met de positieve rol die de vertegenwoordigers van de Europese Unie hierin vervuld hebben.

De Unie heeft weliswaar belangrijke wetgeving aangenomen om industrieel afval te beperken en om auto’s zuiniger en milieuvriendelijker te maken, maar deze inspanningen zijn teniet gedaan door de sterke toename van het wegverkeer. Dit illustreert een van de paradoxen waarmee de Europese Unie geconfronteerd wordt: enerzijds het vrije verkeer van goederen en anderzijds de negatieve invloed van dit vrije verkeer op de milieudoelstellingen van de Europese Unie. Er zijn twee manieren om dit probleem het hoofd te bieden. Ten eerste milieuvriendelijkere transportmiddelen stimuleren, waarbij de Europese Unie grote structurele projecten financieel steunt, en ten tweede de door transport veroorzaakte milieuschade doorberekenen in de prijs van goederen of vervoer fiscaal belasten al naar gelang het milieueffect ervan.

Ook als het gaat om water is een proactief beleid dringend noodzakelijk, want ondanks de aangenomen wetgeving en de getroffen maatregelen blijft de waterkwaliteit ontoereikend. Moeten we voor de zoveelste keer duidelijk maken dat de verontreinigingsniveaus met chemische stoffen nog altijd te hoog zijn? Is het niet onze taak om de vermanende vinger op te heffen naar sommige landbouwmethoden die grote hoeveelheden water en diverse soorten kunstmest verbruiken? De aanstaande hervorming van het GLB moet hiermee rekening houden en verder gaan met het hervormen van de subsidies en het koppelen van steun aan milieueisen.

Proactief beleid is dringend noodzakelijk om de biodiversiteit in stand te houden. Zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Het is hoog tijd voor maatregelen om de negatieve invloed van milieuvervuiling op de volksgezondheid terug te dringen, en daarbij denk ik aan de goedgekeurde verslagen, waaronder dat van mevrouw Ries en het verslag over REACH dat waarschijnlijk zal worden goedgekeurd. Het is hoog tijd voor maatregelen op het gebied van ontwikkelingshulp, want de wereldwijde welvaartsverschillen leidden steeds vaker tot conflicten en de armste landen worden het zwaarst getroffen door natuurrampen. Het antwoord is deels gelegen in duurzame ontwikkeling, omdat het een model van productie en consumptie voorstaat dat kan en moet worden uitgebreid naar alle landen.

De Unie moet zich proactief opstellen en krachtige maatregelen voorstellen als het de meest zorgwekkende trends een halt wil toeroepen en uitzichtloze situaties wil voorkomen. Daarom is het van groot belang voor elke sector kwantificeerbare doelen te formuleren, met periodieke beoordelingsmomenten volgens een strak gehanteerd tijdschema.

In breder verband moeten ook de politieke fundamenten van de Europese Unie versterkt worden. Dat gaat gepaard met meer solidariteit en doeltreffender coördinatie. Grootschalige dumping in de hand werken valt niet te rijmen met de eis van duurzame ontwikkeling. Dat gaat tevens gepaard met de tenuitvoerlegging van duurzame ontwikkeling op alle internationale, nationale en lokale niveaus. Elk wetgevingsvoorstel is erbij gebaat vanuit de invalshoek van duurzame ontwikkeling te worden bekeken. Er is nog heel wat werk te verzetten op dit gebied. Als we duurzame ontwikkeling willen bevorderen, kunnen we niet langer aanvaarden dat de rechtsgrondslag voor ontwerp-wetgeving inzake milieu of volksgezondheid gevormd wordt door het heilige principe van vrij verkeer van goederen.

De Commissie draagt een verantwoordelijkheid, maar bescherming van het milieu staat niet hoog genoeg op haar agenda. Ook al heeft ze zojuist vijf van de zeven thematische strategieën gepresenteerd, deze kunnen de zwakte van de eind 2005 voorgestelde herziene strategie inzake duurzame ontwikkeling niet camoufleren. Ik moet zeggen dat de plannen die de Commissie ons heeft voorgelegd me zorgen baren. Wanneer ik bijvoorbeeld in de thematische strategie inzake afval lees dat we mogelijk terugkeren naar nationale benaderingen waarbij de lidstaten zelf bepalen hoe ze hun afval verwerken, dan vind ik dat een stap achteruit.

Wanneer de Commissie aankondigt dat ze minder wetten wil opstellen door wetgevingsvoorstellen achterwege te laten die op korte termijn weliswaar belastend zijn voor de lidstaten of het bedrijfsleven, maar die noodzakelijk zijn met het oog op de toekomst, dan veroordeelt ze de Europese Unie ertoe politiek gezien pas op de plaats te maken. Het is des te onbegrijpelijker voor de burger dat de Commissie vasthoudt aan bepaalde wetsvoorstellen die eerder reeds verworpen zijn door het Europees Parlement, zoals de richtlijnen betreffende de havendiensten, of die op grote bezwaren zijn gestuit van de burgers, zoals de richtlijn betreffende de diensten op de interne markt.

Laat ik afsluiten met iets positiefs: zowel voor de Unie als ook voor het idee dat wij hebben van ontwikkeling is het slecht nieuws ...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. (EL) Wat de thematische strategie voor afvalstoffen betreft, wil ik u allereerst ervan verzekeren dat wij, waar dit maar nodig mocht zijn, wetgeving zullen uitvaardigen voor de bescherming van het milieu en de gezondheid van de Europese burgers.

U hoeft daarover niet ongerust te zijn. De thematische strategie voor afvalstoffen is inderdaad een stap vooruit, en te zijner tijd zullen wij daarover debatteren.

Dan wil ik nu namens de Commissie zeggen dat wij de bijdrage van het Europees Parlement aan de herziening van de strategie van de Europese Unie voor duurzame ontwikkeling van harte toejuichen. Het uitstekende verslag van mevrouw Ferreira bevat talrijke waardevolle voorstellen voor de herziening en benadrukt vooral de milieuaspecten van duurzame ontwikkeling. Veel van deze voorstellen worden ook weerspiegeld in de mededeling van de Commissie.

Nu de mededeling van de Commissie over de strategie inzake duurzame ontwikkeling is goedgekeurd, wil de Commissie nauwer samenwerken met het Parlement en de Raad, in de hoop dat in juni uitgaande van deze mededeling een Europese strategie inzake duurzame ontwikkeling kan worden goedgekeurd. Het verslag-Ferreira zal zeer nuttig zijn voor het overleg dat zal worden gevoerd in de aanloop naar de Europese Raad van juni.

Staat u mij toe om nader in te gaan op de mededeling die de Commissie op 13 december heeft goedgekeurd en hieraan enkele opmerkingen toe te voegen over het verslag-Ferreira. De mededeling van de Commissie is het derde en laatste stadium van een gedetailleerde herzieningsprocedure die meer dan achttien maanden heeft geduurd en waaraan veel belanghebbenden uit heel Europa hebben deelgenomen.

Inderdaad was er veel tijd nodig voor de herziening, maar de bespreking van een dermate belangrijke en breed opgezette strategie moet met de nodige omzichtigheid plaatsvinden.

De Commissie heeft in 2005 drie mededelingen voorgelegd met betrekking tot de strategie: de richtsnoeren in februari, de ontwerp-beginselverklaring over duurzame ontwikkeling – die door de Raad in juni werd aangenomen – en de herziene strategie van december 2005 met doelstellingen en efficiëntere toezichtprocedures.

Het verslag-Ferreira is vooral toegespitst op de milieuaspecten van duurzame ontwikkeling. Deze aspecten zijn inderdaad heel belangrijk, aangezien niet-duurzame milieutendensen tot de grootste bedreigingen voor onze huidige en onze toekomstige welvaart behoren.

Hierbij zij er evenwel op gewezen dat de strategie inzake duurzame ontwikkeling betrekking heeft op de drie dimensies van duurzame ontwikkeling, te weten op de sociale, economische en milieuproblemen.

In een poging de niet-duurzame tendensen zoveel mogelijk tegen te gaan willen wij met de strategie de potentiële synergie tussen deze drie dimensies optimaliseren. Het brede scala van uitdagingen dat wij hiermee aanpakken, omvat klimaatverandering en schone energie, natuurlijke hulpbronnen, vervoer, volksgezondheid, sociale uitsluiting, demografie en migratie, evenals armoede in de wereld.

Met duurzame ontwikkeling pakken wij vraagstukken aan die de burgers rechtstreeks raken. Zij willen welvaart, maar eveneens een schoon milieu, een goede gezondheid, sociale bescherming en rechtvaardigheid. Met de nieuwe strategie wordt een langetermijnvisie geboden voor een duurzaam Europa tot ver na 2010.

Duurzame ontwikkeling is het hoofddoel van de Unie. Zowel de strategie van Lissabon als de strategie inzake duurzame ontwikkeling is gericht op de verwezenlijking van dit doel in een snel veranderende wereld.

De strategie van Lissabon en de strategie inzake duurzame ontwikkeling versterken elkaar. Met de nieuwe strategie wordt een aantal van de zwakke punten uit de vorige strategie aangepakt, zoals de onduidelijke prioriteiten en het gebrek aan een duidelijk bewakingsmechanisme. Daarmee worden de belangrijkste uitdagingen bevestigd, de doelstellingen verduidelijkt en wordt er gereageerd op de bestaande, vaak dubbelzinnige doelstellingen in het kader van de desbetreffende beleidsvormen. Ook wordt ermee voorzien in een nieuw en strenger bewakingsmechanisme.

Bijzondere aandacht wordt besteed aan maatregelen en efficiënte toepassing van het beleid in alle sectoren, evenals aan de inspraak van alle belanghebbenden bij de betreffende procedure.

Wij willen meer doen dan alleen mooie woorden spreken, en prioriteiten vaststellen voor de volgende vijf jaar. De Commissie wil in de komende maanden met het Parlement en de Raad samenwerken onder bescherming van het Oostenrijkse voorzitterschap, in de hoop dat er een akkoord kan worden bereikt over een gemeenschappelijke strategie die op ruime steun kan rekenen van alle instellingen van de Europese Unie en de lidstaten.

Een op Europees niveau overeengekomen strategie is noodzakelijk als wij de Europese samenleving willen mobiliseren, en ervoor willen zorgen dat belangrijke veranderingen mogelijk worden en de Europese Unie een duurzamere weg kan inslaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Sepp Kusstatscher (Verts/ALE), rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het onderhavige verslag van mevrouw Ferreira is een zeer omvangrijk, gedegen, goed en kritisch beleidsdocument over belangrijke terreinen op het gebied van het sociaal beleid en het milieubeleid. Mevrouw Ferreira, dank u wel.

Bij het debat over dit onderwerp bekruipt mij echter steeds meer het gevoel dat we weliswaar heel aardige principes verkondigen, maar dat als het om de concrete omzetting gaat de realiteit er helaas wat minder rooskleurig uitziet. Waarschijnlijk stemmen de meeste afgevaardigden hier in principe in met het voorstel van de Commissie dat nieuwe marktinstrumenten, zoals de internalisering van de kosten en ecotaksen, noodzakelijk zijn. Denkend aan de laatste vergadering voor Kerstmis, moeten we echter concluderen dat de meerderheid van het Parlement onder druk van Raad en de verkeerslobby een besluit heeft genomen dat haaks hierop staat. Ik doel op de richtlijn "Eurovignet". In dat verband werd de mogelijkheid tot verrekening van externe kosten, met name die voor het milieu en de gezondheid, uitgesloten.

Ik ben verheugd dat de basisteneur hier de tegengestelde richting opgaat. Het zou goed zijn als de vele hoogstaande beginselen op het gebied van het sociaal beleid en het milieubeleid hun weerslag zouden krijgen in concrete maatregelen. De Commissie moet doelstellingen formuleren voor de middellange en lange termijn. Daarnaast is er behoefte aan controle en evaluatie, zoals vastgesteld in paragraaf 64 van deze ontwerpresolutie. Er moet daadwerkelijk verandering komen in onze productie- en consumptiepatronen. Het gebrek aan daadkracht op dit terrein leidt tot hoge kosten en heeft onaangename gevolgen, met name voor de groeiende groep armen in de samenleving. De EU heeft de ethische plicht om het voortouw te blijven nemen als het gaat om duurzame ontwikkeling op mondiaal niveau. Politici moeten zich niet laten leiden door de eigen dynamiek van het kapitaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Sonik, namens de PPE-DE-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie stelt alles in het werk om te waarborgen dat milieuaspecten worden opgenomen in al haar beleidsterreinen. Op dit moment worden er in Europa ruim twee keer meer natuurlijke bronnen verbruikt dan we aan biologische capaciteit hebben. Dat betekent dat ons continent een buitensporig groot deel van de natuurlijke bronnen op aarde verbruikt, of die nu uit de bodem of uit de zee komen.

Graag wil ik de afgevaardigden wijzen op de mededeling van de Europese Commissie van 15 oktober 1998, die de EU verplichtte tot betere integratie van haar milieu- en energiebeleid en die daartoe concrete voorstellen bevatte. Sindsdien is er acht jaar verstreken, maar geen enkele doelstelling in dit document is verwezenlijkt. Voor onze ogen hebben politici een besluit genomen om het grootste energienetwerk in zijn soort te scheppen, met een dubbele gaspijpleiding en een systeem van elektrische kabels, op de bodem van de Oostzee. De aanleg daarvan vormt een bedreiging voor het milieu en zal rampzalige gevolgen hebben voor het maritieme milieu in de Oostzee, die vrijwel geheel door land is omgeven.

We moeten onszelf een aantal essentiële vragen stellen. Hoe lang blijven we nog wetten ontwerpen die ver verwijderd zijn van de werkelijkheid? Hoe lang nog blijven onze wetsbepalingen en meningen niets meer dan holle frasen en platitudes die niet door praktische maatregelen worden gevolgd? In plaats van ons te concentreren op het oplossen van de nijpendste problemen, worden er voorstellen gedaan voor een alternatief project, namelijk de invoering van milieubelasting. Ik ben tegen een dergelijke benadering.

Milieuproblemen worden niet opgelost door het scheppen van belastingstelsels. Die problemen worden zo alleen maar verergerd, aangezien een hogere belastingdruk een direct en nadelig effect heeft op de investeringen in kostbare nieuwe technologieën. Er zullen ook bijkomende kosten voor werkgevers ontstaan, wat tot banenverlies kan leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Scheele, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur feliciteren, omdat ze met haar werk heeft laten zien over hoeveel uiteenlopende onderwerpen het hier eigenlijk gaat als we het hebben over een "strategie inzake duurzame ontwikkeling". Duurzame ontwikkeling is van toepassing op alle beleidsvormen van de Europese Unie, en met name op de samenwerking met de andere delen van de wereld.

De mededeling van de Commissie leest lekker weg en bevat vele welgemeende en aardige woorden. Ik vind het echter teleurstellend dat het onderdeel over de vastlegging van doelstellingen en trajecten behoorlijk kort en oppervlakkig geworden is. De indruk wordt gewekt dat men de problemen goed kent en analyseert, maar zodra het aankomt op de bestrijding van deze problemen houdt men zich op de vlakte. Ik hoop dat de strategie die onder het Oostenrijkse voorzitterschap is aangekondigd ambitieuzer is en meer concrete antwoorden biedt.

Wij mogen ons trouwens niet uitsluitend tot deze strategie beperken. Uit de toekomstige middelen die in de Unie zullen worden vastgesteld, zal mede blijken hoe serieus wij de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling daadwerkelijk nemen. Als we willen dat milieubescherming en het behoud van de biologische soortenrijkdom belangrijke doelstellingen van de Gemeenschap zijn, dan moet dat ook tot uiting komen in de begroting. We moeten al het mogelijke doen om voor goed functionerende instrumenten, zoals Life, die voor het milieu in Europa zo belangrijk zijn, toereikende financiële middelen uit te trekken. De Commissie vestigt in de mededeling de aandacht op een aantal onduurzame ontwikkelingen, zoals klimaatverandering, die de kroon spant. Het is daarom aan de Commissie om maatregelen te nemen die leiden tot de totstandbrenging van instrumenten ter bestrijding van klimaatverandering. De richtlijn ecodesign die vorig jaar is aangenomen biedt veel mogelijkheden in dit verband. Ik hoop dat de Commissie spoedig zal komen met de eerste uitvoeringsmaatregelen uit hoofde van deze richtlijn, en dan voor producten die veelbelovende mogelijkheden bieden voor een kostenefficiënte verlaging van broeikasgasemissies.

 
  
MPphoto
 
 

  Margrete Auken, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mevrouw Ferreira bedanken voor haar voortreffelijke verslag, dat helaas een paar lelijke deuken heeft opgelopen in de Milieucommissie. In het verslag staan fraaie doelstellingen. Ik zal die hier niet herhalen, maar ze zijn allemaal van belang. Als er echt iets moet gebeuren, blijft er echter vaak maar heel weinig over van de fraaie bedoelingen van de EU. We moeten helaas vrezen dat dat ook in dit geval zo zal zijn, en ik ben er niet geruster op geworden na de bijdrage van de commissaris gehoord te hebben, want die bevatte maar heel weinig concrete elementen.

De Verts/ALE-Fractie heeft drie amendementen ingediend: één over ambitieuzere doelstellingen voor de reductie van broeikasgassen, één over het beëindigen van de afhankelijkheid van kernenergie en één praktisch amendement over de afvalproblemen ten gevolge van een inconsequente houding tegenover drankverpakkingen. Alleen al in Denemarken vindt men jaarlijks 400 tot 600 miljoen Duitse bier- en limonadeblikjes als zwerfvuil in de natuur of in de afvalverbrandingsinstallaties, omdat de Duitsers geen statiegeld van de Denen vragen als die bier in Duitsland kopen. Met een gemeenschappelijke Europese statiegeldregeling zouden de Deense natuur en het Deense milieu veel beter af zijn – evenals de koeien die momenteel pijn lijden als ze op een van de vele in de natuur rondslingerende Duitse bierblikjes kauwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Schwab (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank dat ik op dit late uur nog het woord mag voeren over een heel belangrijk en interessant verslag. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het eens ben met collega Scheele dat aan alle beleidsvormen van de Europese Unie het beginsel van duurzame ontwikkeling ten grondslag ligt en moet liggen. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor de financiële situatie en daarom moeten wij ons ter zake daarvan niet alleen afvragen waaraan we nog meer geld kunnen uitgeven, maar ook hoe we de jongere generaties kunnen behoeden voor een te grote schuldenlast – en op basis daarvan eventueel andere prioriteiten stellen. Wat de lidstaten aan schulden achterlaten voor de jonge generaties valt immers ook niet te rijmen met duurzaamheid.

Ik wil het hebben over iets dat me in verband met deze richtlijn heel belangrijk lijkt. Ik ben van mening dat het stimuleren van persoonlijke verantwoordelijkheid door betere samenwerking met de actoren op het betreffende gebied een belangrijk aspect is. Daarmee bevorderen we aan de basis het besef dat duurzaamheid geen hol begrip is waar we alleen – zoals door sommige collega's is gezegd – in vrome verklaringen lippendienst aan bewijzen, maar een concept dat eenieder persoonlijk aangaat.

Wat dit betreft, wil ik een concreet punt aan de orde stellen, te weten de financiering van de Natura 2000-gebieden. Iedereen weet dat wij in West-Europa een zeer hoog welvaartsniveau kennen en dat dat niet door God gegeven is. Als boeren zien dat grote stukken van hun land opeens als Natura 2000-gebied worden aangemerkt en onder bescherming worden geplaatst, is het moeilijk hen ervan te overtuigen dat duurzaamheid iets voor hen kan betekenen. We moeten de betrokken boeren schadeloosstellen of alternatieven bieden om in hun levensonderhoud te voorzien. Zo kunnen we laten zien dat duurzame ontwikkeling ook voor hen iets oplevert.

Daarom moeten we in de richtlijn vastleggen dat een doeltreffend financieringsstelsel voor het Natura 2000-netwerk noodzakelijk is. Ik sta daarom achter deze richtlijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Riitta Myller (PSE).(FI) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijn dank gaat vooral uit naar de rapporteur, Anne Ferreira. Dit is een aangename gelegenheid om hier over dit onderwerp te spreken.

Duurzame ontwikkeling is een uitdrukking die op al het beleid en de besluitvorming van de Europese Unie van toepassing moet zijn. Duurzame ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met het industrie-, mededingings- of economisch beleid, om nog maar te zwijgen van het energie-, vervoers- of landbouwbeleid. Het was daarom enigszins teleurstellend dat de strategie inzake duurzame ontwikkeling niet tegelijkertijd met de communautaire strategie inzake het concurrentievermogen werd herzien.

Het concurrentievermogen van de Europese Unie kan alleen gebaseerd zijn op economische groei die zowel op het gebied van de productie als van de consumptie milieuvriendelijk is. De consumptie kan worden beïnvloed door een juiste prijs van producten en diensten. Milieukosten moeten in de prijs worden verrekend. Dit stimuleert een productie die beter is voor het milieu.

Om echte resultaten te boeken, moeten er betrouwbare indicatoren worden gevonden voor het beleid van duurzame ontwikkeling. Onder andere de rapporteur is het hiermee eens. Zulke indicatoren kunnen er alleen komen door kwantitatieve en kwalitatieve doelen te stellen die ambitieus genoeg zijn. Kwantitatieve doelen geven, mits zij op de juiste wijze zijn gesteld, aan waar succes is geboekt en waar verbeteringen nodig zijn om een milieusituatie te krijgen die niet langer schadelijk is voor de volksgezondheid en voor het vermogen van de natuur zich tegen vervuiling te weren.

Als wij doelen stellen die hoog genoeg zijn, stimuleren wij hiermee bijvoorbeeld ook de ontwikkeling van nieuwe milieutechnologieën, die op hun beurt een impuls geven aan de Europese groei. Op die manier kunnen wij voor echte duurzame ontwikkeling zorgen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag om 12.00 uur plaats.

 
Laatst bijgewerkt op: 22 mei 2006Juridische mededeling